1.34b) ontwerp bestemmingsplan Van Buerenlaan 31-33 te Kwintsheul (21-0118981)
Tekst van het document
11
Voor de afvoer van het hemelwater zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals het ophogen van gronden, een hoger bouwpeil van woningen, open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of water vasthouden op particulier terrein, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van wadi's, groene daken, het afkoppelen van hemelwaterafvoer, en dergelijke. De nieuwe woningen zullen het hemelwater op oppervlaktewater lozen. Het plan dient te voldoen aan de Leidraad Riolering West Nederland en de Leidraad aan- en afkoppelen verhard oppervlak en de Beslisboom Aan- en afkoppelen verharde oppervlakten (2003). Het huishoudelijk afvalwater zal middels een drukrioolstelsel aangesloten worden op het gemeentelijk rioolsysteem. Onderstaand figuur 3.5 geeft de huidige situatie weer waaruit blijkt dat het in een gebied ligt van een drukriolering (groene lijn in figuur 3.5), hierop kan de woning aangesloten worden.
Figuur 3.5: situatie riolering rondom plangebied, bron: Verbeterd GRP Westland 2011-2015
Voor lozing van hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; ^ water opvangen door toepassen van vegetatiedaken; ^ (in)filtratie van afstromend hemelwater; ^ afstromend hemelwater afvoeren naar (nabij gelegen) oppervlaktewater; ^ afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. ^
De dakvlakken zullen op oppervlaktewater lozen. Er mag bij de opvang en afvoer van hemelwater geen gebruik worden gemaakt van uitlogende of andere materialen die een negatief effect op de waterkwaliteit kunnen hebben. 3.8
Conclusie
Op basis van het onderzoek dient er voor de beoogde ontwikkeling extra wateroppervlak gegraven te worden ten opzichte van het huidige aanwezig oppervlak. In totaal (Ontwikkeling en Klimaat doelstelling 2050) gaat het om 770 m2. Hiervoor dient een watervergunning te worden aangevraagd. Een aandachtspunt is de drooglegging die met ca 0,75m minder is dan de 1.0m die Delfland adviseert en er wordt derhalve nadrukkelijk geadviseerd om bij de ontwikkeling na te gaan en inzicht te geven in hoeverre het maaiveld nog omhoog kan worden gebracht.
181080/Aqua-Terra Nova303eWT Eind rapportage 8 maart 2021
12
BIJLAGE 1 FASEN WATERTOETS In de startovereenkomst van het Waterbeleid van de 21e eeuw hebben de verschillende overheden afgesproken dat vanaf 14 februari 2001 de watertoets zal worden toegepast in alle ruimtelijke plannen. Op 1 november 2003 is de waterparagraaf wettelijk verplicht gesteld bij ruimtelijke procedures. In de volgende tabel zijn de fasen van de watertoets opgenomen, die door het Hoogheemraadschap van Delfland zijn vastgelegd in de Handreiking watertoets 2018. Voorbereidingsfase nitiatiefnemer inform eert De If land over voornemen
denkt mee en adviseert
betrekt belanghebbenden bij proces
geeft voorwaarden en waterbelangen
raadpleegt informatie Delfland wijst particuliere participanten op water informatie
voorziet initatiefnemer van watennformatie,o.a. kaartbeelden
vraagt waterinformatie op bij Delfland
brengt wateraandachtspunten In
maakt met Delf land afspraken en schrijft af spraken notitie
wijstop watervergunningstraject maaktsamen met initatiefnemer afspraken en ontvangt afsprakennotitie
Afspraken
Voorontwerpfase Initiatiefnemer ontwerpt plan
denkt mee
scbhjftwaterparagraaf met behulp van waterad vies
wäterâdvies
controleert voorontwerp en schrijft
stuurt voorontwerp toe organiseert inspraak
Initiatiefnemer stuurt ontwerpbesluit toe
controleertontwerpbesluit * dient eventueel een zienswijze in overlegt zo nodig met rijk of provincie over zienswijze en âanw ijzing
Vaststellingsfase Initiatiefnemer beantwoordt zienswijzen
controleert vastgesteld plan
s tel l p lan vast
overlegt zonodig metrijkof provincie over zienswijze en aanwijzing
» stuurt vastgesteld plan naar Delfland
Beroepsfase nitiatiefnemer gaateventueel in beroep bij
181080/Aqua-Terra Nova303eWT Eind rapportage 8 maart 2021
13
BIJLAGE 2 PROJECTGEBIED HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE Huidige situatie; projectgebied
In onderstaande afbeelding is het projectgebied globaal aangegeven.
V d'-
w^
Figuur B2.1: Projectgebied (bron Google Maps)
= globale grens projectgebied
181080/Aqua-Terra Nova303eWT Eind rapportage 8 maart 2021
Bron: Google-maps ©
14
Huidige situatie
Het plangebied bestaat uit het volgende: - Bebossing 12.029 m2 - Wateroppervlakte 5.838 m2 - Open Area 7.671 m2 Op bovenstaande onderdelen staan de volgende bebouwingen: - Kassen 920 m2 (zie onderstaande afbeelding) - Burgerwoning 146 m2 - Bedrijfswoning 84 m2 - Stenen schuur 46 m2 Bovenstaande gegevens zijn als volgt ingevuld in de Watersleutel Stedelijk Agrarisch glastuinbouw
Verhard Onverhard Verhard Onverhard
Wateroppervlak Totaal
146 m2 Burgerwoning 0 m2 1.050 m2 Kassen, bedrijfswoning, stenen schuur 18.504 m2 Overig perceel 5.838 m2 25.538 m2
Oppervlak van de huidige kas
Afstand meten Klik op de kaart om Je pad toe te
Totale oppervlakte: 920,20 m2 (9.904,98 vt2) Totale afstand: 121,41 m (398,34 ft)
Figuur B2.2: Oppervlak huidige kas (bron GoogleMaps)
181080/Aqua-Terra Nova303eWT Eindrapportage 3 maart 2021
15
Toekomstige situatie
In onderstaande afbeelding staat de toekomstige situatie weergeven.
4.4,4,4,4,4.4,4,4,4.4,4,4,4,4,4.4,4,4,4
4 4|4
4 4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
L+0+1+L+.1+
Figuur B2.3: Toekomstige situatie van de woning en oprit en nieuw wateroppervlak aan voorzijde perceel (bron Visi)
Indeling toekomstige situatie Stedelijk Agrarisch glastuinbouw Wateroppervlak Totaal
Verhard Onverhard Onverhard Onverhard
1.685 m2 Woning, oprit en terrassen 0 m2 0 m2 18.015 m2 Overig perceel 5.838 m2 25.538 m2
Voor het wateroppervlak is het huidige wateroppervlak aangehouden. Hier is nog niet het extra wateroppervlak aan de voorzijde van het perceel meegenomen.
181080/Aqua-Terra Nova303eWT Eindrapportage 3 maart 2021
16
BIJLAGE 3 LEGGERKAARTEN DELFLAND Primaire watergang
Primair water Leggercode
NL15.340GA55 6000
Leggerdiepte
1,60 m
M inīmale diepte
1,30 m
Lengte (m) Gewoon onderhoud
Hoogheemraadschap van Delfland
Buitengewoon onderhoud
Hoogheemraadschap van Delfland
Zoomen naar 8073
6397 8156
8002
Figuur B2.4: Watergang ten noorden van het projectgebied (Bron: Leggerkaart Delfland)
Vastgesteld waterpeil
Peilgebied met vastgesteld waterpeil Code
GPG2019BZM
/estgesteld waterpe
-0.43
Zoomen naar
Figuur B2.5: Vastgesteld waterpeil (Bron: Leggerkaart Delfland)
181080/Aqua-Terra Nova303eWT Eindrapportage 3 maart 2021
17
BIJLAGE 4 NORMEN BERGINGS- EN AFVOERCAPACITEIT Provinciale Waterverordening(2009)
Vanaf half juli 2014 wordt het beleid van het hoogheemraadschap van Delfland gevolgd volgens de ontwerp Beleidsnota "Beperken en voorkomen wateroverlast". Hierbij staan de normen van de provinciale waterverordening als basis. Hieronder is artikel 2.3 uit de Waterverordening ZuidHolland (2009) letterlijk overgenomen. Artikel 2.3 Normen waterkwantiteit
1. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht geldt, voor het gebied van een gemeente binnen de bebouwde kom, als norm een gemiddelde overstromingskans van: ^ a. 1/100 per jaar voor bebouwing niet zijnde glastuinbouw; ^ b. 1/50 per jaar voor glastuinbouw; ^ c. 1/10 per jaar voor het overige gebied. 2. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop de regionale wateren moeten zijn ingericht geldt, voor het gebied van een gemeente buiten de bebouwde kom, als norm een gemiddelde overstromingskans van: ^ a. 1/100 per jaar voor hoofdinfrastructuur; ^ b. 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw; ^ c. 1/25 per jaar voor akkerbouw; ^ d. 1/10 per jaar voor grasland. 3. Voor de toepassing van het tweede lid is wat betreft het landgebruik de situatie zoals vastgelegd in een ruimtelijk plan bepalend. Indien een ruimtelijk plan onvoldoende duidelijkheid verschaft omtrent het type landgebruik dan kan het landgebruik ook worden bepaald met behulp van het Landelijk Grondgebruikersbestand Nederland versie 5 van Wageningen Universiteit en Researchcentrum. 4. Voor bebouwing, gelegen buiten de bebouwde kom, geldt de norm van het omringend landgebruik genoemd in het tweede lid, onder b, c of d. 5. Gedeputeerde staten kunnen nadere voorschriften stellen aangaande de toepassing van het eerste, tweede en vierde lid.
6. Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het dagelijks bestuur, een leidraad vast voor de door het dagelijks bestuur te verrichten beoordeling van de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren. 7. Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het dagelijks bestuur, het tijdstip vast waarop de inrichting van de regionale wateren voldoet aan de in het eerste, tweede en vierde lid opgenomen normen. Verantwoordelijkheden volgens Waterwet in het kader van de zorgplicht
Iedere perceel eigenaar heeft een zorgplicht om voor kortere of langere tijd het hemelwater dat op zijn/haar perceel valt tijdelijk vast te houden op het perceel. Met de volgende voorzieningen kan de perceel eigenaar het hemelwater opvangen: • platte en/of groene daken • onder parkeerplaatsen ^ in parkeerkelders • grindkoffers onder de verharding ^ onder het glastuinbouwbedrijf ^ in wadi's en andere vormen van groenvoorzieningen ^ vijvers en watertonnen Bovenstaande voorzieningen dienen allemaal om te voorkomen dat het afstromende hemelwater onmiddellijk, tijdens of vlak na de bui het riool- of het oppervlaktewatersysteem belast. Wanneer de perceel eigenaar alles in het werk heeft gesteld om hieraan zo goed mogelijk te voldoen, heeft de gemeente de zorgplicht om het overtollige hemelwater in ontvangst te nemen en te bergen, waarna het waterschap de zorgplicht heeft om dit overtollige water in te nemen en af te voeren via het oppervlaktewatersysteem. Wanneer iedereen hierin een maximale inspanning verricht, zal het Westland minder wateroverlast en een stuk klimaatbestendiger worden. Het uitgangspunt voor het oplossen van de enorme kwantitatieve wateropgave is de trits: Vasthouden - Bergen - Afvoeren
181080/Aqua-Terra Nova303eWT Eindrapportage 3 maart 2021
18
BIJLAGE 5 INFORMEEL ADVIES HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND Toepassing Watersleutel (maart 2021) Proįectnai
8í. omschrijving
3-3-2021
Buerenlaan
Omschrijving
13 7B 0 0 44
Watersysteem
Boezem
pofdeifboezem gemaafcapacibeit peiígebied
24.6
mm/etma.
GPG2Ö07BZM ī-d
kaan
HUIDIG
Oppervlakteverdeling pli ingebīed
TOEKOMSTIG
Stede lijk
verhard infreeċr,/bebou vving
1635
onverhard stedelijk Agrarisch glastuinbouw
verhard gíasgabiad
1050
onverhard gfasgebied
13504
13015
huidig aanwezig
5838
5333
oppervlakte plangebied
25533
25533
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur
verhard ĩandeíijk onverhard landelijk Water
Totaal
Gebied: -kenmerken
HUIDIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
maatgevend peil
NAP m
TOEKOMSTIG
0.32
0.32
gemiddelde drooglegging
Opperv la ktewatei
Ontwikkeling
Totaa
Klimaat 2050
extra te aanwezig totaal te
aandeel plangebied
5333
5833
6603
5373
25.9‘tt
23.4Afe
2.5*11:
Waterbergīng in im3
Totaa
Ontwikkeling
Klimaat 2050
extra :e
181080/Aqua-Terra Nova303eWT Eindrapportage 3 maart 2021
19
Huidig, actueel klimaat, Tl CO
46 uur Ontwikkeling, klimaat 2050, TÍOO
46 uur Grafieken dieren aiieer eer varduideSijlÖ!ìç vbīi tíe prinepes
181080/Aqua-Terra Nova303eWT Eindrapportage 3 maart 2021
20
BIJLAGE 6 LITERATUUR -
Waterbeleid 21e eeuw Kaderrichtlijn Water (KRW) Waterwet (2009) Nota Kaden en Waterkering vreemde Elementen (1999) ABC-Delfland; Hoogheemraadschap van Delfland (2001) Delflands Algemene Keur Legger Binnenwaterkering, landscheidingen, boezem- en polderkade en waterscheidingen Leidraad aan- en afkoppelen verharde oppervlakken Leidraad Riolering West Nederland Beslisboom aan- en afkoppelen verhard oppervlak (2003) Handreiking Watertoets; Hoogheemraadschap van Delfland (2014) Waterkansenkaart Delfland (2004) Delfland op z'n breedst, meerjarig watersysteemonderzoek 1994-2002 Beleidsregel veendijken; Hoogheemraadschap van Delfland (2008) Beleidsregel dempen en graven; Hoogheemraadschap van Delfland (2010) Beleidsregel kunstwerken in wateren; Hoogheemraadschap van Delfland (2010) Realiseren en intensiveren, waterbeheersplan 2006-2009, concept (2005) Projecten ABC-Delfland, overzicht 2007 Provinciale Structuurvisie Provincie Zuid-Holland (2007) Waterverordening Provincie ZH (2009) Wateragenda Zuid-Holland 2012 - 2015 Waterplan Gemeente Westland; Westlands water nu en later (2008); Waterplan Gemeente Westland: Programma 2012 - 2015 (2011) Gemeentelijk Rioleringsplan 2006 - 2010 Beleidsnota "Beperken en voorkomen wateroverlast"; Hoogheemraadschap van Delfland. Juli 2014 Ontwerp Waterbeheerplan 2016 - 2021. Hoogheemraadschap van Delfland.
Delft, 2 juli 2015 http://www.bodemloket.nl, Bodem en waterbodem informatie http://www.ahn.nl hoogtekaart Nederland https://www.google.nl/maps https://www.hhdelfland.nl/ http://hhdelfland.maps.arcgis.com http://www.ruimtelijkeplannen.nl/
181080/Aqua-Terra Nova303eWT Eindrapportage 3 maart 2021
21
Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek
88
yfoŅÍCON
RAPPORT C19-466-O1
Verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek in bodem ter plaatse van de Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul.
Capelle aan den IJssel, 24 januari 2020
358 " .
Opdrachtnemer:
Arnicon B.V.
Opdrachtgevers: Contactpersoon:
De heer R.P.A. van der Arend (Van Buerenlaan 33) De heer A.J.M. van Ruijven (Van Buerenlaan 31A) Dhr. C. Van der Klugt
Boormeester: Protocol: Rapportage: Controle:
R. Tempelaar, O.G.J. de Vries BRL SI KB 2000-2001/2002/2003/2018 B. Tokyay E. Schoen
CAPELLE A/D IJSSEL Molenbaan 7 2908 LL Capelle a/d IJssel
Normec
T. 010 2582 300
mmwä APPINGEDAM Kanaalweg 1 9902 AX Appingedam
^ehec'
ŭ*mm
T. 059 6693 600
www.arnicon.nl
yfoŅICON
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK....................................................................... 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Doel van het onderzoek Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid Rapportage
1 1 1 1
2. RESULTATEN VOORONDERZOEK .......................................................................................... 2 2.1 2.2 2.3
Inleiding Resultaten Hypothese
2 2 4
3. ONDERZOEKSOPZET................................................................................................................... 5 3.1
Onderzoeksprotocollen verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek
5
4. RESULTATEN BODEMONDERZOEK.........................................................................................6 4.1 4.2 4.3 4.4
Veldwerk verkennend bodemonderzoek Veldwerk verkennend asbestonderzoek Chemisch-analytisch onderzoek Analyseresultaten
6 7 8 9
5. SAMENVATTING, CONCLUSIES ENAANBEVELINGEN...................................................... 12 5.1 5.2 5.3
Samenvatting Conclusies Aanbevelingen
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Regionale overzichtskaart Detailtekening Boorstaten Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Analysecertificaten asbest Toetsing conform BoToVa en Toetsingswaarden Historisch informatie Arnicon groep, kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid
Rapport C19-466-O1 Z 24-01-20 Z Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul
12 12 13
yfoŅICON
1.
INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK
1.1
Inleiding
Door de heer Van der Arend en de heer Van Ruijven is aan Arnicon B.V. de opdracht verstrekt tot uitvoering van een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707 ter plaatse van de Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul. Voor de situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de bijlagen 1 en 2. De locatie, met een totale oppervlakte van circa 2.900 m2, is gedeeltelijk bebouwd met een kas en grotendeels onbebouwd. De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw van twee woningen met elk een oppervlakte van circa 1.000 m2.
1.2
Doel van het onderzoek
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of en in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de locatie geleid kan hebben tot verontreiniging van de bodem. Het onderzoek wordt zodanig uitgevoerd, dat een milieuhygiënische beoordeling kan worden gegeven ten aanzien van het (toekomstige) gebruik van de locatie. Het verkennend asbestonderzoek heeft tot doel om na te gaan of er op de locatie sprake is van een bodemverontreiniging met asbest. Het bepalen van de omvang van een eventueel aan te treffen verontreiniging valt buiten het kader van het verkennend onderzoek.
1.3
Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid
Kwaliteitswaarborg De Arnicon Groep en haar medewerkers zijn sinds 2007 door Rijkswaterstaat Leefomgeving/ Bodem+ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) erkend voor het verrichten van diensten vallend onder diverse BRL SIKB protocollen waarmee wordt voldaan aan de wet en regelgeving KWALIBO. De Arnicon Groep is eveneens gecertificeerd voor de kwaliteits- en veiligheidsnormen zoals gesteld in de NEN-EN-ISO 9001:2015 en VCA**.
Onafhankelijkheid De Arnicon Groep en haar medewerkers zijn op geen enkele wijze gelieerd aan de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie. De Arnicon Groep heeft geen enkel (financieel) belang bij het weergeven van de resultaten van het onderzoek. Voor meer informatie over de kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid wordt verwezen naar bijlage 9.
1.4
Rapportage
In dit rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek met hypothese en onderzoeksopzet (hoofdstuk 2) en de resultaten van het bodemonderzoek (hoofdstuk 3) beschreven. Het rapport wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek en de (eventuele) aanbevelingen, die daaruit voortvloeien (hoofdstuk 4).
Rapport C19-466-O1 Z 24-01-20 Z Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul
1
yfoŅICON
2. 2.1
RESULTATEN VOORONDERZOEK Inleiding
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van de locatie en de directe omgeving. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NEN 5725, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek", oktober 2017.
2.2
Resultaten
Locatiebeschrijving De locatie wordt kadastraal aangeduid als gemeente Wateringen, sectie A, nrs. 3515 en 6915 (ged.). De onderzoekslocatie betreft twee kavels van elk 1.000 m2, welke beide bebouwd zullen worden met een woning. De kavels worden als één locatie onderzocht. De oppervlakte van de locatie bedraagt hiermee 2.900 m2 (inclusief ruimte tussen de kavels). De onderzoekslocatie bevindt zich in een kassengebied, ten noordwesten van Kwintsheul en ten westen van Poeldijk. Het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie is momenteel bebouwd met een kas en een woning. Het noordoostelijk deel is onbebouwd. Ten noorden van de onderzoekslocatie bevindt zicht het resterende deel van de percelen voorzien van bebossing met smalle watergangen en een waterpartij welke in open verbinding staat met de rivier ‘’Gantel’’. Ten oosten van de onderzoekslocatie bevinden zich woningen gelegen aan de Gouwlaan. Ten westen van de onderzoekslocatie bevindt zich een sloot welke in verbinding staat met de rivier ‘’Gantel’’ en vervolgens kassen. Ten zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich de Van Buerenlaan met aan de overzijde van de weg kassen.
imĒïi •lia.fi,
ÂfééÉi
Foto 1: Het zuidwestelijk hoek van de onderzoekslocatie.
Historische ontwikkeling f voormalig gebruik Op topografische kaarten uit de periode 1900-1935 is te zien dat de locatie van oudsher is gelegen in een tuinbouwgebied. Na 1935 tot 1998 is de onderzoekslocatie en de nabije omgeving bebouwd geweest met kassen.
Rapport C19-466-O1 i 24-01-20 i Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul
2
yfoŅICON
De kassen op het perceel aan de Van Buerenlaan 33 zijn na 1998 grotendeels gesloopt. De kassen op het noordelijk deel van het perceel ter hoogte van de Van Buerenlaan 31a zijn omstreeks 2008 gesloopt en is er een rechthoekige waterpartij in open verbinding met de rivier ‘’Gantel’’ aangelegd. De huidige woning op het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie (Van Buerenlaan 31a) is sinds begin jaren ‘70 te zien. Volgens www.vastgoedloep.nl dateert deze woning van 1976 en de kas van 2004. Vermoedelijk is de oude kas gesloopt en opnieuw gebouwd. De voormalige woning op het noordoostelijk deel van de onderzoekslocatie (Van Buerenlaan 33) is na 1980 zichtbaar.
Brandstoftanks Op de website www.bodemloket.nl is geen informatie aangetroffen waaruit blijkt dat er op of nabij de locatie ondergrondse tanks hebben gelegen.
Kabels en leidingen Volgens de KLIC-melding met nr. 19G615061 zijn er op de onderzoekslocatie geen kabels en leidingen aanwezig.
Ophogingen/slootdempingen Uit bestudering van historische en recente topografische kaarten blijkt niet dat op de onderzoekslocatie een sloot heeft gelegen welke is gedempt (www.topotiidreis.nl). Voor zover bekend is in het verleden ter plaatse van de locatie geen grond of ander ophoogmateriaal opgebracht.
Maaiveldverhardingen Ter hoogte van de Van Buerenlaan 31a (het zuidwestelijk deel) bestaat de onderzoekslocatie uit een deel van een kas. In de kas is het maaiveld onverhard. Ter hoogte van de Van Buerenlaan 33 (noordoostelijk deel) bestaat het maaiveld ter plaatse van onderzoekslocatie gedeeltelijk uit beton. Voor het overige is het maaiveld onverhard.
Terreininspectie Bij visuele inspectie van de locatie d.d. 28 november 2019 zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen.
Asbest In verband met de aanwezigheid van kassen vanaf circa 1935 en de sloop van kassen dient op de onderzoekslocatie rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van asbest in of op de bodem.
Actief bodembeheer De gemeente Westland heeft een bodembeheerplan (BBP) met bodemkwaliteitskaart opgesteld. De ontgravingskaarten voor de bovengrond geven voor de locatie de zone ‘’wonen’’ aan. De ontgravingskaarten voor de ondergrond geven voor de locatie de zone ‘’achtergrondwaarde’’ aan. Binnen deze zone worden licht verhoogde gehalten verwacht aan diverse zware metalen en PAK.
Bodemonderzoek Uit www.bodemloket.nl is gebleken dat in de omgeving van de locatie de volgende bodemonderzoeken zijn verricht: 1)
Nulsituatie bodemonderzoek aan het Slimpad 14 te Kwintsheul, VanderHelm milieubeheer, rapport nr. RUK95008, 3 mei 1999;
2)
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van het nieuw aan te leggen weggedeelte in de Wippolder te Honselersdijk en Kwintsheul, Mol Ingenieursbureau, rapport nr. 03762, 21 december 2000.
Rapport C19-466-O1 7 24-01-20 7 Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul
3
yfoŅICON
Het onderzoek (1) is uitgevoerd op zuidoostelijk deel van het perceel met nr. 6915. In het rapport wordt de locatie geduid als Slimpad 14 te Kwintsheul. De aanleiding tot het onderzoek was het vastleggen van de nulsituatie. Op de locatie is een glastuinbouwbedrijf gevestigd met een bedrijfsruimte, voorzien van een betonnen vloer. In de bedrijfsruimte vindt de opslag van vloeibare meststoffen plaats op lekbakken. Op de locatie bevindt zich ook een schuur met een betonvloer waar opslag en aanmaak van bestrijdingsmiddelen en meststoffen plaats vindt. Ter plaatse van de opslag en aanmaakplaats voor bestrijdingsmiddelen en meststoffen zijn boringen verricht en geanalyseerd op het standaardanalysepakket en EOX. Uit het laboratoriumonderzoek is gebleken dat er op de locatie sprake is van een matig verhoogd gehalte aan lood en licht verhoogde gehalten diverse zware metalen en EOX. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten diverse zware metalen gemeten. Er is geen verhoogd gehalte EOX gemeten in het grondwater. In verband met een matig verhoogd gehalte aan lood in de bodem is aanbevolen om een nader bodemonderzoek uit te voeren. De onderzoekslocatie van de nulsituatieonderzoek bevindt zich op circa 20 meter ten oosten van het geplande bouwvlak. In bijlage 8 is de tekening uit het rapport toegevoegd.
Het onderzoek (2) is deels uitgevoerd langs de Van Buerenlaan, ter hoogte van de percelen Van Buerenlaan 31a en 33. Dit deel werd als niet-verdachte locatiegedeelte beschouwd. De bovengrond van het wegtracé is onderzocht in een mengmonster waarbij licht verhoogde gehalten lood, zink, kwik, PAK en minerale olie zijn gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen en minerale olie gemeten.
Bodemopbouw De holocene deklaag heeft een dikte van 20 m en is opgebouwd uit slecht doorlatende klei en veenlagen. De freatische grondwaterspiegel kan worden aangetroffen vanaf een diepte van circa 1,0 m-mv. Het freatische grondwater is zoetwater. De stromingsrichting van het freatische grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals oppervlaktewateren, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (bijvoorbeeld kabel- en leidingtracées, funderingen) en drainage. Bovenstaande informatie is afkomstig uit TNO-grondwaterkaarten en www.dinoloket.nl.
Toekomstig gebruik Op de onderzoekslocatie is de bouw van twee woning gepland.
2.3
Hypothese
De bovengrond op de onderzoekslocaties dient als verdacht te worden beschouwd op bodemverontreiniging met asbest en bestrijdingsmiddelen. De ondergrond wordt als onverdacht beschouwd. Voor het overige wordt de locatie vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging beschouwd als onverdacht, waarbij in de bovengrond licht verhoogde gehalten zware metalen/PAK worden verwacht (klasse wonen).
Rapport C19-466-O1 7 24-01-20 7 Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul
4
yfoŅICON
3.
ONDERZOEKSOPZET
3.1
Onderzoeksprotocollen verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek
Het verkennend bodemonderzoek op de locatie wordt uitgevoerd volgens de strategie ONV-NL (onverdacht niet lijnvormig), zoals omschreven in de NEN 5740:2009 en NEN 57407A1:2016 in combinatie met een verkennend asbestonderzoek in bodem conform de NEN 5707. In aanvulling hierop wordt het analysepakket voor de bovengrond uitgebreid met bestrijdingsmiddelen. De onderzoeksprotocollen van NEN 5740 en NEN 5707 zijn op elkaar afgestemd, zodat de monstername tegelijkertijd en op dezelfde monsternamepunten kan plaatsvinden. Inspectiegaten worden gecombineerd met boringen uitgevoerd. Op dezelfde plaatsen worden eerst monsters genomen ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek en vervolgens inspectiegaten gegraven en monsters genomen voor het verkennend asbest in bodemonderzoek. Graven van inspectiegaten geschiedt tot een diepte van 0,5 m-mv. Voor monstername van dieper gelegen bodemlagen wordt conform de NEN 5707 gebruik gemaakt van een Edelmanboor 0 12 cm. Per bouwkavel wordt de bovengrond separaat geanalyseerd op het standaardanalysepakket en aanvullend op bestrijdingsmiddelen. De ondergrondmonsters voor de twee bouwkavels worden als één mengmonster geanalyseerd. Voor de twee bouwkavels wordt één centrale peilbuis geplaatst en bemonsterd op het standaardanalysepakket. Per bouwkavel worden 6 inspectiegaten gegraven en afzonderlijk geanalyseerd op asbest.
Graaf-, boor- en analyseprogramma In tabel 1 is het graaf-, boor en analyseprogramma gegeven in de vorm van aantallen gegraven sleuven/inspectiegaten en uitgevoerde analyses. Plaats
Aantal boringen/ Diepte inspectiegaten (m-mv)
Onderzoekslocatie 10 (i.g.) (ca. 2900 m2)
0,5
2 (i.g.)
2,0
Waarvan Analyses met peilbuis grond
1 (n)
2 x STAP-1 + OCB 1 x Asbest-G 1 x STAP-1
Analyses grondwater
Opmerkingen
Conform NEN 57077 combineren met NEN 5740 boringen. 1 x STAP-W
De ondergrond en het grondwater worden voor beide bouwkavels gezamenlijk onderzocht.
"boring tot 0,5 m beneden de grondwaterstand, tenminste tot 1,0 m-mv en maximaal tot 2,0 m-mv (n) = bovenzijde filter tenminste 0,5 m-gws STAP-^ standaardpakket grond inclusief organische stof en lutum: 9 zware metalen, PAK (10 VROM), PCB's (som 7) en minerale olie (C10-C40) STAP-W= standaardpakket grondwater: 9 zware metalen, vluchtige aromaten (BTEXN+styreen), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl; 16 st. inclusief vinylchloride), chloorbenzenen, bromoform en minerale olie OCB= bestrijdingsmiddelen asbest-G= asbestanalyse grond kwantitatief (monster 10 kg)
Rapport C19-466-O1 7 24-01-20 7 Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul
5
yfoŅICON
4.
RESULTATEN BODEMONDERZOEK
4.1
Veldwerk verkennend bodemonderzoek
Het veldwerk is op 28 november 2019 uitgevoerd door O.G.J. de Vries en R. Tempelaar (erkende veldwerkers SIKB 2000 - 2001) van Arnicon B.V. Daarbij zijn verspreid over de locatie 12 handboringen verricht (de boringen nrs. 01 t/m 12). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor. Het boorgat van boring 06 is benut voor de plaatsing van een peilbuis (peilbuis 06). De situering van de boringen is weergegeven op bijlage 2. Ter plaatse van het noordoostelijke kavel (Van Buerenlaan 33, boringen 01 t/m 06) is tijdens het veldwerk gebleken dat het bodemprofiel tot 1,0 m-mv bestaat uit siltig zand. De ondergrond vanaf 1,0 m-mv bestaat uit siltige klei. Ter plaatse van het zuidwestelijk kavel (Van Buerenlaan 31a, boringen 07 t/m 12) is tijdens het veldwerk gebleken dat het bodemprofiel tot de geboorde diepte van 2,0 m-mv volledig bestaat uit zandige klei. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de boringen waargenomen op een diepte van 1,20 m-mv. Voor een meer nauwkeurige weergave van het bodemprofiel wordt verwezen naar bijlage 3.
Zintuiglijke waarnemingen grond Bij zintuiglijk onderzoek zijn geen afwijkingen waargenomen aan het opgeboorde bodemmateriaal. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in het opgeboorde bodemmateriaal.
Grondwater De bemonstering van het grondwater is uitgevoerd op 6 december 2019 door R. Tempelaar van Arnicon B.V. (erkend veldwerker SIKB 2000 - 2002). In tabel 3 is een overzicht gegeven van de peilbuisgegevens en zintuiglijke waarnemingen en metingen aan het grondwater. TABEL 3: METINGEN GRONDWATER Peilbuis
Filterdiepte (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (pH) '
Geleidbaarheid (ijS/cm)
Troebelheid (NTU)
06-1-1
1,70-2,70
1,10
7,56
1.380
68
Afwijkingen van de protocollen Het veldwerk is uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000. De gemeten waarde voor de troebelheid (NTU) in peilbuis 06 is groter dan 10 en is daarmee een afwijking van de geldende norm. De afwijking valt te relateren aan de grondslag ter plaatse van de onderzochte locatie (klei/veen). Ingeschat wordt dat deze afwijking niet significant van invloed is op de onderzoeksresultaten. Voor het overige zijn er geen afwijkingen.
Rapport C19-466-O1 7 24-01-20 7 Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul
6
yfoŅICON
4.2
Veldwerk verkennend asbestonderzoek
Het veldwerk is op 28 november 2019 uitgevoerd door O.G.J. de Vries (erkend veldwerker SIKB 2000 - 2018) van Arnicon B.V.
Maaiveldinspectie Tijdens de maaiveldinspectie is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in de bovenste 1 cm van de toplaag. De inspectie op beide percelen is uitgevoerd bij regenachtig weer. Het maaiveld ter plaatse van de Van Buerenlaan 31a bestaat uit landbouwgrond. De inspectieefficiency hierbij is 100 7o. Het maaiveld ter plaatse van de Van Buerenlaan 33 bestaat deels uit beton. De inspectie-efficiency hierbij wordt geschat op 30 7o.
Inspectiegaten Met een schep zijn verspreid over de locatie Van Buerenlaan 33, 6 inspectiegaten gegraven van 0,3 x 0,3 x 0,5 m (IG01 t/m IG06). Ter plaatse van de locatie Van Buerenlaan 31a zijn tevens ook met de schep 6 inspectiegaten gegraven van 0,3 x 0,3 x 0,5 m (IG 07 t/m IG12) De situering van de inspectiegaten is weergegeven op bijlage 2. Van het opgegraven materiaal is een inschatting gemaakt van het percentage puin. Hieruit blijkt dat, het percentage puin voor beide locatie 0 7 bedraagt en het materiaal als grond conform NEN 5707 onderzocht kan worden. Het uitgegraven materiaal is uitgespreid, geharkt/gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Van de bodemlagen is per locatie een representatief mengmonster samengesteld van de fractie ^0 mm (gezeefd). In het uitgegraven bodemmateriaal uit de inspectiegaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Onderstaande foto’s geven een indruk van het uitgegraven bodemmateriaal. JLSk.
' '
V-
Foto 3: inspectiegat 03
":»v.
Foto 4: inspectiegat 08
Gedurende het veldwerk is het vochtgehalte van de grond gemeten. Dit lag tussen 15 en 24 07o. Na inspectie en monstername zijn de gaten gedicht met het uitgegraven materiaal.
Afwijkingen Het veldwerk is uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000. Er zijn geen afwijkingen.
Rapport C19-466-O1 7 24-01-20 7 Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul
7
yfoŅICON
4.3
Chemisch-analytisch onderzoek
Meng- en analyseprogramma Het meng- en analyseprogramma voor de onderzochte grond- en grondwatermonsters is weergegeven in tabel 5. In deze tabel corresponderen de monsternummers met de boringnummers en zijn de dieptetrajecten aangegeven, waaruit de monsters afkomstig zijn. Tevens is in deze tabel de samenstelling van de monsters vermeld. TABEL 5: (MENG-) EN ANALYSEPROGRAMMA GROND EN GRONDWATER (Meng-) monstercode
Boring 7 peilbuis nummers met (filter-) diepte in m-mv
Bodemmateriaal
Analyses grond
01 (0,00-0,50) 02 (0,00-0,50) 03 (0,00-0,50) 04 (0,00-0,50) 05 (0,00-0,50) 06 (0,00-0,50) MM2 07 (0,00-0,50) 08 (0,00-0,50) V. Buerenlaan 31A 09 (0,00-0,50) 10 (0,00-0,50) (Zuidwest) 11 (0,00-0,50) 12 (0,00-0,50) MM3 06 (1,00-1,50) 07 (0,50-1,00)
Zand, matig siltig
STAP-1 + OCB
Klei, matig zandig
STAP-1 + OCB
Klei, matig siltig
STAP-1
MM1
Analyses grondwater
V. Buerenlaan 33 (noordoost)
-
STAP-^
standaardpakket grond inclusief organische stof en lutum: 9 zware metalen, PAK (10 VROM), PCB (som 7) en minerale olie (C10-C40) STAP-W= standaardpakket grondwater: 9 zware metalen, vluchtige aromaten (BTEXN+styreen), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl; 16 st. inclusief vinylchloride), chloorbenzenen, bromoform en minerale olie OCB= bestrijdingsmiddelen
Het chemisch-analytisch onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam en de analysecertificaten zijn bijgevoegd als bijlage 4 (grond) en 5 (grondwater). SYNLAB is geaccrediteerd volgens de door de Raad van Accreditatie gestelde criteria voor testlaboratoria conform ISO/IEC 17025:2005 en erkend door Rijkswaterstaat Leefomgeving/ Bodem+ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) voor 'Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek' (AS3000).
Toetsingskader De analyseresultaten zijn conform BoToVa voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675) en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit bodemkwaliteit (Staatscourant 20 december 2007, nr. 247). In bijlage 7 zijn de toetsings waarden weergegeven voor standaardbodem (1007o organische stof, 2507o lutum). Om de mate van verontreiniging aan te geven, wordt de volgende terminologie gehanteerd: niet verhoogd: gehalte lager dan of gelijk aan de Achtergrondwaarde (AW) of de Streefwaarde (S) licht verhoogd: gehalte hoger dan de Achtergrondwaarde of de Streefwaarde, maar lager dan de tussenwaarde (^{AW+I} of ^{S+I}) matig verhoogd: gehalte hoger dan of gelijk aan de tussenwaarde, maar lager dan de Interventiewaarde (I) 9 sterk verhoogd: gehalte hoger dan of gelijk aan de Interventiewaarde 9
9
Saneren Bodemverontreiniging veroorzaakt na 1987 dient volgens het zorgplichtartikel van de Wet bodembescherming zo spoedig mogelijk en zo volledig mogelijk ongedaan te worden gemaakt. De mate van verontreiniging is in deze gevallen niet zo zeer van belang. Het tijdstip van veroorzaken is bepalend voor de verplichting tot saneren.
Rapport C19-466-O1 7 24-01-20 7 Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul
8
yfoŅICON
Bodemverontreiniging die geheel of grotendeels is veroorzaakt voor 1987 wordt in het kader van de Wet bodembescherming beschouwd als “historisch”. Voor een historisch geval wordt de saneringsnoodzaak beoordeeld aan de hand van het volumecriterium. Wanneer in een bodemvolume van meer dan 25 m3 of 100 m3 grondwater de interventiewaarde wordt overschreden voor één of meer stoffen is volgens de Wet bodembescherming sprake van een geval van ernstige verontreiniging. Indien er sprake is van onaanvaardbare risico’s dient de verontreiniging met spoed te worden gesaneerd. Ernstige verontreinigingen die niet met spoed hoeven te worden gesaneerd, dienen op enig moment te worden gesaneerd, meestal in het kader van herinrichting.
Asbest Sinds 1 januari 2003 is de interventiewaarde voor asbest van kracht. Het is een gewogen norm van 100 mg/kg (de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Er bestaat geen achtergrondwaarde voor asbest in grond. De restconcentratie- of hergebruiknorm is per 1 maart 2003 eveneens vastgesteld op 100 mg/kg d.s. (gewogen concentratie). Voor 1 januari 2003 werd bij beoordelen van de verontreinigingsgraad onderscheid gemaakt tussen hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest. Hier is vanaf gestapt omdat hechtgebonden asbest door bewerking, verwering e.d. kan worden omgezet in niethechtgebonden asbest. Voor het beoordelen van actuele gezondheidsrisico's blijft het onderscheid wél van belang.
4.4
Analyseresultaten
Aan de hand van de analyseresultaten (zie bijlagen 4 en 5 voor de certificaten) en de voor grond omgerekende gehalten zijn overschrijdingstabellen samengesteld. In deze tabellen zijn per monster de overschrijdingen van de achtergrondwaarde (AW), de streefwaarde (S), de interventiewaarde (I) of de toetsingswaarde voor nader onderzoek aangegeven. Voor de toetsingstabellen conform BoToVa wordt verwezen naar bijlage 7. TABEL 6: OVERSCHRIJDINGSTABEL GROND Analysemonster
Traject (m -mv)
> AW ^index)
MM1
01 (0,00-0,50) 02 (0,00-0,50) 03 (0,00-0,50) 04 (0,00-0,50) 05 (0,00-0,50) 06 (0,00-0,50)
Cadmium (0,00) Koper (0,00) Kwik (0,00) Lood (0,10) Zink (0,18) PCB (0,01) som DDT (0,25) som DDD (0,00) som DDE (0,11) som aldrin/dieldrin/endrin (0,30) Cadmium (0,02) Koper (0,05) Kwik (0,04) Lood (0,11) Zink (0,29) som DDD (0,00) som aldrin/dieldrin/endrin (0,02) Nikkel (0,01)
V. Buerenlaan 33 (noordoost)
MM2
07 (0,00-0,50)
V. Buerenlaan 31A 08 (0,00-0,50) (Zuidwest) 09 (0,00-0,50) 10 (0,00-0,50) 11 (0,00-0,50) 12 (0,00-0,50) MM3
06 (1,00-1,50) 07 (0,50-1,00)
> T ^index)
> I ^index)
-
-
-
-
> AW : > Achtergrondwaarde >T : > Tussenwaarde >I : > Interventiewaarde index: (GSSD - AW) Z (I - AW); GSSD = gestandaardiseerde meetwaarde (voor 1007o o.s. en 2507o lutum)
Rapport C19-466-O1 / 24-01-20 / Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul
9
yfoŅICON
TABEL 7: ASBEST IN GRONDMONSTERS (gehalten in mg/kg d.s.) Monster
concentratie concentratie serpentijnasbest amfiboolasbest
gewogen concentratie
AMM1
1,2
c2
1,2
c2
c2
c2
toetsing aan de interventiewaarde
hechtgebonden J/N
N
V. Buerenlaan 33 (Noordoost) AMM2
V. Buerenlaan 31A (Zuidwest) TOETSING: het gewogen gehalte is kleiner of gelijk aan de interventiewaarde ^ de gewogen concentratie is kleiner dan de interventiewaarde maar groter dan 500A van de interventiewaarde H het gehalte is groter dan de interventiewaarde
TABEL 8: OVERSCHRIJDINGSTABEL GRONDWATER Grondwatermonster
Filterdiepte (m -mv)
> S ^index)
> T ^index)
> I ^index)
06-1-1
1,70-2,70
Barium (0,07) Nikkel (0,02) '
-
-
>S >T >I index
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (MW - S) Z (I - S); MW = meetwaarde
Interpretatie Uit tabel 6 blijkt dat in zowel de bovengrond als de ondergrond licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen, PCB en bestrijdingsmiddelen zijn gemeten. Bovengrond Van Buerenlaan 33 (Noordoost) In het bovengrondmengmonster (MM1) zijn licht verhoogde gehalten diverse zware metalen, PCB en diverse bestrijdingsmiddelen gemeten. Bij toetsing aan de normen van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) is de bovengrond (MM1) ‘’niet toepasbaar’’ in verband met de gemeten gehalten aan som aldrin/dieldrin/endrin. Uit tabel 7 en bijlage 6 blijkt dat in mengmonster AMM1 (Van Buerenlaan 33) 5 fragmenten asbest zijn aangetroffen, namelijk niet hechtgebonden isolatie materiaal in de fractie 1-2 mm en 2-4 mm. Het betreft chrysotiel asbest. Het gewogen gehalte aan asbest is 1,2 mg/ kg d.s. Dit gehalte is ruimschoots onder de interventiewaarde. Bovengrond Van Buerenlaan 31a (Zuidwest) In het bovengrondmengmonster (MM2) zijn licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen en diverse bestrijdingsmiddelen gemeten. Bij toetsing aan de normen van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) is de bovengrond (MM2) toepasbaar als klasse ‘’industrie’’. In het mengmonster AMM2 (Van Buerenlaan 31A) is geen asbest aangetoond. Ondergrond In het ondergrondmengmonster (MM3) is een licht verhoogd gehalte aan nikkel gemeten.
Bij toetsing aan de normen van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) is de ondergrond (MM3) ‘’altijd toepasbaar’’.
Rapport C19-466-O1 / 24-01-20 / Van Buerenlaan 31a en 33 te Kwintsheul
10