A05-20240527-18-vka-coll-uitvoering-nazorgfase-vm-stortplaats-ijsseldijk-bijlage-3-beheerplan
Tekst van het document
RAPPORT Beheerplan voormalige stortplaats IJsseldijk
Klant:
Provincie Gelderland
Referentie: T&PBD3444-103-100R001F07 Status:
07/Definitief
Datum:
11 november 2021
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Koggelaan 21 8017 JN Zwolle Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 65 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Beheerplan voormalige stortplaats IJsseldijk Ondertitel: Beheerplan IJsseldijk Referentie: T&PBD3444-103-100R001F07 Status: 07/Definitief Datum: 11 november 2021 Projectnaam: Projectnummer: BD3444-103-100 Auteur(s): Vincent Steenhof en Martin Waaijenberg Opgesteld door: Vincent Steenhof Gecontroleerd door: Martin Waaijenberg Datum: 11-11-2021 Goedgekeurd door: Martin Waaijenberg Datum: 11-11-2021
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
i
Projectgerelateerd
Inhoud Inleiding
1
Algemeen
1
Status van het beheerplan
1
Doel van het beheer
1
1.4
Relatie met saneringsplan/nazorgplan Wbb
1
1.5
Beheerplan en rol betrokken partijen sanering en beheer
2
1.6
Basisdocumenten
2
1.7
Leeswijzer
2
2
Locatiespecifieke aspecten
3
Algemeen
3
Exploitanten/eigenaars Historie en omgeving Geometrie Begin en einde exploitatie Bodemopbouw Geohydrologie Bodemkwaliteit
3 4 4 5 5 5 6
Voorzieningen
6
Eindafwerking Hemelwateropvang en afvoer Onderhoudspad Stortgasonttrekking Peilbuizen
6 8 9 9 10
Gebruiksbeperkingen
12
3
Monitoring en controle
13
3.1
Bemonstering en analyses
13
3.1.1 3.1.2 3.1.3
Peilbuizen Hemelwater Oppervlaktewater
13 16 17
Metingen en visuele inspecties
17
Terreininspectie Grondwaterstanden Gasmetingen en analyse
17 17 17
Onderhoud
18
Doorspuiten / camera inspectie hemelwaterdrainage Deklaag algemeen Terrein/algemene voorzieningen
18 19 19
Rapportages uitgevoerde werkzaamheden
22
1
2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.1.6 2.1.7 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5
3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
ii
Projectgerelateerd
4
Periodieke vervanging en amovering
23
4.1
Vervanging peilbuizen
23
4.2
Vervanging drains
23
4.3
Vervanging duikers
23
4.4
Vervanging compostfilters stortgasonttrekking
24
Tabellen Tabel 1: Bodemopbouw...............................................................................................................5 Tabel 2: Monitoringfilters ..........................................................................................................11 Tabel 3: Monitoringfilters ..........................................................................................................13 Tabel 4: Parameters analysepakketten ....................................................................................14 Tabel 5: Periodiek onderhoud naar onderscheiden beheergroep .........................................20 Tabel 6: Overzicht duikers ........................................................................................................24
Figuren Figuur 1: Dwarsdoorsnede grondwaterstroming ......................................................................5 Figuur 2: Dwarsdoorsnede met grondwaterverontreiniging ...................................................6 Figuur 3: Schematische doorsnede ontwerp eindafwerking ...................................................7 Figuur 4: Afvoerpunten ringsloot ...............................................................................................8 Figuur 5: Beslisschema monitoring gidsparameters .............................................................15 Figuur 6: Beslisschema monitoring reguliere parameters ....................................................15 Figuur 7: Situering lozingspunten ............................................................................................16 Figuur 8: Doorspuit horizontale drains onder maaiveld afgewerkt (situatie maart 2016) ...18 Figuur 9: Indeling locaties in beheergroepen .........................................................................20 Figuur 10: Situering duikers .....................................................................................................23
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
iii
Projectgerelateerd
Bijlagen Bijlage 1 Situering van de stortplaats Bijlage 2 Watervergunning en maatwerkvoorschriften Bijlage 3 Uitvoeringsplan afwerking Bijlage 4 Omgevingsvergunning Gemeente Westervoort Bijlage 5 Memo stortgasmeting Bijlage 6 Overzichtstekening met voormalige kleiputten Bijlage 7 Verontreiningssituatie grondwater 2020 Bijlage 8 Brief handhaving mei 1993 Bijlage 9 Memo stortgasmeting Arcadis Bijlage 10
Resultaten deklaagonderzoek Royal HaskoningDHV
Bijlage 11
Resultaten onderzoek ‘scheur / verzakking’
Bijlage 12
Revisiegegevens lengteprofiel ringsloot met duikers
Bijlage 13
Revisiegegevens drains en doorspuitpunten
Bijlage 14
Monitoringsnetwerk stortplaats bij start beheer
Bijlage 15
Boorprofielen monitoringspeilbuizen
Bijlage 16
Boorprofielen
Bijlage 17
Checklist inspecties in kader van beheer
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
iv
Projectgerelateerd
1
Inleiding Algemeen
Onderhavig beheerplan is een update van het in 2017 vastgestelde beheerplan met kenmerk: T&PBD3444-103-100R001F06 van 2 november 2017 opgesteld door Royal HaskoningDHV. Het beheerplan is geactualiseerd omdat in 2020 het eigendom van de locatie is overgegaan van de voormalig eigenaar Park Puwest BV naar Natuurmonumenten. Natuurmonumenten heeft het gebied, nadat het groot onderhoud door de provincie Gelderland was uitgevoerd, vervolgens opnieuw ingericht en opengesteld voor publiek. Gezien de wijzigingen van de inrichting is het wenselijk het beheerplan te actualiseren naar de daadwerkelijke situatie.
Status van het beheerplan Stort IJsseldijk is een voormalige stortplaats, geëxploiteerd tussen 1970 en 1990 en afgewerkt tussen 1990 en 1992. Het einde van de exploitatie was ruim voordat het Stortbesluit bodembescherming van kracht werd en ruim voordat de nazorgregeling voor stortplaatsen van de Wet milieubeheer (Wm) van kracht werd. Voorliggend beheerplan is daarom geen verplichting vanuit deze wet- en regelgeving, maar een beheerplan op maat. Het beheer wordt uitgevoerd op basis van de overeenkomst uit 2003 die gesloten is tussen de Staat met de provincie Gelderland, de voormalig eigenaar Park Puwest BV en de gemeente Westervoort. In 2020 is het eigendom van de locatie van Park Puwest BV overgegaan naar Natuurmonumenten.
Doel van het beheer Het doel van het beheer is om op sobere en doelmatige wijze risico’s voor de omgeving zo veel mogelijk te voorkomen. Dit wordt uitgevoerd door controle op emissies naar het grondwater en oppervlaktewater, door het instandhouden van de daarvoor benodigde voorzieningen en door het in stand houden van de deklaag met vegetatie ter voorkoming van contactrisico’s.
1.4
Relatie met saneringsplan/nazorgplan Wbb
In het kader van de aanwezige grondwaterverontreiniging is door Arcadis in 2014 een saneringsplan opgesteld welke op 7 januari 2015 is beschikt (Wbb zaaknummer 2014-011883, GE022600037). Voor de verspreiding van de verontreiniging (vooral vanadium en wolfraam) via het grondwater in het 1e watervoerend pakket geldt dat er sprake is van een ‘niet stabiele’ situatie. Op basis van uitgevoerde berekeningen (emissie-immissie toets) en onderzoeken leidt de aanwezige verontreiniging in de huidige situatie niet tot een risico voor het kwetsbare object (gebied tussen de stortplaats en de IJssel maakt onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en betreft bovendien een Natura2000-gebied). De doelstelling van de sanering is om de voorziene verspreiding van de verontreiniging door middel van monitoring te verifiëren. In 2020 is de sanering beëindigd en is overgegaan op de nazorg Wbb (vaststelling nazorg Wbb zaaknummer 2021-003071 van 13 juni 2021, GE022600037). De nazorg houdt in dat er extensiever gemonitord wordt in het kader van de Wbb dan het geval was in de periode van het saneringsplan. De pluim-aanpak Wbb en de hieraan gerelateerde nazorg valt buiten de reikwijdte van dit beheerplan.
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
1
Projectgerelateerd
1.5
Beheerplan en rol betrokken partijen sanering en beheer
De provincie Gelderland is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het nazorgtraject. Daarbij is er sprake van twee sporen: enerzijds het monitoren van de grondwaterverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming en anderzijds het beheer van de voormalige stortplaats waarvoor geen wettelijk kader is (eeuwigdurende nazorg) en welke verplichting voortvloeit uit de Overeenkomst uit 2003. Natuurmonumenten is als eigenaar belast met de zorg voor het dagelijks beheer van de voormalige stortplaats overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van de Overeenkomst uit 2003, onder meer bestaande uit de reguliere instandhouding van haar eigendommen en het reguliere (groen)onderhoud. Een terreingebruik en de huidige openstelling (sinds 2020) voor extensief recreatief gebruik door wandelaars is geen onderdeel van dit beheerplan. Kosten die voortkomen uit het gebruik van de locatie komen daarom voor rekening van de gebruiker en/of eigenaar. Er gelden vanuit het beheer beperkingen voor gebruik van het terrein (zie paragraaf 2.3).
1.6
Basisdocumenten
Dit beheerplan is gebaseerd op informatie uit de volgende documenten a) Besluit vaststelling saneringsplan Stortplaats IJsseldijk te Westervoort van gedeputeerde staten van Gelderland, besluitnummer 2014-011883, GE022600037 van 7 januari 2015; b) Vaststelling nazorgplan voormalige stortplaats IJsseldijk te Westervoort van gedeputeerde staten van Gelderland, zaaknummer 2021-003071, GE022600037, van 13 juni 2021; c) Watervergunning en maatwerkvoorschriften, Waterschap Rijn en IJssel, WRIJVERG-2-39672, 2 november 2015; d) Uitvoeringsplan “Definitieve afwerking stortplaats Westervoort (1991-1992), Putman Groep; e) Omgevingsvergunning Gemeente Westervoort, HZ-2015-0223, 26 november 2015; f) Briefrapport Stortgasonderzoek, RHDHV, 1-4-2015, MD-DE20150018; g) IPO Checklist nazorgplannen stortplaatsen 2014. De rapporten van de bij bovengenoemde punten c, d, e en f zijn opgenomen in de bijlagen 2 tot en met 5.
1.7
Leeswijzer
Dit beheerplan beschrijft in hoofdstuk 2 de voorzieningen op basis van archiefgegevens, veldwaarnemingen, het uitgevoerde groot onderhoud (2016-2019) en de jaarlijks uitgevoerde inspecties/monitoringsronden tot en met 2020. De werkzaamheden in het kader van het beheer worden beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. Deze bestaan uit het in goede staat houden van de voorzieningen door het uitvoeren van controles en inspecties (hoofdstuk 3, paragraaf 1), onderhoud (hoofdstuk 3 paragraaf 2) en daar waar nodig op termijn vervangingen (hoofdstuk 4).
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
2
Projectgerelateerd
2
Locatiespecifieke aspecten Algemeen
2.1.1
Exploitanten/eigenaars
Voormalige exploitant 1970-1992: Handels- aan Aannemingsmaatschappij Putman B.V. Adres: IJsseldijk 3-7, 6931 AA Westervoort. Voormalig eigenaar Voormalig eigenaar: Adres:
Park PUWEST BV, onderdeel van Putman Exploitatiemaatschappij. IJsseldijk 3-7, 6931 AA Westervoort.
Huidige eigenaar Huidige eigenaar: Adres:
Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Noordereinde 60, 1243 JJ ‘C-Gravenland.
Situering en kadastrale gegevens De voormalige stortplaats IJsseldijk is gelegen in het gebied dat omsloten wordt door de IJsseldijk, de Driegaardensestraat en de Rivierweg. Het gebied ligt circa 1 km ten noordoosten van Westervoort. De percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Westervoort, sectie A, nummers 3367, 3606, 3647, 5756. De voormalige stortplaats heeft een oppervlakte van circa 15 ha. De situering is weergegeven in bijlage 1. Vergunningen en beschikkingen De stortplaats is in het verleden geëxploiteerd onder het regime van de Hinder- en Afvalstoffenwet. De afwerking is geschied in het kader van de Afvalstoffenwet (AW) en door het bevoegd gezag akkoord bevonden (brief van 25 mei 1993). Na expiratie van de AW-vergunning is er geen vergunning meer aan de orde geweest. Er is geen vigerende vergunning in het kader van de Wet Milieubeheer van toepassing. Wel is er recent (2015) een Omgevingsvergunning verleend voor het herstel van de ringsloot. In het kader van de Wet bodembescherming zijn de volgende beschikkingen afgegeven: 1. Besluit nader onderzoek bodemverontreiniging gelegen aan de IJsseldijk te Westervoort, besluitnummer MW97.40901 van 24 februari 1999, gevalsnummer 4183/GE/440/01. 2. Besluit vaststelling saneringsplan stortplaats IJsseldijk te Westervoort van Gedeputeerde Staten van Gelderland, besluit nummer 2006-023236, GE022600037 van 17 april 2007. 3.
Conclusie op evaluatie sanering, nummer conclusie 2007-022514 van 28 maart 2008, GE022600037 Stortplaats IJsseldijk, gemeente Westervoort en GE022600071 Nieuwgraaf 19, gemeente Duiven. 4. Besluit instemming deelsaneringsplan (aanleg warmteleiding), nummer besluit 2008-000431 van 23 april 2008, GE022600037, GE022600081. 5. Besluit vaststelling deelsaneringsplan (ontgraving VOCl-spot) stortplaats IJsseldijk te Westervoort van Gedeputeerde Staten van Gelderland, besluit nummer 2006-018307, GE022600037 van 12 januari 2007. 6. Besluit vaststelling evaluatieverslag aanpak van de grondwaterverontreiniging met VOCl (VOCl-spot) ter plaatse van de stortplaats IJsseldijk, zaaknummer besluit 2008-005982 van 28 januari 2009, GE022600037. 7. Besluit vaststelling saneringsplan Stortplaats IJsseldijk te Westervoort van gedeputeerde staten van Gelderland, besluitnummer 2014-011883, GE022600037 van 7 januari 2015. 11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
3
Projectgerelateerd
8. Instemming wijziging saneringsplan op 21 januari 2016, zaaknummer 2014-011883. 9. Ambtshalve besluit vaststelling ernst en spoedeisendheid Groenstrook Rivierweg, zaaknummer 2016009467 van 8 september 2016 10. Instemming wijziging saneringsplan op 17 maart 2020, zaaknummer 2014-011883. 11. Besluit vaststelling evaluatie voormalige stortplaats Ijsseldijk te Westervoort van de Omgevingsdienst Regio Arnhem, zaaknummer ODRA21MA0364 van 9 juni 2021. 12. Besluit vaststelling nazorgplan voormalige stortplaats IJsseldijk te Westervoort van gedeputeerde staten van Gelderland, zaaknummer 2021-003071, GE022600037, van 13 juni 2021. In het kader van de Waterwet is door Waterschap Rijn en IJssel een vergunning afgegeven voor het lozen van hemelwater op het oppervlaktewater (zaak WRIJVERG-2-39672 kwantitatieve aspecten), zie bijlage 2. In het kader van het Besluit lozen buiten inrichtingen zijn door het Waterschap Rijn en IJssel maatwerkvoorschriften gesteld aan het lozen van hemelwater op het oppervlaktewater (zaak WRIJVERG-2-39672 kwalitatieve aspecten), zie bijlage 2.
2.1.2
Historie en omgeving
Historie In de periode vanaf 1950 is door de firma Putman klei gewonnen op de locatie voor de fabricage van bakstenen. Tijdens het ontgronden is de klei tot gemiddeld 3 à 5 m-mv. afgegraven. Onder het centrale deel van de stortplaats is tot op grotere diepte afgegraven. Deze diepere ontgraving heeft een oppervlak van circa 0,5 ha. Ter plaatse van de diepere ontgraving staat het stortlichaam in direct contact met het eerste watervoerend pakket. In de periode 1970-1990 zijn de kleigaten zonder milieubeschermende maatregelen gevuld met circa 3 miljoen m3 afval. Hiervan bevindt zich circa 560.000 m3 onder de grondwaterstand. Het gestorte afval bestaat uit huisvuil (tot 1975), bouw- en sloopafval, residuen van vuilverbranding, bedrijfsafvalstoffen, (zuiverings-) slib, (verontreinigde) grond, agrarisch afval, wegenvuil en verontreinigde papierpulp. De samenstelling en hoeveelheden van de gestorte materialen zijn niet meer volledig te achterhalen. Wel is bekend dat er o.a. ertsresiduen zijn gestort, waarmee de relatie tot de Wolfraam en Vanadium verontreiniging bekend is. In 1990 is de exploitatie beëindigd en in de periode 1990-1992 is de stortplaats afgewerkt met een zandbentonietlaag met daarop een leeflaag met vegetatie. Het terrein is begroeid met gras en delen zijn bebost. Op het verpachte grasland lopen nu schapen en paarden.
Een klein deel van het terrein wordt ook gebruikt door koeien. Omgeving De directe omgeving van de stortplaats kan als volgt worden gekarakteriseerd: - Een bedrijfsterrein dat gebruikt wordt voor de opslag van containers (ten noorden). - Opgehoogde strook met bebossing die grenst tot aan de Rivierweg (ten oosten). - Voormalige kleigaten (overwegend ten zuiden en westen). Thans in gebruik als natuurgebied (zie bijlage 6).
2.1.3
Geometrie
De stortplaats inclusief ringsloot heeft een oppervlakte van circa 15 ha (in het besluit NO uit 1999 wordt gesproken over 11 ha dit blijkt circa 15 ha te zijn) en een inhoud van circa 3 miljoen m3 waarvan circa 560.000 m3 in direct contact staat met het grondwater. Er is in twee fasen gestort. De gemiddelde
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
4
Projectgerelateerd
maaiveldhoogte in de omgeving van de stortplaats bedraagt circa 9,0-10,5 m +NAP. De maximale hoogte van de stortplaats zelf is circa 36 m +NAP.
2.1.4
Begin en einde exploitatie
In 1970 is begonnen met het opvullen van de kleigaten. Tot 1975 betrof dit ook huisvuil. In 1990 is door de Raad van State besloten dat er geen verontreinigde afvalstromen meer mochten worden gestort. In de periode 1990 tot 1992 is de stortplaats afgewerkt.
2.1.5
Bodemopbouw
De bodemopbouw in de directe omgeving van het voormalige stort is als volgt: Tabel 1: Bodemopbouw Diepte (t.o.v. mv) Samenstelling Geohydrologische betekenis Geologische formatie 0–5
Klei
Deklaag
Holocene deklaag
5 - 20
Zand
1ste watervoerend pakket
Kreftenheye
20 - 30
klei
1ste scheidende laag
Drenthe
30 - 45
Zand
2e watervoerend pakket
Harderwijk en Tegelen
> 45
Kleilagen
Hydrologische basis
2.1.6
Geohydrologie
De freatische grondwaterstand in het onderzoeksgebied varieert tussen 7,3 en 10,0 m +NAP. Er heerst vrijwel altijd een infiltratiesituatie. Bij zeer hoge waterstanden van de IJssel is er sprake van een kwelsituatie. In het eerste watervoerend pakket variëren de stijghoogten gemiddeld tussen circa 6,75 en 9,75 m +NAP. De grondwaterstromingsrichting in het 1e watervoerend pakket varieert ten gevolge van de fluctuerende IJsselstand in richtingen tussen noord en zuidoostelijk. In het overgrote deel van de tijd is de grondwaterstroming noordoostelijk. De verplaatsingssnelheid is circa 35 meter per jaar. In het tweede watervoerend pakket zijn stijghoogten waargenomen van 8,0 tot 9,7 m +NAP. Er is sprake van kwel van het tweede naar het eerste watervoerend pakket. Gezien de weerstand van de scheidende laag is hoeveelheid kwelwater van het 2e naar het 1e watervoerend pakket te verwaarlozen. Uiteindelijk komt het grondwater uit het 1e watervoerend pakket rond de stortplaats in de rivier de IJssel terecht, in figuur 1 is dit schematisch weergegeven. Figuur 1: Dwarsdoorsnede grondwaterstroming
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
5
Projectgerelateerd
2.1.7
Bodemkwaliteit
In het verleden zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd. Alle voorgaande onderzoeken tot en met 2006 zijn benoemd in het Besluit vaststelling saneringsplan door GS van de provincie Gelderland op 17 april 2007, met kenmerk 2006-023236. In de bijlage 7 is een tekening opgenomen waarop de actuele verontreinigingssituatie van het grondwater in 2020 is weergegeven. In figuur 2 bevindt zich een dwarsdoorsnede waarin de actuele situatie schematisch is weergegeven. Figuur 2: Dwarsdoorsnede met grondwaterverontreiniging
Het omringende oppervlaktewater betreft een aantal slootjes, de insteekhaven en de IJssel. Het oppervlaktewater van de insteekhaven is in 2013, 2014, 2015 en 2019 bemonsterd en gecontroleerd op de parameters Vanadium en Wolfraam. Alleen in 2013 zijn concentraties net boven de detectielimiet gemeten aan Vanadium. Deze waarden schommelden daarbij rond de achtergrondwaarden van de IJssel. Wolfraam is niet boven de detectielimiet waargenomen. In 2014, 2015 en 2019 zijn in zijn geheel geen verhoogde waardes waargenomen (rapportage: Royal HaskoningDHV, Evaluatie grondwatermonitoring vml. stortplaats IJsseldijk te Westervoort, kenmerk: T&PBD3444R009F01 van 27 januari 2021). Het water in de ringsloot is in april 2015 op twee locatie bemonsterd. Hierbij zijn in de ringsloot geen verhoogde waardes aangetroffen. Sinds 2017 wordt de ringsloot in het kader van het beheer jaarlijks bemonsterd. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen.
Voorzieningen 2.2.1
Eindafwerking
Op basis van ontwerp1 De eindafwerking bestaat volgens het uitvoeringsplan1 uit de volgende onderdelen (vanaf maaiveld): - Beplanting (gras, struiken, bomen). Op de gedeelten met bos is anti-worteldoek toegepast - Een deklaag, dikte van minimaal 80 cm - 120 cm. - Een hemelwaterdrainagesysteem. 1
Het ontwerp is in dit plan gebaseerd op het uitvoeringsplan ‘Definitieve afwerking stortplaats Westervoort (1991-1992) opgesteld door Handels- en Aannemings Maatschappij Putman B.V. zie bijlage 5.
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
6
Projectgerelateerd
-
Een afdichtlaag van zandbentoniet, dikte 15 cm dikte (6% (m/m) bentoniet Col Clay D90 met een doorlatendheid van 2,2*1010 m/s). Deze zandbentonietlaag loopt door tot onder de ringsloot. Een steunlaag van zand, dikte van 15 à 20 cm. Een gasdrainagesysteem in de steunlaag.
Een schematische weergave van deze opbouw is weergegeven in figuur 3. In bijlage 3 zijn de ontwerptekeningen met het uitvoeringsplan weergegeven. Figuur 3: Schematische doorsnede ontwerp eindafwerking
Tijdens de uitvoering van de eindafwerking heeft voor zover bekend geen permanent toezicht plaatsgevonden door een onafhankelijke partij en ook is er geen evaluatierapport opgesteld waarin is vastgelegd hoe het werk uiteindelijk is uitgevoerd. Tijdens deze afwerkfase is de locatie wel meerdere malen bezocht door de provinciale toezichthouder die aansturing heeft gegeven op onderdelen van het uitvoeringsplan. De bovenafdichting voldoet aan de voorschriften van de Afvalstoffenwetvergunning, dit is vastgelegd in de brief (kenmerk: MW93.29637-6024011 ‘Afwerking stortplaats’ van 25 mei 1993). Deze brief is als bijlage 8 toegevoegd. Gezien er geen revisietekening is kan de uiteindelijke werkelijke aanleg wel afwijken van het uitvoeringsplan. Opbouw en de staat van de eindafwerking van de deklaag Bij veldonderzoek uitgevoerd in 2013 door Arcadis (kenmerk: B02033.000294 van 13 januari 2014) en het deklaagonderzoek in 2014 door Royal HaskoningDHV (kenmerk: MD-DE20140259 van 19 december 2014) is onder de deklaag: - De steunlaag / gasdrainagelaag lokaal niet aangetroffen. - De zandbentonietlaag lokaal in geringere dikte (5 tot 10 cm) dan wel lokaal niet aangetroffen. Daarnaast is in de deklaag: - Lokaal beperkt stortgas aangetroffen, op basis van de metingen is geconcludeerd dat er geen risico’s zijn.
De resultaten van de uitgevoerde onderzoeken staan nader beschreven in de bijlagen 9 en 10. 11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
7
Projectgerelateerd
Tijdens de 1e fase van het grootonderhoud in de periode januari-maart 2016 is in de ringsloot de zandbentonietlaag op meerdere plekken aangetroffen op de bodem van de ringsloot. Tevens is tijdens dit onderhoud de visuele ‘scheur/verzakking’ boven op het stort nader geïnspecteerd. De rapportage van deze inspectie is opgenomen in bijlage 11. Geconcludeerd is dat er in het verleden wel een afschuiving of zetting plaats gevonden heeft waarbij de aanwezige visuele scheurvorming is ontstaan. Deze afschuiving / zetting heeft gevolgen gehad voor het profiel van het talud maar niet voor de aangebrachte afdichting van de vuilstort.
2.2.2
Hemelwateropvang en afvoer
Op basis van ontwerp Het drainagesysteem bestaat uit PVC-buizen met een diameter van 80 mm met cocosomhulling. Gemeten vanaf de voet van de stortplaats ligt volgens het ontwerp iedere 21 meter een PVC buis met een diameter van 80 mm en cocosomhulling. Iedere 100 m zijn de buizen aangesloten op een verzameldrain die van boven naar beneden loopt en die uitmondt in de ringsloot. Deze drains zouden doorspuitbaar moeten zijn. Het water uit de ringsloot wordt volgens het uitvoeringsplan geloosd op het riool. In bijlage 3 zijn de ontwerptekeningen met het uitvoeringsplan weergegeven. Huidige situatie Hemelwater uit de deklaag wordt via een ringsloot getransporteerd naar twee afvoerpunten vanwaar het via een duiker respectievelijk sloot geloosd op het oppervlaktewater (LP01 en LP02, bestaande sloten). Ter plaatse van de overgang van de ringsloot en de duiker respectievelijk afvoersloot is een monsternameput aanwezig. De monsternameput ontvangt het afgevoerde hemelwater onder vrij verval en loost het via een overloop onder vrij verval op het oppervlaktewater. Door de overloopfunctie zal er vaker een waterstand in de putten aanwezig zijn die monstername van het afgevoerde hemelwater over het algemeen mogelijk maakt. De put bij de afvoersloot (MP02) betreft een betonnen put van 0,8*0,8 en 1,8 m diep en bevindt zich in de duiker.
De put (MP01) naar de afvoer van de duiker naar LP01 betreft een afgesloten betonnen van circa 1,0*1,0 en 4,3 m diep. Deze put is afgesloten met een stalen putdeksel. In figuur 4 zijn de verschillende afvoerpunten van de ringsloot weergegeven. Figuur 4: Afvoerpunten ringsloot
In bijlage 12 is de revisie van het lengteprofiel gegeven na afloop van het grootonderhoud. 11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
8
Projectgerelateerd
Hemelwaterafvoer drains en duikers In de ringsloot zijn 5 duikers aanwezig (zie figuur 7 paragraaf 4.2). Verder zijn er nog 3 duikers aanwezig in de afvoersloot naar LP02 voordat er geloosd wordt op de watergang DLM18.000 (ten zuidwesten van de stort). Daarnaast wordt er vanaf MP01 via een duiker geloosd op de watergang DLM20.000 (ten noordoosten van de stort). In de deklaag zijn 17 drains aanwezig die uitmonden in de ringsloot. De uitmondingen van de drains zijn afgewerkt met een prefab kunststof uitstroomputje welke aan beide zijden is voorzien van kunststof perkoenpalen. De situering van de uitstroomputten zijn weergegeven op bijlage 13. Uit het uitgevoerde groot onderhoud van 2016 is gebleken dat de drains deels verstopt zijn, deels plat gedrukt en dat in de bosgebieden veel wortel ingroei van de aanwezige bomen in de drains zitten. Door deze aspecten is de afvoer van de drains niet meer optimaal, zie ook paragraaf 3.3.1. Echter in de huidige situatie leidt de verminderde afvoer van de drains tot geen problemen (bv. geen afschuivingen van taluds). Wel zijn er onderaan het talud op meerdere locaties regelmatig nattere plekken. Het herstel van de drains wordt op dit moment dan ook niet geadviseerd. Mochten er op termijn wel calamiteiten optreden (bv.
afschuiving of onbegaanbare delen) dan dient overwogen te worden of in dat betreffende deelgebied de drains vervangen dienen te worden. Dit zelfde geldt voor het aspect beheer mochten plekken dusdanig ontoegankelijk worden dan dient overwogen te worden die plekken te voorzien van nieuwe drains.
2.2.3
Onderhoudspad
Langs de ringsloot loopt een onderhoudspad van circa 5 m breed met een gras en kruiden vegetatie.
2.2.4
Stortgasonttrekking
Op basis van ontwerp Het ontgassingssysteem bestaat volgens het uitvoeringsplan uit polypropyleenbuizen met een diameter van 60 mm met cocosomhulling. De drainbuizen zijn ingegraven in de steunlaag. De buizen zijn van boven naar beneden gelegd met een onderlinge afstand van 20 m. Voor zover bekend waren de drains tot eind 2018 aan de bovenzijde aangesloten op een tweetal stalen pijpen. Actieve onttrekking vindt niet plaats. Wanneer de stijghoogte in het watervoerend pakket stijgt, zal er sprake zijn van uittreding van lucht met mogelijk gassen uit de stortplaats. In 2018 zijn de twee stalen afvoerpijpen vervangen door twee compostfilters (briefrapportage Royal HaskoningDHV, kenmerk: BD344T&PN005F2.0 van 3 september 2019). In bijlage 3 zijn de ontwerptekeningen met het uitvoeringsplan weergegeven zoals dit is aangelegd. In bijlage 14 is de briefrapportage opgenomen. De situering van de compostfilters is weergegeven in bijlage 13. Op basis van veldonderzoeken De twee compostfilters zijn aangesloten op de stortgasdrainage. De situering van de compostfilters zijn weergegeven op bijlage 13. In deze compostfilters zijn in 2019 geen tot zeer weinig methaanconcentraties gemeten, zie rapportage Monitoring beheerplan vml stortplaats IJsseldijk te Westervoort Monitoring 20162019 (kenmerk: TPBD3444R008F02 van 20 april 2020). De stortgasdrainage vangt niet al het vrijkomende methaan af.
Er is op een klein aantal plaatsen in de deklaag in geringe mate methaan gemeten. Op die plaatsen werd geen methaan in de lucht direct boven de deklaag gemeten. Methaan dat doordringt in de deklaag wordt daarin zodanig verdund en afgebroken dat er geen meetbare concentraties uit de deklaag treden (Briefrapport Royal HaskoningDHV, kenmerk MD-DE20150018 van d.d. 1 april 2015).
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
9
Projectgerelateerd
2.2.5
Peilbuizen
Voor het vaststellen en controleren van de verontreinigingssituatie in het grondwater is een netwerk van peilbuizen aanwezig. Deze zijn geplaatst voor de monitoring van de grondwatersaneringen en de voorafgaande bodemonderzoeken. De grondwatersaneringen betreffen: - stroomafwaarts (noordzijde) emissies afkomstig uit het stort; - stroomopwaarts (zuidoostzijde) een VOCl-verontreiniging net buiten het stort gesitueerd. De monitoring van het grondwater in het kader van de Wbb is eindig. Derhalve dient in het kader van het beheer een specifiek monitoringsnetwerk opgesteld worden welke de emissie vanuit het stort blijft volgen. Voor het beheer is een selectie van in het verleden geplaatste peilbuizen gemaakt, aangevuld met twee nieuw geplaatste referentiefilters stroomopwaarts en 7 nieuw geplaatste peilbuizen (2016) stroomafwaarts. Het bestaande netwerk en de nieuwe peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 15. De in het verleden geplaatste peilbuizen betreffen de peilbuizen geplaatst in het kader van de onderstaande onderzoeken: - Grondwatermonitoring 2012 (ARCADIS, kenmerk: 076664285:A.1, d.d. 15 oktober 2012). - Verkennend bodemonderzoek IJsseldijk 104 (ARCADIS, kenmerk: 077066806:A, d.d. 8 mei 2013). - Verkennend bodemonderzoek afdeklaag en kleiputten percelen rondom stortplaats (ARCADIS, kenmerk: 077047592:A, d.d. 8 mei 2013).
- Monitoring grondwater IJsseldijk, rapportage resultaten 2015 (Royal HaskoningDHV, P&SBD3444R001D01 d.d. 7 januari 2015). Motivering selectie peilbuizen en frequentie van monitoring Voor het beheer van de stortplaats gaat het om het controleren op emissies vanuit het stort naar de omgeving. Omdat het stortlichaam tot in het eerste watervoerend pakket ligt zijn emissies mogelijk naar zowel de bovengrond als rechtstreeks in het eerste watervoerende pakket. We hebben direct rondom het stort te maken met een beïnvloed gebied. De monitoring, en de eventueel daaruit voortvloeiende acties zal dan ook op basis van trendanalyses worden vastgesteld. Per peilbuis zullen actiewaardes wordt vastgesteld. De stroomopwaarts gesitueerde peilbuizen dienen als controle peilbuis wat er voor een kwaliteit grondwater onder het stort instroomt. Bij vergelijking met de grondwaterkwaliteit stroomafwaarts dient met de verblijftijd van dit water onder het stort rekening te worden gehouden. Freatisch grondwater De deklaag bestaat uit een kleilaag. Monitoring van eventueel freatisch grondwater in deze kleilaag heeft geen meerwaarde gezien in deze laag geen verspreiding via grondwaterstroming zal optreden. Daarnaast bevindt het stort zich tot circa 15 m in het 1e watervoerende pakket waar de verontreiniging zich via het grondwater verspreidt.
Eerste watervoerende pakket Op basis van de Richtlijn drainagesystemen en controlesystemen grondwater voor stortplaatsen en opslagplaatsen geldt als vuistregel dat een onderlinge afstand van bij voorkeur circa 25 m van de peilbuizen stroomafwaarts aangehouden dient te worden. De ontwerpprocedure grondwatermonitoring stortplaatsen (VvAV 1995) komt ook uit op die orde van grootte van afstanden.
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
10
Projectgerelateerd
Uit beide documenten blijkt dat de onderlinge afstand tussen de peilbuizen technische moeilijk is te onderbouwen. Het blijft in alle gevallen een subjectieve afweging tussen risico's van het niet ontdekken van verontreinigd grondwater en de kosten van het installeren, bemonsteren en analyses, op basis van verspreidingsmodellen. Dit beheerplan gaat uit van een onderlinge afstand van circa 75 m tussen de stroomafwaartse filters op circa 90 m van het stort (1 peilbuis (pb 205) staat op circa 5 m van het stort). Dichter bij het stort is niet mogelijk vanwege de toekomstige bestemming van het tussenliggende terrein. De afstand onder het stort in combinatie met de filterafstanden biedt door de pluimvorming voldoende trefkans om verontreinigingen te signaleren. Als vuistregel geldt een signaleringstijd van 15 jaar gerekend vanaf de rand van het stort. Voor filters op 90 m afstand van de rand van het stort is de signaleringstijd voor een mobiele stof als benzeen dan minder dan zes jaar (retardatiefactor 2,3). Stoffen met een retardatie tot factor 6 kunnen dan ook nog binnen 15 jaar worden gesignaleerd. Stoffen met hogere retardatie factoren doen er langer over. Dit is in lijn met de monitoring voor de sanering, waarvoor een aantal filters veel verder weg staan en waarvoor dus aanmerkelijk langere signaleringstijden gelden.
Voor de referentiebuizen gaat de richtlijn uit van één peilbuis per 100 tot 150 m breedte. Daarom staan stroomopwaarts op 5 tot 10 meter van het stort op onderlinge afstand van circa 100 m 2 referentiepeilbuizen met elk 3 filters in het eerste watervoerend pakket. Dit beheerplan gaat hiermee voor het eerste watervoerende pakket uit van in totaal 6 peilbuizen op een variërende afstand van 5 tot ca 90 m stroomafwaarts van het stort, op onderlinge afstand (hemelsbreed) van circa 75 m, en stroomopwaarts aan de rand van het stort van 2 peilbuizen met elk 3 filters in het eerste watervoerende pakket (zie bijlage 15). Het 1e watervoerende pakket is circa 15 meter dik (4,5 tot 20 m-mv). Per monitoringsfilter worden 3 filter dieptes gehanteerd voor de monitoring, 1 direct onder de deklaag (klei), 1 op circa 10 m-mv en 1 op de kleilaag van circa 20 m-mv. Hierbij zijn filterlengtes van 2 m voorzien om zo een relatief groot bereik te hebben in de stroombanen. In tabel 2 zijn de monitoringsfilters met filterdieptes weergegeven. In bijlage 15 zijn de verschillende monitoringsfilters weergegeven op kaart. In bijlage 16 zijn de boorprofielen weergegeven. Tabel 2: Monitoringfilters Filter
Diepte m -mv.
Opmerking
Stroomopwaarts 4,5-5,5 10,1-12,1 20-22
900
4,5-5,5 10-12 22-24
901
Stroomafwaarts 902
5,5-6,5 10,1-12,1 20,2-22,2
903
4,5-5,5 10,1-12,1 19-21
205
4,5-5,5 10-11 18,75-19,75
11 november 2021
Betreft bestaand filter
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
11
Projectgerelateerd
Filter
Diepte m -mv.
904
5,5-6,5 10,1-12,1 18-20
905
8,0-9,0 13,5-15,5 21,5-23,5
906
4,0-5,0 11,1-12,1 18-19
Opmerking
Peilbuis afwerking Alle peilbuizen zijn afgewerkt met stalen afgesloten kappen en voorzien van bescherming tegen maaischade. Alle peilbuizen zijn van een duurzame nummering voorzien. Filters in de peilbuizen zijn gelabeld met nummer en filterstelling.
Gebruiksbeperkingen Voor de locatie gelden gebruiksbeperkingen. Zo mag er niet, zonder toestemming van de opdrachtgever, dieper gegraven worden als 1,0 m-mv. De zandbentonietlaag dient niet onnodig doorgraven te worden en de drains moeten niet onnodig beschadigd worden. Er mogen in dat kader ten behoeve van de afrastering ook geen palen toegepast die dieper als 1,0 meter in de grond worden geplaatst. Ook voor eventuele te plaatsen opstallen geldt dat er niet dieper gefundeerd mag worden als 1,0 m-mv. En het is niet toegestaan om bomen te planten. Dit omdat bij het omvallen van een boom de wortels de deklaag kunnen beschadigen. Aanbevolen wordt bij nieuwe aanplant alleen struikvormers te planten. Omdat emissie van stortgas, vooral op de hogere delen van de stortplaats, niet kan worden uitgesloten, is het raadzaam om (langdurige) ophoping van methaan te voorkomen na de herinrichting. Concreet betekent dit verder géén afgesloten of slecht geventileerde ruimtes op de deklaag aanbrengen, waar via de bodem methaan kan binnendringen en ophopen (gebouwtjes, speeltoestellen etc.).
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
12
Projectgerelateerd
3
Monitoring en controle
De monitoring in het kader van dit beheersplan is gericht op (“eeuwig” durende) controle op eventuele toename van emissie uit het stort. Mogelijke emissies die hierbij gecontroleerd moeten worden, zijn de volgende: - Verspreiding van de aangetoonde verontreiniging in het grondwater vanuit de stortplaats naar de omgeving. - Lozing van hemelwater via de hemelwaterdrainage en de ringsloot naar de waterschapssloot. - Emissie van eventueel nog aanwezig/ontwikkeld stortgas naar de buitenlucht. Naast deze monitoring vindt nog monitoring van de bestaande verontreinigingspluim plaats in het kader van de Wbb (saneringsbeschikking).
3.1
Bemonstering en analyses
3.1.1
Peilbuizen
Monitoring conform de IPO Checklist 2014 is gebaseerd op het Stortbesluit bodembescherming (SBB) en de bijbehorende Uitvoeringsregeling (UR). Sinds 2009 wordt gewerkt aan een herziening van het SBB, van de UR en de onderliggende Richtlijnen. De herziening omvat wijzigingen voor de frequenties van monstername en de analysepakketten. Dit beheerplan voorziet in maatwerk gebaseerd op de genoemde herziening. In de kleideklaag staan geen filters omdat aangenomen mag worden dat hierin nauwelijks sprake is van horizontale grondwaterstroming. Alle filters staan in het watervoerende pakket. De horizontale grondwaterstroomsnelheid ligt in de orde van grootte van 35 m/jaar. De verplaatsingssnelheid van een pluim bedraagt bij een retardatiefactor van een mobiele stof als benzeen (2,3) dan circa 15 m/jaar. Daaruit volgt dat kleine verontreinigingspluimen al gedetecteerd kunnen worden met een jaarlijkse bemonstering. Dit beheerplan gaat daarom uit van een jaarlijkse bemonstering, afwisselend het ene jaar een beperkt pakket (gidsparameter) en het volgende jaar een uitgebreid pakket. In tabel 3 is de bemonsteringsfrequentie en het analysepakket weergegeven. In tabel 4 zijn de parameters van het analysepakket weergeven. Tabel 3: Monitoringfilters Filter
Diepte m -mv. Frequentie
Analysepakket*
Stroomopwaarts 900
4,5-5,5 10,1-12,1 20-22
1x per 2 jaar 1x per 2 jaar
Uitgebreid parameterpakket Gidsparameter pakket
901
4,5-5,5 10-12 22-24
1x per 2 jaar 1x per 2 jaar
Uitgebreid parameterpakket Gidsparameter pakket
Stroomafwaarts 902
5,5-6,5 10,1-12,1 20,2-22,2
1x per 2 jaar 1x per 2 jaar
Uitgebreid parameterpakket Gidsparameter pakket
903
4,5-5,5 10,1-12,1 19-21
1x per 2 jaar 1x per 2 jaar
Uitgebreid parameterpakket Gidsparameter pakket
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
13
Projectgerelateerd
Filter
Diepte m -mv. Frequentie
Analysepakket*
205
4,5-5,5 10-11 18,75-19,75
1x per 2 jaar 1x per 2 jaar
Uitgebreid parameterpakket Gidsparameter pakket
904
5,5-6,5 10,1-12,1 18-20
1x per 2 jaar 1x per 2 jaar
Uitgebreid parameterpakket Gidsparameter pakket
905
8,0-9,0 13,5-15,5 21,5-23,5
1x per 2 jaar 1x per 2 jaar
Uitgebreid parameterpakket Gidsparameter pakket
906
4,0-5,0 11,1-12,1 18-19
1x per 2 jaar 1x per 2 jaar
Uitgebreid parameterpakket Gidsparameter pakket
* zie tabel 4 voor de parameters. Tabel 4: Parameters analysepakketten Analysepakket
Parameters
Uitgebreid parameterpakket
pH, EC, chloride, Kj-N, CZV, BTEX, VOCl, arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink (zware metalen), vanadium en wolfraam
Gidsparameter pakket
pH, EC, chloride, Kj-N en CZV
Signaal- en actiewaarden Om verspreiding van verontreiniging in het grondwater te kunnen toetsen dienen signaal- en actiewaarden vastgesteld te worden. Een overschrijding van een signaalwaarde geeft aan dat er sprake is van een afwijking ten opzichte van de verwachte situatie. Bij overschrijding van de actiewaarde is sprake van een zodanige significante afwijking, dat aanvullende maatregelen (terugvalscenario’s) moeten worden overwogen. Om een gedegen signaal- en/of actiewaarde vast te stellen voor de verschillende monitoringsfilters is het van belang te weten wat de huidige concentraties al zijn op de verschillende locaties en dieptes en welke fluctuaties er worden waargenomen. Bekend is namelijk dat er reeds een grondwaterverontreiniging aanwezig is. Derhalve zal eerst een meetreeks van concentraties en waardes worden vastgesteld voor elk monitoringsfilter over een periode van 10 jaar, waarna op basis van deze waardes een gedegen onderbouwde signaalwaarde kan worden vastgesteld. Beslismodel signaalwaardes Zodra de signaalwaardes zijn vastgesteld kan ook het beslismodel worden toegepast. Wanneer de signaalwaarde voor de gidsparameters wordt overschreden wordt na 1 maand een reguliere monitoring van het uitgebreide analysepakket uitgevoerd. In figuur 5 is het beslismodel weergegeven.
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
14
Projectgerelateerd
Figuur 5: Beslisschema monitoring gidsparameters
De resultaten van deze aanvullende bemonstering worden vervolgens getoetst conform de toetsing uitgebreid analysepakket. Wanneer de signaalwaarde voor één van de parameters van het uitgebreide analysepakket wordt overschreden wordt na een 0,5 jaar een 1e controlemeting uitgevoerd. Wordt bij deze meting wederom de signaalwaarde overschreden dan wordt wederom na een 0,5 jaar een 2e controlemeting uitgevoerd. Wanneer de signaalwaarde tijdens deze monitoring wederom wordt overschreden wordt in samenspraak met het bevoegd gezag gekeken naar welke acties er ondernemen dienen te worden. De acties kunnen hierbij bestaan uit het uitbreiden van het monitoringsnetwerk tot en met sanerende maatregelen. In figuur 6 is het beslismodel van de monitoring weergegeven. Figuur 6: Beslisschema monitoring reguliere parameters
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
15
Projectgerelateerd
3.1.2
Hemelwater
De lozing van hemelwater via de ringsloot naar het oppervlaktewater vindt plaats via 2 lozingspunten (LP01 en LP02). Figuur 7: Situering lozingspunten
Toelichting: LP = lozingspunt MP = monsternamepunt
De kwaliteit van het hemelwater dat uit de deklaag via de ringsloot wordt geloosd is in 2015 en 2016, conform maatwerkvoorschrift Waterschap, zie bijlage 2, ter plaatse van MP01 en MP02 als volgt onderzocht: - Periode: Gedurende twee jaar vanaf het van kracht worden van de gestelde maatwerk voorschriften uit hoofde van het Besluit lozen buiten Inrichtingen (WRIJVERG-2-39672 van 2 november 2015). Afhankelijk van resultaten dient deze monitoring in een nader te bepalen frequentie worden voortgezet. - Frequentie: Zes keer per jaar voor 2016 en 2017. Daarna wordt uitgegaan van een frequentie van 1 keer per vijf jaar een en ander afhankelijk van de eventuele vergunningseisen van het waterschap. - Analysepakket: Barium, zink, vanadium en arseen. - Monstername/analyse: Overeenkomstig bijlage B van de maatwerkvoorschriften (WRIJVERG-239672). - Aanvullend: Leegpompen van elke put na monstername. - Toetsing: Eisen conform besluit lozen Buiten inrichting, waarbij de waarden voor barium, zink, vanadium en arseen lager dienen te zijn dan de uitgevoerde controlemeting van 28 april 2015 (lozingspunt LP01). Op 16 januari 2017 is een evaluatiebrief (kenmerk: TPBD3444-101-104L002F01) ingediend bij het waterschap met het verzoek de monitoringsronden te beëindigen.
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
16
Projectgerelateerd
Gezien de ringsloot niet in direct contact staat met het stort, is het ook niet aannemelijk dat er verontreinigd water uit het stort in de ringsloot komt. Vanaf 2017 is de monitoring van de ringsloot opgepakt in het kader van het beheer. In het kader van het beheer, dient jaarlijks het water van de ringsloot ter plaatse van MP02 worden bemonsterd en geanalyseerd op de gidsparameters zoals genoemd in tabel 4 van paragraaf 3.1.1. Hierbij wordt het stromende water bemonsterd. Wanneer er geen stromend water is zal het water in de ringsloot worden bemonsterd.
3.1.3
Oppervlaktewater
Eventuele bemonstering en analyse van het oppervlaktewater (insteekhaven IJssel) wordt voor zover noodzakelijk uitgevoerd in het kader van de sanering conform het beschikte nazorgplan Wbb. Buiten deze verplichting zijn geen oppervlaktewaterbemonsteringen voorzien.
Metingen en visuele inspecties 3.2.1
Terreininspectie
Er wordt 1 keer per jaar voor onbepaalde tijd een inspectieronde uitgevoerd, waarbij visueel het oppervlak van het stort, de aanwezige begroeiing, de stortgasafvoer, de drainmondingen, de ringsloot, de lozingspunten en de peilbuizen worden beoordeeld of deze nog in goede staat zijn en functioneren. Bevindingen en eventuele schades worden vastgelegd, waarna eventueel herstelmaatregelen moeten plaatsvinden. Er zijn geen metingen ten aanzien van klink voorzien gezien het stort al meer dan 20 jaar is afgedekt en de meeste zettingen al plaats hebben gevonden. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat de zetting boven op het stort, waar visueel sprake was van een zetting/scheurvorming, deze zetting ook geen waarneembare schade heeft aangebracht aan de zandbentonietlaag. Zie ook bijlage 11.
3.2.2
Grondwaterstanden
Grondwaterstanden hoeven niet te worden gemeten om de drooglegging te monitoren omdat een substantieel deel van het stort blijvend in contact staat met grondwater. Omdat de lokale bodemopbouw en geohydrologie en de heersende invloed van de IJssel goed bekend zijn, blijft de waterstand meting voor controle op de grondwaterstromingsrichting en kwel/infiltratie beperkt tot het enkel meten van de waterstanden tijdens de monitoringsronden (zie par 3.1.1).
3.2.3
Gasmetingen en analyse
Gezien de ouderdom van het gestorte afval en de veldwaarnemingen mag worden aangenomen dat de productie en emissie van stortgas zover is afgenomen dat jaarlijkse controle op stortgasemissie niet nodig is. Bij wijze van worst case wordt nog uitgegaan van een monitoringsperiode tot 2030 (15 jaar vanaf start beheer). De composthopen, de voormalige locatie van de twee ontluchtingsbuizen, worden daarom 1 keer per 2 jaar op emissie gecontroleerd. Dit moet uitgevoerd worden bij een hoge grondwaterstand omdat op dat moment de kans op emissie het grootst zal zijn. Ad hoc wordt op methaan in de deklaag gecontroleerd indien uit visuele inspecties (bijv. afwijkende groei beplanting) daar aanleiding voor is. Bij wijze van worst case wordt uitgegaan van 1 keer per 5 jaar bodemluchtmetingen op 10 locaties in de deklaag.
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
17
Projectgerelateerd
Onderhoud 3.3.1
Doorspuiten / camera inspectie hemelwaterdrainage
Doorspuiten drainages op stortplaatsen Doorspuiten van drains in zandprofielen kan resulteren in meer zand in de drain na het doorspuiten dan daar voor. Preventief doorspuiten van hemelwaterdrains wordt daarom niet aangeraden als de noodzaak niet is aangetoond. Regelmatig preventief doorspuiten dient alleen bij ijzerrijk water worden overwogen. Situatie op stort IJsseldijk (2016) Onderaan het talud van de bult komen op enkele locaties vaak erg natte/drassige plekken voor. Tijdens het groot onderhoud in 2016 is daarom geprobeerd om drains curatief door te spuiten en met een camera te inspecteren. Doorspuiten was vaak niet mogelijk door verstoppingen, vervormingen (platgedrukt) en ingroei van wortels (in bosgebieden). Voor de horizontale verzameldrains bleken vaak geen doorspuit voorzieningen aanwezig te zijn. Inspectie- en doorspuitputten bleken ter plaatse van de weilanden onder maaiveld zijn afgewerkt met een betonnen tegel en deksel (zie figuur 8). De locaties van deze punten zijn daarom niet bekend of (eenvoudig) terug te vinden. In de bosgebieden zijn wel doorspuitpunten van de horizontale drains aanwezig, boven maaiveld afgewerkt met een put. De staat waarin deze afwerkingen verkeren is wisselend van helemaal goed tot weinig meer van heel. De bekende doorspuitpunten zijn weergegeven op bijlage 13.
Figuur 8: Doorspuit horizontale drains onder maaiveld afgewerkt (situatie maart 2016)
Maatwerk op stort IJsseldijk Op lokale drassige plekken na is de drainage capaciteit van de zanddrainagelaag met drains als geheel goed. Bij het onderhoudswerk zijn alle drains die op de sloot uitkomen opgespoord en van een uitstroombak voorzien. Hierna is bij diverse drains waargenomen dat ze water afvoeren. Er zijn sinds de aanleg geen afschuivingen of verzakkingen geweest. De lokale drassige plekken kunnen bijdragen aan variatie van flora en fauna en vormen onderhoudstechnisch geen probleem. Er is daarom geen aanleiding om de drains te gaan vervangen of doorspuitvoorzieningen aan te gaan brengen. Het niet volledig functioneren van de drains en het niet kunnen doorspuiten van drains is vooralsnog geen enkel probleem. Herstel van drains is pas aan de orde wanneer de noodzaak daartoe blijkt uit terrein inspecties.
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
18
Projectgerelateerd
In de worst case situatie is uitgegaan van het aanbrengen van 2.000 m drain over 10 jaar (2030). Om de afwatering op drassige plekken te verbeteren. Op dat moment worden ook nieuwe doorspuitpunten in betreffende drains (strengen) aangebracht. Drains die opnieuw worden aangebracht dienen vervolgens eens per 10 jaar gereinigd/doorgespoten te worden.
3.3.2
Deklaag algemeen
In de deklaag kunnen verzakkingen op treden. Daarom wordt rekening gehouden met 1 keer in de 10 jaar herstellen van een verzakking circa 100 m2. Daarbij is het uitgangspunt dat de zandbentonietlaag dan ook moet worden hersteld. Omdat dit beheerplan uitgaat van start na het gereed komen van het groot onderhoud in 2016, wordt aangenomen dat de eerste keer van een herstel van de deklaag 10 jaar daarna valt, in 2026.
3.3.3
Terrein/algemene voorzieningen
Er zijn op de locatie 12 beheergroepen te onderscheiden die op de kaart (figuur 9) zijn weergegeven. In tabel 2 is per beheergroep het periodiek onderhoud voor onbepaalde tijd weergegeven. Grasland/ruigte Het oppervlak van de bovenafdichting bestaat voor een groot deel uit een grasvegetatie. In de huidige situatie wordt een deel daarvan ingericht als bloemrijk hooiland, een deel als ruigte en een deel als grasland. Het beheerplan gaat uit van het beheer met deze indeling, waarbij het geheel periodiek gemaaid wordt, maar dat kan door de jaren heen wijzigen, zie ook tabel 5. Er wordt geen rekening gehouden met de inzet van bijvoorbeeld schapen in het kader van het onderhoud. Dit mag de beheerder ten alle tijde zelf bepalen Rondom de peilbuizen, de uitmondingen van hemelwaterafvoerdrains, doorspuitpunten, de monsternamepunten L1 en L2 en de compostfilters voor het stortgas wordt vooraf gemaaid met een bosmaaier. Dit om maaischade aan deze voorzieningen te voorkomen. Bosplantsoen, hagen en onderhoudspad De bosplantsoenen en onderhoudspaden dienen jaarlijks geïnspecteerd en onderhouden worden, zie ook tabel 5. Ringsloot en afvoersloot De ringsloot en afvoersloot moet 1x per jaar worden gemaaid en opgeschoond om de afvoer van water te kunnen garanderen. De duikers in de ringsloot en afvoersloten moeten worden vrijgehouden.
1 keer per 10 jaar moet de ringsloot en afvoersloot ontdaan worden van slib en herprofileert worden, zie ook tabel 5. Afvoerriool hemelwater met put Tijdens de veldinspectie wordt het afvoer riool en de put visueel geïnspecteerd. In dit beheerplan wordt rekening gehouden met 1x per 10 jaar doorspuiten en een camera inspectie van dit riool.
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
19
Projectgerelateerd
Figuur 9: Indeling locaties in beheergroepen
Tabel 5: Periodiek onderhoud naar onderscheiden beheergroep Beheergroep 1
Bosplantsoen/struiken (a t/m e)
Frequentie
Bewerkingspercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Gefaseerd maaien en afvoeren van de zoomvegetatie. Gefaseerd dunnen. Randen snoeien. Uitvoeren van inspectie.
1 keer / jaar 1 keer / 3 jaar 1 keer / jaar 1 keer / jaar
50% / jaar 10% / jaar 33% / jaar 100%
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
Beheergroep 2
Bosplantsoen/struiken (strook, a en b)
Frequentie
Bewerkingspercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Gefaseerd maaien en afvoeren van de zoomvegetatie. Gefaseerd dunnen. Randen snoeien. Uitvoeren van inspectie.
1 keer / jaar 1 keer / 3 jaar 1 keer / jaar 1 keer / jaar
50% / jaar 10% / jaar 33% / jaar 100%
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
Beheergroep 3
Bosplantsoen
Frequentie
Bewerkingspercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Gefaseerd dunnen. 1 keer / jaar Randen snoeien / opkronen langs watergang en 1 keer / jaar maaien 1,0 m brede strook langs het bosplantsoen. Onderhoud boomveiligheid fietspad en verkeerspunten. 1 keer / jaar
10% / jaar 100% / jaar
Jaarlijks Jaarlijks
100%
Jaarlijks
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
20
Projectgerelateerd
Het niet toegankelijk houden door aanwezigheid bebording 'Verboden toegang voor onbevoegden' (3 st). Uitvoeren van inspectie.
1 keer / jaar
100%
Jaarlijks
1 keer / jaar
100%
Jaarlijks
Beheergroep 4
Los groeiende haag (a t/m g)
Frequentie
Bewerkingspercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Snoeien gefaseerd van de losgroeiende haag. Bijmaaien vegetatie onder haag. Uitvoeren van inspectie.
1 keer / jaar 1 keer / jaar 1 keer / jaar
50% / jaar 100% / keer 100%
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
Beheergroep 5
Ruigte (a en b)
Frequentie
Bewerkingspercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Maaien 1x per jaar (klepelen). Uitvoeren inspectie.
1 keer / jaar 1 keer / jaar
33% 100%
Jaarlijks Jaarlijks
Beheergroep 6
Bloemrijk hooiland (a en b)
Frequentie
Bewerkingspercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Maaien 1x per jaar (klepelen). Uitvoeren inspectie.
1 keer / jaar 1 keer / jaar
100% 100%
Jaarlijks Jaarlijks
Beheergroep 7
Weilanden (a t/m h)
Frequentie
Bewerkingspercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Maaien 1x per jaar (klepelen). Uitvoeren inspectie.
1 keer / jaar 1 keer / jaar
100% 100%
Jaarlijks Jaarlijks
Beheergroep 8
Bermen en puinpad
Frequentie
Bewerkingspercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Maaien 1x per jaar (klepelen). Uitvoeren inspectie.
1 keer / jaar 1 keer / jaar
100% 100%
Jaarlijks Jaarlijks
Beheergroep 9
Onderhoudspad (a t/m d)
Frequentie
Bewerkingspercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Maaien van grasveld (klepelen). Uitvoeren inspectie.
1 keer / jaar 1 keer / jaar
100% 100%
Jaarlijks Jaarlijks
Beheergroep 10
Ringsloot (a t/m d) en afvoersloot (e)
Frequentie
Bewerkingspercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Uitmaaien, maaisel afvoeren. Met bosmaaier uitstroomvoorzieningen en duikers vrij Maaien buitenzijde ringsloot (klepelen) Schoonmaken watergang (slib). Uitvoeren van inspectie (uitstroomvoorzieningen e.d.).
1 keer / jaar 1 keer / jaar 1 keer / jaar 1 keer / 10 jaar 1 keer / jaar
100% / jaar 100% / jaar 100% / jaar 100% / jaar 100% / jaar
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
Beheergroep 11
Put en duiker
Frequentie
BewerkingsPercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Camera inspectie en reinigen Uitvoeren van inspectie (uitstroomvoorziening e.d.)
1 keer / 10 jaar 1 keer / jaar
100% / jaar 100% / jaar
Jaarlijks Jaarlijks
Beheergroep 12
Stortgas ontluchtingspunt (2 st.)
Frequentie
Bewerkingspercentage
Periode
Periodiek onderhoud
Maaien van compostvak (bosmaaier). Uitvoeren inspectie.
1 keer / jaar 1 keer / jaar
100% / jaar 100% / jaar
Jaarlijks Jaarlijks
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
21
Projectgerelateerd
Rapportages uitgevoerde werkzaamheden Van de verschillende uitgevoerde inspecties en controlemetingen worden na iedere inspectie/meting een korte rapportage opgesteld met eventuele aanbevelingen en deze wordt binnen 4 weken na uitvoering ingediend bij de opdrachtgever van de uitvoering van het beheerplan. De opdrachtgever besluit op basis van de bevindingen welke stappen / herstelmaatregelen er eventueel uitgevoerd moeten worden. Voor de uit te voeren inspectie en rapportages dient gebruik gemaakt te worden van de in bijlage 17 opgenomen checklist.
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
22
Projectgerelateerd
4
Periodieke vervanging en amovering
4.1
Vervanging peilbuizen
Vanwege de degelijke afwerking en bescherming tegen maaischade gaat dit beheerplan uit van vervanging van peilbuizen na 30 jaar. De monitoringsfilters 900 t/m 906 zijn in 2016 geplaatst en voorzien van een stalen schutkoker. Gezien de situering van de filters 900 t/m 906, direct langs de openbare weg, dient 80% van de filters eens per 15 jaar worden vervangen en 20% eens per 30 jaar. Monitoringsfilter 205 is geplaatst medio 1993. Deze zal medio 2023 vervangen dienen te worden (tenzij deze nog goed functioneren).
4.2
Vervanging drains
Drains worden vervangen wanneer blijkt dat ze onvoldoende functioneren. Dit wordt gecontroleerd bij de terreininspecties. Het criterium daarbij is het te drassig worden van het terrein wanneer dat kan leiden tot bijvoorbeeld schade aan de vegetatie of kans op schade aan de deklaag, bijvoorbeeld bij een kans op afschuiving. De aanname voor de budgettering is, het aanbrengen/vervangen van 1.100 m drain per 10 jaar (10% van totaal). Op dat moment worden ook nieuwe doorspuitpunten in betreffende drains (strengen) aangebracht. Drains die opnieuw worden aangebracht dienen vervolgens eens per 10 jaar gereinigd/doorgespoten te worden
4.3
Vervanging duikers
Dit beheerplan gaat uit van een levensduur van 50 jaar van de betonnen en kunststof duikers. In figuur 10 zijn de duikers weergegeven. In tabel 4 zijn de specificaties en jaartal van aanleg weergegeven. Figuur 10: Situering duikers
Toelichting: De duikers zijn in rood aangegeven en genummerd t.b.v. tabel 6. 11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
23
Projectgerelateerd
Tabel 6: Overzicht duikers Duiker Materiaal
Diameter
Lengte
Jaar van Jaar van aanbrengen vervanging / aanschaf
X-coördinaat
Y-coördinaat
Opmerking
1
Beton
500 mm
135 m
1992
2042
196055.830 196163.5102)
442442.629 442473.108
Incl. betonnen put en 2e blinde betonnen put halverwege de leiding. (beheernr. 10-DU01)
2
Beton
500 mm
9,6 m
2016
2066
195741.23
442355.67
Nieuw gelegd in 2016. (beheernr. 11)
3
PVC
250 mm
7,5 m
2016
2066
195775.05
442416.78
Nieuw gelegd in 2016. (beheernr. 10-DU02)
4
PP
250 mm
6,5 m
2020
2070
195947.43
442032.70
Nieuw gelegd in 2020. (beheernr. 10-DU08)
5
PVC
250 mm
5m
2016
2066
196073.77
442413.79
Nieuw gelegd in 2016. (beheernr. 10-DU03)
6
PVC
250 mm
7,5 m
2016
2066
195620.06
442123.65
Nieuw gelegd in 2016 (beheernr. 10-DU04)
442062.17
Nieuw gelegd in 2016. Incl. monstername put en betonnen uitstroomvoorziening. (beheernr. 10-DU05)
7
Beton
500 mm
14,4 m
2016
2066
1)
195787.89
8
Beton
500 mm
9,6 m
2016
2066
195727.19
442094.37
Nieuw gelegd in 2016. Incl. betonnen uitstroomvoorziening. (beheernr. 10-DU06)
9
Beton
500 mm
4,8 m
2016
2066
195771.23
442077.08
Nieuw gelegd in 2016. (beheernr. 10-DU07)
Toelichting: 1) Betreft put. 2) Betreft uitmonding duiker in sloot.
4.4
Vervanging compostfilters stortgasonttrekking
De standpijpen van de stortgas onttrekking zijn in december 2018 geamoveerd. De huidige gasdrains zijn hierbij aangesloten op het gerealiseerde compostfilter met daaronder een drainagemat welke als ontluchtingsfaciliteit blijft dienen. Gezien de stortgasontwikkeling reeds is geminimaliseerd en in de toekomst nog verder gaat afnemen is er geen vervanging van het compostfilter voorzien. Mocht het compostfilter zijn werking verliezen dan ontstaat in principe dezelfde situatie zoals deze tot 2018 was met de standpijpen waarbij het vrijkomende stortgas opgaat in de omgevingslucht.
11 november 2021
BEHEERPLAN IJSSELDIJK
T&PBD3444-103-100R001F07
24
Projectgerelateerd
Bijlage 1
11 november 2021
Situering van de stortplaats
BEHEERPLAN IJSSELDIJK