Agendabundel
Tekst van het document
Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd dient eind 2027 de basis op orde te zijn en voor het Toekomstscenario dient de aanpak van (on-)veiligheid op orde te zijn om eind 2026 te werken met regionale veiligheidsteams. Elke gemeente heeft een eigen inspanningsverplichting om dit eindresultaat te behalen. Op dit moment is het vertrekpunt van de lokale teams in onze regio uiteenlopend. Zij vormen nog niet het fundament voor de gewenste beweging. Het (niet vrijblijvende) richtinggevend kader en convenant Stevige Lokale Teams vanuit de Hervormingsagenda Jeugd en het Handelingskader vanuit de Toekomstscenario zijn hierbij leidend. Zij sturen op meer eenduidige, uniforme keuzes bij de inrichting en de organisatie van de lokale teams. Als gevolg hiervan neemt de noodzaak om gezamenlijk op te trekken en meer regionaal te sturen toe. Het is belangrijk dat de lokale teams gezamenlijke uitgangspunten hanteren en dezelfde taal spreken met de veiligheidspartners en zorgaanbieders. Het is van belang dat er eenduidige oordeelsvorming plaatsvindt wanneer de veiligheid in het geding is, wat de kern van het probleem is en hoe de veiligheid duurzaam wordt geborgd. De eerste stappen voor een meer gezamenlijke werkwijze in onze regio is in 2024 gezet door het Plan van Aanpak – Lokale Teams 2.0 (RPO Zorg 26.01.2024).
Regionaal is gestart met twee lokale analyses (de 5 basisfuncties lokaal team & leidraad werken aan veiligheid) waardoor het vertrekpunt van de lokale teams ten opzichte van de gewenste situatie scherp is geworden, waarna het voorstel regionale werkwijze omtrent versterken van uniformiteit en kwaliteit van lokale teams en samenwerking met veiligheidspartners en zorgaanbieders (RPO Zorg 30.08.2024) is vastgesteld. Inspanningen. Welke acties gaan we in 2025 uitvoeren?
1. Regionaal ondersteunen en faciliteren we de lokale teams zodanig dat ze in staat zijn om de veranderende rol in de keten van ondersteuning en zorg te vervullen. Vanuit de werkgroep en managersoverleg zullen we: • Benchmarking inzetten als middel om van elkaar te leren en met elkaar te kunnen vergelijken; • een regionaal uniforme standaard voor het werken vanuit ‘1Gezin1Plan’ uitwerken inclusief werkproces dat in lijn is met de Verklarende Analyse en Top-3 methodiek; • instrumentarium (denk aan; hand-outs, beeldmateriaal en/of tools) ontwikkelen die de gevraagde inspanningsverplichtingen van de Hervormingsagenda Jeugd faciliteren. 2. We uniformeren de werkwijze op onderdelen om effectiever samen te werken. Dit beschrijven we in het Uitvoeringsplan Gefaseerd Samenwerken aan Veiligheid 2025-20264. We geven regionaal gezamenlijk uitvoering aan: • het implementeren van de Visie ‘Gefaseerd samenwerken aan veiligheid’. Dit hangt samen met het: o Opleiden en ondersteunen in het werken met de Top- 3 methodiek; o Gebruik maken van het Top-3 plan, als uniform werkdocument dat de basis vormt voor het veiligheids-, hulpverlenings- en herstelplan. • We stellen van de juiste kennis en vaardigheden voor professionals beschikbaar om de hernieuwde rol in de keten te kunnen vervullen. Dit doen we door het bieden van een Regionaal Ondersteuningsaanbod ‘Menukaart’ 2024-2026.
Beoogd eindresultaat 2: Werkwijze Verklarende Analyse is geïmplementeerd Gemeenten richten zich – in lijn met de transformatiedoelen in de Jeugdwet - op de inzet van tijdige en passende hulp dichtbij huis. De inzet van lokale teams moet voorkomen dat problematiek verergert en inzet van zwaardere hulp nodig is. Lokale teams hebben de belangrijke taak om de situatie van jeugdigen en hun gezinnen, waarbij ze betrokken zijn, in kaart te brengen, te beoordelen of en zo ja welke hulp nodig is, deze hulp te “beschikken” en te coördineren. Een deskundige integrale (verklarende) analyse voorafgaand aan de inzet van hulp, moet tot de juiste hulp of ondersteuning leiden. Uit onderzoek blijkt dat een verklarende analyse vanuit een integraal denkkader regelmatig ontbreekt. Hierdoor lukt het in de praktijk vaak niet om te komen tot een goed en onderbouwd plan. In de Hervormingsagenda is opgenomen dat het maken van een Verklarende Analyse de komende jaren standaardpraktijk moet worden. Een Verklarende Analyse is niet nieuw, het wordt al langere tijd ingezet, we zien echter een grote mate aan variatie in zorgvuldigheid en betrouwbaarheid In 2025 gaan we professionals ondersteunen om tot een betere gezamenlijke gedeelde analyse te komen.
Zo verminderen we eenzijdig kijken naar problematiek, het inzetten van ‘losse’ producten en inzet van veel verschillende professionals die ieder aan een stukje van de oplossing werken. Het werken met de Verklarende Analyse is een beweging die bovenregionaal al in gang is gezet. Door BOEG wordt al sinds 2022 ingezet op deze beweging door het trainen van jeugdprofessionals in Gelderland, met sinds 2024 aandacht voor een bredere implementatie. Op deze wijze wordt het 4
Uitvoeringsplan Gefaseerd Samenwerken aan Veiligheid wordt 13 december 2024 geagendeerd bij het RPO Zorg.
werken met de Verklarende Analyse een gebruikelijke werkwijze tussen alle aanbieders in de gehele regio. Om lokaal met een Verklarende Analyse te werken is het nodig om, naast scholing, ook te zorgen voor de benodigde randvoorwaarden en een succesvolle implementatie . In de regio Centraal Gelderland is gekozen (RPO Zorg 19.04.2024 en 14.06.2024) voor het 7 factorenmodel gefaseerd te implementeren, zodoende dat alle fases eind 2026 zijn doorlopen . Inspanningen. Welke acties gaan we in 2025 uitvoeren? In 2024 zijn we gestart met het trainen van de gedragswetenschappers. In 2025 geven we uitvoering aan het implementatieplan Verklarende Analyse dat in 2024 is opgesteld. Dit vraagt de volgende inspanningen: • We scholen zoveel mogelijk mensen binnen de regio Centraal Gelderland op de Verklarende Analyse door onder meer train-de-trainer; • We ondersteunen de gemeenten bij het implementeren en borgen van het
•
implementatieplan Verklarende Analyse; We vormen een lerend netwerk middels regionale intervisiebijeenkomsten.
Beoogd eindresultaat 3: Beperken van complexe scheidingen Al enige jaren zet de regio zich in voor het beperken van complexe scheidingen door de inzet van het regionale Digitale Scheidingsloket en Landelijke Ouderbijeenkomsten. Ook maken we op G7-niveau afspraken met familierechters en Raad voor de Kinderbescherming over (de toeleiding) tot uniform hulpaanbod. Zo voorkomen we dat er onnodig tijd verloren gaat bij het toeleiden naar hulp voor ouders en kinderen bij (forse) scheidingsproblematiek. We willen (bij complexe scheidingen) op een duurzame en effectieve manier ouders helpen en zo (ernstige) schade bij de betrokken kinderen voorkomen. We zetten in op preventie door gezinnen in scheiding in een vroeg stadium te bereiken en te ondersteunen. Hiervoor moet er voldoende hulpaanbod voor gezinnen zijn. Veel professionals kampen met handelingsverlegenheid in hun de aanpak van complexe scheidingen. Het is lastig om niet meegezogen te worden in de conflicten tussen ouders en meerzijdig betrokken te blijven. Als conflicten verharden, is het lastig het tij te keren. Daarom beogen we dat lokale professionals als consulenten en wijkcoaches vaardiger worden om complexe scheidingscasuïstiek op te pakken. Inspanningen. Welke acties gaan we in 2025 uitvoeren? In 2025 leveren we de volgende inspanningen: • Door (digitale) landelijke ouderbijeenkomsten bieden we psycho-educatie aan ouders.
Zij worden bewust gemaakt van wat een scheiding en hun gedrag richting de andere ouder betekent voor (de ontwikkeling) van hun kind. • Via het Digitale Scheidingsloket zorgen we voor een laagdrempelige toegang tot hulp en steun. • We zorgen dat de inzet van de landelijke ouderbijeenkomsten en digitale Scheidingsloket bekend is bij alle lokale teams en partners. • We optimaliseren en borgen het uniform hulpaanbod na complexe scheidingen. • Vanuit de opgedane inzichten van de pilot Complexe Scheidingen (onderdeel Toekomsttuin) zetten we de benodigde stappen, waarbij er o.a. een handreiking wordt opgesteld voor lokale teams, om vaardiger te worden in de aanpak van complexe scheidingen.
Verbinding themalijn “Verstevigen lokale teams en toegang” met andere themalijnen De themalijn “Verstevigen lokale teams” hangt sterk samen met het thema “Versterken kind- en gezinsbescherming”. Stevige lokale teams en toegang vormen de essentiële basis voor de Toekomsttuin. Het toepassen van de verklarende analyse is daarnaast ook een belangrijk onderdeel van thema “Voorkomen van complexe zorgvragen en bevorderen uitstroom” en een belangrijk onderdeel bij de “Herziene richtlijn uithuisplaatsing en terugplaatsing”.
2.3 THEMALIJN: VOORKOMEN VAN COMPLEXE HULPVRAGEN EN BEVORDEREN UITSTROOM Deze themalijn sluit aan bij het eerdere hoofdthema Complexe Hulpvragen in het Regionaal Uitvoeringsplan 2024. Het ligt bovendien in het verlengde van een belangrijke maatregel uit de Hervormingsagenda Jeugd: Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk. In juni 2024 is het Plan van Aanpak Complexe Hulpvragen Jeugdzorg door het RPO Zorg vastgesteld. Bij complexe hulpvragen gaat het om complexe en/of meervoudige weinig voorkomende kind-, gezins- en/of omgevingsproblematiek van (zeer) kwetsbare jeugdigen tot 18 jaar (met uitloop naar 23 jaar). Het afbakenen van complexe hulpvragen is niet eenvoudig5. Als we spreken over complexe hulpvragen dan hebben we het in ieder geval over alle vormen van jeugdhulp met verblijf en hoog-specialistische behandeling. De ‘gewone’ specialistische begeleiding en specialistische behandeling spelen echter een belangrijke rol bij het voorkomen of juist afschalen van complexe hulpvragen. We willen de komende jaren meer aandacht voor integrale zorgtrajecten, waarbij verblijf en hoog-specialistische behandeling een onderdeel zijn van een doorlopend traject. Dat maakt de afbakening van het begrip niet eenvoudiger, maar sluit wel aan bij de wens om de noodzakelijke zorg meer integraal te organiseren.
Voor de themalijn complexe hulpvragen willen we op termijn de volgende eindresultaten behalen (stip op de horizon): 1. Er is voorkomen dat hulpvragen complex worden 2. Voor jongeren en gezinnen is tijdige en passende hulp beschikbaar 3. Zorgaanbod voor jeugdigen met complexe hulpvragen is doorontwikkeld 4. Het gebruik van residentiele zorg is afgenomen
5 Daar waar sprake is van jeugdbescherming en/of jeugdreclassering is vrijwel altijd sprake van een complexe hulpvraag. De verbetering
van de afspraken met de GI’s valt onder het thema: kind en gezinsbescherming. De inzet van jeugdhulp ten behoeve van jongeren met een beschermings- of reclasseringsmaatregel, valt wel onder het thema complexe hulpvragen.
Beoogd eindresultaat 1: Er is voorkomen dat hulpvragen complex worden Voorkomen dat hulpvragen complex worden moet bijdragen aan het doel dat minder kinderen uit huis worden geplaatst. In 2023 is de herziene richtlijn uithuisplaatsing en terugplaatsing gepubliceerd. Deze richtlijn is opgesteld voor professionals die te maken krijgen met complexe hulpvragen. Het vraagt van lokale teams en gecertificeerde instellingen om hun medewerkers hierin bij te scholen. Het werken met een verklarende analyse vormt een belangrijk speerpunt. Regionaal ondersteunen we dit met het organiseren van scholing voor medewerkers van lokale teams. Maar ook door het Regionaal Expert Team Centraal Gelderland (RET) en gecontracteerde zorgaanbieders hierbij te betrekken, zodat ze elkaar sneller op zoeken om kennis en ervaringen uit te kunnen wisselen en om te voorkomen dat situaties in gezinnen escaleren en leiden tot spoed of crisis. Ook de inzet van ervaringsdeskundigen en maatjes valt hieronder. Inspanningen. Welke acties gaan we in 2025 uitvoeren? 1. Training en implementatie Verklarende Analyse. Dit wordt opgepakt binnen thema 2 “Verstevigen lokale teams en toegang”. 2. Inzet steunfiguren. De inzet van maatjes, buddy’s, ervaringsdeskundigen en mentoren (JIM) zijn een belangrijke factor voor steun aan de jeugdigen en/of het gezin. Dit kan bijdragen aan het voorkomen van zwaardere hulp.
In 2025 wordt onderzocht hoe de inzet van steunfiguren in onze regio actief vormgegeven kan worden. Beoogd eindresultaat 2: Voor jongeren en gezinnen is tijdige en passende hulp beschikbaar Te vaak ontvangt een deel van de jeugdigen niet tijdig passende hulp. Een belangrijk element in het zorgdragen voor een toereikend aanbod van specialistische jeugdzorg is de aanpak van wachttijden. Wachttijden kunnen voor jeugdigen die jeugdzorg nodig hebben klachten verergeren, hun ontwikkeling vertragen en daarmee toekomstkansen belemmeren. Wachttijden zijn een symptoom van onderliggende oorzaken in de gehele keten. Het is daarom belangrijk dat gemeenten regionaal samenwerken om dit hardnekkige probleem systemisch en duurzaam aan te pakken. Inspanningen. Welke acties gaan we in 2025 uitvoeren? 1. Instroom naar en uitstroom uit de Essentiele Functies stroomlijnen Het RET CG krijgt een belangrijke taak bij het mede beoordelen van verwijzingen naar en het terugplaatsen uit Essentiele Functies. Met de betrokken partijen, zoals verwijzers en zorgaanbieders, zal hiervoor een nieuwe werkwijze worden ontwikkeld. 2. Aanpak wachttijden We komen tot een aanpak van wachttijden in de regio Centraal Gelderland. 3. Continuïteitsgesprekken Het aanbod van zorgaanbieders verandert door de vele ontwikkelingen in de jeugdzorg voortdurend.
Meerdere zorgaanbieders zijn de laatste jaren ook in de financiële problemen geraakt. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om te zorgen dat er een dekkend zorgaanbod is (continuïteit van zorg) dat aansluit op de zorgbehoefte van jeugdigen en gezinnen en zijn verantwoordelijk voor het aangaan van contracten met zorgaanbieders op basis van reële tarieven. Indien de continuïteit van zorg onder druk staat, vinden gesprekken plaats met zorgaanbieders die regionaal, bovenregionaal of zelfs landelijk onmisbaar zijn.
Beoogd eindresultaat 3: Zorgaanbod voor jeugdigen met complexe hulpvragen is doorontwikkeld Vanaf 1 januari 2025 starten de nieuwe contracten voor de jeugdhulpvormen “verblijf” en “essentiële functies”. Via de regionale inkoop van jeugdzorg en de bovenregionale inkoop van essentiële functies zorgen we voor meer samenhang en betere kwaliteit van het (residentiële) zorgaanbod. Daarnaast stimuleren we de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de regionale opgaven via het samenwerkingsconvenant ‘het Collectief’ met gecontracteerde zorgaanbieders. Het Collectief is de naam van het samenwerkingsverband van alle gecontracteerde zorgaanbieders verblijf jeugd, regio, gemeenten en jeugdbescherming. Het Collectief is in 2020 opgericht en heeft als doel om gezamenlijk te werken aan de regionale doelen voor verblijf jeugd. Het Collectief komt twee keer per jaar bij elkaar. Tussentijds stemt de Kopgroep in kleiner verband met elkaar af. Dat vindt 2 keer per kwartaal plaats. Eind 2024 willen we een nieuw samenwerkingsovereenkomst met de aanbieders van verblijf, maar ook met ambulante aanbieders ondertekenen. In 2025 wordt het Collectief nauw betrokken bij de regiovisie. Inspanningen. Welke acties gaan we in 2025 uitvoeren? 1. Analyse intensieve zorgtrajecten In de zomer van 2024 is een analyse gestart van minimaal 20 intensieve zorgtrajecten bij gemeenten.
Dit project loop door tot de zomer van 2025. Het is een iteratief onderzoek, waar gedurende de analyse van het zorgtraject gewerkt wordt aan verbetering van de casusregie en afspraken met betrokken professionals en organisaties. De analyse levert aanbevelingen op voor het voeren van regie op intensieve zorgtrajecten. 2. Collectief plan van aanpak complexe hulpvragen 2025 In 2024 is een eerste plan van aanpak complexe hulpvragen opgesteld. In samenwerking met gemeenten en gecertificeerde instellingen werkt het Collectief in 2025 aan een nieuw gezamenlijk plan van aanpak met als doel het voorkomen van complexe hulpvragen en bevorderen van uitstroom. Ook de aanbieders van behandeling zullen hier in 2025 nauw bij betrokken worden. 3. Aanpak crisis en spoed In 2024 is er een analyse uitgevoerd naar werkwijzen en keuzes bij crisis en spoedsituaties. De analyse zal leiden tot aanbevelingen voor het maken van aanvullende afspraken met professionals en betrokken organisaties. De conclusies en aanbevelingen worden eind 2024 gepresenteerd. De vervolgafspraken zullen in 2025 een vervolg krijgen. 4. Borgen essentiële functies De contracten voor de essentiële functies ten behoeve van de zeven jeugdhulpregio’s in Gelderland gaan in per 01-01-2025. In 2025 zal met de G7 en de opdrachtnemers het contractmanagement van start gaan.
Daarbij wordt in nauw overleg met het RET CG afspraken gemaakt over de instroom en uitstroom in en uit de essentiële functies, over de inzet van de mobiele brigade en over de afstemming met de regionale contracten in Centraal Gelderland 5. Dashboard inrichten Op basis van de aanpak wachttijden, de rapportages van het RET CG en de inzet van de nieuwe zorgvormen voor essentiële functies, wordt een dashboard ingericht om te monitoren en sturen
op de realisatie van tijdig, passende hulp te kunnen organiseren voor jeugdigen en gezinnen met complexe hulpvragen. Beoogd eindresultaat 4: Het gebruik van residentiele zorg is afgenomen We zetten in op het voorkomen van residentiele jeugdhulp om te zorgen dat jeugdigen die jeugdhulp nodig hebben ook dan zo thuis mogelijk veilig kunnen opgroeien. Waar residentiele jeugdhulp toch nodig is gaan we deze verder transformeren naar een zo thuis mogelijke, regionaal georganiseerde kleinschalige vorm. Want kleinschaligheid biedt meer kans op een veilig en positief leefklimaat, maatwerk en onvoorwaardelijk wonen. Zo thuis mogelijk draagt bij aan stabiliteit, het is daarmee minder ontwrichtend voor jeugdigen. Terugdringen en transformeren van residentiele jeugdzorg vergt tijd en investeringen. De opbrengsten zijn weliswaar veelbelovend, maar de omvang en het tempo onzeker. Dit vereist landelijke regie, een adaptieve veranderstrategie met partners en de bereidheid op basis van de realisatie het plan bij te stellen. We zetten een eerste stap met de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp. Inspanningen. Welke acties gaan we in 2025 uitvoeren? 1. Afbouw residentiele en gesloten jeugdhulp Voor de transformatie de gesloten jeugdhulp (JeugdzorgPlus) in Gelderland en Overijssel is een projectleider aangesteld.
Dit project heeft aandacht voor de continuïteit van het aanbod, de ombouw naar kleinere groepen en de kwaliteit van de dienstverlening. In 2025 zal er een nieuw bovenregionaal plan voor de afbouw van gesloten jeugdhulp worden opgesteld. Met de transformatie van de residentiele zorg zijn ook investeringen in het vastgoed noodzakelijk. Het Rijk heeft daarvoor een spuk-regeling in het leven geroepen. Deze middelen worden beheerd door o.a. Arnhem en Nijmegen. De middelen worden gedurende meerdere jaren ingezet. Eind 2024 wordt een nieuw bovenregionaal plan opgeleverd, waarbij inzicht wordt gegeven in de transformatie van deze voorzieningen in Gelderland en Overijssel. Dit vraagstuk wordt bovenregionaal opgepakt, omdat de aanbieders van verblijf een bovenregionale functie hebben. 2. Ambulante alternatieven ontwikkelen In 2023 is onze regio gestart met de pilot met ambulante trajecten en intensieve begeleiding van gezinnen in de thuissituatie in combinatie met korte opvang van jeugdigen in verblijf (ThuisBest). De pilot ThuisBest is voor 2 jaar afgesproken. Na de zomer 2025 zullen de resultaten gepresenteerd worden. Om te voorkomen dat we jongeren gesloten moeten plaatsen in de gesloten jeugdhulp worden alternatieven ontwikkeld, zoals onvoorwaardelijk wonen. Deze vallen grotendeels onder de Essentiele Functies.
Verbinding themalijn “voorkomen van complexe hulpvragen en bevorderen uitstroom” met andere themalijnen Deze themalijn is verbonden met vrijwel alle andere themalijnen uit het uitvoeringsplan: met “Verstevigen lokale teams en toegang” en “Versterken kind- en gezinsbescherming”, omdat de lokale toegang en de gecertificeerde instellingen een belangrijke rol spelen bij het voorkomen van complexe hulpvragen. Dit thema is ook verbonden met het thema “Verbeteren regionale samenwerking” omdat we voldoende slagkracht moeten hebben om deze opgaven uit te kunnen voeren.
2.4 THEMALIJN: VERSTERKEN KIND- EN GEZINSBESCHERMING Het Toekomstscenario voor kind- en gezinsbescherming is een landelijke beweging sinds 2023. Deze beweging richt zich op een eenvoudigere, gezinsgerichte aanpak die transparantie, rechtsbescherming en verbetering omarmt. Het is een gezamenlijk meerjarig programma 2023-2026 van de ministeries van J&V en VWS en VNG. In dit scenario staan de behoeften van kinderen, gezinnen en huishoudens centraal. Op een oordeelvrije manier doen we voor hen wat nodig is waarbij we uitgaan van het recht op autonomie en zelfbeschikking. Het is normaal dat zij hulp vragen én ontvangen zonder stigma, waarbij ze weten waar zij terechtkunnen en hun verhaal zo min mogelijk hoeven te herhalen. Vervolgens pakken we de onderliggende oorzaken van onveilige situaties aan. Dit betekent in de meeste gevallen dat we helpen en ondersteuning bieden in plaats van gedwongen beschermen en ingrijpen. In situaties van ernstig huiselijk geweld grijpen we eerder in om bescherming te bieden. Elk kind, gezin en huishouden is uniek. Daarom is maatwerk nodig, gebaseerd op samenwerking en afstemming met de betrokkenen. Er zullen altijd kinderen en volwassenen te maken krijgen met onveiligheid, maar met het Toekomstscenario kunnen we er wel op een andere manier mee omgaan en daarmee (terugkerende) onveiligheid verminderen.
Het realiseren van dit toekomstbeeld gebeurt stapsgewijs. We doen dit middels de Toekomsttuin6, die in 2023 is gestart. We nemen hierin stappen om het oude durven los te laten en ons te richten op wat werkt, nieuwe benaderingen ontwikkelen, leren van onze successen en mislukkingen, en nauw samenwerken. Het Toekomstscenario ziet ook op de inrichting van regionale veiligheidsteams, die samen met andere gewenste vernieuwingen tot stelsel- en structuurwijzigingen kan leiden. Landelijk ligt er begin 2025 een uitgewerkte en onderbouwde voorkeursvariant voor de regionale veiligheidsteams en de benodigde wijzigingen van het stelsel alsmede een beeld van welke wetgeving nodig is om de andere manier van werken mogelijk te maken. In het landelijke programma toekomstscenario wordt op hoofdlijnen geschetst hoe de kind- en gezinsbescherming er over zo’n vijf tot tien jaar uit moet ziet (2030). Het concretiseren en realiseren van het in het Toekomscenario geschetste toekomstbeeld en de daarmee gepaard gaande maatschappelijke effecten gebeurt in fases: • Fase 0: Voorbereiding en start (afgerond; 2021 - 2023) • Fase 1: Ontwikkelen, beproeven en verbreden (huidige fase en programma; 2022 - 2026) • Fase 2: Landelijk implementeren en verankeren (te zijner tijd uit te werken; 2026 en verder) Beoogde eindresultaten We zetten ons langdurig in om het toekomstbeeld te realiseren.
De beoogde resultaten zijn: 1. Bij zorgen over veiligheid van kinderen werken organisaties optimaal samen aan herstel en het voorkomen van escalaties 2. De nieuwe werkwijze toekomsttuin kind- en gezinsbescherming is al doende ontwikkeld en beproefd met gezinnen en professionals samen
6
Projectplan Toekomsttuin Centraal Gelderland 2024 – vastgesteld bij alle colleges eind 2023
2024
2030
Van huidig naar gewenst Wij voelen ons gehoord en gezien
2024 ----------- 2030
Wij kunnen doen wat nodig is
Inspanningen. Welke acties gaan we in 2025 uitvoeren? De inspanningen die we in 2025 verrichten zijn nader beschreven in het projectplan Toekomsttuin 20257. Landelijk komt dit overeen met de fase van ontwikkelen, beproeven en verbreden. Waarbij we ons regionaal focussen op 4 actielijnen: 1. We zetten in op stevige lokale teams en toegang 2. We verkleinen het aantal en brengen samenhang in visies/ methodieken/ protocollen voor het werken aan veiligheid 3. We vormen een flexibel lerend netwerk om het gezinssysteem heen 4. We bevorderen onderlinge samenwerking en kennisuitwisseling. Rode draad binnen deze 4 actielijnen zijn de leidende veranderprincipes: Gezinssysteem is leidend, met professionals samen, werk & reflectie combineren, durven doen en eenvoudig maken. Verbinding themalijn “versterken kind – en gezinsbescherming” met andere themalijnen Het thema Toekomstscenario voor kind- en gezinsbescherming maakt onderdeel uit van een brede transformatie in het sociaal domein. Ook de beweging van andere programma’s als de Hervormingsagenda Jeugd, Veiligheid Voorop en Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming bevatten initiatieven die het anders samenwerken in de jeugdzorg ondersteunen.
Waar de Gelderse Verbeteragenda werkt aan oplossingen in het huidige jeugdbeschermingsstelsel, werkt het Toekomstscenario toe naar een nieuwe werkwijze voor de kind- en gezinsbescherming die in 2030 moet staan. De Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming wordt eind 2024 afgerond en de laatste benodigde ontwikkelingen zullen worden geborgd binnen het project Toekomsttuin. Lokale teams vormen het fundament waar zowel het jeugdhulpstelsel als het vereenvoudigde jeugdbeschermingsstelsel op wordt gebouwd. Invulling wordt hiervoor onder meer gegeven vanuit de Hervormingsagenda Jeugd. Vanuit dat perspectief ligt er een stevige verbinding met het thema verstevigen lokale teams en toegang.
7
Projectplan Toekomsttuin 2025 wordt 13 december 2024 geagendeerd bij het RPO Zorg.
2.5 THEMALIJN: JEUGDHULP STEVIGER VERBINDEN AAN AANPALENDE DOMEINEN Wanneer kinderen en gezinnen jeugdhulp nodig hebben, is het van belang dat deze steeds wordt ingezet met oog voor de situatie van het gezin waarin een jeugdige opgroeit: onderwijs, armoede, schulden, huisvestingsproblematiek, de druk van de prestatiemaatschappij en problematiek van ouders (zoals ggz, verslaving, relatie- en scheidingsproblemen). Dit alles is van invloed op de jeugdigen in het gezin en daarmee de vraag naar jeugdhulp. Het jeugddomein is dus onlosmakelijk verbonden met het gemeentelijke sociaal domein en het zorgstelsel in brede zin. Dit vraagt om ondersteuning van kind en gezin en investeringen in aanpalende domeinen zoals het onderwijs, jeugdgezondheidszorg, volwassenen-ggz en bestaanszekerheid. Professionals dienen samen te werken, grenzen weten te overbruggen, om zo tot oplossingen te komen die recht doen aan een veelheid van vaak tegenstrijdige belangen. Anders gezegd: een domeinoverstijgende aanpak is nodig. De lokale gemeenten dienen hiervoor methodes te hanteren zoals de doorbraakmethode. Begin 2025 volgt vanuit de VNG een aanbod om gemeenten te ondersteunen bij het domeinoverstijgend werken met de doorbraakmethode.
Met het wetsvoorstel ‘Aanpak meervoudige problematiek sociaal domein’ (medio 2025) bevordert het Rijk gelijktijdige inzet van hulp uit andere domeinen in geval van ernstige meervoudige problematiek in de context van het kind en gezin. Met het Integraal Zorgakkoord wordt door lokale gemeenten gewerkt aan betere samenwerking tussen de jeugdhulp en volwassen- GGZ. Gezien deze ontwikkelingen geven we binnen het uitvoeringsplan 2025 prioriteit aan het versterken van de samenwerking met het onderwijs.
Beoogd eindresultaat: Jeugdhulp en onderwijs sluiten optimaal op elkaar aan Een belangrijke factor in het leven en opgroeien van jeugdigen is het onderwijs, zij brengen veel tijd op school door. Met het grootste deel van de jeugdigen gaat het goed. Zij ontwikkelen zich naar verwachting, doorlopen hun onderwijscarrière zonder onoverkomelijke hobbels en groeien op tot volwassenen die volwaardig participeren in de maatschappij. Een kleiner deel van de jeugdigen is in meer of mindere mate kwetsbaar of groeit op in een kwetsbare omgeving. Deze groep heeft soms extra ondersteuning in het onderwijs nodig of begeleiding door jeugdhulp. Voor kinderen (of gezinnen) met een extra ondersteuningsbehoefte is het belangrijk dat eerst gekeken wordt wat er op school kan om in deze behoefte te voorzien. Het ‘normaliseren’ van gedrag, het bieden van een aangepast onderwijsprogramma of aanbod, extra inzet of aanbod vanuit passend onderwijs, is in veel gevallen voldoende. In de gevallen waar dit niet voldoende is dient de school te zorgen voor onderwijsondersteuning en de gemeente voor extra zorg voor jeugdigen en gezinnen. Om tijdig en passend ondersteuning te kunnen bieden voor jeugdigen en gezinnen is een stevige verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs van belang, deze moeten elkaar versterken.
Nauwe samenwerking biedt de kans om problemen bij jeugdigen en gezinnen vroeg te signaleren en op tijd de juiste ondersteuning te bieden en schooluitval en thuiszitterproblematiek te voorkomen. De stip op de horizon is een succesvolle samenwerking tussen gemeenten-jeugdhulp- onderwijs welke zorgt voor een veilige leeromgeving waarin jeugdigen zich adequaat ontwikkelen (in lijn met
de Hervormingsagenda Jeugd8). Het bepalen op welke manier we willen samenwerken, wat partnerschap is en wat uitgangspunten zijn voor deze samenwerking is erg belangrijk. Dat geeft houvast voor een gelijkwaardige partnerschap vanuit een netwerkgedachte. We beogen hiervoor de volgende eindresultaten: • We werken vanuit gezamenlijke uitgangspunten & ambities en leidende principes voor samenwerking • Jeugdhulp in relatie met onderwijs is effectiever georganiseerd • Gemeenten-jeugdhulp- onderwijs verstaan en begrijpen elkaar beter Inspanningen. Welke acties gaan we in 2025 uitvoeren? Om de gewenste resultaten te behalen leveren en we in 2025 de volgende inspanningen: • Bestuurlijke gesprekken waarin we verkennen, bespreken en zicht krijgen op hoe partnerschap eruitziet in de opgave om te komen tot afstemming tussen gemeentenjeugdhulp- onderwijs; • Het samen formuleren van leidende principes die richting geven aan beleid en uitvoering, en waarop kan worden teruggegrepen gedurende het proces van ontwikkeling en samenwerking. • We verkennen samen met het onderwijs wat ieder vanuit zijn of haar deskundigheid en verantwoordelijkheid kan bieden en welke verantwoordelijkheid bij ouders ligt (‘normaliseren’).
• De uitgangspunten voor samenwerking gebruiken als sturingsdocument voor het opstellen van een werkagenda • Het zetten van de eerste stappen in het verbeteren van de regionale samenwerking gemeenten-jeugdhulp- onderwijs
Verbinding themalijn “jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen” met andere themalijnen De themalijn “Jeugdhulp steviger verbinden met aanpalende domeinen” heeft voornamelijk te maken met een integrale aanpak. Gemeenten dienen te zorgen voor een integrale aanpak (jeugdzorg, leerplicht, participatie, Wmo en veiligheid). Ze bundelen de krachten met het onderwijs om hulp te bieden aan kinderen in complexe/onveilige thuissituaties. Integrale aanpak is een rode draad binnen de themalijn “Verstevigen van de lokale teams” en de themalijn “Versterken kind- en gezinsbescherming”.
8
Hervormingsagenda Jeugd – Opgave 2 – Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen
3. ORGANISATIE Het team Regionaal Adviseurs Jeugd ondersteunt de regio, samen met de gemeentelijke beleidsmedewerkers, in de gezamenlijke ontwikkeling en uitvoering van het Uitvoeringsplan. Voor de uitvoering zijn inhoudelijke werkgroepen en/of andere overlegvormen gekoppeld aan de vijf themalijnen. De meeste van deze overlegvormen vinden op regionaal niveau plaats en enkele bovenregionaal of landelijk9. Aan elk thema van het Uitvoeringsplan is een bestuurlijk opdrachtgever gekoppeld, dit betreft een bestuurder vanuit het Regionale Portefeuillehouders Overleg Zorg (RPO Zorg). Sturing op het uitvoeringsplan vindt in 2025 plaats via de managers vanuit het Regionale Ambtelijk Overleg Zorg dat als ambtelijke opdrachtgever voor het team regioadviseurs jeugd fungeert. In 2025 vindt er een doorontwikkeling van de lokaal- regionale samenwerking aan het uitvoeringsplan plaats. De inhoudelijke inzet en de benodigde randvoorwaarden van gemeenten voor de regionale samenwerking wordt verstevigd. Enerzijds door een duidelijkere rol- en verantwoordelijkheidsverdeling, anderzijds door meer aandacht voor de benodigde capaciteit en randvoorwaarden. Tevens wordt er een online regionale samenwerkingsomgeving ontwikkeld voor optimale samenwerking en het bewaren van regionale beleidsstukken en besluitvorming.
3.1 Team regionaal adviseurs jeugd Het team regioadviseurs jeugd ondersteunt de regio, samen met de gemeentelijke beleidsmedewerkers, in de gezamenlijke ontwikkeling en uitvoering aan het Regionale Uitvoeringsplan Jeugd. Hierbij kunnen we de volgende rollen onderscheiden: • Adviseur: Het team adviseert over maatschappelijke opgaves aan het bestuur in de regio. • Regisseur: Het team werkt samen met de gemeentelijk beleidsmedewerkers en voert regie over de vijf themalijnen van het uitvoeringsplan en komt tot adviezen/voorgenomen besluiten voor het bestuurlijk besluitvormingsproces. • Woordvoerder: Het team vertegenwoordigt de regio bij landelijke- en (boven-) regionale bijeenkomsten. • Voorzitter: Het team levert de voorzitter voor RAO-Jeugd en is ook de inhoudelijk voorzitter van de werkgroepen ter uitvoering van de themalijnen van het uitvoeringplan en draagt zorg voor het correct doorlopen van het bestuurlijk besluitvormingsproces. • Verbinder: Het team verbindt de (boven-) regionale en landelijke afspraken en ontwikkelingen met het regionale niveau. • Opdrachtgever projecten: Enkele onderdelen van het uitvoeringsplan worden uitgevoerd door externe projectleiders. Voor deze specifieke onderdelen zijn, na besluitvorming door het RPO, de regio-adviseurs opdrachtgever.
De regio-adviseurs zorgen onder meer voor een opdrachtbeschrijving en werving en begeleiding van de projectleider. 3.2 Beleidsmedewerkers regio Centraal Gelderland De regio, bestaande uit 11 gemeenten met ieder eigen beleidsmedewerkers, met ondersteuning van het team Regionaal Adviseurs Jeugd, geeft in gezamenlijkheid uitvoering aan het Regionale Uitvoeringsplan Jeugd. Hierbij kunnen we de volgende rollen onderscheiden:
9 Zie bijlage 2 voor een overzicht van alle regionale, bovenregionale en landelijke overlegvormen
•
Eigenaar: De gemeentelijke beleidsmedewerker neemt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de regionale opgaven.
•
Deskundige: De gemeentelijke beleidsmedewerker neemt specifieke kennis mee naar regionale themalijnen en verrijkt zo de beleidsvorming en het besluitvormingsproces.
•
Uitvoerder: De gemeentelijke beleidsmedewerker draagt zorg voor adequate uitvoering van de noodzakelijke inspanningen de vijf themalijnen van het uitvoeringsplan.
•
Technisch voorzitter: De technisch voorzitter leidt de vergaderingen van de werkgroep en vervult in dat kader de volgende taken: het op een zakelijke wijze leiden van de discussies tijdens de vergaderingen en het bewaken van de orde en voortgang, de werkgroepleden en andere deelnemers uitdrukkelijk uitnodigen tot inbreng, het helder samenvatten van de gevoerde discussies en de genomen besluitvorming tijdens de vergaderingen en ervoor zorgen dat het voortgangs/sturingsdocument na elke vergadering is ingevuld.
•
Verbinder: De gemeentelijke beleidsmedewerker verbindt en zet zich in voor draagvlak en borging binnen de eigen gemeente en het lokale team (en toegang).
•
Adviseur: De gemeentelijk beleidsmedewerker adviseert lokale bestuurders conform regionaal afgestemde adviezen
3.3 Randvoorwaarden De veranderingen die we beogen vinden plaats op lokaal tot regionaal en landelijk niveau en zijn daarmee een bijzonder grote opgave. Het vraagt om duurzame inzet van alle betrokken partners en om ontwikkelingen en investeringen op alle niveaus. Randvoorwaarde voor een succesvolle uitvoering van het uitvoeringsplan zijn continuïteit en betrokkenheid vanuit gemeenten en zorgpartners. Op nieuwe manieren samenwerken vraagt verandering in houding en gedrag van ons allemaal. Dit kan echter alleen als daarvoor de goede context en randvoorwaarden aanwezig zijn. Zoals bijvoorbeeld ruimte, reflectie, mogelijkheden om gezamenlijk te leren en te verbeteren en managers, bestuurders en beleidsmakers die coachen, faciliteren en werken vanuit gelijkwaardigheid, vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke opgave. Verandering in houding en gedrag is daarom ook nodig bij managers, bestuurders en beleidsmakers. Lokale teams zijn het stevige fundament aan het vormen voor het jeugdhulpstelsel. Voor de uitvoering van het uitvoeringsplan is het nodig dat voldoende capaciteit beschikbaar is bij zowel de gemeenten (beleid) als bij de lokale teams om met de regionale vraagstukken aan de slag te gaan.
Ook is er voor de voortgang van het uitvoeringsplan op sommige punten afhankelijkheid van landelijke afspraken uit de Hervormingsagenda (opleveren handreikingen, convenanten, inwerkingtreding Jeugdwet). Indien deze afspraken niet tijdig worden nagekomen, dan kan dit tot vertraging leiden. 3.4 Capaciteit Regionale samenwerking vraagt om een actieve rol. Voor beleidsmedewerkers van gemeenten betekent dit een goede voorbereiding van de werkgroepen, een actieve rol als schrijver en doener in de werkgroepen en de verantwoordelijkheid om regionale ontwikkelingen en besluitvorming in eigen gemeenten verder te brengen (horizontaal en verticaal). Niet alle gemeenten kunnen in alle
werkgroepen vertegenwoordigd zijn. Dit betekent dat er vertrouwen is in hetgeen er door de regiocollega’s wordt ontwikkeld in de werkgroepen (deskundigheid) en dat er meer nadruk ligt op goede communicatie door regelmatige voortgangsrapportages en meer regionale themabijeenkomsten. Ook zal er regionaal aandacht gegeven worden aan de onderlinge samenwerking door het organiseren van teambuilding. 3.5 Monitoring voortgang uitvoeringsplan De voortgang van de activiteiten op het verschillende themalijnen van het uitvoeringsplan 2025 monitoren we met behulp van een sturings-/voortgangsdocument. Elke werkgroep houdt de voortgang schriftelijk, met behulp van een voortgangsdocument, bij en gebruikt dit om met de regio over de voortgang te communiceren.
4. FINANCIEN 4.1 Regionale begroting jeugdhulp De benodigde middelen voor de uitvoering van de acties van het uitvoeringsplan passen binnen de Regionale Begroting Jeugd. In 2024 was deze regionale begroting opgesteld met een omvang van € 1,25 miljoen. Jaarlijks wordt deze geïndexeerd. De kosten voor 2025 zijn met 3,5% geïndexeerd op basis van de ontwikkelingen van het gemeentefonds (meicirculaire 2024). Van De jaren 2026-2028 zijn geïndexeerd op basis van de septembercirculaire 2024. Deze zijn indicatief omdat deze nog kunnen worden geactualiseerd in de komende circulaires. Lasten en baten regionaal uitvoeringsplan Jeugd Indexatie
2025
2026
2027
2028
3,50%
4,50%
4,30%
4%
Programma - Personeel
€ 381
€ 398
€ 415
€ 431
Programma - Uitvoering
€ 144
€ 141
€ 148
€ 154
Bijeenkomsten
€ 30
€ 21
€ 22
€ 23
Bijdrage G7 (nieuwe verdeelsleutel vanaf 2026/RPO besluit 15-11-2024)
€ 69
€ 99
€ 104
€ 108
Gelderse monitor jeugd
€ 15
€ 16
€ 16
€ 17
Website
€5
€5
€6
€6
Verbeteren regionale samenwerking
€ 25 € 637
€ 664
€ 690
€5
€5
€5
€6
RET
€ 240
€ 251
€ 262
€ 272
Vergoeding inzet aanbieders RET
€ 40
€ 42
€ 44
€ 45
Aanpak wachttijden
€ 50
q
Analyse intensieve zorgtrajecten
€ 30
Programma - Projecten
€ 601
Verbeteren regionale samenwerking Opstellen regionale visie
€ 75
Verstevigen lokale teams en toegang Complexe scheidingen Voorkomen van complexe hulpvragen
Versterken Kind- en gezinsbescherming Projectleider Toekomsttuin
€ 75
€ 78
€ 82
€ 85
€ 10
€ 10
€ 11
€ 11
Jeugdhulp steviger verbinden aan domeinen Projecten/bijeenkomsten werkagenda Overig Jongerennetwerk
€ 13
€ 13
€ 14
€ 14
Niet bestede ruimte
€ 63
€ 237
€ 247
€ 257
Overhead
€ 69
€ 72
€ 75
€ 78
Programmalasten
€ 1.194
€ 1.247
€ 1.301
€ 1.353
Deelnemende gemeenten
€ 1.194
€ 1.247
€ 1.301
€ 1.353
Baten
€ 1.194
€ 1.247
€ 1.301
€ 1.353
€0
€0
€0
€0
- Digitaal scheidingsloket (subsidie Arnhem)
€ 100
€ 105
€ 109
€ 113
Totaal lasten RUJ
€ 1.294
€ 1.352
€ 1.410
€ 1.467
Saldo MGR Overige posten RUJ
*Bijdrage G7 is vanaf 2026 gebaseerd op nieuwe verdeelsleutel (RPO besluit 15-11-2024) Er is budget gereserveerd voor nieuwe projecten (niet bestede ruimte), zodat er tijdig geacteerd kan worden op landelijke of regionale ontwikkelingen, welke samenhang hebben met onze themalijnen. De opgenomen bedragen betreffen voornamelijk projectkosten en uitvoeringsgelden, met uitzondering van het Digitale Scheidingsloket voor 2024-2027. Dit verloopt via subsidiegelden via Centrumgemeente Arnhem.
4.2 POK middelen toekomsttuin In de meicirculaire 2022 zijn extra gelden vrijgekomen vanuit de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK middelen). Deze gelden zijn in het kader van kind- en gezinsbescherming aan de decentralisatie uitkering vrouwenopvang (DUVO gelden) toegevoegd. Centrumgemeente Arnhem heeft deze gelden geclaimd en deze staan gereserveerd voor de ontwikkelingen rondom de Toekomsttuin. Centrumgemeente Ede heeft de POK- middelen ontvangen voor gemeente Wageningen (regioindeling). POK- middelen staan daar gereserveerd met de bestemming Toekomsttuinen. De afspraak met Centrumgemeente Ede is dat Wageningen met een inhoudelijk plan en financiële onderbouwing mag komen om gebruik te maken van de POK-middelen. Het beschikbare bedrag is: POK-middelen
POK-middelen Centrumgemeente Ede
Centrumgemeente Arnhem
voor Wageningen
2022
€
475.800
€
25.000,00
2023
€
453.050
€
25.000,00
2024
€
453.050
€
25.000,00
2025
€
453.050
€
25.000,00
TOTAAL
€
1.834.950
€
100.000
De beschikbare POK-middelen zullen ingezet worden op de vier actielijnen van de Toekomsttuin: 1. We zetten in op stevige lokale teams en toegang 2. We verkleinen en brengen samenhang in visies/ methodieken/ protocollen voor het werken aan veiligheid 3. We vormen een flexibel lerend netwerk om het gezinssysteem heen 4. We bevorderen onderlinge samenwerking en kennisuitwisseling De actielijnen houden sterk verband met elkaar, alle initiatieven dragen samen bij aan het ontwikkelen van de nieuwe werkwijze. De stuurgroep Toekomsttuin met daarin een vertegenwoordiging van twee bestuurlijke opdrachtgevers vanuit het Regionaal Portefeuillehouders Overleg (RPO) Zorg zien toe op een correcte inzet van de POK- middelen.
Bijlagen Bijlage 1: Toepassing afwegingskader op de vijf themalijnen Afwegingskader:
Past het thema bij landelijke ontwikkelingen
Is regionale Positieve Positieve aanpak inhoudelijke financiele nodig? impact op impact jeugdigen
Heeft het prioriteit
Thema 1: Verbeteren regionale samenwerking De regio heeft een regionale visie jeugdhulp
Jeugdwet
Ѵ
Regionale inkoop jeugdhulpvormen conform jeugdwet
Jeugdwet
Administratieve inkoopprocessen zijn gestandaardiseerd
Ѵ
Ѵ
Medio 2025
Ѵ
Ѵ
Medio 2025
Jeugdwet
Ѵ
Ѵ
Medio 2025
Lokale teams voldoen aan regionaal afgesproken werkwijzen
Hervormingsagenda
Ѵ
Ѵ
Ѵ
Stappen HV*
Werkwijze verklarende analyse is lokaal geimplementeerd
Hervormingsagenda
Ѵ
Ѵ
Ѵ
Stappen HV*
Beperken van complexe scheidingen
Hervormingsagenda
Ѵ
Ѵ
Ѵ
Hervormingsagenda
Ѵ
Ѵ
Ѵ
Stappen HV*
Ѵ
Ѵ
Ontwikkelfase 2025
Thema 2: Verstevigen lokale teams en toegang
Thema 3: Voorkomen van complexe hulpvragen en bevorderen uitstroom Voorkomen dat hulpvragen complex worden
Jeugdwet
Ѵ
Zorgaanbod is doorontwikkeld
Hervormingsagenda
Ѵ
Ѵ
Ѵ
Stappen HV*
Het gebruik van residentiele zorg is afgenomen
Hervormingsagenda
Ѵ
Ѵ
Ѵ
Stappen HV*
Optimaal samenwerken aan veiligheid (GVJB)
Toekomstscenario
Ѵ
Ѵ
Overdrachtsfase 2025
Nieuwe werkwijze toekomstscenario is ontwikkeld
Toekomstscenario
Ѵ
Ѵ
Ontwikkelfase 2025
Hervormingsagenda
Ѵ
Ѵ
Tijdige en passend hulp is beschikbaar
Thema 4: Versterken Kind- en Gezinsbescherming
Thema 5: Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen Jeugdhulp en passend onderwijs sluiten optimaal op elkaar aan
Ѵ
Stappen HV*
Bestaanszekersheid
Niet in UVP 2025
Volwassen-GGZ
Niet in UVP 2025
* Stappen HV: Dit zijn stappen die in het kader van de Hervormingsagenda in 2025 worden gezet, deze heeft een looptijd tot 2028.
Beoogde eindresultaten
Themalijnen
Ambitie
Bijlage 2: Werkgroepen en andere overlegvormen per themalijn Kwalitatief goede, tijdige en gezinsgerichte hulp die aansluit bij de behoeften, mogelijkheden van jeugdigen, ouders en het g ezin. Zorg die bovendien betaalbaar is, niet alleen nu, maar ook in de toekomst.
1. Verbeteren van de regionale samenwerking
2. Verstevigen lokale teams en toegang
3. Voorkomen van complexe hulpvragen en bevorderen uitstroom
4. Versterken kind- en gezinsbescherming
5. Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen
a. De regio heeft een regionale visie jeugdzorg
a. Lokale teams voldoen aan regionaal afgesproken werkwijzen omtrent uniformiteit en kwaliteit
a. Er is voorkomen dat hulpvragen complex worden
a. Bij zorgen over veiligheid van kinderen werken organisaties optimaal samen aan herstel en voorkomen van escalatie
a. Jeugdhulp en het onderwijs sluiten optimaal op elkaar aan.
b. Nieuwe werkwijze Toekomstscenario kind - en gezinsbescherming is ontwikkeld en beproefd
b. Jeugdhulp en bestaanszekerheid sluiten optimaal op elkaar aan.
b. Regionale inkoop van jeugdhulpvormen conform jeugdwet
b. Werkwijze Verklarende Analyse is lokaal geïmplementeerd
c. Administratieve inkoopprocessen zijn gestandaardiseerd
c. Beperken van complexe scheidingen
Werkgroepen en andere overlegvormen
Regionaal a. Sessies rondom regiovisie Bovenregionaal Landelijk J42 en BJ42
Regionaal • Werkgroep stevige lokale teams • Managersoverleg lokale teams • Werkgroep verklarende analyse • Werkgroep complexe scheidingen Bovenregionaal • G7: Uniform hulpaanbod Landelijk -
b. Voor jongeren en gezinnen is tijdige en passende hulp beschikbaar c. Zorgaanbod voor jeugdigen met complexe hulpvragen is doorontwikkeld
c. Jeugdhulp en volwassen GGZ sluiten optimaal op elkaar aan
d. Het gebruik van residentiele zorg is afgenomen Regionaal • Werkgroep complexe hulpvragen • Werkgroep aanpak wachttijden • Kerngroep Escalatieladder • Afstemmingsoverleg pleegzorg • Overleg collectief/kopgroep Bovenregionaal • G7 overleg • Projectgroep RET • Projectgroep JeugdzorgPLus Landelijk -
Regionaal • Werkgroep toekomsttuin • Stuurgroep toekomsttuin Bovenregionaal • Werkgroep GVJB – G7 Landelijk • Landelijke bijeenkomsten toekomstscenario • Accounthoudersoverleg GI’s
Regionaal • Werkgroep onderwijs en jeugd • Bestuurlijk overleg onderwijs en jeugd Bovenregionaal Landelijk -
Bijlage 3: Conceptopdracht – Regiovisie Jeugdhulp Centraal Gelderland Bestuurlijke opdrachtgever: Ambtelijke opdrachtgever: Regionaal adviseur Jeugd:
Bob Roeloefs (gemeente Arnhem) Ronald ter Hoeven (gemeente Rheden) nader te bepalen Nadia van der Voorn
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Aanleiding
We hebben de afgelopen jaren in de regio geïnvesteerd om het jeugdhulplandschap beter vorm te geven voor de jeugdige. Er gaat al veel goed, maar we zien dat het nóg beter kan. Er speelt namelijk veel in het jeugdhulplandschap. Er zijn groeiende wachtlijsten, de in- en doorstroom stagneert steeds meer. Veel jeugdhulpaanbieders ervaren een te hoge werkdruk en is er niet genoeg personeel. Er is een hoge prestatiedruk onder jeugdigen én jeugdprofessionals. Door samenwerken tussen gemeenten, tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders en tussen jeugdhulpaanbieders onderling kunnen deze uitdagingen efficiënter en effectiever aangepakt worden. Met de Regiovisie proberen we wat rust te creëren, zodat aanbieders zich meer kunnen focussen op de inhoud. Voor de best passende jeugdhulp voor de jeugdige, zo dichtbij mogelijk. Zo creëren we een consistente koers in een dynamisch veld.
Beoogt eindresultaat
Er dient een Regiovisie Jeugdhulp voor Centraal Gelderland opgeleverd te worden. De Regiovisie dient richting te geven aan de opdracht voor de jeugdregio wat noodzakelijk is voor het vormgeven van de inkoop en de uitvoering van de regionale opdracht. De Regiovisie dient daarmee dus voldoende concreet te zijn en duurzaam vastgelegde afspraken te bevatten binnen de regio over samenwerking die op langere termijn richting geven aan wat de regio samen doet.
Landelijk verplichte kader Regiovisie jeugdhulp
De Regiovisie Jeugdhulp dient inhoudelijk minimaal te voldoen aan afspraken, zoals geformuleerd in de Resolutie Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO): 1. Opstellen Regiovisie 2. Borgen functies 3. Verbinding lokale toegang 4. Niet-vrijblijvende governance 5. Bovenregionale samenwerking 6. Beperken van de administratieve lasten 7. Zorgvuldigheidseisen voor inkoop 8. Reële tarieven De Regiovisie dient conform het besluit Verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg ook in te gaan op: • de aanpak van wachttijden • de wijze waarop de bovenregionale afstemming plaatsvindt • de verbinding tussen de regionaal gecontracteerde jeugdzorg en de op landelijk en lokaal niveau gecontracteerde jeugdhulp • de verbinding tussen de regionaal gecontracteerde jeugdzorg en de jeugdgezondheidszorg, zorg, maatschappelijke ondersteuning en onderwijs • de wijze waarop wordt voorzien in regionale expertteams
Wie betrekken Het opstellen van een Regiovisie met andere partijen dan alleen de gemeenten is van groot belang. De Regiovisie moet verankerd zijn in de wensen en eisen van diegene die er in de praktijk mee te maken hebben (eis NvO). Vanzelfsprekend dienen de jeugdigen die momenteel jeugdhulp in de regio krijgen worden betrokken en daarnaast het jeugdhulplandschap. Van preventieprofessionals tot verwijzers, van jeugdhulprofessionals tot bestuurders, van ketenpartners tot beleidsadviseurs, van medewerkers toegang tot (samenwerkingsverbanden in het) onderwijs en de ouders. Hoewel het opstellen van de Regiovisie iets is dat gezamenlijk moet gebeuren, is het vaststellen van de Regiovisie in formele zin een taak van de gemeente en de gemeenteraden. Uiteindelijk is en blijft de gemeente de opdrachtgever. Het vaststellen van de Regiovisie door de gemeenteraden geeft de Regiovisie daarnaast ook gewicht en borgt niet alleen de uitvoering, maar ook de verantwoording. Vaststellen is daarom ook een belangrijk onderdeel van het proces om tot een Regiovisie te komen.
Draagvlak Om tot de Regiovisie te komen dient het jeugdhulplandschap goed betrokken te worden bij het proces zodat er optimale draagvlak kan worden gecreëerd. Hiervoor dienen we onder meer dialoogsessies, werkconferenties, Webinars en ontwerptafels te organiseren.
Planning De wens is er dat de Regiovisie jeugdhulp voor de zomer van 2025 is vastgesteld door de colleges van de gemeenten uit de regio Centraal Gelderland. De volgende planning ligt ten grondslag voor deze opdracht: Planning
Datum
Wie pakt dit op?
Opstellen route naar een Regiovisie
Nov 2024 – Jan 2025
Regio Adviseur Jeugd + Kerngroep Regiovisie met vertegenwoordiging jeugdhulplandschap
Jan 2025 – Juni 2025
Extern Bureau
Concept versie – Regiovisie Jeugdhulp RAO Jeugd - RAO Zorg - RPO Zorg 16 april/ 13 mei / 23 mei
23 Mei 2025
Regio adviseur Jeugd
Definitieve versie – Regiovisie Jeugdhulp RAO Jeugd - RAO Zorg - RPO Zorg 28 mei/ 10 juni / 20 juni
20 Juni 2025
Regio adviseur Jeugd
• •
Organiseren kerngroep Uitwerken route naar een Regiovisie
Doorlopen route naar een Regiovisie: • • • • • • •
Vertrekpunt vaststellen Werkconferenties: samen ontwikkelen Dialogen: consulteren expertise jeugdprofessionals en partners Verwerken van opbrengst werkconferenties & dialogen Consultatie adviesraden / gemeenteraden Regiovisie definitief Besluitvormingsproces: Colleges en gemeenteraden besluiten over Regiovisie
Kennisgeving aan de gemeenteraad Documentnummer: 201678901
Zaaknummer:
Z/24/129330
Portefeuillehouder(s): L.S. Kaper Voor vragen Naam: Telefoon: E-mail:
Wim Haver 06 16484728 W.Haver@1stroom.nl
Onderwerp:
Kennisgeving Verrijking RES 2024
Aanleiding voor deze kennisgeving Als opstap voor een RES 2.0 (Regionale Energie Strategie) heeft de Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen (GMR) een “Verrijking van de RES 1.0” opgesteld. In feite is dit een tweede voortgangsrapportage van de RES 1.0. Hierin staat beschreven waar de regio nu staat ten aanzien van de realisatie van de afspraken zoals vastgesteld in de RES 1.0. Zo is de planMER RES 1.0 is opgenomen evenals vergrootte aandacht voor de netcongestie en de warmtetransitie. Omdat het om een actualisatie gaat, zonder wijzingen van de bestaande kaders voor de gemeente Westervoort, informeren we u met deze kennisgeving. Relevant beleidskader RES 1.0 Regio Arnhem-Nijmegen Omgevingsvisie Westervoort Inhoud van mededeling In de RES regio Arnhem Nijmegen werken 16 gemeenten, de provincie Gelderland, drie waterschappen en netbeheerder Liander samen aan de Regionale Energie Strategie (RES). Daarbij worden bestuurlijke afspraken op regionale schaal vastgelegd, gericht op de grootschalige opwek van wind- en zonne-energie. Ook wordt in de RES gekeken naar de bovenlokale warmtestructuur en naar optimalisatie van de regionale energie-infrastructuur met het oog op de netcongestie. Ter voorbereiding op de RES 2.0 Is een nota Verrijking RES 2024 opgesteld.
Hierin is de planMER opgenomen, wordt aandacht besteed aan de nieuwe beperkingen voor zonnevelden (in beginsel niet op landbouwgrond) en windenergie (rekening houden met het leefgebied van de Wespendief). Voorts wordt ingegaan op de gevolgen van netcongestie en op de Warmtetransitie. In deze Verrijking RES 2024 geeft de regio actueel inzicht in de vraag in hoeverre ze op koers ligt met het regionale bod voor 2030. Het bod van de RES 1.0 van de grootschalige opwek van duurzame energie 1,62 TWh en de bestaande zoekgebieden voor wind en zon blijven uitgangspunt.
De Verrijking RES 2024 is een informerend document. Er worden geen strategische en/of beleidsmatige keuzes in gemaakt. Doel van de verrijking is drieledig: • Actueel inzicht geven in voortgang en beperkingen van de duurzame opwek van wind- en zonne-energie in de regio; • Inzicht geven in en richting geven aan het regionale warmtetransitie-pad; • Samenhang brengen en richting geven aan het energiesysteem. Gevolgen voor de gemeente Westervoort De Verrijking RES 2024 heeft geen beleidsmatige consequenties voor de gemeente Westervoort. Het bestaande RES-zoekgebied in ons deel van de regio (West-Liemers) voor de grootschalige opwekking van wind- en zonne-energie blijft onveranderd geconcentreerd in het gebied op en rond InnoFase en Centerpoort-Noord. Dat gebied ligt grotendeels in Duiven en voor een kleiner deel in Zevenaar. In Westervoort zelf zijn er geen reële mogelijkheden voor de grootschalige opwek van energie. In dat zoekgebied zijn de gevolgen van netcongestie merkbaar en ook de beperkingen die voortvloeien uit de landelijke/provinciale regels over de wespendief en de zonneparken. Daardoor treedt vertraging op en zal ook niet het volledige (theoretische) potentieel worden benut. Ondanks deze beperkingen is er uitzicht op realisatie. Voor zonneparken lopen er twee projecten. Voor de combinatie IXZon/Energie de Liemers loopt het project Zonnig Duiven.
Hiervoor bestaat sinds kort een onherroepelijke vergunning voor een zonnepark van netto 20 ha. En er is een ver gevorderd initiatief van Sunvest voor een zonnepark van 13 ha. Met het oog op eventuele nieuwe windmolens in het bestaande zoekgebied vindt er nog overleg plaats met de provincie Gelderland over de mogelijkheden in relatie tot de wespendief. Ondertussen werken Liander en Tennet aan uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. Zo is op InnoFase is een nieuw verdeelstation gepland dat mogelijk rond 2030 operationeel zal zijn. Daarnaast werken bestaande partijen op het bedrijventerrein InnoFase in een “Smart Energy Hub” samen met ontwikkelaars voor de zonneparken en windmolens. Met onder meer als doel om van elkaars (energie)voorzieningen gebruik te kunnen maken.
Westervoort, 10 december 2024. Burgemeester en wethouders van gemeente Westervoort M. (Maureen) Sluiter (MA) drs. A.J. (Arend) van Hout
Bijlagen 201678897
RES GMR 2024 Verrijking – Definitief oktober 2024 (nota)
Pagina 2
INHOUDS 1 2 3 4
OPGAVE
Regionale Energie Strategie Arnhem - Nijmegen 2024 Verrijking RES 1.0
Regionale Energie S trategie A rnhem - Nijmegen 20 24
-
V e r r i j k i n g R E S 1. 0
1
INHOUDS 1 2 3 4
OPGAVE
2
Regionale Energie S trategie A rnhem - Nijmegen 20 24
-
V e r r i j k i n g R E S 1. 0
INHOUDS 1 2 3 4
OPGAVE
Inhoudsopgave Voorwoord 1.
2.
3.
5
4.
Warmte
35
4.1. Doelstellingen, bod en afspraken RES 1.0
35 36
Inleiding
6
4.2. De rol van gemeenten
1.1.
6
4.3. Waar staan we nu in de regionale warmtetransitie?
37
1.2. Waarom een verrijking van de RES 1.0?
Wat ging vooraf: RES 1.0
6
4.4. De maatschappelijk gewenste warmteoplossing
39
1.3. PlanMER
7
4.5. Regionale synergie door samenwerking
39
1.4. Participatie
8
4.6. Warmtebronnen in regio
41
1.5. Vaststelling RES 2024
8
4.7. Het perspectief voor collectieve warmte
45
1.6. Leeswijzer
9
4.8. Knelpunten bij de gemeentelijke aanpak
46
4.9. Voorstellen voor gezamenlijke actie
48
Introductie energiesysteem
10
2.1. Het energiesysteem verandert fundamenteel
10
2.2. Wat betekenen de veranderingen voor de regio en de RES?
13
Integraal programmeren en netcongestie
51
5.1. Waar staan we nu met het energiesysteem?
51
5.2. Integraal programmeren
52
15
5.3. Voor welke uitdagingen en knelpunten staan we?
54
3.1. Doelstellingen, bod en afspraken RES 1.0
15
5.4. Wat is onze strategie?
55
3.2. Waar staan nu we in de energietransitie?
16
Draagvlak
61
23
6.1. Bestuurlijke en ambtelijke samenwerking
61
6.2. Kennisdeling en samenwerking
62
27
6.3. Maatschappelijk draagvlak
63
Elektriciteit
6.
3.3. Voor welke uitdagingen en knelpunten
staan we bij zon en wind op land?
3.4. Voor welke uitdagingen en knelpunten
staan we bij zon op dak?
5.
3.5. Onze aanpak
28
3.6. Welke acties ondernemen we?
30
Bijlage A Overzicht afspraken RES 1.0
67
Bijlage B Monitoring
73
Colofon
76
Verklarende afkortingen- en definitielijst
77
Regionale Energie S trategie A rnhem - Nijmegen 20 24
-
V e r r i j k i n g R E S 1. 0
3
INHOUDS 1 2 3 4
OPGAVE
4
Regionale Energie S trategie A rnhem - Nijmegen 20 24
-
V e r r i j k i n g R E S 1. 0
INHOUDS 1 2 3 4
OPGAVE
Voorwoord De opdracht om te bouwen aan een schone, betrouwbare en lokale
Met deze verrijking van onze bestaande Regionale Energie Strategie laten
energievoorziening wordt steeds belangrijker. Belangrijker omdat het
we als regio zien waar we staan en hoe we vooruit willen. Een plan om
wetenschappelijk onderzoek naar klimaat en energie ons laat zien dat
samen voldoende duurzame energie op te wekken, een analyse van het
klimaatverandering sneller gaat dan verwacht. Belangrijker omdat de
energiesysteem van en voor de regio en een perspectief op een schoon,
snelle, plotselinge stijging van de gasprijzen de afgelopen jaren veel
duurzaam en betrouwbaar warmtesysteem. Van, voor én met onze
inwoners voor onmogelijke keuzes stelde: een warme douche of een warme
inwoners.
maaltijd. En belangrijker vanwege internationale spanningen; we willen
Want alleen in samenwerking, als regio, kunnen
niet afhankelijk zijn van dictatoriale regimes voor zoiets belangrijks als
we deze klus klaren. Daarom bedank ik iedereen
onze energievoorziening.
die erbij betrokken was: collega-bestuurders, betrokken medewerkers en meedenkers uit het
Maar de opdracht om te bouwen aan een schone, betrouwbare en lokale
maatschappelijk veld, netbeheerders en adviseurs.
energievoorziening is ook steeds ingewikkelder. Ingewikkelder omdat
Ik nodig iedereen van harte uit ook de volgende
het bestaande systeem piept en kraakt nu we veel meer elektriciteit
stappen samen te zetten.
nodig hebben dan we kunnen transporteren over een verouderd net. Ingewikkelder omdat het geen kwestie meer is van kiezen tussen
Moedig voorwaarts!
verschillende bronnen van warmte en energie. We hebben alles tegelijk nodig in een nieuw energiesysteem. En ingewikkelder omdat oude regels
Maarten van den Bos
en gewoonten soms nog voorschrijven dat we alle energie op hetzelfde
Voorzitter RES Groene Metropoolregio
landelijke net brengen in plaats van het lokaal te gebruiken.
Arnhem-Nijmegen
Aan deze even urgente als ingewikkelde opdracht werken in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen zestien gemeenten, de provincie, netbeheerders en waterschappen samen aan een strategie voor een duurzame toekomst. Deze strategie gaat over veel meer dan een minimum aantal windmolens en zonnevelden alleen. Het gaat over het energiesysteem van de toekomst, over lokale en duurzame opwek van elektriciteit en over de overgang van gas verstoken naar duurzame warmte maken.
Regionale Energie S trategie A rnhem - Nijmegen 20 24
-
V e r r i j k i n g R E S 1. 0
5
INHOUDS 1 2 3 4
OPGAVE
1. Inleiding 1.1. Wat ging vooraf: RES 1.0