CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.11b) toelichting (21-0092392)

Gemeenteraad 13 april 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de Lijst met Ingekomen Stukken (LIS)29.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

i

O

90 100

200

3Ů0

MelHrS-

Medebes temming Weerde Plangebied īůne - waarde archeologie i

vrijstelling lot KimS en 30cm

îonţ - waarde archeologie 11

vrijstelling Iņt 1ŪŪmĩ en 4(Jçm

zone - waande archeologie lil vrijstelling tot 250m2en 40cm

Archeologische medebestemming Binnen het gehele plangebied komen archeologische resten voor, of is sprake van een verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten. Aan het gehele plangebied wordt dan ook een archeologische medebestemming toegekend. Er is sprake van 3 verschillende archeologische verwachtingszones. Omdat aan deze zones verschillende vrijstellingsgrenzen worden gekoppeld, is er ook sprake van drie archeologische medebestemmingen (afbeelding 1). Indien bodemverstorende

70

ingrepen de gestelde vrijstellingsgrenzen overschrijden, kan archeologisch onderzoek als een voorwaarde worden gesteld bij het verlenen van een omgevingsvergunning. De bestemmingszones en daaraan gekoppelde vrijstellingsgrenzen wijken af van zowel de gemeentelijke archeologische beleidskaart als van het voorgaande bestemmingsplan. Hieronder volgt een toelichting. Sinds het vaststellen van de gemeentelijke beleidskaart en de voorgaande versie van dit bestemmingsplan, heeft op een aantal locaties in (de omgeving van) het plangebied archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Dit heeft tot nieuwe inzichten geleid. Waarde - Archeologie I Deze zone omvat de gebieden waarvan op basis van historisch kaartmateriaal is vastgesteld dat er bewoning plaatsvond tijdens de Late Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd. Het huidige beeld is opgebouwd op basis van 2 historische kaarten (de kaart van Kruikius uit 1712 en de kadastrale kaart, 1811-1832). Daaruit blijkt dat er binnen het bestemmingsplangebied twee zones zijn waar in historische tijden bebouwing voorkwam. Resten van deze bebouwing kunnen nog in de ondergrond aanwezig zijn. De westelijke zone betreft een buitenplaats en de oostelijke zone een voormalige molenplaats, waarvan de oudste molen dateert uit de periode vóór 1811. Deze zones dienen bij toekomstige plannen en eventuele sloop van huidige bebouwing ontzien te worden.

Binnen deze zone zijn bodemingrepen tot 50 m2 en 30 cm -maaiveld op voorhand vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Voor deze zone wordt afgeweken van de wettelijk gestelde 100 m2 omdat hier een zeer hoge dichtheid aan archeologische resten wordt verwacht. Hierdoor kunnen kleine bodemingrepen al leiden tot een grote verstoring van het bodemarchief en kunnen relatief kleine onderzoeken al veel waardevolle informatie over het verleden opleveren. Ook valt hier een aandachtszone in het noordoosten onder (afbeelding 2). Tijdens booronderzoek (Molenaar, 2007) is in deze zone een oud duinenlandschap aangetroffen vanaf een diepte van 85 cm -mv. In de top van deze duinen zijn archeologische indicatoren aangetroffen (houtskool, natuursteen). Mogelijk bevindt zich hier een vindplaats die valt te dateren vanaf het laat-Neolithicum. Dergelijke vindplaatsen zijn kleinschalig en voor de gemeente Westland uniek. Het kan gaan om (tijdelijke) nederzettingen, maar ook grafvelden en off-site structuren. Bij toekomstige plannen moet deze zone, qua bodemingrepen, indien mogelijk worden ontzien. Indien dit niet mogelijk blijkt, en werkzaamheden overschrijden de grenzen van 50 m2 en 30cm, dan dient er aanvullend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Hierbij wordt afgeweken van de wettelijk gestelde 100 m2 aangezien er een hoge verwachting bestaat voor de aanwezigheid van een vindplaats.

Ook hier geldt dat relatief kleine onderzoeken al veel waardevolle informatie over het verleden opleveren. Waarde - Archeologie II Deze zone omvat de locaties waarvan op basis van booronderzoek bekend is dat het oude duin- en strandwallenlandschap zich ondiep in de ondergrond bevindt. Voor dergelijke hoger gelegen locaties geldt in het plangebied een archeologische verwachting vanaf het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen, met een nadruk op vindplaatsen vanaf de IJzertijd. Het gaat daarbij voornamelijk om nederzettingen, maar ook grafvelden kunnen worden aangetroffen. Verder bestaat er een kans dat zogenaamde off-site structuren, zoals ontwateringsgreppels aanwezig zijn. In de omgeving zijn verschillende resten van bewoning uit met name de IJzertijd en later aangetroffen. De trefkans van dergelijke sporen is echter iets kleiner dan die van de archeologische resten die worden verwacht in de zones met bebouwing die is afgebeeld op historische kaarten. Daarom wordt voor de zone Waarde Archeologie II vastgehouden aan de wettelijke grens van 100 m2 voor de oppervlakte van het plangebied. Uit de verschillende booronderzoeken is gebleken dat de bouwvoor circa 40 cm dik is. Archeologische waarden worden in deze zone verwacht op zeer uiteenlopende dieptes, te beginnen direct onder de bouwvoor.

Voor deze bestemmingszone wordt daarom een diepte van 40 cm -maaiveld gehanteerd voor vrijstelling van bodemverstorende werkzaamheden. Waarde - Archeologie III

71

Deze zone omvat de gebieden met het lagergelegen duin- en strandwallenlandschap en de strandvlakte die grotendeels is opgevuld met getijdenafzettingen tijdens de overstromingsfasen. Ook hoort hierbij het veenlandschap, dat met name tegen de flanken van de hoger gelegen duinen een relevant niveau is. Verder bevinden zich lokale duin-opduikingen in de diepere ondergrond. Er bestaat dan ook een verwachting voor archeologische niveaus op meerdere dieptes. Voor deze zones bestaat een (middel)hoge kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen uit de IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen. Voor resten uit het Neolithicum en de Bronstijd geldt een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten op de duinafzettingen van Ypenburg en Voorburg. Op de gemeentelijke beleidskaart valt deze zone grotendeels binnen de zone met vrijstellingsgrenzen van 500 m2 en 50 cm. Sinds het vaststellen van de kaart is er op verschillende locaties in de omgeving van het plangebied onderzoek uitgevoerd. Tevens is voor de gemeente Westland in 2017 een nieuwe, gedetailleerdere geologische kaart opgesteld. Daaruit blijkt dat er binnen deze zones lokale duinopduikingen aanwezig kunnen zijn. Deze opduikingen waren in het verleden aantrekkelijke woonlocaties.

Gezien de minder gunstige ligging in vergelijking met de hoger gelegen duinlandschappen, is de verwachte dichtheid aan archeologische resten lager dan in de zone Waarde Archeologie II. Voor wat betreft de oppervlakte van de verstoring wordt daarom een vrijstellingsgrens van 250 m2 gehanteerd. Ook de kans dat in deze zone archeologische resten worden verstoord bij werkzaamheden tot 250 m2 is klein. Voor deze bestemmingszone wordt in verband met de gemiddelde dikte van de bouwvoor een diepte van 40 cm -maaiveld gehanteerd voor vrijstelling van bodemverstorende werkzaamheden. 3.10.3

Conclusie

In het gehele bestemmingsplangebied is sprake van een archeologische verwachting. Om een zorgvuldige omgang met deze (mogelijk aanwezige) archeologische waarden te waarborgen dient in het bestemmingsplan de waarde "Medebestemming - Archeologie" te worden opgelegd aan het plangebied. Omdat er sprake is van een gevarieerde archeologische verwachting, is er ook sprake van een gedifferentieerd vrijstellingsbeleid (zie afbeelding 1). Er dienen in dit bestemmingsplan 3 medebestemmingszones opgenomen te worden. Binnen de gebieden met een medebestemming is het uitvoeren van bodemverstorende werkzaamheden die de aan bestemmingszone gekoppelde vrijstellingsgrens overschrijden, gebonden aan een vergunningstelsel. In de afweging die ten grondslag ligt aan het verlenen van een omgevingsvergunning wordt het belang van het archeologisch erfgoed meegewogen conform het doel van de Erfgoedwet. Daarnaast is te alle tijden, binnen het gehele bestemmingsplangebied, de algemene meldingsplicht bij het aantreffen van oudheden van toepassing. Op basis van paragraaf 5.4 van de Erfgoedwet moet iedereen die, anders dan bij het doen van archeologisch onderzoek, iets vindt waarvan hij/zij weet of kan vermoeden dat het een (roerend of onroerend) monument betreft, dit melden bij de minister van OCW (om praktische redenen, bij de gemeente Westland).

Indien het bevoegd gezag van mening is dat dit noodzakelijk is, moet er tijd en ruimte geboden worden de resten te onderzoeken, documenteren en eventueel veiligstellen. Het niet melden van het aantreffen van oudheden is een overtreding van de Erfgoedwet en daarmee een strafbaar feit.

72

Wefltis

Aandachtezone -mogeltjke neolithische vindplaats L j gnenj pĽmgņtnoū Bird KM Sí ín»

73

Hoofdstuk 4

Juridische planbeschrijving

4.1

Planvorm

4.1.1

Wettelijk voorgeschreven standaardisering

De planregels en de planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen als gepubliceerd door het ministerie van VROM (SVBP 2008) en als wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 (Staatscourant 2008, nr. 377, van 30 oktober 2008).

Daarnaast zijn in de planregels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In een apart artikel zijn de bijzondere gebruiksverboden opgenomen voor alle bestemmingen, welke verboden aansluiten op het wettelijk verbod als neergelegd in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening.

Voor uitleg van die planregels wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008, in samenhang met de jurisprudentie over die uitleg. Voorts is de "Werkafspraak terminologie Wabo in Standaard voor Vergelijkbare bestemmingsplannen" van september 2010 verwerkt. Die werkafspraak in het kader van de ministeriële regeling is gemaakt met het oog op de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010.

4.1.2

Aanvulling en geoorloofde afwijking van de SVBP 2012

De planregels en planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn toegesneden op de specifieke behoefte aan planregulering voor het gegeven plangebied. In de hierna volgende paragrafen is de aan het bestemmingsplan eigen plansystematiek toegelicht voor zover die een aanvulling of een geoorloofde afwijking vormt van de SVBP 2012.

4.1.3

Systematiek van de planregels

Opbouw planregels De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: * » « *

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

Inleidende regels

Begrippen (Begrippen) Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen.

Wijze van meten (Wijze van meten) Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

Bes temmingsregels De bestemmingsregels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: » « *

doeleindenomschrijving (gebruiksregels); bouwregels; nadere eisen;

74

afwij kingsregels. Gebruiksregels De doeleindenbeschrijving van de bestemming of de dubbelbestemming, waarvan opname in de planregels is geboden in artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, is in de planregels voor elke bestemming in eerste instantie vervat in het onderdeel "Bestemmingsomschrijving". Van het onderdeel "Specifieke gebruiksregels" wordt in de planregels vooral gebruik gemaakt om regels te geven voor de onder de bestemming of dubbelbestemming vallende functieaanduidingen en bouwaanduidingen en andere aanduidingen. Afwijkingsregels In het onderdeel "Afwijken van de gebruiksregels" wordt alleen die afwijkingsbevoegdheid opgenomen die uitsluitend ziet op het gebruik. Zodra sprake is van het afwijken van de bouwregels - ook al vormt dat bouwen een (klein) onderdeel van het gebruik in ruime zin - wordt de bevoegdheid daartoe geplaatst in het onderdeel "Afwijken van de bouwregels". Aanleggen of slopen De aanlegregels of sloopregels zijn uitvoerig met het oog op een zorgvuldige verlening van de omgevingsvergunning daartoe, voor zover regels daarvoor niet reeds zijn voorzien in de Wet ruimtelijke ordening of het Besluit ruimtelijke ordening. De aanlegregels of sloopregels kennen de volgende onderverdeling: * * *

het aanlegverbod of sloopverbod zelf; de voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning mag worden verleend en het inwinnen van deskundigenadvies; de specifieke aanlegverboden of sloopverboden met de daarop gegeven uitzonderingen.

Algemene gebruiksregels In het artikel "Algemene gebruiksregels" zijn naast een verwijzing naar het algemene gebruiksverbod vanartikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, specifieke gebruiksverboden ter invulling van het algemene gebruiksverbod opgenomen. Daarin is onderscheid gemaakt tussen het verbod op het gebruik van gronden en het verbod op het gebruik van bouwwerken. Overgangs- en slotregels

In het artikel "Slotregel" zijn de volgende onderdelen opgenomen: * het onderdeel "Vervangen bestemmingsplannen" waarin een overzicht van de bestemmingsplannen en andere planregimes is opgenomen die met dit bestemmingsplan zijn vervangen; * en het onderdeel "Citeertitel". 4.1.4

Systematiek van de planverbeelding

Wettelijke vereisten

De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Hierbij vormt de inhoud van de digitale versie de beslissende versie. De digitalisering brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. De planverbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. De digitale planverbeelding en de andere onderdelen van de dataset hebben het volgende planidentificatie-nummer gekregen: NL.IMRO.1783.MONWESTERHONKobp-VO01 De dataset bes taat uit:

75

« * * *

het GML-bestand van de planverbeelding; het XML-geleideformulier; de onderliggende bestanden zoals ondergrond en overige topografische informatie; de PDF- en HTML-bestanden voor respectievelijk de verbeelding van plantoelichting en planregels.

Leeswijzer verbeelding

Wegwijzer via internet Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) een nieuwe aangelegenheid. Via de website www.ruimteliikeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is. Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksonder 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Indien meer informatie is gewenst, kan worden doorgeklikt naar de toelichting en/of de regels van het plan. Analoge verbeelding Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien.

Het lezen van de analoge verbeelding is verschillend van de digitale verbeelding. Op de analoge verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. Bestemmingsvlak en bouwvlak

Vrijwel elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Soms komt het voor dat het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samenvallen. Op de plankaart is dan uitsluitend een bouwvlak te zien (het bestemmingsvlak ligt hieronder). Aanduidingen

Op de digitale plankaart is een onderscheid gemaakt in verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Voorbeelden van functieaanduidingen zijn 'bedrijfswoning', 'detailhandel' en 'kantoor'. Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Voorbeelden van bouwaanduidingen zijn 'gestapeld' en 'onderdoorgang'. Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen.

4.2

Bestemmingsregeling

De bestaande functies in het plangebied die overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan in dit plan zijn bestemd, zijn de volgende (in alfabetische volgorde van bestemming).

76

4.2.1

Bestemming 'Groen'

De openbare groenvoorzieningen het plangebied zijn bestemd als Groen. Op deze gronden zijn ook water, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden toegestaan. In de bestemming is een specifieke regeling opgenomen voor de aanwezige muziekkiosk. 4.2.2

Bestemming 'Groen-2'

De strcuturele groenvoorzieningen, welke dienen als landschappelijke inrichting van het terrein, zijn voorzien van de bestemming 'Groen-2'. Op deze gronden zijn alleen onverharde wandelpaden toegestaan. 4.2.3

Bestemming 'Maatschappelijk-Welzijnsinstelling'

De gronden welke in gebruik zijn door de zorginstelling voor de huisvesting van mensen met een lichamelijke- en/of verstandelijke beperking inclusief de daarbij behordende activiteiten gericht op dagbesteding, religieuze functies, van (para)medisch-sociale functies en van culturele functies, gelieerd aan de woonvormen , inclusief overige bijbehorende voorzieningen, zijn voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk- Welzijnsinsteling'. Voor de verschillende typen aan gebouwen zijn aparte bouwregels opgenomen. De gewenste herinrichting van het terrein is, binnen deze bestemming mogelijk gemaakt. Op bepaalde locaties zijn wel aanvullende bouwvoorwaarden gekoppeld, zoals een minimale groenopgave. 4.2.4

Bestemming 'Tuin'

Op de gronden bij de woningen die onder de bestemming “Wonen” zijn geplaatst, hebben de tuinen de bestemming “Tuin” (T) gekregen. Naast beperkt bouwen is het bouwen van erkers op die gronden onder voorwaarden toegestaan. Bij deze bestemmingslegging is deels aangesloten bij de regels die vóór het van kracht worden van dit bestemmingsplan golden. 4.2.5

Bestemming 'Verkeer'

Daar waar een weg een stroomfunctie heeft, zijn de gronden bestemd als Verkeer. Binnen deze bestemming zijn een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan, zoals parkeren, groen- en waterpartijen en nutsvoorzieningen. 4.2.6

Bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied'

Het openbaar gebied in de woonwijken heeft een verblijfs- en verplaatsingsfunctie. Deze gronden zijn bestemd als Verkeer - Verblijfsgebied. Binnen deze bestemming is ontsluiting toegestaan met daarbij behorende voorzieningen zoals parkeren, groen- en waterpartijen, nutsvoorzieningen, speeltoestellen en reclame-uitingen. 4.2.7

Bestemming 'Water'

Waterpartijen, structuurbepalende watergangen en locaties die van belang zijn voor de waterberging zijn bestemd voor Water. 4.2.8

Bestemming 'Wonen'

De bestaande burgerwoningen in het plangebied zijn bestemd met de bestemming ‘Wonen'. Binnen deze bestemming zijn bouwvlakken opgenomen voor de hoofdgebouwen. Naast en achter de woning is een erfbebouwingsregeling opgenomen. 4.2.9

Dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'

Op de gronden waarin mogelijk archeologische waarden liggen is de dubbelbestemming Waarde-Archeologie neergelegd. Aan deze bestemming is een aanlegstelsel verbonden. 4.2.10

Dubbelbestemming 'Waterstaat-Beschermingszone''

De gronden zijn mede bestemd voor waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen. Voordat gebouwd mag worden, moet advies bij de waterbeheerder worden ingewonnen.

77

4.2.11

Dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterstaatswerk'

De gronden zijn mede bestemd voor het beheer en onderhoud van waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen. Voordat gebouwd mag worden, moet advies bij de waterbeheerder worden ingewonnen.

78

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.12 Wro is de gemeente verplicht bij vaststelling van een bestemmingsplan of projectbesluit waarin bouwplannen zijn opgenomen als aangewezen in artikel 6.12 Wro juncto artikel 6.2.1. Bro, een exploitatieplan vast te stellen. Er hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld als het verhalen van kosten anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld doordat de gemeente hierover overeenkomsten heeft gesloten met de eigenaren van de binnen het exploitatiegebied gelegen gronden, of doordat de gemeente zelf eigenaar is van bedoelde gronden. Ten behoeve van de ontwikkeling van het plangebied zijn de exploitatiekosten beoordeeld en is een exploitatieplan niet nodig omdat op andere wijze reeds in kostenverhaal is voorzien. Tussen gemeente en initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten waarin de anterieure kosten zijn opgenomen. Tevens is tussen gemeente en initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten krachtens art.6.1 Wro teneinde de uitvoerbaarheid van het plan te waarborgen.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Overleg

In de periode van PM t/m PM 2021 heeft over het voorontwerp van dit bestemmingsplan bestuurlijk overleg plaatsgehad als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij hebben de volgende instanties gereageerd: * Veiligheidsregio Haaglanden « Provincie Zuid-Holland * Hoogheemraadschap van Delfland * Gasunie De uitkomsten van het overleg, als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, onder c., van het Besluit ruimtelijke ordening, zijn opgenomen in Bijlage Inspraak en overleg van deze toelichting. 5.2.2

Inspraak

In het kader van de Inspraakverordening Westland 2004 zal er voor het voorontwerpbestemmingsplan Westerhonk inspraak plaatsvinden. De ontvangen inspraakreacties zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de reacties wordt verwezen naar Bijlage PM van deze toelichting. 5.2.3

Zienswijzen

Van PM tot PM heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Gedurende de periode van tervisielegging zijn PM AANTAL zienswijzen ingediend. De ontvangen zienswijzen zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de zienswijzen wordt verwezen naar Bijlage PM van deze toelichting.

79

l Li,LULL]-. IIIEL1LLL

....

Postadres: Postbus 150, 3670 AD Naaldwijk Bfřřŕekadres: Vťjrdliaan 7, 2671 Vw Naaldwijk T 14 0174 F (0174) 673 6Û0

E ļŞflöOgsnnMntewesţlsnd-nl I www.gemGentewestland.iil

WESTLAND , V'. V;:,;-' ,

f í--. ui

/JTS

i/fe'

'ľ-

r

*

ŗ4Ç

\ s.

'J

■'ļi' ^ 7

7**4.

1

-K

:W

y™

,.íļ

' JļĮ

üįf

ŠMPŴ 4

^3-M 1LJL rf‘^ \ nri

o

Ai

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=202650e1-7d5d-4ad5-bb41-a652181ad35a