1.7) Schrijven MRDH d.d. 14-04-21 inzake Aanbieding voorlopige Jaarstukken MRDH 2020 (G21-000845)
Tekst van het document
31
Verkeersveiligheid (verschil realisatie 2020 en gewijzigde begroting 2020 € 7 miljoen voordelig) In 2020 zijn 46 subsidiebeschikkingen en opdrachten vastgesteld en betaald. Deze beschikkingen stammen grotendeels van voor 2020, en hebben betrekking op zowel educatie als het verbeteren van de infrastructuur: onder andere de aanpak van black-spots en schoolzones. In 2020 zijn 13 opdrachten en subsidies verleend in het kader van verkeerseducatie. Voor het veilig maken van infrastructuur zijn 31 subsidiebeschikkingen afgegeven, waaronder de 13 Specifieke Uitkeringen (SPUK) waarbij gemeenten tot 90% subsidie kregen voor de aanpak van onveilige wegen en locaties. Daarnaast hebben de wegbeheerders 12 infrastructurele projecten teruggetrokken, waarvan de kruising Rijnstraat-Bezuidenhoudseweg in Den Haag de grootste was. Vier projecten zijn door de wegbeheerders doorgeschoven naar 2021. In 2020 zijn er in het kader van verkeersveiligheid diverse rotondes aangelegd, verkeerskuispunten en blackspots aangepakt en verkeerseducatie gegeven op scholen. De grootste projecten inzake verkeersveiligheid met lasten in 2020 waren de rotonde Monster € 1,8 miljoen, fietsveilige rotondes € 1,5 miljoen, ontsluiting Nesselande € 0,5 miljoen en rotonde Coldenhovelaan/Herenlaan € 0,5 miljoen. -
Vertraging in de realisatie van kleinere projecten (< € 1 miljoen) van € 7 miljoen, waardoor deze lasten naar 2021 doorschuiven. Dit komt door: o Niet alle aangemelde projecten voor het programma kleine projecten zijn omgezet in subsidieverleningen of hebben geleid tot realisatie in 2020. o De realisatie van lopende projecten is vertraagd.
De lagere lasten in 2020 ten opzichte van 2019 kan voor het grootste gedeelte worden verklaard de hogere bestedingen aan het project Noordwestelijke Hoofdroute fase 1 in 2019. Projectkosten openbaar vervoer In 2020 zijn 7 OV-projecten vastgesteld en betaald. Hier zitten twee grote bij: het opknappen van de Randstadrail halte Zoetermeer Stadhuis € 1 miljoen en het proefbedrijf Hoekselijn € 24 miljoen. Er zijn 7 subsidiebeschikkingen voor openbaar vervoer verleend, waarvan vier overigens ten laste van exploitatie. Van de overige drie is de tramkeerlus Wilhelminaplein te Rotterdam de grootste met een omvang van bijna € 3,6 miljoen. Verder is er op basis van projectvoortgang nog lasten geboekt voor de aanleg van lijn 19 € 11 miljoen, frequentie E-lijn randstadrail € 7 miljoen, mobiliteitsverbetering Algeracorridor € 5,4 miljoen en systeemsprong sneltramtraject € 5,1 miljoen.
32
Netwerk openbaar vervoer (verschil realisatie 2020 en gewijzigde begroting 2020 € 27 miljoen voordelig) De realisatie is lager (€ 27 miljoen) dan die van de gewijzigde begroting. De belangrijkste wijzigingen zijn: - Bij een aantal grotere projecten ligt de realisatie hoger dan begroot (€ 10 miljoen) Hierbij gaat het onder andere om Tramkeerlus Wilhelminaplein, Mobiliteitsverbetering Algeracorridor fase 1 en 2, Systeemsprong Sneltramtraject en lijn 19. Dit komt doordat de realisatie hoger is dan halverwege 2020 door de projectleiders was ingeschat binnen de bestaande projectbudgetten. - De realisatie van de verlenging van de Hoekse Lijn is een jaar vertraagd vanwege procedures, waardoor er € 15 miljoen aan lasten doorschuiven naar 2021. - In 2020 is bestuurlijk besloten om het programma Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR) te starten. De geplande bestedingen in 2020 zijn € 5 miljoen lager uitgevallen. Dit komt enerzijds doordat de verwachting was dat er voor lijn 16 al aanvragen in 2020 zou worden ingediend, maar dat is niet gebeurd, omdat de gemeente Den Haag en HTM meer voorbereidingstijd nodig hadden. Voor Lijn 1 is afhandeling van de binnengekomen aanvragen vertraagd i.v.m. toegenomen werkdruk door Covid-19. - De verwachting was dat het resterende deel van Lijn 1 wat niet is opgenomen in het programma INTHR in 2020 zou worden afgerond.
Dat is niet het geval dat wordt het eerste kwartaal van 2021, waardoor de lasten in 2020 € 5 miljoen lager uitvallen. - Het programma NRR/AROV was al in 2019 volledig uitgevoerd. Binnen het programma is sprake van vrijval. De vrijval was nog niet meegenomen in de begroting, wat leidt € 5 miljoen lagere lasten. Overigens wordt deze vrijval deels gebruikt voor het bekostigen van het programma INTHR. - Vertraging in de realisatie van kleinere projecten (< € 1 miljoen) van € 7 miljoen, waardoor deze lasten naar 2021 doorschuiven. Dit komt door: o Lagere realisatie binnen het programma R-net. Dit komt doordat projecten wel in voorbereiding zijn conform planning, maar nog niet tot realisatie hebben geleid. o Niet alle aangemelde projecten voor het programma kleine projecten zijn omgezet in subsidieverleningen of hebben geleid tot realisatie in 2020. o De realisatie van lopende projecten is vertraagd. De lagere lasten in 2020 ten opzichte van 2019 kan voor het grootste gedeelte worden verklaard de hogere bestedingen aan de Hoekse Lijn in 2019.
33
De realisatiecijfers van het programma infrastructuur worden voor een belangrijk gedeelte bepaald door een aantal grote projecten. De onderstaande tabel laat de voortgangspercentages zien van de grootste 7 projecten die op dit moment in de realisatiefase zitten. Totale bijdrage Voortgang project Voortgang project MRDH voor project in 2019 in 2020 Lasten 2020 Rotterdamsebaan (incl. Rijksbijdrage) € 504.483.318 84% 100% € 80.717.331 - Indexering Rotterdamsebaan € 2.145.402 Hoekse Lijn € 405.584.200 90% 96% € 24.267.820 Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio € 129.600.000 0% 2% € 2.511.886 A16 € 64.895.302 10% 28% € 11.681.154 Lijn19 € 53.600.000 73% 83% € 5.378.656 Sebastiaansbrug (incl bijdrage Delft en PZH) € 27.000.000 80% 95% € 5.638.374 Systeemsprong Sneltramtraject € 13.730.000 17% 54% € 5.080.100 Totaal € 137.420.723
De Rotterdamsebaan is in 2020 fysiek afgerond en is in februari 2021 geopend. Het project de Hoekse lijn is grotendeels afgerond, alleen de verlenging moet nog worden gerealiseerd in 2021. Het programma Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio is in 2020 gestart met de realisatie. De bijdrage van de MRDH aan de A16 is reeds volledig betaald, maar de realisatie loopt nog door tot 2025. Lijn 19 is momenteel in uitvoering, de aansluiting op de TU Delft moet nog worden gerealiseerd. De St. Sebastiaansbrug is 2020 opgeleverd, in 2021 staan alleen nog de restwerkzaamheden gepland. Het project systeemsprong sneltramtraject is momenteel in uitvoering. Het programma NRR/AROV is niet in de lijst opgenomen, omdat de projecten reeds in 2019 zijn gerealiseerd en alleen de definitieve vaststellingen nog volgen. Apparaatslasten Aan directe salariskosten is € 0,4 miljoen minder besteed dan begroot. Dit is veroorzaakt door de niet volledige invulling van vacatureruimte binnen de afdeling (€ 0,2 miljoen) en de ontvangen vergoedingen voor personeel (€ 0,2 miljoen). De vergoedingen betreffen zwangerschappen en detachering van MRDH medewerkers aan het Rijk en aan gemeenten.
34
Baten Overige inkomsten (verschil realisatie 2020 en gewijzigde begroting 2020 € 2 miljoen voordelig) De overige inkomsten bestaan uit bijdrage vanuit het Rijk aan de Rotterdamsebaan ad € 44,7 miljoen, bijdrage vanuit de provincie Zuid-Holland en de gemeente Delft inzake de St. Sebastiaansbrug ad € 3 miljoen en overige inkomsten ad € 0,3 miljoen. Het verschil in de realisatie tussen 2020 en de gewijzigde begroting is de indexering van de Rijksbijdrage van de Rotterdamsebaan die nog niet was meegenomen in de begroting en een bijdrage van de Provincie Zuid-Holland voor het kwartiermaken voor OV Impuls als onderdeel van Beter Benutten vervolg. De lagere lasten in 2020 ten opzichte van 2019 komen door de hogere bijdragen van € 7 miljoen. in 2019 van de gemeente Delft en Provincie Zuid-Holland voor het project Sebastiaansbrug. Daarnaast ontvangen we een lagere bijdrage van € 3 miljoen. in 2020 van het Rijk voor de Rotterdamsebaan in vergelijking met 2019.
35
2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat 2.3.1 Wat wilden we bereiken? Doelstellingen begroting 2020 Stimuleren van innovatie en economische groei Fieldlabs De MRDH heeft, samen met de provincie Zuid-Holland, InnovationQuarter en TNO, de afgelopen jaren geïnvesteerd in fieldlabs. Dit zijn praktijkomgevingen waar ondernemers en kennisinstellingen samenwerken aan robotisering, sensortechnologie, big data en 3D printing. Via regionale innovatieprogramma’s worden ondernemers gestimuleerd gebruik te maken van de mogelijkheden die fieldlabs te bieden hebben.
Bijdrage activiteiten aan doelstellingen Fieldlabs Ook in 2020 is er aan de versterking van de fieldlabs gewerkt door middel van de innovatieprogramma’s (Smart Manufacturing Industriele toepassing of wel SMITZH, Energie & Klimaat en Zorgtech). In 2020 is het vierde programma, Agritech, ontwikkeld. Via deze innovatieprogramma’s wordt financiering beschikbaar gesteld voor ondernemers (consortia) om samen met fieldlabs en andere partijen open innovatieplekken projecten te starten. Sterker uit de crisis Om de gevolgen voor de regionale economie van de coronacrisis te beperken zijn extra middelen beschikbaar gesteld om juist nu te investeren. Deze middelen zijn oa ingezet als versterking op twee innovatieprogramma’s. Zo is er een extra stimulans naar het innovatieprogramma Zorgtech gegaan om de toepassing van technologie in het sociaal domein te versnellen. Ook is er een tweetal projecten op het gebied van de maakindustrie ontwikkeld die weer bijdragen aan de doelstellingen van het innovatieprogramma SMITZH. Tenslotte is een viertal projecten in voorbereiding met als doel: het stimuleren van het MKB om over te gaan tot toekomstgericht ondernemen door middel van digitalisering.
Ondersteuning voor startende en groeiende bedrijven Het is van belang dat startende bedrijven én bedrijven die willen doorgroeien optimale ondersteuning krijgen. Dat kan door het aanbieden van goede inhoudelijke programma’s om ondernemersvaardigheden te ontwikkelen, voldoende financieringsopties om een volgende fase in de groei te bereiken en door het verbinden van startups met de test- en ontwikkelmogelijkheden die bijvoorbeeld Fieldlabs te bieden hebben.
Support voor startende en groeiende bedrijven In de samenwerking met gemeenten koppelt YES!Delft uitdagingen van gemeenten aan technologische oplossingen binnen haar internationale netwerk. Het programma is daarmee een innovatieplatform voor alle 23 gemeenten in de metropoolregio. Gemeenten kunnen met alle uitdagingen waarbij innovatie en technologie een rol spelen, gebruik maken van dit programma. Resultaten van dit programma zijn oplossingen die voor gemeenten besparingen opleveren of bijdragen aan verbetering van de leefomgeving van de inwoners. Het programma draagt ook bij aan het versterken van het netwerk van startups in de metropoolregio. Daarnaast groeit binnen de gemeenten de kennis over startups en kunnen zij elkaar beter vinden. Doordat gemeenten rechtstreeks zijn aangesloten op het start-up-netwerk van YES!Delft, kunnen ze rechtstreeks uitdagingen aandragen.
36
Doelstellingen begroting 2020 Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt
Bijdrage activiteiten aan doelstellingen
Interactie tussen het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen zorgt voor eigentijdse onderwijsprogramma’s met toekomst. Studenten én medewerkers delen kennis en ervaring. Dat is een win-win situatie. Studenten gaan zo met meer praktische kennis en vaardigheden aan de slag in het regionale bedrijfsleven. Als bedrijfsleven en kennisinstellingen nog meer verbinding zoeken zal dat de impact van campussen vergroten.
In 2020 zijn wederom campusnetwerk bijeenkomsten georganiseerd voor gemeenten, bedrijven en onderwijsinstellingen. Met als doel kennisdeling, ervaringen uitwisselen, inspiratie opdoen, samenwerking stimuleren en de verbinding met het Human Capital Akkoord (HCA) versterken op het gebied van een Leven Lang Ontwikkelen. Daarnaast is de ontwikkeling van nieuwe campusprojecten begeleid op het gebied van IT, Tuinbouw en Energie, die ook goed aansluiten bij de sectorfocus van het HCA. Zij richten zich niet alleen op nieuwe studenten en samenwerking met bedrijven, maar ook op de om- en bijscholing van bestaand personeel. Dit draagt weer bij aan een veerkrachtige arbeidsmarkt in de regio. De inmiddels 10 campussen vormen gezamenlijk een ecosysteem van MBO- en HBO campussen in Zuid-Holland, dat in hoge mate bijdraagt aan de transitieopgaven van de regio. Om de gevolgen voor de regionale economie van de coronacrisis te beperken zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor 2 projecten in het kader van Leven Lang Ontwikkelen .
Goede digitale connectiviteit Goede digitale connectiviteit is een belangrijke economische vestigingsvoorwaarde. Onze regio scoort hier tot nu toe goed op in vergelijking met andere Europese regio’s: 98% van de adressen in Zuid-Holland beschikt over ‘snel internet’. Deze positie willen we behouden en verbeteren. Daarom werken we aan de digitale bereikbaarheid van onze regio.
Met een kennisnetwerk van gemeenten wordt op de verschillende actielijnen (digitale strategie, glasvezel, 5G) kennis uitgewisseld en worden gemeenten ondersteund om de digitale bereikbaarheid van de regio te verbeteren.
37
Doelstellingen begroting 2020 Ruimte om te werken Ondernemers willen de beste plek voor hun onderneming. Hoe kunnen we hen dan winnen voor de metropoolregio? Aan welke ruimte is behoefte? En hoe koppelen we dit aan voldoende en verantwoorde energie, bereikbaarheid en de toenemende woningbouwopgave? Aan de hand van dit soort vragen brengt de MRDH advies uit aan de provincie Zuid-Holland. Want dáar worden de uiteindelijke besluiten genomen over de ontwikkeling van nieuwe en bestaande werklocaties. Samen met de provincie Zuid-Holland werken we vervolgens aan het realiseren van gebieden waar wonen en werken gecombineerd zijn. De vraag hiernaar wordt steeds groter. Vaak gaat het om werklocaties met beperkte (milieu)hinder en een bescheiden hoeveelheid vrachtverkeer. We richten ons hierbij op zowel grootstedelijke locaties, als op meer landelijke locaties in de metropoolregio. De focus ligt op de werklocaties met grote regionale impact. Stimuleren van groengebruik en recreatie als vestigingsfactor Gemeenten en de provincie Zuid-Holland zijn aan zet voor het creëren van bekendheid en het vergroten van ruimtelijke kwaliteiten. In de Metropoolregio Rotterdam Den Haag kunnen gemeenten kennis delen en gezamenlijk optrekken, maar bijvoorbeeld ook elkaar een zetje geven als het nodig is.
Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties In de Verstedelijkingsalliantie en de Alliantie Middengebied heeft de MRDH een rol vanuit bereikbaarheid en economie. Naast de ontwikkeling van de dertien locaties van de Verstedelijkingsalliantie en de locaties van de Alliantie Middengebied zijn ook andere locaties in de regio nodig om de groei van woonen werklocaties op een gebalanceerde wijze te kunnen realiseren. Waar dit mogelijk is binnen bebouwde gebieden nabij bestaande infrastructuur, wil de MRDH graag ondersteunen bij de uitwerking en realisatie van deze plannen vanuit onze verantwoordelijkheid voor bereikbaarheid en economisch vestigingsklimaat.
Bijdrage activiteiten aan doelstellingen De MRDH organiseerde in 2020 regionale afstemming over de volgende adviesaanvragen: - Compensatieplannen voor de transformatie van bedrijventerreinen in Capelle aan den IJssel, Delft, Rijswijk, Rotterdam, Vlaardingen en Zoetermeer; - gewenste uitbreidingen van detailhandel in Lansingerland en Nissewaard. De MRDH heeft financiële, inhoudelijke en procesmatige ondersteuning verleend aan Rijswijk (Plaspoelpolder), Krimpen aan den IJssel (Stormpolder), Schiedam (economische visie) en Pijnacker-Nootdorp (winkelgebieden). De MRDH is regionaal partner van de provincie inzake werklocaties, en betrokken bij een NWO-onderzoek naar werkgelegenheid op transformatielocaties en de verkenning van kansen voor een circulaire bouw- en afvalstoffenhub in de regio.
In 2020 zijn de maandelijkse bijeenkomsten voor gemeenten digitaal gehouden. Doel van deze bijeenkomsten is kennis te delen, ervaringen uit te wisselen, inspiratie op te doen en samenwerking te stimuleren. Ook hebben zeven gemeenten gebruik gemaakt van het aanbod om een adviestraject van het NBTC (Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen) te doorlopen. Het adviestraject helpt gemeenten om kansen en mogelijkheden op het gebied van vrijetijdseconomie inzichtelijk te krijgen en projecten te gaan ontwikkelen.
De Verstedelijkingsalliantie heeft voor 5 locaties een bijdrage vanuit het ministerie van BZK ontvangen. Met deze co-financiering voor de onrendabele top van ontwikkellocaties kan de realisatie hier versneld worden. Voor de Hoekse Lijn is een rapport met ontwikkelkansen opgesteld. De samenwerkende overheden gaan hiermee in 2021 verder werken aan stationsgebieden aan deze metrolijn. Ook bij andere OV- locaties waar ontwikkelplannen voor worden opgesteld adviseert de MRDH over knooppuntontwikkeling, werklocaties en woningbouw.
38
Doelstellingen begroting 2020 Meer regionale samenwerking bij de energietransitie Met de juiste kennis en ervaring is een versnelling van de energietransitie mogelijk. Kennisdeling is dan ook een belangrijke succesfactor. Zo zijn er gemeenten die veel ervaring hebben met aardwarmtebronnen. En er zijn gemeenten die deze kennis hard nodig hebben. Hetzelfde geldt voor het delen van kennis over verduurzaming van kantoren- en bedrijventerreinen. Of over energiezuinige mobiliteitsoplossingen voor een wagenpark. Het energienetwerk van de 23 gemeenten is het ideale platform om kennis te delen en inspiratie op te doen.
Bijdrage activiteiten aan doelstellingen Via de bijeenkomsten van het ambtelijk en bestuurlijk netwerk energie, waarin de gemeenten best practices op het gebied van energietransitie hebben uitgewisseld en thema’s als klimaat adaptatie, innovatieprogramma Energie & Klimaat en de regionale energiestrategie (RES) hebben besproken, is de regionale samenwerking bij de energietransitie verbeterd.
2.3.2 Wat is er voor gedaan? Acties in 2020 Stimuleren van innovatie en economische groei Bedrijfsleven stimuleren om bij fieldlabs aan te sluiten en te innoveren, door de ontwikkeling van regionale innovatieprogramma’s.
Status
Toelichting Het innovatieprogramma Agritech is ontwikkeld en de bestuurscommissie EV heeft op 2 december 2020 een startbijdrage hieraan verleend. Om de gevolgen voor de regionale economie van de coronacrisis te beperken is tevens een extra financiële impuls gegeven aan het innovatieprogramma Zorgtech voor de toepassing van technologie in het sociaal domein en is er een financiële bijdrage geleverd aan twee projecten die passen bij de doelstellingen van het innovatieprogramma SMITZH.
Verbinden van maatschappelijke vraagstukken van gemeenten aan de oplossingen die startende bedrijven ontwikkelen.
In 2020 is samen met YES!Delft gewerkt aan de opstart van de challenge parkeerdruk en zijn diverse techlabs gestart, o.a. fietsparkeren, afvalscheiding in hoogbouw, matrasinzameling en voorspelbaar onderhoud bij kademuren. Medio 2020 is het YES!Delft programma met 2 jaar verlengd en zijn nieuwe challenges uitgezet en techlabs gestart, o.a. gassificatie afval. Verder zijn er verkennende gesprekken geweest met verschillende gemeenten omtrent nieuwe uitdagingen, o.a. stalling scootmobiels. Verder is gewerkt aan een leerprogramma voor gemeenten ‘making innovation work!’ en is een masterclass ontwikkeld in aanloop daar naar toe.
39
Acties in 2020 Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Met een netwerk ondersteuning bieden aan regionale mbo- en hbo-campussen.
Regionale campussen stimuleren om bij te dragen aan de opgaven van onze metropoolregio.
Status
Toelichting In 2020 zijn 1 offline en 3 online campusnetwerkbijeenkomsten georganiseerd waarin zowel gemeenten als onderwijsinstellingen kennis en ervaring konden uitwisselen op het gebied van duurzame businesscases, een leven lang ontwikkelen, subsidies en triple helix samenwerking. Hierbij is nauw samengewerkt met het Human Capital Akkoord. De uit 2019 doorgeschoven campusprojecten van Westland en Rotterdam zijn goedgekeurd door de bestuurscommissie en dat geldt ook voor het voorstel groene chemie campus Brielle. Daarnaast is in het kader van de opgaven van de metropoolregio een nulmeting uitgevoerd onder negen MBO en HBO campussen, die eerder een financiële bijdrage van de MRDH hebben ontvangen. Op basis van de nulmeting is een eerste economische impact bepaald en is tevens een Plan Regionale Campusondersteuning opgesteld voor 2021-2022, in nauwe afstemming met de ambtelijke- en bestuurlijke campuswerkgroepen. In het kader van dit plan is er eind 2020 gestart met het maatwerksubsidiescan traject om voor elk van de 10 campussen die eerder een bijdrage van de MRDH hebben ontvangen, in kaart te brengen wat kansrijke subsidies zijn. Dit traject loopt door in 2021.
Goede digitale connectiviteit Vormen van een kennisnetwerk en bieden van ondersteuning aan gemeenten die werken aan de digitale connectiviteit in de regio.
Bijdragen aan het realiseren van projectlocaties met een 5G-opstelling, zoals Living Lab Scheveningen en het 5G fieldlab Zuid-Holland op The Green Village Delft/Campus TU Delft.
Op 5 maart vond het kennisevent plaats met 100 deelnemers van overheden in de provincie Zuid-Holland. In het kennisnetwerk zijn inmiddels 16 gemeenten in meer of mindere mate actief. Sinds de coronacrisis zijn de 3 maandelijkse netwerkbijeenkomsten digitaal voortgezet en zijn twee Webinars georganiseerd. De onlineomgeving heeft inmiddels ca 60 leden. Op verschillende actielijnen (digitale strategie, glasvezel, 5G) zijn werkgroepjes van start gegaan en worden enkele externe opdrachten uitgevoerd ter ondersteuning aan gemeenten. Dit heeft de basis versterkt voor verdere samenwerking. De projecten waar de MRDH een bijdrage aan heeft verleend hebben hun ervaringen met elkaar gedeeld. Hiermee versterken we de innovatiekracht ten aanzien van digitale toepassingen. 40
Acties in 2020 Ruimte om te werken Uitvoering van regionale Strategie Werklocaties: we zorgen voor regionale afstemming, bijvoorbeeld op het gebied van Hogere Milieu Categorie (HMC) en watergebonden terreinen, gebiedsvisies en transformatieopgaven.
We werken gebiedsgericht aan werklocaties van regionaal belang, onder meer door procesadvisering en het verlenen van projectbijdragen.
Stimuleren van groen en recreatie als vestigingsfactor Inzichtelijk maken van kansen en mogelijkheden in onze regio op het gebied van vrijetijdseconomie
Status
Toelichting De MRDH organiseerde in 2020 regionale afstemming over de volgende adviesaanvragen: - Compensatieplannen voor de transformatie van bedrijventerreinen in Capelle aan den IJssel, Delft, Rijswijk, Rotterdam, Vlaardingen en Zoetermeer; - gewenste uitbreidingen van detailhandel in Lansingerland en Nissewaard. De MRDH heeft financiële, inhoudelijke en procesmatige ondersteuning verleend aan Rijswijk (Plaspoelpolder), Krimpen aan den IJssel (Stormpolder), Schiedam (economische visie) en PijnackerNootdorp (winkelgebieden).
Zeven gemeenten hebben het hele adviestraject van het NBTC (Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen) doorlopen. In het adviestraject is onderzocht op welke manier de vrijetijdseconomie het beste kan worden ontwikkeld, zodat bezoekers bijdragen aan de opgaven en ambities van hun gebied. Een aantal andere gemeenten is hier nog mee bezig. Op basis van de opgedane inzichten gaat de MRDH verder om de kansen en mogelijkheden in de hele regio op het gebied van vrijetijdseconomie verder inzichtelijk te maken. Dit overzicht wordt gebruikt om projecten te ontwikkelen. De coronacrisis heeft voor enige vertraging op dit traject gezorgd omdat de bijeenkomsten met de gemeenten niet fysiek konden plaatsvinden en omdat de prioriteiten van gemeenten tijdelijk ergens anders kwamen te liggen. Om de samenwerking tussen de gemeenten en met de provincie op het gebied van vrijetijdseconomie te markeren zou er in de week van het Eurovisiesongfestival een netwerkevent plaatsvinden. Dat netwerkevent schuift nu op in de tijd.
Stimuleren van netwerkvorming en bieden van ondersteuning aan gemeenten die werken aan vrijetijdseconomie en toerisme.
De MRDH heeft maandelijkse bijeenkomsten georganiseerde voor de gemeenten om kennis te delen en ervaringen uit te wisselen. Ook is steun verleend aan gemeenten om een subsidieaanvraag op het gebied van vrijedtijdseconomie en toerisme in te dienen bij de provincie. 41
Acties in 2020 Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties Ondersteuning bieden bij het maken van een samenhangende aanpak en planning voor wonen, werken, bereikbaarheid en duurzaamheid per woningbouwlocatie van de Verstedelijkingsalliantie en de Alliantie Middengebied.
Gemeenten die vergelijkbare locaties (mogelijkheid tot verdichting in bestaand stedelijk of dorpsgebied, nabij bestaande infrastructuur) hebben, biedt de MRDH dezelfde ondersteuning aan als aan de gemeenten in de Verstedelijkingsalliantie en de Alliantie Middengebied.
Meer regionale samenwerking bij de energietransitie Het ondersteunen van warmteprojecten in gemeenten met regionale effecten om te kunnen opschalen en van elkaar te kunnen leren.
Bieden van ondersteuning aan het netwerk van gemeenten dat werkt aan de energietransitie.
Status
Toelichting De MRDH heeft een actieve rol in kernteam en het directeurenoverleg van de Verstedelijkingsalliantie. Daar brengen we ook consequent het belang in van OV locaties langs de aanvoerlijnen van de centrale spoorlijn Leiden-Dordrecht. De MRDH heeft contact met alle gemeenten die werken aan verstedelijking rond OV-locaties. Voor de Hoekse Lijn is door een stedenbouwkundig bureau een rapport met ontwikkelkansen opgesteld. Dit vormt de basis voor vervolgstappen in o.a. Maassluis in 2021. Bij stationsgebieden Barendrecht en Lansingerland-Zoetermeer is MRDH eveneens als adviseur betrokken.
Gedurende het afgelopen jaar heeft een adviesbureau in opdracht van de MRDH, Brielle en Westvoorne een studie afgerond voor aanleg van een warmtenet in Brielle en Oostvoorne. Conclusie is dat bij veel partijen én de gemeenten een goed begrip is welke criteria moeten gelden en aan welke randvoorwaarden de aanbesteding en aanleg van een warmtenet moeten voldoen. Het is (nog) niet gelukt om tot een groep partijen te komen die in gezamenlijkheid de warmte leveringsketen samen met de gemeente gaan ontwikkelen. Hiervoor is een aanbestedings- / selectieprocedure nodig rekening houdend met de aankomende Warmtewet 2.0. De gemeenten bepalen of ze een vervolg willen geven aan de conclusies van dit onderzoek. Ook in 2020 zijn de bijeenkomsten van het netwerk energie voortgezet. Dit netwerk bestaat uit de 23 MRDH gemeenten, de provincie ZuidHolland en de vier waterschappen in de regio. Zowel het ambtelijk als het bestuurlijk netwerk zijn ieder 5 keer bijeen gekomen. Naast uitwisseling over best practices uit gemeenten op het gebied van energietranstie, zijn thema’s als klimaat adaptatie, innovatieprogramma Energie & Klimaat en de regionale energiestrategie besproken.
Project loopt volgens begroting Project loopt niet volgens begroting 42
2.3.3 Wat heeft het gekost? Programma 3 Economisch vestigingsklimaat
Realisatie 2020
Verschil gewijzigde Gewijzigde begroting en begroting realisatie 2020 2020
Primaire begroting 2020
Realisatie
Lasten Subtotaal programmakosten Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES! Delft Subtotaal directe kosten personeel
2.755.131 873.192 166.250 779.171
-678.437 0 0 -165.821
3.433.568 873.192 166.250 944.992
4.019.600 3.276.426 0 937.000 0 0 945.000 935.175
Totaal lasten
4.573.744
-844.258
5.418.002
4.964.600 5.148.601
Baten Inwonerbijdrage Overige inkomensoverdrachten gemeenten Overige inkomensoverdrachten Europese Unie
4.991.673 37.594 6.156
88.166 7.594 6.156
4.903.507 30.000 0
4.934.600 4.757.485 30.000 48.996 0 60.446
Totaal baten
5.035.423
101.916
4.933.507
4.964.600 4.866.927
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
461.679
946.174
-484.495
0
-281.674
Onttrekking aan Egalisatiereserve EV Geaccordeerd bij bestuursrapportage
-119.926
364.569
-484.495
0
-281.674
Gerealiseerd resultaat
581.605
581.605
0
0
0
2019
43
Samengevat is uit bovenstaande tabel op te maken dat het positieve saldo van baten en lasten ten opzichte van de begroting € 946.000 voordelig bedraagt. Dit bedrag bestaat uit de volgende onderwerpen (afgerond op duizendtallen): Lasten Onderbesteding bijdragen aan gemeentelijke projecten (o.b.v. projectvoortgang) Onderbesteding projectontwikkeling Onderbesteding directe kosten personeel
€ 364.000 € 314.000 € 166.000
Baten Extra programmabaten vanwege onderbesteding overhead EV Overige inkomensoverdrachten
€ 88.000 € 14.000
Totaal
€ 946.000
Hierna volgt een uitgebreide verschillenanalyse. Toelichting financiën: verschillen tussen gewijzigde begroting 2020 en realisatie 2020: Lasten Er is binnen dit programma in 2020 € 844.258 minder besteed aan lasten dan begroot. In de volgende tabel is een verschillen-analyse opgenomen per onderwerp:
1 2 3 4 5
Onderwerp
Begroting 2020
ProgrammakostenBijdrageregeling ProgrammakostenProjectontwikkeling Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal
Verschil 2020
€ 2.733.750
Realisatie lasten 2020 € 2.369.181
€ 364.569
€ 699.818
€ 385.950
€ 313.868
€ 873.192
€ 873.192
€0
€ 166.250 € 944.992 € 5.418.002
€ 166.250 € 779.171 € 4.573.744
€0 € 165.821 € 844.258
44
Ad 1 Programmakosten – Bijdrageregeling Op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2020 (Bijdrageregeling) is in 2020 ten laste van het programmabudget voor € 2.549.000 aan projectbijdragen verleend door de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat: Doelstelling Verbeteren aansluiting onderwijsarbeidsmarkt Verbeteren aansluiting onderwijsarbeidsmarkt Verbeteren aansluiting onderwijsarbeidsmarkt Stimuleren van innovatie en economische groei/ Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Stimuleren van innovatie en economische groei/ Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Stimuleren van innovatie en economische groei/ Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Stimuleren van innovatie en economische groei
Stimuleren van innovatie en economische groei
Stimuleren van innovatie en economische groei
Stimuleren van innovatie en economische groei
Subdoelstelling
Projectnaam Learningcommunity Greenport West Holland Next Maritime Professional IT campus Rotterdam Campus Groene Chemie
Sterker uit de crisis Leven Lang Ontwikkelen
Ontvangende gemeente
Bedrag (€)
Westland
225.000
Rotterdam
150.000
Brielle
275.000 650.000
Delft
69.000
Leidschendam-Voorburg
60.000
Vlaardingen
70.000
Rotterdam
250.000
Den Haag
200.000
Delft
250.000 899.000
Delft
1.000.000 1.000.000 2.549.000 2.733.750 184.750
Subtotaal Campusvorming Samen sterk voor duurzaam werk
Sterker uit de crisis Regionale retailsector klaar voor de toekomst Leven Lang Ontwikkelen Sterker uit de crisis Passend MBO een leven Lang voor Food & Leven Lang Ontwikkelen Agrologistiek Sterker uit de crisis Flexibele productie en productiesoevereiniteit in de maakindustrie Sterker uit de crisis Flexibele productie en productiesoevereiniteit in de maakindustrie Sterker uit de crisis Innovatieprogramma Zorgtechnologie
Lascobot voor 3D printen en reparatie van metalen onderdelen
Technology Parc Ypenburg
Ophoging bijdrage Innovatieprogramma Zorgtechnologie fase 2 Subtotaal Sterker uit de crisis Innovatieprogramma Agritech fase II Subtotaal innovatieprogramma’s Totaal verleende bijdragen 2020 Totaal budget 2020 Budgetruimte 45
De bestuurscommissie economisch vestigingsklimaat stelde binnen de programmakosten economisch vestigingsklimaat voor projectbijdragen aan gemeenten een budget van € 2.733.750 beschikbaar. Ten opzichte van het budget is er voor € 184.750 minder aan projectbijdragen verleend. Van dit bedrag is € 83.750 ingezet als budget voor de meerjarige subsidieverlening aan YES!Delft. Voor het onderwerp Sterker uit de crisis gaat het om een budgetruimte van € 101.000. De bestuurscommissie had daarvoor in 2020 een budget van € 1.000.000 vrijgemaakt. Op basis van goede projectvoorstellen van gemeenten kon de bestuurscommissie € 899.000 aan projectbijdragen toekennen. Sterker uit de crisis loopt door in 2021 en bij de resultaatbestemming wordt voorgesteld hiervoor middelen beschikbaar te houden. Het door de bestuurscommissie beschikbaar gestelde budget van € 2.733.750 voor het verlenen van projectbijdragen is ook bedoeld voor bevoorschotting en afrekening van alle tot en met 2020 verleende bijdragen. De in 2020 verantwoorde last van € 2.369.181 houdt naast bevoorschotting en afrekening ook rekening met de daadwerkelijke voortgang van de projecten. De onderbesteding bedraagt uiteindelijk € 364.569. Voor zover hiervoor verplichtingen zijn aangegaan wordt dit budget toegevoegd aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat.
Het financiële verloop van de tot en met 2020 verleende projectbijdragen aan gemeenten is als volgt: Jaar
2015 2016 2017 2018 2019 2020 Totaal
Verleend t/m 2020 1.892.340 2.394.654 2.200.000 3.044.850 2.143.219 2.549.000 14.224.063
Bevoorschot Vrijval t/m Nog te bevoorBevoorschot Vrijval 2020 Nog te bevooren afgerekend 2019 schotten en af te en afgerekend schotten en af t/m 2019 rekenen t/m 2019 2020 te rekenen 1.719.094 2.196.965 1.671.273 2.078.191 674.575 8.340.098
27.246 72.689 195.727 61.169 0 356.831
146.000 125.000 333.000 905.490 1.468.644 2.978.134
121.975 40.040 147.775 199.736 880.000 623.200 2.012.725
24.025 48.960 18.725 52.464
144.175
0 36.000 166.500 653.290 588.644 1.925.800 3.370.234
Correctie bestedingen *
-356.456 3.013.778
* vanwege het voorgeschreven baten en lasten stelsel, waarbij de lasten de daadwerkelijk projectvoortgang dienen te volgen, zijn de lasten in boekjaar 2020 verhoogd met € 356.456. Dit bedrag hoeft daardoor niet beschikbaar te blijven in de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat.
Per jaareinde dient € 3.013.778 beschikbaar te zijn voor bevoorschotting en afrekening van tot en met 2020 verleende bijdragen. Hiervoor is de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat beschikbaar. Zie verder de toelichting bij de reserves.
46
Ad 2 Programmakosten – Projectwikkeling Binnen het onderdeel programmakosten kenden de middelen voor projectontwikkeling een onderbesteding van € 313.868. Onder meer doordat fysieke bijeenkomsten niet konden doorgaan, waren sommige activiteiten lastiger te organiseren. Voorbeeld hiervan is de vertraging op het doorlopen van het hele adviestraject van het NBTC (Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen) om de kansen en mogelijkheden in de hele regio op het gebied van vrijetijdseconomie verder inzichtelijk te maken. Ten laste van dit budget voor projectontwikkeling is per jaareinde wel reeds voor ongeveer € 263.000 aan verplichtingen aangegaan die over de jaargrens heenlopen. Ad 3 Subsidie InnovationQuarter De begrote subsidie aan InnovationQuarter van € 873.192 is volledig besteed. InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) met betrekking tot versterking van het Economisch Vestigingsklimaat. Voortbouwend op de samenwerking van de afgelopen jaren heeft IQ in 2020 ingezet op 4 pijlers: Innoveren, Secretariaat Economic Board Zuid-Holland (EBZ), Investor Relations Programma (Internationaliseren) en het Zuid-Hollands Investeringsplatform (ZIP). Dit heeft de volgende resultaten opgeleverd: 1.
Vanuit Innoveren zijn 58 businesscases en innovatieprojecten gerealiseerd met een investeringsvolume van € 48 miljoen. Daarnaast heeft IQ afgelopen jaar samen met partners TNO, MRDH, Greenport West-Holland en de provincie Zuid-Holland het innovatieprogramma AgriTech ontwikkeld en opgestart. 2. Vanuit Internationaliseren zijn 43 buitenlandse bedrijven geassisteerd bij vestiging dan wel uitbreiding in de regio. Daarnaast heeft IQ 134 Investor Relations en 92 Trade Relations gesprekken gevoerd. 3. Vanuit het Secretariaat voor de EBZ is afgelopen jaar onder andere gewerkt aan de Groeiagenda Zuid-Holland en bijbehorende regionale lobby, aan de ondersteuning van de taskforces op het terrein van Human Capital, Energie, Circulair, Digitaal en Technologische Industrie en aan de uitvoering van het Human Capital-akkoord. 4. Vanuit ZIP is in 2020 mede-uitvoering gegeven aan de Corona-OverbruggingsLeningen (COL) en zijn verschillende businesscases doorgerekend. Ad 4 Subsidie Yes!Delft De begrote subsidie aan YES!Delft (jaarschijf 2020) van € 166.250 is volledig besteed. Zie ook de inhoudelijke toelichting op de samenwerking met YES!Delft bij Wat wilden we bereiken? en Wat is er voor gedaan? Ad 5 Directe kosten personeel De hier verantwoorde onderbesteding van € 165.821 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere inschalingen dan begroot.
47
Baten Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat bedraagt in de begroting 2020 € 6.341.065 en is conform begroting gerealiseerd. Deze inwonerbijdrage wordt deels verantwoord binnen het programma economisch vestigingsklimaat (€ 4.991.673) en is voor het overige deel beschikbaar als dekking voor de aan het Economisch Vestigingsklimaat gerelateerde overhead (€ 1.349.392 zie hoofdstuk 2.4). Vanwege onderbesteding op de overhead (zie hoofdstuk 2.4) is binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat een groter deel van de inwonerbijdrage verantwoord (€ 88.166 meer baten gerealiseerd dan begroot). Overige inkomensoverdrachten gemeenten De licentieovereenkomsten voor databestanden detailhandel zijn in 2020 herzien. De gemeenten nemen iets meer gegevens af ten opzichte van eerdere jaren. In de begroting was hier nog geen rekening mee gehouden (€ 7.594 meer baten gerealiseerd dan begroot). Overige inkomensoverdrachten EU Het opstellen van een regionale skills agenda binnen het EU project BRIDGE was reeds afgerond in 2018. Met de laatste betaling van de EU subsidie was in de begroting geen rekening gehouden (€ 6.156 meer baten gerealiseerd dan begroot).
Reserves De begrote reserve-onttrekking van € 484.495 was enerzijds benodigd ter dekking van het plafond voor het verlenen van projectbijdragen aan gemeenten en anderzijds ter dekking voor het bevoorschotten en afrekenen van deze projectbijdragen. De bevoorschotting en afrekening van verleende projectbijdragen (inclusief projectvoortgang) was € 364.569 lager dan begroot. De begrote onttrekking wordt daarom verlaagd met € 364.569 en bedraagt € 119.926. Na de benodigde reserve onttrekking van € 119.926 bedraagt de stand van de egalisatiereserve EV € 3.651.445. Toelichting verloop en bestemming egalisatiereserve EV: De egalisatiereserve EV bestond per 1 januari 2020 uit de volgende onderdelen: Nog af te rekenen tot en met 2019 verleende projectbijdragen Campusprojecten 2020 Meerjarige afspraken YES!Delft Onvoorzien Saldo 1 januari 2020
€ 2.978.134 € 406.781 € 320.000 € 66.456 € 3.771.371
48
Aan de campusprojecten is in 2020 een bijdrage verleend, de reservering hiervoor kan nu vervallen. Per 31 december 2020 bestaat de reserve dan uit de volgende onderdelen: Nog af te rekenen tot en met 2020 verleende projectbijdragen Meerjarige afspraken YES!Delft (incl. restant 2020 € 83.750) Onvoorzien Saldo 31 december 2020 Beschikbaar per 31 december 2020 Ruimte
€ 3.013.778 € 403.750 € 66.456 € 3.483.984 € 3.651.445 € 167.461
Voorstel is om het gerealiseerde resultaat van € 581.605 toe te voegen aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat en samen met de bestaande ruimte in de reserve beschikbaar te houden voor de doorloop naar 2021 van Sterker uit de crisis. De egalisatiereserve EV bestaat na deze resultaatbestemming dan uit de volgende onderdelen: Nog af te rekenen tot en met 2020 verleende projectbijdragen Meerjarige afspraken YES!Delft (incl. restant 2020 € 83.750) Sterker uit de crisis Onvoorzien Saldo 1 januari 2021
€ 3.013.778 € 403.750 € 749.066 € 66.456 € 4.233.050
Toelichting financiën: verschillen tussen realisatie 2019 en realisatie 2020: De grootste verschillen worden hierna toegelicht (afronding op duizendtallen). Lasten De realisatie van de lasten was in 2020 € 463.000 lager ten opzichte van 2019. Dit bestaat uit de volgende onderwerpen: 1 2 3 4 5
Onderwerp ProgrammakostenBijdrageregeling Programmakosten - overig Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal
Realisatie 2020 € 2.369.000
Realisatie 2019 € 2.777.000
Verschil € 408.000 -/-
€ 386.000 € 873.000 € 166.000 € 779.000 € 4.685.000
€ 499.000 € 937.000 € € 935.000 € 5.148.000
€ € € € €
113.000 -/64.000 -/166.000 156.000 -/463.000
49
Toelichting grootste verschillen: Programmakosten-Bijdrageregeling Er is in 2020 minder besteed aan cofinanciering gemeentelijke projecten, het zwaartepunt van de verleningen in 2020 lag in de laatste bestuurscommissies, waardoor meer projecten later in het jaar startten en de realisatie verschuift naar 2021. Programmakosten – overig Er is in 2020 minder besteed op projectontwikkeling. In 2019 vond de afronding plaats van het Europese Interreg subsidie project E=0 (€ 73.000 minder lasten in 2020). Subsidie YES!Delft 2020 was het eerste jaar dat de MRDH een directe subsidierelatie aanging met YES!Delft. Directe kosten personeel In 2019 is verzuimd om de apparaatslasten van de managementfunctie als overhead te markeren, waardoor die kosten toen binnen het programma zijn verantwoord. Dit is in 2020 gecorrigeerd. Baten De realisatie van de baten was in 2020 € 168.000 hoger dan in 2019. Dit heeft te maken met de gestegen inwonerbijdrage in de begroting 2020 ten opzichte van de begroting 2019.
50
2.4 Overzicht overhead 2.4.1 Wat hebben we gedaan? Zie paragraaf 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een toelichting over de werkzaamheden. 2.4.2 Wat heeft het gekost? Overhead (euro's)
Realisatie 2020
Lasten: Personele overhead Va Materiële overhead Va
Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2020
Gewijzigde begroting 2020
Primaire begroting 2020
Realisatie 2019
3.020.474 1.832.622 4.853.096
312.775 -582.021 -269.246
2.707.699 2.414.643 5.122.342
2.754.900 2.380.200 5.135.100
2.998.838 2.457.018 5.455.856
Personele overhead EV Materiële overhead EV
899.857 458.156 1.358.013
57.364 -145.505 -88.141
842.493 603.661 1.446.154
811.400 595.000 1.406.400
774.051 611.208 1.385.259
Totaal lasten
6.211.109
-357.387
6.568.496
6.541.500
6.841.115
Binnen de kosten van overhead onderscheiden wij twee soorten kosten. Dit zijn personele kosten en materiële kosten. In de personele kosten zitten de salarislasten van leidinggevenden, secretaresses en medewerkers binnen bedrijfsvoering. Dit wordt ook wel personele overhead salarislasten genoemd. De rest van de medewerkers valt onder de directe salarislasten die bij de begrotingsprogramma’s worden verantwoord. De materiële kosten bevatten de kosten van bedrijfsvoering. De overhead laat een onderschrijding zien van € 357.387 t.o.v. de begroting. Dit is opgebouwd uit een positief saldo van € 727.526 op de materiële overhead dat wordt veroorzaakt door activiteiten die doorschuiven in de tijd, activiteiten die lager zijn uitgevallen dan begroot en meevallers. De personele overhead salarislasten kent een negatief saldo van € 370.139 dat grotendeels wordt veroorzaakt door de kosten voor het opvangen van langdurige ziektegevallen, ontstane vacatures en personele knelpunten. Tevens bleek tijdelijk extra ondersteuning noodzakelijk. Op het budget van de directe salariskosten in de programma’s wordt echter tegelijkertijd een onderschrijding van € 879.671 gepresenteerd. Het saldo van de totale salarislasten is daarmee met € 509.532 positief. Zie paragraaf 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een verdere toelichting op het resultaat.
51
Dekkingsbronnen overhead (euro's)
Realisatie
Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2020
2.020
Gewijzigde begroting 2020
Primaire begroting 2020
Realisatie 2019
Onttrekking fonds BDU Inwonersbijdrage EV
4.818.613 1.349.392
-269.286 -88.101
5.087.899 1.437.493
5.135.100 1.406.400
5.104.101 1.297.320
Totale dekkingsbron
6.168.005
-357.387
6.525.392
6.541.500
6.401.421
Resultaat voor reservemutaties
43.104
43.104
0
439.694
Onttrekking reserve interne kwaliteitsverhoging
-43.104
0 0 0
-43.104
0
-439.694
0
0
0
0
0
Resultaat
De kosten voor de personele en materiële overhead worden gedekt voor het programma Exploitatie en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer vanuit de BDU en voor het programma Economisch Vestigingsklimaat vanuit de inwonersbijdrage. Door een overschot van € 357.387 op de overhead is er minder dekking nodig. In 2019 heeft er een onttrekking plaatsgevonden van de in 2018 door het algemeen bestuur goedgekeurde bestemmingsreserve Interne kwaliteitsverhoging. Dit voor de uitvoering van de digitale werkplek, financiële administratieve verbeteringen en het digitaal stukkensysteem dat gebruik maakt van iBabs en Notubiz. In 2020 zijn de laatste werkzaamheden verricht en na realisatie van de hiervoor begrote onttrekking aan de reserve is de reserve leeg.
52
Indicatoren
1
Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning
Indicator Formatie
2
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
3 4
0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten Externe inhuur
5
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
Realisatie 2020 0,038 fte per 1.000 inwoners 0,037 fte per 1.000 inwoners € 4,46 per inwoner 7,48% van de totale loonsom 0,85% van de totale lasten
Begroting 2020 0,038 fte per 1.000 inwoners 0,035 fte per 1.000 inwoners € 5,01 per inwoner 5,84% van de totale loonsom 0,91% van de totale lastenbegroting
Ad 1) De formatie bedroeg in 2020 89,6 Fte. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2019 2.366.069 (begroting 2020). Ad 2) De bezetting bedraagt per 31 december 2020 86,6 Fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de MRDH en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2019 2.366.069 (begroting 2020). Ad 3) De totale apparaatskosten bedroegen in 2020 € 10.551.751 (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten directe apparaatskosten en totale overhead). Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2019 2.366.069 (begroting 2020). Ad 4) De totale loonsom bedraagt in 2020 € 8.260.973 (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en personele overhead). De externe inhuur bedraagt in 2020 € 617.997. Voor 10% betreft deze inhuur medewerkers van de MRDH gemeenten. Ad 5) De overhead bedraagt in 2020 € 6.211.109 (zie het overzicht Overhead in dit hoofdstuk). De totale lasten bedragen in 2020 € 729.221.399 (zie Hoofdstuk 4 Overzicht van baten en lasten). De lasten worden gefinancierd uit de BDU voor de Vervoersautoriteit en uit de inwonerbijdrage bij Economisch vestigingsklimaat en in 2020 incidenteel door een onttrekking aan de reserve Interne kwaliteitsverhoging.
53
Hoofdstuk 3 Paragrafen 3.1 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: - risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); - risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen.
Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald dat een gemeente niet kan voldoen aan haar verplichte bijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Bij het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen is een weerstandscapaciteit van € 100.000 nodig om het dekkingstekort op de (vaste) apparaatskosten op te vangen. In bovengenoemd audittraject is bepaald dat dit risico eenmaal per vier jaar (collegeperiode) voor kan komen en dat voor het opvangen daarvan 1/23 deel van € 2,29 miljoen euro (apparaatslasten EV begroting 2016) benodigd is. Dit kwam neer op een bedrag van circa € 100.000, dat iedere vier jaar benodigd zou zijn. Voor ditzelfde bedrag is daarom in 2015 de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat gevormd. Het risico heeft zich in 2020 niet gemanifesteerd. Hierna wordt geanalyseerd of de reserve ultimo 2020 toereikend is. De apparaatslasten voor het programma EV bedragen in de begroting 2021 € 2,45 miljoen. 1/23 deel daarvan komt neer op een bedrag van circa € 106.000.
Per 31 december 2020 is nog weerstandcapaciteit beschikbaar in de vorm van een post onvoorzien binnen de Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat voor een bedrag van € 66.000. Er wordt daarom geen aanpassing van de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat voorgesteld.
54
Weerstandsvermogen-ratio jaarrekening 2020: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandcapaciteit Economisch Vestigingsklimaat: € 166.000 Benodigde weerstandscapaciteit Economisch Vestigingsklimaat: € 106.000 Weerstandsvermogen ratio: 1,57 (ruim voldoende) Risico’s programma’s Vervoersautoriteit De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen. De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen. De subsidies voor de rail concessie Rotterdam over 2017 en 2018 zijn voor het assets deel nog niet vastgesteld in 2020. Er liep over de verrekening van interne rentekosten vergoeding over de periode 2017-2019 nog een bezwaarprocedure. Inmiddels is hierover overeenstemming bereikt. In 2021 zal de vaststelling plaatsvinden.
De subsidies voor de Railconcessie Haaglanden 2019, de Bus concessie Haaglanden stad over 2018 en 2019 en de bus concessies Regio Haaglanden 2019 en Voorne-Putten Rozenburg 2019 zijn eveneens nog niet vastgesteld in 2020. Vervoerders hebben uitstel gevraagd voor het indienen van de verantwoording. Het is nog niet duidelijk wat de hoogte wordt van het bedrag dat de vervoerders zullen verantwoorden. De vast te stellen subsidies dienen te passen binnen de bedragen van de verleende subsidies. Wanneer hiervan afgeweken wordt zal hiervoor een bestuurlijk besluit nodig zijn. Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 3.3 (financiering en treasury) gemeld, heeft de MRDH in december 2016 de verantwoordelijkheid voor de financiering van de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel naar behoren af te dekken.
Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie heeft gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. 55
De coronacrisis leidt niet tot een aanpassing van de genoemde wegingsfactoren voor de risicoberekening. Het risico dat de vervoerders niet aan de rente- en aflossingsverplichtingen voldoen blijft laag omdat de rente en afschrijving onderdeel uitmaken van de maandelijkse concessievergoeding waardoor de MRDH hier rechtstreeks op kan sturen. Het maatschappelijk belang voor het behoud van het openbaar vervoer is, ook met het oog op de toenemende verstedelijking waar de regio mee te maken heeft de komende jaren, onverminderd groot. Dit maatschappelijke belang blijkt ook uit de aandeelhouderrol van de overheden in de betreffende vervoersbedrijven. De forse daling van de reizigersinkomsten vanwege de coronamaatregelen is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Voor het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020, de Beschikbaarheidsvergoeding, die ervoor zorgt dat 93-95% van de kosten van de vervoerders worden vergoed. Deze Beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer 2020 wordt verlengd tot 1 juli 2021.
Voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2021 biedt het Rijk perspectief op een aanvullende verlenging, waarbij sprake zal zijn van versobering. Verlenging geschiedt verder onder de voorwaarde dat decentrale overheden en vervoerders gezamenlijk uiterlijk 1 april 2021 een Transitieprogramma opstellen en indienen bij het Rijk. In dit Transitieprogramma worden maatregelen uitgewerkt die een positief financieel effect zullen hebben voor de korte termijn (tweede helft 2021, of begin 2022) maar ook voor de langere termijn. Uitgangspunt is het OV-systeem, in de sterk gewijzigde kortere termijn context, op een goed niveau voor de reizigers van nu te houden en om te zorgen dat het OV-systeem naar de toekomst (weer) een goede rol kan pakken in het mobiliteitsaanbod in relatie tot verstedelijking, verduurzaming en leefbaarheid. Er is op dit moment geen sprake van een duurzame waardevermindering van de gefinancierde activa. Ook heeft het algemeen bestuur van de MRDH na zienswijze door de regiogemeenten op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen vastgesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer.
De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2021 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen gemiddeld € 30 miljoen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 27 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden vanaf 2021 aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager.
56
In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt: Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's) Financiering aan HTM, RET en EBS boekwaarde MVA HTM, RET en EBS Economische waarde MVA (65% boekwaarde) Dekkingstekort economische waarde versus financiering
Jaarrekening 2020 1.126.493.382 1.477.576.001 960.424.401 166.068.981
Begroting 2021 1.178.175.094 1.439.971.008 935.981.155 242.193.939
Begroting 2022 1.189.430.140 1.384.166.914 899.708.494 289.721.646
Begroting 2023 1.228.505.186 1.330.836.747 865.043.886 363.461.300
Begroting 2024 1.294.016.898 1.408.949.386 915.817.101 378.199.797
Begroting 2025 1.371.692.781 1.374.551.528 893.458.493 478.234.287
Weging risico
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico Netto/gewogen risico (ondergrens € 27 miljoen) Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar Toevoeging opslag aan risicoreserve Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar
13.285.518 27.000.000 18.108.868 7.764.408 7.764.408 1.126.724
19.375.515 27.000.000 25.873.276 7.089.165 1.126.724 0
23.177.732 27.000.000 27.000.000 7.256.143 0 0
29.076.904 27.000.000 27.000.000 7.383.115 2.076.904 0
30.255.984 27.000.000 29.076.904 7.676.439 1.179.080 0
38.258.743 27.000.000 30.255.984 8.096.246 8.002.759 0
Samenvatting weerstandsvermogen-ratio jaarrekening 2020: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven:
€ 25.873.276 € 27.000.000
MRDH streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste voldoende is. Dit betekent een minimale weerstandsvermogen ratio van 1 tot 1,4. Weerstandsvermogen ratio:
0,96 (= matig)
Uit bovenstaande overzicht blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2021 zal worden bereikt. Er is dan geen dekkingstekort meer op de te bereiken reserve. Het meerjarenbeeld geeft aan dat er na 2022 wel weer toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken.
57
Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna Vpb) voor zover zij voor een van haar activiteiten een onderneming drijft. De MRDH heeft hiervoor grondig onderzoek verricht (in samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag) en heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Voor wat betreft de activiteit ‘Treasury functie’3 (het aantrekken en vervolgens uitzetten van leningen bij de vervoerders) heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat deze activiteit voldoet aan de ondernemerscriteria en daarom in de Vpb-heffing wordt betrokken. Vanwege de wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag (Wet fido/Ruddo) laat deze activiteit een ‘plus’ zien, die op dit moment door de MRDH wordt toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Deze ‘plus’ wil de Rijksbelastingdienst belasten met Vpb. In dit verband gaat de Rijksbelastingdienst voorbij aan het feit dat de MRDH deze leningen verstrekt vanuit haar rol als Vervoersautoriteit en ‘lender of last resort’. De vervoerders kunnen wel lenen bij banken, maar dan tegen (zeer) hoge rentepercentages. Om het openbaar vervoer betaalbaar te houden is er voor gekozen om te lenen bij de MRDH.
Daarnaast subsidieert de MRDH de in rekening gebrachte opslag weer via de concessie aan de vervoerders. De Rijksbelastingdienst kijkt echter niet naar de MRDH als geheel maar ziet de Treasury functie als aparte activiteit. Gemiddeld bedraagt de risico-opslag ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. De MRDH heeft dan ook bezwaar aangetekend tegen de aanslagen vennootschapsbelasting. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Inmiddels zijn de aanslagen voor de jaren 2016 tot en met 2020 ontvangen en betaald. Ter voorkoming van het oplopen van de belastingrente neemt de MRDH met ingang van het jaar 2018 de betreffende bedragen reeds in de aangifte op en betaalt de aanslagen die daarop volgen. Zoals aangegeven zal steeds bezwaar worden aangetekend. Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.