CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.08a) Bijlage Wmo beleidsregels 2024 (24-0095351)

Commissie MO 30 september 2024, gemeente WestlandBij agendapunt: Schrijven college d.d. 04-07-24 inzake beleidsregels Wet Maatschappelijke ondersteuning 2024 (24-0087394)22.747 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

20

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 dat andere oplossingen, zoals een respijtzorgvergoeding door de ziektekostenverzekeraar geen optie zijn. Cliënt is niet zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor Kortdurend verblijf. Een uitzondering is als een cliënt Kortdurend Verblijf bij Strandgoed heeft. De cliënt is in dit geval zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling. Hij kan hiervoor gebruik maken van eigen vervoer of van hulp uit het eigen sociale netwerk. Wanneer de cliënt beperkingen heeft op het gebied van vervoer zal hij doorgaans in het bezit zijn van een vervoerspas voor de Regiotaxi, waarmee hij zich naar de instelling kan vervoeren. 2. Ontmoetingscentra richten zich op ondersteuning van mantelzorgers en mensen met dementie, chronische somatische en psychische klachten. om overbelasting te voorkomen en mensen langer thuis te laten wonen. Met de ontmoetingscentra moet een soepele overgang naar de Wlz mogelijk zijn zonder van locatie te hoeven veranderen. Er wordt gewerkt volgens de bewezen effectieve interventie. (http://www.databankinterventies.nl/interventieontmoetingscentra.html). -

Er is toegang zonder indicatie mogelijk tot 6 dagdelen. Dit onderzoekt loopt via Pieter van Foreest, Florance en Senna Bij de volgende aanbieders dient er via de gemeente een onderzoek te worden gedaan: WZH, Careyn en Cardia Boven de 6 dagdelen dient er een indicatie te worden afgegeven door de gemeente.

Ook kan een cliënt toegang kregen tot ontmoetingscentra in de vorm van wendagen. Wendagen zijn bedoeld om de periode te overbruggen naar een regulier gebruik ontmoetingscentra als maatwerkvoorziening. Dit geldt niet voor aanbieders die leveren vanuit de algemene voorziening. 3.3.9 Producten die aanvullend geïndiceerd kunnen worden Naast de resultaten uit de resultatenmatrix kan een aantal producten geïndiceerd worden. Hieronder een beschrijving van deze producten en binnen welk resultaatgebied ze geleverd kunnen worden.   

   

Maaltijdvoorziening: Het bereiden en klaarzetten van een maaltijd. Toezicht op het gebruik van de maaltijd. Deze voorziening is niet gekoppeld aan een perceel. Vervoer: het vervoeren van een persoon met of zonder rolstoel. Ten behoeve van de resultaatgebieden 1, 2, 3, 4, 6 en de hierboven genoemde losse maatwerkproducten Kortdurend Verblijf en ontmoetingscentra. (met uitzondering van Strandgoed) Niet acute zorg buiten kantoortijden: ten behoeve van de resultaatgebieden 1, 2, 3, 4, 5 en 6 • Het bereikbaar zijn voor cliënten 24 uur per dag. • Onplanbare zorg is acute zorg buiten kantoortijden Wasverzorging: ten behoeve van resultaatgebied 5 Waakvlam: ten behoeve van de resultaatgebieden 1, 2, 3, 4 en 6. Periodiek contact ten behoeve van nazorg door bekende begeleider ter voorkoming en het vroeg signaleren van terugval. Toeleiding naar passende dagbesteding: Cliënt toeleiden naar een passende vorm van dagbesteding Kindzorg: Het tijdelijk overnemen van de reguliere verzorging van een gezond kind tot 12 jaar bij uitval van de ouder(s) en de afwezigheid van informele zorg en algemene gebruikelijke voorliggende voorzieningen. Kindzorg wordt afgenomen op factuurbasis en niet in een trede geïndiceerd. Wendagen: ten behoeve van resultaatgebied 8. Bedoeld om periode te overbruggen naar een reguliere gebruik ontmoetingscentra als maatwerkvoorziening.

Dit geldt niet voor aanbieders die leveren vanuit de algemene voorziening.

3.3.10 Beschermd wonen en beschermd thuis Volgens de Wmo 2015 is Beschermd Wonen het wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

21

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 Bij Beschermd Wonen gaat het om de burger die een beschermende woonomgeving en toezicht nodig heeft, maar voor wie er geen noodzaak is voor opname in een ziekenhuis of GGZ-instelling vanwege een psychiatrische behandeling. Het kerndoel van verblijf op basis van ‘Beschermd Wonen’ is gericht op het creëren van de noodzakelijke voorwaarden om samenhangende zorg te kunnen leveren die in de thuissituatie van de zorgvrager niet adequaat of niet effectief geleverd kan worden. De zorgbehoefte is niet op te lossen met voorliggende voorzieningen en/of extramurale zorg. Bij ‘Beschermd Thuis’ (inclusief Beschermd Thuis-geclusterd) gaat het om de burger die een beschermende woonomgeving en begeleiding nodig heeft. Het betreft die zorgvrager die vanwege zijn beperkingen op meerdere momenten van de dag begeleiding en toezicht nodig kan hebben. De begeleiding vindt op afspraak plaats, maar kan ook ongepland noodzakelijk zijn en 24/7 ingeroepen worden door de zorgvrager. De toelating tot Beschermd Wonen wordt beoordeeld door de centrumgemeente Delft.

Aansluiting beleid centrumgemeente De gemeente Westland kiest ervoor om de aanspraak op Beschermd Wonen en opvang volledig te verstrekken overeenkomstig de geldende (raads- en college) Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 en van de gemeente Delft en de gemeentelijke beleidsregels van deze gemeente. Dit geldt voor alle onderdelen van het beleid rondom Beschermd Wonen en opvang, waaronder de bepalingen die zien op de toegang en de bijdrage in de kosten. Hiermee wordt de aansluiting op het actuele beleid van centrumgemeente Delft gewaarborgd. Onderscheid Beschermd Wonen en begeleiding Bij Beschermd Wonen gaat het om wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding. Beschermd Wonen is bedoeld voor personen die zich, door psychische of psychosociale problemen of een licht verstandelijke beperking, niet op eigen kracht kunnen handhaven in de samenleving. Voor de beoordeling of voor een cliënt beschermd wonen of begeleiding moet worden ingezet, is dus van belang of de cliënt zelfstandig kan wonen zonder de directe nabijheid van 24 uur per dag toezicht en ondersteuning. Als hier twijfel over bestaat, stemt de Wmo-consulent hierover af met de centrumgemeente.

Vrouwen- en mannenopvang Organisaties voor vrouwenopvang bieden, overal in Nederland, opvang en hulp aan vrouwen, mannen -en hun eventuele minderjarige kinderen-, die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, loverboys/lovergirls, jeugdprostitutie of mensenhandel. De vrouwen, mannen en hun kinderen kunnen tijdelijk in een instelling voor vrouwenopvang en mannenopvang verblijven. Ze kunnen gebruik maken van basisvoorzieningen als crisisopvang, een individueel hulpverleningstraject, hulpverlening aan de kinderen en nazorg. Toegang tot vrouwen- en mannenopvang Binnen de vrouwenopvang en mannenopvang worden mishandelde vrouwen, mannen en hun minderjarige kinderen opgevangen en begeleid, die daar op basis van de landelijk gestandaardiseerde criteria voor in aanmerking komen. Er zijn om die reden geen specifieke beleidsregels geformuleerd voor de toegang tot deze opvang. De toeleiding naar vrouwenopvang en mannenopvang wordt uitgevoerd door Wende. Wende biedt hulp en opvang aan iedereen die betrokken is bij huiselijk geweld. Wende is één van de landelijk aangewezen aanmeldplaatsen voor advies en intake ten behoeve van de landelijke verdeling van vrouwen en mannen binnen de deze vorm van opvang.

3.3.11 Opvang Opvang wordt in de Wmo als volgt gedefinieerd: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht (met gebruikelijke zorg, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk) te handhaven in de samenleving. Opvang wordt verstrekt door het college van de gemeente tot welke de inwoner van Nederland zich wendt. Opvang omvat ‘maatschappelijke opvang’ (dag- , nacht- en 24 uursopvang) en ‘vrouwenopvang. De Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 ordent nachtopvang en dagopvang onder de algemene voorzieningen; 24 uursopvang en vrouwenopvang vallen onder het maatwerk. 22

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 Delft is centrumgemeente maatschappelijke opvang en vrouwenopvang voor de regio Delft, Westland, Pijnacker-Nootdorp, Midden-Delfland. Maatschappelijke opvang Kerntaak van de maatschappelijke opvang is het bieden van tijdelijk verblijf aan mensen zonder dak boven hun hoofd, gekoppeld aan zorg en begeleiding en/of het verhelpen van een crisis. Cliënten van de maatschappelijke opvang kampen vaak met meer, elkaar beïnvloedende problemen. Zo is er vaak sprake van een combinatie van dak- en thuisloosheid, justitieproblematiek, schulden, psychiatrische, somatische en/of verslavingsproblematiek en/of werkeloosheid of het ontbreken van zinvolle dagbesteding. Dit maakt de hulpvraag vaak complex en veelomvattend. De cliënten hebben hierdoor vaak te maken met instanties en hulpverleners uit verschillende maatschappelijke sectoren. Toegang (dag-, nacht- en 24-uursopvang) 1. De toegang verloopt conform de Delftse “Beleidsregels postadres en toegang tot maatschappelijke opvang voor daklozen”. Het KCC van de gemeente Delft geeft wel of geen toestemming voor het gebruik maken van de nachtopvang. Het KCC-Delft toetst of iemand daadwerkelijk dakloos is en tot de regio Delft, Westland, Oostland behoort. Als dat zo is, heeft betrokkene recht op een postadres en eventueel een uitkering.

Het verkrijgen van een postadres voor dak- en thuislozen en de toegang tot maatschappelijke opvang zijn gekoppeld aan de volgende criteria:  de aanvrager dient 18 jaar of ouder te zijn,  de aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland,  uit onderzoek blijkt dat de aanvrager geen vast verblijfadres heeft,  er is een aantoonbare binding met één van de gemeenten binnen de regio Delft, Westland, Midden-Delfland of Pijnacker-Nootdorp, 2.

Bij het vaststellen van de binding met de regio worden de volgende afwegingscriteria gehanteerd:

De aanvrager heeft gedurende drie jaar voorafgaand aan het moment van aanmelding minimaal twee jaar aantoonbaar zijn of haar hoofdverblijf in de centrumgemeente of regio gehad. Dit moet blijken uit inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie-, of het bekend en geregistreerd zijn bij zorginstellingen;  bekendheid bij de lokale zorginstellingen of maatschappelijke opvang instelling,  bekendheid bij de lokale politie,  geboorteplaats binnen de regio Delft, Westland, Midden-Delfland of Pijnacker-Nootdorp,  de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk,  redenen om de cliënt uit zijn oude sociale netwerk te halen. Indien de aanvrager voldoet aan de toelatingscriteria en heeft aangetoond dat hij daadwerkelijk dakloos is, wordt hij door het spreekuur voor dak- en thuislozen aangemeld bij de organisatie voor maatschappelijke opvang. Deze draagt zorg voor een intake waarbij verschillende levensgebieden aan de orde komen. De organisatie zorgt er vervolgens voor dat er een rehabilitatietraject wordt ingezet. Huiselijk geweld en kindermishandeling De regiogemeenten in Haaglanden hebben gezamenlijk één regiovisie ’Aanpak huiselijk geweld huiselijk geweld Haaglanden 2019-2022’ 3.4 Beschrijving van de algemene voorziening ‘basisvoorziening hulp bij het huishouden’ 1.

Voor de algemene voorziening ’basisvoorziening hulp bij het huishouden’ voldoet de inwoner aan de volgende voorwaarden: a. De inwoner is langdurig mantelzorger (dit houdt in langer dan drie maanden en meer dan 8 uur per week) en de inwoner staat ingeschreven bij het mantelzorgsteunpunt binnen de gemeente Westland; of b. De inwoner heeft tijdelijke problemen met het uitvoeren van huishoudelijke taken wegens een tijdelijke beperking. 2. De zorgaanbieder beoordeelt of een inwoner voldoet aan de genoemde voorwaarden. 3. De hulp bij het huishouden dient ingekocht te worden bij een hiervoor door de gemeente gecontracteerde partij. 4. Inwoners die aan de voorwaarden voldoen, kunnen per kalenderjaar maximaal 40 uur hulp bij het huishouden inkopen. Deze uren worden voor de duur van maximaal een half jaar geleverd. Als het nodig is om de voorziening tijdelijk te verlengen kan, na overleg met de gecontracteerde partij, eenmalig het aantal uren worden verlengd met maximaal 40 uur. De 23

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 ‘basisvoorziening hulp bij het huishouden’ kan niet worden ingezet naast de maatwerkvoorziening ‘Ondersteuning en regie bij het huishouden’. De eigen bijdrage voor de gebruiker van de algemene voorziening ‘basisvoorziening hulp bij het huishouden’ is € 5, - per uur.

24

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 4.

Besluitvorming

De fase van de besluitvorming bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Inhoud beschikking 2. Regels voor het persoonsgebonden budget 3. Bijdragen in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s 4. Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen

Artikel in de Verordening artikel 11 artikel 12 artikel 13 artikel 14

De besluitvormingsfase heeft een maximale termijn van twee weken. 4.1.

De beschikking

een beschikking is een officieel document dat aangeeft welke hulp een persoon ontvangt. Elke organisatie heeft haar eigen specifieke verantwoordelijkheid voor de geboden hulp. De totale beoordeling van het arrangement kan leiden tot een beschikking. De cliënt ontvangt, binnen 2 weken na de aanvraag, een beschikking op grond van de Wmo. Wanneer duidelijk is dat de termijn van 2 weken wordt overschreden, wordt er een uitstelbericht naar de cliënt verzonden. In deze brief moet de reden van uitstel benoemd worden en moet een uiterlijke termijn van afhandeling genoemd worden. Deze termijn is afhankelijk van de reden van uitstel. In de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 artikel 11 staat een aantal eisen voor beschikkingen. 4.1.1 Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval gemotiveerd aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt. En wordt tevens aangegeven hoe tegen de beschikking bezwaar kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe het resultaat wordt bereikt (immateriële voorziening). Dit wordt beschreven in het zorgplan.

Dit zorgplan wordt maximaal 6 weken na besluit verstuurd; d. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn, tenzij deze zijn opgenomen in het ondersteuningsplan; e. De hoogte van de eigen bijdrage als hier sprake van is. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval aangegeven: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte is van het pgb en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb zijn verbonden; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; f. de wijze van verantwoording van besteding van het pgb; g. de maximale termijn van 14 weken voor het indienen van declaraties; h. de maximale termijn van 14 weken voor het indienen van de zorgovereenkomst voor immateriële diensten of voor het indienen van de factuur voor materiële voorziening; i. indien van toepassing de naam van de hulpverlener en/of vertegenwoordiger; j. indien van toepassing de plicht om een wijziging van de hulpverlener en/of vertegenwoordiger te allen tijde aan het college door te geven. Keuzevrijheid De cliënt heeft keuzevrijheid in het kiezen van een aanbieder. De Wmo-consulent zal tijdens het onderzoek rekening houden met specialisatie van aanbieders en met de wensen en mogelijkheden van de situatie van de cliënt.

De Wmo-consulenten zullen de cliënt begeleiden naar de juiste zorgaanbieder met de passende expertise. Als een cliënt uit verschillende resultaatgebieden ondersteuning krijgt, wordt bij voorkeur gekozen voor een aanbieder die meer percelen kan aanbieden.

25

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 Zorgplan Naar aanleiding van het ondersteuningsplan, stelt/stellen de gecontracteerde aanbieder(s) samen met de cliënt het zorgplan op. In het zorgplan beschrijft de aanbieder samen met de cliënt hoe de ondersteuning uitgevoerd moet worden om het resultaat te kunnen behalen. Dit zorgplan ontvangt de gemeente na het versturen van de beschikking en dient als brondocument bij evaluatiemomenten als aanvulling op het evaluatieverslag. Hiermee is de startsituatie van de client duidelijk en kan geëvalueerd worden of de noodzakelijke resultaten worden behaald. Zorgplannen dienen binnen 6 weken na versturen beschikking worden ontvangen en worden steekproefsgewijs gecontroleerd. Er is geen vast evaluatiemoment. Het uitgangspunt is dat de cliënt of gemachtigde 2 het zorgplan ondertekent. Hierdoor is duidelijk wat de inzet van de zorgaanbieder zal zijn. Inzetten verschillende aanbieders De coördinerende aanbieder kan ook andere partijen (bijvoorbeeld welzijnswerk of andere aanbieders) inzetten om het resultaat te bereiken. Per resultaatgebied zullen verschillende expertisegebieden van toepassing zijn. De Wmo-consulenten zullen de cliënt begeleiden naar de juiste zorgaanbieder met de passende expertise.

Als een cliënt uit verschillende resultaatgebieden ondersteuning krijgt, wordt bij voorkeur gekozen voor een aanbieder die meer percelen kan aanbieden. Start ondersteuning De ondersteuning van cliënt start tien werkdagen na het ontvangen van de definitieve opdracht van de gemeente. De gemeente verwacht dat een aanbieder intercultureel kan werken. Er worden geen tolken ingezet voor het vertalen naar andere talen. Geldigheidstermijn indicatie De geldigheidstermijn van de indicatie wordt bepaald door de consulent. Indien aanbieder tijdens of na het opstellen van het zorgplan het inzicht verwerft dat bepaalde aspecten in het ondersteuningsplan ontbreken of niet blijken te kloppen, dan heeft aanbieder de ruimte om hierover in overleg te gaan met de Wmo-consulent. Ook als de cliënt het niet eens kan worden met de zorgaanbieder, zal overleg plaatsvinden met de Wmo-consulent. Deze beoordeelt dan wat de passende oplossing is.

4.2

Regels voor het persoonsgebonden budget (pgb)

4.2.1 Doel van een pgb Een pgb kan een geschikt instrument zijn voor de cliënt om passende zorg op maat in te kopen. Het pgb is een verstrekkingsvorm die geschikt is voor mensen die zelf, dan wel met behulp van een pgb-vertegenwoordiger, in staat zijn een zorgovereenkomst af te sluiten met een aanbieder en daarbij in staat is de benodigde administratie bij te houden. 4.2.2 Eigen verantwoordelijkheden van de budgethouder a. De budgethouder is zelf verantwoordelijk voor het inkopen van de individuele voorziening, hulpmiddel of hulp; b. het onderhoud, de reparaties en de verzekering van het hulpmiddel (hiervoor kunnen jaarlijks kosten tot een vastgesteld maximum bedrag worden gedeclareerd); c. het afleggen van verantwoording aan de gemeente over het pgb en de kwaliteit van de geleverde maatwerkvoorziening. d. Degene die ingeschakeld wordt voor hulp is verantwoordelijk voor het doorgeven van loongegevens aan de belastingdienst. Het voldoen aan de eigen verantwoordelijkheden, vraagt van de budgethouder een zekere pgbbekwaamheid. Bij de beoordeling van de pgb-bekwaamheid wordt gebruik gemaakt van de pgbtest van Per Saldo. De uitslag van de test is geen reden om een pgb af te wijzen, maar geeft de cliënt en het college meer inzicht in de mate waarin de cliënt beschikt over vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het beheren van een pgb.

De test is een hulpmiddel bij het gesprek dat het college voert met de cliënt over de keuze voor een pgb of Zorg in Natura. Het 10 punten kader pgb-vaardigheid in bijlage 7 is daar eveneens een hulpmiddel voor. 2

Hierbij is een schriftelijke mac ht iging v ereist. Om aanv ullend te zijn op een wettelijke machtiging, moet een volmacht tenminste voldoen aan het volgende:  de volledige naam, geboortedat um, woonplaats en het telefoonnummer van de volmachtgever en de gevolmachtigde moet en zijn opgenomen;  er moet duidelijk zijn omsc hreven waar de v olmac ht voor geldt;  de volmacht moet zijn gedateerd en ondert ek end door de volmachtgever. Er moet worden opgepast dat de volmachtgev er niet bijv . al onder bewind staat .

26

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 4.2.3 Voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een pgb te kunnen krijgen 1. De cliënt dient uiterlijk bij de aanvraag een budgetplan te overhandigen bij de gemeente. Wanneer de aanvraag niet vergezeld is van een ingevuld en ondertekend budgetplan, wordt de cliënt een laatste termijn geboden om het budgetplan alsnog in te leveren (paragraaf 2.2.4); 2. Als de cliënt de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb geleverd wil hebben moet de cliënt of zijn budgetbeheerder voldoende pgb-vaardig zijn om een pgb te beheren; 3. Een maatwerkvoorziening conform artikel 7 in de vorm van een pgb wordt toegekend onder voorwaarden die genoemd staan in artikel 12 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024; 4. Het is niet toegestaan om het pgb te besteden aan zaken die genoemd staan in paragraaf 4.2.4; 5. Het pgb dient in Nederland besteed te worden, tenzij het college vooraf expliciet toestemming verleent voor besteding in het buitenland (paragraaf 4.2.4). Het college moet zich bij het toekennen van een pgb ervan overtuigen dat aan de voorwaarden wordt voldaan. Voorwaarden die gesteld worden aan een pgb-vertegenwoordiger Als een cliënt voor een pgb kiest, is hij ook de budgethouder. Indien de cliënt niet in staat is om zelf het pgb te beheren, dient een pgb-vertegenwoordiger te worden aangesteld.

De volgende voorwaarden worden aan de pgb-vertegenwoordiger gesteld:  De pgb-vertegenwoordiger moet een familielid zijn tot en met maximaal de 2 e graad of een aantoonbare relatie hebben tot de budgethouder;  De budgethouder of de pgb-vertegenwoordiger geeft aan wie de gemachtigde is die namens de budgethouder optreedt;  De pgb-vertegenwoordiger dient aan dezelfde voorwaarden te voldoen als de budgethouder (paragraaf 4.2.3) en dient zich ervan te vergewissen dat de zorg feitelijk en kwalitatief goed wordt verleend;  De budgethouder en pgb-vertegenwoordiger kunnen niet tevens aanbieder van zorg zijn. Een dergelijke dubbelrol is in strijd met artikel 1:435 lid b van het Burgerlijk Wetboek. Bij twijfel of dit aan de orde is, kan de Wmo-consulent vragen om een VOG van de hulpverlener en/of het Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) matrixregister raadplegen;  De pgb-vertegenwoordiger mag geen financiële relatie hebben tot de hulpverlener in verband met mogelijke belangenverstrengeling. In uitzonderlijke gevallen (alleen bij 1e of 2e graad familie) kan hier van worden afgeweken, wanneer dit, gezien de situatie van de cliënt, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden.

 Indien er geen geschikte onbetaalde bemiddelaars, tussenpersonen of belangenbehartigers beschikbaar zijn, er geen passende Zorg In Natura kan worden geboden en er met een pgb wel passende zorg kan worden ingekocht, mag een bewindvoerder of wettelijk vertegenwoordiger als pgb-vertegenwoordiger worden aangesteld. De pgb-vertegenwoordiger dient zich er van te vergewissen dat niet alleen de financiën van het pgb bewaakt moeten worden, maar ook de kwaliteit van de zorg. Contra-indicaties tegen het verstrekken van een pgb In de wet staat dat het college een persoonsgebonden budget kan weigeren (Wmo artikel 2.3.6 lid 5): a. voor zover de kosten van het betrekken van de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening die in natura beschikbaar is of; b. indien het college eerder toepassing heeft gegeven aan Wmo artikel 2.3.10 eerste lid, onderdeel a, d en e; c. als er een ernstig vermoeden is dat de budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een pgb zal overwogen worden of een pgb wel de juiste leveringsvorm is voor de maatwerkvoorziening. d.

Situaties waarbij het risico groot is dat het pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel: de budgethouder is handelingsonbekwaam; de budgethouder beschikt niet over voldoende pgb-vaardigheden (bijlage 7) en verantwoordelijkheidsbesef; de budgethouder heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de situatie; er is sprake van verslavingsproblematiek bij de budgethouder; er is sprake van schuldenproblematiek bij de budgethouder;

27

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 -

er sprake is van een situatie waarin het pgb wordt besteed aan een persoon die tot de leefeenheid van de cliënt behoort en die de hulp op zich moet nemen, maar daartoe niet in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting; er eerder sprake is geweest van misbruik/fraude door de budgethouder als er bijvoorbeeld onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, er niet werd voldaan aan de gestelde voorwaarden voor een pgb of als het pgb niet werd gebruikt voor het doel waarvoor het bestemd was.

Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. Deze situaties vereisen altijd een individuele afweging. In deze situaties kan een pgb worden geweigerd. Om een pgb af te wijzen op contra-indicaties, moet er feitelijke onderbouwing zijn waarop het afwijzingsbesluit is gebaseerd. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld. Hulpverleners die niet voldoen aan de kwaliteitseisen die gesteld worden aan gekwalificeerde aanbieders of personen uit het sociaal netwerk ontvangen een informeel pgb-tarief. Inzetten sociaal netwerk Naar aanleiding van het onderzoek heeft de cliënt de wens uitgesproken om zijn sociale netwerk in te willen zetten (Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 artikel 7). Indien de zorg geleverd wordt door een familielid of iemand uit het sociale netwerk kan een pgb alleen verstrekt worden als die persoon boven gebruikelijke zorg levert. Voor het vaststellen van de hoeveelheid ondersteuning die ouders / gezinsleden redelijkerwijs zonder betaling bieden is de richtlijn Gebruikelijke zorg en zorg van toepassing en het ciz protocol hoofdstuk 4 (zie bijlage 2). Ten aanzien van het inzetten van het sociaal netwerk kan een pgb worden verstrekt indien het netwerk aangeeft dat de zorg voor hem niet te zwaar wordt.

Naast de gebruikelijke zorg kan een cliënt of zijn pgb-vertegenwoordiger een vergoeding verlenen met een pgb. Bij de beoordeling van het aantal uren zal als richtlijn gebruik gemaakt worden van de Indicatiewijzer van het CIZ 7.1 van 2014. Trekkingsrecht PGB Portaal Westland (www.mijnpgb.nl) Budgethouders of gemachtigden gebruiken voor het voeren van de administratie en het declareren het PGB Portaal. Met behulp van het PGB Portaal worden zorgovereenkomsten met zorgverleners opgesteld, opgeslagen, gewijzigd en goedgekeurd. De gemeente is verantwoordelijk voor de zorginhoudelijke controle van de zorgovereenkomsten tussen budgethouder en zorgverlener. De arbeidsrechtelijke controle van de zorgovereenkomst wordt uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). In het PGB Portaal worden ook declaraties verwerkt. Deze worden uitbetaald door de SVB. Het is belangrijk dat cliënten vooraf goed weten wat het pgb-beheer inhoudt en welke verantwoordelijkheden zij daarbij hebben. De budgethouder krijgt de benodigde informatie tijdens het gesprek en tijdens het tweede gesprek (paragraaf 2.2.2). Daarnaast kunnen Per Saldo, de belangenbehartiger voor mensen met een pgb, en het servicecentrum pgb van de SVB, voorlichting geven en ondersteuning bieden aan budgethouders.

Kwaliteitseisen van dienstverlening De gemeente stelt als voorwaarde aan de ingekochte dienstverlening (zowel in natura als pgb), dat wordt voldaan aan de noodzakelijke kwaliteit. De gemeente maakt in de beoordeling van de kwaliteit onderscheid tussen ondersteuning/diensten die geleverd worden door formele en informele hulpverleners. Kwaliteitseisen formele hulpverlener Onder een gekwalificeerde zorgorganisatie wordt verstaan: een aanbieder die is ingeschreven in het handelsregister als zijnde verlener van maatschappelijke ondersteuning en die personeel in dienst heeft dat beschikt over een juiste kwalificaties voor zover dit voor het verlenen van de betreffende ondersteuning relevant is. Onder juiste kwalificaties voor een zorgorganisatie wordt verstaan:  in het bezit zijn van relevante diploma’s;  aangesloten zijn bij een beroepsvereniging;  gebruik maken van een hulpverleningsplan en dit periodiek bijstellen;  een systeem hebben voor het bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit;  over een VOG beschikken voor alle medewerkers;  zich houden aan de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;  een meldplicht calamiteiten en geweld hebben;  een vertrouwenspersoon in de gelegenheid stellen zijn taak uit te oefenen; 28

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 

over een klachtenregeling beschikken.

Onder een gekwalificeerde zelfstandig werkende aanbieder wordt verstaan: een beroepskracht die niet in loondienst is bij een gekwalificeerde zorgorganisatie en beschikt over de juiste kwalificaties voor zover dit voor het verlenen van de betreffende ondersteuning relevant is. Onder juiste kwalificaties voor een gekwalificeerde zelfstandig werkende aanbieder worden verstaan:  dat men in het bezit is van relevante van een diploma dat relevant is voor het uitvoeren van de functie (bijv. Social work);  dat men in het bezit is van een VOG van maximaal 6 maanden oud bij aanvang van de ondersteuning;  dat alle medewerkers aangesloten zijn bij een beroepsvereniging;  dat er een systeem is voor het bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit. Kwaliteitseisen informele hulpverlener Onder een niet-gekwalificeerde aanbieder wordt verstaan: Alle hulpverleners die niet voldoen aan de eisen die gesteld worden aan formele hulpverleners. Wanneer de hulpverlener tot het sociaal netwerk behoort, wordt diegene ook gezien als informele hulpverlener, ongeacht de kwalificaties.

Onder juiste kwalificaties voor een niet-gekwalificeerde aanbieder wordt verstaan:  Een beroepskracht die niet in loondienst is;  Het overleggen van een VOG-verklaring van maximaal 6 maanden oud met uitzondering van personen uit het gezin van de budgethouder en eerste en tweedegraads familieleden;  De zorgverlener mag niet overbelast zijn;  De zorgverlener heeft een stabiele persoonlijke situatie (een indicatie kan bijvoorbeeld zijn dat deze zelf in ieder geval geen begeleiding heeft). Kwaliteitseisen dagbesteding dagbesteding in de vorm van groepsgerichte activiteiten mag enkel plaatsvinden op een locatie waar bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan en waar voorzieningen worden getroffen om de veiligheid van de cliënt te waarborgen, zoals brandveiligheid. Een locatie met een woonfunctie is hiervoor niet geschikt. Dagbesteding kan daardoor uitsluitend met een formeel pgb-tarief worden ingekocht, mits aan de kwaliteitseisen is voldaan, waarnaar verwezen wordt in bijlage 4. Kwaliteitscontrole Om de kwaliteitseisen te waarborgen wordt bij het budgetplan een ondertekende verklaring omtrent de kwaliteit en effectiviteit van de gekwalificeerde hulpverlener toegevoegd. In deze verklaring verklaart de hulpverlener dat en hoe hij aan de kwaliteitseisen voldoet.

Nadat de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is toegekend, controleert de gemeente de kwaliteit en de dienstverlening die uitgevoerd worden door middel van heronderzoek van het pgb. Gedurende het jaar kan de gemeente een steekproef houden bij de budgethouder door bijvoorbeeld een huisbezoek af te leggen. Hierbij wordt de inhoudelijke zorgverlening en ondersteuningsvraag met de cliënt / pgb-vertegenwoordiger besproken (doelmatigheid). Ook wordt een administratieve controle (rechtmatigheid) uitgevoerd. Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. Als onrechtmatig of ondoelmatig gebruik van het pgb wordt geconstateerd, kan het college besluiten om voorwaarden te stellen aan voortzetting van het pgb of de verstrekking van het pgb te heroverwegen of eventueel in te trekken. Ook terugvorderen en opschorten van betalingen behoort tot de mogelijkheden (Wmo Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 artikel 17 en 18). 4.2.4 Hoogte pgb De omvang van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld budgetplan over hoe hij het pgb gaat besteden, en b.

wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van 29

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparaties en verzekering, en c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura; d. de hoogte van het pgb in het buitenland wordt afgestemd op het land waar de cliënt tijdelijk verblijft (zie bijlage 5). De situatie waarin het door de cliënt beoogde aanbod duurder is dan het aanbod van het college betekent niet bij voorbaat dat het pgb om die reden geheel geweigerd wordt. Cliënten kunnen zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste aanbieder hoger is dan het door het college voorgestelde aanbod. De gemeente keert een “bruto” pgb uit aan de SVB, hierop is nog geen eigen bijdrage in mindering gebracht. De eigen bijdrage wordt bij de cliënt geïnd door het CAK. Bestedingen die niet uit het pgb worden vergoed Er is geen verantwoordingsvrij bedrag.

De volgende uitgaven mogen niet worden betaald uit het pgb:  Feestdagenuitkering  Kosten voor bemiddeling  Kosten voor het voeren van een pgb-administratie  Reiskosten voor een hulpverlener  Kosten voor het aanvragen van een VOG  Kosten voor het deelnemen aan overleggen in het kader van afstemmen en samenwerken met andere hulpverleners  Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb  Kosten voor het lidmaatschap van Per Saldo  Kosten voor het volgen van allerlei cursussen over het pgb  Kosten voor het bestellen van informatiemateriaal  Alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Wmo vallen.  Alle zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen vallen.  Eigen bijdrage. Maandloon Bij uitbetaling van het pgb aan de zorgverlener mag in principe geen gebruik gemaakt worden van vaste maandlonen of maandbedragen, tenzij hiertoe in de beschikking toestemming is verleend. De aanvrager dient daarbij deugdelijk te motiveren waarom uitbetaling door middel van maandlonen/maandbedragen passend is. Pgb voor immateriële voorzieningen In bijlage 8 zijn de regels vastgesteld om de hoogte van het pgb te berekenen en zijn de tarieven weergegeven.

Ondersteuning aan de cliënt kan worden geboden in de resultaatgebieden: sociaal en persoonlijk functioneren, financiën, huisvesting, dagbesteding, ondersteuning en regie bij het huishouden of gezondheid. Pgb voor materiële voorzieningen Indien een materiële voorziening nodig is, kan die in natura maar ook in de vorm van een pgb verstrekt worden. Daarbij kan gedacht worden aan woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen (inclusief een tegemoetkoming), hulpmiddelen, etc. Programma van eisen (PvE) Wanneer de cliënt kiest voor een pgb krijgt hij in of tijdens de onderzoeksfase een PvE waar de voorziening aan moet voldoen. De cliënt kan op basis van dit PvE zelf de voorziening aanschaffen. Als de cliënt een andere oplossing wil, kan hij daarvoor kiezen onder de voorwaarde dat de voorziening geen (andere) belemmeringen oproept. De voorziening die de cliënt aanschaft moet wel de beperking op hetzelfde niveau compenseren zoals in het PvE wordt gesteld en niet slechts een deel van het probleem oplossen. Duur van de toekenning De voorziening in de vorm van een pgb wordt toegekend voor een periode die afhankelijk is van de gebruikelijke levensduur van de voorziening. De periode waarvoor de voorziening wordt

30

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 toegekend zal beschreven worden in de beschikking. Indien de situatie van de cliënt verandert zal daarmee rekening worden gehouden. De cliënt zelf dient een veranderde situatie te melden bij het college. Pgb-bedrag Het pgb-bedrag voor voorzieningen dient in beginsel toereikend en niet duurder te zijn dan met de natura voorziening. De kosten van de individueel afgestemde aanpassingen worden op grond van de offerte van de hulpmiddelenleverancier vastgesteld. De kostprijs van een maatwerkvoorziening (per periode) wordt bepaald op basis van de vastgestelde levensduur van de voorziening. Voorbeelden van technische levensduur zijn:  7 jaar bij een vervoermiddel  7 jaar bij een rolstoel  10 jaar bij een traplift of roerende woningaanpassing  15 jaar bij een verbouwing van een woning Onderhoud en reparatiekosten De kosten in Pgb voor onderhoud, reparatie en verzekering voor een vervoersmiddel, woonvoorzieningen duurder dan €500,00 en rolstoel zijn per jaar gemaximeerd op 5% van de kostprijs tot hoogstens het maximale Pgb bedrag dat de gemeente heeft vastgesteld. Indien sprake is van een autoaanpassing gelden de te declareren kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering alleen voor de autoaanpassing en niet voor de rest van de auto. De reparatie en onderhoud is 100% declarabel.

Onderhouds- en reparatiekosten aan installaties waarbij de gemeente een zorgplicht heeft voor de staat van onderhoud en gebruiksveiligheid worden volledig vergoed. Dit geldt voor Tilliften, trapliften en elektrische deuropeners. Indien de kostprijs van een hulpmiddel hoger is dan € 4.000,-, is het afsluiten van een bijbehorende verzekering tegen diefstal en schade een voorwaarde bij de verstrekking van het pgb. Dit geldt voor rolstoelen en vervoersvoorzieningen. In de beschikking wordt een bedrag opgenomen als tegemoetkoming voor verzekering, onderhoud en reparaties. Jaarlijkse kosten die hiervoor gemaakt worden, kunnen maximaal ter hoogte van dit bedrag gedeclareerd worden. Daarnaast wordt 100% vergoed van de goedkoopste beschikbare verzekering. Extra kosten mogen worden gedeclareerd wanneer de cliënt in een jaar geen kosten maakt en in het opvolgende jaar dubbele kosten heeft. Het pgb wordt toegekend als een aankoopofferte of nota is overhandigd en is goedgekeurd door het door het college op basis van geschiktheid (pakket van eisen). Het college betaalt het pgb uit na ontvangst van de definitieve factuur. Aanschaf In artikel 17 lid 4 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 is opgenomen dat het pgb ingetrokken kan worden als de cliënt de voorziening niet gebruikt voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Indien de cliënt geen voorziening aanschaft, neemt hij zelf contact op met de gemeente. Deze kan dan overwegen of een voorziening in natura een meer passende leveringsvorm is. Pgb omzetten in een voorziening in natura (en andersom) Als een pgb geen passende leveringsvorm is voor de cliënt, kan de gemeente een voorziening in natura als alternatief aanbieden. De cliënt kan één keer per jaar wisselen tussen het pgb en een verstrekking in natura van zorg (of andersom). Dit is niet mogelijk bij een verstrekking voor materiele ondersteuning. Besteding pgb in het buitenland Er bestaat geen recht op pgb voor zover het is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier vooraf expliciet toestemming voor verleent. De cliënt dient uiterlijk een maand voor het verblijf in het buitenland om toestemming te vragen bij het college. Indien nodig kan het college extern advies vragen over de wenselijkheid en noodzaak van het verblijf in het buitenland ten behoeve van het bevorderen van de participatie na terugkomst in Nederland. De maximale termijn waarmee in het buitenland verbleven kan worden met een pgb bedraagt 13 weken. De eisen die in de wet, Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 en in deze beleidsregels staan gelden ook voor besteding van het pgb in het buitenland.

Denk daarbij bijvoorbeeld aan de kwaliteit van dienstverlening en verantwoording van het pgb (Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 artikel 12).

31

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 De hoogte van het pgb in het buitenland wordt afgestemd op het land waar de cliënt tijdelijk verblijft. De hoogte van het pgb wordt herberekend aan de hand van de aanvaardbaarheidspercentages zoals genoemd in het AWBZ kompas persoonsgebonden budget van het Zorginstituut Nederland (bijlage 5). De hoogte van het pgb geldt voor materiële en immateriële voorzieningen. Als de cliënt niet voorafgaand aan het verblijf in het buitenland toestemming van het college heeft gevraagd en gekregen, wordt de maatwerkvoorziening beëindigd en wordt tot terugvordering overgegaan. Het recht op een maatwerkvoorziening – ook in de vorm pgb - vervalt per definitie als de cliënt geen ingezetene meer is van de gemeente Westland.

4.3

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s

4.3.1 In de beschikking Als sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt in de beschikking benoemd zoals die landelijk is vastgesteld. In het geval van voorzieningen wordt de kostprijs in de beschikking benoemd zodat client zelf op de hoogte kan zijn wanneer hij deze via de eigen bijdrage heeft betaald. In het geval van diensten wordt de kostprijs niet benoemd aangezien de kostprijs altijd hoger is dan de eigen bijdrage en geldt zolang hij gebruik maakt van de dienst. Tegen de beslissing, die vermeld wordt in de beschikking, is bezwaar en beroep mogelijk volgens de Awb. 4.3.2 Eigen bijdrage Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening. De bijdrage wordt jaarlijks landelijk vastgesteld. De inning gebeurt door het CAK. Alleen cliënten met een bruto-inkomen lager dan 130% van de voor hun situatie geldende bijstandsnorm hoeven geen eigen bijdrage te betalen. Daarmee verwacht het college bij te dragen aan armoedebestrijding. Onder de eigen bijdrage vallen maatwerkvoorzieningen. Uitgezonderd zijn de cliënten die gebruik maken van beschermd wonen en maatschappelijke opvang (zorg in natura). Zij blijven een inkomensafhankelijke eigen bijdrage betalen. De periodebijdrage geldt bovendien niet voor gezamenlijke huishoudens, waarvan tenminste één lid niet AOW-gerechtigd is. Voor deze groep is de eigen bijdrage op nihil gesteld.

Uitgezonderd van de eigen bijdrage zijn:  Een rolstoel verstrekking  Een client met een voorziening onder de leeftijd van 18 jaar  Het collectief vervoer; de cliënt betaalt aan de vervoerder  de maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming in de kosten (Wmo Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 artikel 21). Bij een maatwerkvoorziening in eigendom geldt de effectieve kostprijs als maatstaf voor de berekening van de eigen bijdrage. De bijdrage wordt betaald tot dat de kostprijs voor de voorziening is betaald of wanneer de ondersteuning stopt. Bij een maatwerkvoorziening in bruikleen (natura verstrekking) geldt de nieuwwaarde als richtprijs voor de berekening van de eigen bijdrage. Bij een verstrekking van een pgb mag de eigen bijdrage niet worden betaald uit het pgb. Bij een Pgb wordt de eigen bijdrage betaald over de hoogte van de toekenning van het Pgb in het geval van materiele voorzieningen. Bij overname van een voorziening van een andere gemeente is voor het overnamebedrag een eigen bijdrage verschuldigd, voor zover de voorziening nog niet is afgeschreven. De eigen bijdrage wordt berekend over de waarde van de voorziening. 4.3.3 Hoogte en duur eigen bijdrage De Wmo legt een grotere eigen verantwoordelijkheid bij de burger.

Daarbij wil de gemeente een vangnet zijn voor mensen die niet zelf (met hun sociale netwerk) in staat zijn problemen het hoofd te bieden. Daarom wordt op alle voorzieningen een eigen bijdrage gevraagd. Uitzonderingen hierop zijn: een rolstoel, een voorziening voor het toe- en/of doorgankelijk maken van een woongebouw waarvan de woning van de cliënt onderdeel uitmaakt, een tegemoetkoming in meerkosten (artikel 21 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024) en de woningaanpassing ten behoeve van een thuiswonend kind. Tevens kent de gemeente Westland een minimabeleid van 130% en heeft dit aan het CAK doorgegeven. De gemeente is niet op de hoogte van bijvoorbeeld het verzamelinkomen van de cliënt en zijn echtgenoot. Het CAK is dat wel en verzorgt daarom de inning van de eigen bijdragen.

32

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 De eigen bijdrage wordt geheven, zolang een dienst wordt afgenomen en/of de waarde van een voorziening hoger is dan het betaalde bedrag aan eigen bijdragen. 4.3.5 Woonvoorzieningen Om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving zijn er veel voorzieningen die dit mogelijk maken. In deze paragraaf een toelichting op verschillende vormen woonvoorzieningen en een aantal begrippen dat bij de beoordeling van de noodzaak van een voorziening een rol speelt. Vormen van woonvoorzieningen:  losse woonvoorzieningen; voorzieningen die niet nagelvast, dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een tillift);  bouwkundige woonvoorziening; nagelvaste voorzieningen (bijvoorbeeld aanpassing aan de badkamer);  woningsanering, als sprake is van beperkingen als gevolg van COPD, astma of allergie;  meerkosten bij verhuizing en inrichting als de kosten/baten afweging aanleiding geeft tot een verhuizing. Kosten en onderhoud De jaarlijkse kosten voor het onderhoud van een woonvoorziening worden vergoed zolang de voorziening nog niet is afgeschreven. Losse woonvoorzieningen Onder losse woonvoorzieningen wordt verstaan: woonvoorzieningen die niet nagelvast aan het huis vast zitten en dus verplaatsbaar zijn. Dit worden ook wel roerende woonvoorzieningen genoemd.

Voor roerende woonvoorzieningen geldt voor de voorzieningen waarvoor geen contract met een leverancier is afgesloten de kostprijs op basis van de door het college geaccepteerde offerte. Relatief goedkope hulpmiddelen tot € 500, - (waarvan de kosten van transport en reiniging voor herverstrekking niet opwegen tegen de kosten van verstrekking van een nieuw hulpmiddel), zullen in eigendom worden verstrekt. Losse voorzieningen zijn daarom veelal voorliggend op bouwkundige woonvoorzieningen. Bij het bepalen of al dan niet een bouwkundige woonvoorziening nodig is, houdt het college rekening met de belangen van mantelzorgers zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend moeten worden. Komen de kosten boven de € 10.000, - dan is er een primaat van verhuizing. Een locatie die bestemd is voor doelgroepen (bijvoorbeeld woonservicelocatie) dient door de verhuurder bouwtechnisch geschikt gemaakt te worden voor de verhuur aan de doelgroep. Het aanpassen van dit soort gebouwen zal gebeuren conform de afspraken zoals die door het college gemaakt zijn of worden met de (toekomstige) eigenaar van deze woningen. Indien een individuele maatwerkvoorziening nodig is, kan de cliënt contact opnemen met de Wmo-consulent van de gemeente Westland en deze zal de aanvraag melding onderzoeken en beoordelen.

Bouwkundige woonvoorzieningen in natura worden bij voorkeur eigendom van de woningeigenaar. In overleg met de cliënt en leverancier kan bij uitzondering worden bepaald dat een voorziening in bruikleen wordt gegeven. Bijvoorbeeld bij een bepaald merk drempelhulp, een plafondtillift of douche-föhninstallatie. De woonvoorziening trapliften is een uitzondering op de regel. Deze zijn altijd in bruikleen. De woningeigenaar is verantwoordelijk voor onderhoud en reparatie en verzekering van die voorzieningen die in eigendom zijn verstrekt. Voor een voorziening in bruikleen betaalt de gemeente kosten van onderhoud en reparatie. Trapliften worden altijd in bruikleen (bij natura levering) verstrekt. Deze zijn opnieuw inzetbaar waardoor kapitaalvernietiging kan worden voorkomen. Het aanbrengen van hekwerk voor veiligheidsredenen om een traplift te kunnen plaatsen is onderdeel van het verstrekken van een traplift. Hekwerk is altijd in eigendom. Een losse woonunit In het geval een aanpassing van een woning dient te resulteren in een aanbouw aan de woning en verhuizen echt niet tot de mogelijkheden behoort, dan is veelal het plaatsen van een losse woonunit de goedkoopst compenserende oplossing. Een losse woonunit wordt altijd in bruikleen toegekend, zodat deze voorziening (nadat belanghebbende de woning verlaten heeft) 33

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 herplaatsbaar is elders binnen de gemeente. De kosten om de voorziening te verwijderen en de gevel te herstellen worden vergoed. Bij aanpassen van de huidige of toekomstige woning, waarbij aanbouw aan de woning noodzakelijk is, ligt het primaat bij de losse woonunit. Kosten voor onderhoud en verwijderen van nagelvaste, niet in bruikleen verstrekte, woningaanpassingen vallen niet onder de Wmo, omdat ze bij plaatsing eigendom worden van de woningeigenaar. Hier kan van worden afgeweken middels het Wmo Convenant Gemeente Westland en woningcorporaties Westland(2024). Normaal gebruik van de woning Een woningaanpassing heeft als doel het normaal gebruik van de woning mogelijk te maken. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de elementaire woonfuncties mogelijk moeten zijn: slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel en het zich verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woning. Aanpassingen voor voorzieningen met een therapeutisch doel zoals dialyseruimte en therapeutisch baden worden niet gezien als normaal gebruik van de woning en worden niet vergoed.

Bezoekbaar maken woning Wanneer de cliënt in een instelling voor langdurige zorg woont en zijn feitelijke woonplaats heeft in Westland, kan één woning waar hij regelmatig op bezoek komt (bijvoorbeeld van ouders) bezoekbaar gemaakt worden. Bezoekbaar houdt in dat de cliënt toegang heeft tot de woning, één verblijfsruimte (bijvoorbeeld de woonkamer) en een toilet. Er worden geen aanpassingen vergoed om het logeren mogelijk te maken. Wanneer voorzieningen reeds aanwezig zijn en client verhuist naar een Wlz instelling en minimaal 18 dagen per jaar thuis logeert, dan is het mogelijk de woonvoorzieningen te laten staan indien client hier belang bij heeft en om logeren mogelijk te maken. Indien deze woonvoorzieningen vervangen moeten worden en bij gebruik voor hetzelfde doel dan vallen deze vervangingen ook onder de Wmo.

Woningsanering Wanneer sprake is van aantoonbare beperkingen ten gevolge van bijvoorbeeld COPD, astma of allergie (zolang de allergie niet voortvloeit uit de aard van de gebruikte materialen in de woning of de bouwtechnische staat van de woning), waardoor vervanging van vloerbedekking of gordijnen noodzakelijk is, kan hiervoor (onder voorwaarden) een financiële tegemoetkoming in de kosten worden verstrekt. De gemeente zal een extern advies vragen met betrekking tot de woningsanering. In principe worden alleen de woon- en slaapkamer gesaneerd. De vergoeding is afhankelijk van de afschrijvingstermijn van de te saneren artikelen. De volgende berekening wordt toegepast:  100% als het artikel nieuwer is dan twee jaar;  75% als het artikel tussen de twee en vier jaar oud is;  50% als het artikel tussen de vier en zes jaar oud is;  25% als het artikel tussen de zes en acht jaar oud is;  0% als het artikel acht jaar of ouder is i.v.m. economische afschrijving Bedragen op basis van Nibud prijzen (vloerbedekking vinyl en jaloezieën). Primaat van verhuizen en vergoeding in de kosten bij een noodzakelijke verhuizing Niemand kan verplicht worden om te verhuizen. Kiest de cliënt (en zijn gezin) ervoor in de huidige woning te blijven wonen dan stelt het college, voor de noodzakelijke aanpassingen, een beperkt bedrag beschikbaar. Dit tot een maximum van € 10.000, -.

Deze grens wordt het primaat van verhuizen genoemd. Als een cliënt in een woning van een woningcorporatie verblijft, neemt de consulent contact op met de woningcorporatie om te vragen of er een geschikte alternatieve huurwoning beschikbaar is. Het resterende bedrag of de hogere kosten komen voor rekening van de cliënt. Hierbij wordt er van uitgegaan dat alle benoemde aanpassingen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Cliënt heeft naderhand geen recht meer op toekenning van een voorziening die tijdens de initiële afweging tot pakket van eisen behoorde. Géén individuele maatwerkvoorzieningen worden verstrekt indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing en de cliënt verhuist van een adequate naar een inadequate woning, tenzij er een belangrijke reden bestaat voor de verhuizing. 34

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 De hoogte van de vergoeding in de meerkosten bij een verhuizing is conform artikel 21 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024. Het betreft een vergoeding voor meerkosten bij een verhuizing en herinrichting; de vergoeding zal niet volledig kostendekkend zijn. Mogelijkheden tot financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting of huurderving (artikel 21 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024)  Dubbele huur Er kan zich een situatie voordoen dat een aanvrager als gevolg van het realiseren van de woningaanpassing zijn huidige woning of nog te betrekken woning niet kan bewonen. Deze situatie heeft dubbele woonlasten tot gevolg. Hiervoor kan de aanvrager een tegemoetkoming krijgen als hij de dubbele woonlasten redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen. De financiële tegemoetkoming kan voor maximaal zes maanden worden verleend voor het tijdelijk betrekken van een (niet)zelfstandige woonruimte of het langer aanhouden van de te verlaten woonruimte. De financiële tegemoetkoming bedraagt de goedkoopst adequate oplossing voor een periode van drie maanden. Het college doet de beoordeling hiervan. 

Huurderving Dit is afhankelijk van het soort en de complexiteit van de woningaanpassing. Als de woningcorporatie een aangepaste woning gaat reserveren voor de gemeente, betaalt de gemeente aan de woningcorporatie een vergoeding voor huurinkomstenderving. De gemeente verstrekt deze vergoeding met ingang van de datum opzegging, voor de duur van 3 maanden. Deze periode kan maximaal éénmaal met 3 weken worden verlengd. De maximale duur en hoogte van de huurderving wordt berekend op basis van de brutohuur die aan de laatste bewoner in rekening is gebracht, vermeerderd met de jaarlijkse huuraanpassing op 1 juli als de woning dan nog wordt gereserveerd voor de gemeente. Na de duur van 3 maanden (+ 3 weken) kan de woning door de corporatie worden verhuurd.

4.3.6 Vervoer Doel van de vervoersvoorziening Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer c.q. sociale verbanden aangaan, brengt met zich mee dat iemand zich met een vervoermiddel moet kunnen verplaatsen in de omgeving. Wanneer een cliënt een probleem ervaart op het gebied van zelfredzaamheid en participatie in relatie tot het vervoer kan daarvoor gezocht worden naar een oplossing. De Wmo-consulent onderzoekt in hoeverre de cliënt zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien, hulp kan inschakelen van het eigen netwerk of gebruik kan maken van een algemene voorziening. In uitzonderlijke situaties zal een individuele maatwerkvoorziening verstrekt kunnen worden in de vorm van een vergoeding. Bijvoorbeeld voor vervoer met de eigen auto (Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 artikel 20). Om beperkingen in het vervoer inzichtelijk te maken onderscheidt de gemeente drie soorten afstanden: 1. de korte afstanden; loop- en fietsafstand in de directe omgeving van de woning; 2. de middellange afstanden; dat zijn de afstanden die een persoon zonder beperkingen per fiets, brommer, auto of openbaar vervoer (OV) aflegt binnen de regio; 3. de lange afstanden; naar bestemmingen buiten de regio. De afstanden in 1 en 2 kunnen worden uitgelegd als het lokaal verplaatsen.

De Wmo heeft als uitgangspunt dat bij de afstanden 1 en 2 de cliënt de mogelijkheid moet hebben om zich te kunnen verplaatsen binnen de directe woon- en leefomgeving met een maximale afstand van 1700 km per jaar. In het gesprek tussen de gemeente en de cliënt wordt nagevraagd bij welke afstanden de beperkingen ondervonden worden en hoe deze het beste zijn op te lossen. De verplaatsingen moeten passen in het kader van het leven van alledag. De vervoersvoorziening is niet bedoeld om te reizen naar bijvoorbeeld een sociale werkplaats, verplaatsingen in het kader van een betaalde baan en vervoer naar medische behandelingen (bijv. ziekenhuis). Het woonwerkverkeer valt niet onder de Wmo, daarvoor blijven werkgever en werknemer gezamenlijk verantwoordelijk.

35

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 Vervoer in het kader van alle Wmo-diensten, wordt indien noodzakelijk meegenomen met de indicatie. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het realiseren hiervan. De regiotaxi is hiervoor niet bedoeld. De uitzondering hierop is kortdurend verblijf bij Strandgoed. Alle bovenregionale vervoersdoelen vallen buiten de reikwijdte van de Wmo. Daarvoor wordt door het Ministerie van VWS de Valys beschikbaar gesteld. Valys is aanvullend op de door de Wmo op te lossen beperking en valt buiten de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Wmo vervoerspas Ook kan een medereiziger (tegen het OV-tarief) of een begeleider (gratis, mits medisch gezien noodzakelijk) meereizen. Voor begeleiding kan een OV-begeleidingskaart worden aangevraagd bij de NS. Met de regiotaxi reist de cliënt vanaf thuis gerekend maximaal 25 kilometer. Met de WMO vervoerspas krijgt de cliënt korting. Deze korting geldt voor maximaal 1700 kilometer per jaar. Als de cliënt in een kalenderjaar meer reist dan betaalt hij de normale prijs voor de regiotaxi. De Regiotaxi is een vraagafhankelijk collectief vervoerssysteem van deur tot deur en van deur tot halte en andersom. Reizigers kunnen een rit aanvragen, waarbij de gewenste vertrektijd en de herkomst en bestemming aan een centrale worden doorgegeven.

De Regiotaxi voert de rit uit waarbij rekening wordt gehouden met een marge van vertrek en een maximale omrijtijd. De Regiotaxi is een algemene voorziening voor alle inwoners van gemeente Westland. De cliënt kan een loophulpmiddel, rolstoel of scootmobiel meenemen in het vervoer. Ook kan een medereiziger (tegen het OV-tarief) of een begeleider (gratis, mits medisch gezien noodzakelijk) meereizen. Voor begeleiding kan een OV-begeleidingskaart worden aangevraagd bij de NS. Inwoners die geen indicatie hebben voor een WMO-vervoerspas kunnen ook reizen met Regiotaxi. Zij betalen het normale tarief. En kunnen een vervoerspas aanvragen bij Regiotaxi. Collectief vervoer versus individueel vervoer Bij beperkingen op het gebied van vervoer wordt in eerste instantie de Regiotaxi voorgesteld, maar er is ook een alternatief in de vorm van een individuele voorziening of een tegemoetkoming voor de kosten voor gebruik van (individuele service-) taxi of eigen auto. De vergoeding is gelijk aan de maximale vergoeding voor het ZIN-tarief(zie bijlage 8 voor de berekening). Eigen auto Als er een adequaat vervoersmiddel is in de vorm van een auto, dan is er geen reden tot het verstrekken van een Wmo vervoerspas. Indien er autoaanpassingen nodig zijn om de auto te kunnen gebruiken is dit niet algemeen gebruikelijk. De vergoeding is gelijk aan de maximale vergoeding voor het ZIN-tarief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=78632840-d90d-4b3c-a354-0fc991798e3a