10 Vooronderzoek conventionele explosieven (20-0274431)
Tekst van het document
21 G.J. Zwanenburg, En nooit was het stil...kroniek van een luchtoorlog, deel 1 (Den Haag 1993). 22 Nationaal Archief, Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, toeg. nr. 2.04.53.15, inv. nr 76; Historisch Archief West land, Gemeentebestuur Wateringen, toeg. nr 131, inv. nr. 805. 23 Nationaal Archief, Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, toeg. nr. 2.04.53.15, inv. nr 76. 24 Nationaal Archief, Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, toeg. nr. 2.04.53.15, inv. nr 76; Historisch Archief West land, Gemeentebestuur Wateringen, toeg. nr 131, inv. nr. 805. 25 Historisch Archief Westland, Gemeentebestuur Wateringen, toeg. nr 131, inv. nr. 805. 26 Historisch Archief Westland, Gemeentebestuur Wateringen, toeg. nr 131, inv. nr. 805.
32
2016-BB-26 (Definitief) Datum
Vooronderzoek CE
Gebeurtenis
Relevant
5 mei 1945
Het Duitse leger capituleert, Nederland is bevrijdt.
6 mei 1945
Hoewel de oorlog officieel is afgelopen, vindt er in Wate ringen een vuurgevecht plaats tussen Binnenlandse Strijdkrachten en een groep Duitse soldaten.
laan ligt op circa 1,8 kilome ter van het projectgebied Niet relevant. Deze gebeur tenis vormt geen feitelijke aanwijzing voor het achter blijven van CE binnen het projectgebied. Niet relevant. Deze gebeur tenis vormt geen feitelijke aanwijzing voor het achter blijven van CE binnen het projectgebied
.0«»r
îf rw H
i* Hó ^
Figuur 11. Volgens deze Defence Overprint staan er op 25 maart 1945 verschillende verdedigingswerken, waaronder lichte machingeweerstellingen, een zoeklicht en loopgraven,in het projectgebied. Ook wordt er met stippellijnen (en de aanduiding ‘floods') aangegeven welke delen van het land geïnundeerd zijn. Bron: DOTKA
22 juni 1991
Het Limburgsch Dagblad meldt dat de Explosieven Op ruimingsdienst twee vliegtuigbommen onschadelijk maakt, die zijn gevonden tijdens de bouw van een nieuw bedrijvencentrum vlakbij een woonwijk.27 28
Niet relevant. De exacte locatie van de twee vlieg tuigbommen worden niet genoemd. Deze kunnen dan ook niet aan het projectgebied gekoppeld worden.
27 Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuig-verliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011); Vergeltungswaffen.nl. 28 Het Limburgsch Dagblad, 22-06-1991, delpher.nl.
33
2016-BB-26 (Definitief) Datum
Vooronderzoek CE
Gebeurtenis
Relevant
Bommen Zestig inwoners van het stadje Wateringen worden woensdag tÿdelÿk geëvacueerd. De Explosieven Opruimingsdienst zal die dag twee vliegtuigbom men van Engelse makelij on schadelijk maken. De bommen werden een paar weken gele den gevonden tijdens de bouw van een nieuw bedrijvencen trum vlakbij een woonwijk. Figuur 12. Het bericht in het Limburgsch Dagblad van 22 juni 1991. Bron: Het Limburgsch Dagblad, 22-06-1991.
29
20 november
De Britse Blenheim dat op 10 mei 1940 bij Wateringen
2008
tussen de Uithofslaan en de Wennetjessloot is neer gestort, wordt geruimd. 29
Niet relevant. deze gebeur tenis vormt geen feitelijke aanwijzing voor het achter blijven van CE binnen het projectgebied.
NRC.nl.
34
2016-BB-26 (Definitief) Datum
Vooronderzoek CE
Gebeurtenis
1
Relevant
ÇUïr-
‘«tóŕSţĚJ 'vJŬĶ'.
'i?
ì'.SÍS '3
».y v
;
Figuur 13. Twee Blenheims MKIV van het N040 Squadron op een Brits vliegveld. Bron: rafmuseum.org.uk.
ŕürr-y
7///M
Figuur 14. Indicatieve inslagen van V-wapens (V-1 inslagen in het rood, V-2 inslagen in het donkerrood).
Uit het bovenstaand overzicht met oorlogshandelingen en andere (relevante) gebeurtenissen, is gebleken dat het grootste gedeelte van de gebeurtenissen, niet aantoonbaar is te koppelen aan 35
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
het huidige projectgebied. Alleen het gevecht op 11 mei 1940 heeft zich binnen de contouren van het projectgebied (tussen de Dorpskade en het stoomgemaal) afgespeeld. Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) Uit de collectie 575 ‘Duitse verdedigingswerken en inundaties van Nederlands grondgebied in de oorlog/rapporten van militaire aard vanuit bezet Nederland aan bureau inlichtingen Londen’ van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie is geen relevante informatie naar voren gekomen over de mogelijke aanwezigheid van Duitse verdedigingswerken binnen het projectgebied. De archiefstukken die in collectie 409 Gevechtsverslagen en -rapporten mei 1940 zijn gevonden, zijn verwerkt in de oorlogshandelingen. Archief mijn- en munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 In het semi-statisch archief van Defensie te Rijswijk zijn voor de gemeenten Wateringen, Schiplui den en Den Haag geen meldingen van de MMODD voor het projectgebied (of de directe omge ving) achterhaald. Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden Uit het archief van de EODD zijn een aantal meldingen en ruimingen, plaatshebbende in de omge ving van het projectgebied, achterhaald. De locaties van deze meldingen en ruimingen zijn weer gegeven op afbeeldingen, volgende op de tabellen met ruimingen.
Enkel de meldingen welke (globaal) aan een locatie konden worden gekoppeld, zijn weergegeven. Zo zijn bijvoorbeeld de meldingen op het politiebureau weggelaten, daar in de betreffende gevallen de oorspronkelijke vindplaats van CE niet wordt vermeld. Het ontbreken van deze gegevens, betreft hier derhalve een leemte in de kennis. Voor het projectgebied (en directe omgeving) zijn de volgende meldingen en ruimingen aange troffen: MORA
LIGPLAATS
AANTAL
BENAMING/SOORT
BIJZONDERHEDEN
19721750
Groenepad 7, Kwintsheul
1
Huls van 75 mm
19820691
Naast de kerk, Wateringen
1
Handgranaat Mills 36
Beddeluik gemaakt van de huls Incompleet
19872008
Lelielaan, Wateringen
1
19901182
Bovendijk 83, Kwintsheul
2
19911928
Bovendijk 43, Kwintsheul
2
Scherfhandgranaat model 1915 met resten van een ontsteker Vliegtuigbom 250 lb MK III Anti Submarine met neusbuis No 32 MK II Rookgranaat 25 ponder met tijdbuis No 221
1 20080411
Wateringseveldweg 1, Wate ringen
1
20132076001 Wateringseveldweg 1, Wate ringen
1
Kardoesmessing van een 25 pon der Scherfhandgranaat Nr 1C1 met ontsteker, zonder beugel M72 Pantsergranaat van 75 mm
Geen Geen
Verschoten, leeg
Leeg Geen Verschoten, Ameri kaans
36
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
Een aantal van de meldingen konden niet aan een specifieke locatie worden gekoppeld. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meldingen op het politiebureau. De oorspronkelijke vindplaats kan dan niet achterhaald worden. Deze meldingen zijn niet meegenomen in bovenstaande tabel, omdat deze niet herleidbaar zijn tot een specifieke plaats. Meldingen welke enkel aan algemene plaatsen zoals straten (zonder huisnummer of andere informatie) gekoppeld konden worden, worden weergegeven als meldingen ‘op straatniveau’, of als ‘indicatief’ (afhankelijk van de omschrijving). Onderstaande afbeeldingen geven de locaties van de ruimingen in de directe nabijheid van het projectgebied weer (enkel daadwerkelijke ruimingen van (delen van) CE zijn weergegeven op de kaart). Geen van de meldingen valt aantoonbaar binnen het projectgebied.
MORA19820691 MORA
18 (straatniveau)
M©RA 19901182
20112076001
250 m
1250 m
1750 m
Figuur 15. Ruimingen in de omgeving van het projectgebied. Bron satellietbeeld: PDOK.
Alleen de MORA’S 20080411 en 20132076001 bevinden zich vlakbij het projectgebied. Deze betref fen echter vondsten van naoorlogse CE bij een afvalverwerkingsbedrijf en hebben, tot zover be kend, geen invloed op het projectgebied. Collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten EODD In de collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten van de EODD zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van mijnenvelden binnen het projectgebied aangetroffen. Onderstaande af beelding toont dichtstbijzijnde mijnenveld t.o.v. het projectgebied.
37
2016-BB-26 (Definitief)
0.0 km
1.0 km
2.0 km
Vooronderzoek CE
3.0 km
İ)
4.0 km
Figuur 16. De indicatieve locaties van mijnenvelden op geruime afstand van het projectgebied. Bron: EODD. Bron satellietbeeld: PDOK.
38
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
4. Luchtfotoanalyse Algemeen De beschikbare luchtfoto’s betreffende de data waarop oorlogshandelingen hebben plaatsge vonden, zijn door BeoBOM geïnventariseerd. Daaruit is een selectie gemaakt van bruikbare lucht foto’s. Bij de selectie van deze foto’s is rekening gehouden met de datum in relatie tot de oor logshandelingen, de opnamekwaliteit en de schaal. De geselecteerde luchtfoto’s zijn geïnterpre teerd op de aanwezigheid van schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en militaire werken. Op de foto’s zijn een zeer gering aantal verstoringen gesignaleerd, welke in on derstaande paragraaf nader worden toegelicht. Resultaat luchtfotoanalyse Uit de analyse van het luchtfotomateriaal zijn enkele verstoringen in het projectgebied gesigna leerd. Het gaat hierbij om verdedigingswerken die voornamelijk bestaan uit wapenopstellingen en loopgraven. In de onderstaande figuren worden enkele gesignaleerde verstoringen nader be sproken. Binnen het projectgebied is, voor zover zichtbaar op de luchtfoto’s, geen sprake van verstoringen als gevolg van oorlogshandelingen. Ondanks het raadplegen van verschillende luchtfotolagen uit verschillende oorlogsjaren, blijven foto’s momentopnamen en is de interpretatie ervan afhankelijk van de kwaliteit. Voor een compleet overzicht van gesignaleerde verstoringen, verwijzen wij u naar bijgevoegde inventarisatiekaart.
Op de inventarisatiekaart, wordt het geheel van gesignaleerde verstoringen weergegeven.
'
Figuur 15. Op drie locaties binnen het projectgebied en de directe omgeving zijn verdedigingswerken op het luchtfotomateriaal gesigna leerd.
39
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
Locatie 1
Figuur 16. Op de luchtfoto van 26 februari 1945 zijn ten westen van het projectgebied twee wapenopstellingen en een prikkeldraadver sperring gesignaleerd. Deze hebben geen invloed op de mate van verdachtheid van het projectgebied.
40
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
Locatie 2
Legenda: Wapenopstelling
Infrastructuur zonder geschutopstelling of munitievoorraad
Zoeklicht
Figuur 17. In het centrum van het projectgebied, bij de brug over de Zwet, zijn meerdere verdedigingswerken gesignaleerd. Hier op de luchtfo to van 26 februari 1945 zijn wapenopstellingen, Verdedigingswerken zonder wapenopstelling, loopgraven (in het oranje kader) en een zoek licht te zien.
41
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
Locatie 3
Figuur 18. Bij locatie 3 zijn twee loopgraven met twee wapenopstellingen gesignaleerd.
N.B.: ten behoeve van de compleetheid is niet enkel gekeken naar verstoringen binnen het pro jectgebied. maar ook naar verstoringen erbuiten, ook wanneer deze niet van directe invloed zijn op het projectgebied. De getoonde verstoringen en verdachte gebieden buiten het projectge bied. dienen te worden beschouwd als indicatief, daar deze in principe buiten de scope van dit vooronderzoek vallen. Er kunnen derhalve geen werkzaamheden buiten de contouren van het projectgebied worden uitgevoerd zonder aanvullend vooronderzoek.
42
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
5. Landschapsanalyse Algemeen Ten behoeve van het in kaart brengen van verstoringen in het landschap, als gevolg van oorlogs handelingen, wordt standaard een landschapsanalyse uitgevoerd uit met behulp van historisch kaartmateriaal, satellietbeelden, luchtfotomateriaal uit de periode 1940-1945, BAG-gegeven (Ba sisregistraties Adressen en Gebouwen) en LIDAR. LIDAR staat voor Light Detection and Ranging of Laser Imaging Detection And Ranging, en houdt in dat hoogteverschillen in het landschap in kaart worden gebracht middels laserpulsen. Door hoogteverschillen te analyseren, kunnen verstorin gen zoals bomkraters of verdedigingswerken in sommige gevallen worden opgespoord. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan hoogteverschillen in het landschap, welke niet zichtbaar zijn op luchtfoto’s door bebossing of andere vegetatie. Ook hoogteverschillen welke niet met het men selijk oog zichtbaar zijn, zijn wel zichtbaar als LIDAR wordt ingezet. Naast het in kaart brengen van mogelijke verstoringen als gevolg van oorlogshandelingen, wordt LIDAR hier eveneens toe gepast om de naoorlogse bodemroering in kaart te brengen. In de volgende paragraaf worden de resultaten van deze analyse besproken.
Naoorlogse bodemroerende werkzaamheden Om na te gaan in hoeverre rond het projectgebied (ingrijpende) bodemroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden welke mogelijk van invloed zijn op de mate van verdachtheid, zijn de luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog, historisch kaartmateriaal en een modern satellietbeeld met elkaar vergeleken. Daarnaast is gebruik gemaakt van BAG-gegevens (Basisregistratie Adres sen en Gebouwen). Onderstaande afbeeldingen tonen de situatie rond het projectgebied in de oorlogsjaren vergeleken met de huidige situatie, gevolgd door de BAG-gegevens.
Figuur 19. Het projectgebied tegenwoordig en het projectgebied in 1944. Bron satellietbeeld: PDOK
43
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
1000 m
Figuur 20. Het projectgebied anno 1940 met daarop indicatief weergegeven de ligging van huidige wegen welke naoorlogs zijn aangelegd (blauw en de huidige bebouwing volgens een actuele kaart van het kadaster (roze gebied). Het gebied geldt als ingrijpend geroerd in horizontaal opzicht.
áĩml ' ÇŞvV'. .ý «
Vrļ
'V
ňčfe ' Kmà v
^
c
.
3Bi
tSR ,īü
\\
Y-Q\ iiaMWB1
.tmimam.
Figuur 21. In het blauw zijn de panden weergegeven welke t/m 1945 zijn gebouwd en in geel de panden welke na 1945 zijn gebouwd. Bron gegevens: BAG. Bron satellietbeeld: PDOK.
44
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
Figuur 22. De vele roeringen in het gebied waar de wapenopstelling stonden, maken het aannemelijk dat eventuele achtergebleven CE inmiddels verwijdert zijn. Alleen de dijk waaraan de wapenopstelling (linksonder) stond, lijkt nagenoeg niet verandert te zijn.
Figuur 23. De nieuwe Dorpskade waarbij een weg, viaduct en brug over de Zwet (na de Tweede Wereldoorlog) zijn aangelegd. Hierbij is een verhoging gemaakt zodat er een viaduct over de N211 kon worden aangelegd. Ook de sloten langs de dijk zijn op de luchtfoto van tegenwoordig verdwenen.
45
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
Resultaat vergelijking Uit bovenstaande vergelijkingen is gebleken dat in de periode 1945 tot het heden, binnen het projectgebied intensieve bodemroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Het is plausibel dat er sinds 1945 door de aanleg van gebouwen en infrastructuur, mogelijk aanwezige CE inmid dels zijn verwijderd. Het is aannemelijk dat tenminste een gedeelte van het projectgebied op basis van genoemde gegevens, in een nader onderzoek tot een nader vast te stellen diepte, onver dacht kan worden verklaard op de aanwezigheid van achtergebleven CE. Of er daadwerkelijk sprake is van een verdacht gebied, wordt in hoofdstuk 6 bepaald. LIDAR Uit de analyse van het landschap middels LIDAR, zijn geen duidelijke verstoringen naar voren ge komen welke wijzen op oorlogshandelingen in de directe nabijheid van beide deellocaties. Het landschap is sinds 1945 op verschillende plaatsen relatief ingrijpend veranderd. Deze veranderin gen hebben tot gevolg gehad, dat (eventueel) aanwezige verstoringen als gevolg van oorlogs handelingen, inmiddels mogelijk zijn verdwenen.
SíriyÄ
'}?
'V
Figuur 24. Overzicht van het projectgebied in LIDAR. Boven, kijkend op het projectgebied van oost naar west. Onder, kijkend van west naar oost.
46
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
Figuur 25. Het viaduct over de provinciale weg N211 waar tijdens de Tweede Wereldoorlog wapenopstelling stonden.
Er zijn van het projectgebied betrekkelijk weinig gegevens over maaiveldhoogtes ten tijden van de Tweede Wereldoorlog beschikbaar gebleken. Wat vaststaat is dat er een aanzienlijke hoeveel heid bodemroerende bodemroerende werkzaamheden in het projectgebied hebben plaatsge vonden waardoor maaiveldhoogtes sterk gewijzigd is. Echter de dijk waaraan de wapenopstelling (naast café de Bonte Haas) stond, lijkt na de Tweede Wereldoorlog niet verandert te zijn waar door het maaiveld daar nagenoeg hetzelfde zal zijn als in 1940-1945. Het varieert daar tegen woordig rond 0,10 meter boven NAP. Wanneer er dieper dan 0,10m+NAP wordt gewerkt, dienen mogelijk aanvullende maatregelen worden getroffen. Dit hangt af van de uiteindelijke verdachte gebieden, welke in het volgende hoofdstuk worden afgebakend Let wel: in hoeverre en tot welke diepte delen van het projectgebied precies als onverdacht kun nen worden beschouwd op basis van naoorlogse bodemroering en andere gegevens, kan in dit geval uitsluitend worden vastgesteld in een aanvullend onderzoek. In dat onderzoek kan namelijk gebruik worden gemaakt van bouwtekeningen en dergelijke (indien beschikbaar), welke meer zeggen over naoorlogse bodemroering dan kan worden afgeleid van een enkel satellietbeeld. Of het uitvoeren van een aanvullend onderzoek op dit punt loont, hangt mede af van de uiteindelijke aanwezige verdachte gebieden.
Deze worden in hoofdstuk 6 vastgesteld. In sommige gevallen zal het in termen van tijd en kosten, eerder lonen een opsporingsproces uit te voeren. In de conclusie en managementsamenvatting van dit vooronderzoek zal tot een concreet en passend advies worden gekomen.
47
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
6. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal Algemeen Uit de geraadpleegde bronnen zijn enkele indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van CE in de omgeving van het projectgebied naar voren gekomen. Indicaties Op basis van het literatuur- en archiefmateriaal zijn de volgende aanwijzingen voor de aanwezig heid van CE in de omgeving van het projectgebied aangetroffen: ^
Uit het literatuur- en archiefonderzoek blijkt dat er tijdens de meidagen van 1940 in het projectgebied tussen de Dorpskade en het stoomgemaal door Nederlandse en Duitse troepen is gevochten;
^
Uit het luchtfotomateriaal blijkt dat er ter hoogte van de brug over de Zwet verschillende verdedigingswerken stonden;
^
In de omgeving van het projectgebied, hebben de opruimingsdiensten meermaals CE ge ruimd.
Contra-indicaties De volgende contra-indicaties voor de aanwezigheid van CE zijn achterhaald: ^
Binnen het projectgebied, evenals in de directe omgeving ervan, zijn na de oorlog ingrij pende bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd;
V
Geen van de bombardementen in de buurt van Wateringen hebben aantoonbaar invloed gehad op het projectgebied.
Leemten in de kennis De volgende leemten in de kennis zijn gesignaleerd: Algemeen V
De ervaring leert dat niet alle archiefstukken de tand des tijds doorstaan, wat verschillen de oorzaken kan hebben (onbewuste oorzaken zoals brand, of bewuste vernietiging van archiefstukken). Het is in principe mogelijk dat CE-gerelateerde informatie sinds 1945 ver loren is gegaan. Hiermee samenhangend kan het eveneens voorkomen dat bepaalde ge beurtenissen, door verdwijning van de oorspronkelijke bron, niet meer getoetst kunnen worden en er enkel nog sprake is van een interpretatie van de oorspronkelijke bron (bij voorbeeld in de literatuur). Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog worden verder niet alle gebeurtenissen vastgelegd, simpelweg omdat deze onopgemerkt bleven, of omdat deze om bepaalde redenen niet de moeite van het vastleggen waard waren;
l
Niet alle naoorlogs gevonden CE, konden aan een specifieke locatie worden gekoppeld;
^
Niet alle in de bronnen genoemde oorlogshandelingen, kunnen aan een specifieke locatie worden gekoppeld.
48
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
Mogelijk aan te treffen (sub)soorten CE Op basis van de gegevens afkomstig uit de geraadpleegde bronnen, zijn feitelijke indicaties aan getroffen welke wijzen op de aanwezigheid van CE in de directe omgeving van het projectgebied. Het gaat hierbij om CE, welke als gevolg van een wapenopstelling met loopgraven aan de dijk bij café de Bonte Haas, zijn achtergebleven. Op basis van bovenstaande gegevens kan worden ge steld dat binnen het projectgebied de volgende (sub)soorten CE kunnen worden aangetroffen: Soort
Kaliber
Toestand
Ontsteker
Nationaliteit
Klein-
Onbekend
Achtergelaten/gedumpt
Onbekend
Duits
Onbekend
Achtergelaten/gedumpt
Onbekend
Duits
kalibermunitie Handgranaten, geweergranaten en munitie voor granaatwerpers In de volgende paragraaf zal het verdachte gebied CE in horizontaal- en in verticaal opzicht wor den afgebakend. Uit deze afbakening zal blijken in hoeverre er sprake is van opsporingsgebieden. Horizontale afbakening verdacht gebied Op basis van de gegevens afkomstig uit de geraadpleegde bronnen, zijn feitelijke aanwijzingen aangetroffen welke wijzen op de mogelijke aanwezigheid van CE binnen- en in de directe omge ving van het projectgebied. Op de dijk langs de Zwet kan ter plaatse van de wapenopstellingen loopgraven die daar lagen, CE achtergelaten zijn. Verder blijkt uit het literatuur- en archiefonder zoek dat er tussen de Dorpskade en het stoomgemaal is gevochten door Nederlandse en Duitse troepen. Echter door de kleinschaligheid van dit gevecht, valt er geen gebied af te bakenen Daar naast blijkt het projectgebied en de directe omgeving veelvuldig geroerd waardoor de kans op het aantreffen van CE verder afneemt. Onderstaand is het verdachte gebieden afgebakend. Klein-kaliber munitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (achtergelaten) Op basis van het geraadpleegde luchtfotomateriaal en archiefgegevens is vastgesteld dat het projectgebied kan worden beschouwd als zijnde verdacht op de aanwezigheid van achtergelaten CE.
Ter plaatse van verschillende Duitse verdedigingswerken, wapenopstellingen en loopgraven, kunnen mogelijk CE in de vorm van klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers worden aangetroffen. Het verdachte gebied is bepaald met een risicostraal van 10 meter, gemeten vanuit het hart van de stellingen en loopgraven, met in achtneming van luchtfotocorrectie.
49
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
■-źm
-am rfÚ X ' 'V m vX
/Şw'
V r‘ v : LSir
250 m
\
\
500 m
750 m
\ ^
Figuur 26. Het verdachte gebied achtergelaten CE. Bron satellietbeeld: PDOK.
Verticale afbakening Op basis van de gegevens afkomstig uit de geraadpleegde bronnen, zijn feitelijke aanwijzingen aangetroffen welke wijzen op de aanwezigheid van (delen van) CE binnen het projectgebied. Het afbakenen van de verdachte gebieden in verticaal opzicht, is onderstaand per deellocatie afgeba kend. Klein-kaliber munitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (achtergelaten) Op basis van diverse geraadpleegde bronnen is vastgesteld dat er ter plaatse van de dijk lopend langs de Zwet een wapenopstelling (Duits) en loopgraven aanwezig waren. Ter plaatse van deze stellingen kunnen binnen een risicostraat van 10 meter CE in de vorm van achtergelaten Klein kaliber munitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers worden aangetroffen. Deze typen CE, kunnen op een diepte van 2,5 meter minus oorlogsmaaiveld worden aangetroffen. Reeds werd vastgesteld dat de huidige maaiveldhoogte aan de dijk, nagenoeg hetzelfde is als dat van tijdens de oorlog. Deze ligt nu op circa 0,10m + NAP. Dit leidt ertoe dat het gebied verdacht is tot maximaal 2,40m - NAP.
50
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
yerbinőunosorêbcn (Vamforobenì
Fcutrsfelung fŭrxtiueren marù OranahKifįr \
ünztíŕKiīĩñ
IĶnsdļgņbgi
ãifĩo
B/of 30
Gescňûŕze/nsc/?/?///1 fùr sFH /e /oen /c-ļg u/Ftf /S
SďmóiKĴ
MfgefiMK/Mt'
SfitKr ttromn' /ontUMrts
3S(fHjrzçņnisçfK
ŬMufSHtlŕ
(cnZ-0/tf
(3Ŵ- (Xt*-fŸt*Ĥ~**Ÿ*Çrii**A**- ft/U
JLĽĪ
HCļļottxn) Kttxtumō jh
vtfrtŕ* o-tr
.
III I
SdnitA-İ
TT
4.j-ŵ«4 N lĩC'Ĩ.ÇOm Htţ
ï.Non/ŕ/onsn/s&tt tnikfit
StMfC-D
fonthtrft ŕřn,/
Hxi^vK c-'O-
naůstat,
Figuur 27. Uitsneden uit de Bildheft Neuzeitlicher Stellungbau, 1 Juni 1944, met Duitse voorschriften voor het bouwen van stellingen, loop graven en dergelijke. Hieruit blijkt dat Duitse stellingen en loopgraven tot 2 meterdiep kunnen zijn. Met inachtneming van een buffer van 0,5 meter (in verband met bijvoorbeeld een modderige ondergrond, waarin CE kunnen wegzakken of ingedrukt kunnen worden) kunnen CE derhalve worden aangetroffen op een maximale diepte van 2,5m-MV.
51
2016-BB-26 (Definitief)
Vooronderzoek CE
Conclusie en aanbevelingen Ter plaatse van de N211 te gemeenten Westland, Midden-Delfland en Den Haag staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. De weg wordt hierbij van twee rijstroken naar drie rij stroken verbreed. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek CE wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, als vastgelegd in het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (hierna: WSCS-OCE), versie 1, 2012. In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde literatuur- en archiefgegevens, zijn verschillende feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Op basis van deze aanwijzingen, is binnen het projectgebied een gebied afgebakend, waar mogelijk CE kunnen worden aangetroffen. Het gaat hierbij om het onderstaand gebied. Klein-kaliber munitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (achtergelaten) Op basis van het geraadpleegde luchtfotomateriaal en archiefgegevens is vastgesteld dat het projectgebied kan worden beschouwd als zijnde verdacht op de aanwezigheid van achtergelaten CE. Ter plaatse van verschillende Duitse verdedigingswerken, wapenopstellingen en loopgraven, kunnen mogelijk CE in de vorm van klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers worden aangetroffen.
Het verdachte gebied is bepaald met een risicostraal van 10 meter, gemeten vanuit het hart van de stellingen en loopgraven, met in achtneming van luchtfotocorrectie. Deze typen CE, kunnen op een diepte van 2,50 meter minus maaiveld worden aange troffen. Dit leidt ertoe dat het gebied verdacht is tot maximaal 2,40m-NAP. Verder is uit de geraadpleegde literatuur en archiefgegevens gebleken dat tijdens de meidagen van 1940 is gevochten tussen Nederlandse en Duitse troepen binnen de contouren van het projectgebied. De exacte invloed van deze gevechtshandelingen kon niet met zekerheid worden vastgesteld. Er bestaat echter een achtergrondrisico op het aantreffen van CE in de vorm van klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers in de overige delen van het projectgebied. Advies: Daar waar het verdachte gebied overlapt met het projectgebied, is sprake van een ‘opsporingsgebied’. Voorafgaande aan de voorgenomen bodemroerende werkzaamheden op deze locatie adviseert BeoBOM het opstellen van een zogeheten projectleiderssamenvatting (PLS-CE). Met een dergelijke projectleiderssamenvatting kan een beter inzicht worden verkregen met betrekking tot risico’s in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden.
Verder adviseert BeoBOM, voor het overige deel van het projectgebied het betrokken personeel middels een projectinstructie te wijzen op de risico’s van het spontaan aantreffen van CE en de daarbij gewenste handelswijze.
52
2016-BB-26 (DEFINITIEF)
Vooronderzoek CE
Bijlage 1. Inventarisatiekaart 2016-BB-26-OT-01 (losbladig)
53
78800
79000
X
X
79200 X
79400 X
79600 X
79800
80000
80200
80400
80600
80800
81000
81200
A
— CD
o
r .d Rijswijk
l 00
Pijnack Nootd
—
\x
Legenda Projectgebied
ns ter
Infrastructuur zonder geschutopstelling of munitievoorraad
Kwintsheul
Delft
A
QĹ < < O LU
«e — :l and Loopgraven
ëē i CD
Sources: Esri, E E, eLor e, S S, ŕ.Intermap, increment P Corp., NRCAN, OEsriiJapan, METI, Esri China (HongV Kong), Esri (Thailand), MapmyIndia, OpenStreetMap contributors, and the GIS User Community
78800
79000
79200
79400
79600
apenopstelling ( uits)
Grondgevecht (1940)
CN ŨĹ
Zoeklicht CD ^ .
600 m
79800
80000
80200
80400
80600
80800
81000
O Şį Ŝ
(mZS
81200
ũũ fi “Z CD LU
O 2 CN —
2016-BB-26 (DEFINITIEF)
Vooronderzoek CE
Bijlage 2. Bodembelastingkaart 2016-BB-26-OT-02 (losbladig)
54
79000
79200
79400
79600
79800
80000
80200
80400
80600
80800
81000
81200
i
447000
i
447200
i
447400
i
447600
i
447800
448000 i
i
448200
78800
446800 i
Rijswijk
Nootd
/T
O m
nster K wints he ul
Delft
______________ I
446600
Projectgebied 1.1 ľľ:l
Opsporingsgebied achtergelaten KKM, hand- en geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers
Sources: Esri, E E, eLor e, S S, ŕ.Intermap, increment P Corp., NRCAN DĖsitòpaļn, METI, Esri China (Hong'A Kong),' Esri (Thailand), MapmyIndia, ©, OpenStreetMap contributors, and the GIS User Community \ ^
I
446400
Legenda
78800
79000
79200
79400
79600
0)
600 m
79800
80000
80200
80400
80600
80800
81000
81200
CD LU