CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

2.12c) bijlagen bij de toelichting voorontwerp (21-0141928)

Gemeenteraad 1 juni 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de Lijst met Ingekomen Stukken (LIS)23.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Franklinstraat 6 Franklinstraat 2D t/m 2P

Kringloopwinkel Bedrijfsverzamelgebouw met industriefunctie van 65-451 m2 en kantoor functie 660 m2

47 niet nader bepaald

Franklinstraat 11 en 17

Groothandel in bakkersbenodigdheden Productie ladders steigers en trappen Bouwadvies

4638, 4639

1 t/m 3.2 (4.1 praktisch gezien niet mogelijk in bedrijfsverzamelgebouw met dergelijk klein oppervlak) 1 1 t/m 3.2 (4.1 praktisch gezien niet mogelijk in bedrijfsverzamelgebouw met dergelijk klein oppervlak) 2

2562, 3311 (1)

3.2

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 niet nader bepaald

1

464, 46733 41, 42, 43 (3) 2562, 3311 (1)

2 2 3.2

Franklinstraat 9 Fultonstraat 10 Fultonstraat 8 Fultonstraat 6 Fultonstraat 4 Fultonstraat 3-5

Staat te koop/ te huur 160 m2 kantoor en 605 m3 bedrijfshal Pleegzorg magazijn Isolatiebedrijf Nieuwbouw Boal Ontwerp en productie aluminium kasdeksystemen

bedrijfsbestemmingen t/m milieucategorie 3.2 op minder 100 m plangebied adres

Aard bedrijf

Buijs Ballotstraat 17 B

SBI code 2008 (+nr) 466, 469

milieucategorie

Onderdelenmagazijn 2 freshpack handling systems Aannemersbedrijf (421 41, 42, 43 (3) 2 m2) Nobelstraat 18 Installatietechnisch bedrijf 41, 42, 43 (2) 3.1 Franklinstraat 17 Groothandel in 4638, 4639 2 bakkersbenodigdheden Franklinstraat 6 + Groothandel in 466, 469 2 buitenterrein achterzijde kunststofproducten Fultonstraat 11 Verkoop en reparatie 451, 452, 454 2 motoren Marie Curiestraat 2 Aannemersbedrijf (145 41, 42, 43 (3) 2 m2) Marie Curiestraat 4 Verhuur en verkoop licht, 466, 469 2 beeld en geluidapparatuur Tabel 3.3: aard bedrijven binnen geselecteerde vlakken met milieucategorie 3.2 en 4.1

Op de percelen met bedrijfsbestemmingen t/m milieucategorie 4.1 die gelegen zijn binnen 200 meter afstand van het plangebied bevinden zich bedrijven met de milieucategorieën 1 t/m 3.2. Het ligt volgens de bedrijventerreinvisie van de gemeente niet in de lijn der verwachtingen dat 2180720 Aqua-Terra Nova 302bAW_PB EV BMZ Definitieve rapportage 8 juli 2019

7

zich hier nog bedrijven met milieucategorie 4.1 zullen gaan vestigen. Op de percelen met bedrijfsbestemmingen t/m milieucategorie 3.2 die gelegen zijn binnen 100 meter afstand van het plangebied bevinden zich bedrijven met de milieucategorie 2 of 3.1. Het ligt volgens de bedrijventerreinvisie van de gemeente niet in de lijn der verwachtingen dat zich hier nog bedrijven met milieucategorie 3.2 zullen gaan vestigen. De bedrijfsactiviteiten op bedrijventerrein Teylingen zullen niet leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. In de bedrijventerreinvisie van de gemeente is hierover het volgende opgenomen: “In de Bedrijventerreinenvisie 2013 -2020 (met een doorkijk naar 2030) wordt de visie uit de Bedrijventerreinenvisie 2008 overgenomen en nader uitgewerkt voor wat betreft het toetsingskader bij functiemenging. Oorspronkelijk zijn bedrijventerreinen ontstaan om bedrijfsmatige functies van woongebieden te scheiden. De terreinen boden plaats aan (milieu)hinderlijke bedrijven. In de loop der jaren zijn bedrijven echter steeds minder industrieel en steeds dienstverlenender geworden. Door de 'verdienstelijking' van de bedrijven verandert het bedrijfsmatige karakter van de Westlandse bedrijventerreinen.

Het aandeel bedrijven uit lichtere milieucategorieën neemt toe, waardoor veel terreinen de laatste jaren vaker gebruikt worden voor functies als bouwmarkten, woonwinkels, kantoren en fitnessbedrijven. Hierdoor zijn vestigingsmogelijkheden voor zwaardere activiteiten verder afgenomen. Door de aanwezigheid van een kringloopwinkel, een bedrijf dat licht, beeld en geluidapparatuur verhuurt en verkoopt en een bedrijfsverzamelgebouw op het bedrijventerrein Teylingen is er sprake van functiemenging. Deze functiemenging leidt ertoe dat het bedrijventerrein niet meer geschikt is voor zwaardere industriële activiteiten. In de bedrijventerreinenvisie is opgenomen dat een uitbreiding van milieuhinderlijke bedrijven in de gemeente Westland niet wenselijk is en dat er behoefte is aan gemengde zones om alternatieven te bieden voor publieksfuncties buiten de dorpskernen.” Verder wordt opgemerkt dat voor alle beschouwde bedrijfslocaties de bedrijfsactiviteiten reeds beperkt zijn door de bestaande woningen aan de Braillestraat 2 t/m 24 en Franklinstraat 10. De geplande inrichting van het plangebied als woongebied met wijkgebonden voorzieningen levert voor deze bedrijfslocaties geen extra beperking op. Deze bestaande woningen zijn gelegen tussen de betreffende bedrijfslocaties en het plangebied.

De bedrijven op het bedrijventerrein moeten bij deze bestaande woningen al voldoen aan de eisen voor geur, stof, geluid e.d. in het Activiteitenbesluit of de omgevingsvergunning. Hierdoor kan worden gesteld dat bij de geplande woningen, die op grotere afstand worden gerealiseerd, ruimschoots aan deze normen zal worden voldaan. Door de aanwezigheid van de bestaande woningen is hierdoor in de praktijk voldoende gewaarborgd naar de toekomst toe dat er sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de huidige en toekomstige bedrijfsactiviteiten op bedrijventerrein Teylingen niet zullen leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Uitwerking stap 4 Glastuinbouwbedrijven zijn op grond van de VNG publicatie in te delen in categorie 2 met een grootste richtafstand van 30 meter (bepalend is hierbij de afstand voor geluid). Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit die wordt nagestreefd in een ‘rustige woonwijk’.

Tabel 3.4: richtafstanden VNG voor glastuinbouwbedrijven

De afstanden voor geur, stof en gevaar liggen niet over het plangebied. Alleen de afstand voor geluid ligt net over het plangebied. Geluid bij glastuinbouwbedrijven ontstaat voornamelijk bij het laden en lossen van teeltproducten en grondstoffen door vrachtwagens op het buitenterrein. 2180720 Aqua-Terra Nova 302bAW_PB EV BMZ Definitieve rapportage 8 juli 2019

8

Verder kan in beginsel geluid een relevant aspect zijn bij WKK-installaties. In de praktijk staan deze echter opgesteld in geluid geïsoleerde ruimten waardoor deze niet tot geluidhinder zullen leiden. Overige inpandige geluidbronnen (in kassen en werkruimten) dragen niet significant bij aan de geluidproductie en zullen niet tot hinder kunnen leiden bij woningen in het plangebied. Het merendeel van de glastuinbouwbedrijven wordt ontsloten via wegen ten oosten van deze bedrijven en daarmee aan de zijde die van het plangebied afgekeerd is. Laad en losactiviteiten en eventuele WKK-installaties zijn daarmee gelegen op veel meer dan 30 meter van het plangebied en afgeschermd van het plangebied door de tussenliggende kassen. Op de enkele locaties waar laad en los activiteiten wel plaatsvinden aan de westzijde van de glastuinbouwbedrijven is de laad/loslocatie gelegen op ca. 30-40 meter van het plangebied. Verder is bij deze bedrijven geen WKK-installatie aanwezig nabij het plangebied. De werkelijk geluidproductie van de glastuinbouwbedrijven zal daarmee niet leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Op 2 onbebouwde percelen is nog de uitbreiding van een glastuinbouwbedrijf mogelijk.

Gezien de ligging van deze percelen ligt het in de lijn der verwachting dat hier alleen uitbreiding van kassen worden gerealiseerd en geen ruimte voor laad/losactiviteiten of ruimten voor technische installaties (zoals een WKK). Tegenover deze percelen zijn overigens al bestaande woningen aanwezig waardoor nieuwbouwactiviteiten op deze locaties reeds zijn beperkt zijn door de bestaande woningen. Geconcludeerd wordt dat de bestemming Agrarisch-Glastuinbouw ten oosten van het plangebied nu en in de toekomst niet zal leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied.

2180720 Aqua-Terra Nova 302bAW_PB EV BMZ Definitieve rapportage 8 juli 2019

9

4 4.1

TOETS EXTERNE VEILIGHEID Algemeen

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro-besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de wijziging hiervan, geanalyseerd te worden. Soms moeten de risico’s worden berekend. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten (bijv. woningen) wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd.

Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben overheden en betrokken private instellingen een inspanningsverplichting om te voldoen aan deze oriënterende waarde en dient een toename van het GR in elk geval bestuurlijk te worden verantwoord.

4.2

Besluit externe veiligheid inrichtingen

4.3

Besluit externe veiligheid transportroutes

4.4

Besluit externe veiligheid buisleidingen

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) uit 2004 legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten de bedrijven. De bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij (beperkt) kwetsbare objecten waaronder woningen, ziekenhuizen, scholen, winkels, horecagelegenheden en sporthallen. Hierdoor ontstaan risico’s voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken. Het Besluit verplicht gemeenten en provincies bij het nemen van ruimtelijke besluiten o.a. uitwerkingsplannen met deze externe veiligheid rekening te houden. Dit betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen niet gepland mogen worden als deze te dicht bij risicovolle bedrijven komen te liggen.

Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is op 1 april 2015 in werking getreden. Met het Bevt is de normering voor het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico wettelijk vastgelegd voor wegen (basisnetwegen en overige wegen), spoorwegen en vaarwegen. De wijze waarop het plaatsgebonden risico en groepsrisico moet worden berekend of vastgesteld is verder uitgewerkt in een ministeriële regeling (Regeling Basisnet). De normstelling voor het plaatsgebonden risico is in lijn met het Bevi. Hiermee worden nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Voor wegen geldt voor besluiten binnen 200 meter afstand van de weg dat moet worden nagegaan of het groepsrisico moet worden beschouwd en verantwoord. Voor enkele basiswegen geldt verder een plasbrand-aandachtsgebied waarbinnen regels gelden ten aanzien van de brandwerendheid van gebouwen en vluchtroutes.

Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Bevi. Hiermee worden nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat 2180720 Aqua-Terra Nova 302bAW_PB EV BMZ Definitieve rapportage 8 juli 2019

10

wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmeringsstrook van 4 meter of van 5 meter, afhankelijk van de druk van de buisleiding. Voor deze strook geldt in principe een bouwverbod en de plicht tot een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden in de grond.

4.5

Gegevens op de professionele risicokaart

Aan de hand van de gegevens op de risicokaart is nagegaan welke risicovolle activiteiten en bronnen in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Op de risicokaart is zichtbaar dat rondom het plangebied enkele risicorelevante activiteiten aanwezig zijn.

Figuur 4.1 Ligging plangebied (rode lijn) op risicokaart

2180720 Aqua-Terra Nova 302bAW_PB EV BMZ Definitieve rapportage 8 juli 2019

11

4.6 Risicovolle activiteiten binnen het plangebied De inrichting van het plangebied voorziet niet in de komst van risicovolle activiteiten naar het plangebied.

4.7 Risicovolle activiteiten in de omgeving van het plangebied 4.7.1 Risicovolle activiteiten binnen inrichtingen Voor risicovolle activiteiten is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het plangebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen. De meest dichtbij zijnde risicovolle inrichtingen zijn: • LPG tankstation Texaco, Naaldwijkerweg 255a in ’s-Gravenzande (nummer 1 in figuur 4.1). Het LPG vulpunt is gelegen op een afstand van 340 meter van het plangebied. Dit LPG tankstation valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Op grond van de Regeling externe veiligheid geldt een invloedsgebied van 150 meter rondom het LPG vulpunt en het LPG reservoir. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van het LPG tankstation. • Brinkman Agro B.V., Woutersweg 10 in ’s-Gravenzande (nummer 2 in figuur 4.1). Opslag van gevaarlijke stoffen: vloeibare meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen (opslagvoorzieningen >10 ton). Het bedrijf is gelegen op een afstand van 895 meter van het plangebied. Het plangebied is net gelegen buiten het invloedsgebied van de opslagvoorzieningen. • Multifunctioneel centrum Maesemunde, Koningin Julianaweg 158 in ’s-Gravenzande (nummer 3 in figuur 4.1). Opslag van chloorbleekloog t.b.v. het zwembad.

Het zwembad valt niet onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Er gelden verder geen veiligheidsafsafstanden op grond van het Activiteitenbesluit. De aanwezigheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.

4.7.2 Transport van gevaarlijke stoffen over wegen Het plangebied bevindt zich op 305 meter afstand van een transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg (provinciale weg N467, nummer 6 in figuur 4.1). De N467 is, ter hoogte van het plangebied, geen Basisnetweg, maar wel onderdeel van het onderliggend wegennet waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Voor het betreffende wegvak zijn geen tellingen bekend. Daarom is, op basis van de Risicokaart, een analyse gemaakt van het aantal LPG tankstations en propaantanks in het achterliggende gebied. Op basis van die analyse kan worden gesteld dat het aantal GF3 transporten nabij het plangebied (veel) kleiner is dan 500 per jaar. Van de andere stofcategorieën is geen inschatting gemaakt omdat die niet significant vertegenwoordigd zullen zijn. De N467 beschikt ter hoogte van het plangebied niet over een PR=10-6 risicocontour. De grenswaarden van de weg vormen geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. De omvang van het invloedsgebied wordt bepaald door het incidentscenario met de grootste 1% letaliteitsafstand. In tabel 1 van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) zijn per stofcategorie de maximale afstanden tot een overlijdenskans van 1% weergegeven.

2180720 Aqua-Terra Nova 302bAW_PB EV BMZ Definitieve rapportage 8 juli 2019

12

Tabel 4.2: invloedsgebied per stofcategorie

Het invloedsgebied van de N467 valt voor een klein gedeelte over het plangebied. Voor de hoogte van het groepsrisico is vooral de bebouwing dichtbij de transportroute van belang. Bebouwing die op grotere afstand van de transportroute is gelegen draagt minder bij aan de hoogte van het groepsrisico dan dichtbij gelegen bebouwing (met een zelfde personendichtheid). Vanaf een bepaalde afstand (mede afhankelijk van het aantal personen in het plangebied) draagt een ontwikkeling niet meer significant bij aan de hoogte van het groepsrisico. In het Besluit externe veiligheid transportroutes is daarom opgenomen dat een berekening en verantwoording van het groepsrisico achterwege kan blijven bij ruimtelijke ontwikkelingen die op meer dan 200 meter van een transportroute zijn gelegen. De N467 is gelegen op meer dan 200 meter van het plangebied, namelijk op ongeveer 305 meter. Een beschouwing en verantwoording van het groepsrisico op grond van artikel 8 van het Bevt kan hierdoor achterwege blijven. Wel dient op grond van artikel 7 van het Bevt te worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de N467 met een tankwagen met GF3-stoffen en de mogelijkheden van personen in de nieuw te bouwen woningen in het plangebied om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp op de N467 voordoet met een tankwagen met GF3-stoffen.

Bij een ongeval met een tankwagen met GF3-stoffen kan door beschadiging van de tankwagen een koude BLEVE ontstaan. Dodelijke effecten van een koude BLEVE reiken tot ca. 200 meter. Dit scenario leidt niet tot dodelijke slachtoffers in het plangebied. Als bij een ongeval met een tankwagen met GF3-stoffen brand ontstaat bij de tankwagen of daar omheen kan de tankwagen opwarmen waardoor uiteindelijk een warme BLEVE kan ontstaan. Bij een warme BLEVE zullen de optredende warmtestralingseffecten in het plangebied dermate beperkt zijn dat personen binnen gebouwen niet gewond zullen raken. Buiten kunnen personen gewond raken door de optredende warmtestraling. Deze personen kunnen zich in veiligheid brengen door te schuilen in gebouwen of achter gebouwen/objecten. De personen in het plangebied worden als zelfredzaam beschouwd en kunnen zelfstandig schuilen. De aanwezigheid van de N467 vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.

4.7.3 Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het plangebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van buisleidingen. De meest dichtbij zijnde buisleidingen zijn: • Aardgas buisleiding W-522-05 van Gasunie (werkdruk 40 bar, diameter 16 inch, nummer 4 in figuur 4.1). De buisleiding is gelegen op een afstand van 468 meter van het plangebied. De buisleiding heeft een 1% letaliteitscontour van 170 meter. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van de buisleiding. 2180720 Aqua-Terra Nova 302bAW_PB EV BMZ Definitieve rapportage 8 juli 2019

13

•

Aardgas buisleiding MN-411041 van de NAM (werkdruk 44 bar, diameter 6 inch, nummer 5 in figuur 4.1). De buisleiding is gelegen op een afstand van 297 meter van het plangebied. De buisleiding heeft een 1% letaliteitscontour tussen de 70 en 90 meter. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van de buisleiding.

De aanwezigheid van buisleidingen met gevaarlijke stoffen vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.

4.8

Beleidsvisie externe veiligheid

De gemeente Westland heeft geen specifiek eigen beleid vastgesteld ten aanzien van het aspect ‘externe veiligheid’. De ontwikkelingen in het plangebied zijn daarom getoetst aan het landelijk geldende beleid ten aanzien van externe veiligheid. De ontwikkelingen in het plangebied vinden plaats buiten het invloedsgebied van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen en buisleidingen. Verder heeft de ontwikkeling in het plangebied geen effect op de hoogte van het groepsrisico bij transportroutes voor gevaarlijke stoffen over wegen.

4.9 Aanwezigheid van conventionele explosieven In de gehele strook langs de Nederlandse kust is er in de Tweede Wereldoorlog veel gebombardeerd. Ook zijn er vliegtuigen met niet afgeworpen bommen neergestort en waren er munitieopslagen van de bezetter aanwezig. Vooral bij werkzaamheden in sinds 1945 niet geroerde grond spelen deze risico’s. Primair gaat het om risico’s die behoren tot het domein van arbeidsveiligheid maar, gezien de afstand van het plan tot dichtbij gelegen bebouwing, zijn er ook risico’s voor derden. Heien nabij een achtergebleven explosief kan op een afstand van 50 meter nog tot detonatie leiden. Het is naast een arbeidsveiligheidsprobleem dus ook een issue ten aanzien van openbare orde en veiligheid. In de gemeente Westland worden op verschillende plaatsen munitie en explosieven gevonden uit de WOII. Er is een gemeentelijke kaart opgesteld met mogelijk verdachte locaties en vindplaatsen van explosieven. Ter plaatse van eventuele vindplaatsen is in de bestemmingsplannen Glastuinbouwgebied Westland en Teylingen s-Gravenzande de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone-munitie' opgenomen. Binnen deze gebiedsaanduiding is het niet toegestaan werkzaamheden uit te voeren of werken aan te leggen, tenzij uit nader onderzoek blijkt dat dit verantwoord is. De locatie is getoetst aan de explosievenkaart (C.E. Bodembelastingkaart) van de gemeente Westland.

Ter hoogte van het plangebied is een vooronderzoek uitgevoerd door Saricon B.V. (projectnr. 14S023). Zie figuur 4.3. Het plangebied ligt aan de westzijde voor een klein gedeelte in een strook (voormalige tankgracht) waarop een verhoogde verdenking rust van de aanwezigheid van achtergebleven conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (verdacht op alle hoofdsoorten CE behalve afwerpmunitie en onderwatermunitie). In het bestemmingsplan direct grenzend aan het plangebied (Teylingen s-Gravenzande) is voor deze tankgracht de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone-munitie' opgenomen. In de regels is een omgevingsvergunningsplicht opgenomen gericht op het beperken van veiligheidsrisico's. Geadviseerd wordt om de voormalige tankgracht op de verbeelding van het bestemmingsplan voor het plangebied op te nemen met een omgevingsvergunningsplicht gericht op het beperken van veiligheidsrisico's. Indien in deze strook van het plangebied graafwerkzaamheden zullen worden verricht ten behoeve van de inrichting van het plangebied dient eerst een nader onderzoek te worden uitgevoerd (veldonderzoek).

Voor het gedeelte van de tankgracht (gelegen tussen het plangebied en bestemmingsplan Dijkerdaal fase 1) heeft dit nader onderzoek al plaatsgevonden in 2010 waarbij geadviseerd is om bij grondverzet in deze strook beneden 0,3 m-mv laagsgewijze detectie toe te passen (vrijgeven van lagen met dikte van 30 centimeter tijdens het werk door een senior OCE deskundige).

2180720 Aqua-Terra Nova 302bAW_PB EV BMZ Definitieve rapportage 8 juli 2019

14

Plangebied

Figuur 4.3 Ligging plangebied op explosievenkaart gemeente Westland

2180720 Aqua-Terra Nova 302bAW_PB EV BMZ Definitieve rapportage 8 juli 2019

15

5

CONCLUSIE

Voor het plangebied Waelpolder (Noord en Zuid) in ‘s-Gravenzande bestaat het voornemen middels een bestemmingsplan een nadere uitwerking te geven voor de invulling van het plangebied met woningen, een school met kinderopvang, een gezondheidscentrum en een eventuele recreatieve voorziening aan de Nieuwe Vaart. De ontwikkelingen zijn getoetst aan de VNG richtlijn Bedrijven en Milieuzonering. Geconcludeerd wordt dat de huidige bedrijfsactiviteiten op bedrijventerrein Teylingen niet zullen leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Verder wordt opgemerkt dat voor alle beschouwde bedrijfslocaties de bedrijfsactiviteiten reeds beperkt zijn door de bestaande woningen. Deze bestaande woningen zijn gelegen tussen de betreffende bedrijfslocaties en het plangebied. De bedrijven op het bedrijventerrein moeten bij deze bestaande woningen al voldoen aan de eisen voor geur, stof, geluid e.d. in het Activiteitenbesluit of de omgevingsvergunning. Hierdoor kan worden gesteld dat bij de geplande woningen, die op grotere afstand worden gerealiseerd, ruimschoots aan deze normen zal worden voldaan. Door de aanwezigheid van de bestaande woningen is hierdoor in de praktijk voldoende gewaarborgd naar de toekomst toe dat er sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied.

Om een toekomstig goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied formeel te waarborgen wordt geadviseerd om t.z.t. in bestemmingsplan Teylingen s-Gravenzande (25-01-2011) de betreffende percelen met milieucategorie 4.1 en 3.2 benedenwaarts aan te passen. Voor de bestemde en aanwezige glastuinbouwbedrijven aan de oostzijde van het plangebied geldt dat alleen de afstand voor geluid net over het plangebied ligt. Geluid bij glastuinbouwbedrijven ontstaat voornamelijk bij het laden en lossen van teeltproducten en grondstoffen door vrachtwagens op het buitenterrein. Inpandige geluidbronnen (in kassen en werkruimten) en inpandig geluid geïsoleerd opgestelde WKK’s dragen niet significant bij aan de geluidproductie en zullen niet tot hinder kunnen leiden bij woningen in het plangebied. Het merendeel van de glastuinbouwbedrijven wordt ontsloten via wegen ten oosten van deze bedrijven en daarmee aan de zijde die van het plangebied afgekeerd is. Laad en losactiviteiten zijn daarmee gelegen op veel meer dan 30 meter van het plangebied en afgeschermd van het plangebied door de tussenliggende kassen. Op de enkele locaties waar laad en los activiteiten wel plaatsvinden aan de westzijde van de glastuinbouwbedrijven is de laad/loslocatie gelegen op ca. 30-40 meter van het plangebied. Verder is bij deze bedrijven geen WKK-installatie aanwezig nabij het plangebied.

De werkelijk geluidproductie van de glastuinbouwbedrijven zal daarmee niet leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Op 2 onbebouwde percelen is nog de uitbreiding van een glastuinbouwbedrijf mogelijk. Gezien de ligging van deze percelen ligt het in de lijn der verwachting dat hier alleen uitbreiding van kassen worden gerealiseerd en geen ruimte voor laad/losactiviteiten of ruimten voor technische installaties (zoals een WKK). Tegenover deze percelen zijn overigens al bestaande woningen aanwezig waardoor nieuwbouwactiviteiten op deze locaties reeds zijn beperkt zijn door de bestaande woningen. Geconcludeerd wordt dat de bestemming Agrarisch-Glastuinbouw ten oosten van het plangebied nu en in de toekomst niet zal leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. De ontwikkelingen in het plangebied zijn getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden- en groepsrisico, die zijn vastgesteld voor risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over de weg, water en het spoor en voor luchthavens. De aanwezigheid van risicorelevante activiteiten in de omgeving van het plangebied vormen geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling. Een berekening en verantwoording van het groepsrisico is niet vereist op grond van het Bevi, Bevb en Bevt.

In het kader van het Bevt zijn de effecten van een ongeval met een tankwagen met GF3 stoffen op de N467 beschouwd. Het plangebied ligt aan de westzijde voor een klein gedeelte in een strook (voormalige tankgracht) waarop een verhoogde verdenking rust van de aanwezigheid van achtergebleven conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (verdacht op alle hoofdsoorten CE behalve afwerpmunitie en onderwatermunitie). Geadviseerd wordt om de voormalige tankgracht op de verbeelding van het bestemmingsplan voor het plangebied op te nemen met een omgevingsvergunningsplicht gericht op het beperken van veiligheidsrisico's. Indien in deze strook van het plangebied graafwerkzaamheden zullen worden verricht ten behoeve van de inrichting van het plangebied dient eerst een nader onderzoek te worden uitgevoerd (veldonderzoek). 2180720 Aqua-Terra Nova 302bAW_PB EV BMZ Definitieve rapportage 8 juli 2019

16

6

BRONVERMELDING 1. 2. 3. 4. 5.

BEVI. Besluit externe veiligheid inrichtingen. Te raadplegen via www.overheid.nl REVI. Regeling externe veiligheid inrichtingen. Te raadplegen via www.overheid.nl BEVB. Besluit externe veiligheid buisleidingen. Te raadplegen via www.overheid.nl REVB. Regeling externe veiligheid buisleidingen. Te raadplegen via www.overheid.nl Explosievenkaart gemeente Westland https://www.gemeentewestland.nl/fileadmin/documenten/wonen_bouwen_en_verhuizen/Beleid_Bouwen_W onen/14S023-BB-03_explosievenkaart__met_vrijwaringen_en_met_labels___verkleinde_versie_.pdf

2180720 Aqua-Terra Nova 302bAW_PB EV BMZ Definitieve rapportage 8 juli 2019

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=2a994036-0b8e-43dd-9359-ecb43d5088b7