2.16a) concept Warmtevisie Westland def (21-0061648)
Tekst van het document
Opdrachtgever: Projectnummer: TVW Westland Auteurs:
Datum:
gemeente Westland DWTM19042-GWL-Begeleiding
Warmtevisie Westland Concept
Augusta Goedhart, Laura van de Kar, Michiel van der Vight (WarmteTransitieMakers) 11 maart 2021
De WarmteTransitieMakers. – Atoomweg 50, 3542 AB Utrecht – info@dwtm.nl KVK 71166645 - BTW NL85606227B01 - NL60TRIO0338946349
n
Voorwoord De komende jaren willen we als gemeente op zoek gaan naar kansen en verbeteringen in de leefomgeving van onze inwoners. We passen ons aan aan het klimaat door woningen goed te isoleren voor de hete zomers. Dit isoleren van woningen heeft het voordeel dat er minder energie wordt gebruikt en minder fijnstof wordt uitgestoten. Comfortabel wonen en gezonde lucht, daar werken we graag aan mee. Er is werk te verzetten: Samen met de netbeheerder, woningcorporaties, installateurs en inwoners werken we aan een duurzame leefomgeving voor nu en de toekomstige generaties. Dit document, de Warmtevisie Westland, geeft een eerste handreiking in hoe we dat kunnen bereiken.
De WarmteTransitieMakers. – Atoomweg 50, 3542 AB Utrecht – info@dwtm.nl KVKDWTM19042-GWL 71166645 - BTW NL85606227B01 - NL60TRIO0338946349 – Concept Warmtevisie Westland 2
Inhoud Inleiding .......................................................................................................................................................... 5
1.
Waarom een Warmtevisie Westland? ...................................................................................................................... 5 Doel van dit plan ............................................................................................................................................................... 5 Welke kansen en uitdagingen zijn er? ..................................................................................................................... 5 Wie zijn er betrokken? .................................................................................................................................................... 6 Samenhang met andere trajecten ............................................................................................................................. 6 Hoe gaat het hierna verder? ......................................................................................................................................... 6 Waarom een aardgasvrije gebouwde omgeving? ...................................................................... 8
2.
Een toekomst mét aardgas? ......................................................................................................................................... 8 Een aardgasaansluiting ja of nee?.............................................................................................................................. 8 Toekomstige inzet van het aardgasnet .................................................................................................................... 8 Te verwachten consumentenprijs............................................................................................................................ 10 Onze uitgangspunten ...................................................................................................................11 2.1 Doel en algemene uitgangspunten ............................................................................................................................. 12 2.2 Selectiecriteria verkenningsbuurten ............................................................................................................................ 13 2.3 Criteria aardgasvrije technieken .................................................................................................................................... 14
3.
Uniek Westland..............................................................................................................................15
4.
Onze mogelijkheden: Kansen voor duurzame warmte ............................................................17 4.1 Warmtevraag......................................................................................................................................................................... 17 4.2 Warmtebronnen .................................................................................................................................................................. 25
5.
Warmtevisie: match tussen warmtevraag en warmtebronnen ...............................................28
6.
Waar kunnen we beginnen? ........................................................................................................30 6.1 Verkenningsbuurten .......................................................................................................................................................... 33 6.2 Middellange termijn (2025-2040) ................................................................................................................................ 40 6.3 Lange termijn (2040-2050) .............................................................................................................................................. 40 6.4 Buurten met natuurlijk tempo (2020-2050) ............................................................................................................. 41
7.
Hoe verder? ....................................................................................................................................42 7.1 Uitvoeringsstrategie ........................................................................................................................................................... 42 7.2 Van verkenningsbuurt naar startwijk .......................................................................................................................... 43 7.3 Aanpak gemeentebreed ................................................................................................................................................... 44 7.4 Kansen warmtesysteem Westland ............................................................................................................................... 45 7.5 Doorontwikkeling TVW ..................................................................................................................................................... 47
Bijlage 1 Selectiecriteria en belangen .......................................................................................................48 Bijlage 2: Betaalbaarheid van de oplossingen en financieringsmogelijkheden .................................51 Bijlage 3: Multicriteria analyse ...................................................................................................................54 Bijlage 4: Technische analyse & kentallen ................................................................................................56 Bijlage 5: Niet- of beperkt aanwezige warmtebronnen .........................................................................57
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 3
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 4
Inleiding In het Nederlandse klimaatakkoord is afgesproken dat we richting 2050 het gebruik van fossiele brandstoffen moeten afbouwen. Verbranding van fossiele brandstoffen zorgt voor CO2 uitstoot en de toename van CO2 heeft negatieve gevolgen voor het klimaat. Tussen nu en 2050 zal daarom in een alternatief voor fossiele brandstoffen voorzien moeten worden. In dit rapport analyseren we de gemeente en beschrijven we de mogelijkheden die er zijn voor de gebouwde omgeving om over te stappen op duurzame warmte. Het overstappen naar duurzame warmte is een uitdaging voor ons als gemeente en zeker voor onze inwoners en bedrijven. Behalve uitdagingen zijn er ook kansen. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners stippelen wij, Gemeente Westland, het pad uit naar een duurzame, comfortabele toekomstige warmtevoorziening voor ons en toekomstige generaties. Deze Warmtevisie Westland is een visiedocument. Er zijn nog geen besluiten genomen over het afsluiten of vervangen van aardgas. De keuze om op een andere warmteoplossingen over te stappen maken we samen met inwoners en betrokken op buurtniveau.
Waarom een Warmtevisie Westland? Tientallen jaren heeft de aardgasvoorraad in Groningen Nederland voorzien van een goedkope manier om onze huizen te verwarmen, te douchen en te koken. Maar aardbevingen dwingen ons de aardgaswinning in Groningen af te bouwen. Daarnaast verandert het klimaat door toename van CO2 en worden de negatieve gevolgen daarvan steeds zichtbaarder. Het is noodzakelijk de CO 2-uitstoot terug te dringen. In 2019 ondertekenden meer dan 100 partijen het landelijke klimaatakkoord. In het klimaatakkoord zijn tientallen maatregelen vastgelegd om klimaatverandering tegen te gaan. De Nederlandse overheid wil de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 met 55% terugdringen ten opzichte van 1990. In 2050 moet de CO2-uitstoot met 95% verminderd zijn. Dit vraagt ingrijpende veranderingen in allerlei sectoren: industrie, landbouw, mobiliteit, de productie van elektriciteit en de wijze waarop we gebouwen verwarmen. Om de klimaatdoelen te behalen moeten we uiterlijk in 2050 afscheid nemen van fossiele brandstoffen en dus ook van het gebruik van aardgas voor koken, verwarming en warm water. In het klimaatakkoord is bepaald dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een plan maakt voor de overstap van aardgas op andere, duurzame warmtebronnen. Dit plan heet de Warmtevisie Westland. Voor de uitvoering van de transitie hebben we tot 2050 de tijd.
Doel van dit plan De Warmtevisie Westland heeft tot doel om de stappen naar een aardgasvrije gebouwde omgeving van gemeente Westland in 2050 uit te stippelen. We schetsen het tijdspad: een indicatie in welke periode welke buurt van een alternatief, zoals bijvoorbeeld geothermie, voorzien zal worden. Voor de buurten waar we vóór 2030 aan de slag gaan, geven we ook aan welk alternatief voor aardgas het meest geschikt is. Voor de andere wijken geven we aan welke opties het meest waarschijnlijk lijken. Wij streven ernaar om de warmtetransitie zoveel mogelijk samen met inwoners en bedrijven uit te voeren. De initiatieven die vanuit hen gestart worden, faciliteren we graag. Het doel is om de meest betaalbare warmtevoorziening te creëren, zodat bewoners in 2050 hun woningen tegen de laagst mogelijke kosten duurzaam kunnen verwarmen.
Welke kansen en uitdagingen zijn er? We staan voor een bijzondere uitdaging. Samen met inwoners en betrokkenen de gebouwen in onze gemeente verduurzamen. We stappen over van aardgas naar duurzame warmte. Er zijn drie categorieën van duurzame warmte. Verwarmen met duurzaam gas, verwarmen met elektriciteit of inzet van een warmtenet. (toelichting verderop in dit document). Per gebied moeten we onderzoeken welke duurzame warmte past. Ook moet de betaalbaarheid en de precieze technische inpassing goed worden
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 5
onderzocht. Dat is een uitdaging. Er zal veel werk moeten worden verzet en dat biedt ook kansen voor de werkgelegenheid in onze gemeente. Het vraagt ook veel betrokkenheid van inwoners. Samen met hen kunnen we grote stappen zetten. Goed geïsoleerde woningen zijn comfortabele woningen. Er zal ook minder fijnstof uitgestoten worden wat de volksgezondheid goed doet.
Wie zijn er betrokken? Deze Warmtevisie Westland is opgesteld door de gemeente samen met woningcorporaties Arcade, Wonen Wateringen en Vestia, netbeheerder Westlandinfra, Energie Transitie Partners en HVC. Woningeigenaren, huurders en ondernemers zullen ook betrokken worden. Zo hebben de verschillende betrokkenen de Warmtevisie Westland mede vormgegeven. We ( is de gemeente) streven ernaar om de warmtetransitie zoveel mogelijk samen met inwoners en bedrijven uit te voeren. De initiatieven die vanuit hen gestart worden, faciliteren we graag.
Samenhang met andere trajecten Uiteraard kijken we verder dan de gemeentegrenzen. De puzzel van warmte-opwek, -opslag en -gebruik maken we samen met andere gemeenten in de regio. We werken toe naar de Regionale Structuur Warmte, als onderdeel van de regionale energiestrategie (RES). De grote warmtevraag van tuinders maakt de inzet van aardwarmte en restwarmte uit de Rotterdamse haven interessant. Er zijn meerdere warmtecoöperaties van tuinders die gezamenlijk een warmteproject ontwikkelen waarbij (indien mogelijke) het aansluiten van de gebouwde omgeving wordt meegenomen. Er is een concreet plan van samenwerkingspartner ETP om deze warmtenetten aan elkaar te koppelen tot een WarmteSysteem Westland (WSW). Dit warmtenet biedt ook kansen voor het verwarmen van woonwijken. In eerste instantie willen we inzetten op isolatie, zeker als dit de energierekening voor bewoners lager maakt. De definitieve Warmtevisie Westland zal na vaststelling door het college en in de gemeenteraad onderdeel worden van de Omgevingsvisie. Verdere uitwerkingen op buurtniveau zullen vervolgens een plek krijgen in het Omgevingsplan en de buurtuitvoeringsplannen.
Hoe gaat het hierna verder? Deze Warmtevisie Westland geeft een beeld van wat er in de gemeente gaat gebeuren de komende dertig jaar. Inwoners weten daardoor waar ze aan toe zijn, en kunnen beslissingen over hun woning hierop afstemmen. De Warmtevisie Westland vormt de start van een proces om de gemeente Westland buurt voor buurt van alternatieve warmtesystemen te voorzien. We selecteren in deze Warmtevisie Westland een aantal ‘verkenningsbuurten’, die kansrijk zijn om als eerste van het aardgas af te gaan (rond 2030). Voor deze buurten worden vervolgens ‘buurtuitvoeringsplannen’ gemaakt (zie Figuur 1). Deze uitvoeringsplannen maken we in samenwerking met inwoners en andere betrokkenen – hiervoor volgt per buurt een participatietraject. Het besluit om daadwerkelijk over te stappen naar een duurzame warmtevoorziening wordt pas genomen als bekend is wat de consequenties zijn voor de woonlasten van inwoners en ondernemers in deze wijken en er een gedegen haalbaarheidsstudie is afgerond. Als het aardgas in een buurt wordt 1 afgesloten, krijgen inwoners dat ruim van tevoren (circa 8 jaar) te horen . Ook hechten we aan breed draagvlak. Het spreekt dan ook voor zich dat inwoners goed geïnformeerd- en nauw betrokken worden bij de buurtuitvoeringsplannen. In hoofdstuk 7 wordt uitgebreider ingegaan op de vervolgstappen.
1
De termijn van 8 jaar is voorlopig in het klimaatakkoord opgenomen en zal uiterlijk 2022 worden geëvalueerd. Dan wordt definitief vastgesteld wat een goede termijn is.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 6
Figuur 1: Na de Warmtevisie Westland (TVW) volgen haalbaarheidsstudies en buurtuitvoeringsplannen. De Warmtevisie Westland wordt iedere 5 jaar geüpdatet. De Warmtevisie Westland zal eens in de vijf jaar bijgesteld worden en in de loop van de tijd steeds nauwkeuriger beschrijven welke warmteoplossingen het beste passen in elke buurt.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 7
1. Waarom een omgeving?
aardgasvrije
gebouwde
In onze gemeente bestaat onder een deel van de samenleving zorgen over de toekomstbestendigheid van de duurzaamheidskeuze om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Het is goed om in te zetten op verduurzaming, maar aardgas wordt gezien als een betrekkelijk duurzame brandstof. Het omschakelen naar een aardgasvrije manier om woningen te verwarmen heeft veel impact op de inwoners en bedrijven in de gemeente. Voor een overstap naar een duurzaam alternatief is vertrouwen nodig dat het ook op de lange termijn een goede keuze is. Het is van belang om financiële draagkracht van alle gebouweigenaren en hun belangen op de eerste plaats te zetten. Gezien de keuze die er in het klimaatakkoord gemaakt is, gaan we er wél vanuit een aardgasvrije gebouwde omgeving tegemoet te gaan, maar we willen de consequenties helder in beeld hebben. Om de rol van het bestaande aardgasnet voor de gebouwde omgeving in te schatten beschrijven we in dit hoofdstuk de toekomst van het aardgas en het gasnet. In de hierop volgende hoofdstukken gaan we in op de warmtetransitie richting aardgas vrij. Hierbij besteden we aandacht aan de inzet van collectieve warmte, kansen voor all-electric oplossingen en oplossingen met groen gas omdat hierbij het gasnet in gebruik kan blijven.
Een toekomst mét aardgas? Gezien de ambities uit het klimaatakkoord zal het aantal aardgasaansluitingen in Nederland geleidelijk aan kleiner worden tot aan 2050. Ook worden er maatregelen genomen om aardgas gebruik te ontmoedigen. Zo zal de energiebelasting van aardgas geleidelijk aan omhoog gaan. Aan de andere kant wordt er gekeken naar de inzet van groen gas en waterstof als alternatieve warmtevoorziening. Wat betekent dit voor de gebouwde omgeving van onze gemeente?
Een aardgasaansluiting ja of nee? Sinds 1 juli worden huizen aardgasvrij gebouwd. De netbeheerder Westland Infra heeft geen 2 aansluitplicht meer . Het is mogelijk, in geval van zwaarwegende redenen, toch een gasaansluiting bij nieuwbouw te krijgen. In Westland onderzoeken we of het mogelijk is om in de uitbreidingswijken, waar al een gasleiding aanwezig is, het gasnetwerk te behouden voor de versnipperde nieuwbouwwoningen aldaar, om bewoners een extra keuze alternatief te bieden. Om aardgasgebruik niet verder te stimuleren is het in grotere nieuwbouwwijken de bedoeling om aardgasvrij te bouwen. Dit voorkomt dat bewoners in de toekomst de kosten voor het verwijderen van de aardgasaansluiting moeten dragen.
Toekomstige inzet van het aardgasnet Met de doelstelling om de gebouwde omgeving aardgasvrij te verwarmen, zal een groot deel van het bestaande aardgasnet buiten gebruik raken. Indien in de toekomst groen gas en waterstof betaalbaar in te zetten zijn in buurten kan het bestaande aardgasnet langer in gebruik blijven. Voor beiden gassen is 3 de verwachting dat deze met beperkte aanpassingen aan het gasnet kunnen worden ingevoerd . Omdat voor beide brandstoffen een beperkte beschikbaarheid verwacht wordt (zie onderstaande paragrafen), is de verwachting echter dat een beperkt deel van de gebouwde omgeving verwarmd kan worden op 4 groengas of waterstof gas . De inschattingen zijn sterk afhankelijk van de ontwikkelingen op het gebied
2
Wet Voortgang EnergieTransitie (wet VET) Netbeheer Nederland, toekomstscenario’s maar 2020 4 Landelijk wordt ingeschat dat zo’n 25% van de woningen kan worden voorzien van groen gas. Dit is grotendeels in combinatie met hybride warmtepompen. 3
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 8
van waterstof en de mogelijke governance structuren (Europees tot aan lokaal beleid). Woningcorporatie Arcade ziet voor het verwarmen van corporatiewoningen geen toekomst voor groen gas. Potentie Groen gas Biogas wordt geproduceerd door het vergisten of vergassen van organisch materiaal zoals mest en snoeiafval. Om het in te kunnen voeden op het gasnet moet het worden opgewerkt tot groen gas dat aardgaskwaliteit heeft. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft berekend dat biomassa na 2030 schaars kan worden in de wereld. Daarom wil het kabinet biomassa zo beperkt en hoogwaardig mogelijk inzetten. Dat betekent dat plantaardige (en dierlijke) materialen eerst gebruikt worden om producten van te maken zoals bouwmateriaal, textiel of bio-plastics, en daarna eventueel als brandstof. Als groengas wordt ingezet als brandstof moet daarbij ook gekeken worden naar de groep gebruikers die deze brandstof het hardst nodig heeft. Het voordeel van groengas is, dat er hoge temperaturen mee kunnen worden gemaakt. Woningen en bedrijfspanden zijn voorzien van een aardgasketel die water 70 tot 90 graden kan verhitten. Figuur 2 laat de warmtevraag in temperatuur voor de industrie in Nederland zien. De benodigde temperaturen zijn daar vaak veel hoger dan in woonhuizen.
Ook in 2050 is de verwachting dat er industriële processen zullen zijn die meer dan 500 graden warmte nodig hebben (voor bijvoorbeeld metaal bewerking). Om deze industriële processen met duurzame warmte mogelijk te maken, is inzet van groen gas daar de eerste keuze.
Figuur 2 Warmtevraag van industrie 5 in graden Celsius. In woonhuizen ligt de warmtevraag altijd ruim onder de 100 graden terwijl de industrie ook in de toekomst hoge temperaturen warmte nodig heeft. Potentie waterstof Als waterstof gemaakt wordt uit aardgas noemen we het ‘grijze waterstof’. Als hierbij de vrijkomende CO2 wordt afgevangen en opgeslagen spreken we van ‘blauwe waterstof’. Waterstof kan ook worden gemaakt met elektrolyse van zuiver water. Als de hiervoor benodigde elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, spreken we van ‘groene waterstof’. De verwachting is dat de productie groene waterstof vanaf 2028 zal toenemen. Omdat waterstof geschikt is als brandstof voor voertuigen (ook vliegtuigen) en hoge temperaturen kan leveren verwachten voorlopers zoals Japan, Duitsland en ook de EU dat het met name wordt ingezet in de sectoren industrie en mobiliteit. Voor woningen is verwarmen met waterstof niet de eerste keuze. Woningen die direct elektrisch verwarmd kunnen worden met een 6 warmtepomp vragen 4 keer minder duurzaam opgewekte stroom dan wanneer ze verwarmd zouden worden met groene waterstof. Daar waar elektrisch verwarmen of een warmtenet niet mogelijk is (historische, moeilijk te isoleren panden) kan waterstof een mogelijke optie zijn om op de langere termijn huizen te verwarmen.
5
Blue terra, juli 2018 Een warmtepomp heeft een rendement van ca. 300% met 1 kWh elektra is 3 kWh warmte het huis in gepompt. Om waterstof te maken levert 1 kWh elektra 0,75 kWh equivalent aan waterstof.
6
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 9
Het is de verwachting dat het gasnet in woonwijken richting 2050 steeds minder aardgas zal transporteren. Het gasnet zal, voor zover mogelijk, een mix van fossiel aardgas, groen gas en waterstof vervoeren en zich in hoofdzaak richten op mobiliteit en industrie.
Te verwachten consumentenprijs Op basis van de ontwikkelingen op het gebied van belastingdruk, waterstof, aardgas en groengas, zal de consumentenprijs voor ‘gas’ uit de bestaande aardgasleiding waarschijnlijk veranderen. Daarnaast is de verwachting dat in heel Nederland huizen verder geïsoleerd gaan worden waardoor de afname van gas per huishouden daalt. Ook het aantal aansluitingen van huizen aan het aardgasnet zal dalen. Een overzicht van de te verwachten effecten op de consumentenprijs van (aard)gas: Investeringen in het geschikt maken van het aardgasnet voor waterstof zullen een prijsstijging met zich mee brengen; Minder afnemers aardgasnet: Door de afkoppeling heeft de netbeheerder te maken met een kleinere groep afnemers die minder homogeen verspreid zijn over Nederland dan nu het geval is. Wanneer enkele straten in een stad aardgasvrij verwarmd worden, zal toch het hoofdleidingen net moeten blijven liggen om ook straten daarachter nog van aardgas te kunnen voorzien. De verwachting is dat onderhoudskosten per km leiding over minder afnemers verdeeld moeten worden. Verwijdering aardgasnet: Dit kost op dit moment een woningbezitter eenmalig enkele honderden euro’s. Vanaf maart zal dit waarschijnlijk niet meer op de individuele woningbezitter worden verhaald.
Voor de netbeheerder betekent het verwijderingskosten die mogelijk maar deels op de weggaande woningbezitter te verhalen zijn. Ook hier is een prijsstijging te verwachten. Voor het energietarief in de eerste schijf is bepaald dat dit de komende 6 jaren stijgt met 1 cent 3 7 per m per jaar . De prijs van waterstof en groen gas is moeilijk in te schatten. Zolang er een beperkt aanbod is, ligt het voor de hand dat de marktprijs hoog zal blijven. Het tempo waarmee waterstof in overvloed geproduceerd kan worden zal dan ook een groot effect hebben op de betaalbaarheid. Samenvattend zien we een grote verandering in het gebruik van het gasnet, met name vanaf 2030. De inzet van waterstof kan op termijn een prominente rol gaan spelen met name in de warmtevoorziening van industrie en voor zwaar transport. Voor moeilijk te isoleren huizen is mogelijk ook waterstof of groen gas beschikbaar. Tegen welke prijs dit beschikbaar zal zijn, is moeilijk in te schatten.
7
Rijksoverheid, belasting op aardgas.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 10
2. Onze uitgangspunten Er is in Nederland het doel gesteld om in 2050 een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening te hebben zonder aardgas. Dit betekent dat we keuzes moeten maken. Waar gaan we starten en waarom? Voor welke alternatieve warmteoplossing kiezen we? Om deze beslissingen weloverwogen te kunnen maken, benoemen we in een aantal belangrijke uitgangspunten. Op basis daarvan wordt per buurt een wijkuitvoeringsplan opgesteld. Wij, Gemeente Westland zijn regisseur van de warmtetransitie. In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. is te zien dat deze Warmtevisie Westland in 2021 wordt vastgesteld door het college en de gemeenteraad. In de Warmtevisie Westland worden een aantal verkenningsbuurten benoemd. Vanaf 2022 zullen we beginnen met toetsen van de haalbaarheid voor deze verkenningsbuurten. Blijkt daaruit dat het haalbaar is om voor 2030 een aardgasvrije warmtevoorziening te realiseren, dan wordt het besluit genomen de buurt definitief als startbuurt aan te wijzen. We nemen tijdens het opstellen van de Warmtevisie Westland en de uitvoeringsplannen zorgvuldig en gezamenlijk met betrokken besluiten. We zijn open over de afwegingen die we maken. Daarom zijn er in afstemming met het college uitgangspunten geformuleerd om deze keuzes in de warmtetransitie op te baseren. Er zijn drie soorten uitgangspunten: 1. 2. 3.
Algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie, die in het hele proces leidend zijn; Uitgangspunten voor het bepalen van de startbuurten; Uitgangspunten voor het kiezen van aardgasvrije technieken.
Figuur 3 Om keuzes te maken schrijven we een Warmtevisie Westland voor de gemeente en per buurt een uitvoeringsplan. De uitgangspunten die we in de Warmtevisie Westland bepalen, zijn steeds de basis waarop we besluiten baseren.
De verkenningsbuurten die in de Warmtevisie Westland Warmte zijn vastgesteld, betekenen nog géen verplichting voor inwoners. Blijkt uit een verkenning dat het haalbaar is om een aardgasvrije warmtevoorziening te realiseren, dan wordt het besluit genomen de buurt definitief als startbuurt aan te wijzen. Hiervoor wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin duidelijk wordt wat de haalbaarheid is en wat de kosten per huishouden zijn van een bepaald alternatief voor aardgas. In de uitgangspunten waarop de uitvoeringsplannen zijn gebaseerd zijn de belangen van inwoners sterk meegewogen, dus het is waarschijnlijk dat het plan een goed passende optie aanlevert om de overstap te maken. Op het moment dat er een helder plan ligt, kan een individuele inwoners bepalen of hij/zij hier gebruik van wil maken of niet.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 11
2.1 Doel en algemene uitgangspunten In de basis zijn er een aantal belangrijke uitgangspunten die gelden voor de warmtevoorziening en voor de gemeente Westland in het bijzonder.
Het centrale doel is dat de warmtevoorziening voor de gebouwde omgeving uiterlijk in 2050 aardgasvrij is. Hierbij zijn duurzaamheid, betrouwbaarheid, veiligheid en betaalbaarheid de randvoorwaarden.
Betaalbaar
Warmte moet gehaald of gemaakt worden uit hernieuwbare energiebronnen. Er moet worden ingezet op zekerheid en continuïteit van de warmtelevering. Duurzaam
Betrouwbaar
De kosten moeten draagbaar zijn voor alle betrokkenen overheden, netbeheerders, warmteleveranciers, gebouweigenaren, eindgebruikers. Om deze betaalbaarheid mogelijk te maken, wordt op landelijk en gemeentelijk niveau aan verschillende aspecten gewerkt. Denk aan voldoende financiën en capaciteit bij gemeenten, financieel instrumentarium om kostenneutraal of tenminste betaalbaar de energietransitie waar te maken en passende wet- en regelgeving. Specifiek voor gemeente Westland is een overzicht gemaakt van uitgangspunten die daarnaast belangrijk zijn.
Keuzevrijheid in keuze voor techniek voor inwoners en bedrijven Inzet op WarmteSysteem Westland Draagvlak en acceptatie van de warmtetransitie Toekomstbestendigheid van de oplossingen
Uitgangspunten 1 en 2 zijn enigszins strijdig maar passen tegelijkertijd ook écht in gemeente Westland. Hieronder staan de uitgangspunten verder toegelicht. Keuzevrijheid voor bewoners en bedrijven versus Inzet op WarmteSysteem Westland In een aantal interviews en ook vanuit de gemeenteraad is naar voren gekomen dat keuzevrijheid belangrijk is. Tegelijkertijd is in Westland de aanwezigheid van Warmte Systeem Westland een kans om op één systeem te focussen. Een luxe die niet in elke gemeente vanzelfsprekend is. In de keuze momenten die gaan komen is het wezenlijk om bewoners de optie te bieden om wel of juist niet aan te sluiten op WSW, als dit voor hun specifieke adres tenminste mogelijk is. In het proces moeten we daarvoor enerzijds zorgen voor heldere communicatie over de plannen van WSW en het kostenplaatje daarbij. Anderzijds zal ook informatie over andere relevante technieken beschikbaar moeten zijn voor inwoners. Als betaalbaarheid van één techniek niet onderscheidend is van een andere, willen we inwoners goed informeren om vrije keuzes te maken. Inzet op WarmteSysteem Westland De warmtevraag door tuinders is goed voor 90% van het gehele warmtevraag van gemeente Westland. Energie en bijbehorende kosten zijn voor hen een belangrijk onderdeel van de bedrijfskosten. In
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 12
gemeente Westland zijn meerdere coöperaties van tuinders gevormd. Gezamenlijk onderzoeken ze de mogelijkheid toe te groeien naar een WarmteSysteem Westland. Dit gemeente-brede warmtenet is in ontwikkeling en zal grotendeels gevoed worden met aardwarmte op hoge temperatuur (85 graden). Daarnaast zijn er serieuze plannen om WSW aan te sluiten bij het provinciale warmtenet ‘WarmtelinQ’ dat met name gevoed zal worden door restwarmte uit de Rotterdamse haven. De potentie van dit warmtesysteem is daarmee buitengewoon. Draagvlak en acceptatie Er is twijfel over de toekomstbestendigheid van de keuze om aardgasvrij te verwarmen. Het draagvlak voor duurzaamheid is niet overal groot genoeg voor grootscheepse stappen in de warmtetransitie. Om inwoners en bedrijven tóch de stap te laten maken naar een alternatief voor aardgas, moet een overtuigend alternatief warmtesysteem worden geboden: we moeten ons allemaal voorbereiden op een toekomst zonder aardgas en gaan samen en in openheid aan de slag. We maken de opgave inzichtelijk door open te zijn over de uitdagingen die er liggen en de rol die van iedereen daarbij verwacht wordt. Er zijn positieve kanten aan de warmtetransitie (zoals comfort, werkgelegenheid, schone lucht, een gemeenschappelijk doel) die meer aandacht mogen krijgen en die het draagvlak zullen vergroten.
Toekomstbestendigheid Alle gemeenten in Nederland zijn momenteel aan de slag met de uitdaging om de gebouwde omgeving aardgasvrij te verwarmen. Dit betekent dat er veel innovatie is, zowel technisch (nieuwe, goedkopere oplossingen) als qua besluitvorming (wie heeft welke rol en waar ligt eigenaarschap). In dat speelveld wordt gezocht naar oplossingen die toekomstbestendig zijn. Daarbij wordt aandacht besteed aan het al bestaande gasnet, de bestaande governance structuur hiervan en opties om het gasnet op sommige plekken duurzaam in te zetten. Bovenstaande algemene uitganspunten vormen het fundament waarop de warmtetransitie in Westland wordt gebouwd. Elke buurt is specifiek met een andere samenstelling van bewoners, gebouwen, omgeving en warmtepotentie. De benadering per buurt zal dus op maat zijn. Om de basis uitgangspunten op te stellen zijn op verschillende wijze diverse belanghebbenden betrokken. Er is werkgroep gevormd met daarin beleidsmakers van de gemeente, de woningcorporaties Wonen Wateringen, Arcade en Vestia, netbeheerder Westland Infra, energie- en afvalbedrijf HVC en ETP: energie transitiepartners.
2.2 Selectiecriteria verkenningsbuurten In de Warmtevisie Westland worden “verkenningsbuurten” aangewezen: clusters van huizen/bedrijfspanden waar we kansen zien om voor 2030 geheel of gedeeltelijk van het aardgas af te gaan. In de buurten die als verkenningsbuurt zijn aangewezen, onderzoeken we vervolgens de haalbaarheid. Daarna wordt definitief bepaald welke “startbuurten” voor 2030 van het aardgas af gaan. Om de verkenningsbuurten te selecteren zijn de onderstaande criteria opgesteld: Laaghangend fruit: Buurten die in de nabijheid liggen van een bestaande warmtebron (water, WSW, rioolzuivering) die makkelijk is te ontsluiten, kunnen makkelijker aardgasvrij worden. Door deze gebieden eerst op te pakken kunnen we meer aandacht besteden aan het participatieproces en is er minder inspanning nodig voor de relatief makkelijke weg naar de techniek. Percentage corporatiebezit: Wanneer een blok woningen één eigenaar (de corporatie) heeft, kan dit een kans zijn om zo’n blok in één keer te verduurzamen. Schaalvoordelen qua kosten maken dat dit per huis vaak goedkoper is, dan voor individuele woningeigenaren. Combinatie met andere werkzaamheden: Bijvoorbeeld de onderhoudsplanning van woningbouwcorporaties of werkzaamheden aan de openbare ruimte, kunnen een aanleiding zijn om
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 13
direct ook de energie-infrastructuur in een buurt aan te pakken. Een ander soort koppelkans is de sociale ontwikkeling van een buurt waarin wij als gemeente graag de sociale cohesie of veiligheid bijvoorbeeld willen verbeteren. Initiatief bewoners of vastgoedeigenaren: buurten waar bewoners en/of vastgoedeigenaren het voortouw nemen om aardgasvrij te worden (of open staan voor een collectieve oplossing), kunnen mogelijk vooroplopen. Wij ondersteunen dergelijke initiatieven graag. Eenvoud aanpak: Voor buurten met veel dezelfde woningen is het makkelijker een aanpak op te stellen. Hetzelfde geldt voor bedrijfsterreinen met gelijksoortige gebouwen. Is er aanwezigheid van maatschappelijk vastgoed? Dan kan dit een extra reden zijn om eerder met een buurt / bedrijventerrein aan de slag te gaan. Collectieve systemen: We beginnen in buurten waar collectieve oplossingen (warmtenetten) voor de hand liggen. Overschakelen op een collectief systeem is minder ingrijpend voor woningeigenaren dan overschakelen op een individuele oplossing. In buurten waar voor elke woning een individuele oplossing komt, zoals een warmtepomp, geven we woningeigenaren meer de tijd om hun woning aan te passen. Schaalbaarheid: Buurten waarvan de aanpak uitgerold kan worden in andere buurten hebben de voorkeur. Dit om het leereffect in de rest van de gemeente te benutten.
2.3 Criteria aardgasvrije technieken In de Warmtevisie Westland geven we per buurt aan welke aardgasvrije techniek de voorkeur heeft. Tijdens het opstellen van het wijkuitvoeringsplan bekijken we de haalbaarheid van deze techniek in meer detail. We maken de keuze voor een techniek op grond van de criteria in Figuur 4. Deze worden in bijlage 1 verder toegelicht. In de meeste gevallen zal gelden dat de meest betaalbare techniek gekozen zal worden. Als er twee technieken voor dezelfde prijs beschikbaar zijn, kan verder worden gekeken naar impact qua duurzaamheid en milieu, sociale aspecten als overlast en technologische kwaliteit. Basis uitgangspunten zoals eerder genoemd, blijven dat er een betaalbare, betrouwbaar & veilige en duurzame warmtevoorziening gekozen zal worden.
Figuur 4 Criteria waaraan een techniek wordt getoetst om te kijken of deze geschikt is om toe te passen in een bepaalde buurt.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 14
3. Uniek Westland In de gemeente Westland worden de ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie actief gevolgd. Gemeente Westland is dé glastuinbouw gemeente van Nederland. Voor tuinders is reductie van energieverbruik van vitaal belang voor hun business. Gemeente Westland ligt grotendeels onder 8 zeeniveau. Wetenschappelijke voorspellingen over vaker voorkomende extreme waterstanden en van 9 een zeespiegelstijging van 30 cm tot 110 cm tot aan het jaar 2100 zijn daarom een aandachtspunt. Vanuit deze situatie zijn er al een aantal initiatieven opgestart om energie (kosten) te besparen en om energie te verduurzamen. Zo hebben we aan de partijen HVC en Capturam (verenigd tot Energie Transitie Partners, afgekort ETP) gevraagd of zij de glastuinbouwbedrijven in het Westland wilden organiseren en nieuwe warmte initiatieven wilden initiëren. Dat is zeer goed gelukt met als resultaat dat er in samenwerking met Glastuinbouw Nederland 5 extra warmtecoöperaties zijn opgericht. Het totaal aan formele warmte gerelateerde samenwerkingsverbanden van glastuinbouwondernemers komt uit op 11. Er zijn meerdere warmtecoöperaties van tuinders die gezamenlijk een warmtenet ontwikkelen waarbij (indien mogelijk) het aansluiten van de gebouwde omgeving wordt meegenomen.
Er is een concreet plan van samenwerkingspartner ETP om deze warmtenetten aan elkaar te koppelen tot een WarmteSysteem Westland (WSW). De diverse initiatiefgroepen zijn in gesprek met elkaar om te komen van een conceptueel idee naar een daadwerkelijk functionerend warmtesysteem (Figuur 5).
Figuur 5 Schets van Warmte Systeem Westland. Wij hebben ons altijd achter het conceptuele idee geschaard. Gemeente Westland wil de belangen van haar inwoners en bedrijven zo goed mogelijk behartigen door te borgen dat: 1.
2. 8 9
de vorming van WSW Westland dekkend is waarbij de dorpen de kans krijgen om aan te takken op WSW en dat gemeente Westland in overeenstemming met de energietransitie kan verduurzamen; binnen het glastuinbouwcluster borgen dat WSW zodanig wordt aangelegd dat het gros van de
https://www.overstroomik.nl/ https://magazines.rijksoverheid.nl/knmi/knmispecials/2019/03/nu-en-in-de-toekomst
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 15
3. 4.
glastuinbouwbedrijven daarop kan aansluiten. Publieke belangen bij aanleg goed worden meegewogen (zie bijlage 1). Er een goede verbinding wordt gelegd tussen de diverse bronnen (geothermie en restwarmte).
Om dit mogelijk te kunnen maken is het nodig dat we invloed kunnen uitoefenen op de vorming van WSW infra BV. De mate van invloed (en mogelijke rollen) worden in de uitvoeringsstrategie verder uitgewerkt. De warmtebronnen voor de huidige corporaties én voor het toekomstige WSW worden gevormd door meerdere geothermieputten. De ondergrond van gemeente Westland is zeer geschikt voor de inzet van geothermie. Inmiddels zijn zeven geothermiebronnen in gebruik en leveren deze bronnen warm water op ca. 85 graden. De aandacht voor een duurzame warmtevoorziening in gemeente Westland is er niet alleen vanuit de glastuinbouwbedrijven. De uitdagingen wordt ook meer en meer zichtbaar onder de inwoners van de gemeente. Zo werd er begin 2020 een Quickscan uitgevoerd door initiatiefgroep ‘Venewijk energiek anders’ om in beeld te brengen of een collectieve warmtevoorziening in hun wijk kostenneutraal kon worden geïmplementeerd. De uitkomst hiervan is dat inzet van zonnecollectoren in combinatie met warmte-koude-opslag het meest kansrijk is. Belangrijke kanttekening was het ruimtegebrek hiervoor in de wijk. Ook was er twijfel over de financiële haalbaarheid. De corporatie blijft bestaan en staat open om 10 bij te dragen aan toekomstige duurzame ontwikkelingen . Vanuit de gemeente worden inwoners geïnformeerd over de kansen om hun huis te isoleren.
De website westlandwoontduurzaam.nl biedt hiervoor informatie aan inwoners. Ook worden op huisniveau energiescans aangeboden.
10
https://www.devenenwijk.nl/venenwijk-energiek-anders/
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 16
4. Onze mogelijkheden: duurzame warmte
Kansen
voor
In dit hoofdstuk beschrijven we de warmtevraag van de woningen en bedrijven in de gemeente. Daarbij kijken we naar de hoeveelheid warmte die in een gebied nodig is en naar de temperatuur van de warmte die wordt gevraagd. Ook geven we een doorkijk naar de toekomstige warmtevraag. Daarna kijken we naar het potentiële aanbod van duurzame warmtebronnen in Westland. Op basis van deze analyse bepalen we een passende warmtevoorziening voor de buurten en bedrijventerreinen.
4.1 Warmtevraag Huidig gasverbruik woningen & bedrijven In gemeente Westland staan in totaal ruim 45.000 woningen en bijna 8.000 bedrijfspanden ( zie Figuur 6). De gemeente bestaat uit 10 verschillende kernen en is daarnaast dichtbebouwd met kassen (niet weergegeven op de kaart). Een aanzienlijk deel (30%) van de woningen is gebouwd in de periode 19451975, slechts 10% van de woningen is vooroorlogs. Daarnaast zijn er ook veel woningen van na 1992 (35%). Woningbouwverenigingen Arcade, Vestia en Wonen Wateringen hebben een aanzienlijk deel (ca. 26%) van de woningen in bezit, zie Figuur 6. 11
Het totale aardgasverbruik in Westland in 2018 voor woningen was 1.702 TJ . Dit is slechts 5% van het 12 totale gasverbruik van de gemeente Westland: de glastuinbouw is goed voor ruim 30.000 TJ warmtevraag (2018). In deze Warmtevisie Westland ligt de nadruk op de gebouwde omgeving, dat wil zeggen alle woningen en bedrijfspanden. Glastuinbouw valt hier in principe niet onder, hiervoor loopt een apart traject. Wel is de warmtevoorziening van de glastuinbouw van groot belang voor de gebouwde omgeving, omdat er mogelijk combinaties gemaakt kunnen worden. Wanneer de plannen voor WSW worden gerealiseerd en de glastuinbouw grotendeels verwarmd wordt met een warmtenet, zouden woningen hierop ook aangesloten kunnen worden. Dit biedt kansen voor een betaalbare energietransitie. In deze Warmtevisie Westland gaan we in op de mogelijke koppelingen tussen glastuinbouw en de gebouwde omgeving (zie hoofdstuk 2, uitgangspunten). Verhoudingsgewijs wordt er door huishoudens aanzienlijk meer energie uit gas (gem. 12.500 kWh) gebruikt dan uit elektriciteit (gem. 2.765 kWh per huishouden_. Het stoppen met aardgas heeft dus ook een grote impact. Het overgrote deel van de woningen en de bedrijven is aangesloten op het aardgasnet.
In woningen wordt het aardgas hoofdzakelijk gebruikt voor ruimteverwarming (75%), een kleiner deel wordt gebruikt voor warm water (20%) en slechts 5% van het gas wordt gebruikt om te koken. Bij bedrijven hangt het aardgasverbruik sterk af van het type bedrijf. Zo wordt in kassen aardgas gebruikt om de temperatuur constant te houden en om elektriciteit te produceren.
3
11 Bron: Klimaatmonitor, 2018. TJ = terajoule, dit komt overeen met 31.600 m aardgas. 12 Bron: Klimaatmonitor. Het verbruik van de totale sector landbouw, bosbouw, visserij was in 2018 en 2019 32.371 TJ en 32.254 TJ respectievelijk.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 17
Figuur 6 overzicht bouwjaren woningen gemeente Westland. Woningbouwbezit is gearceerd weergegeven.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 18
Toekomstige warmtevraag woningen & bedrijven Energiebesparing in de woning 3 Een gemiddeld Nederlands huishouden gebruikte in 2018 in een jaar 2765 kWh elektriciteit en 1270 m 13 aardgas . Hiervoor betaalt een huishouden algauw 1650 euro per jaar, wat door hogere belastingen in 14 de komende jaren naar verwachting snel stijgt . Voor woningeigenaren zijn er verschillende goede redenen om energie te gaan besparen. Zo kun je hiermee de energierekening aanzienlijk verlagen. Daarnaast zorgt een lager energiegebruik direct voor minder CO2-uitstoot en dus minder milieu-impact. Als laatste, maar zeker niet onbelangrijk: een goed geïsoleerde woning is comfortabel en heeft een prettig binnenklimaat. 15
Sinds 2015 heeft vrijwel elk pand in Nederland een voorlopig energielabel . Het energielabel zegt iets over de isolatie, de warmtevraag en eigen opwek van het pand. In Figuur 7 is de verdeling van energielabels van de woningen in gemeente Westland te zien. De verwachting is dat in de komende periode woningeigenaren met isolatie aan de slag gaan (zie kader), waardoor de energielabels verbeteren en de warmtevraag lager wordt. Voor woningcorporaties en kantoorpandeigenaren gelden strenge isolatie-eisen: deze panden zullen, waar nodig, in de komende jaren grondig aangepakt worden. Ook voor andere bedrijfspanden is de verwachting dat er veel ingezet gaat worden op isolatie. In deze Warmtevisie Westland zoeken we naar het optimale pakket aan energiemaatregelen, dat wil zeggen een combinatie van vermindering van de warmtevraag en de verduurzaming van de warmtelevering in infrastructuur en warmtebronnen. Minder energie gebruiken is vaak de eerste en belangrijkste stap. Maar niet elke woning heeft dezelfde isolatiemogelijkheden.
6% 22%
G
8% 7% 11%
F E D C
15%
B 31%
A
Figuur 7 Energielabels in gemeente Westland. Van deze labels is 40% definitief, 49% voorlopig en 11% ingeschat op basis van bouwjaar. Om een inschatting te maken van de verwachte energiebesparing van woningen tot 2050 is een analyse gemaakt die rekening houdt met de woningvoorraad in Westland (bouwjaar, energielabel, oppervlakte van de woningen). De labelstappen die gezet kunnen worden zijn ingeschat, waarbij economisch rendabele isolatie het uitgangspunt is (zie Tabel 1). De tabel kan gezien worden als een landelijke trend. Lokaal kunnen er (grote) afwijkingen zijn van deze trend, door bijvoorbeeld renovaties van de woningbouwcorporaties.
13
Bron:
https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/snel-besparen/grip-op-je-energierekening/gemiddeld-
energieverbruik/ 14 Bron: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/snel-besparen/grip-op-je-energierekening/energierekening/ 15 Een deel van de huizen heeft inmiddels een ‘afgemeld’ definitief energielabel. Kanttekening bij de energielabels is dat een huis met zonnepanelen een beter energielabel krijgt toegekend terwijl dit geen verbetering van de isolatiewaarde van de woning oplevert. Naast energielabels zijn daarom ook de bouwjaren van de gebouwen in onze gemeente meegenomen in de analyse.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 19
Voor Westland leidt dit model tot een totale besparingspotentie tot aan 2050 van circa 21% van de warmtevraag voor de woningen. De verwachte warmtevraag in 2050 wordt daarmee 1.3401.430 TJ/jaar (tegenover 1.700 TJ/jaar in 2018) voor de huidige ca. 45.800 woningen. Voor utiliteitsbouw was de warmtevraag in 2018 720 TJ. Een voorspelling van de warmtevraag in 2050 wordt vanwege de hoge onnauwkeurigheid niet gemaakt. De warmtevraag van nieuwbouw is hierin niet meegenomen.
Tabel 1 Voorspelde (economisch rendabele) labelstappen en warmteprofielen. Voor de woningen in Westland is zoveel mogelijk uitgegaan van de energielabels (bron: RVO). Voor de woningen waar geen energielabel bekend was (ca. 5%), is een classificatie gemaakt op basis van bouwjaar. De verschillende energielabel/bouwjaarklassen zijn gelinkt aan een bepaalde warmtevraag (kentallen, bron: Greenvis). De mogelijke besparing is berekend door de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken. Voor gebruikte kentallen, zie bijlage X.
Tabel 2 Voorspelde warmteprofielen bedrijven in 2050 (exclusief industrie en glastuinbouw). Omdat voor kantoorpanden strengere wetgeving geldt, is de verwachting dat veel oudere kantoren grondig gerenoveerd (of nieuw gebouwd) gaan worden. Voor de gerenoveerde panden uit die periode zal een lage temperatuur verwarming voldoende zijn. Daardoor is een groot deel van de kantoorpanden in de toekomst geschikt voor lage temperatuur verwarming. Industriepanden zijn niet meegenomen, omdat de warmtevraag sterk afhangt van de precieze functie. Een voorspelling is hierbij niet zinvol.
Temperatuurniveau Naast de vraag hoevéél warmte er nodig is per buurt of woning, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. Dit noemen we het warmteprofiel. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgifte-temperatuur) moet passen bij de isolatiegraad van de woningen en het type radiator (en andere installaties). Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgifte-temperatuur kan zijn (zie onderste rij in Tabel 1 en Tabel 2). We onderscheiden drie categorieën voor woningen. Bedrijfspanden vormen een aparte categorie.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 20
•
Slecht geïsoleerde woningen, energielabel G of F of bouwjaar voor 1940 Deze woningen hebben een beperkt aantal betaalbare isolatiemogelijkheden. Dit komt doordat er vaak geen spouwmuur aanwezig is en een deel van de woningen een beschermd aangezicht of monumentenstatus heeft. Als we er vanuit gaan dat alleen economisch rendabele isolatiemaatregelen worden uitgevoerd, blijft de verbetering van het energielabel steken op label D of C. Hierdoor is ook in de toekomst waarschijnlijk een warmtevoorziening met hoge temperatuur nodig in deze woningen (circa 70°C). De aardgasvrije technieken die deze hoge temperatuur warmteafgifte met een redelijk rendement kunnen leveren zijn biomassa, groen gas (waterstof en biogas) en een hoge temperatuur warmtenet. Ook zijn er hoge temperatuur warmtepompen met een redelijk rendement.
•
Woningen met gemiddeld isolatieniveau, energielabel B t/m E of bouwjaar tussen 1940 en 2005 Deze woningen kunnen na isolatie goed verwarmd worden met een afgifte-temperatuur van 55 tot 70°C: midden-temperatuur. Geschikte aardgasvrije technieken zijn warmtenetten met een midden-temperatuurbron, warmtenetten met lage-temperatuurbron en booster op woningniveau of warmtepompen.
•
Goed geïsoleerde woningen, energielabel A of beter, of bouwjaar na 2005 Deze woningen kunnen meestal zonder verdere isolatie verwarmd worden op lage temperatuur (<55°C). Er is dan vaak wel een aanpassing aan de radiatoren nodig en soms aan het ventilatiesysteem. Daarna kunnen deze woningen verwarmd worden met vrijwel elke duurzame warmtevoorziening.
•
Bedrijfspanden Voor bedrijven geldt een aantal specifieke zaken voor ruimteverwarming. Voor grotere utiliteitsbouw gelden vanaf 2023 strengere isolatie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist 2 voor grotere kantoren (>100 m ). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. De verwachting is dat kantoren in de toekomst allemaal geschikt zullen zijn voor lagere of middelhoge temperatuur warmte (zie Tabel 2). Afhankelijk van de bouwjaren en isolatiegraad kunnen andere bedrijfsgebouwen in de toekomst ook op lagere temperatuur verwarming overstappen. Een extra complicerende factor bij bedrijfspanden is dat de warmtevraag sterk afhangt van de functie van een gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Daarom zal voor bedrijfspanden een specifieke inventarisatie nodig zijn om na te gaan welke warmtevoorziening volstaat. Industriepanden gebruiken afhankelijk van de precieze functie ook warmte in processen. Hiervoor is vaak zeer hoge temperatuur warmte nodig. Deze panden zijn in de warmteprofielen niet meegenomen. Voor utiliteit (behalve kantoren) is dezelfde aanname in afgiftetemperatuur aangehouden als voor woningen (zie tabel 1), waarbij we opmerken dat dit voor bedrijfspanden af kan wijken.
In Figuur 8 is voor clusters woningen, kantoren en overige utiliteit weergegeven welke afgiftetemperatuur op termijn realistisch is. Hierbij is rekening gehouden met energielabels of bouwjaren van de gebouwen, en het bijbehorende besparingspotentieel. Er is aangenomen dat de woningen eerst worden geïsoleerd, volgens de labelstappen uit tabel 1 en 2. Voor de verschillende dorpen in gemeente Westland is in de warmteprofielen een vergelijkbaar beeld te zien: in het centrum en langs uitvalswegen liggen oude, monumentale panden die een hogere temperatuur warmtevoorziening nodig blijven hebben. Het grootste gedeelte van de woningen kan met een midden of lage temperatuur verwarmd worden. Nieuwbouwgebieden, met name aan de randen van de dorpen zijn geschikt voor lage temperatuur warmte. Overigens ligt de techniek die gekozen wordt voor de warmtevoorziening hiermee nog niet vast: voor elke temperatuurrange bestaan diverse individuele oplossingen (per woning) of collectieve (met een warmtenet). Verderop wordt ingegaan op hoe de warmtevoorziening van bedrijventerreinen en woningen op elkaar afgestemd kan worden.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 21
Figuur 8 Warmteprofielen van woningen en bedrijfspanden in gemeente Westland
Concentratie van de warmtevraag Hoe de warmtevraag over de gemeente verdeeld is, is van groot belang voor de mogelijke alternatieven voor aardgas. Gebieden met een geconcentreerde warmtevraag (veel panden bij elkaar of panden met een hoge warmtevraag) zijn eerder geschikt voor de aanleg van een warmtenet. In de huidige markt geldt dat vanaf een warmtedichtheid van ongeveer 1.000 GJ/ha een collectieve oplossing rendabel wordt. Tussen 500 en 1.000 GJ/ha hangt de financiële haalbaarheid meer af van de omstandigheden; het
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 22
type warmtebron, de afstand tussen de woningen en de warmtebron en de gewenste afgiftetemperatuur zijn allemaal factoren die invloed hebben. Bij een lage warmtedichtheid liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, eerder voor de hand. Voor Westland is de verdeling van de toekomstige warmtevraag van woningen zichtbaar gemaakt in Figuur 9. We zien dat veel van de dorpskernen een voldoende hoge concentratie van warmtevraag hebben voor een warmtenet. In Figuur 9 is alleen de toekomstige warmtevraagdichtheid van woningen weergegeven, bedrijven en glastuinbouw zijn hierbij niet meegenomen. Wel is het bestaande warmtenet te zien, waar nu delen van de glastuinbouw mee verwarmd worden. Hoe dichter deze leidingen langs gebieden met een hoge concentratie van de warmtevraag lopen, hoe rendabeler woningen hierop aangesloten kunnen worden. Ook de geplande uitbreidingen van het Warmtesysteem Westland zijn in Figuur 9 gevisualiseerd. In de definitieve plannen voor de uitbreiding kan de warmtevraag voor de woningen meegenomen worden. Of een warmtenet uiteindelijk de beste oplossing is, hangt van meer zaken af, bijvoorbeeld ook de aanwezigheid van warmtebronnen, en uiteraard de voorkeur van bewoners.
Figuur 9 De verwachte toekomstige warmtedichtheid in gemeente Westland. De warmtedichtheid is gebaseerd op de warmtevraag die over blijft na besparingsmaatregelen zoals in Tabel 1. Vanaf 1000 GJ/ha én een totale warmtevraag van 2000 GJ is er een goede kans op een rendabele business case voor een warmtenet. Het huidige warmtenet en de geplande uitbreidingen zijn ook weergegeven op de kaart.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 23
Ook voor bedrijfspanden is geïnventariseerd wat de warmtevraag in GJ/Ha is. Hierbij is alleen het huidige verbruik met redelijke nauwkeurigheid in beeld te brengen. Het toekomstige verbruik is, vanwege de grote diversiteit aan warmtevraag bij bedrijven, moeilijk in te schatten.
Figuur 10 Huidige warmtedichtheid van utiliteitspanden in gemeente Westland. Vanwege het diverse gebruik van bedrijfspanden (in vergelijking met woonhuizen) is een toekomstige warmtedichtheid nog niet in kaart te brengen.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 24
4.2 Warmtebronnen 16
De volgende stap is om te kijken welke warmtebronnen beschikbaar zijn binnen onze gemeente en 17 welke lokale bronnen voor de hand liggen om te gebruiken . In dit hoofdstuk benoemen we welke warmtebronnen in Westland beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. Warmtebronnen die niet of beperkt aanwezig zijn in Westland, zijn toegelicht in bijlage 6. Hier worden ook technieken benoemd die wellicht op de langere termijn beschikbaar komen, maar vooralsnog onzeker zijn wat betreft de schaalgrootte en prijsstelling. De verwachting is dat er ruim voldoende duurzame warmtebronnen zijn in de gemeente om de overstap van aardgas naar een duurzaam alternatief te maken. Ter vergelijking: de totale, verwachte warmtevraag van woningen in 2050 is 1.340-1.430 TJ De huidige warmtevraag van utiliteitspanden in ca 700 TJ.
Aardwarmte
(ondiep en diep)
Beschikbaarheid
30 – circa 100 °C 30 – circa 70 °C Collectief Grootschalig onderzoek, toepassing innovatief Constant over het jaar
Potentie
Hoog
Brontemperatuur Aflevertemperatuur Schaalgrootte Techniek
Bodemenergie & warmtekoude opslag (WKO)
Brontemperatuur Aflevertemperatuur Schaalgrootte Techniek Beschikbaarheid Potentie
12 - 20°C Na opwaarderen circa 55°C Collectief (WKO) Individueel (bodemlus) Bewezen Constant (koude in zomer, warmte in winter) Hoog
Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde, vanaf 500 m tot 1 km (ondiep, tot 50 °C).) en van 1 tot 4 km diep of zelfs tot 7 km diep (diep/ultradiep, tot meer dan 100°C). Ultradiepe geothermie >4 km is in Nederland nog niet toegepast. In Westland is de bodem geschikt voor het winnen van warmte met aardwarmte. Voor het verwarmen van de kassen wordt nu ook al gebruik gemaakt van diepe geothermie (Warmte Systeem Westland (WSW)). Er liggen al plannen voor in totaal 8.300 TJ warmte voor gebruik in de glastuinbouw.
Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan zowel open als gesloten WKO systemen. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300 m diep (ca. 15°C). Om de bodem in balans te houden, dient bij een open bron het overschot aan warmte dat in de winter aan de bodem onttrokken wordt in de zomer weer toegevoegd te worden. Dit heet regeneratie van de bron. WKO is daarom in te zetten in combinatie met andere technieken, zoals zonnewarmte, extra koeling van gebouwen, dry-coolers of thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). In een groot deel van Westland is de inzet van bodemenergie mogelijk. De exacte
16 Voor een uitgebreide beschrijving van elke warmtebron inclusief de voor- en nadelen van de inzet ervan, verwijzen we naar het Expertise Centrum Warmte (ECW): https://expertisecentrumwarmte.nl/kennis/factsheets_overzicht/techniekfactsheets+energiebronnen/default.aspx 17 Voor toelichting bij de berekening van de potentie van warmtebronnen, zie bijlage X.
DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 25
potentie is lastig in te schatten, omdat bodemenergie op sommige plaatsen (bijvoorbeeld in een historisch centrum) lastig in te passen is of omdat de afstand tot de gebouwen te groot is.
Warmtetransportnet Zuid-Holland (restwarmte Rotterdamse Haven)
Beschikbaarheid
Ca. 70 – 100°C Ca. 70 - 90°C Collectief Bewezen, ontwerp voor uitbreiding in de maak Afhankelijk van bedrijven
Potentie
Onbekend
Brontemperatuur Aflevertemperatuur Schaalgrootte Techniek
Biomassa (houtachtig) en biogas
Brontemperatuur Aflevertemperatuur Schaalgrootte Techniek Beschikbaarheid Potentie
Ca. 70 - 90°C Collectief
Constant, toekomstige potentie onduidelijk Laag. Ca. 140 TJ/jaar
Luchtwarmtepompen
Brontemperatuur 18
Ca. 0 – 25°C (buitentemp.)
Bij industriële processen blijft soms warmte over, die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden. In de Rotterdamse haven is veel restwarmte beschikbaar van hoge(re) temperatuur. Er komt mogelijk een warmtenet door provincie Zuid-Holland (Warmtelinq) dat woningen en bedrijven van warmte voorziet. Vanuit de provincie wordt gewerkt aan een ontwerp voor uitbreiding van dit net. Voor gemeente Westland biedt dit ook mogelijkheden. Onderzoek hiernaar loopt.
Biomassa is de verzamelnaam voor diverse soorten organisch materiaal, zoals voedselresten, snoeihout, meststromen en productiebossen. Er zijn vele vormen van biomassa, maar de inzet van biomassa voor het verwarmen van woningen zal naar verwachting gering blijven. Biomassa kan mee gestookt worden in grote energiecentrales en op kleinere schaal ingezet worden met pelletkachels. De potentie voor de productie van warmte uit biomassa op het grondgebied van Westland is geschat op 70 TJ/jaar. Biogas wordt geproduceerd door organisch materiaal te vergisten. Verschillende vormen van biomassa kunnen als grondstof dienen voor het produceren van biogas, waaronder vloeibare mest, GFT-afval en de bio restfractie van akkerbouw en grasland. De beschikbaarheid van deze reststromen op het grondgebied van Westland is genoeg voor circa 70 TJ/jaar warmte uit groen gas. Daarnaast wordt er ca 140 TJ aan biogas (opgewerkt tot groen) afkomstig van afvalwaterzuivering Harnaschpolder ingevoegd 18 in het gasnet van Westland Infra . Luchtwarmtepompen onttrekken warmte aan de buitenlucht om de woning te verwarmen, en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan