B13-20240930-32-vka-gez-rekenkamer-ddw-onderzoek-jeugdzorg-bijlage-1-eindrapport-jeugdzorgbeleid
Tekst van het document
Anderzijds zijn dit specialistischer instrumenten, zoals de aanstelling van de SOJ bij de huisarts in 2017, waardoor de gemeente meer grip krijgt op verwijzingen naar geïndiceerde zorg via de huisarts. De gemeente investeert ook in bepaalde innovatieve ontwikkelingen, zoals het ontwikkelen van een zoektool voor inwoners en zorgaanbieders. Hiernaast zet de gemeente ook in op specifieke preventieve maatregelen, zoals met het programma Kansrijke Start, dat inwoners in kwetsbare posities ondersteunt tijdens de zwangerschap. Hiernaast zet de gemeente in op samenwerking met het voorliggend veld, om zo problemen vroegtijdig te kunnen signaleren en preventieve acties op de juiste plaats te kunnen inzetten. De begrote kosten voor de uitvoering van de jeugdzorg is opgenomen in tabel 4.1. Tabel 4.1 Jaar 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Begrote kosten gedecentraliseerde jeugdzorg Begrote kosten jeugdzorg 4.726.000 5.760.000 5.903.000 6.004.000 5.584.000 5.717.779
2.
Heeft de gemeente zicht op de aard en de omvang van de verschillende doelgroepen van het jeugdzorgbeleid, hun wensen, noden en behoeften en hoe daar het beste vanuit de jeugdzorg aan tegemoet gekomen kan worden? Ja, de aard en de omvang van de doelgroepen van het jeugdzorgbeleid zijn in beeld in de gemeente Westervoort. In 2021 is het sociaal team van de gemeente opgedeeld in een Jeugdteam en een Sociaal Expertise-team. Zo kunnen de hulpvragen specifiek voor jeugd beter worden toegeleid naar het team dat hier bijzondere expertise op heeft. Op deze manier kunnen de vragen sneller worden opgepakt en worden jeugdigen beter geholpen. De gemeente heeft ook zicht op de bijzondere problematiek die in Westervoort speelt, gezien de lage SES-status en de grootstedelijke problematieken waar Westervoort mee kampt. Door dit goed in beeld te hebben kan de regionale zorginkoop ook beter worden ingekocht op de specifieke problematieken die in de gemeente spelen. De demografische samenstelling van de gemeente Westervoort is een verklarende factor voor de hoge afname van geïndiceerde jeugdzorg. Er is sprake van een bijzonder hoge prevalentie van lage SES, sociale woningbouw en andere grootstedelijke problematieken, zoals jeugdcriminaliteit. Uit de cliëntervaringsonderzoeken komt naar voren dat jongeren en hun ouders graag verbeteringen zien in de manier waarop de gemeente zijn jeugdzorg levert.
36
3.
Bevat het beleid een risicoanalyse gericht op (interne en externe) factoren die het behalen van de gewenste resultaten zouden kunnen bemoeilijken, zo ja welke factoren worden benoemd en welke maatregelen zijn daaraan gekoppeld? Nee, in de beleidsdocumenten is geen separate risicoanalyse gevonden. Er zijn wel een aantal externe factoren geïdentificeerd die de uitvoering van het jeugdzorgbeleid kunnen bemoeilijken. Zo is er aandacht voor gezinnen waar multiproblematiek speelt en wordt hier actief op ingezet vanuit beleid. Dit zijn echter vaak langdurige en prijzige trajecten, waardoor met zelfs een enkel gezin de budgettaire kaders kunnen worden overschreden voor dat jaar. Ook is de prevalentie van ggz-gerelateerde problematiek onder jongeren een zorg voor de gemeente. Om deze juist te behandelen is vaak een zwaardere vorm van zorg nodig, die tevens duurder is. Externe factoren die de uitvoering van het jeugdzorgbeleid kunnen bemoeilijken zijn onder andere de landelijke ontwikkelingen op het gebied van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Deze programma’s stellen een vernieuwde focus op het jeugdteam voor. Dat betekent dat er op een andere manier naar de taken en verantwoordelijkheden van het jeugdteam binnen de gemeente moet worden gekeken, wat mogelijkerwijs meer tijd en geld gaat kosten.
Een aantal andere factoren die van invloed zijn kunnen op de uitvoering van het jeugdzorgbeleid zijn de stijging van de gemiddelde kosten per jeugdige, de toename van complexe uitdagingen bij opvoeding en opgroeien en de brede definitie van jeugdhulp in de Jeugdwet. 4.
Is in het beleid expliciet aandacht besteed aan de belangrijkste transformatiedoelen, zoals het inzetten op eigen kracht en zelfredzaamheid van jeugdigen en hun verzorgers, meer aandacht voor preventie en het realiseren van een verschuiving van relatief dure geïndiceerde zorg naar goedkopere (preventieve) zorg (van tweede- naar eerstelijnszorg)? Ja, hier is in het jeugdbeleid van de gemeente expliciet aandacht aan gegeven. In antwoord op vraag 1 is hier ook aandacht aan gegeven via het benoemen van de speerpunten en transformatiedoelstellingen in de gemeente. Hieronder zullen de drie aparte onderdelen in deze hoofdvraag nog worden toegespitst. Inzetten op eigen kracht en zelfredzaamheid van jeugdigen en hun verzorgers: hier wordt via de doelstelling ‘Maximaal benutten eigen kracht van inwoners’ actief op ingezet door de gemeente. Zo wordt er aandacht besteed aan het uitvoeren van preventieve acties en vroegtijdig signaleren in de nulde en eerste lijn. Ook wordt de samenwerking met het voorliggend veld opgezocht om zo snel mogelijk een hulpbehoevende jongere te kunnen helpen. Aandacht voor preventie: de gemeente Westervoort heeft preventie als een van de speerpunten in het beleid, met als doel het voorkomen of vroegtijdig signaleren van problemen onder jongeren. In dit onderzoek komt deze insteek ook expliciet naar voren in de opzet van het beleid.
Zo wordt voorlichting over het signaleren van problemen gegeven op scholen en wordt bewustwording gecreëerd over wat een gezonde levensstijl inhoudt. Realiseren afname geïndiceerde zorg: de inzet op de afname van geïndiceerde zorg is een van de redenen dat de transformatie van jeugdzorg wordt voorgesteld in de gemeente. De gemeente overschreed een aantal jaar de budgettaire kaders binnen de jeugdzorg. Door de inzet op de speerpunten en doelstellingen die in het antwoord op vraag 1 zijn gegeven, is het de gemeente gelukt om een bezuiniging op de kosten te realiseren. De begrote kosten op jeugdzorg zijn in de jaren 2023 en 2024 wel gestegen, maar dit heeft te maken met externe factoren zoals het invoeren van het woonplaatsbeginsel en de implementatie van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario. 5.
Is er in het beleid aandacht voor de samenhang en eventuele samenwerking met relevante flankerende beleidsterreinen zoals de Wmo, de Participatiewet en het onderwijsbeleid, zo ja, hoe is die aandacht verwoord, welke koppelingen zijn benoemd? Ja, in het beleid is aandacht besteed aan de samenhang en samenwerking met flankerende beleidsterreinen. Zo vallen de transformatiedoelstellingen binnen het bredere sociale domein, waar Wmo ook onder valt. Op Wmo zijn echter andere speerpunten geformuleerd om problematiek specifiek op dit domein beter te kunnen aanpakken. Ook is aandacht besteed aan samenwerking met het onderwijs om kinderen met een indicatie beter te kunnen begeleiden door hun schoolcarrière. Zo kan een kind niet 37
ouder dan 24 maanden een vroeg- en voorschoolse indicatie (VVE) van een consultatiebureau krijgen om naar voorschoolse opvang te kunnen gaan. Hier wordt het kind voor in totaal 960 uur begeleid om een zo goed als mogelijke start in het basisonderwijs te kunnen krijgen. Op deze manier wordt verholpen dat kinderen met een onderwijsachterstand verder afglijden en op een later moment meer hulp nodig gaan hebben. 6. Is het beleid uitgevoerd conform de oorspronkelijke opzet zoals verwoord in de beleidsnota’s? Ja, het beleid wordt conform de oorspronkelijke opzet uitgevoerd. Er wordt ingezet op preventie, vroegsignalering, er wordt samengewerkt met het voorliggend veld, de samenwerking met onder andere jeugdbescherming wordt actief opgezocht en er wordt ingezet op kostenbesparing via de inzet op afname van geïndiceerde zorg. De ingezette speerpunten zijn vrijwel allemaal uitgevoerd en hebben een positieve impact gehad op de geformuleerde beleidspijlers. Er is ook een aantal verbeterpunten gesignaleerd. Zo kan de samenwerking met zorgaanbieders beter worden afgestemd. De contracten worden soms dusdanig nauw geïnterpreteerd dat bepaalde mogelijk bruikbare initiatieven worden afgeremd. Ook ondervinden jeugdconsulenten een relatief hoge administratieve last, waardoor ze minder tijd hebben om hun expertise op casusniveau te kunnen inzetten.
Door personeelsverloop hebben de consulenten ook een vol takenpakket, wat de kwaliteit van de uitvoering niet ten goede komt. 7.
Zijn de beoogde doelgroepen ook bereikt en op de juiste wijze toegeleid naar de juiste vormen van zorg en ondersteuning? Ja, de gemeente biedt elk type hulp dat noodzakelijk wordt geacht aan. Er is in de praktijk echter een aantal knelpunten te signaleren. Zo zijn de wachtlijsten bij zorgaanbieders dusdanig lang dat jeugdigen met een hulpbehoefte niet altijd direct de juiste hulp kunnen krijgen. Dat heeft soms tot gevolg dat jongeren met relatief lichte problematiek na verloop van tijd zwaardere zorg nodig gaan hebben omdat hun problematieken verergeren. De tevredenheid van jongeren in de gemeente over de zorg en ondersteuning die de gemeente aanbiedt is bekend in de gemeente Westervoort via de cliëntervaringsonderzoeken die de gemeente sinds 2016 laat uitvoeren. 8.
Wat zijn de redenen dat er relatief vaker gebruik wordt gemaakt van de (geïndiceerde) jeugdzorg in de drie gemeenten in verhouding tot het landelijke en regionale gemiddelde en welke maatregelen kunnen worden genomen om dat gebruik te verlagen? Verschillende redenen kunnen van invloed zijn op het relatief frequente gebruik van geïndiceerde jeugdzorg in Westervoort, waaronder de geografische ligging en demografische samenstelling, de aard van de problematiek, de beleidsorganisatie en toeleiding jeugdzorg en ten slotte landelijke factoren. Geografische ligging en demografische samenstelling: • Westervoort ligt dichtbij Arnhem, een grote stad in de regio Gelderland. Een bijkomstigheid is een signalering van een lichte toename van grootstedelijke problematiek, zoals jeugdcriminaliteit. Dit is in de gemeente Westervoort een mogelijke verklaring voor de hoge afname van geïndiceerde jeugdzorg. • Het woonplaatsbeginsel heeft geleid tot aanzienlijke kostenstijgingen voor gemeenten, waarbij nu gekeken wordt naar de locatie waar ouders op de dag vóór het kind in verblijf komt ingeschreven staan. Dit heeft ertoe geleid dat de gemeente Westervoort nu de kosten draagt, omdat veel kinderen de dag ervoor in Westervoort verblijven.
Aard van de problematiek: • In Westervoort zijn is een aantal gezinnen die zijn verwikkeld in complexe echtscheidingen en is er een aanzienlijke aanwezigheid van geestelijke gezondheidsproblematiek (ggz) onder jongeren. Beleidsorganisatie en toeleiding jeugdzorg: • Het Jeugdteam van Westervoort wordt als relatief sterk ervaren door de jeugdzorgaanbieders, maar het heeft de afgelopen jaren te maken gehad met verloop van personeel, wat de bewaking van het kwaliteitsniveau in het geding heeft gebracht.
38
• De inzet van de beschikbare kennis en expertise in het jeugdteam wordt belemmerd door administratieve lasten en oplopende werkdruk door voorgenoemd verloop van personeel. • Er wordt niet altijd direct de juiste indicatie gesteld, wat mogelijk wordt beïnvloed door de toenemende complexiteit van problematiek en het personeelsverloop binnen het jeugdteam. Hierdoor kan het voorkomen dat jongeren meerdere zorgaanbieders doorlopen voordat ze op de juiste plek terechtkomen. Landelijke factoren: • De complexiteit van problematieken en zorgbehoefte neemt toe door veranderingen in de samenleving, zoals sociale media en de invloed van COVID-19. • Huidige diensten van zorgaanbieders sluiten soms niet goed aan bij de realiteit, wat vraagt om gespecialiseerde en/of intensievere zorg gedurende een langere tijd. • Financiële toegankelijkheid van jeugdzorg is verbeterd met decentralisatie, maar dit kan leiden tot snellere verwijzing naar zorgaanbieders in plaats van het eigen sociale netwerk te benutten. • Wachtrijen beperken de doorstroom en verlengen de duur van zorg, wat een negatief effect heeft op de zorgbehoefte. 9.
Heeft de uitvoering van het beleid de beoogde resultaten behaald; zijn de beleidsdoelen gerealiseerd in de praktijk? Beleidsdoelen kunnen zowel procesmatig als resultaatgericht geformuleerd zijn. Kijkend naar de doelstellingen van het beleid gericht op jeugdzorg in de gemeente Westervoort kunnen we stellen dat deze voornamelijk gericht zijn op de uitvoeringsprocessen, hoewel er ook wel wordt ingezet op resultaatgerichte inspanning vanuit een bezuinigingsoogpunt. Bij een aantal acties die onder de speerpunten vallen worden er concrete bedragen, aantallen of tijdsgebonden inspanningen genoemd. In zowel de procesmatige als resultaatgerichte beleidsdoelen kan worden geconcludeerd dat de uitvoering conform de beleidsdoelen wordt uitgevoerd en deze behaalde procesmatige en cijfermatige resultaten en activiteiten aansluiten bij de doelstellingen van het jeugdzorgbeleid. De gemeente Westervoort heeft zich actief ingespannen om de doelstellingen preventie, vroegsignalering en samenwerking met het voorliggend veld te behalen en heeft hier ook op een aantal punten meetbaar resultaat mee geboekt. Zo zijn de geprognosticeerde bezuinigen overtroffen en is er een afname in kosten waar te nemen door de inzet van de SOJ en jongerencoaches in de gemeente. Dit bevordert tevens de laagdrempelige toegang tot de geïndiceerde jeugdzorg. 10.
Indien dat (deels) niet het geval is, wat zijn daarvan de oorzaken en wat is er gedaan om die oorzaken aan te pakken (waaronder eventueel bureaucratie)? De uitvoering van het jeugdzorgbeleid is niet geheel behaald vanuit de opzet van het beleid, zoals naar voren komt in de punten die in de beantwoording van vraag 6 zijn benoemd. Door de manier waarop afstemming met zorgaanbieders wordt vormgegeven, wordt zorg soms langer voortgezet dan noodzakelijk wordt geacht. Hoewel er meerdere overleggen per jaar zijn tussen zorgaanbieders en de gemeente wordt dit probleem nog steeds gesignaleerd. 11. Heeft de uitvoering van het beleid plaatsgevonden binnen de budgettaire kaders, zo nee, waarom niet en wat is er aan gedaan om het mogelijk te maken de uitvoering alsnog binnen de vastgestelde budgettaire kaders uit te voeren? Dit varieert van jaar tot jaar. In 2019, 2020 en 2022 lagen de uitgaven niet binnen de budgettaire kaders. In 2021 lagen de uitgaven wel binnen de budgettaire kaders. De werkelijke uitgaven voor de jaren 2023 en 2024 zijn nog onbekend. De uitvoering van het transformatieplan ‘Samen Sterk’ 2021 heeft wel een aantal positieve bezuinigingen bewerkstelligd. De gemeente is er dus actief mee bezig de financiën binnen de kaders te houden. Er is echter een aantal externe factoren te signaleren waardoor dit nog niet behaald is.
Zo zijn er landelijke implementatieplannen in de vorm van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming die ervoor zorgen dat er meer gevraagd wordt van wijkteams, waardoor de kosten op dit taakveld significant groter zijn geworden in deze jaren. In de tabel hieronder zijn de begrote en gerealiseerde uitgaven op jeugdzorg weergegeven.
39
Tabel 4.2 Jaar 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Begrote en gerealiseerde kosten jeugdzorg Begroot Werkelijke uitgaven 4.726.000 5.711.000 5.760.000 6.355.000 5.903.000 5.438.000 6.004.000 6.707.000 5.584.000 Nog niet bekend 5.717.779 Nog niet bekend
Budgettaire kaders Nee Nee Ja Nee Nog niet bekend Nog niet bekend
12. Hoe oordelen de jeugdzorgaanbieders over de opzet, uitvoering en resultaten van het jeugdzorgbeleid, en zien zij eventuele verbetermogelijkheden? Uit de gesprekken met jeugdzorgaanbieders komt naar voren dat ze in grote lijnen bekend zijn met het jeugdzorgbeleid van de gemeente Westervoort. Over het algemeen zijn ze tevreden over de regionale afspraken die gemaakt zijn over de contractonderhandelingen, de periodieke overleggen op casusniveau die op dit niveau plaatsvinden (Regionaal Casusoverleg Ambulante Begeleiding) en de samenwerkingsverbanden die met de gemeente zijn belegd via de casusbesprekingen. Er zijn echter ook verbeterpunten te signaleren in het aanbrengen van onderling vertrouwen over elkaars expertise op diagnostiek. Ook wordt de verdeling van verantwoordelijkheden geproblematiseerd, waarin de gemeente in de positie is dat ze zowel de zorg financiert als moet toekennen. Het kostenoogmerk van de gemeente kan een mogelijk knelpunt zijn voor het toewijzen van de correcte zorg. 13. Hoe oordelen de gebruikers van de jeugdzorgvoorzieningen over de kwaliteit van de jeugdzorg in de gemeenten Duiven, Doesbrug en Westervoort en zien zij eventuele verbetermogelijkheden? Over het algemeen zijn gebruikers van jeugdzorgvoorzieningen enigszins tevreden over de kwaliteit van de geleverde zorg.
Bewoners vinden dat de informatievoorzieningen van de gemeente goed is, dat de zorg goed toegankelijk is, de kwaliteit van zorg en van medewerkers op peil zijn en ze over het algemeen snel worden geholpen. Genoemde verbeterpunten zijn het inkorten van de lange wachtlijsten, het terugdringen van het verloop van personeel en het verbeteren van de communicatie met wijkcoaches en het sturen van zorg uit financieel oogpunt. 14. Zijn de gemeenteraden tijdig, juist en volledig geïnformeerd over de opzet, uitvoering en resultaten van het jeugdzorgbeleid zodat ze goed in staat zijn hun kaderstellende en controlerende taken in dezen uit te voeren? Ja, de gemeenteraden zijn tijdig, juist en volledig geïnformeerd over de opzet, uitvoering en resultaten van het jeugdzorgbeleid. De gemeenteraad in de gemeente Westervoort wordt elk kwartaal via een dashboard geïnformeerd door een ambtenaar in het jeugdzorgdomein. In dit dashboard worden helder en overzichtelijk de kosten weergegeven en uitgesplitst naar relevante kostenposten. Ook wordt er bij het dashboard een overzichtelijke kennisgeving meegestuurd. Hierin worden de data verklaard en toegelicht.
4.3
Aanbevelingen
In Westervoort wordt uitgebreid aandacht besteed aan het voorkomen en vroegtijdig signaleren van jeugdproblematiek en daar waar mogelijk preventief op in te zetten, onder meer door de samenwerking aan te gaan met huisartsen en onderwijsinstellingen. Dit kan bijdragen aan het beheersen van de instroom van jeugdigen in de geïndiceerde jeugdzorg en daarmee aan de kosten van de jeugdzorg. We kunnen hiermee concluderen dat het jeugdzorgbeleid goed is ingericht en in dat opzicht niet hoeft te worden bijgesteld. De aanleiding voor dit onderzoek was de constatering dat er verhoudingsgewijs vaker een beroep is gedaan op de geïndiceerde jeugdzorg dan het landelijk gemiddelde. Door de kosten van dit type zorg, die vaak wat hoger zijn, heeft het hoge beroep op geïndiceerde jeugdzorg invloed op de budgettaire kaders van de gemeente. We hebben in dit onderzoek geconstateerd dat dit de afgelopen jaren niet permanent het geval is geweest. Als er wel sprake was van een verhoudingsgewijs groter beroep op de jeugdzorg kan dit niet direct gerelateerd worden aan het jeugdzorgbeleid en de uitvoering daarvan. Dit beroep
40
heeft namelijk vooral te maken met de bevolkingssamenstelling en de multiproblematiek in meerdere gezinnen. Op basis van de bevindingen van het onderzoek kunnen we concluderen dat het jeugdzorgbeleid van Westervoort goed is ingericht en geen ingrijpende aanpassingen behoeft. Uit ons onderzoek zijn ook enkele punten naar voren gekomen die verbetering behoeven. Deze aanbevelingen volgen hieronder: Krijg meer grip op complexe problematiek door integrale samenwerking. Om het grotere beroep op de jeugdzorg terug te dringen is het vooral van belang meer grip te krijgen op de multiproblematiek, die problematiek vroegtijdig te signaleren en daar ook preventieve maatregelen op in te zetten. Westervoort heeft hier al grote stappen in gezet, maar kan nog meer inzetten op een integralere samenwerking in het sociaal domein tussen de jeugdzorg en de zorg en ondersteuning die wordt verleend vanuit de Wmo en Werk en Inkomen, waaronder de schuldhulpverlening, met een nadruk op het uitbreiden van de kennis van de lokale teams op dit vlak, gezien de ontwikkelingen binnen de jeugdbeschermingsketen (in het kader van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming). Een integrale risicoanalyse opnemen in het beleid kan dan ook grote meerwaarde hebben, om zo de problemen in beleid en uitvoering te kunnen signaleren en op te vangen.
Zet in op het jeugdteam: ontlast administratieve lasten en verbreed expertise. Het gaat goed met het jeugdteam in Westervoort. Desalniettemin kan en moet er ook binnen het jeugdteam het een en ander verbeterd worden. Het functioneren van het jeugdteam kan verbeterd worden door in te zetten op het terugdringen van personele wisselingen en dus een stabielere samenstelling (wat niet makkelijk zal zijn vanwege personeelstekorten op de arbeidsmarkt). Ook kan er beter worden ingezet op het verminderen van de huidige administratieve lasten, zodat de huidige expertise van het jeugdteam beter kan worden benut. Gezien de voorstellen die er liggen met de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is het verstandig om nu in te zetten op het verbreden van de expertise binnen het jeugdteam, aangezien deze landelijke ontwikkelingen dit ook voorschrijven. Ook kan het perspectief van jongeren, die uit de cliëntervaringsonderzoeken zijn opgehaald, duidelijker worden opgenomen in het beleid. Waar dat nu het geval is, is het niet duidelijk herleidbaar naar de opbrengsten van deze onderzoeken. Ook kan het meerwaarde hebben om jongeren te spreken die niet in jeugdzorg zitten, maar wel in het netwerk zitten van jongeren in jeugdzorg. Verbeter de samenwerking met zorgaanbieders om de toeleiding tot passende zorg te verbeteren.
De samenwerking tussen het jeugdteam en zorgaanbieders wordt als een grote meerwaarde ervaren. Er zijn ook een aantal verbeterpunten te formuleren, vooral als het gaat om het indiceren en toeleiden van de jeugdigen naar de juiste jeugdzorg. Een betere indicatie kan bijdragen aan de kostenbeheersing omdat jeugdigen dan zo snel mogelijk de juiste zorg kunnen krijgen. Daarmee kan worden voorkomen dat jeugdigen langer zorg nodig hebben, wat kan leiden tot hogere kosten. Een aanbeveling is om een gemeenschappelijke visie te ontwikkelen (in samenwerking met het jeugdteam en zorgaanbieders) waarin afspraken worden gemaakt over gedeelde verantwoordelijkheid en wat gepaste zorg is. Zo kan er beter grip worden gehouden op wanneer en waarom jeugdigen worden toegeleid naar geïndiceerde zorg. De aanbevolen verbeteringen in het jeugdzorgbeleid en de uitvoering daarvan sluiten uitstekend het aan bij de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario. We bevelen dan ook aan dat de gemeente Westervoort deze programma’s expliciet gebruikt om de verbeteringen in de jeugdzorg aan te brengen Het is belangrijk voor de gemeente om aan te sluiten bij de landelijke ontwikkelingen die er spelen als het gaat om het verbeteren van de effectiviteit en efficiency van de jeugdzorg. De aanbevelingen die we hierboven hebben geformuleerd sluiten ook goed aan op deze landelijke en regionale actieprogramma’s.
De Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Jeugdbescherming, ontwikkeld door de Rijksoverheid, heeft tot doel de jeugdzorg kwalitatief te verbeteren en financieel beheersbaar te hou-
41
den door te investeren in de kwaliteit van de zorg. Het jeugdteam/wijkteam wordt volgens dit programma het centrale aanspreekpunt voor de bewoners en deze blijft zo lang als mogelijk betrokken bij een casus. Wanneer meer kennis en expertise nodig blijkt, kan het nieuw op te richten Regionaal Veiligheidsteam worden ingeschakeld. Bij dit Veiligheidsteam worden taken die nu bij Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en GI’s liggen belegd. Zo worden het huidige estafettemodel en bureaucratische onduidelijkheid verminderd en is het zorgtraject voor jeugdigen en ouders transparanter. Ook regionaal wordt hier in Gelderland aandacht aan besteed, zoals verwoord in onder meer de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming en het document ‘Samenwerking en Opdrachtgeverschap Jeugd, Wmo en Beschermd Wonen’ van december 2021. Meer integraal samenwerken, zowel lokaal (tussen het jeugdteam en de andere lokale teams die zich richten op kwetsbare inwoners) als regionaal (tussen de lokale teams en de (geïndiceerde) zorgaanbieders) is hierbij een belangrijk aandachtspunt.
42
Bijlage
B
Bijlage – Benchmark waarstaatjegemeente.nl
In deze bijlage zijn de cijfers uit de benchmark van www.waarstaatjegemeente.nl opgenomen. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de hoofdtekst van het rapport.
44
Benchmark gemeenten in vergelijking met Nederland Duiven
Jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp 13,20%
Bevolking leeftijd 0-19 jaar 20,30%
Jongeren met jeugdzorg (t.o.v. alle jongeren) naar soort: zonder verblijf 13,00%
": met verblijf
": onder Jeugdbescherming
0,80%
0,90%
Jongeren met jeugdhulp zonder verblijf (in verhouding tot het totaal aantal jongeren in ": met jeugdzorg) verblijf 87,90%
": onder Jeugdbescherming
5,00%
6,40%
Beëindigde jeugdhulptrajecten: ": voortijdig Kinderen in volgens plan afgesloten uitkeringsgezin 82,40%
8,80%
Jeugdhulp zonder verblijf naar uitvoerder: wijk/buurtteam
4,00%
": niet uitgevoerd door wijk/buurtteam
Verwijzingen Halt, per 1000, 12-17 jaar, 2022
Absoluut verzuim per 1000 leerlingen (2022) 1,4 (data uit 5 2020)
Relatief verzuim per 1000 leerlingen (2022)
0,00%
100,00%
5,00%
0,00%
18 (stijging: 4 in 97,00% 2021)
38
6,1
33
Doesburg
14,70%
17,10%
13,80%
1,80%
1,90%
77,40%
11,30%
9,70%
83,30% /
Westervoort
14,40%
20,40%
14,00%
1,10%
1,30%
86,00%
6,50%
6,50%
80,80%
11,50%
7,00%
2,00%
98,00%
19
2,5
38
Nederland
11,10%
21,10%
11,00%
1,10%
1,00%
84,60%
7,80%
6,50%
75,40%
17,70%
6,00%
12,00%
88,00%
8
4,2
24
Gemeenten <25.000 inwoners
10,10%
21,20%
10,10% Geen data Geen data
76,50%
14,90%
3,00% Geen data
8
4,5
18
87,10% Geen data Geen data
Geen data
Benchmark gemeenten in vergelijking met Nederland
Kinderen Voortijdige Gebruik in schoolverlater Vroeggeboorte en/of te laag Huishoudens met Instromers met huisartsenz bijstands totaal (VO + MBO) geboortegewicht (Big 2) per problematische problematische org gezin (2021) 1000 geboortes schulden schulden
Voldoet aan Overgewicht beweegrichtlijnen (18 jaar en (18 jaar en ouder) ouder)
Zwangerschapsbegeleiding gestart voor 10 weken van de zwangerschap, per 100 geboortes
Sterfte rond de geboorte vanaf 24 weken zwangerschapsduur, per 1000 geboortes
Duiven
78,80%
4,00%
1,30%
146,1
6,50%
0,80%
50,90%
58,80%
69,7
1
Doesburg
83,20%
5,00%
1,30%
181,1
10,20%
1,30%
41,50%
56,60%
78,9
10,8
Westervoort
82,00%
7,00%
2,50%
141,6
8,20%
1,00%
43,90%
56,30%
68
2,9
Nederland
76,30%
6,00%
1,90%
152,8
7,90%
1,20%
47,50%
50,30%
72,7
4,6
Gemeenten <25.000 inwoners
77,40%
3,00%
10,10%
137
5,10%
0,80%
45,70%
52,00%
73,60%
4,4
Benchmark gemeenten in vergelijking met Nederland
Banen, per 1000 inwoners
Alleenstaanden met Personen met Huishoudens met bijstandsuitkering (t.o.v. bijstandsuitkering, bijstandsuitkering t.o.v. Werkloosheid huishoudens per 1000 inwoners totaal (december '22) (december '22) alleenstaand)
Lopende reintegratievoorzieningen, aantal per 1000 inwoners, 15-74 jaar
Personen met lopende reintegratievoorzieningen, naar inkomstenbron, aantal per 1000, 15-74 jaar: werkend zonder bijstand
Beroepsbevolking met ": werkend ": niet ": niet werkend laag onderwijsniveau, per Huishoudens met laag Huishoudens met met werkend zonder 1000, 15-74 jaar inkomen, 1e 10% hoog inkomen, 10e bijstand met bijstand bijstand (december '22) groep 10% groep
Duiven
949,1
26
3,60%
3,30%
8,60%
12
2,6
0,5
8,9
0,5
155
6,00%
9,00%
Doesburg
453,6
34
4,90%
3,50%
9,50%
26,2
3,6
2,4
19,1
1,2
118
10,00%
6,00%
Westervoort
265,3
33
4,60%
3,30%
9,70%
14,7
2,6
0,9
10,4
0,9
173
8,00%
6,00%
Nederland
704
34
4,80%
3,50%
8,70%
12,2
3,3
1
7
0,9
147
10,00%
10,00%
575,6
17
2,40%
2,90%
5,10%
8,7
2,8
0,7
4,8
0,5
161 Geen data
Gemeenten <25.000 inwoners
Geen data
Jongeren met jeugdhulp in Duiven, % van jongeren tot 18 jaar
Jongeren met jeugdhulp in Doesburg, % van jongeren tot 18 jaar
Jongeren met jeugdhulp in Westervoort, % van jongeren tot 18 jaar
Regioplan Jollemanhof 18 1019 GW Amsterdam T +31(0)20 531 53 15 www.regioplan.nl