CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

2.12c) Westlandse Energie Opgave (19-0266745)

Gemeenteraad 16 februari 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de lijst ingekomen stukken (LIS)16.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

CONTEXT ^ STAND VAN ZAKEN AMBITIE •OPGAVE ^ KNELPUNTEN SUCCESFACTOREN

GEMEENTE WESTLAND

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE7!» DEEL 1

STRATEGIE

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE DEEL 1

GEMEENTE WESTLAND

Oktober 2019

VOORWOORD Westland heeft de Nederlandse energietransitie iets te bieden. Het is voorloper op sommige terreinen van duurzame energievoorziening, bijvoorbeeld met aardwarmte. Overschakelen naar duurzame energiebronnen is niet nieuw voor Westland. De kennis en het aangeboorde warmtepotentieel kunnen we snel benutten. Dit geldt zowel voor de grootste economische sector, de tuinbouw, als voor bewoners en bedrijven die op een warmtenet kunnen aansluiten. De omslag naar een schone, duurzame en betaalbare energievoorziening kan zo voor Westland een (economische) kans betekenen. Omdat omschakelen naar een energieneutrale samenleving veelomvattend en complex is, willen we bewoners en bedrijven volop betrekken bij de keuzes die de gemeente maakt, zodat het draagvlak hiervoor groter is en mensen die wonen en werken in Westland zelf bijdragen aan de omslag. Dat is de reden dat we voorafgaand aan de samenstelling van de Westlandse Energie Opgave (WEO) verschillende stakeholdergroepen hebben gevraagd naar hun visie op de opgave, knelpunten en de rol die zij zien voor de gemeente. Deze visies hebben we verwerkt in de WEO. Er zijn veel aspecten die actieve sturing noodzakelijk maken, van de stijgende gasprijs tot het risico van inefficiënte oplossingen. De gemeente heeft als

“Westland is voorloper

lokale belangenbehartiger, lokale

in aardwarmte”

wetgever, beheerder van de ruimte en vergunningverlener de taak duidelijkheid te creëren voor haar inwoners, ondernemers en mogelijke investeerders. Duidelijkheid wil niet zeggen dat een

eenmaal ingeslagen weg in de gemeentelijke strategie star gevolgd wordt. Al naar gelang de ontwikkelingen in de markt, innovaties en de bevoegdheden / taken / instrumentarium vanuit het Rijk, zal gemeente Westland regelmatig haar strategie en aanpak moeten herijken. Duidelijkheid wil wel zeggen dat de gemeente in een zo vroeg mogelijk stadium veelvuldig, betrouwbare informatie verstrekt en bewoners en ondernemers van het begin af aan meeneemt in nieuw beleid. Voor de korte termijn heeft het college ervoor gekozen de inzet van de gemeente op het gebied van energietransitie toe te spitsen op het ruimtelijk faciliteren van de glastuinbouw. Voor de glastuinbouwsector, de belangrijkste economische drijver binnen de gemeente, kijkt het college naar mogelijkheden om versnelling te faciliteren. Het voortbestaan van de glastuinbouw is cruciaal voor de welvaart en het welzijn van de gemeente. Bovendien neemt deze sector zelf de verantwoordelijkheid om te verduurzamen. Behalve deze inzet en de uitvoering van de wettelijke taken kiest gemeente Westland ervoor om op korte termijn geen grote uitgaven en investeringen te doen voor energietransitie. Er zijn nog te veel onduidelijkheden in de huidige fase van de energietransitie. De rollen van gemeenten en andere partijen zijn nog niet uitgekristalliseerd.

Ook is er nog geen zekerheid over de vergoedingen die samenhangen met nieuwe rollen van gemeenten. De gemeente acht het op dit moment daarom niet wenselijk om zelf risicovolle investeringen te doen of door bewoners en bedrijven in Westland te laten doen.

De komende jaren wordt duidelijker welke rol en financiering samenhangt met de eisen die het Rijk op het gebied van energietransitie aan de gemeenten stelt. Het is dus nodig om telkens nieuwe keuzes te maken in de activiteiten, waarin we de rijksbijdrage én (nieuwe) wettelijke verplichtingen voor de gemeente laten meewegen.

Pieter Varekamp Wethouder

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

INHOUD SAMENVATTING 9 1

INLEIDING 15 1.1

WAT IS DE WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE? 17

1.2

WAAROM EEN WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE? 17 1.2.1 Toenemende beleidsdruk 17 1.2.2

2

Nieuwe context 18

1.2.3

Beperkte autonomie 19

1.2.4

Samenwerking met stakeholders 19

1.2.5

Handelingsperspectief 19

WAAR STAAN WE: CONTEXT 21 2.1

MONDIAAL KLIMAATAKKOORD NATIONAAL VERTAALD 23

2.2

OVERIGE NATIONALE KLIMAATREGELGEVING 23 2.2.1 Einde gaswinning 23 2.2.2

Alle nieuwbouw aardgasvrij (Wet VET) 23

2.2.3

Verplicht investeren in energiebesparing

2.2.4

Aardgasvrije wijken (Warmtevisie) 24

(Activiteitenbesluit milieubeheer) 24 2.3

3

4

NATIONAAL KLIMAATAKKOORD REGIONAAL VERTAALD 24 2.3.1 Regionale Energiestrategie 24

WAAR STAAN WE: NULMETING 27 3.1

ENERGIEGEBRUIK 29

3.2

CO2-UITSTOOT 30

3.3

DUURZAME ENERGIEPRODUCTIE 30

3.4

DOORKIJK NAAR 2020 31

WAAR WILLEN WE HEEN: OPGAVE EN UITGANGSPUNTEN 33 4.1

4.2

STAKEHOLDERSANALYSE GEBOUWDE OMGEVING 35 4.1.1 Stakeholders 35 4.1.2

Positie 35

4.1.3

Opgave 36

4.1.4

Knelpunten en uitgangspunten 37

4.1.5

Succesfactoren 38

4.1.6

Rol gemeente 40

STAKEHOLDERSANALYSE GLASTUINBOUW 40 4.2.1 Stakeholders 40 4.2.2

Positie 40

4.2.3

Opgave 41

4.2.4

Knelpunten en uitgangspunten 42

4.2.5

Succesfactoren 42

4.2.6

Rollen stakeholders en gemeente 43

7

8

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

4.3

4.4

4.5

5

STAKEHOLDERSANALYSE BEDRIJVENTERREINEN 43 4.3.1 Stakeholders 43 4.3.2

Positie 44

4.3.3

Opgave 45

4.3.4

Succesfactoren 45

4.3.5

Knelpunten en uitgangspunten 47

4.3.6

Rol gemeente 47

ANALYSE MOBILITEIT 48 4.4.1

Stakeholders 50

4.4.2

Opgave 50

4.4.3

Rol gemeente 50

ANALYSE INTERN 50 4.5.1

Stakeholders 50

4.5.2 4.5.3

Opgave 50 Knelpunten en uitgangspunten 51

4.5.4

Rol gemeente 51

WAAR WILLEN WE HEEN: DOEL EN STRATEGIE 55 5.1

DOELEN 55 5.1.1 Betekenis nationale doel voor Westland 55 5.1.2

5.2

Gemeentelijk doel Westland 55

STRATEGIE 55 5.2.1

Strategische aanpak korte termijn 55

5.2.2

Strategische aanpak langere termijn 58

BIJLAGEN 59 BIJLAGE 1. SCENARIO’S 61 BIJLAGE 2. AFKORTINGEN 67 BIJLAGE 3. DEFINITIES 68

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

SAMENVATTING Waarom een Westlandse Energie Opgave? Sinds het Klimaatakkoord van Parijs (2015) is de kernvraag niet langer of de energietransitie nodig is, maar hoe deze gestalte krijgt (wie capaciteit mobiliseert voor de uitvoering en welke ruimtelijke kwaliteit we willen borgen). Energie- en klimaatambities kunnen geen vrijblijvend karakter meer hebben, anders worden de gestelde doelen niet gehaald. Een energieneutrale gemeente creëren, biedt Westland kansen. De gezonde leefomgeving en de innovaties en nieuwe economische activiteiten die met zo'n kentering gepaard gaan, dragen bij aan economische groei en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Westland heeft de eerste stappen gezet: de gemeente is koploper in aardwarmte en de eerste woningen zijn aardgasvrij. Een complete energietransitie is echter een omvangrijke opgave en beslist een uitdaging. Vast staat dat ook voor de gemeente Westland een herijking van het beleid wenselijk is. Gezien de reële verwachting dat verplichtingen de kant van de gemeente op komen, kijkend naar de kansen die de energietransitie schept en vanwege het betere langetermijnperspectief is het goed om op onze nieuwe rol voor te sorteren. De gemeente kan hiermee een goede basis realiseren en we kunnen zo sturen op het grootst mogelijke maatschappelijk nut (en lage maatschappelijke kosten op langere termijn).

Voor de lokale energietransitie kan de gemeente slechts ten dele autonoom beleid ontwikkelen en uitvoeren. Intensieve samenwerking met maatschappelijke partners, burgers en marktpartijen is essentieel voor een versnelling van de lokale energietransitie en zorgt voor een efficiënter en effectiever verloop. Het handelingsperspectief van de gemeente ligt bij de lokale strategie, inzet van middelen, benoemen prioriteiten en fasering, om stakeholders te bewegen om de energietransitie vorm te geven. De uitgangspunten, visie, ambitie en strategie van de gemeente staan in deze ‘Westlandse Energie Opgave'. In najaar 2019 volgen de benodigde activiteiten, taakverdeling, planning en begroting in ‘Uitvoeringsprogramma Westlandse Energie Opgave'. Met beide delen bieden we als gemeente een overzicht van wat we samen met onze stakeholders voorzien en wat er moet gebeuren om de energietransitie te laten slagen.

(Inter)nationale context De regering wil de uitstoot van CO2 in 2030 met 49 procent verminderen ten opzichte van 1990. In 2050 moet de CO2-uitstoot minimaal 95 procent minder zijn. Nederland moet in 2050 aardgasvrij zijn. In 2022 stopt de gaswinning in Groningen. Nieuw te bouwen woningen krijgen nu al geen aardgasaansluiting meer. Gemeenten moeten in 2021 een plan klaar hebben met een planning voor de volgorde en het tempo waarin wijken aardgasvrij gaan worden: de Warmtevisie (formeel Transitievisie Warmte). Gemeenten geven in deze visie per wijk aan wat volgens hen het beste alternatief voor aardgas is.

9

10

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

Het Klimaatakkoord verplicht elke gemeente (een bijdrage aan) een Regionale Energiestrategie (RES) te leveren. Veel nationale afspraken worden uitgewerkt via de RES. Het bevat onder meer keuzes voor de toekomstige regionale energiehuishouding. Inmiddels hebben de regiogemeenten gezamenlijk een eerste concept voor de basisRES laten opstellen. Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen (inrichtingen) om energiebesparende maatregelen te treffen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Voor de uitvoering van deze wetten en plannen kijkt het Rijk onder meer naar de gemeenten. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voert hierover overleg met het Rijk. De VNG bedingt onder meer tijd, bevoegdheden en geld om ervoor te zorgen dat gemeenten de energietransitie in goede banen kunnen leiden.

Stand van zaken Westland Het energiegebruik binnen gemeente Westland bedroeg in 2015 ruim 39.000 TJ. De duurzame energieproductie bedroeg in hetzelfde jaar 751 TJ (2 procent). Door toepassing van aardwarmte en energiebesparing in de tuinbouwsector en gebouwde omgeving zal in 2020 de duurzame energieproductie ongeveer 11 procent van het totale energiegebruik bedragen. Het energiegebruik is tussen 2010 en 2015 met ongeveer 16 procent afgenomen. Deze daling vond voornamelijk plaats in de tuinbouwsector. Ook het energiegebruik in woningen is gedaald ten opzichte van 2010.

Energie­ gebruik in Westland per sector (2016).

716 TJ 823 TJ 2.043 TJ 3.796 TJ 32.393 TJ

Industrie, Energie, Afval en Water Hernieuwbare warmte Verkeer en vervoer Gebouwde omgeving Landbouw, bosbouw en visserij

Elektriciteitsgebruik veroorzaakt een relatief grotere CO2-uitstoot dan gebruik van aardgas en warmte. Doordat in Westland vooral bespaard is op het gebruik van aardgas is de reductie van de CO2-uitstoot in verhouding lager dan de energiebesparing.

CO2-uitstoot in Westland per sector (2015).

Woningen B Commerciële dienstverlening Publieke dienstverlening Industrie en Energie l Landbouw, bosbouw en visserij Verkeer en vervoer B Warmte (hernieuwbaar) 0

500

1.000

1.500

kton CO2

2.000

2.500

B Warmte B Transportbrandstof B Elektriciteit B Gas

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

In 2010 waren er in de gemeente slechts 97 installaties voor de productie van zonnestroom. In 2015 is dit gestegen naar bijna 1.800. De totale productie van zonnestroom is gestegen van 1 TJ in 2010 naar 25 TJ in 2015.

Stakeholdersanalyse Als voorbereiding op de WEO heeft de gemeente in 2018 en 2019 samen met de belangrijkste stakeholders de uitgangspunten en opgaven geïnventariseerd voor de aanpak van de energietransitie in Westland. De terreinen waarop met stakeholders een inventarisatie is gemaakt, zijn de gebouwde omgeving, glastuinbouw, bedrijventerreinen, mobiliteit en de gemeente zelf. Uit deze stakeholdersanalyses komen een aantal uitgangspunten. Gebouwde omgeving: n Woningcorporaties Westland hebben geen voortrekkersrol. n Woningcorporaties focussen op isolatie (2020 gemiddeld label B). n Er is draagvlak voor energiemaatregelen, maar bewoners / VvE's wachten voorlopig

op nationale regelgeving / gemeentelijk handelen. n Gebruikmaken van koppelkansen (onder andere bij eigen onderhoud) biedt

efficiencyvoordelen. Glastuinbouw: n In 2040 is de glastuinbouw energieneutraal (ambitie Tuinbouwakkoord (14 maart 2019)). n Focus ligt op transitie van gas naar warmte (geothermie + restwarmte). n De sector gaat door met energiebesparingen (Kas als Energiebron). n De sector gaat door met elektrificatie en vergroening van de elektriciteitsvoorziening

(zon). Bedrijventerreinen: n In 2025: 25 procent CO2-besparing (VNO-NCW + Agrologistiek Cluster), door: - Gebouwgebonden maatregelen. - Energie-opwekking en uitwisseling (zonnepanelen). - Duurzame warmte op basis van koppelkansen. Mobiliteit: n Ambitie MRDH: CO2-uitstoot van verkeer in 2025 met 30 procent verminderd vergeleken met 1990. n Westland sluit aan bij de regionale mobiliteitsvisie MRDH. n Het mobiliteitsplan Westland is gereed in de tweede helft van 2019.

Eigen gebouwen: n In 2023 moeten alle utiliteitsgebouwen minimaal energielabel C hebben. n Verduurzamingsmaatregelen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar. n De gemeente zal moeten kiezen voor een versnelling van de verduurzaming.

11

12

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

Ook komt uit de analyses naar voren wat stakeholders verwachten van de gemeente. Gebouwde omgeving: b

Actieve communicatie en betrokkenheid: - Versnelling warmtekaarten (t.b.v. alternatieven) - Loket

b

(Toegang tot) financieel instrumentarium.

b

Ondersteuning burgerinitiatieven.

Glastuinbouw: b

Ondersteuning Warmtesysteem Westland (WSW) door regierol (regionaal aanspreekpunt, ambassadeur, lobby).

b

Instrumentarium voor ruimtelijke inpassing tracés, boorlocaties etc. (vergunningen).

b

Koppelkansen ondergrond (betaalbaarheid).

b

(Toegang tot) financieel instrumentarium.

b

Smartgridtoepassingen (regelgeving).

b

Onafhankelijk, professioneel netbeheerder WSW.

Bedrijventerreinen: b

Voorlichting en advisering (expert, loket) over: - Erkende maatregelen verduurzaming - Subsidies - Best practices / innovaties

b

Regelgeving / lobby voor: - Levering elektra aan net - Inzet smart grids - Experimenteerruimte

Gemeentelijke organisatie: b b

Benutten koppelkansen (betere betaalbaarheid, minder overlast). Kennis beleid/kansen binnen vakgebieden: - Bewustwording / informatie-uitwisseling - Verduurzaming in elke opdracht - Toegang tot externe financiering

b

Lobby / public affairs

b

(Regionale) samenwerking

Doel energietransitie Westland Het college en de raad van gemeente Westland hebben in december 2018 de ambitie uitgesproken in 2040 energieneutraal te willen zijn. Dat wil zeggen dat dan binnen de gemeentelijke grenzen net zoveel energie duurzaam wordt opgewekt als wordt gebruikt. Tijdens het opstellen van de Westlandse Energie Opgave is echter gebleken hoe groot de financiële en ruimtelijke consequenties van de ambitie zijn. Het college ziet energieneutraal zijn in 2040 inmiddels niet als haalbaar en kiest daarom voor de korte termijn ervoor om de ambities als volgt te formuleren:

Voor de energietransitie heeft gemeente Westland tot en met 2020 als doel om te werken binnen de kaders die het Rijk stelt en daarbij de belangen te behartigen van de stakeholders. De gemeente zet lokaal in op een verantwoord beleid, waarbij de voornaamste focus ligt op het faciliteren van initiatieven uit de glastuinbouw.

13

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

Strategie Westland Op basis van de stakeholdersanalyses heeft de gemeente een aantal theoretische strategische scenario's geschetst (zie bijlage 1). Het college heeft voor de korte termijn een werkbaar scenario vastgesteld, waarbij de voornaamste focus ligt op het faciliteren van initiatieven uit de glastuinbouw. Het Rijk scherpt de rol van de gemeenten in de totale energietransitie verder aan, in samenspraak met de VNG. De nieuwe rol die gemeenten krijgen, zal gepaard moeten gaan met de benodigde bevoegdheden en uitvoeringscapaciteit. Op basis van de veranderende rol, kan de inzet van gemeente Westland op de langere termijn veranderen. Gevolg van deze strategische keuze is dat de gemeente in 2020 voldoet aan de wettelijke minimumeisen en daarnaast initiatieven uit het tuinbouwbedrijfsleven op verzoek ondersteunt. De gemeente werkt samen met partijen die van belang zijn voor het realiseren van grotere maatschappelijke projecten, op uitnodiging van de initiatiefnemer(s) en met focus op de ruimtelijke inpassing en veiligheid. Dat geldt ook voor samenwerking in de regio, met de provincie en in de Greenports. In het uitvoeringsplan werkt de gemeente deze strategie verder uit.

íí “Komend jaar willen we in elk geval duurzame energie-initiatieven uit de glastuinbouw mogelijk maken”

A ļ/l ' /ţ

r\

ţ j

-11

- - I

;' * n

ŕi ÉĮ

t*cÿ?

14

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

De gemeente pakt voor het realiseren van duurzame warmte voor de glastuinbouw een regierol. Zo voorkomt de gemeente dat er problemen in de drukke ondergrond ontstaan. Ook zorgt het ervoor dat koppelkansen kunnen worden benut, waardoor een Westlanddekkend warmtesysteem betaalbaar wordt. Belangrijkste punten hierbij zijn: b

Verdere ontwikkeling van Warmte Systeem Westland (WSW) ruimtelijk mogelijk

b

Geothermieboringen mogelijk maken (inclusief bepaling boorlocaties) en gebruik van

b

Stakeholders betrekken, initiatieven stimuleren en regionaal samenwerken, vooral

maken. restwarmte faciliteren (inclusief infrastructuur). vanuit de wettelijke taak. b b

Het WSW actief onder de aandacht brengen bij regio en nationale politiek. De gemeente bereidt zich voor op toekomstige wettelijke taken, zoals het aardgasvrij maken van wijken. Dit om de betaalbaarheid, betrouwbaarheid en de veiligheid van de toekomstige energievoorziening te garanderen.

De verduurzamingscampagne is niet primair een taak van de gemeente; dit ligt bij het Rijk. Vanuit de regio's worden regionale loketten opgericht. Wel heeft de gemeente de taak een betrouwbare partner te zijn voor haar burgers en bedrijven en hen te helpen met het vinden van informatie en mogelijke financieringsinstrumenten. In 2020 zal de gemeente op basis van (nieuwe) wettelijke taken en rijksfinanciering, opnieuw keuzes maken voor doelen, strategie en welke rol passend is (inclusief de financiële afweging) voor de periode na 2020. Die strategie zal er in elk geval op gericht moeten zijn dat gemeente Westland op zijn minst de wettelijk gestelde doelen uit het Klimaatakkoord haalt.

15

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

INLEIDING

y

■i ,. jnhj w. jl

wm

MSB ÿŴ4L i P -ĵţjl-';

16

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

1

INLEIDING

1.1

WAT IS DE WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE? Een energieneutrale gemeente creëren, biedt Westland kansen. De gezonde leefomgeving en de innovaties en nieuwe economische activiteiten die met zo'n kentering gepaard gaan, dragen bij aan economische groei en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Westland heeft de eerste stappen gezet: de gemeente is koploper in aardwarmte en de eerste woningen zijn aardgasvrij. Een complete energietransitie is echter een omvangrijke opgave en beslist een uitdaging. Om vorm te geven aan de gemeentelijke rol en ambitie in de energietransitie heeft het college in juni 2018 besloten een start te maken met een lokale strategie. De Westlandse Energie Opgave (WEO) is de weerslag hiervan. Deze naam vervangt de eerdere werktitel Westland Energie Akkoord. De Westlandse Energie Opgave omvat de ambitie, strategie en (in een afzonderlijke uitgave) een uitvoeringsplan van de gemeente Westland. Met de WEO wil de gemeente kansrijke ontwikkelingen signaleren en tot uitvoer (laten) komen. Het actieplan volgt in het laatste kwartaal van 2019, onder de naam ‘Uitvoeringsplan Westlandse Energie Opgave'. In het WEO is rekening gehouden met de ambities, wensen en uitdagingen die stakeholders hebben aangegeven. Met Westlandse stakeholders heeft de gemeente gekeken naar de langetermijnstrategie om 95 procent CO2-besparing te realiseren.

Ook heeft de gemeente samen met de stakeholders een actieplan besproken voor de korte termijn (één tot vier jaar). Hierin zijn de benodigde activiteiten beschreven van de verschillende stakeholders en de gemeente, inclusief een fasering en een begroting. De Westlandse Energie Opgave geeft antwoord op drie vragen: 1.

Waar staan we? Wat is de context? Wat is de huidige stand van zaken voor energieverbruik, energiebesparing en duurzame energieproductie? De nulmeting hiervoor is de Klimaatmonitor 2018.

2.

Waar willen we heen? Welke ambitie heeft Westland voor de energietransitie? Voor welke strategie kiezen de gemeente en de stakeholders om de doelen te bereiken?

3.

Hoe komen we daar? Welke doelstellingen en concrete acties kiezen de gemeente en stakeholders om de doelen te bereiken? Welke rol en positie nemen de gemeente en betrokken partners in?

De eerste twee vragen worden beantwoord in het stuk dat voor u ligt, de derde vraag in het Uitvoeringsplan.

1.2

WAAROM EEN WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE? 1.2.1

Toenemende beleidsdruk

Sinds het Klimaatakkoord van Parijs (2015) is de kernvraag niet langer of de energietransitie nodig is, maar hoe deze gestalte krijgt en wie capaciteit mobiliseert voor de uitvoering. Het Klimaatakkoord is een mondiaal akkoord, waarvan het effect snel doorsijpelt naar andere schaalniveaus, ook lokaal. Voor de realisatie van de forse doelstellingen kijkt de regering niet op de laatste plaats naar gemeenten (en netbeheerders). Zo landt het mondiale Klimaatakkoord op lokaal niveau, ook in Westland.

17

18

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

De groeiende beleidsdruk vanuit de rijksoverheid op lokale overheden zal zich vertalen in een toename van gemeentelijke taken. Tegenover die nieuwe verplichtingen zullen naar verwachting nieuwe bevoegdheden, (financiële) middelen en kansen voor energetische verduurzaming en sociaal-economische verbeteringen komen te staan.

1.2.2

Nieuwe context

Voor alle gemeenten, en dus ook voor de gemeente Westland, verandert de context waarin ze opereren; energie- en klimaatambities kunnen geen vrijblijvend karakter meer hebben. Ook voor de gemeente Westland is een herijking wenselijk. Streven naar minder CO2 door in te zetten op gebruik van duurzame, niet-fossiele energie is inmiddels onvermijdelijk om de mondiale en nationale klimaat- en energiedoelen te behalen. Dit betekent dat het Rijk zich richt op: b

Opschalen: niet alleen individuele woningen, maar vooral ook hele wijken en gemeenten verduurzamen.

b

Massa maken: niet alleen voorlopers stimuleren, maar het hele peloton en de volgers in beweging krijgen.

b

Samenwerken: structurele samenwerking met stakeholders in plaats van

b

Focussen: gericht campagne voeren met een exact omschreven doel en doelgroep in

incidentele. plaats van versnipperde projecten. b

Veerkracht tonen: met beleid en plannen continu flexibel inspelen op veranderende omstandigheden en mogelijkheden, temeer omdat de komende jaren veel wetgeving zal veranderen om een duurzaam energieregime te faciliteren.

íí “De vraag is niet langer of de energietransitie nodig is, maar hoe deze gestalte krijgt en wie capaciteit mobiliseert”

-

«MLļ*ļ* "■■Hum

v i--.

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

1.2.3

Beperkte autonomie

Voor de lokale energietransitie kan de gemeente slechts ten dele autonoom beleid ontwikkelen en uitvoeren. Zo kan de gemeente bijvoorbeeld woningcorporaties of particuliere woningeigenaren niet opleggen maar hooguit stimuleren en faciliteren om woningen energieneutraal te maken.

1.2.4

Samenwerking met stakeholders

Het is belangrijk een stakeholderstrategie te ontwikkelen. Zeker omdat het karakter van de energietransitie zo urgent is, de afhankelijkheid van bronnen en infrastructuur groot en het gemeentelijk beïnvloedingspotentieel beperkt. Intensieve samenwerking van de gemeente met maatschappelijke partners, burgers en marktpartijen is essentieel voor een versnelling van de lokale energietransitie en zorgt voor een efficiënter en effectiever verloop. De kennis, ervaring en inzet van externe stakeholders helpen om beleid van de lokale overheid te versterken en uitvoerbaar te maken. Omgekeerd kan de gemeente ruimte bieden aan en belemmeringen wegnemen voor initiatieven van derden. De gemeente kan namens haar stakeholders onafhankelijk lobby voeren richting provincie, het Rijk en andere betrokken partijen.

1.2.5

Handelingsperspectief

Met een lokale strategie, het benoemen van prioriteiten en fasering en inzet van middelen wil de gemeente stakeholders bewegen om de energietransitie vorm te geven. Dat is het huidige handelingsperspectief van de gemeente. Momenteel is nog niet bekend welke taken, verplichtingen en bevoegdheden we als gemeente zullen hebben en welke vergoedingen we van het Rijk kunnen verwachten voor de energietransitie. Naar verwachting volgt een scherpere omlijning, maar wanneer is nog niet duidelijk. Is de gemeente verplicht nu al een rol te pakken? Juridisch gezien is die verplichting maar beperkt. Maar gezien de reële verwachting dat verplichtingen de kant van de gemeente op komen, kijkend naar de kansen die de energietransitie schept en vanwege het betere langetermijnperspectief is het goed om op onze nieuwe rol voor te sorteren. De gemeente kan hiermee een goede basis realiseren voor een toekomstbestendige energievoorziening, waarin de taken en financiering evenwichtig verdeeld zijn tussen Rijk, gemeente en andere samenwerkingspartners. We kunnen zo sturen op het grootst mogelijke maatschappelijk nut, met zo laag mogelijke maatschappelijke kosten op langere termijn.

19

20

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

WAAR STAAN WE:

CONTEXT

21

22

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

2

WAAR STAAN WE: CONTEXT

2.1

MONDIAAL KLIMAATAKKOORD NATIONAAL VERTAALD In het regeerakkoord heeft het kabinet een ambitieuze klimaat- en energieagenda geformuleerd. Pijlers onder deze nationale ambitie zijn de Klimaatwet (december 2018) en het Klimaat- en Energieakkoord. De Klimaatwet borgt de invulling op nationaal niveau van de in 2015 gesloten Overeenkomst van Parijs, het mondiale Klimaatakkoord. Het nationale Klimaat- en Energieakkoord brengt maatschappelijke partijen, decentrale overheden en rijksoverheid bijeen om verantwoordelijkheden in te vullen en af te spreken hoe elkaar te versterken. Doelstelling van het nationale Klimaat- en Energieakkoord (kortweg Klimaatakkoord) is om de CO2-uitstoot voor 2030 met minimaal 49 procent en voor 2050 met minimaal 95 procent te reduceren ten opzichte van 1990. Met CO2 worden alle broeikasgassen bedoeld (in CO2-equivalenten). Eerder stelde de regering al dat Nederland in 2050 aardgasvrij moet zijn (Energieagenda, 2016). Sinds het vonnis van het Haagse gerechtshof (oktober 2018) in de procedure die Urgenda aanspande tegen de Nederlandse Staat, is de overheid verplicht meer inzet te plegen op het terugdringen van broeikasgassen dan zij tot nu toe deed. Het Rijk is op zoek naar een aantal grote projecten die fundamenteel bijdragen aan de CO2-besparing.

In het Klimaatakkoord is het Warmte Systeem Westland, inclusief de aftakking van de restwarmteleiding voor de glastuinbouw (Leiding door Midden), inmiddels benoemd als te realiseren project (met Rijksbijdrage). Het klimaatakkoord ligt ter ondertekening bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In november vraagt de VNG tijdens een Buitengewone Algemene Ledenvergadering mandaat voor ondertekening namens de gemeenten. In eerdere vergaderingen heeft de VNG namens de gemeenten aanvullende eisen gesteld voordat ze ondertekent. Daarvoor lopen verschillende acties, maar de aanpassingen zijn nog niet afgerond.

2.2

OVERIGE NATIONALE KLIMAATREGELGEVING 2.2.1

Einde gaswinning

In september 2019 heeft het Rijk aangekondigd de gaswinning in Groningen al in 2022 te willen stoppen. Ook is besloten in 2030 alle kolencentrales te sluiten. Minister Wiebes (EZK) heeft grootgebruikers van Groninger gas gevraagd het gebruik versneld terug te dringen. Het glastuinbouwcluster in Zuid-Holland heeft bij het ministerie van EZK een plan ingediend om minder aardgas te gebruiken: het plan voor Warmte Systeem Westland (WSW). Dit plan behelst een versnelde realisatie van extra aardwarmteboringen en de aanleg van een warmte-infrastructuur die het hele Westland dekt. Onderdeel van WSW is de mogelijkheid om aan te sluiten op de regionale warmte-infrastructuur die restwarmte uit het Rotterdamse havencomplex benut (warmterotonde Zuid-Holland). Westland loopt nu al voorop bij de toepassing van aardwarmte.

2.2.2

Alle nieuwbouw aardgasvrij (Wet VET)

Nieuwe woningen hebben geen aardgasaansluiting meer. De Wet voortgang energietransitie (Wet VET), die per 1 juli 2018 van kracht is, vormt de basis voor het verbod op aardgas in nieuwbouw. De Tweede Kamer heeft via een amendement de gasaansluitplicht voor kleingebruikers bij nieuwbouw geschrapt.

23

24

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

2.2.3

Verplicht investeren in energiebesparing (Activiteitenbesluit milieubeheer)

Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen om energiebesparende maatregelen te treffen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Het gaat om de bedrijven en instellingen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) per jaar verbruiken. Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) heeft een handhavingsplicht op het Activiteitenbesluit. Voor negentien bedrijfstakken zijn er Erkende Maatregelen Lijsten (EML) energiebesparing. Zo zijn er EML voor gezondheidszorg- en welzijnsinstellingen, kantoren, onderwijsinstellingen, locaties voor sport en recreatie, hotels en restaurants, bedrijfshallen en detailhandel. Sinds dit jaar zijn alle bedrijven verplicht om actief te rapporteren (aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) over hun verduurzamingsmaatregelen.

2.2.4

Aardgasvrije wijken (Warmtevisie)

Gemeenten hebben een wettelijke verplichting om eind 2021 een plan klaar te hebben om bestaande wijken aardgasvrij te maken: de Warmtevisie (formeel Transitievisie Warmte). In dit plan concretiseren gemeenten welke alternatieve warmtebronnen per wijk beschikbaar zijn en per wanneer de wijken afgesloten worden van het aardgas.

2.3

NATIONAAL KLIMAATAKKOORD REGIONAAL VERTAALD 2.3.1

Regionale Energiestrategie

Het Klimaatakkoord bepaalt dat elke gemeente een Regionale Energiestrategie (RES) oplevert. Dit bevat onder meer keuzes voor de toekomstige regionale energievoorziening en -huishouding (2050). Veel nationale afspraken worden uitgewerkt via de RES. De RES geeft gemeenten ruimte om met maatschappelijke partners, netbeheerders, het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners op regionaal niveau de energietransitie in te vullen, om zo de doelstellingen van Parijs te halen. Dit is de inzet van de VNG, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW). In mei 2019 heeft de gemeente Westland de inbreng voor een eerste concept voor de basis-RES geformuleerd. Belangrijke conclusie hierin is dat het warmtepotentieel in de regio groot is, maar de opwekking van duurzame elektra beperkt. Een energieneutrale regio (waarbij de hoeveelheid gebruikte energie in de regio ook duurzaam wordt opgewekt in de regio) is voorlopig niet haalbaar, althans niet op basis van reeds bewezen technieken. De basis-RES is in augustus opgeleverd. In oktober behandelt het college dit plan. Deze basis-RES voldoet deels al aan de leidraad, die het Rijk onlangs vaststelde. Oktober 2020 zal de basis-RES volledig zijn aangepast aan de verplichte leidraad.

25

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

Nationaal (EU)

Regionaal

Westland

2019

^ Klimaatakkoord (KEA) ^ Oplevering leidraad voor RES 1.0 ^ Ontwerp omgevingsvisies • Integraal Nationaal Energie& Klimaatplan (INEK) bij EU aanleveren ^ Informatieplicht bedrijven op duurzame investeringen

^ Basis-RES

^ Westlandse Energie Opgave • 1e concept warmtekansenkaart ^ Mobiliteitsvisie

2020

• Oplevering leidraad voor Transitievisie Warmte 1.0 ^ Voorstel nieuwe warmtewet + energiewet + geothermie (inclusief EU- richtlijnen)

^ RES 1.0 (waarschijnlijk inclusief governance vraagstuk)

^ RES 1.0 ^ Tracébepaling WSW (backbone) ^ 3 nieuwe geoboringen ^ Koppeling restwarmte

2021

^ Omgevingsvisie in werking ^ Nationale Transitievisie Warmte • Nieuwe energiewet in werking

^ RES 2.0 (inclusief regionale Transitievisie Warmte 1.0)

• Oplevering lokale Transitievisie Warmte ^ RES 2.0

20222030

^ 2022: nieuwe warmtewet in werking (inclusief afsluitbevoegdheid gemeente) • 2022: stoppen met aardgaswinning ^ Rond 2023: oplevering warmtekaarten inclusief uitvoeringsplan per wijk

2030

^ -49ro CO2

2040

^ Tuinbouwakkoord: 2040 energieneutraal

20402050

^ Tot 2050: wijken aardgasvrij maken

2050

• (Nagenoeg) alle wijken los van aardgas

Figuur 2-1

Proces energietransitie.

^ -9507o CO2

^ Realisatie backbone WSW ^1e wijken)

26

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

27

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

WAAR STAAN WE:

NULMETING

».ťĮ.-iįļţ[C .

^tiįľį as»;

k

Jŗ1

-

f'íűŕřŭ

TEn-i

m

28

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

29

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

3

WAAR STAAN WE: NULMETING De periode 2015-2020 laat voor duurzame energieproductie in de gemeente Westland een positieve trendbreuk zien ten opzichte van 2010-2015. Uit de Klimaatmonitor blijkt dat in 2015 het energiegebruik binnen gemeente Westland ruim 39.000 TJ bedroeg. De duurzame energieproductie bedroeg in hetzelfde jaar 751 TJ. De duurzame energieproductie komt overeen met ongeveer 2 procent van het totale energiegebruik. Daarmee bleef de gemeente in 2015 achter bij het nationale gemiddelde (5,8 procent). Dankzij de huidige ontwikkelingen op het gebied van geothermie (aardwarmte) en energiebesparing in de tuinbouwsector en gebouwde omgeving zal in 2020 de duurzame energieproductie ongeveer 11 procent van het energiegebruik bedragen. Dit is een aanzienlijke stijging ten opzichte van de situatie in 2015.

3.1

ENERGIEGEBRUIK In Westland valt onmiddellijk het grote energiegebruik in de tuinbouwsector op (figuur 3-1). De glastuinbouw gebruikt voornamelijk aardgas. Via wkk-installaties produceert de sector met dit gas warmte, stroom en CO2. De geproduceerde stroom zetten de bedrijven deels in voor verlichting in de kassen, deels leveren ze deze terug aan het net.

Figuur 3-1

Energiegebruik in Westland per sector (2016)

Bron: Rijkswaterstaat, 2018

716 TJ 823 TJ 2.043 TJ 3.796 TJ 32.393 TJ

Industrie, energie, afval en water Hernieuwbare warmte Verkeer en vervoer Gebouwde omgeving Landbouw, bosbouw en visserij

Figuur 3-2

Gebruik energiedragers in Westland (2015) 1/ 5% 12/ 82/

Warmte Transportbrandstof Elektriciteit Gas

Het energiegebruik is tussen 2010 en 2015 met ongeveer 16 procent afgenomen. Deze daling heeft voornamelijk plaatsgevonden in de tuinbouwsector. Ook het energiegebruik in woningen is gedaald ten opzichte van 2010. Aardgasgebruik maakt nu nog ongeveer 82 procent uit van het totale energiegebruik in de gemeente. Het gebruik van hernieuwbare warmte is toegenomen. Het gaat hierbij voornamelijk om geothermie, warmte-koudeopslag en biomassa, voornamelijk toegepast in de tuinbouw.

30

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

3.2

CO2-UITSTOOT Het gebruik van fossiele energie veroorzaakt uitstoot van CO2. Doordat de CO2-uitstoot samenhangt met het energiegebruik, verlopen de curves grotendeels gelijk. De emissiefactor (hoeveelheid uitstoot per TJ) is echter niet voor elk energiegebruik gelijk. Bij warmte of aardgas is de emissiefactor lager dan bij elektriciteit. Elektriciteitsgebruik veroorzaakt dus een relatief grotere CO2-uitstoot dan gebruik van aardgas en warmte. Als de elektriciteit duurzaam is opgewekt is dit niet het geval. Doordat in Westland vooral bespaard is op het gebruik van aardgas, is de reductie van de CO2-uitstoot in verhouding lager dan de energiebesparing.

Figuur 3-3

CO2-uitstoot in Westland per sector (2015)

Woningen

-

Commerciële dienstverlening Publieke dienstverlening 1 Industrie en Engergie l Verkeer en vervoer Warmte (hernieuwbaar) I 0

500

1.000

1.500

2.000

2.500

kton CO2

B Warmte B Transportbrandstof B Elektriciteit B Gas

Figuur 3-4

CO2-uitstoot in Westland per energiedrager (2015)

1/ Warmte 5% Transportbrandstof 25/ Elektriciteit 69/ Gas

3.3

DUURZAME ENERGIEPRODUCTIE In 2015 besloeg duurzame energieproductie in de gemeente 751 TJ, ongeveer 2 procent van het totale energiegebruik. Dit is een flinke stijging ten opzichte van 2010, toen het percentage nog ongeveer 0,5 procent bedroeg. Dit is vooral te danken aan meer toepassing van geothermie. In figuur 3-5 is de duurzame energieproductie van de gemeente uitgesplitst in verschillende bronnen. Hierin is goed zichtbaar dat binnen de gemeente geothermieprojecten zijn gestart. Voor 2013 was er nog geen sprake van geothermie, maar sinds 2014 is het de grootste bron van duurzame energie binnen de gemeente. Ook het gebruik van warmte-koudeopslag is sinds 2010 flink toegenomen. Duurzaam afvalbeheerder en energieleverancier HVC heeft eigen windmolens op de Noordzee.

31

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

Figuur 3-5

Ontwikkeling duurzame energieproductie Westland

400 350 300 250 200 150 100 50

2010

2011

2012

2013

2014

Geothermie Warmte-koudeopslag Houtkachel warmte HVC energie uit afval HVC energie uit aandelen Overig

2015

Jaar

Figuur 3-6

Duurzameenergiebronnen in Westland (2015) 6% 8% 10% 15% 16% 45%

HVC energie uit afval Houtkachel warmte HVC energie uit aandelen Overig Warmte-koudeopslag Geothermie

Dankzij de aandelen van de gemeente in HVC kunnen we een deel van de opgewekte energie tot de duurzame energieproductie in Westland rekenen. Onder de categorie Overig vallen onder meer het gebruik van biobrandstoffen voor transport, biomassa en zonne-energie. Dit gebruik is toegenomen. Het gaat om bijgemengde biodiesel en bio-ethanol die binnen de gemeentegrens is gebruikt door auto's, vrachtverkeer en andere voertuigen. De stijging komt deels doordat het energiegebruik in de transportsector is gestegen, maar ook door een hogere fractie bijgemengde biobrandstoffen. In 2010 waren er in de gemeente slechts 97 installaties voor de productie van zonnestroom. In 2015 is dit gestegen naar bijna 1.800. De totale productie van zonnestroom is gestegen van 1 TJ in 2010 naar 25 TJ in 2015.

3.4

DOORKIJK NAAR 2020 In Westland hebben enkele grote ontwikkelingen invloed op het energiegebruik en het aandeel duurzame energie: n De komende jaren worden meer geothermieprojecten gerealiseerd. In 2020 in elk

geval drie, die ongeveer 1.200 TJ energie zullen opleveren. n Het is de verwachting dat het gebruik van gas in de tuinbouwsector in 2050 2.000

TJ lager zal zijn dan in 2015, door de overschakeling naar geothermie, maar

32

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

ook door afname van het glasareaal, veranderingen op de elektriciteitsmarkt, levering van CO2 via het OCAP-leidingenstelsel en toepassing van energiezuiniger verlichtingstechnieken. b

In de Noordzee is het Gemini-offshorewindpark opgeleverd. Met een totale capaciteit van 600 MW is dit een van de grootste windparken van Europa. HVC heeft een aandeel van 10 procent in het windpark, maar ontvangt 15 procent van de geproduceerde hernieuwbare energie. Sinds 2017 zijn de windmolens operationeel. Circa 4 procent van deze productie van duurzame energie wordt aan de gemeente Westland toegeschreven. Hierdoor is de duurzame energieproductie voor Westland gestegen van 119 TJ in 2015 naar ongeveer 146 TJ vanaf 2017.

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

WAAR WILLEN WE HEEN:

OPGAVE EN UITGANGSPUNTEN

33

34

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

4

WAAR WILLEN WE HEEN: OPGAVE EN UITGANGSPUNTEN Als voorbereiding op de WEO heeft de gemeente in 2018 en 2019 samen met de belangrijkste stakeholders de uitgangspunten en opgaven geïnventariseerd voor de aanpak van de energietransitie. Ook is besproken welke rol de stakeholders zien voor de gemeente. De terreinen waarop een inventarisatie is gemaakt zijn de gebouwde omgeving, glastuinbouw, bedrijventerreinen, mobiliteit en de gemeente zelf.

4.1

STAKEHOLDERSANALYSE GEBOUWDE OMGEVING

Prioriteit van stakeholders gebouwde omgeving De prioriteit van eigenaren van (woon)panden is betaalbaarheid van de energietransitie. Van de gemeente willen zij duidelijkheid over de planning en onafhankelijk advies over maatregelen die zij moeten nemen.

4.1.1

Stakeholders

Stakeholders in de gebouwde omgeving: n Particuliere woningeigenaren n Woningcorporaties: Arcade, Wonen Wateringen en Vestia n Verenigingen van eigenaren (VvE's) n Projectontwikkelaars n Eigenaren utiliteitsbouw (mkb, scholen, kantoren verzorgingshuizen,

sportverenigingen) n Banken (hypotheken en leningen)

4.1.2

Positie

Onder gebouwde omgeving verstaan we woningen en utiliteitsgebouwen. Woningen hebben in Westland het grootste aandeel in het energieverbruik in de gebouwde omgeving. Het aandeel van de totale gebouwde omgeving in het energieverbruik in Westland is 9,5 procent (landelijk 32 procent). Absoluut gezien is de uitstoot vanuit de gebouwde omgeving vergelijkbaar met andere gemeenten met dezelfde omvang. In Westland zijn 43.636 woningen, waarvan relatief veel eengezinswoningen: 75,6 procent (landelijk 64,4 procent). Er is relatief weinig hoogbouw. De gemiddelde WOZ-waarde in Westland is 259.000 euro (landelijk 230.000). Westland kent geen achterstandswijken of armoede in de grootstedelijke zin van het woord. Er zijn in Westland circa 180 woningen met een gemeentelijke of rijksmonumentenstatus. Er zijn 588 verenigingen van eigenaren (VvE's) in Westland, waarvan 382 een woonfunctie vertegenwoordigen, voor 4.500 huishoudens. Dit is iets minder dan 10 procent van de woningvoorraad, veelal appartementencomplexen en bovenwoningen. Uit een inventarisatie onder VvE's begin 2018 bleek dat de hoogste reductie van het CO2-verbruik te behalen is bij appartementencomplexen met de beste energielabels (A, B). Tot 2030 zullen er nog circa 130 VvE's bijkomen, die 5.000 woningen vertegenwoordigen, allemaal nieuw gebouwd, dus grotendeels aardgasvrij.

De sociale huursector beslaat in Westland circa 25 procent van het totaal aantal woningen. Het bezit van de woningcorporaties bestaat maar ten dele uit hoogbouw. In figuur 4-1 is de verdeling over energielabels weergegeven. De lagere energielabels (E t/m G) zijn te vinden in de centra van de kernen en in de lintbebouwing langs de provinciale wegen.

35

36

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

Figuur 4-1

Label

Westland

Nederland

A

14

11

B

16

17

C

34

29

D

12

13

E

8

9

F

9

9

G

7

12

Energielabel woningen (2018, in 0/»)

Bron: Telos - Duurzaamheidsbalans www.waarstaatjegemeente.nl

Figuur 4-2

Leeftijd woningen Westland

Woningen naar bouwjaar Bouwjaar < 1906

Aantal woningen 454

1906-1930

2.113

1931-1944

2.252

1945-1959

3.461

1960-1970

6.991

1971-1980

7.023

1981-1990

7.023

1991-2000

5.328

2001-2010

5.331

> 2010

3.660

Isolatie Het verbruik van energie loopt sinds 2010 iets terug maar er valt nog veel winst te halen. Vooral meer isolatie draagt wezenlijk bij aan een lager energieverbruik. Sinds het midden van de jaren zeventig is isolatie van woningen bij de bouw gebruikelijk. Ongeveer de helft van de woningen in Westland is gebouwd na 1981 en heeft dus vanaf het begin een zekere isolatie. Veel bewoners hebben inmiddels ook zelf isolatiemaatregelen genomen om het comfort in huis te verbeteren, zowel bij woningen van voor de jaren zeventig als bij jongere woningen.

Elektrificatie In een flitspeiling over aardgasvrij wonen, onder inwoners van Westland begin 2019, geeft circa 5 procent aan een warmtepomp te hebben en circa 17 procent van de respondenten heeft zonnepanelen op het dak. Eén wijk in Westland, de Venenwijk in Wateringen, is zelf actief op zoek naar een alternatief voor aardgas om de wijk van warmte te voorzien. De bewoners denken aan een warmtenet. Warmte die zij opvangen met zonnecollectoren en eventueel warmte uit oppervlaktewater kan dit warmtenet voeden. De gemeente ondersteunt dit initiatief. Elektrificatie leidt vooralsnog niet tot problemen voor het elektriciteitsnet. Als mensen een alternatief voor aardgas overwegen, raadt de gemeente aan om te wachten tot meer duidelijk is over de Warmtevisie. Hierin geeft de gemeente aan welke techniek in welke wijk/gebied de beste optie lijkt en er staat ook in wanneer en in welke volgorde wijken aardgasvrij worden. Aansluiting op een warmtenet lijkt op dit moment voor veel woningen in de kernen een goede optie.

4.1.3

Opgave

Het aardgasgebruik in Nederland moet snel en ver omlaag. Dit betekent een transformatie van ruim 7 miljoen huizen en 1 miljoen gebouwen. In het regeerakkoord is de ambitie neergelegd om 30.000-50.000 woningen per jaar aardgasvrij te maken of in elk geval klaar voor loskoppeling van het aardgasnetwerk voor het einde van deze kabinetsperiode. Ruim voor 2030 zal opgeschaald moeten worden naar 200.000 per

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

jaar. Dat vergt grote investeringen in gebouwisolatie, zuinige verwarmingsinstallaties, duurzame energieopwekking en in aanpassing van de hele energie-infrastructuur in Nederland. In de visie van het kabinet is bij de gebouwde omgeving de wijkgerichte aanpak cruciaal, waarbij onder regie van de gemeenten wijken aardgasvrij worden. Samen met bewoners en gebouweigenaren zal de gemeente in een zorgvuldig proces een afweging moeten maken wat per wijk de beste oplossing is, als huizen niet langer met de traditionele cv-ketel worden verwarmd. Per wijk kan de oplossing verschillen, onder meer afhankelijk van de ouderdom van de woningen, de dichtheid van de bebouwing en de wensen van de bewoners. De grootste uitdaging in het Westland ligt bij het behouden en vergroten van het draagvlak voor maatregelen om de CO2-uitstoot te reduceren. Op enkele initiatieven na, wachten de meeste bewoners af. Bewoners en woningcorporaties kijken naar de gemeente voor een duidelijke koers en handelingsperspectief. Voor een sluitende businesscase voor collectieve oplossingen zoals warmtenetten is het noodzakelijk dat genoeg huizen en bedrijven aansluiten, in een efficiënte volgorde, zonder ‘breuken'. Als een reeks wijken in een opeenvolgende lijn kan worden aangesloten op een warmtenet, is het problematisch als een wijk in het begin van de keten niet meedoet.

In elke scenario zullen maatregelen nodig zijn om het draagvlak te versterken.

4.1.4

Knelpunten en uitgangspunten

De betaalbaarheid van de energietransitie is de grootste zorg van woningeigenaren. Om de energietransitie te kunnen bekostigen zal in eerste instantie het Rijk (moeten) voorzien in een nieuwe instrumentenmix. Investeringen in verduurzaming bijvoorbeeld belonen met een lagere energiebelasting of differentiatie in overdrachtsbelasting. Deels staan deze voorstellen in het Klimaatakkoord. De rijksoverheid hanteert nu hoofdzakelijk stimuleringsmaatregelen. Om de grote massa in beweging te krijgen, is het niet ondenkbaar dat er wettelijke verplichtingen komen, bijvoorbeeld voor woningisolatie, zoals die al bestaan voor utiliteitsgebouwen. De Wet VET heeft obstakels weggenomen voor aardgasvrije woningbouw; de aansluitplicht op aardgas is vervallen.

Woningcorporaties Een knelpunt in Westland is het vrijwel ontbreken van bindende afspraken met woningcorporaties. Twee van de drie corporaties zijn niet aangesloten bij koepelorganisatie Aedes en dus ook niet gebonden aan landelijke afspraken van deze koepel. Het streven is om zo snel mogelijk meetbare energietransitie-afspraken vast te leggen in de gemeentelijke prestatieafspraken. Corporaties hebben meerdere opgaven. Voorop staat het betaalbaar houden van de socialehuurwoningen. Maatregelen voor de energietransitie kunnen daar haaks op staan. n Corporaties in Westland bezitten weinig hoge flats met een centrale ketel die in

één keer van het aardgasnet kunnen worden losgekoppeld. Door het gebrek aan dergelijke hoogbouw is een rol voor corporaties als versneller van energietransitie geen realistische. Zij zijn wel bereid deel te nemen aan de energietransitie. n Corporaties bereiden de woningvoorraad door isolatie van woningen voor op een

aardgasvrije toekomst. n Er is een sterke behoefte aan een duidelijke planning en koersvastheid van de

gemeente (en andere overheden). n Als we de ontwikkeling en exploitatie van een warmtenet overlaten aan een

commerciële partij zijn er grotere risico's op ongewenste prijsontwikkelingen. Het zou mooi zijn als een overheid of een niet-winstgerichte organisatie deze rol kan vervullen.

37

38

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

Verenigingen van eigenaren Iets minder dan 10 procent van de Westlandse woningvoorraad is onderdeel van een vereniging van eigenaren. VvE's zijn erg divers. Bij sommige bestaat de bereidheid om geld opzij te zetten voor toekomstige investeringen in de energietransitie, bij andere is er nog geen bewustwording van de noodzaak hierin te investeren. Er valt geen blauwdruk voor te maken; maatwerk is noodzakelijk om VvE's te bewegen richting aardgasvrije complexen. Uit overleg met VvE's kwamen een aantal behoeften naar voren: b

De gemeente pakt de regierol in de energietransitie.

b

De gemeente geeft duidelijke en transparante informatie over het eigen en landelijk beleid en er is behoefte aan informatie over individuele en collectieve oplossingen voor energietransitie.

b

De gemeente beveelt een adviseur aan die VvE's kan mobiliseren.

b

De gemeente helpt collectief in te kopen.

b

Er komt een vast aanspreekpunt bij de gemeente voor vragen, subsidieaanvragen, doorverwijzen naar een adviseur.

b

Er is een constante informatiestroom vanuit de gemeente over ontwikkelingen in beleid en ontwikkelingen van VvE's.

b

Er komt een subsidie voor het opstellen of veranderen van het Meerjaren Onderhouds Plan (MJOP). Buurgemeenten zoals Den Haag bieden die al.

Woningeigenaren Het draagvlak voor klimaatmaatregelen energietransitie is in Westland gelijk aan het gemiddelde in Nederland: circa 70 procent vindt maatregelen tegen klimaatverandering belangrijk. b

Betaalbaarheid is de grootste zorg van particuliere woningeigenaren. Bewoners zijn bang te investeren in een techniek die achterhaald is voordat hij is terugverdiend. Er is wel bereidheid te investeren; kosten in de orde van grootte van de aanschaf van een nieuwe cv-ketel zijn acceptabel.

b

Belangrijk is keuzevrijheid in alternatieven voor aardgas en in leveranciers. Er is weerstand tegen een monopolie en afhankelijkheid van één leverancier bij aansluiting op een warmtenet.

b

Woningeigenaren verwachten van de gemeente een regierol.

b

Transparante informatie over proces en planning is cruciaal voor het draagvlak.

b

Bewoners hebben behoefte aan onafhankelijke informatie over maatregelen en producten.

4.1.5

Succesfactoren

Als de gemeente plannen voor de buitenruimte afstemt op plannen voor nieuwbouw, renovatie en groot onderhoud bij woningcorporaties en onderhoud door verenigingen van eigenaren biedt dit kansen voor energie- en klimaataanpassingen. Een natuurlijk koppelmoment is nieuwbouw en de aanwezigheid van een alternatieve warmtebron (een warmtenet zien corporaties als een goed alternatief voor aardgas). Goede regie en continuïteit in overheidsbeleid, een heldere richting en een planning die in samenspraak met stakeholders is opgesteld, bijvoorbeeld voor aardgasvrij maken van wijken, vergroot bij corporaties de mogelijkheden om bij te dragen aan de energietransitie. In Zuid-Holland is de warmterotonde ontwikkeld om de steden Den Haag, Leiden en Rotterdam van warmte uit het Rotterdamse havencluster te voorzien. Dit plan is in de voorontwerpfase. De eerste leidingen zijn naar verwachting in 2023 in gebruik. Westland wil hierop aansluiten. De glastuinbouw heeft al alternatieve warmtebronnen (geothermie) aangeboord. Warmte Systeem Westland zou verschillende warmtebronnen en gebruikers kunnen verbinden. In Westland is een warmtenet dankzij de aardwarmtebronnen voor veel

39

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

woningen financieel waarschijnlijk het voordeligste alternatief voor aardgas. Goede communicatie en transparantie is een middel om hiervoor draagvlak te krijgen onder particuliere woningeigenaren. In het kader van transparantie, zodat bewoners, corporaties en VvE's weten waar ze aan toe zijn, is het belangrijk de Warmtevisie zo snel mogelijk in concept klaar te hebben. Ook zal de gemeente zo snel mogelijk een concept van de alternatieven voor aardgas (warmtekaarten) ontwikkelen en aan de bewoners voorleggen. Enkele voorlopers onder eigenaren willen wel optreden als ambassadeur voor energietransitie en duurzaamheid. Het energieloket meer bekend maken kan ook helpen bewoners te informeren en draagvlak te ontwikkelen. Een eventueel revolverend fonds voor bewoners wordt overwogen en is mede afhankelijk van het nog in ontwikkeling zijnde instrumentarium vanuit het Rijk.

“Circa 70 procent van de Westlanders vindt maatregelen tegen klimaatverandering belangrijk”

.

40

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

4.1.6

Rol gemeente

Met de duurzaamheidsagenda ‘Waardevol Westland' (2013) en ‘Westland woont duurzaam' (2015) richtte de gemeente zich vooral op gedragsverandering. In 2017 heeft de gemeente de ‘Greendeal aardgasvrije wijken' ondertekend. De gemeente Westland zette op 24 oktober 2017 de eerste stap naar aardgasvrij bouwen in Westland, samen met gebiedsontwikkelaar Bouwfonds Property Development (BPD), ontwikkelbedrijven Westlandse Zoom (OBWZ) en Het Nieuwe Westland (ONW). De 5.000 nieuw te bouwen woningen in Westland worden niet meer aangesloten op aardgas, maar voorzien van duurzame warmte. Overkoepelende wens bij stakeholders is dat de gemeente duidelijk is over het meest geschikte en het goedkoopste alternatief voor aardgas en over de planning van het aardgasvrij maken van Westland. Ook een belangrijke wens is om meegenomen te worden in het proces van de gemeente en in het voorstel voor de meest geschikte oplossing. Stakeholders in de gebouwde omgeving verwachten van de gemeente een leidende, richtinggevende rol. Zij wensen duidelijkheid en continuïteit in de plannen voor korte en lange termijn. Dat geldt zeker voor woningcorporaties, die zelf meerjarenonderhoudsplanningen moeten opstellen. Maar ook woningeigenaren verwachten tijdige, objectieve en betrouwbare informatie van de gemeente.

4.2

STAKEHOLDERSANALYSE GLASTUINBOUW

Prioriteit van stakeholders glastuinbouw De glastuinbouwsector heeft de ambitie in 2040 klimaatneutraal te zijn.

4.2.1

Stakeholders

De energietransitie in de glastuinbouw vraagt om de participatie van veel stakeholders naast gemeente Westland: b

Overheid: Rijk (ministeries EZK, Infrastructuur & Waterstaat (I&W), Financiën), Provincie Zuid-Holland, Greenport West-Holland (GPWH), Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en gemeente Midden-Delfland.

b

Kennisinstellingen en belangenvertegenwoordigers: Glastuinbouw Nederland, Wageningen Universiteit & Research (WUR), adviesbureaus.

b

Bedrijfsleven: ondernemers uit het glastuinbouwcluster, initiatiefnemers geothermie, eigenaren warmtenetten, energiebedrijven, bedrijven in havengebied.

4.2.2

Positie

Het glastuinbouwcluster in Westland is verreweg het belangrijkste economische cluster. Het is een internationaal gerenommeerd cluster met handel, veredeling, transport en logistiek, technologie en kennis. Van de totale glastuinbouw in Nederland is ongeveer een kwart gevestigd in Westland. De hoge concentratie glastuinbouw is een bepalende factor voor gemeente Westland. De ruim 550 bloemen-, planten- en groentebedrijven nemen circa 50 procent (4.440 hectare) van het totale gemeenteoppervlak in beslag. Kenmerkend zijn de vele verkavelingen. Het tuinbouwcluster in het Westland zorgt voor een werkgelegenheid van 20.000 arbeidsplaatsen en een bruto gemeentelijk product van 4,1 miljard euro in 2017 (0,5 procent van het bruto nationaal product). De gemeente Westland wil het cluster blijven versterken. We stimuleren onder meer verdere economische verbreding, waaronder verduurzaming en verdere groei

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

in innovatie, techniek en kennis. Dit moet zorgen voor een toekomstbestendige glastuinbouwsector, die kan fungeren als economische motor (werkgelegenheid) in de regio. Het Westlandse glastuinbouwcluster is grootverbruiker van fossiele energie. De glastuinbouwgebieden van Westland (inclusief Midden-Delfland en Hoek van Holland) gebruiken jaarlijks meer dan 1 miljard m3 aardgas. Ook is het gebruik van elektra voor belichting fors. Meer dan 83 procent van het energieverbruik in Westland komt voor rekening van het glastuinbouwcluster.

4.2.3

Opgave

Vanwege het klimaat zal de sector het gebruik van fossiele brandstoffen moeten afbouwen. De glastuinbouw (Glastuinbouw Nederland) acht het mogelijk en noodzakelijk om de (Westlandse) sector klimaatneutraal te laten zijn in 2040, wat betekent dat de sector niet meer bijdraagt aan ongewenste klimaatverandering. De gemeente is blij met deze ambitie en kijkt waar zij kan faciliteren om dit waar te maken. De glastuinbouwsector (en de gemeente) staan hierbij voor een aantal uitdagingen: n Het gebruik van duurzame energiebronnen in plaats van aardgas versnellen. n Zorgen voor een betrouwbare energievoorziening (onder meer leveringszekerheid,

een gelijk speelveld om de concurrentiepositie te behouden, betaalbaarheid). n De maatschappelijke acceptatie van het glastuinbouwcluster borgen. n De rollen van de gemeente en het bedrijfsleven duidelijk benoemen voor een

optimale samenwerking. n Relevante wet- en regelgeving monitoren en daar waar mogelijk beïnvloeden. n Bijdragen aan de aanleg van een nieuwe energie-infrastructuur (onder meer WSW)

en de aansluiting op regionale en landelijke netwerken borgen. n Bevorderen dat CO2 beschikbaar is en blijft voor het glastuinbouwcluster.

Het energietransitieproces in de glastuinbouw bevat drie paden: 1.

Transitie van gas naar warmte

2.

Besparing

3.

Elektrificatie en vergroening van de elektriciteitsvoorziening

Ad 1: De transitie van aardgas naar warmte draait om de realisatie van bronnen en infrastructuur voor transport van warmte. Bronnen kunnen aardwarmte (geothermie), restwarmte, zonne-energie of biomassa zijn. Duurzame en lokale energiebronnen hebben de voorkeur. De duurzame alternatieven van warmte moeten beschikbaar zijn voor zo veel mogelijk eindgebruikers, ook buiten de glastuinbouw. De komende vijf jaar zullen bedrijven in het Westlandse glastuinbouwcluster het vermogen aan geothermiedoubletten naar verwachting uitbreiden van 60MW naar een kleine 300 MW. Restwarmte uit het Rotterdamse havencluster kan eveneens veel aardgas besparen. Aansluiting staat gelijk aan 300 MW warmte. De aanleg van Warmte Systeem Westland is noodzakelijk om de bronnen en eindgebruikers te koppelen. Ad 2: via het programma Kas als Energiebron (KaE) krijgen ondernemers met programma's als Het Nieuwe Telen en diverse onderzoeken naar energiearme glastuinbouwtechnieken en -kassen mogelijkheden geboden om het energieverbruik in de kassen terug te dringen. Bij herstructureringsinitiatieven kunnen nieuwe energiezuinige kassen en -technieken worden toegepast. Ad 3: Naast gas gebruikt het Westlandse glastuinbouwcluster een aanzienlijke hoeveelheid elektriciteit De elektriciteitsvraag vergroenen staat op de agenda van het glastuinbouwcluster.

De energievoorziening via wkk's vergroenen (bijvoorbeeld via toepassing van biogas of biomassa) kan hiervoor zorgen. Onderzoek loopt naar

41

42

WESTLANDSE ENERGIE OPGAVE B DEEL 1 - STRATEGIE

bronnen voor de opwekking van groene elektra of inkoop van groene elektra van bijvoorbeeld windparken op zee.

4.2.4

Knelpunten en uitgangspunten

Kunnen beschikken over een ruime voorraad betaalbare energie is van groot economisch belang voor het glastuinbouwcluster. De afhankelijkheid van fossiele brandstof is een knelpunt. Voldoende beschikbaarheid van CO2 is eveneens essentieel om de energietransitie te laten slagen. CO2 wordt nu nog met wkk's opgewekt. Het gebruik van duurzame warmte als alternatief voor aardgas kan pas echt een doorbraak beleven als externe CO2 ruim beschikbaar en betaalbaar is. Het college heeft in het verleden een aantal uitgangspunten geformuleerd voor de energietransitie in de glastuinbouw: b

Evenredigheid; de kosten van energie mogen voor individuele eindgebruikers niet onevenredig verschillen.

b

Betaalbaarheid; de warmteprijs is bij voorkeur gelijk of lager dan bij fossiele energie.

b

Leveringszekerheid; met onder meer vrije toe- en uittreding bij warmtenetten.

b

Duurzaamheid; duurzame bronnen krijgen in een warmtenet de voorkeur.

b

Marktwerking realiseren; levering en distributie van energie scheiden.

b

Eén samenhangend energiestelsel; voor aanleg van meerdere stelsels is boven- en ondergronds geen ruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=313d09e0-5210-4b51-926c-3d0c5f6d0ea4