CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20260622-rv-wijz-opw-wtv-nrd-oost-bijlage-24

Commissie Ruimte en Financien 9 juni 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling omgevingsplanwijziging Westervoort-Noord, Oostelijk deel13.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Alle habitattypen kunnen mogelijk negatieve effecten van verdroging ondervinden: glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver), slikkige rivieroevers, meren met krabbenscheer en fonteinkruiden en vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen). De habitatrichtlijnsoorten die mogelijk negatieve effecten van verdroging kunnen ondervinden, zijn de kamsalamander, meervleermuis (ook verzilting) en bever. De vogelrichtlijnsoorten die mogelijk negatieve effecten van verdroging kunnen ondervinden, zijn de dodaars, roerdomp, woudaap, porseleinhoen, watersnip, zwarte stern, ijsvogel, kwartelkoning, oeverzwaluw, blauwborst, grote karekiet, fuut, nonnetje, tafeleend, kuifeend, pijlstaart, slobeend, krakeend, bergeend, wintertaling, kleine zwaan, wilde zwaan, meerkoet, wilde eend, kolgans, grauwe gans, brandgans, toendrarietgans, smient, scholekster, goudplevier, kievit, kemphaan en tureluur. Aanlegfase De initiatiefnemer is voornemens alle bebouwing op het plangebied te slopen, sloten en greppels te verleggen, graafwerkzaamheden uit te voeren en het plangebied op te hogen. Daarna zal woningbouw worden gerealiseerd. Volgens het grondwatermodel komt de planhoogte (10,4 m NAP) overeen met de maaiveldhoogte in het aangrenzende bebouwde gebied ten zuiden van het plangebied, en past deze ophoging zonder grote aanpassingen binnen het huidige watersysteem (Tauw, 2024).

In de lager gelegen delen van het plangebied stijgen de grondwaterstanden bij hoogwater tot aan of net boven het huidige maaiveld in de huidige situatie zonder ontwateringsmaatregelen. Door het maaiveld op te hogen tot de voorgestelde planhoogte, kan dit in combinatie met een geschikt ontwateringssysteem worden voorkomen. Door de ophoging van het plangebied zullen er geen lagere grondwaterstanden in Natura 2000-gebied ontstaan. Negatieve effecten door verdroging en verzilting op de instandhoudingsdoelen van habitattypen, habitatrichtlijn- en vogelrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de aanlegfase zijn hiermee uit te sluiten. Gebruiksfase In de gebruiksfase zal het plangebied gebruikt worden om te wonen. Hierbij zullen er geen activiteiten optreden waarbij vocht aan de bodem onttrokken wordt. Er zullen in de gebruiksfase geen speciale handelingen plaats vinden in habitatrichtlijngebied en vogelrichtlijngebied waardoor verdroging in Natura 2000-gebied optreedt. Negatieve effecten door verdroging en verzilting op de instandhoudingsdoelen van habitattypen, habitatrichtlijn- en vogelrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de gebruiksfase zijn hiermee uit te sluiten.

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025

Versie 1

Documentreferentie NL25-648800269-155473

27/38

7.2

Vernatting en overstroming

Kenmerk: Vernatting uit zich in hogere grondwaterstanden en/of toenemende kwel door menselijk handelen. De actuele grondwaterstand is zo hoger dan de gewenste/benodigde grondwaterstand. Overstromingen kunnen incidenteel tot dagelijks, kortstondig tot langdurig voorkomen. Gevolg: Sommige activiteiten kunnen indirect tot vernatting en overstroming leiden. Door vernatting en een toename in overstromingen verandert de waterkwaliteit en/of verandert de plantensoortensamenstelling. Hierdoor kan de kwaliteit van het leefgebied veranderen en kunnen gevoelige soorten, die daar direct of indirect van afhankelijk zijn of last van hebben, uit het leefgebied verdwijnen.

De habitattypen die mogelijk negatieve effecten van vernatting kunnen ondervinden, zijn glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver), slikkige rivieroevers en vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen). De habitatrichtlijnsoort die mogelijk negatieve effecten van overstroming kan ondervinden, is de kamsalamander. De vogelrichtlijnsoorten die mogelijk negatieve effecten van overstroming kunnen ondervinden, zijn de ijsvogel, scholekster en goudplevier. Aanlegfase De initiatiefnemer is voornemens alle bebouwing op het plangebied te slopen, sloten en greppels te verleggen, graafwerkzaamheden uit te voeren en het plangebied op te hogen. Daarna zal woningbouw worden gerealiseerd. Bij deze werkzaamheden tijdens de aanlegfase zal de grondwaterstand niet hoger komen te staan en tevens zal er tijdens de aanlegfase geen toename in overstromingen ontstaan in Natura 2000-gebied. Negatieve effecten door vernatting en overstroming op de instandhoudingsdoelen van habitattypen, habitatrichtlijn- en vogelrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de aanlegfase zijn hiermee uit te sluiten. Gebruiksfase In de gebruiksfase zal het plangebied gebruikt worden om te wonen. Hierbij zullen er geen activiteiten optreden waarbij vocht in de bodem wordt aangebracht.

Er zullen in de gebruiksfase geen veranderingen plaatsvinden in de waterhuishouding, vernatting en aantal en duur van overstromingen in het habitatrichtlijngebied en vogelrichtlijngebied. Negatieve effecten door vernatting en overstroming op de instandhoudingsdoelen van habitattypen, habitatrichtlijn- en vogelrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de gebruiksfase zijn hiermee uit te sluiten.

7.3

Verontreiniging

Kenmerk: Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, welke onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Bij verontreiniging is sprake van een zeer brede groep van ecosysteem/gebiedsvreemde stoffen: organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen, straling (radioactief en niet radioactief), geneesmiddelen, endocrien werkende stoffen et cetera. Deze stoffen werken in op de bodem, grondwater en lucht. Gevolg: Vrijwel alle soorten en habitattypen reageren op verontreiniging. De ecologische effecten uiten zich in het verdwijnen van soorten en/of het beïnvloeden van gevoelige ecologische processen. Deze beïnvloeding kan direct plaatsvinden maar ook indirect via een opeenvolging van ecologische interacties. Bovendien kan verontreiniging zich pas vele jaren/decennia later manifesteren. De gevolgen van verontreiniging zijn divers en complex. In het algemeen kan gesteld worden dat aquatische habitattypen en soorten gevoeliger zijn dan terrestrische systemen. Ook geldt dat soorten in de top van de voedselpiramide, als gevolg van accumulatie, van verontreinigingen gevoeliger zijn.

Echter, afhankelijk van de concentratie en duur van de verontreiniging zijn alle habitattypen en soorten gevoelig en kan verontreiniging leiden tot verandering van de soortensamenstelling.

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025

Versie 1

Documentreferentie NL25-648800269-155473

28/38

Alle habitattypen kunnen mogelijk negatieve effecten van verontreiniging ondervinden: glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver), slikkige rivieroevers, meren met krabbenscheer en fonteinkruiden en vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen). De habitatrichtlijnsoorten die mogelijk negatieve effecten van verontreiniging kunnen ondervinden, zijn de zeeprik, rivierprik, elft, zalm, bittervoorn, grote modderkruiper, beek/rivierdonderpad, kamsalamander en meervleermuis. Alle vogelrichtlijnsoorten kunnen mogelijk negatieve effecten van verontreiniging ondervinden: dodaars, aalscholver, roerdomp, woudaap, porseleinhoen, watersnip, zwarte stern, ijsvogel, kwartelkoning, oeverzwaluw, blauwborst, grote karekiet, fuut, nonnetje, tafeleend, kuifeend, pijlstaart, slobeend, krakeend, bergeend, wintertaling, kleine zwaan, wilde zwaan, meerkoet, wilde eend, kolgans, grauwe gans, brandgans, toendrarietgans, smient, scholekster, goudplevier, kievit, kemphaan, wulp en tureluur. Aanlegfase De initiatiefnemer is voornemens alle bebouwing op het plangebied te slopen, sloten en greppels te verleggen, graafwerkzaamheden uit te voeren en het plangebied op te hogen. Daarna zal woningbouw worden gerealiseerd. Er zullen geen werkzaamheden plaatsvinden die leiden tot verontreiniging.

Bij de voorgenomen plannen zijn geen risico’s op vervuiling met stoffen als organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen, straling (radioactief en niet radioactief), geneesmiddelen of endocrien werkende stoffen zoals deze bij zware industrie aan de orde kan zijn. De werkzaamheden inclusief werkterreinen, werkwegen en werktuigen vinden plaats buiten de grenzen van Natura 2000-gebied. Verontreiniging, bijvoorbeeld lekkage van olie uit machines of brandstof uit boten, kan plaatsvinden bij een incident tijdens de werkzaamheden. Indien er een incident plaatsvind is de zorgplicht van toepassing, waarbij de verontreiniging zo snel mogelijk wordt verwijderd. Met de zorgplicht in acht nemend zijn negatieve effecten, door verontreiniging op de instandhoudingsdoelen van habitattypen, habitatrichtlijn- en vogelrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de aanlegfase hiermee uit te sluiten. Gebruiksfase In de gebruiksfase zal het plangebied gebruikt worden om te wonen. Hierbij zullen geen werkzaamheden plaatsvinden die leiden tot verontreiniging. Negatieve effecten door verontreiniging op de instandhoudingsdoelen van habitattypen, habitatrichtlijn- en vogelrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de gebruiksfase zijn hiermee uit te sluiten.

7.4

Mechanische effecten, beweging en optische verstoring

Kenmerk: Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. Gevolg: Verstoring door beweging leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. De soort reageert bijvoorbeeld op beweging, omdat een potentiële vijand wordt verwacht. De daadwerkelijke effecten zijn zeer soortspecifiek en hangen van de schuwheid van de soort en de mate waarin gewenning optreedt. Bovendien kunnen de effecten afhankelijk zijn van de periode van de levenscyclus van de soort: in de broedtijd zijn soorten over het algemeen schuwer en dus gevoeliger voor optische verstoring. Mechanische verstoring kan leiden tot een verandering van het habitattype en/of verstoring of het doden van individuen. Het effect is zeer afhankelijk van de kwetsbaarheid (gevoeligheid) van het habitattype. Waterrecreatie en scheepvaart leiden tot golfslag, hetgeen effect kan hebben op de oeverbegroeiing en waterfauna.

De habitatrichtlijnsoorten die mogelijk negatieve effecten van mechanische effecten, beweging en optische verstoring kunnen ondervinden, zijn de kamsalamander, meervleermuis en bever (alleen beweging en optische verstoring). De vogelrichtlijnsoorten die mogelijk negatieve effecten van beweging en optische verstoring (geen mechanische effecten) kunnen ondervinden, zijn de aalscholver, roerdomp, woudaap, porseleinhoen, watersnip, kwartelkoning, oeverzwaluw, fuut, nonnetje, tafeleend, kuifeend, pijlstaart, slobeend, krakeend, bergeend, wintertaling, kleine zwaan, wilde zwaan, meerkoet, wilde eend, kolgans,

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025

Versie 1

Documentreferentie NL25-648800269-155473

29/38

grauwe gans, brandgans, toendrarietgans, smient, scholekster, goudplevier, kievit, kemphaan, wulp en tureluur. Aanlegfase De initiatiefnemer is voornemens alle bebouwing op het plangebied te slopen, bomen te kappen, groen te verwijderen, sloten en greppels te verleggen, graafwerkzaamheden uit te voeren en het plangebied op te hogen. Daarna zal woningbouw worden gerealiseerd. Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied op 1,1 km en de aard van de ingreep, zijn negatieve effecten door mechanische effecten, beweging en optische verstoring op de instandhoudingsdoelen van habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de aanlegfase uit te sluiten. De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde vogelrichtlijngebied is 20 m, waarbij de scheiding de 60 km/uur weg de IJsseldijk betreft. Aan de noordkant van het plangebied is een recyclingbedrijf gelegen op het industrieterrein IJsseldijk in de uiterwaarden. De toegangsweg naar het recyclingbedrijf doorkruist het vogelrichtlijngebied. De bovenstaande factoren zorgen reeds voor veel onnatuurlijke bewegingen in en nabij het vogelrichtlijngebied. Tijdens de aanlegfase zullen op de IJsseldijk, Brouwerslaan, Dorpstraat, Hamersestraat, Driegaardensestraat en de Rivierweg tijdelijk extra (verkeers)bewegingen plaatsvinden in verband met de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden.

Ook zullen er mensen aanwezig zijn om werkzaamheden te verrichten. De werkzaamheden zullen een plaatselijke toename van bewegingen veroorzaken. Soorten die gevoelig zijn voor optische verstoring kunnen hier mogelijk negatieve effecten van ondervinden. De afstand tot het dichtstbijzijnde bezet leefgebied van de broedvogels is aalscholver en oeverzwaluw 20 m, watersnip 220 m, kwartelkoning >1,5 km, roerdomp, woudaap en porseleinhoen >5 km. Vanwege de grote afstand tussen het plangebied en bezet leefgebied van de kwartelkoning, roerdomp, woudaap en porseleinhoen worden alleen de aalscholver, oeverzwaluw en watersnip verder beschouwd. De aalscholver broedt in bomen zoals wilgen, elzen en populieren en andere verticale landschapselementen in de buurt van visrijke wateren in het binnenland en langs de kust. Soms broeden aalscholvers ook in grondnesten. Van de aalscholver zijn volgens de NDFF uitvoerportaal (d.d. 20-11-2025) in de afgelopen tien jaar geen bekende broedterritoria bekend binnen een straal van >1,2 km rondom het plangebied. De plas ten westen van het plangebied (westelijk van het spoor) en de plas ten noordoosten van het plangebied zijn een belangrijk onderdeel van het leefgebied van de aalscholver. Deze plassen liggen echter buiten de verstoringsafstand van de werkzaamheden. De oeverzwaluw broedt in steile oeverkanten, zand-, leem- of kleiwanden.

Direct naast het plangebied is geen geschikt broedbiotoop van de oeverzwaluw aanwezig. Het dichtstbijzijnde bekende broedterritorium bevindt zich volgens de NDFF ten westen van het spoor (op ruim 500 m afstand van het plangebied, zie figuur 7.1). Deze broedplaats van de oeverzwaluw ligt buiten de verstoringsafstand van de werkzaamheden. De watersnip broedt in moerassig laagveen, hoogveen en natte heiden en zeer vochtige schrale graslanden op veengrond of in uiterwaarden en open beekdalen. De nestplaats is gelegen in de verlandingszone van moerasgebieden of in gemaaide rietvelden. Van de watersnip zijn volgens de NDFF uitvoerportaal (d.d. 20-11-2025) in de afgelopen tien jaar geen bekende broedterritoria bekend binnen een straal van >1,2 km rondom het plangebied. De plas ten westen van het plangebied (westelijk van het spoor) is een belangrijk onderdeel van het leefgebied van de watersnip. Deze plas ligt echter buiten de verstoringsafstand van de werkzaamheden. Gezien de afwezigheid van bekende broedterritoria direct naast het plangebied en de afstand van de mogelijke verstoring in het plangebied tot het dichtstbijzijnde bekende broedterritoria (en de afwezigheid van geschikte broedlocaties) zal een toename in bewegingen in de aanlegfase niet zorgen voor negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van broedvogelsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken.

De afstand tot het dichtstbijzijnde bezet leefgebied van de niet-broedvogels is fuut, nonnetje, tafeleend, kuifeend, pijlstaart, slobeend, krakeend, bergeend, wintertaling, kleine zwaan, meerkoet, wilde eend, kolgans, grauwe gans, brandgans, toendrarietgans, smient, scholekster, goudplevier, kievit, kemphaan, wulp en tureluur 20 m, wilde zwaan 400 m. In de uiterwaarden IJssel kunnen alle niet-broedvogels voorkomen om te foerageren, slapen en rusten. Gezien de plaatselijke toename van bewegingen in de aanlegfase plaats vinden op locaties waar in de huidige situatie reeds veel menselijke activiteiten en bewegingen aanwezig zijn, zoals scheepvaart, wandelaars en bewoners, en ze buiten het Natura 2000-gebied plaatsvinden, is er

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025

Versie 1

Documentreferentie NL25-648800269-155473

30/38

geen sprake van significante verstoring door beweging op niet-broedvogels. Tevens zijn er voldoende alternatief en uitwijkmogelijkheden in de directe omgeving voor de soorten tijdens de werkzaamheden. Uitwijkmogelijkheden betreffen delen van het Natura 2000-gebied op ruimere afstand van het plangebied en omringende uiterwaarden zoals de Kleine Pley ten zuidwesten van het plangebied. Negatieve effecten door beweging en optische verstoring op de instandhoudingsdoelen van niet-broedvogelsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de aanlegfase zijn hiermee uit te sluiten.

Figuur 7.1 Voorkomen oeverzwaluw in de afgelopen 10 jaar rondom het plangebied, waarbij het geel omcirkelde punt het midden van een vastgesteld territorium betreft (bron: Uitvoerportaal NDFF, d.d. 20-11-2025).

Gebruiksfase In de gebruiksfase zal het plangebied gebruikt worden om te wonen, waarbij rondom de nieuwbouwwoningen bomenrijen en groenstroken gerealiseerd zullen zijn. Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied op 1,1 km en de aard van de ingreep, zijn negatieve effecten door mechanische effecten, beweging en optische verstoring op de instandhoudingsdoelen van habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de aanlegfase uit te sluiten. Gezien de uiterwaarden van de IJssel gelegen naast het plangebied niet ingericht zijn voor wandelaars of fietsers zal in het vogelrichtlijngebied zelf geen toename zijn in bewegingen. Tevens wordt door de reeds aanwezige menselijke activiteiten rondom de uiterwaarden IJssel, zoals scheepvaart, wandelaars, bewoners en het industrieterrein IJsseldijk, verstoring als gevolg van beweging op vogelsoorten niet verwacht. Hiernaast zullen in de nieuwe situatie de Brouwerslaan en Liemersallee gebruikt worden als ontsluitingswegen, welke beide voornamelijk zullen ontsluiten naar het zuiden toe (van de IJsseldijk af). In de gebruiksfase zullen geen activiteiten plaatsvinden die leiden tot optische verstoring.

Negatieve effecten door beweging en optische verstoring op de instandhoudingsdoelen van vogelrichtlijnsoorten in het Natura 2000gebied Rijntakken in de gebruiksfase zijn hiermee uit te sluiten.

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025

Versie 1

Documentreferentie NL25-648800269-155473

31/38

7.5

Trilling en geluid

Kenmerk: Verstoring door onnatuurlijke geluidsbronnen; permanent zoals geluid wegverkeer dan wel tijdelijk zoals geluidsbelasting bij evenementen. Geluid is een hoorbare trilling, gekenmerkt door geluidsdruk en frequentie. Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren, heien, draaien van rotorbladen etc. Gevolg: Logischerwijs zijn alleen diersoorten gevoelig voor direct effecten van geluid en trillingen. Geluid sec is een belangrijke factor in de verstoring van fauna. De verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid en de duur, frequentie en sterkte van de geluidsbron zelf. Geluidsbelasting en trilling kan leiden tot verstoring van het natuurlijke gedrag van soorten, stress en/of vluchtgedrag van dieren. Dit kan vervolgens weer leiden tot het tijdelijk of permanent verlaten van het leefgebied of bijvoorbeeld een afname van het reproductieproces. In bepaalde gevallen kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continu geluid. Voor zeezoogdieren en vogels is in bepaalde gevallen deze dosis-effect relatie goed gekwantificeerd.

De habitatrichtlijnsoorten die mogelijk negatieve effecten van trilling en geluid kunnen ondervinden, zijn de meervleermuis (alleen trilling) en bever. De vogelrichtlijnsoorten die mogelijk negatieve effecten van geluid kunnen ondervinden, zijn de roerdomp, woudaap, porseleinhoen, watersnip, kwartelkoning, oeverzwaluw, blauwborst, grote karekiet, fuut, nonnetje, tafeleend, kuifeend, pijlstaart, slobeend, krakeend, bergeend, wintertaling, kleine zwaan, wilde zwaan, meerkoet, wilde eend, kolgans, grauwe gans, brandgans, toendrarietgans, smient, scholekster, goudplevier, kievit, kemphaan, wulp en tureluur. Aanlegfase De initiatiefnemer is voornemens alle bebouwing op het plangebied te slopen, bomen te kappen, groen te verwijderen, sloten en greppels te verleggen, graafwerkzaamheden uit te voeren en het plangebied op te hogen. Daarna zal woningbouw worden gerealiseerd. In het plangebied zullen rondom de nieuwbouwwoningen bomenrijen en groenstroken gerealiseerd worden. Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied op 1,1 km en de aard van de ingreep, zijn negatieve effecten door trilling en geluid op de instandhoudingsdoelen van habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000gebied Rijntakken in de aanlegfase uit te sluiten.

De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde vogelrichtlijngebied is 20 m, waarbij de scheiding de 60 km/uur weg de IJsseldijk betreft. Aan de westkant van de planlocatie en door het vogelrichtlijngebied van Rijntakken loopt een spoorlijn. Deze spoorlijn zorgt voor geluid (bron maximaal 65 dB) in het Natura 2000gebied Rijntakken (Geluidonderzoek bouwplan Westervoort Noord, 2025). Aan de noordkant van het plangebied is hiernaast een recyclingbedrijf gelegen op het industrieterrein IJsseldijk in de uiterwaarden. De toegangsweg naar het recyclingbedrijf doorkruist het vogelrichtlijngebied. De bovenstaande factoren zorgen reeds voor achtergrondgeluid. Tijdens de aanlegfase zullen op de IJsseldijk, Brouwerslaan, Dorpstraat, Hamersestraat, Driegaardensestraat en de Rivierweg tijdelijk extra (verkeers)bewegingen plaatsvinden in verband met de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden. Ook zullen er mensen aanwezig zijn om werkzaamheden te verrichten. De sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden zullen een lokale toename van geluid veroorzaken. Soorten die gevoelig zijn voor geluid kunnen hier mogelijk negatieve effecten van ondervinden. De afstand tot het dichtstbijzijnde bezet leefgebied van de broedvogels is oeverzwaluw 20 m, watersnip 220 m, kwartelkoning en blauwborst >1,5 km, grote karekiet, roerdomp, woudaap en porseleinhoen >5 km.

Vanwege de grote afstand tussen het plangebied en bezet leefgebied van de kwartelkoning, blauwborst, grote karekiet, roerdomp, woudaap en porseleinhoen worden alleen de oeverzwaluw en watersnip verder beschouwd. De oeverzwaluw broedt in steile oeverkanten, zand-, leem- of kleiwanden. Direct naast het plangebied is geen geschikt broedbiotoop van de oeverzwaluw aanwezig. Het dichtstbijzijnde bekende broedterritorium bevindt zich volgens de NDFF ten westen van het spoor (op ruim 500 m afstand van het plangebied, zie figuur 7.1). Deze broedplaats van de oeverzwaluw ligt buiten de verstoringsafstand van de werkzaamheden. De watersnip broedt in moerassig laagveen, hoogveen en natte heiden en zeer vochtige

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025

Versie 1

Documentreferentie NL25-648800269-155473

32/38

schrale graslanden op veengrond of in uiterwaarden en open beekdalen. De nestplaats is gelegen in de verlandingszone van moerasgebieden of in gemaaide rietvelden. Van de watersnip zijn volgens de NDFF uitvoerportaal (d.d. 20-11-2025) in de afgelopen tien jaar geen bekende broedterritoria bekend binnen een straal van >1,2 km rondom het plangebied. De plas ten westen van het plangebied (westelijk van het spoor) is een belangrijk onderdeel van het leefgebied van de watersnip. Deze plas ligt echter buiten de verstoringsafstand van de werkzaamheden. Gezien de afwezigheid van bekende broedterritoria direct naast het plangebied en de afstand van de mogelijke verstoring in het plangebied tot het dichtstbijzijnde bekende broedterritoria (en de afwezigheid van geschikte broedlocaties) zal verstoring door geluid en trilling in de aanlegfase niet zorgen voor negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van broedvogelsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken. De afstand tot het dichtstbijzijnde bezet leefgebied van de niet-broedvogels is fuut, nonnetje, tafeleend, kuifeend, pijlstaart, slobeend, krakeend, bergeend, wintertaling, kleine zwaan, meerkoet, wilde eend, kolgans, grauwe gans, brandgans, toendrarietgans, smient, scholekster, goudplevier, kievit, kemphaan, wulp en tureluur 20 m, wilde zwaan 400 m.

In de uiterwaarden IJssel kunnen alle niet-broedvogels voorkomen om te foerageren, slapen en rusten. Gezien deze activiteiten plaats vinden op locaties waar in de huidige situatie reeds veel menselijke activiteiten aanwezig zijn, zoals scheepvaart, wandelaars en bewoners, en ze buiten het Natura 2000-gebied plaatsvinden, is er geen sprake van significante verstoring door geluid en trillingen op niet-broedvogels. Tevens zijn er voldoende alternatief en uitwijkmogelijkheden in de directe omgeving voor de soorten tijdens de werkzaamheden. Uitwijkmogelijkheden betreffen delen van het Natura 2000gebied op ruimere afstand van het plangebied en omringende uiterwaarden zoals de Kleine Pley ten zuidwesten van het plangebied. Negatieve effecten door geluid en trilling op de instandhoudingsdoelen van niet-broedvogelsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de aanlegfase zijn hiermee uit te sluiten. Gebruiksfase In de gebruiksfase zal het plangebied gebruikt worden om te wonen, waarbij rondom de nieuwbouwwoningen bomenrijen en groenstroken gerealiseerd zullen zijn. Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied op 1,1 km en de aard van de ingreep, zijn negatieve effecten door trilling en geluid op de instandhoudingsdoelen van habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000gebied Rijntakken in de gebruiksfase uit te sluiten.

Volgens het geluidsonderzoek dat in het plangebied is uitgevoerd zal de toename in het verkeer een gemiddelde akoestische toename hebben van minder dag 1,5 dB en op een aantal piekpunten 3 dB (Geluidonderzoek bouwplan Westervoort Noord, 2025). Het geluid door het wegverkeer is op de toekomstige woningen maximaal 61 dB, maar op de meeste plekken onder de 58 dB. Dit zal vergelijkbaar zijn met geluid dat in het vogelrichtlijngebied nabij het plangebied gemeten kan worden door de aanwezigheid van het wegverkeer. Gezien de lage toename in geluid door activiteiten in de gebruiksfase en door de reeds aanwezige menselijke activiteiten rondom de uiterwaarden IJssel, zoals scheepvaart, wandelaars, bewoners en het industrieterrein IJsseldijk, wordt verstoring als gevolg van geluid op vogelsoorten niet verwacht. Negatieve effecten door geluid en trilling op de instandhoudingsdoelen van vogelrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de gebruiksfase zijn hiermee uit te sluiten.

7.6

Licht

Kenmerk: Verstoring door kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en industrieterreinen, glastuinbouw etc. Gevolg: Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Naar mogelijke effecten is nog vrij weinig onderzoek gedaan. Veel kennis gaat daarom nog niet verder dan het kwalitatief signaleren van risico’s. Met name schemer- en nacht actieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken worden of verdreven door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het leefgebied worden vermeden.

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025

Versie 1

Documentreferentie NL25-648800269-155473

33/38

De habitatrichtlijnsoorten die mogelijk negatieve effecten van licht kunnen ondervinden, zijn de kamsalamander, meervleermuis en bever. Alle vogelrichtlijnsoorten kunnen mogelijk negatieve effecten van licht ondervinden: dodaars, aalscholver, roerdomp, woudaap, porseleinhoen, watersnip, zwarte stern, ijsvogel, kwartelkoning, oeverzwaluw, blauwborst, grote karekiet, fuut, nonnetje, tafeleend, kuifeend, pijlstaart, slobeend, krakeend, bergeend, wintertaling, kleine zwaan, wilde zwaan, meerkoet, wilde eend, kolgans, grauwe gans, brandgans, toendrarietgans, smient, scholekster, goudplevier, kievit, kemphaan, wulp en tureluur. Aanlegfase De initiatiefnemer is voornemens alle bebouwing op het plangebied te slopen, het plangebied bouwrijp te maken en daarna woningbouw te realiseren. Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied op 1,1 km en de aard van de ingreep, zijn negatieve effecten door licht op de instandhoudingsdoelen van habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de aanlegfase uit te sluiten. Tijdens de aanlegfase van dit project zal waarschijnlijk gebruik gemaakt worden van (nachtelijke) verlichting. De IJsseldijk ligt echter als afscheiding tussen het plangebied en vogelrichtlijngebied. Tevens blijven veel percelen gelegen tussen het plangebied en de IJsseldijk behouden.

Hiermee zal deze activiteit een minimale toename in lichtverstoring op en nabij het plangebied veroorzaken. Gezien de voorgenomen activiteiten plaats vinden op locaties waar in de huidige situatie reeds veel verlichting aanwezig is, zoals lantaarnpalen langs de IJsseldijk, verlichting van de sportvelden, verlichting van de huizen en industrieterrein IJsseldijk, en de activiteiten buiten het Natura 2000-gebied plaatsvinden, is er geen sprake van significante verstoring door licht op vogelrichtlijnsoorten. Tevens zijn er voldoende alternatief en uitwijkmogelijkheden in de directe omgeving voor de soorten tijdens de werkzaamheden. Uitwijkmogelijkheden betreffen delen van het Natura 2000-gebied op ruimere afstand van het plangebied en omringende uiterwaarden zoals de Kleine Pley ten zuidwesten van het plangebied. Negatieve effecten door licht op de instandhoudingsdoelen van vogelrichtlijnsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken in de aanlegfase zijn hiermee uit te sluiten. Gebruiksfase In de gebruiksfase zal het plangebied gebruikt worden om te wonen, waarbij rondom de nieuwbouwwoningen bomenrijen en groenstroken gerealiseerd zullen zijn.

Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied op 1,1 km en de aard van de ingreep, zijn negatieve effecten door trilling en geluid op de instandhoudingsdoelen van habitatrichtlijnsoorten in het Natura 2000gebied Rijntakken in de gebruiksfase uit te sluiten. In de gebruiksfase zullen geen activiteiten plaatsvinden die leiden tot lichtverstoring. In de nieuwe situatie zullen groenstroken om de woningen heen aanwezig zijn en ligt de IJsseldijk als afscheiding tussen het plangebied en vogelrichtlijngebied. Hiermee zijn negatieve effecten ten aanzien van lichtverstoring tijdens de gebruiksfase uitgesloten op de instandhoudingsdoelen van vogelsoorten in het Natura 2000-gebied Rijntakken.

7.7

Cumulatieve effecten

Kenmerk: In dit onderzoek zijn in bovenstaande paragrafen de effecten van de voorgenomen plannen getoetst. Van een plan moet worden nagegaan of het afzonderlijk dan wel in combinatie met andere plannen of projecten (de zogenaamde cumulatie) een verslechtering of verstoring van de beschermde soorten en/of habitats kan veroorzaken. Cumulatie treedt op als meerdere projecten, processen of handelingen een effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Waar één project, proces of handeling geen significant effect hoeft te hebben, kan dat in combinatie wel het geval zijn. Indien een effect wordt voorspeld voor een afzonderlijk project, proces of handeling moet vervolgens een toets van cumulatie worden uitgevoerd om de mate van significantie van dit effect te bepalen.

De combinatie van de hierboven beschreven verstoringen zal naar verwachting niet voor meer verstoring zorgen. De effecten van verstoring die al in de omgeving aanwezig zijn en de effecten ten gevolge van

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025

Versie 1

Documentreferentie NL25-648800269-155473

34/38

ontwikkeling op het plangebied zorgt naar verwachting ook niet voor hogere belasting van het Natura 2000gebied Rijntakken. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen ingrijpende plannen in de toekomst bekend die in combinatie met het huidige planvoornemen van dit project kunnen leiden tot een cumulatief negatief effect op het Natura 2000-gebied Rijntakken.

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025

Versie 1

Documentreferentie NL25-648800269-155473

35/38

8

Samenvatting en conclusies

Sweco heeft in opdracht van Gemeente Westervoort een voortoets Natura 2000 uitgevoerd, ten behoeve van de voorgenomen gebiedsontwikkeling Westervoort Noord De voortoets heeft als doel vast te stellen of er op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat het plan afzonderlijk of in combinatie met andere plannen, (significante) gevolgen kan hebben voor instandhoudingsdoelen van beschermde Natura 2000-gebieden (Omgevingswet artikel 4.1, lid 1). De voortoets is uitgevoerd middels het verrichten van bureauonderzoek en betreft een oriënterende fase. In de onderhavige voortoets zijn de effecten getoetst van verdroging en verzilting, vernatting en overstroming, verontreiniging, mechanische effecten, beweging en optische verstoring, trilling en geluid en licht op instandhoudingsdoelstellingen voor habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en vogelrichtlijnsoorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken. In tabel 9.1 zijn de conclusies en vervolgstappen per effect of knelpunt weergeven die kunnen optreden als gevolg van de voorgenomen ingreep. Significant negatieve effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is een vervolgonderzoek of vergunningsaanvraag voor de behandelde effecten niet noodzakelijk om de beoogde ingreep te realiseren. De stikstofdepositieberekening met de Aerius-calculator is uitgevoerd door een andere partij.

De effecten van verzuring en vermesting zijn een gevolg van een toename in stikstofdepositie en zijn derhalve niet in deze voortoets behandeld. In onderhavige voortoets zijn alleen de overige effecten beoordeeld. Een ecologische beoordeling bij een toename in stikstofdepositie kan separaat aan deze toetsing worden uitgevoerd. Tabel 8.1 Conclusie en vervolgstappen per effect of knelpunt die kunnen optreden als gevolg van de voorgenomen ingreep.

Effect

Verstorende effecten door ingreep

Negatief effect

Significant negatief effect

Passende beoordeling

Vergunningplicht Ow

Verdroging en verzilting

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Vernatting en overstroming

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Verontreiniging

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Mechanische effecten, beweging en optische verstoring

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Trilling en geluid

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Licht

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Verzuring*

Misschien

Misschien

Misschien

Misschien

Misschien

Vermesting*

Misschien

Misschien

Misschien

Misschien

Misschien

* Niet behandeld in deze voortoets.

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025

Versie 1

Documentreferentie NL25-648800269-155473

36/38

Geraadpleegde bronnen Natuurdoelanalyse Rijntakken (38) Eindconcept, Provincie Gelderland, d.d. 26 mei 2023 Beheerplan Natura 2000 Rijntakken (038), Provincie Gelderland, d.d. december 2018 PAS-gebiedsanalyse 038 Rijntakken, d.d. 15 december 2017 Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Uitvoerportaal. Geraadpleegd op 13 november 2025 van https://ndffecogrid.nl/uitvoerportaal/ Aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Rijntakken https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/documenten/ Natuur- Habitattypen, provincie Gelderland – Kaarten van provincie Gelderland en Thema Natura2000_Leefgebieden https://gelderland.maps.arcgis.com/apps/mapviewer/index.html BIJ12 (z.d.). Nationale Databank Vegetatie- en habitatkarteringen. Geraadpleegd op 13 november 2025 van https://atlas.bij12.nl/WebViewer/index.html?viewer=NDVH_Prof BIJ12 Beschermde SoortenIndicator (BeSI). Geraadpleegd op 13 november 2025 van https://www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/applicaties-en-databanken/beschermde-soortenindicator-besi/ Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (z.d.). Rijntakken. Geraadpleegd op 13 november 2025 van https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland/rijntakken Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (z.d.). Doelstellingen Rijntakken.

Geraadpleegd op 13 november 2025 van https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland/rijntakken/rijntakken-doelstelling Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (z.d.). Profielen habitattypen, habitatsoorten en vogelrichtlijnsoorten. Geraadpleegd op 13 november 2025 van https://www.natura2000.nl/beschermde-natuur Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (z.d.) Ontwerpbesluit Uiterwaarden IJssel: N2K038_WB HVN Uiterwaarden IJssel.doc Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (z.d.) Ontwerpbesluit Gelderse Poort: N2K067_WB HVN Gelderse Poort.doc Sierdsema H., van Kleunen A., van den Bremer L., Sparrius L., Smit J., Gmelig Meyling A., Termaat T., Kranenbarg J., Hollander H., Zollinger R. & Stahl J. 2016. Leefgebiedenkaarten van de Natura 2000-gebieden en PAS-gebieden. Sovon-rapport 2016/21. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen in opdracht van BIJ12 https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2023/11/Rapport-Sovon-2016-21-Leefgebiedenkaarten-N2000-PAS.pdf https://www.ravon.nl/soorten/soortinformatie/ Netwerk Ecologische Monitoring (Sovon, RWS, CBS, provincies) www.sovon.nl Natura 2000-gebied Rijntakken https://stats.sovon.nl/stats/gebied/1000380 Ontwerpkaart Natura 2000-gebied #38 kaartbladen 1 en 2 Uiterwaarden IJssel Ontwerpkaart Natura 2000-gebied #67 kaartblad 1 Gelderse Poort Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

(2008, 1 september). Profiel habitattype H6510 — Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (laaggelegen schraal hooiland Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis) (versie 1). Geraadpleegd van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/profielen/Habitattypen_profielen/Profiel_habitattype_6510.pdf Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (2006, 15 december). Profiel habitattype H3270 — Slikkige rivieroevers (Rivieren met slikoevers met vegetaties behorend tot het Chenopodion rubri p.p. en Bidention p.p.). Geraadpleegd van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/profielen/Habitattypen_profielen/Profiel_habitattype_3270.pdf

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025 Documentreferentie

Versie 1

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (2008, 1 september). Profiel habitattype H3150 — Meren met krabbescheer en fonteinkruiden (Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition) (versie 1). Geraadpleegd van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/profielen/Habitattypen_profielen/Profiel_habitattype_3150.pdf Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (2008, 1 september). Profiel habitattype H91E0 — Vochtige alluviale bossen (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae) (versie 1). Geraadpleegd van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/profielen/Habitattypen_profielen/Profiel_habitattype_91E0.pdf Tauw (16 december 2024) Gemeente Westervoort: grondwatermodellering uitbreiding Westervoort Noord. R0011295453SGR-V02-efm-NL Centraal Bodemkundig Bureau Deventer B.V. (6 april 2006) Rapport verkennend onderzoek Percelen Hamersestraat te Westervoort Omgevingsdienst Regio Arnhem. N. Wisselink (16 februari 2024) Advies Trillingen Westervoort Noord AV Consulting B.V. (10 juni 2023) Trillingsonderzoek Stedenbouwkundig plan spoorzone Westervoort Noord DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. (24 oktober 2025, concept versie 001) Geluidonderzoek bouwplan Westervoort Noord

Sweco | Voortoets Natura 2000 Rijntakken, Westervoort Noord Projectnummer 51026718-004 Datum 25-11-2025 Documentreferentie

Versie 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=21d6ea38-5cd3-4d00-9386-36f9b874d9c9