20260622-rv-wijz-opw-wtv-nrd-west-bijlage-20
Tekst van het document
4.5.1
Streng beschermde amfibieën
Volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF ligt de onderzoekslocatie binnen het leefgebied van de volgende streng beschermde soorten: kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Kamsalamander Volgens de NDFF, is de kamsalamander in de afgelopen vijf jaar in de omgeving van de onderzoekslocatie waargenomen. Het gaat voornamelijk over het natte gebied ten noorden van het plangebied. Het voortplantingsbiotoop van de kamsalamander bestaat voornamelijk uit stilstaand water met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie die niet droog mag vallen in de zomerperiode. Vanwege het ontbreken van geschikte voortplantingswateren op de onderzoekslocatie, is gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of voortplantingsplaats uit te sluiten. Poelkikker De poelkikker is volgens de NDFF in de afgelopen vijf jaar niet waargenomen op en rond de onderzoekslocatie. De poelkikker is een kritische soort die een voorkeur heeft voor watergangen met voedselarm en schoon water met een goed begroeide oeverzone. Deze soort is voornamelijk te vinden in stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden. Deze kenmerken zijn niet op de onderzoekslocatie aanwezig, waardoor negatieven gevolgen door het planvoornemen ten aanzien van de poelkikker, niet aan de orde zijn.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
Rugstreeppad De rugstreeppad komt in de afgelopen vijf jaar voor op en rond de onderzoekslocatie, volgens de NDFF. De rugstreeppad is een streng beschermde soort die graag van ondiepe wateren gebruik maakt. Ondiepe wateren warmen snel op en zijn voor deze moeilijk zwemmende soort toegankelijk. De rugstreeppad plant zich in tijdelijke wateren voort. Op de bouwdepots in deelgebied C die zich aan de noordelijke rand van de oostelijke akker bevinden, is geschikt pioniershabitat voor de rugstreeppad aangetroffen (zie figuur 4.53, figuur 4.54 en figuur 4.55). Het is op voorhand niet uit te sluiten dat deze soort zich op de onderzoekslocatie voortplant (zie hoofdstuk 5).
Figuur 4.53 bouwdepot.
Pionier begroeiing bij
Figuur 4.54 bouwdepot.
Zand en -hopen op
Figuur 4.55 op bouwdepot.
Tijdelijk, ondiep water
In de directe omgeving van de onderzoekslocatie, betreffende het natuurreservaat ‘Het Ambacht’ en de IJsseldijksewaard, is geschikt habitat aanwezig voor de kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Het gedeelte van de planlocatie, aanliggend aan dit natuurreservaat en de uiterwaarden, is een risicogebied voor incidenteel voorkomende individuen van de bovengenoemde beschermde amfibieënsoorten (zie figuur 4.52). Er dient rekening gehouden te worden met migrerende beschermde amfibieën die tijdens deze migratieperiode tijdelijk op de planlocatie kunnen voorkomen. Doding en/of verwonding van de kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad door de werkzaamheden op de planlocatie kan voorkomen worden door maatregelen te treffen (zie hoofdstuk 5). Ook dient aan de hand van een leefgebied analyse te worden bepaald of negatieve effecten door het planvoornemen aan de orde zijn ten aanzien van beschermde amfibieën in ‘Het Ambacht’ (zie hoofdstuk 5).
4.5.2
Licht beschermde amfibieën
De onderzoekslocatie vormt geschikt landhabitat voor algemene amfibieënsoorten zoals bruine kikker, kleine watersalamander, bastaardkikker en gewone pad. Volgens de NDFF zijn deze soorten in de afgelopen vijf jaar ook waargenomen op en/of rond de onderzoekslocatie. De sloten rond de sportvelden op de onderzoekslocatie kunnen onderkomen bieden aan algemene soorten. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de ruigte en onder de takkenhopen. Dit wordt bevestigd door de, tijdens het veldbezoek, aangetroffen bruine kikker in de dunne ruigtestrook langs de westzijde van de westelijke schuur aan de IJsseldijk 90 (zie figuur 4.56). Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve gevolgen ontstaan voor algemene soorten. Voor de te verwachten soorten geldt een algehele vrijstelling van de Omgevingswet. Maatregelen zijn in het kader van de zorgplicht echter wel benodigd (hoofdstuk 5). Figuur 4.56
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
Bruine kikker.
4.6
Vissen
Er zijn slechts enkele zoetwatervissoorten die binnen de Omgevingswet een strenge bescherming genieten. Volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF ligt de onderzoekslocatie in het verspreidingsgebied van de grote modderkruiper. De sloten in het onderzoeksgebied bieden geen geschikt habitat voor de grote modderkruiper vanwege de afwezigheid van een modderlaag en het ontbreken van uitbundige waterplantengroei. Bovendien zijn de sloten drooggevallen. Indien er werkzaamheden aan de watergangen plaats zullen vinden, is het zaak om aandacht te schenken aan de algemene zorgplicht met betrekking tot algemene vissoorten (zie hoofdstuk 5).
4.7
Ongewervelden
4.7.1
Libellen
Er zijn slechts enkele libellensoorten die binnen de Omgevingswet een strenge bescherming genieten. Deze zijn voor wat betreft hun verspreiding gebonden aan specifieke habitateisen, die veelal alleen in natuurgebied zijn te vinden. Beschermde soorten zijn op de planlocatie niet te verwachten.
4.7.2
Vlinders
Beschermde vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan specifieke waardplanten. Deelgebieden A en B Op de bebouwing, verharde delen en de sportvelden zelf zijn geen geschikte waardplanten voor beschermde vlinders aanwezig. Aan de westelijke rand van de sportvelden zijn wel meerdere sleedoorn planten aangetroffen (zie figuur 4.57). Dit is een geschikte waardplant voor de beschermde vlindersoort sleedoornpage. Volgens de NDFF komt deze soort voor op en rondom de onderzoekslocatie in de afgelopen vijf jaar. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan niet worden uitgesloten dat een (deel)populatie van deze beschermde vlindersoort aanwezig is op de planlocatie. Wanneer genoemde planten verwijderd worden tijdens de voorgenomen ingreep, zal er moeten worden onderzocht of hier de beschermde sleedoornpage aanwezig is (zie hoofdstuk 5).
Figuur 4.57 planlocatie.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
Sleedoorn planten aangetroffen op de
Deelgebied C Op en rond de akkers zijn geen geschikte waardplanten voor beschermde vlinders aanwezig. Het is bij deze delen van de planlocatie uitgesloten dat er geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van beschermde vlindersoorten. Er zijn geen andere geschikte waardplanten voor de overige beschermde vlindersoorten op de onderzoekslocatie aangetroffen. Door het ontbreken van geschikte waardplanten kan worden uitgesloten dat er binnen de onderzoekslocatie geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van de overige beschermde vlindersoorten. In het nabijgelegen natuurreservaat ‘Het Ambacht’ zijn geschikte waardplanten voor de beschermde vlindersoort grote weerschijnvlinder (boswilg en grauwe wilg) aanwezig (zie figuur 4.58). Echter liggen deze waardplanten buiten de planlocatie en is verstoring van deze soort uitgesloten. Andere geschikte waardplanten voor beschermde vlindersoorten zoals de kleine ijsvogelvlinder (kamperfoelie) zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek.
4.7.3
Figuur 4.58 Ambacht’.
Grauwe wilg in natuurreservaat ‘Het
Overige ongewervelden
Overige beschermde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft, vermiljoenkever en platte schijfhoren, zijn op de gehele onderzoekslocatie uit te sluiten. Volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF ligt de onderzoekslocatie niet binnen het leefgebied van deze soorten. Daarnaast biedt de planlocatie matig geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten en zijn er geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
4.8
Planten
Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF zijn geen streng beschermde soorten vaatplanten waargenomen op of rondom de onderzoekslocatie. Deelgebied A Aangezien dit gebied geheel bestaat uit bebouwing, verharding, tuinen en weiden is het niet te verwachten dat beschermde of zeldzame plantensoorten in dit deelgebied te vinden zijn. De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Vanwege de specifieke eisen die de meeste beschermde soorten stellen aan de groeiomstandigheden zijn beschermde plantensoorten in dit deelgebied niet te verwachten. Deelgebied B Aangezien dit gebied geheel bestaat uit sportvelden die intensief onderhouden worden is het niet te verwachten dat beschermde of zeldzame plantensoorten in dit deelgebied te vinden zijn. De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Vanwege de specifieke eisen die de meeste beschermde soorten stellen aan de groeiomstandigheden zijn beschermde plantensoorten in dit deelgebied niet te verwachten.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
Deelgebied C De grote leeuwenklauw groeit op zonnige, open plaatsen, op matig voedselrijke bodem zoals bermen langs onverharde wegen, in akkers, aan waterkanten, op braakliggende grond of in tuinen. Aangezien deelgebied C bestaat uit akkers en braakliggend terrein (zie figuur 4.59), zijn hier geschikte groeiomstandigheden voor de soort aanwezig. Volgens de NDFF ligt de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied van de grote leeuwenklauw, maar er zijn hier of rondom de onderzoeklocatie geen waarnemingen gedaan in de afgelopen 10 jaar. Tevens groeit brandnetel, riet en heggenwikke in de omgeving, wat duidt op een voedselrijke bodem. Het is aannemelijk dat de grote leeuwenklauw niet in dit deelgebied groeit gezien de voedselrijkheid van de bodem. Negatieve effecten ten aanzien van de grote leeuwenklauw zijn niet aan de orde.
4.9
Figuur 4.59
Akker in deelgebied C.
Specifieke zorgplicht
Onder de specifieke zorgplicht vallen de in Nederland in het wild levende vogelsoorten, genoemd in bijlage I van de Vogelrichtlijn, en de niet in de bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van de Vogelrichtlijn. Verder vallen hieronder de soorten uit bijlagen II, IV en V van de Habitatrichtlijn en dier- en plantensoorten genoemd in de Rode Lijsten. Een Rode Lijst is een overzicht van levende soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de Minister van Economische Zaken. De dier- en plantensoorten zijn onderverdeeld in categorieën. Naast vogels zijn er ook lijsten voor amfibieën, bijen, dagvlinders, haften, kokerjuffers, korstmossen, land- en zoetwaterweekdieren, libellen, mossen, paddenstoelen, platwormen, reptielen, sprinkhanen en krekels, steenvliegen, vissen en zoogdieren. Volgens de actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn van de Rode Lijst-soorten de haas, de koekoek en de kramsvogel in de afgelopen 5 jaar waargenomen op de onderzoekslocatie.
Over hetzelfde tijdsbestek zijn, rondom de planlocatie, meerdere Rode Lijst-soorten waargenomen volgens de NDFF zoals de kwartelkoning, gele luzernevlinder, gewone agriemonie, smient, tijgertaaiplaat en zomertaling. Het is van belang maatregelen te treffen en te voldoen aan de algemene zorgplicht, om nadelige gevolgen uit te sluiten voor dier- en plantensoorten die zijn opgenomen in de Rode Lijst (zie hoofdstuk 5). Ook zijn deze soorten gebaat bij een leefgebied analyse van het plangebied en natuurreservaat ‘Het Ambacht’, zodat bepaald kan worden of er negatieve effecten op deze soorten uit het planvoornemen voortkomen en zodat bepaald kan worden of randvoorwaarden van toepassing zijn die deze eventuele nadelige gevolgen kunnen beperken.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
5
Toetsing aan soortenbescherming
Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kunnen er schadelijke handelingen optreden die leiden tot negatieve gevolgen en daarmee een vergunningsplichtig geval. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke soorten er sprake is van dreigende overtreding van de Omgevingswet en, of met eenvoudige maatregelen, overtreding is te voorkomen. Verder wordt beschreven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Omgevingswet op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is, en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen. Tevens wordt per soort(groep) beschreven of er naar aanleiding van voorgaande quickscan (2023), al nader ecologisch onderzoek is uitgevoerd. Hierin staat omschreven of het nader onderzoek nog volledig dekkend is voor de soort(groep), of dat het onderzoek nog uitgebreid moet worden naar aanleiding van de geactualiseerde quickscan. Deze reeds uitgevoerde nadere ecologische onderzoeken zijn uitgewerkt in een rapportage (21729_003_D1 rapport aanvullende ecologische onderzoeken gebiedsontwikkeling Westervoort Noord in Westervoort, d.d. 30 juni 2025) en is tot drie jaar na de datum van uitvoering geldig zolang het planvoornemen niet gewijzigd wordt.
5.1
Broedvogels
5.1.1
Jaarrond beschermde broedvogels
Huismus De huismus staat vermeld in de Europese Vogelrichtlijn. De nesten van huismussen zijn het gehele jaar beschermd en vallen onder beschermingscategorie 2 van vogelnesten. Dit zijn nesten van koloniebroeders die elk seizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. Volgens artikel 11.37, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden nesten van huismussen te beschadigen, te vernielen of weg te nemen. Indien er op de onderzoekslocatie nestplaatsen van huismussen aanwezig zijn, hetgeen op basis van de huidige informatie niet is uit te sluiten, zal de voorgenomen ingreep kunnen leiden tot negatieve effecten ten aanzien van de huismus en daarmee een vergunningsplichtig geval. Om vast te stellen of er broedgevallen van de huismus op de onderzoekslocatie aanwezig zijn, dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden tijdens het broedseizoen van de soort. Tevens moet het functionele leefgebied van de huismus op de planlocatie in kaart gebracht worden om te toetsen of er met de gebiedsontwikkeling essentieel leefgebied van de huismus verloren gaat. Naar aanleiding van voorgaande quickscan is vervolgonderzoek naar de huismus uitgevoerd in april 2024. Deze is nog geldig tot en met het eind 2027.
In de bebouwing die deel uitmaakt van de onderzoekslocatie, zoals op dat moment bekend was, zijn drie nesten aangetroffen. Ook zijn op drie verschillende plekken groenstructuren waargenomen die een essentiële functie voor de huismus genieten, zoals sociale ontmoetingsplaats, foerageerplek of locatie voor dekking. Het uitgevoerde nader ecologisch onderzoek voldoet voor een groot deel van het huidige plangebied. De bebouwing waar huismusnesten zijn aangetroffen in dit onderzoek, is geen onderdeel meer van het huidige planvoornemen. De percelen met geschikte bebouwing aan de IJsseldijk zijn in dit voorgaande nader onderzoek niet meegenomen, maar zijn wel geschikt. Daarom dient aanvullend nader ecologisch onderzoek naar de huismus uitgevoerd te worden op de percelen aan de IJsseldijk. Gierzwaluw De nesten van de gierzwaluw zijn het gehele jaar beschermd en vallen onder beschermingscategorie 2 van vogelnesten. Dit zijn nesten van koloniebroeders die elk seizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. Volgens artikel 11.37, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden nesten van gierzwaluwen te beschadigen, te vernielen of weg te nemen.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
Indien er in de bebouwing op de planlocatie nestplaatsen van de gierzwaluw aanwezig zijn, hetgeen op basis van de huidige informatie niet is uit te sluiten, zal de voorgenomen ingreep kunnen leiden tot negatieve effecten ten aanzien van de huismus en daarmee een vergunningsplichtig geval. Om vast te stellen of er broedgevallen van de gierzwaluw op de planlocatie aanwezig zijn, dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden tijdens het broedseizoen van de soort. In juni 2024 is al vervolgonderzoek naar de gierzwaluw uitgevoerd in een deel van het huidige plangebied. Dit onderzoek is geldig tot en met het eind 2027. Er zijn toen geen nestlocaties van de gierzwaluw aangetroffen. De percelen aan de IJsseldijk zijn nog niet onderzocht en bevatten bebouwing die geschikt is als nestplaats voor de gierzwaluw. Het reeds uitgevoerde nader onderzoek is nog steeds geldig en daarmee dienen alleen de percelen waarmee het plangebied is uitgebreid ten opzichte van dit onderzoek, ter aanvulling, te worden onderzocht op beschermde functies van de gierzwaluw. Boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer De bomen op de onderzoekslocatie zijn geschikt als nestlocatie voor de boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer. Volgens artikel 11.37 (Bal) is het verboden nesten van genoemde soorten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen.
De boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief zijn voor hun nesten afhankelijk van (hoge) boomopstanden waarbij sommigen van deze soorten vaak gebruik maken van grotere nesten van andere vogels. Wanneer de bomen gekapt worden, gaat mogelijk een beschermde functie voor de betreffende soorten verloren. Om aanwezigheid van nesten van de boomvalk, buizerd, havik, ransuil en/of sperwer tijdens de uitvoering van de ingreep vast te stellen, is een inspectie voorafgaand aan de werkzaamheden nodig. Indien uit de inspectie blijkt dat nesten van genoemde soorten in of binnen 75 meter van het plangebied aanwezig zijn, dan zal een omgevingsvergunning van de Omgevingswet aangevraagd moeten worden bij provincie Gelderland voor het kappen van de bomen op de onderzoekslocatie. Een omgevingsvergunning kan pas worden aangevraagd wanneer een mitigatieplan voor deze soorten is opgesteld. Steenuil en kerkuil Volgens artikel 11.37, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden opzettelijk nesten van steenuilen of bosuilen te beschadigen, te vernielen of weg te nemen. Daarnaast moet er worden vastgesteld of er met de voorgenomen ingreep verlies van essentieel leefgebied plaats zal vinden. Ook het leefgebied van de steenuil is beschermd volgens artikel 11.37, eerste lid, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
De soort staat tevens vermeld in de EU-vogelrichtlijn. De nesten van steenuilen zijn het hele jaar beschermd en vallen onder categorie 1 van vogelnesten: ‘nesten die behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- of voortplantingsplaats’. De steenuil heeft twee relevante typen verblijfplaatsen. Dit zijn: • •
de plek die als nest gebruikt wordt (voortplantingsplaats) en die ook in de rest van het jaar gebruikt wordt als verblijfplaats. de plekken die regelmatig door de steenuil worden gebruikt buiten het broedseizoen, maar die ook in het broedseizoen door het mannetje worden gebruikt als het vrouwtje op het nest aan het broeden is.
Steenuilen gebruiken hun nestplek ook buiten de voortplantingsperiode. Ze hebben daarnaast ook andere plekken op het erf die ze regelmatig gebruiken. Dit ook om parasietinfecties tegen te gaan. Het mannetje gebruikt een verblijfplek in de directe omgeving van het nest als het vrouwtje aan het broeden is. Overdag verblijven de uilen tijdens rustperioden vaak op vaste roestplekken. Dit doen ze in de dekking van beplanting of gebouwen of in de nestholte. Al deze plekken worden niet gerekend tot de vaste rustplaatsen, maar zijn wel onderdelen van de functionele leefomgeving die hoort bij het nest. Daarnaast is het leefgebied direct rondom de nestlocatie, waar de steenuil foerageert, van essentieel belang voor het functioneren van de nestlocatie. Dit gezien het kleine territorium van de steenuil (5-30ha). Verlies van dit foerageergebied leidt
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
namelijk tot verlies van functie van de vaste rust- en voorplantingslocatie, en betreft een overtreding van de Omgevingswet (BIJ12, 2017). Door de voorgenomen sloop en nieuwbouw wordt de Omgevingswet ten aanzien van de steenuil en kerkuil mogelijk overtreden. Voor zowel de steenuil als de kerkuil geldt dat vastgesteld zal moeten worden of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden vaste rust- of voortplantingsplaats aanwezig zijn op de onderzoekslocatie. Een aanvullende inspectie op nestlocaties van de geschikte bebouwing op de planlocatie is noodzakelijk. Vervolgonderzoek naar de steenuil is reeds uitgevoerd in maart 2024 over het gehele huidige plangebied en is geldig tot en met het eind 2027. Er zijn geen beschermde functies aangetroffen met betrekking tot de steenuil. Ook vervolgonderzoek naar de kerkuil is eerder uitgevoerd. In februari 2024 is de potentiële bebouwing op een deel van de onderzoekslocatie geïnspecteerd op het gebruik van de kerkuil. Dit onderzoek is geldig tot en met het eind 2027. Gezien de afwezigheid van sporen kan een beschermde functie ten aanzien van de kerkuil worden uitgesloten op een deel van de onderzoekslocatie. Omdat de paardenstal aan de IJsseldijk 88 in reeds uitgevoerd nader onderzoek niet is meegenomen, maar wel geschikt is als nestlocatie voor de kerkuil, wordt hier een erfinspectie aanbevolen.
Boerenzwaluw Volgens artikel 11.37, eerste lid, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Bij de sloop van de bebouwing zullen de aangetroffen boerenzwaluw nesten verdwijnen. Om vast te stellen of het om actieve nesten gaat, dient een nestinspectie te worden uitgevoerd in het broedseizoen van de boerenzwaluw. Deze loopt van mei tot en met augustus. Voor de boerenzwaluw geldt dat de nesten alleen jaarrond beschermd zijn wanneer zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden een jaarronde bescherming van de nesten eisen. Wanneer voldoende uitwijkmogelijkheden voor de boerenzwaluw aanwezig zijn, is geen sprake van een jaarrond beschermde functie. Om deze uitwijkmogelijkheden te creëren, mochten actieve nesten worden gevonden, dienen mitigerende maatregelen genomen te worden. Bij het opstellen van een ecologisch werkprotocol, worden deze maatregelen beschreven. Huiszwaluw Bij de sloop van de bebouwing op de planlocatie, verdwijnt het huiszwaluwnest dat is aangetroffen. Volgens artikel 11.37, eerste lid, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Voor de huiszwaluw geldt dat de nesten alleen jaarrond beschermd zijn wanneer zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden een jaarronde bescherming van de nesten eisen.
Wanneer voldoende uitwijkmogelijkheden voor de huiszwaluw aanwezig zijn, is geen sprake van een jaarrond beschermde functie. Om deze uitwijkmogelijkheden te faciliteren zijn maatregelen nodig. Deze worden omschreven bij het opstellen van ecologisch werkprotocol. Overig Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen zonder een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit (artikel 11.37, lid 1, Bal). Voor de overige broedvogels in de categorie jaarrond beschermde nesten, is het nest alleen in uitzonderlijke gevallen jaarrond beschermd. De nesten mogen om die reden worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. Voor deze broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie worden verwacht, geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden ten aanzien van de Omgevingswet. In de Omgevingswet wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.
5.1.2
Algemene broedvogels
Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen zonder een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit (artikel 11.37, lid 1, Bal). Voor algemene broedvogels wordt deze
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
vergunning echter niet verleend. De nesten mogen om die reden worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. In de Omgevingswet wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien het groen en de bebouwing toch binnen het broedseizoen gekapt dient te worden, zal voorafgaand hieraan door een ter zake kundig ecoloog geïnspecteerd moeten worden of er broedgevallen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. De ecoloog zal naar aanleiding van de inspectie kunnen adviseren of het mogelijk is om het groen te kappen en/of de bebouwing te slopen zonder daarbij broedvogels te verstoren. Met betrekking tot het verwijderen van de aanwezige beplanting buiten het broedseizoen wordt geadviseerd om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Een grote stapel snoeiafval vormt namelijk een ideale broedlocatie voor kleine vogelsoorten als de winterkoning.
Indien onverhoopt een dergelijke soort hierin tot broeden komt, mag het snoeiafval niet eerder worden verwijderd dan wanneer de jongen definitief zijn uitgevlogen. Met betrekking tot soorten als koolmees, pimpelmees, ringmus en boomkruiper wordt geadviseerd om, indien de bomen met holtes worden gekapt, elders op de onderzoekslocatie nestkasten voor dergelijke soorten te plaatsen. Hierdoor wordt voorkomen dat een uitgebreide omgevingscheck zal moeten uitwijzen of er in dit geval sprake is van ecologisch zwaarwegende omstandigheden die rechtvaardigen dat de betreffende nesten van soorten als koolmees, pimpelmees, ringmus en boomkruiper op de onderzoekslocatie een jaarrond beschermde status zouden moeten hebben en er sprake zou zijn van een overtreding bij het verwijderen van de nestlocaties. In navolging van bovenstaande geldt, net als voor de overige vogelsoorten als merel, heggenmus, winterkoning, roodborst, zwartkop, putter, groenling, houtduif, kauw en patrijs, dat indien de huidige nesten buiten het broedseizoen worden verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden. In de Omgevingswet wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.
Omdat de onderzoekslocatie niet is aangewezen als weidevogelgebied voor een soort als patrijs, betreft de afname van het leefgebied van weidevogelsoorten ter plaatse geen overtreding en is compensatie in dit geval geen wettelijke verplichting.
5.2
Vleermuizen
Alle vleermuissoorten zijn opgenomen in bijlage IV van de EU-Habitatrichtlijn, dier- en plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd. Vleermuizen worden ook benoemd in Bijlage II van de conventie van Bonn. Zowel de verblijfplaatsen als essentieel foerageergebied en essentiële vliegroutes zijn beschermd. De te slopen bebouwing op de onderzoekslocatie is geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De sloop van de bebouwing zou in geval van aanwezigheid van een verblijfsfunctie van vleermuizen kunnen leiden tot schadelijke handelingen die leiden tot een vergunningsplichtig geval. Daarnaast is het mogelijk dat door de voorgenomen ingreep een afname van foerageergebied van vleermuizen aan de orde is. Gelet op de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor vleermuizen, zal nader onderzoek noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke functie van het gebied voor vleermuizen te kunnen vaststellen. Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Omgevingswet aan de orde zijn. De vleermuissoorten die onderzocht dienen te worden zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis (natuurreservaat ‘Het Ambacht’).
Een dergelijk nader onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021, geactualiseerd voor meervleermuis 2025 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2025). Dit houdt in dat afhankelijk van de potentiële functies in de periode april tot en met september een aantal veldbezoeken
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
uitgevoerd dient te worden. Vervolgens kan aan de hand van de onderzoeksresultaten worden vastgesteld of overtredingen plaats zullen vinden bij de uitvoering van het project. In mei 2024 is de uitvoering van nader ecologisch onderzoek naar vleermuizen gestart op een deel van het huidige plangebied. Dit onderzoek is geldig tot en met eind 2027 en toepasbaar op het onderzochte deel van het huidige planvoornemen. Er zijn in dit onderzoek in totaal vier zomer-/paarverblijven aangetroffen van de gewone dwergvleermuis. Gezien de percelen aan de IJsseldijk 88 en 90 niet zijn meegenomen in het reeds uitgevoerde nader onderzoek en deze percelen wel over geschikte bebouwing voor vleermuizen beschikken, is aanvullend nader onderzoek aan de IJsseldijk 88 en 90 noodzakelijk. Bij het aantreffen van verblijfplaatsen van vleermuizen zijn bij de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten te verwachten en is daarom een vergunningsaanvraag voor een flora- en fauna-activiteit aan de orde. Door het treffen van maatregelen zal de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats behouden moeten blijven en zal schade aan individuen moeten worden voorkomen. Deze maatregelen, omschreven in een activiteitenplan, dienen vervolgens ter goedkeuring aan de provincie te worden voorgelegd via het Omgevingsloket.
5.3
Overige zoogdieren
5.3.1
Steenmarter
Tijdens het veldbezoek van voorgaande quickscan in 2023 is vastgesteld dat een gedeelte van de bebouwing op de planlocatie (clubhuis van de tennisvereniging) in gebruik is (geweest) door de steenmarter. Tevens zijn de schuren ten zuiden van de akkers en een kleine, open schuurzolder aan de IJsseldijk 90 mogelijk geschikt als verblijfplaats voor de steenmarter. Bovendien zijn er meerdere takkenrillen en braamstruwelen aangetroffen op de planlocatie waar mogelijk vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen van de steenmarter aanwezig kunnen zijn. Bij het slopen van deze bebouwing en het verwijderen van de takkenrillen en braamstruweel is artikel 11.46, eerste lid, (Bal); er geldt een verbod op het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren, van toepassing. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning is niet vastgesteld of zich momenteel een beschermde functie bevindt op de planlocatie met betrekking tot de steenmarter. Hiervoor moet aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. Daarnaast is er nog een kleine schuur ten noorden van de sportvelden van de Sportclub Westervoort die in potentie geschikt is als vaste rust- en voortplantingsplaats voor de steenmarter.
Hiervoor moet aanvullend een inspectie uitgevoerd worden om vast te kunnen stellen of deze daadwerkelijk geschikt is of momenteel wordt gebruikt als vaste rust- en/of voortplantingsplaats door steenmarters. De inspectie van de kleine schuur ten noorden van de sportvelden is reeds uitgevoerd in mei 2024. Er zijn geen sporen aangetroffen in deze kleine schuur. Op een deel van de huidige onderzoekslocatie is reeds cameraonderzoek naar de steenmarter uitgevoerd in juni 2024. Hieruit komt voort dat een vaste rust- en/of voortplantingsplaats aanwezig is in of nabij het plangebied. Vermoedelijk bevindt deze zich buiten het huidige plangebied. De hagen en struwelen op de onderzoekslocatie maken deel uit van essentieel leefgebied van de steenmarter en betreffen daarom een beschermde functie. Dit reeds uitgevoerde vervolgonderzoek is geldig tot en met eind 2027 en toepasbaar op een deel van het huidige onderzoeksgebied. Omdat potentiële rust- of voortplantingsverblijven zijn aangetroffen in de bebouwing aan de IJsseldijk, dient op de percelen van nummer 88 en 90 aanvullend vervolgonderzoek uitgevoerd te worden. Het onderzoek naar de steenmarter wordt uitgevoerd door middel van het plaatsen van wildcamera’s.
Gezien de provincie Gelderland geen richtlijnen heeft omtrent het gebruik van cameravallen, zullen de richtlijnen conform Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming worden gehanteerd. Deze richtlijnen schrijven voor dat in de periode van september tot en met februari de camera’s 12 weken in het veld moeten staan en in de periode maart tot en met augustus 6 weken. De camera’s zullen eens in de twee of drie weken worden gecontroleerd en uitgelezen.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
5.3.2
Kleine marterachtigen
Op basis van de huidige onderzoeksinspanning is niet met zekerheid uit te sluiten dat er zich op de onderzoekslocatie beschermde functies voor kleine marterachtigen bevinden. In de struikbegroeiing met een dichte ondergroei, braamstruwelen en takkenrillen zijn mogelijk vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen van kleine marterachtigen aanwezig. Artikel 11.46, eerste lid, (Bal); er geldt een verbod op het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren, is van toepassing. Om vast te stellen of er beschermde functies van kleine marterachtigen aanwezig zijn op de onderzoekslocatie dient nader onderzoek uitgevoerd te worden. Een deel van de huidige onderzoekslocatie is reeds nader onderzocht ten aanzien van kleine marterachtigen vanaf juni 2024. De bevindingen zijn geldig tot en met eind 2027. Uit het onderzoek blijkt dat dit deel van het onderzoeksgebied niet wordt gebruikt door deze soorten. De percelen die nieuw te onderzoeken zijn in de actualisatie van deze quickscan, zijn grotendeels ongeschikt voor kleine marterachtigen of van vergelijkbare kwaliteit als de percelen die al zijn onderzocht. De resultaten uit het nader onderzoek zijn representatief voor de nieuwe percelen en behoeft geen extra onderzoeksinspanning voor de kleine marterachtigen.
5.3.3
Eekhoorn
De bomen op de onderzoekslocatie zijn geschikt als voortplantings- en winterverblijfplaats van de eekhoorn. Artikel 11.54 (Bal) (het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen; het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of vernielen) is van toepassing. De eekhoorn maakt jaarlijks op een ander plek een nest voor het grootbrengen van jongen. De nesten zijn beschermd in de periode dat het nest gebruikt wordt voor de verzorging van de jongen. De voortplantingsperiode van de eekhoorn begint al in december. In maart en juli worden de jongen geboren die vervolgens tien weken worden gezoogd. Aan het eind van de herfst worden een aantal winternesten gebouwd om de winter in door te brengen. Elk jaar worden ook de winternesten op een andere plek gebouwd. De winternesten zijn alleen beschermd als deze in gebruik zijn voor de overwintering. In de winterperiode is de eekhoorn afhankelijk van een veilige schuilplaats en van de wintervoorraad, die verstopt is in de nabijheid van de winterverblijven. Wanneer de bomen gekapt worden, gaat mogelijk een beschermde functie voor de eekhoorn verloren. Om de functie van het nest voor de eekhoorn vast te stellen is nader onderzoek nodig.
Indien uit het nader onderzoek blijkt dat er actief gebruikte nesten van eekhoorns in het plangebied aanwezig zijn, dan zal er een omgevingsvergunning van de Omgevingswet aangevraagd moeten worden bij provincie Gelderland voor het kappen van de bomen op de onderzoekslocatie. Een omgevingsvergunning kan pas worden aangevraagd wanneer een mitigatieplan voor de eekhoorn is opgesteld. Vervolgonderzoek op een deel van de onderzoekslocatie is reeds uitgevoerd in februari 2024. Tijdens dit veldbezoek zijn geen eekhoornnesten aangetroffen. Deze bevindingen zijn geldig tot en met eind 2027. Omdat voor de eekhoorn geschikte bomen aanwezig zijn op de niet-onderzochte percelen van het huidige plangebied, dient hier nog een aanvullende inspectie uitgevoerd te worden. Ook dient er een inspectie te worden uitgevoerd voordat de bomen op het reeds onderzochte deel van de planlocatie worden gekapt. Wanneer de boom, en de bomen in de directe omgeving van een nest, behouden kunnen blijven, kan de mogelijke beschermde functie voor de eekhoorn gehandhaafd blijven. In dat geval is geen sprake van negatieve effecten en is nader onderzoek naar de eekhoorn niet noodzakelijk. Een voorstel voor behoud van het eekhoornnest zal ter beoordeling bij een ter zake kundig ecoloog voorgelegd moeten worden.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
5.4
Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën
De werkzaamheden kunnen verstorend werken voor overige amfibieën en zoogdieren die zich op de onderzoekslocatie bevinden. Door de werkzaamheden kunnen dieren gewond raken of worden gedood en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 11.54 (Bal) in. Voor de te verwachten soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de Omgevingswet, waardoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht (artikel 11.27 en 11.28, Bal) wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het doden of verwonden kan plaatsvinden indien schuil- of voortplantingslocaties worden beschadigd. Dit kan door het verwijderen van stenenstapels, takkenhopen, bladeren en andere materialen die, door langdurige opslag of aanwezigheid, schuilplaatsen bieden. Het verwijderen van de materialen dient daarom buiten de gevoelige periode van winterrust plaats te vinden. De geschikte periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden betreft de periode september tot en met oktober. Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen.
5.5
Beschermde amfibieën en reptielen
5.5.1
Ringslang
De ringslang is beschermd onder artikel 11.54, eerste lid, (Bal); er geldt een verbod op het opzettelijk doden of vangen van de ringslang en het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van de ringslang. Hoewel er geen geschikte broeihopen zijn aangetroffen binnen de grenzen van het plangebied, kan het voorkomen dat de ringslang incidenteel voorkomt op het plangebied. De werkzaamheden dienen daarom te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol, om het doden en verwonden te voorkomen van incidenteel voorkomende individuen.
5.5.2
Rugstreeppad
De rugstreeppad is beschermd onder artikel 11.46, eerste lid, (Bal); er geldt een verbod voor het opzettelijk doden of opzettelijk vangen en het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de rugstreeppad. Om vast te stellen of er vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen van de rugstreeppad aanwezig zijn op de planlocatie dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. Om te voorkomen dat er individuen van de bovengenoemde reptielen- en amfibieënsoorten worden verwond of gedood tijdens de werkzaamheden, dienen er maatregelen getroffen te worden. De exacte uitwerking hiervan volgt in een ecologisch werkprotocol welke opgesteld kan worden wanneer er meer bekend is over de functie van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Ter indicatie zijn hieronder enkele maatregelen genoemd. Om het doden of verwonden van reptielen en amfibieën te voorkomen dient er een amfibieën/reptielenscherm geplaatst te worden tussen de planlocatie en het natuurreservaat ‘Het Ambacht’ (zie figuur 6.1). Het scherm moet worden aangebracht tijdens de winterrust van deze soorten en aanwezig blijven gedurende de gehele periode van de werkzaamheden.
Wanneer er ondanks de schermen toch nog beschermde reptielen of amfibieën worden aangetroffen op de planlocatie tijdens de werkzaamheden is het in het kader van de zorgplicht noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor deze aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
Figuur 6.1
Locatie van het te plaatsen amfibieën- en reptielenscherm (aangegeven in geel).
5.6
Vissen
5.6.1
Grote modderkruiper
De grote modderkruiper heeft geen geschikt habitat op de onderzoekslocatie. In voorgaande quickscan natuurwaarden, is wel geschikt habitat aangetroffen. De betreffende sloten zijn echter drooggevallen, waardoor dit geschikte leefgebied niet meer aanwezig is in de huidige situatie. Bovendien blijkt uit eDNA onderzoek, uitgevoerd in april 2024, dat de grote modderkruiper niet voorkomt in de sloten. Dit onderzoek is geldig tot en met eind 2027.
5.6.2
Algemene vissensoorten
Bij het dempen of verleggen van de watergangen zullen zonder maatregelen algemene vissoorten worden gedood, hetgeen een overtreding van de Omgevingswet inhoudt. Voor de te verwachten soorten geldt de zorgplicht (artikel 11.27 en 11.28, Bal). Dit houdt in dat het doden van individuen redelijkerwijs vermeden dient te worden. Dit kan door het afvangen van vissen voorafgaand aan werkzaamheden aan watergangen en het verplaatsen van de vis in de te handhaven watergangen in de directe omgeving. Aangezien een quickscan over het algemeen geen document is dat bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt geraadpleegd, wordt aanbevolen om voor de dempingswerkzaamheden een separaat ecologisch werkprotocol op te laten stellen dat bij de uitvoerende partij onder de aandacht dient te worden gebracht. In het werkprotocol worden de benodigde maatregelen verwoord en de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen vastgelegd.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
5.7
Beschermde vlinders
Sleedoornpage De sleedoornpage is beschermd onder artikel 11.54, eerste lid, (Bal); er geldt een verbod op het opzettelijk doden of vangen van de sleedoornpage en het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van de sleedoornpage. Aangezien er waardplanten (sleedoorn) van de sleedoornpage op de planlocatie aanwezig zijn, dient te worden onderzocht of de planten daadwerkelijk door de sleedoornpage worden gebruikt, voordat deze planten worden verwijderd naar aanleiding van de voorgenomen gebiedsontwikkeling. Aanvullend onderzoek naar de sleedoornpage wordt noodzakelijk geacht. In februari 2024 is op een deel van het huidige plangebied vervolgonderzoek uitgevoerd naar de sleedoornpage. Tijdens het veldbezoek is één oud eitje van de sleedoornpage aangetroffen. Dit duidt niet op het gebruik van het onderzochte deel van de onderzoekslocatie door een (gezonde) populatie van sleedoornpage. Dit onderzoek is geldig tot en met eind 2027 en toepasbaar op het onderzochte deel van de onderzoekslocatie. Op het deel van de onderzoekslocatie dat niet nader is onderzocht, zijn geen waardplanten aangetroffen van deze vlindersoort. Aanvullend nader ecologisch onderzoek is daarmee niet nodig.
Wel dient er rekening te worden gehouden met het eventueel opnieuw vestigen van een populatie van de sleedoornpage op de waardplanten aan de rand van de onderzoekslocatie. Dit is reëel omdat op verschillende plekken rond de onderzoekslocatie meerdere individuen in verschillende stadia van de levenscyclus van de sleedoornpage zijn aangetroffen (NDFF). Indien waardplanten van de sleedoornpage worden verwijderd naar aanleiding van de gebiedsontwikkeling, dient op voorhand een inspectie te worden uitgevoerd van de te verwijderen waardplanten, om eventuele aanwezigheid van een populatie van de sleedoornpage vast te stellen. In geval van aanwezigheid, dienen maatregelen getroffen te worden.
5.8
Specifieke zorgplicht
Voor de specifieke zorgplicht soorten geldt dat negatieve gevolgen voor belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats van deze soorten voorkomen dienen te worden (artikel 11.27 Bal). Er dienen passende preventieve maatregelen te worden getroffen, welke moeten worden gemonitord op effectiviteit én er moeten passende herstelmaatregelen worden getroffen. Haas Op de onderzoekslocatie is sprake van geschikt habitat voor de haas. De haas staat vermeld op de Rode Lijst Zoogdieren. De soort staat op de betreffende lijst vermeld als gevoelig. Het habitat van de soort bestaat onder andere uit kleinschalige, open gebieden zoals akkers en weilanden. Om te voorkomen dat individuen van de soort worden verwond of gedood bij de voorgenomen ingreep, dienen de werkzaamheden conform een ecologisch werkprotocol uitgevoerd worden.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
5.9
Leefgebied analyse
Het natuurreservaat ‘Het Ambacht’ bestaat uit twee waterplassen omgeven door dichte begroeiing en heeft mogelijk beschermde functies voor verschillende beschermde diersoorten zoals de grote gele kwikstaart, blauwe reiger, watervleermuis, das, kleine marterachtigen en beschermde amfibieën en reptielen. Ook vormt het reservaat mogelijk geschikt leefgebied voor vogelsoorten op de Rode Lijst zoals de wielewaal, spotvogel, koekoek, torenvalk en nachtegaal. In de voorgenomen plannen wordt de meer oostelijke plas, rond drie zijdes bebouwd, de meer westelijke plas rond twee zijdes en ook tussen de twee plassen in wordt bebouwing gerealiseerd. Hierdoor is het aannemelijk dat het reservaat binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingreep ligt en wordt de ecologische verbinding tussen de twee plassen verslechterd. Mogelijk is hierdoor verstoring van beschermde functies in het reservaat aan de orde. Er zal middels een leefgebied analyse moeten worden bepaald of in ieder geval de mogelijk voorkomende beschermde soorten in ‘Het Ambacht’ negatieve effecten ondervinden door de voorgenomen plannen. Het gaat hierbij voornamelijk om de beschermde soorten die hieronder worden genoemd, omdat naar aanleiding van het veldbezoek vermoedens bestaan, dat deze soorten gebruik maken van dit gebied (zie hoofdstuk 4).
Grote gele kwikstaart De aangetroffen grote gele kwikstaarten tijdens het veldbezoek, hebben mogelijk hun nestplaats in het nabijgelegen natuurreservaat ‘Het Ambacht’. Dit gebied ligt mogelijk binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat grote gele kwikstaarten die mogelijk in het reservaat nestelen, een negatieve invloed ondervinden door de voorgenomen ingreep. Mocht dit het geval zijn, is overtreding van de Omgevingswet aan de orde. Volgens artikel 11.37, eerste lid, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Er zal middels een leefgebied analyse moeten worden onderzocht of door de voorgenomen ingreep van de gebiedsontwikkeling negatieve gevolgen ontstaan voor de mogelijk broedende grote gele kwikstaarten. Blauwe reiger De mogelijk broedende kolonie blauwe reigers in het natuurreservaat ‘Het Ambacht’ valt mogelijk binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingreep op de planlocatie. Er kan op voorhand niet worden uitgesloten dat er negatieve effecten zullen ontstaan bij de voorgenomen ingreep op de kolonie broedende blauwe reigers. Dit zou een overtreding zijn van de Omgevingswet. Volgens artikel 11.37, eerste lid, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het verboden om vogels opzettelijk te storen.
Er zal middels een leefgebied analyse moeten worden onderzocht of door de voorgenomen ingreep van de gebiedsontwikkeling negatieve gevolgen ontstaan voor de mogelijke kolonie broedende blauwe reigers. Vleermuizen Natuurreservaat ‘Het Ambacht’ betreft geschikt functioneel leefgebied voor vleermuizen. Vleermuizen kunnen gebruik maken van het reservaat om te foerageren en boombewonende soorten om in het reservaat te verblijven. Het reservaat ligt zo dicht tegen de planlocatie dat verstoring kan optreden door het gebruik van kunstmatig licht tijdens het ’s nachts uitvoeren van de werkzaamheden of het gebruik van kunstmatig licht in de bebouwing van de nieuwe permanente situatie. Alle vleermuissoorten zijn opgenomen in bijlage IV van de EU-Habitatrichtlijn, dier- en plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd. Vleermuizen worden ook benoemd in Bijlage II van de conventie van Bonn. Zowel de verblijfplaatsen als essentieel foerageergebied en essentiële vliegroutes zijn beschermd. Middels een leefgebied analyse zal bepaald moeten worden of ‘Het Ambacht’ deel uitmaakt van essentieel leefgebied voor vleermuizen en of er negatieve effecten worden ondervonden door de voorgenomen plannen, om vast te stellen of overtreding van de Omgevingswet aan de orde is ten aanzien van vleermuizen.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
Das Omdat er sporen van de das zijn aangetroffen op de onderzoekslocatie, kan niet worden uitgesloten dat deze soort negatieve gevolgen ondervindt door de voorgenomen ingreep. Artikel 11.46 (Bal) (het is verboden dassen opzettelijk te doden of te vangen; het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dassen opzettelijk te beschadigen of vernielen) is van toepassing. Mogelijk maakt de das gebruik van de onderzoekslocatie als foerageergebied of heeft de das een vaste rust- of voortplantingsplaats in het natuurreservaat ‘Het Ambacht’. Dit reservaat ligt mogelijk binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingreep. Om het planvoornemen volledig aan de Omgevingswet te kunnen toetsen, moet een leefgebied analyse uitwijzen of negatieve effecten worden ondervonden ten aanzien van de das. Naar aanleiding van de bevindingen uit de leefgebied analyse, kunnen mogelijk randvoorwaarden worden opgesteld in een ecologisch werkprotocol om negatieve gevolgen ten aanzien van beschermde soorten te vermijden of mitigeren. Hierbij kan gedacht worden aan het aanleggen of behouden van corridors tussen de twee plassen, het werken op een bepaalde afstand van het natuurreservaat en het afschermen van het reservaat in de permanente situatie. De planlocatie zelf maakt deel uit van een stuk groen gebied tussen de woonkern van Westervoort en een industriegebied.
Ondanks de aanwezigheid van uitwijkmogelijkheden in de omgeving voor beschermde en Rode Lijst-soorten, wordt het groene gebied aanzienlijk verkleind door de voorgenomen ingreep. Hierdoor kan de functie van het hele groene gebied verdwijnen voor deze soorten. Aan de hand van een leefgebied analyse kan het effect worden bepaald van de voorgenomen ingreep op in ieder geval de beschermde soorten die gebruik maken van het gebied. Aan de hand van de analyse kunnen mogelijk maatregelen worden opgesteld die de negatieve effecten mitigeren. Er dient rekening te worden gehouden met het faciliteren van uitwijkmogelijkheden naar verder gelegen gebieden zoals de uiterwaarden rond de IJssel en het agrarisch gebied verder ten noordoosten van de planlocatie. Hierbij kan gedacht worden aan het aanleggen of behouden van corridors en buffers. Eventuele noodzakelijke voorwaarden kunnen worden beschreven in een ecologisch werkprotocol.
5.10 Overige soort(groep)en Overtredingen van de Omgevingswet ten aanzien van beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde.
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
6
Toetsing aan gebiedsbescherming
In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen, op vanuit de Omgevingswet aangewezen beschermde gebieden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.
6.1
Natura 2000
De onderzoekslocatie is gelegen in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Rijntakken, bevindt zich op circa 40 meter afstand ten noorden van de onderzoekslocatie (zie figuur 6.1).
Figuur 6.1
Ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000.
De onderzoekslocatie ligt binnen de invloedsfeer van het Natura 2000-gebied Rijntakken. In het noordwestelijke gedeelte van de planlocatie zijn de risico’s op negatieve effecten op het Natura-2000 gebied het grootst aangezien hier de afstand tot het Natura-2000 gebied het kleinst is. Indien er een effect te verwachten valt dan zal dit een extern effect zijn. Vastgesteld zal moeten worden of er op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat het plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen, significante gevolgen kan hebben voor de aangewezen gebieden. Significante gevolgen bij Natura 2000gebieden zijn gevolgen die in strijd zijn met de instandhoudingsdoelen van het gebied. Voor een dergelijk onderzoek kan in eerste instantie worden volstaan met een zogenaamde "voortoets". Uit het onderzoek zal moeten blijken welke van de onderstaande situaties aan de orde is: • •
Er is zeker geen significant negatief effect. Dit betekent dat de activiteit geen Natura 200-activiteit (artikel 5.1, lid 1). Er is een kans op een significant negatief effect. Dit betekent dat de activiteit een Natura 200-activiteit (artikel 5.1, lid 1) is. Omdat er een kans op een significant negatief effect bestaat, is een passende beoordeling vereist (artikel. 16.53).
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
•
6.2
Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Omgevingswet ten aanzien van stikstof wordt noodzakelijk geacht. Dit kan in eerste instantie worden onderzocht middels een modelberekening (AERIUS-calculator). Een stikstofberekening is reeds in uitvoering gebracht.
Natuurnetwerk Nederland
De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De onderzoekslocatie ligt echter wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Gelders Natuurnetwerk Nederland (GNN). Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich op circa 40 meter afstand ten noorden van de onderzoekslocatie. In figuur 6.2 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.
Figuur 6.2
Ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland.
Het Natuurnetwerk betreft in Gelderland een louter planologische bescherming van de aangewezen gebieden zelf. Aangezien het planvoornemen niet leidt tot een wijziging van de bestemming van het aangrenzende onderdeel van het Natuurnetwerk zijn aanvullende maatregelen of aanvullend advies ten aanzien van het GNN niet aan de orde.
6.3
Overige provinciaal beschermde gebieden
In Gelderland worden de volgende overige gebieden beschermd door regels in de Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021): Groene ontwikkelingszone (GO), Weidevogelgebieden, Ganzenrustgebieden, natte landnatuur, Waardevol open gebied en nationale landschappen. Hieronder worden de volgende onderdelen behandeld, voor zover dit van toepassing is op het voorgenomen plan: Groene ontwikkelingszone en Ganzenrustgebieden. De Groene ontwikkelingszone (GO) bestaat met name uit agrarisch gebied dat tussen en rondom grote natuurkernen is gelegen. Deze zone heeft een verbindende en bufferende functie, kleine natuurgebiedjes binnen de GO zullen na aanleg deel gaan uitmaken van het Gelders natuurnetwerk. De onderzoekslocatie is gelegen op 40 meter afstand van een onderdeel van de Groene ontwikkelingszone (zie figuur 6.2). De
Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025
Versie D2
Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord
Groene ontwikkelingszone betreft een louter planologische bescherming van de aangewezen gebieden. Aangezien het planvoornemen niet leidt tot een wijziging van de bestemming van een onderdeel van de Groene ontwikkelingszone zijn aanvullende maatregelen of aanvullend advies ten aanzien van de GO niet aan de orde. Ganzenrustgebieden zijn agrarische gebieden waar geen ontwikkeling van nieuwe natuur- en landschapswaarden wordt nagestreefd. Het betreft hier gebieden die reeds een belangrijke functie hebben, respectievelijk als broedgebied voor weidevogels en als rustgebied/overwinteringsgebied voor ganzen. De onderzoekslocatie maakt geen onderdeel uit van een Ganzenrustgebied. Zodoende is geen sprake van een wijziging van de bestemming van een onderdeel van één van deze beschermde gebieden. Aangezien het Ganzenrustgebied een louter planologische bescherming betreft, zijn aanvullende maatregelen of aanvullend advies niet aan de orde.