CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

A06-20250127-03-vka-coll-instemming-zienswijze-startdocument-rivierklimaatpark-bijlage-1-nota-van-antwoord

Raadsvergadering 27 januari 2025, gemeente WestervoortBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken25.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rivier klimaatp a r k

IJsselpoort

Nota van Antwoord

Samenwerkingspartners

Inhoud 1

2

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Planuitwerking Rivierklimaatpark IJsselpoort ..................................................................... 5

1.2

Terinzagelegging van het startdocument ........................................................................... 5

1.3

Leeswijzer .......................................................................................................................... 6

1.4

Hoe verloopt de verdere procedure ................................................................................... 6

Hoofdlijn van de reacties ........................................................................................................... 8 2.1

Hoe zijn de reacties beantwoord? ...................................................................................... 8

2.2

Functie en rol van het startdocument ................................................................................. 8

2.3

Het voorkeursalternatief en aangedragen alternatieve oplossingen .................................. 9

2.3.1

Vertrekpunt: het voorkeursalternatief .......................................................................... 9

2.3.2

Kaders alternatieve oplossingen ................................................................................. 9

2.3.3

Aangedragen alternatieve oplossingen ....................................................................... 9

2.4

Integrale beoordeling van varianten ................................................................................. 11

2.5

Veel voorkomende inhoudelijke vragen/opmerkingen ..................................................... 11

2.5.1

Waterkwaliteit en -stroming Rhederlaag ................................................................... 11

2.5.2

Struinpaden/wandelpaden ........................................................................................ 12

2.5.3

Recreatie en natuur gaan niet samen ....................................................................... 12

2.5.4

Ontwikkelen voormalig terrein de Groot .................................................................... 13

2.5.5

Bouwen in de uiterwaarden ...................................................................................... 13

2.5.6

Inrichting Marsweg en Koestraat............................................................................... 14

2.5.7

Inrichting dijk Westervoort ......................................................................................... 14

2.5.8

Ontbreken duidelijke visie op ontwikkeling van het Rhederlaag ............................... 15

2.5.9

Maatregelen in relatie tot de dijkversterking PanWes ............................................... 15

2.6 3

Wens om betrokken te blijven / mee te denken ............................................................... 15

Advies Commissie mer ............................................................................................................ 17 3.1

Inleiding ............................................................................................................................ 17

3.2

Hoofdpunten van het advies ............................................................................................ 17

3.2.1

Achtergrond en al doorlopen proces ......................................................................... 17

3.2.2

Concrete(re) doelen: ................................................................................................. 18

3.2.3

Randvoorwaarden uit beleid en andere ontwikkelingen ........................................... 18

3/162

3.2.4

Milieugevolgen en bijdrage aan doelen .................................................................... 19

3.2.5

Totstandkoming van de voorkeursvariant: ................................................................ 19

3.3 4

Wijzigingen in het startdocument............................................................................................. 22 4.1

Wijzigingen naar aanleiding van ingediende reacties en het advies van de Commissie

mer

22

4.2

Advies van de klankbordgroep Rivierklimaatpark ............................................................ 22

4.3

Ambtshalve wijzigingen .................................................................................................... 23

4.3.1

Omissie ..................................................................................................................... 23

4.3.2

Tekstuele aanpassingen: .......................................................................................... 24

4.3.3

Wijzigingen vanwege nieuwe inzichten bij de verdere uitwerking van de varianten . 24

4.4 5

Overige aanbevelingen en adviezen ................................................................................ 19

Suggesties voor volgende fase ........................................................................................ 25

Individuele reacties .................................................................................................................. 36

4/162

1 Inleiding 1.1

Planuitwerking Rivierklimaatpark IJsselpoort

In het programma Rivierklimaatpark IJsselpoort werken negen partners samen aan een toekomstbestendige en robuuste inrichting van de IJssel en zijn uiterwaarden tussen Arnhem en Giesbeek. De partners zijn de gemeenten Arnhem, Duiven, Rheden, Westervoort en Zevenaar, waterschap Rijn en IJssel, provincie Gelderland, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Natuurmonumenten. Van 2017 tot 2020 doorliepen de partners – onder regie van provincie Gelderland – een zogeheten ‘’MIRT-Verkenning’’. Daarin hebben de partners een voorkeursalternatief samengesteld. Dit voorkeursalternatief is opgenomen in een door de gemeenten vastgestelde Intergemeentelijke structuurvisie. De negen partners hebben begin 2021 een Samenwerkingsovereenkomst Planuitwerking Rivierklimaatpark IJsselpoort ondertekend. Daarin is onder meer afgesproken om het voorkeursalternatief verder uit te werken in een MIRTplanuitwerking.

1.2

Terinzagelegging van het startdocument

Het startdocument Planuitwerkingsfase (hierna: startdocument) vormt het vertrekpunt voor de voorbereiding van ruimtelijke besluiten voor het Rivierklimaatpark en voor de milieueffectrapportage procedure (mer-procedure) die ter onderbouwing van de ruimtelijke besluiten wordt doorlopen. Het startdocument beschrijft de participatieaanpak en de onderzoeksaanpak. In de bijlage van het startdocument is het Ruimtelijk Perspectief opgenomen. Dit beschrijft het toekomstperspectief voor 2050 en verder en is bedoeld als een inspirerende ontwerphandleiding voor het Rivierklimaatpark IJsselpoort. Hierin staat een systeembeschrijving en de verwachte ontwikkelrichting op de lange termijn. Het startdocument lag van donderdag 20 juni tot en met woensdag 31 juli 2024 ter inzage. Gedurende deze termijn kon iedereen reacties indienen. In totaal zijn 36 reacties ingediend. Daarnaast heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (mer) een advies uitgebracht over de inhoud van het op te stellen milieueffectrapport (MER). De Commissie heeft de ingebrachte reacties bij haar advies betrokken. Het advies is in de bijlage van het startdocument opgenomen. Tevens zijn de wettelijk adviseurs en overleg partners geraadpleegd. Naar aanleiding van de ontvangen reacties en het advies van de Commissie voor de mer is het startdocument op enkele onderdelen aangepast, zie hoofdstuk 4.

Deze Nota van Antwoord heeft als doel om de indieners van de reacties en andere belangstellenden kennis te laten nemen van de ingediende reacties en tot welke wijzigingen in het startdocument de reacties hebben geleid. Gelet op de Algemene verordening gegevensbescherming zijn de reacties van natuurlijke personen geanonimiseerd. Vandaar dat wij bij natuurlijke personen spreken van ‘indiener’ (van een reactie). De reacties zijn zodanig samengevat, dat deze niet direct te herleiden zijn naar een

5/162

persoon of een specifiek adres. Indieners van een reactie kunnen hun reactie terugvinden aan de hand van het ontvangen registratienummer, zie de tabel in hoofdstuk 5.

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat in op onderwerpen die in de reacties naar voren zijn gekomen. Het beschrijft in het kort de inhoud van het startdocument en de status van het voorkeursalternatief. Daarbij geven we van een aantal aangedragen alternatieve oplossingen gemotiveerd aan waarom deze niet verder worden onderzocht. Ook gaat dit hoofdstuk inhoudelijk in op specifieke punten die in meerdere reacties terugkomen. Hoofdstuk 3 gaat in op het advies van de onafhankelijke Commissie mer: wat vindt de Commissie belangrijke informatie voor het MER en hoe gaan we in het verdere proces met de aanbevelingen van de Commissie om. In hoofdstuk 4 is een overzicht opgenomen van wijzigingen in het startdocument naar aanleiding van het advies van de Commissie mer, de ingediende reacties en zogenoemde ‘ambtshalve wijzigingen’. Hoofdstuk 5 bevat de individuele beantwoording van alle ingediende reacties. In de Nota van Antwoord is een aantal veel voorkomende afkortingen gebruikt. Het betreft de volgende afkortingen: GNN: Gelders Natuurnetwerk IGSV: Intergemeentelijke structuurvisie De mer: milieueffectrapportage (procedure, instrument) Het MER: milieueffectrapport (het rapport zelf) N2000: Natura 2000 RKP: VKA: IOK:

Rivierklimaatpark IJsselpoort Voorkeursalternatief Intentieovereenkomst

1.4

Hoe verloopt de verdere procedure

Vaststellen gewijzigd startdocument Het gewijzigde startdocument en de Nota van Antwoord worden voorgelegd aan de stuurgroep Rivierklimaatpark ter instemming. De bevoegde gezagen: provincie Gelderland, Gemeente Rheden en Rijkswaterstaat stellen het gewijzigde startdocument en de Nota van antwoord formeel vast. De Nota van Antwoord is (digitaal) toegestuurd naar de indieners van een reactie. Varianten Wij werken de varianten uit het startdocument verder uit tot schetsontwerpen. Deze schetsontwerpen hebben een iets hoger detailniveau. Vervolgens brengen we de effecten in beeld. We kijken daarbij niet alleen naar de milieueffecten maar breder. In het Startdocument is het integraal beoordelingskader opgenomen. Hierin staat precies naar welke onderwerpen we meenemen in de beoordeling. In de variantennota presenteren we de uitkomsten van deze

6/162

effectbeoordeling en presenteren we de te maken keuzes om de voorkeursvariant samen te stellen. Voorkeursvariant De gekozen voorkeursvariant werken we vervolgens verder uit en beoordelen we gedetailleerder. Dit rapporteren we in de Nota voorkeursvariant en het milieueffectrapport. Besluiten Vervolgens bereiden we ruimtelijke besluiten voor. De ontwerpbesluiten leggen we ter inzage samen met het milieueffectrapport en de nota voorkeursvariant. Hierna stellen de bevoegde gezagen aan de hand van de ingekomen zienswijzen en het advies van de Commissie mer de besluiten vast, al dan niet in aangepaste vorm. Gedurende deze stappen bieden we belanghebbenden via diverse vormen van participatie de mogelijkheid om zich te laten informeren over de voortgang en mee te denken over de uitwerking van de plannen. Eén en ander is beschreven in het startdocument.

7/162

2 Hoofdlijn van de reacties 2.1

Hoe zijn de reacties beantwoord?

In totaal zijn 36 reacties ingediend. Alle reacties zijn, voor een goede beantwoording, gesplitst in de verschillende onderwerpen die in de reacties zijn aangekaart. Dit heeft geleid tot 244 vragen, opmerkingen en reacties die stuk voor stuk zijn beantwoord. Iedereen die een reactie op het startdocument heeft gegeven informeren we via deze Nota van Antwoord over hoe hiermee is omgegaan. Wij danken iedereen die de tijd heeft genomen om de voor hen belangrijke onderwerpen met ons te delen. Uit de reacties blijkt dat er veel aandacht is voor de toekomst van dit uiterwaardengebied en dat er goed is meegedacht over de verschillende aspecten van het plan en over het proces hoe de definitieve plannen voor dit gebied tot stand komen. De reacties bevatten waardevolle informatie die wij kunnen gebruiken bij het vervolg. Een aantal vragen of opmerkingen komt vaker terug. Deze beantwoorden we hieronder in algemene zin. Bij de individuele beantwoording van de reacties in hoofdstuk 5 verwijzen we regelmatig naar deze algemene antwoorden.

2.2

Functie en rol van het startdocument

Meerdere indieners van een reactie geven aan dat informatie ontbreekt of gemist wordt in het startdocument dat ter inzage lag. In een aantal gevallen gaat dit om zaken die we nog gaan uitzoeken en te zijner tijd in de variantennota of in het MER zullen presenteren. Het startdocument vormt slechts het vertrekpunt voor de mer-procedure (de milieuonderzoeken) en de voorbereiding van ruimtelijke besluiten. Het startdocument beschrijft: • De participatieaanpak: hoe betrekken we belanghebbenden bij de planuitwerking. • Te onderzoeken varianten en onderzoeksvragen •

Beoordelingskader MER: welke (milieu)effecten van de varianten gaan we onderzoeken.

Het startdocument bevat dus niet: •

Een uitgebreide beschrijving van het voorkeursalternatief en de gemaakte keuzes. Zie hiervoor de vastgestelde Intergemeentelijke Structuurvisie en de notitie Voorkeursalternatief (en zie paragraaf 2.3 van deze Nota van Antwoord)

•

Een uitgebreide beschrijving van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen. Met name voor het Rhederlaag wordt dit regelmatig genoemd In detail uitgewerkte varianten. De varianten hebben we op hoofdlijnen beschreven en

•

werken we momenteel gedetailleerder uit voor de effectbeoordeling in de variantennota en het MER

8/162

•

De feitelijke effectbeschrijving. De effectbeschrijving gaan we op basis van het startdocument opstellen en is te zijner tijd te lezen in de variantennota en het MER.

2.3

Het voorkeursalternatief en aangedragen alternatieve oplossingen

2.3.1

Vertrekpunt: het voorkeursalternatief

Vertrekpunt voor de planuitwerkingsfase, waar we nu in zitten, is het voorkeursalternatief dat in 2020 is vastgesteld. Dit voorkeursalternatief is tot stand gekomen na zorgvuldig onderzoek, participatie/advies en afweging van verschillende alternatieven. We verwijzen daarvoor naar de documenten uit de Verkenningsfase, met name de Intergemeentelijke Structuurvisie en de Notitie Voorkeursalternatief. Als u die wilt nalezen kunt u deze vinden op de website van Rivierklimaatpark1. In het startdocument is ook een toelichting op het gevolgde proces te vinden, zie hoofdstuk 2. De in het startdocument genoemde varianten geven op verschillende manieren invulling aan het voorkeursalternatief en de daarmee te bereiken doelen. Deze werken we nu uit. 2.3.2 Kaders alternatieve oplossingen Tijdens de inspraakperiode konden alternatieve oplossingen worden aangedragen. Van die mogelijkheid hebben meerdere insprekers gebruik gemaakt. We hebben in de kennisgeving en het startdocument aangegeven welke randvoorwaarden daarbij gelden. De oplossing moet: • Passen in de Intergemeentelijke Structuurvisie; • • •

Redelijkerwijs een oplossing bieden voor de opgaven; Technisch uitvoerbaar, betaalbaar en juridisch haalbaar zijn; Duurzaam en beheersbaar zijn;

•

Passen binnen de voorgenomen planning.

De voorstellen in de volgende paragraaf voldoen niet aan deze randvoorwaarden en zijn daarom geen onderdeel geworden van de planuitwerkingsfase voor het Rivierklimaatpark. 2.3.3 2.3.3.1

Aangedragen alternatieve oplossingen Fietsbrug over de Steegse haven en het doortrekken van het fietspad ArnhemDoesburg

Verschillende indieners doen het voorstel voor de aanleg van een fietspad door de noordelijke uiterwaarden van de IJssel, De route loopt via een nog te realiseren fietsbrug langs de A348 bij de Steeg. Zo ontstaat een mooie doorlopende fietsroute door de uiterwaarden. De fietsbrug over de Steegse haven is in de intergemeentelijke structuurvisie (IGSV) in paragraaf 2.2 benoemd. De brug is erg kostbaar en alleen financieel haalbaar als realisatie kan worden gecombineerd met groot onderhoud aan de A348. De kans en de meerwaarde wordt door de projectpartners onderkend. We zien het echter als een kans voor de lange termijn. We richten ons

1

www.rivierklimaatpark.nl bij ‘documenten / archief / vastgestelde plannen”.

9/162

nu op maatregelen waarvoor geld beschikbaar is gesteld of waarvoor naar verwachting op korte termijn geld beschikbaar zal zijn. 2.3.3.2

Fietspad richting de Zutphensestraatweg, Rheden

De behoefte aan het doortrekken van het fietspad ter hoogte van voormalig Terrein de Groot naar de Zutphensestraatweg is bekend. Verschillende indieners wijzen op het ontbreken van deze verbinding en de kans om de Posbank en Veluwe te verbinden met de IJsselvallei. De gemeente Rheden werkt momenteel aan een Omgevingsvisie, waar ook beleid op mobiliteit onderdeel van uitmaakt. In dit kader wordt gemeente breed gekeken naar de fietsverbindingen. Mogelijk kan deze verbinding hierin worden meegenomen. Het doortrekken van het fietspad valt buiten de scope van het Rivierklimaatpark. 2.3.3.3

Afwaarderen van de A348 ter versterking van de verbinding met de Veluwe

Ter versterking van de ecologische verbinding tussen de IJssel en de Veluwe stelt een indiener voor om de IJsselweg (A348) om te vormen tot een reguliere provinciale weg (N348) zonder vluchtstroken, de maximumsnelheid te verlagen naar 80 km/h en het opheffen van afrit 1 en de verbindingsweg tussen de snelweg en de Zutphensestraatweg-Arnhemsestraatweg te onderzoeken. Het voorstel van indiener draagt bij aan de ambitie voor de lange termijn om de verbinding met de Veluwe te versterken. Voor dit moment is de ingreep echter te ingrijpend om op korte termijn uit te voeren en ontbreekt uitzicht op financiering. Daarom nemen we dit initiatief niet op in de scope van Rivierklimaatpark. 2.3.3.4 Het aanpakken van diverse wegen buiten het Rivierklimaatpark Enkele belanghebbenden vragen om verschillende wegen in omliggende kernen aan te pakken vanuit veiligheid, doorstroming of ruimtelijke kwaliteit. Dergelijke lokale opgaven passen niet binnen de opgave van het Rivierklimaatpark en vragen vooral aandacht en besluiten van de betreffende gemeenten. 2.3.3.5 Betrekken van ‘het Broek’ als deelgebied 8 Enkele indieners geven aan dat enkele onderwerpen uit het Rivierklimaatpark ook relevant zijn voor het Duivense en Zevenaarse Broek. Zij zien graag dat dit als nieuw deelgebied wordt toegevoegd aan Rivierklimaatpark.

De samenhang tussen Rivierklimaatpark en het Broek hebben we besproken met de gemeente Zevenaar. Naast Rivierklimaatpark hebben alle partners hun eigen opgaven en projecten. Wanneer voor de realisatie van een bepaalde opgave het niet nodig is dat alle negen partners uit het Rivierklimaatpark hierover besluiten, is samenwerken niet voor de hand liggend. Voor het Broek geldt dat het toevoegen van dit gebied als extra deelgebied geen oplossing biedt voor de opgaven binnen Rivierklimaatpark. Wel vraagt het om zorgvuldige afstemming tussen de projecten, zeker daar waar overkoepelende thema’s als verkeer, recreatie en hydrologie in beide projecten voorkomen. Wij zullen hierover blijvend in overleg treden met de gemeente Zevenaar.

10/162

2.3.3.6

Verplaatsen van de ingang Rhederlaag

Verschillende indieners stellen voor om de ingang van het Rhederlaag bovenstrooms te verplaatsen bijvoorbeeld naar de oude rivierloop ter hoogte van recreatiepark De Mars. Als belangrijkste reden wordt genoemd dat het waterniveau in het Rhederlaag dan stijgt waardoor verdroging in het gebied en in de omgeving wordt tegengegaan. De aangedragen maatregel kan een bijdrage leveren aan het oplossen van geschetste probleem van verdroging in het Rhederlaag. Het probleem van verdroging speelt echter niet alleen in het Rhederlaag, maar in heel de Liemers. De gemeente streeft naar een samenhangende aanpak voor de verdroging in plaats van het uitvoeren van losse maatregelen. Overigens heeft deze maatregel ook consequenties. Zo zal, om de geplande overnachtingshaven voor de binnenvaart in stand te houden, een dam in het Rhederlaag moeten worden gemaakt op een van de diepste punten van de plassen. Daarnaast leidt het verplaatsen van de ingang tot hogere waterstanden in het Rhederlaag, wat weer gevolgen heeft voor de kades en oeverbescherming. Vanwege de impact en het streven naar een samenhangende aanpak van dit probleem is besloten deze oplossing niet nader te onderzoeken binnen het Rivierklimaatpark.

2.4

Integrale beoordeling van varianten

Via de ingediende reacties ontvingen we meerdere vragen of we bij de effectbeoordeling ook kijken naar een specifiek aspect wat voor de betreffende indiener van belang is. Alle varianten en de uiteindelijke voorkeursvariant beoordelen we op de aspecten uit het integrale beoordelingskader (zie paragraaf 5.2 van het startdocument). De milieueffecten zijn een onderdeel daarvan. Deze hebben we al vrij ver uitgeschreven in hoofdstuk 6 van het startdocument, en milieu is dus zeker niet enige thema. Meerdere indieners benoemen en onderbouwen een voorkeur voor één van de varianten. Daarmee lopen zij vooruit op de integrale beoordeling die we op basis van de diverse onderzoeken uitvoeren. De standpunten van de indieners bevatten daarvoor vaak nuttige informatie.

2.5

Veel voorkomende inhoudelijke vragen/opmerkingen

2.5.1

Waterkwaliteit en -stroming Rhederlaag

Recreatieondernemers, bewoners van Riverparc en andere belanghebbenden maken zich zorgen over het effect van de rivierverruimende maatregelen op de waterkwaliteit van en de stroming op het Rhederlaag. Ze wijzen erop dat het Rhederlaag in belangrijke mate wordt gevuld met kwalitatief schoon kwelwater vanuit het Veluwe-massief. Met een verlaging van de Koppenwaardsedam, in combinatie met het doorstroombaar maken van de kade van de Marsweg, zal een veel frequentere doorstroming van het Rhederlaag met IJsselwater via de Koppenwaard plaatsvinden. Men vreest dat de kwaliteit van het water in het recreatiegebied hierdoor achteruit zal gaan. De aanwezigheid van een voormalige vuilstort in de Koppenwaard wordt in dit verband ook regelmatig genoemd. Ook vreest men dat de hoeveelheid slib in het water zal toenemen en dat dit zich afzet op de zandstranden. Daarnaast zijn er zorgen dat de stroomsnelheid van het

11/162

water in situatie van hoogwater zal leiden tot afkalving van de strandjes en oevers bij onder andere Riverparc. Wij onderschrijven het belang van een goede waterkwaliteit voor bewoners, gebruikers en recreanten op het Rhederlaag. Het in beeld brengen van de gevolgen van de maatregelen voor de waterkwaliteit heeft daarom zeker onze aandacht. Zie ook tabel 6.2 in paragraaf 6.5 en de toelichting daarop in paragraaf 6.6 van het startdocument. Hierin is waterkwaliteit van het Rhederlaag specifiek genoemd. Op dit moment vindt (jaarrond) onderzoek plaats naar de waterkwaliteit in het Rhederlaag en de sedimentatie van slib. Daarmee brengen we de uitgangssituatie in beeld. De mogelijke effecten betrekken we in de afweging en beoordeling van de varianten. Dit geldt ook voor de effecten van het verlagen van de Koppenwaardsedam en het doorstroombaar maken van de Marsweg op de stroming van water langs de oevers van het Rhederlaag, waaronder die van Riverparc. 2.5.2 Struinpaden/wandelpaden Uit de reacties op het startdocument blijkt dat er verwarring bestaat over de begrippen ‘struinpad’ en ‘wandelpad’. Meerdere indieners geven aan dat struinen betekent vrijuit door het gebied wandelen zonder gebonden te zijn aan een pad, terwijl een wandelpad juist een aangegeven route impliceert. De term struinpad komt uit de Intergemeentelijke Structuurvisie en is daarin niet nader uitgelegd.

Met een struinpad bedoelen we in dit geval een pad dat wel een vaste route volgt, maar niet verhard is. Dit gebied leent zich minder goed voor echt struinen door de uiterwaarden. Wij zullen dit in het startdocument aanpassen en in het vervolg de term ‘wandelpad’ hanteren. 2.5.3

Recreatie en natuur gaan niet samen

Meerdere indieners uiten zorgen over de effecten op de natuur in het gebied, met name als gevolg van recreatie. In het bijzonder vraagt men aandacht voor het effect van recreatieve routes door of langs natuurgebieden. Men vreest dat hierdoor verstoring van de aanwezige soorten plaatsvindt. Anderen moedigen het toegankelijk maken van de uiterwaarden juist aan zodat mensen makkelijker kennismaken met de natuur. Recreatieve ontwikkeling en het ontwikkelen van natuur zijn beide doelen van het Rivierklimaatpark IJsselpoort. Soms ‘schuren’ belangen en is een zorgvuldige afweging nodig. Dit gaan we per deelgebied en voor het plangebied als geheel doen. Daarvoor onderzoeken we zowel de effecten van natuur als van recreatie (en ook samen) in het MER. We hebben twee basisvarianten voor recreatief gebruik ontwikkeld om de door indieners genoemde samenhang tussen natuur en recreatie goed in beeld te krijgen.

12/162

2.5.4

Ontwikkelen voormalig terrein de Groot

Verschillende indieners verzoeken af te zien van de voorgestelde herinrichting van het voormalige steenfabrieksterrein de Groot. Ze beargumenteren dat het gebied zich niet leent voor intensieve verblijfsrecreatie en dat de aanwezige natuurwaarden zullen worden verstoord. Het vertrekpunt voor de planuitwerkingsfase, waar we nu in zitten, is het voorkeursalternatief dat in 2020 is vastgesteld. Dit voorkeursalternatief is tot stand gekomen na zorgvuldig onderzoek en afweging van verschillende alternatieven. Het voorkeursalternatief voorziet in herinrichting van het terrein van de voormalige steenfabriek. Dat werken we de komende tijd verder uit, zoals beschreven in het startdocument (paragraaf 4.7). Het in beeld brengen van de effecten op natuur, is onderdeel van de uitwerking. 2.5.5

Bouwen in de uiterwaarden

Een aantal indieners zet vraagtekens bij de uitbreidingsmogelijkheden die we bieden voor bedrijven in de uiterwaarden. Daarbij verwijst men naar de recent aangescherpte regels voor bouwen in de uiterwaarden. Ze constateren ook een tegenstrijdigheid tussen het uitplaatsen van Struyk Verwo en ruimte bieden aan andere bedrijven. Het vastgestelde VKA vormt de basis voor de gemaakte keuzes. Hierin is vastgelegd dat Struyk Verwo uitgeplaatst wordt om andere doelen mogelijk te maken (waaronder waterstandsverlaging, ruimte voor een robuust riviersysteem, nieuwe natuur en verhoging van de ecologische waterkwaliteit). In het VKA wordt aan het bedrijf Putman ruimte geboden omdat dit een watergebonden bedrijf is, mits daar rivierverruimende maatregelen tegenover staan. Voor de ontwikkeling van voormalig Terrein de Groot, de invulling van steenfabrieksterrein Emptepol en initiatieven in het Rhederlaag is onder voorwaarden ruimte in de uiterwaarden mogelijk. Recent zijn de regels voor bouwen in de uiterwaarden aangescherpt. Dit is een uitwerking van de brief water en bodem sturend van de minister en staatssecretaris van infrastructuur en waterstaat2. In de brief wordt aangegeven dat we rekening moeten houden met hogere afvoeren door klimaatverandering en vaker hoog water in de uiterwaarden. Er is meer ruimte nodig om water op te vangen bij hoog water.

Het bouwen in de uiterwaarden voor activiteiten die niet watergebonden zijn, zijn niet meer toegestaan. Deze regel is direct ingegaan maar voor projecten waar bestuurlijke afspraken over zijn gemaakt, wordt een uitzondering gemaakt. Rivierklimaatpark IJsselpoort is een van de projecten waarvoor de uitzondering (maatwerk) geldt. Wat precies de regels zijn voor maatwerk wordt door het ministerie uitgewerkt. Wat al wel duidelijk is: • de ontwikkeling moet passen binnen de kaders van het voorkeursalternatief en de intergemeentelijke structuurvisie; • • •

2

de ontwikkeling moet zorgen voor extra ruimte voor de rivier; het ruimtebeslag moet zo klein mogelijk zijn; permanente bewoning is niet toegestaan.

https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2022D50136

13/162

Om gebruik te maken het maatwerk moet de ontwikkeling meegenomen worden in de plannen van Rivierklimaatpark IJsselpoort. Begin 2025 moet er duidelijk zijn welke ontwikkelingen voldoen aan de regels en meekunnen in het planproces. Zodra helder is wat de aanvullende regels zijn vanuit het ministerie nemen wij contact op met de bij ons bekende initiatiefnemers om af te spreken welke mogelijkheden er zijn en op welke wijze de ontwikkeling onderdeel wordt van het planproces van Rivierklimaatpark.

2.5.6

Inrichting Marsweg en Koestraat

De herinrichting van de Marsweg en de Koestraat is een onderwerp dat veel indieners bezighoudt. Er is een breed besef dat er op dit moment te hard gereden wordt en er weinig ruimte is voor veilig gebruik door de verschillende weggebruikers. In reactie op de twee gepresenteerde varianten dragen indieners verschillende oplossingen aan om de veiligheid te verbeteren. Op dit moment werken we de varianten voor de herinrichting van de Marsweg en Koestraat nader uit samen met direct belanghebbenden. De voor- en nadelen van beide varianten voor de verkeersveiligheid onderzoeken we in het MER. Op basis van deze en andere onderzoeken maakt de stuurgroep een keuze tussen deze varianten. Deze kan per deel van de Marsweg/Koestraat anders zijn en zelfs een combinatie van de onderzochte maatregelen zijn. 2.5.7

Inrichting dijk Westervoort

Een veilige inrichting van de dijk bij Westervoort is een onderwerp waar diverse indieners voorstellen voor indienen. Deze komen soms overeen maar tegelijkertijd zijn de aangedragen oplossingsrichtingen vaak verschillend. Voor het gedeelte tussen de toerit van Putman en de Driegaardenstraat werken wij de gepresenteerde varianten uit. We beoordelen ze volgens het Integraal Beoordelingskader zodat bestuurders een afgewogen beslissing kunnen nemen voor de voorkeursvariant. Het gedeelte van de IJsseldijk tussen de Veerdam (Dorpstraat) tot aan de toerit naar Putman is gekozen voor de variant waarbij de IJsseldijk wordt ingericht als fietsstraat met bijbehorende voorzieningen, ingericht voor gemotoriseerd bestemmingsverkeer en fietsverkeer3. Er is een “harde knip” op de IJsseldijk voorzien ter hoogte van het viaduct. Een harde knip is een maatregel waarbij autoverkeer niet meer kan passeren (met uitzondering van hulpdiensten). Wij kunnen deze harde knip alleen realiseren bij het doorgaan van het project ViA15, waarbij de A15 wordt doorgetrokken, waardoor de verkeersdrukte in Westervoort vermindert. Verder is een “zachte knip” voorzien op de Brouwerslaan. Bij een zachte knip is het nog wel mogelijk voor autoverkeer om te passeren, het is met name bedoeld om sluipverkeer te ontmoedigen.

Door een langere, langzamere route te creëren voor autoverkeer, is de route niet langer aantrekkelijk als alternatief. De vorm van de zachte knip wordt verder uitgewerkt in het stedenbouwkundig ontwerp van de

3

Voor referenties zie bijlage 2 van het Startdocument

14/162

nieuwe woonwijk Westervoort Noord. Het onderzoek naar de verkeersafwikkeling van de nieuwe woonwijk Westervoort Noord loopt echter nog. Als er sprake is van een hoger verkeersaanbod op de IJsseldijk door een (gedeeltelijke) verkeersafwikkeling van de nieuwe woonwijk Westervoort Noord via de dijk, dan is een relatief kleine verbreding van het wegprofiel mogelijk noodzakelijk om de IJsseldijk als fietsstraat in te richten. Wij gaan dit aspect samen met de gemeente uitwerken. 2.5.8 Ontbreken duidelijke visie op ontwikkeling van het Rhederlaag Diverse insprekers missen in het startdocument een duidelijke visie op de ontwikkeling van het Rhederlaag. Het klopt dat de ontwikkelingsmogelijkheden van de bestaande recreatieparken en andere ontwikkelingen in het Rhederlaag niet specifiek zijn genoemd in het startdocument. In het voorkeursalternatief is het hele Rhederlaag gemarkeerd als ‘recreatief ontwikkelgebied met kwaliteitsimpuls’. De ontwikkelingsmogelijkheden binnen het Rhederlaag zijn ondervangen in twee aspecten binnen het Rivierklimaatpark: •

Het bieden van ‘maatwerkoplossingen’ in het kader van het aangescherpte Beleidsregels grote rivieren om buitendijks ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren wanneer er tegelijkertijd meer rivierruimte wordt gemaakt.

•

Met de kwaliteitsimpuls voor het Rhederlaag legt het Rivierklimaatpark de focus op het recreatief ontwikkelperspectief. De kwaliteitsimpuls is een belangrijk uitgangspunt voor de toekomst van het Rhederlaag. Hiervoor het Masterplan Rhederlaag bedacht, waarvan de precieze invulling en haalbaarheid momenteel wordt bepaald.

2.5.9

Maatregelen in relatie tot de dijkversterking PanWes

Sommige indieners uiten zorgen over de effecten van de dijkversterking, zoals binnendijkse wateroverlast of overlast van uitvoeringswerkzaamheden. De versterking van de dijk is geen onderdeel van Rivierklimaatpark IJsselpoort, maar een apart project dat door het waterschap Rijn en IJssel wordt getrokken. Wij zorgen wel voor een zorgvuldige afstemming met het proces van de dijkversterking. Bij beide projecten is aandacht voor de effecten van de maatregelen op bijvoorbeeld het grondwater. Er is ook aandacht voor de schadeafhandeling vanuit de projecten rondom Westervoort. Hierover volgt op een later moment meer informatie. Daarnaast gaan wij zorgen voor een zorgvuldige afstemming van de uitvoeringswerkzaamheden voor het Rivierklimaatpark met die van het waterschap Rijn en IJssel voor de dijkversterking. Beperking van de impact van het uitvoeren van werkzaamheden is een gezamenlijk doel van de dijkversterking en het Rivierklimaatpark IJsselpoort.

2.6

Wens om betrokken te blijven / mee te denken

Verschillende indieners hebben de wens geuit om betrokken te blijven of mee te denken bij het uitwerken van de plannen.

15/162

Wij maken hier graag gebruik van. In het startdocument is op hoofdlijnen aangegeven op welke momenten we welk type bijeenkomsten voorzien. Via de digitale nieuwsbrief zullen we kenbaar maken welke bijeenkomsten voor welke belanghebbenden georganiseerd worden. Ook zullen we aangeven of en hoe u zich kunt aanmelden. Deze informatie zullen we ook via actuele berichten op de website plaatsen. Daarnaast zullen we gericht contact opnemen met indieners die hierom hebben gevraagd.

16/162

3 Advies Commissie mer 3.1

Inleiding

De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft advies uitgebracht over de reikwijdte en detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport. Het advies is integraal opgenomen in bijlage 1 van deze Nota van Antwoord. De Commissie mer heeft alle reacties op het startdocument (geanonimiseerd) ontvangen en betrokken bij haar advies. In haar advies formuleert de Commissie mer een aantal hoofdpunten, die zij beschouwt als essentiële informatie voor het op te stellen MER: • • •

Beschrijf de achtergrond van en de aanleiding voor het Rivierklimaatpark Maak de doelen zo concreet mogelijk. Geef aan wat de hoofd- en nevendoelen zijn. Geef aan wat de randvoorwaarden uit beleid en regelgeving zijn en beschrijf de andere

• •

relevante ontwikkelingen Beschrijf de positieve en negatieve gevolgen van de varianten. Beschrijf de totstandkoming van de voorkeursvariant

De Commissie brengt advies uit aan de overheden die de juridische besluiten vaststellen. Het advies is besproken tussen de bevoegde gezagen en de initiatiefnemer4. Hoe de bevoegde gezagen en de initiatiefnemer met de hoofdpunten van het advies om willen gaan, beschrijven we in paragraaf 4.2. In paragraaf 4.3 gaan we in op een aantal andere aandachtspunten en adviezen van de Commissie. De Commissie mer had bij het opstellen van het advies geen gedetailleerd inzicht in het werkproces dat het project voor ogen heeft om tot een goed onderbouwd en gedragen voorkeursvariant te komen. Dit is een gevolg van de eerder gemaakte keuze om het startdocument vooral te richten op de informatie die voor insprekers relevant is om op dit moment een reactie in te kunnen dienen en minder op de meer procesmatige en technische onderwerpen. Dit proces is tijdens het adviesgesprek met de Commissie mer toegelicht door de initiatiefnemer.

3.2

Hoofdpunten van het advies

3.2.1 Achtergrond en al doorlopen proces Advies: Beschrijf de achtergrond van en de aanleiding voor het Rivierklimaatpark. Geef een overzicht van het doorlopen proces, waaronder de totstandkoming van het vastgestelde voorkeursalternatief. Geef aan op welke wijze het milieubelang daarbij een rol heeft gespeeld. Onderbouw ook de grenzen van het plangebied. 4

Het Omgevingsbesluit bepaalt dat de overheden die zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag zijn in het kader van

het milieueffectrapport moeten zorgen voor een rollenscheiding. Dat betekent dat de ambtenaren die het project beoordelen vanuit de rol van bevoegd gezag zoveel als mogelijk andere ambtenaren zijn dan die betrokken zijn vanuit de rol van initiatiefnemer.

17/162

Reactie: Het is gebruikelijk om in een MER de voorgeschiedenis van een project te beschrijven. Wij delen dan ook het belang van deze beschrijvingen. De informatie is in het kader van de uitgevoerde verkenning en de intergemeentelijke structuurvisie al eerder gepresenteerd. Toch helpt het als we het ‘vertrekpunt’ voor de planuitwerkingsfase nog eens samenvatten. Hier geven we in het MER invulling aan. Consequentie voor startdocument: geen, deze inhoudelijke toelichting vullen we in het MER. 3.2.2

Concrete(re) doelen:

Advies: Maak de doelen zo concreet mogelijk, zodat inzicht te geven is in wat de varianten hieraan bijdragen. Geef aan wat de hoofd- en nevendoelen zijn en leg uit hoe die zich tot elkaar verhouden. Geef ook aan wat mogelijke (meekoppel)kansen zijn in relatie met andere projecten. Reactie: Wij onderschrijven het advies van de commissie om de doelen zo concreet, toetsbaar en kwantitatief als redelijkerwijs mogelijk is uit te werken. De doelen voor het Rivierklimaatpark zijn vastgesteld bij de start van de uitgevoerde verkenning. Het klopt dat de vier doelen op dit moment gelijkwaardig geformuleerd zijn. We werken het vastgestelde voorkeursalternatief – dat voldoet aan de doelstellingen – nader uit. Later in het proces moeten bestuurlijke keuzes worden gemaakt welke doelen in welk geval het zwaarst wegen. Deze keuzes moeten hoe dan ook worden gemaakt in het proces om te komen van varianten tot een voorkeursvariant. In dat kader beoordelen we waar verdere kwantificering van de doelen helpt om de afwegingen te kunnen maken, hoe we omgaan met eventuele conflicterende doelen en op welke wijze de keuzes zijn gemaakt. We geven hiermee invulling aan het advies van de Commissie in het kader van de integrale beoordeling van de varianten. Ook zullen wij de meekoppelkansen expliciet benoemen, zoals de Commissie heeft gevraagd.

Consequentie voor startdocument: In het startdocument (hoofdstuk 5) voegen we toe hoe we omgaan met (toetsing aan) doelstellingen. 3.2.3 Randvoorwaarden uit beleid en andere ontwikkelingen Advies: Geef aan welke randvoorwaarden bestaand beleid en wet- en regelgeving aan het Rivierklimaatpark stellen. Geef ook aan welke andere ontwikkelingen spelen in en nabij het plangebied en hoe deze ontwikkelingen de (positieve en negatieve) milieugevolgen van het Rivierklimaatpark mogelijk kunnen beïnvloeden en/of versterken. Beschrijf en onderbouw welke ontwikkelingen vallen binnen de al vastgelegde structuurvisie, welke ontwikkelingen gezien moeten worden als raakvlakprojecten, welke controversieel zijn door veranderende regelgeving én welke gelden als autonoom. Geef aan of en in hoeverre bepaalde ontwikkelingen onzeker zijn en op welke wijze daarmee in het MER wordt omgegaan.

18/162

Reactie: Het in beeld brengen van het beleidskader is een ‘standaard’ onderdeel van ieder MER en nemen we dus op in het MER. Dit beleidskader bepaalt onder andere de ‘speelruimte’ die er is bij de uitwerking van het eerder vastgestelde voorkeursalternatief. Wij denken hierbij onder andere aan de wet- en regelgeving met betrekking tot natuur, de gevolgen van de beleidslijn ‘water en bodem sturend’ en de ontwikkelingen met betrekking tot Integraal Riviermanagement. We geven in het MER ook invulling aan het advies van de Commissie om goed inzicht te geven in raakvlakprojecten en autonome ontwikkelingen. Consequentie voor startdocument: Geen. We zien dit als nadere uitwerking van paragraaf 6.3 van het startdocument. 3.2.4 Milieugevolgen en bijdrage aan doelen Advies: Beschrijf de positieve en negatieve effecten van de varianten (inclusief de voorkeursvariant). Doe dit voor de aanlegfase én de eindfase (als alle werkzaamheden afgerond zijn). Beoordeel per variant in hoeverre de doelen van het Rivierklimaatpark worden bereikt (het doelbereik). Ga ook in op de mogelijke fasering van het Rivierklimaatpark en op de haalbaarheid in relatie tot de Natura 2000-doelen. Reactie: Het is gebruikelijk om in een MER onderscheid te maken in feitelijk optredende effecten (negatief/positief, gebruiksfase/eindfase) en het ‘doelbereik’.

Daarbij gaan we ook in op de fasering en op de genoemde haalbaarheid in relatie tot de Natura 2000-doelen. Consequentie voor startdocument: Geen. We zien dit als nadere uitwerking van hoofdstuk 5 en 6 van het startdocument. 3.2.5 Totstandkoming van de voorkeursvariant: Advies: Beschrijf de totstandkoming van de voorkeursvariant. Geef aan op welke wijze het milieubelang daarin een rol heeft gespeeld. Reactie: De manier waarop het milieubelang een rol heeft gespeeld bij de samenstelling van de voorkeursvariant is een belangrijke onderbouwing van de uiteindelijk te nemen besluiten. Wij onderschrijven het advies dit in het MER inzichtelijk te maken, zodat alle milieu-gerelateerde aspecten bij elkaar in één document staan. Consequentie voor startdocument: Geen. We zien dit als nadere uitwerking van hoofdstuk 5 van het startdocument.

3.3

Overige aanbevelingen en adviezen

De Commissie formuleert in de hoofdstukken 2 tot en met 5 meer gedetailleerde adviezen/suggesties voor het onderzoek. De bevoegde gezagen en de initiatiefnemer nemen deze adviezen over. Werkenderwijs zal blijken hoe we precies invulling gaan geven aan het advies van de Commissie. In het MER zullen we dit nader verantwoorden.

19/162

In deze paragraaf gaan we op een aantal concrete adviezen nader in. In algemene zin geldt dat we per thema/beoordelingscriterium gaan bekijken op welk moment de gewenste informatie nodig is: voor het kiezen van een voorkeursvariant óf bij de nadere uitwerking van die voorkeursvariant. Ook dit zullen we in het MER goed onderbouwen. Paragraaf 2.1 toetsing doelstellingen Advies: De Commissie adviseert om bij de toetsing aan doelbereik (zie paragraaf 4.2 van het advies) te onderzoeken wat de consequenties zijn voor de thema’s natuur en landschap van het afwijken van het doel om 10 cm waterstandsdaling te realiseren. Dit om te voorkomen dat het 10 cm-doel het benutten van kansen voor deze thema’s in de weg staat. Reactie: De Commissie lijkt te veronderstellen dat het 10 cm-doel kansen in de weg staat. Als eerste stap zullen we in het MER onderzoeken of deze veronderstelling klopt. Als dat het geval is, zullen we zoals de Commissie adviseert in beeld brengen welke gevolgen het afwijken van deze doelstelling heeft op thema’s als natuur en landschap. Consequentie voor startdocument: Geen. We zien dit als nadere uitwerking van hoofdstuk 5 van het startdocument. Paragraaf 2.1, doelen recreatie Advies: In het startdocument staat dat het recreatief routenetwerk en gebiedsentrees niet nu al worden onderzocht maar pas in de fase van optimalisering van de voorkeursvariant.

De Commissie adviseert de doelen voor recreatie meteen mee te nemen. Reactie: Wij onderschrijven dit advies van de Commissie voor zover het de recreatieve doelen en de (grote) gebiedsentrees betreft. Het Rivierklimaatpark heeft vier (op dit moment) gelijkwaardige doelen, waaronder de uiterwaarden beter toegankelijk te maken voor recreanten. Deze gelijkwaardigheid van doelstellingen impliceert dat recreatieve doelen voor routenetwerk en entrees een volwaardige plaats krijgen in de varianten en het onderzoek. Het startdocument beschrijft dat recreatieve elementen zoals de gebiedsentrees volgend zijn op ‘hoofdkeuzes’, waarmee er impliciet een keuze wordt gemaakt dat (deze vormen van) recreatie geen hoofdkeuze zijn en daarmee ondergeschikt als doel. Door het volgend te laten zijn vallen mogelijk bepaalde oplossingen af die vanuit recreatief oogpunt ideaal zouden zijn. Daarom zullen we in de variantenafweging gedetailleerder ingaan op recreatieve routes en op de (grote) gebiedsentrees. Consequentie voor startdocument: We voegen dit toe in hoofdstuk 4 van het startdocument. Paragraaf 3.2, suggestie voor ontwikkelen thematische varianten Advies: De Commissie benoemt dat de werkwijze om per deelgebied varianten te onderzoeken het risico met zich meebrengt dat milieueffecten niet volledig en in onderlinge samenhang worden onderzocht.

Om dat risico te beheersen doet de Commissie de suggestie om thematische varianten te ontwikkelen vanuit de verschillende doelstellingen.

20/162

Reactie: Wij zijn het met de Commissie eens dat het ongewenst is om milieueffecten niet volledig en niet in onderlinge samenhang te onderzoeken. Wij zien meerdere manieren om dit te voorkomen. De suggestie van de Commissie is één van die manieren, maar in het startdocument staat op pagina 44 een andere manier beschreven om dit risico te beheersen: “We beoordelen de varianten eerst los en vervolgens beschouwen we de raakvlakken met en effecten op andere varianten. Waar nodig om een goede effectbeoordeling te kunnen doen, maken we samengestelde varianten. Daarbij combineren we verschillende maatregelen met elkaar. Dit is bijvoorbeeld van belang voor rivierkundige effecten, zoals waterstandsdaling.” Hiermee stellen we zeker dat de milieueffecten volledig en in onderlinge samenhang worden onderzocht. Consequentie voor startdocument: Geen. Paragraaf 4.5, advies om landschaps- en beeldkwaliteitsplan op te stellen in variantenfase Advies: De Commissie adviseert al in deze fase een landschaps- en beeldkwaliteitsplan op te stellen met daarin fotomontages en visualisaties. Reactie: Een dergelijk plan bevat veel verschillende onderdelen, waaronder gedetailleerde aspecten die in deze fase nog niet aan de orde zijn. De genoemde visualisaties en fotomontages zullen we, voor zover mogelijk in dit stadium van de planvorming, al wel opnemen in het MER.

Dit kan ook in de vorm van referentiebeelden vanuit andere projecten. Op deze manier groeit het plan in de loop van het proces. Wij nemen het advies van de Commissie over in die zin dat we een start maken met het beeldkwaliteitsplan en landschapsplan, en dit lopende het werkproces (als de ontwerpen concreter zijn) aanvullen. Consequentie voor startdocument: Geen. We zien dit als nadere uitwerking van het startdocument.

21/162

4 Wijzigingen in het startdocument In dit hoofdstuk vatten we samen welke wijzigingen zijn aangebracht in het startdocument naar aanleiding van de ingediende reacties (zie hoofdstuk 5 van deze Nota van Antwoord) en het advies van de Commissie mer (zie hoofdstuk 3 van deze Nota van Antwoord). Daarnaast zijn er enkele wijzigingen aangebracht vanwege nieuwe inzichten bij de verdere uitwerking van de varianten. Samen met enkele omissies en enkele tekstuele aanpassingen noemen we dit ‘ambtshalve wijzigingen’.

4.1

Wijzigingen naar aanleiding van ingediende reacties en het advies van de Commissie mer

De ingediende reacties en het advies van de Commissie mer heeft geleid tot de volgende aanpassingen van het startdocument: • We vervangen de term ‘struinpaden’ door ‘wandelpaden’, Dit kunnen verharde of onverharde paden zijn (hoofdstuk 4 startdocument en Ruimtelijk perspectief) • • • •

4.2

We voegen de grote gebiedsentrees toe als onderdeel van het variantenonderzoek (nieuw hoofdstuk 4.10 van het startdocument) De principes voor recreatieve routes, zoals beschreven in het startdocument, integreren we in de uitwerking van de varianten (hoofdstuk 4 startdocument) We voegen in hoofdstuk 5 een passage toe hoe we de toetsing aan de doelstellingen vormgeven. De mogelijkheid van kleinschalige energieopwekking bij terrein De Groot is toegevoegd in paragraaf 4.7 van het gewijzigde startdocument.

Advies van de klankbordgroep Rivierklimaatpark De Klankbordgroep RKP heeft in haar vergadering van 18 april 2024 het ontwerpStartdocument besproken en de Stuurgroep geadviseerd. Het advies richt zich op het integraal beoordelingskader, doelbereik en het detailniveau en volledigheid van de onderzoeksagenda. De Klankbordgroep vraagt aandacht voor de onderstaande onderwerpen: •

Factor ‘tijd’ De factor ‘tijd’ is een belangrijke factor is en deze lijkt in het integrale beoordelingskader te ontbreken. Hoe wordt dit meegenomen: Factor ‘tijd’ is zeker een belangrijk thema om mee te nemen in de beoordeling van de effecten/consequenties. We nemen dit in de integrale beoordeling als apart onderwerp mee (valt onder het kopje ‘overig’).

•

Recreatie

22/162

In het Ruimtelijk Perspectief (bijlage van het Startdocument) is recreatie onderdeel van het leidend principe 5: ‘Biedt ruimte voor passend economisch gebruik’. Recreatie is meer dan alleen economisch gebruik. Voor gebruikers draagt recreatie ook bij aan welzijn. Recreatie beperkt zich niet alleen tot wandelen. Worden andere vormen van recreatie ook meegenomen in de effectenstudie? Hoe wordt dit meegenomen: In het leidend principe 4 ‘vergroot de recreatieve belevingswaarde en identiteit van het gebied’ is beschreven dat recreatie meer is dan een economische functie. Voor het deelgebied Rhederlaag werken we in het masterplan Rhederlaag het toekomstperspectief voor dit gebied uit. Dit gaat verder dan alleen wandelen. Voor de overige deelgebieden zien wij (extensieve) wandelrecreatie als mogelijk passend gebruik. De effectenstudie moet uitwijzen welke gebieden zich daar wel en niet voor lenen. •

Duurzaamheid en toekomstbestendigheid Hoe wordt omgegaan met nieuwe/onverwachte ontwikkelingen bij de beoordeling? Zijn de toekomstige ontwikkelingen voldoende in beeld om dit te beoordelen? Hoe wordt dit meegenomen: Er is een ‘stip op de horizon’ gezet in het Ruimtelijk Perspectief, waarbij verwachting is dat de tendens gaat naar meer natuurlijke processen in de rivier. Nieuwe ontwikkelingen worden aan de hand hiervan bekeken. Dit perspectief wordt ook gebruikt ter toetsing of andere nieuwe ontwikkelingen met de realisatie van Rivierklimaatpark onmogelijk worden gemaakt. Adaptiviteit is breder dan duurzaamheid en wordt meegenomen in de toetsing op toekomstbestendigheid.

•

Natuurvriendelijke oevers De natuurvriendelijke oevers zullen effect hebben op de scheepvaart en het aangrenzende grondgebruik. De effectbeoordeling zal inzicht moeten gegeven over het effect op het bestaande gebruik. Hoe wordt dit meegenomen: De effecten (positief en negatief) van aanleg van natuurvriendelijke oevers op het bestaande gebruik worden meegenomen in de beoordeling van het doelbereik (landbouw, scheepvaart en natuur) en bij de beoordeling van beheer en onderhoud (kostencomponent).

4.3

Ambtshalve wijzigingen

De ambtshalve wijzigingen bestaan uit een omissie, tekstuele aanpassingen en wijzigingen die zijn aangebracht vanwege nieuwe inzichten bij de verdere uitwerking van de varianten. 4.3.1 •

Omissie Bladzijde 4 van het startdocument ontbrak bij de ter inzagelegging van het startdocument. Dit betreft een deel van de inhoudsopgave. Bladzijde 4 is toegevoegd aan het startdocument.

23/162

4.3.2

Tekstuele aanpassingen:

•

In paragraaf 2.3 is een aanvulling toegevoegd over de afstemming tussen de provinciale projectbesluiten van Uiterwaarden Westervoort en het dijkversterkingsproject PannerdenWestervoort.

• •

Bij figuur 2.3 in paragraaf 2.3 is de planning van het blok ‘varianten’ geactualiseerd. In paragraaf 3.2 staat de samenwerking beschreven met de dijkversterking PannerdenWestervoort. De samenwerking is meer dan alleen regulier contact onderhouden zoals

•

eerder beschreven. De tekst is aangevuld met de manieren hoe wij samenwerken om de samenwerking beter te beschrijven. In paragraaf 3.2 is een nieuw datum toegevoegd voor de verwachtte datum van de

• •

vaststelling voorkeursalternatief dijkversterking Pannerden-Westervoort. Figuur 3.3 in paragraaf 3.3 is vernieuwd met een nieuwe planning. In paragraaf 3.3 zijn de data aangepast van de vier fases naar aanleiding van de nieuwe

• •

planning. In paragraaf 3.3 is de publicatie termijn van de Nota van Antwoord aangepast. In paragraaf 3.3 zijn de alinea’s over de terinzagelegging van het startdocument

•

herschreven van tegenwoordige tijd naar verleden tijd. In paragraaf 4.1 en 5.1 is een zinsnede over inrichting en vormgeving van maatregelen voor de volgende fase aangepast. De grote gebiedsentrees zijn in deze zin verwijdert

•

omdat deze al in een eerdere fase worden uitgewerkt. In paragraaf 4.2.4 is een verduidelijking aangebracht dat de beheerstrook van het waterschap is.

•

• •

4.3.3 •

In paragraaf 4.2.4 is een nuance aangebracht bij de variant ‘aanpassen wegprofiel’ dat het profiel mogelijk wordt verbreed. Onderzoek loopt nog of de weg verbreed moet worden of dat de verkeersveilige inrichting mogelijk is met de huidige breedte. In paragraaf 5.1 is de term ‘definitieve ontwerp’ vervangen door ‘vergunbaar ontwerp (definitief) In bijlage 2 is referentie 6 ‘rapportage effectbeoordeling verkeersveilige IJsseldijk varianten PanWes’ toegevoegd.

Wijzigingen vanwege nieuwe inzichten bij de verdere uitwerking van de varianten Voor de (mogelijke) locaties voor natuurvriendelijke oevers is een nieuwe beoordeling op hoofdlijnen van geschikte locaties uitgevoerd. Dit heeft geleid tot één nieuwe variant in plaats van de twee eerder beschreven varianten. Deels betreft dit andere oeverdelen dan die in de eerdere varianten waren opgenomen. De beschreven trajectdelen beoordelen

•

we gedetailleerd in het MER. Dit leidt tot een definitieve keuze van geschikte oeverdelen. Paragraaf 4.8 van het gewijzigde startdocument is geheel vervangen. In het gewijzigde startdocument zijn in paragraaf 4.5.3 varianten toegevoegd voor de locatie van de ooiboskern in de Koppenwaard.

24/162

4.4

Suggesties voor volgende fase

Suggesties

Wanneer nemen we dit mee? 1. Bij de effectbeoordelingen ter onderbouwing van de Voorkeursvariant 2. In het ontwerpproces na vaststellen van de VKV

Landschap Voor de uiterwaarden van Rheden zijn twee hoofdvarianten ontwikkeld: open en kleinschalig landschap. Gepleit wordt voor kleinschalig landschap.

Bij de effectbeoordelingen ter onderbouwing van de Voorkeursvariant. Toelichting: Bij de MER onderzoeken waar de milieueffecten van de beide varianten worden bekeken.

Indiener vraagt om aandacht voor de landschappelijke inpassing van Putman.

Toelichting: In de verkenningsfase is benoemd dat sprake is van een enigszins 'verrommeld' landschap. Zorgvuldige landschappelijke inpassing van het terrein Putman is één van de aandachtspunten voor het ontwerp voor de gewenste verbetering van de ruimtelijke kwaliteit

Indiener vindt dat de natuur- en landschapsversterking binnen de

De bedrijven die deelnemen aan het proces voor natuur inclusieve landbouw

gebieden voor inclusieve landbouw meer zichtbaar mag zijn in het voorkeursalternatief.

nemen ook de mogelijkheden voor sterking van landschap mee. Wij proberen met subsidies het aanleggen van elementen te stimuleren.

Waterveiligheid Suggestie voor een extra variant Koppenwaard. Delen van de Koppenwaard afgraven

Toelichting: Er worden verschillende varianten onderzocht voor benodigde waterstandsdaling. Het vergroten van de

en verlagen en afzien van de aanleg van extra ooibossen om een waterpeildaling te realiseren.

doorstroombaarheid van het bestaande ooibos langs de Koppenwaardsedam nemen we daarbij mee.

Recreatie

25/162

In het Startdocument worden de

We zullen dit in het MER en de

begrippen 'struinpad' en 'wandelpad' door elkaar gebruikt.

Variantennota beter en consistent uitleggen. Een struinpad betekent in dit geval een pad dat wel een vaste route volgt, maar niet verhard is. We hanteren voortaan de term wandelpad.

Bij struinpaden kunnen de natuurwaarden in het geding zijn.

Om de effecten op natuur te kunnen beoordelen, zijn twee varianten voor recreatief gebruik ontwikkeld. We brengen de voor- en nadelen van die varianten in beeld, waarna een zorgvuldige afweging tussen alle belangen volgt, in dit geval tussen natuur en recreatie (wandelen).

Struinpaden moeten onderhouden worden om dichtgroeien te voorkomen.

Bij de effectbeoordelingen ter onderbouwing van de Voorkeursvariant. Toelichting: Bij de keuze tussen varianten beoordelen we de varianten integraal. Daarbij nemen we ook het onderhoud van paden mee.

Het nadeel van struinpaden is een verstoring van de natuur en vervuiling van het gebied.

Er zijn twee varianten voor recreatief gebruik. In het MER onderzoeken we de milieueffecten van de beide varianten. Bij de keuze tussen varianten, zijn niet alleen natuur/milieueffecten van belang, we beoordelen de varianten integraal. Daarbij nemen we de genoemde aandachtspunten mee.

Indien aparte wandelpaden niet

Toelichting: In de verdere uitwerking van

mogelijk zijn, adviseert indiener de aanleg van een grasstrook naast het fietspad.

het ontwerp nemen wij de suggestie met betrekking tot gecombineerd fiets- en voetpad mee.

Pleidooi voor wandel- of fietspaden door de Uiterwaarden Rheden zodat

Bij de effectbeoordelingen ter onderbouwing van de Voorkeursvariant.

mensen het gebied en de natuur kunnen leren kennen.

Toelichting: De keuze hiervoor ligt bij de stuurgroep. Dit gebeurt nadat effecten zijn onderzocht.

Pleidooi voor een rondje te lopen in plaats van lange continue

Bij de effectbeoordelingen ter onderbouwing van de Voorkeursvariant.

wandelroutes.

26/162

Toelichting: Bij de integrale afweging wordt dit meegenomen, waarin we ook andere aspecten meewegen. Er kan meer gedaan worden met het Rhederlaag, zodat de recreanten zich meer spreiden over de plassen.

In het ontwerpproces na vaststellen van de VKV. Toelichting: Dit komt terug bij het eventueel op te stellen masterplan, dat nog onderzocht wordt op haalbaarheid.

Geen recreatieve functies bovenaan de dijk bij de versterking van de dijk en de aanleg van het Rivierklimaatpark.

In het ontwerpproces na vaststellen van de VKV. Toelichting: Dit komt terug bij de verdere uitwerking van de voorkeursvariant. Dan worden de inrichting van de gebiedsentrees en recreatieve voorzieningen vormgeven.

Indiener stelt voor om een recreatiezoneringsplan op te stellen. Bij voorkeur is dit een uitwerking van

Toelichting: In het MER onderzoeken we de milieueffecten van de varianten. Genoemde punten betrekken we daarbij.

het beheerplan Natura2000 Rijntakken.

De recreatiezonering komt terug in het landschapsplan en wordt vervolgens formeel vastgelegd in de vergunningen en/of het projectbesluit.

De indiener vraagt om aandacht voor natuurwaarden (vogelpopulaties) en de

Toelichting: In het MER onderzoeken we de milieueffecten van de gebiedsentrees.

effecten van een stijging in recreatie op de natuurwaarden bij grotere gebiedsentrees.

Daarbij nemen we ook het door indiener genoemde effecten van entrees mee.

Indiener geeft aan dat struinpaden

Toelichting: Dit nemen we mee bij de

aanleggen in benoemde rustgebieden niet wenselijk is. Het afsluiten van deze paden tijdens

variantkeuze.

broedseizoen, wat nodig is om verstoring te voorkomen, is in praktijk vrijwel onmogelijk. Dit moet worden meegenomen bij de variantkeuze. Er is een behoefte aan betere

Toelichting: Dit komt terug bij de verdere

aanduiding en koppeling van de bereikbaarheid van de Bult van Putman met het wandelnetwerk.

uitwerking van de voorkeursvariant.

27/162

In de Uiterwaarden Westervoort zijn

De impact van de varianten onderzoeken

verschillende varianten van een geul omschreven. Indiener heeft vragen over de visstand,

we in het MER (milieuaspecten) en de variantennota (integrale beoordeling). De genoemde aandachtspunten met

het huidig gebruik, gevolgen voor de bereikbaarheid van de IJsseloevers en de vismogelijkheden in de plassen bij

betrekking tot bereikbaarheid van de vislocaties en de visstand nemen we daarin mee. Bij de verdere uitwerking van

verschillende varianten.

de voorkeursvariant in het ontwerp kijken we gedetailleerder naar een goede oplossing voor de hengelsporters. Daarbij beschouwen we ook de bereikbaarheid per auto en te voet.

Indiener vraagt voorzichtigheid met het meer toegankelijk maken van de Velperwaarden voor recreanten.

In het MER onderzoeken we de milieueffecten van de varianten. Bij de keuze tussen varianten, zijn niet alleen natuur/milieueffecten van belang, we beoordelen de varianten integraal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=e86d1735-66e5-4a9d-9971-65f3f067e0ad