CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.21b) ontwerpbestemmingsplan Kralingerpad te De Lier (21-0317570)

Gemeenteraad 25 januari 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de Lijst met Ingekomen Stukken (LIS)40.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. inhoud van een dienstwoning bedraagt ten hoogste 1,5x de oppervlakte die op grond van 3.5.2.a, onder 4. gebruikt mag worden ten behoeve van het wonen in een dienstwoning; de inhoud van alle gebouwen behorende bij een dienstwoning bedraagt ten hoogste 1.000 m3 4.

d.

e. f.

b______ Hoofdgebouwen en daar aangebouwde gebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen, zijnde dienstwoningen en daar aangebouwde gebouwen gelden de volgende bouwregels: 1. voor het bouwen van hoofdgebouwen en daar aangebouwde gebouwen gelden de volgende maten ten aanzien van de positionering: 1. de afstand tot aan de bestemmingsgrens of grens van het privé gebruik van gronden bedraagt: » ten minste 3 m.; of « ten minste 1 m., indien: - de afstand van het hoofdgebouw tot aan de bestemmingsgrens of grens van het privé gebruik van gronden ten minste 3 m. bedraagt; - de goothoogte ten hoogste 3 m. bedraagt of ten hoogste 0,3 m. boven de eerste verdieping bedraagt tot ten hoogste 4 m.; - de bouwhoogte ten hoogste 5 m. bedraagt; of *

0 m., indien: - hoofdgebouwen in de bestemmingsgrens of grens van het privé gebruik van gronden aaneen worden gebouwd; of - de goothoogte ten hoogste 3 m. bedraagt of ten hoogste 0,3 m. boven de eerste verdieping bedraagt tot ten hoogste 4 m.; - de bouwhoogte ten hoogste 5 m. bedraagt;

2.

3.

de afstand tot wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, bedraagt tot: * het hart van een weg uit categorie 1 ten minste 22,50 m.; * het hart van een weg uit categorie 2ten minste 17,50 m.; » het hart van een weg uit categorie 3 ten minste 12,50 m.; « de boveninsteek van een vaarweg ten minste 4 m.; de afstand tot wegen of watergangen, niet opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, bedraagt tot: * hethart van een weg ten minste 7,50 m.; * de boveninsteek van een hoofdwatergang in boezemgebied ten minste 1 m.; * de boveninsteek van een hoofdwatergang in poldergebied ten minste 4 m.; * de boveninsteek van een watergang tot 2 m. breed ten minste 1,50 m.; » de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in boezemgebied ten

91

minste 1,50 m.; de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in poldergebied ten minste 1 m.; * de boveninsteek van een watergang meer dan 5 m. breed ten minste 1 m.; de afstand van het hoofdgebouw tot aan een kas, bedrijfsgebouw en overige bedrijfsbouwwerken (m.u.v. van een (natte) koeltoren, windturbine en wkk-installatie) bedraagt minimaal 12,5 m.; de afstand tot een windturbine van een derde bedraagt ten minste 4x de as-hoogte; de afstand tot een (natte) koeltoren en/of wkk-installatie bedraagt ten minste 65 m.; de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 10 m.; indien de maten als bedoeld onder 1. t/m 5. ertoe zouden leiden dat niet op de bestaande vergunde maten (terug)gebouwd kan worden, dan mag ten hoogste tot en met de bestaande maten worden teruggebouwd. *

2. 3. 4. 5. 6.

c______ Vrijstaande bijgebouwen Voor het bouwen van vrijstaande bijgebouwen behorende bij dienstwoningen behorende bij een glastuinbouwbedrijf gelden de volgende bouwregels: 1. een vrijstaand bijgebouw dient ten minste 2 m. achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; 2. de afstand van het gehele vrijstaande bijgebouw tot het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 15 m.; 3. de oppervlakte bedraagt ten hoogste 500Zo van het zij- en achtererf; 4. de inhoud bedraagt ten hoogste 300 m3; 5. de goothoogte bedraagt ten hoogste 3 m.; 6. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 5 m.; 7. wordt gebouwd in erfgrens of op een afstand van minimaal 1 meter tot de erfgrens. d______ Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde, behorende bij dienstwoningen behorende bij een glastuinbouwbedrijf gelden de volgende bouwregels: 1. een overkapping dient ten minste 2 m. achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; 2. de afstand van een vrijstaande overkapping tot het hoofdgebouw bedraagt ten minste 3 m.; 3. de afstand van de gehele overkapping tot het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 15 m.; 4. de afstand van een overkapping tot de bestemmingsgrens bedraagt ten minste 1 m., tenzij in de bestemmingsgrens wordt gebouwd; 5. de oppervlakte van overkappingen bedraagt ten hoogste 50 m2; 6. de bouwhoogte van een overkapping bedraagt ten hoogste 3 m.; 7.

de bouwhoogte van een erfafscheiding tussen de openbare weg en 2 meter achter de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m.; 8. de bouwhoogte van een erfafscheiding elders bedraagt ten hoogste 2 m.; 9. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 2 m. 3.2.6 Uitzonderingen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zaadteelt en zaadveredelingsbedrijf Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zaadteelt en zaadveredelingsbedrijf' zijn de regels in 3.2.1, 3.2.3, 3.5.1 lid a onder 1 en 3.5.3 lid a niet van toepassing, en gelden de volgende regels: Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd, uitgevoerd of in stand worden gehouden: a. kassen; b. bedrijfsgebouwen; c. niet zelfstandige kantoren met een oppervlakte van maximaal 500Zo van totale bruto vloeroppervlak van het aanwezige bedrijf; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals reclamezuilen/constructies, (natte) koeltorens, e. CO2-tanks, watersilo's, watertanks, wkk-installaties, installaties voor het opwekken, leveren en opslaan van energie en/of warmte en voorzieningen voor het bergen, leveren en zuiveren van (giet-)water; f. werken, geen bouwwerk zijnde, zoals waterbassins en verkeerskunstwerken; g. bestaande dienstwoningen, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', met de daarbij behorende bouwwerken;

92

h.

multifunctioneel centrum, ter plaats van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-multifunctioneel centrum'.

en hiervoor gelden de volgende regels: Algemeen i. een reclamezuil of -constructie op gronden die onderdeel uitmaken van het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf wordt gebouwd; j. voldaan wordt aan de geldende parkeernorm; k. een (vracht-)wagen op eigen terrein kan keren indien dat bedrijf ontsluit op een weg, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen; l. de breedte van een in/uitrit naar een bedrijfsgebouw bedraagt maximaal 10 meter. Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden aanvullend de volgende regels: a. b. c. d.

bedrijfsgebouwen kunnen niet fysiek verbonden met kassen worden gebouwd; bedrijfsgebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak; niet zelfstandige kantoorruimten en multifunctioneel centrum maken onderdeel uit van het bedrijfsgebouw. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'.

Glastuinbouwbedrijven Met betrekking tot het gebruik gelden; a. een bedrijfsruimte gebruikt mag worden ten behoeve van de opslag en verwerking van gekweekte producten afkomstig van diverse bedrijven; b. het centraal verwerken en verpakken van producten die elders geteeld worden in een bedrijfsruimte behorende bij het bedrijf. Voor kassen en overige bedrijfsbouwwerken zijn de regels zoals genoemd in 3.2.2 en 3.2.4. van overeenkomstige toepassing; 3.2.7 a. b.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde per glastuinbouwbedrijf bedraagt het aantal vlaggenmasten ten hoogste 3; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste: 1. van erfafscheidingen tussen de openbare weg en 2 meter achter de voorgevelrooilijn 1 m; 2. van erfafscheidingen elders: 2 m; 3. van vlaggenmasten: 6 m; 4. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m.

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Algemeen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.

b.

3.2.1. onder g. om bouwwerken te bouwen en/of werken uit te voeren als bedoeld in 3.2.1. onder a. t/m e., waarbij de oppervlakte aan kassen, behorende bij het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf, minder dan 15.000 m*2 3 bedraagt, 14 indien: 1. de oppervlakte aan kassen ten minste 5.000 m2 bedraagt; 2. is aangetoond dat er sprake is van een gespecialiseerde kweek die op deze beperkte schaal bedrijfseconomisch verantwoord en levensvatbaar is; 3. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. 3.2.1. onder g. om bouwwerken te bouwen en/of werken uit te voeren als bedoeld in 3.2.1. onder a. t/m e., waarbij de oppervlakte aan kassen, behorende bij het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf, minder dan 15.000 m2 bedraagt, indien: 1. de oppervlakte ten minste 5.000 m2 bedraagt; 2. de kassen onderdeel uitmaken van een glastuinbouwbedrijf met ten minste 15.000 m2 aan kassen;

93

c.

d.

3.3.2

3. de kassen geen afbreuk doen aan de bruikbaarheid van aangrenzende percelen; 4. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. 3.2.1. onder j. om minder dan 4 parkeerplaatsen per hectare aan te leggen, indien: 1. ten minste 2 parkeerplaatsen per hectare worden aangelegd; 2. dit voldoende is voor het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf; 3. dit niet op verkeerskundige bezwaren stuit. 3.2.1. onder k. om een (voor-)terrein in te richten waar een (vracht-)wagen niet op eigen terrein kan keren bij een glastuinbouwbedrijf dat ontsluit op een weg uit categorie 1,2 of 3, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, indien: 1. er sprake is van een bestaand glastuinbouwbedrijf; 2. het onmogelijk en/of om andere dan verkeerskundige redenen niet wenselijk is om op het eigen terrein te kunnen keren; 3. er een duidelijk onderscheid is tussen het privé en openbaar terrein; 4. dit niet op verkeerskundige bezwaren stuit. Kassen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor de bouw van kassen afwijken van het bepaalde in: a.

b.

c.

d.

e.

3.2.2, onder a.1. en 3. om kassen dichterbij het hart van een weg te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde weg gedeeltelijk dichterbij wordt gebouwd; 2. de gemiddelde afstand van de kas tot aan de weg ten minste 9 meter bedraagt of, indien de aan te houden afstanden ertoe zou leiden dat hierdoor onevenredig veel kasoppervlak verloren zou gaan en/of de (bestaande) kaslijn wordt doorbroken; 3. een (vracht-)wagen op eigen terrein kan keren bij een glastuinbouwbedrijf dat ontsluit op een weg uit categorie 1 of 2, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen; 4. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 5. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit. 3.2.2 onder a.2. m kassen dichterbij de boveninsteek van een vaarweg te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een vaarweg gedeeltelijk dichterbij wordt gebouwd; 2. de gemiddelde afstand van de kas tot aan de watergang ten minste 1,5 meter bedraagt of, indien de aan te houden afstanden ertoe zou leiden dat hierdoor onevenredig veel kasoppervlak verloren zou gaan en/of de (bestaande) kaslijn wordt doorbroken; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4.

dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; 5. advies wordt ingewonnen bij de waterbeheerder. 3.2.2 onder a.3. om kassen dichterbij de -niet aan wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, gelegen- erfscheiding te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde erfscheiding dichterbij wordt gebouwd; 2. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 3. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit. 3.2.2 onder a.4. en a.5. om kassen dichterbij het hoofdgebouw van een woning te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde woning dichterbij wordt gebouwd; 2. de bestaande afstand -zoals aanwezig ten tijde van de tervisielegging van het bestemmingsplan- niet wordt verkleind; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit. 3.2.2 onder a.4. en a.5. om kassen dichterbij het hoofdgebouw van een woning te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde woning dichterbij wordt gebouwd; 2.

de aan te houden afstanden ertoe zou leiden dat hierdoor onevenredig veel kasoppervlak verloren zou gaan en/of de (bestaande) kaslijn wordt doorbroken; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende

94

percelen; uit onderzoek gebleken is dat de beoogde afstand tot aan het hoofdgebouw van een woning niet tot milieu hygiënische bezwaren leidt; 5. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; 6. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. 3.2.2 onder b. om kassen te bouwen met een goothoogte van ten hoogste 10 m. indien: 1. dit doelmatig is voor het glastuinbouwbedrijf; 2. de afstand tot wegen als bedoeld in 3.2.2 onder a. en b. evenredig toeneemt met de overschrijding van de toegestane goothoogte als bedoeld in 3.2.2 onder c.; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. dit niet op cultuurhistorische, ecologische, landschappelijke en/of stedenbouwkundige bezwaren stuit; 5. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. 3.2.2 onder b. om kassen te bouwen met een goothoogte van ten hoogste 18 m. indien: 1. de kas op het bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf wordt gebouwd (zogenoemd meervoudig ruimtegebruik); 2. de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 1, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 25 m. bedraagt; 3. de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 1, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 1,5x de bouwhoogte bedraagt; 4.

de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 2, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 20 m. bedraagt; 5. de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 2, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 1,5x de bouwhoogte bedraagt; 6. de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 3 en overige wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 15 m. bedraagt. 7. de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 3 en overige wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 1x de bouwhoogte bedraagt; 8. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 9. dit niet op cultuurhistorische, ecologische, landschappelijke, stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit; 10. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. 3.2.2 onder c. om kassen te bouwen met een bouwhoogte van ten hoogste 13,50 m. indien: 1. dit doelmatig is voor het glastuinbouwbedrijf; 2. de afstand tot wegen als bedoeld in 3.2.2 onder a. en b. evenredig toeneemt met de overschrijding van de toegestane bouwhoogte als bedoeld in 3.2.2 onder c.; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4.

dit niet op cultuurhistorische, ecologische, landschappelijke en/of stedenbouwkundige bezwaren stuit; 5. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. 3.2.2 onder c. om kassen te bouwen met een bouwhoogte van ten hoogste 20 m. indien: 1. de kas op het bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf wordt gebouwd (zogenoemd meervoudig ruimtegebruik); 2. de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 1, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 25 m. bedraagt; 3. de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 1, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 1,5x de bouwhoogte bedraagt; 4. de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 2, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 20 m. bedraagt; 5. de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 2, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 1,5x de bouwhoogte bedraagt; 6. de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 3 en overige wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 15 m. bedraagt. 7. de afstand tot aan het hart van een weg uit categorie 3 en overige wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, ten minste 1x de bouwhoogte bedraagt; 8. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4.

f.

g.

h.

i.

95

9.

dit niet op cultuurhistorische, ecologische, landschappelijke, stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit; 10. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. j. 3.2.2 onder d. om meer dan 300Zo van de gevels van een kas te voorzien van niet licht doorlatend materiaal, indien: 1. dit doelmatig is voor het glastuinbouwbedrijf; 2. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 3. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; 4. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. 3.3.3

Bedrijfsgebouwen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor de bouw van bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf afwijken van het bepaalde in: a. 3.2.3, onder a.1. en 3. om bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf dichterbij het hart van een weg te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde weg gedeeltelijk dichterbij wordt gebouwd; 2. een (vracht-)wagen op eigen terrein kan keren bij een glastuinbouwbedrijf dat ontsluit op een weg uit categorie 1 of 2, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit; 5. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. b. 3.2.3 onder a.2. bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf dichterbij de boveninsteek van een vaarweg te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een vaarweg gedeeltelijk dichterbij wordt gebouwd; 2. de gemiddelde afstand van het bedrijfsgebouw tot aan de watergang ten minste 1,5 meter bedraagt of, indien de aan te houden afstanden ertoe zou leiden dat hierdoor onevenredig veel kasoppervlak verloren zou gaan en/of de (bestaande) kaslijn wordt doorbroken; 3.

dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; 5. advies wordt ingewonnen bij de waterbeheerder. c. 3.2.3 onder a.3. om bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf dichterbij de -niet aan wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, gelegen- erfscheiding te bouwen, indien: 1. de afstand tot de erfscheiding ten minste 1m bedraagt; 2. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde erfscheiding dichterbij wordt gebouwd; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit. d. 3.2.3 onder a 5. om een bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf zonder geluidsbronnen dichterbij het hoofdgebouw van een woning te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde woning dichterbij dan 12,5 m. wordt gebouwd; 2. de bestaande afstand -zoals aanwezig ten tijde van de tervisielegging van het bestemmingsplan- niet wordt verkleind; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit. e. 3.2.3 onder a 5.

om een bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf zonder geluidsbronnen dichterbij het hoofdgebouw van een woning te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde woning dichterbij wordt gebouwd; 2. de aan te houden afstanden ertoe zou leiden dat hierdoor onevenredig veel bedrijfsvloeroppervlak verloren zou gaan en/of de (bestaande) kaslijn wordt doorbroken;

96

3.

dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. uit onderzoek gebleken is dat de beoogde afstand tot aan het hoofdgebouw van een woning niet tot milieu hygiënische bezwaren leidt; 5. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; 6. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. f. 3.2.3 onder b. om een bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf te bouwen of vergroten tot ten hoogste 15Zo van de oppervlakte van de ter plaatse aanwezige kassen, indien: 1. dit doelmatig is voor het glastuinbouwbedrijf; 2. het bedrijfsgebouw een natuurlijk onderdeel van en één eenheid met het glastuinbouwbedrijf blijft uitmaken; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen. 4. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit; 5. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. g. 3.2.3 onder b. om een bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf te bouwen of vergroten tot ten hoogste 15Zo van de oppervlakte van de ter plaatse aanwezige kassen, indien: 1. dit doelmatig is voor het centraal verwerken en verpakken van producten die elders gekweekt zijn; 2. deze producten afkomstig zijn van eenzelfde onderneming; 3. niet meer producten worden verwerkt dan afkomstig van maximaal 3x de ter plaatse aanwezige hoeveelheid kassen; 4.

het bedrijfsgebouw een natuurlijk onderdeel van en één eenheid met het glastuinbouwbedrijf blijft uitmaken; 5. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen. 6. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit; 7. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. h. 3.2.3 onder b. om een bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf te bouwen of vergroten tot ten hoogste 250Zo van de oppervlakte van de ter plaatse aanwezige kassen, indien: 1. dit doelmatig is voor het glastuinbouwbedrijf; 2. het bedrijfsgebouw mede gebruikt wordt als kweekruimte, waardoor de oppervlakte bedrijfsruimte ten hoogte 15Z van de oppervlakte ter plaatse aanwezige kweekruimte bedraagt; 3. het bedrijfsgebouw een natuurlijk onderdeel van en één eenheid met het glastuinbouwbedrijf blijft uitmaken; 4. het bedrijfsgebouw zodanig is gesitueerd dat deze geen onevenredige afbreuk doet aan ontwikkelmogelijkheden van aangrenzende percelen in het gebied; 5. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen. 6. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit; 7. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. i. 3.2.3 onder d. en e.

om een bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf te bouwen of vergroten of intern te wijzigen met een oppervlakte van een (niet-zelfstandige) kantoorruimte van ten hoogste 1,5Z van de oppervlakte van de ter plaatse aanwezige kassen, indien: 1. de oppervlakte ten hoogste 1.500 m2 bedraagt; 2. dit doelmatig is voor het glastuinbouwbedrijf; 3. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit; 4. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. 3.3.4

Overige bedrijfsbouwwerken

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor de bouw van overige bedrijfsbouwwerken afwijken van het bepaalde in: a. 3.2.4, onder a.1. en 2. om een CO2-tank, (natte) koeltoren, watertank en/of wkk-installatie of daarmee vergelijkbaar bouwwerk voor de voorgevelrooilijn van het primaire bedrijfsgebouw te bouwen, indien: 1. de CO2-tank, (natte) koeltoren, watertank en/of wkk-installatie of daarmee vergelijkbaar bouwwerk wordt gebouwd in een kas die onderdeel uitmaakt van het gehele kassencomplex; 2. de kas (gevel) waarin de CO2-tank, (natte) koeltoren, watertank en/of wkk-installatie of

97

daarmee vergelijkbaar bouwwerk wordt gebouwd ten minste 25 m. breed is; dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit. 3.2.4, onder a.3. tot en met 8. om een overig bedrijfsbouwwerk dichterbij het hart van een weg, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde weg dichterbij wordt gebouwd; 2. een (vracht-)wagen op eigen terrein kan keren bij een glastuinbouwbedrijf dat ontsluit op een weg uit categorie 1 of 2, zoals opgenomen in Bijlage 4; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit. 3.2.4, onder a.8. om een overig bedrijfsbouwwerk dichterbij de boveninstreek van een vaarweg, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een vaarweg gedeeltelijk dichterbij wordt gebouwd; 2. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 3. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit. 3.2.4, onder a.10.

om een overig bedrijfsbouwwerk dichterbij de -niet aan wegen , zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, te bouwen, indien: 1. de afstand tot de erfscheiding ten minste 1 m. bedraagt; 2. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde erfscheiding dichterbij wordt gebouwd; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit. 3.2.4, onder a.11. om een (natte) koeltoren of wkk-installatie dichterbij het hoofdgebouw van een woning te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde woning dichterbij dan 65 m. wordt gebouwd; 2. de afstand tot het hoofdgebouw van een woning ten minste 10 m. bedraagt; 3. uit onderzoek gebleken is dat door te nemen maatregelen de beoogde afstand tot aan het hoofdgebouw van een woning niet tot milieu hygiënische bezwaren leidt; 4. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit. 3.2.4, onder a.13 en 14. om een overig bedrijfsbouwwerk zonder geluidsbronnen dichterbij het hoofdgebouw van een woning te bouwen, indien: 1. een efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting maakt dat ten opzichte van een bepaalde woning dichterbij dan 10 m. wordt gebouwd; 2.

de bestaande afstand, zoals aanwezig ten tijde van de tervisielegging van het bestemmingsplan, niet wordt verkleind; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. uit onderzoek gebleken is dat de beoogde afstand tot aan het hoofdgebouw van een woning niet tot milieu hygiënische bezwaren leidt; 5. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; 6. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. 3.2.4, onder f. om een erfafscheiding te bouwen van ten hoogste 1,80 m., indien: 1. dit voor de bedrijfsvoering gewenst is; 2. de erfafscheiding niet gelegen is aan een weg uit categorie 1 of 2, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegenBijlage 2; 3. de erfafscheiding wordt geplaatst op of rondom verhard voorterrein bij een glastuinbouwbedrijf; 4. de erfafscheiding volledig open wordt uitgevoerd, zodat het zicht op het voorterrein vanaf de openbare weg behouden blijft. 3.

b.

c.

d.

e.

f.

g.

98

3.3.5

Multifunctioneel centrum

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor de bouw van een multifunctioneel centrum ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - afwijkingsgebied' afwijken van het bepaalde in: a. 3.2.6, 'bedrijfsgebouwen' sub b, voor het bouwen van een multifunctioneel centrum met een maximale bouwhoogte van 18 meter, mits: 1. de hoogste vloer binnen het multifunctioneel centrum zich op maximaal op 13 m boven maaiveld bevindt, uitgezonderd de technische ruimte op het dak van het bedrijfsgebouw; 2. de afstand tot de gevelrooilijn bedraagt ten minste 1,5 x het verschil in hoogte tussen het hoogste dak en het dak van het bedrijfsgebouw; 3. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 4. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit. 3.3.6

Dienstwoningen

a______ Hoofdgebouwen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor de bouw van hoofdgebouwen van dienstwoningen afwijken van het bepaalde in: a. 3.2.5, onder b, nummers 1 en 2 om een hoofdgebouw van een dienstwoning dichterbij wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, te bouwen, indien : 1. de aan te houden afstand ertoe zou leiden dat de bouw van het hoofdgebouw onmogelijk zou zijn; 2. de bestaande afstand -zoals aanwezig ten tijde van de tervisielegging van het bestemmingsplan- niet wordt verkleind; 3. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit. b. 3.2.5, onder b, nummers 1 en 2 om een hoofdgebouw van een dienstwoning dichterbij wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, te vergroten, indien : 1. de bestaande afstand -zoals aanwezig ten tijde van de tervisielegging van het bestemmingsplan- niet wordt verkleind; 2. dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit. c. 3.2.5, onder b, nummers 1 en 3 om een hoofdgebouw van een dienstwoning dichterbij een kas, bedrijfsgebouw en overige bedrijfsbouwwerken (m.u.v. van een (natte) koeltoren, windturbine en wkk-installatie) te bouwen, indien: 1. de woning zodanig gesitueerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd; 2.

de bestaande afstand, zoals aanwezig ten tijde van tervisielegging van het bestemmingsplan, niet wordt verkleind; 3. de aan te houden afstand, als bedoeld in 3.2.5.b. onder 3., ertoe zou leiden dat herbouw of vergroting van een dienstwoning onmogelijk zou zijn; 4. dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen; 5. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; 6. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. b_____ Vrijstaande bijgebouwen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor de bouw van vrijstaande bijgebouwen behorende bij dienstwoningen afwijken van het bepaalde in: a. 3.2.5. onder c, nummer 2 om een vrijstaand bijgebouw geheel of gedeeltelijk te bouwen op meer dan 15 m. van het hoofdgebouw, indien: 1. het vrijstaand bijgebouw zodanig gesitueerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd; 2. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; 3. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. c_____ Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor de bouw van bouwwerken geen gebouwen zijnde afwijken van het bepaalde in: a. 3.2.5 onder d, nummer 3 om een overkapping geheel of gedeeltelijk te bouwen op meer dan 15 m.

99

van het hoofdgebouw, indien: 1. de overkapping zodanig gesitueerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd; 2. dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; 3. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. b. 3.2.5 onder b., nummer 4 om een windturbine dichterbij het hoofdgebouw van een woning van een derde te bouwen, indien uit onderzoek gebleken is dat door te nemen maatregelen deze afstand tot aan een woning of ander geluidsgevoelige bestemming niet tot milieu hygiënische bezwaren leidt. 3.4

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing: a. b. c. d. e. f. g.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de ontwikkeling van de glastuinbouw; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; ter waarborging van de verkeersveiligheid; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; ter waarborging van de waterhuishouding.

3.5

Specifieke gebruiksregels

3.5.1

Glastuinbouwbedrijven

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende aanvullende regels: a.

b.

3.5.2

bij glastuinbouwbedrijven, als bedoeld in 3.1.1, onder a.: 1. wordt een bedrijfsruimte gebruikt ten behoeve van de verwerking van gekweekte producten afkomstig van het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf; 2. wordt een (niet-zelfstandige) kantoorruimte gebruikt ten behoeve van het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf; 3. is ondergeschikte detailhandel bij een glastuinbouwbedrijf toegestaan, indien: * dit plaatsvindt: - in vrijstaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals stalletjes; of - in het bedrijfsgebouw, indien de oppervlakte ten hoogste 0,10Zo van de ter plaatse aanwezige kassen, behorende bij het glastuinbouwbedrijf bedraagt. * er geen voorzieningen aanwezig zijn, zoals winkelwagens, mandjes, (elektronische) betaalsystemen, etc.; * de producten onderdeel uitmaken van de hoofdactiviteit van het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf; * het financiële resultaat ten hoogste 100Zo van het totale bedrijfsresultaat van het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf bedraagt. bij voorzieningen behorende bij glastuinbouwbedrijven, als bedoeld in 3.1.1, onder b. en c.: 1. dient een reclame-uiting ter herkenning en/of promotie van het ter plaatse gevestigde bedrijf; 2. wordt een voorziening voor het opwekken, leveren en opslaan van energie, CO2 en/of warmte gebruikt ten behoeve van en bij een glastuinbouwbedrijf; 3.

is de levering van energie, CO2 en/of warmte aan andere (niet-glastuinbouw)bedrijven bedrijfseconomisch ondergeschikt. Dienstwoningen

Met betrekking tot het gebruik van dienstwoningen gelden de volgende regels: a. bij dienstwoningen, als bedoeld in 3.1.2, onder a., behorende bij bedrijven als bedoeld in 3.1.1, onder a. en g : 1. is het wonen uitsluitend toegestaan indien er sprake is van een bestaande dienstwoning; 2. is het wonen uitsluitend toegestaan indien deze bewoning gelieerd is aan de bestemming; 3. is het wonen uitsluitend toegestaan indien deze bewoning plaatsvindt door (het huishouden van) de ondernemer of diens ter plaatse werkend personeel; 4. is het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve het wonen in een bestaande

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=bd9966be-d797-42f4-9004-472afc67db79