Agendabundel
Tekst van het document
een goedkeuring advies energiebesparing of
b.
het bedrag van de subsidie en de maatregelen waarvoor subsidie is toegekend
Hoofdstuk 3 Overige en slotbepalingen Artikel 10 Nadere regels Het college kan voor de uitvoering nadere regels vaststellen
Artikel 11 Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, 4 en 8 voor zover toepassing, gelet op het belang van de aanvrager leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 12 Inwerkingtreding en looptijd 1.
Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking en vervalt, indien geen toepassing wordt gegeven aan het tweede lid van artikel 8 van de Regeling specifieke uitkering reductie van energiegebruik op 31 maart 2021.
2.
Indien artikel 8, tweede lid van de Regeling specifieke uitkering reductie van energiegebruik wordt toegepast, vervalt deze regeling op het moment dat het restant van de specifieke uitkering is besteed aan activiteiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Regeling specifieke uitkering reductie van energiegebruik
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Voucher Energiebesparende maatregelen Westervoort 2020’.
Ondertekening Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Westervoort gehouden op 6 juli 2020. De griffier mr. M. Smits - Jansen de voorzitter drs. A.J. van Hout
bijlage 1 RRE Maatregelenlijst Vouchers Energiebesparing; behorende bij de Verordening Voucher Energiebesparende maatregelen Westervoort 2020 Productenlijst Vouchers Energiebesparing Regeling Reductie Energiegebruik A Doe het zelf maatregelen
Productsoort/productcategorie
Toelichting
Tochtstrips (alu / pvc)
Wat oudere huizen verliezen vaak veel warmte door tocht via naden en kieren. Als de naden en kieren dicht zijn, moet je goed ventileren met roosters, klepraampjes of ventilatiesystemen. Hiermee heb je meer controle over frisse lucht in huis, en dus minder last van tocht dan met kierende ramen.
Brievenbusborstel
Wat oudere huizen verliezen vaak veel warmte door tocht via naden en kieren. Als de naden en kieren dicht zijn, moet je goed ventileren met roosters, klepraampjes of ventilatiesystemen. Hiermee heb je meer controle over frisse lucht in huis, en dus minder last van tocht dan met kierende ramen.
Tochtborstel onder de buitendeuren
Wat oudere huizen verliezen vaak veel warmte door tocht via naden en kieren. Als de naden en kieren dicht zijn, moet je goed ventileren met roosters, klepraampjes of ventilatiesystemen. Hiermee heb je meer
controle over frisse lucht in huis, en dus minder last van tocht dan met kierende ramen. Tochtband (foam / rubber)
Wat oudere huizen verliezen vaak veel warmte door tocht via naden en kieren. Als de naden en kieren dicht zijn, moet je goed ventileren met roosters, klepraampjes of ventilatiesystemen. Hiermee heb je meer controle over frisse lucht in huis, en dus minder last van tocht dan met kierende ramen.
Deurdranger en deurveren
Dichte deuren in huis voorkomen warmteverlies
Ledlampen, minimaal energielabel A++, regulier model, maximaal 6 ledlampen per voucher
Je gloei- of halogeenlamp vervangen door een ledlamp terwijl die nog niet kapot is, lijkt misschien zonde. Maar, dat is het niet. Het is klimaatvriendelijker om ze nu al te vervangen. Vervang je al je onzuinige lampen in één keer? Dan ben je maar één keer bezig en maak je een mooie klapper voor het klimaat. Als je het kleiner wilt houden: begin dan met de lampen die het meeste aan staan.
Pompschakelaar vloerverwarming
Heb je vloerverwarming met een wat oudere pomp, kijk dan of er een pompschakelaar tussen de pomp en het stopcontact zit. Zonder schakelaar draait de pomp voortdurend. Mét schakelaar draait de alleen als het nodig is en dat bespaart energie. Nog energiezuiniger is het om een oude onzuinige pomp te vervangen door een zuinige moderne pomp inclusief pompschakelaar.
Radiatorfolie
Radiatorfolie is het meest zinvol bij een radiator tegen een buitenmuur die niet of matig is geïsoleerd. Met radiatorfolie ontsnapt er minder warmte via de buitenmuur naar buiten. Nog beter is het om de buitenmuur beter te (laten) isoleren.
Kozijnfolie (niet verwarren met raamfolie)
Folie dat je over het kozijn voor het raam plakt en dat als het ware een tweede laag ‘glas’ vormt waartussen een stilstaand laagje lucht zit. Bijvoorbeeld Tesa Moll. Uitgesloten is raamfolie, dat is folie op het glas. Dit is vooral voor monumenten bedoeld, en kan alleen door een professional worden aangebracht.
Leidingisolatie voor cv-leidingen in onverwarmde ruimtes
In verwarmde ruimtes hoef je de CV-buizen niet te isoleren, omdat die de ruimte gewoon mee verwarmen. Isoleer niet de drinkwaterleidingen, om risico op legionella te voorkomen.
Radiatorventilator
Met een radiator-ventilator is je huis sneller warm met minder energie. Het is een klein apparaat met ventilatoren dat je met magneten aan de onderkant van de radiator clickt.
Thermostaatknop voor radiator
Bespaart t.o.v. gewone radiatorkraan. Let op: Thermostaatknoppen niet toepassen in een kamer waar de thermostaat zit. Let op: Het vervangen van radiatorknoppen is geen eenvoudige klus.
Slimme thermostaat met zelflerend opwarmen, modulerend stoken en instelbaar klokprogramma
Alleen als de slimme thermostaat over de volgende functionaliteiten beschikt: Zelflerend opwarmen. Met zelflerend opwarmen leert de thermostaat om je woning zo efficiënt mogelijk op te warmen. Modulerend stoken. Als de slimme thermostaat de cv-ketel modulerend kan aansturen brandt de ketel minder hard als er minder warmte nodig is. Je cv-ketel verwarmt dan efficiënter. Klokprogramma dat je zelf kan programmeren. Veel slimme thermostaten beschikken ook over zelflerend klokprogramma. Dat is prima mits je het ook zelf kan instellen. Zelf instellen kan meer besparing opleveren omdat het nauwkeuriger is. Let op: Het vervangen van een thermostaat is geen eenvoudige klus.
Waterbesparend mondstuk of doorstroombegrenzer voor waterkraan (perlator)
Bespaart warm water, dus energie.
Waterbesparende douchekop. Voorwaarde is 7,2 liter water per minuut of minder.
Bespaart warm water, dus energie. Een waterbesparende douchekop levert maximaal 7,2 liter water per minuut (volgens KIWA methodiek).
Thermostaatmengkraan
Bespaart warm water, dus energie. Doordat de temperatuur goed instelbaar is verlies je minder warm water tijdens het instellen van de juiste temperatuur. Let op: Het vervangen van een mengkraan is geen eenvoudige klus.
Ziet u een fout in deze regeling? Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl. Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl
Griffie Gemeente Westervoort
Technische vragen Commissievergadering S&B 11 mei
Vragen CDA-fractie Intrekken verordening welzijnssubsidies 2010 1. Welke groepen, organisaties of activiteiten komen onder de oude verordening wél en onder de nieuwe systematiek mogelijk níet meer in aanmerking voor subsidie? 2. De nieuwe subsidieverordening geldt nu al een tijdje en heeft een periode naast de oude regels bestaan. Het college doet jaarlijks verslag aan de raad over de toepassing van de verordening, maar dat is geen analyse van de effecten of evaluatie. Wat zijn de ervaringen tot nu toe? Wat gaat goed en wat niet? 3. En wordt er naast het jaarlijkse verslag ook (bijv. na 2 jaar) geëvalueerd? 4. Klopt het dat het college zonder inmenging van de raad nadere regels kan wijzigen? Antwoorden 1. Bij het herijken van het subsidiebeleid zijn organisaties actief betrokken. Bij het opstellen van het nieuwe subsidiebeleid is rekening gehouden met organisaties die vóór de herijking al subsidie ontvingen van de gemeente. Het herijkte subsidiebeleid ziet toe op doelgerichte, doelmatige en rechtmatige subsidieverstrekking. Dit kan betekenen dat een organisatie niet meer in aanmerking komt voor subsidie. 2. Afgelopen jaar hebben verenigingen op de oude regelgeving subsidie aangevraagd. Per dit jaar wordt subsidie aangevraagd op de nieuwe regelgeving. Een eerste evaluatie is daarom volgend jaar (2027) mogelijk.
In de gemeente Duiven is afgelopen jaar al gedeeltelijk subsidie aangevraagd op nieuwe regelgeving. De eerste ervaringen zijn positief. Het aanvraagproces loopt beter en de gemeente heeft meer zicht op de verstrekte subsidies. 3. Het evalueren van het nieuwe beleid is een doorlopend proces. Het nieuw opgerichte subsidiebureau binnen de gemeente (bestaande uit ambtenaren van 1Stroom) houdt zich hier actief mee bezig. Jaarlijks zal het college de bevindingen terugkoppelen aan de gemeenteraad over de uitgangspunten van het subsidiebeleid. 4. Het nieuwe subsidiebeleid is unaniem vastgesteld door de gemeenteraad. In het subsidiebeleidskader is de rolverdeling tussen gemeenteraad en college opgenomen en dit is nader uitgewerkt in de Algemene Subsidieverordening gemeente Westervoort 2025 (hierna: ASV). De gemeenteraad stelt de kaders en het college draagt zorg voor de uitvoering. Het
opstellen van nadere regels is een specifieke collegebevoegdheid, zoals opgenomen in artikel 3 van de ASV.
RAADSVOORSTEL Onderwerp : Meerjarenprogrammabegroting 2027 - 2030 BVO DRAN en Zienswijze __________________________________________________________________________ Zaak- & documentnr. : Z/26/146688 201725365
Opsteller : Auke de Vries
Portefeuillehouder
Afdeling : Sociaal Domein
: J.W. Derksen
__________________________________________________________________________ Samenvatting De raad is op de hoogte van de ontwerp-meerjarenprogrammabegroting 2027–2030 en de aangepaste begroting 2026 van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer regio Arnhem-Nijmegen (BVO DRAN). De raad stelt de zienswijze op de ontwerpmeerjarenprogramma vast en stemt in met het verzenden van deze zienswijze aan de BVO DRAN. Beslispunten 1. De zienswijze, die betrekking heeft op instemming met de begroting, met aandacht voor kostenbeheersing en een lagere groeiverwachting van het routegebonden vervoer, vast te stellen en deze te verzenden aan de BVO DRAN. Aanleiding De BVO DRAN is verantwoordelijk voor het doelgroepenvervoer in 18 gemeenten in de regio Arnhem - Nijmegen, waaronder Westervoort. Dit is vervoer op basis van de Wmo (vraagafhankelijk vervoer), Jeugdwet en Onderwijswetten en maatwerkvervoer in het kader van de Participatiewet (routevervoer). Dit vervoer gebeurt onder de naam Avan. Zij vervoeren jaarlijks ruim 240 inwoners uit de gemeente Westervoort. In de voorliggende ontwerpbegroting is de gewijzigde begroting 2026 verwerkt in de meerjarenbegroting 2027 – 2030. Volgens artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen moet de ontwerpbegroting minimaal twaalf weken voordat het bestuur de begroting vaststelt, worden voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Zij krijgen hiermee de mogelijkheid om een zienswijze te geven op de ontwerpbegroting. De (concept) zienswijze moet uiterlijk 2 juni 2026 worden verstuurd naar het bestuur van de BVO DRAN. Het bestuur van de BVO DRAN stelt daarna de begroting definitief vast, waarbij het de ingediende zienswijzen meeweegt. De begroting staat gepland voor vaststelling in de bestuursvergadering van 2 juli 2026. Planning Om de zienswijze op te nemen in de definitieve meerjarenprogrammabegroting, moet deze uiterlijk 2 juni 2026 bij de BVO DRAN binnen zijn. Daarom is het nodig dat de gemeenteraad dit raadsbesluit uiterlijk op 1 juni 2026 behandelt.
Beoogd effect De gemeenteraad is op de hoogte van de ontwerp-meerjarenprogrammabegroting van de BVO DRAN Argumenten 1.1 Het is belangrijk om actief mee te doen in het begrotingsproces van de BVO DRAN Via de zienswijze op de begroting laat de gemeente weten hoe zij aankijkt tegen de activiteiten en uitgaven van de Gemeenschappelijke Regeling. Door de stijgende kosten en de toekomstige financiële risico’s is het belangrijk om hier ieder jaar bewust bij stil te staan. 1.2 De raad wordt betrokken bij de begroting van de BVO DRAN De BVO DRAN is een gemeenschappelijke regeling van de colleges. Het indienen van een zienswijze op de begroting is het enige moment in het jaar waarop de gemeenteraad zich rechtstreeks tot de BVO DRAN richt. Bij het indienen van een zienswijze kan de raad – ook los van de begroting – een compliment geven of zorgen uiten. Kanttekeningen 2.1 Geen zienswijze indienen is ook een optie Als de raad van mening is dat een reactie op en bijstelling van de meerjarenprogrammabegroting niet nodig is, kan de raad besluiten geen zienswijze in te dienen. In de ontwerp-meerjarenprogrammabegroting wordt voorgesteld rekening te houden met een volumestijging van 15% in het jeugdwet vervoer. Wij stellen voor deze stijging aan te passen naar 5% en dit op te nemen in de zienswijze.
Financiële paragraaf De Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (BVO DRAN) werkt op basis van een ‘open einde’-systematiek. Dit betekent dat de kosten voor de uitvoering van het doelgroepenvervoer afhankelijk zijn van het daadwerkelijke gebruik. Afwijkingen tussen begroting en realisatie worden jaarlijks verrekend met de deelnemende gemeenten. De financiële positie van het doelgroepenvervoer in de regio Arnhem–Nijmegen ontwikkelt zich de komende jaren onder invloed van meerdere structurele trends. Deze ontwikkelingen leiden gezamenlijk tot een stijgende begroting voor zowel het vraagafhankelijk vervoer (Wmo) als het routegebonden vervoer (leerlingenvervoer en Jeugdwetvervoer). Hieronder worden de belangrijkste factoren toegelicht. 1. Indexering van vervoerstarieven (NEA-index) De contractueel vastgelegde tarieven voor zowel vraagafhankelijk vervoer als routevervoer worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de NEA-index. Deze index weerspiegelt de kostenontwikkeling in de vervoerssector. Vanaf 2027 wordt gerekend met een structurele stijging van +3,4% per jaar. Deze indexering zorgt voor een autonome groei van de kosten. 2. Indexering van de eigen bijdrage Wmo-reizigers De eigen bijdrage die Wmo-reizigers betalen, stijgt jaarlijks mee met de landelijke OV-tariefontwikkeling (LTI-index). Voor 2027 wordt gerekend met +3,0%.
Hoewel dit de baten verhoogt, blijft de stijging achter bij de indexering van de vervoerstarieven, waardoor het netto-tekort oploopt.
Pagina 2
3. Groei van het vraagafhankelijk vervoer (Wmo), leerlingenvervoer en Jeugdwetvervoer Het gebruik van het Wmo-vervoer blijft toenemen. De vergrijzing is hiervan de oorzaak. In de begroting wordt structureel uitgegaan van een volumegroei van +5% per jaar. Deze groei werkt door in: • de vervoerskosten (meer kilometers), • de callcenterkosten (meer ritten), • de reizigersbijdragen (meer opbrengsten). Voor het leerlingenvervoer wordt gerekend met een jaarlijkse volumestijging van +5%. Het Jeugdwetvervoer laat regionaal een sterkere groei zien dan andere vervoersstromen. In de begroting wordt gerekend met een jaarlijkse volumestijging van +15%. Omdat we verwachten dat binnen de gemeente Westervoort de groei ongeveer 5% is, verzoeken we in de zienswijze de verwachting voor de gemeente Westervoort bij te stellen. In de begroting is ruimte om een grotere groei op te vangen. 4. Indexering van het callcenter De kosten van het callcenter stijgen door: • een jaarlijkse CPI-indexatie van +3,1%, en • een volumegroei van +5% in het aantal ritten binnen het vraagafhankelijk vervoer. Hierdoor nemen de kosten voor de ritreservering structureel toe. 5. Invoering van zero-emissie voertuigen De overgang naar zero-emissie voertuigen leidt tot extra kosten.
In de begroting is hiervoor opgenomen: • +5% meerkosten voor vraagafhankelijk vervoer (afhankelijk van perceel en ingangsjaar), • +15% meerkosten voor routevervoer De begroting van de BVO-DRAN voor Westervoort ziet er als volgt uit (2026 – 2030): BVO DRAN 2026 2027 2028 2029 2030 Vraagafhankelijke vervoer Routevervoer Totaal BVO DRAN
105.000 395.000 499.000
116.000 444.000 560.000
125.000 488.000 613.000
134.000 539.000 673.000
145.000 588.000 732.000
Overige kosten 56.000 58.000 60.000 61.000 63.000 Totaal doelgroepenvervoer 556.000 618.000 672.000 734.000 796.000 De jaarlijkse overige kosten zijn hier ook in verwerkt, deze bestaan uit de vergoeding aan ouders voor kosten eigen vervoer (i.p.v. maatwerkvervoer), maar ook extra maatwerkkosten door het jaar heen voor individueel vervoer. De gemeentelijke begroting gaat uit van de volgende cijfers (2026 – 2030): Gemeentebegroting 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal begroot 566.000 704.000 754.000 574.000 574.000 Totaal doelgroepenvervoer 556.000 618.000 672.000 734.000 796.000 Verschil in begroting 10.000 86.000 82.000 -160.000 -222.000 In de voorjaarsnota 2025 is besloten de bestemmingsreserve ‘doelgroepenvervoer’ in te zetten om de stijgende kosten op te vangen. Dit is vanaf 2029 niet meer mogelijk.
Pagina 3
De gemeentelijke begroting na aanpassen van de volumestijging Jeugdwet van 15% naar 5%: Gemeentebegroting 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal begroot 566.000 704.000 754.000 574.000 574.000 Totaal doelgroepenvervoer 556.000 612.000 651.000 694.000 731.000 Verschil in begroting 10.000 92.000 103.000 -120.000 -157.000 Verschil na aanpassing 0 6.000 21.000 40.000 65.000 Participatie en communicatie Gezien de inhoud van dit onderwerp is participatie hier niet van toepassing. Duurzaamheid De BVO DRAN heeft de ambitie om uiterlijk op 1 augustus 2028 volledig emissieloos vervoer te realiseren. Dit raadsvoorstel heeft geen consequenties voor deze ambitie. Intergemeentelijke samenwerking De BVO DRAN organiseert het doelgroepenvervoer voor 18 gemeenten in de regio Arnhem– Nijmegen. De gemeente Westervoort werkt hiervoor samen met de andere 17 gemeenten. Alle gemeenten moeten hun zienswijze uiterlijk op 2 juni indienen, wanneer zij een zienswijze willen meegeven. Gemeenten die zonder aanpassingen kunnen instemmen met de meerjarenprogrammabegroting, kiezen er vaak voor geen zienswijze in te dienen. Bijlagen nr 1
documentnummer 201725411
2 3
201725413 201726653
4
201725366
onderwerp Aanbiedingsbrief Ontwerp MJPB 2027 - 2030 Ontwerp MJPB 2027 – 2030 Zienswijze gemeenteraad over de ontwerp MJPB 2027 -2030 Raadsbesluit zienswijze MJPB 2027 – 2030
openbaarheid Openbaar Openbaar Openbaar Openbaar
Westervoort, 7 april 2026 Burgemeester en wethouders van gemeente Westervoort, M. Sluiter (MA) secretaris
Drs. A.J. van Hout burgemeester
Pagina 4
Aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer regio Arnhem-Nijmegen Datum: Onderwerp:
6 maart 2026 Ontwerpbegroting BVO DRAN
Geachte heer/mevrouw, Bijgaand ontvangt u de Ontwerp Meerjarenprogrammabegroting 2027-2030 (inclusief gewijzigde begroting 2026), zoals vastgesteld in de bestuursvergadering van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer regio ArnhemNijmegen (BVO DRAN) van 5 maart 2026. De ontwerpbegroting is gebaseerd op de algemene uitgangspunten uit de Kaderbrief 2027 en de door gemeenten aangegeven afwijkende uitgangspunten. De periode voor het indienen van zienswijze(n) start op 6 maart 2026 en loopt tot en met 5 juni 2026. Vriendelijk verzoek om uw zienswijze(n) (ook) digitaal te versturen naar secretariaat@vervoersorganisatie.nl. De begroting zal voor vaststelling worden geagendeerd in de bestuursvergadering van de gemeenschappelijke regeling BVO DRAN van 2 juli 2026.
Met vriendelijke groet,
Namens het bestuur van de BVO DRAN M. van den Beucken Secretaris BVO DRAN
Gemeente Westervoort
Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen Eusebiusbuitensingel 53 6828HZ ARNHEM
Dorpsplein 1 Postbus 40 6930 AA Westervoort (026) 317 99 11 gemeente@westervoort.nl www.westervoort.nl
datum zaaknummer onderwerp
: : :
contactpersoon :
1 juni 2026 Z/26/146688/201726634 Zienswijze Meerjarenprogrammabegroting 2027 – 2030 BVO DRAN Auke de Vries
Geachte bestuur, Naar aanleiding van uw brief van 6 maart 2026 informeren wij u dat de gemeenteraad uw ontwerp-meerjarenprogrammabegroting 2027–2030, inclusief de gewijzigde begroting 2026, heeft besproken in de raadsvergadering van 1 juni 2026 . De gemeente Westervoort stemt in met deze begroting. Zienswijze De raad waardeert de prettige samenwerking tussen uw organisatie en de onze bij het opstellen van deze begroting. Ook willen wij onze waardering uitspreken voor uw inzet en betrokkenheid. U zorgt voor goed en betrouwbaar vervoer voor inwoners die dat nodig hebben, ondanks de hoge werkdruk in uw organisatie. In onze vorige zienswijze heeft de raad u gevraagd rekening te houden met de financiële positie van de gemeente. Wij zijn daarom tevreden dat de meerjarenprogrammabegroting 2027–2030 een structurele verlaging van de overheadkosten laat zien. Dat waarderen wij zeer. Tegelijk constateren wij dat de kosten voor het vervoer de komende jaren aanzienlijk stijgen. Dit baart ons zorgen, omdat de gemeentelijke begroting niet in hetzelfde tempo meegroeit. Wij verzoeken u daarom om scherp te blijven begroten en actief te zoeken naar mogelijke besparingen. Wij vragen u deze tijdig te bespreken met de ambtelijke vertegenwoordiging, zodat we gezamenlijk kunnen sturen op een gezonde financiële ontwikkeling.
Aanpassing In de uitgangspunten voor de begroting 2027–2030 gaat u uit van een jaarlijkse groei van 15% van het routegebonden vervoer (Jeugdwet). Wij verwachten wel een toename, maar schatten deze op maximaal 5%. Daarom verzoeken wij u het uitgangspunt voor de jaarlijkse groei aan te passen naar 5%.
Toekomst Tot slot kijken wij ernaar uit om de samenwerking de komende jaren op dezelfde constructieve wijze voort te zetten. Samen staan wij voor de opgave om het doelgroepenvervoer toegankelijk, betaalbaar en toekomstbestendig te houden. Wij hebben er vertrouwen in dat wij deze uitdaging aankunnen door tijdig met elkaar in gesprek te blijven en gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen. In dat kader verwachten wij van al onze verbonden partijen dat zij de landelijke richtlijnen voor indexering hanteren. Daarbij respecteren wij de reeds aangegane contractuele verplichtingen, maar met het oog op de nieuwe contractperiode geven wij alvast aan dat dit voor ons een belangrijk aandachtspunt vormt. Met deze gezamenlijke inzet blijven we zorgen voor betrouwbaar vervoer voor de inwoners die daarvan afhankelijk zijn — nu én in de toekomst. Met vriendelijke groet,
mr. M. Smits-Jansen griffier
drs. A.J. van Hout burgemeester
Pagina 2
Ontwerp MJPB 2027-2030 BVO DRAN (inclusief gewijzigde begroting 2026)
Versie: 5 februari 2026
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
3
1.1.
Procedure begroting
5
1.2.
Uitgangspunten MJPB 2027-2030
5
1.3.
Uitgangspunten gewijzigde begroting 2026
10
1.4.
Afwijkende uitgangspunten gemeenten
12
2.
Beleidsbegroting
15
Programmaplan
15
2.1. 2.1.1.
Programma vraagafhankelijk vervoer
16
2.1.2.
Programma routevervoer
18
2.1.3.
Overzicht overhead
20
2.2.
Paragrafen
21
2.2.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
21
2.2.2.
Financiering
25
2.2.3.
Bedrijfsvoering
26
2.2.4.
Openbaarheid
27
Financiële begroting
28
3. 3.1.
Overzicht baten en lasten
28
3.1.1.
Toelichting lasten
29
3.1.2.
Toelichting baten
29
3.2.
Financiële positie
29
3.3.
Baten en lasten per taakveld
30
Bijlage 1: Overzicht baten en lasten per taakveld
32
Bijlage 2: Overzicht gemeentelijke bijdragen
33
Bijlage 3: Geprognosticeerde balans
35
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 2 / 35
1. Inleiding Hierbij treft u de Meerjarenprogrammabegroting (MJPB) 2027-2030, inclusief de gewijzigde begroting 2026, van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem Nijmegen (BVO DRAN) aan. Het Algemeen Bestuur heeft op 2 oktober 2025 de Kaderbrief 2027 vastgesteld en daarmee de algemene financiële uitgangspunten voor de opbouw van de meerjarige begroting bepaald. De deelnemende gemeenten nemen zelf beleidsbeslissingen en zijn verantwoordelijk voor het stellen van de beleidsmatige kaders. Voor het opstellen van de MJPB zijn door de BVO DRAN de algemene uitgangspunten gehanteerd, tenzij een deelnemende gemeente het verzoek heeft ingediend hiervan af te wijken of er op basis van nadere analyses door de BVO DRAN is gekozen voor een afwijkend algemeen uitgangspunt. In paragraaf 1.2 en 1.3 wordt ingegaan op de algemene financiële uitgangspunten van deze MJPB. Door gemeenten gewenste afwijkingen worden in paragraaf 1.4 toegelicht. Besluit Begroting en Verantwoording Bij het opstellen van een meerjarige begroting voor Gemeenschappelijke Regelingen (GR) dient te worden geconformeerd aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit zorgt voor de volgende opzet van de MJPB van de BVO DRAN. In de basis bestaat de begroting uit 2 onderdelen (art. 7 lid 1 BBV): •
de beleidsbegroting (hoofdstuk 2)
•
de financiële begroting (hoofdstuk 3)
De beleidsbegroting bestaat ook uit 2 onderdelen (art. 7 lid 2 BBV): •
het programmaplan (paragraaf 2.1)
•
de paragrafen (paragraaf 2.2)
De financiële begroting bestaat uit 3 onderdelen (art. 7 lid 3 BBV): •
het overzicht van baten en lasten en de toelichting (paragraaf 3.1)
•
de uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting (paragraaf 3.2)
•
de bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld (paragraaf 3.3)
Taakvelden Naast de indeling van de begroting naar programma's moet de begroting ook worden ingedeeld naar taakvelden. De voorgeschreven taakvelden zijn opgenomen in het Iv3 informatievoorschift Gemeenten en Gemeenschappelijke regelingen. De door het BBV (art. 7 lid 3) voorgeschreven overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld is als bijlage 1 in deze begroting opgenomen.
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 3 / 35
Beleidsindicatoren De commissie BBV heeft aangegeven dat de opname van beleidsindicatoren in de begroting voor een GR op grond van het BBV verplicht is gesteld. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft daarbij aangegeven dat een GR alleen die indicatoren hoeft op te nemen die behoren bij de taakvelden waarbinnen de GR haar activiteiten uitvoert. Beleidsindicatoren die buiten de taakvelden van de GR vallen, kunnen worden weggelaten. De BVO DRAN zijn geen door deelnemende gemeenten opgelegde beleidsindicatoren bekend. Overhead Op de programma’s mogen alleen de direct toe te rekenen lasten worden verantwoord. Het is niet toegestaan om overheadkosten in een programma te verantwoorden. Overheadkosten moeten op aparte overzichten worden gepresenteerd. Dit heeft tot gevolg dat alle kosten die samenhangen met de vervoersorganisatie van de BVO DRAN in de meerjarige begroting als "Overhead" moeten worden gelabeld. Het overzicht overhead is opgenomen in paragraaf 2.1.4 van deze begroting. Ambtelijke voorbereiding In samenwerking en afstemming met de financials en contactambtenaren van de deelnemende gemeenten is deze meerjaren begroting tot stand gekomen. Btw routegebonden vervoer De kosten die samenhangen met het vraagafhankelijk vervoer worden in de MJPB exclusief Btw verantwoord.
De deelnemende gemeenten hebben volledig recht op aftrek voor de aan deze prestatie gerelateerde Btw. Kosten die samenhangen met het routevervoer worden daarentegen inclusief Btw verantwoord. Deze Btw is voor gemeenten namelijk niet aftrekbaar en ook niet compensabel in het Btw-compensatiefonds. Hierdoor is de Btwcomponent in het routevervoer kostenverhogend voor de gemeenten. 'open einde' systematiek De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een ‘open einde’ systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een deelnemer meer of aangepast gebruik inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemende gemeente. Door periodiek inzicht te geven in het volume van het aantal ritten en de bijbehorende kosten worden de gevolgen van verwachte toenames van ritten en/of kosten door de BVO DRAN gecommuniceerd met de gemeenten. Binnen de bedragen in deze MJPB is zeer beperkt rekening gehouden met dergelijke onvoorziene wijzigingen in de kosten van vervoer of callcenter. De verantwoordelijkheid voor het vormen van een extra post onvoorzien volgend uit de risico's van een open einde systematiek, ligt daardoor bij de deelnemende gemeenten. Deze extra post onvoorzien komt dan bovenop de in deze MJPB meerjarig begrote bijdragen van de deelnemende gemeenten.
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 4 / 35
1.1. Procedure begroting Voor de aanbieding en vaststelling van de MJPB 2027-2030 (inclusief de gewijzigde begroting 2026) gelden de volgende processtappen. Om te komen tot tijdige vaststelling van de MJPB 2027-2030 en rekening te houden met de wettelijke termijn uit de Wgr (art. 35, lid 1), wordt de volgende planning gehanteerd. In de planning is een ruimere zienswijzeperiode voor de gemeenteraden beschikbaar dan wettelijk voorgeschreven.
Processtap
Datum
1. Vaststelling ontwerp MJPB 2027-2030 door Algemeen Bestuur
5 maart 2026
2. Verzending ontwerp MJPB 2027-2030 aan gemeenten
6 maart 2026
3. Deadline indienen zienswijze door gemeenteraden
5 juni 2026
4. Oordeel over zienswijze door Algemeen Bestuur
12 juni 2026
5. Vaststelling MJPB 2027-2030 door Algemeen Bestuur
2 juli 2026
6. Verzending MJPB 2027-2030 aan gemeenten
3 juli 2026
1.2. Uitgangspunten MJPB 2027-2030 Voor het opstellen van de MJPB 2027-2030 worden per begrotingspost uitgangspunten gekozen ten aanzien van prijs en hoeveelheid. Op basis van deze uitgangspunten worden per jaar de verwachte lasten en baten bepaald. Met behulp van verwachte vervoersvolumes en reeds vastgestelde verdeelsleutels worden vervolgens de meerjarige bijdragen per deelnemer bepaald. In onderstaande opsomming worden de uitgangspunten benoemd. Vervoer vraagafhankelijk (lasten) •
Contractueel overeengekomen tarief per declarabele kilometer per perceel, jaarlijks rekening houdend met een NEA indexatie van +3,4%
•
Hoeveelheid declarabele kilometers in de periode september tot en met november 2025, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen vraagafhankelijk vervoer
•
Een jaarlijkse toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar
•
Voor de contracten met vervoerders die gestart zijn op 1 augustus 2020 wordt vanaf medio 2028 een budget opgenomen voor meerkosten zero emissie ter grootte van 5% van de begroting vraagafhankelijk vervoer, rekening houdend met het verwachte aandeel zero emissie gereden vervoer
•
Voor de contracten met vervoerders die gestart zijn op 1 augustus 2024 wordt vanaf medio 2026 een budget opgenomen voor meerkosten zero emissie ter grootte van 5% van de begroting vraagafhankelijk vervoer, rekening houdend met het verwachte aandeel zero emissie gereden vervoer
•
Voor het contract met de vervoerder dat start op 1 augustus 2026 wordt geen budget opgenomen voor meerkosten zero emissie
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 5 / 35
Callcenter vraagafhankelijk (lasten) •
Contractueel overeengekomen vaste component te verhogen met een tarief per declarabele rit, jaarlijks rekening houdend met een CPI indexatie van +3,1%
•
Hoeveelheid declarabele ritten in de periode september tot en met november 2025, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen callcenter vraagafhankelijk vervoer
•
Een jaarlijkse toename van de hoeveelheid declarabele ritten in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar
Reizigersbijdragen vraagafhankelijk (baten) •
Gemiddeld werkelijk maandbedrag eigen bijdrage per deelnemer in de periode september tot en met november 2025
•
Bedragen zijn inclusief Btw, jaarlijks rekening houdend met de indexatie van OV tarieven (LTI index), van +3,0%
•
Een jaarlijkse toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar
Vervoer routegebonden (lasten) •
Contractueel overeengekomen tarief per beladen uur per perceel verhoogd met het starttarief per route, jaarlijks rekening houdend met een NEA indexatie van +3,4%
•
Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met november 2025, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer
•
Een jaarlijkse toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +15% (jeugdwet) en +5% (leerlingenvervoer en dagbesteding) ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar
•
Voor de contracten met vervoerders die gestart zijn op 1 augustus 2020 wordt vanaf 2026 een budget opgenomen voor meerkosten zero emissie ter grootte van 15% van de begroting routegebonden vervoer, rekening houdend met het verwachte aandeel zero emissie gereden vervoer
•
Voor de contracten met vervoerders die gestart zijn op 1 augustus 2024 wordt geen budget opgenomen voor meerkosten zero emissie
Overhead (bedrijfsvoeringsorganisatie) (lasten) •
Structurele en incidentele BVO lasten uit de MJPB 2026-2029 geactualiseerd op basis van ervaringscijfers 2025, jaarlijks rekening houdend met een CPI indexatie van +2,9%
•
Structurele BVO lasten jaarlijks rekening houdend met een taakstelling van -3%
•
Verdeling naar gemeenten op basis van het aantal inwoners per 1-1-2025
•
Verdeling naar vraagafhankelijk en routegebonden vervoer op basis van verhouding bruto vervoerskosten
Overige opmerkingen Vervoersvolume De hoeveelheid (Q) is afhankelijk van het feitelijk gebruik. Analyses van dit gebruik laten de laatste jaren zien dat de omvang van het vervoer uit recente periodes de meest betrouwbare basis is voor het opstellen van een nieuwe ontwerpbegroting. Ter bepaling van de hoeveelheden vervoer wordt, net als bij de vorige begrotingscycli, de periode september tot en met november van het voorgaand jaar gebruikt. Deze 3 maanden zijn nog steeds een goede indicatie om als uitgangspunt te dienen voor de eerste 6 maanden van het nieuwe jaar.
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 6 / 35
Vervoerscontracten (vraagafhankelijk vervoer) Het vraagafhankelijk vervoer is in 2020, onderverdeeld in 4 percelen (Zuid, West, Noord en Oost), aanbesteed. Met vervoerders zijn toen met startdatum 1 augustus 2020 overeenkomsten afgesloten met een looptijd van 10 jaren (tot medio 2030), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties.
Één vervoerder heeft na de initiële periode afgezien van verdere verlengingsopties, waardoor het vervoer binnen het perceel Oost in 2024 opnieuw is aanbesteed. Voor dit perceel is een looptijd afgesproken van 10 jaren (tot medio 2034), waarvan 6 jaren initieel en 2 x 2 jaren verlengingsopties met startdatum 1 augustus 2024. Een andere vervoerder heeft afgezien van de tweede verlengingsoptie, waardoor het vervoer binnen het perceel Zuid recent opnieuw is aanbesteed. Voor dit perceel is eveneens een looptijd afgesproken van 10 jaren (tot medio 2036), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties. Start van de uitvoering van dit contract is 1 augustus 2026. Voor de percelen West en Noord zijn met vervoerders verlengingsafspraken gemaakt voor de periode medio 2026 t/m medio 2028 (tweede verlenging). Doordat contracten op verschillende momenten zijn afgesloten wordt de infasering van zero emissie rolstoelbussen binnen het vraagafhankelijk vervoer ook op verschillende momenten verwacht. Bij het vraagafhankelijk vervoer worden naar verhouding veel rolstoelbussen ingezet en wordt hierdoor op termijn rekening gehouden met een kostenstijging van circa +5% bij de percelen West (vanaf medio 2028), Noord (vanaf medio 2028) en Oost (vanaf medio 2026).
Bij de recente aanbesteding van perceel Zuid is binnen de overeengekomen vergoeding al rekening gehouden met deze kostencomponent. Vervoerscontracten (routegebonden vervoer) In 2020 is het routevervoer, onderverdeeld in 9 percelen (A t/m I), aanbesteed. Met vervoerders zijn toen met startdatum 1 augustus 2020 overeenkomsten afgesloten met een looptijd van 10 jaren (tot medio 2030), waarvan 4 jaren initieel en 3 x 2 jaren verlengingsopties.
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 7 / 35
Één vervoerder heeft na de initiële periode afgezien van verdere verlengingsopties, waardoor het vervoer binnen de percelen D, H en I in 2024 opnieuw is aanbesteed. Op basis van voortschrijdende inzichten is toen gekozen de percelen H en I opnieuw in te delen en aan te besteden in drie percelen, namelijk J, K en L. Voor de percelen D, J, K en L is eveneens een looptijd afgesproken van 10 jaren (tot medio 2034), waarvan 6 jaren initieel en 2 x 2 jaren verlengingsopties met startdatum 1 augustus 2024. Voor de percelen A, B, C, E, F en G zijn met vervoerders verlengingsafspraken gemaakt voor de periode medio 2026 t/m medio 2028 (tweede verlenging). Het routevervoer kent momenteel dus tien percelen (A t/m G en J, K en L) waarvoor met vijf vervoerders overeenkomsten zijn afgesloten.
Met de vervoerders routevervoer van de percelen A, B, C, E, F en G is bij de eerste contractverlenging een additionele vergoeding afgesproken voor de inzet van zero emissie voertuigen vanaf 1 augustus 2024. Voor de verwachte meerkosten van deze additionele vergoeding is in de MJPB structureel een budget meerkosten (+15%) zero emissie opgenomen. Bij de aanbesteding van de overige percelen is binnen de overeengekomen vergoeding al rekening gehouden met deze kostencomponent. De infasering van zero emissie rolstoelbussen zorgt binnen het routevervoer niet tot een verwachte kostenstijging door het geringe aandeel van rolstoelbussen in de uitvoering van het routevervoer.
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 8 / 35
NEA indexatie De prijs (P) per perceel is contractueel vastgelegd en wordt jaarlijks geïndexeerd. De jaarlijkse prijsindexatie (NEA index) wordt in opdracht van het Sociaal Fonds Mobiliteit door een onafhankelijke partij (Panteia) bepaald op basis van de meest recente gemiddelde kostenontwikkelingen in de branche. (www.sfmobiliteit.nl/neaindex) In de MJPB 2027-2030 is voor de jaren vanaf 2027 en verder gerekend met een verwachte structurele jaarlijkse NEA indexatie van +3,4%. Dit percentage is gelijk aan de raming kostenontwikkelingen 2026 uit de NEA-index eindrapportage 2025-2026. Callcenter Het contract met het callcenter is in 2025 tot einde looptijd (31 juli 2029) verlengd. Het bij de verlenging overeengekomen tarief (het verlengingsresultaat) is verwerkt in de ontwerpbegroting. Bij het callcenter wordt de prijs (P) jaarlijks geïndexeerd met de CPI index zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Voor de kosten callcenter wordt, door de directe koppeling met het vraagafhankelijk vervoer, de periode september tot en met november van het voorgaande jaar gebruikt als uitgangspunt voor het opstellen van de nieuwe meerjarige begroting. De jaarlijkse toename vraagafhankelijk vervoer (+5%) wordt ook gebruikt voor de meerjarige begroting kosten callcenter.
CPI indexatie De prijs (P) voor de diensten van het callcenter zijn contractueel vastgelegd en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (CPI index). De CPI index wordt periodiek bepaald door het CBS. Vanaf 2027 wordt in de begroting rekening gehouden met een structurele indexatie van +3,1%, gelijk aan de vastgestelde indexatie per 1 januari 2026. Reizigersbijdragen (Btw effect) De Wmo-reiziger betaalt een eigen bijdrage die als baten in de begroting vraagafhankelijk vervoer zijn opgenomen. Verrekening door de BVO DRAN van deze eigen bijdragen met vervoerders en deelnemers gebeurt inclusief Btw. In de MJPB zijn daardoor alle reizigersbedragen ook inclusief 9% Btw verantwoord. Reizigersbijdragen In 2025 is er eenmalig een korting toegepast op de reizigersbijdrage ter compensatie van de in het verleden aan reizigers in rekening gebrachte belkosten. Deze korting op het starttarief komt vanaf 1 januari 2026 te vervallen. Voor de reizigersbijdrage wordt de periode september tot en met november van het voorgaand jaar gebruikt als uitgangspunt voor het opstellen van de meerjarige begroting. Om deze gegevens als basis voor 2026 te kunnen gebruiken, wordt rekening gehouden met de eenmalige in 2025 gegeven korting.
Vanwege de directe koppeling met het vraagafhankelijke vervoer, wordt de jaarlijkse groei van dit vervoer (+5%) ook meegenomen in de meerjarige begroting voor de reizigersbijdrage. Doordat nog niet duidelijk op welke termijn gemeenten keuzes gaan maken ten aanzien van een mogelijke tariefdifferentiatie van reizigersbijdragen, wordt in de MJPB 2027-2030 geen rekening gehouden met deze mogelijke effecten.
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 9 / 35
Reizigersbijdragen (indexatie) Omdat het overgrote deel van de reizigersbijdrage bestaat uit het tarief “Wmo zonder korting”, wordt de jaarlijkse indexatie van de reizigersbijdrage gebaseerd op de prognose van het Samenwerkingsverband van decentrale ov-autoriteiten (DOVA). De definitieve LTI indexatie per 1 januari 2026 is +3,86%. Vanaf 2027 wordt in de begroting rekening gehouden met een structurele indexatie van +3,0%. Overhead (bedrijfsvoeringsorganisatie) Op basis van de ervaringscijfers uit 2025 is de begroting BVO lasten vanaf 2026 beoordeeld. Deze analyse heeft ervoor gezorgd dat het structurele deel van de begroting BVO lasten meerjarig enkel geactualiseerd is op basis van de herijkte prijsindexaties. Dit zorgt voor een structurele verlaging van de begrotingsbedragen overhead vanaf 2027. Binnen de begroting BVO lasten wordt structureel rekening gehouden met een taakstelling van -3%. Overhead (bedrijfsvoeringsorganisatie) (indexatie) De overhead wordt jaarlijks geïndexeerd met de CPI index. Door het aanzienlijke deel aan personeelskosten binnen de begroting BVO lasten kan de Cao loonontwikkeling voor een aanpassing van de CPI index zorgen. Dat is vanaf 2027 niet nodig waardoor de structurele indexatie op +2,9% is bepaald.
1.3. Uitgangspunten gewijzigde begroting 2026 Voor het opstellen van de gewijzigde begroting 2026 worden per begrotingspost uitgangspunten gekozen ten aanzien van prijs en hoeveelheid. Op basis van deze uitgangspunten worden de verwachte lasten en baten bepaald. Met behulp van verwachte vervoersvolumes en reeds vastgestelde verdeelsleutels worden vervolgens de meerjarige bijdragen per deelnemer bepaald. In onderstaande opsomming worden de uitgangspunten benoemd. Vervoer vraagafhankelijk (lasten) •
Contractueel overeengekomen tarief per declarabele kilometer per perceel, rekening houdend met een NEA indexatie van +4,1%
•
Hoeveelheid declarabele kilometers in de periode september tot en met november 2025, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen vraagafhankelijk vervoer
•
Toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar van 2026
•
Voor de contracten met vervoerders die gestart zijn op 1 augustus 2024 wordt vanaf medio 2026 een budget opgenomen voor meerkosten zero emissie ter grootte van 5% van de begroting vraagafhankelijk vervoer, rekening houdend met het verwachte aandeel zero emissie gereden vervoer
Callcenter vraagafhankelijk (lasten) •
Contractueel overeengekomen vaste component te verhogen met een tarief per declarabele rit, rekening houdend met een CPI indexatie van +3,1%
•
Hoeveelheid declarabele ritten in de periode september tot en met november 2025, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen callcenter vraagafhankelijk vervoer
•
Toename van de hoeveelheid declarabele ritten in het tweede half jaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar van 2026
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 10 / 35
Reizigersbijdragen vraagafhankelijk (baten) •
Gemiddeld werkelijk maandbedrag eigen bijdrage per deelnemer in de periode september tot en met november 2025
•
Bedragen zijn inclusief Btw, rekening houdend met de indexatie van OV tarieven (LTI index), van +3,86%
•
Toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar van 2026
Vervoer routegebonden (lasten) •
Contractueel overeengekomen tarief per beladen uur per perceel verhoogd met het starttarief per route, rekening houdend met een NEA indexatie van +4,1%
•
Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met november 2025, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer
•
Toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar met +15% (jeugdwet) en +5% (leerlingenvervoer en dagbesteding) ten opzichte van het eerste half jaar van 2026
•
Voor de contracten met vervoerders die gestart zijn op 1 augustus 2020 wordt in 2026 een budget opgenomen voor meerkosten zero emissie ter grootte van 15% van de begroting routegebonden vervoer, rekening houdend met het verwachte aandeel zero emissie gereden vervoer
Overhead (bedrijfsvoeringsorganisatie) (lasten) •
Structurele en incidentele BVO lasten uit de primitieve begroting 2026 geactualiseerd op basis van ervaringscijfers 2025, rekening houdend met een CPI indexatie van +2,9% en een verwachte Cao loonontwikkeling van +2,9% in 2026
•
Structurele BVO lasten rekening houdend met een taakstelling -3%
•
Verdeling naar gemeenten op basis van het aantal inwoners per 1-1-2025
•
Verdeling naar vraagafhankelijk en routegebonden vervoer op basis van verhouding bruto vervoerskosten
Overige opmerkingen Vervoersvolume Zie toelichting §1.2 Uitgangspunten MJPB 2027-2030. Vervoerscontracten (vraagafhankelijk vervoer) Zie toelichting §1.2 Uitgangspunten MJPB 2027-2030. Vervoerscontracten (routegebonden vervoer) Zie toelichting §1.2 Uitgangspunten MJPB 2027-2030. NEA indexatie De prijs (P) per perceel is contractueel vastgelegd en wordt jaarlijks geïndexeerd. De jaarlijkse prijsindexatie (NEA index) wordt in opdracht van het Sociaal Fonds Mobiliteit door een onafhankelijke partij (Panteia) bepaald op basis van de meest recente gemiddelde kostenontwikkelingen in de branche. (www.sfmobiliteit.nl/neaindex) In de gewijzigde begroting 2026 is de werkelijke NEA indexatie (+4,1%) per 1 januari 2026 verwerkt. Callcenter Zie toelichting §1.2 Uitgangspunten MJPB 2027-2030.
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 11 / 35
CPI indexatie De prijs (P) voor de diensten van het callcenter zijn contractueel vastgelegd en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (CPI index). De CPI index wordt periodiek bepaald door het CBS. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2026 is vastgesteld op +3,1%. Reizigersbijdragen (Btw effect) Zie toelichting §1.2 Uitgangspunten MJPB 2027-2030. Reizigersbijdragen Zie toelichting §1.2 Uitgangspunten MJPB 2027-2030. Reizigersbijdragen (indexatie) Omdat het overgrote deel van de reizigersbijdrage bestaat uit het tarief “Wmo zonder korting”, wordt de jaarlijkse indexatie van de reizigersbijdrage gebaseerd op de prognose van het Samenwerkingsverband van decentrale ov-autoriteiten (DOVA). De definitieve LTI indexatie per 1 januari 2026 is +3,86%. Overhead (bedrijfsvoeringsorganisatie) Op basis van de ervaringscijfers uit 2025 is de begroting BVO lasten vanaf 2026 beoordeeld. Deze analyse heeft ervoor gezorgd dat het structurele deel van de begroting BVO lasten meerjarig enkel geactualiseerd is op basis van de herijkte prijsindexaties. Dit zorgt voor een verlaging van het begrotingsbedrag overhead in 2026. Binnen de begroting BVO lasten wordt structureel rekening gehouden met een taakstelling van -3%. Overhead (bedrijfsvoeringsorganisatie) (indexatie) De overhead wordt jaarlijks geïndexeerd met de CPI index.
Door het aanzienlijke deel aan personeelskosten binnen de begroting BVO lasten kan de Cao loonontwikkeling voor een aanpassing van de CPI index zorgen. Dat is in 2026 niet nodig gebleken omdat beide indexaties op +2,9% uitkomen. Hierdoor is de indexatie per 1 januari 2026 op +2,9% bepaald.
1.4. Afwijkende uitgangspunten gemeenten Op verzoek van een gemeente kan worden afgeweken van de algemene uitgangspunten voor het opstellen van de meerjarige begroting. Bij voorkeur gaat dit verzoek gepaard met een (financiële) onderbouwing ten behoeve van toekomstige analyses. Ten behoeve van het opstellen van deze en eerdere MJPB zijn in de afgelopen jaren door meerdere gemeenten afwijkende uitgangspunten aangegeven. Alle afwijkende uitgangspunten die nog relevant zijn voor het opstellen van de MJPB 2027-2030 en gewijzigde begroting 2026 worden in deze paragraaf toegelicht. Gemeente Berg en Dal Door de gemeente is een analyse uitgevoerd op de specifieke ontwikkelingen binnen het doelgroepenvervoer voor de gemeente Berg en Dal. Hieruit is door de gemeente geconcludeerd dat de in de kaderbrief opgenomen jaarlijkse toename van meerdere vervoersoorten naar beneden bijgesteld kunnen worden. De jaarlijkse toename in de MJPB kan voor het jeugdwet vervoer worden bijgesteld van +15% naar +5% en voor het leerlingenvervoer van +5% naar +2%.
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 12 / 35
Gemeente Beuningen Op basis van een gemeentelijke analyse van het aantal deelnemers in het leerlingenvervoer van de gemeente Beuningen is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +5% een te hoge aanname is. Rekening houdend met demografische ontwikkelingen wordt door de gemeente gevraagd een jaarlijkse toename van +2% in de MJPB op te nemen. Gemeente Doesburg De gemeente Doesburg verwacht dat het jeugdwet vervoer in 2026 substantieel hoger ligt dan in 2025 is gerealiseerd. Daardoor is de begroting voor het jeugdwet vervoer naar boven bijgesteld in vergelijking met de uitgangspunten uit de Kaderbrief 2027. Gemeente Heumen Op basis van een gemeentelijke analyse van het routevervoer van de gemeente Heumen, is door de gemeente geconcludeerd dat de jaarlijkse toename in het routevervoer over de volle breedte naar beneden bijgesteld kan worden. De jaarlijkse toename routevervoer is in de MJPB op 0% bepaald. Gemeente Lingewaard Op basis van een gemeentelijke analyse van het doelgroepenvervoer heeft de gemeente Lingewaard gevraagd om voor meerdere vervoersoorten de uitgangspunten voor het bepalen van de begroting aan te passen.
Doordat de gemeente Lingewaard actief stuurt op de inzet van andere vormen van vervoer en de verwachting is dat het aantal deelnemers in het jeugdwet vervoer minder toename zal laten zien dan de in de Kaderbrief opgenomen +15%, is gevraagd de structurele toename van het jeugdwet vervoer in de MJPB naar +3% bij te stellen. Binnen de gemeente Lingewaard wordt alternatief vervoer van kinderen binnen het leerlingenvervoer gestimuleerd. Daarnaast is het aantal deelnemers in het leerlingenvervoer binnen de gemeente Lingewaard de laatste jaren stabiel gebleven. Beide constateringen hebben ertoe geleid dat de gemeente heeft verzocht om de meerjarige toename van het leerlingenvervoer naar 0% bij te stellen. Op basis van de Kaderbrief 2027 was dit +5%. Gemeente Nijmegen Op basis van een gemeentelijke analyse van het aantal deelnemers in het leerlingenvervoer van de gemeente Nijmegen is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +5% een te hoge aanname is. Rekening houdend met demografische ontwikkelingen en wijzigend beleid is door de gemeente gevraagd een jaarlijkse toename van 0% in de MJPB op te nemen. Gemeente Overbetuwe Door beleidsontwikkelingen rondom het vervoer naar jeugdhulplocaties, wordt een lagere groei verwacht dan het algemeen uitgangspunt uit de Kaderbrief voor het aantal deelnemers jeugdwet vervoer in de gemeente Overbetuwe.
De gemeente Overbetuwe heeft daardoor aangegeven de jaarlijkse toename van het jeugdwet vervoer in de MJPB bij te stellen van +15% naar +5%.
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 13 / 35
Gemeente Rheden Op basis van een gemeentelijke analyse van het doelgroepenvervoer van de gemeente Rheden is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +5% voor het vraagafhankelijk vervoer en +15% voor het jeugdwet vervoer te hoge aannames zijn. Voor het jeugdwet vervoer wordt gevraagd de jaarlijkse toename te verlagen naar +5%. Door de inzet van alternatieve voorzieningen als de Plusbus en vervoer door vrijwilligers via het Meldpunt vrijwillige thuiszorg, wordt gevraagd om voor de jaarlijkse toename vraagafhankelijk vervoer rekening te houden met 0%. Gemeente Westervoort Door in te zetten op voorliggende voorzieningen, zoals bijvoorbeeld de Plusbus, wordt door de gemeente Westervoort aangegeven dat de jaarlijkse toename voor het dagbesteding vervoer bij te stellen van +5% naar 0%. Op basis van een gemeentelijke analyse van het leerlingenvervoer is door de gemeente Westervoort geconcludeerd dat de jaarlijkse toename naar beneden bijgesteld kan worden. De toename wijzigt hierdoor van +5% naar 0%. Gemeente Zevenaar Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk en routevervoer van de gemeente Zevenaar is door de gemeente geconcludeerd dat het algemene uitgangspunt voor het opstellen van de begroting bijgesteld kan worden voor het leerlingenvervoer.
Op basis van de geactualiseerde demografische gegevens wordt voor het leerlingenvervoer een jaarlijkse toename verwacht van +3% (Kaderbrief 2027 +5%).
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 14 / 35
2. Beleidsbegroting De beleidsbegroting bestaat uit 2 onderdelen (art. 7 lid 2 BBV): •
het programmaplan
•
de paragrafen
2.1. Programmaplan Hierna wordt per programma aangegeven wat onze uitgangspunten zijn bij de uitvoering van onze taken. Uit te voeren taken Door de deelnemers is de sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer aan de BVO DRAN overgedragen. Beleidskaders Bij de uitvoering van de taken op het gebied van doelgroepenvervoer gelden, naast de wettelijke voorschiften, de beleids- en/of toetsingskaders die worden aangegeven door de deelnemende gemeenten. Ontwikkelingen Het is van belang om tijdig in te spelen op veranderingen en voorspelbaar te blijven voor de deelnemende gemeenten. Het kan gaan om door gemeenten geïnitieerde beleidsaanpassingen, maar ook om veranderende wet- en regelgeving voor gemeenten en gecontracteerde marktpartijen. Daarnaast is de instroom van nieuwe door de gemeenten geïndiceerde reizigers een belangrijke factor die invloed heeft op de omvang van de werkzaamheden van de BVO DRAN. Indeling en opzet programma’s De programma’s zijn ingericht met de 3 W-vragen (art. 8 lid 3 BBV): •
Wat willen we bereiken?
•
Wat gaan we daarvoor doen?
•
Wat mag het kosten?
Onder “Wat willen we bereiken?” wordt bij het vervoer naast een algemene beschrijving over wat we willen bereiken ook ingegaan op specifieke prestatie indicatoren voor de uitvoering van Avan. Bij “Wat mag het kosten?” zijn naast de lasten ook de reizigersbijdragen en de bijdragen van de deelnemende gemeenten geraamd. Het programmaplan bestaat uit de volgende programma’s: 1. Vraagafhankelijk vervoer 2. Routevervoer En het overzicht: 3. Overhead
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 15 / 35
De indeling van de programma’s in de begroting beoogt de financiële inzichtelijkheid van het totale takenpakket zo goed mogelijk in beeld te brengen, te kunnen budgetteren en er later in de jaarrekening over te kunnen verantwoorden.
2.1.1.
Programma vraagafhankelijk vervoer
Wat willen we bereiken? •
Een kwalitatief goede uitvoering van het vraagafhankelijk vervoer met Avan door het callcenter en de vervoerders. De BVO DRAN monitort de kwaliteit van de dienstverlening aan de hand van contractueel vastgelegde kritische prestatie indicatoren (KPI's). In het Programma van Eisen (PvE) vraagafhankelijk vervoer en het PvE callcenter staat weergegeven welke KPI's zijn bepaald en naar welke normen wordt gestreefd.
•
Gedurende de contractperiode met de vervoerders is de ambitie om uiterlijk 1 augustus 2028 te komen tot een volledig emissieloos vraagafhankelijk vervoer binnen Avan.
•
Een goede sturing en (financiële) beheersing van de uitvoering van het vraagafhankelijk vervoer met Avan.
Wat gaan we daarvoor doen? •
Afspraken omtrent het vraagafhankelijk vervoer zijn vastgelegd in de contracten met het callcenter en de vervoerders. Met behulp van systeemtechnisch ingerichte contractbeheersing wordt naleving van de contracten en daarmee de kwaliteit en de financiële afhandeling van de uitvoering gemonitord en geborgd.
•
De vervoerders en het callcenter hebben de contractuele verplichting om jaarlijks een audit uit te laten voeren op hun (financiële) processen en (financiële) systemen.
•
Analyseren van de (realtime) rittenbakken, zowel kwalitatief als financieel. Het verzorgen van periodieke managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie en op basis daarvan rapporteren en (bij)sturen op de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de KPI's zoals beschreven in de PvE's het uitgangspunt voor de monitoring en controles.
•
Voorafgaand aan ieder bestuurlijk overleg (5x per jaar) is er minimaal één voorbereidend ambtelijk overleg om de onderwerpen van het bestuurlijk overleg voor te bespreken. Aanvullend worden de financiële aspecten separaat besproken met de financials van de gemeenten.
•
Structureel, voorafgaand aan het voorbereidend ambtelijk overleg, afstemming met gemeenten over vraagafhankelijk vervoer gerelateerde zaken.
•
Structurele aanwezigheid bij het overleg Regionale Adviesraad Doelgroepenvervoer om ervaringen van gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan.
•
Goede communicatie over de uitvoering van het vervoer met betrokken partijen en gebruikers Avan.
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 16 / 35
Wat mag het kosten?
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 17 / 35
2.1.2.
Programma routevervoer
Wat willen we bereiken? •
Een kwalitatief goede uitvoering van het routevervoer met Avan door de vervoerders. De BVO DRAN monitort de kwaliteit van de dienstverlening aan de hand van contractueel vastgelegde kritische prestatie indicatoren (KPI's). In het Programma van Eisen (PvE) routegebonden vervoer staat weergegeven welke KPI's zijn bepaald en naar welke normen wordt gestreefd.
•
Gedurende de contractperiode met de vervoerders is de ambitie om uiterlijk 1 augustus 2028 te komen tot een volledig emissieloos routevervoer binnen Avan.
•
Een goede sturing en (financiële) beheersing van de uitvoering van het routevervoer met Avan.
Wat gaan we daarvoor doen? •
Afspraken omtrent het routevervoer zijn vastgelegd in de contracten met de vervoerders. Met behulp van systeemtechnisch ingerichte contractbeheersing wordt naleving van de contracten en daarmee de kwaliteit en de financiële afhandeling van de uitvoering gemonitord en geborgd.
•
De vervoerders hebben de contractuele verplichting om jaarlijks een audit uit te laten voeren op hun (financiële) processen en (financiële) systemen.
•
Analyseren van de (realtime) rittenbakken, zowel kwalitatief als financieel. Het verzorgen van periodieke managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie en op basis daarvan rapporteren en (bij)sturen op de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de KPI's zoals beschreven in het PvE het uitgangspunt voor de monitoring en controles.
•
Voorafgaand aan ieder bestuurlijk overleg (5x per jaar) is er minimaal één voorbereidend ambtelijk overleg om de onderwerpen van het bestuurlijk overleg voor te bespreken. Aanvullend worden de financiële aspecten separaat besproken met de financials van de gemeenten.
•
Structureel, voorafgaand aan het voorbereidend ambtelijk overleg, afstemming met gemeenten over routevervoer gerelateerde zaken.
•
Structurele aanwezigheid bij het overleg Regionale Adviesraad Doelgroepenvervoer om ervaringen van gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan.
•
Goede communicatie over de uitvoering van het vervoer met betrokken partijen en gebruikers Avan.
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 18 / 35
Wat mag het kosten?
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 19 / 35
2.1.3.
Overzicht overhead
MJPB 2027-2030 BVO DRAN
p. 20 / 35
2.2. Paragrafen In de begroting wordt in afzonderlijke paragrafen ingegaan op de beleidslijnen met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten van de organisatie. In de BBV (art. 9 lid 2) staat aangegeven dat in de begroting ten minste de volgende paragrafen opgenomen moeten zijn, tenzij het desbetreffende aspect niet aan de orde is: •
lokale heffingen
•
weerstandsvermogen en risicobeheersing
•
onderhoud kapitaalgoederen
•
financiering
•
bedrijfsvoering
•
verbonden partijen