CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.38) Schrijven Prov. ZH d.d. 05-03-21 inzake onderzoeksrapport over de financiële en beleidsvrije ruimte van gemeenten in Zuid-Holland (G21-000576)

Gemeenteraad 16 maart 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de lijst ingekomen stukken (LIS)21.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Livina en Cor Mulder wonen hun met twee kinderen

ook in praktijk benut worden?’

Kaylee (15) en Giovanni (12) in Delft. Livina is arbeidsongeschikt. Cor is zijn baan als rondvaartschipper kwijt. Het

De context van ons onderzoek

gezin moet nu rondkomen van één bijstandsuitkering en

Een aantal belangrijke op zichzelf staande maatschappelijke

dat lukt nauwelijks. Livina en Cor maken zich grote zor-

ontwikkelingen (ook wel ‘autonome megatrends’ genoemd)

gen. Maar hun problemen zijn niet alleen van financiële

zijn sterk van invloed op het sociaal domein. We noemen de

aard. De gemeente heeft een gezinsbegeleider naar de

toenemende eenzaamheid door individualisering; het afne-

familie Mulder gestuurd. Maar is dat wel waar behoefte

men van sociale cohesie door polarisatie in de maatschappij

aan is?

en het – mede onder invloed van sociale media – ontstaan van problematiek op jonge leeftijd. Op deze trends kun je als over-

• De gemeentelijke beleidsruimte ten aanzien van de

heid lastig sturen, maar ze beïnvloeden wel (het succes van) je

wetten waar een gezin mee in contact kan komen

handelen.

verschilt. Door de hoeveelheid wetten die op een gezin van toepassing kan zijn, is het beleid in zijn

Kortetermijnacties beperken beleidsruimte

totaliteit vrijwel uniek per gemeente. Dit maakt het

Een van de trends waar gemeenten mee te maken hebben, is

voor individuen en gezinnen vaak moeilijk om te

het continue verplaatsen van stelselverantwoordelijkheid en

ontdekken waar ze hulp kunnen krijgen.

beleidsregels. De wetgever heeft soms de neiging om zaken, die hij eerst heeft afgestoten, al na een paar jaar weer naar zich toe

• De complexiteit van het stelsel maakt het lastig om

te trekken. En dat terwijl de rechtssociologie ons leert dat het

effectieve interventies in te zetten. Het monitoren van

jaren kost voordat wetten een positief effect laten zien. Deze

de interventies is ook lastig vanwege de verschillende

kortetermijnacties verstoren de beoogde effecten van de wet-

IT-systemen.

geving en beperken daarmee ook de beleidsruimte (Decentraal bestuur, 2020).

Lees in de bijlage het hele verhaal over het gezin Mulder en waar gemeenten mee worstelen op het gebied van

Interactie tussen wetten bemoeilijkt handelen

multiproblematiek.

Binnen het sociaal domein hebben gemeenten te maken met een veelheid aan wetten en regels die elkaar regelmatig in de

Een ander effect van de complexiteit in wet- en regelgeving is

weg zitten. Vooral bij gezinnen met multiproblematiek kan

dat mensen ‘op hun gevoel’, buiten de regels om, beslissingen

dit voor verwarring en problemen zorgen. Wat volgens de

gaan nemen. Sommige gemeenten raken steeds meer bedreven

ene maatregel wel kan, kan volgens de andere maatregel niet.

in het omzeilen van wet- en regelgeving binnen het sociaal

Beleidsmakers en bestuurders, maar ook uitvoerend professio-

domein om zo toch de zorg of hulp te kunnen leveren die hun

nals ondervinden in hun werk (grote) hinder van de interactie

inwoners nodig hebben. Dit omzeilen van de wet kan juridi-

tussen wetten. Stel, je moet in het kader van de Participatiewet

sche problemen geven in relatie tot de Algemene beginselen

tijdelijk iemands bijstand verlagen, terwijl je weet dat iemand

van behoorlijk bestuur (abbb’s) en leidt soms tot rechterlijke

op het randje van schuldhulpverlening zit. Dat is een onmoge-

procedures.

lijke keuze. De praktijk beperkt dan de theoretische vrijheid van handelen.

21

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Praktische belemmeringen beleidsruimte en sturingsmogelijkheden

Ontstane knelpunten vragen om landelijke maatregelen. Hierdoor vindt inhoudelijk of organisatorisch een zekere mate van recentralisatie plaats die de sturingsruimte van gemeenten beperkt.

Een aantal praktische punten belemmert de beleidsruimte en sturingsmogelijkheden van gemeenten in Nederland. Belemmeringen in praktijk (beleidsvrijheid/ sturingsmogelijkheden)

c.

AVG, integriteit en behoorlijk bestuur vragen om innovatiesprong

De aandacht voor privacy (AVG 2018), integriteit en behoorlijk bestuur – mede ingegeven door de informatisering van

a. Rijk is systeem- en stelselverantwoordelijk gebleven

overheid en samenleving – vergroot de behoefte aan innovaties

b. Recentralisaties, standaardisaties en reparaties beperken sturingsruimte gemeenten

doelgroepen, het toewijzen van de juiste ondersteuning aan de

c. AVG, integriteit en behoorlijk bestuur remmen innovaties en sterke sturing

krachtige analyses en slim gebruik van data.

d. Effectief sturing geven vraagt om hoogwaardige kennis en kunde e. Behoefte aan schaalgrootte en specialistische kennis leidt daarom tot “bouncing”

en datagedreven sturing. Het kwalitatief goed bedienen van juiste mensen en het efficiënt inzetten van middelen vraagt om

d.

Effectief sturing geven vereist hoogwaardige kennis en kunde

Het is cruciaal dat gemeente professionals voldoende mogelijkheden hebben om het gemeentebeleid in de praktijk goed uit te voeren. Als hier geen ruimte voor is, door bijvoorbeeld een

f. “Schraalhans is keukenmeester”: sturingscapaciteit wordt weggesneden

gebrek aan formatie, kennis en kunde, opleiding of ervaring, zal de uitvoering van de beleidstheorie lastig zijn. Men is dan vooral bezig met ‘wegwerken’ in plaats van het slim toepassen

Creëren de voorwaarden voor morgen Figuur 20. Praktische belemmeringen beleidsvrijheid.

a.

van regels. e.

Rijk is systeem- en stelselverantwoordelijk gebleven

Behoefte aan schaalgrootte en specialistische kennis leidt tot “bouncing”

Het beleggen van taken bij de gemeenten leidde tot het ont-

De invloed vanuit het Rijk is nog steeds groot als het gaat om

staan van meerdere ‘lagen’ tussen provincie en gemeenten. De

wet- en regelgeving. Dit feit staat soms haaks op de gedachte

verantwoordelijkheid voor die taken ligt bij de gemeenten, maar

dat gemeenten maatwerk leveren doordat ze hun beleid en

in de praktijk worden ze uitgevoerd op regionaal niveau, op

uitvoering kunnen afstemmen op de lokale situatie

afstand van de gemeenteraad en georganiseerd in een gemeen-

(‘Amsterdam is geen Ameland’). De verantwoordelijkheid

schappelijke en complexe verantwoordelijkheid.

voor een beleidsterrein is zelden volledig overgedragen aan de gemeente. Zoals bij de drie decentralisaties toen het Rijk op 1 januari 2015 de taken heeft overgedragen aan de gemeenten.

f.

Spanning in begrotingsproces leidt tot optimistisch begroten in sociaal domein

De Rijksoverheid is echter aangewezen als systeem- en stelsel-

Veel posten op de gemeentebegroting zijn een gegeven en

verantwoordelijke, zonder dat expliciet is aangegeven wat deze

moeilijk beïnvloedbaar. Het politieke debat spitst zich dan ook

verantwoordelijkheid precies inhoudt.

vooral toe op die posten die eenvoudiger beïnvloedbaar zijn. Een groot deel van de gemeenten begroot de kosten van het sociaal

b.

Recentralisaties, standaardisaties en reparaties

domein (die grotendeels in het lastig te beïnvloeden deel zitten)

beperken sturingsruimte gemeenten

te optimistisch. Gemeenten hanteren daarbij de vergoedingsre-

Het Rijk ziet het, in haar rol van systeem- en stelselverantwoordelijke, als haar taak om wetten en regels aan te scherpen en te verbeteren. Voor een deel is dit alles inherent aan de invoering van decentralisaties.

gels uit het gemeentefonds.

22

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

g.

Schraalhans is keukenmeester: sturingscapaciteit wordt weggesneden

Investeren in extra sturingscapaciteit vereist durf en visie. De kosten gaan immers uit voor de baten. Veel bestuurders snappen goed dat op de lange termijn diepgravende kennis van het sociaal domein en datagedreven sturing zich uitbetaalt in beter beleid en besparingen. Alleen is het bijna ondoenlijk om tijdens een begrotingsproces prioriteit te geven aan een dergelijke investering.

Voor meer informatie: zie bijlage 1D, vanaf pagina 33

23

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Samengevat: gemeenten roeien met korte riemen en hebben risico’s in het verschiet Met de afsluiting van deze rapportage over de financiële positie

Roeien met korte riemen

en beleidsruimte van gemeenten in de provincie Zuid-Holland komen we tot een korte samenvatting en drie reële, niet te

Uit ons onderzoek blijkt dat gemeenten steeds minder ruimte

negeren risico’s voor de gemeenten. Het gaat om risico’s die

hebben om hun eigen keuzes te maken. Daardoor verliezen

kunnen leiden tot een verdere verslechtering van de financiële

ze langzamerhand de grip op hun financiën, taakuitvoering

positie van gemeenten. In het somberste scenario brokkelt de

en dienstverlening en kunnen ze minder goed voldoen aan de

beleidsruimte van gemeenten (binnen het sociaal domein)

verwachtingen die burgers hebben van hun ‘eerste overheid’.

steeds verder af en komen leefbaarheid en vitaliteit van de ste-

Dat is een serieus te nemen zaak. Want of je nu een betrokken

den, kernen en dorpen zwaar onder druk te staan. De riemen

inwoner bent die meedenkt over de inrichting van de wijk, een

die de gemeente heeft om mee te roeien -ruimte in de financiën

sportieve inwoner bent die graag sport of een inwoner bent

en de beleidsruimte en de mogelijkheid om daarmee te sturen-

die kampt met complexe sociale en financiële problemen, je

zijn te kort.

hoopt dat jouw gemeente keuzes maakt die aansluiten bij jouw behoeften, passend bij jouw gemeente. Beleid en uitvoering

In onderstaande figuur zijn de twee hoofdconclusies weer-

moeten daarop aansluiten.

gegeven. Daaraan gekoppeld zijn de drie reële risico’s. Stuurloos 1. De mate waarmee gemeenten inhoudelijk en financieel kunnen sturen neemt af Slecht weer 2. De financiële positie van gemeenten staat onder druk en is de laatste drie jaar verslechterd

Hoe heeft de beleidsmatige ruimte van Zuid-Hollandse gemeenten zich ontwikkeld? We hebben vanuit drie invalshoeken onderzocht wat de beleidsruimte van gemeenten beperkt: formeel, financieel en praktisch. In formele zin worden begrippen als autonomie, medebewindstaken en beleidsvrijheid door elkaar gehaald. Voor het doel van dit onderzoek hebben we gekozen voor het

Plus: drie reële risico’s voor gemeenten

best dekkende begrip (vrije) beleidsruimte. Het traditionele

3. Herhaling weeffouten decentralisatie Sociaal Domein bij Omgevingswet en Interbestuurlijke Taken

juridische onderscheid tussen ‘autonomie’ en ‘medebe-

4. Verdieping tekorten Sociaal Domein door wegvallen meevallers inkomenvoorzieningen

Gemeenten moeten uitgaven voor beide taken bekostigen uit

5. Bezuinigingen op traditioneel autonome gemeentetaken leidt tot uitholling leefbaarheid en vitaliteit dorpen en wijken Figuur 21. De hoofdconclusies van het onderzoek.

wind’ gaat niet op bij de financiering van decentrale taken. het gemeentefonds. Gemeenten hebben op veel taakvelden te maken met strakke financiële kaders voor de begroting, verplichtingen liggen vast en veel taken worden uitgevoerd in regionale samenwerkingsverbanden. Er is een duidelijke toename zichtbaar in het aandeel van gemeenschappelijke regelingen. Intergemeentelijke samenwerking richt zich op

24

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

samenwerking om schaalvoordelen te creëren (schaarse kennis,

de periode van 2011-2019 hebben gemeenten in Zuid-Holland,

lagere kosten, een robuuste uitvoering). En op interbestuurlijke

op enkele jaren na, voortdurend te kampen gehad met aan-

samenwerking, die tot doel heeft om grote maatschappelij-

zienlijke tekorten op de exploitatie. Deze structurele tekorten

ke vraagstukken (arbeidsmarkt, economie, energietransitie,

in het sociale domein, voornamelijk op Wmo en Jeugdzorg, en

wonen) regionaal op te lossen. Op de schaal waarop de vraag-

de tekorten bij interbestuurlijke taken, baren de gemeenten

stukken zich manifesteren en oplossingen te vinden zijn. De

zorgen. We zien dat gemeenten deze tekorten oplossen door

verdeling van middelen, kennis en mogelijkheden om samen

bezuinigingen, die voor een belangrijk deel plaats vinden op de

een maatschappelijk vraagstuk interbestuurlijk op te lossen stelt

traditionele taakvelden van de gemeente en door inzet van het

extra eisen aan democratische legitimiteit en verantwoording

eigen vermogen. De gemeenten in Zuid-Holland hebben fors

(ROB, Van den Berg & Leurs, 2020) en beperkt tegelijkertijd de

ingeteerd op hun eigen vermogen. In de periode 2011-2019

bewegingsruimte van de spelers. De kaders, verplichtingen en

daalde het eigen vermogen van € 6,9 miljard in 2011 naar € 5,6

samenwerkingsverbanden laten de gemeenten steeds minder

miljard in 2019. De totale solvabiliteit van alle gemeenten in

ruimte om eigen keuzes te maken. Specifiek kijkend naar het

Zuid-Holland samen is als gevolg hiervan gedaald van 35,51%

sociaal domein verschilt de mate van gemeentelijke beleids-

in 2010 naar 29,44% in 2019. Daarnaast voeren de gemeen-

ruimte sterk. Bij de Jeugdwet en de WMO is de beleidsruimte

ten lastenverhogingen door. De inkomsten uit gemeentelijke

van gemeenten gering en steeds meer beperkt. Dit komt onder

belastingen en heffingen stijgen geleidelijk van € 1,8 miljard in

andere door rechterlijke uitspraken, beperkende maatregelen

2011 naar € 2,1 miljard in 2019. Opvallend is dat de overige in-

vanuit het Rijk en door knellende budgetten. Het navrante

komstenbronnen van gemeenten steeds verder zijn gestegen. De

is dat Jeugdwet en WMO twee grote (en binnen het Sociaal

woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) nemen

Domein de grootste) begrotingsposten zijn met beperkte be-

in 2021 toe met 4,4% ten opzichte van 2020. De verwachting

leidsruimte. Ook in praktische zin neemt de beleidsruimte af.

is dat de financiële problemen de komende jaren aan zullen

Met name het feit dat bij de decentralisaties het Rijk systeem-

houden en zelfs zullen toenemen. En het zorgwekkende is dat

en stelselverantwoordelijk is gebleven heeft geleid tot tal van

deze ontwikkelingen plaats vinden in en periode (2011-2014)

recentralisaties, landelijke standaardisaties (bijvoorbeeld op

waarin Nederland vanuit een crisis zich bewoog naar tijden van

het gebied van tarifering) en reparaties. Het is de combinatie

hoogconjunctuur (2018-2019).

van een nijpend begrotingstekort en formele en praktische

schap onder druk komen te staan. De wens en noodzaak om

In hoeverre kunnen Zuid-Hollandse gemeenten bijdragen aan de interbestuurlijke opgaven voor de komende jaren?

te komen tot een nieuwe, betere balans tussen taken, verant-

De financiële ruimte voor gemeenten om hieraan te kunnen

woordelijkheden, kosten en praktische uitvoerbaarheid wordt

bijdragen is beperkt tot afwezig, zo is gebleken uit de financi-

breed gedeeld. Als we naar het totaal van de begroting van de

ele analyse. Voor de interbestuurlijke opgaven die wij hebben

Zuid-Hollandse gemeenten, ingedeeld volgens de systematiek

onderzocht liggen de verwachte extra structurele apparaats-

van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB, 2019) voor

kosten voor gemeenten in Zuid-Holland op bedrag dat oploopt

beleidsruimte, kijken dan zien we dat gaandeweg het aandeel

naar zo’n € 100 miljoen per jaar. Het is hierbij belangrijk om te

van taakvelden met ‘veel beleidsruimte’ afneemt van gemiddeld

realiseren dat dit bedrag geen betrekking heeft op alle interbe-

40,6% in 2011 naar 25,2% in 2019. Kortom; de gemeenten

stuurlijke opgaven! We zien ook dat er op dit moment vanuit

moeten roeien met de riemen die ze hebben, maar die riemen

het Rijk middelen beschikbaar gesteld worden voor de opgaven

zijn heel kort.

die wij in dit onderzoek hebben onderzocht. Deze middelen

belemmeringen die ervoor zorgen ervoor dat het beoogde effect van de decentralisaties en het goed bedienen van de gemeen-

zijn echter veelal incidenteel van aard en bovendien een stuk

Hoe heeft de financiële ruimte van Zuid-Hollandse gemeenten zich ontwikkeld?

lager dan de kosten die gemeenten maken, ook in de toekomst.

Gemeenten hebben niet alleen beperkte mogelijkheden om te

kosten die op gemeenten, niet alleen in Zuid-Holland, afkomen

sturen, ze ondervinden ook grote financiële problemen: financi-

voor deze nieuwe taken. Wij voorzien dat de huidige wijze van

eel verkeren ze in zwaar weer. En de vraagstukken zijn groot. De

bekostiging in de nabije toekomst zal leiden tot vertraging van

gemeenten roeien op woelige baren. Jaarrekeningen overschrij-

de programma’s, zowel in de beleidsvoorbereiding als in de

den de begrotingen, de solvabiliteit verslechtert, lokale belastin-

uitvoering.

gen en heffingen zijn en worden sterk verhoogd en de mogelijkheden om bij te plussen door grondexploitatie zijn beperkt. In

Er is dus een structurele oplossing nodig voor de aanvullende

25

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Financiële problemen nemen komende jaren toe

Het is noodzakelijk om lering te trekken uit gemaakte fouten en

Hiervoor maakten we al een voorzichtige inschatting van de

praktische onvolkomenheden in de decentralisaties van 2015.

financiële problemen van gemeenten in Zuid-Holland voor

Dat maakt de kans op herhaling kleiner. Gemeenten moeten

de komende jaren, specifiek binnen het sociaal domein. De

beter zijn toegerust op het uitvoeren van nieuwe interbestuur-

financiële knelpunten binnen de andere domeinen komen daar

lijke taken en de implementatie van de Omgevingswet en ze

nog bij. Denk bijvoorbeeld aan de (structurele) financiering

moeten hun huidige taken naar behoren kunnen vervullen.

van (nieuwe) taken als de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en wonen. Bovendien is de verwachting dat

2.

Grotere tekorten sociaal domein door wegvallen

bezuinigingen op andere terreinen (zoals bijvoorbeeld volks-

meevallers inkomensvoorzieningen

huisvesting) in de toekomst zorgen voor nog meer financiële

Als de coronacrisis leidt tot een economische crisis, zal het

druk. Als al deze trends doorzetten en er komen geen wijzi-

aantal mensen dat een beroep doet op de inkomensvoorzienin-

gingen in de financiering van de eerste overheid dan zijn de

gen bij gemeenten hoogstwaarschijnlijk stijgen. Mocht het om

financiële problemen voor gemeenten in Zuid-Holland zeer

dezelfde aantallen gaan als tijdens de financiële crisis in 2008

ernstig. De inschatting is dat bij ongewijzigd beleid het tekort

dan kan het tekort binnen het sociaal domein voor de gemeen-

voor gemeenten in Zuid-Holland binnen afzienbare tijd oploopt

ten in Zuid-Holland oplopen tot € 500 miljoen op jaarbasis.

tot een bedrag tussen de € 500 miljoen en € 700 miljoen per jaar. Dit is ongeveer 10% van het huidige eigen vermogen!

De huidige financiële problemen binnen het sociaal domein worden voornamelijk veroorzaakt door tekorten op Jeugdzorg en Wmo. Overschotten op andere taakvelden binnen het

Drie reële risico’s

sociaal domein (met name inkomensvoorzieningen) zorgden ervoor dat de totale tekorten binnen het sociaal domein enigszins werden gedempt.

In aanvulling op onze hoofdconclusies, zien we voor de nabije toekomst drie reële, niet te negeren, risico’s voor gemeenten in

Voor de komende jaren zijn de (financiële) vooruitzichten in

Zuid-Holland ontstaan. Deze risico’s worden hieronder kort

het sociaal domein niet goed. De verwachting is dat de tekorten

toegelicht.

binnen Jeugdzorg en Wmo voorlopig blijven. Als er ook nog tekorten ontstaan op het gebied van inkomensvoorziening, zijn

1.

Kans op herhaling van fouten bij Omgevingswet

de financiële problemen helemaal niet meer te overzien. Zeker

en Interbestuurlijke Taken

nu de beperkte overschotten op het taakveld huishoudelijke

De decentralisaties in het sociaal domein leveren ons een

hulp dreigen op te drogen als gevolg van het abonnementstarief

belangrijke leerervaring op. In de afgelopen vijf jaar hebben we

hulp in de huishouding.

scherp kunnen zien hoe de decentralisaties financieel, bestuurlijk en praktisch uitpakten. Op tal van vlakken leidden ze niet tot de gewenste resultaten. De combinatie van ‘dienstverlening

3.

Bezuinigingen op traditionele gemeentetaken leiden tot uitholling leefbaarheid en vitaliteit

dicht bij de burger’ en ‘meer ruimte voor lokale beleidsvorming

Eenzaamheid, de ontwrichting van de samenleving en het iso-

en uitvoering’ pakte anders uit dan gedacht. En helaas leidde

lement van groepen zijn onderwerpen die een gerichte aanpak

het overhevelen van taken naar de gemeenten ook niet tot

vragen. De covid-19-periode heeft dat nog eens extra duidelijk

lagere kosten.

gemaakt. De gemeente heeft de beste papieren om te investeren in een inclusieve samenleving met leefbare en vitale kernen,

We moeten leren van deze lessen. Niet omdat leren van je

dorpen en wijken. Maar juist de gemeentelijke taken die bijdra-

ervaringen altijd goed is, maar omdat de penibele situatie van

gen aan vitaliteit en leefbaarheid staan sterk onder druk.

de gemeenten zonder structurele aanpassingen verder zal verslechteren. Als er niets verandert, zal de bestuurskracht van de

De transformatie van een verzuilde samenleving naar een

gemeente in steeds hoger tempo afkalven. Zorgwekkend, want

maatschappij waarin mensen thematisch, in bubbels en hori-

gemeenten krijgen alleen maar meer op hun bordje. Naast hun

zontaal met elkaar verbonden zijn, leidt tot nieuwe maatschap-

bestaande taken moeten zij nu en in de toekomst het hoofd

pelijke vraagstukken, zoals inclusiviteit, participatie, gelijkheid,

bieden aan een aantal grote maatschappelijke vraagstukken die

verbinding en sociale cohesie. Het Sociaal en Cultureel Planbu-

je alleen interbestuurlijk kunt oplossen: de klimaatverandering

reau (SCP) hanteert twee strategische perspectieven om naar

en de energietransitie. En de Omgevingswet staat voor de deur,

de samenleving te kijken: het perspectief van de veranderende

een nieuwe decentralisatie met grote impact.

verzorgingsstaat en het perspectief van insluiting en uitsluiting.

26

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Denkend vanuit de maatschappelijke vraagstukken en de perspectieven van het SCP heeft de eerste overheid, de gemeente, een belangrijke rol. De gemeente staat immers het dichtst bij de samenleving en kan maatwerk leveren, passend bij de samenstelling van de gemeenschap, de kernmerken van het gebied en met aandacht voor de identiteit van de kernen, dorpen of wijken. De verminderde beleidsruimte en de belabberde financiële situatie gooien echter roet in het eten. Omdat gemeenten binnen het sociaal domein en regionale samenwerkingsverbanden weinig sturingsmogelijkheden hebben, worden financiële tekorten afgewenteld op de traditionele taakvelden. Precies die taakvelden die zo belangrijk zijn voor een leefbare en levenskrachtige samenleving. Zelfs in tijden van hoogconjunctuur stonden voorzieningen voor cultuur, sport, buurt- en jongerenzorg onder druk. Een slecht financieel perspectief leidt tot verdere uitholling van voorzieningen en activiteiten die een belangrijke bijdrage leveren aan de leefbaarheid en vitaliteit van steden, dorpen en wijken.

27

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Slotbeschouwing: Een wankele basis voor de autonomie van gemeenten De provincie Zuid-Holland heeft ons als hoofdvraag meegege-

Juist op die taakvelden is armslag nodig en zijn lange riemen

ven: “Wordt nog in voldoende mate voldaan aan het grondwet-

gewenst. Hier is Nederland gebaat bij investeren. In de sociale

telijke uitgangspunt van autonomie en open huishouding van

veiligheid, buurtwerk, in de kwaliteit van de openbare ruimte,

gemeenten in Zuid-Holland”? Van meet af aan was duidelijk

in groenvoorziening, in sport en cultuur. Maar juist dit smalle

dat dit een normatieve vraag is, die niet zonder meer vanuit

gebied waar gemeenten beleidsruimte hebben is wrang genoeg

onze empirische onderzoeksresultaten beantwoord kan worden.

het terrein geworden waar noodzakelijke bezuinigingen moeten worden gevonden.

Een sterke eerste overheid is van groot belang voor gemeenschappen. De vraagstukken die raken aan leefbaarheid en

In financiële termen is het aandeel van taakvelden met ‘veel

vitaliteit van dorpen, wijken en kernen én aan de samenhang

beleidsruimte’, uitgaande van de definities van het ROB, geslon-

en sociale cohesie in gemeenschappen blijven onverkort van

ken van 40,6% in 2011 naar 25,2% in 2019. Bij continuering

belang. Die vraagstukken adresseren ook een goede relatie -met

van het huidige beleid zal deze beleidsruimte verder slinken.

menselijke maat- tussen gemeente en inwoners. In tal van

Zo is de verwachting. Met mogelijk grote consequenties voor

publicaties is juist de laatste jaren hierop gewezen, zoals in het

zwembaden, sporthallen en bibliotheken.

boek “Veenbrand” van Kim Putters en “Groter denken kleiner doen” van Herman Tjeenk Willink.

Johan Rudolph Thorbecke heeft onze grondwet vernieuwd en kan als grondlegger van het parlementarisme gezien worden.

Juist die eerste overheid staat onder druk. Allereerst financieel,

Hij had met de formuleringen van autonomie en open huis-

zo is duidelijk geworden in dit onderzoek. De begrotingen in

houding voor ogen dat gemeenten en provincies volledige

het sociaal domein worden overschreden, het eigen vermogen

zeggenschap zouden hebben over hun grondgebied binnen

loopt in tijden van hoogconjunctuur terug en de solvabiliteit

de grenzen van “hogere” wet- en regelgeving. En al in 1987

daalt.

schreef Thorbecke-kenner Toonen: “De meeste beleidsterreinen waar gemeenten aanvankelijk hun recht op initiatief ontplooid

Ook hebben we gezien dat de beleidsruimte van gemeenten af

hebben, zijn na verloop van tijd het voorwerp geworden van

neemt. Vanwege decentralisaties, interbestuurlijke en inter-

nationale regelgeving. Deze terreinen zijn daarmee aan de au-

gemeentelijke samenwerking en nationale regelgeving. De

tonome taakbehartiging door gemeenten onttrokken” (Toonen,

gemeenten hebben daarentegen juist speelruimte op de traditi-

1987). Maar hij waarschuwt daar meteen bij: “Bij de analyse

onele taakvelden die direct raken aan de leefbaarheid, vitaliteit

van historische ontwikkelingen dient gewaakt te worden voor

en sociale cohesie nodig. Dit zijn ook de taakvelden waar de

de interpretatie waarbij het onttrekken van taken aan de staats-

gemeenteraden sturing kunnen geven aan beleid en uitvoering.

rechtelijke gemeentelijke autonomie gelijkgesteld wordt met een uitholling van de rol en materiële beleidsvrijheid van gemeenten in het staatsbestuur.” Ook de deskundigen die ons onderzoek hebben begeleid en geduid hebben gewaarschuwd voor een al te simpele duiding van de betekenis van onze Grondwet op dit punt.

28

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

De huidige autonomie of vrije beleidsruimte ontwikkelt zich

De vraag of er nog “in voldoende mate wordt voldaan aan het

in een veld waarbij twee aspecten dominant zijn. Allereerst

grondwettelijk uitgangspunt van autonomie en open huishou-

vraagt het ene maatschappelijke vraagstuk om lokaal beleid

ding” en of en hoe wordt omgegaan met de drie hoofdadviezen

(veel vraagstukken verbonden aan vitaliteit en leefbaarheid)

is uiteindelijk een politieke vraag. Ons onderzoek kan slechts

en een ander vraagstuk om een regionale aanpak (wonen,

illustreren dat de vraag buitengewoon urgent is en de adviezen

arbeidsmarkt, energietransitie). Die regionale taken heb-

relevant.

ben een interbestuurlijk karakter. Daarnaast vragen o.a. de decentralisaties om het opbouwen van hoogwaardige kennis en kunde en robuuste uitvoeringsorganisaties. Vanwege schaalvereisten en -voordelen worden veel van deze taken intergemeentelijk georganiseerd. Het geheel laat vanuit een gemeentelijk perspectief een beeld zien van een versmallend deel van de taken dat gericht is op lokaal beleid en lokale uitvoering. En daarnaast een groeiende interbestuurlijke en intergemeentelijke samenwerking. In het rapport van Bernard ter Haar “Als één overheid” worden oplossingen aangedragen om effectiever regionaal samen te werken (SIFV, 2020). De constatering dat maatwerk per opgave nodig is lijkt meer dan terecht. Echter, het plaatst gemeenten politiek-bestuurlijk steeds meer in een positie waarin het speelveld onoverzichtelijk en moeilijk te beïnvloeden is. De legitimiteit van een groot deel van de intergemeentelijke en interbestuurlijke samenwerking is matig ontwikkeld. De toenemende behoefte om te zoeken naar interbestuurlijke aanpakken met meer sturing op het regionale niveau is vanuit de inhoudelijke problematiek logisch en wenselijk, maar zet de sturingsruimte van gemeenten nog verder onder druk. De remedie van opschaling kan behulpzaam zijn, maar zet de oorspronkelijke taken van de gemeenten en de nabijheid bij de gemeenschap onder druk.

Al met al is een democratisch en bestuurlijk ontwricht stelsel ontstaan, waarin bestuurlijke zelfstandige gemeenten in een veelkleurig pallet van samenwerkingsrelaties maatschappelijke vraagstukken proberen op te lossen. Het lijkt daarmee wenselijk dat er een heroverweging omtrent verdergaande decentralisaties plaatsvindt om te voorkomen dat de politiek-bestuurlijke dynamiek in gemeenten verder wordt belast en de bestaande vrije beleidsruimte verder wordt beperkt. Daarnaast is het ook wenselijk dat doordacht gaat worden hoe sturing, financiering en legitimatie in de mix van lokale, interbestuurlijke en intergemeentelijke ambities en uitdagingen evenwichtiger tot stand kan worden gebracht.

35

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Intergemeentelijke en interbestuurlijke samenwerking

a. Rijk is systeem- en stelselverantwoordelijk gebleven

Bij ‘verlengd lokaal bestuur’ gaat het in wezen om een nieuwe

steeds meer medebewindstaken uit, waarmee het beeld van een

overheidslaag waar gemeenten zich naar te voegen hebben.

gedecentraliseerde eenheidsstaat ontstaat. Daarnaast voert de

Of zoals de minister van BZK het zelf verwoordde: ‘Regionale

gemeente autonome taken uit. Het accent in de verhouding

samenwerking kent als verlengd lokaal bestuur op het punt van

tussen autonoom en medebewind ligt weliswaar op de laatste

democratische legitimiteit een aantal inherente beperkingen ten

categorie.

De gemeente is geen autonome bestuurslaag. Ze voert echter

opzichte van gemeenten.’ (Thorbeckebrief, 2019). Op 1 januari 2015 heeft de overdracht van taken op het Hetzelfde probleem speelt bij samenwerkingen op grote-

vlak van de “3D’s” aan de gemeenten plaatsgevonden. De

re schaal. Een voorbeeld is de ‘Gezamenlijke Gemeentelijke

rijksoverheid is echter als systeem- en stelselverantwoordelijke

Uitvoering’ waarbij de VNG collectieve taken (zoals op het

aangewezen, zonder dat expliciet aangegeven is wat deze

gebied van ICT) uitvoert voor de gemeenten. In 2021 is het

verantwoordelijkheid inhoudt.

voorgestelde budget hiervoor € 47.784.600. Gemeenten moeten dit bedrag vanuit hun eigen budgetten ophoesten zonder de

“Mijn indruk is dat op decentraal niveau de mede-

individuele mogelijkheid om hiervan af te wijken.

bewindstaken sterk zijn toegenomen en dat de betekenis van autonome taken juist aanzienlijk is

Ondersteunende initiatieven van de Rijksoverheid (zie bijvoor-

afgenomen”

beeld de impuls rond klimaatadaptatie) brengen ook weer extra

Prof. mr. dr. H. Addink

verplichtingen met zich mee. Hier speelt ook een Europees aspect mee. In Nederland wordt het maken van plannen al gezien

Decentralisatie van medebewindstaken, zoals grootschalig

als het nakomen van een verplichting. In het Europese recht

plaats heeft in het sociale domein, heeft een enorme bestuur-

heb je pas aan je verplichtingen voldaan als het plan daad-

lijkorganisatorische en financiële impact voor gemeenten.

werkelijk is uitgevoerd.

Daarnaast zijn gedeelde verantwoordelijkheden per definitie complex. Ze maken Rijk en gemeenten van elkaar afhankelijk.

Praktische belemmeringen

Deze situatie vraagt intensieve samenwerking, kennisdeling en

Kijkend naar de situatie van gemeenten in Nederland komen

afstemming tussen de gemeenten en het Rijk.

we tot de volgende praktische belemmeringen: Belemmeringen in praktijk (beleidsvrijheid/ sturingsmogelijkheden) a. Rijk is systeem- en stelselverantwoordelijk gebleven

Het vertrouwen van het Rijk in gemeenten (en in de decentralisatie) lijkt beperkt. Het adagium “de eerste overheid kan deze taken beter uitvoeren, want dat is goedkoper” strijdt binnen het Rijk met de behoefte om te monitoren en bij te sturen. Dat dit de werkbaarheid onder druk zet, is evident. Immers, niet op alle

b. Recentralisaties, standaardisaties en reparaties beperken sturingsruimte gemeenten

onderdelen is helder wie waarvoor aan de lat staat. Het ROB heeft in 2019 in het rapport “Ondertussen in Den Haag” hier

c. AVG, integriteit en behoorlijk bestuur remmen innovaties en sterke sturing

al uitgebreid aandacht aan besteed.

d. Effectief sturing geven vraagt om hoogwaardige kennis en kunde

Onder die vlag stellen vakdepartementen eisen aan gemeenten

e. Behoefte aan schaalgrootte en specialistische kennis leidt daarom tot “bouncing”

zoals de invoering van het abonnementstarief of organisato-

f. “Schraalhans is keukenmeester”: sturingscapaciteit wordt weggesneden

en/of geven zij (financiële) prikkels. Inhoudelijke prikkels, rische prikkels, zoals verplichte jeugdzorg-regio’s. Belanghebbenden kunnen de naleving van landelijke regels afdwingen bij de rechter. Een voorbeeld daarvan is de rechtszaak in 2019 van jeugdhulpaanbieders tegen de inkoopcombinatie van de gemeenten in Haaglanden.

Creëren de voorwaarden voor morgen Figuur 30. Praktische belemmeringen.

36

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

b.

Recentralisaties, standaardisaties en reparaties

d.

beperken sturingsruimte gemeenten

Effectief sturing geven vereist hoogwaardige kennis en kunde

Het Rijk voert regelmatig verbeteringen en aanscherpingen van

De verantwoordelijkheid voor een belangrijk deel van de uit-

wetten en regels door. De Tweede Kamer en ook de publieke

voering van het beleid ligt bij de gemeentelijke professionals.

opinie zijn namelijk gevoelig voor ongelijke toepassing van

Het blijkt cruciaal te zijn dat er discretionaire bevoegdheid ligt

regels (bijvoorbeeld het tarief voor Wmo-ondersteuning). Voor

bij de consulenten zodat zij het beleid dat de gemeente bepaalt

een deel is dit inherent aan de invoering van decentralisaties.

kunnen uitvoeren.

Ontstane knelpunten vragen om landelijke maatregelen. Hier-

Echter, wanneer hier geen ruimte voor is, door bijvoorbeeld

door vindt inhoudelijk of organisatorisch een zekere mate van

gebrek aan formatie, kennis en kunde, opleiding of ervaring,

recentralisatie plaats.

zal de uitvoering van de theorie moeilijk zijn. Men is dan vooral bezig met ‘wegwerken’ in plaats van het slim toepassen van

Met recentralisaties, standaardisaties en reparaties (bijv. in het

regels.

geval van jeugdhulp) wordt de ruimte voor gemeenten om te sturen op een passend en betaalbaar sociaal beleid natuurlijk

Daarbij vraagt de innovatiesprong uit punt c om diepgaande

bijzonder sterk beperkt.

kennis op veel beleidsterreinen, krachtige analyses en vormen van datagedreven sturing. Die zijn nodig voor het juist be-

c.

AVG, integriteit en behoorlijk bestuur vragen om

dienen van doelgroepen, het toewijzen van ondersteuning en

innovatiesprong

voorzieningen en het efficiënt inzetten van middelen.

Aandacht voor de bescherming van privacy (AVG 2018), integriteit en behoorlijk bestuur is een goede ontwikkeling. Ze is mede ingegeven door de informatisering van overheid en samenleving.

e.

Behoefte aan schaalgrootte en specialistische kennis leidt tot “bouncing”

Gemeenten willen voor burgers dichtbij en herkenbaar zijn. Sinds de toename van omvang en inhoud van het takenpakket

Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor innovatie en datage-

zijn gemeenten meer gaan samenwerken. Het beleggen van ta-

dreven sturing. Om doelgroepen goed te kunnen bedienen, de

ken bij de gemeente heeft geleid tot veel lagen tussen provincie

juiste ondersteuning toe te wijzen, maar ook om de correcte

en gemeenten. In de Regio-atlas is eenvoudig te zien dat nage-

middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten, zijn er krachtige

noeg alle gemeenten in gemiddeld 30 formele samenwerkings-

analyses nodig en vormen van datagedreven sturing.

verbanden actief zijn. Soms om schaalgrootte te organiseren (met als oogmerk: minder kwetsbaar, robuuster, goedkoper),

Natuurlijk moet dit alles passen binnen de taken en bevoegdhe-

soms om schaarse, hoogwaardige kennis te delen.

den die voor een betrouwbare overheid gelden. Daarbij moet er aandacht zijn voor de mensen om wie het gaat en tegelijkertijd

Hoewel de verantwoordelijkheid na de decentralisaties bij de

oog voor de financiën van de gemeente: een precaire balans.

gemeenten is gelegd, worden taken in werkelijkheid uitgevoerd op regionaal niveau. Op afstand van de gemeenteraad en geor-

Deze balans vraagt niet om risicomijding, voorzichtigheid of

ganiseerd in een gemeenschappelijke en complexe verantwoor-

systemisch denken, maar om een innovatiesprong. Een inno-

delijkheid.

vatiesprong waarin bekendheid met regelgeving, innovatieve analysetechnieken en daarnaast samenwerking met derden

Voor de kleine en middelgrote gemeenten geldt dat zij in de

(bijvoorbeeld met het CBS) belangrijke componenten zijn.

samenwerking afhankelijk en veelal volgend zijn. Vooral als het gaat om de organisatie van de uitvoering, maar ook in de voorbereiding, monitoring en evaluatie van beleid.

37

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

f.

Spanning in begrotingsproces leidt tot

Verdieping 1E

optimistisch begroten in sociaal domein Het begrotingsproces binnen gemeenten is niet alleen com-

Beleidsruimte gemeentelijke baten

plexer geworden, gemeenten hebben ook moeite om de begro-

Gemeenten zijn niet volledig afhankelijk van financiering van-

ting rond te krijgen. Veel posten in de begroting zijn moeilijk

uit de Algemene Uitkering, maar hebben zelf ook de mogelijk-

beïnvloedbaar vanwege hun aard en omdat ze in gemeenschap-

heid om inkomsten te verwerven. Die eigen inkomsten bestaan

pelijkheid worden uitgevoerd.

uit het eigen belastinggebied, leges, heffingen en overige inkomsten. De mate van beleidsruimte verschilt per soort inkomsten.

Het politiek debat spitst zich toe op die posten die gemakkelijk beïnvloedbaar zijn. En dat zijn veelal de traditionele, gemeente-

Onroerend Zaak Belasting

lijke taken die betrekking hebben op de leefbaarheid en vitaliteit

De besteding van de Onroerend Zaak Belasting (OZB) is voor

van kernen, dorpen en wijken. Vaak zijn dit taken waar de lo-

gemeenten volledig vrij. Gemeenteraden mogen de opbrengst

kale volksvertegenwoordiger de sterkste binding mee heeft. Een

aan elk gewenst doel besteden. Aan de heffing van OZB zitten

groot deel van de gemeenten begroot de kosten van het sociaal

wel enkele juridische beperkingen.

domein optimistisch. De gemeenten hanteren de vergoedingsregels uit het gemeentefonds als basis, terwijl ze weten dat de

Zo is het niet mogelijk om bij de OZB-heffing te differentiëren.

kosten overschreden zullen worden.

Er zijn gemeenten die bijvoorbeeld energiezuinige woningen en bedrijven een lager OZB-tarief willen geven. Dat is wettelijk

g.

“Schraalhans is keukenmeester”:

niet mogelijk.

sturingscapaciteit wordt weggesneden In het lastige begrotingsproces vraagt investeren in extra stu-

Een andere wettelijke beperking is de macronorm die jaarlijks

ringscapaciteit om durf en visie. De kost gaat immers voor de

landelijk wordt vastgesteld. Deze norm maximeert jaarlijks de

baat. Veel bestuurders snappen goed dat op de lange termijn

groei van OZB-opbrengsten voor alle gemeenten bij elkaar. De

diepgravende kennis van het sociaal domein en datagedreven

individuele gemeenten hebben wel de mogelijkheid hun tarie-

sturing zich uitbetaalt in beter beleid en besparingen. Alleen is

ven te verhogen.

het bijna ondoenlijk om tijdens een begrotingsproces prioriteit te geven aan een dergelijke investering. Er moeten immers lasti-

Daarnaast zit er een politieke grens aan de OZB-heffing, met

ge besluiten worden genomen over zaken als wegenonderhoud,

name voor woningen. Het is algemeen bekend dat gemeenten

groenvoorziening en het zwembad. De gemeente is beperkt in

hun eigen lastendruk vergelijken met die van buurgemeen-

haar sturingsruimte. Een overheidsorgaan begint daarmee ge-

ten. Grote verschillen, vooral aan de bovenkant, worden niet

lijkenissen te vertonen met een mens die in de schulden zit: op

geaccepteerd door inwoners en raadsleden. Dit effect wordt nog

het moment dat het geld schaars begint te raken, treedt stress

verder versterkt door de jaarlijkse publicaties van COELO over

op, en men richt zich voornamelijk op de korte termijn.

de lokale lastendruk. Geen enkele bestuurder wil in de krant komen met het bericht dat in zijn gemeente de lasten het meest zijn gestegen. Belangenorganisaties, met name Vereniging Eigen Huis, pikken deze ranglijsten ook graag op. De conclusie is dat OZB in theorie grote bewegingsruimte lijkt te bieden, maar politiek en maatschappelijk begrensd is.

Overige gemeentebelastingen Dan zijn er nog enkele andere gemeentebelastingen waarvan de besteding vrij is. Belangrijkste voorbeelden zijn toeristenbelasting, hondenbelasting en reclamebelasting. Hoewel het bij de meeste gemeenten om relatief geringe bedragen gaat, zijn de middelen wettelijk gezien vrij besteedbaar.

38

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Ook hier geldt dat toeristenbelasting maatschappelijk en

(Hoeben, 2015). Deze mogelijkheid is echter recentelijk door de

politiek gezien niet te veel uit de pas kan lopen met omlig-

wetgever afgeschaft. Ze geldt nog tot 2022.

gende gemeenten. De besteding van de hondenbelasting leidt regelmatig tot felle discussies. Hondenbezitters bepleiten vaak

Overige eigen middelen

dat deze belasting onrechtvaardig is: waarom wel voor honden

Tot slot de overige eigen middelen. Dit is de restcategorie waar-

betalen en niet voor katten? Er worden regelmatig procedures

bij vooral de dividenduitkeringen uit deelnemingen substan-

gevoerd over hondenbelasting. Tot op heden met weinig succes,

tieel zijn. Deze zijn vrij te besteden. Ontvangst van dividend

zie bijvoorbeeld Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 15-01-2016,

is afhankelijk van het bezit van aandelen in bedrijven. Naast

14/00632.

energiebedrijven zijn het vooral aandelenpakketten van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en waterleidingbedrijven.

Rioolheffing en afvalstoffenheffing De belangrijkste heffingen zijn de rioolheffing en afvalstoffen-

De laatste tien jaar hebben veel gemeenten hun aandelen in

heffing. Bij de besteding van de opbrengsten zijn gemeenten

energiebedrijven (Nuon, Eneco) verkocht. Dat leverde een een-

gebonden aan een doel: de heffing moet besteed worden aan

malig bedrag op. Op structurele basis zijn er door deze verkoop

respectievelijk het afval en de riolering. Volgens een wettelijk

nu minder dividendopbrengsten. Hiermee is de beleidsruimte

voorgeschreven model moet de gemeente ook onderbouwen dat

van gemeenten feitelijk verder verkleind.

er geen andere zaken betaald worden uit de heffing. Soms kan er, met enige creativiteit, nog wat ruimte gevonden worden om

Verdieping grondexploitaties

kosten van bijvoorbeeld straatvegen deels uit de rioolheffing te

Veel actueel en urgent overheidsbeleid heeft een ruimtelijk

betalen.

aspect in zich. De energietransitie, de stikstofcrisis en de woningbouw zijn belangrijke beleidspunten waarbij ruimte een rol

De kosten van afvalinzameling en -verwerking zijn recent sterk

speelt. De gemeenten hebben, naast het Rijk en de provincies,

gestegen. Dit komt door dalende prijzen voor reststoffen die

de komende jaren de verantwoordelijkheid om een samenhan-

gemeenten ontvangen van vuilverwerkers. Deze opbrengsten

gend ruimtelijk beleid te ontwikkelen.

worden gebruikt om de kosten die verbonden zijn aan het gescheiden inzamelen van plastic, gft en restafval te compense-

Grondposities vormen een groot financieel risico (zie 2012) en

ren. Het gescheiden inzamelen is niet wettelijk verplicht. Het is

tegelijkertijd een enorme mogelijkheid tot het creëren van extra

een uitvloeisel van landelijk beleid dat de VNG is overeengeko-

financiële armslag. Met grondposities lopen gemeenten minder

men met het Rijk. Ook hierbij voelen gemeenten grote druk van

risico’s op grote afboekingen bij een crisis (Binnenlands Be-

het beleid van hogere overheden.

stuur, 2020). Ze hebben daarmee meer ruimte om zelf richting te geven aan gemeentelijk beleid. Voor de financiële crisis van

In de tariefstelling voor riool- en afvalstoffen heeft de gemeen-

2018 was dat zeker het geval.

te wel aanzienlijke ruimte. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om geen afvalstoffenheffing op te leggen (zoals bijvoorbeeld in

Het gat tussen de vraag naar grond en het aanbod wordt nu

Nijmegen) en de kosten te dekken uit OZB-opbrengsten.

enerzijds ingevuld door particuliere investeerders en projectontwikkelaars die bijzonder actief zijn in het verwerven van grond-

Steeds meer gemeenten maken de afvalstoffenheffing afhan-

posities, anderzijds zijn de grondbedrijven van gemeenten de

kelijk van de hoeveelheid aangeboden huisvuil (Diftar) of de

laatste tijd weer meer actief. Ondanks de onzekerheden rondom

omvang van de containers. De meeste gemeenten hanteren een

de coronacrisis geeft 60% van de gemeenten aan de afgelopen

vastrecht voor rioolheffing, maar er zijn ook voorbeelden van

twee jaar grondposities te hebben verworven en 70% is dit de

gemeenten die het af laten hangen van het waterverbruik of

aankomende twee jaar van plan (Stec Groep, 2020).

koppelen aan de WOZ-waarde van de woning. Hierin hebben gemeenten dus behoorlijke ruimte om keuzes te maken.

De kans voor gemeenten om gebiedsontwikkeling en een deel van de bouwproductie draaiende te houden is afhankelijk van

Precario op kabels en leidingen

financiële mogelijkheden, beleidsmatige en politieke keuzen en

Gemeenten kunnen precario heffen op kabels en leidingen. Dit

de regionale behoefte. Niet alleen grondexploitatie is afge-

zorgt voor een behoorlijke opbrengst. In 2016 was de opbrengst

nomen, ook is de regelgeving op veel punten strenger en het

voor alle gemeenten in Nederland tezamen: € 206 miljoen

risico-bewustzijn is groter (Deloitte, 2020).

41

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

• Qua uitvoering van de wet heeft de gemeente weinig sturingsmogelijkheden. Dit komt doordat de toegang en program-

Het schuldhulpverleningstraject van Tamara

ma-uitvoering vaak extern belegd zijn. • Gemeenten kunnen op de preventie sturen. Echter, de wet veronderstelt een bepaalde maakbaarheid van de samenleving en de mens. Uit onderzoek van het NJI blijkt dat autonome megatrends, zoals vereenzaming, polarisatie en flexibilisering, gaan zorgen voor een grotere vraag naar jeugdzorg. De vraag zal zo groot zijn, dat deze niet zomaar met beleid opgelost kan worden. Het onderzoek stelt dan ook de rol van een overheid in de samenleving ter discussie.

Achtergrond Tamara is 45, woont in Leiden en heeft al vijf jaar een kapsalon. Ze was nooit een ster in administratie, maar dat het zo uit de hand kan lopen, wist ze niet. Bij de Belastingdienst bouwt ze een enorme schuld op. Ook heeft ze problemen met het betalen van de hypotheek, nutsvoorzieningen en haar private-leaseauto. In haar wanhoop gebruikt ze twee creditcards om een deel van de belastingschuld af te betalen, maar de schulden op die betaalkaarten worden na verloop van tijd natuurlijk ook torenhoog. Ze zit met haar handen in het haar en is bang dat ze haar kapsalon moet opgeven. Een vriendin die in de gemeente Zwijndrecht woont, krijgt voor hetzelfde probleem passende hulp van een vrijwilliger. Dat wil Tamara ook. Ze wil er alles aan doen om haar schulden af te lossen en te voorkomen dat ze naar de rechter moet vanwege een faillissement. Maar is deze hulp er in de gemeente waar zij woont?

Juridisch Enerzijds is er de Wet op de gemeentelijke schuldhulpverlening. Deze stelt dat gemeenten beleid moeten vormen voor schuldhulp. Anderzijds is er de Wet op de schuldsanering natuurlijke personen. Deze regelt de schuldhulptrajecten via de rechter. Grofweg kan gesteld worden dat het doel van de eerste wet is om te voorkomen dat mensen in de tweede wet belanden, ook al zijn er naast de gemeente andere partijen, zoals bijvoorbeeld beschermingsbewindvoerders, die de bevoegdheid hebben om toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen te geven. Omdat de Wet gemeentelijke schuldhulphulpverlening veel

42

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

ruimte laat voor invulling van de minnelijke schuldhulptrajec-

Het re-integratietraject van Jurre

ten, verschilt de uitvoering van de wet sterk per gemeente. Er zijn zelfs gemeenten die het traject niet aanbieden. Eigenlijk zijn de verschillen zo groot, dat er gesteld kan worden dat er geen stelselverantwoordelijke is voor een schuldregeling. Echter, gemeenten zijn sinds 2021 wel verplicht om meer moeite te doen mensen met schulden te bereiken. Dit ‘outreachend’ werken kan lastig zijn omdat schulden vaak worden opgebouwd bij andere overheden dan de gemeente, zoals bijvoorbeeld de Belastingdienst.

Volumes Er zijn geen betrouwbare cijfers over schuldhulpverlening beschikbaar.

Achtergrond Jurre is 36. Hij heeft een beperking en is voor zijn inkomen

Knelpunten

afhankelijk van de gemeente. Hij heeft eerder wel gewerkt en

• Er is sprake van gemeentelijke beleidsruimte. Omdat de

wil graag deelnemen aan een re-integratietraject bij een externe

gemeenten gaan over het ‘wat’ en het ‘hoe’ en daarmee de

partner van de gemeente. Afgelopen jaar zijn er echter veel in-

invulling van het beleid bepalen, maakt het voor mensen als

woners van deze gemeente in de bijstand ingestroomd. Daarom

Tamara uit in welke gemeente ze woont. Dit knelpunt speelt

koos de gemeente ervoor om de contracten met de externe part-

dus voornamelijk voor de doelgroep.

ners voor de re-integratietrajecten te stoppen.

• Een ander knelpunt betreft de bereikbaarheid van de doel-

Vanaf volgend jaar biedt de gemeente hopelijk weer zelf

groep. Schulden blijven vaak lang verborgen voor de gemeente

re-integratietrajecten aan, maar er zijn nog geen speciale

en soms ook voor de doelgroep zelf. In sommige gevallen zijn

trajecten voor mensen met een beperking opgezet. Jurre is

er andere partijen die de cliënten in de Wet schuldsanering

onzeker over zijn toekomst. Kan de gemeente hem straks nog

natuurlijke personen laten stromen, bijvoorbeeld de recht-

wel een re-integratietraject bieden? Kan hij ooit weer aan het

bank. Het ‘erbij zijn voordat het te laat is’ heeft ook financiële

werk?

impact: namelijk of een schuld kan worden voorkomen of opgelost voordat deze problematisch is geworden.

Juridisch De bundeling uitkeringen inkomensvoorziening gemeenten

• Het slecht kunnen bereiken van de doelgroep wordt versterkt

(BUIG) is de uitkering aan gemeenten om de bijstand en

door de AVG, waardoor gegevens slechts bij een partij bekend

ander levensonderhoud (IOAW, IOAZ, Bbz) van te betalen.

zijn. We merken hier op dat de interpretatie van de wet sterk

Gemeenten kunnen het geld gebruiken voor levensonderhoud

per gemeente kan verschillen. De wetsaanpassing per januari

maar ook voor re-integratietrajecten. Deze trajecten hebben het

2021 brengt wellicht verbetering in het bereiken van de doel-

doel om mensen naar werk te begeleiden. Zij stromen dan uit

groep, doordat deze het mogelijk maakt om vroegsignalering

de bijstand.

toe te passen.

43

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Volume In de volgende figuur is de opbouw van de financiering van

De verschillende hulpverleners van gezin Mulder

de Participatiewet (bedragen x € 1,0 miljoen). Gemeenten ontvangen hun middelen via verschillende bronnen. De bijstandsuitkeringen en de loonkostensubsidies worden betaald vanuit het bijstandsbudget. De re-integratie en begeleiding komt uit het participatiebudget en de vergoeding van de uitvoeringskosten komt uit het zogenoemde cluster Inkomen en Participatie in de Algemene Uitkering in het Gemeentefonds.

1.800

663

Achtergrond 6.220

Livina en Cor Mulder wonen hun met twee kinderen Kaylee

2.440

(15) en Giovanni (12) in Delft. Livina is arbeidsongeschikt Bijstandsbudget Cluster I&P Participatie, excl. Wsw Wsw

Figuur 33

Opbouw financiering Participatiewet

en loopt in de ziektewet. Cor is sinds kort zijn baan als rondvaartschipper kwijt. Het gezin moet nu rondkomen van één bijstandsuitkering en dat lukt nauwelijks. Livina en Cor maken zich grote zorgen.

Knelpunten

Maar hun problemen zijn niet alleen van financiële aard.

• Gezien de juridische en financiële uitgangspositie met

Giovanni zit in een jeugdzorgtraject via bureau Halt en Kaylee

betrekking tot de BUIG is er in beginsel sprake van

heeft een licht verstandelijke beperking waardoor ze veel hulp

gemeentelijke beleidsruimte. Gemeenten mogen voor een

nodig heeft bij haar schoolwerk. De spanningen in het gezin

belangrijk deel zelf bepalen hoe ze hun budget inzetten.

lopen regelmatig hoog op.

• De financiële kaders door instroom zijn dwingend.

Na tips van de buren heeft de gemeente een gezinsbegeleider

Gemeenten zijn verplicht om levensonderhoud uit te keren.

naar de familie Mulder gestuurd. Hier zitten Livina en Cor

Het is gemeenten niet toegestaan om bijstand te weigeren of

echter helemaal niet op te wachten: alweer een hulpverlener

mensen uit te sluiten.

die de boel overhoop komt halen! Ze hebben juist zo’n behoefte aan rust en regelmaat.

• Deze twee punten brengen met zich mee dat gemeenten in eerste instantie wettelijk verplicht zijn de middelen

Juridisch

aan de bijstand te besteden wanneer er tekorten op de

Via zeer veel wetten en instanties en op basis van verplichtingen

BUIG ontstaan. Hierdoor kunnen eventuele aanvullende

kan een gemeente met een gezin in contact komen. De

investeringen uit de BUIG niet of in mindere mate gedaan

scheiding tussen deze wetten is vaak onduidelijk. Gemeenten

worden.

hebben de taak om passende zorg te leveren. Daarmee hebben ze ook de verantwoordelijkheid om de meest complexe casussen

• Wanneer gemeenten alsnog aanvullende investeringen willen

passende aandacht te geven. De vraag is of hier een rol voor

doen, moeten deze uit andere bronnen bekostigd worden.

gemeenten als stelselverantwoordelijke richting de burger ligt, of dat deze verantwoordelijkheid op ministerieel niveau ligt.

44

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

Knelpunten • De gemeentelijke beleidsruimte ten aanzien van de wetten waar een gezin mee in contact kan komen verschilt. Door de hoeveelheid wetten die op een gezin van toepassing kan zijn, is het beleid in zijn totaliteit vrijwel uniek per gemeente. Dit maakt het voor individuen en gezinnen vaak moeilijk om te ontdekken waar ze hulp kunnen krijgen. • Ook voor ambtenaren geldt dat het vaak onduidelijk is welk beleid op wie van toepassing is. Is een multiprobleemgezin bijvoorbeeld primair doelgroep participatie of primair doelgroep jeugd? • Uit de eerdere analyses lijkt het beeld te ontstaan dat de beleidsruimte per subdomein ook verschilt. Financiële druk in het ene subdomein kan een aanpak verstoren in een ander subdomein waar geen financiële druk is. Voorbeeld: het opleggen van een participatiemaatregel aan iemand die net begonnen is aan een schuldhulptraject. Hier kunnen interactie-effecten ontstaan. • Vaak is er binnen dergelijke gezinnen ook sprake van crimineel gedrag. Hierdoor ontstaat een wisselwerking tussen de domeinen zorg en veiligheid. Deze wisselwerking levert beleids- en uitvoeringsproblemen op voor gemeenten binnen de netwerken van zorg en veiligheid. • De complexiteit van het stelsel maakt het lastig om effectieve interventies in te zetten. Het monitoren van de interventies is ook lastig vanwege de verschillende IT-systemen.

• Dit is temeer een probleem omdat informatie en cijfers vaak nodig zijn om autonoom te kunnen sturen. Zonder duidelijke informatie en kaders is het immers niet (goed) mogelijk om uitgangspunten en doelen te bepalen én te verwezenlijken.

45

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

BIJLAGE 3.

Geraadpleegde bronnen • AEF (2020a). Andersson Elffers Felix. Stelsel in groei. Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg. • AEF (2020b). Andersson Elffers Felix. Uitvoeringskosten van

• Minister van BZK, K.H. Ollongren (18 oktober 2019). Toekomst openbaar bestuur ‘Thorbeckebrief’. • Raad voor het Openbaar Bestuur (2019). Ondertussen

het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in

in Den Haag. Over de invloed van de decentralisaties op

2022 – 2030.

het functioneren van de Rijksoverheid.

• BDO Benchmark (2021). Financiële situatie onhoudbaar.

• Raad voor het Openbaar Bestuur (maart 2019). Beleidsvrijheid geduid. Beleidsvrijheid bij decentrale taken: een na­

• Berenschot (2018). Capaciteitskosten van gemeentelijke

dere uitwerking ten behoeve van de financiële verhoudingen.

taken op het gebied van klimaatadaptatie. • Raad voor het Openbaar Bestuur (essaybundel) (juni 2020). • Binnenlands Bestuur (2020). Gemeenten minder kwetsbaar voor vastgoedcrisis.

Van den Berg, C. & Leurs, B.: Hoe bekostig je multilevel governance? Naar goede financiële verhoudingen voor ‘de opgave centraal’. In: Samenwerken, samen betalen?

• CBS (2021). Gemeenten begroten € 11,3 miljard euro aan heffingen in 2021. Digitaal benaderd via: https://www.cbs.

• Rijksoverheid (december 2020). 1e, 2e en 3e pakket corona­

nl/nl-nl/nieuws/2021/04/gemeenten-begroten-11-3-mil-

maatregelen. Digitaal benaderd via: https://www.rijksover-

jard-euro-aan-heffingen-in-2021

heid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/ documenten/circulaires/2020/12/16/decembercirculaire-ge-

• COELO (januari 2021). Kerngegevens belastingen

meentefonds-2020.

grote gemeenten 2021. • SIFV (2020). Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële ver• Decentraal bestuur (september 2020). Beginselen versus prak­

houdingen. Als één overheid. Slagvaardig de toekomst tegemoet!

tijken. Toetsing van decentralisatieprocessen, met aanbevelingen voor versterking.

• VNG-Commissie Gemeentewet en Grondwet (juni 2007). De eerste overheid.

• Deloitte (juni 2020). Omvang grondposities gemeenten verder afgenomen.

• Toonen (1987). Th.A.J.Toonen, “Denken over Binnenlands Bestuur”, VUGA 1987, pp. 186­187

• Hoeben, C (2015). Het onzichtbare precario op ondergrondse leidingen. ESB openbare financiën. Digitaal benaderd via:

• VNG (14 februari 2018). Programmastart Interbestuurlijk Pro­

https://www.coelo.nl/images/artikelen/ESB_onzichtbare_

gramma. Digitaal benaderd via: https://vng.nl/sites/default/

precariobelasting.pdf

files/brieven/2018/attachments/programmastart_ibp_0_0. pdf.

46

Roeien met te korte riemen | Financiële positie en beleidsruimte gemeenten in Zuid-Holland

BIJLAGE 4.

Kerncijfers per gemeente In deze bijlage worden een aantal kerngegeven gepresenteerd voor alle gemeenten in Zuid-Holland. Het grootste gedeelte van de gegevens, solvabiliteit (%), sociaal domein (%) en het aandeel GR’en (%) is samengesteld op basis van IV3-gegevens van het CBS. Voor beleidsruimte (%) geldt dat de IV3-gegevens van het CBS zijn gecombineerd met de methode van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB, 2018), terwijl de inschattingen voor de structurele extra apparaatslasten op het gebied van de energietransitie zijn gebaseerd extern onderzoek dat eerder in opdracht van de ROB werd uitgevoerd (AEF, 2020b). Gemeente

Solvabiliteit (%) 2011

2015

Beleidsruimte (%) 2019

2011

Sociaal domein (%)

2015

2019

2011

2015

2019 38%

Alblasserdam

20%

19%

21%

5,0

4,6

4,4

30%

43%

Albrandswaard

33%

23%

18%

5,6

4,6

4,6

22%

23%

31%

Alphen aan den Rijn

60%

39%

53%

5,3

5,3

4,3

25%

33%

39%

Barendrecht

23%

28%

18%

5,3

4,5

4,5

24%

25%

32%

Bodegraven-Reeuwijk

9%

0%

9%

5,7

4,9

5,0

19%

31%

32%

Brielle

81%

73%

82%

6,4

5,8

5,0

15%

23%

25%

Capelle aan den IJssel

37%

44%

35%

4,4

3,9

4,0

41%

51%

49%

Delft

14%

22%

26%

5,4

3,9

4,3

31%

61%

47%

Dordrecht

58%

49%

51%

5,1

4,6

4,3

37%

48%

50%

Goeree-Overflakkee

27%

23%

23%

4,9

5,0

4,6

28%

38%

35%

Gorinchem

9%

16%

22%

6,5

5,0

4,4

16%

35%

40%

Gouda

7%

9%

17%

5,5

4,9

4,4

26%

43%

44%

Hardinxveld-Giessendam

25%

25%

27%

4,8

5,0

4,4

30%

34%

36%

Hellevoetsluis

23%

19%

3%

5,0

4,6

4,5

34%

43%

27%

Hendrik-Ido-Ambacht

10%

13%

18%

5,9

5,2

5,5

15%

30%

27%

Hillegom

88%

85%

77%

5,5

4,5

4,2

20%

37%

38%

Hoeksche Waard

49%

47%

48%

5,3

4,8

4,3

24%

36%

33%

Kaag en Braassem

9%

26%

23%

6,6

5,0

4,5

11%

32%

28%

Katwijk

41%

33%

33%

6,1

5,2

4,8

18%

34%

35%

Krimpen aan den IJssel

23%

19%

19%

5,3

4,5

4,2

28%

42%

42%

Krimpenerwaard

35%

35%

35%

5,0

4,6

4,4

23%

37%

37%

Lansingerland

23%

16%

31%

5,6

5,7

5,8

18%

22%

23%

Leiden

63%

55%

36%

4,8

4,7

4,4

39%

46%

44%

Leiderdorp

42%

44%

50%

4,8

4,7

4,2

25%

34%

37%

Leidschendam-Voorburg

60%

45%

37%

5,0

4,5

4,0

34%

48%

44%

Lisse

63%

37%

20%

5,2

5,1

4,3

19%

26%

33%

Maassluis

28%

31%

25%

4,1

4,4

4,2

48%

44%

44%

Midden-Delfland

79%

69%

39%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=c33e9c6c-19cc-4bfe-834f-52c0ac038061