1.33a) Verzoek om vaststellen Nota VTH omgevingsdienst Haaglanden (20-0231175)
Tekst van het document
de stoffenadministratie;
» » « « » »
keuringen (van installaties en voorzieningen); afvalstoffenregistratie; energieregistratie; de procesadministratie; de financiële administratie; de relatie tussen de hierboven genoemde administraties.
Gebiedscontroles Tijdens een rondgang door het beheergebied worden steeksproefgewijs locaties en bedrijven gecontroleerd. Ketentoezicht Ketentoezicht is het op elkaar afgestemde toezicht van één of meer toezichthoudende instanties op de naleving, de kwaliteit of de veiligheid van een handeling of zaak, dat zich uitstrekt tot alle partijen die achtereenvolgens betrokken zijn bij deze handeling of zaak. Ketentoezicht richt zich dus op processen waar verschillende organisaties als schakels in een keten bij betrokken zijn (zoals bij afvalverwerking of grondverzet).
5.5 Richtlijnen voor een uniforme aanpak Om effectief controles uit te voeren en een uniforme aanpak te garanderen gelden verschillende richtlijnen voor de toezichthouders. Deze richtlijnen zijn vastgelegd in werkinstructies. Deze richtlijnen zijn gericht op: » » » « » »
voorbereiding; uitvoering van een controle; rapportage; registreren van controlegegevens; het bepalen van de vervolgstap middels een handhavingsstrategie; voortgangsbewaking.
Voorbereiding
De voorbereiding van een toezichtbezoek vindt in eerste instantie plaats op basis van aanwezig materiaal (dossieronderzoek). Hierbij wordt gebruik gemaakt van de aanwezige vergunningen of de overige regels die op de inrichting van toepassing zijn (bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit milieubeheer, maatwerkvoorschriften of de Waterwet). Ook andere correspondentie, eerdere bezoekverslagen, meetresultaten, klachten, enzovoorts worden gebruikt om het bezoek voor te bereiden. Daarbij is het van belang dat het dossier van het desbetreffende object actueel is. Uitvoering De toezichthouder wordt tijdens het bedrijfsbezoek in de regel begeleid door een bedrijfsfunctionaris/uitvoerder die de noodzakelijke informatie verschaft. Door het verkrijgen van informatie, het inzien van documenten en administratieve bescheiden en door het visueel controleren van de inrichting (eventueel met fotomateriaal of meetresultaten onderbouwd) kan de toezichthouder vaststellen of er een overtreding van de regels plaatsvindt.
25
Rapportage Naar aanleiding van de bevindingen maakt de toezichthouder altijd een rapportage. Deze rapportage bevat tenminste de volgende informatie: *
algemene gegevens van het toezichtbezoek (datum, naam en adresgegevens, van toepassing zijnde
» » »
rege I gevi n g/ve rgu n n i n g); welke personen bij het bezoek aanwezig waren dan wel waarmee is gesproken; bevindingen (eventueel onderbouwd met meetgegevens of foto’s); vermelden van geconstateerde overtredingen en de daarover gemaakte afspraken;
»
overige afspraken.
Indien een toezichthouder een controlebezoek of een andere vorm van toezicht uitoefent, is het van belang dat de uitkomsten hiervan digitaal worden vastgelegd. Niet alleen als er overtredingen worden geconstateerd, maar ook als er geen bijzonderheden zijn waargenomen. De wijze van vastleggingen het detailniveau van vastlegging is beschreven in werkinstructies. Voortgangsbewaking hercontrole Indien bij een uitgevoerde controle afwijkingen of overtredingen geconstateerd worden, vindt meestal na afloop van een bepaalde hersteltermijn, een hercontrole plaats. Bij zgn. aflopende delicten, situaties die niet meer hersteld kunnen worden, is een hercontrole niet aan de orde, bijv. bij overtredingen van de geluidsnormen. De overtreding kan niet meer ongedaan worden, indien nodig wordt wel een verscherpt toezichtregìme toegepast.
5.6 Roulatiesysteem toezichthouders In de eerste plaats moet de toezichthouder onafhankelijk opereren om belangenconflicten te voorkomen. Geloofwaardig toezichthouden en sanctioneren zijn namelijk gebaat bij een onafhankelijk en onpartijdig proces. Om het onafhankelijk opereren van de toezichthouders te bewerkstellingen is een scheiding doorgevoerd tussen het verlenen van vergunningen en het behandelen van meldingen versus het houden van toezicht. Overigens blijft er wel tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving een nadrukkelijke wisselwerking bestaan. Afstemming tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving is dan ook op beleidsmatig terrein en bij de uitvoering noodzakelijk. Alle inrichtingen waarmee een vaste handhavingsrelatie bestaat, dit zijn de complexere bedrijven, krijgen vanuit toezicht een vaste contactpersoon toegewezen. Het is in het algemeen belang dat de toezichthouder de toezichts- en sanctioneringstaak goed kan uitvoeren. Daarvoor is het noodzakelijk dat aan een aantal voorwaarden wordt voldaan: »
» »
de toezichthouder moet qua opleiding en ervaring voldoende zijn toegerust (op grond van de kwaliteitscriteria 2.2). Dat geldt niet alleen voor het ontwikkelen van inhoudelijke kennis, maar ook voor de gewenste vaardigheden (competenties); tevens moet de toezichthouder tijd krijgen om (de werkprocessen van) het bedrijf te leren kennen en zich op de hoogte te stellen van de relevante ontwikkelingen binnen het bedrijf en/of bedrijfstak; om het toezicht op een adequaat niveau plaats te laten vinden is het noodzakelijk om een toezichthouder gedurende een bepaalde tijd aan een inrichting toe te wijzen. Rekening houdend met enerzijds het gegeven dat de kennis en ervaring van de toezichthouder optimaal kan worden ingezet en tegelijkertijd continuïteit van het toezicht gewaarborgd wordt. Anderzijds moet rekening worden gehouden met het feit dat er voldoende afstand moet blijven tot de problematiek van de inrichtingen/of management (er mag geen bedrijfsblindheid of schijn van partijdigheid ontstaan). Vanuit dit oogpunt wordt gestreefd naar een maximale termijn van vijfjaar. Na het verstrijken van deze termijn is roulatie van de toezichthouder gewenst. Als de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan hiervan worden afgeweken.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een toezichthouder zeer specialistische kennis heeft ten aanzien van een bedrijf(stak) en om die reden moeilijk vervangen kan worden. 26
Hoofstuk 6 Sanctiestrategie en gedoogstrategie 6.1 Sanctiestrategie De landelijke sanctiestrategie, die door de gemeenten voor de Omgevingsdienst Haaglanden reeds is vastgesteld, biedteen landelijk geldend referentiekader voor toezichthouders om een bij bevindingen een passende reactie te bepalen. Uit het oogpunt van rechtsgelijkheid is het doel van de landelijke handhavingsstrategie: ‘Uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven door passend te interveniëren bij iedere bevinding, in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes te maken en interventies op vergelijkbare wijze te kiezen en toe te passen op nationale schaal door het bestuurlijk bevoegd gezag į de Omgevingsdiensten, het OM, de politie en de landelijke inspecties. ’ Ernst en aedraa De reactie op overtredingen wordt in de landelijke handhavingsstrategie bepaald aan de hand van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Positionering in een matrix is uiteindelijk bepalend voor het/de in te zetten instrument/instrumenten.
Aanzienlijk dreigend en onomkeerbaar
z LU
Van belang
O > O :2
UJ (J O 5
Beperkt
Vrijwel nihil
Goedwillend Onbedoeld Pro-actief
Moet kunnen onverschillig
« *
Calculerend Recidive Bewust belemmerend
D Crimineel * Fraude Oplichting Witwassen
GEDRAG VAN DE OVERTREDER
LEGENDA Lichte segmenten. Bestuursrechtelijk optreden is aangewezen
Middensegmenten. Bestuursrechtelijk, bestuursrechtelijk en strafrechtelijk of strafrechtelijk optreden is aangewezen. Strafrechtelijk optreden komt vooral in beeld naarmate er (meer) verzwarende aspecten zijn (zoals 'verkregen financieel voordeel').
Zware segmenten. Strafrechtelijk optreden is in elk geval aangewezen, terwijl in veel gevallen ook bestuursrechtelijk optreden is aangewezen
Figuur 11: Sanctiematrix landelijke handhavingsstrategie De complete landelijke sanctiestrategie is te vinden op https://www.infomil.nl/publish/pages/98833/lhs 1-7 een passende interventie bij iedere bevinding.pdf
27
Als in het kader van de uitvoering van de sanctiestrategie wordt overgegaan tot oplegging van een last onder dwangsom, wordt de hoogte van de dwangsom en de lengte van de begunstigingstermijn bepaald aan de hand van de meest actuele versie van het daarvoor geldende Protocol dwangsombedragen en -termijnen milieu. Daarin staan per soort overtreding richtinggevende dwangsomhoogtes en termijnen genoemd. Dit ter bevordering van de uniformiteit bij het nemen van dwangsombesluiten. Ingeval overgegaan wordt tot strafrechtelijke handhaving kan gekozen worden voor het opmaken van een proces-verbaal of het opleggen van een Bestuurlijke Strafbeschikking milieu (BSB-m). De beleidsregel hieromtrent is te vinden op http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/PDFoutput/Actueel/Omgevingsdienst%20Haaglanden/CVDR 489333.pdf
6.2 Gedoogstrategie Onder gedogen wordt verstaan: de met handhaving belaste overheidsinstantie treedt na constatering van de overtreding niet (of nog niet) handhavend op. Constatering van de overtreding vloeit daarbij voort uit de toezichthoudende taken van de overheidsinstantie. Benadrukt wordt dat het, volgens deze definitie, noodzaketijk is dat een overtreding wordt geconstateerd alvorens kan worden gesproken van gedogen. Het niet constateren van overtredingen valt niet onder de definitie van gedogen. Gedogen kan alleen in uitzonderingsgevallen aanvaardbaar zijn. Gewaarborgd moet zijn dat van de bevoegdheid tot gedogen een terughoudend, zorgvuldig en verantwoord gebruik wordt gemaakt. In het landelijk beleidskader gedogen worden dan ook uitdrukkelijk grenzen gesteld aan gedogen. Van handhaven afzien kan alleen op basis van een vastgestelde gedoogstrategie, waarbij het landelijke kader onverkort dient te worden gevolgd. De Omgevingsdienst Haaglanden volgt daarom de nota ‘Gedogen in Nederland' (1996), waarin de criteria voor gedogen zijn opgenomen, (zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25085-2.html).
28
Hoofstuk 7 Omgevingswet In 2022 treedt de Omgevingswet inwerking. De komst van de Omgevingswet betekent dat er veel verandert. De Omgevingswet integreert 26 wetten met betrekking tot de fysieke leefomgeving (onder andere op het gebied van: bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur) in één wet. De wet heeft tot doel dat verschillende plannen en regels voor de fysieke leefomgeving beter op elkaar worden afgestemd en dat er meer ruimte komt voor (particuliere) initiatieven. Om dat mogelijk te maken kunnen decentraal (door gemeenten, provincie, waterschappen) voor een deel regels gesteld worden waar deze nu nog landelijk bepaald zijn. Zo kan meer variatie in regels en normen ontstaan en komt er voor de Omgevingsdienst Haaglanden mogelijk meer nadruk te liggen op toezicht en handhaving en op integrale afstemming in het proces voorafgaand aan een vergunning (vooroverleg) om vermijdbare handhavingsissues of -problemen te voorkomen. Het vraagt om een andere benadering en een nieuwe manier van werken in het kader van de Omgevingswet. Bij het nieuwe werken gaat het om een aantal aspecten: » » »
een andere beoordeling van initiatieven (niet voldoen aan een regel niet direct als fout beoordelen, maar bekijken wat wet mogelijk is); integraal denken en werken (inclusief samenwerking tussen de verschillende organisaties); terugkoppeling naar beleid en planvorming.
“’Om de Omgevingsdienst Haaglanden zich goed te kunnen laten voorbereiden, mede gelet op de taken die vanuit Omgevingswet en de bijbehorende visies en plannen naar voren gaan komen, is samenwerking met ketenpartners van belang. Het is bijvoorbeeld aan te raden om de Omgevingsdienst Haaglanden op voorhand te betrekken bij de visie- en planvorming door gemeenten in het kader van de Omgevingswet. Regionale verschillen Gemeenten zijn vanuit de Omgevingswet verplicht een omgevingsvisie en een omgevingsplan op te stellen. De omgevingsvisie moet een samenhangend strategisch beeld geven van de fysieke leefomgeving van de gemeente. In de omgevingsvisie wordt per gemeente aangegeven wat voor waar de prioriteiten liggen. Onderwerpen als duurzaamheid, klìmaatadaptatie, gezondheid en veiligheid moeten hierin een plek krijgen. In het omgevingsplan kan de gemeente regels stellen aan milieueisen, ruimtelijke inrichting enzovoort. Dat betekent dat er binnen de regio verschillen kunnen ontstaan. Voor de Omgevingsdienst Haaglanden geldt dat per gemeente moet worden bekeken welke normen en regels er voor een gebied of gebiedstype gelden. Risicoanalyse In 2020 wordt gestart met een nieuwe risicoanalyse voor het werkgebied van de Omgevingsdienst Haaglanden. De prioriteiten voor de komende vier járen worden dan bepaald (2021-2024).
In de uit te voeren risicoanalyse moet rekening worden gehouden met de verschillende ambities uit de omgevingsvisies van de deelnemende gemeenten (voor zover die in 2020 al beschikbaar zijn). Verdwijnen begrip inrichting Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het begrip inrichting losgelaten. De ‘milieubelastende activiteit’ is het nieuwe uitgangspunt. Dit betekent (deels) een andere manier van werken. Deels bestaat dit al, op dit moment zijn er ook al diverse activiteiten buiten inrichtingen die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, hiervoor gelden nu ook al algemene regels. De vergunningplicht voor milieubelastende activiteiten in de Omgevingswet omvat alle (aangewezen) activiteiten met milieugevolgen (en dus ook die buiten inrichtingen).
29
Bijlage 1 Overzicht benodigde gegevens en bijlagen voor bepaalde branches en activiteiten bij een melding Activiteitenbesluit (deze lijst is niet limitatief). Overzicht benodigde gegevens en bijlagen voor bepaalde branches en activiteiten bij een melding Activiteitenbesluit Benodigde gegevens en bijlagen
Branche of activiteit Agrarisch
U m m m m
Betonindustrie Bodemsanering of proefbronnering Defensie - opslag munitie Gesloten bodemenergiesysteem (vorm van warmte-koudeopslag met een bodemwarmtewisselaar) Laboratorium of praktijkruimte Middelgrote stookinstallatie Ontwatering Op- en overslaan van afvalstoffen
n m m m m
m m m m
m
Polyesterharsverwerking (Rubber- en kunststofindustrie) Rioolwaterzuiveringsinstallaties
m
m m
Voedingsmiddelenindustrie
m m
Werkzaamheden aan vaste objecten in nabijheid van een oppervlaktewaterlichaan Diverse activiteiten binnen bepaalde grenzc
m
m m
m
aantallen landbouwhuisdieren gegevens over huisvestingssystemen gegevens over emissies dierenverblijven inputgegevens luchtkwaliteitsmodel ISL3a gegevens over lozingen binnen en buiten inrichting luchtkwaliteitsonderzoek gegevens over de uitvoering munitie-QRA kenmerken van het systeem overige gegevens gegevens over biologische agentia gegevens over de stookinstallatie gegevens over het lozen van grondwater gegevens over opslaan, overslaan, bewerken of verwerken van afvalstoffen van buiten de inrichting procedurebeschrijving acceptatie en controle afvalstoffen beschrijving geuraanpak beschrijving geuraanpak gegevens over de installatie beschrijving geuraanpak gegevens over omvangrijke lozingen werkplan sloop-, renovatie- of nieuwbouwwerkzaamheden rapport bodemonderzoek gegevens over lozing huishoudelijk afvalwater anders dan op het vuil waterriool rapport akoestisch onderzoek
30
Overzicht benodigde gegevens en bijlagen afhankelijk van activiteiten over bepaalde milieuthema's bij een melding Activiteitenbesluit Benodigde gegevens en bijlagen
Milieuthema m
Afval m m
Bodem
m m
Geluid Lucht en geur
m m
m m m m
Lozingen
m m
a
a
a
m
Veiligheid
a
gegevens over opslaan, overslaan, bewerken of verwerken van afvalstoffen van buiten de inrichting procedurebeschrijving acceptatie en controle afvalstoffen rapport bodemonderzoek gegevens over bodemsanering of proefbronnering gegevens over gesloten bodemenergiesysteem rapport akoestisch onderzoek beschrijving aanpak geurhinder (rwzi, verwerken polyesterhars, voedingsmiddelenindustrie) luchtkwaliteitsonderzoek (betonindustrie) gegevens over emissies dierenverblijven inputgegevens luchtkwaliteitsmodel ISL3a (agrarisch) gegevens over middelgrote stookinstallaties gegevens over het lozen van grondwater bij ontwatering gegevens over lozing huishoudelijk afvalwater anders dan op het vuilwaterriool gegevens over lozingen bij agrarische activiteiten (binnen en buiten inrichting) gegevens over omvangrijke lozingen bij voedingsmiddelen productie werkplan sloop-, renovatie- of nieuwbouwwerkzaamheden bij werkzaamheden nabij oppervlaktewater gegevens over RWZI Munitie-QRA bij opslaan of bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen bij defensie-inrichtingen
31
Port Betaald Port Payé Pays-Bas
omgevingsdienst
HAAGLANDEN
Postbus 14060, 2501 GB Den Haag