A04-20210419-13-vka-coll-ontwerp-omgevingsvisie-bijlage-3-ontwerp-omgevingsvisie.pdf
Tekst van het document
participeren in de maatschappij door mensen met een beperking in welke vorm dan ook.
● Participatie van inwoners en andere
● Een groene omgeving die bijdraagt aan de
3.2.2 Sociale en inclusieve leefomgeving Daarnaast vinden we het belangrijk dat er aandacht is voor de medemens en we omzien naar elkaar. Denk aan de toenemende vraag om zelfstandig te kunnen blijven wonen; dit is niet makkelijk en we zien dat bepaalde groepen moeilijkheden ervaren om zelfstandig te wonen. Speciale aandacht gaat uit naar mensen met een beperking, in welke vorm dan ook, conform het VN-verdrag voor mensen met een handicap. Deze aandacht gaat breder dan enkel het fysieke domein. We streven voor deze groep naar volwaardig participeren in de maatschappij. Voor het fysiek domein betreft dit thema’s als fysieke toegankelijkheid van gebouwen en de openbare ruimte, maar ook ten aanzien van bereikbaar heid. In al dit soort vraagstukken trekken het sociale en fysieke domein samen op, natuurlijk met participatie van inwoners en andere maat schappelijke partners.
● Streven naar het zo volwaardig mogelijk
waarden, zoals het geluid en de luchtkwaliteit ● Behouden van het eigen karakter en
(ruimtelijke) identiteit door het bekend maken met en het versterken van het erfgoed. Op de lange termijn na 2030 hebben we de volgende ambities en doelen: ● De leefomgeving zo inrichten dat het bijdraagt aan een gezonde, sociale en veilige leefomgeving ● Zo nodig creëren van aanvullende
voorzieningen, onder andere om in te spelen op de vergrijzing
3.3 VITALE ECONOMIE Er is winst te behalen in de relatie tussen duur zaamheid en economie. Het toekomstbestendig inrichten van werklocaties is de pijler van de economische ambitie. Dit betekent concreet: het hebben van aandacht voor de energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie, biodi versiteit en de kwaliteit van het vastgoed, de openbare ruimte en de bereikbaarheid. En met aandacht voor veiligheid, werkgelegenheid en onderwijs. Het versterken van de lokale economie en voorzieningen houdt de gemeente Westervoort vitaal. De versterking van de lokale economie is een onderdeel van de actie-agenda ‘Economisch Kader Westervoort’. De drie economische kern gebieden het Ambacht, de Wyborgh en het lint Dorpsstraat-Hamerstraat zijn gebieden die vitaal en aantrekkelijk blijven voor ondernemen en verblijven.
● Behoud en versterken van de lokale
economie en voorzieningen in het centrum van Westervoort ● Balans tussen de ruimte voor economische
ontwikkeling, natuur, biodiversiteit en klimaat Op de lange termijn na 2030 hebben we de volgende ambities en doelen: ● Behoud van de economische positie van Westervoort in de regio op basis van toegevoegde waarde ● Balans tussen de ruimte voor economische
ontwikkeling, natuur, biodiversiteit en klimaat ● Versterking van de circulariteit in
bedrijfsprocessen
3.3.1 Vrijetijdseconomie Toerisme en recreatie bieden regio de Liemers en daarmee Westervoort kansen. In sommige iconische steden zal door overbelasting een druk op de leefbaarheid kunnen ontstaan. De Liemers kan hiervan profiteren met een diversiteit aan unique selling points zoals water, natuur, cul tuurhistorie en de diverse grootschalige winkel bedrijven die hier zijn gevestigd of worden ontwikkeld. Hier liggen kansen voor het verder
55
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING
KAART 11
VISIEKAART WAARDEN ERFGOED, LANDSCHAP EN CULTUUR
56 57
Op lokaal niveau is er een kans om het netwerk verder te optimaliseren voor langzaam verkeer, zoals geïllustreerd op de kaart mobiliteit en infrastructuur (zie kaart 12). We zetten in op meer verkeer te voet, fietsverkeer en gebruik van het openbaar vervoer. Daarom zullen we de loop- en fietsroutes onder de loep nemen en verbeteren. Verbeteringen kunnen onder andere worden gezocht op het gebied van verkeersveiligheid, weginrichting, maar ook herkenbaarheid van routes. Daarnaast hebben we aandacht voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte en de bereikbaarheid van voorzieningen voor verkeersdeelnemers met een beperking in welke vorm dan ook, zoals zij
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING
3.4 BEREIKBAARHEID
die gebruik maken van een rolstoel of rollator. We vinden het belangrijk dat iedereen in onze samenleving mobiel kan zijn. Er mag geen ‘ver voersarmoede’ optreden waardoor inwoners worden uitgesloten op het gebied van werk of sociale activiteiten. Parkeren op eigen terrein heeft, wanneer fysiek mogelijk, de voorkeur. Met de realisatie van parkeerplaatsen op openbaar terrein wordt terughoudend omgegaan. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of herinrichting van de openbare ruimte wordt beschouwd in hoeverre het aantal parkeerplaatsen voldoende is om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte om daarmee oog te hebben voor de parkeerdruk in de directe omgeving.
We houden als gemeente ook de doorstroming van het verkeer in de gaten. Op de doorgaande wegen in Westervoort en Duiven is het druk (intensiteiten zijn hoog). Bij de ontwikkeling van inbreidings- en uitbreidingslocaties voor bijvoorbeeld woningen en bedrijven hebben we aandacht voor de impact op de bereikbaarheid en de benodigde ruimte voor aanpassing of uit breiding van de infrastructuur. We ontmoedigen doorgaand verkeer door gebruik te maken van 30km-zones. Daarbij hoort ook het beperken van regionaal sluipverkeer.
● Doorgaand (sluip)verkeer ontmoedigen door
30km-zones in te stellen of de inrichting van bestaande 30km-zones te verbeteren ● Optimaliseren van de mobiliteitsketen door
het verbeteren van aansluitingen en nieuwe vervoersconcepten ● Zorgen voor voldoende laadvoorzieningen
voor elektrisch vervoer ● Versterken van OV-knooppunten, onder
andere door aanvullende voorzieningen Voor de langere termijn volgen we de natio nale plannen voor de transitie naar duurzame mobiliteit. Het aantal elektrische personenauto’s stijgt volgens het Nationaal Klimaatakkoord van ongeveer 160.000 nu naar 1,9 miljoen in 2030. Het aantal elektrische personenauto’s in bezit van inwoners in Westervoort stijgt volgens eigen prognoses naar rond de 3.000 in 2030, waarvan een deel laadbehoefte heeft in de openbare ruimte. In het tijdig opschalen van laadpunten in de openbare ruimte ligt een belangrijke rol voor de gemeente. Hiervoor stellen we, samen met de netbeheerder en exploitanten, een integrale visie laadinfrastructuur op en herzien we het bestaande plaatsingsbeleid wanneer nodig. Hiermee facilite ren we een slim, toegankelijk, dekkend en betaal baar laadnetwerk. Voor zwaardere voertuigen is nog niet zeker welk alternatief (elektrisch, water stof etc.) de fossiele brandstoffen gaat vervangen. We zetten in op clustering van voorzieningen voor de duurzame mobiliteit. Op deze wijze houden we kwalitatieve, schone en gezonde leefomgeving.
Op de lange termijn na 2030 hebben we de volgende ambities en doelen: ● Bereikbaarheid integraal meenemen bij
ontwikkelingen in de leefomgeving ● Alleen nieuwbouw als bereikbaarheid
is gegarandeerd en het past in de verduurzaming van de mobiliteit ● Infrastructuur aanpassen op verschillende
(duurzame) modaliteiten
Korte-, middellange- en langetermijndoelen op het gebied van bereikbaarheid worden vastgelegd in een mobiliteitsplan. Deze wordt periodiek (maar in ieder geval iedere vijf jaar) herzien. De herziening biedt de mogelijkheid om eerder gestelde beleidsdoe len en projecten te evalueren, nieuwe doelen te formuleren en bestuurlijk vast te stellen.
Op de middellange termijn hebben we de volgende ambities en doelen: ● Verkeersveiligheid in woongebieden
vergroten ● Verbeteren van de loop- en fietsroutes
en waar nodig uitbreiding van de fietsinfrastructuur ● Toegankelijkheid van de openbare ruimte
en de bereikbaarheid van voorzieningen voor mensen met een beperking in welke vorm dan ook behouden en waar mogelijk versterken
58
59
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING
KAART 12
VISIEKAART MOBILITEIT EN INFRASTRUCTUUR
60 61
3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
3.5 KLAAR VOOR DE TOEKOMST
Rivierklimaatpark IJsselpoort
Als gemeente staan we voor tal van uitdagingen. We moeten CO2-uitstoot vergaand reduceren, ons aanpassen aan de gevolgen van klimaatver andering, er is een grondstoffentransitie nodig naar een circulaire economie en de biodiversi teit staat onder druk. Met andere woorden: we staan voor complexe opgaven die bij voorkeur integraal en in samenhang aangepakt moeten worden (zie kaart 13). In deze omgevingsvisie scharen wij ze onder het verbindende thema ‘Klaar voor de toekomst’. Hieronder worden de afzonderlijke opgaven nader toegelicht.
In het Rivierklimaatpark IJsselpoort werkt de gemeente Westervoort, samen met andere overheden en met inbreng van inwoners, belangenvertegenwoordigers, agrariërs, andere ondernemers en Natuurmonumenten, aan een robuuste en klimaatbestendige inrichting van de IJssel en de uiterwaarden van Arnhem tot Giesbeek. Met dit plan wor den de gevolgen van de klimaatverandering voor langere tijd het hoofd geboden.
3.5.1 Energietransitie Onze inzet is dat de gemeente in 2050 ener gieneutraal is, in aansluiting op regionaal en nationaal beleid en wetgeving (Klimaatakkoord/ Klimaatwet). Dat vraagt enerzijds om vergaande energiebesparing waarbij op de doelstelling van 1,5% besparing per jaar wordt ingezet. Anderzijds is er meer opwek van duurzame (her nieuwbare) energie nodig, zoals het benutten van zo veel mogelijk dakoppervlak voor zonne panelen. Daar ligt nog een aanzienlijke opgave, zeker op de bedrijventerreinen. In deze opgave werken we samen in met de regio aan de Regionale Energiestrategie (RES) waarin zoekgebieden voor grootschalige opwek zijn aangewezen (zie kaart 14). De gemeenteraad van Westervoort heeft hiervoor een ‘lokaal aan deel’ voor de concept-RES vastgesteld. Ook het opstellen van een regionale warmte-infrastruc tuur voor de gebouwde omgeving valt onder de RES. We stellen in 2021 een gemeentelijke transi tievisie warmte op met een tijdpad tot 2030-2050 om planmatig toe te werken naar aardgasvrije wijken. De inzet is om het bestaande warmtenet uit te breiden. In aansluiting op de warmtevisie moeten op wijk- en buurtniveau warmte-uitvoe ringsplannen worden opgesteld en deze krijgen een verplichte uitwerking in omgevingsplannen.
3.5.2 Klimaatadaptatie Onze inzet is om van de nood een deugd te maken door klimaatproblemen op het gebied van droogte, hitte(stress) en wateroverlast te voorkomen. Deze opgave noemen we kli maatadaptatie. Daarbij werken de gemeenten
62
De IJssel krijgt de noodzakelijke extra ruimte én we werken meteen aan meer biodiver siteit, agrariërs in het gebied krijgen meer toekomstperspectief door natuurinclusieve landbouw, er is ruimte voor bedrijvigheid en we geven recreatie een impuls. Het biedt ook mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie in de toekomst. Zo dragen we bij aan de klimaatdoelen: verminderen van broeikasgassen om ons planeet leefbaar te houden. Het Rivierklimaatpark biedt Westervoort de mogelijkheid om het gezicht naar de rivier te richten en contact te krijgen met de rivier. De uitplaatsing van Struyk Verwo versterkt deze kans, biedt kansen voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit én biedt kansen voor de ontwikkeling van woningbouw en natuurrecreatie. In oktober 2020 hebben alle samenwer kende partijen ingestemd met dit plan. De gemeenteraden hebben hiervoor de interge meentelijke structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort vastgesteld (ga naar rivier klimaatpark.nl). Westervoort, Duiven en Zevenaar intensief samen met het Waterschap Rijn en IJssel. Wij volgen de systematiek van het DPRA, het lan delijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Eerste stap was het uitvoeren van een zg. stresstest waarin kwetsbaarheden in beeld zijn gebracht. Daarna is in 2020 een risicodialoog gevoerd met experts en met de samenleving.
De uitkomsten van deze dialoog maken onderdeel uit van de strategische kaders die begin 2021 aan de raad zijn voorgelegd. Voorbeeld van deze kaders is het benutten de (bergings-) capaciteiten van het natuurlijk bodemsysteem en het watersysteem. De strategie wordt vervolgens concreter uitge werkt in een uitvoeringsprogramma.
3.5.3 Circulariteit We moeten onze ambitie voor de omslag naar een circulaire economie nog bepalen. Met het begrip circulaire economie wordt in het alge meen bedoeld een economisch systeem waarin geen eindige grondstofvoorraden worden uitge put en waarin reststoffen hergebruikt worden. Onze ambities bepalen we in 2020-2021 met de ‘roadmap circulariteit’. Tegelijkertijd wordt op concreet niveau gewerkt aan circulaire pilots rondom bijvoorbeeld de inkoop van meubilair, de aanbesteding van de openbare verlichting en het boom- en sportveld-onderhoud. Ook binnen de sector grond, weg- en waterbouw zien we kansen voor circulair aanbesteden. In ons gemeentelijk grondstoffenplan volgen we de doelstellingen van het landelijk Afvalbeheerplan. Verder wordt de ingezette koers op preventie, scheiding en hergebruik geïntensiveerd. 3.5.4 Biodiversiteit Onze inzet is om de waarde van biodiversiteit te behouden en te versterken. Daarvoor is het nodig om uit te dragen welke functies het vervult voor milieu, luchtkwaliteit, waterberging, voedselproductie, gezondheid, sociale active ring, recreatie en beeldkwaliteit. Er moet meer natuur-inclusief gewerkt en ontwikkeld worden. Meer en robuustere natuur in de dorpen, de bedrijventerreinen en buiten de woonkernen vraagt om extra gemeentelijke aandacht, inzet en middelen en in gezamenlijkheid met bedrij ven, instellingen en bewoners.
Waar mogelijk wordt aangesloten bij initiatieven uit de samen leving. In de visiekaart ontwikkelingen (kaart 16) staan suggesties voor het koppelen van bio diversiteit aan gebiedsontwikkeling. De ambities vragen om uitwerking in een actieplan. 3.5.5 Bodem en ondergrond Ontwikkelingen (zoals de toename van wonin gen, bedrijfsruimten en kantoren, infrastructuur, energieopwekking en -opslag, water en recreatie) vragen ruimte, zowel boven- als ondergronds. Voor een groot aantal maatschappelijke opgaven in stedelijk en landelijk gebied wordt een beroep gedaan op de ondergrond of moet rekening worden gehouden met de mogelijkheden en beperkingen van de ondergrond. Boven- en
ondergrond moeten daarom in samenhang wor den bezien. De benoemde ontwikkelingen vragen daarbij om een zorgvuldig beheer, en zo nodig bescherming, van de bodem en ondergrond. Gezien integrale ruimtelijke ordening steeds belangrijker wordt, dienen er in relatie tot bodem en ondergrond verschillende disciplines bij pro jecten betrokken te zijn. Daarnaast moeten beheer en uitvoering van de openbare ruimte veel meer met het beleid van het fysiek domein verbonden worden. Kansen en risico’s in de ondergrond worden zo eerder benut en/of gesignaleerd en betrokken worden bij de plan- of beleidsvorming.
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Met alle opgaven die oplossingen zoeken in de onder grond, waar het al heel druk is, spelen betrouwbare ondergrondgegevens een steeds belangrijkere rol. Daarom is er een Basisregistratie Ondergrond (BRO). De BRO staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van het stelsel basisregistraties. De Wet Bro bepaalt dat bestuursorganen verplicht zijn om gegevens over de ondergrond aan te leveren wan neer deze zijn ontstaan door zelf uitgevoerde onderzoe ken of onderzoeken die in opdracht van een overheid zijn uitgevoerd. Daarbij zijn overheden ook verplicht om de gegevens te gebruiken. Als een bestuursorgaan vermoedt dat een gegeven ontbreekt of niet juist is, dan is het verplicht dat te melden bij de beheerder van de BRO. Als een bronhouder vervolgens de melding ontvangt dat een gegeven ontbreekt of niet juist is, dan moeten zij deze melding controleren en indien nodig aanpassen. Daarnaast kan iedereen een terugmelding doen op de BRO. Ook dan is de bronhouder verplicht deze melding te onderzoeken in geval van gerede twij fel en indien nodig de gegevens aan te passen. De ontwikkelingen staan niet stil. De basisregistraties zijn op zichzelf nu al nuttige en veelgebruikte instru menten voor tal van processen binnen en buiten de overheid.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het initiatief genomen om voor de geobasisregistraties (BAG, BRT, BGT, BRK en ook de BRO) verschillende ontwikkelingen op dit gebied gecombineerd op te pakken. Dit gebeurt onder de naam Doorontwikkeling in Samenhang (DiS-GEO). De BRO is op 1 januari 2018 in werking getreden, maar wordt op dit moment nog geïmplementeerd in de gemeente Westervoort. Verwacht wordt dat deze achter stand eind 2021 volledig is ingelopen.
63
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING
KAART 13
VISIEKAART ONTWIKKELINGEN 2050
64 65
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING
KAART 14
VISIEKAART ENERGIE
66 67
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING
KAART 15
VISIEKAART WATER
68 69
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING
NOVI Wij volgen de uitgangspunten die in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) worden beschreven. In de NOVI wordt benadrukt dat een draagkrachtige bodem en een goed functionerend bodemwatersysteem zowel voor het stedelijk als het landelijk gebied van belang is, mede met het oog op het verminderen van de bodemdaling. Denk aan de zomer van 2018, die extreem droog was en waarbij de waterstanden in de Rijn en de IJssel historisch laag waren. Door de lage grondwaterstanden is op sommige plaatsen de deklaag van klei drooggevallen, waardoor de klei is gaan inklinken (krimpen). Ook tijdens de extreem droge jaren 1994 en 2006 zagen we schade door verzakking. Met het oog op klimaatverandering is het aannemelijk dat we in de toekomst vaker met extreem droge perioden te maken krijgen. Aansluitend bij de NOVI, zien wij de draagkracht van de bodem en de waterhuishouding dan ook als belangrijke aandachtspunten.
In de openbare ruimte zijn nu al een groot aantal ondergrondse kabel- en leidingnetten aanwezig. Naast de netten die door de gemeente wor den beheerd, zoals riolering, is er sprake van ondergrondse infrastructuur die in beheer is van derden. Denk aan netbeheerders zoals het drinkwaterbedrijf en telecom. Vanwege boven genoemde ontwikkelingen wordt de intensiteit van het gebruik van de ondergrond en het aantal gebruiksfuncties van de ondergrond steeds groter en ontstaat een almaar groter wordende druk op de beperkt beschikbare ruimte c.q. op de bodemkwaliteit. Daarnaast hebben werk zaamheden in de ondergrond meestal effect op de bovengrondse gebruiksfuncties van de openbare ruimte, zoals verkeerscirculatie, bereikbaarheid van gebouwen en groen. Dit is de reden dat bij bijvoorbeeld projecten vooraf een zogenaamde klic-melding plaatsvindt. Door deze meldingen krijgen initiatiefnemers zicht op wat er in de ondergrond ligt en waar zij reke ning moeten houden. De regelgeving is onder andere verwerkt in de Telecommunicatiewet en is meegenomen in de door het college en gemeenteraad vastgestelde Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI).
70
In de verdere programmering wordt altijd de dimensie van de ondergrond meegenomen als het om projecten van de gemeente gaat, zoals dit ook wettelijk is vastgelegd in de Wet Bro. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is ook een aspect dat dient te worden meegenomen, in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Overwogen zal worden of er een apart programma “Ondergrond, bodem en waterkwa liteit” opgezet wordt om te waarborgen dat de kwaliteit van de bodem en waterhuishouding voldoende in beeld is en er sprake is van een evenwichtige belangenafweging tussen de verschillende, bestaande en nieuwe, gebruiks functies in de ondergrond. Op de middellange termijn hebben we de volgende ambities en doelen: ● Bijdragen aan de RES (energie- en warmtetransitie) ● Biodiversiteit versterken ● Grondstoffen hergebruiken ● Water als kwaliteit inzetten ● Duurzaamheid als uitgangspunt hanteren in beleidsuitwerking en uitvoering Op de lange termijn na 2030 hebben we de volgende ambities en doelen: ● Periodieke herijking van de RES ● Klimaatadaptatie en klimaatbestendig en waterrobuust ontwikkelen ● Natuur-inclusief werken en ontwikkelen ● Ruimte voor waterberging creëren
71
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING
KAART 16
VISIEKAART KANSEN VOOR INTEGRALE ONTWIKKELING
72 73
Ontwerp Omgevingsvisie
4
VAN VISIE NAAR UITVOERING
De omgevingsvisie anticipeert op invoering van de nieuwe Omgevingswet en is een samenhangende visie met strategische hoofdkeuzes op beleidsniveau over de fysieke leefomgeving. Deze visievorming wordt gezien als beleidsontwikkeling en is de start van een doorlopend proces. Zodra de visie is vastgelegd kan de gemeente onderdelen concreter maken en stevig juridisch vastleggen door middel van beleidsdoorwerking. Daarmee kunnen ook andere overheden worden gebonden om mee te werken aan de realisatie van het beleid. Dat kan bijvoorbeeld door eisen vast te leggen in omgevingswaarden of door een programma vast te stellen. De uitvoering vindt plaats door de initiatiefnemers van activiteiten en projecten: burgers, bedrijven of overheden die iets willen ontwikkelen.
74
75
4 VAN VISIE NAAR UITVOERING
Met toezicht en handhaving ziet de overheid ver volgens toe op naleving van de algemene regels en vergunningvoorschriften. De keuze voor de instrumenten bepaalt de monitoring en het soort terugkoppeling.
4.1 VERTALING IN PROGRAMMA’S Het vervolg op de omgevingsvisie (beleidsdoor werking) is het schrijven van programma’s die zorgen voor de vertaling van de omgevingsvisie naar uitvoering. Het programma is één van de zes kerninstrumenten binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet. Het betreft, evenals de omgevingsvisie, een beleidsdocument dat flexibel van aard is en kan worden toegepast in de verschillende fases van de beleidscyclus. De te schrijven programma’s zullen voortborduren op de vijf thema’s uit deze omgevingsvisie. Vanuit de ambities en doelen wordt een programma vorm gegeven. Het gaat hierbij veelal om nieuw of veranderend (bestaand) beleid. Belangrijk is om te kijken naar alle thema’s en de ambities die worden bepaald. Hieruit zal, op basis van priorite ring, een uitvoeringsprogramma worden geschre ven. Dit uitvoeringsprogramma is de basis om programma’s op (sub)thema niveau te schrijven.
Programma’s onder de omgevingsvisie De programma’s borduren, zoals gezegd, voort op de vijf thema’s uit deze omgevings visie. Daartoe is vooraf, voor al het bestaand beleid, beoordeeld of het verlaten, vastgehou den, versterkt of vernieuwd dient te worden. Daarnaast is gekeken hoe ambities uit deze omgevingsvisie geconcretiseerd kunnen worden in doelstellingen. Een duurzaam thuis
Vitale economie
Gezonde leefomgeving
Klaar voor de toekomst
Bereikbaarheid
De programma’s zijn zelfbindend en beogen zo te garanderen dat de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving daadwerkelijk wordt bereikt. Daarbij maken we een onderscheid tussen drie soorten programma’s:
thema’s en programma’s prioriteit krijgen. Immers: door beperkingen in capaciteit en middelen kunnen we niet met alles tegelijk beginnen. In het vierde kwartaal van2021 wordt een uit voeringsprogramma voor de programma’s Omgevingswet gepresenteerd aan het college en de gemeenteraad. Het uitvoeringsprogramma is een eerste stap om te komen tot uitvoerings documenten om ambities, doelen en uitgangs punten door te vertalen naar de praktijk. Hierin zal onder andere een afwegingskader worden gepresenteerd om prioritering mogelijk te maken.
4.2 MONITORING EN HERIJKING VAN DE OMGEVINGSVISIE De gemeenteraad wordt jaarlijks en waar nodig vaker geïnformeerd over de vorderingen bij de uitvoering van dit programma. We ontwikkelen daartoe een eenvoudig monitoringsysteem waarmee de voortgang van de realisatie van de ambities inzichtelijk gemaakt kan worden. Een voorstel hiervoor is onderdeel van het uitvoeringsprogramma van de programma’s Omgevingswet.
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
● Voor omgevingswaarden uit het
gemeentelijke omgevingsplan dient een verplicht programma te worden opgesteld indien gestelde omgevingswaarden worden overschreden;
Omgevingsvisie
Thema’s
A A
BB
CC
Uivoeringsprogramma’s
● Een programmatische aanpak voor
Gebieden
D D
A A
BB
CC
D D
samenhangende activiteiten en maatregelen in een gebied waar omgevingswaarden of andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving onder druk staan;
4.3 FINANCIËN Uitvoering van de ambities vraagt om extra middelen. Voor een belangrijk deel zijn deze middelen gekoppeld aan reeds lopende trajecten (zoals de Woondeal). Maar ook binnen de eigen begroting zal aanvullend ruimte moeten worden gereserveerd. In het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven hoe de financiën onderdeel worden van de programma’s Omgevingswet.
● Een vrijwillig programma voor het
Projecten
gemeentelijk rioleringsprogramma, multisectoraal beleid, gebiedsgericht beleid of een combinatie van het voorgaande.
Figuur 5 Van visie naar uitvoering op basis van thema’s en gebieden
De omgevingsvisie kent een lange doorlooptijd, terwijl het programma bedoeld is om inzichtelijk te maken hoe we kunnen komen tot uitvoering gelet op benodigde middelen en weggezet in een duidelijk tijdspad.
76
Proces Na het vaststellen van de ambities en doelen uit de omgevingsvisie kan worden gestart enkele prioritaire programma’s. In overleg met de gemeenteraad zal worden bepaald welke
4.4 PARTICIPATIE IN DE UITVOERING VAN DEZE VISIE In het proces van de uitvoering van de visie in (uitvoerings)programma’s sluiten we aan bij de eisen die vanuit de Omgevingswet gelden voor het onderdeel participatie. Hiervoor zal in ieder geval een soortgelijk traject worden gevolgd
Kostenverhaal en financiële bijdragen uit particuliere ruimtelijke projecten De Omgevingswet biedt een geheel nieuw instrumentarium voor zowel privaat- als publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen. Het wetgevingsproces over de inhoud en vorm van dit nieuwe instrumen tarium loopt op het moment van schrijven nog (februari 2021). Door het momenteel demissionaire Kabinet is op 8 januari 2021 een ontwerp-algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer aangeboden betreffende publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen in het kader van de zogenoemde voorhangprocedure. Nadat dit wetgevingsproces is afgerond, kan in het kader van de omgevingsvisie (of eventueel in een programma) wor den toegespitst op de invulling van een privaat- en publiekrechtelijk afdwingbaar kostenverhaal en financiële bijdragen bij gebiedsontwikkelingen.
als voor het opstellen van de Omgevingsvisie, waarbij inwoners, organisaties, ondernemers en andere partijen en belanghebbenden in het voortraject worden betrokken. De gemeente gaat voor nu een onderdeel specifiek voor de implementatie van deze wetgeving opstellen. Hierin wordt ingegaan op onder andere de verplichte kennisgeving en motivatieplicht voor de gemeente bij de diverse instrumenten en is er aandacht voor aanvraag vereiste participatie voor een initiatiefnemer bij de Omgevingsvergunning, waar het gaat om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Op deze manier wordt aan de (minimaal noodzake lijke) verplichting voldaan. Tevens wordt te zijner tijd aansluiting gezocht bij de nieuwe Participatieverordening. Dit betekent dat de huidige Inspraakverordening wordt verbreed door hierin aandacht te geven aan de manier waarop de gemeente inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid gaat betrekken. De verordening heeft alleen betrekking op de juridisch regels. De gemeente besluit zelf hoe ze dit per beleidsfase vormgeeft.
77
4 VAN VISIE NAAR UITVOERING
Wetgeving op het gebied van participatie Waarom participatie bij (uitvoerings) programma’s? Participatie moet ertoe leiden dat maat regelen beter uitvoerbaar zijn. Daarom verkent het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente) in een participatietraject welke maatregelen mogelijk zijn, wat de voor- en nadelen ervan zijn en hoe maatregelen worden gewogen en gekozen. Het is goed om de rol van de gemeente bij de uitvoering van de maatregelen onder de loep te nemen. Daarnaast is het belangrijk duidelijk te stellen wat er wordt verwacht van burgers, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen. Werkvormen voor het bedenken van strategieën zijn hierbij een handig hulpmiddel. Motiveringsplicht
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
Bij het maken van een programma moet de gemeente aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. En de gemeenten geeft aan hoe ze invulling geeft aan haar eigen participatie beleid. Deze motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit. De gemeente neemt de motivering op in het vaststellingsbesluit van het programma. Participatiebeleid Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwachting: 1 januari 2022) is het verplicht voor gemeenten participatie beleid te hebben. Hierin zal aandacht wor den besteed aan de visie op participatie en de uitgangspunten die daarvoor gelden. Bijvoorbeeld over de toegankelijkheid, de representativiteit, de betrokkenheid van (onder)vertegenwoordigde groepen, de eigen rol en hoe het resultaat wordt mee gewogen in het uiteindelijke plan. Op deze manier is voor alle betrokkenen inzichtelijk hoe zij kunnen meedenken en meedoen.
78
79
Ontwerp Omgevingsvisie
BIJLAGE A: KAARTEN
80
81
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
BIJLAGE A
BASISKAART TOPOGRAFIE
82 83
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
BIJLAGE A
BASISKAART WIJK- EN DORPSINDELING
84 85
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
BIJLAGE A
BASISKAART ENERGIE EN KLIMAAT
86 87
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
BIJLAGE A
BASISKAART MILIEU
88 89
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
BIJLAGE A
BASISKAART INTEGRAAL
90 91
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
BIJLAGE A
VISIEKAART INTEGRAAL
92 93
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
BIJLAGE A
BASISKAART LANDSCHAP
94 95
Ontwerp Omgevingsvisie
BIJLAGE B: GERELATEERDE BELEIDSDOCUMENTEN
96
97
COLOFON
Op het moment van schrijven zijn er enkele beleidsdocumenten in ontwikkeling:
Uitgave Gemeente Westervoort Dorpsplein 1 6931 CZ Westervoort
● Centrumvisie voor Westervoort. Op het
● Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR).
De gemeente ontwikkelt momenteel een plan voor Integraal Beheer van de Openbare Ruimte (IBOR). De ambities van andere beleidsterreinen worden in dit document vertaald naar een ambitie voor beheer en onderhoud. Per deelgebied worden kwali teitskeuzes gemaakt en wordt inzichtelijk wat de financiële gevolgen zijn van deze keuzes. Deze kwaliteitskeuzes vormen vervolgens het uitgangspunt voor de beheerplannen of voor een integrale beheerplan. Hierbij wordt er gewerkt met een gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent dat groot onderhoud gezamenlijk wordt aangepakt en alle onderdelen in de openbare ruimte waar mogelijk in één keer worden meegenomen (wegen, riolering, groen, etc.). Het IBOR heeft grote raak vlakken met de doelen en ambities die zijn opgenomen in de omgevingsvisie. Uiterlijk in 2029 zal het IBOR deel uit maken dan wel zijn opgenomen in het Omgevingsplan (een van de 6 kerninstrumenten van de Omgevingswet).
moment van schrijven wordt er een Centrumvisie voor Westervoort opgesteld. Doel van het opstellen van de Centrumvisie is om samen met alle stakeholders te komen tot een haalbaar, realistisch en gedragen visie op het centrum van Westervoort. Het gaat hierbij om een ruimtelijk-functioneel wensbeeld en (ruimtelijk) ontwikkelkader dat leidt tot een vitaal en toekomstbestendig centrum, waar bewoners zich thuis voelen, bezoekers welkom zijn en ondernemers een goede boterham kunnen (blijven) verdienen. De uitvoering van de visie moet leiden tot een toekomstbestendig centrum. Naar ver wachting wordt de centrumvisie in april 2020 behandeld in de gemeenteraad.
Datum 23 maart 2021 Redactie en projectleiding Berenschot Kaartmateriaal SAB
ONTWERP OMGEVINGSVISIE WEATERVOORT
BIJLAGE B
B.1 NIEUW BELEID
98
99