A06-20250127-03-vka-coll-instemming-zienswijze-startdocument-rivierklimaatpark-bijlage-2-startdocumentdf
Tekst van het document
Rivier klimaatp a r k
IJsselpoort
Startdocument Planuitwerkingsfase Gewijzigd naar aanleiding van reacties en advies
Samenwerkingspartners
Inhoud Inhoud ............................................................................................................................................... 3 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5
2
Programma Rivierklimaatpark ................................................................................................... 7
3
4
2.1
Wat is het Rivierklimaatpark? ............................................................................................. 7
2.2
Wat is het MIRT-proces? ................................................................................................. 10
2.3
Waar staan we? ............................................................................................................... 10
Participatie; hoe en wanneer betrekken we u ......................................................................... 13 3.1
Waarom willen we u betrekken? ...................................................................................... 13
3.2
Participatieniveaus ........................................................................................................... 13
3.3
Participatiemomenten ...................................................................................................... 17
Varianten ................................................................................................................................. 22 4.1
Ontwikkeling van varianten .............................................................................................. 22
4.2
Uiterwaarden Westervoort ............................................................................................... 25
4.2.1
Type nevengeul......................................................................................................... 25
4.2.2
Monding van de geul ................................................................................................. 27
4.2.3
Vormgeving hoogwatervrije terrein Putman .............................................................. 28
4.2.4
Verkeer dijk Westervoort, ter hoogte van terrein Putman ......................................... 29
4.3
Uiterwaarden Rheden ...................................................................................................... 30
4.4
Uiterwaarden Arnhem ...................................................................................................... 31
4.5
Koppenwaard ................................................................................................................... 31
4.5.1
Verlagen Koppenwaardsedam en kade Marsweg .................................................... 31
4.5.2
Geul en kade Marsweg ............................................................................................. 32
4.5.3
Uitbreiding ooiboskern .............................................................................................. 35
4.6
Rhederlaag ....................................................................................................................... 36
4.6.1 4.7
Verkeersinrichting Marsweg ...................................................................................... 37
Terrein de Groot en omgeving ......................................................................................... 38
Ontwikkeling voormalig steenfabrieksterrein ........................................................................... 39 4.8
IJssel en oevers ............................................................................................................... 39
Locatie natuurvriendelijke oevers ............................................................................................ 39 4.9
Recreatief gebruik ............................................................................................................ 41
3/63
4.10 5
6
Grote gebiedsentrees ....................................................................................................... 42
Integrale beoordeling van de varianten en voorkeursvariant .................................................. 47 5.1
Van te onderzoeken varianten naar een voorkeursvariant .............................................. 47
5.2
Integrale beoordeling ....................................................................................................... 49
Milieueffecten (milieueffectrapport) ......................................................................................... 51 6.1
Milieueffectrapportage ...................................................................................................... 51
6.2
Aanpak op hoofdlijnen ...................................................................................................... 51
6.3
Effecten ten opzichte van de referentiesituatie ................................................................ 52
6.4
Beoordeling op zevenpuntschaal ..................................................................................... 53
6.5
Beoordelingscriteria milieueffecten .................................................................................. 53
6.6
Nadere toelichting per thema ........................................................................................... 58
Bijlage 1
Begrippen en afkortingen
Bijlage 2
Referenties
Bijlage 3
Advies Commissie mer over het plan-MER (2020)
Bijlage 4
Ruimtelijk perspectief
4/63
1 Inleiding In het programma Rivierklimaatpark IJsselpoort werken negen partners – de gemeenten Arnhem, Duiven, Rheden, Westervoort en Zevenaar, waterschap Rijn en IJssel, provincie Gelderland, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Natuurmonumenten – samen aan een toekomstbestendige en robuuste inrichting van de IJssel en zijn uiterwaarden tussen Arnhem en Giesbeek. Van 2017 tot 2020 doorliepen de partners – onder regie van provincie Gelderland – een zogeheten ‘’MIRT-Verkenning’’. Daarin hebben de partners een voorkeursalternatief samengesteld. De negen partners hebben begin 2021 een Samenwerkingsovereenkomst Planuitwerking Rivierklimaatpark IJsselpoort ondertekend. Daarin is onder meer afgesproken om het voorkeursalternatief nader uit te werken in een MIRT-planuitwerking. Dit startdocument Planuitwerkingsfase (hierna: startdocument) vormt het vertrekpunt voor de voorbereiding van ruimtelijke besluiten voor het Rivierklimaatpark en voor de milieueffectrapportage procedure (mer-procedure) die ter onderbouwing van de ruimtelijke besluiten wordt doorlopen. Het document bestaat uit twee onderdelen, namelijk de participatieaanpak en de onderzoeksaanpak. Participatieaanpak Het startdocument beschrijft de wijze waarop het programma Rivierklimaatpark IJsselpoort invulling geeft aan participatie bij deze integrale gebiedsontwikkeling.
Het Rivierklimaatpark IJsselpoort omvat een uitgestrekt gebied met diverse omgevingspartijen waaronder bewoners, gebruikers, agrariërs, ondernemers, natuurorganisaties, weggebruikers, maatschappelijke organisaties, overheden, werknemers van bedrijven, en nog vele anderen. In dit document worden al deze verschillende omgevingspartijen geduid als belanghebbenden. Dit document beschrijft welke belanghebbenden waarom, wanneer en op welke manier worden benaderd om te participeren in de planuitwerkingsfase. Het programma loopt al een geruime periode en met vele belanghebbenden is in het verleden een intensief participatieproces doorlopen. In deze fase van het programma Rivierklimaatpark IJsselpoort pakken we de participatie op waar het in de vorige fase is opgehouden. Onderzoeksaanpak Daarnaast beschrijft dit startdocument hoe we de maatregelen uit het voorkeursalternatief uitwerken in varianten en de wijze waarop we deze beoordelen. Onderdeel van de beoordeling is het onderzoek naar milieueffecten voor het milieueffectrapport (MER), dat we in de planuitwerkingsfase opstellen. Zie hoofdstuk 4 voor de te onderzoeken varianten en hoofdstuk 6 voor de te onderzoeken milieueffecten. Het MER is een hulpmiddel bij de onderbouwing en verantwoording van de keuzes die worden vastgelegd in de diverse besluiten voor de deelgebieden.
5/63
Leeswijzer Voor u ligt het startdocument planuitwerkingsfase van het programma Rivierklimaatpark IJsselpoort. In hoofdstuk 2 wordt het programma toegelicht. Er wordt stilgestaan bij de initiatiefnemers van het programma, het doel van het programma en wat nodig is om dit doel te halen. Ook volgt er een doorkijk naar de komende fase en de wijze waarop we zijn georganiseerd. Hoofdstuk 3 gaat vervolgens uitgebreider in op de participatie. Daar staat beschreven waarom we mensen betrekken, welke participatieniveaus er worden gehanteerd en wat dat betekent voor de invloed die belanghebbenden kunnen uitoefenen. Daarna worden de verschillende participatiemomenten gedurende deze planuitwerkingsfase toegelicht. Daar wordt per fase stilgestaan bij de mate van invloed die belanghebbenden kunnen hebben. Hoofdstuk 4 beschrijft alle varianten die worden onderzocht binnen dit programma. Hoofdstuk 5 gaat in op de onderzoeksaanpak en beschrijft de aspecten waarop de varianten worden beoordeeld. Hoofdstuk 6 geeft een doorkijk wat de mer-procedure precies inhoudt en wie daarbij betrokken zijn. Ten slotte bevat het startdocument vier bijlagen, een begrippenlijst (bijlage 1), referenties (bijlage 2), het advies van de commissie mer over de plan MER 2020 (bijlage 3) en het ruimtelijk perspectief (bijlage 4).
6/63
2 Programma Rivierklimaatpark In dit hoofdstuk lichten we toe wat het programma Rivierklimaatpark IJsselpoort is en waarom we deze gebiedsontwikkeling hebben opgestart. We lichten toe welke stappen we doorlopen (MIRT-systematiek) en in welke fase we nu zitten. We geven aan waarom we u willen betrekken bij dit onderzoek en hoe dat kan. En we laten zien waar we precies staan in het onderzoek. Kort gezegd geven we in onderstaande paragrafen antwoord op de volgende vragen: 1. Wat is het Rivierklimaatpark? 2. Wat is een MIRT-proces? 3. 4.
Waarom willen we u betrekken? Waar staan we?
2.1
Wat is het Rivierklimaatpark?
In het programma Rivierklimaatpark IJsselpoort werken negen partners – de gemeenten Arnhem, Duiven, Rheden, Westervoort en Zevenaar, waterschap Rijn en IJssel, provincie Gelderland, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Natuurmonumenten – samen aan een toekomstbestendige en robuuste inrichting van de IJssel en zijn uiterwaarden tussen Arnhem en Giesbeek. Om dit toekomstperspectief te realiseren, worden opgaven op het gebied van waterveiligheid, waterkwaliteit, recreatie, natuur, scheepvaart, landbouw en economie waar mogelijk verbonden aan kansen en wensen uit de omgeving. Binnen het Rivierklimaatpark zoeken de partijen met een gebiedsgerichte aanpak naar synergie in samenwerking, beleidsruimte (met name op het gebied van water- en natuurwetgeving zoals de Kaderrichtlijn Water (KRW)) en financiering met als doel: 1. Het gebied in stappen voor te bereiden op de verandering van het klimaat 2. 3. 4.
De uiterwaarden beter toegankelijk te maken voor recreanten De ruimtelijke kwaliteit te verbeteren Bedrijven economisch perspectief te bieden
Het samenhangende pakket van maatregelen is vastgelegd in het voorkeursalternatief (figuur 2.1) dat in de verkenningsfase is opgesteld. Dit voorkeursalternatief is medio 2020 bestuurlijk vastgesteld en in het najaar van 2020 beleidsmatig vertaald in een door vijf gemeenteraden vastgestelde Intergemeentelijke Structuurvisie (IGSV). De eerder doorlopen verkenningsfase is afgesloten met het nemen van een voorkeursbeslissing door de minister van Infrastructuur en Waterstaat op 24 oktober 2020. Het project bevindt zich nu in de planuitwerkingsfase. In deze fase werken we het globale voorkeursalternatief uit tot een meer gedetailleerde voorkeursvariant, inclusief milieueffectrapportage en ruimtelijke besluiten. De voorkeursvariant moet vergunbaar, technisch maakbaar en betaalbaar zijn en voldoende draagvlak hebben.
7/63
8/63
Figuur 2.1 Het voorkeursalternatief uit de verkenningsfase
9/63
2.2
Wat is het MIRT-proces?
Het programma Rivierklimaatpark IJsselpoort volgt de MIRT-systematiek. MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. De systematiek die wordt gebruikt in dergelijk onderzoeken knipt het project op in vier verschillende fasen: 1.
Voorbereidingsfase: het Rijk, de regio en andere partijen onderzoeken welke opgaven in een gebied spelen en op hoofdlijnen welke oplossingsrichtingen er zijn. Hier wordt toegewerkt naar een zogenaamde Startbeslissing waarna de volgende fase begint
2.
Verkenningsfase: op basis van een grondige probleemanalyse en een brede inventarisatie van oplossingsrichtingen wordt toegewerkt naar een voorkeursalternatief. Deze wordt vastgelegd in een voorkeursbeslissing
3.
Planning- en studiefase, ook wel planuitwerkingsfase genoemd: in deze fase wordt het voorkeursalternatief uitgewerkt tot een meer gedetailleerde voorkeursvariant. Deze leggen we vast in een projectbeslissing. Hierin worden de scope van het project, de realisatieperiode, de
4.
bekostiging, de kostenverdeling tussen partijen en de marktbenadering vastgesteld Aanlegfase: Hier wordt overgegaan tot aanbesteding en uitvoering van het project. Deze fase eindigt met een opleveringsbeslissing
Figuur 2.2 MIRT-proces - Het dik omlijnde vlak geeft aan waar Rivierklimaatpark zich in het proces bevindt
Van 2016 tot 2020 doorliepen de partners – onder regie van de provincie Gelderland – de verkenningsfase. Uit deze fase is een voorkeursalternatief voortgekomen waarover de Minister een Voorkeursbeslissing heeft genomen. Dit voorkeursalternatief werken we in de planuitwerkingsfase uit tot een voorkeursvariant en ruimtelijke besluiten. De Minister neemt over deze voorkeursvariant een Projectbeslissing.
2.3
Waar staan we?
De planuitwerkingsfase bestaat grofweg uit vier stappen. In iedere stap wordt ruimte geboden voor inbreng vanuit de omgeving. Iedere stap wordt afgesloten door een bestuurlijk besluitvormingsmoment. Hoofdstuk 3 gaat nader in op de terugkerende participatie- en besluitvormingsmomenten.
10/63
Figuur 2.3 De stappen in de planuitwerkingsfase. Het dik omlijnde vlak geeft aan waar Rivierklimaatpark zich in het proces bevindt
Publicatie Startdocument Dit startdocument markeert het begin van de planuitwerkingsfase en beschrijft de aanpak van de planuitwerkingsfase, hoe we belanghebbenden betrekken bij de planuitwerking en hoe we het onderzoek inrichten. Iedereen heeft in de periode van terinzagelegging een reactie kunnen opstellen als zij graag wijzigingen of aanvullingen in het voorliggende document willen zien. Daarnaast heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage, een onafhankelijk adviesorgaan, het bevoegd gezag over de inhoud van het op te stellen milieueffectrapport geadviseerd. Ook de wettelijke adviseurs en bestuursorganen die bij de besluitvorming over de ruimtelijke plannen betrokken zijn, hebben de gelegenheid gekregen om advies te geven. Alle binnengekomen reacties zijn met de beantwoording gebundeld in een Nota van Antwoord. Varianten Van de maatregelen uit het voorkeursalternatief werken we verschillende varianten uit. Deze beoordelen we op diverse aspecten (zie hoofdstuk 5) en presenteren we overzichtelijk in een variantennota. De stuurgroep en de bevoegde gezagen stellen vervolgens aan de hand van de variantennota de voorkeursvariant vast. Voorkeursvariant De gekozen voorkeursvariant werken we verder uit en beoordelen we gedetailleerder. De voorkeursvariant met alle beschreven effecten wordt overzichtelijk gepresenteerd in de Nota voorkeursvariant.
De milieueffecten rapporteren we separaat in het milieueffectrapport1. Besluiten Om de voorkeursvariant te kunnen realiseren is een aantal ruimtelijke besluiten nodig. De Omgevingswet regelt hoe ruimtelijke plannen tot stand komen en welke overheidspartij verantwoordelijk is voor de plannen. Gedurende het proces kan blijken dat er minder, meer of andere besluiten genomen dienen te worden.
1
Het op te stellen MER heeft grotendeels het karakter van een project-MER, alleen voor het terrein de Groot is sprake van een planMER, omdat hier een omgevingsplan wordt opgesteld (zie hoofdstuk 4). In dit startdocument wordt voor de overzichtelijkheid de term “MER” gehanteerd.
11/63
Volgens de huidige inzichten gaat het om de volgende besluiten: 1. 2. 3.
Provinciaal projectbesluit voor uiterwaarden Westervoort Provinciaal projectbesluit voor Koppenwaard Rijks projectbesluit voor IJssel en Oevers
4.
Gemeentelijk (Rheden) omgevingsplan voor voormalig Terrein De Groot en omgeving
Voor de uiterwaarden Arnhem en Rheden en voor het Rhederlaag houden we de optie open om met vergunningen maatregelen mogelijk te maken indien dit nodig is. De ruimtelijke besluiten binnen dit programma kunnen we voorbereiden zodra de voorkeursvariant definitief is. Het provinciaal projectbesluit voor uiterwaarden Westervoort wordt afgestemd op het provinciaal projectbesluit dat wordt voorbereid voor het dijkversterkingsproject Pannerden-Westervoort.
12/63
3 Participatie; hoe en wanneer betrekken we u 3.1
Waarom willen we u betrekken?
Samenvatting participatie vorige fase De verkenningsfase was een iteratief proces van onderzoeken, ontwerpen en beslissen. De projectorganisatie heeft toen voortdurend contact onderhouden met partijen met een groot belang in het gebied: onder andere eigenaren en ondernemers. In de loop der jaren hebben tientallen gesprekken plaatsgevonden, soms één-op-één, soms in kleine groepen. Daarnaast zijn diverse participatiebijeenkomsten georganiseerd waarin belanghebbenden hebben meegedacht tijdens het ontwerpproces. De ingebrachte gebiedskennis, wensen en zorgpunten waren van groot belang voor het maken van een goed ontwerp. Tenslotte werden inspraakmomenten georganiseerd waarin belanghebbenden een (formele) reactie konden geven op het ontwerp en diverse documenten. Doelen participatie planuitwerkingsfase De partners van Rivierklimaatpark IJsselpoort hebben afgesproken de participatie met de omgeving in de planuitwerkingsfase voort te zetten met minimaal dezelfde intentie en kwaliteit als tijdens de verkenningsfase. Meer concreet houdt dit in dat er bij de uitwerking van het voorkeursalternatief tot een meer gedetailleerde voorkeursvariant een transparant proces wordt gevolgd en voldoende gelegenheid tot participatie moet zijn. De participatie tijdens de planuitwerkingsfase heeft de volgende doelen: 1.
De planuitwerking Rivierklimaatpark IJsselpoort navolgbaar en transparant maken voor belanghebbenden 2. 3. 4.
Betrokkenheid creëren door belanghebbenden een stem te geven Kennis uit het gebied benutten om het plan beter te maken Kansen in het gebied benutten
5.
Draagvlak voor ruimtelijke besluitvorming vergroten
In de volgende paragrafen staat beschreven op welke wijze en wanneer belanghebbenden input kunnen leveren op deze onderzoeken.
3.2
Participatieniveaus
Het plangebied van Rivierklimaatpark IJsselpoort kent veel verschillende gebruikers en eigenaren. Mensen wonen en werken in het gebied, maken gebruik van de rivier, er wordt gerecreëerd en er zijn meerdere ecologisch waardevolle gebieden. In de vormgeving van de voorkeursvariant wordt geprobeerd een optimale balans te vinden waarbij het gebied en belanghebbenden erop vooruitgaan.
13/63
Om het betrekken van de omgevingspartijen overzichtelijk en werkbaar te houden, maken we gebruik van een veelgebruikte indeling van omgevingspartijen, via participatieniveaus. In dit project hanteren we vier niveaus: beslissen, meewerken, meedenken en informeren. De visualisatie laat zien dat de mate van betrokkenheid en invloed toeneemt vanaf het participatieniveau informeren tot het participatieniveau beslissen.
Figuur 3.1 De participatieniveaus; de mate van invloed en intensiteit van betrokkenheid
Informeren en meedenken Alle omgevingspartijen in het gebied zijn in de gelegenheid om te participeren op het niveau van informeren en meedenken. Informeren houdt in dat we omgevingspartijen periodiek benaderen met de laatste ontwikkelingen over het project. Deze informatievoorziening vindt voornamelijk plaats via de website en nieuwsbrieven en daarnaast via informatiebijeenkomsten. Om mee te denken organiseren we brede informatiebijeenkomsten waarbij iedereen welkom is en gebiedstafels waar we afhankelijk van de ontwerpvraag gericht belanghebbenden uitnodigen. Tijdens deze bijeenkomsten liggen er kaarten of ontwerpen op tafel en gaan we graag met u in gesprek. De lokale kennis en expertise van de omgevingspartijen kunnen de plannen verrijken. Gedurende het ontwerpproces zal de ruimte om mee te denken steeds kleiner worden. We geven per situatie aan welke ruimte er is. Er is altijd ruimte voor: • Open gesprekken over de laatste stand van zaken • •
Beantwoording van vragen, opheldering van onduidelijkheden Doorspreken ideeën van omgevingspartijen
Meewerken Op het niveau meewerken bevindt zich een aantal partijen die belangrijke grond in eigendom hebben en/of beheren. Samenwerking met deze partijen is van belang om de doelen van de voorkeursvariant te kunnen realiseren. De projectorganisatie streeft ernaar om een dusdanige samenwerking met deze partijen te creëren dat iedereen er baat bij heeft. Met deze partijen wordt intensief contact onderhouden door middel van één-op-één gesprekken.
14/63
Beslissen De partners vertegenwoordigd in de stuurgroep Rivierklimaatpark zijn betrokken op het niveau van beslissen. De stuurgroep wordt gevormd door de dagelijkse bestuurders van alle samenwerkende partijen binnen het programma Rivierklimaatpark: de gemeenten Arnhem, Duiven, Rheden, Westervoort en Zevenaar, waterschap Rijn en IJssel, provincie Gelderland en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). De stuurgroep geeft sturing aan het proces van het totale programma en bereidt de bestuurlijke besluitvorming voor alle betrokken partijen voor. Zij worden geadviseerd door de Klankbordgroep, het Q-team (oftewel Kwaliteitsteam) en de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer), zie ook onderstaand kader. Het Q-team en de Commissie mer toetsen ook de (tussen)resultaten van de planuitwerkingsfase. Natuurmonumenten participeert als mede-ondertekenaar van de bestuursovereenkomst Rivierklimaatpark ook op het niveau van beslissen. Drie overheidspartijen vormen het bevoegde gezag. Dit zijn de drie overheidspartijen die de ruimtelijke besluiten nemen om realisatie van de voorkeursvariant mogelijk te maken. Dit zijn in ieder geval de gemeente Rheden, de provincie Gelderland en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Afhankelijk van andere ruimtelijke besluiten en vergunningen waarover tegelijkertijd besluiten worden genomen, kunnen er ook andere bevoegde gezagen zijn, bijvoorbeeld het waterschap of het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Provincie Gelderland treedt op als coördinerend bevoegd gezag. Dit betekent dat we ernaar streven dat alle ruimtelijke besluiten zoveel mogelijk dezelfde voorbereiding, totstandkoming (ter visie legging) en rechtsbescherming (zienswijzen, bezwaar en beroep) hebben en dat de provincie dit coördineert. De andere overheden uit de stuurgroep worden actief geïnformeerd wanneer dit voor de besluitvorming in de stuurgroep noodzakelijk wordt geacht of wanneer de betreffende overheid dit zelf noodzakelijk acht (op verzoek). •
De klankbordgroep adviseert de stuurgroep. Zij lezen mee op inhoud van de stukken en adviseren over participatie en draagvlak. De onafhankelijk voorzitter van de klankbordgroep is lid van de stuurgroep en brengt het advies van de klankbordgroep in tijdens de vergaderingen van de stuurgroep. De klankbordgroep bestaat uit een brede afvaardiging van partijen buiten de projectorganisatie. De klankbordgroep bestaat uit belangenvertegenwoordigers vanuit landbouw, bedrijven/ondernemers, recreatie, natuur en landschap, scheepvaart en vertegenwoordigers vanuit wijk- en dorpsraden
•
•
Het Q-team MIRT-verkenning Rivierklimaatpark IJsselpoort bestaat uit Yttje Feddes (landschapsarchitectuur, voorzitter), Peter van Rooy (gebiedsontwikkeling), Frans Klijn (rivierkunde) en Bart Peters (rivierecologie). Het doel van het Q-team is het borgen van de ruimtelijke kwaliteit en integraliteit van de planuitwerking De Commissie mer is een onafhankelijk adviesorgaan dat de bevoegde gezagen adviseert over de inhoud van het milieueffectrapport
15/63
Figuur 3.2 De organisatie van het programma Rivierklimaatpark
Thematische samenwerking met omgeving Bovenstaande ordening van het betrekken van belanghebbenden geldt als algemeen uitgangspunt. Daarnaast kunnen we per onderwerp een apart participatie spoor inrichten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de volgende onderwerpen: Natuurinclusieve landbouw Eén van de doelen uit het voorkeursalternatief is het stimuleren van natuurinclusieve landbouw. Omdat dit vraagstuk niet op perceel niveau binnen Rivierklimaatpark bekeken wordt maar op bedrijfsniveau, is hiervoor een apart proces opgestart. De provincie Gelderland stimuleert en faciliteert dit proces. Samen met de agrariërs uit het gebied, de grondeigenaren (zijnde niet-boeren) en andere belanghebbenden is een perspectief opgesteld om te komen tot passende agrarische bedrijvigheid in combinatie met natuur en landschapsversterking. Als randvoorwaarde geldt een gezond verdienmodel voor de agrariërs. Op bedrijfsniveau wordt het perspectief verder uitgewerkt tot concrete maatregelen. Natuurinclusieve landbouw draagt bij aan de volgende doelen van Rivierklimaatpark: Economie (passende agrarische bedrijvigheid), Natuur- en waterkwaliteit (verbinden en ontwikkelen natuurgebieden en verbeteren waterkwaliteit) en Recreatie (verbeteren toegankelijkheid en vergroten beleving gebied). Ontwikkelruimte voor bedrijven In de uiterwaarden gelden strikte regels voor nieuwe ontwikkelingen.
Tot voor kort was het mogelijk nieuwe ontwikkelingen toe te staan wanneer ook ruimte voor de rivier wordt gerealiseerd. Voor individuele bedrijven is het vaak lastig om rivierverruiming op eigen terrein te realiseren.
16/63
Rivierklimaatpark onderzoekt daarom of en op welke wijze het mogelijk is om rivierkundige ruimte binnen het project in te zetten voor niet-riviergebonden private initiatieven in de uiterwaarden. Met de ondernemers binnen Rivierklimaatpark zijn gesprekken gevoerd en is geïnventariseerd welke ontwikkelbehoefte er ligt. De gesprekken met ondernemers over dit specifieke onderwerp worden gedurende de planuitwerkingsfase voortgezet. Op 20 maart 2024 heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat besloten de Beleidsregels grote rivieren aan te passen. De ontwikkelmogelijkheden voor niet-riviergebonden activiteiten wordt daarmee zeer beperkt. De ambitie voor het bieden van ontwikkelruimte voor bedrijven binnen Rivierklimaatpark is onveranderd. Dijkversterking Pannerden-Westervoort De komende jaren werkt Waterschap Rijn en IJssel (WRIJ) aan de versterking van de dijk vanaf de Pannerdense Waard bij Pannerden tot aan de A12 brug over de IJssel bij Westervoort (project PanWes). De dijkversterking en het Rivierklimaatpark zijn raakvlakprojecten van elkaar. Dit betekent dat de projecten regulier contact onderhouden en nauw samenwerken. Wij stemmen af over de onderzoeken en effectbeoordelingen voor onze plannen. Wij stemmen onze ontwerpen voor de dijkversterking en de inrichting van de uiterwaarden onderling af.
Ook doen wij onderzoek naar de mogelijkheden voor een gezamenlijke uitvoering. Deze gezamenlijke werkwijze is vastgesteld in de Samenwerkingsovereenkomst. Dit is mede belangrijk omdat er samenhang is tussen de hoogwaterveiligheidsopgave van de dijkversterking en de waterstandsdaling van het Rivierklimaatpark. Voor de dijkversterking wordt naar verwachting in december 2024 een voorkeursalternatief vastgesteld (einde verkenningsfase).
3.3
Participatiemomenten
We maken onderscheid tussen formele en informele participatie. Op twee momenten in de planuitwerkingsfase is er vanuit de formele procedure gelegenheid om reacties in te dienen: • Bij de tervisielegging van dit startdocument heeft iedereen de mogelijkheid om op het •
startdocument te reageren. Hier kunnen ook alternatieve oplossingen ingebracht worden Aan het einde van de planuitwerking leggen de bevoegde gezagen de ontwerpbesluiten (ruimtelijke besluiten en mee te coördineren vergunningen) inclusief de milieueffectrapportage ter inzage. Op deze stukken kan iedereen zienswijzen indienen
In aanvulling op de formele procedure hecht de stuurgroep Rivierklimaatpark IJsselpoort aan een dialoog met de omgevingspartijen uit het gebied. Belanghebbenden betrekken we gedurende de hele planuitwerkingsfase bij belangrijke onderzoeken en resultaten binnen het programma. Voor verschillende groepen belanghebbenden organiseren we verschillende participatiemomenten. Hieronder lichten we deze toe. De genoemde planning is indicatief.
17/63
Figuur 3.3 De vier blokken waar de planuitwerkingsfase uit bestaat inclusief alle belangrijke participatiemomenten
Terinzagelegging startdocument planuitwerkingsfase (zomer 2024) Via de website www.overheid.nl, een advertentie in de huis- aan huisbladen, onze website www.rivierklimaatpark.nl en de digitale nieuwsbrief is het voornemen bekend gemaakt om ruimtelijke besluiten voor het Rivierklimaatpark voor te bereiden (kennisgeving voornemen) en om belanghebbenden zoals burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de planuitwerking te betrekken (kennisgeving participatie). Het startdocument is onderdeel van deze kennisgevingen zoals bedoeld in de Omgevingswet. Met dit startdocument geven we een verdere toelichting op de planuitwerking en op de wijze waarop we belanghebbenden betrekken. Het beschrijft de aanpak van de planuitwerkingsfase, welke varianten we onderzoeken, hoe we de effectbeoordeling doen en hoe we u als belanghebbende betrekken bij de planuitwerking. Dit Startdocument heeft van 20 juni tot en met 31 juli 2024 ter inzage gelegen. In deze zes weken heeft iedereen de mogelijkheid gehad het Startdocument door te nemen en een reactie te geven. Gereageerd kon worden op de varianten die onderzocht worden, op het effectonderzoek van de varianten of op de wijze waarop we belanghebbenden betrekken. Hierbij was het mogelijk ook alternatieve oplossingen in te brengen.
De alternatieve oplossingen moesten voldoen aan de volgende kaders: Passen in de intergemeentelijke structuurvisie Redelijkerwijs een oplossing bieden voor de opgaven -
Technisch uitvoerbaar, betaalbaar en juridisch haalbaar zijn Duurzaam en beheerbaar zijn Passen binnen de voorgenomen planning
Daarbij was het mogelijk het bevoegd gezag hierover een onafhankelijk advies te vragen. De Commissie mer is gevraagd een advies te geven over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport.
18/63
Tijdens de periode van ter inzagelegging is een informatiebijeenkomst georganiseerd, waar iedereen van harte welkom was om informatie te verkrijgen en/of specifieke vragen te stellen aan de projectorganisatie. Na de zes weken ter inzagelegging heeft de projectorganisatie alle ingediende reacties verzameld, gecategoriseerd en gewerkt aan een eenduidige beantwoording ervan in de Nota van Antwoord. De Nota van Antwoord is vastgesteld in januari 2025. Varianten (medio 2024-eerste helft 2025) Na publicatie van dit Startdocument in juni 2024 werken we de verschillende varianten uit. We organiseren nog aanvullende één-op-één gesprekken en eventueel gebiedstafels met belanghebbenden om deze uitwerking te checken of aanvullende input te vragen. Vervolgens beoordelen we deze varianten aan de hand van het integraal beoordelingskader, zie hoofdstuk 5 en 6. Hierbij houden we rekening met de Nota van Antwoord op de ingediende reacties. Alle uitgewerkte varianten en beoordelingen geven we gebundeld weer in een variantennota. Zie ook hoofdstuk 5. Voordat we de resultaten voorleggen aan de stuurgroep, presenteren we ze tijdens één of meer brede informatiebijeenkomsten. Met enkele belanghebbenden organiseren we één-op-één gesprekken. Dan horen we graag of u de beoordeling herkent en of we nog elementen vergeten zijn.
De stuurgroep en de bevoegde gezagen zullen vervolgens de voorkeursvariant voor verdere uitwerking/detaillering vaststellen. De keuze voor de voorkeursvariant en de argumentatie presenteren we begin 2025 in brede informatiebijeenkomsten. We nodigen iedereen uit om hier kennis van te nemen. Tevens nodigen we belanghebbenden uit om in de volgende fase mee te denken over het optimaliseren van de voorkeursvariant. •
• •
Vierde kwartaal 2024 en eerste kwartaal 2025: Eén-op-één gesprekken en eventueel gebiedstafels met belanghebbenden om de verdere detaillering van de varianten te bespreken Tweede kwartaal 2025: Informatiebijeenkomst(en) over de concept variantennota om de uitwerking van de varianten en de effectbeoordeling te delen Derde kwartaal 2025: Informatiebijeenkomst(en) over de voorkeursvariant. Het doel is om belanghebbenden te informeren over de gemaakte keuze en om aandachtspunten voor de detailuitwerking op te halen
Voorkeursvariant (medio 2025 – begin 2026) De voorkeursvariant wordt in deze stap verder geoptimaliseerd en gedetailleerd beoordeeld op (milieu)effecten. Resultaten daarvan nemen we op in het milieueffectrapport (MER). In het MER wordt nog grondiger onderzoek gedaan naar de effecten van de voorkeursvariant dan voor de variantennota is gebeurd. De uiteindelijke keuze voor de voorkeursvariant en de onderbouwing daarbij presenteren we overzichtelijk in de Nota voorkeursvariant.
19/63
We organiseren aan het begin van deze stap gebiedstafels. Dit zal naar verwachting in het derde kwartaal 2025 zijn. We nodigen hiervoor gericht (groepen) belanghebbenden uit om binnen de ontwerpruimte die er op dat moment is, mee te denken. Dit kunnen bijvoorbeeld grondeigenaren, bedrijven, belangenvertegenwoordigers of bewoners zijn. De exacte opzet van deze bijeenkomsten en de belanghebbenden die we uitnodigen zullen we te zijner tijd op de website van het Rivierklimaatpark vermelden. Met de input van de gebiedstafels optimaliseren we de voorkeursvariant en beoordelen deze op (milieu)effecten. Naast deze gebiedstafels zullen we in deze periode één-op-één gesprekken voeren met specifieke belanghebbenden. De Nota voorkeursvariant en het milieueffectrapport worden door de stuurgroep vastgesteld. Dit vindt naar verwachting begin 2026 plaats. De bevoegde gezagen stellen vervolgens de ontwerpbesluiten en eventuele ontwerp-vergunningen vast. • • •
Derde kwartaal 2025: Gebiedstafels met belanghebbenden om input te verzamelen voor het detailontwerp van de voorkeursvariant Derde kwartaal 2025: Eén-op-één gesprekken met specifieke belanghebbenden om input te verzamelen voor het detailontwerp van de voorkeursvariant Vierde kwartaal 2025: Eén-op-één gesprekken met belanghebbenden om resultaten van de (milieu)effectbeoordeling te toetsen en de voorgenomen keuzes toe te lichten
Besluiten (2026) De bevoegde gezagen leggen medio 2026 de ontwerpbesluiten, ontwerp-vergunningen inclusief het bijbehorende milieueffectrapport ter inzage. Gedurende deze periode van 6 weken kan iedereen zienswijzen indienen. In deze periode organiseren we ook brede informatiebijeenkomsten om de plannen toe te lichten en vragen te beantwoorden. De Commissie mer vragen we een advies uit te brengen over de inhoud van het opgestelde MER. De bevoegde gezagen zullen de binnengekomen zienswijzen en het advies van de Commissie mer betrekken bij de finale besluitvorming (eind 2026). •
Tweede kwartaal 2026: Inspraakbijeenkomsten voor iedereen om kennis te nemen van het opgestelde MER en de ontwerpbesluiten voor de maatregelen uit de voorkeursvariant
•
Tweede kwartaal 2026: Gedurende zes weken gelegenheid tot het indienen van zienswijzen voor eenieder
• Contact vanuit de projectorganisatie We laten op verschillende manieren van ons horen: • Via de projectwebsite www.rivierklimaatpark.nl met alle projecthistorie • Via de digitale nieuwsbrief met nieuws, achtergrondinformatie en verhalen uit het gebied We zijn bereikbaar voor alle belanghebbenden en belangstellenden via de projectmail rivierklimaatpark@rws.nl
20/63
21/63
4 Varianten 4.1
Ontwikkeling van varianten
Om het voorkeursalternatief uit te kunnen werken tot een meer gedetailleerde voorkeursvariant hebben we onderzocht welke variaties voor de ruimtelijke inrichting en vormgeving van maatregelen nog mogelijk zijn. Hierbij hebben we varianten ontwikkeld, op basis van de ontwerpruimte binnen het voorkeursalternatief, de deskundigheid van experts en het ontwikkelde ruimtelijk perspectief (zie kader). Deze varianten hebben we besproken in één-op-één gesprekken met enkele grondeigenaren en gepresenteerd tijdens een informatiebijeenkomst op 27 februari 2024. Ruimtelijk perspectief Het ruimtelijk perspectief is bedoeld als een inspirerende ontwerphandleiding voor het Rivierklimaatpark IJsselpoort in de planuitwerkingsfase. Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) van het gebied is één van de hoofddoelen van het programma en daarmee in de uitwerking van groot belang. Het vertrekpunt van de uitwerking is het voorkeursalternatief zoals vastgesteld in de verkenningsfase. Iedere maatregel op zich en alle maatregelen in samenhang dragen bij aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Dit ruimtelijk perspectief beschrijft een toekomstperspectief voor 2050 en verder. Ook worden leidende principes benoemd die gebruikt worden bij het verder ontwerpen van de maatregelen en het beoordelen van varianten.
Door gebruik te maken van het ruimtelijk perspectief bij het opstellen van de varianten, het MER, de integrale beoordeling, de totstandkoming van de voorkeursvariant wordt een passend kwaliteitsniveau geborgd. Het ruimtelijk perspectief vormt de basis voor het nog op te stellen landschapsplan en de beeldkwaliteitscriteria, die op hun beurt een belangrijke rol spelen bij vergunningverlening en uitvoering van het programma en nieuwe ontwikkelingen in het gebied. Zie ook bijlage 4.
In de variantenstudie beoordelen we deze varianten. Het doel van de variantenstudie is om inzicht te krijgen in de positieve en negatieve effecten van de verschillende maatregelen en varianten daarbinnen. Daarbij kijken we naar verschillende aspecten zoals ruimtelijke kwaliteit, maakbaarheid en vergunbaarheid, kosten, bijdragen aan de doelen, draagvlak en milieueffecten (zie hoofdstuk 5 Beoordeling). Bestuurders kunnen op basis van deze informatie de hoofdkeuzes maken die leiden tot een voorkeursvariant. Niet voor alle maatregelen zijn nog onderscheidende hoofdkeuzes te maken. Voor enkele maatregelen, zoals het beleefbaar maken van cultuurhistorische elementen, geldt dat de inrichting en vormgeving in de volgende fase (optimaliseren van de voorkeursvariant) plaatsvindt. Veel varianten vallen binnen een specifiek deelgebied. Enkele varianten, zoals maatregelen voor waterstandsdaling beschrijven we (ook) voor het hele Rivierklimaatpark. Voor recreatieve routes en gebiedsentrees maken we per deelgebied een uitwerking van de varianten zodat we deze in de variantenafweging volwaardig kunnen meewegen.
22/63
In het plangebied onderscheiden we zeven deelgebieden, die op de afbeelding hieronder zijn aangeduid. Hieronder volgt per deelgebied een overzicht van de varianten die we gaan onderzoeken.
Figuur 4.1 Deelgebieden Rivierklimaatpark IJsselpoort
23/63
24/63
4.2
Uiterwaarden Westervoort
4.2.1 Type nevengeul In dit deelgebied wordt een nevengeul aangelegd. Dit is een belangrijke maatregel binnen het project Rivierklimaatpark, die aan meerdere doelen gekoppeld is en waar nog onderscheidende ruimtelijke hoofdkeuzes voor te maken zijn. We onderscheiden drie varianten voor de vormgeving of het type geul: de eenzijdig aangetakte geul, de eenzijdige aangetakte geul met drempels en de kwelgeul. Deze functioneren ecologisch op een andere manier. We onderzoeken wat de ligging van de geul wordt, dichter bij de dijk of dichter bij de IJssel, hoe diep en breed de geul wordt aangelegd en hoe we de oevers het beste kunnen vormgegeven. Ook de monding van de geul kan variëren. De hoofdkeuze, die we met de varianten willen onderzoeken, is welke geul hier ecologisch en landschappelijk het meest passend is en hoeveel KRW-geullengte er gerealiseerd kan worden. Daarbij onderzoeken we onder meer hoe de geul functioneert in tijden van droogte en hoe soorten zich verplaatsen. Voor alle geultypen kijken we ook naar de mogelijkheden voor een kleine permanente bovenstroomse instroom van rivierwater via een inlaat of buis naar één van de plassen, de mogelijkheden voor het eerder laten instromen van rivierwater bij hoogwater en wat het effect is op de realisatie van overstromingsgrasland achter de geleidedam in de Hondsbroeksche Pleij.
Vraagstuk bij het ontwerp van de geul is ook hoe de huidige havenkom van Struyk Verwo wordt ingepast. Deze kan aangetakt worden, maar ook gedempt of als geïsoleerde plas worden vormgegeven. We onderzoeken de voor- en nadelen hiervan. Variant 1. Eénzijdig aangetakte geul De geul is in deze variant over de gehele lengte permanent verbonden met de IJssel, ook bij lage rivierwaterstanden. De bestaande plassen in de uiterwaarden worden vergraven en gaan deel uitmaken van de doorgaande geul. De geul moet altijd watervoerend zijn, daar houden we rekening mee bij de vormgeving van het profiel van de geul en we beoordelen of dit landschappelijk en ecologisch passend is op deze plek. Ook wordt de vraag beantwoord wat het effect is van een doorsnijding van de Veerdam die nodig is om voldoende geullengte te realiseren. Hier ligt een raakvlak met de hydraulische werking van het regelwerk Hondsbroeksche Pleij. Met dit kunstwerk is de afvoerverdeling tussen de verschillende rijntakken te regelen.
25/63
Figuur 4.2 Eénzijdig aangetakte geul
Variant 2. Eénzijdig aangetakte geul met drempels De geul is in deze variant maar voor een deel permanent verbonden met de IJssel. De geul bevat drempels, die voorkómen dat de plassen en bovenstroomse delen van de geul bij lage rivierwaterstanden droogvallen. Hiermee wordt voorkomen dat de natuurwaarde van de plassen wordt aangetast. De bestaande plassen blijven hierbij zoveel mogelijk gehandhaafd. We onderzoeken onder meer of en hoe de Veerdam doorsneden wordt en hoe hoog de drempels komen te liggen.
Figuur 4.3 Eénzijdig aangetakte geul met drempels
26/63
Variant 3. Ondiepe kwelgeul De geul wordt in deze variant ingericht als een ondiepe kwelgeul. De geul voert regenwater en mogelijk ook kwel uit de rivier en oeverwal af. De bestaande plassen blijven gehandhaafd. De geul kent een moerasachtig karakter. Dit type geul sluit aan bij de oude geulen die te vinden zijn in de ondergrond (Nederrijn-Lek, Koningspleij, Vaalwaard). Een belangrijke vraag is of de geul wel voldoende kwel aantrekt en of en hoe de Veerdam wordt doorsneden.
Figuur 4.4 Ondiepe kwelgeul
4.2.2 Monding van de geul De geul kan op verschillende locaties aangetakt worden op de IJssel. Dit heeft effect op de waterstand in de geul en daarmee op de inrichtingseisen, bijvoorbeeld op de diepte om jaarrond watervoerend te zijn. Ook raakt de plek van de monding aan het grondgebruik en de toegankelijkheid van de uiterwaard. Aandachtspunten zijn verder hoeveel areaal van het recent aangelegde glanshaverhooiland wordt aangetast en hoe de brug naar het terrein van Putman wordt vormgegeven vanwege rivierkundige en ecologische eisen. Tot slot zijn er rivierkundige effecten (waterstandsdaling, morfologie) en mogelijke raakvlakken met de dijkversterking Pannerden-Westervoort. Er zijn twee mondingen mogelijk: in de havenkom van Putman of een monding in de havengeul van Struyk Verwo. Deze kunnen ook gecombineerd worden tot twee kortere geulen, zoals hierboven verbeeld (de twee geulen worden niet op elkaar aangesloten).
27/63
Figuur 4.5 Monding van de geul
4.2.3 Vormgeving hoogwatervrije terrein Putman Er zijn verschillende manieren voor het uitbreiden van het hoogwatervrij terrein van Putman en het verbeteren van de laad- en losfaciliteiten. We onderzoeken in het aangegeven zoekgebied verschillende varianten voor het hoogwatervrije terrein inclusief kade of ponton met ruimte voor twee schepen van 110 meter lengte. De vormgeving van het hoogwatervrije terrein raakt aan de ligging van de nevengeul, de rivierkundige effecten in het gebied en het gebruik van de haven. Dit wordt in samenhang onderzocht.
Figuur 4.6 Vormgeving hoogwatervrije terrein Putman
28/63
4.2.4
Verkeer dijk Westervoort, ter hoogte van terrein Putman
De dijk bij Westervoort wordt zoveel mogelijk autoluw gemaakt. Daartoe wordt er een verkeerskundige knip gelegd, zodat doorgaand verkeer niet verder kan en de dijk alleen voor bestemmingsverkeer toegankelijk is. Wel moet het buitendijks gelegen terrein van Putman bereikbaar zijn, waardoor op een kort traject de dijk gebruikt wordt voor auto- en vrachtverkeer van en naar het terrein van Putman. Variant 1: Aanpassen wegprofiel Fietsers, bestemmingsverkeer en vrachtverkeer Putman gaan in deze variant allemaal over de dijk. De weg wordt verkeersveilig ingericht, bijvoorbeeld als fietsstraat, met brede fietssuggestiestroken of met apart fietspad. Het profiel wordt mogelijk verbreed. Voor wandelaars wordt ingezet op een wandelpad onderaan de dijk, in combinatie met de beheerstrook van het waterschap.
Figuur 4.7 Verkeer dijk Westervoort, ter hoogte van terrein Putman – aanpassen profiel
Variant 2: Fietspad buitendijks In deze variant worden de fietsers buitendijks geleid, door de uiterwaard. Bestemmingsverkeer en vrachtverkeer Putman rijdt over de dijk. Voor wandelaars wordt ingezet op een wandelpad onderaan de dijk, in combinatie met de beheerstrook voor het waterschap.
Figuur 4.8 Fietsers buitendijks
29/63
4.3
Uiterwaarden Rheden
Voor de Velperwaard, onderdeel van de uiterwaarden Rheden, zijn twee hoofdvarianten ontwikkeld voor de landschappelijke hoofdstructuur. Dit raakt aan de ontwikkeling van natuurwaarden zoals stroomdalgraslanden, agrarisch gebruik, recreatie, landschapsbeleving en rivierkunde. Voor de andere helft van dit deelgebied bij Rhederlaag zijn geen varianten ontwikkeld. Variant 1: Kleinschalig landschap In de Velperwaard wordt in deze variant het kleinschalige karakter van het landschap versterkt door de aanplant van heggen, houtwallen, solitaire bomen en dergelijke. Er wordt ingezet op natuurwaarden gekoppeld aan deze landschappelijke elementen, in combinatie met natuurinclusieve landbouw. Er ontstaat zo een gradiënt van open landschap in de Arnhemse uiterwaarden, naar een meer besloten landschap in de Velperwaard. De precieze locatie van landschapselementen wordt nog bepaald (de tekening is indicatief).
Figuur 4.9 Kleinschalig landschap
Variant 2: Open landschap In deze variant is de Velperwaard voornamelijk grazig en open, met hoogstens hier en daar een heg of solitaire boom. Alleen rondom de monding van de Velperbeek in het noorden is er sprake van een kleinschalig landschap. Er wordt qua natuurwaarden primair ingezet op weidevogels, in combinatie met natuurinclusieve landbouw.
30/63
Figuur 4.10 Open landschap
4.4
Uiterwaarden Arnhem
Voor de maatregelen uit het voorkeursalternatief hebben we voor dit deelgebied geen varianten ontwikkeld. De toegankelijkheid voor recreanten maakt deel uit van de variant voor recreatief gebruik (par. 4.9). In samenhang met het recreatief gebruik onderzoeken we voor dit deelgebied wat mogelijke locaties voor entrees naar het gebied zijn en met welk niveau van voorzieningen. Daarbij onderzoeken we ook de mogelijkheden voor recreatieve ontwikkeling van Fort Westervoort.
4.5
Koppenwaard
4.5.1 Verlagen Koppenwaardsedam en kade Marsweg De Koppenwaard is een belangrijke locatie voor het realiseren van de benodigde waterstandsdaling in de IJssel. Er wordt onderzocht hoe dit het beste gerealiseerd kan worden, in een combinatie van maatregelen: het verlagen van de Koppenwaardsedam, het doorstroombaar maken van de kade Marsweg met duikers (kokers die watergangen met elkaar verbinden) of een brug en het verbeteren van de doorstroombaarheid van de uiterwaard. Er is een raakvlak met de ontwikkeling van de groene rivier bij voormalig Terrein de Groot. Gezamenlijk moeten deze maatregelen voldoende waterstandsdaling realiseren in de IJssel. Hiervoor onderzoeken we verschillende varianten in samenhang. Door deze waterstandverlagende maatregelen zal de Koppenwaard vaker onder water staan. Dit raakt aan de riviergebonden natuurwaarden, de waterkwaliteit van het Rhederlaag en de stroomsnelheid van het water. We onderzoeken onder meer de volgende aspecten: • Hoe vaak en hoe lang staat de Koppenwaard onder water en wat betekent dit voor de natuurwaarden en het agrarisch gebruik
31/63
•
Wat zijn de effecten op de waterkwaliteit en de bacteriologische verontreiniging van het
•
Rhederlaag Hoe kunnen we in de toekomst mogelijk aanvullende waterstandsdaling bij hoogwater mogelijk maken
• • •
Hoe wordt omgegaan met de aanwezige bodemverontreiniging, wat is het effect van een toename van het overstromen op de aanwezige vuilstort Hoe kan het ooibos beter doorstroombaar worden gemaakt en wat betekent dit voor de mate waarin de Koppenwaardsedam verlaagd moet worden Welke stroomsnelheden treden op en wat betekent dit voor de stabiliteit van de oeverconstructies in het Rhederlaag en voor de stabiliteit van de Marsweg
Figuur 4.11 Verlagen Koppenwaardsedam en kade Marsweg
4.5.2
Geul en kade Marsweg
Om de natuurwaarden in de Koppenwaard verder te verhogen, worden twee varianten onderzocht. Daarbij worden twee verschillende invalshoeken voor de te ontwikkelen natuurwaarden gekozen. In één variant wordt de verdroging van de uiterwaard verminderd door de huidige afwatering aan te passen. In de andere variant wordt ingezet op het toevoegen van nieuwe natuurwaarden en meer waterdynamiek door aanleg van een korte geul, eenzijdig aangetakt aan het Rhederlaag. Beide denkrichtingen hebben directe raakvlakken met de vormgeving en stabiliteit van de kade Marsweg en met de waterkwaliteit van het Rhederlaag. Ook onderzoeken we het effect op de stroomsnelheid van het hoogwater.
32/63
Variant 1. Aanpassing afwatering, kade Marsweg met duikers De afwatering van de Koppenwaard wordt in deze variant aangepast om de verdroging die is ontstaan door de drainerende werking van het Rhederlaag en de IJssel te verminderen. De ontwateringssloot, die momenteel afwatert op het Rhederlaag, wordt verondiept met flauwe oevers. Zo trekt deze minder water aan. Het uitlaatwerk naar het Rhederlaag wordt aangepast op de nieuwe bodemhoogte van de ontwateringssloot om het water langer vast te houden. De vraag is hoeveel effect dit heeft op de verdroging en daaraan gekoppelde natuurwaarden.
Figuur 4.12 Aanpassing afwatering, kade Marsweg met duikers
Figuur 4.13 Aanzicht kade Marsweg met duikers
De Marsweg wordt ten behoeve van waterstandsdaling doorstroombaar gemaakt. Dit kan met duikers. De vorm en omvang van de duikers wordt nader onderzocht. De vormgeving van de kade moet afgestemd worden op de verkeersinrichting van de Marsweg.
33/63
Variant 2. Diepe geul, brug Marsweg De ontwateringssloot in de Koppenwaard wordt in deze variant verdiept tot een geul, eenzijdig aangetakt aan het Rhederlaag. De geul wordt overspannen door een brug in de Marsweg. De vormgeving van de kade moet afgestemd worden op de verkeersinrichting van de Marsweg. De locatie van de geul volgt de oude stroombanen in de ondergrond en kan ofwel zuidelijk worden geplaatst, op het tracé van de huidige afwateringssloot ofwel noordelijk, richting het recreatieterrein. De noordelijke variant kan gecombineerd worden met het verondiepen van de afwateringssloot uit de vorige variant. De reden voor het onderzoeken van een geul in de Koppenwaard is dat het een kans biedt om een extra geul te ontwikkelen naast de geul bij Westervoort. Het aanleggen van een geul in combinatie met een brug in de Marsweg zorgt ervoor dat de Koppenwaard vaker onder water staat. Dit raakt aan de natuurwaarden in het gebied en de waterkwaliteit van het Rhederlaag. Andere aandachtspunten zijn de landschappelijke inpassing (benodigde diepte van de geul), de ontwaterende werking van de geul en het effect op het landgebruik.
Figuur 4.14 Aanzicht brug Marsweg
Figuur 4.15 Zuidelijke variant, op het tracé van de huidige afwateringssloot
Figuur 4.16 Noordelijke variant, langs het recreatieterrein
34/63
4.5.3
Uitbreiding ooiboskern
In het VKA is voor natuur in de Koppenwaard een uitbreiding van de boskern tot minimaal 25 hectare aaneengesloten zacht- en hardhoutooibos voorzien. Er wordt uitgegaan van een mozaïek van typen hard- en zachthoutooibos, zomen, struwelen, ruigten en korte vegetaties met een extensieve begrazing door runderen. Er is een raakvlak met de beoogde waterstandsdaling. Verlaging van de Koppenwaardse dam is immers van belang voor (de kwaliteit van het) ooibos met de gewenste dynamiek. Variant 1 Ontwikkelen ooibos in de oeverzone langs de rivier. Verbinden met het centrale bosperceel.
Figuur 4.17 Ooiboskern, variant 1
35/63
Variant 2 Ontwikkeling ooiboskern in de oeverwalzone en verbinden in oost-west richting met de ooiboskern midden in de Koppenwaard. Mogelijke uitbreiding van het zoekgebied richting het oosten, indien onvoldoende hectares behaald zijn.
Figuur 4.18 Ooiboskern, variant 2
Variant 3 Uitbreiden ooibos midden in de Koppenwaard, met verbindingen via hagen naar de ooibossen in de oeverwalzone.
Figuur 4.19 Ooiboskern, variant 3
4.6
Rhederlaag
Er wordt ingezet op een kwaliteitsimpuls voor het Rhederlaag. Dit wordt verder uitgewerkt in het Masterplan Rhederlaag. In deze fase van het project worden hiervoor geen varianten verkend.
36/63
Een concrete opgave, waar twee varianten voor zijn getekend, is de verkeersveiligheid en aantrekkelijkheid van de Marsweg. In het verlengde hiervan onderzoeken we de optimale inrichting van de Koestraat als entree van het gebied . Het vergroten van de doorstroombaarheid van de kade Marsweg is beschreven bij het deelgebied Koppenwaard, omdat dit directe raakvlakken heeft met de maatregelen in dit deelgebied. 4.6.1 Verkeersinrichting Marsweg De Marsweg is nu erg druk, verkeersonveilig en onaantrekkelijk. De weg wordt onder meer gebruikt door bezoekers per auto, trailers met boten en vrachtverkeer voor bevoorrading. Daarnaast maken fietsers en voetgangers gebruik van de weg. Er wordt ingezet op het verbeteren van de veiligheid en aantrekkelijkheid door herinrichting van het profiel. We verkennen twee varianten. Variant 1. Scheiding verkeersstromen Het gemotoriseerd verkeer, fietser en wandelaars worden gescheiden, ieder op een eigen strook. Per deel van de Marsweg kan hierbij voor een andere invulling worden gekozen. We onderzoeken onder meer een fietspad onderaan de teen van de dijk vanaf de Veerstal tot aan de pont en eventueel verder.
Figuur 4.20 Scheiding verkeersstromen
37/63
Variant 2. Fietsstraat De Marsweg wordt omgevormd tot een fietsstraat. Auto’s en ander verkeer zijn te gast. Deze variant wordt onderzocht op trajecten waar het scheiden van de verkeersstromen niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege ruimtegebrek.
Figuur 4.21 Fietsstraat
4.7
Terrein de Groot en omgeving
Er wordt ingezet op de herontwikkeling van het voormalige steenfabrieksterrein de Groot. De uiterwaard wordt ontwikkeld tot groene rivier. Deze ontwikkeling wordt samen met de eigenaar van het terrein vormgegeven. De groene rivier draagt bij aan de doelstelling voor waterstandsdaling. Er is een raakvlak met de maatregelen in de Koppenwaard. Gezamenlijk moeten deze maatregelen voldoende waterstandsdaling realiseren. Hiervoor onderzoeken we verschillende varianten in samenhang. De overige inrichtingsmaatregelen zijn hier niet dusdanig onderscheidend dat er varianten voor onderzocht en beoordeeld moeten worden. De inrichting en vormgeving wordt als onderdeel van het ontwerpproces verder uitgewerkt. Hierbij spelen vragen zoals: • • •
Waar kan het maaiveld het beste worden verlaagd en tot hoever is dit nodig Hoe kan de groene rivier ook bij laagwater zichtbaar gemaakt worden Hoe kan de oude spoorlijn ingepast worden
•
Is verwijdering van vegetatie, struweel en bomen in de stroombaan nodig en zo ja, hoe kan deze het beste worden ingepast in relatie tot de aanwezige natuurwaarden Zijn er aanpassingen nodig aan de monding van de Velperbeek
•
38/63
Ontwikkeling voormalig steenfabrieksterrein Terrein de Groot wordt ontwikkeld met ruimte voor natuur, recreatie en kleinschalige energieopwekking. In overleg met de betrokken partijen wordt binnen de omvang van het hoogwatervrije terrein zoals in het voorkeursalternatief aangegeven, de intensiteit van het recreatief programma verkend, inclusief de ontsluiting en de mogelijkheden om de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing te behouden. Hiervoor ontwikkelen we verschillende
varianten. Figuur 4.22 Ontwikkeling voormalig steenfabrieksterrein
4.8
IJssel en oevers
De belangrijkste opgaven in dit deelgebied zijn de aanleg van natuurlijke oevers en het verbeteren van een aantal breedte- en diepteknelpunten van de vaarweg. Voor de aanleg van natuurlijke oevers zijn twee varianten ontwikkeld. Bij de ambtshalve wijzigingen staat aangegeven dat er sprake is van één variant. Locatie natuurvriendelijke oevers In het voorkeursalternatief wordt ingezet op ontstening van de oevers van de IJssel. Voor de aanleg van de natuurvriendelijke oevers is in het VKA circa 10 km aangeduid als zoekgebied voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Het doel voor de korte termijn is het realiseren van 5,1 km natuurvriendelijke oever. Het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers raakt aan het agrarisch gebruik van de uiterwaarden, de beschermingszone voor waterkeringen en de scheepvaartknelpunten. Bij het onderzoek kijken we onder meer de volgende aspecten: • • •
Welke locaties zijn het meest geschikt voor de aanleg van natuurlijke oevers Wat zijn eventuele neveneffecten als we overgaan op aanleg van natuurlijke oevers Op welke trajecten kunnen de oevers onder invloed van natuurlijke processen ontstaan, op
•
welke trajecten moeten ze direct volledig aangelegd worden In hoeverre is aanzanding te verwachten op de geselecteerde locaties en welke mitigerende maatregelen zijn eventueel mogelijk
•
Hoe gaan we om met solitaire bomen in de oeverzone
39/63
•
Welke inrichtings- en beheermaatregelen zijn nodig om stroomdalgraslanden te realiseren in de oeverzone
Uit nadere analyse van de oeverstroken uit het VKA is gebleken dat er binnen dit zoekgebied onvoldoende geschikte oevers aanwezig zijn voor realisatie van de opgave. Daarop zijn alle oeverstroken binnen het projectgebied opnieuw beschouwd en getoetst op de geschiktheid voor de realisatie van natuurlijke oevers. Hierbij is een aantal criteria toegepast, zoals de huidige vaardiepte voor de scheepvaart, de ligging van de oeverlijn na afgraving (ten opzichte van kades en wegen) en het omliggende landgebruik. Uit deze analyse zijn zeven oeverstroken naar voren gekomen die het meest geschikt zijn voor de aanleg van natuurlijke oevers, zie ook bijgevoegde kaart: -
Westervoort (rechteroever) Velperwaarden (linkeroever) Velperwaarden (rechteroever)
-
Veerstal (rechteroever) Steegse haven (linkeroever) Vaalwaard (linkeroever)
-
Havikerwaard (linkeroever).
Figuur 4.23 Meest geschikte oeverstroken voor natuurvriendelijke oevers
40/63
4.9
Recreatief gebruik
Voor alle deelgebieden liggen opgaven om de recreatieve gebruiksmogelijkheden te vergroten met o.a. een recreatief routenetwerk en entrees. Om de effecten op met name natuur te kunnen beoordelen, zijn twee hoofdvarianten voor recreatie gebruik ontwikkeld. Deze varianten voor recreatie gebruik integreren we in de uitwerking van de varianten per deelgebied, zodat we de routes als integraal onderdeel van de varianten kunnen beoordelen. Per deelgebied kunnen daarbij andere keuzes worden gemaakt. In samenhang met het routenetwerk onderzoeken we in de uiterwaarden Arnhem de mogelijkheden voor de ontwikkeling van Fort Westervoort. In Westervoort onderzoeken we bijvoorbeeld de mogelijkheden voor de herontwikkeling van Struyk Verwo. In de Koppenwaard gaat het om de mogelijkheden van recreatieve ontwikkeling van het voormalige steenfabrieksterrein. Variant 1. Wandelpaden door het hele gebied