CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20260622-rv-wijz-opw-wtv-nrd-west-bijlage-20

Commissie Ruimte en Financien 9 juni 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling omgevingsplanwijziging 'Westervoort-Noord, Westelijk deel'22.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

7

Houtopstanden

In artikel 11.112 zijn de oogmerken opgenomen voor de activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen. De oogmerken met betrekking tot vellen en herplanten van houtopstanden hebben betrekking op de natuurbescherming, de instandhouding van het bosareaal in Nederland en het beschermen van landschappelijke waarden. De Omgevingswet beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Het is verboden deze houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt beschreven of er bij de voorgenomen kap sprake is van meldingsplicht en herplantplicht. Verder wordt beschreven of er vervolgmaatregelen getroffen dienen te worden ten behoeve van de voorgenomen houtkap. De bomen op de onderzoekslocatie vallen niet onder de definitie houtopstanden, als bedoeld in artikel 11.111 (Bal). Een deel van de te vellen bomen op de onderzoekslocatie betreft houtopstanden op erven en in tuinen. Voor deze houtopstanden geldt geen meldingsplicht en herplantplicht. Mogelijk is het wel nodig een vergunning voor de kap aan te vragen bij de gemeente. Hiervoor dient contact te worden opgenomen met de betreffende gemeente.

Een ander deel van de bomen op de onderzoekslocatie valt niet onder de definitie houtopstanden als bedoeld in artikel 11.111 (Bal), omdat dit deel van de houtopstanden is gelegen binnen de bij besluit van gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (zie figuur figuur 7.1). Voor deze houtopstand geldt daarom geen meldingsplicht en herplantplicht. Mogelijk is het wel nodig een vergunning voor de kap aan te vragen bij de gemeente. Hiervoor dient contact te worden opgenomen met de betreffende gemeente. Ook de bomen op de onderzoekslocatie die buiten de bebouwingscontour liggen (de bomen op de oostelijke akker), vallen niet onder de definitie houtopstanden als bedoeld in artikel 11.111 (Bal), omdat de zelfstandige eenheid van bomen een oppervlakte van minder dan 10 are beslaat en uit een rij van minder dan 20 bomen bestaat. Voor deze bomen geldt daarom geen meldingsplicht en herplantplicht. Mogelijk is het wel nodig een vergunning voor de kap aan te vragen bij de gemeente. Hiervoor dient contact te worden opgenomen met de betreffende gemeente.

Figuur 7.1

Bebouwingscontour houtkap op de planlocatie bij besluit van gemeenteraad vastgestelde grenzen.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

8

Samenvatting en conclusies

Sweco heeft van de gemeente Westervoort opdracht gekregen voor het uitvoeren van een actualisatie quickscan natuurwaarden ten aanzien van de gebiedsontwikkeling Westervoort Noord te Westervoort. De actualisatie quickscan natuurwaarden is uitgevoerd naar aanleiding van het binnenkort verlopen van de voorgaande quickscan natuurwaarden, uitgevoerd door Econsultancy part of Sweco (rapport quickscan Wet natuurbescherming (21729.001_D2) gebiedsontwikkeling Westervoort Noord te Westervoort, d.d. 3 juli 2023), en de uitbreiding van de onderzoekslocatie. De gebiedsontwikkeling Westervoort Noord betreft het verplaatsen van de sportvelden naar een locatie buiten het plangebied en de ontwikkeling van woningbouw op de daardoor vrijgekomen gronden én op de gronden van de projectontwikkelaars. De initiatiefnemer is voornemen de gehele planlocatie bouwrijp te maken waarbij sloop, kap van bomen, verlegging van sloten en greppels, het verwijderen van groen en graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 8.1. In tabel 8.1 zijn de effecten op beschermde gebieden en houtopstanden weergegeven.

In de tabellen is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk nadelige gevolgen kan hebben en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabellen is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om negatieve effecten en/of vergunningsplichtig gevallen voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Figuur 8.1 geeft een overzicht van de uit te voeren vervolgonderzoeken en maatregelen in het plangebied. Maatregelen worden nader omschreven in een ecologisch werkprotocol. Tabel 8.1

Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.

Soortgroep

Broedvogels

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Omgevingsvergunning

Bijzonderheden / opmerkingen*

algemeen

ja

ja

nee

nee

het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren.

jaarrond beschermd

ja

ja

ja

mogelijk

nader onderzoek: huismus; gierzwaluw. Inspectie: boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer; boerenzwaluw; kerkuil. mitigatiemaatregelen ten aanzien van de huiszwaluw. leefgebied analyse voor natuurreservaat ‘Het Ambacht’ en planlocatie uitvoeren.

Vleermuizen

verblijfplaatsen

ja

ja

ja

ja

nader onderzoek: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis. leefgebied analyse voor natuurreservaat ‘Het Ambacht’ en planlocatie uitvoeren.

foerageergebied

ja

mogelijk

ja

mogelijk

leefgebied analyse voor natuurreservaat ‘Het Ambacht’ en planlocatie uitvoeren.

vliegroutes

nee

nee

nee

nee

-

ja

mogelijk

ja

mogelijk

nader onderzoek: steenmarter en kleine marterachtiger.

Grondgebonden zoogdieren

inspectie:

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Soortgroep

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Omgevingsvergunning

Bijzonderheden / opmerkingen*

-

eekhoorn.

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van overige grondgebonden zoogdieren. leefgebied analyse voor natuurreservaat ‘Het Ambacht’ en planlocatie uitvoeren. Amfibieën

ja

mogelijk

ja

mogelijk

nader onderzoek: rugstreeppad. plaatsen amfibieënschermen rond risicogebied. aandacht voor zorgplicht ten aanzien van overige amfibieën. leefgebied analyse voor natuurreservaat ‘Het Ambacht’ en planlocatie uitvoeren.

Reptielen

ja

mogelijk

ja

mogelijk

plaatsen reptielenschermen rond risicogebied. Aandacht voor zorgplicht ten aanzien van overige reptielen. Maatregelen vastleggen in een ecologisch werkprotocol. leefgebied analyse voor natuurreservaat ‘Het Ambacht’ en planlocatie uitvoeren.

Vissen

ja

mogelijk

nee

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van vissen; afvangen en verplaatsen van vis.

Libellen en vlinders

ja

mogelijk

ja

mogelijk

inspectie: sleedoornpage.

Overige ongewervelden

nee

nee

nee

nee

-

Vaatplanten

ja

nee

nee

nee

-

Overige soorten specifieke zorgplicht

ja

mogelijk

nee

nee

aandacht voor specifieke zorgplicht ten aanzien van de haas. leefgebied analyse voor natuurreservaat ‘Het Ambacht’ en planlocatie uitvoeren.

Tabel 8.2

Overzicht effecten t.o.v. beschermde gebieden en houtopstanden en te nemen vervolgstappen.

Gebiedsbescherming

Gebied aanwezig

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Vergunningsplicht

Bijzonderheden / opmerkingen*

Natura 2000

40 m

waarschijn lijk

Ja

mogelijk

Een voortoets en een stikstofberekening middels een Aerius calculator dient uitgevoerd te worden.

Natuurnetwerk Nederland

40 m

nee

nee

nee

-

Houtopstanden

ja

mogelijk

Ja

mogelijk

Definitieve plannen moeten beoordeeld worden en op basis van deze beoordeling zullen de benodigde vervolgstappen worden opgesteld.

* Wijzigingen in het planvoornemen kunnen van invloed zijn op de uitkomst van het onderzoek.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Nader onderzoek deelgebied A ‘tuin’ en bijbehorende bebouwing: - huismus; - gierzwaluw; - vleermuizen; - steenmarter en kleine marterachtigen.

Inspectie op rand van onderzoekslocatie: - sleedoornpage.

Inspectie: - boerenzwaluw; - kerkuil. Mitigatie: - huiszwaluw.

Nader onderzoek ‘Het Ambacht’: - leefgebied analyse ten aanzien van beschermdeen specifieke zorgplicht soorten.

Nader onderzoek bouwdepots op akkers: - rugstreeppad.

Nader onderzoek gehele planlocatie: - leefgebied analyse ten aanzien van beschermdeen specifieke zorgplicht soorten; - voortoets Natura-2000. Inspectie: - boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer; - eekhoorn.

Figuur 8.1

Nader onderzoek schuren ten zuiden van akkers: - steenmarter; - gewone grootoorvleermuis. Inspectie: - boerenzwaluw; - kerkuil.

Overzicht van uit te voeren vervolgonderzoeken en te realiseren maatregelen.

Conclusie Soortenbescherming Voor meerdere soort(groep)en is aanvullend onderzoek of een inspectie nodig: huismus; gierzwaluw; boomvalk, ransuil, sperwer, buizerd en havik; kerkuil; boerenzwaluw; vleermuizen; steenmarter en kleine marterachtigen; eekhoorn; ringslang; rugstreeppad; en sleedoornpage. Daarnaast moet er rekening gehouden worden met broedgevallen van algemene broedvogels, met de zorgplicht ten aanzien van algemene zoogdieren, amfibieën en vissen en zijn er aanvullende maatregelen te treffen voor beschermde amfibieën en reptielen. Tevens dient een leefgebied analyse uitgevoerd te worden om eventuele negatieve effecten op beschermde functies te bepalen in natuurreservaat ‘Het Ambacht’ en in het groengebied waar de planlocatie deel van uitmaakt. Voor de benodigde vervolgstappen voor al deze soort(groep)en zie tabel 8.1, figuur 8.1 en hoofdstuk 5. Het is van belang in acht te nemen dat de geldigheid van de reeds uitgevoerde nadere onderzoeken gelimiteerd is. Mogelijk verlopen deze onderzoeken vóór het moment van uitvoering van de ingrepen. Indien dit het geval is, dienen de verlopen onderzoeken geactualiseerd te worden alvorens werkzaamheden mogen worden verricht.

Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Omgevingswet wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Gebiedsbescherming Betreft gebiedenbescherming zijn vervolgstappen benodigd (zie tabel 8.2 en hoofdstuk 7). Zo moet er een aanvullend onderzoek uitgevoerd worden om de mogelijke externe effecten van de voorgenomen ingreep op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden te toetsen. Daarnaast moet er rekening gehouden worden met een mogelijke vergunningsaanvraag voor de te kappen bomen binnen de planlocatie.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Tabel 8.3

Verwachtingspatroon van de mitigatie en compensatie ten aanzien van beschermde soorten.

Soort

Nader onderzoek noodzakelijk

Mitigatie en compensatie haalbaar?

Bijzonderheden t.a.v. plangebied

Huismus

Ja; reeds uitgevoerd (geldig tot eind 2027) + extra onderzoeksinspanning bij de percelen aan de IJsseldijk.

Ja; middels standaard mitigatie binnen het plangebied.

-

Gierzwaluw

Ja; reeds uitgevoerd (geldig tot eind 2027) + extra onderzoeksinspanning bij de percelen aan de IJsseldijk.

Ja; middels standaard mitigatie binnen het plangebied.

-

Boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer

Mogelijk; eerst nestinspectie uitvoeren.

Ja; mitigatie mogelijk.

Afhankelijk van de resultaten kan de mitigatie deels binnen en deels buiten het plangebied plaatsvinden.

Steenuil

Ja; reeds uitgevoerd (geldig tot eind 2027).

Geen mitigatie noodzakelijk

-

Kerkuil

Ja; reeds uitgevoerd (geldig tot eind 2027) + extra onderzoeksinspanning bij de percelen aan de IJsseldijk.

Ja; mitigatie mogelijk.

Afhankelijk van de resultaten kan de mitigatie deels binnen en deels buiten het plangebied plaatsvinden.

Boerenzwaluw en huiszwaluw

Nee; maatregelen kunnen ecologisch werkprotocol opgenomen.

in een worden

Ja; middels standaard mitigatie binnen het plangebied.

-

Vleermuizen

Ja; reeds uitgevoerd (geldig tot eind 2027) + extra onderzoeksinspanning bij de percelen aan de IJsseldijk.

Ja; middels standaard mitigatie binnen het plangebied.

-

Steenmarter

Ja; reeds uitgevoerd (geldig tot eind 2027) + extra onderzoeksinspanning bij de percelen aan de IJsseldijk.

Ja; mitigatie mogelijk.

Afhankelijk van de resultaten kan de mitigatie deels binnen en deels buiten het plangebied plaatsvinden.

Kleine marterachtigen

Ja; reeds uitgevoerd (geldig tot eind 2027).

Geen beschermde functies aangetroffen a.d.h.v. nader onderzoek.

-

Eekhoorn

Ja; reeds uitgevoerd (geldig tot eind 2027) + extra onderzoeksinspanning bij de percelen aan de IJsseldijk.

Ja; middels standaard mitigatie binnen het plangebied.

-

Ringslang

Nee; maatregelen kunnen ecologisch werkprotocol opgenomen.

Geen mitigatie noodzakelijk

-

Rugstreeppad

Ja; nader onderzoek is noodzakelijk bij het oostelijk gelegen perceel.

Ja; mitigatie mogelijk.

Afhankelijk van de resultaten kan de mitigatie deels binnen en deels buiten het plangebied plaatsvinden.

Grote modderkruiper

Ja; reeds uitgevoerd (geldig tot eind 2027).

Geen mitigatie noodzakelijk

-

Ja; reeds uitgevoerd (geldig tot eind 2027). Inspectie vereist voorafgaand de werkzaamheden.

Ja; middels standaard mitigatie binnen het plangebied.

-

Ja; leefgebied analyse is noodzakelijk.

Ja; mitigatie mogelijk.

Afhankelijk van de resultaten kan de mitigatie deels binnen en deels buiten het plangebied plaatsvinden.

Vogels

en

en

compensatie

compensatie

Zoogdieren

en

compensatie

Reptielen, amfibieën en vissen in een worden

en

compensatie

Vlinders Sleedoornpage

Specifieke zorgplicht Leefgebied analyse

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

en

compensatie

Geraadpleegde bronnen BIJ12 (2017a). Kennisdocument bever. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2017b). Kennisdocument buizerd. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2017c). Kennisdocument das. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2024a). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2025a). Kennisdocument gewone grootoorvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2023a). Kennisdocument grote modderkruiper. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2023b). Kennisdocument gierzwaluw. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2023c). Kennisdocument huismus. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2017d). Kennisdocument kamsalamander. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2017e). Kennisdocument kerkuil. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2025b). Kennisdocument laatvlieger. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2017f). Kennisdocument poelkikker. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2017g). Kennisdocument roek. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2017h). Kennisdocument rugstreeppad. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2024b).

Kennisdocument ruige dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2017i). Kennisdocument steenuil. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2017j). Kennisdocument watervleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2024b) Kennisdocument kleine marterachtigen Bunzing – Hermelijn – Wezel. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J., Canters, K. & Buys, J. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Limpens H. & Regelink J. (2017). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (z.d.). Natura 2000 gebieden. Geraadpleegd in oktober van https://www.natura2000.nl/gebieden. Nationale Database Flora en Fauna (z.d.). Uitvoerportaal; zoekgebied Westervoort Noord, periode 2020-2025. NDFF. Geraadpleegd in oktober van https://ndff-ecogrid.nl. Ravon (z.d.). Soorten. Geraadpleegd in oktober 2025 van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie. Sovon (z.d.). Soortenoverzicht. Geraadpleegd in oktober 2025 van https://stats.sovon.nl/stats/soorten.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Verspreidingsatlas (z.d.). NDFF Verspreidingsatlas. Geraadpleegd in oktober 2025 van https://www.verspreidingsatlas.nl/. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2025). Vleermuisprotocol 2021, geactualiseerd voor meervleermuis 2025. Opgehaald van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol-2021-geactualiseerd-voor-meervleermuis. Vlinderstichting (z.d.) Vlinders. Geraadpleegd in oktober 2025 van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders. Vlinderstichting (2023). Onderzoeksprotocol vlinders en libellen. Geraadpleegd van https://assets.vlinderstichting.nl/docs/d6244e52-8087-4ca0-9d87-a52e208a1751.pdf. Vogelbescherming (z.d.). Vogelgids. Geraadpleegd in oktober 2025 van https://www.vogelbescherming.nl/. Zoogdiervereniging (z.d.) Zoogdiersoorten. Geraadpleegd in oktober 2025 van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten.

Provinciale bronnen Gelderland Provincie Gelderland (2021, maart). Planoviewer - Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021). Geraadpleegd van https://gldanders.planoview.nl/planoview/. Provincie Gelderland (z.d.). Bijlage Kernkwaliteiten Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone. Geraadpleegd in oktober 2025 van https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGCgc08/b_NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGC-gc08_733.pdf.

Bijlage 1 Natuurwetgeving en doelen Natura 2000 Natuurwetgeving Natura 2000 Deze bijlage geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Deze bijlage is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende, en per 1 januari 2024 geldende, wetgeving. Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten op Natura 2000. Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 162 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn.

Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000). Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied (artikel 2.7, lid 2 Wnb. en per 1 januari 2024 artikel 5.1, lid 1, sub e Ow).

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door het bevoegd gezag. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.

Doelen Natura 2000 Voor ieder Natura 2000-gebied geldt dat deze een specifiek internationaal belang heeft voor bepaalde soorten en/of habitattypen. Op grond van de staat van instandhouding en het relatief belang van soorten en habitattypen zijn de belangrijkste verbeteropgaven en doelen op landelijk niveau vastgesteld. Deze landelijke doelen vormen de kaders voor de formulering van instandhoudingdoelen op gebiedsniveau. Algemene doelen zijn behoud en indien van toepassing herstel van: • •

• •

De bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van Natura 2000 zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie; De bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie, die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; De natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, inclusief de samenhang van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; De op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Bijlage 2 Natuurwetgeving Natuurnetwerk Nederland Natuurwetgeving Natuurnetwerk Nederland Deze bijlage geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie is getoetst. Deze bijlage is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende, en per 1 januari 2024 geldende, wetgeving. Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. In de Omgevingswet staan de bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen in de omgevingsverordening (artikel 2.44, lid 4 en 5 Ow en artikel 7.6, lid 1 Bkl).

Initiatiefnemers van ingrepen binnen (of in de directe nabijheid van) het Natuurnetwerk Nederland dienen de effecten van de ingreep op kernkwaliteiten en omgevingscondities te onderzoeken. De omgevingscondities zullen ten opzichte van de oorspronkelijke situatie mogelijk veranderen. Dit zal middels nader onderzoek/toetsing inzichtelijk gemaakt moeten worden. Ingrepen die de natuur significant aantasten, mogen niet worden toegestaan in het bestemmingsplan (“nee”), tenzij ze een groot openbaar belang dienen én er geen alternatieven zijn buiten de natuur. Als het toegestaan is, is natuurcompensatie verplicht (op een andere plek moet dan nieuwe natuur komen).

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Bijlage 3 Omgevingswet Omgevingswet AFDELING 2.6 BIJZONDERE TAKEN EN BEVOEGDHEDEN § 2.6.3 Bijzondere bevoegdheden natuur en landschap Artikel 2.44 (aanwijzing natuurgebieden en landschappen) 1. Onze Minister voor Natuur en Stikstof wijst ter uitvoering van de vogelrichtlijn of de habitatrichtlijn Natura 2000-gebieden aan en stelt daarbij instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden vast. 2. Onze Minister voor Natuur en Stikstof kan ter uitvoering van de vogelrichtlijn of de habitatrichtlijn bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen en instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden vaststellen. 3. Onze Minister voor Natuur en Stikstof kan nationale parken aanwijzen. 4. Bij omgevingsverordening worden de gebieden aangewezen die behoren tot het natuurnetwerk Nederland. 5. Bij omgevingsverordening kunnen gebieden, met uitzondering van Natura 2000- gebieden of gebieden als bedoeld in het vierde lid, worden aangewezen als bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. AFDELING 5.1 DE OMGEVINGSVERGUNNING § 5.1.1 Verbodsbepalingen Artikel 5.1 (omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet) 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. b. c. d. e. f. g.

een afwijkomgevingsplanactiviteit, een rijksmonumentenactiviteit, een ontgrondingsactiviteit, een stortingsactiviteit op zee, een Natura 2000-activiteit, een jachtgeweeractiviteit, een valkeniersactiviteit, tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. een bouwactiviteit, b. een milieubelastende activiteit, c. een lozingsactiviteit op: 1°. een oppervlaktewaterlichaam, 2°. een zuiveringtechnisch werk, d. een wateronttrekkingsactiviteit, e. een mijnbouwlocatieactiviteit, f. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot: 1°. een weg, 2°. een waterstaatswerk, 3°. een luchthaven, 4°. een hoofdspoorweg, lokale spoorweg of bijzondere spoorweg, 5°. een installatie in een waterstaatswerk,

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

g. een flora- en fauna-activiteit, voor zover het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. § 5.1.2 Reikwijdte aanvraag omgevingsvergunning en aanwijzing bevoegd gezag Artikel 5.7 (aanvraag los of gelijktijdig) 1. Een aanvraag om een omgevingsvergunning kan naar keuze van de aanvrager op een of meer activiteiten betrekking hebben. 2. Met het oog op een doelmatig waterbeheer wordt een omgevingsvergunning voor wateractiviteiten, in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten als bedoeld in de artikelen 5.1 en 5.4. 3. Een omgevingsvergunning voor een activiteit waarbij de locatie van ondergeschikt belang is, wordt, in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten. 4. Een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit, met uitzondering van een als wateractiviteit aan te merken beperkingengebiedactiviteit, worden gelijktijdig aangevraagd als: a. die activiteiten betrekking hebben op dezelfde ippc-installatie, of b. op die activiteiten de Seveso-richtlijn van toepassing is. 5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op aanvragen om wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning.

Besluit kwaliteit leefomgeving AFDELING 7.3 INSTRUCTIEREGELS MET HET OOG OP NATUURBESCHERMING § 7.3.1 Natuurnetwerk Nederland Artikel 7.6 (aanwijzing en begrenzing natuurnetwerk Nederland) 1. Bij omgevingsverordening worden de gebieden die het natuurnetwerk Nederland, bedoeld in artikel 2.44, vierde lid, van de wet, vormen, aangewezen en wordt de geometrische begrenzing daarvan vastgelegd. 2. De militaire terreinen OT De Haar, OT De Vlasakkers, OT Havelte West, OT Leusderheide, OT Marnewaard en OT Oirschotse Heide, genoemd in bijlage XIV, onder A, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd, maken geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland. Artikel 7.8 (beschermingsregime) 1. Bij omgevingsverordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk Nederland regels gesteld over: a. regels in omgevingsplannen als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de wet; en b. projectbesluiten als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, aanhef en onder a, onder 4°, van de wet. 2.

De regels verzekeren in ieder geval dat de kwaliteit en oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan, dat de samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk wordt behouden en dat, als binnen het natuurnetwerk activiteiten worden toegelaten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken of waarden van het natuurnetwerk, deze gevolgen tijdig worden gecompenseerd, zodanig dat de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk behouden blijven. 3. Over militaire terreinen en terreinen met een militair object als bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, binnen het natuurnetwerk Nederland worden bij omgevingsverordening alleen regels gesteld die verzekeren dat tijdige compensatie plaatsvindt van de nadelige gevolgen voor het natuurnetwerk door terreinverharding en bouwactiviteiten op die terreinen.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Besluit activiteiten leefomgeving AFDELING 11.1 ACTIVITEITEN MET MOGELIJKE GEVOLGEN VOOR NATURA 2000-GEBIEDEN OF BIJZONDERE NATIONALE NATUURGEBIEDEN § 11.1.1 Algemeen Artikel 11.6 (specifieke zorgplicht) 1. Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.1, eerste lid, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het belang, bedoeld in artikel 11.2, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2. De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat: a. voorafgaand aan het verrichten van activiteiten in, of in de directe nabijheid van een Natura 2000gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kennis wordt genomen van de informatie in het aanwijzingsbesluit van het gebied over de leefgebieden voor vogelsoorten, natuurlijke habitats en habitats van soorten waarvoor het gebied is aangewezen en de daarvoor geldende instandhoudingsdoelstellingen; b.

wordt nagegaan of op voorhand op grond van objectieve gegevens verslechterende of significant verstorende gevolgen kunnen worden uitgesloten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor de leefgebieden, natuurlijke habitats en habitats van soorten, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen; d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om verslechterende of significant verstorende gevolgen, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, voor het betrokken gebied te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen als zich, ondanks de getroffen maatregelen, verslechterende of significant verstorende gevolgen voordoen voor de leefgebieden, natuurlijke habitats of habitats van soorten waarvoor het gebied is aangewezen. AFDELING 11.2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT DIEREN OF PLANTEN IN HET WILD § 11.2.1 Algemeen Artikel 11.27 (specifieke zorgplicht) 1.

Degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

c.

als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2. Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a. voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1˚. van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2˚. van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3˚. dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3˚, van de wet; en 4˚. voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c.

als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen. 3. Voor de uitoefening van de jacht en activiteiten om populaties van in het wild levende dieren te beheren of om schade door dieren te bestrijden houdt deze plicht in ieder geval in, dat een ieder die een in het wild levend dier doodt of vangt voorkomt dat het dier onnodig lijdt. Artikel 11.28 (voorkomen onnodig lijden van dieren) Een ieder die een in het wild levend dier doodt of vangt, voorkomt dat het dier onnodig lijdt. § 11.2.3 Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten habitatrichtlijn Artikel 11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen) 1.

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

2. Het verbod geldt niet als: a. het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan artikel 16, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of b. de activiteit uitvoering geeft aan: 1˚. een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2˚. een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3. Onder de soorten, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden niet begrepen de soorten, bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. § 11.2.4 Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning andere soorten Artikel 11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen) 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c.

het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. 2. Het verbod geldt niet als: a. het gaat om het doden of vangen van de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis, of om het beschadigen of vernielen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden; b. het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de eisen die zijn opgenomen artikel 8.74l van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of c. de activiteit deel uitmaakt van: 1˚. een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2˚. een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=72a0bb49-4cf5-4a6f-ad54-db4afa81a6e3