CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.08a) Bijlage Wmo beleidsregels 2024 (24-0095351)

Commissie MO 30 september 2024, gemeente WestlandBij agendapunt: Schrijven college d.d. 04-07-24 inzake beleidsregels Wet Maatschappelijke ondersteuning 2024 (24-0087394)22.747 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 Inhoudsopgave Begripsomschrijvingen ..................................................................................................... 3 Inleiding ........................................................................................................................... 5 1. Uitgangspunten van de Wmo .................................................................................... 6 1.1 Inleiding .................................................................................................................. 6 1.2 Afwegingskader ....................................................................................................... 6 2. Procedure ............................................................................................................... 10 2.1 Informatie en advies ............................................................................................... 10 2.2 Procedure voor een maatwerkvoorziening ............................................................... 10 2.3 Procedure melding.................................................................................................. 10 2.4 Procedure onderzoek .............................................................................................

11 2.5 Het verslag (resultaat van onderzoek) ..................................................................... 12 3. De te bereiken resultaten ........................................................................................ 16 3.1 Criteria voor een maatwerkvoorziening ................................................................... 16 3.2 Advisering (artikel 8 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024) 17 3.3 Resultaatgebieden binnen de maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning (artikel 9 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024) ........................... 17 4. Besluitvorming ....................................................................................................... 25 4.1. De beschikking ...................................................................................................... 25 4.2 Regels voor het persoonsgebonden budget (pgb).................................................... 26 4.3 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s ..................................... 32 4.4 Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen ................................................. 37 5. Slotbepalingen .......................................................................................................

38 5.1 Afwijken beleid ....................................................................................................... 38 5.2 Wijziging situatie .................................................................................................... 38 5.3 Intrekking ............................................................................................................... 38 5.4 Privacy ................................................................................................................... 38 5.5 Overgangsrecht ...................................................................................................... 38 5.6 Inwerkingtreding en citeertitel ................................................................................ 38 Bijlage 1: Maximale perioden beschikkingen en monitormomenten ................................ 40 Bijlage 2: Richtlijnen gebruikelijke zorg en zorg ............................................................ 41 Bijlage 3: Motie Stopzetten inzet huishoudelijke hulp door jonge mantelzorgers ........... 42 Bijlage 4: Kwaliteitsstandaard en calamiteitenprotocol Wmo voor toezicht door GGD Haaglanden ...................................................................................................................... 43 Bijlage 5: Aanvaardbaarheidspercentages pgb in het buitenland ..................................

44 Bijlage 6: Checklist betrekken van de mantelzorger bij het onderzoek .......................... 45 Bijlage 7: Tien punten pgb-vaardigheid ........................................................................ 47 Bijlage 8: Overzicht tarieven 2024 ................................................................................ 48 Bijlage 9 Tarieven Wmo Hulpmiddelen Meyra 2024 ....................................................... 54 Bijlage 10: Prijslijst Deuropeners Welzorg Woning op Maat ............................................ 56 Bijlage 11: Maatwerkvoorzieningen onder de Wmo of Wlz in 2023 ( meest actuele versie) ........................................................................................................................................ 57 Bijlage 12: Raamovereenkomst zintuiglijk beperkten ..................................................... 58 Bijlage 13: H4 Normenkader Ondersteuning en Regie bij huishouden............................. 65 Bijlage 14: Resultatenmatrix ........................................................................................ 66 Bijlage 15 De Verkorte Procedure ................................................................................ 68

2

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024

Begripsomschrijvingen Algemene voorziening Algemeen gebruikelijk

Basisvoorziening

Een dienst of faciliteit die beschikbaar is zonder dat een indicatie nodig is. voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen en die financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Hierbij sluit gemeente aan bij de draagkrachtcriteria van de bijzondere bijstand of onderdelen daarvan. Algemene voorziening voor hulp in het huishouden die zonder indicatie voor een maatwerkvoorziening met eventueel een lichte toets kan worden ingezet voor de inwoner. Hierbij kan een eigen bijdrage in de kosten van toepassing zijn.

Budgethouder

Cliënt / zorgvrager aan wie het pgb is toegekend.

Budgetplan

Een plan waarmee de cliënt een persoonsgebonden budget aanvraagt om zelf ondersteuning in te kopen. In dit plan maakt de cliënt inzichtelijk welke zorg hij wil inkopen voor het beschikbare budget, het bedrag dat per zorgverlener besteed gaat worden en welke resultaten hij hiermee wil bereiken. Een budgetplan is alleen van toepassing in het geval het gaat om een dienst. Persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt. Of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de Wmo.

Cliënt

Collectieve voorziening

Voorzieningen die speciaal worden georganiseerd voor mensen met beperkingen. Het gebruik wordt gedeeld met anderen. Een voorbeeld is de Wmo Regiotaxi.

Mantelzorg

Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, beschermd thuis, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Het betreft ondersteuning die op vrijwillige basis verleend wordt en niet wordt gerekend tot gebruikelijke zorg.

Gebruikelijke zorg

De normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. Schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek. Hierin wordt beschreven welke

Ondersteuningsplan

3

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 problemen iemand ondervindt op het gebied van zelfredzaamheid en participatie en op welke manier (met formele en informele ondersteuning) gekomen kan worden tot verbetering. Persoonlijk plan

Pgb-vertegenwoordiger

Verslag

Zorgplan

Evaluatieformulier

Na de melding kan de cliënt een persoonlijk plan indienen voorafgaand aan het gesprek, waarin hij zijn zorgvraag, voorkeuren voor ondersteuning en doelen concretiseert. De cliënt kan hiervoor een formulier gebruiken wat de gemeente verstrekt. Dit persoonlijk plan is onderdeel van het onderzoek. De persoon die, indien de budgethouder hiertoe zelf niet in staat is, het geld van het pgb beheert en de administratie daarover voert. De budgethouder blijft zelf eindverantwoordelijk. Alle documenten die onderdeel zijn van de melding van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning en behoren tot het onderzoek van de Wmo-consulent. Het vormt de basis voor besluitvorming. Het verslag kan bestaan uit een persoonlijk plan, ondersteuningsplan, het zorgplan van een aanbieder, gesprekken, offertes en medisch advies. In geval van een pgb hoort er ook een budgetplan bij. Naar aanleiding van het ondersteuningsplan stellen de gecontracteerde aanbieders samen met de cliënt het zorgplan op. In het zorgplan beschrijft de aanbieder samen met de cliënt hoe de ondersteuning uitgevoerd moet worden om het resultaat te kunnen behalen. Dit is alleen van toepassing wanneer de ondersteuningsvraag betrekking heeft op een dienst. Bij de reeds bekende cliënten kan een evaluatieformulier worden gezien als zorgplan.

4

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024

Inleiding De Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo). Er wordt bekeken wat redelijkerwijs verwacht mag worden van de cliënt en zijn sociaal netwerk. Daarna wordt gekeken of algemene voorzieningen hem in staat stellen om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren in de maatschappij. Indien deze oplossingen nog onvoldoende zijn, wordt gekeken of een maatwerkvoorziening verstrekt kan worden. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ligt de nadruk op de te bereiken resultaten van de ingezette voorzieningen. De wet, Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 en beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Westland 2024 vormen een onlosmakelijk samenhangend geheel, waarbij de één voortborduurt op de ander en nader concretiseert. De wet staat boven de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 die op haar beurt boven de beleidsregels staat. De gemeentelijke Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 is een op gemeentelijk niveau vastgesteld algemeen verbindend voorschrift. Het is een wetgevende regeling op gemeentelijk niveau.

Ten behoeve van een logische opbouw en een goed begrip van het afwegingskader, valt er niet te ontkomen aan enige herhaling van bepalingen uit de wet en Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024. Formeel zijn deze herhalingen overbodig, omdat ze al in een 'hoger' document geregeld zijn, maar anders dreigen deze beleidsregels tot 'losse onleesbare brokken' uiteen te vallen. De Wmo en de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 regelen de bevoegdheden van de Raad en het college. De uitvoering van de wet zal echter in de regel door Wmo-consulenten, namens het college, worden gedaan (in mandaat).

5

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 1. Uitgangspunten van de Wmo 1.1

Inleiding

De uitgangspunten van de Wmo zijn:  het verstrekken van een maatwerkvoorziening;  begrippen als participatie, zelfredzaamheid, opvang en beschermd wonen;  een onderscheid wordt gemaakt tussen melding en aanvraag;  verplicht informatie verstrekken door de gemeente over de mogelijkheid om cliëntondersteuning in te zetten. De cliënt voorlichten over de mogelijkheid van het indienen van een persoonlijk plan, deze kan dan zelf met een plan komen ter ondersteuning van zijn hulpvraag en de oplossingen die hij beoogt;  Er kan een eigen bijdrage worden geheven.

1.2

Afwegingskader

In de afweging van de vraag hoe deelgenomen kan worden aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren in de maatschappij worden de volgende gebieden betrokken:      

Wat kan iemand zelf doen? Kan gebruikelijke zorg volstaan? Kan de sociale omgeving bijdragen? Kan voorliggende (Wet langdurige zorg) of andere wetgeving het probleem (deels) oplossen? Kunnen a. algemene voorzieningen, waaronder gebruikelijke voorzieningen of b. algemene (welzijns)voorzieningen ingezet worden? Is een maatwerkvoorziening noodzakelijk?

Een melding kan worden ingediend voor een ondersteuningsvraag. Er bestaan vaak meer mogelijkheden om een probleem op te lossen. Een maatwerkvoorziening is pas aan de orde als uit het onderzoek blijkt dat geen van de genoemde mogelijkheden tot voldoende resultaat leidt.

6

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 Schematisch:

Eigen kracht Zelf oplossen Gebruikelijke zorg Sociale omgeving of andere wetgeving

Andere wetgeving

Algemene gebruikelijke voorziening

Maatwerkvoorziening

1.2.1 Eigen kracht Zelf oplossen Eerst stimuleert de gemeente de inwoner zelf de regie te voeren en eigen mogelijkheden te benutten. Daarvoor kijken de Wmo-consulent of de zorgregisseurs van het Sociaal kernteam naar de persoonskenmerken van de cliënt, zijn talenten en vaardigheden, zingeving, in combinatie met zijn directe omgeving. Gebruikelijke zorg De normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. De Wmo consulent hanteert het protocol gebruikelijke zorg van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) als richtlijn. Zie bijlage 2:CIZ indicatiewijzer versie 7.1, juli 2014, hoofdstuk 4 en hoofdstuk 7. Een uitzondering op het gehanteerde protocol zijn jonge Westlandse mantelzorgers tot de leeftijd van 24 jaar. Zie bijlage 3. Sociale omgeving Het sociale netwerk verwijst naar het netwerk van familie, buren en vrienden in de directe omgeving van de inwoner. De sociale omgeving is mogelijk bereid om (een deel van) de ondersteuning te bieden. Denk aan boodschappen doen of andere kleine klussen. Hieronder valt ook de mantelzorg. Deze vorm van ondersteuning gaat voor op ondersteuning van de gemeente. Mantelzorg kan aanvullend zijn op vormen van professionele zorg. De sociale omgeving is belangrijk voor de ondersteuning van de cliënt.

Om de cliënt te ondersteunen kan de sociale omgeving een melding doen bij de gemeente ten behoeve van de cliënt. Daarnaast kan iemand uit de sociale omgeving, bijvoorbeeld de mantelzorger, aanwezig zijn bij het gesprek met de Wmo-consulent. Indien uit het gesprek blijkt dat de mantelzorger overbelast dreigt te raken kan overwogen worden om een maatwerkvoorziening toe te kennen aan de cliënt; daardoor wordt de mantelzorger ontlast. Vrijwilligers Het inzetten van mensen die vrijwillige ondersteuning bieden, zonder dat hier een indicatie voor nodig is. De inwoner kan bijvoorbeeld bij een organisatie als Vitis Welzijn hulp vragen.

7

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 1.2.2 Andere wetgeving De verantwoordelijkheid van het college houdt op en ligt bij de Wet langdurige zorg (Wlz) voor inwoners waarvan is vastgesteld dat zij recht hebben op verblijf en daarmee samenhangende zorg ten laste van de Wlz of wanneer de verwachting is dat zij daar aanspraak op kunnen maken omdat ze zijn aangewezen op permanent toezicht of 24-uurszorg, als er sprake is van:  immateriële ondersteuning en/of  materiële ondersteuning, waarbij de cliënt woont in een Zorg in Natura(ZIN)-zorginstelling.  Voorts kunnen medicijnen of een behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) de behoefte aan ondersteuning of een deel daarvan wegnemen. Voor cliënten die in geclusterde woonvormen wonen waar ze zelf de woonlasten betalen, blijven de vervoersmiddelen, rolstoelen en woonvoorzieningen (voorlopig) ongewijzigd onder de Wmo vallen. Personen onder 18 jaar zijn aangewezen op de Jeugdwet of kunnen gebruik maken van arrangementen als gevolg van de Wet passend onderwijs. Voor woningaanpassingen en hulpmiddelen kunnen jeugdigen wel gebruik maken van de Wmo. De Participatiewet richt zich primair op de arbeidsparticipatie van mensen en de Wmo op de maatschappelijke ondersteuning van mensen. Gemeenten kunnen de Participatiewet en de Wmo in onderlinge samenhang toepassen. Sociale wetgeving is voortdurend in beweging.

Niet uitgesloten is dat bepaalde voorzieningen elders een grondslag vinden en wellicht zelfs bij een andere instantie. Als daarvan in een voorkomend geval sprake is wordt die voorziening vanuit die specifieke wetgeving als oplossing meegewogen. 1.2.3 Algemeen gebruikelijke voorziening Soms kan een ondersteuningsvraag worden opgelost met een algemene of een algemeen gebruikelijke voorziening. Deze gaan voor op individuele maatwerkvoorzieningen (zie ook artikel 7 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024). Het college moet wel onderzoeken of de gevraagde voorziening ook voor de persoon van de aanvrager, gezien diens specifieke behoeften en persoonskenmerken, als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze: • • • •

niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; daadwerkelijk beschikbaar is; een passende bijdrage levert aan het zorgen voor een situatie waarin de cliënt zelfredzaam kan zijn of kan participeren en; met een inkomen op minimumniveau financieel kan worden gedragen.

Indien de vier vragen met ‘ja’ kunnen worden beantwoord, is veelal sprake van een algemeen gebruikelijke zaak. Diverse voorbeelden van wat door het college als algemeen gebruikelijke wordt gezien:  hendelmeng-/thermostaatkranen;  Eenvoudige badkamer aanpassingen losse toiletverhogers, verhoogde toiletpotten, eenvoudige toiletstoelen, wandbeugels, eenvoudige douchezitjes, douchekrukken en eenvoudige douchestoelen;  zonwering, al dan niet elektrisch:  Airconditioning;  gebruikskosten van een personenauto;  automatische transmissie (automaat)/airconditioning/stuurbekrachtiging in de auto;  inductie- of keramische kookplaat;  afwasmachine;  Fiets met hulpmotor/trapondersteuning en/of lage instap en een snor-/bromfiets, een 2 -en 3wielscooter, inclusief gebruikskosten;  Wasmachine;  wasdroger;  centrale verwarming;  Drempelvoorzieningen tot 10 cm;  regenkleding/schoot kleed;  aanpassingen ter vergroting van de veiligheid (deurketting (ook voor blinden geschikt), bijzondere sloten).  (Extra) energiekosten

8

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 Deze voorbeelden zijn niet limitatief. Financiële draagbaarheid Het uitgangspunt van de gemeente is dat een voorziening financieel draagbaar is met een inkomen op bijstandsniveau als deze binnen 36 maanden kan worden terugbetaald bij een aflossing van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand. De berekening is dan als volgt: bedrag geldende bijstandsnorm x 5 % x 36 maanden. De gemeente sluit hiervoor aan bij de afloscapaciteit van 5% volgens de Wet vereenvoudigde beslagvrijevoet. Door deze berekeningswijze wordt er rekening mee gehouden dat een cliënt in ieder geval over het bestaansminimum kan blijven beschikken. 1.2.4 Algemene voorziening Algemene voorzieningen zijn algemeen vrij toegankelijke voorzieningen. Daarbij kan soms een lichte toets worden uitgevoerd of een persoon of een groep personen behoort tot een bepaalde doelgroep. Van een algemene voorziening kan iedereen gebruik maken, daarvoor is geen Wmo indicatie en dus geen beschikking nodig. Wel kan aan de deelnemers een bijdrage gevraagd worden.

Onder algemene voorzieningen vallen:  Het ontmoetingscentrum van Pieter van Foreest, Florence en Senna Zorg tot en met 6 dagdelen inclusief het vervoer daar naar toe 1  Regiotaxi zonder Wmo korting  Basisvoorziening voor hulp bij het huishouden  GGZ inloop  Kortdurend verblijf Strandgoed bij Pieter van Foreest (vanaf oktober 2024) Algemene voorzieningen kunnen ook welzijnsvoorzieningen zoals de Plusbus en rolbus zijn. De eigen bijdrage regeling is hier niet van toepassing, tenzij de wet anders bepaalt. Daarmee bieden deze voorzieningen een snelle en adequate compensatie voor de beperkingen die iemand ervaart. 1.2.5 Maatwerkvoorziening Het is aan het college om een maatwerkvoorziening te verstrekken, ter bevordering van de zelfredzaamheid of participatie van de cliënt, voor zover er geen andere oplossingen voor de hulpvraag beschikbaar zijn. Uitgangspunt voor een Wmo-verstrekking is niet louter de diagnose of beperking van de cliënt. De Wmo betrekt uitdrukkelijk ook de eigen mogelijkheden van de cliënt of zijn sociale netwerk bij de oplossing van zijn probleem. Het college ondersteunt de cliënt waar hij belemmeringen ervaart in zijn zelfredzaamheid en participatie in het maatschappelijk verkeer. 1.2.6 Verantwoordelijkheden cliënt versus college In de Wmo wordt uitgegaan van wederzijdse inspanningen van zowel gemeente als de cliënt.

Van de cliënt wordt verwacht dat hij eerst zelf naar een oplossing zoekt voordat bij de gemeente om ondersteuning wordt gevraagd. De cliënt heeft de plicht het college volledig en vroegtijdig informatie te verschaffen over de omstandigheden waarin hij leeft. Dit geldt ook voor wijzigingen in de omstandigheden. (artikel 17 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024) 1.2.7 Kwaliteit diensten De GGD Haaglanden is aangewezen als toezichthouder op de kwaliteit van de zorg. Meldingen kunnen worden gedaan bij de GGD. De GGD onderzoekt de melding waarna zij het college adviseert over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. De GGD Haaglanden hanteert het kwaliteitsstandaard Wmo en het calamiteitenprotocol (zie bijlage 4) Het college ziet ook toe op naleving van de kwaliteitseisen bij diensten door: periodieke overleggen met aanbieders; jaarlijks cliënt ervaringsonderzoek; het uitvoeren van een schouw; onderzoek uitvoeren naar behaald resultaat bij begeleiding; zo nodig in overleg met de cliënt uitvoeren van aanvullende onderzoeken.

1 De lijst kan in de loop van het jaar worden uitgebreid.

9

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 2.

Procedure

De wetgever heeft in de Wmo een uitvoerige beschrijving van een zorgvuldige toegangsprocedure opgenomen.

2.1

Informatie en advies

Wanneer een persoon behoefte heeft aan informatie en advies over voorzieningen in gemeente Westland kan hij terecht bij bijvoorbeeld de toegang van het sociaal domein van de gemeente (140174), het Sociaal Kernteam, de (zorg)aanbieders, de internetsite Hulpzoeker Westland, Vitis Welzijn, Veilig Thuis en ouderenbonden. Soms blijkt na een korte verkenning van de vraag dat informatie en advies voldoende is voor een cliënt om het ondervonden probleem op te lossen.

2.2

Procedure voor een maatwerkvoorziening

In de Wmo is een uitvoerige beschrijving van de toegangsprocedure opgenomen. De melding kan plaatsvinden via de toegang van het sociaal domein van de gemeente. De onderzoeksprocedure kent een aantal stappen, die in de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 zijn genoemd: De fase van de procedure voor een maatwerkvoorziening bestaat uit de volgende onderdelen: Artikel in de Verordening 1. Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning artikel 2 2. Onderzoek en mogelijkheid tot het indienen van een persoonlijk plan artikel 3 3. Het ondersteuningsplan artikel 4 4. Aanvraag artikel 5 De maximale termijn voor de melding en het onderzoek is zes weken. De beslissingstermijn na aanvraag is twee weken.

2.3

Procedure melding

De cliënt of iemand uit zijn (directe) omgeving meldt bij het college dat hij een hulpvraag heeft. Dit kan schriftelijk, digitaal, mondeling of telefonisch zijn. Het college bevestigt schriftelijk of digitaal de melding aan de cliënt. Er wordt afgezien van een ontvangstbevestiging en onderzoek als een melding alleen bestaat uit een verzoek om informatie of een vraag. Of als voor een goede behandeling van de melding een gerichte doorverwijzing naar een andere organisatie of afdeling noodzakelijk is. Bij een ontvangstbevestiging wordt schriftelijke informatie verstrekt over de mogelijkheid tot het gebruik maken van onafhankelijke cliёntondersteuning en het indienen van een persoonlijk plan. De gemeente stelt een formulier beschikbaar voor het persoonlijk plan. Tevens wordt algemene informatie meegezonden over de keuzemogelijkheid voor een zorg in natura maatwerkvoorziening of voor ondersteuning middels een persoonsgebonden budget. Maakt een cliënt gebruik van het indienen van een plan, dan is dit onderdeel van het onderzoek. Het onderzoek kan bestaan uit een persoonlijk plan, ondersteuningsplan, gesprekken, offertes en medisch advies. Het onderzoek is de basis voor besluitvorming. Als de cliënt er voor kiest om de maatwerkvoorziening in het geval van diensten aan te vragen in de vorm van een persoonsgebonden budget, dan hoort er ook het budgetplan bij.

In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding direct een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Voor het voorzien in de behoefte aan beschermd wonen, beschermd thuis of opvang verwijzen we door naar de gemeente Delft. Per 1 januari 2015 is het college van de gemeente Delft (centrumgemeente) gemandateerd om in het kader van Beschermd Wonen en opvang besluiten over de toegang tot deze voorzieningen te nemen voor cliënten van de gemeente Westland. Onafhankelijke cliëntondersteuning De cliënt kan zich tijdens de procedure laten bijstaan door iemand uit zijn eigen omgeving of een onafhankelijk cliëntondersteuner. De gemeente wijst de cliënt op de mogelijkheid van gratis beschikbare onafhankelijke cliëntondersteuning en geeft aan waarom de aanwezigheid hiervan aanbevelenswaardig en gewenst is.

10

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024

Persoonlijk plan Na de hulpvraag kan de cliënt een persoonlijk plan indienen voorafgaand aan het gesprek. Dit plan helpt de cliënt om de zorgvraag te verhelderen, doelen te stellen en voorkeuren voor ondersteuning aan te geven. De gemeente heeft hiervoor een formulier beschikbaar gesteld.

2.4

Procedure onderzoek

Wanneer na de melding verdere vraagverheldering of verdieping nodig blijkt te zijn, dan zal de consulent eerst een vooronderzoek doen naar de al beschikbare informatie binnen de gemeente en indien nodig met derden. Wanneer er sprake is van een melding door een derde, dan is voor het onderzoek vooraf toestemming van de cliënt nodig. Daarna zal een gesprek worden gevoerd met client of zijn gemachtigde. De cliënt kan zich laten bijstaan door zijn mantelzorger en/of een cliëntondersteuner. Uitgangspunt bij het gesprek is de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt om het probleem zelf of met steun van zijn omgeving op te lossen. De medewerkers van de toegang zoals de Wmo-consulenten zijn geschoold in het voeren van het gesprek. Het onderzoek bestaat uit het door de consulent te beoordelen leefgebieden van de cliënt Daarbij is aandacht voor: a. identificatie: tijdens het onderzoek legitimeert client zich aan de hand van een geldig identiteitsbewijs en verschaft de cliënt het college zo nodig alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn; b. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; c. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; d.

de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke zorg, algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; e. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; f. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; g. de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en de wet langdurige zorg en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken. In het gesprek wordt verder genoemd:  Dat bij een maatwerkvoorziening van de Wmo een eigen bijdrage van de cliënt gevraagd kan worden welke jaarlijks wettelijk wordt vastgesteld.

De inning gebeurt door het CAK.  Dat cliënten de mogelijkheid hebben om te kiezen voor de verstrekking van een Persoons gebonden budget (pgb). Als een cliënt voor een pgb wil kiezen, wordt uitgelegd hoe de procedure voor een pgb in werking treedt. Cliënten moeten vooraf goed weten wat het beheren van een pgb inhoudt en welke verantwoordelijkheden zij of hun pgbvertegenwoordiger daarbij hebben (zie hoofdstuk 1 voor definities).  Indien de cliënt een maatwerkvoorziening (dienst) wenst, dient hij hiervoor samen met de beoogde zorgaanbieder een zorgplan op te stellen. Indien de cliënt een persoonsgebonden budget (dienst) wenst, dient hij hiervoor een budgetplan in te leveren. Identificeren Een cliënt legitimeert zich in het gesprek met de gemeente. De identiteit kan worden vastgesteld aan de hand van een paspoort, (vreemdelingen) identiteitsbewijs of rijbewijs. Aantonen en vastleggen van de identiteit in het onderzoek van de melding is voldoende. Wanneer dit in het onderzoek van de melding onvoldoende kan worden vastgesteld dan dient dit in de aanvraag alsnog correct te worden beschreven.

11

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 Doorzenden Indien uit het gesprek blijkt dat een aanvraag door een ander bestuursorgaan behandeld moet worden of als de cliënt een verzoek heeft ingediend bij de verkeerde gemeente, heeft de gemeente een doorzendplicht. Zie artikel 2:3 van de Algemene wet bestuursrecht. 2.4.1 Verkorte procedure Een verkorte procedure wordt ingezet bij (eenvoudige) meldingen, waarbij het risico op ontevredenheid nihil is. Dit betreft alleen ZIN verstrekkingen. In de bijlage 15 wordt verdere uitleg gegeven. Het onderzoek richt zich alleen op de in melding gevraagde ondersteuning en de daarbij horende leef- en compensatiegebieden. Het onderzoek is telefonisch of eventueel via videobellen. Tijdens het gesprek zal de consulent op een duidelijke en overzichtelijke manier informatie geven over de verschillen tussen het verkorte en het uitgebreide onderzoek. De cliënt moet een bewuste keuze kunnen maken. Als de client akkoord gaat met de verkorte procedure, dan wordt dit akkoord vastgelegd in het ondersteuningsplan. Akkoord kan ook telefonisch worden gegeven. 2.4.2 Procedure bij achterstanden (stoplichtmodel) Wanneer 20% van de meldingen een langere wachttijd heeft dan 5 weken wordt onderstaande maatregel genomen: 1.

2.5

Mogelijkheid telefonisch en digitaal akkoord Naast een handtekening wordt ook de optie geboden voor een telefonisch en digitaal akkoord. Het ondersteuningsplan wordt hierbij naar cliënt verstuurd. De cliënt wordt telefonisch benaderd voor akkoord. Alleen de client zelf danwel diens gemachtigde kan telefonisch of digitaal akkoord geven.

Het verslag (resultaat van onderzoek)

Het verslag is vanuit de wetgeving vormvrij, maar het is aan te bevelen dat het een weergave is van: 1. onderzoek van de Wmo gegevens die al binnen de gemeente bekend zijn; 2. de uitkomsten van het onderzoek; 3. eventueel advies van een (medische) adviesinstantie; 4. afweging of en welke ondersteuning het meest passend is; 5. de doelen en de te bereiken resultaten. Ondersteuningsplan Uit het onderzoek kan een arrangement ontstaan uit het gebruik van eigen kracht, andere wetgeving, algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen eventueel aangevuld met een of meer maatwerkvoorzieningen. eventueel aangevuld met een of meer maatwerkvoorzieningen kunnen worden behaald. Ook Wmo-voorzieningen (materiële voorzieningen) maken deel uit van het arrangement dat in het ondersteuningsplan is beschreven. Een cliënt kan een arrangement op meer te behalen resultaatgebieden toegewezen krijgen. Per resultaatgebied kan een andere trede (zorgzwaarte) van inzet geïndiceerd worden. De treden van de inzet zijn onderscheidend van elkaar in termen van mate van zelfredzaamheid op het specifieke resultaatgebied. De trede wordt in het ondersteuningsplan aangegeven.

Indiceren wordt gedaan op basis van de resultatenmatrix (bijlage 14) De resultatenmatrix geeft richtlijnen waarop de resultaatgebieden en de intensiteit van de ondersteuningsvraag worden vastgesteld om de ondersteuningsbehoefte van de cliënt te bepalen. De verantwoordelijkheid voor het vaststellen van de ondersteuningsbehoefte ligt bij de gemeente en niet bij de aanbieders. Het opstellen en uitvoeren van een zorgplan dat aansluit op de ondersteuningsbehoefte dat resultaatgebied is de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. Tijdsduur De consulent kan een indicatie voor een bepaalde periode afgeven om te kunnen beoordelen of het resultaat wordt behaald. Ook tussentijds kan de consulent de behaalde resultaten evalueren en beoordelen of resultaten behaald worden; dit is onderdeel van het ondersteuningsplan. Tekenen ondersteuningsplan De cliënt tekent het ondersteuningsplan als onderdeel van het verslag voor akkoord of niet akkoord en zorgt ervoor dat een getekend exemplaar binnen uiterlijk veertien dagen wordt

12

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 geretourneerd aan het college. Als de cliënt tekent voor niet akkoord kan hij daarbij tevens aangeven wat de reden is waarom hij niet akkoord is. Mocht het ondersteuningsplan niet retour worden ontvangen, zijn er twee opties: Optie 1. In de situatie waarin tijdens het gesprek een oplossing is gevonden voor het probleem (bijv. algemene voorziening, doorverwijzing, voorliggende voorziening etc.), wordt er richting de cliënt geen verdere actie genomen wanneer het ondersteuningsplan niet retour wordt ontvangen. De melding wordt afgesloten. In de begeleidende brief wordt uitleg gegeven en het is niet wenselijk de cliënt verder te belasten met meer brieven. Optie 2. Voor alle overige situaties dient een rappelbrief verstuurd te worden, waarin de cliënt nog een termijn krijgt om het ondersteuningsplan retour te sturen. Wanneer het ondersteuningsplan of aanvraagformulier niet tijdig worden ingeleverd, wordt de melding afgesloten, zoals dit ook is uitgelegd in de rappelbrief. Als de cliënt het ondersteuningsplan terugstuurt nadat de retourtermijn is verlopen, geldt dit als een nieuwe melding. Praktisch gezien kan de melding worden heropend en kan vervolgens worden gesteld dat het onderzoek al is gedaan, waardoor het versneld kan worden afgedaan. Wel moet worden gecheckt of er sprake is van nieuwe medische feiten.

Als de cliënt akkoord is met het ondersteuningsplan, kan de voorziening worden toegekend. Als de cliënt iets anders wil, is de vraag of uit het ondersteuningsplan al volgt waarom dat niet passend is. Dan kan dat worden afgewezen. Cliënt kan op het geretourneerde en ondertekende ondersteuningsplan aangeven dat deze dient te worden aangemerkt als aanvraag. Daarmee wordt voorkomen dat een separate aanvraag ingediend moet worden. Indien er sprake is van een Pgb voor een resultaatgebied 1 t/m 8 (dienst) en/of de losse of specifieke producten is hierbij een budgetplan nodig om het als aanvraag te kunnen behandelen. 2.5.1 Aanvraag Een cliënt dient een aanvraag in op een door de gemeente vastgesteld aanvraagformulier of de cliënt gebruikt het ondersteuningsplan en indien van toepassing het budgetplan. Een ondersteuningsplan kan als aanvraag worden gezien als in het ondersteuningsplan gemeld wordt dat het ondersteuningsplan ook als aanvraag gezien dient te worden. Als de cliënt het ondersteuningsplan ondertekent en het ondersteuningsplan is voorzien van zijn:  naam,  persoonsgegevens conform de informatie op reisdocumenten,  adres,  dagtekening kan het ondersteuningsplan fungeren als aanvraagformulier. Als een cliënt een aanvraag indient zonder dat een gesprek en vooronderzoek heeft plaatsgevonden wordt beoordeeld of de aanvraag als melding kan worden aangemerkt.

Zo ja dan zal de reguliere procedure worden gevolgd. In uitzonderlijke gevallen kan de aanvraag worden behandeld zonder (voor)onderzoek. Uitzondering diensten: verhuizing binnen H5 Als een cliënt vanuit een andere gemeente verhuist naar de gemeente Westland zal de indicatie voor een periode van maximaal 3 maanden, zo passend mogelijk binnen de mogelijkheden van de Wmo worden afgegeven. Tijdens de periode van 3 maanden zal er een herindicatie plaatsvinden volgens het reguliere toewijzingsproces van de gemeente Westland -

Verhuizing buiten de H5 Als een cliënt vanuit een andere gemeente verhuist naar de gemeente Westland zal de indicatie voor een periode van maximaal 3 maanden worden afgegeven. Heeft de cliënt een indicatie in het perceel Sociaal Persoonlijk Functioneren (SPF) van Wmo Volwassenen dan wordt een indicatie in Trede 2 toegekend. Heeft de cliënt een indicatie in het perceel Ondersteuning en Regie bij huishouden (ORH) dan wordt een indicatie in trede 4 toegekend. Tijdens de periode van 3 maanden zal er een herindicatie plaatsvinden volgens het reguliere toewijzingsproces van de gemeente Westland 13

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 Indien de gegevens van de cliënt niet compleet zijn, krijgt de cliënt een hersteltermijn van 10 werkdagen om de gegevens aan te leveren. Indien de gegevens ook na de hersteltermijn niet compleet zijn, wordt de onvolledige aanvraag buiten behandeling gelaten. Het besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken nadat de aanvraag onvolledig is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. Indien een cliënt een pgb wenst voor een immateriële voorziening, is bij de aanvraag ook een budgetplan nodig. Wanneer de aanvraag niet vergezeld is van een ingevuld en getekend budgetplan, wordt hem een hersteltermijn verstuurd (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht) met een laatste termijn om het budgetplan alsnog in te leveren. Daarbij wordt opgenomen dat wanneer het budgetplan niet retour wordt ontvangen, een voorziening in de vorm van een pgb niet mogelijk is, maar de mogelijkheid van een voorziening in de vorm van zorg in natura wordt beoordeeld. Termijn voor besluitvorming Nadat de aanvraag bij het college is binnengekomen, bestaat de procedure uit de volgende fasen:  het toetsen van het verslag (indien aanwezig) en de afwegingen die daarbij gemaakt worden en  het opstellen van een beschikking. Deze fase heeft een termijn van twee weken.

Budgetplan bij een pgb aanvraag Indien de cliënt de immateriële dienst in de vorm van een pgb wenst te verkrijgen, is de cliënt verplicht om een budgetplan in te dienen. Het budgetplan omvat de uitwerking van de benodigde zorg en de daarmee samenhangende kosten. De gemeente heeft een format vastgesteld waar een budgetplan aan moet voldoen. Tijdens het gesprek wordt de cliënt voorzien van informatie (mondeling, brochure, formulieren) die nodig is om het budgetplan op te stellen. Tevens wordt de cliënt geadviseerd om vooraf de pgb-test van Per Saldo te doen. De test helpt na te gaan of het bij de cliënt past om zelf zorg te regelen met een pgb. De cliënt die een pgb wenst, motiveert schriftelijk in een plan, het budgetplan, de voorwaarden: a. Dat client op eigen kracht voldoende in staat is of zijn of haar vertegenwoordiger taken op verantwoorde wijze uit te voeren; b. Het budgetplan wordt, wanneer gebruik wordt gemaakt van een (wettelijk) vertegenwoordiger, samen met de cliënt opgemaakt; c. Waarom de client de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst te krijgen; d. Hoe naar de mening van client gewaarborgd is dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. e. Hoe de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; f. Op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn/ haar participatie en zelfredzaamheid; g.

De voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de hulp en/of ondersteuning georganiseerd wordt; h. De kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief. i. Deze doelen moeten SMART geformuleerd worden. Dit houdt in dat de doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden moeten zijn. Daarnaast zijn de doelen een concretisering van de doelen die zijn opgenomen in het ondersteuningsplan; j. De ondersteuning wordt conform het gemaakte budgetplan geboden. Het budgetplan vertaalt de doelen omschreven in het zorgplan in concrete acties: welke ondersteuning ontvangt de cliënt, op welke dagen en tijdstippen (passend in zijn dag- weekprogramma). k. Het budgetplan beschrijft hoe de ondersteuning is afgestemd met eventuele mantelzorgers en hoe het eigen netwerk van de cliënt daar waar mogelijk een actieve rol speelt in het ondersteuningsproces. l. Het budgetplan dient door zowel cliënt en eventueel (wettelijk) vertegenwoordiger als zorgverlener ondertekend te zijn. m. Indien delen van de ondersteuning worden uitgevoerd door anderen dan de zorgverlener, dan wordt dit in het budgetplan vermeld.

14

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 Wanneer het budgetplan volledig is ingevuld, vindt het tweede gesprek plaats. Indien de budgethouder een pgb-vertegenwoordiger aanstelt om zijn of haar pgb te beheren, dient de pgbvertegenwoordiger aanwezig te zijn bij dit gesprek. In het gesprek komt de uitkomst van de pgbtest en het budgetplan aan de orde. Daarnaast krijgt de toekomstige budgethouder uitleg over zaken als de te kiezen zorgovereenkomst, de wijze van declareren, de werking van het PGB Portaal, de rol van een pgb-vertegenwoordiger en de uitgaven die wel of niet besteed mogen worden uit het pgb. De cliënt hoeft geen budgetplan te maken wanneer hij een pgb aanvraagt voor materiële voorzieningen als hulpmiddelen en aanpassingen (paragraaf 4.2.4).

15

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 3.

De te bereiken resultaten

De te bereiken resultaten bestaan uit de volgende onderdelen: Artikel in de Verordening 1. Criteria voor een maatwerkvoorziening artikel 7 2. Advisering artikel 8 3. Resultaatgebieden binnen de maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning artikel 9 4. Beschrijving van de algemene voorziening ‘basisvoorziening hulp bij artikel 10 het huishouden Tussen Wmo-consulent, zorgaanbieder en/of cliënt is regelmatig overleg over de bereikte resultaten. Voor het evalueren van diensten kan door de Wmo-consulent een evaluatieformulier worden opgevraagd bij zorgaanbieder. 3.1

Criteria voor een maatwerkvoorziening

3.1.1 Ingezetene De cliënt verblijft legaal in Nederland en heeft de juiste verblijfcodes. Bovendien moet de cliënt geregistreerd zijn bij de gemeente Westland in de Basisregistratie Personen (BRP) en daar zijn hoofdverblijf hebben. Indien cliënt niet aan deze voorwaarden voldoet, kan een melding toch in behandeling worden genomen als er binnen zes weken schriftelijk bewijs wordt geleverd van het vestigen van het hoofdverblijf en de inschrijving in de BRP van de gemeente Westland. De term 'hoofdverblijf' verwijst naar een woonruimte die bestemd en geschikt is voor permanente bewoning, waar de persoon zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en geregistreerd is in de BRP of zal worden geregistreerd. Als iemand langer dan 6 maanden ingeschreven staat met een briefadres, dient verlenging te worden aangevraagd. Het hebben van een hoofdverblijf impliceert niet alleen inschrijving in de BRP; de persoon moet daadwerkelijk het grootste deel van de tijd in de gemeente verblijven. Bovendien kan een persoon die niet geregistreerd is in deze gemeente en kan aantonen hier feitelijk te verblijven, mogelijk alsnog ingeschreven worden. 3.1.2 Goedkoopst adequaat De naar objectieve maatstaven gemeten "goedkoopste adequate" voorziening geldt als norm voor de verstrekking (Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 2024 artikel 7).

Adequaat houdt in dat de voorziening haar doel moet bereiken op het gebied van zelfredzaamheid en/of participatie. Voldoen meer voorzieningen aan dit criterium, dan zal de gemeente de goedkoopst adequate voorziening beschikken. Indien de cliënt een duurdere voorziening wil (die eveneens adequaat is) komen de meerkosten voor rekening van de cliënt. In dergelijke situaties zal de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een pgb gebaseerd op de goedkoopste voorziening. Voor trapliften geldt functioneel adequaat. Dit betekent dat de traplift werkt voor zijn doel: mensen helpen om veilig en gemakkelijk de trap op en af te gaan, zowel lopend als met de traplift. Hij moet goed passen bij de trap waarvoor hij bedoeld is, soepel bewegen zonder problemen en comfortabel zijn voor de gebruiker. Als voor het veilig kunnen plaatsen en gebruiken van een traplift een woningaanpassing noodzakelijk is, dan is deze woningaanpassing onderdeel van het verstrekken van de traplift. De traplift en de woningaanpassing moeten als doel hebben het normaal gebruik van de woning mogelijk te maken. 3.1.3 Gebruikelijke zorg en boven gebruikelijke zorg Gebruikelijke zorg is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten (zie bijlage 2).

Een huisgenoot levert bovengebruikelijke zorg als hij meer zorg levert dan onder gebruikelijke zorg wordt verstaan. Voor het vaststellen van de hoeveelheid ondersteuning die ouders/gezinsleden redelijkerwijs zonder betaling bieden, is de Richtlijn gebruikelijke zorg en zorg (bijlage 2). Deze richtlijn is gebaseerd op de uitgangspunten van het CIZ (Centraal Indicatieorgaan Zorg). Voor de boven gebruikelijke zorg kan een maatwerkvoorziening verstrekt worden. Een uitzondering op het gehanteerde protocol zijn jonge Westlandse mantelzorgers tot de leeftijd van 24 jaar (Zie bijlage 3). 16

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 3.1.4 Collectieve voorziening Collectieve voorzieningen zijn voorzieningen die individueel worden verstrekt, maar die door meer personen tegelijk worden gebruikt. Tot nu toe is het collectief vervoer (in gemeente Westland Wmo Regiotaxi Haaglanden genoemd) de enige collectieve voorziening.

3.2

Advisering (artikel 8 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning

Westland 2024) De Wmo-consulent zal verder uitzoeken welke voorziening het meest geschikt is in de situatie van de cliënt. Uit het onderzoek komt een arrangement dat onder meer kan bestaan uit collectieve voorzieningen eventueel aangevuld met een of meer maatwerkvoorzieningen. Een passing van een voorziening (bijvoorbeeld een rolstoel), het inmeten en maken van een offerte (door aannemers die woningen aanpassen) kan onderdeel uitmaken van het onderzoek. Als door advisering de onder de onderzoeksfase langer dan zes weken zal duren, wordt de onderzoeksfase verlengd dit gaat in overleg met de cliënt. De afspraken hierover worden vastgelegd in het dossier. Om tot een goede beoordeling van de melding te komen kan de consulent een extern advies vragen. Dit advies kan worden aangevraagd bij:  specialisten die werkzaam zijn bij landelijk werkende zorgaanbieders voor zintuiglijke beperkingen; (afspraak in kader van landelijk inkoop zintuiglijke beperkingen)  medische specialisten werkzaam bij een adviesbureau;  specialisten op terrein van woningaanpassingen;  overige specialisten of betrokkenen partijen in de zorg, te bepalen door consulent. Onderzoek kan in de onderzoeksfase plaatsvinden maar ook naar aanleiding van de aanvraag. wanneer bij de aanvraag nieuwe of andere feiten worden aangedragen of de situatie tussen melding en aanvraag is gewijzigd.

De cliënt wordt vooraf gevraagd of hij toestemming verleent voor het delen van zijn gegevens met een specialist. Tevens wordt de cliënt geïnformeerd over met welk doel er advies wordt gevraagd. De verkregen toestemming wordt verwerkt in het ondersteuningsplan of in een apart toestemmingsformulier welke onderdeel is van het verslag.

3.3

Resultaatgebieden binnen de maatwerkvoorziening maatschappelijke

ondersteuning (artikel 9 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024) 3.3.1 Algemeen De inzet van de maatwerkvoorziening begeleiding is gericht op het zo zelfredzaam mogelijk kunnen (blijven) meedoen van cliënten op het moment dat dit (even) niet geheel zelfstandig lukt en/of het sociale netwerk en/of algemene voorzieningen dit niet (volledig) kunnen bereiken (Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 artikel 7 en 12). De maatwerkvoorziening voor een resultaatgebied is nadrukkelijk gericht op het versterken dan wel behoud van de zelfredzaamheid en mogelijkheden om mee te doen in de samenleving. Al naar gelang de problematiek en de persoonlijke omstandigheden van de cliënt indiceert de Wmo-consulent de maatwerkvoorziening. Maatwerkvoorzieningen worden in resultaatgebieden (diensten) of in niet diensten (materieel) geïndiceerd. De resultaten dienen als volgt te worden omschreven: “het te bereiken resultaat is altijd gericht op het vermogen van de inwoners om zichzelf aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van de fysieke, sociale en emotionele uitdagingen van het leven.“ Voor de resultaatgebieden Sociaal en persoonlijk functioneren, financiën, huisvesting, dagbesteding, ondersteuning en regie bij het huishouden en gezondheid wordt gebruik gemaakt van de handleiding resultaatgericht werken voor het toekennen van het arrangement.

Hierin wordt ook geschreven naar doelen en resultaten waar cliënt zich in kan herkennen.

17

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024

In de beschrijving van het resultaat staat niet de beperking centraal maar de behoefte. A. De ondersteuning in de vorm van diensten vindt plaats in de vorm van een arrangement binnen één of meer van de volgende resultaatgebieden (zie artikel 9 van de Wmo Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024): Artikel 9a Sociaal en persoonlijk functioneren Financiën Huisvesting Dagbesteding Ondersteuning en regie bij het huishouden Gezondheid B. De resultaatgebieden bestaan uit verschillen intensiteiten (treden) die staan voor de zwaarte van de ondersteuningsvraag. De resultaatgebieden en intensiteiten vormen samen een matrix waaruit arrangementen samengesteld kunnen worden. Het is mogelijk om voor ondersteuning in de hier genoemde resultaatgebieden losse maatwerkvoorzieningen (artikel 9.d van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024) te indiceren of aanvullende producten (artikel 9.e Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024). C. Daarnaast voert de gemeente maatwerkvoorzieningen uit die meer in de materiële sfeer liggen zoals in paragraaf 4.3.5 t/m 4.3.9 van de beleidsregels worden benoemd. Uitzondering op de resultaatbieden Voor de zintuiglijk beperkten is een aantal landelijke zorgaanbieders geselecteerd, die de ondersteuningsbehoefte in kaart brengen en begeleiding bieden.

Westland geeft hiervoor wel de beschikking af en betaalt deze ondersteuning (zie raamovereenkomst in bijlage 12). 3.3.2 Beschrijving van het resultaatgebied 1: Sociaal en persoonlijk functioneren Het resultaatgebied sociaal en persoonlijk functioneren draagt ertoe bij dat cliënten zelfredzaam kunnen participeren in een sociale leefomgeving. Ondersteuning is gericht op het (re)vitaliseren en onderhouden van een sociaal netwerk en omgeving, dat ondersteunend is bij maatschappelijke participatie (gericht op aspecten die niet in de cliënt gelegen zijn). Ondersteuning op dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: •

• •

•

Het plannen en organiseren van dagelijkse activiteiten. Onder het plannen, aanleren en organiseren van de dagelijkse activiteiten vallen activiteiten zoals het nakomen van afspraken, het hebben van een gezond dag-nacht ritme, een gezonde levensstijl hebben; Het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk, de (betekenisvolle) relaties met vrienden, familie, kennissen en mantelzorgers; Het hebben van gezonde relaties met de personen en gezinsleden met wie de cliënt een huishouden deelt. Het verlichten van de druk die de mensen in het steunsysteem/netwerk ervaren in relatie tot de problematiek van de cliënt; Maatschappelijk herstel gericht op deelname in de maatschappij.

3.3.3 Beschrijving van het resultaatgebied 2: Financiën Ondersteuning in resultaatgebied Financiën richt zich op het creëren van overzicht en controle op een gezonde financiële huishouding. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: • Het op orde krijgen en houden van de administratie; • Het uitgavenpatroon in balans brengen en houden waardoor schulden verminderen; • Het genereren van inkomen dat aan basisbehoeften voldoet; • Het organiseren van adequaat financieel beheer; • Het toeleiden naar voorliggende voorzieningen m.b.t. de financiën (om stabiliteit te behouden)

18

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024

3.3.4 Beschrijving van het resultaatgebied 3: Huisvesting Het resultaatgebied Huisvesting draagt ertoe bij dat cliënten een betaalbare en geschikte huisvesting hebben en kunnen houden. Hulp is onder meer gericht op een veilige, toereikende en (waar mogelijk) autonome huisvesting, die past bij de beperking die iemand mogelijk heeft. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: • Het ondersteunen bij het vinden van een geschikte/passende woonruimte; • Het aanleren van bewonersvaardigheden (goede omgang met buren); • Het niet geven van overlast; •

Het aanleren van vaardigheden om zelfstandig te kunnen wonen.

3.3.5 Beschrijving van het resultaatgebied 4:Dagbesteding Het resultaatgebied dagbesteding draagt ertoe bij dat cliënten op zinvolle wijze de dagen (kunnen) invullen met ondersteuning. Dagbesteding kent verschillende vormen van ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan groepsactiviteiten, maar ook het toeleiden naar vrijwilligerswerk of nuttige activiteiten. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: • Het ontwikkelen van de vaardigheden van de cliënt die de mogelijkheden om te participeren binnen de samenleving vergroot; • Waar mogelijk de cliënt toeleiden naar voorliggende (arbeids)mogelijkheden; • Het bieden van een dagprogramma/dagbesteding waaraan cliënten kunnen deelnemen als zij niet in staat zijn om zelfstandig hun dag in te vullen, waarbij het maximale uit de cliënt wordt gehaald. • Het ontlasten van de mantelzorger. 3.3.6 Beschrijving van het resultaatgebied 5: Ondersteuning en regie bij huishouden Het resultaatgebied ondersteuning en regie bij het huishouden draagt ertoe bij dat cliënten verantwoord zelfstandig kunnen blijven wonen. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: • • •

Het creëren en/of behouden van een gezonde, schone, veilige huishouding en op het zelfstandig kunnen voeren van regie; Het schoon en leefbaar houden van de dagelijkse gebruiksruimten, - zoals woonkamer, slaapkamer, toilet, keuken, badkamer en de gangen daarnaartoe -, en het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding en schoon beddengoed; Het organiseren van het huishouden en de dagelijkse activiteiten die daarbij horen – zoals het verzorgen van boodschappen en maaltijden – en extra schoonmaaktaken om bijzondere redenen.

Onder de maatwerkvoorziening hoort onder andere niet het schoonmaken van de tuin, het balkon, zolder en de berging. Als mensen zelfstandig samenwonen op één adres en gemeenschappelijke ruimtes delen, wordt verwacht dat het aandeel in het schoonmaken van de gedeelde ruimtes bij uitval van één van de bewoners wordt overgenomen door één van de anders bewoner(s). Het resultaatgebied ondersteuning en regie bij huishouden heeft alleen betrekking op de eigen woonruimte(n) van de cliënt. In geval van kamerverhuur is de (mede) huurder geen huisgenoot van wie gebruikelijke zorg wordt verwacht. Huishoudelijke hulp is niet aan de orde in vakantiewoningen, tweede woningen en hotels/pensions. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau zoals geformuleerd in het H4 Normenkader Ondersteuning en Regie bij huishouden (zie bijlage 13) en de Kwaliteitsnormering Schoon en leefbaar op basis van NEN2075 van de Vereniging Schoonmaak Research. Ernstig vervuilde huishoudens dienen aangemeld te worden bij het SKT. Vanuit de Wmo kan na sanering indien nodig een maatwerkvoorziening op het resultaatgebied ondersteuning en regie bij huishouden worden afgegeven.

Het resultaatgebied ondersteuning bij huishouden maakt langer zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving mogelijk. Hierbij zijn de persoonlijke situatie en de wens van de cliënt leidend. Zo wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met extra vervuiling van de gebruiksruimten vanwege het

19

Wmo beleidsregels gemeente Westland 2024 inpandig gebruiken van een rolstoel of incontinentie. In het zorgplan kan de zorgaanbieder in afstemming met de cliënt een indicatie geven van de tijdsbesteding om tot het resultaat te komen.

3.3.7 Beschrijving van het resultaatgebied 6: Gezondheid Het resultaatgebied gezondheid draagt ertoe bij dat cliënten noodzakelijke lichamelijke en/of geestelijke behandeling ontvangen. Daarnaast kan binnen dit resultaatgebied aandacht besteed worden aan de uitvoering van de persoonlijke hygiëne. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied omvat onder andere: • Toeleiden naar behandeling • Behandeltrouw zijn • De verlengde arm van de behandelaar zijn • Ontlasting van de mantelzorger. 3.3.8 Losse maatwerkvoorzieningen Voor de in artikel 9d van de Wmo Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2024 genoemde resultaten hebben wij losse maatwerkvoorzieningen: 1. Kortdurend Verblijf , ook wel logeeropvang genoemd, is tijdelijke verblijfszorg die wordt geboden ter ontlasting van de mantelzorg. De zorg omvat de benodigde begeleiding, bescherming, huisvesting alarmering en servicekosten (inclusief drinken en maaltijden) als dat niet declarabel is bij de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Kortdurend Verblijf draagt ertoe bij dat de cliënt in een veilige omgeving kan vertoeven, zodat de thuissituatie/ de mantelzorger tijdelijk wordt ontlast.

Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: o Het in groepsverband ondernemen van dagactiviteiten; o Het in groepsverband toepassen van sociale vaardigheden; o Het ontlasten van de thuissituatie. Op dit moment ligt het mandaat voor kortdurend verblijf bij Pieter van Foreest in geval van verblijf bij Strandgoed. Het onderzoek wordt in de meeste gevallen niet door het college gedaan, maar door de aanbieder. De voortgang wordt jaarlijks geëvalueerd. Wanneer er niet via het mandaat onderzocht wordt zal de Wmo-consulent de afweging maken of er sprake is van het bieden van respijtzorg in kader van de Wmo. Respijtzorg is zorg die kan worden ingezet om de mantelzorg tijdelijk te ontlasten. Bijvoorbeeld bij ziekte van de mantelzorger of als de mantelzorger op vakantie is. De consulent hanteert hierbij de afbakening met de Zvw en de Wlz. Bij Kortdurend Verblijf woont een cliënt thuis, maar logeert hij/zij voor korte periodes, in een instelling. Kortdurend Verblijf kan worden ingezet als het noodzakelijk is de persoon te ontlasten die normaal gesproken (mantel)zorg aan de cliënt levert. Daarnaast moet de cliënt zijn aangewezen op zorg met permanent toezicht. Het toezicht kan gericht zijn op: 1. het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, en/of complicaties bij een ziekte; 2.

het verlenen van zorg op frequente en/of ongeregelde tijden, omdat de cliënt zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen; 3. het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar). In de locatie waar de cliënt kortdurend verblijft, wordt de dagelijkse zorg en dagbesteding overgenomen. Wanneer verpleging nodig is, moet hiervoor apart een indicatie worden afgegeven en komt het ten laste van de Zvw. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij Kortdurend Verblijf. Als een cliënt deelneemt aan een ontmoetingscentrum en tijdelijk gebruik maakt van Kortdurend Verblijf, dan is deelname aan het ontmoetingscentrum gedurende het verblijf niet toegestaan. Dit in verband met de stapeling van ondersteuning. Als meer dan drie etmalen per week zorg nodig is in een instelling is er veelal sprake van opname waarvoor een indicatie op grond van de Wlz moet worden gesteld. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situatie een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld verblijf van een week, zodat mantelzorg op vakantie kan, mogelijk te maken. Dan moet wel vaststaan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=78632840-d90d-4b3c-a354-0fc991798e3a