CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Samenleving en Bestuur 11 mei 2026, gemeente Westervoort28.916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

•

grondbeleid

•

openbaarheid

De paragrafen “lokale heffingen”, "onderhoud kapitaalgoederen", “verbonden partijen” en “grondbeleid” zijn niet op de BVO DRAN van toepassing. De overige paragrafen staan hieronder toegelicht.

2.2.1.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de BVO DRAN in staat is tegenvallers op te vangen. Bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening dienen de voorzienbare en kwantificeerbare risico’s zo goed mogelijk in beeld gebracht te worden. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing dient ten minste te worden opgenomen: •

een inventarisatie van de weerstandscapaciteit

•

een inventarisatie van de risico's

•

het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en risico's

•

financiële kengetallen

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, op te kunnen vangen. Binnen de financiën van de BVO DRAN kunnen een tweetal posten opgenome worden als weerstandscapaciteit: reserves en posten onvoorzien. Ten aanzien van alle bestedingen door de BVO DRAN is de ‘open einde’ systematiek van toepassing. Dit houdt in dat bij een tekort een deelnemende gemeente bij moet betalen en bij een overschot geld terugkrijgt. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende gemeente. De verantwoordelijkheid voor het vormen van een additionele post onvoorzien ligt daardoor bij de gemeente. Omdat jaarlijks het resultaat wordt verrekend met de deelnemende gemeenten, wordt er door de BVO DRAN ook geen reserve opgebouwd. In de MJPB zijn geen reserves en geen expliciete posten onvoorzien opgenomen. Binnen het saldo van de BVO lasten ("Overhead") is een post onvoorzien opgenomen om niet begrote BVO gerelateerde kosten te kunnen dekken.

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 21 / 35

Inventarisatie van de risico's Aanbesteding en verlenging vervoerscontracten Het vraagafhankelijk vervoer is, onderverdeeld in 4 percelen (Zuid, West, Noord en Oost), aanbesteed. Met twee van de huidige vervoerders (West en Noord) zijn in 2020 overeenkomsten afgesloten met een looptijd van 10 jaren (tot medio 2030), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties. Voor perceel Oost heeft in 2024 een nieuwe aanbesteding plaatsgevonden. Voor dit perceel is een looptijd afgesproken van 10 jaren (tot medio 2034), waarvan 6 jaren initieel en 2 x 2 jaren verlengingsopties. Bij de recente aanbesteding voor perceel Zuid is vanaf 1 augustus 2026 een looptijd van het contract van 10 jaren overeengekomen (tot medio 2036), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties. In onderstaande tabel is per perceel vraagafhankelijk vervoer weergegeven welke gemeenten daartoe behoren en wat de (mogelijke) looptijd is van het huidige contract.

Het routevervoer is, onderverdeeld in 10 percelen (A t/m G, J, K en L), aanbesteed. Voor 6 percelen (A, B, C, E, F en G) zijn met de huidige vervoerders in 2020 overeenkomsten afgesloten met een looptijd van 10 jaren (tot medio 2030), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties. Voor de overige 4 percelen (D, J, K en L) heeft in 2024 een nieuwe aanbesteding plaatsgevonden. Voor deze percelen is een looptijd afgesproken van 10 jaren (tot medio 2034), waarvan 6 jaren initieel en 2 x 2 jaren verlengingsopties.

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 22 / 35

In onderstaande tabel is per perceel routevervoer weergegeven welke gemeenten daartoe behoren en wat de (mogelijke) looptijd is van het huidige contract.

Het lichten van verlengingsopties is een tweezijdig besluit dat tenminste één jaar voor expiratiedatum schriftelijk aan de andere partij kenbaar dient te worden gemaakt. Het is denkbaar dat partijen besluiten contracten niet te verlengen en dat daardoor delen van het vervoer dienen te worden aanbesteed. Met de huidige en, naar verwachting aanhoudende, marktomstandigheden (krapte arbeidsmarkt, energieprijzen, brandstofprijzen, investering zero emissie voertuigen) is het niet ondenkbaar dat een toekomstige aanbesteding zal leiden tot hogere tarieven dan de huidige contractueel overeengekomen tarieven. De huidige meerjarige begrotingen voor het vraagafhankelijk vervoer en routevervoer zijn gebaseerd op de afspraken uit de (verlengde) contracten, waarbij rekening is gehouden met additionele kosten voor de infasering van zero emissie. In het geval dat besloten dient te worden tot een nieuwe aanbesteding, is de verwachting dat er sprake zal zijn van meerkosten ten opzichte van de huidige meerjarige begrotingen vervoerskosten van betreffende gemeenten. Infasering zero emissie rolstoelbussen Met uitzondering van het recent aanbestede perceel Zuid, zijn alle huidige tarieven in het vraagafhankelijk vervoer en routevervoer gebaseerd op vervoer met niet-zero emissie rolstoelbussen.

De uitsluiting van deze voertuigen heeft naar verwachting een kostendrukkend effect op het (toekomstige) tarief doordat het risico en de onzekerheid hieromtrent bij de vervoerder wordt beperkt. Gedurende de contractperiode met alle vervoerders is de ambitie om uiterlijk 1 augustus 2028 te komen tot een volledig emissieloos vraagafhankelijk en routevervoer binnen Avan.

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 23 / 35

De infasering van zero emissie rolstoelbussen is onderdeel van de herzieningsclausule die is opgenomen in de huidige contracten. Naar verwachting heeft infasering van zero emissie rolstoelbussen op termijn nog steeds een kosten stijgend effect. Binnen de begroting vraagafhankelijk vervoer is vanaf medio 2026 (perceel Oost) of medio 2028 (percelen West en Noord) rekening gehouden met +5% meerkosten voor deze infasering. Voor het routevervoer worden op dit moment geen dergelijke meerkosten verwacht. In onderstaande tabel staan alle uitgangspunten opgesomd.

Clausule afwijkend vervoersvolume overeenkomsten vervoerders Door invoering van beheersmaatregelen bestaat tijdens de contractperiode de mogelijkheid dat vervoervolumes schommelen. Binnen alle huidige contracten routevervoer zijn afspraken gemaakt voor het geval dat vervoervolumes structureel en substantieel toe- of afnemen en dit leidt tot een onredelijke financiële situatie voor vervoerder of opdrachtgever. Beide partijen treden in dit geval tijdig in overleg. Binnen alle huidige contracten vraagafhankelijk vervoer is een fluctuerende vergoeding op basis van een kilometerstaffel overeengekomen. Bij deze vervoerssoort bestaat dit risico dan ook niet. In het geval sprake is van een substantiële toe- of afname van het vervoersvolume zullen de financiële gevolgen naar alle waarschijnlijkheid passend zijn binnen de begroting van de BVO DRAN, rekening houdend met de algemene uitgangspunten uit de Kaderbrief 2027. Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en risico's De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een ‘open einde’ systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een deelnemer meer of aangepast gebruik inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemende gemeente.

Door periodiek inzicht te geven in het volume van het aantal ritten en de bijbehorende kosten worden de gevolgen van verwachte toenames van ritten en/of kosten door de BVO DRAN gecommuniceerd met de gemeenten. De gemeenten streven naar het versterken van de eigen kracht van de reiziger en een toename van het gebruik van algemene voorzieningen in combinatie met een afname van het doelgroepenvervoer. Bijvoorbeeld het gebruik van openbaar vervoer en vrijwilligers. Daarnaast sturen vervoerders bij het plannen op efficiency. Bijvoorbeeld het afstemmen van verschillende vervoersvormen en slim koppelen van deze vervoersstromen binnen de planning.

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 24 / 35

Financiële kengetallen Doordat de BVO DRAN niet over eigen vermogen, vaste activa en vaste passiva beschikt, kan er geen netto schuldquote en solvabilteitsratio worden bepaald. Door de ‘open einde’ systematiek is de structurele exploitatieruimte gewaarborgd.

2.2.2.

Financiering

Het financieringsvraagstuk van de BVO DRAN is van een beperkte omvang. Dit heeft vooral te maken met het feit dat er gewerkt wordt met bevoorschotting op basis van de meest recent vastgestelde begroting, de ‘open einde’ systematiek en daardoor de mogelijkheid van het algemeen bestuur om tussentijds extra middelen beschikbaar te stellen door een begrotingswijziging vast te stellen. De financieringsrisico's zullen om die reden slechts beperkt zijn. Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn: •

Geen overschrijding van de renterisiconorm conform de Wet Fido.

•

Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning.

•

De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.

EMU saldo Om de overheidsfinanciën in de Eurozone robuust te houden, zijn in Europees verband afspraken gemaakt over het toegestane maximale tekort van het EMU-saldo op nationaal niveau. De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) is de Nederlandse uitwerking van deze afspraken. Omdat het EMU-saldo van alle decentrale overheden deel uitmaakt van het EMU-saldo op nationaal niveau, is het daarmee ook relevant voor de decentrale overheden om het eigen EMU-saldo te volgen. Voor een bedrijfsvoeringsorgansiatie is echter geen referentiewaarde vastgesteld waardoor het berekenen van het EMU saldo geen toegevoegde waarde heeft. Kasgeldlimiet De door het Rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. Met het kasgeldlimiet is in de Wet Fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op de korte termijn maatregelen voor te stellen. De verantwoording over de kasgeldlimiet gebeurt in de jaarrekening. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering.

De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het Rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Op dit moment zijn er geen langlopende schulden, zodat er geen aanleiding is om op korte termijn maatregelen voor te stellen.

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 25 / 35

Schatkistbankieren Naast gemeenten, provincies en waterschappen zijn ook rechtspersonen (openbare lichamen) die zijn ingesteld op basis van de wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr) verplicht tot deelname aan schatkistbankieren. Voor decentrale overheden betekent schatkistbankieren dat zij al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. De verantwoording van schatkistbankieren gebeurt in de jaarrekening. Relatiebeheer Het betalingsverkeer is belegd bij de Bank Nederlandse Gemeenten.

2.2.3.

Bedrijfsvoering

Waar staat de BVO DRAN voor? De BVO DRAN is ingesteld voor de gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van reizigers en hun sociale netwerk en wordt erop toegezien dat het aanvullend vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is. Tenslotte wordt een optimale aansluiting van het vervoer op het openbaar vervoer netwerk voorzien. Doelen en taken De BVO DRAN heeft tot doel de gezamenlijke sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer voor de deelnemers. De sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer worden daardoor overgedragen aan de BVO DRAN. Vervoersmodel In de huidige contracten wordt voor het vraagafhankelijk vervoer gewerkt volgens een callcentermodel. Hierbij is de ritaanname belegd bij een callcenter en wordt de feitelijke planning en uitvoering verzorgd door de vervoerders. Binnen het routevervoer zijn de callcentertaken ook belegd bij de vervoerder zelf.

De periodieke vergoeding aan vervoerders vraagafhankelijk vervoer is gebaseerd op het aantal beladen kilometers verhoogd met een starttarief per rit. Voor het routevervoer is de vergoeding gebaseerd op het aantal beladen uren verhoogd met een starttarief. De vergoeding aan het callcenter is gebaseerd op het aantal declarabele ritten binnen het vraagafhankelijk vervoer. Rapporteren Aan de deelnemende gemeenten wordt gerapporteerd over de geleverde prestaties. De (financiële) voortgangsrapportages worden minimaal halfjaarlijks ten behoeve van het Algemeen Bestuur opgesteld. Vennootschapsbelasting Het kabinet heeft eind 2014 wetgeving vastgesteld, die erop is gericht dat overheidsbedrijven, die economische activiteiten uitoefenen, op dezelfde wijze als private bedrijven aan vennootschapsbelasting (Vpb) zullen worden onderworpen. Deze wetswijziging is per 1 januari 2016 in werking getreden. Aangezien de BVO DRAN geen winstoogmerk heeft en in de GR is bepaald dat positieve rekeningresultaten aan de deelnemers worden terugbetaald, hoeft de BVO DRAN geen rekening te houden met Vpb.

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 26 / 35

Rechtmatigheid In de rechtmatigheidsverantwoording geeft het bestuur aan in hoeverre verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met de vastgestelde kaders zoals de begroting, het controleprotocol accountantsdiensten en bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. De rechtmatigheidsverantwoording vindt plaats in de jaarrekening.

2.2.4.

Openbaarheid

De openbaarheidsparagraaf is gericht op het bevorderen van een transparante overheid. Deze paragraaf is gebaseerd op de Wet open overheid (Woo), die op 1 mei 2022 in werking is getreden. De paragraaf beschrijft de activiteiten die worden uitgevoerd, zoals actieve en passieve openbaarmaking van informatie en het verbeteren van de informatiehuishouding. Door het opnemen van deze paragraaf wordt voldaan aan de wettelijke verplichting om te informeren over de uitvoering van de wet. Passieve openbaarmaking betekent dat de BVO DRAN op verzoek bepaalde informatie openbaar maakt (Wooverzoeken) en actief betekent dat de BVO DRAN uit zichzelf informatie openbaar maakt. Sinds 1 november 2024 geldt de verplichting dat de eerste vijf informatiecategorieën (tranche 1) actief openbaar gemaakt moeten zijn. De BVO DRAN voldoet sinds die datum aan deze wettelijke verplichting doordat informatie over organisatie en werkwijze en de bereikbaarheidsgegevens te vinden zijn in de Woo-index.

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 27 / 35

3. Financiële begroting 3.1. Overzicht baten en lasten Onderstaand is de financiële meerjarenbegroting van de BVO DRAN weergegeven. Per onderdeel wordt in deze paragraaf een toelichting gegeven.

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 28 / 35

3.1.1.

Toelichting lasten

Overhead (bedrijfsvoeringsorganisatie) Personeelskosten De personeelskosten zijn gebaseerd op de normbedragen behorend bij de functies binnen de beschikbare formatie. Daarnaast is binnen personeelskosten een bedrag voor de inhuur van derden opgenomen. Ondersteunende taken De kosten voor ondersteunende taken zijn gebaseerd op een dienstverleningsovereenkomst met de Connectie. Huisvesting De kosten voor huisvesting zijn gebaseerd op een huurovereenkomst met de gemeente Arnhem. Accountant en fiscaal advies Kosten zijn gebaseerd op ervaringen vanuit voorgaande jaren en de aan de accountant verstrekte opdracht. Vereniging voor Doelgroepenvervoer Nederland Kosten zijn gebaseerd op de meerjarige begroting van de Vereniging voor Doelgroepenvervoer Nederland (VDVN). Kantoorkosten, ICT Kosten zijn gebaseerd op ervaringen vanuit voorgaande jaren en aangegane verplichtingen. Consumenten, klachten Kosten zijn gebaseerd op ervaringen vanuit voorgaande jaren en aangegane verplichtingen. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt ongeveer 2,0% tot 2,5% van de totale structurele BVO lasten. Taakstelling Het Algemeen Bestuur heeft besloten een structurele taakstelling van -3% te leggen op het budget voor de BVO lasten. Callcenter Kosten zijn gebaseerd op contractueel overeengekomen tarieven en verwachte hoeveelheden vervoer.

Vervoer Kosten zijn gebaseerd op contractueel overeengekomen tarieven en verwachte hoeveelheden vervoer.

3.1.2.

Toelichting baten

Algemeen De baten zijn verdeeld over de onderdelen overhead, callcenter, vervoer en de reizigersbijdragen. De lasten worden na aftrek van de reizigersbijdragen volledig bekostigd door de gemeentelijke bijdragen.

3.2. Financiële positie Jaarlijks wordt het geraamde saldo van baten en lasten in lijn met de ‘open einde’ systematiek, verrekend met de deelnemende gemeenten. Dit zorgt ervoor dat er geen onttrekkingen of dotaties aan een bestemmingsreserve zijn voorzien en het geraamde resultaat meerjarig € 0 bedraagt. Zie ook het financiële overzicht in §3.1 Overzicht baten en lasten en de geprognosticeerde balans in bijlage 3.

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 29 / 35

3.3. Baten en lasten per taakveld Het door het BBV (art. 7 lid 3) voorgeschreven overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld is als bijlage 1 in deze begroting opgenomen.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen van 5 maart 2026, de secretaris,

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

de voorzitter,

p. 30 / 35

Bijlagen

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 31 / 35

Bijlage 1: Overzicht baten en lasten per taakveld

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 32 / 35

Bijlage 2: Overzicht gemeentelijke bijdragen In onderstaande overzichten is per deelnemende gemeente te zien wat de totaal begrote bijdragen zijn voor de jaren 2026 (gewijzigde begroting) en 2027 (primitieve begroting).

MJPB 2027-2030 BVO DRAN

p. 33 / 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=0ee6015b-3b6f-4e80-a78f-602c53dcf398