CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.56zi) Waelpolder_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 34 Eco-effectscan (21-0253669)

Gemeenteraad 26 oktober 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de Lijst met Ingekomen Stukken (LIS)9.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Eco-effectscan Waalpolder Noord Ä. Zuid te 's-Gravenzande

Opdrachtgever Ontwikkelingsmaatschappij het Nieuwe Westland BV te Den Haag

\ AvS

\

AQUA-ĨERRA \5S*N0VA/

Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening

AQUA-TERRA

Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening

Aqua-Terra Nova BV

Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk

Eco-effectscan Waalpolder Noord ä Zuid te 's-Gravenzande

telefoon 0174 - 625246 fax 0174 - 629744 www.aquaterranova.nl

Opdrachtgever Ontwikkelingsmaatschappij het Nieuwe Westland BV te Den Haag

ìöiVtŗŗi-

1

Datum: Rapportnr. Status:

27 mei 2019 2180720/AQT303aFF/EvD Definitieve rapportage

IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55

^

BTW: NL-8105.67878.B01

^

K.v.K. nr. 27240696

COLOFON

Titel

: Eco-effectscan Waalpolder Noord

Opdrachtgever Contactpersoon

: Ontwikkelingsmaatschappij het Nieuwe Westland BV : dhr. F. Vlasblom

Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur Veldwerk Kwaliteitsborger Projectnummer

Zuid te 's-Gravenzande

mw. L.J. van der Steeg BSc mw. L.J. van der Steeg BSc mw. Ir E. van Doorn mw. Ir E. van Doorn mw. L.J. van der Steeg BSc mw. L.J. van der Steeg BSc : 2180720

Aqua-Terra Nova BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus, de brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van groene adviesbureaus.

Datum vrijgave

Status

27 mei 2019

Aangepast

14 mei 2019

Definitief

Vrijgave auteur_____________________ Goedkeuring kwaliteitsborqer

© 2019 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schríftelijke toestemming van de uitgever.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING......................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4

2

METHODE............................................................................................................ 6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

3

Natura 2000-gebieden............................................................................................ 12 Ecologische verbindingszones .................................................................................. 13 Programmatische Aanpak Stikstof............................................................................ 13

RESULTATEN SOORTBESCHERMING.................................................................. 15 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

6

Ligging.................................................................................................................... 8 Bestaande situatie.................................................................................................... 8 Beoogde situatie en activiteiten................................................................................ 11 Veldbezoek ............................................................................................................ 11

RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING............................................................... 12 4.1 4.2 4.3

5

Inleiding.................................................................................................................. 6 Projectbeschrijving................................................................................................... 6 Wettelijk kader Wet natuurbescherming...................................................................... 6 Beoordeling beschermde natuurgebieden.................................................................... 6 Aanwezigheid beschermde planten en dieren............................................................... 6 Effectbeoordeling en toetsing..................................................................................... 7

PLANGEBIED....................................................................................................... 8 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Aanleiding............................................................................................................... 5 Doelstelling.............................................................................................................. 5 Leeswijzer............................................................................................................... 5 Verantwoording........................................................................................................ 5

Vaatplanten........................................................................................................... 15 Vogels................................................................................................................... 15 Grondgebonden zoogdieren..................................................................................... 16 Vleermuizen .......................................................................................................... 16 Amfibieën.............................................................................................................. 18 Reptielen............................................................................................................... 18 Vissen................................................................................................................... 18 Overige beschermde soorten................................................................................... 18

CONCLUSIES EN ADVIES................................................................................... 19 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Gebiedsbescherming............................................................................................... 19 Soortbescherming.................................................................................................. 19 Overzicht beschermde soorten................................................................................. 20 Advies en vervolgstappen........................................................................................ 21 Planning ................................................................................................................ 22

7 REFERENTIES................................................................................................... 23 BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER............................................................................... 24 BIJLAGE 2 LIGGING PLANGEBIED......................................................................... 26 BIJLAGE 3 BESCHERMDE NATUURGEBIEDEN......................................................... 27

2180720ZAQT303aFI7EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

4

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding Ontwikkelingsmaatschappij het Nieuwe Westland BV is voornemens nieuwbouw te realiseren in het gebied Waalpolder Noord & Zuid te 's-Gravenzande. Ten behoeve van het project worden woonhuizen en kassen gesloopt, groen wordt gerooid en watergangen worden vergraven. Voor dit project dienen onder andere de gevolgen van de ruimtelijke ingrepen op de aanwezige flora en fauna te worden weergegeven. In dit kader is de onderhavige Eco-effectscan uitgevoerd door Aqua-Terra Nova BV in opdracht van Ontwikkelingsmaatschappij het Nieuwe Westland BV.

1.2

Doelstelling De Eco-effectscan heeft als doel te inventariseren of het project mogelijk in strijd is met de Wet natuurbescherming of het Natuurnetwerk Nederland in de Wet ruimtelijke ordening. Hiertoe worden de effecten van de activiteiten op beschermde gebieden en beschermde soorten inzichtelijk gemaakt. Daarnaast wordt geadviseerd hoe te handelen in het kader van de natuurwetgeving. Voor de vigerende wetgeving zie bijlage 1.

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethode en het toetsingskader van de Eco-effectscan beschreven. In hoofdstuk 3 worden het project en het plangebied beschreven. Mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland worden beschreven in hoofdstuk 4. De resultaten van de inventarisatie worden in hoofdstuk 5 beschreven. Tot slot volgen in hoofdstuk 6 de conclusies en worden de vervolgstappen en/of maatregelen geadviseerd. Bronvermeldingen zijn in de tekst met een nummer aangegeven, wat naar het desbetreffende nummer in de referentielijst verwijst. In de bijlagen wordt de natuurwetgeving toegelicht, zijn kaarten van het plangebied opgenomen en is een inventarisatielijst opgenomen met de resultaten van het locatiebezoek en de literatuurstudie.

1.4

Verantwoording Bij ecologische veldwerkzaamheden is een volledige garantie over de afwezigheid van soorten niet te geven. Door de inzet van ter zake kundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt onze onderzoekskwaliteit gewaarborgd.

2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

5

2 2.1

METHODE Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de resultaten van de voorliggende rapportage tot stand zijn gekomen. Dit hoofdstuk dient tevens als onderbouwing van de conclusies. In het kort wordt weergegeven hoe de Wet natuurbescherming in het project wordt geborgd.

2.2

Projectbeschrijving Het project wordt beschreven aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte informatie. Hiertoe wordt de omvang en ligging van het plangebied beschreven in relatie tot groenstructuren in de omgeving, wordt de bestaande situatie geschetst en worden de beoogde activiteiten omschreven.

2.3

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Voor een uitgebreide omschrijving van de wet- en regelgeving zie bijlage 1. In de Wet natuurbescherming zijn beschermde soorten en gebieden aangewezen. Hierbij zijn beschermde soorten ingedeeld in drie regimes (respectievelijk art. 3.1, 3.5 en 3.10). Artikel 3.1-3.4 betreffen regels ter bescherming van vogels die vallen binnen het bereik van de Vogelrichtlijn, i.e. alle natuurlijk in het wild levende vogels in de Europese Unie. Artikel 3.5-3.9 betreffen regels ter bescherming van dier- en plantensoorten die strikt beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en natuurbeschermingsverdragen. Artikel 3.10-3.11 betreffen regels ter bescherming van niet onder art. 3.5 vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten vermeld in de bijlage bij de wet. Alle in de Wet natuurbescherming genoemde soorten zijn strikt beschermd. De bescherming van soorten is met name gericht op instandhouding van populaties en verblijfplaatsen van individuen. Hierbij wordt het 'nee, tenzij'-principe gehanteerd. Handelingen in strijd met de verbodsbepalingen zijn per definitie verboden. Uitzonderingen voor overtreding van de verbodsbepalingen kunnen worden verleend middels vrijstellingen en ontheffingen. Tevens is de zorgplicht te allen tijde van kracht voor alle planten en dieren.

Zie bijlage 1 voor de relevante verbodsbepalingen bij ruimtelijke inrichting en ontwikkelingen.

2.4

Beoordeling beschermde natuurgebieden Op basis van provinciale en lokale kaartendatabases wordt de ligging van natuurgebieden in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. Het betreft gebieden uit de Wet natuurbescherming en gebieden in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Indien dergelijke beschermde natuurgebieden binnen een straal van 5 km van het plangebied gelegen zijn of de ingreep een zodanig karakter heeft dat effecten op grotere afstand mogelijk zijn, wordt de wettelijke status beschreven. Daarnaast wordt beoordeeld of negatieve effecten op de gebieden uitgesloten kunnen worden. Indien noodzakelijk zal bij de effectbeoordeling in het kader van het Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) gebruikt worden gemaakt van het rekenmodel AERIUS Calculator. AERIUS Calculator berekent de emissie van stikstof als gevolg van economische activiteiten en de depositie op Natura 2000-gebieden.

2.5

Aanwezigheid beschermde planten en dieren Aan de hand van een veldbezoek, verspreidingsatlassen, overige naslagwerken en lokale waarnemingen wordt een lijst samengesteld van categorie 1 en 2-soorten en vogels met jaarrond beschermde nesten welke in en in de nabije omgeving van het plangebied zijn waargenomen of potentieel aanwezig zijn. Deze lijst met soorten is een momentopname, is niet limitatief en kan aangevuld worden met beschermde soorten waarvan de aanwezigheid aannemelijk is. Voor deze soorten wordt op basis van het verkennend locatiebezoek de geschiktheid van biotopen in het plangebied beoordeeld. De beoordeling van de aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het plangebied resulteert in de vaststelling: Niet aanwezig c.q. afwezig; de soort is niet in de omgeving waargenomen of het plangebied vormt geen geschikt biotoop voor soort welke in de omgeving waargenomen is; de beoordeling van de afwezigheid wordt uitsluitend in uitzonderingen behandeld; soorten welke op de inventarisatielijst zijn opgenomen en niet worden behandeld, worden per definitie beoordeeld als niet aanwezig c.q. afwezig;

2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

6

-

-

niet uit te sluiten: de soort is in de omgeving waargenomen of kan op basis van betrouwbare bronnen* verwacht worden en het plangebied vormt geschikt biotoop voor verblijfplaatsen of andere functionele onderdelen van de leefomgeving van de soort: aanwezig: de soort is tijdens het locatiebezoek waargenomen of de soort is in het plangebied waargenomen op basis van betrouwbare bronnen*.

*Betrouwbare bronnen zijn minder dan 3 jaar oude gegevens van overige ter zake kundigen en de NDFF.

2.6

Effectbeoordeling en toetsing Voor de aanwezige beschermde soorten of beschermde soorten waarvan de aanwezigheid niet uitgesloten kan worden, worden de effecten van de voorgenomen handelingen beoordeeld en getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en de zorgplicht. De toetsing is gericht op aantasting en verstoring van individuen en hun functionele leefomgeving en mogelijke effecten op nabijgelegen natuurgebieden. De toetsing is afhankelijk van de kwetsbare periode waarin handelingen een effect kunnen hebben. Vervolgens wordt beoordeeld of aantasting van individuen en hun functionele leefomgeving een effect heeft op de gunstige staat van instandhouding van de regionale of landelijke populatie. Per soortgroep worden de handelingen getoetst aan de verbodsbepalingen en de zorgplicht. Per beschermingscategorie worden hierbij verschillende toetsingskaders gehanteerd (zie tabel 2.1). Tabel 2.1. Toetsingskader per beschermingscategorie. Categorie____________________ Artikel 3.1-3.4 & Artikel 3.5-3.9 (Vogelrichtlijn & Habitatrichtlijn)

Artikel 3.10-3.11 (Nationaal beschermde soorten)

Alle planten en dieren (Zorgplicht)

2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

Toetsingskader____________________________________________ Effecten dienen te allen tijde voorkomen te worden. Indien effecten op beschermde vogelsoorten niet uitgesloten kunnen worden, dient de omvang van de mogelijke effecten inzichtelijk gemaakt te worden middels vervolgonderzoek. Voor handelingen in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling geldt een vrijstelling voor overtreding van de verbodsbepalingen, mits de handelingen uitgevoerd worden conform een goedgekeurde gedragscode. Indien het niet mogelijk is om conform een gedragscode te werken, dan dient ontheffing aangevraagd te worden. In het kader van de zorgplicht dienen schadelijke effecten zoveel als redelijkerwijs verwacht kan worden voorkomen te worden, beperkt te worden of ongedaan gemaakt te worden.

7

3

PLANGEBIED

3.1

Ligging Het plangebied wordt omsloten door de Poelkade aan de oostzijde, de Nieuwe Vaart aan de westzijde en het Icarusblauwtje aan de zuidzijde. Het plangebied is gelegen tussen de stedelijke bebouwing van 's-Gravenzande en het kassengebied van Naaldwijk, in de provincie Zuid-Holland. Het plangebied bevat weilanden met langs de straten woonhuizen en kassen. Zie figuur 3.1 en bijlage 2 voor de ligging en de begrenzing van het plangebied. Waalpolder Noord en Zuid te 's Gravenzande Project 2180720 Milieu consultancy

AQUA-TERRA

Watermanagement Ruimtelijke ordening

Legenda l

l Plangebied

OpenStreetMap

Figuur 3.1. Ligging en begrenzing van het plangebied Waalpolder Noord ä Zuid te 's-Gravenzande (rood omkaderd).

Aan de zuidkant van het plangebied is de woonwijk Dijckerwaal I en II in aanbouw en bijna voltooid. Ten noorden van het plangebied is de wijk Rijnvaart in de beginfase van aanbouw. Ten westen van het plangebied ligt de watergang de Nieuwe Vaart met daarachter bedrijventerrein en woonwijken in 's-Gravenzande. Ten westen van het plangebied ligt de watergang de Poelwatering met daarachter glastuinbouwgebied en de bebouwde kom van Naaldwijk.

3.2 Bestaande situatie Het totale plangebied heeft een oppervlakte van circa 24,5 ha. In de volgende subparagrafen wordt per onderdeel of woning beschreven hoe het plangebied eruit ziet. Een aantal woningen langs de Poelkade is reeds gesloopt om plaats te maken voor een toegangsweg naar de nieuwbouw of omdat bijbehorende bedrijven ook gesloopt worden. In een notitie met kenmerk 2180720/AQT201FF/ED d.d. 27 februari 2019 is uiteengezet welke woningen gesloopt konden worden, welke woningen ecologisch begeleid gesloopt konden worden en welke woning nog onderzocht moet worden. Hieronder worden als eerste deze woningen beschreven.

3.2.1

Poelkade 22, 32 en 34 Ten tijde van het veldbezoek was de sloop van Poelkade 22 gestart (zie figuur 3.2). In het verleden zijn hier en in de woningen aan de poelkade 32 en 34 geen beschermde soorten aangetroffen. Beschermde soorten werden op basis van de huidige staat van de woningen ook niet verwacht. Naast de woning aan de poelkade 32 staat een treurwilg (zie figuur 3.3) met een aantal holtes die geschikt zijn voor boombewonende vleermuissoorten. In het verleden is onderzoek gedaan door Aqua-Terra Nova naar vleermuizen aan de Poelkade, waarbij watervleermuis is aangetoond

2180720MQT303aFI7EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

8

(rapportnr. 2 1 2 1 027AQT302bFF7TG d.d. 31 oktober 2013). Het is niet uit te sluiten dat deze soort in een boom binnen het plangebied een verblijfplaats heeft. In paragraaf 5.4 wordt verder uitleg gegeven over de potentie voor vleermuisverblijven.

ggįwgg:

-

'

Figuur 3.2. Links: Poelkade 22, reeds gesloopt. Rechts: Poelkade 34, te slopen woning

w*. äV.v*;.

-ż'/

r,.

wam

Figuur 3.3. Poelkade 32, te slopen woning. De treurwilg naast het woonhuis is geschikt voor boombewonende vleermuizen. De boom mag niet gerooid worden.

3.2.2

Poelkade 18, 44 en 44a De woningen aan de Poelkade 18, 44 en 44a zijn ecologisch begeleid gesloopt, omdat in het verleden diverse verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en huismus zijn aangetoond. De spouwmuren zijn handmatig opengebroken waarna de spouw gecontroleerd is op aanwezigheid van vleermuizen. De omgeving is nagegaan op de aanwezigheid van huismussen en nestindicerend gedrag. Deze zijn niet aangetroffen waarna gecontroleerd verder is gegaan met de sloop van de woningen. Zie figuur 3.4. voor de Poelkade 18 en 44 en figuur 3.5 voor Poelkade 44a.

H rnļļi

z. ,

i

Figuur 3.4. Links: begeleiding.

Poelkade

18

21807207AQT303aFF7EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

rechts:

Poelkade 44, beide reeds gesloopt onder ecologische

9

WĨĚ2Å Figuur 3.5. Poelkade 44a, reeds gesloopt onder ecologische begeleiding

3.2.3

Poelkade 32a In de woning van Poelkade 32a (zie figuur 3.6) zijn tot op heden verblijfplaatsen van huismussen aanwezig. Nader onderzoek moet uitwijzen hoeveel verblijfplaatsen van huismussen aanwezig zijn en op welke manier het plangebied onderdeel is van functioneel leefgebied van huismussen. In het verleden is door Aqua-Terra Nova een vleermuisverblijf aangetroffen in deze woning. In de woning heeft reeds asbestsanering plaatsgevonden. De kozijn van ramen en deuren zijn daarbij opengebroken waardoor de spouwmuur open is komen te liggen. Daarna zijn deze kozijnen weer dichtgemaakt waardoor de spouw weer geschikt is voor vleermuizen. Nader onderzoek moet uitwijzen of de woning nog steeds in gebruik is als verblijfplaats door vleermuizen.

^í

iilïll 'l Figuur 3.6. Poelkade 32a, woning met huismussenverblijven en mogelijk een vleermuisverblijf

3.2.4

Huidige situatie in het plangebied Naast de te slopen woningen bestaat het plangebied voornamelijk uit polder, een aantal glastuinbouwbedrijven en wordt omsloten door een vaart langs de Poelkade aan de oostkant van het plangebied en de Nieuw Vaart aan de westkant van het plangebied gelegen tussen 'sGravenzande en Naaldwijk. Het plangebied heeft een open karakter met op een aantal plaatsen een rij bomen of een bosschage. Tevens zijn er meerdere sloten aanwezig, zowel met als zonder beschoeiing. Achter Poelkade 14 is open water aanwezig met een klein eiland. Een deel van de polder is ingericht als weide voor varkens. Op dit stuk is het zeer modderig en staan er grote pollen pitrus. Andere delen van de polder bestaan voornamelijk uit grasland (zie figuur 3.7. voor overzichtsfoto's).

2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

10

.2 .

į

'i"

w

Ml» i

WÊiįŝŞL

ãjSi^žP^ -

řŞS

Figuur 3.7. De bovenste foto's geven een overzicht van Waalpolder Zuid, de middelste foto's geven een overzicht van Waalpolder Noord met de varkensweide, de onderste foto's zijn van de enige bomengroep langs de Nieuwe Vaart binnen het plangebied

3.3

Beoogde situatie en activiteiten De activiteitenomschrijving is opgesteld aan de hand van plattegronden, ontwerptekeningen en de mondeling en schriftelijk door de opdrachtgever verstrekte informatie. De beoogde nieuwe woonwijken worden in fasen gerealiseerd. In totaal worden ruim 600 woningen binnen het plangebied gerealiseerd. Hiervoor worden alle oude tuinbouwbedrijven gesloopt en wordt het groen en alle bomen binnen het plangebied gerooid. Voor de aanleg van een ecologische zone worden een aantal sloten gedempt. De start van de woningbouw zal op zijn vroegst in 2020 aanvangen. Deze activiteiten vormen de basis van de toetsing aan de Wet natuurbescherming.

3.4

Veldbezoek Het plangebied is bezocht in de middag van 12 maart 2019. De weersomstandigheden tijdens dit oriënterend onderzoek waren droog, bewolkt met een temperatuur van 8^, windkracht 6 Bft uit het zuidwesten. Tijdens de inventarisatie zijn aanwezige natuurwaarden in het plangebied bekeken. Beschermde soorten worden alleen op basis van regionale verspreidingsgegevens en het ontbreken van geschikt habitat uitgesloten, anders worden ze meegenomen in de toetsing. 2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

11

4

RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING Onderstaand wordt bepaald wat de afstand is van het plangebied tot beschermde natuurgebieden of gebieden die behoren tot een ecologische verbindingszone en wordt getoetst of de geplande activiteiten mogelijk een negatief effect kunnen hebben op deze beschermde natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Indien er schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing noodzakelijk is/zijn.

4.1

Natura 2000-gebieden Het Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kapittelduinen' bevindt zich op circa 1,7 km afstand ten zuiden, westen en noorden van het plangebied, zie figuur 4.1 en bijlage 3. Het Natura 2000-gebied 'Westduinpark & Wapendal' is gelegen op circa 8 km en het Natura 2000-gebied 'Voordelta' is gelegen op circa 9,6 km afstand van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. Waalpolder Noord 8i Zuid te 's-Gravenzande

Legenda

Milieu consultancy

AOUATERRA

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 Project 2180720

Watermanagement Ruimtelijke ordeninj

^

B Plangebied I

I Solleveld 81 Kapittelduinen

EU Voordelta I

1 Westduinpark 8t Wapendal

OpenStreetMap

Figuur 4.1. Positie van het plangebied Waalpolder Noord & Zuid te 's-Gravenzande ten opzichte van de Natura 2000-gebieden 'Solleveld & Kapittelduinen', 'Westduinpark & Wapendal' en 'Voordelta'.

Het Natura 2000-gebied 'Solleveld Kapittelduinen' bestaat uit oude duinen, duinbossen, struwelen, ruigten en plassen. Het natuurgebied is van grote waarde vanwege de kalkarme duinen en heideterreinen die in het gebied voorkomen. Aan de binnenduinrand bevinden zich een aantal oude landgoedbossen die rijk zijn aan stinzenflora. Het Natura 2000-gebied 'Westduinpark' is een breed, gevarieerd en kalkrijk duingebied met kenmerkende habitats van de Hollandse duin- en kuststreek. Er is een breed scala aan vegetatietypen van jonge en oude, droge duinen, met ruigten, graslanden en struwelen en binnenduinbos aanwezig, met karakteristieke flora. 'Wapendal' bestaat uit oud duin met struikheivegetatie. Het Natura 2000-gebied 'Voordelta' wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een gevarieerd en dynamisch milieu van kustwateren (zout), intergetijdengebied en stranden, dat een relatief beschutte overgangszone vormt tussen de (voormalige) estuaria en volle zee. De werkzaamheden kunnen vanwege de korte afstand en de grote aard van de werkzaamheden mogelijk invloed op het Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kapittelduinen'. Echter, is het gehele 2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

12

plangebied voorheen, tussen 1938 en 2008, zelf ook onderdeel geweest van glastuinbouwgebied en hebben hier kassen gestaan (www.topotijdreis.nl). Vanaf 2008 is het aantal kassen in het plangebied afgenomen. Momenteel is tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kapittelduinen' nog steeds veel bebouwing en glastuinbouwgebied aanwezig. Om deze redenen kunnen negatieve effecten op het Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Nader onderzoek in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk.

4.2

Ecologische verbindingszones Het plangebied is direct gelegen aan en bevindt zich deels binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie figuur 4.2 en bijlage 3. Het betreft de ecologische verbindingszone 'de Poelzone'. Negatieve effecten op het NNN kunnen uitgesloten worden, mits er niet gewerkt gaat worden aan deze zone. Nader onderzoek in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk. Indien er wel gewerkt gaat worden aan de poelzone of de begeleidende elementen (verwijdering van groen en bomen) dan zal middels een "Nee tenzij-toets", de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep op het NNN in kaart gebracht moeten worden. Daarbij wordt een advies gegeven hoe negatieve effecten kunnen worden voorkomen. Waalpolder Noord 81 Zuid te s-Gravenzande

Milieu consultancy

AQUA-TERRA

Ligging plangebied t.o.v. Natuurnetwerk Nederland Project 2180720

Watermanagement

Legenda I

I Plangebied

■I Ecologische verbindingszones

400 m

OpenStreetMap

Figuur 4.2. Positie van het plangebied Waalpolder Noord ä Zuid te 's-Gravenzande ten opzichte van het NNN.

In de toekomst zal de ecologische verbindingszone (NNN) langs het plangebied verplaatst worden naar een nieuw te graven watergang door het plangebied. Deze watergang zal tijdens de bouw van de woningen gegraven en ingericht worden. De vaste vliegroute van diverse vleermuizen boven de watergang langs de Poelkade blijft een beschermde vliegroute onder de Wet natuurbescherming. De verandering van het NNN doet hier geen afbreuk aan. Dit betekent dat in de toekomst de nieuw te realiseren Poelzone onder de gebiedsbescherming van het NNN komt te vallen. Daarnaast blijft de bescherming van de watergang en de begeleidende knotwilgen langs de Poelkade onder de soortenbescherming van de Wet natuurbescherming in stand, omdat zich daar een vaste vliegroute van vleermuizen bevindt vanaf de bunkers ten zuiden van het plangebied.

4.3

Programmatische Aanpak Stikstof Sinds 1 juli is het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht23. Dit programma is in art. 5.13 verankerd in de Natuurbeschermingswet (sinds 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming). Het programma bevat een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen worden getroffen in en nabij de Natura 2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

13

2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. De integrale beoordeling brengt mee dat het aspect stikstof voor een Natura 2000-gebied in het PAS geheel is afgewogen. Binnen het Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kapittelduinen' zijn een aantal stikstofgevoelige habitats aangewezen. Dit gebied valt hierdoor in de lijst met natuurgebieden die gevoelig zijn voor een verhoogde stikstofdepositie. Om na te gaan of er nog depositieruimte beschikbaar is voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen het plangebied is het noodzakelijk een berekening te maken van de stikstofdepositie in de realisatiefase en gebruiksfase van de woningbouw binnen het plangebied. Dit kan gedaan worden met behulp van de AERIUS calculator. Hieruit zal naar voren komen of de ruimtelijke ontwikkeling vergunningplichtig is of niet.

2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

14

5

RESULTATEN SOORTBESCHERMING In dit hoofdstuk worden eventuele effecten van de geplande werkzaamheden op aanwezige natuurwaarden uitgewerkt. Daarnaast wordt antwoord gegeven op de vraag of, en zo ja, in welke mate beschermde plant- en diersoorten, beschermd door de Wet natuurbescherming, door de beoogde activiteiten kunnen worden geschaad. Indien er schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is/zijn.

5.1

Vaatplanten Het plangebied is tijdens het uitvoeren van het oriënterend veldbezoek gecontroleerd op mogelijk aanwezige beschermde vaatplanten. Deze zijn niet aangetroffen. Zowel op basis van verspreidingsgegevens als het landgebruik in het plangebied, worden beschermde vaatplanten niet verwacht. De aanwezigheid van beschermde flora kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. Nader onderzoek naar beschermde vaatplanten is niet noodzakelijk.

5.2

Vogels Alle broedende vogels en hun broedplaatsen zijn beschermd tijdens het broedseizoen. Daarnaast zijn voor een aantal vogels de rust- en verblijfplaatsen én de functionele omgeving jaarrond beschermd. In het plangebied worden broedende vogels verwacht, zowel algemene als jaarrond beschermde vogels en soorten uit categorie 5 (vogels waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is indien er ecologisch zwaar wegende redenen zijn).

5.2.1

Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Op basis van verspreidingsgegevens11 is gebleken dat in de omgeving van het plangebied de gierzwaluw en huismus behorend tot de categorie 1-4 (jaarrond beschermde vaste verblijfplaats) voorkomen. Diverse woningen langs de Poelkade en Nieuwe Vaart zijn geschikt voor deze twee jaarrond beschermde soorten. In bijlage 4 is een lijst opgenomen met de potentie voor beschermde huismus en gierzwaluw in de woningen langs, maar buiten het plangebied. Bij twee woningen zijn roepende mannetjes op de dakgoot waargenomen. Dit waren de woning aan de Poelkade 28 en de woning aan de Nieuwe Vaart 9. Dit nestindicerend gedrag wijst op de aanwezigheid van beschermde nesten onder de dakpannen van deze woningen. De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen voor gierzwaluwen en huismussen kan daarom niet worden uitgesloten. Nader onderzoek naar huismus en gierzwaluw is niet noodzakelijk zolang alle in bijlage 4 genoemde woningen behouden blijven. De kassen en de weides in het gebied zijn niet geschikt voor jaarrond beschermde vogels en/of hun nesten. Tijdens het veldbezoek is er in de bomen binnen en langs het plangebied gezocht naar nesten van jaarrond beschermde roofvogels. De bomen die deel uitmaken van bestaande tuinen zijn buiten beschouwing gelaten. De bomenrij langs de Nieuwe Vaart is geschikt voor een nest van een buizerd.

Deze soort kan zijn nest maken in een kleine groep bomen, al verkiezen de meeste roofvogels grotere bomenpartijen met meer beschutting, zoals in parken en bossen. Er zijn ten tijde van het veldbezoek geen (oude) nesten van roofvogels aangetroffen in de bomen binnen het plangebied. Uit de verspreidingsgegevens komt naar voren dat in het bosperceel ten noorden van het plangebied al een aantal jaren een sperwerpaar broedt. Het plangebied en de omliggende tuinen van de woningen zijn het jachtgebied van dit paartje. In de bomen binnen het plangebied kan de aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van de roofvogels worden uitgesloten. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Het plangebied en de omliggende tuinen van woningen zijn geschikt voor een aantal uilensoorten. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de potentie van een nest- of rustplaats van ransuil, bosuil en steenuil. Uit verspreidingsbronnen komt naar voren dat steenuil niet in de omgeving van het plangebied voorkomt. Op basis van de habitatvoorkeuren en deze gegevens kan de aanwezigheid van steenuil uitgesloten worden. Ransuil nestelt bij voorkeur in oude kraaiennesten en broedt graag in jaarrond groenblijvende bomen, omdat deze de meeste beschutting geven. Daarnaast overwinteren ransuilen gezamenlijk in groenblijvende bomen en struiken.

Deze roestplaatsen zijn ook jaarrond beschermd. De aanwezigheid van een jaarrond beschermde nestplaats of roestplaats van ransuilen binnen het plangebied is uit te sluiten op basis van het ontbreken van geschikte bomen en struiken. In de tuinen rond het plangebied, zoals de tuinen aan de Nieuwe Vaart 11 en 13, kan de aanwezigheid niet uitgesloten worden, maar voor zover bekend tasten de werkzaamheden deze woningen en tuinen niet aan. Bosuil is voornamelijk een bewoner van bossen en parken. De dichtstbijzijnde waarnemingen van bosuil zijn in het Staelduinse Bos. Het plangebied heeft geen grote bospartijen. Hiermee kan de aanwezigheid van bosuil en mogelijke nest- en

2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

15

verblijfplaatsen binnen het plangebied uitgesloten worden. De aanwezigheid van uilen en verblijfplaatsen van uilen binnen het plangebied kan uitgesloten worden op basis van habitatvoorkeuren en verspreidingsgegevens. Nader onderzoek naar uilen is niet noodzakelijk.

5.2.2

Vogels uit categorie 5 Nesten van categorie 5-vogelsoorten zijn jaarrond beschermd wanneer specifieke ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Van de vogelsoorten met een verblijfplaats uit de categorie 5 zijn verschillende vogels binnen het plangebied te verwachten: ekster, blauwe reiger, koolmees, pimpelmees en zwarte kraai. De genoemde soorten gebruiken het plangebied als foerageergebied en de bomen binnen het plangebied als nestgelegenheid. Tijdens het veldbezoek zijn in diverse bomen nesten waargenomen. Deze nesten kunnen van ekster of zwarte kraai zijn. In het groen binnen het plangebied nestelen naar verwachting kleine zangvogels als koolmees en pimpelmees. Deze soorten kunnen tevens nestelen in de tuinen van de woningen langs het plangebied. De blauwe reiger gebruikt het plangebied als foerageergebied en foerageert langs de sloten en waterkanten binnen het plangebied. In de omgeving is voldoende alternatief, in de vorm van watergangen en groene tuinen, in de langs het plangebied gelegen woningen en woonwijken, aanwezig en zijn er geen redenen om de nesten jaarrond te beschermen. Wel zijn de vogels en hun nesten beschermd tijdens het broeden en mogen dan niet verstoord worden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

5.2.3

Algemene (broed)vogels In en rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek de volgende algemene vogelsoorten waargenomen: zilvermeeuw, kleine mantelmeeuw, grote Canadese gans, wilde eend, krakeend, nijlgans, kuifeend, fuut, meerkoet, waterhoen, bergeend, kievit, scholekster, aalscholver, gele kwikstaart, witte kwikstaart, houtduif en kauw. De polder en watergangen binnen het plangebied zijn geschikt als broedlocatie voor watervogels, zoals grote Canadese gans, meerkoet, wilde eend, waterhoen, krakeend, bergeend en kuifeend. Deze soorten broeden op de grond nabij water of maken hun nest in de waterkant. De meerkoet maakt zijn nest ook wel in pollen pitrus, zoals in de varkensweide binnen het plangebied. Hier zou de bergeend ook zijn nest kunnen maken. De kievit en scholekster zijn grondbroeders en kunnen tevens in de polder binnen plangebied nestelen. De bomen binnen het plangebied zijn geschikt voor nesten van de waargenomen nijlgans, kauw en houtduif. De nijlgans en houtduif maken een nest en de kauw maakt vaak gebruik van holtes in de bomen binnen het plangebied. De zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw foerageren binnen het plangebied, maar broeden voornamelijk in de duinen of op gebouwen in de omgeving. Dit geldt ook voor de gele en witte kwikstaart. Deze soorten broeden in stenige holtes in gebouwen en foerageren binnen het plangebied.

De witte kwikstaart staat erom bekend dat deze in de kassen broedt op het moment dat er producten verbouwd worden. Ze zorgen dan voor de natuurlijke bestrijding van insecten. Alle vogels zijn tijdens het broeden beschermd en mogen dan niet verstoord worden. Er wordt aanbevolen om het groen en de bomen buiten het broedseizoen te verwijderen. Het broedseizoen duurt grofweg van maart t/m augustus, maar is afhankelijk van de soort en weersomstandigheden. Een meerkoet of een houtduif kunnen nog tot in september een broedpoging doen. Indien er binnen het groeiseizoen (grofweg van maart tot en met september) rooiwerkzaamheden uitgevoerd worden, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole plaats te vinden.

5.3

Grondgebonden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens is gebleken dat in de omgeving van het plangebied geen (strikt) beschermde grondgebonden zoogdieren (behorende bij artikel 3.5 Wet natuurbescherming, Habitatrichtlijn, bijlage IV) voorkomen. Het voorkomen van (strikt) beschermde zoogdiersoorten in het plangebied kan worden uitgesloten. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Het oriënterend onderzoek wijst uit dat het plangebied geschikt is voor algemene zoogdiersoorten zoals egel, marterachtigen, haas, konijn en diverse muizensoorten. Voor deze soorten geldt binnen de provincie Zuid-Holland een vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft echter wel van kracht (bijlage 1). Zorg dat deze dieren kunnen vluchten op het moment dat er werkzaamheden uitgevoerd worden.

5.4

Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld. Alle soorten vleermuizen zijn beschermd binnen de Wet natuurbescherming (behorende bij artikel 3.5, Habitatrichtlijn, bijlage IV). Vleermuizen maken binnen hun netwerk gebruik van vaste verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes. Deze 2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

16

vaste rust- en verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, ook als de dieren op dat moment niet aanwezig zijn. Daarnaast is de functionele leefomgeving van vleermuizen beschermd. Dit zijn de vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden, die nodig zijn om een verblijfplaats te laten functioneren.

5.4.1

Verblijfplaatsen In en langs het plangebied staan veel woningen die geschikt zijn voor gebouwbewonende vleermuizen zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Tijdens het veldbezoek is een overzicht gemaakt van de potentie voor vleermuisverblijven in deze woningen. Dit overzicht is beschikbaar in bijlage 4. Mochten er in de toekomst woningen gesloopt worden dan is in veel gevallen nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuissoorten noodzakelijk zijn, omdat in de meeste woningen een spouwmuur aanwezig is die voorzien is van open stootvoegen of via overhangende dakpannen bereikbaar is. In het plangebied zijn bomen (zie figuur 5.1) aanwezig die geschikte holtes bevatten die kunnen dienen als vaste rust- en/of verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen zoals de watervleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Het gaat hierbij vooral om de bomenrij langs de Nieuwe Vaart aan de westkant van het plangebied. Deze wilgen en treurwilgen bevatten diverse holtes die geschikt zijn voor deze soorten. De treurwilg bij Poelkade 32 is tevens geschikt voor vleermuizen (zie figuur 3.3). Daarnaast is uit onderzoek door Aqua-Terra Nova gebleken dat de bunkers nabij het plangebied als verblijfplaats gebruikt worden door laatvlieger, ruige dwergvleermuis en watervleermuis (rapportage: 215064^QT305bFF^M d.d. 28 oktober 2015).

De bomen binnen het plangebied kunnen dienen als zomer-, kraam-, of paarverblijf. De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen kan niet worden uitgesloten. Onderzoek naar boombewonende vleermuissoorten is noodzakelijk om een goede toetsing aan de Wet natuurbescherming uit te kunnen voeren.

Figuur 5.1. Bomen langs de Nieuwe Vaart met holtes die geschikt zijn voor vleermuizen

5.4.2

Foerageergebied en vliegroute Het plangebied en de omgeving van het plangebied zijn geschikt als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige structuren als vliegroute zoals watergangen en bomenrijen. De vaart langs de Poelkade is reeds aangemerkt als essentiële vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen door in het verleden uitgevoerd onderzoek door Aqua-Terra Nova (212102^QT302bFF^G d.d. 31 oktober 2013). De lijnvormige structuur van de watergang en de knotwilgen langs de watergang maken het een belangrijke vliegroute die bescherming biedt tegen weersinvloeden en uitstralende verlichting. Het aantasten van essentiële vliegroutes van vleermuizen is in strijd met de Wet natuurbescherming. Indien grootschalige werkzaamheden gaan plaatsvinden aan de Poelkade en/of bij kap van wilgen langs de Poelkade zal een actualiserend vliegrouteonderzoek uitgevoerd moeten worden ter ondersteuning van een ontheffingaanvraag voor het verstoren van een vaste vliegroute van vleermuizen. De Nieuwe Vaart ten westen van het plangebied is nooit geheel onderzocht. Hierdoor is onduidelijk of deze watergang een belangrijke vliegroute of essentieel foerageergebied is voor vleermuizen. De aanleg van een nieuwe woonwijk, nieuwe watergangen en het verwijderen van de bomen langs de vaart kunnen een negatief effect hebben op deze mogelijke vliegroute.

Nader onderzoek is 2180720MQT303aFI7EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

17

noodzakelijk om na te gaan of de Nieuwe Vaart een vaste vliegroute is voor vleermuizen. Dit kan in combinatie gedaan worden met het onderzoek naar boombewonende vleermuissoorten in de bomen die aan de Nieuwe Vaart staan.

5.5

Amfibieën Uit de landelijke verspreidingsgegevens komt naar voren dat in de omgeving van het plangebied, in het Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kappitelduinen' de (strikt) beschermde rugstreeppad voorkomt. Uit vorig onderzoek van Aqua-Terra Nova (216114/AQT302FF/TS d.d. 10 oktober 2017) komt naar voren dat in de omgeving van het plangebied geen (strikt) beschermde amfibieën voorkomen, zoals rugstreeppad. Vanwege de ligging in stedelijk gebied wordt deze redelijkerwijs niet verwacht. De aanwezigheid van (strikt) beschermde amfibieën kan worden uitgesloten. De rietkragen, varkensweide, polder, ruigtes en watergangen in het plangebied zijn geschikt voor algemene amfibiesoorten (beschermd volgens artikel 3.10 Wet natuurbescherming) als bruine kikker, bastaardkikker en gewone pad. Deze soorten gebruiken het plangebied als voortplantingsbiotoop en winterbiotoop. Voor deze soorten geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft echter wel van kracht. Dit betekent dat bij het dempen van watergangen de dieren de kans moeten krijgen te vluchten.

5.6

Reptielen Uit de landelijke verspreidingsgegevens komt naar voren dat in de omgeving van het plangebied geen (strikt) beschermde reptielen voorkomen. Het habitat is geschikt voor ringslang, maar door de ligging in stedelijk gebied worden deze redelijkerwijs niet verwacht. De aanwezigheid van (strikt) beschermde reptielen kan worden uitgesloten. Nader onderzoek naar beschermde reptielen is niet noodzakelijk.

5.7

Vissen In het plangebied zijn diverse watergangen aanwezig. Een aantal van deze watergangen zal gedempt worden waardoor negatieve effecten op vissen niet uitgesloten kunnen worden. Uit de landelijke verspreidingsgegevens blijkt dat in de omgeving van de het plangebied geen (strikt) beschermde vissoorten voorkomen. De aanwezigheid van (strikt) beschermde vissoorten kan worden uitgesloten. De aanwezigheid van grote modderkruiper kan op basis van habitatvoorkeuren uitgesloten worden. Deze soort prefereert ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei en oeverbegroeiing. Hij komt niet in zilte wateren voor. Hierdoor is hij niet te verwachten in de kustregio's, zoals het plangebied. De watergangen in het plangebied zijn geschikt voor algemene vissoorten. De geplande werkzaamheden hebben effect op de mogelijk aanwezige algemene vissoorten. Nader onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Echter is het wel noodzakelijk het wegvangen van vissen en andere waterdieren bij het dempen van watergangen ecologisch te begeleiden in het kader van de zorgplicht.

5.8

Overige beschermde soorten Van de ongewervelden zijn naast vlinders en libellen, enkele kevers (vliegend hert, brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, heldenbok, juchtleerkever, vermiljoenkever), weekdieren (platte schijfhoren, Bataafse stroommossel) en een kreeftachtige (rivierkreeft), beschermd door de Wet natuurbescherming. Het plangebied en directe omgeving voorzien voor geen van deze soorten in geschikt habitat. Het voorkomen van beschermde ongewervelden kan hierdoor redelijkerwijs worden uitgesloten. Er is geen sprake van een nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming. De gevlekte Amerikaanse rivierkreeft en de rode Amerikaanse rivierkreeft zijn in 2017 waargenomen ten zuiden van het plangebied. Deze soorten betreffen uitheemse rivierkreeften in Nederland en het uitzetten van uitheemse rivierkreeften is zowel onder de Visserijwet als de Europese exotenverordening verboden. Onder de genoemde verordening is het ook niet toegestaan uitheemse rivierkreeften te verplaatsen naar andere wateren of watergangen. Indien er tijdens de werkzaamheden waterdelen worden gedempt en er uitheemse rivierkreeften aangetroffen worden, dienen deze naderhand en in hetzelfde water terug geplaatst te worden. Indien dit niet mogelijk is, dienen de uitheemse rivierkreeften op humane wijze te worden gedood.

2180720MQT303aFI7EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

18

6

CONCLUSIES EN ADVIES In opdracht van Ontwikkelingsmaatschappij Het Nieuwe Westland BV heeft Aqua-Terra Nova BV een onderzoek uitgevoerd naar de consequenties van natuurwetgeving op de geplande werkzaamheden met betrekking tot het project Waalpolder Noord & Zuid te 's-Gravenzande. Het onderzoek is noodzakelijk omdat de geplande werkzaamheden eventuele negatieve effecten kunnen hebben op aanwezige flora en fauna. Aantasting van het leefgebied of essentiële onderdelen van het leefgebied van (strikt) beschermde soorten is in het kader van de Wet natuurbescherming verboden. Op basis van een locatiebezoek en een literatuurstudie is geïnventariseerd welke beschermde soorten er in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Aan de hand van de projectbeschrijving is getoetst of de geplande activiteiten in strijd kunnen zijn met de Wet natuurbescherming. De conclusies van de toetsing worden in dit hoofdstuk gegeven.

6.1

Gebiedsbescherming Op grond van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: ^ Het plangebied bevindt zich op circa 1,7 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kapittelduinen'. Negatieve effecten van de werkzaamheden op het Natura2000-gebied kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk; • Het plangebied bevindt zich deels langs het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Negatieve effecten op het NNN kunnen worden uitgesloten, mits de ecologische zone niet aangetast wordt. Een nadere toetsing is niet noodzakelijk; • In de toekomst zal het NNN door het plangebied gaan lopen. Hiervoor zal tijdens de bouw van de woningen een nieuwe watergang gegraven en ingericht worden. Op dat moment zal het beschermingsregime onder het NNN overgaan op deze watergang; ^ Voor een ontwikkeling van deze schaal is een PAS-berekening noodzakelijk voor het berekenen van de stikstofdepositie tijdens de uitvoerfase en de gebruiksfase.

6.2

Soortbescherming Op grond van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • De aanwezigheid van boombewonende vleermuizen in de bomen langs de Nieuwe Vaart en de wilg bij Poelkade 32 kan niet uitgesloten worden. Nader onderzoek naar boombewonende vleermuizen in deze bomen is noodzakelijk; • Het verwijderen van bomen langs de Nieuwe Vaart, bouwen van woningen en verleggen van watergangen kan een nadelig effect hebben op een mogelijk vliegroute boven deze vaart. Nader onderzoek naar de Nieuwe Vaart als potentiële vliegroute en foerageergebied is noodzakelijk; • De woningen rond het plangebied zijn geschikt voor diverse gebouwbewonende soorten, zoals huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Het overzicht is beschikbaar in bijlage 4. Het vleermuis- en huismusonderzoek voor de Poelkade 32a is in het voorjaar van 2019 opgestart; • De bescherming van de vaste vliegroute van vleermuizen over de Poelkade is reeds vastgesteld in een onderzoek uit 2012 (212102^QT302bFF^G). Het aantasten van essentiële vliegroutes van vleermuizen is in strijd met de Wet natuurbescherming. Indien grootschalige werkzaamheden gaan plaatsvinden aan de Poelkade en/of bij kap van wilgen langs de Poelkade zal een actualiserend vliegrouteonderzoek uitgevoerd moeten worden ter ondersteuning van een ontheffingaanvraag voor het verstoren van een vaste vliegroute voor vleermuizen.

• Tijdens de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels in bomen en op de grond en met algemeen voorkomende dieren, zoals egel, marterachtigen, konijn, haas en muizen. Het weren van grondbroedende vogels voor de aanleg van de Waalcampus is reeds gestart. Voor de andere delen binnen het plangebied zal dit nog uitgevoerd moeten worden; ^ De aanwezigheid van de strikt beschermde rugstreeppad is reeds uitgesloten door AquaTerra Nova in een nader onderzoek in 2017; ^ De aanwezigheid van de volgende soorten kan redelijkerwijs uitgesloten worden op basis van verspreidingsgegevens en habitatvoorkeuren: o beschermde vaatplanten o beschermde grondgebonden zoogdieren o beschermde vissen o beschermde dagvlinders/insecten en weekdieren 2180720MQT303aFI7EvD Definitieve rapportage 27 mei 2019

19

^ ^ •

6.3

o beschermde reptielen De zorgplicht is te allen tijde van kracht (bijlage 1); Bij het dempen van watergangen wordt het wegvangen van algemeen voorkomende vissen, amfibieën en geleedpotigen (Amerikaanse rivierkreeften) aanbevolen. De Amerikaanse rivierkreeft moet afgevangen en op humane wijze gedood worden.

Overzicht beschermde soorten In tabel 6.2 zijn per soortgroep de benodigde vervolgstappen conform de Wet natuurbescherming aangegeven. In tabel 6.2 wordt met een kleurencode gewerkt. De betekenis van de kleurencode wordt in tabel 6.1 weergegeven. Tabel 6.1. Betekenis kleurencodes.___________________________________________________________ Kleur_________ Betekenis___________________________________________________________________ Groen Geel

Rood

Werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden met inachtneming van de algemene zorgplicht (zie bijlage 1). Verdere vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd mits maatregelen genomen worden of conform een goedgekeurde gedragscode gewerkt wordt. Indien negatieve effecten niet uitgesloten kunnen worden is nader onderzoek noodzakelijk. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten, functie van het plangebied voor de betreffende soorten en de invloed van het project op individuen en de gunstige staat van instandhouding van de soort is noodzakelijk. Indien uit het onderzoek blijkt dat betreffende soort aanwezig is en negatieve effecten niet uit te sluiten dan wel te voorkomen zijn dient ontheffing aangevraagd te worden.

Tabel 6.2. Overzicht beschermde soorten Soortgroep

Wet*

Te nemen vervolgstappen

Wnb 1.11

Werken conform zorgplicht

Vaatplanten Algemene vaatplanten

Vogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats

Wnb 3.1

Vogels uit categorie 5

Wnb 3.1

Algemene soorten

Wnb 3.1

n.v.t. indien in de toekomst geen woningen gesloopt worden Onderzoek naar Poelkade 32a loopt reeds Verstoring broedende vogels voorkomen door bomen en groen te verwijderen buiten het broed/groeiseizoen Verstoring grondbroedende vogels voorkomen door vogelwerende maatregelen te nemen en broedgevallen te voorkomen of door buiten het broed/groeiseizoen te werken Verstoring broedende vogels voorkomen door bomen en groen te verwijderen buiten het broed/groeiseizoen of door buiten het broed/groeiseizoen te werken

Zoogdieren Algemene grondgebonden zoogdieren

Wnb 1.11

Werken conform zorgplicht. Zorg dat dieren kunnen vluchten tijdens de werkzaamheden Bij het aantreffen van egel, konijn, haas, marterachtigen en muizen werkzaamheden staken en dieren verplaatsen naar een geschikt habitat buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden

Wnb 3.5

Nader onderzoek naar boombewonende vleermuizen is noodzakelijk Nader onderzoek naar vliegroute en foerageergebied Nieuwe Vaart is noodzakelijk Vleermuisonderzoek Poelkade 32a loopt reeds

Wnb 1.11

Werken conform zorgplicht, Bij dempen watergangen is het wegvangen en verplaatsen van individuen noodzakelijk

Wnb 1.11

Werken conform zorgplicht, Bij dempen watergangen is het wegvangen en verplaatsen van individuen noodzakelijk

Wnb 1.11

Werken conform zorgplicht. Individuen wegvangen en in hetzelfde water terugplaatsen of op humane wijze doden wanneer dit niet moqeliįk is

Vleermuizen

Vleermuizen

Amfibieën/reptielen Algemene amfibieën

Vissen Algemene vissoorten

Overige soorten Uitheemse rivierkreeften

* Wnb = Wet natuurbescherming, artikel 3.1, 3.5, 3.10 en zorgplicht artikel 1.11.

2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

20

6.4 Advies en vervolgstappen De beoogde werkzaamheden betreffen het realiseren van nieuwbouw in het gebied Waalpolder Noord & Zuid te 's-Gravenzande. Ten behoeve van de werkzaamheden wordt al het aanwezige groen gerooid, een aantal huizen en kassen gesloopt en watergangen gedempt en/of vergraven.

6.4.1

Onderzoeken in het kader van de Wet natuurbescherming Onderzoeken naar vleermuizen en huismussen dienen conform goedgekeurde protocollen uitgevoerd te worden. Deze onderzoeksperiodes zijn afhankelijk van de soort, potentiele functie van het plangebied en soms ook weersomstandigheden. Indien bij onderzoek afgeweken wordt van de betreffende protocollen kan dit tot gevolg hebben dat een eventuele latere ontheffingaanvraag om deze reden afgewezen wordt. Om deze reden is reeds gestart met het onderzoek naar huismussen en vleermuizen aan de Poelkade 32a.

6.4.2

Broedvogels Alle in Nederland broedende vogels zijn strikt beschermd en mogen tijdens het broeden niet verstoord worden. De meeste vogels broeden in de periode maart tot en met juli. Echter zijn vogels welke buiten deze periode broeden ook te allen tijde beschermd. Er wordt aanbevolen om de werkzaamheden, zoals het kappen van bomen, het verwijderen van groen en het vergraven van grond buiten de kwetsbare periode maart t/m augustus uit te voeren. Wanneer werkzaamheden binnen het broed/groeiseizoen worden uitgevoerd, dient de aanwezigheid van vogelnesten voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden. Indien vogelnesten aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest uitgesteld te worden totdat de jongen uitgevlogen zijn of dient een verstoringsvrije zone rond het nest opgesteld te worden. Het is tevens mogelijk om broedgevallen van weide- en watervogels te voorkomen. Dit kan onder andere door het plangebied regelmatig te betreden (minimaal 1 keer per week en evt. met hond) of door het terrein af te bakenen met afschriklinten en/of roofvogelvlieger. Indien vogelnesten aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest uitgesteld te worden totdat de jongen uitgevlogen zijn of dient een verstoringsvrije zone rond het nest opgesteld te worden.

6.4.3

Zorgplicht Te allen tijde dient er rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat er altijd rekening met in het wild levende dieren en planten gehouden moet worden. Tijdens de werkzaamheden moet gelet worden op de aanwezigheid van planten en dieren en moet voorkomen worden dat deze onnodig gedood, verwond of aangetast worden. Indien dieren aangetroffen worden moeten de werkzaamheden tijdelijk gestopt worden zodat deze de tijd krijgen te vluchten. Kunnen de dieren dit niet uit zichzelf, dan moeten ze verplaatst worden naar een geschikt habitat in de omgeving, buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Bij het dempen van watergangen moeten de werkzaamheden ecologisch begeleid worden en indien nodig de aanwezige soorten (vissen en amfibieën) weggevangen worden. Deze kunnen in watergangen uitgezet worden die buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden liggen. De uitheemse Amerikaanse rivierkreeft mag enkel in dezelfde watergang teruggezet worden. Is dit niet mogelijk dat dient de soort op humane wijze gedood te worden.

6.4.4

Geldigheid Afhankelijk van de tijd tussen dit onderliggende onderzoek en de werkzaamheden, kan een actualiserend of aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn. De conclusies van dit onderzoek zijn drie jaar geldig.

2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

21

6.5

Planning Onderzoeken naar de aanwezigheid van (strikt) beschermde soorten van artikel 3.1 en 3.5 van de Wet natuurbescherming dienen conform goedgekeurde protocollen uitgevoerd te worden. Deze onderzoeksperiodes zijn afhankelijk van de soort, potentiele functie van het plangebied en soms ook weersomstandigheden. Indien bij onderzoek afgeweken wordt van de betreffende protocollen kan dit tot gevolg hebben dat een eventuele latere ontheffingaanvraag om deze reden afgewezen wordt. In de onderstaande tabel worden de betreffende onderzoeksperiode per soort weergegeven. Hierbij dient rekening gehouden te worden dat een onderzoek bestaat uit meerdere bezoeken, verspreid over het onderzoekseizoen. Tabel 6.3. Onderzoeksperioden beschermde soorten.

Vleermuizen Huismus Vogelwerende maatregelen Onderzoeksrapportage Donkergroen: optimale onderzoeksperiode; Lichtgroen: weersomstandigheden; Wit: geen onderzoek mogelijk.

minder geschikte periode

en

afhankelijk

van

Uit het onderzoek zal blijken of het noodzakelijk is de geplande activiteiten aan te passen en of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Indien verzekerd kan worden dat door het tijdig treffen van maatregelen voorafgaand aan de activiteit(en) geen verboden in het kader van de Wet natuurbescherming wordt overtreden, is een ontheffing niet noodzakelijk. Indien een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming wel noodzakelijk is, moet rekening worden gehouden met een proceduretijd van circa twintig weken (Zuid-Holland) en in sommige situaties een gewenningstijd van enkele maanden met betrekking tot alternatieve verblijfplaatsen of vliegroutes.

2180720MQT303aFF^vD Definitieve rapportage 27 mei 2019

22

7

REFERENTIES Algemene natuur- en beleidsinformatie 1. 'Wet natuurbescherming, Ministerie van Economische zaken, Den Haag, 2016. 2. 'houdende regels ter uitvoering van de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming (Regeling natuurbescherming), Staatssecretaris van Economische Zaken, Den Haag, 16 oktober 2016. 3. Vergunningverlening Natura-2000, Omgevingsdienst Haaglanden (provincie Zuid-Holland), 2016. 4. Ontheffingverlening soorten, Omgevingsdienst Haaglanden (provincie Zuid-Holland), 2016. 5. Melding en ontheffingverlening houtopstanden, Omgevingsdienst Haaglanden (provincie ZuidHolland), 2016. Algemene verspreidingsgegevens en verspreidingsatlassen 6. 'Protocol vleermuizen', Vakberaad vleermuizen, Netwerk Groene Bureaus, 24 januari 2012. 7. Met vleermuizen overweg, Limpens et al., 2004. Uitgave Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft, de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming. 8. www.ravon.nl 9. 'Werkatlas verspreiding zoogdieren in Zuid-Holland 2000-2008', K. Mostert en J. Willemsen, Stichting Zoogdierwerkgroep Zuid-Holland, Delft, december 2008. 10. www.zoogdiervereniging.nl 11. www.sovon.nl 12. www.floron.nl 13. www.vlinderstichting.nl 14. www.EIS-Nederland.nl Locatie specifieke informatie en internetpagina's 15. 'Gedragscode Flora- en Faunawet, Ruimtelijke ontwikkeling & inrichting', Stadswerk, augustus 2010. 16.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=b2e32054-3996-4624-98b4-c0abe1a54772