CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Samenleving en Bestuur 7 mei 2025, gemeente Westervoort28.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - Commissie Samenleving en Bestuur van 7 mei 2025 01 02

Opening Vaststellen agenda 20250507-agenda-commissie-s-&-b 03.A Mededelingen commissie- en collegeleden 03.B Inspreken inwoners 04 Regiozaken/Gemeenschappelijke regelingen 04 Regiozaken/Gemeenschappelijke regelingen 05 Besluitenlijst d.d. 31 maart 2025 20250331-besluitenlijst-commissie-samenleving-en-bestuur-concept 06 Lijst van aandachtspunten d.d. 19 mei 2025 20250519-lijst-van-aandachtspunten-commissies-en-raad-actueel 07 Leesmap 20250507-14- Informatie over lokaal beleid suïcidepreventie en de GR2026 20250507-15-Armoedefonds-bericht 20250507-15-Armoedefonds-bericht-bijlage1-onderzoek 08 ‎ trategische notitie en scenario 2040 Sociaal Domein S 20250519-rv-strategische-notitie-en-scenario-2024-sociaal-domein 20250519-rv-strategische-notitie-en-scenario-2024-sociaal-domein-bijlage-1-strategische-notitie 20250519-rv-strategische-notitie-en-scenario-2024-sociaal-domein-bijlage-2-raadsbesluit 20250519-rv-strategische-notitie-en-scenario-2024-sociaal-domein-bijlage-3-format-waarderen-scenario' s 20250519-rv-strategische-notitie-en-scenario-2024-sociaal-domein-bijlage-4-indeling-criteria-definities 20250519-rv-strategische-notitie-en-scenario-2024-sociaal-domein-bijlage-5-verslag-klankbordgroep 09 Zienswijze meerjarenprogrammabegroting en begroting BVO DRAN 20250519-rv-bvo-dran.docx-aangepast 20250519-rv-bvo-dran-bijlage-1-aanbiedingsbrief 20250519-rv-bvo-dran-bijlage-2-mjpb

20250519-rv-bvo-dran-bijlage-3-kaderbrief 20250519-rv-bvo-dran-bijlage-4-zienswijze 20250519-rv-bvo-dran-bijlage-5-knoppenplan 20250519-rv-bvo-dran-bijlage-6-raadsbesluit 10 Rondvraag 11 Sluiting

Datum: 17 april 2025

Kenmerk: Raad 19 mei 2025

Onderwerp: Uitnodiging commissie Samenleving & Bestuur

Contactpersoon: H. Nomden - Bremer (088-6953655)

Geachte leden van de commissie Samenleving & Bestuur, Namens de voorzitter nodig ik u uit tot het bijwonen van de openbare vergadering van de commissie Samenleving & Bestuur. Datum Tijdstip aanvang Plaats

: woensdag 7 mei 2025 : 20.00 uur : raadzaal gemeentehuis Westervoort

Technische vragen en voorstellen voor tekstuele aanpassingen van de notulen kunt u vóór woensdag 30 april 2025 - 8.00 uur naar de griffie mailen. U kunt daarvoor gebruikmaken van het emailadres griffie@westervoort.nl. Met vriendelijke groet, de griffier van de commissie Samenleving & Bestuur

H. Nomden - Bremer

Pagina 1 van 2

A.

Agenda commissie Samenleving & Bestuur 7 mei 2025 Onderwerp

Voorstel

Portefeuillehouder

1.

Opening

2.

Vaststellen agenda

Bespreken

3.

A. Mededelingen commissie- en collegeleden B. Inspreken inwoners

Bespreken

4.

Regiozaken / Gemeenschappelijke regelingen

Bespreken

5.

Besluitenlijst d.d. 31 maart 2025

Vaststellen

6.

Lijst van aandachtspunten raad d.d. 19 mei 2025

Bespreken

7.

Leesmap

Bespreken

8.

Strategische notitie en scenario 2024 Sociaal Domein

Adviseren

Wethouder Derksen

9.

Zienswijze meerjarenprogrammabegroting 2026-2029 inclusief gewijzigde begroting 2025 BVO DRAN

Adviseren

Wethouder Derksen

10. Rondvraag 11. Sluiting

Pagina 2 van 2

Besluitenlijst Commissie Samenleving en Bestuur 31 maart 2025 Aanwezig Voorzitter Commissiegriffier

: De heer B.T.M. Schulte : Mevrouw H. Nomden – Bremer

Commissieleden

: VVD D66 CDA PvdA GroenLinks

Mevrouw S. Keurntjes, mevrouw J.G. Berings- Teunissen Mevrouw M.C.T.W. Abbink, mevrouw H.H. Egberink Mevrouw J.J. van Schuylenburg, de heer J.C van Heusden De heer H. Lippinkhof Mevrouw S.J. Feenstra-Gonzales, de heer R. Raaijman

Tevens aanwezig

: Portefeuillehouder A.J. van Hout Portefeuillehouder J.W. Derksen Portefeuillehouder P.J.H. Pennekamp Portefeuillehouder L.S. Kaper

Notulist

: Mevrouw S. Beernink

1

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet het college, de leden van de commissie en de kijkers via de livestream welkom.

2

Vaststellen agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

3

A. Mededelingen commissie- en collegeleden Er zijn een aantal mededelingen vanuit college: - Portefeuillehouder Kaper vraagt of er een raadslid kan deelnemen aan de Hanzehofbijeenkomst (georganiseerd door Circulus.) - Portefeuillehouder Van Hout vertelt over de activiteiten rondom 80 jaar bevrijding. - Portefeuillehouder Derksen meldt dat 17 maart het wandelnetwerk is geopend en noemt de app ‘’Samen op pad”. - 27 Maart heeft het toeristisch café plaatsgevonden voor ondernemers in de toerisme industrie. Het was een goede bijeenkomst geeft portefeuillehouder Derksen aan. - Portefeuillehouder Van Hout maakt attent op de documentaire vanuit Westervoorts perspectief met interviews over burgers die in de oorlogstijd hebben geleefd in Westervoort. - Gedeputeerde Staten is op bezoek geweest, portefeuillehouder Van Hout vertelt erover. B. Inspreken inwoners over punten die niet op de agenda staan Er hebben zich geen inwoners aangemeld.

4

Regiozaken/Gemeenschappelijke regelingen Dhr. Lippinkhof geeft een toelichting over de vergadering van de Klankbordgroep Rekenkamer. De rondgang langs de fracties is afgerond en het vergrijzingsonderzoek loopt. Daarnaast is er

met de griffie besproken dat de Rekenkamer meegenomen wordt in het inwerkprogramma voor nieuwe raadsleden. Tevens geeft dhr. Lippinkhof een toelichting over de GMR (Groene Metropool Regio) agendacommissie. Er is een voordeel van €700.000,- dat terugvloeit naar de gemeenteraden. De raad mag straks een afgevaardigde aanwijzen om plaats te nemen in het algemeen bestuur. De thema’s Regionaal programma werklocaties en notitie voortgang Gebiedsprogramma’s zijn actueel momenteel. Informatie over deze GMR-commissie komt nog richting de raad. 5

Besluitenlijst commissie S&B d.d. 15 januari 2025 De besluitenlijst wordt tekstueel ongewijzigd vastgesteld. Naar aanleiding van: Mw. Feenstra (GroenLinks) wil graag weten of er iets gedaan is met het voorbeeld van gemeente Arnhem waar inwoners brieven mogen terugsturen als ze het niet begrijpen. Portefeuillehouder Van Hout antwoordt dat er binnen de gemeente Westervoort aandacht is voor het schrijven van begrijpelijke brieven, de keerzijde is dat brieven toch ook een juridische context nodig hebben. Het voorbeeld is daarom niet helemaal overgenomen.

6

Lijst van aandachtspunten d.d. 14 april 2025 Er zijn geen opmerkingen over de lijst van aandachtspunten.

7

Leesmap Er zijn geen opmerkingen over de leesmap

8

Herijken subsidiebeleid Westervoort Samenvatting Het subsidiebeleid voor Westervoort – bestaande uit het subsidiebeleidskader en de algemene subsidieverordening (ASV) – is herijkt. Met het nieuwe subsidiebeleidskader en de ASV kan de gemeente subsidie als instrument op een juiste wijze inzetten om bij te dragen aan de gemeentelijke doelen. Het verschaft de gemeente ook de nodige kaders om subsidies te verstrekken en geeft duidelijkheid aan subsidieontvangers. Beslispunten 1. Het subsidiebeleidskader vast te stellen. 2. De algemene subsidieverordening vast te stellen. Mw. Berings (VVD) is verheugd over het tot stand gekomen stuk, helder geschreven en overzichtelijk. Een aandachtspunt blijft afstemming over de toereikendheid van de subsidie. Ze heeft een aantal vragen, ze mist de beslissingstermijn van de subsidietoekenning in het stuk en heeft een vraag over de digitale aanvraag. Tot slot wil fractie VVD graag weten welke verordening er nu precies vervalt. Mw. Feenstra (GroenLinks) is positief over het stuk en geeft aan dat de beleidsuitgangspunten helder geformuleerd zijn. Hopelijk zijn de subsidieaanvragen in begrijpelijke taal, ze vraagt of de portefeuillehouder dit kan bevestigen. Dhr. Van Heusden (CDA) heeft waardering voor het actualiseren van deze regeling.

Hij benoemt zes aandachtspunten: de financiële impact, afbouwende subsidies, de bijdrage aan Westervoort, de kleine verenigingen, de overgangsperiode nieuwe aanvragers en de overgangsperiode bestaande subsidies. Mw. Abbink (D66) noemt het herijken van het subsidiebeleid een transparant proces. De fractie

D66 ziet de input van de raad en maatschappelijke organisaties terug. Ze wijst nog even op de huidige informatie voor verenigingen op de website, komt dit overeen met de situatie? Daarnaast heeft mw. Abbink (D66) vragen over de inspanningsverplichting van verenigingen en ontvangt ze graag een jaarlijkse lijst met subsidieaanvragen. Tot slot is ze benieuwd waar de subsidiebedragen op zijn gebaseerd. Dhr. Lippinkhof (PvdA) maakt een aantal positieve opmerkingen over het stuk, onder andere dat in de algemene subsidieverordening helder is omschreven waar het om gaat. Ook zijn de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van partners en actoren duidelijk vastgelegd. Portefeuillehouder Pennekamp dankt voor de steun en complimenten over het voorstel. Hij beantwoordt samen met de projectleider dhr. Tiekink de vragen over onder andere de beslissingstermijn, positie kleine verenigingen, afbouwende subsidies en de overgangsperiode. Op de vraag over begrijpelijke taal, geeft dhr. Tiekink aan de toegankelijkheid van de website voor subsidieaanvragers te willen verbeteren. De welzijnsverordening 2010 wordt op termijn ingetrokken. Portefeuillehouder Pennekamp zegt toe de regelingen te delen met de raad. Ze staan ook op de website overheid.nl, maar het is geen probleem om deze te delen met de raad. Er komen wederom participatieavonden voor verenigingen (per domein).

De raad is van harte welkom bij deze bijeenkomsten. De vragen zijn beantwoord, geven de raadsleden aan. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering. 9.

Zienswijzeprocedure wijziging gemeenschappelijke regeling 1Stroom (2025) i.v.m. wijziging directiestructuur en kostenverdeling Samenvatting Medio 2024 is de directiestructuur binnen 1Stroom gewijzigd. Eind 2024 heeft het algemeen bestuur van 1Stroom ingestemd met een nieuwe systematiek voor de kostenverdeling. In de gemeenschappelijke regeling dienen beide wijzigingen doorgevoerd te worden. Het wijzigingsproces wordt met het ter zienswijze voorleggen van het ontwerpwijzigingsbesluit opgestart. De raad wordt in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Beslispunt Geen zienswijze indienen op het ontwerpwijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling 1Stroom. Dhr. Raaijman (GroenLinks en ook namens PvdA) geeft aan dat het voorstel wel laat wordt voorgelegd. Een organisatieverbetering hangt niet af van de structuur, maar blijft het resultaat van mensen die er werken en daar hebben ze vertrouwen in. Mw. Keurntjes (VVD) spreekt waardering uit voor de heldere was-wordt tabel en het transparante proces. De fractie VVD gaat akkoord met het beslispunt. Mw. Egberink (D66) gaat akkoord met het beslispunt. Mw. Van Schuylenburg (CDA) heeft de antwoorden op de technische vragen net voor de vergadering ontvangen en nog niet kunnen bekijken. Hoewel er een extra bedrag is opgenomen, is het de vraag of het genoeg is. Daarnaast vraagt mw.

Van Schuylenburg (CDA) zich af of het niet ongeïnteresseerd overkomt om geen zienswijze in te dienen, de raad is immers betrokken bij het ambtelijk apparaat. Ze geeft aan dat het voorstel lang onderweg is geweest. Hoewel ze begrip hebben voor de gemaakte keuzes, had de fractie CDA graag eerder betrokken willen worden in het proces. Deze zienswijze had de fractie graag willen meegeven, ze doen een oproep aan de andere commissieleden om alsnog een zienswijze in te dienen.

Portefeuillehouder Van Hout dankt voor de reacties en geeft aan het vervelend te vinden dat de raad er nu pas wat van kan vinden. Dhr. Raaijman (GroenLinks) staat positief tegenover de oproep van CDA. Mw. Van Schuylenburg (CDA) houdt het voorstel aan. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering. 10

Rondvraag Dhr. Van Heusden (CDA) maakt een opmerking over de verhuiscoach. Hij heeft signalen opgevangen dat door strikte interpretatie van regels 55-plussers alsnog niet kunnen doorstromen naar een kleinere woning. Portefeuillehouder Kaper brengt het punt onder de aandacht van Vivare. Mw. Berings (VVD) maakt attent op de huurdersvereniging TweeStromenland, wellicht is het een optie om het ook daar te melden.

11

Sluiting De voorzitter bedankt allen voor de aanwezigheid en sluit de vergadering om 20.53 uur.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Samenleving en Bestuur van 6 mei 2025. De commissiegriffier,

De voorzitter,

H. Nomden – Bremer

B.T.M. Schulte

Griffie gemeente Westervoort

Lijst van aandachtspunten commissie- en raadsvergaderingen behorend bij de raadsvergadering van 19 mei 2025 (Aanvullingen zijn geel weergegeven) Nr.

1. 41

Datum

04-11-2022

13-10-2022

16-11-2023

18-04-2024

Onderwerp

Wegenareaal

Portefeuillehouder

Stand van zaken

Realisatie & Beheer Ruimte, Samenleving en Ontwikkeling Financiën en Belastingen Informatiemanagement, bestuursondersteuning en projecten Sociaal Domein Pennekamp Aangenomen motie 4 juli 2022: Verzoekt het college: - Te onderzoeken op welke wijze het wegenbeheer zo efficiënt mogelijk plaats kan vinden, zowel intern als extern; - Hiervoor € 10.000,- beschikbaar te stellen uit de algemene reserves. - De uitkomsten van dit onderzoek terug te koppelen aan de Raad. Voorgesteld wordt om de uitwerking van de motie wegenareaal van juli 2022 te betrekken bij het opstellen van het integrale beheerplan. Dit beheerplan zal als uitvloeisel van het IBOR worden opgesteld en per discipline (wegen, groen, bomen etc.) specifieke onderdelen bevatten. Werkproces/beheercyclus/prioriteiten zijn onderdeel van het beheerplan en passen naadloos bij de motie. Nadat het IBOR naar verwachting begin 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld, start het opstellen van het integrale beheerplan. Uitvoering van de motie voordat het beleid is vastgesteld wordt afgeraden vanwege het risico dat het niet op elkaar aansluit. Een beheerplan maakt onderdeel uit van de drietrapstrategie beleid-beheer-onderhoud. De bestuurlijke vaststelling van het IBOR beleidsplan is vertraagd. Hierdoor is het proces voor het integrale beheerplan uitgesteld.

Het IBOR zal naar verwachting eind Q1/begin Q2 van 2024 ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Vaststelling IBOR 22 april 2024. Dit betekent dat daarna het proces voor een beheerplan kan worden opgestart. De uitvoering van de motie wegenareaal zal waarschijnlijk niet meer haalbaar zijn voor eind 1/8

Nr.

Datum

Onderwerp

Portefeuillehouder

Stand van zaken

Realisatie & Beheer Ruimte, Samenleving en Ontwikkeling Financiën en Belastingen Informatiemanagement, bestuursondersteuning en projecten Sociaal Domein 2024.

30-09-2024 10-10-2024

De CDA fractie verzoekt om een maand/datum toe te voegen wanneer de uitvoering van de motie haalbaar is. Op basis van de motie zijn gesprekken gevoerd met Scalabor en de RSD de Liemers. Zij geven aan dat er geen mensen beschikbaar zijn om dit specifieke en zware werk uit te voeren. Verder zijn er gesprekken geweest en volgen nog gesprekken met andere gemeenten in de regio die meer uitvoeringstaken zelf uitvoeren. Uit de gesprekken die we hebben gehad blijkt dat stratenmakers ook voor die gemeenten nauwelijks of niet van de markt te halen zijn. Een exacte datum van afhandeling kunnen we nu nog niet geven omdat we de vraag breder trekken en ook kijken of dit wel kan op bijvoorbeeld groenonderhoud! We schatten in dat we nog zeker tot de zomer 2025 gesprekken voeren en mogelijkheden bekijken en uitwerken als die er zijn.

29-10-2024

De CDA-fractie heeft begrip voor de zorgvuldigheid, maar heeft zorgen over het lange tijdsverloop. Het is de verwachting dat de terugkoppeling pas na de zomer zal plaatsvinden. Dit vanwege capaciteitsproblemen door o.a. het project Financieel gezond.

24-02-2025 7. 73

27-05-2024

Gebiedsvisie Westervoort Noord - Uitvoering participatie

Pennekamp

Aangenomen motie 27 mei 2024: Draagt het college van Burgemeester en Wethouders op om: bij vervolgstappen van Westervoort-Noord, zoals de stedenbouwkundige visie, ook de inbreng van geïnteresseerden en belanghebbenden buiten de klankbordgroep terug te koppelen en transparant en navolgbaar voor de raad in beeld te brengen.

14-01-2025

Er heeft een bijeenkomst met buurtbewoners plaatsgevonden. Een verslag hiervan volgt.

10-03-2025

Wethouder Pennekamp zal zorgen dat het verslag van de buurt bijeenkomst bij de raad komt.

18-03-2025

De raad heeft een verslag van de bijeenkomst ontvangen (13-02-2025). (zie bijlagen 3 en 4 lijst van 2/8

Nr.

Datum

Onderwerp

Portefeuillehouder

Stand van zaken

Realisatie & Beheer Ruimte, Samenleving en Ontwikkeling Financiën en Belastingen Informatiemanagement, bestuursondersteuning en projecten Sociaal Domein aandachtspunten raad 14 april 2025) 8. 74

27-05-2024

Gebiedsvisie Westervoort Noord –Fietsroute

Kaper

Aangenomen motie 27 mei 2024: Draagt het college op: Bij de verdere uitwerking in het Stedenbouwkundig plan in samenhang met de (aankomende) mobiliteitsvisie en het mobiliteitsplan te onderzoeken of een doorgaande fietsroute tussen de IJsseldijk en de (geprojecteerde) snelfietsroute in Westervoort Noord kan worden gerealiseerd en niet langs de kleigaten en deze -bij een positieve uitkomst van het onderzoek- in het Stedenbouwkundig plan te projecteren.

10-03-2025

Wethouder Kaper meldt dat een fietsroute niet mogelijk is. Een schriftelijke notitie volgt.

18-03-2025

De raad heeft een schrijftelijke notitie ontvangen ( zie bijlage 1 en 2 – lijst van aandachtspunten raad 14 april 2025)

11. 77

01-07-2024

Westervoort 1300 jaar

Van Hout

Aangenomen motie raad 1 juli 2024: draagt het college op: 1. In de Voorjaarsnota een éénmalig bedrag op te nemen van € 25.000 ten behoeve van evenementen die samenhangen met Westervoort 1300 jaar; 2. Contact op te nemen met rijk, provincie en Euregio Rhein Waal om te onderzoeken of van daaruit subsidies te verkrijgen zijn voor evenementen die verband houden met Westervoort 1300 jaar; 3. het benodigde bedrag ad € 25.000 ten laste te brengen van het extra budget dat voor de jaren 2025, 2026 en 2027 ten onrechte is voor het MDT-project Sociale Weerbaarheid van totaal € 30.000.

12. 78

01-07-2024

IBOR

Pennekamp

Aangenomen motie raad 1 juli 2024: Spreekt uit: In de afweging van besluitvorming van zaken in de openbare ruimte prioriteit te verlenen aan drie van de op pagina 15 van het document “Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033” benoemde ambities. De drie bedoelde ambities zijn: • De ambitie genoemd onder punt 2:klimaatadaptatie 3/8

Nr.

Datum

Onderwerp

Portefeuillehouder

Stand van zaken

Realisatie & Beheer Ruimte, Samenleving en Ontwikkeling Financiën en Belastingen Informatiemanagement, bestuursondersteuning en projecten Sociaal Domein • De ambitie genoemd onder punt 5: biodiversiteit • De ambitie genoemd onder punt 3: circulariteit en energiebesparing En verzoekt het college: Uitvoering aan deze prioriteiten te geven, mits dat -met het oog op de integrale benadering van uitvoering van zaken in de openbare orde- geen financiële strijdigheid oplevert met andere ambities en randvoorwaarden, een en ander ter beoordeling van vakspecialisten. 24-02-2025

17.

16-12-2024

De motie wordt verwerkt in het integrale beheerplan. Het streven is om het beheerplan eind juni aan het college aan te bieden. De Raad wordt geïnformeerd middels een kennisgeving. Ontwikkelagenda Bestuurskrachtontwikkeling

Van Hout

11-02-2025 20.

16-12-2024

Eind Q1 kan de raad een kennisgeving verwachten. Najaarsnota

Pennekamp

14-01-2025 21.

16-12-2024

De CDA-fractie verzoekt de Ontwikkelagenda Bestuurskrachtontwikkeling naar aanleiding van het raadsbesluit toe te voegen. In het plan van aanpak ontbreekt door wie en wanneer de acties opgepakt gaan worden en wanneer het afgerond gaat worden. De heer Tap wacht nog op een uitspraak van de voorzitter wanneer het plan van aanpak van het college en de organisatie verwacht kan worden en hoeveel steun de raadswerkgroep van de organisatie kan krijgen.

De GroenLinks- fractie wenst een ontwerp van het overzicht financiële gevolgen per raadsvergadering en een aanpassing van de voor- en najaarsnota m.b.t. vermelding van de aangepaste en oorspronkelijke budgetten. Hier wordt door de organisatie aan gewerkt.

Motie vreemd - Hekwerken

Pennekamp

Aangenomen motie raad 16 december 2024: De raad draagt het college op: 1. Een onderzoek uit te voeren naar de meest geschikte locaties voor het plaatsen van minimaal twee hekwerken, maximaal drie, langs invalswegen binnen de gemeente Westervoort. Met als doel veilige en zichtbare plekken te bieden voor het ophangen van banners door verenigingen en niet-commerciële partijen; 4/8

Nr.

Datum

Onderwerp

Portefeuillehouder

Stand van zaken

Realisatie & Beheer Ruimte, Samenleving en Ontwikkeling Financiën en Belastingen Informatiemanagement, bestuursondersteuning en projecten Sociaal Domein 2. Voor de realisatie van deze hekwerken een maximaal bedrag van €13.000 beschikbaar te stellen, inclusief kosten voor de hekwerken, leges en plaatsing; 3. Bij de uitvoering rekening te houden met: o Het waarborgen van de veiligheid voor weggebruikers en gemeentelijk personeel; o Duurzaamheid en onderhoudsvriendelijkheid van de hekwerken; o Het voorkomen van visuele en fysieke vervuiling in de openbare ruimte; 4. Het resultaat van het onderzoek uiterlijk voor 1 maart 2025 aan de raad te presenteren. De aanvraag is in gang gezet begin april volgt nadere info.

31-01-2025

Op dit moment worden een aantal locaties beoordeeld op de verschillende voorgelegde criteria, inclusief beschikbaarheid, onderhoud en verkeersveiligheid. Daarna kan via een vooroverleg bij het Omgevingsloket de definitieve haalbaarheid worden vastgesteld. Wethouder Pennekamp zal de uitkomsten van dit vooronderzoek eind april aan de raad kenbaar maken, waarna tot uitvoering kan worden overgegaan.

24-02-2025 14-04-2025

Wethouder Pennekamp geeft aan dat er diverse offertes worden opgevraagd. Het plaatsen van de hekwerken zal niet voor de zomer plaatsvinden.

22.

16-12-2024

Motie vreemd - Lokale ondernemers

Pennekamp

Aangenomen motie raad 16 december 2024: Roept het college op: 1. Bij onderhandse aanbestedingen actief lokale ondernemers uit Westervoort uit te nodigen;

25.

10-03-2025

Herplanten bomen

Pennekmap

Er staat vermeldt dat komende winter 43 bomen vervangen worden mits er budget voor is. In het integraal beheerplan is vastgesteld dat alles op orde gehouden zou kunnen worden. Wethouder Pennekamp komt terug op de vraag waarom hier apart budget voor moet zijn.

26.

10-03-2025

Repair Café

Kaper

Wethouder Kaper komt schriftelijk terug op de vraag of er naast het Ondernemerscentrum een andere locatie voor het Repair café is gevonden.

01-04-2025

Het Repair café heeft een plek gevonden in Duiven en zoekt nog naar een inzamelpunt in Westervoort. 5/8

Nr.

Datum

Onderwerp

14-04-2025

Stand van zaken

Realisatie & Beheer Ruimte, Samenleving en Ontwikkeling Financiën en Belastingen Informatiemanagement, bestuursondersteuning en projecten Sociaal Domein De CDA fractie) verzoekt het college een inleverplek in Westervoort te creëren, de mogelijkheid bij “De Herberg” te overwegen en de kosten hiervoor mee te nemen in de afweging bij de voorjaarsnota (afvalstoffenheffing). Wethouder Kaper geeft aan dat ook bij 2Switch wordt gekeken naar de mogelijkheden.

14-04-2025

28.

Portefeuillehouder

Motie Vreemd aan de orde inzake benutten woonvoorraad en kavels

Kaper

AANGEHOUDEN motie raad 14 april 2025: 1. De raad in stelling te brengen om met betrekking tot het beleid tot beter benutten van de bestaande woonvoorraad en kavels kaders, (rand) voorwaarden en eisen te stellen. 2.Belangstellende inwoners die aan het doel van dit beleid kunnen bijdragen in de gelegenheid te stellen middels een inwonersbijeenkomst inbreng te leveren in het vast te stellen nieuwe beleid. 3. De raad in de gelegenheid te stellen om na de stappen 1 en 2 het beleid vast te stellen, waarna het college tot uitvoering daarvan kan overgaan. 4. Het proces om tot vaststelling te komen hoge prioriteit te geven, nu de aanleiding voor de totstandkoming al terug gaat tot de motie over pre-mantelzorgwoningen van medio 2021.

KAN VAN DE LIJST AF 9. 75

6/8

Wat gaat er veranderen?

Nieuw per 1 juli 2025:

Gemeenten medeverantwoordelijk voor suïcidepreventie. Hoe neem je dat op in je verkiezingsprogramma?

• • • •

Per 1 juli 2025 wijzigt de Wet publieke gezondheid. 86% van de gemeenten heeft nog geen suïcidepreventiebeleid. Er ligt een bewezen effectief en goed uitvoerbaar model klaar. Van tijdelijk naar structureel gefinancierd: suïcides voorkom je met lange termijn beleid.

De drie pijlers voor suïcidepreventie in de nieuwe wet

Landelijk

December 2024 Betreft: Zet lokaal suïcidepreventiebeleid in uw

verkiezingsprogramma

Geachte lezer, twoordelijkheid. Gemeenten Suïcidepreventie wordt ook een gemeentelijke veran , met structureel budget vanuit de kunnen dit suïcidepreventiebeleid zelf vormgeven Rijksbegroting.

Ministers maken beleid om suïcides en suïcidepogingen te voorkomen (met VWS voorop)

Gemeentelijk Gemeenten maken beleid om suïcides en suïcidepogingen te voorkomen

effectief en goed uitvoerbaar model voor Positieve ervaringen zijn er al met een bewezen ien van een stappenplan. lokale suïcidepreventie. 113 heeft dit model voorz

Elke 4 jaar stelt de gemeente al het regionaal gezondheidsbeleid op. Suïcidepreventie wordt daar onderdeel van.

de gemeenteraadsverkiezingen. Zodat Neem suïcidepreventie op in uw programma voor lijk invulling aan wordt gegeven. het in zicht blijft tijdens de formatie en er daadwerke . Want alleen samen kunnen we suïcides voorkomen

Van alle mensen die overlijden door suïcide, was 60% niet in zicht van de zorg. Zij zijn wel in zicht van de wijk.

Neem bijvoorbeeld op: geven aan suïcidepreventie, [Partij] wil zo snel en goed mogelijk invulling toegesneden op onze lokale situatie. Hierna – en via

gemeenten verandert. deze link – meer over wat er door deze wet voor

Monique Kavelaars Bestuurder 113 Zelfmoordpreventie +31 (0)20 3113 883 info@113.nl 113.nl

€10

miljoen p/j

Gemeenten mogen dit beleid zelf vormgeven.

beschikbaar

Alle gemeenten aan de slag met lokaal suïcidepreventie beleid

Met vriendelijk groet,

113 Zelfmoordpreventie e AHTC, B toren 5 verdieping Paasheuvelweg 25 1105 BP Amsterdam

Er zijn al voorzieningen in de wijk op tal van risicofactoren, zoals eenzaamheid, schuldenproblematiek. Daarmee kan de gemeente een doorslaggevende rol spelen. Met een actieve benadering van risicogroepen, trainen van sleutelfiguren en publiekscampagnes.

KvK IBAN

17 23 75 27 NL40 RABO 0136 0505 65

Individueel Een gratis en anonieme 24/7 beschikbare hulplijn wordt geborgd

Het model voor suïcidepreventie bij gemeenten Huisarts Van Niekerk over Sumona

De bewezen effectieve methode waar meer dan 50 gemeenten al mee werken Stap 1:

In kaart brengen lokale situatie

Stap 2:

Zorg voor leiderschap en bestuurlijk draagvlak

Stap 3:

Stel een lokale coördinator aan

Breng het aantal suïcides en de kenmerken van de betrokkenen (zoals geslacht, leeftijd, inkomen en burgerlijke staat) in kaart en maak een analyse van de belangrijkste risicogroepen en risicofactoren: 113.nl/wat-kan-ik-doen/gemeenten/voorbereidingsstappen

Installeer een stuurgroep met lokale bestuurders, met een wethouder als ambassadeur: 113.nl/wat-kan-ik-doen/gemeenten/voorbereidingsstappen/stap-2

De spin in het web voor de netwerksamenstelling, secretaris van de stuurgroep en met aansturende rol voor het actieplan: 113.nl/wat-kan-ik-doen/gemeenten/voorbereidingsstappen/stap-3

Stap 4:

Start samenwerking op

Stap 5:

Ontwikkel een actieplan suïcidepreventie

Stel een kerngroep op van lokale partners om beleid en een actieplan te maken en uit te voeren: 113.nl/wat-kan-ik-doen/gemeenten/voorbereidingsstappen/stap-4

Ontwerp acties op ieder component van het EAAD model (zie ook volgende pagina) tot een samenhangend lokaal suïcidepreventiebeleid: 113.nl/wat-kan-ik-doen/gemeenten/voorbereidingsstappen/stap-5

Meer informatie Met het stappenplan en informatie op de website van 113 komt een nieuwe regio snel uit de startblokken. Via de website van 113 is veel informatie te vinden over beschikbare gatekeeperstrainingen. Ook vind je informatie over risicogroepen en specifieke handvatten. Hier vindt u de Uitvoeringstoets van de VNG. Het is mogelijk om lokaal aan te sluiten bij onze landelijke campagnes. 113 heeft als nationale organisatie voor suïcidepreventie veel ervaring opgebouwd en staat voor iedereen klaar met raad en daad op maat.

(SUïcidepreventie, MOnitoring en NAzorg): ‘Ik heb regelmatig slechte nachten gehad, omdat ik vreesde dat een patiënt er na het weekend niet meer zou zijn. Wat je zoekt op zo’n moment, is iemand die je vertrouwt en die snel inzetbaar is, zodat je de verantwoordelijkheid over je patiënt kunt delen. Sumona biedt dat alternatief, waardoor ik als huisarts het gevoel heb er niet alleen voor te staan.’

Achter een hoge bloeddruk kan een hele wereld schuil gaan Met de lokale sportvereniging, GGZ, Sociaal Wijkteam én gemeente heeft Arnhem de module suïcidepreventie toegevoegd aan de bestaande gezondheidscheck in achterstandswijken. Naast een lichamelijke check screent Arnhem ook op eenzaamheid én suïcidaliteit. Een laagdrempelige manier voor alle inwoners (met name mannen van middelbare leeftijd) om te weten hoe het nou echt met ze gaat en wat er schuilgaat achter “die zeurende rugpijn” of “hoge bloeddruk”. In gemeente Arnhem is bovendien het centrum voor Levensvragen en Suïcidepreventie geopend.

Leren door evalueren Suïcidepreventie vraagt om maatschappelijke verandering. Daartoe wordt suïcidepreventiebeleid elke vier jaar op- dan wel bijgesteld. Over de voortgang verantwoorden gemeenten aan hun gemeenteraad en de Staatssecretaris aan de Kamer. Dat vraagt monitoring die inzichtelijk maakt of we de juiste dingen, op de juiste manier doen. Maatschappelijk baten- / impactmanagement kan antwoord geven op die vragen. Je vertaalt de impactdoelstellingen in concrete, meetbate indicatoren. Zoveel mogelijk op basis van bestaande data. Zo weet je of je goed op weg bent en bepaal je de doelen voor de komende periode. Denk niet alleen aan het aantal suïcides, maar ook aan het aantal getrainde sleutelfiguren rondom risicogroepen en bij Sumona aangesloten huisartsen.

Lokaal suïcides voorkomen kan alleen samen Onderstaand bewezen effectief preventiemodel* wordt wereldwijd uitgevoerd en vormt een vangnet in de regio.

TOEGANG TOT DODELIJKE MIDDELEN BEPERKEN PUBLIEKSCAMPAGNE Taboe rondom het praten over zelfdoding doorbreken en durven vragen naar suïcidale gedachten. Mediarichtlijnen.

GATEKEEPERSTRAINING

Sleutelfiguren in het netwerk equiperen om signalen te herkennen, bespreekbaar te maken en mensen naar hulp te leiden.

RISICOGROEPEN

Alleen door er naar te vragen worden suïcidale gedachtes zichtbaar Formele en informele hulpverleners bieden een vangnet om zelfdoding te voorkomen. Al hun acties vormen samen een groter geheel en hebben impact. Denk aan: Familie en vrienden Schuldhulpverlening

Vroeg signaleren en benaderen van groepen met een hoger risico op overlijden door zelfdoding.

NETWERKBREDE SAMENWERKING

Samenwerkingsafspraken zodat alle lokale partners binnen en buiten de zorg hun rol pakken. Bron: *European Alliance Against Depression (EAAD).

Verslavingszorg

113

Onderwijs

Politie

Huisarts

UWV

GGZ e.a. zorg

Sportvereniging

GGD

Sociale wijkteams

Ziekenhuizen en SEH’s

Religieuze gemeenschap

Wethouder Marjon van der Ven, gemeente Hoorn, VVD: “Als gemeente kun je het verschil maken door actief mee te helpen om dit taboeonderwerp op de kaart te zetten. Hoorn heeft hierin goede ervaringen opgedaan met steun van 113 Zelfmoordpreventie. Andere gemeenten kunnen hier hun voordeel mee doen.”

Oproep van 113

Facts en figures

Verkeersdoden vs. suïcides

Naar een land waar niemand eenzaam en radeloos sterft door suïcide

Verkeersdoden

Suïcides

30

Neem suïcidepreventie op in uw verkiezingsprogramma. Zodat het in zicht blijft tijdens de formatie en er daadwerkelijk invulling aan wordt gegeven. Voorbeeld: Suïcidepreventie is per 1 juli 2025 ook een gemeentelijke taak. [Partij] wil zo snel en goed mogelijk invulling geven aan suïcidepreventie, toegesneden op de lokale situatie.

25

Doodsoorzaak nummer 1 onder

Suïcidepreventie kan alleen samen. We zijn allemaal onderdeel van de oplossing! Kijk op Gemeenten | 113 Zelfmoordpreventie

15 - 64

jongeren

jaar

van 10 tot 30 jaar

Iedere zelfdoding raakt gemiddeld

meer suïcides dan verkeerdoden

20

135

15

mensen (per jaar meer dan 250.000)

5

10

0

1950

1960

1970

1980

1990

2000

2010

202202

60% suïcides niet in beeld van zorg

Achtergrond

184.515 hulpvragen bij 113 in 2023

Subsidie ijken op gem. groei 20% per jaar bij streven van 95% bereikbaarheid.

Bijna

Wat gaat jouw politieke partij doen?

Doodsoorzaak nummer 2 onder mensen van

Bron: CBS

2,5x

Per 100.000

25%

Elke dag overlijden gemiddeld 5 mensen eenzaam en radeloos suïcide in Nederland. Jaarlijks zijn dat bijna 1.900 mensen. Dat zijn 2,5x zoveel doden als bij verkeersongevallen. Suïcide is de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren van 10 tot 30 jaar. Het verdriet van een suïcide raakt zo’n 135 mensen, dat zijn per jaar meer dan 250.000 mensen, vergelijkbaar met het aantal inwoners van Eindhoven. Van alle mensen die overlijdt door zelfdoding was 60% niet in zicht van de geestelijke gezondheidszorg. Maar die zijn wel in beeld bij óns allemaal.

van de mensen die het afgelopen jaar een suïcidepoging deed, had problematische schulden

86% van de gemeenten heeft nog géén beleid voor suïcidepreventie

Ruim

700.000 Nederlandse huishoudens hebben problematische schulden

5

Mensen met schulden hebben

Gemiddeld

zelfdodingen per dag 1.862 in 2023 Bron: CBS

2x

1op de 2 heeft de huisarts nog gezien in hun laatste maand

4 op de 10 suïcides is door mannen tussen de 40 - 70 jaar

zo vaak suïcidale gedachten als mensen zonder schulden

Stichting Armoedefonds ziet de door het Centraal Planbureau (CPB) verwachte stijging van armoede in 2024 terug in de praktijk. Zes op de tien lokale armoedehulporganisaties, zoals voedselhulporganisaties en SchuldHulpMaatjes, zag het afgelopen half jaar namelijk een stijging in het aantal hulpvragen. Ook is er een toename van mensen met betaald werk die om hulp vragen. Dit blijkt uit onderzoek van het Armoedefonds. Uit de nieuwste cijfers van het Armoedefonds blijkt dat lokale hulporganisaties het afgelopen halfjaar in toenemende mate een stijging zagen in het aantal mensen dat hulp nodig had. 60% van de hulporganisaties gaf dit namelijk aan. “Eén tegenvaller en de problemen stapelen zich op. En van de een op de andere dag leef je ineens in armoede. Dit zien we steeds vaker gebeuren ”, aldus Henk de Graaf (directeur Armoedefonds). De toenemende armoede, vraagt om extra financiële steun voor lokale hulporganisaties, aldus het Armoedefonds. De Graaf: “De tekorten waar mensen mee te maken hebben zijn groot. Vaak gaat het om de meest basale producten, zoals tandpasta, shampoo of maandverband.” Zo gaf een meerderheid van de hulporganisaties aan dat mensen in armoede niet altijd voldoende geld voor menstruatieproducten hebben. De Graaf: “Veel gemeenten helpen al door gratis menstruatieproducten beschikbaar te stellen via MUP’s. Dat zijn menstruatieproducten uitgiftepunten.

Het is noodzaak dat MUP’s in elke gemeente ondersteund worden om vrouwen in menstruatiearmoede te helpen.” Het Armoedefonds constateert dat met name alleenstaande ouders met kinderen, alleenstaanden zonder kinderen, paren met kinderen en AOW’ers/ouderen vaker met geldzorgen kampen. Ook mensen met betaald werk hadden het afgelopen half jaar steeds meer ondersteuning nodig vanuit lokale armoedehulporganisaties. Zo vertelt een lokale hulporganisatie: “We zien voornamelijk steeds meer mensen bij ons komen met betaald werk. Ze vallen vaak net buiten regelingen. Ze werken keihard de hele dag en komen dan toch niet rond. Soms zijn ze zelfs met twee personen die werken en lukt het nog niet om geld over te houden.” De Graaf vult aan: “Mensen die net buiten de armoedegrens vallen hebben ook ondersteuning nodig en daarvoor zijn lokale hulporganisaties essentieel.”

Stichting Armoedefonds is de landelijke organisatie die armoede bestrijdt en de gevolgen hiervan verzacht door meer dan 1.300 lokale hulporganisaties te steunen. Het gehele onderzoek is te vinden op www.armoedefonds.nl/onderzoek.

Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met Lotte Meerhoff (woordvoerder Armoedefonds) via lotte@armoedefonds.nl

Steun elkaar!

Rapport

DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Een onderzoek naar trends binnen het werkveld van armoedebestrijding Rosmalen, april 2025

Rosmalen, april 2025 Stichting Armoedefonds De Grote Elst 52 5246 JR Rosmalen Tel. 073 - 7440181

© April 2025. Tekst- en drukfouten voorbehouden. Citeren uit en verwijzen naar is toegestaan met bronvermelding.

2

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Stichting Armoedefonds is in 2013 opgericht met als doel het bestrijden en verzachten van (de gevolgen van) armoede. Dit doet het Armoedefonds door het ondersteunen van meer dan duizend lokale hulporganisaties met geld, producten en kennis. Deze hulporganisaties zijn actief op het gebied van armoedebestrijding in Nederland. Stichting Armoedefonds gelooft in een maatschappij waarin mensen elkaar steunen en waarin we zorgen voor onze medemens.

VOORWOORD. .................................................................................................................4 SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN. ........................................................................5 1.

INLEIDING. ......................................................................................................................7 1.1 Armoede in Nederland. ............................................................................................7 1.2 Doelstelling en belang onderzoek Armoedefonds....................................................8 1.3 Dataverzameling onderzoek Armoedefonds............................................................8

2.

TOENAME IN HET A ANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JA AR......12 2.1 Aantal hulpvragen..................................................................................................12 2.2 Aard van de veranderingen in hulpvragen..............................................................13 2.3 Soort hulpvragen. ..................................................................................................16

3.

KRACHT VAN LOK ALE HULPORGANISATIES. .............................................................18 3.1 Middelen van organisaties. ....................................................................................18 3.2 Financiële kracht lokale hulporganisaties . ............................................................19 3.3 Hulporganisaties met een wachtlijst ......................................................................21 3.4 Voorwaarden voor hulp en maatwerk . ..................................................................21

4.

TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST........................23 4.1 Aantal hulpvragen nabije toekomst........................................................................23 4.2 Benodigde middelen..............................................................................................24

5.

CONCLUSIES.................................................................................................................26

6.

A ANBEVELINGEN. ........................................................................................................28 BRONNEN......................................................................................................................30

3

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

INHOUDSOPGAVE

Plotseling de helft minder mensen in armoede. Het klonk als mooi nieuws afgelopen najaar. Zou het dan gelukt zijn om een stap te zetten om armoede structureel aan te pakken? Zo makkelijk is het helaas niet. Het nieuws dat armoede ineens gehalveerd was, kwam door de nieuwe armoededefinitie. En daar zit het addertje onder het gras. Van een nieuwe definitie koopt niemand een extra boterham voor het ontbijt van hun kinderen, of een fiets om mee naar werk of school te kunnen. Een definitie is een papieren werkelijkheid. Zeker wanneer een definitie, die bepaalt hoeveel mensen in armoede leven, slechts een half verhaal toont 1. De nieuwe definitie neemt namelijk wél het vermogen van mensen mee maar níet hun schulden. Het betekent dat mensen met wat spaargeld niet onder de armoedegrens leven. Dat je ondertussen torenhogen schulden hebt waardoor je maar een beperkt weekbudget hebt, wordt niet meegenomen. Poef, ineens is armoede gehalveerd. Dat is problematisch, want een nieuwe definitie leidt al snel tot nieuw beleid. Wie daar de dupe van wordt? De mensen die volgens de nieuwe definitie officieel niet in armoede leven maar in de praktijk dag in dag uit in de overlevingsstand staan. Niet zeker wetend of ze de huur die maand kunnen betalen, of dat de schoolkosten afgeschreven kunnen worden.

Naast de 540.000 mensen die onder de armoedegrens vallen, zijn er nog eens 1,2 miljoen Nederlanders die leven van een inkomen net boven de armoedegrens met amper spaargeld. Die groep is groot en erg kwetsbaar. Eén tegenvaller en de problemen stapelen zich op. En van de een op de andere dag leef je ineens in armoede. De kloof tussen papier en praktijk wordt in dit onderzoek duidelijk. Wanneer Stichting Armoedefonds aan lokale armoedehulporganisaties vraagt wat zij in de praktijk en achter de voordeur zien gebeuren, ontstaat er namelijk een pijnlijk beeld. Een meerderheid van de hulporganisaties ziet dat het aantal hulpvragen stijgt. En een nog grotere meerderheid verwacht dat de hulpvragen de komende tijd verder zullen stijgen. Het is schokkend. Tussen de cijfers en wat er bij mensen achter de voordeur gebeurt, zit een hele wereld. Een wereld waarin hulporganisaties door heel Nederland uit man en macht proberen mensen met geldzorgen te helpen. Of je nu onder de armoedegrens valt of er net boven zit. Henk de Graaf | Stichting Armoedefonds

4

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

VOORWOORD

In Nederland zijn veel huishoudens die moeite hebben met rondkomen of zelfs onder de armoedegrens leven. Voor hen is ondersteuning vanuit armoedehulporganisaties van onschatbare waarde. Het Centraal Planbureau verwacht dat het aantal mensen in armoede gestegen is in 2024. Uit het onderzoek van Stichting Armoedefonds blijkt dat dit terug te zien is in de praktijk. 60% van de armoedehulporganisaties zag in het afgelopen half jaar een stijging in het aantal hulpvragen. Met name alleenstaanden met kinderen, alleenstaanden zonder kinderen en AOW’ers klopten vaker aan voor hulp. Daarnaast ziet 1 op de 3 organisaties dat mensen met betaald werk vaker hun hulp nodig hadden. Ook geven hulporganisaties aan dat zij deze mensen het liefst ondersteunen met producten of tegoedkaarten, om zo de dagelijkse zorgen te verlichten. Denk aan verzorgingsproducten als shampoo of tandpasta, waar lokale organisaties structurele tekorten aan hebben. Stichting Armoedefonds doet periodiek onderzoek naar de impact van armoede op lokale armoedehulporganisaties. Het onderzoek is in februari 2025 uitgezet onder meer dan 1.300 hulporganisaties. In totaal is het ingevuld door 462 respondenten uit heel Nederland. De organisaties die de enquête hebben ingevuld, verschillen in grootte en hulpaanbod. Allen zetten zich in voor het bestrijden en verzachten van de gevolgen van armoede.

In het onderzoek staan drie thema’s centraal: 1.

HOE IS HET A ANTAL HULPVRAGEN BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES SINDS HET LA ATSTE HALF JA AR VERANDERD? Lokale hulporganisaties ervaren opnieuw een stijging in het aantal hulpvragen. In ons onderzoek geven zelfs meer organisaties aan dat er in toenemende mate mensen bij hen kwamen voor hulp - 60% ten opzichte van 50% afgelopen oktober. Dit ondersteunt de meest recente landelijke cijfers, die laten zien dat het aantal mensen dat risico loopt op armoede in 2024 stijgt. Deze hulpvraag is voornamelijk gestegen onder alleenstaanden met kinderen, alleenstaanden zonder kinderen, paren met kinderen en AOW’ers/ ouderen. Daarbij zag 36% van de hulporganisaties een stijging in het aantal hulpvragen bij mensen met een betaalde baan. Het soort problemen waar men dagelijks tegenaan loopt is het betalen van boodschappen, gebrek aan een financiële buffer en schulden. Daarnaast zien hulporganisaties dat mensen door hun financiële situatie beperkte toegang hebben tot basisproducten als voedsel, verzorgingsproducten of kleding. Het soort verzorgingsproducten dat men mist zijn bijvoorbeeld shampoo, douchegel, wasmiddel, menstruatieproducten en tandenborstels/tandpasta.

5

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN

IN WELKE MATE ZIJN LOK ALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STA AT OM A AN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? Van de respondenten zegt 77% voldoende middelen te hebben om iedereen te helpen die bij hen komt. Een deel van de organisaties heeft echter vrijwilligers en/of betaalde medewerkers tekort (22%). Daarnaast geeft 5% van de hulporganisaties aan dat hun voortbestaan op het spel staat, doordat ze financiële middelen tekort hebben. Ongeveer de helft van de ondervraagde organisaties helpt ook mensen zonder te kijken naar een vaste inkomensgrens (49%). Daarnaast sturen de meeste hulpverleners mensen door naar andere (soorten) hulp, zoals andere armoedehulporganisaties, gemeenten of ze wijzen mensen op (kind)toeslagen. Dit maakt het aanbod aan hulp divers en laat zien dat hulporganisaties onderdeel zijn van een vangnet aan hulp dat aanwezig is voor mensen met geldproblemen.

3.

HOE VERWACHTEN LOK ALE HULPORGANISATIES DAT HULPVRAGEN ZICH DE KOMENDE MA ANDEN GA AN ONTWIKKELEN? Lokale armoedehulporganisaties bereiden zich voor op een stijging in het aantal hulpvragen. Ze zouden deze hulp het liefst willen blijven bieden in de vorm van spullen en tegoedkaarten. Hiervoor zullen ze zelf geld- en hulpbronnen moeten werven. Ze hebben naar eigen zeggen donaties, subsidies van gemeente of overheid en het aanbod van Stichting Armoedefonds hard nodig. A ANBEVELINGEN De stijgende armoede in 2024 (CPB) zorgde het afgelopen half jaar voor meer hulpvragen bij veel armoedehulporganisaties. Ook mensen met een betaalde baan kloppen vaker aan voor hulp. Daarom hebben zij meer ondersteuning nodig, bijvoorbeeld door het verhogen van het minimumloon en daaraan gekoppeld de uitkeringen 2. Daarnaast is structurele financiële steun voor lokale hulporganisaties noodzakelijk. Zo worden deze organisaties versterkt en hebben zij voldoende middelen om ook mensen die nét buiten de armoedegrenzen vallen te helpen. Om mensen in armoede laagdrempelig te helpen, is een sterk netwerk van armoedehulporganisaties belangrijk. Daarbij is er dringend aandacht nodig voor het structurele tekort aan voedsel en verzorgingsproducten.

6

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

2.

1.1 ARMOEDE IN NEDERLAND Sinds oktober 2024 is er een nieuwe armoededefinitie. Waar er voorheen nog vijf verschillende definities waren om het aantal mensen in armoede mee te berekenen, is dit door CBS, SCP en Nibud teruggebracht tot één 3. Dat biedt duidelijkheid. De nieuwe armoededefinitie houdt rekening met de werkelijke kosten die mensen gemiddeld hebben aan wonen (huur of hypotheek) en energie. Dat betekent dat iemand met een gemiddeld inkomen maar extreem hoge energierekening ook in armoede kan leven. In de nieuwe berekeningen wordt ook meegenomen hoeveel vermogen (spaargeld) iemand heeft. Hierdoor neemt het aantal mensen in armoede af. In 2023 leefden 540.000 mensen met een inkomen onder de armoedegrens. Eventuele schulden en de werkelijke zorgkosten van mensen worden niet meegenomen in deze definitie omdat hiervan cijfers ontbreken. Ook bepaalde doelgroepen zoals dakloze mensen en ongedocumenteerde mensen worden niet opgenomen in de cijfers. Eén op de drie mensen in armoede is langdurig arm. Zij hebben minstens drie jaar op rij te weinig inkomen en te weinig vermogen. Onder de mensen in armoede zijn relatief veel kinderen, namelijk ruim 115.000 minderjarige kinderen. Ook werkende mensen leven relatief vaak met een inkomen onder de armoedegrens. Daarnaast is er een grote groep mensen met een inkomen nét boven de armoedegrens.

In 2023 hadden 1,2 miljoen mensen een inkomen net boven de armoedegrens en weinig tot geen financiële buffer 4. Het Nibud geeft aan dat die situatie vaak niet veel beter is. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat door hogere lonen het aantal mensen in armoede de komende jaren licht afneemt 5. Wel is de verwachting dat het aantal mensen in armoede in 2024, ten opzichte van 2023, toeneemt tot 610.000 personen. Volgens het CPB staan mensen die in armoede leven er slechter voor dan voorgaande jaren. De ernst van armoede neemt toe 6. Dat betekent dat mensen in armoede maandelijks meer geld tekort komen dan voorheen. Het CPB verwacht dat in 2026 de helft van de mensen een tekort heeft van meer dan 20% ten op zichten van het inkomen dat de armoedegrens bepaalt. In 2021 was dit nog 10%. Ook is er een groep met een tekort van meer dan 30% van de armoedegrens. Die groep wordt over de jaren niet kleiner. Het gaat vaak om mensen in een huishouden dat betaald werk als belangrijkste inkomstenbron heeft. De lichte afname van het aantal mensen in armoede komt doordat mensen met een inkomen net onder de armoedegrens over de grens zijn getild. De groep met maandelijks het grootste tekort wordt niet goed bereikt met beleid 7.

7

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

1. INLEIDING

“Er komen ook mensen bij ons die werken en minimumloon verdienen. Door de kosten voor bijvoorbeeld het huishouden en energie hebben ze te weinig geld om elke maand rond te komen. Doordat we hun een voedselpakket kunnen geven houden ze geld over voor iets als een telefoonrekening.” Cherity Re-use Ook energiearmoede is een thema waar naar verwachting steeds meer mensen mee te maken krijgen 10. Wanneer de energieprijzen verder zullen stijgen en er geen maatregelen zoals een tegemoetkoming zijn, zal ook het aantal huishoudens dat risico loopt op energiearmoede stijgen. Naar schatting zullen er tussen de 550.000 en 640.000 huishoudens te maken krijgen met energiearmoede. Dit stelt onderzoeksinstituut TNO in maart 2025 vast. De prijs voor gas zit op het hoogste niveau in twee jaar, en blijft oplopen. Dit maakt dat volgens het onderzoeksinstituut steeds meer huishoudens een risico lopen op het niet kunnen betalen van hun energierekening. Zij zullen te maken krijgen met energiearmoede. Uit recent onderzoek van het Nibud blijkt ook dat er grote verschillen zijn in het minimabeleid van gemeenten 11. Sinds 2015 is er een decentralisatie op het domein van werk en inkomen. Dit maakt dat elke gemeente zelf beleid mocht bepalen voor de ondersteuning van mensen met geldzorgen.

Nibud maakte in oktober 2024 bekend dat er grote verschillen zijn in de hoogte van de inkomensondersteuning die huishoudens kunnen krijgen. “Inwoners zijn afhankelijk geworden van het beleid van de gemeente waar zij wonen”, schrijft het Nibud. Ook verklaart het onderzoeksinstituut dat paren zonder kinderen en paren met oudere kinderen zonder het gemeentelijke minimabeleid in 2023 veelal niet hun noodzakelijke uitgaven kunnen doen. 1.2 DOELSTELLING EN BELANG ONDERZOEK ARMOEDEFONDS Om de grote groep mensen met geldzorgen in Nederland te kunnen steunen zijn hulporganisaties hard nodig. Het zijn namelijk de hulporganisaties die ervoor zorgen dat deze groep elke week een volle tas boodschappen hebben, dat ze verzorgingsproducten krijgen voor zichzelf en het gezin en dat hun kinderen een cadeautje hebben met Sinterklaas en kunnen trakteren op school, of dat kwetsbare meisjes en vrouwen gratis menstruatieproducten krijgen. De vitaliteit van deze hulporganisaties is van

8

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Bijstandsgerechtigden lopen het meeste risico op armoede 8. Toch is de ernst van armoede het meest toegenomen onder werkende armen. Het lukt deze groep bovendien minder vaak boven de armoedegrens uit te komen, aldus Universiteit van Amsterdam. Het aantal mensen dat werkt en toch maandelijks tekort komt groeit zelfs jaarlijks volgens het CBS. Daarnaast blijkt dat mensen met een inkomen uit betaald werk het vaakst een inkomenstekort hebben (in 2023 was dit 23%) 9. Uit analyse van de Universiteit van Amsterdam blijkt daarnaast dat mensen met betaald werk als primaire inkomensbron het meeste risico lopen op verborgen armoede.

1. Hoe is het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar veranderd? 2. In welke mate zijn lokale hulporganisaties op dit moment in staat om aan de hulpvragen te voldoen? 3. Hoe verwachten lokale hulporganisaties dat hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen? 1.3 DATAVERZAMELING ONDERZOEK ARMOEDEFONDS In de eerste week van februari 2025 is een vragenlijst uitgezet onder meer dan 1.300 hulporganisaties door heel Nederland, die zich richten op het helpen van minima. De vragenlijst is ingevuld door 462 unieke organisaties. Het was niet verplicht om een antwoord in te vullen bij de vragen. De groep respondenten bestaat uit verschillende soorten hulporganisaties, zie figuur 1.1. Figuur 1.1 Wat voor soort hulporganisatie ben je? (Ingevuld door 455 organisaties) Overig

30%

Voedselbank

23%

Leergeld

13%

Kleding- en/of Speelgoedbank

9%

Urgente Noden

7%

SchuldHulpMaatje

5%

Voedselhulp

4%

Vincentius

3%

Dak- en thuislozen

3% 2%

Quiet 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

“Wij zetten ons voornamelijk in voor ouderen met een financieel kwetsbare situatie. Ze kunnen bij ons meerdere keren per week terecht voor een warme maaltijd in de avond of tussen de middag. Het zorgt voor minder eenzaamheid én biedt ze eten voor slechts een klein bedrag.” Participatie Keuken

9

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

groot belang. Stichting Armoedefonds brengt daarom in kaart hoe het gesteld is met de armoedehulporganisaties in Nederland middels een onderzoek. Een onderzoek dat terugblikt op ontwikkelingen, licht schijnt op de huidige staat en nieuwe verwachtingen op ontwikkelingen in de toekomst introduceert. Dit doen we aan de hand van de volgende vragen:

Figuur 1.2 In welke provincie(s) is jouw organisatie actief? (Ingevuld door 458 organisaties) Zuid-Holland

21%

Noord-Brabant

18%

Gelderland

13%

Noord-Holland

12%

Utrecht

7%

Limburg

6%

Groningen

5%

Landelijk

5%

Overijssel

5%

Friesland

4%

Drenthe

3%

Flevoland

2%

Zeeland

2% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

“Wij geven lunch aan kinderen die naar de basisschool gaan. Veel kinderen bij ons in de buurt worden zonder ontbijt of broodtrommel naar school gestuurd. Wij geven deze ouders een lunchpakket, zodat de kinderen in ieder geval wat te eten hebben.” Don Bosco Rijswijk

10

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Hulporganisaties uit heel Nederland namen deel aan het onderzoek, zie figuur 1.2. Sommige hulporganisaties werken in meerdere regio’s.

Figuur 1.3 Wat voor soort hulp biedt jouw organisatie? (Ingevuld door 456 organisaties) Voedselhulp

50%

Hygiëne- / verzorgingsproducten

44%

Kleding

41%

Schoolspullen, laptops of Schoolspullenpas

38%

Ontmoetingsplek / uitjes / samenzijn

29%

Begeleiding naar zelfredzaamheid

27%

Speelgoed

27%

Fietsen

26%

Sport & Cultuur: (sportspullen, muziek, zwemles)

23%

Overig

20%

Ondersteuning (financiële) administratie

19%

Financiële (nood)hulp

19%

Spullen/witgoed

14%

Binnen-en buitenschoolse activiteiten

14%

Scholing / training / cursus

13%

Vakantie

13% 4%

Onderdak en woonbegeleiding 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

11

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

De meeste hulporganisaties bieden (een combinatie van) voedselhulp (50%), hygiëneen verzorgingsproducten (44%), kleding (41%) of schoolspullen (38%). Zie figuur 1.3.

Lokale hulporganisaties staan bijna dagelijks in contact met mensen die om hulp vragen. Zij weten dan ook als geen ander waar de hulpvragers tegenaanlopen. De problemen die ze ervaren, welke doelgroep vaker om hulp vraagt of bijvoorbeeld of het aantal mensen dat hulp nodig heeft toeneemt. Daarom is aan hulporganisaties gevraagd: hoe ontwikkelden de hulpvragen zich het afgelopen halfjaar? 2.1 A ANTAL HULPVRAGEN Stichting Armoedefonds vraagt elk halfjaar aan lokale armoedehulporganisaties of ze een verandering zien in het aantal hulpvragen. Van de 420 hulporganisaties die deze vraag invulden, gaven 250 aan dat het aantal hulpvragen in het afgelopen halfjaar is gestegen (60%). 139 hulporganisaties gaven aan dat het aantal hulpvragen gelijk is gebleven (33%) en 31 gaven aan dat zij het aantal hulpvragen hebben zien dalen (7%). Zie figuur 2.1. Figuur 2.1 Aantal hulpvragen sinds het afgelopen halfjaar. (Ingevuld door 420 organisaties) 80%

60%

60%

40%

33%

20% 7% 0%

Het aantal hulpvragen stijgt

Het aantal hulpvragen blijft gelijk

Het aantal hulpvragen daalt

De afgelopen onderzoeken zag het Armoedefonds een (licht) dalende trend in het aantal armoedehulporganisaties dat een stijging ervaart in hulpvragen. In dit periodiek onderzoek geeft 60% aan een toename te zien in het aantal mensen dat om hulp vroeg. Dat is tien procentpunt meer dan oktober 2024 en ruim negen procentpunt meer dan een jaar geleden. Dit is een opvallend verschil en breuk in de trend.

12

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

2. TOENAME IN HET A ANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JA AR

Voedselbank Gouda

De hulporganisaties die een stijging ervaren zijn met name overige organisaties, zoals Stichting 1 Klein Gebaar of Weggeefwinkels (32%), voedselbanken die bij Voedselbanken Nederland zijn aangesloten (20%) of Stichting Leergeld (12%). Zie figuur 2.2. Figuur 2.2 Organisaties die een stijging ervaren. (Ingevuld door 247 organisaties) Overig

32%

Voedselbank

20%

Leergeld

12%

Kleding- en/of Speelgoedbank

10%

Urgente Noden

7%

SchuldHulpMaatje

6%

Voedselhulp

4%

Quiet

3%

Dak- en thuislozen

3%

Vincentius

2% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

2.2 A ARD VAN DE VERANDERING IN HULPVRA AG Wanneer we de respondenten vragen naar (een combinatie van) doelgroepen die om hulp vragen, zien we dat de alleenstaande ouders met kinderen er bovenuit springen. Volgens 53% van de armoedehulporganisaties is de hulpvraag toegenomen onder deze groep. Ook zien hulporganisaties dat alleenstaanden zonder kinderen (ingevuld door 33%), paren met kinderen (ingevuld door 28%) en AOW’ers/ouderen (ingevuld door 27%) steeds vaker om hulp vroegen. Zie figuur 2.3. Wat opvalt is dat ten opzichte van vorig jaar alleenstaande zonder kinderen (een verschil van 7 procentpunt) en AOW’ers/ ouderen (een verschil van 4 procentpunt) vaker bij hulporganisaties aanklopten.

13

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

“Wij zien de vraag naar hulp steeds meer toenemen. Alles wordt duurder en mensen hebben veel problemen met het doen van dagelijkse boodschappen. Maar dit geldt niet voor iedereen. Mensen komen om verschillende redenen bij ons voor hulp.”

Alleenstaand met kinderen

53%

Alleenstaand zonder kinderen

33%

Paar met kinderen

28%

AOW’ers (ouderen)

27%

Vluchtelingen

26%

Personen met beperking of chronisch ziek

22%

Arbeidsmigranten

19%

Ondernemers en ZZP’ers

18%

Daar heb ik geen zicht op

18% 16%

Overig 2%

Hulpvraag is onder geen groep toegenomen 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

“We zien ook alleenstaanden bij ons komen. Die zijn dan gescheiden en hebben vaak met hun partner geleefd op een loon. Die komen niet meer rond als ze uit elkaar gaan,” Cherity Re-use Daarnaast ziet ruim een derde van de hulporganisaties een toename in het aantal hulpvragen onder mensen met betaald werk (36%). Nog eens 31% van de organisaties geeft aan dat dit aantal gelijk is gebleven. 31% van de hulporganisaties zegt geen zicht te hebben op de hulpvraag vanuit mensen met een baan. Zie figuur 2.4. Figuur 2.4 Hoe ontwikkelt het aantal hulpvragen zich onder mensen met betaald werk? (Ingevuld door 417 organisaties) 40%

36% 31%

30%

31%

20 10% 0%

1% Er is een stijging

Het blijft gelijk

Heb ik geen zicht op

Er is een daling

14

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Figuur 2.3 Onder welke groepen is de hulpvraag het laatste half jaar toegenomen? (Ingevuld door 411 organisaties)

Het Armoedefonds heeft aan lokale armoedehulporganisaties gevraagd wat zij opmerken bij mensen die om hulp vragen en waar ze dagelijks tegenaan lopen. Deze organisaties zien dit immers van dichtbij en horen de verhalen uit eerste hand. 72% van de respondenten geeft aan dat mensen moeite hebben met huishoudelijke uitgaven zoals boodschappen. Ook het gebrek aan een financiële buffer (spaarpot) wordt opgemerkt door 63%. Daarnaast geven organisaties aan dat schulden (ingevuld door 62%), energiekosten (ingevuld door 54%) en zorg- en tandartskosten (ingevuld door 48%) als probleem worden ervaren. Zie figuur 2.5. Figuur 2.5 Waar lopen hulpvragers in het dagelijks leven tegenaan? (Ingevuld door 421 organisaties) Huishoudelijke uitgaven (boodschappen)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=ca15d501-f921-45a9-b141-5b0d36fa978d