CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

12.) Voorstel en besluit tot vaststelling van het wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling MRDH GETEKEND

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling MRDH10.424 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de berekening van de kosten van uittreding wordt gebaseerd op feiten

om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden;

de Metropoolregio is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen

9. Na toezending van het ontwerp-uittredingsplan maken de bestuursorganen van de deelnemerdie het voornementotuittreding hebben kenbaar gemaakt, binnen 3 maanden gezamenlijk bekendof zij definitief willen uittreden. De besluiten tot uittreden worden aangetekend verzondenaan het algemeenbestuur.

8. De bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen stellen met ten minste twee derde meerderheid het uittredingsplan vast.

b.

a.

tot uittreding:

7. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit de schade die de Metropoolregio en de achterblijvende deelnemerslijden als direct gevolg van het besluit

een beschrijving van eventuele consequenties voor de verbonden partijen van de Metropoolregio;

e.

10.De uittreding vindt slechts plaats op 1 januari na de datum, waarop

2.De wijzigingsregeling bepaalt wanneer dezein werking treedt.

1.De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van alle bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen.

2.De opheffing wordt van kracht op 1 januari, volgend op de datum waarop het laatste bestuursorgaan dat aan deze regeling deelneemt de in het eerste lid bedoelde besluiten heeft genomen,tenzij het algemeen bestuur een later tijdstip heeft bepaald. 3.In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 4.Hetliquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, na raadpleging van de vertegenwoordigende organen, vastgesteld.

5.Hetliquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelnemingin de financiéle gevolgen van de beéindiging van de regeling. 6. Voor zover financiéle gevolgen, zowel in negatieveals in positieve zin,

gelijkluidende besluiten van alle bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen.

2.De opheffing wordt van kracht op 1 januari, volgend op de datum waarop hetlaatste bestuursorgaan dat aan deze regeling deelneemt de in het eerste lid bedoelde besluiten heeft genomen, tenzij het algemeen bestuur een later tijdstip heeft bepaald.

3.In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.

4.Hetliquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, na raadpleging

van de vertegenwoordigende organen, vastgesteld.

5.Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelnemingin de financiéle gevolgen van de beéindiging van de regeling.

6.De organen van de Metropoolregio blijven, zo nodig, na het tijdstip van

de beéindiging in functie totdat de liquidatie is voltooid.

worden over de gemeenten naar rato van de inwoneraantallen zoals

gekoppeld zijn aan de taak economisch vestigingsklimaat zal deze verdeeld

Artikel 6:4 Opheffing

2.De wijzigingsregeling bepaalt wanneer dezein werking treedt. Artikel 6:4 Opheffing

1.De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende

Artikel 6:3 Wijziging 1.De regeling kan worden gewijzigd bij gelijkluidende besluiten van alle bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen.

Artikel 6:3 Wijziging 1.De regeling kan worden gewijzigd bij gelijkluidende besluiten van alle bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen.

opname in hetregister als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft plaatsgevonden,tenzij door het algemeen bestuur een later tijdstip is bepaald.

benoemen een derde deskundige, die tevens als voorzitter van de

adviescommissie optreedt. Het dagelijks bestuur treedt mede namens het betreffende gemeentebestuur op als opdrachtgever van de commissie. In de opdracht wordt tenminste het probleem geschetst, worden de te beantwoorden vragen geformuleerd en wordt de termijn genoemd waarbinnen de commissie haar advies dient uit te brengen. 4.De in het derde lid bedoelde commissie regelt zelf de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt tegelijkertijd toegezonden aan het dagelijks bestuur en aan het betreffende gemeentebestuur. 5.Op basis van het advies treden de in het tweede lid bedoelde personen nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossingleidt, is elk der partijen vrij

deskundigen benoemen een derde deskundige, die tevens als voorzitter

van de adviescommissie optreedt. Het dagelijks bestuur treedt mede namenshet betreffende gemeentebestuur op als opdrachtgever van de commissie. In de opdracht wordt tenminste het probleem geschetst, worden de te beantwoorden vragen geformuleerd en wordt de termijn genoemd waarbinnen de commissie haar advies dient uit te brengen.

4.De in het derde lid bedoelde commissie regelt zelf de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt tegelijkertijd toegezonden

5.Op basis van het advies treden de in het tweede lid bedoelde personen nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossingleidt, is elk der partijen

aan het dagelijks bestuur en aan het betreffende gemeentebestuur.

benoemen hetdagelijks bestuur en het gemeentebestuur waarmee het

3.Indien het in het tweede lid bedoelde overleg niet tot een oplossingleidt,

3.Indien het in het tweede lid bedoelde overleg niet tot een oplossing

geschil bestaat elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen

bedoelde deskundigenadvies, wordt het geschil besproken tussen een afvaardiging van het dagelijks bestuur en een afvaardiging van het gemeentebestuur waarmeehetgeschil bestaat.

leidt, benoemen hetdagelijks bestuur en het gemeentebestuur waarmee

2.Voordat wordt overgegaan tot het vragen van het in het eerstelid

2.Voordat wordt overgegaan tot het vragen van hetin het eerste lid bedoelde deskundigenadvies, wordt het geschil besproken tussen een afvaardiging van het dagelijks bestuur en een afvaardiging van het gemeentebestuur waarmeehet geschil bestaat.

het geschil bestaat elk een onafhankelijke deskundige. Beide

ruimste zin van het woord, onderworpen aan een niet-bindend

deskundigenadvies.

niet-bindend deskundigenadvies.

Artikel 7:1 Voorprocedure 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen worden geschillen over de toepassing van de regeling, in de

Artikel 7:1 Voorprocedure 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen worden geschillen over de toepassing

van de regeling, in de ruimste zin van het woord, onderworpen aan een

Hoofdstuk 7: Geschillen

Hoofdstuk 7: Geschillen

begroting..

opgenomenin de laatste voor de opheffing vastgestelde reguliere

6.De kosten van de adviescommissie worden door het dagelijks bestuur en het betreffende gemeentebestuur ieder voor de helft gedragen. Hoofdstuk 8: Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8:1 Periodieke evaluatie

6.De kosten van de adviescommissie worden door het dagelijks bestuur en het betreffende gemeentebestuur ieder voor de helft gedragen.

Hoofdstuk 8: Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8:1 Periodieke evaluatie Het algemeen bestuur draagt zorg voor een vijfjaarlijkse evaluatie van de regeling. Bij deze evaluatie worden de deelnemende bestuursorganen betrokken. De evaluatie wordt aan de vertegenwoordigende organen voorgelegd. De eerste evaluatie vindt plaats twee jaar na inwerkingtreding van deze regeling. Artikel 8:2 Toezending ex artikel 26 van de wet Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam draagt zorg

a. de doelstellingen van de regeling, gelet op de overwegingen,zijn behaald, of b. voldoende grond bestaat voor continuering van de regeling.

a. de doelstellingen van de regeling, gelet op de overwegingen, zijn behaald, of

b.

3.Het algemeen bestuur doet, gehoord de Vervoersautoriteit, aan de bestuursorganen van de gemeenten op grond van de evaluatie, bedoeld in

2.In 2024 evalueert het algemeen bestuur de regeling, waarbij in elk geval wordt onderzochtof:

2.In 2024 evalueert het algemeen bestuur de regeling, waarbij in elk geval wordt onderzochtof:

voldoende grond bestaat voor continuering van de regeling.

1.De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.

Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Artikel 8:3 Onbepaaldetijd

regeling. Deze besluiten worden ook voor kennisgeving gezonden aan de

besluiten tot toetredingtot, uittreding uit, wijziging of opheffing van de

voor de toezending aan gedeputeerde staten en de minister van de

Artikel 8:2 Toezending ex artikel 26 van de wet Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam draagt zorg

regeling. Bij deze evaluatie worden de deelnemende bestuursorganen betrokken. De evaluatie wordt aan de vertegenwoordigende organen voorgelegd.

1.De regeling wordt getroffen voor onbepaaldetijd.

Artikel 8:3 Onbepaaldetijd

Minister van Infrastructuur en Milieu.

regeling. Deze besluiten worden ook voor kennisgeving gezonden aan de

besluiten tot toetreding tot, uittreding uit, wijziging of opheffing van de

voor de toezending aan gedeputeerde staten en de minister van de

om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de Wet

Het algemeen bestuur draagt zorg voor een vijfjaarlijkse evaluatie van de

gemeenschappelijke regelingen voor te leggen aan gedeputeerde staten.

vrij om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen voor te leggen aan gedeputeerde staten.

1.De gewijzigde regeling treedt in werking op 1 juli 2024.

3.Artikel 8:3, tweede en derde lid, vervalt per 1 januari 2026.--

2.De regeling wordt aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 ".

-

Het college van burgemeester en wethouders van 23 april 2024 De gemeenteraad van 29 mei 2024

Aldus besloten in de vergaderingen van:

Haag 2014

1. Dit Besluit treedt in werking op 1 juli 2024. 2. Dit besluit wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit gemeente Westland Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den

Artikel III

De gemeenteraad geeft het college van Burgemeester en Wethouders en de Burgemeester toestemming op grond van artikel 1, vierdelid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen om deze regeling conform dit besluit te wijzigen.

Artikel II

3.Artikel 8:3, tweede en derde lid, vervalt per 1 januari 2026.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014".

2.De regeling wordt aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling

Staten-Generaalhet voorstel voor de Wetafschaffing plusregio’s heeft aangenomen.

Artikel 8:4 Inwerkingtreding en citeerwijze

1.De regeling treedt in werking op de dag nadat de Eerste Kamer van de

het tweede lid, een voorstel omtrent continuering van de regeling en de voorwaarden waaronder. De zienswijzenprocedureis van toepassing.

bestuursorganen van de gemeenten op grond van de evaluatie, bedoeld in het tweedelid, een voorstel omtrent continuering van de regeling en de voorwaarden waaronder. De zienswijzenprocedureis van toepassing. Artikel 8:4 Inwerkingtreding en citeerwijze

3.Het algemeen bestuur doet, gehoord de Vervoersautoriteit, aan de

B.R. Arends

de secretaris,

Het college (Westland 23 - 04 - 2024)

P. van Oosten

RES

de griffier,

De raad (Westland 29 — 05 - 2024)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=413e07ce-270f-4c69-bf48-0892ff94166a