1.21b) ontwerpbestemmingsplan Kralingerpad te De Lier (21-0317570)
Tekst van het document
66
weinig humus vanwege de korte tijd van bodemvorming sinds de sloop. In de bouwvoor zijn stukken plastic en baksteen van de gesloopte kassen aangetroffen. In veel boringen is onder de bouwvoor een verstoorde laag aangetroffen. Dit was echter niet bij alle boringen het geval. De dikte van het verstoringspakket wisselde sterk, ogenschijnlijk zonder patroon. Gezien de aanwezigheid van plastic buiselementen zal deze laag het gevolg zijn van de bouw en sloop van het kassencomplex. Onder de verstoringslagen is een kleipakket aangetroffen. Dit kleipakket bestaat voornamelijk uit zwak siltige klei met schelpmateriaal en kalk. De kleur van het kleipakket wisselt naar gelang de grondwaterstand tussen blauwgrijs en bruin. Ook de aanwezigheid van veen heeft effect op de kleur, met meer bruine tinten in de venige klei. Door de aanwezigheid van zandlaagjes is het aannemelijk dat het gaat om getijdeafzettingen. De kleilaag wordt gerekend tot het Laagpakket van Walcheren; onderdeel van de Formatie van Naaldwijk. Het was niet mogelijk om onderscheid te maken tussen de lagen van Hoekpolder, Gantel en Poeldijk aangezien er geen duidelijke verschillen zijn waargenomen. Het veenpakket is aangetroffen tussen verschillende kleilagen. De veenlaag bestaat uit roodbruin sterk kleiig rietveen. In het veen zijn geen veraarde lagen aangetroffen.
Ook zijn er regelmatig kleilagen binnen het veen aangetroffen. Het gaat daarom om eutroof veen met regelmatige invoer van nieuwe klei. In 20 boringen is geen veen aangetroffen; Deze boringen kunnen vooral in het zuidelijk deel van het plangebied worden aangetroffen met ook enkele aan de oostkant van het plangebied. In dezelfde boringen is ook meer zand aanwezig in de klei. Hierdoor is het aannemelijk dat er geen veengroei plaatsvond vanwege de grotere mariene activiteit. De veenlaag wordt gerekend tot het Hollandveen; onderdeel van de Formatie van Nieuwkoop. Onder het veenpakket is in veel boringen een laag zwak siltige klei met rietwortels aangetroffen. In deze laag heeft geen bodemvorming plaatsgevonden; deze laag is ook kalkhoudend. Naar beneden toe wordt deze klei zandiger en zijn er meer zandlaagjes. Enkele boringen zijn geëindigd in kleiig zand. Er zijn echter grote verschillen tussen het sediment dat in de boringen is aangetroffen. De grote verscheidenheid is een indicator van de dynamiek van het getijdenmilieu. Deze getijdenafzetting worden gerekend tot het Laagpakket van Wormer, onderdeel van de Formatie van Naaldwijk. Er zijn binnen de kleilagen en het veenpakket geen kenmerken van bodemvorming geconstateerd. In de kleilagen zijn weliswaar plantenresten aangetroffen, maar deze zijn het gevolg van de aanwezigheid waterplanten en detritus.
Het is daarom onwaarschijnlijk dat plangebied lang genoeg droog lag voor significante bodemvorming. 3.10.3
Conclusie
Op basis van de resultaten van het bureau- en inventariserend veldonderzoek is het aannemelijk dat de bodem binnen het plangebied dusdanig is verstoord dat een verwachting op het aantreffen van eventuele archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd als laag moet worden ingeschat. De verwachting voor eerdere archeologische periodes moet ook naar laag worden bijgesteld aangezien het plangebied voor de ontginning niet langdurig droog heeft gelegen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er met de voorgenomen bodemingrepen naar verwachting geen archeologische resten verstoord zullen worden. Conclusie is dan ook dat er voor de huidige voorgenomen bodemingrepen geen aanvullend archeologisch onderzoek plaats hoeft te vinden. Wel blijft de meldingsplicht van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 archeologische toevalsvondst). Met betrekking tot het bestemmingsplan kan op basis van het bureau- en het booronderzoek de medebestemming archeologie van vrijwel het gehele plangebied gehaald worden. Er wordt onderzocht of en op welke wijze het Kerkepad (grotendeels Perdiksepad) gehandhaafd kan blijven. De locatie van het genoemde Kerkepad (grotendeels Perdiksepad) is mede vanwege kabels en leidingen in de grond, daarom met het huidige onderzoek niet onderzocht (historisch noch landschappelijk).
De dubbelbestemming met de ondergrenzen 250m2 en 50cm blijft bestaan ter hoogte van dat deel van het
67
plangebied (het smalle langwerpige deel). Afhankelijk van aard en omvang van eventuele toekomstige werkzaamheden kan het zijn dat daar nog archeologisch onderzoek plaats dient te vinden.
68
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
4.1
Planvorm
4.1.1
Wettelijk voorgeschreven standaardisering
De planregels en de planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen als gepubliceerd door het ministerie van VROM (SVBP 2012) en als wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 (Staatscourant 2008, nr. 377, van 30 oktober 2008). Daarnaast zijn in de planregels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In een apart artikel zijn de bijzondere gebruiksverboden opgenomen voor alle bestemmingen, welke verboden aansluiten op het wettelijk verbod als neergelegd in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening. Voor uitleg van die planregels wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008, in samenhang met de jurisprudentie over die uitleg. Voorts is de "Werkafspraak terminologie Wabo in Standaard voor Vergelijkbare bestemmingsplannen" van september 2010 verwerkt. Die werkafspraak in het kader van de ministeriële regeling is gemaakt met het oog op de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010. 4.1.2
Systematiek van de planregels
Opbouw planregels De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: « Inleidende regels; * Bestemmingsregels; * Algemene regels; * Overgangs- en slotregels. Inleidende regels Begrippen (Begrippen) Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten (Wijze van meten) Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Bestemmingsregels De bestemmingsregels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: * * * *
doeleindenomschrijving (gebruiksregels); bouwregels; nadere eisen; afwijkingsregels.
Gebruiksregels De doeleindenbeschrijving van de bestemming of de dubbelbestemming, waarvan opname in de planregels is geboden in artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, is in de planregels voor elke bestemming in eerste instantie vervat in het onderdeel "Bestemmingsomschrijving". Van het onderdeel "Specifieke gebruiksregels" wordt in de planregels vooral gebruik gemaakt om regels te geven voor de onder de bestemming of dubbelbestemming vallende functieaanduidingen en bouwaanduidingen en
69
andere aanduidingen. Afwijkingsregels In het onderdeel "Afwijken van de gebruiksregels" wordt alleen die afwijkingsbevoegdheid opgenomen die uitsluitend ziet op het gebruik. Zodra sprake is van het afwijken van de bouwregels - ook al vormt dat bouwen een (klein) onderdeel van het gebruik in ruime zin - wordt de bevoegdheid daartoe geplaatst in het onderdeel "Afwijken van de bouwregels". Aanleggen of slopen De aanlegregels of sloopregels zijn uitvoerig met het oog op een zorgvuldige verlening van de omgevingsvergunning daartoe, voor zover regels daarvoor niet reeds zijn voorzien in de Wet ruimtelijke ordening of het Besluit ruimtelijke ordening. De aanlegregels of sloopregels kennen de volgende onderverdeling: « het aanlegverbod of sloopverbod zelf; * de voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning mag worden verleend en het inwinnen van deskundigenadvies; * de specifieke aanlegverboden of sloopverboden met de daarop gegeven uitzonderingen. Algemene gebruiksregels In het artikel "Algemene gebruiksregels" zijn naast een verwijzing naar het algemene gebruiksverbod van artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, specifieke gebruiksverboden ter invulling van het algemene gebruiksverbod opgenomen. Daarin is onderscheid gemaakt tussen het verbod op het gebruik van gronden en het verbod op het gebruik van bouwwerken.
Overgangs- en slotregels In het artikel "Slotregel" zijn de volgende onderdelen opgenomen: * het onderdeel "Vervangen bestemmingsplannen" waarin een overzicht van de bestemmingsplannen en andere planregimes is opgenomen die met dit bestemmingsplan zijn vervangen; « en het onderdeel "Citeertitel". 4.1.3
Systematiek van de planverbeelding
Wettelijke vereisten De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Hierbij vormt de inhoud van de digitale versie de beslissende versie. De digitalisering brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. De planverbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. De digitale planverbeelding en de andere onderdelen van de dataset hebben het volgende planidentificatie-nummer gekregen: NL.IMRO.1783.GTGWKRALINGERPDobp-ON01 De dataset bestaat uit: * het GML-bestand van de planverbeelding; « het XML-geleideformulier; * de onderliggende bestanden zoals ondergrond en overige topografische informatie; * de PDF- en HTML-bestanden voor respectievelijk de verbeelding van plantoelichting en planregels.
Leeswijzer verbeelding Wegwijzer via internet Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen
70
plankaart) een nieuwe aangelegenheid. Via de website www.ruimteliikeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is. Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksonder 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Indien meer informatie is gewenst, kan worden doorgeklikt naar de toelichting en/of de regels van het plan. Analoge verbeelding Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Het lezen van de analoge verbeelding is verschillend van de digitale verbeelding.
Op de analoge verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. Bestemmingsvlak en bouwvlak Vrijwel elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Soms komt het voor dat het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samenvallen. Op de verbeelding is dan uitsluitend een bouwvlak te zien (het bestemmingsvlak ligt hieronder). Aanduidingen Op de digitale verbeelding is een onderscheid gemaakt in verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Voorbeelden van functieaanduidingen zijn 'bedrijfswoning', 'detailhandel' en 'kantoor'.
Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Voorbeelden van bouwaanduidingen zijn 'gestapeld' en 'onderdoorgang'. Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen.
4.2
Bestemmingsregeling
De nieuwe functies in het plangebied die in dit plan zijn bestemd, zijn de volgende (in alfabetische volgorde van bestemming). 4.2.1
Bestemming Agrarisch-Glastuinbouw
De percelen, welke in het voorheen geldende bestemmingsplan, niet voorzien waren van de bestemming Agrarisch-Glastuinbouw, maar inmiddels wel gebruikt worden voor de glastuinbouw zijn voorzien van de bestemming Agrarisch-Glastuinbouw. Bij de bestemmingsregeling is aansluiting gezocht bij de bestaande regeling uit het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland en het Verzamelplan Glastuinbouw. In het plangebied zijn de volgende aanduidingen opgenomen:
71
« * * 4.2.2
Specifieke vorm van bedrijf-zaadteelt en zaadveredeling; Specieke vorm van agrarisch-mulitifunctioneel centrum; Bedrijfswoning. Bestemming Groen
De grotere groenvoorzieningen met een structurerend karakter zijn ondergebracht in de bestemming Groen. Naast beplanting is op deze gronden ook water mogelijk. 4.2.3
Bestemming Maatschappelijk
Deze gronden zijn bestemd voor maatschappelijke functies, waaronder educatieve, sociaal-culturele, welzijns- en onderwijsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van kinderopvang en gezondheidszorg, voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening. In het bestemmingsplan betreft het de toegangsweg ten behoeve van de maatschappelijke functie van de begraafplaats. 4.2.4
Bestemming Water
Waterpartijen, structuurbepalende watergangen en locaties die van belang zijn voor de waterberging zijn bestemd voor Water. 4.2.5
Dubbelbestemming Waarde - Archeologie
Op de gronden waarin mogelijk archeologische waarden liggen is de dubbelbestemming Waarde-Archeologie neergelegd. Aan deze bestemming is een aanlegstelsel verbonden. In het plangebied is de volgende functieaanduiding opgenomen: * Specifieke vorm van waarde - 3.
72
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden is geregeld in de met Rijk Zwaan afgesloten anterieure overeenkomst. Daarmee is voldaan aan artikel 6.12, lid 2 onder a van de Wet ruimtelijke ordening en hoeft de gemeente geen exploitatieplan, als bedoeld in het eerste lid van genoemd artikel, op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van het plan is hiermee verzekerd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Overleg
In de periode van 8 juli 2021 t/m 19 augustus 2021 vindt over het voorontwerp van dit bestemmingsplan bestuurlijk overleg plaats als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij worden de volgende instanties gevraagd om een voorovelregreactie in te dienen: * Provincie Zuid-Holland * Hoogheemraadschap van Delfland * Veiligheidsregio Haaglanden De uitkomsten van het overleg, als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, onder c., van het Besluit ruimtelijke ordening, is opgenomen in Bijlage 14 van deze toelichting. 5.2.2
Participatie
Informatieavond omwonenden Plan Kralingerpad In 2019 heeft Rijk Zwaan Zaadteelt en Zaadhandel B.V. het perceel aan de Burgerdijkseweg 5B in De Lier gekocht. In januari 2020 heeft Rijk Zwaan bij de direct omwonenden - persoonlijk of in de brievenbus - een brief afgegeven, waarin zij haar plannen in grote lijnen heeft verwoord. Er is ook een contactpersoon geïntroduceerd met wie, bij vragen, contact kan worden opgenomen. Rijk Zwaan heeft de omwonende in november 2020 uitgenodigd voor een informatieavond op 14 december 2020. Het doel van deze avond was om hen op de hoogte te brengen van de nieuwbouwplannen op dit perceel. Deze avond is, wegens de aangescherpte Corona-maatregelen, verzet naar 6 januari 2021. Bijna alle direct omwonenden, alsmede twee 'buurtbewoners', hebben deelgenomen aan deze 'digitale' informatieavond. Naast een algemene presentatie over Rijk Zwaan is concreet ingegaan op de nieuwbouwplannen. Daarbij zijn ook impressies van de nieuwbouw getoond. Tijdens deze informatieavond zijn diverse vragen gesteld. Niet zozeer over het nieuwbouwplan, maar met name over het onttrekken van het wandelpad/Perdiksepad zonder dat een alternatief wandelpad wordt aangeboden. Enkele bewoners hebben hun zorg geuit over de verkeersveiligheid op de Burgerdijkseweg en het Kralingerpad.
Rijk Zwaan heeft toegezegd deze zorg met de gemeente Westland te bespreken en een terugkoppeling te geven. Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor vervanging van het voetpad en de bomen. Naast bovengenoemde informatieavond heeft Rijk Zwaan overleg gevoerd met de buren woonachtig aan de Burgerdijkseweg 5A en 7, omdat zij direct aan/naast de nieuwbouwlocatie wonen.
73
Informatieavond 30juni 2021 Op woensdagavond 30 juni organiseerde Rijk Zwaan een tweede bewonersbijeenkomst. Het doel van deze avond was om omwonenden verder te informeren over de nieuwbouwplannen. Rijk Zwaan liet het voorlopig ontwerp zien, dat inmiddels in een verder gevorderd ontwerpstadium was sinds de vorige bewonersbijeenkomst op 6 januari 2021. In het voorlopig ontwerp zijn de eerder ontvangen reacties van omwonenden op onder andere inpassing in het landschap, verkeersveiligheid, historische waarde en groenvoorziening meegenomen. Alle direct omwonenden waren tijdens de bijeenkomst aanwezig op het kantoor van Rijk Zwaan in De Lier. Ook gemeenteraadsleden waren uitgenodigd en hebben deelgenomen. Tijdens de informatieavond kregen omwonenden de gelegenheid om vragen te stellen. Deze gingen met name over het voorlopig ontwerp, het fietspad, het alternatieve wandelpad en de verbreding van de watergang. Naast de informatieavond heeft Rijk Zwaan enkele persoonlijke gesprekken gevoerd over de nieuwbouwplannen met het naastgelegen bedrijf Vreugdenhil young plants en met de bewoners van Burgerdijkseweg 7, omdat zij direct naast het betreffende perceel wonen. 5.2.3
Inspraak
In het kader van de Inspraakverordening Westland 2004 heeft het voorontwerpbestemmingsplan op 8 juli 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen voor inspraak. De ontvangen inspraakreactie is beoordeeld. Voor een overzicht wordt verwezen naar Bijlage 15 van deze toelichting. 5.2.4
Zienswijzen
Van PM tot PM heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Gedurende de periode van tervisielegging zijn PM AANTAL zienswijzen ingediend. De ontvangen zienswijzen zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de zienswijzen wordt verwezen naar Bijlage PM van deze toelichting.
74
Regels
75
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
Het bestemmingsplan Kralingerpad te De Lier met identificatienummer NL.IMRO.1783.GTGWKRALINGERPDobp- van de gemeente Westland. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanbouw
Een aparte ruimte die via het hoofdgebouw toegankelijk is en ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
aan het agrarisch bedrijf verwant product
Een product dat ten dienste staat van (de oppervlakkige be- en verwerking van) een product uit de agrarische sector, zoals opslag- en verpakkingsmaterialen, potgrond en groeibevorderende additieven (hieronder wordt niet begrepen machines, bouwmaterialen, kantoorartikelen en andere (industriële) artikelen), alsmede een reeds be- en/of verwerkt (verwant) product uit de agrarische sector, zoals melk, boter, kaas, (tomaten)soep, (verpakte) vis, brood, vruchtensap, groentensap en daarmee gelijk te stellen producten die gekoeld dienen te worden. 1.7
aan-huis-gebonden-onderneming
Een onderneming welke gevestigd is of kan zijn in een woning en die toebehoort aan een natuurlijk persoon, welke in de betreffende woning woont en die geen personeel in dienst heeft, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de onderneming de ruimtelijke uitstraling van de woonfunctie niet aantast. 1.8
achtererf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.9
achtergevel
Een aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.10
agrarisch aanverwant bedrijf
Een niet-industriële onderneming die uitsluitend of overwegend gericht is op het leveren van diensten (waaronder het sorteren, bewerken en verpakken) en/of het leveren/verhandelen van producten van/aan agrarische bedrijven zo nodig met behulp van werktuigen en apparatuur of op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van werktuigen of apparatuur (bedrijven zoals agrarische hulp-, loon-, neven en toeleveringsbedrijven).
76
1.11
agrarisch handels- en exportbedrijf
Een bedrijf dat uitsluitend of overwegend gericht is op het vervoer, de opslag, de oppervlakkige be- en verwerking of de afzet van producten afkomstig uit de agrarische sector, dan wel aan het agrarisch bedrijf verwante producten, zoals opslagbedrijven, koelhuizen en dergelijke en daartoe beschikt over faciliteiten ten behoeve van het vervoer, de opslag, de oppervlakkige be- en verwerking of de afzet. Hieronder worden niet begrepen transportbedrijven, die al dan niet uitsluitend gericht zijn op het vervoer van deze producten. 1.12
agrarische sector
Een economische sector die grondstoffen en voedsel levert, met onderdelen als akkerbouw, bosbouw, tuinbouw, veeteelt en visserij. 1.13
antenne-installatie
Een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in één of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.14
archeologische waarde
Een aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit de oude tijden. 1.15
bebouwing
Één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.16
bedrijf
Een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren of inzamelen en verhandelen van goederen. 1.17
bedrijfsgebouw
Een gebouw ten dienste van de bedrijfsvoering zoals ingevolge de bestemming toegestaan, hieronder niet begrepen een dienstwoning. 1.18
bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf
Een bedrijfsgebouw ten dienste van een glastuinbouwbedrijf, hoofdzakelijk ten behoeve van bedrijfsruimten, verwerkingsruimten, onderzoeksruimten, laboratoria, presentatieruimten, multifunctioneel centrum en (niet zelfstandige) kantoorruimten. 1.19
bedrijfsvloeroppervlak
De totale vloeroppervlakte van alle bouwlagen van een bedrijf met inbegrip van alle daartoe behorende ruimten, waaronder ontvangsthal, dienstruimten en magazijnen. Niet inbegrepen zijn inpandige dienstwoningen en gebouwde parkeervoorzieningen voor personenauto's. Wat betreft inpandige parkeerruimte valt een overdekte stallingsruimte voor een busje of een vrachtwagen wel hieronder. 1.20
bestaande dienstwoning
Een dienstwoning die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand is gekomen of vergund is om tot stand te zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, alsmede een dienstswoning die wordt herbouwd gedurende de rechtskracht van het plan ter vervanging van een dienstwoning die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand is gekomen of vergund is om tot stand te zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
77
1.21
bestaande bouwwerken
Bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of vergund zijn om tot stand te zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.22 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.23 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.24
bevoegd gezag
Bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.25
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.26
bijgebouw
Een (vrijstaand of aan een hoofdgebouw aangebouwd) gebouw dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en geen rechtstreekse toegang tot het hoofdgebouw heeft. 1.27
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.28 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.29
bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.30 bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 1.31
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.32
bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.33
bouwwijze
De wijze waarop het op een bouwperceel gelegen hoofdgebouw al dan niet is verbonden met het hoofdgebouw op een aansluitend bouwperceel; dit kan zijn: vrijstaand, twee-aaneen, gestapeld of aaneengebouwd. 1.34
boveninsteek
De snijlijn van het maaiveld en het beloop van een watergang.
78
1.35
consumentenvuurwerk
Vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik. 1.36
cultuurhistorische waarde
Het cultuurpatroon van een gebied, dat kenmerkend is voor het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van de gronden gemaakt heeft, zoals ondermeer tot uitdrukking komend in de kavelindeling, de waterhuishouding, het bodemreliëf, de graften, de wallen en de beplanting en bebouwing, archeologische waarden zijn hierdoor mede begrepen. 1.37
dagrecreatie
Het recreëren op een recreatieterrein al dan niet met behulp van kampeermiddelen, zonder dat overnachting in die kampeermiddelen of anderszins op het recreatieterrein is toegestaan. 1.38
dakkapel
Een constructie, welke ondergeschikt is aan het dakvlak, ter vergroting van een gebouw, die vrij ligt in het hellend dakvlak. 1.39
dakopbouw
Een toevoeging aan het dakvlak van een bouwmassa die niet vrij in het dakvlak ligt, maar ten minste de nok- of gootlijn of zijkant van het dakvlak raakt van het betreffende gebouw/de betreffende woning. Het plaatsen van een dakopbouw gaat ten koste van de karakteristiek van het profiel van het gebouw/de woning. 1.40
demokwekerij
Een innovatiecentrum met als doel het stimuleren en faciliteren van ontwikkelingen en onderzoek voor de glastuinbouw. 1.41
detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.42
dienstwoning
Een woning bij een bedrijf, die bestemd is voor bewoning door (het huishouden van) de ondernemer of door bij dat bedrijf werkzaam personeel. 1.43
erf
Al dan niet bebouwde gronden die bij de hoofdmassa horen, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en voor zover een bestemmingsplan of beheersverordening van toepassing is, deze inrichting niet verbieden. 1.44
erfscheiding
De scheiding tussen twee onroerende zaken die niet aan dezelfde eigenaar behoren, niet door dezelfde gebruikers worden benut, dan wel louter kadastraal gescheiden zijn. 1.45
erker
Een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van het hoofdgebouw, gelegen aan een verblijfsruimte (woonkamer of keuken) en strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan en zorgt voor een verbijzondering van de voor en/of zijgevel, zonder de architectuur van het hoofdgebouw wezenlijk aan te tasten.
79
1.46
evenemententerrein
een voor het publiek toegankelijk, als zodanig, terrein alwaar, met enige regelmaat, een voor het publiek toegankelijke verrichting van het vermaak op het gebied van sport, muziek, kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal-cultureel vlak plaats vindt. 1.47
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.48
geluidshinderlijke inrichtingen
Bedrijven in de zin van artikel 41 van de Wet geluidhinder en artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. 1.49
gemeentelijke koopoptie
Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de eigenaar van een perceel en de gemeente Westland, waarin de gemeente een optie tot koop verkrijgt voor verwerving van een perceel(sgedeelte) of percelen en deze optie alleen kan uitoefenen op verzoek van een (kandidaat-)koper die het perceel aan zal wenden ter uitvoering van de bestemming. De gemeente levert het registergoed direct door aan deze (kandidaat-)koper, door middel van een ABC-akte. Deze overeenkomst ontslaat de eigenaar niet van de mogelijkheid het perceel te verkopen aan een derde, indien deze koper het perceel aanwendt ter uitvoering van de bestemming. 1.50
glastuinbouwbedrijf
Een bedrijf gericht op het onder geconditioneerde omstandigheden voortbrengen van producten en het leveren van diensten, door middel van het duurzaam en intensief kweken van assimilerende organismen onder invloed van licht, hoofdzakelijk met behulp van kassen, waarbij er sprake moet zijn van tenminste één volwaardige arbeidskracht die gedurende het hele jaar, een volledige dagtaak, hoofdberoep, hoofdinkomen en hoofdbestaan uit het bedrijf haalt (arbeidsbehoefte), gekenmerkt door juridische en/of emotionele binding van de ondernemer(s) of de arbeidskracht(en) met het bedrijf (duurzaam bedrijfsperspectief) en een perspectief om langere tijd te kunnen blijven bestaan (bedrijfscontinuïteit). 1.51
glastuinbouwdeskundige
Het adviserend overleg bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente Westland, het Hoogheemraadschap van Delfland en LTO Glaskracht. 1.52
groenvoorzieningen
Groenscherm(en) van opgaande beplanting, berm-beplantingen en andere beplantingen voor openbaar of particulier gebruik welke beplanting in planologisch opzicht een ruimtelijk structurerend effect hebben. 1.53
groot muziekevenement
Een muziekevenement (groot) met een geluidniveau van 95 dB(A) op 15 m afstand van het podium (geluidvermogen (LWR) = 125 dB(A) per luidspreker, uitgegaan is van 2 luidsprekers). 1.54
hobbymatig houden van paarden
Het houden van paarden voor privédoeleinden (niet gericht op het genereren van omzet) ten behoeve van het huishouden van de ter plaatse aanwezige woning. 1.55
hoofdgebouw
Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn aard, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen.
80
1.56
hoofdwatergang
Primair water als bedoeld in de 'Leggerkaart Wateren' van het Hoogheemraadschap van Delfland. 1.57
kamerbewoning
Het bewonen van onzelfstandige woonruimte, zoals in de vorm van één of meerdere kamers en/of het bewonen van zelfstandige woonruimte door meer dan één gemeenschappelijk huishouden. 1.58
kantoor
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtsreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.59
kap
Een constructie van uitsluitend een of meer hellende dakvlakken met een helling van meer dan 20 en minder dan 65 graden. 1.60
kas
Een bouwwerk met een bouwhoogte van 1,00 meter of meer behorende bij een glastuinbouwbedrijf, (nagenoeg) geheel van glas of ander licht doorlatend materiaal (minimaal 200Zo licht doorlatend), hoofdzakelijk ten behoeve van kweekruimten. 1.61
koeltoren
Een gesloten ruimte of bouwwerk bestaande uit een waterbak met daarboven een lamellenblok, gemonteerd in een omkasting en voorzien van een ventilator bedoeld om water terug te koelen met de buitenlucht. 1.62
kweken
Het proces van telen, opkweken, afkweken, veredelen, selecteren en/of verzorgen. 1.63
kweekruimte
Een (open) ruimte waarin het kweken van assimilerende organismen onder invloed van licht plaats vindt. 1.64
laad- en losruimte
Dat gedeelte van het bedrijf waar het laden en lossen van producten plaats vindt (bijvoorbeeld in de vorm van een dockshelter), hieronder niet begrepen een laad- en loskuil. 1.65
leisure
een onderneming gericht op de vrijetijdsbesteding, waaronder begrepen detailhandel, horeca, recreatie, sport, care en daarmee naar aard gelijk te stellen activiteiten. 1.66
multifunctioneel centrum
een aantal ruimtes, bestemd en ingericht voor opleidingen, het houden van congressen, conferenties, symposia en andere bijeenkomsten, hoofdzakelijk van het ter plaatse gevestigde bedrijf, welke bouwkundig onderdeel uit maakt van het aanwezige hoofdgebouw, maar een afwijkende verschijningsvorm heeft en uitsluitend gesitueerd is op de bovenste bouwlaag. 1.67
nutsvoorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten.
81
1.68
ondergeschikte detailhandel
Detailhandel behorende bij de bestemming, waarbij de openings- en sluitingstijden van het detailhandelsgedeelte hetzelfde zijn als de hoofdfunctie (of begint later en/of eindigt eerder dan de hoofdfunctie). Het detailhandelsgedeelte is (ruimtelijk) ondergeschikt aan de hoofdfunctie en het gegenereerde financiële resultaat uit de detailhandel maakt niet meer dan 100Zo van het totale bedrijfsresultaat uit. 1.69
ondergeschikte detailhandel bij een glastuinbouwbedrijf
Ondergeschikte detailhandel van uitsluitend die producten die door, en in beginsel ten behoeve van, het ter plaatse aanwezige eigen glastuinbouwbedrijf worden gekweekt. Hieronder wordt niet begrepen detailhandel in producten die zijn ingekocht of worden aangeleverd van een ander (eigen) glastuinbouwbedrijf met het doel om die uitsluitend of in niet ondergeschikte mate aan particulieren te verkopen, al dan niet na een (korte) periode van kweek. 1.70
ondergeschikte horeca
Horeca behorende bij de bestemming, waarbij de openings- en sluitingstijden van het horecagedeelte hetzelfde zijn als de hoofdfunctie (of begint later en/of eindigt eerder dan de hoofdfunctie). Het horecabedrijf staat uitsluitend open voor degenen die primair komen voor de hoofdfunctie. 1.71
ondergronds bouwwerk
Een voor mensen toegankelijke ruimte onder maaiveldniveau, met uitzondering van kruipruimten. 1.72
oorspronkelijke achtergevel
De achtergevel van het oorspronkelijk vergunde hoofdgebouw. 1.73
openbaar toegankelijk gebied
Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en andere openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.74
overig bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.75
overkapping
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand, welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.76
pand
De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.77 a. b.
1.78
peil voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, waarbij plaatselijke, niet bij verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw ervan buiten beschouwing blijven. Het bouwwerk wordt gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt maaiveld het hoogst is. primaire bedrijfsgebouw
Een bedrijfsgebouw die wat betreft functie, omvang en uitstraling als belangrijkste bedrijfsgebouw wordt aangemerkt.
82
1.79
recreatie
Aan de Westlandse glastuinbouw en/of het buitengebied gerelateerde activiteiten gericht op ontspanning en vrijetijdsbesteding. 1.80
risicovolle inrichtingen
Inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.81
seksinrichting:
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop of sekstheater, een sekswinkel, een seksautomatenhal en een seksclub of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar. 1.82
showroom
Een vaste (afgebakende) en voor klanten toegankelijke ruimte in een bedrijfsgebouw waar producten ten toon worden gesteld, waaronder geen detailhandel wordt verstaan en geen verkoopfunctie (kassa) ter plaatse aanwezig is om ter plaatse goederen of diensten te betalen, met als doel dat klanten deze producten beter kunnen bekijken. 1.83
staat van bedrijfsactiviteiten
De staat van bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.84
straatmeubilair
Bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts) voorzieningen, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, informatieborden, zitbanken, bloembakken, telefooncellen, abri's, kunstwerken, bushaltes, speeltoestellen, fietsenrekken en draagconstructies voor reclame; kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorzieningen en brandkranen; afvalinzamelsystemen en hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.85
tuinartikelen
Artikelen die met de tuinbewerking of de inrichting van tuinen verband houden, zoals tuingereedschappen en -beschermingsproducten, grondproducten, vijvers, potten, (sier)bestrating, kunstgras, tuinhout, erfscheidingen, tuinhuisjes, tuinverlichting, tuinkleding (met inbegrip van schoeisel), tuinspeelgoed, tuinmeubelen, (tuin)kookbenodigdheden en vijverbenodigdheden. 1.86
tuincentrum
Een onderneming gericht op het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop) van producten voor tuinen (waaronder begrepen bomen, heesters, coniferen, bloembollen, bloemen, zaden, overige planten en kruiden) en daaraan verwante tuinartikelen, woon(sfeer)decoratie, kleine (huis)dieren, dierenverzorging en -speelgoed en (verhuur van) tuingereedschappen, met dien verstande dat het aandeel niet-levende producten in het assortiment alsmede kleine (huis)dieren ruimtelijk ondergeschikt is aan het aandeel levende producten in het assortiment. 1.87
uitbouw
Uitbreiding van een ruimte in het hoofdgebouw tot buiten het bestaande oorspronkelijke hoofdgebouw (bijvoorbeeld erker) en welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
83
1.88
voldoendeparkeergelegenheid
parkeergelegenheid voor personenauto's, bestelauto's, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland', zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan en - indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd - aan die wijziging. 1.89
voorerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn voor de, met een gevellijn op de planverbeelding aangegeven, voorgevel van dat hoofdgebouw of voor een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.90
voorgevel
De naar de weg gekeerde zijde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.91
voorgevelrooilijn
De lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van de naar het openbare gebied gekeerde gevel(s) van de hoofdbebouwing of daar waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.92
voormalige dienstwoning
Een dienstwoning, die bestemd is voor de huisvesting van een huishouden -niet uitsluitend zijnde de ondernemer of door bij dat bedrijf werkzaam personeel- en waarbij deze woning voor de toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de daarop rustende bepalingen wordt beschouwd als onderdeel van dat bedrijf. 1.93
vuurwerkverkooppunt
Een locatie waar consumentenvuurwerk opslagen en verkocht wordt op de daarvoor aangewezen tijden. 1.94
waterbassin
Een waterreservoir voor de opvang en berging van water, gevormd door een aarden wal. 1.95
waterberging
Een berging voor het bergen en opslaan van water. 1.96
watergang
Een secundaire watergang als bedoeld in de ‘Leggerkaart Wateren' van het Hoogheemraadschap van Delfland. 1.97
watersilo
Een bouwwerk voor de opvang en bewaring van water. 1.98
watertank
Een gesloten ruimte of bouwwerk voor de berging van water ten behoeve van de energievoorziening van het glastuinbouwbedrijf. 1.99
windturbine
Een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van de windkracht als aandrijfbron van bewegende delen met een maximaal energie opwekkend vermogen van 15 MW.
84
1.100
wkk-installatie
Een installatie voor warmtekrachtkoppeling die het mogelijk maakt de bij de opgewekte elektriciteit vrijkomende warmte te benutten. 1.101
wonen
Het houden van verblijf, het hebben - huren hieronder mede begrepen - van kamers of het gehuisvest zijn in een huis, evenwel met uitzondering van bewoning met een overwegend verzorgend karakter. 1.102
woning
Een complex van ruimten (zoals het hoofdgebouw, aan-, uitbouw, aangebouwd bijgebouw en vrijstaand bijgebouw) dat blijkens de indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van een huishouden. 1.103
zaadteelt- en zaadveredelingsbedrijf
een glastuinbouwbedrijf, waarvan de bedrijfsvoering in hoofdzaak is gericht op selectieteelt, bewerking en veredeling van zaden, maar waar ook onderzoeksactiviteiten en technologische en logistieke processen kunnen plaatsvinden. 1.104
zijerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.
85
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de loodrechte afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouwd of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 a. b.
2.4
de bouwhoogte van een antenne-installatie ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
de goothoogtevan een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7
de hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.8
de inhoudvan een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
de lengte van een aanlegsteiger
de afstand tussen de boveninsteek van het water en het deel van de aanlegsteiger dat daar het verst vanaf gelegen is. 2.10
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
86
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch - Glastuinbouw
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemeen
De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c. d. e. f. g. h. i. 3.1.2
glastuinbouwbedrijven; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals terreinen, laad- en losvoorzieningen, parkeervoorzieningen, reclame-uitingen, groen, water, voorzieningen voor het opwekken, leveren en opslaan van energie, CO2 en/of warmte en voor het bergen, leveren en zuiveren van (giet-)water; ontsluitingswegen en daarbij behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, verkeerskunstwerken en groenvoorzieningen; hoofdwatergangen, watergangen, waterpartijen en (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' tevens één bestaande dienstwoning; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - multifunctioneel centrum' tevens een multifunctioneel centrum; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zaadteelt en zaadveredelingsbedrijf' in ieder geval voor een zaadteelt- en zaadveredelingsbedrijf; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen. Dienstwoningen
De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in 3.1.1 tevens bestemd voor: a. het wonen in een dienstwoning, behorende bij een volwaardig en doelmatig glastuinbouwbedrijf ; b. bij een dienstwoning behorende voorzieningen, zoals erven, groen en water. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd of uitgevoerd: a. b. c.
d. e.
kassen; bedrijfsgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals reclamezuilen/constructies, (natte) koeltorens, CO2-tanks, watersilo's, watertanks, wkk-installaties, installaties voor het opwekken, leveren en opslaan van energie en/of warmte en voorzieningen voor het bergen, leveren en zuiveren van (giet-)water; werken, geen bouwwerk zijnde, zoals waterbassins en verkeerskunstwerken; bestaande dienstwoningen, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', met de daarbij behorende bouwwerken;
en hiervoor gelden in ieder geval de volgende regels: f. de maatvoering en inrichting van bouwwerken en werken, het gebruik dat bij die maatvoering en inrichting hoort en de locatie van deze bouwwerken en werken doelmatig (passend en/of logisch) is voor de bedrijfsvoering en is afgestemd op de aard en omvang van het bedrijf, waarbij de bedrijfstechnische opzet (omvang en aard), maar ook de aanwezigheid van ruimtelijke claims (zoals de waterhuishoudkundige situatie), alsmede de milieuhygiënische gevolgen van belang zijn; g. de oppervlakte aan kassen, behorende bij het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf, ten minste 15.000 m2 bedraagt; h. bedrijfsgebouwen fysiek verbonden met kassen worden gebouwd;
87
i. j. k. l. 3.2.2
een reclamezuil- of constructie op gronden die onderdeel uitmaken van het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf wordt gebouwd; voldaan wordt aan de parkeernorm van 4 parkeerplaatsen per hectare kas bij een glastuinbouwbedrijf; een (vracht-)wagen op eigen terrein bij een glastuinbouwbedrijf kan keren indien dat bedrijf ontsluit op een weg, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen; de breedte van een in/uitrit naar een bedrijfsgebouw bedraagt maximaal 10 meter. Kassen
Voor het bouwen van kassen gelden de volgende regels: a.
b. c. d.
3.2.3
voor het bouwen van kassen gelden de volgende maten ten aanzien van de positionering: 1. de afstand tot wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, bedraagt tot: * het hart van een weg uit categorie 1 ten minste 17,50 m.; » het hart van een weg uit categorie 2 ten minste 12,50 m.; « het hart van een weg uit categorie 3 ten minste 9 m.; * deboveninsteek van een vaarweg ten minste 4 m.; 2. de afstand tot wegen of watergangen, niet opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, bedraagt tot: * het hart van een weg ten minste 6,50 m.; * de boveninsteek van een hoofdwatergang in boezemgebied ten minste 1 m.; * de boveninsteek van een hoofdwatergang in poldergebied ten minste 4 m.; » de boveninsteek van een watergang tot 2 m. breed ten minste 1,50 m.; « de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in boezemgebied ten minste 1,50 m.; * de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in poldergebied ten minste 1 m.; * de boveninsteek van een watergang meer dan 5 m. breed ten minste 1 m.; 3. de afstand tot de -niet aan wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, gelegen- erfscheiding bedraagt ten minste 1 m.; 4. de afstand tot het hoofdgebouw van een woning die onderdeel uitmaakt van een rustige woonwijk bedraagt ten minste 25 m.; 5.
de afstand tot het hoofdgebouw van overige woningen bedraagt ten minste 12,5 m.; de goothoogte bedraagt ten hoogste 8 m.; de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 10 m.; de gevel mag met niet lichtdoorlatend materiaal worden gebouwd, indien: 1. de oppervlakte niet lichtdoorlatend materiaal van gevels ten hoogste 300Zo van de totale oppervlakte van de gevels bedraagt; 2. het niet lichtdoorlatend materiaal geen schaduwhinder oplevert voor het naastgelegen glastuinbouwbedrijf. Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende maten ten aanzien van de positionering: 1. de afstand tot wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen bedraagt tot: * het hart van een weg uit categorie 1 ten minste 22,50 m.; * het hart van een weg uit categorie 2 ten minste 17,50 m.; * het hart van een weg uit categorie 3 ten minste 12,50 m.; * deboveninsteek van een vaarweg ten minste 4 m.; 2. de afstand tot wegen of watergangen, niet opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, bedraagt tot: * het hart van een weg ten minste 7,50 m.; « de boveninsteek van een hoofdwatergang in boezemgebied ten minste 1 m.; * de boveninsteek van een hoofdwatergang in poldergebied ten minste 4 m.; * de boveninsteek van een watergang tot 2 m. breed ten minste 1,50 m.; * de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in boezemgebied ten minste 1,50 m.; * de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in poldergebied ten minste 1 m.;
88
« de boveninsteek van een watergang meer dan 5 m. breed ten minste 1 m.; de afstand tot de -niet aan wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, gelegen- erfscheiding bedraagt ten minste 1,5x de goothoogte; 4. de afstand van een bedrijfsgebouw waarin geluidsbronnen aanwezig zijn tot het hoofdgebouw van een woning die onderdeel uitmaakt van een rustige woonwijk bedraagt ten minste 30 m.; 5. de afstand van een bedrijfsgebouw zonder geluidsbronnen tot het hoofdgebouw van een woning die onderdeel uitmaakt van een rustige woonwijk bedraagt ten minste 25 m.; 6. de afstand van een bedrijfsgebouw zonder geluidsbronnen tot het hoofdgebouw van overige woningen bedraagt ten minste 12,5 m.; de oppervlakte van het bedrijfsgebouw bedraagt ten hoogste 12,50Zo van de oppervlakte van de ter plaatse aanwezige en bij hetzelfde bedrijf behorende kassen; (niet zelfstandige) kantoorruimten maken onderdeel uit van het bedrijfsgebouw; de oppervlakte van (niet zelfstandige) kantoorruimten bedraagt ten hoogste 10Zo van de oppervlakte van de ter plaatse aanwezige kassen; de oppervlakte van (niet zelfstandige) kantoorruimten bedraagt ten hoogste 1.000 m2; de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 12 m. 3.
b. c. d. e. f. 3.2.4
Overige bedrijfsbouwwerken
Voor het bouwen van overige bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. voor het bouwen van overige bedrijfsbouwwerken, geen erfafscheiding en/of reclamebord of -zuil, zijde gelden de volgende maten ten aanzien van de positionering: 1. een CO2-tank, (natte) koeltoren, watersilo, watertank en/of wkk-installatie of daarmee vergelijkbaar bouwwerk langs een weg uit categorie 1 of 2, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, moet altijd achter de voorgevelrooilijn van het primaire bedrijfsgebouw gebouwd worden, zodanig dat het bouwwerk een (ondergeschikt) onderdeel uit maakt van en een eenheid vormt met het bedrijfsgebouw; 2. een CO2-tank, (natte) koeltoren, watersilo, watertank en/of wkk-installatie of daarmee vergelijkbaar bouwwerk langs een weg uit categorie 3, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, mag maximaal t4e van de diameter of breedte van het bouwwerk voor de voorgevelrooilijn van het primaire bedrijfsgebouw gebouwd worden, zodanig dat het bouwwerk onderdeel uit maakt van en een eenheid vormt met het bedrijfsgebouw; 3.
de afstand van het aansluitpunt van een laad- en losruimte tot wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, bedraagt tot: * het hart van een weg uit categorie 1 ten minste 35 m.; * het hart van een weg uit categorie 2 ten minste 30 m.; * het hart van een weg uit categorie 3 ten minste 25 m.; » de boveninsteek van een vaarweg ten minste 4 m.; 4. de afstand van het aansluitpunt van een laad- en losruimte tot wegen, niet opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, bedraagt tot het hart van een weg ten minste 15 m.; 5. de afstand van een waterbassin en watersilo tot wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, bedraagt tot: * het hart van een weg uit categorie 1 ten minste 17,50 m.; * het hart van een weg uit categorie 2 ten minste 12,50 m.; * het hart van een weg uit categorie 3 ten minste 9 m.; » de boveninsteek van een vaarweg ten minste 4 m.; 6. de afstand van een waterbassin en watersilo tot wegen, niet opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, bedraagt tot het hart van een weg ten minste 6,50 m.; 7.
de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, geen erfafscheiding en/of reclamebord of -zuil zijnde, niet eerder genoemd, tot wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, bedraagt tot: * het hart van een weg uit categorie 1 ten minste 22,50 m.; * het hart van een weg uit categorie 2 ten minste 17,50 m.; » het hart van een weg uit categorie 3ten minste 12,50 m.; « de boveninsteek van een vaarweg ten minste 4 m.; 8. de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, geen erfafscheiding en/of reclamebord of -zuil zijnde, niet eerder genoemd, tot wegen of watergangen, niet opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, bedraagt tot: * het hart van een weg ten minste 12,50 m.;
89
« * * *
b. c. d. e. f. g. h.
3.2.5
de boveninsteek van een hoofdwatergang in boezemgebied ten minste 1 m.; de boveninsteek van een hoofdwatergang in poldergebied ten minste 4 m.; de boveninsteek van een watergang tot 2 m. breed ten minste 1,50 m.; de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in boezemgebied ten minste 1,50 m.; * de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in poldergebied ten minste 1 m.; * de boveninsteek van een watergang meer dan 5 m. breed ten minste 1 m.; 9. de afstand van een windturbine tot de -niet aan wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, gelegen- erfscheiding bedraagt ten minste 0,5x de bouwhoogte; 10. de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen, tot de -niet aan wegen, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen, gelegen- erfscheiding bedraagt ten minste 1,5x de bouwhoogte; 11. de afstand van een (natte) koeltoren en een wkk-installatie tot het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw van een woning, niet zijnde de dienstwoning van het glastuinbouwbedrijf, waar de (natte) koeltoren en/of wkk-installatie toe behoort , bedraagt ten minste 65 m.; 12. de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, niet zijnde een (natte) koeltoren of wkk-installatie, waarin geluidsbronnen aanwezig zijn tot het hoofdgebouw van een woning die onderdeel uitmaakt van een rustige woonwijk bedraagt ten minste 30 m.; 13.
de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, niet zijnde een (natte) koeltoren of wkk-installatie, zonder geluidsbronnen tot het hoofdgebouw van een woning die onderdeel uitmaakt van een rustige woonwijk bedraagt ten minste 25 m.; 14. de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, niet zijnde een (natte) koeltoren of wkk-installatie, zonder geluidsbronnen tot het hoofdgebouw van overige woningen bedraagt ten minste 12,5 m.; de bouwhoogte van een CO2-tank, (natte) koeltoren en watertank bedraagt ten hoogste 15 m.; de bouwhoogte van een watersilo bedraagt ten hoogste 4 m.; de hoogte van een windturbine bedraagt ten hoogste 15 m.; de bouwhoogte van een schoorsteen behorende bij een wkk-installatie bedraagt ten hoogste 20 m.; de bouwhoogte van een erfafscheiding voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m.; de bouwhoogte van een erfafscheiding achter de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 2 m.; de bouwhoogte van overige bedrijfsbouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet eerder genoemd, bedraagt ten hoogste 8 m. Dienstwoningen
a______ algemeen Voor dienstwoningen behorende bij een glastuinbouwbedrijf gelden de volgende algemene bepalingen: a. b.
c.
bij een glastuinbouwbedrijf zijn geen nieuwe dienstwoningen toegestaan; een bestaande dienstwoning, behorende bij een glastuinbouwbedrijf, zoals aangegeven met de aanduiding 'bedrijfswoning', met de daarbij behorende bouwwerken mag uitsluitend worden verbouwd, indien: 1. deze zal gaan dienen voor de huisvesting van de ondernemer of diens ter plaatse werkend personeel; 2. de te herbouwen dienstwoning zodanig gesitueerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd en wordt opgericht op de gronden die ook behoren bij het glastuinbouwbedrijf; 3. de woning niet al eerder is gesloopt, verplaatst als woning, met de bestemming wonen of als dienstwoning behorende bij een ander glastuinbouwbedrijf; 4. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. een dienstwoning, zijnde de enige dienstwoning behorende bij het glastuinbouwbedrijf, met daarbij behorende bouwwerken mag worden verbouwd, indien: 1. het glastuinbouwbedrijf ter plaatse beschikt over minimaal 20.000 m2 aan grond ; 2. het glastuinbouwbedrijf ter plaatse beschikt over minimaal 15.000 m2 aan kassen die als kweekruimte in gebruik zijn; 3. indien het glastuinbouwbedrijf ter plaatse beschikt over minder dan 15.000 m2, maar minimaal 5.000 m2 aan kassen die als kweekruimte in gebruik zijn, moet worden aangetoond dat er sprake is van een gespecialiseerde teelt die op deze beperkte schaal
90
bedrijfseconomisch verantwoord en levensvatbaar is; deze zal gaan dienen voor de huisvesting van de ondernemer of diens ter plaatse werkend personeel; 5. de te herbouwen dienstwoning zodanig gesitueerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd en wordt opgericht op de gronden die ook behoren bij het glastuinbouwbedrijf; 6. de woning niet al eerder is gesloopt, verplaatst als woning, met de bestemming wonen of als dienstwoning behorende bij een ander glastuinbouwbedrijf; 7. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. een dienstwoning, zijnde één van de dienstwoningen behorende bij een glastuinbouwbedrijf, met daarbij behorende bouwwerken mag worden verbouwd, indien: 1. het glastuinbouwbedrijf ter plaatse beschikt over minimaal 40.000 m2 aan grond; 2. het glastuinbouwbedrijf ter plaatse beschikt over minimaal 30.000 m2 aan kassen die als kweekruimte in gebruik zijn; 3. deze zal gaan dienen voor de huisvesting van de ondernemer of diens ter plaatse werkend personeel; 4. de te herbouwen dienstwoning zodanig gesitueerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd en wordt opgericht op de gronden die ook behoren bij het glastuinbouwbedrijf; 5. de woning niet al eerder is gesloopt, verplaatst als woning, met de bestemming wonen of als dienstwoning behorende bij een ander glastuinbouwbedrijf; 6.