1.39b) bijlagen (21-0218133)
Tekst van het document
P.O. Box 459
E-mail info-env@eurofins.nl
BIC: BNPĤNL2Ĥ
het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD)
3770 ĤL Barneveld NL
Site www.eurofins.nl
KvK/CoC No.
en door de overheid van Luxemburg (MEV).
09088623
BTW/VĤT No. NL 8 043.14.883.B01
TESTEN RvA LŨ1Ũ
ÿ eurofins analytico
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer
Ĥ3016
Certificaatnummer/Versie
Uw projectnaam
Choorstraat 41 Monster
Startdatum
19-Dec-2017
Rapportagedatum
21-Dec-2017/13:30
Bijlage
Ĥ,B,C
Pagina
2/2
Uw ordernummer Monsternemer
Edwin Duijnisveld
Monstermatrix
Water(ĤS3000)
Analyse
Eenheid
1
S
cis 1,2-Dichlooretheen
pg/L
^.10
S
trans 1,2-Dichlooretheen
pg/L
^.10
CKW (som)
pg/L
^.6
S
Tribroommethaan
pg/L
^.20
S
Vinylchloride
pg/L
^.10
S
1,1-Dichlooretheen
pg/L
<0.10
S
1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7
pg/L
0.14
S
1,1-Dichloorpropaan
pg/L
<0.20
S
1,2-Dichloorpropaan
pg/L
<0.20
2017172522/1
S
1,3-Dichloorpropaan
pg/L
<0.20
S
Dichloorpropanen som factor 0.7
pg/L
0.42
Minerale olie (C10-C12)
pg/L
^0
Minerale olie (C12-C16)
pg/L
<10
Minerale olie (C16-C21)
pg/L
<10
Minerale olie (C21-C30)
pg/L
<15
Minerale olie (C30-C35)
pg/L
<10
Minerale olie (C35-C40)
pg/L
^0
S
Minerale olie totaal (C10-C40)
pg/L
<50
Nr.
Monsteromschrijving
Datum monstername
1
05 (200-300)
19-Dec-2017
Minerale olie
ŗJSN ŵ
Q: door RvĤ geaccrediteerde verrichting ĥ:
Monster nr. 9876352
Akkoord
ĤP04 erkende verrichting
S: ĤS SIKB erkende verrichting
Pr.coörd.
V: VLĤREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
M: MCERTS erkend
VA
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.
Gildeweg 42-46
Tel. +31 (0)34 242 63 00
BNP Paribas S.Ĥ. 227 9245 25
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV
3771 NB Barneveld
Fax +31 (0)34 242 63 99
IBĤN: NL71BNPĤ0227924525
en erkend door het Vlaamse Gewest (OVĤM en Dep. Omgeving),
P.O. Box 459
E-mail info-env@eurofins.nl
BIC: BNPĤNL2Ĥ
het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD)
3770 ĤL Barneveld NL
Site www.eurofins.nl
KvK/CoC No.
en door de overheid van Luxemburg (MEV).
09088623
BTW/VĤT No. NL 8 043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
ÿ eurofins analytico
Bijlage (ĥ) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2017172522/1 Pagina 1/1 Monster nr.
Boornr
Omschrijving
Van
9876352
05
1
200
300
0800642106
9876352
05
2
200
300
0680255713
9876352
05
3
200
300
0680255735
Tot
Barcode
Monsteromschrijving 05 (200-300)
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46
Tel. +31 (0)34 242 63 00
BNP Paribas S.A. 227 9245 25
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV
3771 NB Barneveld
Fax +31 (0)34 242 63 99
IBAN: NL71BNPA0227924525
en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving),
P.O. Box 459
E-mail info-env@eurofins.nl
BIC: BNPANL2A
het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD)
3770 AL Barneveld NL
Site www.eurofins.nl
KvK/CoC No.
en door de overheid van Luxemburg (MEV).
09088623
BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
ÿ eurofins analytico
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2017172522/1 Pagina 1/1 Opmerking 1) De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46
Tel. +31 (0)34 242 63 00
BNP Paribas S.A. 227 9245 25
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV
3771 NB Barneveld
Fax +31 (0)34 242 63 99
IBAN: NL71BNPA0227924525
en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving),
P.O. Box 459
E-mail info-env@eurofins.nl
BIC: BNPANL2A
het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD)
3770 AL Barneveld NL
Site www.eurofins.nl
KvK/CoC No.
en door de overheid van Luxemburg (MEV).
09088623
BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
ÿ eurofins analytico
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2017172522/1 Pagina 1/1 Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
Aromaten (BTEXN)
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
Arseen (As)
W04 21
ICP-MS
Cf. pb 3150-1/2 en cf. NEN-EN-ISO
W04 21
ICP-MS
Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
W04 21
ICP-MS
Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
W04 21
ICP-MS
Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
W04 21
ICP-MS
Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
W04 21
ICP-MS
Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
W04 21
ICP-MS
Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2 Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
17294-2 Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo)
W04 21
ICP-MS
Lood (Pb)
W04 21
ICP-MS
Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W04 21
ICP-MS
Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294-2
Xylenen som AS3000
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
Styreen
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
VOCl (11)
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
Tribroommethaan (Bromoform)
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
Vinylchloride
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
1,1-Dichlooretheen
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
DiClEtheen som AS3000
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
1,1-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
1,2-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
1,3-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
DiChlprop. som AS3000
W0254
HS-GC-MS
Cf. pb 3130-1
Minerale olie (C10-C40)
W0215
GC-FID
Cf. pb 3110-5
Nikkel (Ni)
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden",
versie juni 2016.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46
Tel. +31 (0)34 242 63 00
BNP Paribas S.A. 227 9245 25
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2004 gecertificeerd door TÜV
3771 NB Barneveld
Fax +31 (0)34 242 63 99
IBAN: NL71BNPA0227924525
en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving),
P.O. Box 459
E-mail info-env@eurofins.nl
BIC: BNPANL2A
het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD)
3770 AL Barneveld NL
Site www.eurofins.nl
KvK/CoC No.
en door de overheid van Luxemburg (MEV).
09088623
BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Bijlage E: Boorstaten
Projectcode: A3016
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei Grind, siltig
Grind, zwak zandig
geur
y//////// 'vyvy/yyyí',
wrn.
\ s
Klei, zwak siltig
O-
geen geur
o-
zwakke geur matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie
zand
Ooat
geen olie-water reactie
Klei, matig zandig
m-
uiterste olie-water reactie
Klei, sterk zandig
p.i.d.-waarde
zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
0
Zand, kleiïg
0 0 0
Zand, zwak siltig
leem Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
0 0
M0 M00 M000 M0000
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
overig A
bijzonder bestanddeel
4
Gemiddeld hoogste grondwaterstand
^
grondwaterstand
^
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water Veen, sterk zandig
sterk grindig D C
peilbuis blinde buis
casing
ĩ
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
cnį grind afdichting ii ii fi lte r Įjİ
Projectcode: A3016
Projectnaam: Choorstraat 41 Monster Projectcode: A3016
Boring:
01
Boring:
02
Boorrmeester
Marvin Inge
Boorrmeester
Marvin Inge
Datum:
12-12-2017
Datu m:
12-12-2017
GWS:
150
GWS:
0
tegel
0
Schep, tegel
Zand, matig fijn, zw ak siltig, zw ak
Zand, matig fijn, zwak siltig, zw ak
schelphoudend, beigebruin,
0535088526
schelphoudend, beigebruin, 0535088531
Edelmanboor 50
50
tegel
0
Schep, tegel
50
Edelmanboor
55
Zand, matig fijn, matig siltig, zw ak schelphoudend, donker beigebruin, Edelmanboor 0535088532
100-
0535088529
150
150
Zand, matig fijn, zw ak siltig, zw ak schelphoudend, donker beigebruin, Edelmanboor 0535088539
200
200
Boring:
03
Boring:
04
Boorrmeester
Marvin Inge
Boorrmeester
Marvin Inge
Datum:
12-12-2017
Datu m:
12-12-2017
GWS:
0
GWS:
0
klinker
0 10
tegel
0
Schep, klinker
Schep, tegel
Zand, matig fijn, zw ak siltig, zw ak
Zand, matig fijn, zwak siltig, zw ak
schelphoudend, beigebruin, 0535088527
humeus, zw ak schelphoudend, 0535088525
Edelmanboor
50-
50 60
Pagina 1 van 3
beigebruin, Edelmanboor
55
Projectnaam: Choorstraat 41 Monster Projectcode: A3016
Boring:
05
Boring:
06
Boorrmeester
Marvin Inge
Boorrmeester
Marvin Inge
Datum:
12-12-2017
Datu m:
12-12-2017
GWS:
150
GWS:
0
0 -5'
0
tegel
0
Schep, tegel
0
klinker
-10
Schep, klinker
Zand, matig fijn, zw ak siltig, zw ak
Zand, matig fijn, zwak siltig, zw ak
schelphoudend, beigebruin, 0535088536
schelphoudend, beigebruin,
Edelmanboor
Edelmanboor
0535088530
■■■V//////////A
50-
50 -60
0535088535 Zand, matig fijn, matig siltig, bruinzw art, Edelmanboor 0535088538 100-
0535088528 -150
150
Zand, matig fijn, zw ak siltig, grijsbruin, Edelmanboor 0535088537
Tc
200
0535088533
250-
0535088534
-300
300
Boring:
07
Boring:
08
Boorrmeester
Marvin Inge
Boorrmeester
Marvin Inge
Datum:
12-12-2017
Datu m:
12-12-2017
GWS:
0
GWS:
0
0
0
asfalt
asfalt
0
-8__ Betonboor, asfalt
Betonboor, asfalt
Edelmanboor, fundatiemateriaal
Edelmanboor, fundatiemateriaal
0535088625
0535088622
Zand, matig fijn, zwak siltig, Zand, matig fijn, zw ak siltig, beigebruin, Edelmanboor
beigebruin, Edelmanboor
50 0535088617
0535088626
85 -90
Pagina 2 van 3
Projectnaam: Choorstraat 41 Monster
mol
Projectcode: A3016
Boring:
09
Boring:
10
Boorrmeester
Marvin Inge
Boorrmeester
Marvin Inge
Datum:
12-12-2017
Datum:
12-12-2017
GWS:
0
GWS:
0
0 -4-
0
asfalt
0
0
Betonboor, asfalt
humeus, beigebruin, Edelmanboor
Edelmanboor, fundatiemateriaal
0535088619
0535088627 Zand, matig fijn, zw ak siltig, beigebruin, Edelmanboor 50-
50 0535088629
Edelmanboor, fundatiemateriaal
0535088615
-100___________________________________________
00
Zand, matig fijn, matig siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor 0535088616
-150_________________________________________
50
Zand, matig fijn, zw ak siltig, licht bruingrijs, Edelmanboor 0535088620
-200
200
Boring:
11
Boorrmeester
Marvin Inge
Datum:
12-12-2017
GWS:
0
0______ asfalt_________________________
0
-9
Betonboor, asfalt Edelmanboor, fundatiemateriaal
0535088623
bossage Zand, matig fijn, zw ak siltig, matig
Zand, matig fijn, zw ak siltig, donker beigebruin, Edelmanboor 500535088621
-80
Pagina 3 van 3
.
-50
Bijlage F: Foto-overzicht
Projectcode: A3016
t
mol inaenieursburea,
J7~
rULU 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Gemeente Westland
mol
5
^
ingenieursbureau
Projectcode: A3016
Projectnummer: A3016
Foto-overzicht
Bijlage G: Verantwoording veldwerkzaamheden
Projectcode: A3016
Projectnummer
A3016
Datum uitvoering
12-12-2017
Choorstraat 41 te Monster
moI
Verantwoording d
0 0 0
ïssr«sr.rÄr-— etnSkta^nľneľarptr:,ÍLÏgeLrrrrk WOr de aan3ekrUiS,e ~te"
' volgons de
toepassing'tľĮrde^ctivîteitenTeîreffend^de^mónsternemľng'e^oveľdracht611™6^ T Uİ“U*“«' daarbij behorende veldwerkreqistratie
aan ePn
PrtTíľ ? en overdracht van monsters, inclusief de
I PBoring1nwordebneŞeS tot' madSTon^o0nieT^SmeChaniSChe aVeSaaf b0ľinSen:
omdat de eisen uit de BRLns?KBbŜoo^ľn CdenzfeToorrangVhebben^mdaľ' 2101 IjG"'®* V3" toepass,ng' uitgevoerd. n9 hebben omdat er een bodemonderzoek wordt treffen die in de BrTsIKB 2000^0^ veľmdď960 WOľdt voorkomen door alle voorzorgsmaatregelen te -
Q
Het boorsysteemnzľaíydn a^afzTnomdaľwe'’fgLnlaZndeľsdyastľem^ebLnIK^ 2000 İS VOor9eschreven-
Protocol 2001
Naam:
Handtekening:
Datum:
Čh-LLZZićf', b'
rw^^l OAAO Protocol 2002
Naam: waam-
^
/v
Handtekening:
i
Datum:
r----------_________________________________ IjĹdldï D
Protocol 2101
Mechanisch boren
Naam:
Handtekening:
Datum:
^
Handtekening:
Datum:
tĩ'ŴfcWļ
f\
Projectleider
Naam:
G-
y
0 2/of I ?^'CS? Formulier 12-2; Datum: 26-05-2015
Revisie 22 testfase
Bijlage H: Historische informatie
Projectcode: A3016
omgevingsdienst
HAAGLANDEN
Bezoekadres
Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres
Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 02 E vergunningen@odh.nl I www.odh.nl
Ingenieursbureau Mol T.a.v. mevrouw M. Zuiderwijk De Lierseweg 2 2291 PD WATERINGEN
Datum
2 7 SEP. 2817 Bijlage(n)
Uw e-mail 15 september 2017
Ons Kenmerk ODH-2017-00101180
Afdeling Toetsing ä
Contactpersoon S. Middendorp
Vergunningverlening Milieu Uw Kenmerk A3016
Zaaknummer 00496751
Team T&V Bodem, Grondwater Å
Telefoonnummer 06 25 045 898
Ontgronding Betreft Aanlevering informatie vooronderzoek, locatie Choorstraat 41 te Monster (AA178305312)
Email Susanne.Middendorp@odh.nl
Geachte mevrouw Zuiderwijk, Hierbij ontvangt u de informatie met betrekking tot het vooronderzoek voor bovengenoemde locatie. Gegevens locatie Adres + Huisnummer van t/m
Choorstraat 41
Woonplaats
Monster (gemeente Westland)
Locatiecode/kenmerk
AA178305312
Kadastrale gegevens
Sectie: G
Nummer: 8824
Gegevens aanvrager Naam
Ingenieursbureau Mol
Postbus/Adres
De Lierseweg 2
Postcode/Woonplaats
2291 PD Wateringen
KVK nummer
27169976
Contactpersoon
Mevrouw M. Zuiderwijk
Telefoon
0174-671515
Emailadres
m.zuiderwijk@ingenieursbureau-mol.nl
Factuuradres
idem
n ..
0
^eSçanrT
omgevingsdienst
HAAGLANDEN
Beoordeling 1) Voormalige bedrijfsactiviteiten (HBB) Indien wel aanwezig, activiteiten 2) Gedempte sloot (HBB)
Wel bekend Brandstoffendetailhandel, Gemeentekantoor, met stook- en koelinstallatie en vetvangput Niet bekend
Indien wel aanwezig, dempingsmateriaal 3) Uitgevoerde bodemonderzoeken
Niet bekend
Indien wel aanwezig, conclusie
-
Indien wel een vervolgactie, uitvoeren
-
4) Beschikkingen Wbb
Geen Wbb locatie
Indien aanwezig, kenmerk/datum besluit 5) Bodem kwal iteits kaart
Wel bekend Bodemkwaliteit bovengrond: wonen Bodemkwaliteit ondergrond: achtergrondwaarde
Indien wel aanwezig, zone 6)Tanks
Niet bekend
Indien wel aanwezig, tankinformatie 7)Wm-inrichting Indien wel aanwezig, aard
-
-
Niet bekend -
Relevante informatie in de omgeving van de locatie Choorstraat 67 (AA178305313)
Betreft een HBB-punt van een loodgieters-, fitters- en sanitair installatiebedrijf
T empelhof (AA178300104)
In 1998 is een verkennend onderzoek uitgevoerd door De Straat Milieu adviseurs. De grond en het grondwater zijn ten hoogste licht verontreinigd. Status van de locatie is voldoende onderzocht.
Emmastraat 48 Monster (AA178306661)
Betreft een in 1996 verwijderde ondergrondse HBO tank
Emmastraat 50 Monster (AA178306662)
Betreft een in 1991 verwijderde ondergrondse HBO tank
Havenstraat 28b (AA178302519)
Op de locatie zijn 3 onderzoeken uitgevoerd. Het meest recente onderzoek is van Ingenieursbureau Mol uit 2014. Grond en grondwater zijn licht verontreinigd. Status van de locatie is voldoende onderzocht.
Havenstraat 12; Franciskaner klooster (AA178301168)
Op de locatie is een wasserij (natwasserij) aanwezig geweest. Op de locatie zijn meerdere tanks verwijderd. Op de locatie zijn 3 onderzoeken uitgevoerd. De meest recente betreft een saneringsevaluatie uit 1995 waarbij de minerale olie verontreiniging in de grond volledig is verwijderd.
Kloosterlaan 31 (fietsenstalling bij noodlokalen) (AA178302166)
In 2005 is een verkennend onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn lichte verontreinigingen in grond en grondwater aangetoond. Status van de locatie is voldoende onderzocht.
Choorstraat 31-39 (AA178302325)
Op de locatie hebben diverse activiteiten plaatsgevonden waaronder een smederij en een metaalconstructiewerkplaats. Met een ondergrondse en 2
omgevingsdienst
HAAGLANDEN een bovengrondse HBO tank. De locatie is op 15 mei 2006 beschikt als ernstig spoedeisend. De grondsanering van zink, lood en minerale olie heeft middels een beschikt saneringsplan plaatsgevonden waarbij op 29 januari 2007 is ingestemd met de uitgevoerde sanering. Status van de locatie is voldoende gesaneerd. Overige opmerkingen/bijlagen
Het complete bodemdossier kan desgewenst worden ingezien. Hiervoor kunt u een afspraak maken via vergunningen@odh.nl. Hoewel zorgvuldigheid is betracht bij het samenstellen van bovenstaande informatie, kan het zijn dat ďe informatie mogelijk onvolledig is en/of onjuistheden bevat. Niet alle informatie is bij ons bekend. Wij kunnen dan ook geen aansprakelijkheid aanvaarden ten aanzien van deze informatie._______________
Burgemeester en wethouders van Westland, namens dezen,
A.S. Schreur Teamleider Toetsing ã Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden
Afschrift: Gemeente Westland, Team BOCC, t.a.v. mevrouw T. Slinger, Postbus 150, 2670 AD Naaldwijk
Ecologisch onderzoek Gemeentekantoor Monster te Monster
Opdrachtgever Gemeente Westland te Naaldwijk
Milieu consultancy
AQUA-TERRA
Watermanagement Ruimtelijke ordening
AOUA-TERRA
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV
Zuidweg 79
Ecologisch onderzoek Gemeentekantoor Monster te Monster
2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 - 625246 fax 0174 - 629744 www.aquaterranova.nl
Opdrachtgever Gemeente Westland te Naaldwijk
Datum: Rapportnr: Status:
31 oktober 2017 217102/AQT 301 FF/MK Definitieve rapportage
IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55
^
BTW: NL-8105.67878.B01
K.v.K. nr. 27240696
AQUA-TERRA
COLOFON
Titel
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
: Ecologisch onderzoek Gemeentekantoor Monster te Monster
Aqua-Terra Nova BV
Zuidweg 79
Opdrachtgever
: Gemeente Westland
2671 MP Naaldwijk
Contactpersoon
: dhr. K. Nagelkerke
telefoon 0174 - 625246 fax 0174 - 629744 www.aquaterranova.nl
Projectteam
Projectmanager Contactpersoon Auteur Veldwerk
dhr. ing. A.P. Wubben mw. Ing. T. Schelling mw. M.M. Konings Bsc mw. M.M. Konings Bsc mw. T. De Jonge Bsc mw. Ing. T. Schelling mw. M. Langstraat Bsc mw. Ing. T. Schelling
Kwaliteitsborger Projectnummer
: 217101
Aqua-Terra Nova is lid van het Netwerk Groene Bureaus, de branche organisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van groene adviesbureaus.
Datum vrijgave
Status
31 oktober 2017
Definitief
Vrijgave auteur
Goedkeuring kwaliteitsborger
© 2017 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55
^
BTW: NL-8105.67878.B01
^
K.v.K. nr. 27240696
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING.................................................................................................. 5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding........................................................................................................................................... 5 Doelstelling.........................................................................................................................................5 Leeswijzer........................................................................................................................................... 5 Verantwoording................................................................................................................................. 5
2
WERKWIJZE EN ONDERZOEKSMETHODIEK.................................................. 6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Inleiding..............................................................................................................................................6 Projectbeschrijving............................................................................................................................ 6 Wettelijk kader Wet Natuurbescherming.......................................................................................6 Methode...............................................................................................................................................6 Vleermuisonderzoek...............................................................................................................................6 Effectbeoordeling en toetsing...........................................................................................................7 Nieuwe Wet Natuurbescherming......................................................................................................7
3
PROJECTLOCATIE EN BEOOGDE WERKZAAMHEDEN..................................... 8
3.1 3.2 3.3
Ligging plangebied............................................................................................................................ 8 Bestaande situatie............................................................................................................................. 8 Beoogde situatie en werkzaamheden............................................................................................. 9
4
RESULTATEN EN INTERPRETATIE.............................................................. 10
4.1
4.2
Voorjaarsonderzoek.........................................................................................................................10 Soorten............................................................................................................................................... 10 Vaste verblijfplaatsen.......................................................................................................................... 10 Foerageergebied.................................................................................................................................. 10 Vliegroutes.......................................................................................................................................... 11 Najaarsonderzoek............................................................................................................................ 11
4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4
Soorten ...................................................................................................................................... 11 Vaste verblijfplaatsen .................................................................................................................. 11 Foerageergebied.......................................................................................................................... 12 Vliegroutes ................................................................................................................................. 12
2.4.1
4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4
4.3
Overige soorten binnenhet plangebied ......................................................................................... 12
5
EFFECTBESCHRIJVING............................................................................... 13
5.1 5.2
Functionaliteit plangebied...............................................................................................................13 Vleermuizen ..................................................................................................................................... 13 Vaste verblijfplaats.............................................................................................................................. 13
5.2.1 5.2.2 5.2.3
Foerageergebied.......................................................................................................................... 13 Vliegroute ................................................................................................................................... 14
5.3
Wettelijk kader................................................................................................................................ 14
6
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN............................................................... 15
6.1 6.2
Conclusie.......................................................................................................................................... 15 Vervolgstappen ................................................................................................................................ 15
6.2.1 Algemeen ................................................................................................................................... 15 6.2.2 Vleermuizen ................................................................................................................................ 15 7 BRONVERMELDING.................................................................................... 17 BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER....................................................................... 18 BIJLAGE 2 KAART PLANGEBIED..................................................................... 21 BIJLAGE 3 WAARNEMINGEN.......................................................................... 23 BIJLAGE 4 OVERZICHT WAARNEMINGEN....................................................... 25
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
4
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding In opdracht van Gemeente Westland heeft Aqua-Terra Nova BV voor de geplande sloopwerkzaamheden van het oude gemeentekantoor aan de Choorstraat te Naaldwijk ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van en de functie van het plangebied voor vleermuizen. Uit de Eco-effectscan met rapportnummer 217101/AQT301FF/TJ d.d. 8 juni 2017 welke is uitgevoerd door Aqua-Terra Nova BV is gebleken dat het oude gemeentekantoor geschikt is voor verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Onderstaand onderzoek is uitgevoerd om de af- dan wel aanwezigheid van (essentiële) leefgebieden en vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aan te tonen.
1.2
Doelstelling Het ecologisch onderzoek heeft als doel om vast te stellen: 1. of vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn; 2. wat de functionaliteit van het plangebied is voor aanwezige beschermde vleermuissoorten; 3. welke effecten het project heeft op de functionele leefomgeving binnen het plangebied van de aanwezige beschermde vleermuissoorten. Vervolgens wordt aangegeven of mogelijke negatieve effecten van het project te vermijden, mitigeren, en/of te compenseren zijn en welke vervolgprocedure benodigd is.
1.3
Leeswijzer In de inleiding worden de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek beschreven. Hierna volgt hoofdstuk 2 met de werkwijze. In hoofdstuk 3 wordt de situatie en de geplande werkzaamheden beschreven. In hoofdstuk 4 komen de resultaten van de inventarisatie aan de orde. Dit leidt in hoofdstuk 5 tot de effectbeschrijving. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 een conclusie en aanbevelingen gegeven over het voorkomen van beschermde soorten en de te nemen maatregelen. Hierna volgen de bronvermeldingen en de bijlagen met o.a. inventarisatiegegevens.
1.4
Verantwoording Ecologisch medewerkers van Aqua-Terra Nova BV hebben ruime veldervaring in onderzoek naar beschermde soorten en hebben daartoe gerichte cursussen gevolgd. Bij ecologische veldwerkzaamheden is een volledige garantie over de afwezigheid van soorten niet te geven. Door de inzet van ter zake kundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt onze onderzoekskwaliteit gewaarborgd.
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
5
2 2.1
WERKWIJZE EN ONDERZOEKSMETHODIEK Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de resultaten van de voorliggende rapportage tot stand zijn gekomen. Dit hoofdstuk dient tevens als onderbouwing van de conclusies. In het kort wordt weergegeven hoe de Wet Natuurbescherming in het project wordt geborgd.
2.2
Projectbeschrijving Het project wordt beschreven aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte informatie. Hiertoe wordt de omvang en ligging van het plangebied beschreven in relatie tot groenstructuren in
de
omgeving,
wordt
de
bestaande
situatie
geschetst
en
worden
de
beoogde
activiteiten
omschreven.
2.3
Wettelijk kader Wet Natuurbescherming Voor
een
uitgebreide
Natuurbescherming ingedeeld
in
2
omschrijving
zijn
van
beschermde
de
wet-
soorten
beschermingscategorieën
en
en
regelgeving
gebieden
(categorie
1
en
zie
bijlage
aangewezen.
2).
Categorie
1.
In
Hierbij
zijn
1
betreffen
de
Wet
soorten de
strikt
beschermde soorten van de Europese Habitat- en vogelrichtlijn aangevuld met soorten van de Bern
en
Bonn
conventies.
De
categorie
2
soorten
betreffen
de
nationaal
en
provinciaal
beschermde soorten. Categorie 2 bestaat voor een groot deel uit de kwetsbare rode lijst soorten. De beschermde gebieden bestaan uit de Europese aangewezen Natura 2000-gebieden, aangevuld met provinciaal aangewezen beschermde natuurgebieden.
De
bescherming
van
soorten
is
met
name
gericht
op
instandhouding
van
populaties
en
verblijfplaatsen van individuen. Hierbij wordt het 'nee, tenzij'-principe gehanteerd. Handelingen in strijd met de verbodsbepalingen zijn per definitie verboden. Uitzonderingen voor overtreding van de verbodsbepalingen kunnen worden verleend middels vrijstellingen en ontheffingen. Tevens is de zorgplicht te allen tijde van kracht voor alle planten en dieren. Zie bijlage 1 voor de relevante verbodsbepalingen bij ruimtelijke inrichting en ontwikkelingen.
2.4
Methode 2.4.1
Vleermuisonderzoek
Het aantal bezoeken, het tijdstip en de periode(n) voor het vleermuisonderzoek zijn gebaseerd op het meest recente Vleermuisprotocol(6) en de Kennisdocumenten voor vleermuizen(18). In het protocol en de Kennisdocumenten is de minimale inspanning omschreven om de aan- of afwezigheid
van
beschermde
soorten
te
onderzoeken.
Indien
wordt
afgeweken
van
het
vleermuisprotocol en kennisdocumenten wordt dit goed onderbouwd bij hoofdstuk 4 resultaten.
De
inventarisaties
batdetector (type:
zijn
uitgevoerd
in
Pettersson D240X).
de
geschikte
periode
door twee
ervaren
ecologen
met
Een batdetector is een apparaat dat ultrasone geluiden,
die een vleermuis maakt, omzet in voor de mens hoorbare tikkende geluiden. Aan de hand van het ritme van
het geluid en de frequentie waarop de vleermuis het beste wordt gehoord, de
zogenaamde "piekfrequentie", kan in veel gevallen worden bepaald om welke vleermuissoort het gaat. Voor het determineren van soorten wordt gebruik gemaakt van opnameapparatuur (type: Edirol) en het programma Batsound. Om de vliegroutes, foerageergebieden en verblijfplaatsen in kaart te brengen, is lopend met de batdetector het projectgebied doorzocht.
Daarnaast is een
deel van de omgeving rondom het projectgebied doorzocht. Tijdens
de
inventarisaties
weersomstandigheden
zijn
waarnemingen
genoteerd
en
zijn
(soort,
tijdstip,
geluidsopnamen
van
locatie,
gedrag
vleermuizen
en
de
gemaakt.
etc.)
De
resultaten van de inventarisaties zijn weergegeven op kaarten. Aan de hand van de resultaten is de functionaliteit van het plangebied voor beschermde soorten
beschreven en zo nodig met foto's
verduidelijkt.
Omdat de activiteit van vleermuizen afhankelijk is van de weersomstandigheden en vleermuizen regelmatig noodzakelijk
verhuizen meerdere
tussen
verschillende
malen
bij
weersomstandigheden zijn nachten
gunstige
verblijfplaatsen
binnen
weersomstandigheden
met een temperatuur van
te
hun
netwerk,
inventariseren.
is
het
Gunstige
^0oC en zonder harde wind of
regen. In totaal zijn vijf locatiebezoeken uitgevoerd, drie in het voorjaar (15 mei t/m 15 juli) en twee in het najaar (15 augustus t/m eind september).
Het eerste bezoek was een oriënterend
veldbezoek, gericht op vleermuizen. Zie tabel 2.1 voor de data en weersomstandigheden tijdens de veldinventarisaties.
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
6
Tabel 2.1 data en weersomstandigheden uitgevoerde veldinventarisaties Datum Tijd Onderzoek Focus 8 juni 2017
Avond (22:00 - 23:30 uur)
Zon onder 22:00 uur 21 juni 2017
Ochtend (03:00 05:00 uur)
13 juli 2017
Avond (22:00 - 00:00 uur)
Weersomsta ndighed en
Quickscan voorkomen vleermuizen Vleermuizen
Zomer- en kraamverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden
Geheel bewolkt, droog, wind 1 Bft, 17^
Zomer- en kraamverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden
Onbewolkt, droog, wind 1 Bft, 16^
Vleermuizen
Zomer- en kraamverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden
Licht bewolkt, droog, wind 0 Bft, 16^
Vleermuizen
Paar- en zwermverblijfplaats, vliegroutes en foerageergebieden
Licht bewolkt, droog, wind 2 Bft, 18^
Vleermuizen
Paar- en zwermverblijfplaats, vliegroutes en foerageergebieden
Geheel bewolkt, droog, wind 3 Bft, 15^
Zon op 5:18 uur Zon onder 21:57 uur 23 augustus 2017
Middernacht (00:00 02:00 uur)
12 september 2017
Avond (22:30 - 00:30 uur)
Zon onder 20:48 uur Zon onder 20:09 uur
De waarnemingen zijn in hoofdstuk 4 beschreven en in bijlage 2 en 3 in tabellen en op kaarten weergegeven.
2.5
Effectbeoordeling en toetsing Voor de aanwezige beschermde soorten worden de effecten van de voorgenomen handelingen beoordeeld en getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming en de zorgplicht. De toetsing is gericht op aantasting en verstoring van individuen, hun voortplantingsplaatsen en overige vaste rust- en verblijfplaatsen en hun functionele leefomgeving. De toetsing is afhankelijk van de kwetsbare periode waarin handelingen een effect kunnen hebben. Vervolgens wordt beoordeeld of aantasting van individuen, verblijfplaatsen en hun functionele leefomgeving een effect heeft op de gunstige staat van instandhouding van de regionale of landelijke populatie. Per soortgroep worden de handelingen getoetst aan de verbodsbepalingen en de zorgplicht. Per beschermingscategorie worden hierbij verschillende toetsingskaders gehanteerd (zie tabel 2.2). Tabel 2.2. Toetsingskader per beschermingscategorie Categorie Toetsingskader Categorie 1 Effecten dienen te allen tijde voorkomen te worden. Indien effecten op soorten uit (Strikt beschermde soorten)
categorie 1 niet uitgesloten kunnen worden, dient de omvang van de mogelijke effecten inzichtelijk gemaakt te worden middels vervolgonderzoek.
Categorie 2
Voor handelingen in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling geldt een vrijstelling voor overtreding van de verbodsbepalingen, mits de handelingen uitgevoerd worden conform een goedgekeurde gedragscode. Indien het niet mogelijk is om conform een gedragscode te werken, dan dient ontheffing aangevraagd te worden.
(Overige beschermde soorten)
Alle planten en dieren
2.6
In het kader van de zorgplicht dienen schadelijke effecten zoveel als redelijkerwijs verwacht kan worden voorkomen te worden, beperkt te worden of ongedaan gemaakt te worden.
Nieuwe Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet voegt de voormalige Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet samen. In deze nieuwe Wet Natuurbescherming hebben de provincies de rol van bevoegd gezag. Naast de nationaal vastgestelde verordeningen zijn er tevens provinciale verordeningen opgesteld en kunnen soorten en gebieden op provinciaal niveau worden toegevoegd aan de lijst beschermde soorten (categorie 2).
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
7
3
PROJECTLOCATIE EN BEOOGDE WERKZAAMHEDEN
3.1
Ligging plangebied Het plangebied betreft het gemeentehuis van Monster, gemeente Westland, de provincie ZuidHolland. Het gemeentehuis van Monster is gelegen aan de Choorstraat 41 en grenst aan de Kloosterlaan en De Kruidhoff. Zie figuur 3.1 voor de ligging en bijlage 2 voor de begrenzing van het plangebied. -Ç Projectgebied Choorstraat 41 te Monster Soortgericht onderzoek naar vleermuizen Project 217101
c k *I
aJij
Kathol
Legenda Ligging projectgebied
Figuur 3.1 Ligging plangebied
3.2
Bestaande situatie Het gemeentekantoor aan de Choorstraat 41 is sinds 28 augustus 2017 niet meer in gebruik als gemeentekantoor voor de gemeente Westland. Het gemeentekantoor Monster is sinds augustus samengegaan met de 'oude' gemeentekantoren Naaldwijk, 's-Gravenzande en Wateringen in het nieuwe gemeentekantoor aan de Verdilaan te Naaldwijk. Het kantoorgebouw in Monster bestaat voornamelijk uit baksteen met veel kleine ramen die allen voorzien zijn van rolluiken. Aan de zuidoostzijde ligt een kleine groenstrook met bomen, gras en een kleine watergang. Zie voor een impressie van het plangebied figuur 3.2.
Figuur 3.2. Impressie foto's van het gemeentekantoor Monster, Choorstraat 41 te Monster. 217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
8
3.3
Beoogde situatie en werkzaamheden De activiteitenomschrijving is opgesteld aan de hand van plattegronden, ontwerptekeningen en de mondeling en schriftelijk door de opdrachtgever verstrekte informatie. De locaties van de oude gemeentekantoren, waaronder ook Choorstraat 41 in Monster wordt in de toekomst herontwikkeld. Dit wordt de komende jaren zoveel mogelijk gelijktijdig met de kern van Monster aangepakt. Het gaat om het gebied tussen de Choorstraat en de Emmastraat, vanaf de Noviteit tot en met de locatie van het gemeentekantoor. Voor dit gebied wordt op dit moment een gebiedsvisie door de gemeente Westland gemaakt waarin alle plannen verduidelijkt worden. Op het moment van schrijven is niet bekend wanneer het gemeentekantoor in Monster wordt gesloopt. De voorkeur is een spoedige sloop van het bestaande kantoorgebouw, dit om vandalisme te voorkomen en de veiligheid van de burger in de nabije omgeving te garanderen. Deze activiteiten vormen de basis van de toetsing aan de Wet Natuurbescherming.
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
9
4
RESULTATEN EN INTERPRETATIE In onderstaande paragrafen worden de resultaten weergegeven van de uitgevoerde inventarisaties voor het vleermuizenonderzoek. In bijlage 2 en 3 zijn de waarnemingen in een Excelbestand en een veldkaart weergegeven met daarop een overzicht van de waarnemingen. De resultaten van het vleermuisonderzoek zijn opgesplitst in het voorjaaronderzoek en het najaarsonderzoek. Daarnaast worden de soorten en de drie belangrijke gebruiksfuncties van vleermuizen weergegeven.
4.1
Voorjaarsonderzoek 4.1.1
Soorten
Onderstaand de waarnemingen tijdens het vleermuisonderzoek in 2017. Tijdens het voorjaarsonderzoek zijn de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de laatvlieger (Eptesicus serotinus) in en in de omgeving van het plangebied waargenomen. Andere vleermuissoorten zijn tijdens het voorjaarsonderzoek niet waargenomen. 4.1.2
Vaste
verblijfplaatsen
In het kantoorgebouw Choorstraat 41 zijn in het voorjaar en zomer van 2017 twee vaste verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Het gaat om de spouwmuur aan de westkant net onder de dakrand en de spouwmuur aan de zuidkant van het kantoorgebouw net onder het raam, zie ook figuur 4.1. In beide vaste verblijfplaatsen is één gewone dwergvleermuis invliegend waargenomen waardoor het hier gaat om een vaste zomerverblijfplaats. Daarnaast is op 21 juni nabij de gevel van de raadzaal in de ochtend zwermactiviteit waargenomen van vier exemplaren van de gewone dwergvleermuis. Hierbij werd de gevel ook meerdere malen aangetikt. Dit gedrag duidt op de aanwezigheid van een derde zomerverblijfplaats van vier gewone dwergvleermuizen. In het onderzoeksgebied zijn geen kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis waargenomen. In figuur 5.1 zijn de verblijfplaatsen in kaart weergegeven.
Figuur 4.1 locaties van twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Foto links is de invliegopening tussen de dakrand en de spouw. Foto rechts is de invliegopening net onder het raam, Choorstraat 41. 4.1.3
Foerageergebied
Gedurende de veldbezoeken in het voorjaar van 2017 wordt het kantoorgebouw en de omliggende groenstrook aan de oostzijde en de zuidzijde van het kantoorgebouw gebruikt door verschillende foeragerende gewone dwergvleermuizen. In de avond en in de ochtend zijn op meerdere plaatsen foeragerende exemplaren van de gewone dwergvleermuis binnen het plangebied waargenomen. Ook tussen de boomkroon nabij de hoofdingang is foerageergedrag van de gewone dwergvleermuis aangetroffen en aan de Choorstraat zijn eveneens enkele exemplaren van de gewone dwergvleermuis foeragerend aangetroffen. 217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
10
Verder wordt de omgeving van het plangebied diffuus gebruikt door foeragerende gewone dwergvleermuizen. De groenstrook aan de zuidoostzijde maakt onderdeel uit van een essentieel foerageergebied van de gewone dwergvleermuis. Dit omdat de drie zomerverblijfplaatsen naast het foerageergebied gevestigd zijn en in het stedelijk gebied van Monster en de omgeving van Monster relatief weinig groen aanwezig is door de aanwezigheid van veel grote kassen en bedrijven. 4.1.4
Vliegroutes
Rondom het kantoorgebouw zijn meerdere exemplaren van de gewone dwergvleermuis overvliegend en passerend waargenomen. Twee gewone dwergvleermuizen zijn overvliegen over het kantoorgebouw waargenomen. Aan de westzijde zijn twee exemplaren van de laatvlieger passeren door het plangebied waargenomen. Deze laatvliegers vlogen vrij hoog over en hebben geen specifieke binding met het kantoorgebouw. Aan de zuidoostzijde is tussen de boomkronen een ruige dwergvleermuis passerend waargenomen. De vliegroute naar de aanwezige zomerverblijfplaatsen zijn voor de gewone dwergvleermuis essentieel. Er zijn in en in de omgeving van het plangebied voldoende lijnvormige elementen aanwezig die de gewone dwergvleermuis gebruikt.
4.2
Najaarsonderzoek 4.2.1
Soorten
Tijdens het najaarsonderzoek zijn de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) in en in de omgeving van het plangebied waargenomen. Andere vleermuissoorten zijn tijdens het najaarsonderzoek niet waargenomen. 4.2.2
Vaste
verblijfplaatsen
Tijdens beide avonden van het najaarsonderzoek zijn gedurende het onderzoek baltsende ruige dwergvleermuizen en rondvliegende baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen. De mannetjes van de ruige dwergvleermuis komen midden augustus naar de paarverblijven. Binnen het plangebied zijn drie mannen van de ruige dwergvleermuis roepend vanaf hun paarverblijfplaats waargenomen. Daarnaast zijn twee mannen van de gewone dwergvleermuis gelijktijdig baltsend en zwermend waargenomen aan de westzijde van het kantoorgebouw. Doordat ze meerdere keren ook de gevel aantikten is de paarplaats van beide dieren bekend, zie figuur 5.1. In de omgeving van het kantoor zijn op vier verschillende locaties baltsgedrag van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Aan de hand van deze waarnemingen wordt er vanuit gegaan dat er een paarverblijfplaats aanwezig is in de woning (nr. 36-40) tegenover het kantoorgebouw, in de woning Choorstraat nr. 73 aan de oostzijde van het kantoorgebouw, in het appartementencomplex De Kruithoff en in de Frans Halsstraat nabij nr. 12-14. Echter kon niet exact vastgesteld worden waar in de woningen deze baltsende gewone dwergvleermuis een verblijfplaats heeft omdat deze niet in- of uitvliegend waargenomen is.
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
11
Figuur 4.2 locaties van twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Foto links is de invliegopening onder het bovenste raam (ruige dwergvleermuis). Foto rechts is de invliegopening net onder de dakrand (gewone dwergvleermuis), Choorstraat 41. 4.2.3
Foerageergebied
Gedurende de twee veldbezoeken in het najaar wordt de groenstrook ten zuidoosten van het kantoorgebouw gebruikt als onderdeel van een foerageergebied van de gewone dwergvleermuis. Ook wordt rondom de solitaire boom voor de hoofdingang van het kantoorgebouw en de Choorstraat zelf gefoerageerd door enkele exemplaren van de gewone dwergvleermuis. Ook de nabije omgeving en de achterliggende woonwijk wordt diffuus gebruikt door foeragerende gewone dwergvleermuizen. De groenstrook aan de zuidoostzijde maakt onderdeel uit van een essentieel foerageergebied van de gewone dwergvleermuis. Dit omdat de vijf paarverblijfplaatsen naast het foerageergebied gevestigd zijn en in het stedelijk gebied van Monster en de omgeving van Monster relatief weinig groen aanwezig is door de aanwezigheid van veel grote kassen en bedrijven. 4.2.4
Vliegroutes
In het najaar zijn in het plangebied enkele foeragerende en overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. In en in de omgeving van het plangebied zijn tijdens de najaarinventarisaties geen vaste vliegroutes van gewone dwergvleermuizen waargenomen. De lijnvormige elementen van het kantoorgebouw, de straten en het openbaar groen in het onderzoeksgebied en omgeving worden diffuus gebruikt door overvliegende gewone dwergvleermuizen. Zie figuur 5.1 een overzicht van de foerageergebieden en verblijfplaatsen in en rondom het plangebied.
4.3
Overige soorten binnen het plangebied Tijdens het avondbezoek op 8 juni 2017 is één overvliegende gierzwaluw waargenomen boven het plangebied. Deze gierzwaluw is hoog boven het plangebied waargenomen en vertoonde geen territoriumgedrag. Er is geen invliegende gierzwaluw in het plangebied waargenomen. Tijdens de andere bezoeken zijn eveneens geen groepjes gierzwaluwen waargenomen met nestindicerend gedrag.
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
12
5
EFFECTBESCHRIJVING In het plangebied zijn gewone dwergvleermuizen, ruige dwergvleermuizen en laatvliegers waargenomen. Onderstaand wordt de functionaliteit van het plangebied en de effecten van de voorgenomen werkzaamheden voor deze vleermuissoorten uiteengezet.
5.1
Functionaliteit plangebied Onderstaand de functionaliteit van het plangebied voor vleermuizen per onderdeel. Zie figuur 5.1 voor de functionaliteit van het plangebied in kaart. Functionaliteit Choorstraat 41 te Monster Soortgericnt onderzoek vleermuizen Project 217101
Legenda Begrenzing plangebied Verblijfplaats gewone dwergvleermuis Baltsterritorium gewone dwergvleermuis Foerageergebied gewone dwergvleermuis Baltsterritorium ruige dwergvleermuis Vliegroute laatvlieger Vliegroute gewone dwergvleermuis Vliegroute ruige dwergvleermuis
Figuur 5.1. Het gebruik van het plangebied door de gewone dwergvleermuis en laatvlieger.
5.2
Vleermuizen 5.2.1
Vaste
verblijfplaats
In totaal zijn drie vaste zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, drie vaste paarverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis en twee vaste paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig in de gevel van het kantoorgebouw. Daarnaast zijn in de omgeving van het kantoorgebouw vier baltslocaties aanwezig van de gewone dwergvleermuis. Deze baltslocaties hebben geen binding met het kantoorgebouw Choorstraat 41 maar met omliggende woningen en appartementencomplex. Met de sloop van het kantoorgebouw gaan vijf vaste paarverblijfplaatsen en drie vaste zomerverblijfplaatsen verloren. Het nemen van mitigerende maatregelen voor deze acht vaste verblijfplaatsen zijn hierdoor noodzakelijk. De woningen aan de Choorstraat, Frans Halsstraat en het appartementencomplex De Kruidhoff blijven behouden. Hierdoor blijven vier baltsverblijfplaatsen behouden. De vaste paarverblijfplaatsen liggen buiten de invloedssfeer van de sloop- en bouwwerkzaamheden. Wel wordt geadviseerd de werkzaamheden bij daglicht uit te voeren zodat vleermuizen welke gebruik maken van de omgeving van het plangebied niet verstoord worden door kunstmatig licht. 5.2.2
Foerageergebied
Er zijn geen grote aantallen foeragerende vleermuizen waargenomen en de meeste waarnemingen zijn van foeragerende vleermuizen in het aangrenzende groen en rondom het kantoorgebouw. De groenstrook aan de zuidoostzijde wordt in het voorjaar als in het najaar gebruikt als onderdeel van een essentieel foerageergebied van de gewone dwergvleermuis. Dit omdat de vijf paarverblijfplaatsen en de drie zomerverblijfplaatsen naast het foerageergebied gevestigd zijn. Binnen het stedelijk gebied van Monster en de omgeving van Monster zijn 217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
13
eveneens relatief weinig groene zones aanwezig waardoor deze groenzone wordt aangewezen als essentieel foerageergebied. Kapwerkzaamheden voor de nieuwbouw hebben een effect op het aanwezige foerageergebied maar ook op de bereikbaarheid van de aanwezige vaste verblijfplaatsen. 5.2.3
Vliegroute
Aan de westzijde zijn twee exemplaren van de laatvlieger passeren door het plangebied waargenomen. Deze laatvliegers vlogen vrij hoog over en hebben geen specifieke binding met het kantoorgebouw. Aan de oostzijde is een passerende ruige waargenomen. Rondom het kantoorgebouw zijn verschillende exemplaren van de gewone dwergvleermuis overvliegend en passerend waargenomen. De vliegroute naar de aanwezige zomerverblijfplaatsen en paarverblijfplaatsen zijn voor de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis essentieel. Er zijn in en in de omgeving van het plangebied voldoende lijnvormige elementen aanwezig die de gewone dwergvleermuis gebruikt. De lijnvormige elementen in de omgeving van het kantoorgebouw en het openbaar groen in het onderzoeksgebied en omgeving worden diffuus gebruikt door overvliegende gewone dwergvleermuizen. De werkzaamheden hebben geen effect op de functionele staat van instandhouding van de laatvlieger maar wel op de functionele staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis.
5.3
Wettelijk kader Alle in Nederland voorkomen vleermuizen behoren tot de strikt beschermde soorten conform artikel 3.5 van de Wet Natuurbescherming, Bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn en Bijlage II van de conventie van Bonn. Conform deze wet is verstoring van de functionele leefomgeving van vleermuizen niet toegestaan. Voor de sloop van het gebouw dient een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming aangevraagd te worden. De vaste verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis mag zonder ontheffing niet vernietigd worden. Het bevoegd gezag (Omgevingsdienst) verleend enkel een ontheffing als er aan strikte voorwaarden voldaan wordt. Deze houden globaal het volgende in: ^ ^
^ ^
De te vernietigen verblijfplaats dient in ruime mate gecompenseerd te worden. Voor elke verblijfplaats die verloren gaat, moeten er vier nieuwe verblijfplaatsen aangeboden worden; Voor een zomerverblijfplaats met ^0 dieren dienen de alternatieve verblijfplaatsen minimaal drie maanden aanwezig te zijn, alvorens de huidige verblijfplaats gesloopt wordt. Hierbij tellen alleen de maanden in de actieve periode (april-oktober) van de gewone dwergvleermuis; Voor een paarverblijfplaats met ^0 dieren dienen de alternatieve verblijfplaatsen minimaal zes maanden aanwezig te zijn; De nieuwe verblijfplaatsen moeten binnen het kerngebied van de groep en altijd binnen 200 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats geplaatst worden.
De ontheffingsaanvraag kan digitaal bij de Omgevingsdienst ingediend worden. Hierbij dient er rekening gehouden te worden met een proceduretijd van 20 weken. Dit kan echter zowel korter als langer zijn.
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
14
6
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN In opdracht van Gemeente Westland heeft Aqua-Terra Nova BV in het kader van de geplande herinrichtingswerkzaamheden een vleermuisonderzoek uitgevoerd aan de Choorstraat 41 te Monster. Het vleermuizenonderzoek is gericht op het vaststellen van de functie van het plangebied voor de aanwezige vleermuissoorten, volgens het Vleermuisprotocol en om de af- dan wel aanwezigheid van (essentiële) leefgebieden en verblijfplaatsen van vleermuizen aan te tonen.
6.1
Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek en de geplande werkzaamheden en inrichting kan gesteld worden dat: Vleermuizen - De geplande werkzaamheden hebben een negatief effect op vaste verblijfplaatsen en de functionele leefomgeving van vleermuizen; - Inhet kantoorgebouw zijn drie paarverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis aanwezig; - In het kantoorgebouw zijn drie zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig; - In het kantoorgebouw zijn twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig; - In de omgeving van het kantoorgebouw zijn vier baltslocaties van de gewone dwergvleermuis aanwezig. Deze paarverblijfplaatsen vallen buiten het plangebied; - Uit het onderzoek is gebleken dat er essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis aanwezig is van en naar de verblijfplaatsen; - Binnen het plangebied is een essentieel foerageergebied aanwezig voor de gewone dwergvleermuis. Overige soorten - Het optreden van negatieve effecten op de overige (strikt) beschermde soorten in het plangebied is uitgesloten. De zorgplicht is te allen tijde van kracht (bijlage 1);
6.2
Vervolgstappen 6.2.1
Algemeen
Op basis van het onderzoek zijn de volgende vervolgstappen noodzakelijk: - Het opstellen van mitigerende maatregelen om verstoring van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis tijdens uitvoering van de werkzaamheden te voorkomen; - Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming of Verklaring van geen Bedenkingen conform de Omgevingsvergunning voor verstoring van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis is noodzakelijk. Hiervoor dient er een activiteitenplan opgesteld te worden. In dit activiteitenplan wordt de situatie uitgelicht en wordt aangegeven welke maatregelen en werkzaamheden plaatsvinden. Dit document wordt beoordeeld door de Omgevingsdienst en geldt als onderbouwing voor de ontheffingsaanvraag; - Zorgvuldige omgang van de aanwezige beschermde soorten op korte en lange termijn dient gewaarborgd te worden middels een ecologisch werkprotocol; - De verblijfplaatsen mogen, zolang er geen ontheffing is, niet aangetast worden; - De ecoloog wordt betrokken bij het ontwerp van de nieuwbouw.
6.2.2
-
-
-
Vleermuizen
Het nemen van mitigerende maatregelen voor verstoring van de aanwezige baltsverblijfplaatsen en zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis vooraf, tijdens en na uitvoering van de werkzaamheden; Voor tijdelijke mitigatie voor de aangetroffen baltsverblijfplaatsen moeten 1:4 platte vleermuiskasten opgehangen worden in de directe omgeving van de huidige paarverblijfplaatsen (5 x 4); De vleermuiskasten voor de baltsverblijfplaatsen hebben een vereiste gewenningsperiode van zes maanden vooraf aan de start van het paarseizoen. Dit houdt in dat de tijdelijke vleermuiskasten op korte termijn maar voor februari 2018 opgehangen moeten worden; Voor tijdelijke mitigatie voor de aangetroffen zomerverblijfplaatsen moeten in totaal 12 (3 x 4) vleermuiskasten opgehangen worden in de directe omgeving van de huidige zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis;
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
15
-
De vleermuiskasten voor de zomerverblijfplaatsen hebben een vereiste gewenningsperiode van drie maanden (waarbij alleen de maanden april tot en met oktober meetellen); De vleermuiskasten moeten voldoen aan de eisen voor de gewone dwergvleermuis die gesteld worden in het Kennisdocument(18); De geplaatste kasten dienen niet extra verlicht te worden met kunstlicht. Als er kunstlicht geplaatst wordt moet dit zo afgesteld zijn dat de vleermuiskasten niet verlicht worden; Het ophangen van de tijdelijke vleermuiskasten dient in samenspraak met een ecoloog afgestemd te worden; In de nieuwe situatie dienen op de lange termijn voldoende alternatieve verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis aanwezig te zijn.
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
16
7
BRONVERMELDING Algemene natuur- en beleidsinformatie
1. 2. 3. 4. 5.
'Wet Natuurbescherming, Ministerie van Economische zaken, Den Haag, 2016. 'Houdende regels ter uitvoering van de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming (Regeling natuurbescherming), Staatssecretaris van Economische Zaken, Den Haag, 16 oktober 2016. Vergunningverlening Natura-2000, Omgevingsdienst Haaglanden (provincie Zuid-Holland), 2016. Ontheffingverlening soorten, Omgevingsdienst Haaglanden (provincie Zuid-Holland), 2016. Melding en ontheffingverlening houtopstanden, Omgevingsdienst Haaglanden (provincie ZuidHolland), 2016.
Algemene verspreidingsgegevens en verspreidingsatlassen
6. 7.
'Protocol vleermuizen', Vakberaad vleermuizen, Netwerk Groene Bureaus, maart 2017. Met vleermuizen overweg, Limpens et all., 2004. Uitgave Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft, de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming. 8. www.ravon.nl 9. 'Werkatlas verspreiding zoogdieren in Zuid-Holland 2000-2008', K. Mostert en J. Willemsen, Stichting Zoogdierwerkgroep Zuid-Holland, Delft, december 2008. 10. www.zoogdiervereniging.nl 11. www.sovon.nl 12. www.anemoon.nl
Locatie specifieke informatie en internetpagina 's
13. Interactieve atlas Natura 2000, Provincie Zuid-Holland, 2017. 14. Interactieve atlas Natuurnetwerk Nederland, Provincie Zuid-Holland, 2017. 15. Spelregels EHS, Beleidskader voor compensatiebeginsel, NNN-Saldobenadering en herbegrenzen NNN, een gezamenlijke uitwerking van rijk en provincies, Ministeries van LNV en VROM en de provincies 16. https://www.riiksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/inhoud/nieuwe-natuurwet 17. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0171.BP00516V001A-NL.IMR0.0171.BP00516-V001-1.8.html 18. Kennisdocumenten BIJ12: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-enlandschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wet-natuurbescherming/
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
17
BIJLAGE 1
WETTELIJK KADER
Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht gegaan. Deze wet voegt de huidige Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet samen. De belangrijkste doelen van de Wet Natuurbescherming betreffen de bescherming van de biodiversiteit in Nederland, de decentralisatie van de verantwoordelijkheden en een vereenvoudiging van de regels. De grootste veranderingen met de komst van de Wet Natuurbescherming ten opzichte van de oude natuurwetgeving betreffen: - alle verantwoordelijkheden en bevoegdheden komen bij de provincies te liggen; - er komt één rechtsdocument waar zowel vergunning als ontheffing (soorten, gebieden en kap van houtopstanden) wordt verleend; - Bij de vergunningaanvraag mag aangehaakt worden bij de Omgevingsvergunning, maar dit is niet verplicht. Soortbescherming
Het doel van de Wet Natuurbescherming is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en dierensoorten. Ingevolge het 'nee, tenzij principe' zijn handelingen in strijd met de Wet Natuurbescherming per definitie verboden. De verboden handelingen zijn opgenomen in de verbodsbepalingen: Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te verstoren, nesten van vogels weg te nemen of eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen, te verstoren, eieren van dieren te rapen of opzettelijk vernielen, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of vernielen of planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten Onverminderd artikel 3.5 is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen, de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Vogels Van alle inheemse vogelsoorten zijn de nesten gedurende het broeden beschermd. De meeste vogels broeden in de periode 15 maart t/m 15 juli. Voor het verstoren van broedende vogels wordt in principe geen ontheffing verleend, omdat de verstoring eenvoudig voorkomen kan worden door de activiteiten buiten het broedseizoen uit te voeren. Van ca. 15 vogelsoorten zijn de nesten jaarrond beschermd.
Deze vogelsoorten zijn in vier categorieën ingedeeld(8): Cat 1 betreft vogelsoorten die het nest jaarrond gebruiken als vaste verblijfplaats, Cat 2 betreft koloniebroeders die elk broedseizoen terugkeren naar dezelfde nestlocatie en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop, Cat 3 betreft overige vogelsoorten die elk broedseizoen terugkeren naar dezelfde nestlocatie en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop, Cat 4 betreft vogelsoorten die elk broedseizoen terugkeren naar dezelfde nestlocatie en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen.
217102/Aqua-Terra Nova 301 FF/MK Definitieve rapportage 31 oktober 2017
18
Tot slot zijn de nesten van enkele vogelsoorten (uit Cat 5) alleen jaarrond beschermd indien zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen, bijvoorbeeld als in de omgeving van een plangebied geen of onvoldoende alternatieve geschikte nestplaatsen aangeboden worden. Voor beschadiging of vernietiging van jaarrond beschermde vogelnesten kan alleen ontheffing worden verleend, indien het project een belang uit de Vogelrichtlijn dient. Zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat u werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Gebiedsbescherming