Zienswijze GroenLeven B.V. d.d. 3 mei 2023
Tekst van het document
—
(101)
Bovendien wordt in de ontwerpbesluiten slechts aandacht besteed aan de secundaire functie van het Project, de duurzame perceelsgebonden energiewinning en niet (ook) aan de primaire functie van het Project, de natuurontwikkeling en agrarisch natuurbeheer. Onduidelijk is voor GroenLeven waarom in de ontwerpbesluiten niet van een juiste beschrijving van het project is uitgegaan. De door GroenLeven aangeleverde tekeningen, rapporten en overige gegevens maken immers goed inzichteljk hoe het Project in elkaar steekt, zowel qua maatvoering als functioneel gebruik.
(102)
In de aanvraag is de primaire functie in samenhang met de secundaire functie beschreven. In het Project wordt gebruik gemaakt van meervoudig ruimtegebruik. Dit betekent dat de se cundaire functie geen afbreuk doet aan de primaire functie. Het systeem is zodanig ontwor pen dat de volledige ondergrond van het Project gedurende de dag wordt voorzien van zon licht (zie ter illustratie bijlage 9, met daarbij opgemerkt dat in het Project wordt gewerkt met
(24)
Stibbe
(deels) doorschijnende panelen). Hierdoor is, afgezien van de plek waar op de bodem iets is gebouwd (zoals funderingspalen, omvormers en transformators), de primaire functie volledig functioneel. De werkelijke bedekking van de bodem ziet op enkele procenten. Dit is ook toegelicht in paragraaf 1 .3 bij de aanvraag, Het plan behelst de realisatie van:
(103)
•
Een wal met kruidenrjke randen en bosschages: 2,3 ha;
•
Agrarisch natuurbeheer: natuur voor das in combinatie met schapenbegrazing: 11,4 ha;
•
Extensief beheerd grasland: 29,7 ha;
•
Watergangen met flauwe oevers: 1,8 ha;
•
Vogelbossen (beshoudende bosschages): 1,5 ha;
•
Een dagrecreatiefuitkijkpunt: 0,9 ha.
Uit de ontwerpbesluiten blijkt dat zowel de doeleindenomschrjving (inclusief rangorde) als de beschrijving in hoofdlijnen voor de aan de percelen van het Project toegekende functieaanduiding ‘bosgebied met natuur-, landschaps- en recreatiefunctie met plaatselijk land bouwgronden’ als toetsingskader voor de aanvraag zijn gebruikt. Dit is geen juiste wijze van toetsing van de aanvraag omgevingsvergunning aan een ‘oud’ bestemmingsplan, in dit geval het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995). Dat de toetsing op de verkeerde wijze is uitgevoerd begrijpt GroenLeven ergens wel, het planologische kader is inmiddels lastig te duiden. Bovendien is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agra rische gronden’ (1995) een verouderd en globaal bestemmingsplan. Dergelijke plannen wor den niet meer gemaakt en daarmee verdwijnt ook de wijze van toetsing van zulke plannen. Evenwel blijft de toetsing van de aanvraag aan dit bestemmingsplan onjuist. GroenLeven licht dit graag toe. —
—
(104)
De beschrijving in hoofdlijnen kan, gelet op dejurisprudentie (zoals beschreven in paragraaf 5.2.3) alleen het toetsingskader vormen voor de aanvraag van een omgevingsvergunning wanneer het betreffende artikel duidelijk en concreet is geformuleerd. Dit is volgens de ju risprudentie van de Afdeling niet het geval als de termen ‘nastreven’ of ‘nagestreefd’ worden gebruikt. Deze termen duiden namelijk op een inspanningsverplichting voor het bevoegd ge zag en niet op een resultaatsverplichting, waarmee het desbetreffende artikel van de beschrij ving in hoofdlijnen volgens de Afdeling niet als rechtstreeks aanvullend toetsingskader kan dienen voor de aanvraag van een omgevingsvergunning.
(105)
Het artikel in de specifieke beschrijving in hoofdlijnen van het bestemmingsplan ‘Buitenge bied Smilde agrarische gronden’ (1995), artikel 6.2.1.2, dat ziet op de percelen waar het Project is gesitueerd en waar in de ontwerpbesluiten ook aan wordt gerefereerd, kent wel deze terminologie. Hier staat namelijk dat op deze locatie “wordt gestreefd naar handhaving van een landbouwfunctie, eventueel in gedeeltelijke combinatie met houtteelt”. Kortom, de gekozen bewoording duidt op een inspanningsverplichting, niet op een resultaatsverplichting —
(25)
Stibbe
en kan daarom niet dienen als rechtstreeks aanvullend toetsingskader voor de aanvraag om gevingsvergunning voor het Project. (106)
Dit betekent dat het toetsingskader van de aanvraag omgevingsvergunning voor het Project wordt gevormd door de doeleindenomschrijving (inclusief rangorde) van artikel 6(A) en de overige voorschriften uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995). Voor de volledigheid: een artikel in de beschrijving in hoofdlijnen kan alleen het toetsingskader vormen als het voorschrift hierin voldoende duidelijk en concreet is geformu leerd. Uit de doeleindenomschrijving (inclusief rangorde) voor de gronden waarde aanvraag omgevingsvergunning voor het Project op ziet, volgt dat agrarisch gebruik nevengeschikt is aan doeleinden van landschap en natuur. Infrastructuur is ondergeschikt aan beide doelein den. De secundaire functie van het Project, de duurzame perceelsgebonden energiewinning, zou ook nog binnen deze categorie kunnen worden ondergebracht. Infrastructuur is in het bestemmingsplan niet gedefinieerd. In de Van Dale is infrastructuur gedefinieerd als “het geheel van auto-, spoor-, waterwegen, havens, vliegvelden, elektrische installaties, kabels enz.” —
(107)
Niet is in te zien waarom het Project, bestaande uit de realisatie van natuurontwikkeling in combinatie met agrarisch natuurbeheer en perceelsgebonden duurzame energieopwekking strijdig zou zijn met de doeleindenomschrijving die van toepassing is op de percelen waar het Project op ziet, uitgaande van de systematiek van toelatingsplanologie.
(108)
Daarnaast is het Project niet in strijd met de bouwregels die binnen deze bestemming gelden (artikel 6(C)), gelet op de wijze van meten in artikel 2 van de planregels. Hieraan wordt in de ontwerpbesluiten overigens geen aandacht besteed.
(109)
Dit betekent dat de aanvraag omgevingsvergunning niet in strijd is met het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995) en er voor het College geen grond is de aanvraag te weigeren, een vvgb is dan ook niet vereist. —
6.3.1. (110)
Rechtszekerheid
Bovendien is het standpunt, dat voor de gronden waar de aanvraag omgevingsvergunning voor het Project op ziet, getoetst moet worden aan het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995) met inachtneming van het rechtszekerheidsbeginsel niet houdbaar. —
(111)
Allereerst was het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995) tot in ieder geval (kort voor) 22 maart 2023 niet gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl. Niet op de gronden waarop de aanvraag omgevingsvergunning ziet, maar ook is dit niet op andere wijze zichtbaar en/of ter beschikking gesteld. Nadat hiertoe meermaals navraag is gedaan, is slechts een gedeelte van dit bestemmingsplan (pas in een veel later stadium) aan GroenLeven verstrekt.
(112)
In dit kader is door GroenLeven bij brief van 29juli 2022 al aangegeven dat GroenLeven niet ziet hoe het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995) van
—
—
(26)
Stibbe
toepassing is op de aanvraag en ook heeft GroenLeven er in die brief op gewezen dat dit bestemmingsplan niet te raadplegen is. Vervolgens heeft GroenLeven op 26 september 2022 op uw verzoek haar aanvraag aangevuld en in deze aanvulling reeds toegelicht dat en waarom GroenLeven meent dat de aanvraag moet worden getoetst aan het ‘Reparatieplan buitenge bied Westerveld’ (2016). Op 10 februari 2023 is GroenLeven in kennis gesteld dat het Project door de Gemeenteraad zal worden behandeld en uit raadstukken heeft GroenLeven moeten vernemen dat een ontwerp weigeringsbesluit voorlag. GroenLeven heeft per e-mail van 16 februari 2023 daarom verzocht het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995), inclusief alle onderliggende stukken, toe te sturen. Hierop is geen reactie gekomen en op 23 februari 2023 heeft GroenLeven hier nogmaals per e-mail om verzocht. Op 1 maart 2023 heeft GroenLeven een selectie aan stukken uit het bestemmingsplan ‘Bui tengebied Smilde agrarische gronden’ (1995) ontvangen: artikel 6 en de plankaart. Als re actie hierop heeft GroenLeven verzocht het gehele bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995), inclusief onderliggende stukken, toe te zenden en niet alleen het gedeelte dat het College voor de behandeling van de aanvraag relevant achtte.
Op 7 maart 2023 ontving GroenLeven een reactie op dit verzoek, namelijk dat het gemeentelijk archief kon worden bezocht om het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995) in te zien. Vervolgens is diezelfde dag door GroenLeven verzocht in ieder geval het goedkeuringsbesluit te verstrekken, maar ook hierop is niet gereageerd. Op 14 maart 2023 bleek een bezoek aan het gemeentelijk archief door GroenLeven niet mogelijk en hiervoor kon ook geen afspraak worden gemaakt. Uiteindelijk is GroenLeven op 1 7 maart 2023 in de gelegenheid gesteld het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995) in te zien. Het verzoek om een gescand exemplaar van het bestemmingsplan ‘Buiten gebied Smilde agrarische gronden’ (1995) te verstrekken is niet ingewilligd. GroenLeven heeft het goedkeurings- en vaststellingsbesluit overigens niet kunnen inzien, omdat deze stukken niet gevonden konden worden. —
—
—
—
—
—
(113)
Niet alleen GroenLeven, maar ook de Gemeenteraad zelf lijkt er dus niet van overtuigd ge weest te zijn dat het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995) nog van toepassing was. Dit bestemmingsplan wordt in alle bestemmingsplannen en/of ge rechtelijke uitspraken van later datum op deze locatie(s) niet genoemd en/of aangehaald. Dit klemt te meer omdat op andere percelen waar de agrarische bestemmingen uit het bestem mingsplan ‘Buitengebied’ (2012) zijn vemietigd, het oudere bestemmingsplan (nota bene met leeswijzer d.d. 2022) wel is gepubliceerd. Hiermee is voor specifiek die locaties integraal inzichteljk gemaakt dat de Gemeenteraad ervan overtuigd was dat die oudere bestemmings plannen van toepassing waren. —
(114)
Uit voorgaande kan worden afgeleid dat de Gemeenteraad een bewuste keuze heeft gemaakt na de gedeeltelijke vernietiging van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2012) voor be paalde locaties wel en voor andere locaties niet heeft willen terugvallen op het daarvoor gel dende bestemmingsplan. Anders is niet in te zien waarom een gedeelte van de oudere be stemmingsplannen wel is gepubliceerd, inclusief leeswijzer, en het bestemmingsplan ‘Bui tengebied Smilde agrarische gronden’ (1995) niet. Voor de volledigheid: de Gemeenteraad heeft voor de gronden waar het Project op ziet ook niet anderszins voorzien in een actueel planologisch kader waar de Gemeenteraad zich comfortabel bij voelt. Hiermee heeft de Ge meenteraad dus het risico geaccepteerd dat het geldende planologische kader niet aansluit bij —
(27)
Stibbe
de kennelijke wens van de Gemeenteraad. GroenLeven mocht in ieder geval van deze aanname uitgaan ten tijde van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning voor het Project. (115)
Al met al is een rechtsonzekere situatie ontstaan en kan GroenLeven om bovengenoemde redenen niet worden tegengeworpen dat een ouder, haar onbekend, bestemmingsplan het gel dende toetsingskader vormt voor de aanvraag omgevingsvergunning.
6.4.
Goede ruimtelijke ordening
(116)
In de ontwerpbesluiten is toegelicht dat en waarom het Project niet kan voldoen aan de ver eisten van een goede ruimtelijke ordening, waardoor geen omgevingsvergunning kan worden verleend op basis van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo. Zoals volgt uit de vorige para grafen is volgens GroenLeven artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo niet van toepassing op de aanvraag en omgevingsvergunning en is om die reden ook geen vvgb vereist. Zelfs als dit wel het geval zou zijn, is geen sprake van strjdigheid met een goede ruimtelijke ordening.
(117)
GroenLeven is per uw brief van 15juli 2022 op de hoogte gesteld van uw standpunt dat de aanvraag in strijd is met het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995). In deze brief is aan GroenLeven ook toegelicht dat hierdoor de activiteit ‘planolo gisch strijdig gebruik’ (artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo) van toepassing is op de aanvraag, waarmee de uitgebreide voorbereid ingsprocedure van toepassing is. —
(118)
Zoals in de vorige paragraaf reeds toegelicht heeft GroenLeven bij brief van 29juli 2022 op uw brief gereageerd en heeft al kort toegelicht dat het Project past binnen de bestaande be leidskaders. GroenLeven heeft onder verwijzing naar de bijlagen bij de aanvraag gevraagd welke gegevens het College nog graag zou zien om tot een goede beoordeling te kunnen komen.
(119)
0p 16augustus2022 heeft het College GroenLeven vervolgens om aanvullende gegevens verzocht, waaronder meer specifiek gegevens die zien op de activiteit afwijken bestemmings plan, zoals een toets aan rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. GroenLeven heeft bij brief van 26 september 2022 aan het College de aanvullende gegevens verstrekt, inclusief notitie waarin per gevraagd document is toegelicht hoe hieraan is voldaan door GroenLeven (als bijlage 7 toegevoegd aan het ontwerpbesluit tot weigering van de omgevingsvergunning) en dat met het Project wel degelijke sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Desondanks meent het College dat het Project niet voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke orde ning. De motivering hiervan schiet op essentiële onderdelen (ernstig) te kort, is meermaals onjuist en doet daarmee absoluut geen recht aan de door GroenLeven aangeleverde docu mentatie. Ter illustratie haalt GroenLeven een aantal voorbeelden aan, onder verwijzing naar de vindplaats in de aangeleverde documentatie. GroenLeven behoudt zich het recht voor de ruimtelijke onderbouwing integraal (op alle onderdelen afzonderlijk) nog eens te weerleggen.
(120)
Ten eerste wordt gesteld dat het Project afbreuk zal doen aan de landschapswaarden van het gebied. GroenLeven heeft echter aan de hand van een landschappelijk inpassingsplan (als bijlage 22 toegevoegd aan het ontwerpbesluit tot weigering van de omgevingsvergunning)
(28)
Stibbe
inzichtelijk gemaakt dat en waarom het Project wel landschappelijk inpasbaar is. In de ont werpbesluiten wordt hier ten onrechte geen aandacht aan besteed. (121)
In de ontwerpbesluiten wordt gewezen op de ‘Visie zonne- en windenergie’. Zoals ook al blijkt uit de ontwerpbesluiten was dit beleidsdocument ten tijde van de aanvraag omgevings vergunning nog niet vastgesteld en moet het Project daarom worden afgezet tegen de huidige beleidskaders. GroenLeven heeft dit reeds gedaan op uw verzoek om aanvullende gegevens d.d. 16 augustus 2022 (als bijlage 8 toegevoegd aan het ontwerpbesluit tot weigering van de omgevingsvergunning).
(122)
Hieruit volgt bijvoorbeeld dat het Project aansluit bij de wensen van het Rijk om decentrale opwekking van hernieuwbare energie te faciliteren (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte). Ook is toegelicht dat en op welke wijze het Project past binnen de ambities van het Klimaatakkoord (waaronder de RES-doelstellingen die op 1juni 2021 door de Gemeenteraad geac cordeerd zijn) en de Nationale Omgevingsvisie. In de ontwerpbesluiten wordt hier ten on rechte geen aandacht aan besteed.
(123)
Ook is de notitie toegelicht op welke wijze het Project voldoet aan het provinciaal beleidska der. Zo wordt aangesloten bij de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe, waarin het be leid uit de Omgevingsvisie Drenthe 2018 is vertaald naar concrete regels. Uit de ontwerpbe sluiten blijkt dat u van mening bent dat het Project strijdig is met de ruimtelijke randvoor waarden voor de realisatie van zonneakkers (artikel 2.24). Voor dit oordeel wordt, wederom, uitgegaan van de onjuiste projectomschrijving en wordt in de onderbouwing alleen gefocust op de secundaire functie van het Project: de duurzame perceelsgebonden energieopwekking. In de ontwerpbesluiten wordt een aantal ruimtelijke randvoorwaarden aangehaald.
(124)
Zoals in paragraaf 6.3 reeds aangestipt en in de notitie (als bijlage 8 toegevoegd aan het ontwerpbesluit tot weigering van de omgevingsvergunning) uitgebreid toegelicht, voldoet het Project uitgaande van de juiste projectomschrjving aan de ruimtelijke randvoorwaarden uit artikel 2.24 van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe, waaronder ook een toe lichting op de inspanningen op het gebied van participatie. Naast het contact met Staatsbos beheer heeft GroenLeven van meet af aan aangegeven open te staan voor financiële partici patie, zoals ook is beschreven in de toelichting op de aanvraag (als bijlage 10 toegevoegd aan het ontwerpbesluit tot weigering van de omgevingsvergunning). Op een uitnodiging van GroenLeven aan het College om in te gaan op de voorkeuren voor lokaal eigenaarschap en dit vervolgens vast te leggen in een anterieure overeenkomst is door het College nooit inge gaan. Desalniettemin staat GroenLeven open voor verschillende, uitgewerkte mogelijkheden van lokale participatie (ter illustratie is een overzicht toegevoegd als bijlage 10). —
(125)
—
Het Project bestaat uit een combinatie van functies als natuurontwikkeling, agrarisch natuur beheer en duurzame energieopwekking. Het standpunt dat geen sprake is van meervoudig ruimtegebruik is dus onjuist. Ook is door GroenLeven reeds aansluitcapaciteit gereserveerd bij het dichtstbijzijnde onderstation in Beilen. Hieraan is in de ontwerpbesluiten ten onrechte geen aandacht besteed.
(29)
Stibbe
(126)
Daarnaast heeft GroenLeven reeds inzichtelijk gemaakt dat het Project (in totaal 46,7 hec tare), waarvan de oppervlakte van het zonnepark circa 19,91 hectare beslaat, ruimschoots past binnen de 28 hectare aan zonneparken die aan de gemeente Drenthe is toebedeeld in bijlage X behorende bij de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. Hierbij is van belang op te merken dat in deze Provinciale Omgevingsverordening Drenthe staat op welke wijze rekening moet worden gehouden met het oppervlakte: “in het ruimtelijk plan wordt vastge legd hoeveel oppervlakte is vereist voor zonnepanelen, onderhoudspaden, voertuigpaden an ders dan onderhoudspaden, schaduwval, transformatoropstellingen, omvortners, schakelsta tions, infrastructuur, onderhoudsgebouwen, en hekwerken” (artikel 2.24 lid 2 onder f). Voor de volledigheid: duidelijk is dat de oppervlaktebepalingen in de Provinciale Omgevingsver ordening Drenthe en het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995) van elkaar verschillen. Op de ‘Kaart met oppervlakten POV Drenthe Diever B 4055’ (als bijlage 5 toegevoegd aan het ontwerpbesluit tot weigering van de omgevingsvergunning) is de oppervlakte voor de aanvraag uitgewerkt. Hieraan is in de ontwerpbesluiten ten onrechte geen aandacht besteed. —
(127)
Ook sluit het Project in meer algemene zin aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en past het Project ook binnen de doelstellingen die voor het Natuurnetwerk Nederland zijn opgesteld: de plaatselijke milieucondities worden verbeterd en de combinatie met andere beleidsopgaves wordt benut. Dit volgt ook uit de natuurtoets (die als bijlage 20 is toegevoegd aan het ontwerpbesluit tot weigering van de omgevingsvergunning), waarin uit gebreid is gemotiveerd welke ecologische bijdrage het plan levert en dat het Project past binnen de geldende natuurwetgeving. Hierin worden wel degelijk de gevolgen van het project op de Wespendief in kaart gebracht (bijlage C bij bijlage 20 van het ontwerpbesluit tot wei gering van de omgevingsvergunning). Hieraan is in de ontwerpbesluiten ten onrechte geen aandacht besteed.
(128)
Kortom, in de ontwerpbesluiten is voor de toets aan een goede ruimtelijke ordening ten on rechte uitgegaan van een onjuiste projectomschrijving. Alleen al hierom is deze toets niet op de juiste wijze uitgevoerd. GroenLeven heeft daarnaast diverse documenten, onderzoeken en notities opgesteld en ingediend, waarin uitgaande van dejuiste inhoudelijke uitgangspunten voor de beoordeling van het Project is toegelicht dat het Project niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Deze gegevens maken allemaal als bijlage onderdeel uit van het ontwerpbesluit tot weigering van de omgevingsvergunning. Hieraan is ten onrechte in de ontwerpbesluiten geen aandacht besteed. —
—
7.
CONCLUSIE
(129)
Het ‘Reparatieplan buitengebied Westerveld’ (2016) vormt het planologische toetsingskader waaraan de aanvraag omgevingsvergunning voor het Project moet worden getoetst. Dit repa ratieplan kent aan de plandelen waar de aanvraag omgevingsvergunning voor het Project op ziet geen bestemming(en) toe. Dit betekent dat de aanvraag omgevingsvergunning voor het Project getoetst moet worden aan deze ‘witte vlek’ binnen het ‘Reparatieplan buitengebied Westerveld’ (2016). Het Project is hierin inpasbaar en het College heeft daarom geen grond de aanvraag te weigeren. Dat de Gemeenteraad met het reparatieplan een andere bedoeling had (blijkens de toelichting) maakt deze conclusie niet anders.
(30)
Stibbe
(130)
Zelfs als de bedoeling van de Gemeenteraad als uitgangspunt wordt genomen, wat zou bete kenen dat het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2012) het planologische kader vormt, wordt niet toegekomen aan een toets aan het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995). In dat geval wordt het planologische toetsingskader namelijk gevormd door de nog altijd geldende dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 3’ op de percelen waar de aanvraag omgevingsvergunning op ziet. Hiervoor zijn de volgende aanknopingspunten van belang: het beroep over de plandelen met bestemming ‘Agrarisch 2’, richtte zich niet ook (expliciet) tegen de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 3’ en deze dubbelbestemming is dus ook niet expliciet door de Afdeling vernietigd in haar uitspraak van 6 augustus 2014. Daarnaast ontbreekt een functionele samenhang tussen de bestemming ‘Agrarisch 2’ ener zijds en de bestemming ‘Waarde Archeologie 3’ anderzijds. Tot slot nopen de specifieke omstandigheden van dit geval dat het volgens u geldende voorgaande bestemmingsplan tot (kort voor) 22 maart 2023 niet is gepubliceerd en ook op geen enkele andere wijze naar het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde—agrarische gronden’ (1995) is verwezen in plannen en gerechtelijke uitspraken van later datum, zoals wel het geval was voor andere oudere be stemmingsplannen op locaties waar de bestemming ‘Agrarisch 2’ gold. —
—
—
—
—
—
—
(131)
Kortom, wanneer het Project op grond van de juiste inhoudelijke uitgangspunten aan het juiste bestemmingsplan was getoetst had geconstateerd moeten worden dat het Project hier mee niet in strijd is en had de omgevingsvergunning moeten worden verleend met toepassing van de reguliere voorbereidingsprocedure, waardoor ook geen vvgb is vereist.
(132)
Bovendien is er geen strijdigheid met het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrari sche gronden’ (1995), mocht de aanvraag omgevingsvergunning voor het Project hieraan ge toetst worden. De toets van de aanvraag is in de ontwerpbesluiten niet op de juiste wijze uitgevoerd. Het toetsingskader wordt in dit bestemmingsplan gevormd door de doeleindenomschrijving (inclusief rangordeschema) voor de bestemming ‘heide ontginningsgebied’. Het voorschrift uit de beschrijving in hoofdlijnen, artikel 6.2.1.2, dat op deze locatie wordt gestreefd naar handhaving van een landbouwfunctie, eventueel in gedeeltelijke combinatie met houtteelt, kan niet als rechtstreeks aanvullend toetsingskader dienen voor de aanvraag omgevingsvergunning voor het Project, omdat dit voorschrift onvoldoende duidelijk en con creet is geformuleerd. Indien was uitgegaan van de juiste, inhoudelijke uitgangspunten van het Project had ook bij een toets aan het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrari sche gronden’ (1995) geconstateerd moeten worden dat een omgevingsvergunning had moe ten worden verleend, met toepassing van de reguliere voorbereidingsprocedure. Ook dan is geen vvgb vereist. —
-
—
(133)
—
Daarnaast is het niet kenbaar maken en/of publiceren van het ‘Buitengebied Smilde agra rische gronden’ (1995) in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtsonzekere situatie kan GroenLeven niet worden tegengeworpen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt nu voor het eerst teruggegrepen op het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde agrarische gronden’ (1995), terwijl nergens uit blijkt dat de Gemeenteraad meent dat dit bestemmings plan nog van toepassing is. —
—
(134)
Tot slot is het Project niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening, wanneer was uitge gaan van een juiste projectomschrijving. GroenLeven heeft deze toets nota bene op verzoek —
(31)
Stibbe
van het College aan de hand van verschillende documenten, onderzoeken en notities on derbouwd. In de ontwerpbesluiten is hieraan ten onrechte geen aandacht besteed. —
Gelet op het vorenstaande verzoek ik u namens GroenLeven om de ontwerpbesluiten in te trekken en de omgevingsvergunning alsnog te verlenen.
(32)
Stibbe
Bijlagen
1.
Uittreksel Kamer van Koophandel.
2.
Ontwerpbesluit tot weigering van de verklaring van geen bedenkingen d.d. 7 maart 2023.
3.
Ontwerpbesluit tot weigering van de omgevingsvergunning d.d. 22 maart 2023.
4.
Publicatie Gemeenteblad d.d. 23 maart 2023.
5.
Ingebrekestelling College door GroenLeven d.d. 6 april 2023.
6.
Reactie op ingebrekestelling door College d.d. 26 april 2023.
7.
E-mail College toezending reactie op ingebrekestelling d.d. 1 mei 2023.
8.
Dwarsprofiel opstelling zonnepaneel.
9.
Illustratie meervoudig ruimtegebruik Project.
10.
Overzicht mogelijkheden lokale participatie.
(33)
Bijlage 1
5/3/23, 11:27AM
Uittreksel Company.info -
Toelichting company.info: Voor actuele handelsregisterinformatie met juridische derdenwerking dient u altijd het Handelsregister te raadplegen. Dat kan eenvoudig via het Handelsregisterloket van company.info. U vraagt daarmee gegevens rechtstreeks bij de KVK op. Online inzage uittreksel KvK-nummer 54505801 Rechtspersoon RSIN Rechtsvorm Statutaire naam Statutaire zetel Eerste inschrijving handelsregister Datum akte van oprichting Datum akte laatste statutenwijziging Geplaatst kapitaal Gestort kapitaal Deponering jaarstuk Onderneming Handelsnamen
Startdatum onderneming Activiteiten Werkzame personen Vestiging Vestigingsnummer Handelsnamen
851332274 Besloten Vennootschap GroenLeven B.V. Leeuwarden 24-01-2012 24-01-2012 01-03-2022 EUR 18.000,00 EUR 18.000,00 De jaarrekening over boekjaar 2021 is gedeponeerd op 12-08-2022.
GroenLeven BV. GroenLeven Preenr 24-01-2012 (datum registratie: 24-01 -2012) SBI-code: 7112 Ingenieurs en overig technisch ontwerp en advies 0 -
Werkzame personen
000024263389 GroenLeven BV. GroenLeven P reenr Lange Marktstraat 5, 8911AD Leeuwarden 0513200959 www.groenleven.nl infogroenleven.nl 24-01 -2012 (datum registratie: 24-01-2012) SBI-code: 7112 Ingenieurs en overig technisch ontwerp en advies Advisering, onderzoek en overige specialistische dienstverlening op het gebied van duurzame energie opwekking. 0
Enig aandeelhouder Naam Bezoekadres Ingeschreven onder KvK-nummer Enig aandeelhouder sedert
Trinity Holding B.V. Lange Marktstraat 5, 8911AD Leeuwarden 68955995 14-06-2017 (datum registratie: 21-06-2017)
Bestuurder Naam Bezoekadres Ingeschreven onder KvK-nummer Datum in functie Bevoegdheid
BayWa r.e. Solar B.V. Lange Marktstraat 5, 8911AD Leeuwarden 71079610 23-04-2018 (datum registratie: 26-04-2018) Alleen/zelfstandig bevoegd
Bezoekadres Telefoonnummer Internetadres E-mailadres Datum vestiging Activiteiten
-
Gegevens zijn vervaardigd op 13-04-2023 om 11.42 uur.
https:Ilcompany.info!htmllextractsll 00336129
1/1
Bijlage 2
( mWesÉerveId
7 maart 2023
r
Gemeenteraad
GOEDGEKEURD
Besluit Ruimte en Ontwikkeling
8
2023_PAW_00019
Ontwerp weigeringsbesluit zonnepark Oude Willem Besluitvorming College/besluitvorming Raad
-
Samenstelling: Aanwezig: mevrouw Geke Kiei-s; de heer Michiel van de Kasteelen; de heer Rikus Jager; de heer Jan Puper; de heer Gerjo Ballast; mevrouw Janny Mones; mevrouw Renate Masselink; mevrouw Chantal Starke; de heer Adri van der Weyde; de heer Alfred Schoenmaker; mevrouw Anke Oosterhuis; de heer Klaas Molenkamp; de heer Jan Henk Bruursema; mevrouw Judith Staalman; de heer Comé Joziasse; de heer Norbert Baas; de heer Hilbert Stel; mevrouw Ramona Rösener JVlanz; de heer Jordy Tuin; mevrouw Reiny Weernekers Zijn eveneens aanwezig: de heer Henk Doeven; mevrouw Debbie Bruijn-van den Berg; de heer Jacob Boonstra; de heer Roei Vedder Afwezig: de heer bis mag alles; mevrouw Nathalie Seidel Besluit Besluitpunt 1 Geen medewerking te verlenen aan de aanvraag omgevingsvergunning en daarmee geen ontwerp verklaring van geen bedenkingen af te geven. Besluitpunt 2 Het ontwerp weigeringsbesluit, de ontwerp weigering verklaring van geen bedenkingen alsmede de bij de omgevingsvergunning behorende stukken voor een periode van zes weken ter inzage te leggen. Motivering Aanleiding en context Op 25 juni 2022 is een aanvraag omgevingsvergunning aangevraagd voor de realisatie van een zonnepark (zon-op-land) met een totaalomvang van ca. 46,7 hectare (opwek van 37 MWp). Hiervan wordt ca. 37,08 hectare bebouwd met zonnepanelen en het overige gedeelte wordt natuurlijk ingericht.
1/19
De projectlocatie is gelegen op percelcn[lj’ gesitueerd langs de Bosweg nabij Oude Willem. De aanvraag omgevingsvorgunning is in strijd met het bestemmingsplan. Dit betekent dat dient te worden beoordeeld of het project voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en daarmee voor een afwijking in aanmerking komt. Uit de beoordeling is gebleken dat het project zowel op inhoudelijke als procesmatige aspecten niet voldoet. Er wordt geadviseerd om geen medewerking te verlenen. [1] kadastraal bekend: gemeente Diever, sectie B, nummers 4056, 4057, 405%, 4059, 4060, 4061, 4062, 4063, 4064, 4066, 4067, 4076, 4077, 4078, 4079, 4080, 4081, 4082, 4083 en 4084 Beoogd resultaat Geen medewerking te verlenen aan het aangevraagde project. Argumentatie Voorberei dingsprocedure
Welke voorbereidingsprocedure van toepassing is op een aanvraag omgevingsvergunning wordt wettelijk bepaald door artikel 3.10 van de Wabo. Er is sprake van dc uitgebreide voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Awb) indien ecn aanvraag om gevingsvergunning betrekking heeft op artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo én deze activiteit slechts vergund kan worden met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Dit betekent dat (op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a Wabo) is beoordeeld onder welke categorie strijdigheid de betreffende aanvraag valt. In het bestemmingsplan is geen afwijkingsbevocgdheid opgenomen voor de aangevraagde activiteit (artikel 2.12, eerste lid, onder a, subl° Wabo). Ook omschrijfi de zogenoemde kruimelgevallenregeling de aangevraagde activiteit niet (artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 2° Wabo jo. Besluit omgevingsrecht, bijlage II, artikel 4). Derhalve blijft slechts artikel 2.12 eerste lid, onder a, sub 3 Wabo over. Dit betekent dat de aanvraag omgevingsvergunning moet worden voorbereid conform de uitgebreide (uniforme openbare) voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) met een wettelijke bcslistermijn van 26 weken na datum ontvangst. De initiatiefnemer is op 15 juli 2022 per brief op dc hoogte gesteld dat de uitgebreide voorbereidingsprocedurc van toepassing is op de aanvraag omgevingsvergunning.
In deze brief is de initiatiefherner erop gewezen dat de bepaling van de voorbereidingsprocedure niets zegt over de haalbaarheid van de aanvraag. Hierbij is aan de initiatiefnemer toegelicht, zowel via een bestuurlijk gesprek met wethouder R. Vedder op 6juli 2022 als schriftelijk (brief 15juli 2022), dat het plan (op dit moment) niet haalbaar wordt geacht. De initiatiefnemer heeft de gelegenheid gekregen om de aanvraag omgevingsvergunning in te trekken. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Ontvankclijkheid In de Ministeriele regeling Orngcvingsrecht (Mor) is wettelijk voorgeschreven welke ndieningsvereisten gelden voor een aanvraag omgevingsvergunning. Bij de toetsmg ontvan kehj kheid is gebleken dat een aantal gegevens ontbrak. Een aanvraag omgevingsvergunning mag formeel pas in behandeling worden genomen zodra alle relevante gegevens en bescheiden zijn bijgevoegd. Op grond van de Awb is het bevoegde gezag verplicht de aanvrager de gelegenheid te geven om de aanvraag omgevingsvergunning aan te vullen. Wederom is de initiatiefnemer erop gewezen dat het opvragcn van de aanvullende gegevens niet impliceert dat medewerking aannemelijk is, maar dat dit wordt gedaan vanuit een wettelijk vereiste. Met onze brief van 16 augustus 2022 is de initiatiefnemer in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende gegevens vâér 27 september 2022 aan te leveren.
De gegevens zijn (grotendeels) aangevuld op 26 september 2022. De aanvraag met aanvulling bevat voldoende informatie om in behandeling te mogen nemen. Inhoudelijke beoordeling Zodra een aanvraag omgevingsvergunning volledig is, moet tot een inhoudelijk beoordeling worden overgegaan. De uitkomst kan wettelijk slechts uit twee opties bestaan: verlenen ofweigeren[l]. Bij de inhoudelijke beoordeling dienen een goede ruimtelijke ordening en de algemene beginselen van
2/19
behoorlijk bestuur in ogenschouw te worden genomen. Hiertoe is het memo ‘Aanvraag omgevingsvergunning uitgebreide procedure zonnepark Oude Willem’ opgesteld. Deze is ambtelijkbestuurlijk besproken op van 9januari 2023. Voor de gronden van de inhoudelijke beoordeling wordt verwezen naar het memo, welke verbonden is aan dit college-/raadsvoorstel. Omdat er sprake is van een wettelijke voorbereidingsprocedure, kan niet worden volstaan met besluitvorming op alleen het memo. Er dient te worden besloten op ecn formeel besluit. Er is derhalve een ontwerp wcigcringsbesluit opgesteld. De inhoudelijke beoordeling en essentie van dit besluit komt overeen met het memo, alleen de wijze van schrijven is aangepast. Er wordt geadviseerd om geen medewerking te verlenen aan dc aanvraag omgevingsveugunning. Procedureel In beginsel is het college B&W het bevoegde gezag om te besluiten op een aanvraag omgevingsvergunning. Op basis van artikel 2.27 Wabo is bepaald dat in voorgeschreven gevallen een omgevingsvergunrting niet eerder wordt verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. In artikel 6.5, lid 1 Bor is opgenomen dat de gemeenteraad moet hebben verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft (VVGB) in het geval de omgevingsvergunning wordt voorbereid middels de uitgebreide voorbereidingsprocedure.
De gemeenteraad heeft een zeker mate van beleidsvrijheid, maar dient hierbij een goede ruimtelijke ordening in acht te nemen (art. 6.5, lid 2 Bor). Volledighcidshalve wordt opgemerkt dat op 31 mei 2011 door de gemeenteraad een lijst is vastgesteld met categorieën van activiteiten waarvoor (bij een uitgebreide omgevingsvergunningen) geen VVGB van de raad vereist is. In deze lijst is opgenomen: 5.Indien de activiteit niet past binnen de door raad gestelde kaders en geweigerd wordt om toepassing te verlenen van 2.12 lid] sub a onder 3 Wabo. Toelichting: indien duidelijk is dat een activiteit in strijd is net gemeentelijk beleid is er geen noodzaak de raad alsnog om toestemming te vragen. Indien er sprake is van een tw,,felgevol zal deze wel afzonderlijk aan de raad voorgelegd worden. T-let is gebleken dat het voorgenomen project niet in lijn is met diverse door de gemeenteraad aangenomen moties en beleidsstukken in het kader van duurzaamheid, participatie en de Omgevingsvisie. Echter, gelet op het ontbreken van een Energievisie en erop gelet dat het een project is met een clusdanige inipaet op het landschap en de samenleving, wordt geadviseerd om de gemeenteraad te betrekken bij de besluitvorming op de weigering van de omgevingsvergunning. [1] Buiten behandeling stellen kan slechts indien de aanvraag niet voldoet aan de wettelijke indieningsvereisten als gesteld in het Mor. -
Kan ltckcning en risico’s
Nu het aannemelijk is dat de aanvraag omgevingsvergunning zal worden geweigerd, zijn enkele vaste procedurele handelingen niet uitgevoerd. Mocht niet conform het voorgestelde worden besloten, dan dienen de volgende aspecten in ogenschouw te worden genomen. Rcchtseevohen Er moet rekening mee gehouden worden dat het vergunnen van het project naast inhoudelijke gronden strijdigheid op kan leveren met enkele algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit kan (reehts-)gevolgen hebben, indien wordt besloten om wel medewerking te verlenen. De haalbaarheid van het besluit indien dit in een juridische procedure ter discussie komt te staan kan hierdoor zeer onzeker worden. Niet kan worden uitgesloten dat derden zich op (financiële) gevolgen kunnen gaan beroepen (bijvoorbeeld partijen die zijn gewezen op het wachten op de Energievisie). Privaatrcchtclijkc overeenkomst Er is geen planschade- en/of antericure overeenkomst afgesloten met de initiatiefnemer. Indien er wordt besloten om wel medewerking te verlenen aan de aanvraag omgevirigsvergunning, dan zal dit eerst moeten worden geregeld om mogelijke financiële en/ofjuridisehe gevolgen te verleggen naar de initiatiefnemer. -
-
-
—
3/19
Procedureverloop wettelijk vooroverleg Op grond van artikel 3.1 1 Bro dient het college B&W dat belast is met de voorbereiding van een uitgebreide omgevingsvergunning overleg te plegen met de provincie, aangezien die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen. Omdat het aannemelijk is dat de omgevingsvergunning geweigerd wordt (daarmee alleen rechtsgevolgen voor de initiatiefnemer), heeft dit wettelijke vooroverleg niet plaatsgevonden. Indien wordt besloten om wel medewerking te verlenen aan de aanvraag omgcvingsvergunning, dan zal eerst wettelijk vooroverleg moeten worden gevoerd met de provincie Drenthe alvorens het ontwerp van dc omgevingsvergunning ter inzage mag worden gelegd. Dit houdt in: het opvragen van een VVGB-besluit bij GS Drenthe (artikel 6.6. lid 1 Bor). De verklaring kan slechts worden verleend door GS Drenthe indien het project niet in strijd is met de regels inzake afwijking die zijn opgenomen in de POV Drenthe 2018. Volledigheidshalve wordt erop gewezen dat de provincie Drenthe ambtelijk al heeft geadviseerd dat het voorgenomen project niet voldoet aan dc voorschriften als gesteld in de POV Drenthe 2018.
Procedureverloop indieninisvercisten Indien wordt besloten om wel medewerking te verlenen, dan dient de initiatiefnemer voordat de otngevingsvergunning ter inzage wordt gelegd nog enkele gegevens en bescheiden in te dienen en/of aan te passen. Zie ‘Overige Wabo-Activiteiten (art 2.10 en 2.11)’ in de bijlage ‘ontwerp weigering omgevingsvergunning’. —
—
Aanpak/uitvoering en communicatie Binnen de uitgebreide voorbercidingsprocedure wordt voorgeschreven dat zowel het ontwerpbesluit als de ontwerp VVGB ter inzage moet worden gelegd, zodat een ieder een zienswijze kan indienen. Dit betekent dat, nadat de raad een beslissing heeft genomen, zowel het onbvcrp weïgeringsbesluit, de ontwerp weigering VVGB als de bijbehorende stukken voor een periode van zes weken ter inzage zullen worden gelegd. De initiatiefnemer zal van liet besluit op de hoogte worden gebracht per brief. Tevens zullen de omwonenden die op 28 december 2022 per brief hun zorgen hebben geuit op de hoogte worden gebracht. Eventuele zicnswijzcn die gedurende deze zienswijzeperiode worden ingediend zullen worden beoordeeld en er wordt een zienswijzennota van gemaakt. Vervolgens wordt het definitieve besluit opnieuw op route gezet richting de gemeetiteraad voor een definitieve VVGB. -
-
Integrale advisering N.v.t. Duiding integrale advisering • VTH • RO • Duurzaamheid • Strategen • Provincie Drenthe (ambtelijk) • Waterschap Kosten, baten, dekking \Toor de behandeling van een aanvraag omgevingsvergunning zullen, confonîi de legesverordening 2022 (jaar van aanvraag), leges in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer. Er is geen plansehade- en/of anterieure overeenkomst afgesloten met de initiatiefnemer. Indien er wordt besloten om wel medewerking te verlenen aan de aanvraag omgevingsvergutining, dan zal dit eerst moeten worden geregeld om mogelijke financiële en/ofjuridisehe gevolgen te verleggen naar de initiatiefnemer. Bijlagen 1.
Memo projectbesluit zonnepark Oude Willem.pdf
4/19
2.
ontwe_besIuit_weigeren_zonnepark_Oude_Wi1lem.docx
Aldus beslist in bovenvermelde zitting, Naniens de gemeenteraad van Westerveld
5/19
U heeft op 25 juni 2022 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor de realisatie van een zonnepark (zon-op-land) voor een periodc van 30 jaar met een totaalomvang van 46,7 hectare (opwek van 37 MWp) met in combinatie natuurontwikkeling. De projectiocatie is gelegen aan de Bosweg in Oude Willem. Wij hebben uw aanvraag geregistreerd onder zaaknummer 330791. Bijgaand sturen wij u het ontwerp weigeringsbesluit. -
-
Weigeren omgevingsvergunning Burgemeester en wethouder zijn voornemens om dc omgevingsvergunning te weigeren. Hierbij sturen we u het ontwcrpbesluit met de motivering. Publicatie We publiceren het ontwerpbesluit in week XX in de lokale huis-aan-huis krant De Westervelder Wolder Courant, op onze website en het Gemeenteblad. De terinzagelegging loopt van XX tot en met XX. Gedurende deze periode kan een ieder een zienswijze indienen (3.12, lid 5 Wabo). Meer informalie Als u nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de gemeente via telefoonnummer 14 0521 en via info@gemeentewesterveld.nl.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders
D.B. Bnujn-van den Berg secretaris
H. Jager burgemeester
Ontwerp weigering omgevingsvergunning Diever, XX Burgemeester en wethouders hebben op 25juni 2022 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor de realisatie van een zonnepark (zon-op-land) voor een periode van 30 jaar met een totaalomvang van 46,7 hectare (opwek van 37 MWp) met in combinatie nawurontwikkching. De projectiocatie is gelegen aan de Bosweg in Oude ‘Willem. Wij hebben uw aanvraag geregistreerd onder zaaknummer 330791. -
-
Ontwerpbesluit Burgemeester en wethouders zijn voornemens om, gelet op de artikelen 2 1, 2.10 en 2.12, lid 1, onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de omgevirigsvergunning te weigeren. De volgende Wabo-activiteiten maken onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvcrgunning en daarmee de beoordeling: •
Bouwen van een bouwwerk (2.1, lid 1, onderu Wubo,
6/19
•
Aanleg (2.), lid 1, onder b Wabo)
•
Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (2.1, lid], onder c Wabo)
Bijgevoegde documenten De volgende documenten worden meegezonden met liet besluit en zijn als gewaarmerkte stuk bijgevoegd: • Bijlage 1 Toetsing bestemmingsplan • Bijlage 1 Omzetten procedure brief inclusief bestemniingsplantoets d.d. 15-07-2022 • Bijlage 2 Ontvankelijkheid brief d.d. 16-08-2022 • Bijlage 3 Kaart brandveiligheidsvoorzieningen Diever 13 4055 Diever d.d. 26-09-2022 • Bijlage 4 Uitkomst internetmodule AIM Diever B 4055 Diever d.d. 26-09-2022 • Bijlage 5 Kaart met oppervlakten POV Drenthe Diever B 4055 Diever d.d. 26-09-2022 • Bijlage 6 Rapport uitgangspunten AERIUS Diever B 4055 Diever d.d. 26-09-2022 • Bijlage 7 Toets ruimtelijk beleid Diever B 4055 Diever d.d. 26-09-2022 • Bijlage 8 Notitie documentatie verzoek aanvulling informatie d.d. 26-09-2022 • Bijlage 9 AERIUS bijlage DicvcrB 4055 Diever d.d. 26-09-2022 • Bij lage 10 Toelichting aanvraagomgevingsvergunningWesterveldv2DieverB4055 Diever d.d. 26-09-2022 • Bijlage 11 Kaart WaterbalansDieverB 4055 Diever d.d. 26-09-2022 • Bijlage 12 Foto Kleuren materiaalgebruik transformator DieverB 405 5_Diever d.d. 2609-2022 • Bij lage 13 Watertoets uitgangspunten Natuurontwikkeling en energicopwekking Bosweg Hoogersmilde d.d. 15-1 1-2022 • Bijlage 14 Transformator detail d.d. 25-06-2022 • Bijlage 15 Plattegrond bouwwerken d.d. 25-06-2022 • Bijlage 16 Hoofdlijn van de constructie d.d.
25-06-2022 • Bijlage 17 Dwarsprofielen werken en werkzaamheden d.d. 25-06-2022 • Bijlage 18 Technische tekening werken en werkzaamheden d.d. 25-06-2022 • Bijlage 19 Graafwerkzaamheden binnen locatie gemarkeerd als middelhoge verwachting dd. 25-06-2022 • Bijlage 20 Natuurtoets natuurontwikkeling i.c.m. energie opwekking gemeente Westerveld d.d. 25-06-2022 • Bijlage 21 Plankaart nawurontwikkeling met energieopwckking gemeente Westervcld d.d. 2506-2022 • Bijlage 22 Landschappelijk inpassingsplan natuurontwikkeling met energieopwekking Westerveld d.d. 25-06-2022 • Bijlage 23 Ingediende aanvraag/melding omgevingsvergunning, Dicvcr B 4055 d.d. 25-062022 Zienswijzen en adviezen Het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van XX ter inzage gelegd. U kunt binnen zes weken na start van de ter inzage termijn eventuele zienswijzen tegen of adviezen over het ontwerpbesluit indienen bij het college van burgemeester en wethouders, Postbus 50, 7970 AB Havelte.
7/19
8/19
Inhoudsopgavc omgevingsvergunning Aanleiding en context
1
Beoogdresultaat
2
Argumentatie
2
Kanttekening en risico’s
3
Aanpak/uitvoering en communicatie
4
Tntegralc advisering
4
Duiding integrale advisering
4
Kosten, baten, dekking
4
Procedureel
10
Wabo-activiteit ‘Planologisch strijdig gebruik’ (artikel 2.12)
12
Overige Wabo-activiteiten (art 2.10 en 2.11)
19
9/19
Procedureel Ontvankelijkheid Artikel 2.8 van de Wabo biedt de grondslag voor een gehannoniseerde regeling van de indieningsvercisten. Dit betreft de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden gesteld om tot een ontvankelijke aanvraag te komen. De regeling is uitgewerkt in paragraaf 4.2 van het Dor, met een nadere uitwerking in de Ministeriele regeling Orngevingsrecht (Mor). Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze aan de hand van de Mor getoetst op ontvankelijkheid. Daarbij is gebleken dat een aantal gegevens ontbrak (zie brief 16 augustus 2022). Een aanvraag omgevingsvergunning mag formeel pas in behandeling worden genomen zodra alle relevante gegevens en bescheiden zijn bijgevoegd. Op grond van de Awb is het bevoegde gezag verplicht de aanvrager de gelegenheid te geven om de aanvraag omgevingsvergunning aan te vullen. Met onze bnef van 16 augustus 2022 bent u in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende gegevens véér 27 september 2022 aan te leveren. De gegevens zijn (grotendeels)2 aangevuld op 26 september 2022 aangevuld. De aanvraag met aanvulling bevat voldoende informatie om in behandeling te mogen nemen.
Ter inzage legging PM3 Tussen XX en XX heeft een ontwerp van deze beschikking ter inzage gelegen en zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is [wel / geen] gebruik gemaakt. —
Voorbereidingsprocedure De van toepassing zijnde voorbereidingsprocedure op een aanvraag omgevingsvergunning wordt wettelijk bepaald door artikel 3.10 van de Wabo. Er is sprake van de uitgebreide voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Awb) indien een aanvraag omgevingsvergunnmg betrekking heeft op artikel 2.1, eerste lid, onder c van dc Wabo en deze activiteit slechts vcrgund kan worden met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3. Uit de bestemmingsplantoets is gebleken dat het project in strijd is met het bestemmingsplan (zie ‘planologische toets’). In het bestemmingsplan is geen afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor de aangevraagde activiteit (artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 10 Wabo). Ook omschrijft de zogenoemde kruiinelgevallenregeling de aangevraagde activiteit niet (artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 20 Wabo jo. Besluit omgcvingsrecht, bijlage II, artikel 4). Derhalve blijft artikel 2.12 eerste lid, onder a, sub 3° Wabo over. Dit betekent dat, zoals u ook is toegelicht in onze brief van 15juli 2022, uw aanvraag omgevingsvergunning moet worden voorbereid conform de uitgebreide (uniforme openbare) voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb).
Beslistermij n Dc aanvraag omgevingsvergunning wordt voorbereid conform uitgebreide voorbereidingsprocedure met een wettelijke beslistennijn van 26 weken na datum ontvangst aanvraag omgevingsvergunning. Dc aanvraag omgevingsvergunning is ingediend op 25 juni 2022. Op 16 augustus 2022 zijn aanvullende gegevens opgevraagd, welke op 26 september 2022 zijn ingediend. Daarmee s dc aanvraag orngevingsvergunning, op grond van artikel 4:15 Awb, met 41 dagen opgeschort. De wettelijke beslistermijn is daarmee verschoven tot 3 februari 2023. Er is (nog) geen gebruik gemaakt van dc mogelijkheid de beslistermijn met zes weken te verlengen. Bevoegd gezag 2 Zie
Overtge Wabo-Activiieiten (art 2. 0 en 2.1 1)’
Pro mernorie post. wordt ingevuld nu de terinzagelegging.
10/19
De projectlocatie is geheel gelegen binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Westerveld. Het college van burgemeester en wethouders is in beginsel het bevoegde gezag om te besluiten op een aanvraag omgevingsvergunning. Op basis van artikel 2.27 Wabo is bepaald dat een orngcvingsvergunning niet eerder wordt verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. In artikel 6.5, lid 1 Besluit omgevmgsrecht (Bor) is opgenomen dat de gemeenteraad moet hebben verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft (VVGB). Op grond van artikel 6.5, lid 2 Bor mag een VVGB slechts worden verleend indien is gebleken dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Op XX heeft de gemeenteraad besloten om wel/geen VVGB af te geven. Voor de motivering wordt verwezen naar het raadsbesluit kenmerk XX d.d. XX. Beroep en voorlopige voorziening Na besluitvorming treedt de beschikking in werking met ingang van de dag na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepsschrift.4 Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na bekendmaking beroep aantekenen. Het indienen van een beroepsschrift schorst de werking van het besluit niet. Hebben u of derde belanghebbenden er veel belang bij dat dit besluit niet inwerking treedt, dan kan een voorlopige voorziening worden gevraagd.
Wanneer een voorlopige voorziening wordt aangevraagd treedt de beschikking pas in werking nadat hierover een beslissing is genomen. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders
D.B. Bruijnvan den Berg secretaris
H. Jager burgemeester
Op grond van de Awb (artikel 7:1, lid 1, ondergjo. bijlagc 1) kan geen bezwaar worden gemaakt tegen een besluit waarop een verklaring van geen bedenkingen, als bedoeld in artikel 2.27 Wabo, van toepassing is, maar dient direct beroep te worden ingesteld bij de rechtbank.
11/19
Waho-activiteit ‘Plan ologisch strijdig gebruik’ (artikel 2.12) Planologische toets De projectiocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Westerveld. Bij uitspraak van de ABRvS op 6 augustus 2014 zijn de agrarische bestemmingen vernietigd uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld juli 2012). Dit betekent dat er voor de projectlocatie (die geheel de bestemming agrarisch-2 had in voorgenoemd bestemmingsplan) moet worden terugvallen op het daarvoor geldende onherroepelijke bestemmingsplan. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Smilde’ (december 1995) is het nu geldende bestemmingsplan voor de projectiocatie. Hierbinnen heeft de projectlocatie de bestemming ‘Heide-ontginningsgebied’ (art. 6). Deze gronden zijn bestemd voor: • uitoefening van het agrarisch bedrijf; • dagrecreatiefmedegebruik; • infrastructurele voorzieningen; • doeleinden van landschap en natuur, zijnde het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden van het heide-ontginningsgebied; • doeleinden van bosbouw. Binnen deze bestemming zit een volgordelijkheid in de onderlinge rangorde van de functies (zie ‘schema rangorde functies’ in bijlage 1). Hieruit valt op te maken dat agrarisch (bedrijfsmatig) gebruik nevengeschikt is aan bosbouw, landschap en natuur. Dit houdt in dat dc functies in een evenwichtige verdeling met elkaar moeten kunnen plaatsvinden.
Tevens wordt in dit bestemmingsplan gewerkt met functietyperingen (zie figuur 4b in bijlage 1). De projectlocatie en het omliggende gebied zijn gelegen binnen de functie ‘bosgebied met natuur-, landschaps- en recreatieftinctie’, waarbij de projectlocatie specifiek wordt aangeduid met de flincticaanduiding ‘met plaatselijk landbouwgronden’. Binnen deze functicaanduiding wordt gestreefd naar handhaving van ecn landbouwfunctie (artikel 6, onder B, lid 2.2.1.2). Bij de vraag of (voorgenomen) gebruik in strijd is met het bestemmingsplan, moet gekeken worden naar de ruimtelijk relevante aspecten van dat gebruik, die veelal worden vertaald in de ruimtelijke uitstraling van een bepaalde activiteit op de omgeving. Ook dient te worden gekeken naar het primaire doel dat het project dient. Ten aanzien van de ruimtelijke uitstraling dient gekeken te worden naar de ‘aard, omvang en intensiteit’ van het gebruik5. Gelet op de omvang van het aan te leggen zonnepark 37 hectare aan bouwwerken excl. hekwerk en transfomiatorhuisjes kan worden gesteld dat dit primair een bedrijfsmatige functie betreft en dat natuur- en landbouwontwikkeling ondergeschikt zijn (projectiocatie wordt voor 80% bebouwd met bou’a-werkcn). Het project heeft derhalve geen relatie met de landbouwfunctie die conform het bestemmingsplan is gegeven aan de projectlocatic.
De aanvraag betreft de aanleg van een geheel zonncpark, waarbij zowel de zonnepanelen als dc omzetting van agrarisch naar natuur een aanzienlijke impact heeft op het landschap. Door de aanleg van een zonnepark en omzetting naar natuur kan de landbouwfunctie, welke primair dient te zijn binnen de projectlocatie conform het bestemmingsplan, niet worden gehandhaafd. —
-
Er kan worden gesteld dat het project in strijd is met het vigerende bcstemminsplan en daannee de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’ (art. 2.1, lid 1 onder c Wabo) van toepassing is. Dit houdt in
Zie uitspraak ABRvS ECLI:NL:RVS:2014:2942 d.d. 6 augustus 2014 6 Zie de uiispraak van 21juli 2010 en de bijbehorende noot van Nijmeijer, ABRvS 24juni 2009, nr, 200805557/11W. en
ABRvS 3november2010. nr. 201001402/l[H1
12/19
dat er moet worden beoordeeld of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, een vereiste om te mogen afwijken van het bestemmingsplan. Inhoudelijke beoordeling
1. Aantasting landschap Ontwikkelingen, ondcr andere ten aanzien van opwek van duurzame energie, mogcn geen afbreuk doen aan de beleefbaarheid en herkenbaarheid van het authentieke, kleinschalige landschap. Zonneakkers dienen op een passende wijze te worden geïntegreerd in het landschap, passend bij de schaal- en omvang van het landschap en met aansluiting op de waarden en functies van het gebied. Een integrale benadering met multifunctioneel ruimtegebnuk, des te meer voor een zonnepark met een dusdanige omvang, is hierbij essentieel. Omwille van het voorgaande is op 1 februari 2021 door Het Oversticht het rapport ‘Energietransitie in het Westerveldse landschap’ opgeleverd. Dit heeft geresulteerd in een indeling van drie categorieën gebieden, namelijk: gebieden waar het absoluut niet inpasbaar is (kwetsbaar gebied), gebieden die zich meer lenen voor kleirischaligc initiatieven (maatwerk en afwegingen) en gebieden waar kansen liggen voor grootschalige opwek. Hierbij is advies gegeven over waar, hoe en onder welke randvoorwaarden grootschalige energieopwekking met zon en/of wind in de gemeente Westerveld kan worden gerealiseerd, met zo weinig mogelijk negatieve impact op het landschap.
Op 1juni 2021 heeft de gemeenteraad besloten ‘Het rapport ‘Energietransitie in het Westerveidse landschap als Daarmee kan worden richlinggevend document te gebruiken voor het gesprek met de samenleving veronderstelt dat in het kader van de ruimtelijke beoordeling van het project de ruimtelijke uitgangspunten als genoemd in dit rapport in ogenschouw dienen te worden genomen. “.
In het landschap van Westerveld zijn enkele plekken te duiden als ‘plekken met grootschalige activiteit’. Binnen de gemeente, maar ook in relatie tot de buurgemeenten. Hierbij wordt geduid; clusters van bedrijvigheid, het defensieterrein, de zandwinplas aan de oostzijde, het kanaal in relatie tot de snelweg en grootschalige ontwikkelingen bij de buurgemeente Meppel. Deze landschappen lenen zich vanuit de huidige sfeer en grote activiteit voor een doorontwikkcling op grotere schaal met nieuwe technische toevoegingen. Op dergelijke locaties zou grootschalige energieopwekking tot maximaal schaal L (2,5 tot 8 hectare), onder voorwaarden, landschappelijk verdedigbaar zijn. Het voorgenomen project is niet gelegen binnen deze ‘landschappelijk kansrijke gebieden’, maar juist in een gebied dat als landschappelijk kwetsbaar is beoordeeld (rood). Daarbij overstijgt het ruimschoots (46,7 hectare) de schaalomvang die als landschappelijk passend wordt beschouwd voor een plattelandsgemeente met veel cultuurlandschappen, landbouwgronden en natuurgebieden, namelijk tot maximaal S hectare. Gelet op de enorme omvang van het project in combinatie met een ligging in een kwetsbaar gebied, wordt gesteld dat het project afbreuk zal doen aan de landschapswaarden van het gebied. 2. Natuurnetiverk Nederland Het perceel is gelegen binnen en omringd door het Natuumetwerk Nederland.
Dit netwerk omvat een landelijk ecologisch netwerk, gevormd door kcrngcbieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Het netwerk heeft als doel natuurgebieden beter met elkaar te verbinden. Derhalve is in het provinciaal beleid vastgelegd dat op een perceel begrenst als NNN geen onrtvikkelingen mogen plaatsvinden die omzetting naar de natuurfunctie onomkeerbaar belemmeren en de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN significant aantasten. Door de aanzienlijke omvang aan bebouwing (80% van de projeetlocatie) zal er voornamelijk liet gebied onder de panelen sprake zijn van beperkte natuurontwikkelingsmogelijkhcden. In de bijgevoegde Natuurtocts natuurontwikkeling’ wordt slechts summier omschreven dat het projectgebied ingericht wordt conform riatuurdoeltype NOOD 1 ‘Nog om te vormen naar natuur’. Er -
1 Document Westerveld- Voorsiel Energietransiric in het Wtservcldse Landschap.pdf- iBnbs RIS (beswurliikeinformatie.nl)
13/19
wordt niet ingegaan op dc mogelijke belemmeringen van de bouwwerken op de verbindingsfunctie van dit gebied binnen NNN. Tevens wordt niet ingegaan op mogelijke reJe alternatieve locaties (buiten NNN) die mogelijk minder impact hebben op de naruurdoelstellingen. Dit is vanuit provinciaal beleid een voorwaarde (artikel 2.29 POV Drenthe). De onttrekking van agrarische gronden kan, zoals in de onderbouwing wordt geschreven, positief bijdragen aan de natuurdoelstellingen. Echter, niet kan worden gesteld dat het project bijdraagt aan een actuele specifieke natuurlijke gebiedsopgave of voldoende inzet op ecn combinatie van maatschappelijke opgaven. Agrarische gronden gelegen binnen NNN komt veelvuldig voor. Er zijn vormen van landbouw die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de biodiversiteit. Niet kan worden gesteld dat het project een noemenswaardige specifieke meet-waarde van de biodiversiteit oplevert. Daarnaast; Oude Willem, waaronder de projectiocatie, is in het wijzigingsbesluit Natura 2000 in 2019 als Vogelrichtlijngebied opgenomen. Dit ter compensatie van het schrappen van de aanwijzing Natura 2000 op de Bosberg. De Bosberg is habitat voor onder andere de Wespendief. In de ruimtelijke onderbouwing wordt voorbij gegaan aan de mogelijke gevolgen van het project op dit habitat.
Daarmee is geen zekerheid verkregen dat het leefgebied van (prooien voor) de Wespendief niet wordt aangetast. Vanwege de hoge natuur- en landschapswaarde van het gebied, vormt de aanleg van een grootschalig zonnepark door haar verschijningsvorm een aantasting en onderbreking van de natuurwaarden van het plangebied en de natuurwaarden van het omliggende gebied. 3. Ontbreken alternatieven onderzoek Er is een grote opgave op het gebied van verduurzaming. Dit betekent echter niet dat ongelimiteerd projecten voor grootschalige cnergieopwekking kunnen worden gerealiseerd. Dit heeft een grote impact op het landschap en de samenleving. Ruimtelijke randvoorwaarden zijn essentieel om deze opgave op een passende manier te integreren in het landschap. Derhalve wordt momenteel een Visie zonne- en windenergie Westerveld ontwikkeld8. Het verdient de nadrukkelijke voorkeur een dergelijk traject én beleid af te wachten om op die manier de potentie van gronden voor de inrichting van grootschalige opwek van energie beter te kunnen wegen en hiervoor (planologische) ruimte te bieden. Bovendien zal alsdan meer en beter over het benodigde draagvlak kunnen worden beschikt. Een project van een dergelijke omvang, dat een groot maatschappelijke en landschappelijke impact heeft, kan niet op zichzelf worden beoordeeld, maar dient in een breed perspectief te worden beschouwd.