20231106-rv-aanbrengen-asfaltverharding-hamersestraat-en-dorpstraat-bijlage-1-onderzoek-fugro
Tekst van het document
Gepoogd wordt de transmissie van de trillingen vanuit de wegverharding naar de gevel te verhinderen, zodat de trillingsintensiteit aan of in de woning geringer wordt. De doorbreking van de grondlagen wordt gerealiseerd door een stijfheidsverschil (over enige dikte) tussen de verharding en de woningen te creëren. Bijvoorbeeld door een sleuf op te vullen met licht materiaal en deze af te dekken met een stoepband of iets dergelijks (dit is een PolyStyreen trillingsscherm). Er bestaat geen eenvoudige analytische rekenmethodiek om de invloed van sleuven kwantitatief te bepalen. Met geavanceerde rekenmodellen (b.v. Eindige Elementen Methode PLAXIS) zijn dergelijke dynamische aspecten wel te beschouwen. Uit de literatuur is bekend dat indien voldoende stijfheidsverschil over voldoende dikte tussen bron en ontvanger aangebracht wordt, een redelijke reductie van de trillingsintensiteiten optreedt direct achter het “scherm”. Het scherm is dicht tegen het pand dan wel direct naast de weg (bron) aan te brengen. Het scherm dient beschermd te worden tegen milieutechnische invloeden (bijvoorbeeld oliën) en afgedekt te worden met een beschermlaag (tegels). In onderstaande figuur is schematisch aangegeven wat bedoeld wordt.
1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 36 van 49
Gemeente Westervoort
PS scherm , naast wegdek of naast woning
Wegconstructie gewapend met geogrids
Figuur 5.1: Voorbeeld plaatsing scherm tussen weg en pand
Een breed ondiep scherm levert een grotere reductie op dan een smal diep scherm. Omdat de golflengte van de oppervlakte golven van verkeerstrillingen erg lang kan zijn (> 10 m), zal bij een ondiep scherm een substantieel deel van de golfenergie (Rayleigh golven) onder het scherm, ongestoord passeren. De invloed van de dikte van het scherm is minder naarmate het scherm dieper is aangebracht. Voor iedere combinatie van dikte (d) en diepte (h) van het scherm is een optimum van de trillingsreductie te bepalen. Naarmate het scherm op grotere afstand tot de bron staat, zal de trillingsreductie minder zijn. Daarnaast spelen de gelaagdheid van de ondergrond en de stijfheidsverschillen tussen de grond, waarin het scherm wordt aangebracht en het scherm zelf, een rol. De dimensies van het scherm zijn mede afhankelijk van het benodigde reductiepercentage om aan de grenswaarde (of streefwaarde) te voldoen. Het benodigde reductiepercentage volgt uit een analyse van de meetdata en de grens- c.q. streefwaarde A1. In algemene zin wordt enig gunstig effect pas verwacht indien de het EPS circa 1 m tot 1,5 m diep is aangebracht en een dikte heeft van circa 0,3 m tot 0,5 m. Meestal is ter plekke van de woningen de ruimte voor het aanbrengen van een dergelijke sleuf te beperkt. Daarnaast kunnen geotechnische draagkracht problemen optreden (stabiliteit fundering op staal).
Praktisch gezien kunnen de EPS blokken dusdanig gezaagd / gesneden worden dat kabels en leidingen hier niet door gehinderd worden. Ervaringen Fugro trillingschermen In het verleden is door Fugro met een Eindig Elementen Model (PLAXIS) het effect beschouwd van een trillingsscherm c.q. het onderbreken van de vaste toplaag. Uit deze beschouwing volgt dat voor woningen gefundeerd op staal het onderbreken van een vaste toplaag een trillingsreducerend effect heeft van 40% tot 60%. Door Fugro zijn voor een aantal vergelijkbare projecten trillingsmetingen (voorafgaand en na aanbrengen van het scherm) en adviezen voor toepassen van trillingsschermen uitgebracht. In Voorhout / Uithoorn zijn reducties van circa 70% tot 80% verwezenlijkt, in Uithoorn circa 60% tot 75%. In Vlaardingen en Breda reducties van circa 50% tot 60%. Opgemerkt wordt dat alleen op basis van het ontwerp van een trillingsscherm (dat van diverse factoren afhankelijk is), geen garantie kan worden afgegeven op een te realiseren 1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 37 van 49
Gemeente Westervoort
reductiefactor. Geadviseerd wordt om na het aanbrengen van een trillingsscherm een herhalingsmeting te laten uitvoeren naar de effectiviteit van het scherm.
5.3
VP-drempel
5.3.1
Mogelijke maatregelen
Ten aanzien van het toepassen van een mogelijke maatregel geldt dat bij de ontvanger (particulier) geen maatregelen uitvoerbaar geacht / gewenst zijn. Bij de bron (het verkeer en de wegconstructie) zou een aanpassing mogelijk kunnen zijn. In onderstaande tabel zijn de mogelijk te nemen maatregelen tezamen met een invulling ervan opgenomen. Tabel 5-2: Mogelijke trillingsreducerende maatregelen m.b.v. VP-drempel Nr
Maatregel
Hoe ?
Bij de bron B1 B4
• Snelheidsreductie • Geometrie drempel / plateau
Van 50 km/uur naar 30 km/uur Vormgeving
In het medium M1 M2 M2.2
• Afstand vergroten • Wegconstructie aanpassen o Wegvlakheid 1)
Circa 2,5 m opschuiven (slingerende weg) Van goed naar zeergoed
1) De huidige toestand van de klinkers is goed (afgezien van enkele puitdeksels /oneffenheden)
5.3.2
IJking
Voordat een prognose van het effect van de maatregel gemaakt kan worden, dient het model gefit / geijkt te worden aan een huidige situatie. Opgemerkt wordt dat het programma vraagt om geometrische gegevens van een verkeersdrempel. Omdat echte drempels er in werkelijkheid niet zijn, zijn hier fictieve gegevens voor ingevuld, zodanig dat de verkregen waarden vergelijkbaar zijn met de meetwaarden. Het ijken van het model geschiedt eerder op “hinderbeleving” dan op “schade”. De situatie voor schade wordt daarmee impliciet meegenomen. Doorgaans is het zo dat indien geen hinderbeleving aanwezig is, er ook geen schade optreedt. Wat inhoudt dat de geprognosticeerde waarden voor schade sterk kunnen afwijken van de meetwaarden voor schade aan de draagconstructie. Bij het analyseren van de effecten van maatregelen gaat het immers om het reduceren van de schade EN hinderbeleving. Het rekenprogramma kent verschillende type voertuigen waaronder vrachtauto’s en bussen en kent verschillende grondprofielen. Het grondprofiel op locatie is geschematiseerd op basis van in de omgeving uitgevoerd grondonderzoek. Dit profiel is vergeleken met de in het programma aanwezige grondprofielen.
1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 38 van 49
Gemeente Westervoort
Opgemerkt wordt dat de geometrische gegevens van de drempel als ijkvariabelen zijn gehanteerd. Zonder invoer ervan rekent het programma niet. Bij de analyses van de effecten van een maatregel, zijn na ijking deze dimensies geen variabele meer. In onderstaande tabel zijn de voor verdere analyses bijbehorende invoerwaarden voor het programma opgenomen. Tabel 5-3: Invoerparameters VP-drempel, IJking omschrijving
Dorpstraat 112
Type voertuig Rijsnelheid Intensiteit (dag / avond / nacht) Wegfundering wegvalkheid
vrachtauto (13 en 20 ton Bus 200MB (vol en leeg) 50 km/uur 180 / 90 / 45 0,5 m Goed
Drempel 2)
Hoogte drempel / plateau [m] Lengte drempel / plateau [m] Lengte op- / afrit [m] Vorm op- / afrit
0,18 0,1 0,5 m Sinus
0,30 0,1 0,5 Sinus
Medium
Bodemprofiel
Rotterdam
Idem
Ontvanger
SBR A, categorie Fundering (op palen/op staal) Stijheid (horizontaal / verticaal) Type vloer Vloeroverspanning Gebouwdiepte
Cat. 2, niet bouwkundig gevoelig Op staal (geen palen) Laag / Laag hout 5,0 m 10,0 m
Idem Idem Idem Idem Idem Idem
SBR B, functie ruimte
Wonen
Idem
Meetpunt aan de gevel Meetpunt op de vloer
9,0 20,0
15 25
Bron
Afstand 1)
Hamerstraat 11 Idem Idem Idem Idem idem
1) Vanaf hart rijstrook 2) Drempel gegevens zijn fictief (zonder invoer rekent het programma niet)
5.3.3
Resultaten VP-drempel
In onderstaande tabel is een samenvatting van de analyseresultaten opgenomen. Vermeld zijn percentages ten opzichte van het geijkte profiel. Zowel het effect van een enkele maatregel als het effect van een combinatie van maatregelen is beschouwd. Tabel 5-4: Effect (combinatie van ) maatregel, Dorpstraat 112 Nr
Maatregel
B1
30 km/uur
M1
M2.2
afstand.
B1 (v = 30 km/uur) 30%
M1 (X = X + 2,5) 35% 5%
Weg.vlak “zeer goed”
1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 39 van 49
M2.2 (zeer goed) 35% 5% 5%
Gemeente Westervoort
Tabel 5-4: Effect (combinatie van ) maatregel, Hamerstraat 11 Nr
Maatregel
B1
30 km/uur
M1
afstand.
M2.2
B1 (v = 30 km/uur) 10%
M1 (X = X + 2,5) 10% 5%
Weg.vlak “zeer goed”
M2.2 (zeer goed) 10% 5% 5%
Maatregel B4. Vormgeving “drempel” In Westervoort is geen sprake van een drempel, echter zijn in de rijstroken vele putdeksels en “naden” van oneffenheden aanwezig. Met het programma zijn hiervan de effecten niet te berekenen. Maatregel M2.4. Opsluiten funderingsconstructie Met VP-drempel is niet het effect van het opsluiten van de funderingsconstructie (maatregel M2.4) te berekenen. De verwachting is dat een met het toepassen van een geotextiel als bindmiddel van het menggranulaat onder de klinkers doorgaans een reductie verkregen kan worden van 5% tot 10%.
5.4
Prognosemodel CUR 166
5.4.1
Uitgangspunten
In de bijlage “Toelichting Modellering Trillingen” wordt nader ingegaan op de theoretische achtergrond omtrent een modellering van trillingen. De prognoses methodiek uit het handboek CUR 166 “Damwandconstructies” bevat bronwaarden als input voor het model, waarbij een tweetal modules gelden (module heien en module trillen). De bronwaarden gelden voor een standaard grondprofiel van Nederland. Door de grondcondities van de projectlocatie te relateren aan een van de standaardprofielen wordt rekening gehouden met lokale omstandigheden. Omdat de karakteristieken van de trilling als gevolg van een voertuigpassage vergelijkbaar is met die van een herhaald kortdurende trilling (hei-activiteit), is van het prognosemodel de module voor heien gehanteerd (geen module voor een continu trilling die voor trillen van damwanden geldt). Gezien de grondlagen opbouw is een grondprofiel “Rotterdam” van toepassing.
1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 40 van 49
Gemeente Westervoort
5.4.2
IJking en resultaten CUR166
Bij de meting zijn verschillende meetpunten op maaiveld en meetpunten aan de gevel / op vloeren ingericht. De afstand van de meetpunten is genoteerd. Door de meetresultaten versus de afstand te plotten, kunnen vervolgens de prognoselijnen geldig voor “grond” voor “aan de draagconstructie” en “vloeren” op de meetwaarden geijkt / gefit worden. In onderstaande figuren zijn een “best fit” van de prognose lijnen weergegeven. De meetwaarden (X, Y, Z) zijn per meetpunt weergegeven met puntjes/symbolen. Voor de grond geldt de dunne donkere lijn, de blauwe lijn geldt voor de draagconstructie en de gele lijn is geldig voor de vloeren. De dikke donkere lijn is de resultante, waarbij deze bij de gevel overgaat van “grond” naar “draagconstructie” om daarna over te gaan naar “vloeren”.
Tabel 5-5: Invoerparameters model CUR166, IJking, Dorpstraat 112 Omschrijving
Grondkar
Vrachtauto
Bronwaarde v5m “heien”
[mm/s]
0,040
0,028
Variatiecoefficient
[%]
0,4
0,4
[kNm]
2
2
[m-1]
0,08
0,08
[kNm]
0,6
0,7
[kNm]
2,0
2,0
“Energieniveau heiblok”
Dempingsconstante grond 1/α Factor grond --> draag 1) Factor draag --> vloer
1) Draag = draagconstructie dorp112, rijrichting beide, grond voertuig
grond 50%
grond 99%
draag 50%
draag 99%
vloer veff
vloer veff
resultaat
50%
95% of 99%
5,0
4,5
4,0
snelheden [mm/s]
3,5
3,0
2,5
2,0
1,5
1,0
0,5
0,0 0,0
5,0
10,0
15,0
afstand [m]
Figuur 5.1a:
Postdictie, Dorpstraat 112, Grondkar
1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 41 van 49
20,0
25,0
30,0
Gemeente Westervoort
dorp112, rijrichting beide, gem voertuig
grond 50%
draag 50%
grond 99%
draag 99%
vloer veff
vloer veff
resultaat
50%
95% of 99%
5,0
4,5
4,0
snelheden [mm/s]
3,5
3,0
2,5
2,0
1,5
1,0
0,5
0,0 0,0
5,0
10,0
15,0
20,0
25,0
30,0
afstand [m]
Figuur 5.2b:
Postdictie, Dorpstraat 112, vrachtauto
Tabel 5-6: Invoerparameters model CUR166, IJking, Hamerstraat 11 Grootheid
Eenheid
Waarde
Bronwaarde v5m “heien”
[mm/s]
0,024
Variatiecoefficient
[%]
0,3
[kNm]
2
[m-1]
0,04
[kNm]
0,7
[kNm]
2,4
“Energieniveau heiblok”
Dempingsconstante grond 1/α Factor grond --> draag 1) Factor draag --> vloer
1) Draag = draagconstructie hamer11, rijrichting beide, alle voertuigen
grond 50%
grond 99%
draag 50%
draag 99%
vloer veff
vloer veff
resultaat
50%
95% of 99%
3,0
snelheden [mm/s]
2,5
2,0
1,5
1,0
0,5
0,0 0,0
5,0
10,0
15,0
20,0
afstand [m]
Figuur 5.3:
Postdictie, Hamerstraat 11
1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 42 van 49
25,0
30,0
35,0
40,0
Gemeente Westervoort
5.5
Maatregel M3 Trillingscherm Uit de grafische CUR 166 weergave volgt dat bij passerend zwaar verkeer sprake is van een demping naar het pand (overdracht van grond naar gevel laat een afname zien) en dat intern in het pand een opslingering optreed (overdracht van gevel naar vloer laat een toename zien). Geconcludeerd kan worden dat de bebouwing gevoelig is voor trillingen, enige aanstoot aan de gevel leidt al tot voelbare trillingen op de vloer. De werking van een trillingscherm is gebaseerd op reflectie / refractie van een trillingsgolf. Van invloed zijn de karakteristieken van de inkomende trilling (amplitude en frequentie), de locatie van het scherm in relatie tot de golflengte en de dimensies ervan (dikte en diepte). In onderstaande figuur is het principe weergegeven.
Figuur 5.3:
Principe trillingscherm
In onderstaande tabel zijn de analyses resultaten voor een mogelijk trillingsscherm weergegeven. Tabel 5-6: Maatregel M3, trillingscherm Dorpstraat 112 Vrachtauto / grondkar
Hamerstraat 11 vrachtauto
Benodigde reductie (SBR B, A1) (o.b.v. metingen tabel 4.9)
[%]
20% tot 35%
45% tot 55%
Gemeten frequenties
[Hz]
10 – 15 / 10 – 22,5
Circa 10
[m]
2,5
2,5
[m x m]
0,15 x 1,25
0,20 x 1,35
[%]
45% tot 55%
65% tot 75%
Afstand bron tot scherm (locatie naast weg) Afmetingen PS scherm (dikte en hoogte)
Reductie (verwachting))
1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 43 van 49
Gemeente Westervoort
6.
Conclusies en aanbevelingen Opdrachtverstrekking In opdracht van Gemeente Westervoort te Westervoort heeft Fugro Land NL een trillingenonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek heeft bestaan uit bemande trillingsmetingen (uitgevoerd op 6 mei 2020, inzet versnellingenmeetsysteem) en een advies ten aanzien van trillingen als gevolg van passerend verkeer. In een eerder van het project zijn door derden onbemande trillingsmetingen uitgevoerd (periode april 2017 en november 2017), waarbij automatisch registrerende systemen zijn ingezet. Situatie Na oplevering van de renoveerde Dorpstraat te Westervoort zijn bij de gemeente klachten gemeld over voelbare trillingen. Met een aanvullende meting, uitgevoerd op 6 mei 2020) heeft een door de gemeente ter beschikking gestelde vrachtauto en grondkar de meetopstellingen diverse keren beladen en onbeladen gepasseerd. De bemande trillingsmetingen zijn uitgevoerd bij woningen Dorpstraat 112 en Hamerstraat 11, waarbij naast meetpunten op maaiveld tussen de weg en de woning, meetpunten aan de draagconstructie (SBR A) en op een vloer (SBR B) zijn geplaatst. Belendingen De (vrijstaande) woningen aan de Dorpstraat / Hamerstraat zijn opgetrokken uit
metselwerk. Een groot deel van de bebouwing beslaat 2 bouwlagen, waarbij houten vloeren zijn toegepast (verwachting). De afstand van de woningen varieert van circa 10 m tot 15 m. Wegsituatie Voor de weg geldt het volgende (situatie 2016): • Wegdek beton straatstenen klinkers in goede staat, kolken /(blinde) putdeksels in rijbaan, enkele (lokale) verzakkingen • Fundering zand met menggranulaat (dikte circa 30 cm); • Maximale rijsnelheid 50 km/uur Toetsingskader
Van toepassing zijn richtlijn SBR A 2017 “Schade aan bouwwerken” en richtlijn SBR B “Hinder
voor personen”. Conform SBR A, zijn de woningen aan de Dorpstraat / Hamerstraat
ingedeeld in categorie 2, waarbij deze als niet bouwkundig gevoelig zijn aangemerkt
(ondanks de aanzienlijke ouderdom van enkele woningen). Er is geen sprake van een
monumentale status. Conform SBR B, zijn voor de woningen de functie wonen en een bestaande situatie van toepassing.
1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 44 van 49
Gemeente Westervoort
Meetresultaten en reductiepercentages De benodigde reductiepercentages volgend uit een vergelijking tussen de meetresultaten van de meetpunten aan de draagconstructie c.q. op de vloer, met de grens- en streefwaarden. Met een postdictie (model CUR 166) zijn de opslinger (of demping) factoren bepaald. In onderstaande tabel is o.a. een samenvatting van de meetresultaten opgenomen. Tabel 6.1: Samenvatting reductiepercentages en opslingeringsfactoren Locatie
Meetresultaat aan de draagconstructie Meetresultaat op de vloer SBR A, Grenswaarde / reductie 1)
SBR B, Streefwaarde A1 / reductie 1) Opslingeringsfactor - van grond naar draagconstructie - van draagconstructie naar vloer 1)
Dorpstraat 112
Hamerstraat 11
MP 4 / 0,6 – 1,1 mm/s MP 4 / 0,6 – 1,1 mm/s MP 5 / 0,6 – 1,15 mm/s MP 5 / 0,6 – 0,8 mm/s
MP 9 / 0,70 – 0,85 mm/s
0,48 mm/s – 30% tot 35%
0,48 mm/s – 45% tot 55%
60% / 70% 200%
70% 240%
MP 10 / 1,0 – 1,35 mm/s
2,1 mm/s – n.v.t.
2,1 mm/s – n.v.t.
Om te kunnen voldoen aan de grenswaarde (SBR A) en / of streefwaarde A1 (SBR B)
Conclusies en beoordeling meetresultaten In onderstaande tabel (=tabel 4.10) is een samenvatting opgenomen van de beoordelingen voor het meetpunt aan de gevel (SBR A) en voor het meetpunt op de vloer (SBR B). Tabel 4-10: Beoordeling op schade SBR A en hinderbeleving SBR B Locatie Dorpstraat 112, vrachtauto Dorpstraat 112, grondkar Hamerstraat 11 1)
2) 3) 4)
SBR A
indeling 1)
Cat. 2, NBS Cat. 2, NBS Cat. 2, NBS
risico 2) 4) GR GR GR
indeling 1) B, W B, W B, W
SBR B 1)
risico 3) 4)
MH, A3, ST MH, A3, N MH, A3, SP
SBR A, BS – bouwkundige staat (N – niet) SBR B, B = bestaande situatie, N = nieuwe situatie SBR B, W = wonen, K = kantoor GR = geen risico, R = risico, RZG = risico zeer groot WH = weinig hinder (net voelbaar), MH = matige hinder (= voelbaar), H = hinder (goed voelbaar) SP = sporadisch, ST = structureel, N = net, F = fors
(SBR A): Omdat de verhoogde waarden aan de gevel dusdanig zijn dat deze onder de grenswaarde liggen, wordt geconcludeerd dat het passerende (zwaar)verkeer niet tot risico op constructieve schade heeft geleid (= aanvaardbaar klein). (SBR B): Omdat de verhoogde waarden op de vloer dusdanig zijn dat deze (ruim) boven streefwaarde A1 overschrijden, maar niet streefwaarde A2, is de hinderbeleving afhankelijk van het aantal maal dat de trilling zich voordoet. Gezien het aantal passages per beoordelingsperiode en mede gezien de gemeten grootte van de effectieve waarde (veff,max), is hinderbeleving aan de orde (kan niet uitgesloten worden). De trillingen zijn voelbaar tot goed voelbaar. 1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 45 van 49
Gemeente Westervoort
In onderlinge vergelijking (Dorpstraat 112, vrachtauto en grondkar, met Hamerstraat 11, vrachtauto), wordt geconcludeerd dat de situatie met een vrachtauto maatgevend is, waarbij de trillingen bij Hamerstraat 11 meer gevoeld worden dan bij op Dorpstraat 112. Reducerende maatregelen en prognosemodellen Trillingen kunnen gereduceerd worden door aanpassen bij de trillingsbron (het verkeer zelf of wegconstructie), door aanpassen / doorbreken van de transmissie (de wegverharding en / of in de ondergrond, met een trillingsscherm) of door aanpassen bij de ontvanger (de woning). Maatregelen bij de ontvanger zouden genomen kunnen worden, echter in dit geval worden deze als niet toepasbaar geacht. Om het effect van mogelijke trillingsreducerende maatregelen bij de bron te analyseren is het door TNO ontwikkelde rekenprogramma VP-drempel gehanteerd. Voor de maatregel Trillingsscherm in het medium is de o.a. prognosesystematiek zoals deze is opgenomen in CUR 166 “Damwandconstructies” gehanteerd. De meetresultaten zijn ter ijking van de modellen gehanteerd. Effect beschouwde trillingsreducrende maatregelen In onderstaande tabel is het effect van een maatregel (of combinatie ervan) opgenomen.’ Tabel 6-2: samenvatting berekende reductiepercentages maatregelen Nr
Maatregel
Methode
Dorpstraat 112
Hamerstraat 11
Van 50 km/uur naar 30 km/uur Putdeksels / oneffenheden
30% -
5% -
Circa 2,5 m opschuiven1)
10%
5%
Van goed naar zeer goed
5%
10%
Bij de bron • Snelheidsreductie • Geometrie “drempel / plateau”
B1 B4
In het medium M1 M2 M2.2
M3 1)
• Afstand vergroten • Wegconstructie aanpassen o Wegvlakheid
• Trillingscherm
Combinatie van maatregelen
25% tot 30%
5% tot 10%
Polystyreenscherm naast de weg dimensies [m x m]
45% tot 55% 0,15 x 1,25 m
65% tot 75% 0,20 x 1,35 m
Effect van de maatregel is beschouwd, onafhankelijk of het toepasbaar is
Advies Ten aanzien van het aspect trillingen is geconcludeerd dat er geen risico op constructieve schade aanwezig is en dat hinderbeleving aan de orde is (kan niet uitgesloten worden). Op beide adressen zijn de trillingen goed voelbaar. Met het minimaliseren op hinder wordt impliciet het risico op schade geminimaliseerd. Om het risico op hinderbeleving (en schade) in de toekomst te minimaliseren, zouden de volgende trillingsreducerende maatregelen overwogen kunnen worden (in afnemend effect): 1. M3 Trillingsscherm direct naast de weg aanbrengen. 2. (B1) Een rijsnelheidsbeperking opleggen van 30 km/uur i.p.v. 50 km/uur. 3. B4 Aanstoot “verkeersplateau’s” verminderen, d.i. putdeksels/overgangen. 4. (M2.2) De wegvlakheid verhogen door de klinkerbestrating in zeer goede conditie te houden. 5. Een combinatie van de opties is mogelijk. 1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 46 van 49
Gemeente Westervoort
De verwachting is dat met het toepassen van de enkele maatregel zoals een trillingscherm, dat dat afdoende is om geen overschrijdingen van streefwaarde A1 meer te krijgen. De verwachting is dat indien de combinatie van maatregelen B4 (aanstoot verminderen), in mindere mate in combinatie met B1 (rijsnelheidsverlaging) niet resulteert in een afdoende reductie van de trillingen. Kolken Momenteel zijn in de kant van de weg een goot met inlaatdeksels aanwezig (onderstaande figuren). Op moment dat het verkeer drukker wordt, wordt meer aan de zijkant van de weg gereden en worden deze kolken “aangereden”. Daarmee is er een grote aanstoot voor trillingen.
Figuur 6-1:
Kolken in rijbaan
In vermindering van deze aanstoot is te verkrijgen door de putdeksels deels in de stoepband te verwerken (voorbeeld in onderstaande figuur).
Figuur 6-2:
Kolk deels in stoepband
1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 47 van 49
Gemeente Westervoort
Situatie nabij Hamerstraat 11 Tijdens de meting uitgevoerd op 6 mei 2020 op locatie Hamerstraat 11 is gebleken dat door de aanstoot van de overgang asfalt naar klinkers (en v.v.) dat inpandig een grote opslingering van trillingen waarneembaar is.
Figuur 6.1:
Overgang nabij Hamerstraat 11
Bij nadere beschouwing van de overgang, zijn hoogteverschillen en (lichte) spoorvorming zichtbaar. Geadviseerd wordt de overgang aan te passen, waarbij: • De overgang niet haaks, maar diagonaal (of in V-vorm) wordt aangebracht; • Ervoor gezorgd wordt dat geen hoogteverschillen aanwezig zijn; • De doorgang vernauwen, psychologisch wordt automatisch afgeremd als de doorgang nauw is. Omdat de rijsnelheid dan lager is, is de aanstoot eveneens lager. Opmerking ten aanzien van rijsnelheid en discomfort Het toepassen van drempels / plateaus heeft als doel de rijsnelheid te verlagen, nadeel is dat trillingen daarbij geïntroduceerd worden. Met een uitvoering waarbij de drempel niet haaks/recht in de weg wordt aangelegd maar onder een hoek (aanrijhoek) wordt verwacht dat het passeren dusdanig veel discomfort teweeg brengt dat automatisch minder snel gereden wordt. Een haakse overgang van klinkers naar asfalt (of vice versa) is doorgaans eveneens een aanstoot bron. Door de naad niet haaks maar onder een hoek aan te brengen wordt de aanstoot (of: reeks aanstoten) verdeeld en daarmee de introductie van trillingen eveneens. Monitoring trillingen Geadviseerd wordt nadat de maatregelen zijn doorgevoerd een herhaling van de trillingsmetingen uit te (laten) voeren.
De trillingsmetingen geven vernieuwd inzicht in de 1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 48 van 49
Gemeente Westervoort
optredende trillingsintensiteiten. Met de trillingsmeetresultaten is het verkregen reducerende effect nader te bepalen.
1020-0016-000/ASN.24-07-2020 Trillingsmeting Dorpstraat/Hamerstraat te Westervoort Pagina 49 van 49
Gemeente Westervoort
Bijlagen
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
A. Toelichting modellering trillingen Modellering conform CUR 166
De modellering en het opstellen van de trillingsrisicoanalyse vindt plaats op basis van
CUR - publicatie 166 ‘Damwandconstructies’’. In genoemde CUR - publicatie wordt onderscheid gemaakt in verschillende bodemkarakteristieken en verschillende palen en planken alsmede de verschillende wijzen van inbrengen.
Wanneer een paal of plank in een grondmassief doordringt, veroorzaakt deze langs en aan de
onderzijde van de paal plastische en elastische vervormingen. Door de snelle introductie van deze vervormingen ontstaan golfverschijnselen in de grond. De plastische golfverschijnselen blijven beperkt tot een gebied rondom de paal/plankpunt met een doorsnede van ongeveer 1,5 tot 2,5 maal de equivalente paal/plankdiameter.
Voor de trillingen in de omgeving zijn alleen de elastische golven van belang. Wanneer de
paal/plank enige meters diep in de grond is doorgedrongen, ontstaan trillingsgolven die zich in
alle richtingen (kunnen) voortplanten. Komen deze golven aan de oppervlakte, bij een laagover-
gang of bij een bouwwerk, dan vindt hier reflectie en omzetting van de trillingsgolven plaats,
zodat een interferentiepatroon van bodembewegingen ontstaat. Gezien de complexiteit van dit interferentiepatroon kan de bodembeweging slechts in benaderende zin beschreven worden.
De factoren die invloed hebben op de intensiteit van de trillingen die door installatie van de palen / planken aan de bodem worden afgegeven zijn: • • •
eigenschappen van de ondergrond; afmetingen van de paal/plank;
energie / slagkracht die nodig is om de paal / plank op diepte te krijgen.
Bronsterkte
CUR 166 hanteert voor Nederland enkele karakteristieke bodemprofielen. Voor deze
karakteristieke bodemprofielen is voor de verschillende wijzen van inbrengen van palen en planken, een bronintensiteit gegeven op een referentie afstand van 5 m tot de bron. De
bronsterkten zijn gerelateerd aan een lognormaal verdeling. In de analyse wordt gebruik gemaakt van een normale verdeling. Op basis van praktijkervaringen, waarbij prognoses met metingen
vergeleken zijn, is gebleken dat prognose waarden, waarbij een normale verdeling is gehanteerd, beter aansluit op de meetwaarden.
Voor de karakteristieke bodemprofielen zijn indicatiewaarden gegeven voor de demping, de
referentiesnelheid (u0) op 5 m en de variatiecoëfficiënt van de trillingsbron voor het in- en uitrillen
van damwandplanken of het heien van stalen buispalen. Voor de meeste situaties zijn geen indicatiewaarden gegeven en dient de referentiesnelheid geschat te worden. Voor het
trillingsniveau zijn het noodzakelijke inheiniveau en de grondopbouw van grotere invloed dan het paal/planktype of –lengte. Deze factoren worden in rekening gebracht.
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
Bepaling bronsterkte heien
De referentie trillingsintensiteit wordt bepaald met een empirische formule, welke afhankelijk is van het vermogen van het heiblok: waarin:
𝑉𝑉𝑜𝑜,(𝑥𝑥=5𝑚𝑚)=𝑢𝑢
0 ∙ �ψ ∗𝐸𝐸
v0(x=5m)
=
trillingsnelheid op referentieafstand van 5 meter
[mm/s];
E
=
inhei-energieniveau
[Nm];
u0
ψ
= =
referentie trillingsnelheid stootrendement
[mm/s]; [-].
Op basis van deze relatie is de bronsterkte van de trillingssnelheid bepaald. Bepaling bronsterkte trillen
De bronsterkte van het intrillen van stalen damwandelementen wordt bepaald met de volgende empirische relatie: waarin:
𝑣𝑣0(𝑥𝑥=5𝑚𝑚)= 𝑢𝑢0+0,002(𝐹𝐹−350)
v0
= bronsterkte van de trillingsintensiteit op 5 m afstand van de bron
[mm/s];
F
= slagkracht trilblok
[kN].
u0
= referentie trillingsnelheid op 5 m afstand
[mm/s];
Bij uittrillen wordt voor de referentiesnelheid op 5 m afstand 1,5 maal de waarde voor intrillen
gehanteerd.
Trillingsoverdracht in de ondergrond
Tijdens de installatie van de palen / planken wordt de omringende grond in beweging gebracht.
Hierdoor ontstaan trillingen. Deze trillingen planten zich als golven door de ondergrond voort. Te onderscheiden zijn compressie-, afschuif- en Rayleigh-golven.
Bij compressiegolven (drukgolven) bewegen de gronddeeltjes zich in dezelfde richting als de
voortplantingsrichting van de drukgolf. Ten gevolge van de afschuifgolf worden de gronddeeltjes zijdelings bewogen, loodrecht op de voortplantingsrichting van de golf. Aangezien zowel de
compressie- als afschuifgolven zich bolvormig voortplanten wordt de trillingsenergie over een steeds groter volume verdeeld en zal dus vrij snel afnemen.
Ten gevolge van de afschuifgolven en compressiegolven aan het maaiveld ontstaan zogenaamde oppervlaktegolven (Rayleigh-golven). Deze golven nemen het grootste deel van de totale
trillingsenergie op en kenmerken zich door een geringe dieptewerking, waardoor deze golven op grotere afstand van de bron nog steeds een behoorlijke trillingssterkte kunnen bezitten.
De afname van de amplitude van de golven wordt veroorzaakt door geometrische demping.
Tevens vertoont de grond door inwendige wrijving een dissipatief gedrag (energieverlies) bij
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
vervormingen, wat materiaaldemping wordt genoemd. Dit energieverlies wordt gemodelleerd door hysteretische demping.
Indien de geometrische verzwakking en de materiaaldemping worden samengenomen kan met
onderstaande relatie de amplitude van een trilling op een afstand x van de bron bepaald worden: 𝑥𝑥0 𝑣𝑣(𝑥𝑥) = 𝑣𝑣0 � 𝑒𝑒 −𝑎𝑎(𝑥𝑥−𝑥𝑥0 ) 𝑥𝑥 waarin: v(x) v0
= trillingssnelheid op afstand x van de bron
[mm/s];
= afstand tot de bron
[m];
x0
= referentieafstand van 5 m tot de bron
α
= karakteristieke dempingsconstante ten gevolge van materiaaldemping
x
[mm/s];
= bronsterkte van de trillingsintensiteit op 5 m afstand van de bron
[m];
[m-1].
Verwijzend naar CUR-166 wordt in de tabellen een indicatieve waarde voor de dempingsconstante α gepresenteerd van 0,00 à 0,03 m-1. Afhankelijk van de grootte van de golfsnelheden (oppervlakte
golf) is een nadere indicatie voor de karakteristieke bodemdemping α te bepalen met: 2 ∙ 𝜋𝜋 ∙ 𝑓𝑓 ∙ ζ 𝑎𝑎 = 𝑐𝑐 waarin: f
=
dominante frequentie
[Hz];
=
voortplantingssnelheid van de trilling in de bodem
[m/s].
=
ζ C
dempingsmaat als functie van de vervormingshoek
[-];
Ter indicatie zijn in CUR 166 voor zand snelheden van 100 tot 200 m/s, voor klei snelheden van 50 tot 100 m/s en voor veen snelheden van 75 tot 125 m/s aangegeven. Trillingsoverdracht naar bebouwing
De optredende trillingen in de ondergrond worden overgedragen naar de fundering van de nabij gelegen gebouwen. De overdracht vindt plaats op verschillende manieren, zoals: • •
overdracht van de trillingen in het zandpakket via de fundering;
overdracht van de oppervlaktegolven direct onder het maaiveld op de funderingsconstructie.
Bij de overdracht van trillingen van de bodem naar de funderingselementen en de
draagconstructie treedt een zekere mate van demping op. Voor de overdrachtsfunctie van de trillingsintensiteit van de ondergrond naar de fundering en draagconstructie is een schatting gemaakt, gebaseerd op CUR 166. Trillingsoverdracht naar vloeren
Voor het bepalen van de hinderbeleving en bij beoordeling van trillingsgevoelige apparatuur zijn de trillingsintensiteiten op de vloeren van belang. Bij de overdracht van de trillingsintensiteit aan de draagconstructie naar die op vloeren en ondersteunende onderdelen treedt enig opslinger effect op. Het opslinger effect wordt met factoren in rekening gebracht. De maximale trillingsintensiteit in het midden van de vloer volgt door de trillingsintensiteit aan de Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
draagconstructie te vermenigvuldigen met dynamische vergrotingsfactoren Cfc. De
vergrotingsfactoren berusten grotendeels op praktijkervaringen.
Bij trillingshinder zijn de maximale voortschrijdende effectieve waarde (veff,max) en de, per 30 sec, periodieke waarde (vper) op vloeren van belang.
Bepaling veff,max
De maximale effectieve waarde van de trillingssnelheden op de vloeren wordt bepaald voor de toetsingsprocedure voor hinder voor personen in gebouwen. De effectieve waarde van de
trillingssnelheid is dimensieloos. De waarde wordt bepaald door een omrekening van de maximale trillingssnelheid naar een gewogen momentane waarde voor de trillingssnelheid. Uit de gewogen momentane waarde kan de voortschrijdende effectieve waarde worden bepaald.
Binnen de gegeven beoordelingsperiode, dag, avond of nacht, is de maximale waarde veff,max te bepalen als het maximum van de grootste effectieve waarden in de betreffende
beoordelingsperiode. CUR-166 geeft als richtlijn voor het uit te voeren procedé, dat: 𝑣𝑣𝑒𝑒𝑒𝑒𝑒𝑒, 𝑚𝑚𝑎𝑎𝑎𝑎 [−]= (0,42 à 0,64) 𝑥𝑥 𝑣𝑣𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝 [𝑚𝑚𝑚𝑚/𝑠𝑠]
In geval van trillen van damwanden (continue trillingen) geldt een factor van 0,64. In geval van
heien van palen (of passages van verkeer) geldt een factor van 0,42. Bij hinderbeleving is eerder
het meest waarschijnlijke trillingsniveau (50% waarde) van toepassing dan de incidentele extreme waarde. Derhalve wordt de factor bij de verwachtingswaarden gebruikt. Bepaling vper
De effectieve waarde, vper, van de maxima veff,max, wordt bepaald over het aantal tijds-intervallen
van 30 seconden binnen een beoordelingsperiode, dag, avond of nacht [ - ]. Uit gegeven aantallen per tijdsinterval en de maxima veff,max, voor ieder tijdsinterval van 30 sec wordt vper bepaald volgens:
waarin: N
𝑣𝑣 =
Bijlage 1020-0016-000/ASN
𝑛𝑛
2 � 𝑣𝑣𝑒𝑒𝑒𝑒𝑒𝑒,𝑚𝑚𝑚𝑚𝑚𝑚,30,𝑖𝑖
1 𝑝𝑝𝑒𝑒𝑒𝑒= � ∙ 𝑁𝑁 𝑖𝑖=1
aantal tijdsintervallen van 30 seconden, waarin gemeten is binnen een beoordelingsperiode [-]
Gemeente Westervoort
B. Toelichting SBR - Toetsingskader Inleiding In Nederland worden trillingen getoetst aan de grenswaarden uit de SBR richtlijnen uit september 2006 / december 2017, uitgegeven door Stichting Bouw Research, Rotterdam. De Raad van State erkent de richtlijnen als uitgangspunt voor jurisprudentie. In totaal zijn er 3 SBR - richtlijnen, namelijk: • richtlijn A 2017: ‘Schade aan bouwwerken; • richtlijn B 2006: ‘Hinder voor personen in gebouwen’; • richtlijn C 2006: ‘Storing aan apparatuur’. Afhankelijk van de constructieve staat, funderingswijze en ouderdom van de bebouwing, karakteristieken van de trillingsgevoelige apparatuur en de afstand tot de werkzaamheden, bestaat in het algemeen de mogelijkheid dat de trillingen kunnen leiden tot: schade aan de draagconstructie van gebouwen; • hinder voor personen in gebouwen; • storing aan trillingsgevoelige apparatuur; • zettingsschade door verdichting van losgepakt zand. Grenswaarden conform SBR richtlijn A De hoogte van de grenswaarden waarbij volgens de SBR richtlijn A de kans op schade aanvaardbaar klein is (minder dan 1%), is afhankelijk van: • type trillingsbron; • constructiewijze van de gebouwen; • funderingswijze van de gebouwen.
Type trillingsbron In SBR richtlijn A wordt onderscheid gemaakt in trillingsbronnen, die incidenteel voorkomende kortdurende trillingen veroorzaken, herhaald kortdurende trillingen veroorzaken of continue trillingen veroorzaken. Het heien van palen wordt beschouwd als een trillingsbron die herhaald kortdurend trillingen veroorzaakt, waarbij resonanties en/of vermoeiingseffecten in onderdelen van een bouwwerk kunnen optreden. Het in en uittrillen van damwandplanken wordt beschouwd als een trillingsbron die continue trillingen veroorzaakt, waarbij resonanties en/of vermoeiingseffecten in onderdelen van een bouwwerk kunnen optreden. Afhankelijk van de funderingswijze van de belending wordt een partiele veiligheidfactor γt voor het type trillingsbron in rekening gebracht (conform onderstaande tabel).
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
Tabel B 1: partiele veiligheidsfactoren φt type trillingsbron Type bron
Fundering op palen
Fundering trillingsgevoelig
Kortdurend
1,0
1,0
Herhaald kortdurend
1,5
1,6
Continue
2,5
2,0
Constructiewijze van gebouwen (categorie indeling) In SBR richtlijn A wordt onderscheid gemaakt in de constructiewijze en in de staat van het bouwwerk. De onderstaande indeling in categorieën van bouwwerken en van onderdelen daarvan wordt aangehouden: • categorie 1: in goede staat verkerende onderdelen van de draagconstructie van een gebouw, indien deze bestaan uit gewapend beton of hout; • categorie 2: in goede staat verkerende onderdelen van de draagconstructie van een gebouw, indien deze bestaan uit metselwerk of uit brosse steenachtige materialen; Opgemerkt wordt dat door middel van partiële factoren de bouwkundige staat / monumentale status in rekening gebracht wordt (oude categorie 3). De bijlage “Checklist bouwkundige staat” opgenomen in SBR A geeft een handvat ter bepalen of een object bouwkundig gevoelig is. Afhankelijk van de bouwkundige staat / monumentale status wordt een partiele veiligheidsfactor γs in rekening gebracht van 1,0 dan wel 1,7. Funderingswijze SBR-richtlijn A maakt onderscheid in trillingsgevoelige en niet-trillingsgevoelige funderingen. Funderingen op staal worden over het algemeen als trillingsgevoelig aangemerkt waarbij rekening dient te worden gehouden met schade door (ongelijkmatige) zettingen.
Bij trillingsgevoelige funderingen geldt een extra grenswaarde bepaald conform Vkar =10*(1+(8H)/7) waarbij H de dikte van het zandpakket is onder de fundering. Bij laagdikten kleiner dan 1 m geldt voor de karakteristieke waarde een maximum van 20 mm/s, bij laagdikten groter dan 8 m geldt een minimum van 10 mm/s. Rekenwaarde van de grenswaarde De rekenwaarde van de grenswaarde wordt bepaald volgens onderstaande relatie:
waarin:
𝑉𝑉𝑟𝑟 =
𝑉𝑉𝑘𝑘𝑘𝑘𝑘𝑘 𝛾𝛾𝑡𝑡 ∗ 𝛾𝛾𝑠𝑠
Vr
=
rekenwaarde van de grenswaarde
Vkar
=
karakteristieke waarde van de grenswaarde
[mm/s];
γt
=
partiële veiligheidsfactor type trillingsbron
[-].
γs
=
partiële veiligheidsfactor bouwkundige staat / monumentale status
[-].
Bijlage 1020-0016-000/ASN
[mm/s];
Gemeente Westervoort
Veiligheidsfactoren type bron en bouwkundige staat Voor de afleiding van de grenswaarde zijn de in onderstaande tabel vermelde factoren van toepassing. Opgemerkt wordt dat door middel van partiële factoren een gevoelige bouwkundige staat / monumentale status in rekening gebracht wordt (voorheen categorie 3). Rekenwaarde gemeten topsnelheid SBR Richtlijn A maakt onderscheid tussen een indicatieve, een beperkte en een uitgebreide meting. Afhankelijk van de soort meting dient de meetwaarde vermenigvuldigd te worden met een partiële veiligheidsfactor volgens onderstaande tabel. Inleiding In Nederland worden trillingen getoetst aan de grenswaarden uit de SBR richtlijnen uit september 2006 / december 2017, uitgegeven door Stichting Bouw Research, Rotterdam. De Raad van State erkent de richtlijnen als uitgangspunt voor jurisprudentie. In totaal zijn er 3 SBR - richtlijnen, namelijk: • richtlijn A 2017: ‘Schade aan bouwwerken; • richtlijn B 2006: ‘Hinder voor personen in gebouwen’; • richtlijn C 2006: ‘Storing aan apparatuur’.
Afhankelijk van de constructieve staat, funderingswijze en ouderdom van de bebouwing, karakteristieken van de trillingsgevoelige apparatuur en de afstand tot de werkzaamheden, bestaat in het algemeen de mogelijkheid dat de trillingen kunnen leiden tot: • schade aan de draagconstructie van gebouwen; • hinder voor personen in gebouwen; • storing aan trillingsgevoelige apparatuur; • zettingsschade door verdichting van losgepakt zand. Tabel B.1: Veiligheidsfactoren ter bepaling van de grenswaarde Type trillingsbron
funderingstype Op palen
Op staal
Type trillingsbron
Herhaald kortdurend
1,5
1,6
Type trillingsbron
continue
2,5
2,0
Bouwkundige staat en / of monumentale status 1)
Normaal
1,0
1,0
Gevoelig
1,7
1,7
Vkar = 10 Cd
nvt
1,0 tot 2,02)
Bouwkundige staat en / of monumentale status 1) Verdichtingsgevoelige ondergrond 1
in geval van EN een monumentale status EN in “gevoelige staat”, wordt 1x de factor gehanteerd (niet 1,7 *1,7) 2 afhankelijk van dikte laag
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
Grenswaarden conform SBR richtlijn A De hoogte van de grenswaarden waarbij volgens de SBR richtlijn A de kans op schade aanvaardbaar klein is (minder dan 1%), is afhankelijk van: • type trillingsbron; • constructiewijze van de gebouwen; • funderingswijze van de gebouwen. Type trillingsbron In SBR richtlijn A wordt onderscheid gemaakt in trillingsbronnen, die incidenteel voorkomende kortdurende trillingen veroorzaken, herhaald kortdurende trillingen veroorzaken of continue trillingen veroorzaken. Het heien van palen wordt beschouwd als een trillingsbron die herhaald kortdurend trillingen veroorzaakt, waarbij resonanties en/of vermoeiingseffecten in onderdelen van een bouwwerk kunnen optreden. Het in en uittrillen van damwandplanken wordt beschouwd als een trillingsbron die continue trillingen veroorzaakt, waarbij resonanties en/of vermoeiingseffecten in onderdelen van een bouwwerk kunnen optreden. Afhankelijk van de funderingswijze van de belending wordt een partiele veiligheidfactor γt voor het type trillingsbron in rekening gebracht (conform onderstaande tabel). Tabel B-2: Partiele veiligheidsfactoren γs type meting Soort meting
Factor
Omschrijving meting
Indicatief
1,6
1 meetpunt (x, y, z) aan draagconstructie
Beperkt
1,4
Uitgebreid
1,0
2 meetpunten (x,y,z en x, y) aan draagconstructie en circa 10 m boven mp aan draagconstructie Meerdere meetpunten in stijve punten van constructie
Dominante frequentie Voor de toe te passen rekenwaarde van de grenswaarde is de dominante frequentie van de trilling een maatgevende factor. Op basis van meetwaarden (praktijkervaring) gelden: • heien van prefab betonpalen 10 Hz tot 15 Hz • heien van vibro palen 20 Hz tot 25 Hz • inwendig geheide buispalen 5 Hz tot 15 Hz • hoog frequent trillen van damwandplanken 30 tot 40 Hz • laag frequent trillen van damwandplanken 20 tot 25 Hz • sloopwerkzaamheden (snelslaghamer) 20 Hz tot 25 Hz. • Passages van verkeer 5 Hz tot 15 Hz; • Passages van railverkeer 10 Hz tot 20 Hz
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
Grenswaarde SBR A In onderstaande tabellen zijn, voor objecten gefundeerd op palen, de rekenwaarden van de grenswaarden opgenomen. Tabel B.3A: Grenswaarden [mm/s], object gefundeerd op palen, bouwkundig ongevoelig Dominante frequentie
Karakteristieke waarden
Partiële veiligheidsfactor
Rekenwaarde grenswaarde trillingssnelheid 2)
Freq.
Cat. 1
Cat. 2
TB 1)
BS 1)
TM 1)
Cat. 1
Cat. 2
[Hz]
[mm/s]
[m/s]
[-]
[-]
[-]
[mm/s]
[mm/s]
10
20.0
5,0
1,5
1,0
1,0 / 1,6
13,3 / 8,3
3,3 / 2,1
20
25,0
7,5
1,5
1,0
1,0 / 1,6
16,7 / 10,4
5,0 / 3,1
15 25 30 35 40
22,5
6,3
27,5
1,5
8,8
30,0
1,5
10,0
32,5 1
1,0 / 1,6
1,0
2,5
12,5
1,0 / 1,6
1,0
2,5
11,3
35,0
1,0
1,0 / 1,6
1,0
2,5
1,0 / 1,6
1,0
1,0 / 1,6
15,0 / 9,4
18,3 / 11,5 12,0 / 7,5 13,0 / 8,1 14,0 / 8,8
4,2 / 2,6 5,8 / 3,6
4,0 / 2,5 4,5 / 2,8 5,0 / 3,1
TB = Type trillingsbron, BS = Bouwkundige staat, TM = type meting 2 excl./incl. partiële veiligheidsfactor soort meting.
Tabel B.3B: Grenswaarden [mm/s], object gefundeerd op palen, bouwkundig gevoelig Dominante frequentie
Karakteristieke waarden
Partiële veiligheidsfactor
Rekenwaarde grenswaarde trillingssnelheid 2)
Freq.
Cat. 1
Cat. 2
TB 1)
BS 1)
TM 1)
Cat. 1
Cat. 2
[Hz]
[mm/s]
[mm/s]
[-]
[-]
[-]
[mm/s]
[mm/s]
10
20,0
5,0
1,5
1,7
1,0 / 1,6
7,8 / 4,9
2,0 / 1,2
20
25,0
7,5
1,5
1,7
1,0 / 1,6
9,8 / 6,1
2,9 / 1,8
15 25 30 35 40
22,5
6,3
27,5
8,8
30,0
10,0
32,5
11,3
35,0
12,5 1
1,5 1,5 2,5 2,5 2,5
1,7 1,7 1,7 1,7 1,7
1,0 / 1,6 1,0 / 1,6 1,0 / 1,6 1,0 / 1,6
1,0 / 1,6
8,8 / 5,5 10,8 / 6,7 7,1 / 4,4 7,6 / 4,8 8,2 / 5,1
2,5 / 1,5 3,5 / 2,2
2,4 / 1,5 2,7 / 1,7 2,9 / 1,8
TB = Type trillingsbron, BS = Bouwkundige staat, TM = type meting 2 excl./incl. partiële veiligheidsfactor soort meting.
Voor objecten gefundeerd op staal (trillingsgevoelige fundering), zijn naast de rekenwaarde voor de versnelling van 1 m/s2 in de grond onder de fundering eveneens de rekenwaarden van de grenswaarden aan de draagconstructie zoals opgenomen in onderstaande tabel geldig. Deze zijn afhankelijk van de laagdikte van de trillingsgevoelige laag onder de fundering.
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
Tabel B.4: Grenswaarden [mm/s], object gefundeerd op staal Laagdikte
Karakteristieke waarden
Rekenwaarde grenswaarde trillingssnelheid 2)
Rekenwaarde grenswaarde trillingssnelheid 2)
Heien 2) (TB = 1,6)
Trillen 2) (BS = 2,0)
Heien 2) (TB = 1,6)
Trillen 2) (BS = 2,0)
BS = 1,0 TM = 1,0 / 1,6 1)
BS = 1,0 TM = 1,0 / 1,6 1)
BS = 1,7 TM = 1,0 / 1,6 1)
BS = 1,7 TM = 1,0 / 1,6 1)
[m]
[mm/s]
[mm/s]
[mm/s]
[mm/s]
[mm/s]
1
20,0
12,5 / 7,8
10,0 / 6,3
7,4 / 4,6
5,9 / 3,7
2
18,6
11,6 / 7,3
9,3 / 5,8
6,8 / 4,3
5,5 / 3,4
3
17,1
10,7 6,7
8,6 / 5,3
6,3 / 3,9
5,0 / 3,1
4
15,7
9,8 / 6,1
7,9 / 4,9
5,8 / 3,6
4,6 / 2,9
5
14,3
8,9 / 5,6
7,2 / 4,5
5,3 / 3,3
4,2 / 2,6
6
12,9
8,1 / 5,0
6,5 / 4,0
4,7 / 3,0
3,8 / 2,4
7
11,4
7,1 / 4,5
5,7 / 3,6
4,2 / 2,6
3,4 / 2,1
10,0
6,3 / 3,9
5,0 / 3,1
3,7 / 2,3
2,9 / 1,8
8 1
TB = Type trillingsbron, BS = Bouwkundige staat, TM = type meting 2 excl./incl. partiële veiligheidsfactor soort meting.
Hiaat SBR A richtlijn De SBR-richtlijnen doen geen uitspraak bij trillingsintensiteiten die lager zijn dan de gestelde grenswaarde en / of die veelvuldig voorkomen gedurende langere tijd (maanden tot jaren). Er is sprake van cosmetische schade die uiteindelijk tot constructieve schade kan leiden. Vanuit de praktijk is bekend dat schade (scheurvorming in metselwerk) ontstaat bij objecten die een langdurige trillingsbelasting (hebben) ondergaan. Dergelijke schade treedt eerder op bij objecten gefundeerd op staal dan bij objecten gefundeerd op palen. Streefwaarden conform SBR-richtlijn B Conform SBR richtlijn B is de streefwaarde afhankelijk van: • de functie van een ruimte in een gebouw; • de omstandigheden van de trillingsbron; • het tijdstip waarop de trilling voorkomt op de dag. Functie van een ruimte In SBR richtlijn B wordt onderscheid gemaakt in functies als gezondheidszorg, wonen, kantoor en onderwijs, bijeenkomstgebouwen (bv bioscoop) en kritische werkruimten (bv laboratoria). Omstandigheid van de trillingsbron In SBR richtlijn B wordt onderscheid gemaakt in trillingsbronnen, die continue voorkomen gedurende lange tijd (bv. machines), die herhaald voorkomen gedurende lange tijd (bv. railen wegverkeer), die continue of herhaald voorkomen gedurende een periode korter dan 3 maanden (bv bouw en sloopwerkzaamheden) en die incidenteel kortdurend voorkomen (bv. explosies).
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
Tijdstip van voorkomen op de dag In SBR richtlijn B wordt onderscheid gemaakt in een dag- (van 07:00 uur tot 19:00 uur), avond(van 19:00 uur tot 23:00 uur) en een nachtperiode (van 23:00 uur tot 07:00 uur). Streefwaarden De streefwaarden zijn erop gericht hinderbeleving te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Overschrijding van de streefwaarden dient aanleiding te zijn tot overleg tussen betrokken partijen. Er is geen sprake van harde grenzen. De streefwaarden worden aangegeven door de waarden A1, A2 en A3 en zijn dimensie loos. Er wordt voldaan aan de streefwaarden indien de maximale trillingswaarde in de ruimte gemeten op de vloer kleiner is dan A1, of indien voldaan wordt aan de maximale trillingswaarde in de ruimte op de vloer kleiner is dan A2 waarbij de waarde van de trillingssterkte over de beoordelingsperiode kleiner is dan A3.
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
C. Trillingstechnische vaktermen Trilling: Trillingstijd:
een periodieke beweging van een grootheid (verplaatsing, snelheid, versnelling) om een evenwichtsstand als functie van de tijd. de kleinste verschuiving in de tijd waarbij een periodieke tijdsfunctie met zichzelf samenvalt.
Topwaarde
de in absolute zin grootste afwijking van de momentane waarde van een grootheid ten opzichte van de gemiddelde waarde.
Frequentie
de reciproque van de trillingstijd.
Dominante frequentie:
de overheersende frequentie in dat deel van het signaal waar de topwaarde optreedt.
Verplaatsing:
een vectoriële grootheid die de verandering van een positie van een lichaam of van een punt aanduidt ten opzichte van een zekere referentie.
Snelheid:
een vectoriële grootheid die de tijdsafgeleide van de verplaatsing representeert.
Versnelling:
een vectoriële grootheid die de tijdsafgeleide van de snelheid representeert.
Trillingssterkte:
de sterkte van de trilling in relatie tot het van belang zijnde trillingseffect; in het geval van schade wordt onder de trillingssterkte verstaan de topwaarde van een trillingsgrootheid in combinatie met de dominante frequentie.
Draagconstructie:
het deel van een gebouw dat ervoor zorgt dat het gebouw als geheel en in het bijzonder de vloeren hun dragende functie kunnen blijven vervullen.
Grenswaarde schade:
waarde voor de toelaatbare trillingssterkte waarbij de kans op schade aan de draagconstructie (en overige onderdelen) van een bouwwerk aanvaardbaar klein is (minder dan 1%); schade kan de veiligheid en/ of levensduur van het bouwwerk beïnvloeden, of leiden tot een vermindering van de gebruikswaarde of de economische waarde van het bouwwerk.
Continue trilling:
een trilling die zodanige tijd continu aanwezig is, dat resonanties en/ of vermoeiingseffecten aan de draagconstructie van een bouwwerk kunnen optreden (bv. machines, intrillen damwanden).
Kortdurende trilling:
een door een stootvormige excitatie veroorzaakte trilling met een kortdurend, uitdempend karakter (bv. explosies, botsingen).
Herhaald kortdurende trilling:
een kortdurende trilling die meermalen voorkomt, steeds gescheiden door een tijdsinterval waarin een rustsituatie heerst, waarbij vermoeiingseffecten aan de draagconstructie van een bouwwerk kunnen optreden (bv. heiwerkzaamheden, wegen railverkeer).
Indicatieve meting:
meting waarbij slechts met één meetpunt ter plaatse van de begane grond trillingen worden gemeten (conform § 8.4.2.1 SBR-richtlijn A).
Beperkte meting:
meting waarbij met tenminste één meetpunt op de begane grond en met tenminste één meetpunt op de hoogste verdieping van het gebouw trillingen worden gemeten (conform § 8.4.2.2 SBR-richtlijn A).
Uitgebreide meting:
meting waarbij met een groot aantal meetpunten wordt gemeten, dit in aanvulling op de meetpunten volgens de beperkte meting (conform § 8.4.2.3 SBR-richtlijn A).
Beoordelingsperiode:
een tijdsinterval waarin een dag wordt verdeeld voor de toetsing van de trillingsterkte aan de streefwaarden in: dagperiode: van 7:00 tot 19:00; avondperiode: van 19:00 tot 23:00; nachtperiode: van 23:00 tot 7:00.
Effectieve trillingssnelheid:
voortschrijdende effectieve waarde van de gewogen momentane trillingsgrootheid.
Maximale effectieve trillingssnelheid:
grootste optredende waarde van de voortschrijdende effectieve waarde.
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
Trillingssterkte over beoordelingsperiode:
het kwadratisch gemiddelde van de grootste effectieve waarde per interval van 30 seconden in de desbetreffende beoordelingsperiode.
Streefwaarde hinder:
waarde voor de trillingssterkte waarbij verwacht wordt dat er nog net geen hinder voor personen optreedt; onder hinder wordt verstaan de verstoring en/ of belemmering van (fysieke) activiteiten en/ of processen die rust en/ of concentratie behoeven.
Streefwaarde A1:
onderste streefwaarde voor de maximale trillingssterkte van de voortschrijdende effectieve waarde .
Streefwaarde A2:
bovenste streefwaarde voor de maximale trillingssterkte van de voortschrijdende effectieve waarde.
Streefwaarde A3:
streefwaarde voor de trillingssterkte over de beoordelingsperiode dag, avond en nacht.
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
D. Representatieve sonderingen
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
E. Bouwkundige constructietekeningen
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Gemeente Westervoort
F. Grafische weergave trilling registratie
Bijlage 1020-0016-000/ASN
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 1 , 1V:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 2 , 1H1:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 3 , 1H2:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 4 , 2V:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 5 , 2H1:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 6 , 2H2:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
1.25
Bestand: vauc.075 Opmerkingen: gem leeg --> c Datum: 06/05/20 09:17
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 1-A
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 7 , 3V:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 8 , 3H1:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 9 , 3H2:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 10 , 4V:gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 11 , 4H1:gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 12 , 4H2:gevel
100 0 -100 -200 .00
Bestand: vauc.075 Opmerkingen: gem leeg --> c Datum: 06/05/20 09:17
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 1-B
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 13 , 5V:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 14 , 5H1:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 15 , 5H2:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
1.25
Bestand: vauc.075 Opmerkingen: gem leeg --> c Datum: 06/05/20 09:17
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 1-C
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 1 , 1V:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 2 , 1H1:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 3 , 1H2:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 4 , 2V:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 5 , 2H1:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 6 , 2H2:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
1.25
Bestand: vauc.069 Opmerkingen: gem leeg --> d Datum: 06/05/20 09:10
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 2-A
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 7 , 3V:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 8 , 3H1:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 9 , 3H2:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 10 , 4V:gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 11 , 4H1:gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 12 , 4H2:gevel
100 0 -100 -200 .00
Bestand: vauc.069 Opmerkingen: gem leeg --> d Datum: 06/05/20 09:10
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 2-B
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 13 , 5V:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 14 , 5H1:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 15 , 5H2:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
1.25
Bestand: vauc.069 Opmerkingen: gem leeg --> d Datum: 06/05/20 09:10
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 2-C
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 1 , 1V:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 2 , 1H1:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 3 , 1H2:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 4 , 2V:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 5 , 2H1:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 6 , 2H2:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
1.25
Bestand: vaud.049 Opmerkingen: vau --> d Datum: 06/05/20 08:33
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 3-A
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 7 , 3V:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 8 , 3H1:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 9 , 3H2:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 10 , 4V:gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 11 , 4H1:gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 12 , 4H2:gevel
100 0 -100 -200 .00
Bestand: vaud.049 Opmerkingen: vau --> d Datum: 06/05/20 08:33
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 3-B
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 13 , 5V:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 14 , 5H1:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 15 , 5H2:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
1.25
Bestand: vaud.049 Opmerkingen: vau --> d Datum: 06/05/20 08:33
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 3-C
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 1 , 1V:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 2 , 1H1:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 3 , 1H2:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 4 , 2V:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 5 , 2H1:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 6 , 2H2:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
1.25
Bestand: vauc.040 Opmerkingen: grond vol --> d Datum: 06/05/20 08:19
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 4-A
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 7 , 3V:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 8 , 3H1:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 9 , 3H2:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 10 , 4V:gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 11 , 4H1:gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 12 , 4H2:gevel
100 0 -100 -200 .00
Bestand: vauc.040 Opmerkingen: grond vol --> d Datum: 06/05/20 08:19
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 4-B
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 13 , 5V:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 14 , 5H1:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 15 , 5H2:binnen bg vloer voorkamer
100 0 -100 -200 .00
1.25
Bestand: vauc.040 Opmerkingen: grond vol --> d Datum: 06/05/20 08:19
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Dorpstraat 112
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 4-C
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 1 , 6V:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50
3.75
5.00
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 2 , 6H1:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 3 , 6H2:mv drempel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 4 , 7V:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 5 , 7H1:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25 Kanaal 6 , 7H2:mv tussen drempel en gevel
100 0 -100 -200 .00
1.25
Bestand: hamer11.014 Opmerkingen: vau gem leeg -->c Datum: 06/05/20 11:50
GRAFIEK TRILLINGSREGISTRATIE Westervoort Hamerstraat 11
Opdr.: 1020-0016-000 Bijl.: 5-A
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 7 , 8V:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50
3.75
5.00
1.25
2.50 Tijd [s]
3.75
5.00
Kanaal 8 , 8H1:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 9 , 8H2:mv gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 10 , 9V:gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 11 , 9H1:gevel
100 0 -100 -200 .00
Versnelling, [mm/s2]
200
Kanaal 12 , 9H2:gevel
100 0 -100 -200 .00