1.39b) bijlagen (21-0218133)
Tekst van het document
Handelingen binnen de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden) worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Handelingen of activiteiten binnen én buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij de minister van EL&I of de provincie een vergunning heeft verleend. Hierbij wordt het 'Nee, tenzij' principe gebruikt en dient rekening gehouden te worden met invloeden van buiten het beschermde natuurgebied, de zogeheten Sterne werking'. Aanvullend dient rekening gehouden te worden met de cumulatie van effecten in relatie tot andere projecten of plannen. Programmatische Aanpak Stikstof Ook de op 1 juli 2015 van kracht gegane Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) blijft onveranderd van kracht met de ingang van de nieuwe Wet Natuurbescherming. De PAS is van kracht in 121 van de in Nederland 164 voorkomende Natura 2000-gebieden. Onder de PAS zijn alle activiteiten, evenementen en ruimtelijke ingrepen die een toename van meer dan 1 mol/ha/jaar stikstofdepositie binnen de begrenzing van 1 van de 121 Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben vergunning plichtig en, indien de voorgestelde 'ontwikkelingsruimte' binnen gebied vergund is, wordt de maximaal toegestane stikstofdepositie verlaagd tot 0,05 mol/ha/jaar. Ontheffing Wet Natuurbescherming
Voor overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming kan ontheffing aangevraagd worden. Voorwaarde voor het verkrijgen van een ontheffing is dat het project geen negatief effect heeft op de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten én mits het project een bij wet genoemd belang dient. Voor soorten die aangewezen zijn in de Vogel- of Habitatrichtlijnen dient het project aanvullende belangen te dienen. De beschermde soorten zijn in twee categorieën met verschillende beschermingsniveaus opgenomen. Vogels vallen buiten deze indeling en worden in de paragraaf vogels besproken. Voor algemeen voorkomende soorten geldt o.a. voor ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling, waardoor een ontheffing niet nodig is. Voor schaarse soorten (categorie 2) is een ontheffing niet nodig, mits gebruik gemaakt wordt van een gedragscode. Voor strikt beschermde soorten (categorie 1) zal bij ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing nodig zijn als negatieve effecten niet uitgesloten en voorkomen kunnen worden. Voor alle inheemse soorten geldt daarnaast de algemene Zorgplicht, waarin gesteld wordt dat schade aan alle planten en dieren, zoveel als redelijkerwijs verwacht kan worden, voorkomen dient te worden. Natuurnetwerk Nederland
In de NNN worden natuurgebieden onderling tot een samenhangend netwerk verbonden, o.a. via ecologische verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten en natuurontwikkelingsgebieden; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer; robuuste verbindingen en grote wateren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in het Natuurbeleidsplan geïntroduceerd en het beleid is in de Nota Ruimte overgenomen. De juridische doorwerking van het rijksbeleid van de NNN wordt in de AMvB Ruimte, als onderdeel van de Wet Ruimtelijke Ordening, geborgd. De Provincie is verantwoordelijk voor de aanwijzing, begrenzing en de doelstelling van de NNN-gebieden in een verordening, in veel gevallen een natuurbeheerplan. De provinciale verordening bevat tevens regels voor bestemmingsplannen in de NNN.
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
19
Dit betreft, conform de Spelregels NNN, een regeling over compensatie die er ten minste voor moet zorgen dat er geen netto verlies aan oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Natuurnetwerk Nederland optreedt en dat compensatie op de juiste wijze plaatsvindt. Tot slot zorgt de provinciale verordening ervoor dat de gemeente dit in de toelichting van het bestemmingsplan verantwoordt. Voor de NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe activiteiten die de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk significant aantasten zijn verboden, tenzij sprake is van groot openbaar belang, er geen andere mogelijkheden voor realisatie zijn en de negatieve gevolgen niet significant zijn.
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
20
BIJLAGE 2
KAART PLANGEBIED
Projectgebied Choorstraat 41 te Monster Soortgericht onderzoek naar vleermuizen Project 217101 1 aqÉļ
.
Kathol
Legenda Ligging projectgebied
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
21
Projectgebied Choorstraat 41 te Monster Soortgericht onderzoek naar vleermuizen Project 217101
Legenda
CD Ligging projectgebied
J,
—N“
Bron: Google Earth en WRN-Pro, d.d. 26 oktober '17
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
22
BIJLAGE 3 08-06-2017 22:20 08-06-2017 22:21 08-06-2017 22:26 08-06-2017 22:29 08-06-2017 22:30 08-06-2017 22:31 08-06-2017 22:33 08-06-2017 22:38 08-06-2017 22:44 08-06-2017 23:03 08-06-2017 23:05 21-06-2017 03:44 21-06-2017 03:55 21-06-2017 03:57 21-06-2017 04:03 21-06-2017 04:13 21-06-2017 04:22 21-06-2017 04:24 21-06-2017 04:27 21-06-2017 04:27 21-06-2017 04:35 21-06-2017 04:38 21-06-2017 04:40 21-06-2017 04:43 21-06-2017 04:43 21-06-2017 04:49 21-06-2017 04:51 21-06-2017 04:53 21-06-2017 04:58 13-07-2017 22:16 13-07-2017 22:20 13-07-2017 22:21 13-07-2017 22:23 13-07-2017 22:24 13-07-2017 22:26 13-07-2017 22:27 13-07-2017 22:30 13-07-2017 22:31 13-07-2017 22:33 13-07-2017 22:35 13-07-2017 22:37 23-08-2017 00:04
WAARNEMINGEN 3 1 1 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 4 1 2 1 2 1 1 1 1 1 1 1 2 2 2 1 2 5 1 1
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
foeragerend overvliegend foeragerend passerend passerend foeragerend passerend passerend foeragerend foeragerend passerend foeragerend foeragerend foeragerend foeragerend foeragerend overvliegend overvliegend foeragerend foeragerend verplaatsend naar west foeragerend onbekend foeragerend zwermend invliegend foeragerend verplaatsend naar noord invliegend uitvliegend overvliegend foeragerend foeragerend foeragerend uitvliegend foeragerend passerend foeragerend foeragerend foeragerend foeragerend foeragerend
Gewone Dwergvleermuis Gierzwaluw Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Laatvlieger Gewone Dwergvleermuis Laatvlieger Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Ruige Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus Apusapus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Eptesicus serotinus Pipistrellus pipistrellus Eptesicus serotinus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus nathusii Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus 23
marije.langstraat marije.langstraat marije.langstraat marije.langstraat marije.langstraat marije.langstraat marije.langstraat marije.langstraat marije.langstraat marije.langstraat marije.langstraat Tara.Schelling Tina.deJonge Tara.Schelling Tara.Schelling Tara.Schelling Tina.deJonge Tina.deJonge Tina.deJonge Tara.Schelling Tara.Schelling Tara.Schelling Tina.deJonge Tina.deJonge Tara.Schelling Tara.Schelling Tara.Schelling Tina.deJonge Tara.Schelling marije.langstraat Tina.deJonge Tara.Schelling Tara.Schelling Tina.deJonge marije.langstraat Tara.Schelling marije.langstraat marije.langstraat Tina.deJonge Tara.Schelling Tina.deJonge Margaret.Konings
23-08-2017 00:07 23-08-2017 00:19 23-08-2017 00:23 23-08-2017 00:28 23-08-2017 00:29 23-08-2017 00:37 23-08-2017 00:37 23-08-2017 00:57 23-08-2017 01:01 23-08-2017 01:09 23-08-2017 01:13 23-08-2017 01:22 23-08-2017 01:37 23-08-2017 01:41 12-09-2017 22:39 12-09-2017 22:41 12-09-2017 22:43 12-09-2017 22:45 12-09-2017 22:47 12-09-2017 22:49 12-09-2017 22:54 12-09-2017 23:02 12-09-2017 23:08 12-09-2017 23:16 12-09-2017 23:48 12-09-2017 23:51
2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
foeragerend baltsend foeragerend foeragerend baltsend baltsend foeragerend invliegend foeragerend baltsend baltsend baltsend zwermend zwermend baltsend foeragerend foeragerend baltsend passerend baltsend foeragerend foeragerend overvliegend passerend foeragerend baltsend
Gewone Dwergvleermuis Ruige Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Ruige Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Ruige Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Ruige Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus nathusii Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus nathusii Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus nathusii Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus nathusii Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus pipistrellus
24
Tara.Schelling Margaret.Konings Margaret.Konings Margaret.Konings Margaret.Konings Tara.Schelling Margaret.Konings Margaret.Konings Tara.Schelling Tara.Schelling Tara.Schelling Tara.Schelling Margaret.Konings Margaret.Konings Tara.Schelling Tara.Schelling Margaret.Konings Tara.Schelling Margaret.Konings Tara.Schelling Tara.Schelling Tara.Schelling Tara.Schelling Margaret.Konings Margaret.Konings Margaret.Konings
BIJLAGE 4
OVERZICHT WAARNEMINGEN
Waarnemingen vleermuizen Project 217101 Periode 15 mei t/m 15 juli 2017
IgfVŞţä '*ĘLr ,* ^ W
* ľ
W1^
Legenda Plangebied *
Foeragerende gewone dwergvleemMMS ZomerverbtijřpJaats gewone dwergvleermuis Overvl egende gewone dwergvleermuis Overvliegende la atv neger Zwermlccatie gewone dwergvieermuis Overvliegende ruige dwergv eermuis
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
© 2017 Googie
•T#T# Google E
25
~
Waarnemingen vleermuizen Project 217101 Periode 15 augustus t/m 30 september 2017
4-
Pi BÉ'
Jí
Legenda J Plangebied
T
t
zwermlocatie en verblijfplaats gewone dwergvleermuis Foeragerende gewone dwergvleermuis
—f Overvliegende gewone dwergvleermuis Sattslocaťe gewone dwergvleermuis
J
Baltslocatīe Ruige dwergvleermuis
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
26
Het is nee t te ūuiI om uen te leren
Delftse Archeologische Notitie 2Ū6
Sloop voormalig gemeentehuis Monster, Gemeente Westland Een archeologisch bureauonderzoek
Iris de Fuijk å Bas Penning
Wŵ
mm HESaţ.
ĚWĒmmïxĩàS*:
Archeologie
Delft
Delftse Archeologische Notitie 2Ū6
Sloop voormalig gemeentehuis Monster, Gemeente Westland Een archeologisch bureauonderzoek
Iris de Fuijk 4 Bas Penning
Opdrachtgever:
Gemeente Westland
Contactpersoon:
Dhr. Nagelkerke
Bevoegde overheid:
Gemeente Westland Mevr. M. Burger
Contactpersoon: Beheer documentatie:
Provincie Zuid-Holland Bureauonderzoek
Type onderzoek: Periode van uitvoer: Aanleiding:
Augustus/september 2019 Sloop voormalig gemeentehuis
Locatie:
Choorstraat 41
Coördinaten:
71797/448833
Zaakidentiteitsnr. Archis:
4740074100
Projectcode: Projectleider:
WL197 B. Penning (MA)
Projectmedewerker:
I. de Fuijk (MA)
Status:
Definitieve versie 5 november 2019
Autorisatie:
B. Penning (MA) ISSN: 1879-9590 © 2019 Archeologie Delft
Postbus 78
Archeologie
Delft
2600 ME Delft 015-2197198 archeologie@delft.nl www.archeologie-delft.nl
Samenuaiting
Archeologie en Monumenten Delft heeft van de gemeente Westland de opdracht gekregen om een archeologisch bureauonderzoek uit te voerenover de Choorstraat 41 in Monster in de gemeente Westland, op de locatie van het oude gemeentehuis. Er zijn plannen om het oude gemeentehuis te slopen en de bestaande heipalen in te korten. Het bureauonderzoek heeft als doel een archeologische verwachting op te stellen om inzicht te krijgen in de mogelijk aanwezige archeologische waarden in het plangebied. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er een middelhoge verwachting geldt voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen en een hoge verwachting voor archeologische resten uit de Nieuwe tijd. Er wordt geadviseerd om een inventariserend onderzoek waarderende fase in de vorm van proefsleuven uit te voeren. Het doel van het inventariserend veldonderzoek waarde rende fase middels proefsleuven is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek en het Programma van Eisen (PvE).
Het gaat hierbij om gebieds- of vindplaatsgericht on derzoek, waarbij het waarnemingsnet verdicht kan worden om de datering, aard, omvang, diepteligging, gaafheid, conservering uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren), inhoudelijke kwaliteit, locatie en mogelijke verstoringen van de archeologische resten vaststellen en waarderen. Geadviseerd wordt om het proefsleuven onderzoek plaats te laten vinden na de bovengrondse sloop van het pand, maar vooraf aan de ondergrondse sloop van de funderingen. Dit, om te voorkomen dat eventuele archeologische resten bij de ondergrondse sloop verloren zullen gaan. De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij het bevoegd gezag, in deze de gemeente Westland.
Inhoudsopgaue
2
Samenuatting
4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Beleid gemeente Westland ten aanzien van archeologie 1.4 Bestemmingsplan
6
2 Bureauonderzoek 2.1 Methoden en richtlijnen 2.2 Historisch grondgebruik en bekende verstoringen 2.3 Geologie 2.4 Archeologische onderzoek rondom het plangebied
13
3 Archeologische verwachting en advies voor vervolgonderzoek 3.1 Archeologische verwachting 3.2 Advies voor vervolgonderzoek
15 16
Bibliografie Overzicht van afbeeldingen, tabellen en bijlagen
18
Bijlage 1: rapport perceelgeschiedenis uoormalige gemeentehuis Monster
1
inleiding
1.1 Hanleiding Archeologie en Monumenten Delft heeft van de gemeente Westland de opdracht gekregen om een archeologisch bureauonderzoek uit te voeren over de Choorstraat 41 in Monster in de gemeente Westland, op de locatie van het oude gemeentehuis. Er zijn plannen om het oude gemeentehuis te slopen en de bestaande heipalen in te korten. De omvang van de voorgenomen graafwerkzaamheden is circa 1.535 m2. De exacte diepte van de graafwerkzaamheden is nog niet bekend. Wel is bekend dat er geen kelder onder het huidige pand aanwezig is. Het bureauonderzoek heeft als doel een archeologische verwachting op te stellen om inzicht te krijgen in de mogelijk aanwezige archeologische waarden in het plangebied.
1.2 Plangebied Het plangebied bevindt zich aan de Choorstraat 41 op de locatie van het oude ge meentehuis in Monster, gemeente Westland (afbeelding 1). Het plangebied wordt in het noorden en westen begrensd door de Choorstraat en in het oosten door enkele panden en het woon-zorgcomplex De Kruithof. Aan de zuidkant ligt een groenstrook met daar ten zuiden van de Emmastraat. De grootte van het plangebied is in to taal circa 1.535 m2 en de centrumcoördinaat is 71797/448833. Het maaiveld is gemiddeld 1,70 m NAP. In de meest zuidoostelijke punt ligt het maaiveld op circa 0,33 m NAP.1
1.3 Beleid gemeente Westland ten aanzien uan archeologie Op 26 juni 2012 heeft de gemeente Westland de archeologische beleidskaart met 1 www.ahn.maps.arcgis.com, geraad pleegd op 12-08-2019.
toelichting vastgesteld. Door middel van het vaststellen van de kaart maakt de gemeente Westland gebruik van de wettelijke mogelijkheid om onderbouwd af te
į*V*"î5* f vA
'aâ&kA
ll Xi ľ .1500 Afbeelding 1: het plangebied geprojec teerd op een luchtfoto (bron pdok.nl).
i--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1 Meters 0 62,5 125 250 Plangebied
4
Afbeelding 2: het plangebied geprojec teerd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Westland.
71800
71800
0
40
ļ
-i Meters 160
80
Plangebied
+ + +
Historische dorpskern, > 50 m2
-30 cm
Verwachtingszone I, > 100 m2
-50 cm
Verwachtingszone II, > 250 m2
-50 cm
wijken van de vrijstellingsnorm voor bodemingrepen tot 100 m2. De beleidskaart is in een groot aantal bestemmingsplannen opgenomen en zal ook in nieuwe bestem mingsplannen worden opgenomen. Beleidskaart Om de omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden goed, maar ook zinvol te laten verlopen, wordt in de gemeente Westland alleen archeologisch (voor)onderzoek vereist wanneer de aard van de bodemingrepen dusdanig is, dat er daadwerkelijk schade aan het bodemarchief kan optreden. De verschillende beleidszones vereisen dan ook elk een eigen benadering voor wat betreft de vrijstelling van archeologisch onderzoek voor bodemverstoringen tot een bepaalde diepte en omvang. Het plangebied bevindt zich volgens de beleidskaart van de gemeente Westland net buiten de historische dorpskern van Monster in verwachtingszone II (afbeelding 3). De vrijstellingsgrens die gehanteerd wordt voor deze zone is maximaal 250 m2 met een ontgravingsdiepte van maximaal 50 cm onder het maaiveld.2
l.H Bestemmingsplan 2 Kerkhof 2012.
Op het plangebied is het bestemmingsplan Kern Monster van toepassing.3 Op de
3 Gemeente Westland (vastgesteld 25 juni 2013), NL.IMRO.1783. ABP00000017. Geraadpleegd via
- Archeologie - 3'. Dit houdt in dat er archeologisch onderzoek moet plaatsvinden
www.ruimtelijkeplannen.nl op 2019.
12-08
plankaart van het bestemmingsplan is sprake van een dubbelbestemming 'Waarde wanneer een ontwikkeling een oppervlakte heeft groter dan 250 m2 en de bodem dieper wordt geroerd dan 50 cm onder maaiveld.
5
2
Bureauonderzoek
2.1 Methoden en richtlijnen Het doel van dit bureauonderzoek is het verzamelen van alle bekende gegevens met betrekking tot de verstoringen, geologie, historische-geografie en archeologie in de omgeving van het plangebied. Aan de hand van deze gegevens kan een archeologi sche verwachting worden opgesteld. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van de informatie uit het Archeo logisch Informatie Systeem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN), de geologische kaart Westland-Delfland4 en overige bronnen. Bijzondere dank gaat uit naar de amateurhistoricus G. van Eendenburg (een nazaat van een familie met een lange geschiedenis in Monster) voor het verstrekken van de historische informatie op perceelsniveau. Het bureauonderzoek is uitgevoerd volgens de eisen zoals deze zijn opgesteld in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1, van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; http://www.sikb.nl).
2.2 Historisch grondgebruik en bekende uerstoringen Het bestuderen van het historisch grondgebruik van het plangebied kan informatie verschaffen over eventuele archeologische vindplaatsen. Uit de bestudering van oud kaartmateriaal kan blijken of het plangebied in het verleden bebouwd is en of er bijvoorbeeld (water)wegen in het plangebied aanwezig zijn geweest. Ook kunnen ontgravingen en ophogingen door middel van oude kaarten soms in beeld worden gebracht. Bij dit bureauonderzoek is gebruik gemaakt van de historische informatie die is aangedragen door de heer Van Eendenburg op basis van archiefonderzoek (bijlage 1). 4 Vos et al. 2017.
De kaart van Kruikius uit 1712 vormt de oudste gedetailleerde historische af-
^•;;7Ĩ—7
W.,718“
.V'sij!* «ais»
.«9sis®
71800
Afbeelding 3: het plangebied gepro jecteerd op de kaart van Kruikius uit 1712.
i--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1 Meters 0 40 80 160 Plangebied
6
beelding met het plangebied (afbeelding 3). Op de kaart is te zien dat het plangebied nabij het kerkplein van Monster ligt aan een voorloper van de huidige Choorstraat. Deze weg loopt vanaf het kerkplein oostwaarts richting Poeldijk. Het plangebied overlapt met bebouwing aan de straatzijde in het noorden en met tuinbouw in het zuiden. Een eeuw later is op het minuutplan uit 1811-1932 te zien dat het plange bied grotendeels met perceel 76 overlapt en onbebouwd is (afbeelding 4). Historische informatie over de percelen aan de Choorstraat kan niet eenvoudig vertaald worden naar de huidige en oudere perceelsgrenzen, zoals die staan aan gegeven op de kaart van Kruikius en het kadastrale Minuutplan uit 1832. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat in de leenregisters de ligging van de bezittingen wordt omschreven met belendingen die niet direct zijn te koppelen met het kaartmate riaal. Een oppervlakte of een lengte langs de weg zijn eigenlijk nooit genoteerd. Bovendien kunnen buren onderling stukken grond met elkaar ruilen of verkopen. Hoewel dit zou moeten worden vastgelegd voor Schout en Schepenen, is dit niet altijd gebeurd.5 Het uitgangspunt voor het historische onderzoek van de heer van Eendenburg zijn de perceelnummering van de Verpondingen uit 1635 en het Minuut plan van 1832.
Door terug te tellen vanaf een vast ijkpunt (de hoek van de Laan van de Pastorie en de Choorstraat) heeft Van Eendenburg historische gegevens uit de periode 1590-19832 van de panden in en rondom het huidige plangebied kunnen koppelen aan de percelen van het Minuutplan uit 1832. Uit het historische onderzoek is gebleken dat het plangebied aan het einde van de 16e eeuw in het bezit van de kerk van Monster was. Op 9 mei 1595 verkochten de meesters en regeerders van de pastorie- en kerkgoederen een groot aantal stukken land om het onderhoud van de predikant, de schoolmeesters en het kerkge bouw te financieren. In de daarop volgende eeuwen tot circa 1832 was sprake van meerdere verkopen en belendingen van de verschillende percelen in en rondom het plangebied (voor een overzicht zie bijlage 1). Ter hoogte van het huidige plangebied bevonden zich een lijnbaan/uitpad en twee huizen (M-67, M-69 en M-69A volgens de perceelnummering van de heer van Eendenburg). Het plangebied overlapt met een huis aan de Choorstraat op perceel M-67 dat in 1590 (vermoedelijk) nieuw is gebouwd. Op de kaart van 1832 lag dit huis ergens ter hoogte van perceel 76 (af5 Bakx 2014,12.
beelding 4). De exacte locatie van dit perceel is onbekend. Wel blijkt dat dit perceel
71'
Afbeelding 4: het plangebied geprojec teerd op Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Monster, Zuid Holland, sec tie D, blad 01 (MIN08119D01).
71i
71'
0
'
15
'
3ũ"
71i
-i 60
Meters
Plangebied
7
in 1696 samenging met M-67, dat net buiten het plangebied valt. Op de kaart van 1832 is dit laatstgenoemde perceel weergegeven als perceel 75 (afbeelding 4). De westzijde van het plangebied overlapt met M-69 en M-69A. M-69A was een uitpad. M-69 was eveneens een uitpad en later tevens een lijnbaan. Op de kaart van 1832 komen deze percelen overeen met de tuin bij huizen 77-80 en perceel 81 (afbeelding 4). In 1619 werd het uitpad genoemd; in 1635 werd het perceel voor het eerst beschreven als lijnbaan. Later stond er ook een schuur bij de lijnbaan (genoemd in 1730). Aan de oostzijde van het pad, overlappend met het plangebied, stond een huis.6 Op de kaart van 1832 lag dit huis ter hoogte van perceel 76 (af beelding 4). Volgens de kaart van 1832 zijn de bovengenoemde huizen die overlappen met het plangebied gesloopt. In de eeuw na 1832 blijft het plangebied onbebouwd.7 Het huidige pand van het oude gemeentehuis is in de jaren '80 van de twintigste eeuw gebouwd. Binnen het plangebied zijn diverse kabels en leidingen aangelegd. Met de aanleg hiervan en met de bouw van het huidige pand in de jaren ‘80 zal de bodem gedeelte lijk verstoord zijn, maar de exacte mate van verstoring is niet duidelijk. Het waterpeil en de milieutechnische condities van het plangebied zijn niet bekend.
2.3 Geologie In het verleden bestond er vaak een nauwe relatie tussen de locatie van nederzet tingen en de bodemgesteldheid. Deze relatie werd vaak sterker naarmate de natuur meer beperkingen voor het permanent vestigen van de mens oplegde. Zo was in 6 E-mail van de heer G. van de Eendenburg op 9-9-2019. 7 Topotijdreis.nl, geraadpleegd op 13 08-2019.
West-Nederland de aanwezigheid van een droge ondergrond één van de belangrijk ste vestigingsfactoren in een gebied dat regelmatig door binnendringend zeewater werd bedreigd. De archeologische verwachting van het plangebied wordt dan ook in hoge mate bepaald door de geologische ondergrond. Volgens de geologische kaart van Rotterdam West8 en van het Westland en
8 Van Staalduinen 1979.
tem
'1750
i--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1 0 50 100 200
72000
Meters
Plangebied
Afbeelding 5: geologische ondergrond van het plangebied (Vos et al. 2017).
|
| Laagcomplex Westland, op Hollandveen, op Laagcomplex Delfland en/of Laag Rijswijk. Top zandafz. < 5 m -NAF
|
| Laagcomplex van Westland, op Hollandveen, op Laag van Voorburg, op Laagpakket van Rijswijk
|
| Laag van Voorburg, eventueel deklaag van Laag van Den Haag < 2 m aan maaiveld/stadsophogingsdek
|
| Laag van Voorburg, gelegen op geulafzettingen van de Laag van Gantel Laag van Poeldijk, dekafzettingen (oostzijde)
8
Delfland9 bestaat de top van de natuurlijke bodem in het plangebied uit de Laag van Voorburg van het Laagpakket van Schoorl, op afzettingen van het Laagcomplex van Delfland. Op de laag van Voorburg ligt een deklaag van de Laag van Den Haag (dunner dan 2 m) of stadsophogingsdek (afbeelding 5). De afzettingen van het Laagcomplex van Delfland zijn vanaf ongeveer 4500 voor Chr. afgezet in een periode waarin het plangebied onder sterke invloed van de zee was. Het landschap rondom het plangebied bestond uit een dynamisch waddenge bied dat doorsneden werd door getijdengeulen. Tijdens de overstromingen werden dikke lagen zandige en kleiige sedimenten afgezet. Als de zee zich (tijdelijk) weer terugtrok en daarmee ook de afwatering stagneerde, trad vernatting en veengroei op in het waddengebied. Vanaf 4500 voor Chr. bouwde de kustlijn zich geleidelijk uit in westelijke richting, waardoor reeksen strandwallen ontstonden van de Laag van Rijswijk (Laagpakket van Zandvoort). Door het opstuiven van zand ontstonden op de Laag van Rijswijk lage duintjes van de Laag van Ypenburg (Laagpakket van Schoorl) en duinzanden in de vorm van doorlopende strandwallen van de Laag van Voorburg (Laagpakket van Schoorl).10 In deze periode waren de hoger gelegen geulafzettingen, getijvlakten, strandwallen en duinen aan de kust geschikt voor bewoning. Rond 3200 voor Chr.
hadden zich deze strandwallen aan de kust gevormd. De invloed van de zee en de afwatering nam af. Als gevolg trad er in het achterland vernatting op en begon het Hollandveen te groeien. In de lagere duinvalleien ontston 9 Vos et al. 2017. Volgens de geolo gische kaart bestaat de top uit Hollandveen op de Laag van Voorburg, volgens de paleogeografische kaart betreft het lager gelegen duinen opge vuld met veen (duinveen), cf. Vos et al. 2017, afb. 25. 10 De Laag van Voorburg maakt vol gens de nieuwe geologische kaart deel uit van het Laagpakket van Schoort, Vos et al. 2017, tabel 11. 11 Vos et al. 2017, 33-35.
den lokaal duinveenpakketten.11 In het Westland was rond de 3e v. Chr. het geulsysteem van de Gantel actief(afbeelding 6). Dit geulsysteem liep vanuit het zeegat bij Monster, via Naaldwijk in de richting van Rijswijk en Delft. De geulen zorgden voor een natuurlijke afwatering van het veen en het strandwallengebied bij Monster, Rijswijk en Den Haag, waardoor naast bewoning op de strandwallen ook bewoning op de hoog opgeslibde kwelders en de randen van het (duin)veen mogelijk werd.12 Rond 100 voor Chr. raakten de Gantel geulen verland en werden deze overstoven met duinzand. In deze periode vormde zich een haakwallencomplex tussen Monster en Naaldwijk dat uiteindelijk de monding van de Gantel afsloot ten noordoosten van het plangebied.13 Deze haakwallen boden gunstige bewoningsmogelijkheden vanaf de Late IJzertijd.
12 Vos et al. 2017, 35.
Vanaf de vroege middeleeuwen was er sprake van kusterosie, waarbij zand
13 Kerkhof 2012, 13.
van het strand door de wind landinwaarts werd geblazen en er nieuwe duinen ont-
71'
mmm
71750
715C
Afbeelding 6: paleogeografische on dergrond van het plangebied rond 500 v. Chr. (Vos et al. 2017).
i--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1 Meters 0 62,5 125 250 Plangebied
|
Į Kwelder |
| Getijdengebied en rivieroverstromingsvlakte
|~
I Buitenwater
9
Afbeelding 7 paleogeografische onder grond van het plangebied rond 800 n. Chr.(Vos et al. 2017).
Meters 0
62,5
125
Plangebied
|
250 ] Kwelder |
| Hoge duinen (hoofdzakelijk paraboolduinen)
f
I Veengebied
stonden. Bij Monster ontstond in de 8e eeuw een zandige haakwal, waar vanaf de 10e eeuw het dorp Monster lag (afbeelding 7).14 In de 12e eeuw na Chr. hebben overstromingen het haakwallencomplex tussen Monster en Naaldwijk doorbroken. Tijdens deze transgressiefase werd een nieuwe laag met dekafzettingen afgezet in een groot deel van het Westland, waaronder ook ten zuidoosten van het plangebied 14 IJsselstijn 2016, 38
(zie stippellijn in afbeelding 5). Deze afzettingen behorende tot de Laag van Poeldijk 15 De nummers die in deze paragraaf genoemd worden, staan in afbeelding 8.
(Laagpakket van Walcheren). Deze laag ligt op de afzettingen van de Gantel Laag en is vaak opgenomen in de bouwvoor door het bewerken van de grond.
2.4 Archeologisch onderzoek rondom het plangebied Rondom het plangebied zijn meerdere archeologische onderzoeken uitgevoerd. In deze paragraaf worden nabijgelegen onderzoeken besproken die binnen een buffer liggen van circa 500 m ten opzichte van het plangebied (afbeelding 8).15 Eerst worden de onderzoeken in het gebied Choorstraat-Havenstraat besproken. Deze on derzoeken liggen direct ten westen en zuidwesten van het plangebied. Vervolgens Tabel 1: overzicht van vondstmeldingsnummers binnen 500 m rondom het plangebied.
Verwijzing af
worden de overige archeologische onderzoeken besproken die binnen de buffer van 500 m ten opzichte van het plangebied vallen. Losse vondstmeldingsnummers staan weergegeven in tabel 1.
Vondstmeldingsnummer
Toponiem
Werving
Beschrijving
Datering
beelding 7
A
2832435100
De Romein
Niet-archeologisch
Aardewerk
Late IJzertijd
B
2732246100
Troos
Niet-archeologisch
Aardewerk
Late Middeleeuwen
C
2732262100
Rabobank Heren
Niet-archeologisch
Aardewerk
Late Middeleeuwen
D
2732343100 en
Voormaling ge meentehuis
Archeologische
Aardewerk
Romeins en Late
Onder de Toren
Archeologische
straat
2732254100
E
2732279100 en 2732270100
opgraving
opgraving
Middeleeuwen Aardewerk
IJzertijd en Late Middeleeuwen
10
Archeologische onderzoeken aan de Choorstraat en Hauenstraat Ter hoogte van Choorstraat 29-33 zijn bij de ontgraving van een parkeerkelder op circa 0,70 m -mv vondsten en sporen waargenomen die, met uitzondering van de Romeinse tijd, dateren vanaf de Late IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd (1).16 Tijdens de waarneming is ook een boring gezet, waaruit is gebleken dat de top van de bo dem uit een ophogingslaag bestaat (van 0,70-1,0 m dik), op duinzand (vanaf 0,78 + NAP), op dekafzettingen van de Gantel Laag (vanaf 1,62 m -NAP), op de Laag van Voorburg (vanaf 2,07 m -NAP).17 Verder westwaarts, aan de Choorstraat 16, is een proefsleuvenonderzoek ge adviseerd op de locatie waar panden gesloopt gaan worden (2).18 Uit het bureauon derzoek is gebleken dat hier bewoning uit de 17e-19e eeuw wordt verwacht. Ook zijn er sporen uit de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen mogelijk aanwezig. Het proefsleuvenonderzoek is nog niet uitgevoerd. Aan de overkant van de weg, ter hoogte van Choorstraat 15-17 heeft een proef sleuvenonderzoek plaatsgevonden (3).19 Tijdens dit onderzoek zijn muurresten en een waterput uit de 18e of 19e eeuw aangetroffen (de onderkant lag op circa 0,90 m/1,33 +NAP) met daaronder twee akkerlagen (samen 1,20 m dik) uit de late 16e, 17e en vroege 18e eeuw.
Ook zijn er greppels, paalkuilen en afvalkuilen vanaf de 12e tot en met de 16e eeuw aangetroffen (op circa 0,76/0,93 m +NAP). 16 Archief Archeologie en Monumenten Delft, WL005, vondstmeldingsnummer: 3255311100. De archeologische werkzaamheden zijn uitgevoerd door leden van het Westlands Museum.
Iets verder noordwestwaarts is aan het Kerkplein (4) een archeologische be geleiding uitgevoerd op de locatie Molenbrink.20 Hierbij zijn sporen en vondsten aangetroffen uit de IJzertijd, Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De sporen uit de Late IJzertijd bestonden uit een kuil en een greppel op circa 2 m -mv (0,5 m +NAP).
17 Archief Archeologie en Monumenten Delft, WL005.
De sporen uit de Late Middeleeuwen lagen op een hoger niveau en bestonden uit
18 Kruijthof 2017, onderzoekmeldingsnummer (hierna OM): 4570817100.
perioden vanaf de 16e eeuw tot en met de 19e eeuw zijn muurresten en waterputten
19 Horssen 2014, OM: 2446519100.
aan de hand van historische en kadastrale gegevens uit de 16e eeuw en 1832.
20 Van den Berg et al. 2013. OM: 2285353100.
een opgraving plaatsgevonden in samenwerking met de Archeologische Werkgroep
21 Bol 2013, OM: 2340043100. Er zijn geen NAP maten bekend van de sporen. 22 Bureauonderzoek: Bakx, 2017a, OM: 4037691100; begeleiding: Hors sen 2019, OM: 4545091100.
ploeg- en paalsporen, waaronder mogelijk een gebouw, kuilen en greppels. Uit de aangetroffen. Ook is een reconstructie gemaakt van de vroegste perceelgrenzen Ten noordwesten van de locatie Molenbrink heeft hoogte van Kerkplein 10 en 12 Westland afdeling Den Haag (5).21 Hierbij is aardewerk uit de Late IJzertijd en Vroege Middeleeuwen gevonden. Daarnaast zijn op 1,0-1,10 m-mv water- en beerputten uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd aangetroffen. Verder zuidwaarts is bij het tracé de Havenstraat-Gantellaan een bureauonder zoek (6) en vervolgens een archeologische begeleiding uitgevoerd (7).22 Uit het bu-
71:
18
HÜ
mm 17
iĩM/iìiiīiiiVa
ğļpiifl
16
14
15
)Û0
?2250
i--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1--------- 1 Meters Û 115 230 460
Afbeelding 8: onderzoeken in en rond om het plangebied binnen een buffer van 500 m ten opzichte van de plancontour.
nn ! |
Plangebied
|
| Bureauonderzoek
Straal
|
| Karterend booronderzoek |~~
| Verkennend en karterend booronderzoek
Vondstmeldingsnummers
[~
| Opgraving
| Waarneming
| Begeleiding
|
|
|
| Verkennend booronderzoek
| Proefsleuven
11
reauonderzoek kwam naar voren dat het zuidelijk deel van het tracé ter hoogte van de Monsterse Vaart lag en dus verstoord is. Tijdens de begeleiding aan de noordzij de van het tracé zijn acht begravingen uit de 14e, 16y17e eeuw gedocumenteerd. Daarnaast is ook een loopniveau uit de 11e of 12e eeuw en een ophooglaag uit de 13e of 14e eeuw aangetroffen. Het loopniveau, onder de begravingen, bevond zich op circa 0,85 m +NAP. De onderkant van de graven lag op 0,90-1,55 m +NAP. Direct ten oosten van dit onderzoek heeft een archeologische begeleiding plaats gevonden tussen de Hervormde kerk en De Nieuwe Haven (8).23 Bij dit onderzoek zijn een knekelput en tien graven aangetroffen in een ophogingspakket (vanaf 0,50 m -mv).24 Geen van de skeletten zijn gedateerd. Ten slotte heeft aan de Havenstraat 28b, ten zuidwesten van het plangebied (9), een booronderzoek plaatsgevonden. Op deze locatie lag onder een verstoorde bovenlaag een omgewerkte laag (vanaf 0,54 m +NAP /1,19 m + NAP). Hieronder lagen strand- en/of duinzafzettingen (vanaf 0,54 m+ NAP / 0,76 m -NAP), op afzet tingen van het Laagpakket van Walcheren (vanaf 0,19 m +NAP/1,65 m -NAP), op het Laagpakket van Zandvoort (vanaf 1,61 m -NAP-2,05 m -NAP).25 Bij het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.
Ouerige archeologische onderzoeken rondom het plangebied Ten oosten van het plangebied hebben twee karterend booronderzoeken en een begeleiding plaatsgevonden op de nieuwbouwlocatie Masemude. Tijdens het eer ste booronderzoek (10) is in duinzand een vegetatiehorizont aangetroffen op circa 1,15 m -NAP.26 Deze vegetatiehorizont bestond uit bruin, humeus zand en bevat te verkoolde zaden en bot. Daarnaast was op verschillende dieptes tussen 0,20 -0,9 m -NAP houtskool aanwezig. Bij het booronderzoek aan de noordzijde van de bouwlocatie zijn archeologische indicatoren aangetroffen in de vorm van houtskool en aardwerkfragmenten uit vermoedelijk de Ijzertijd of Romeinse tijd(11).27 Deze indicatoren bevonden zich op verschillende dieptes: 0,75 m, 0,9 en 0- 0,8 m -mv. Bij de archeologische begeleiding aan de zuidzijde van het bouwterrein zijn drie 23 Verhagen 2016, OM: 4001304100.
greppels, een sloot, twee kuilen, elf mogelijke paalsporen en een waterput gemaakt
Het betreft een briefrapport, de verde re uitwerking is nog niet gepubliceerd.
van wilgentenen gedocumenteerd (12).28 De waterput dateert uit de Ijzertijd en één
24 Er worden geen NAP maten ge noemd in het briefrapport.
tijd.
25 Rooij 2013. Ten behoeve van dit bureauonderzoek zijn de hoogtes van de lagen omgerekend en weergegeven t.o.v. het NAP, zoals deze per boring worden benoemd in de rapportage.
booronderzoeken uitgevoerd, waaronder langs het Nieuwe Water en Tuinveld (13).
26 Bult & Norde, 2049610100.
2004,
OM:
27 Oude Rengerink 2140516100.
2005,
OM:
28 De Bruin 2111729100.
et
al.
Aan de zuidkant van het plangebied zijn een aantal verkennende en karterende Hierbij zijn geen archeologische vindplaatsen aangetroffen.29 Verder westwaarts zijn twee booronderzoeken aan de Vlotlaan 10 (14) en 12 (15) uitgevoerd. Bij het verkennende onderzoek aan de Vlotlaan 10 is onder een 2,0 m dikke laag opge brachte grond duinzand aangetroffen (vanaf 0,3 m -NAP).30 Bij het verkennende en karterende vooronderzoek aan de Vlotlaan 12 is gebleken dat de bodem uit een puinpakket bestaat, op een omgewerkte strandwal/duin (vanaf 0,5-1,0 +NAP), op wad/kwelderafzettingen (vanaf 0,5 m -NAP), op een strandwal (vanaf 1,4 m -NAP).31
2010,
OM:
Bij beide onderzoeken waren geen archeologische indicatoren aanwezig. Ten slotte zijn een karterend en verkennend booronderzoek en een begeleiding uitgevoerd ten noorden van het plangebied. Bij een karterend booronderzoek ter
29 Kruif 2007, OM: 2130220100. 30 Kruifhof Å 3986508100.
paalspoor dateert uit de Nieuwe tijd. De rest van de sporen dateert uit de Romeinse
Nijdam
2016,
OM:
31 Beckers å Van Breda 2010, OM: 2297730100. Ten behoeve van dit bureauonderzoek zijn de hoogtes van de lagen omgerekend en weergegeven t.o.v. het NAP, zoals deze per boring worden benoemd in de rapportage. 32 Bult Å Groen 2002, OM: 2013038100. De boringen worden benoemd t.o.v. het maaiveld.
hoogte van Rijnweg 3-27 bestond de bodem uit een puinrijke laag (tot 0,55-1,05 m -mv) met daaronder opgebracht zand (16).32 Hieronder bevond zich in één boring een compacte, donkergrijze zandlaag (vanaf 1,20 -mv) met een roodbakkend aarde werk fragment, op een geel grijs zandpakket. In andere boringen was een vergelijk bare donkergrijze zandlaag aanwezig. De donkergrijze zandlaag is geïnterpreteerd als een mogelijk loopvlak/akkerlaag. Bij een verkennend booronderzoek op het binnenterrein achter Hortensiastraat 1-13 (17) bestond de bodem uit een verstoorde bovengrond laag van 2,0 m dik op zandafzettingen.33 Hierbij zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. De archeologische begeleiding is uitgevoerd ter hoogte van de Rubenslaan-Molen-
33 Archief Archeologie en Monumenten Delft, WL113.
straat (18).34 Hierbij is één profiel gedocumenteerd. De bodem bestond hier uit
34 Bakx 2017b, OM: 4550404100.
bandje op 1,0 m -NAP. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.
geroerde grond, op de Laag van Voorburg (vanaf 0 NAP) met daarin een vegetatie-
12
3
Hrcheoiogische uerwachting en aduies uoor ueruoigonderzoek
3.1 Gespecificeerde archeologische uerwachting Op basis van de geologische ondergrond, het archeologisch onderzoek in de om geving van het plangebied en kaartmateriaal kunnen verwachtingen voor archeolo gische resten uitgesproken worden. Daarbij wordt aandacht besteed aan elk van de volgende eigenschappen van eventuele vindplaats(en):
^ Datering, minimaal in hoofdperioden (zoals Romeinse tijd, Late Middeleeuwen etc.)
^ Complextype (zoals nederzetting, grafveld, akkerlaag etc.) ^ Locatie (eventueel met aanduiding in welk deelgebied) ^ Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) ^ Omvang ^ Gaafheid en conservering; (mogelijk relateren aan grondwaterpeil) ^ Mogelijke verstoringen (waaronder ook veranderingen, veroorzaakt door post-depositionele processen)
^ Diepteligging (ook zichtbaar/niet-zichtbaar) Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting op archeo logische resten uit het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. De archeolo gische resten uit het Neolithicum zouden kunnen liggen op de Laag van Voorburg en/of strandwallen van de Laag van Rijswijk die sinds het Laat Neolithicum hogere, droge gebieden vormden en die geschikt waren voor bewoning. Eventuele archeo logische resten kunnen bestaan uit huisplattegronden, graven, haardkuilen, afvalkuilen, sporen van landgebruik (tijdelijke jachtkampen, visserij, landbouw) en vondsten zoals vuursteen, bot en aardewerk. Over de exacte locatie van de eventuele vind plaatsen binnen het plangebied kunnen geen uitspraken kunnen worden gedaan op basis van het huidige bureauonderzoek. De archeologische resten uit de Late IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen worden op de zandige strandwallen van de Laag van Voorburg en/of de vroeg middeleeuwse haakwal van Monster verwacht. Uit de onderzoeken rondom het plangebied is gebleken dat nabij het plangebied bewoningsresten uit de IJzertijd (onderzoek 1, 4, 5, 12), de Romeinse tijd (onderzoek 12), de Vroege Middeleeuwen (onderzoek 5) en de Late Middeleeuwen (onderzoek 1, 3, 4, 5, 6) voorkomen op de strand- en haakwal van Monster.
De archeologische resten uit deze perioden kun nen bestaan uit sporen van landgebruik (zoals greppels en sporen van ploegen) en nederzettingsterreinen met sporen van huizen, sloten, waterputten en (afval)kuilen. Naast verschillende sporen kan er vondsmateriaal voor deze perioden verwacht worden, zoals aardewerk (bijvoorbeeld kook- en/of voorraadpotten en servies), bouwmaterialen, houtskool en (dierlijk) bot. Over de exacte locatie van de eventuele vindplaatsen binnen het plangebied kunnen geen uitspraken kunnen worden gedaan op basis van het huidige bureauonderzoek. Op basis van de historische gegevens, het historische kaartmateriaal en arche ologische resten in de directe omgeving van het plangebied (onderzoek 7, 8, 9 en 12), geldt er een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Nieuwe tijd. Deze resten kunnen direct onder het maaiveld worden verwacht, vooral in het noorden van het plangebied aan de Choorstraat. Op basis van historische gegevens kunnen hier resten van huizen verwacht worden uit de 16e-18e eeuw (en mogelijk ouder). Archeologische resten kunnen bestaan uit sporen van ambachten en er ven, met sporen van huizen, schuren, sloten, waterputten en (afval)kuilen. Naast
13
verschillende sporen kan er vondsmateriaal voor deze periode verwacht worden zoals aardewerk (bijvoorbeeld kook- en/of voorraadpotten en servies), hout, metaal, bouwmaterialen (zoals baksteen), houtskool en (dierlijk) bot. Voor alle perioden geldt dat over de exacte omvang en conservering van de eventuele vindplaatsen geen uitspraken gedaan kunnen worden op basis van het hui dige bureauonderzoek. Ook is de mate van verstoring in het plangebied onbekend. Het is goed mogelijk dat er in het plangebied verstoorde bovenlagen aanwezig zijn door de aanleg van de bestaande riolering, kabels en leidingen en de bestaande bebouwing.
3.2 Hduies uoor ueruoigonderzoek Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er een middelhoge verwachting geldt voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen en een hoge verwachting voor archeologische resten uit de Nieuwe tijd. Er wordt geadvi seerd om de archeologische verwachting te toetsen en om inzicht te krijgen in de bodemopbouw van het plangebied. Een verkennend booronderzoek wordt hierbij niet als een geschikte methode geacht, omdat in stads- en dorpskernen hiermee slechts een beperkt beeld van de bodemopbouw gevormd kan worden. Daarom wordt geadviseerd om een inventariserend onderzoek waarderende fase in de vorm van proefsleuven uit te voeren. Het doel van het inventariserend veldonderzoek waarderende fase middels proefsleuven is het aanvullen en toetsen van de gespe cificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek en het Programma van Eisen (PvE). Het gaat hierbij om gebieds- of vindplaatsgericht onderzoek, waarbij het waarnemingsnet verdicht kan worden om de datering, aard, omvang, diepteligging, gaafheid, conservering uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren), inhoudelijke kwaliteit, locatie en mogelijke verstoringen van de archeologische resten vaststellen en waarderen.
Geadviseerd wordt om het proefsleuven onderzoek plaats te laten vinden na de bovengrondse sloop van het pand, maar vooraf aan de ondergrondse sloop van de funderingen. Dit, om te voorkomen dat eventuele archeologische resten bij de ondergrondse sloop verloren zullen gaan. De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij het bevoegd gezag, in deze de gemeente Westland.
14