Voorjaarsrapportage 2021
Tekst van het document
Voorjaarsrapportage 2021
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING EN LEESWIJZER ......................................................................................................... 4 1.1 Inleiding 4 1.2 Leeswijzer 4 1.3 Algemene bepalingen 4 1.4 Behandelschema 4 2 THEMA’S ......................................................................................................................................... 5 2.1 Inleiding 5 2.2 Missie & visie 5 2.3 Veranderende realiteit 5 2.4 Bespreken stand van zaken voorgestelde onderwerpen 5 2.5 Thema: Subsidies 7 2.6 Thema: Vastgoed 7 2.7 Thema: Ontwikkelingen Gemeentefonds 7 2.8 Thema: Decembercirculaire 2020 (3e Corona maatregelen pakket) 9 2.9 Thema: 4e Corona maatregelen pakket 9 2.10 Thema: Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2020-2030 (GVVP) 11 2.11 Thema: Beheer openbare ruimte door ROVA 12 2.12 Thema: Participatie van Westerveld in de Regio Deal Regio Zwolle 13 2.13 Thema: Actualisatie kapitaallasten 15 2.14 Thema: Actualisatie duurzaam meerjaren onderhoudsprogramma (DMJOP) 2021-2030 15 2.15 Thema: Dividend 15 2.16 Thema: Jeugdzorg 2021 16 2.17 Thema: Kostenontwikkeling Gemeenschappelijke regeling RUD Drenthe en effect invoering Omgevingswet op de Legesinkomsten 16 3 FINANCIEEL PERSPECTIEF ........................................................................................................
18 3.1 Structureel perspectief 2021 en meerjarig 18 3.2 Structureel perspectief (verzameld per programma) 19 4.
KADERSTELLINGEN VOOR 2022 ............................................................................................... 20
5. PERSPECTIEF PER PROGRAMMA EN FINANCIËLE MUTATIES 2021 ................................... 25 Bijlage 1: Investeringen GVVP 53 Bijlage 2: Investeringen 54 Bijlage 3: Groot onderhoud wegen volgens MJOP 55 Bijlage 4: Volledig overzicht investeringen 2021 – 2025. 56 Bijlage 5: Overzicht ontwikkelingen Voorjaarsrapportage. 59 VASTSTELLINGSBLAD VOORJAARSRAPPORTAGE 2021 ............................................................ 62
Voorjaarsrapportage 2021
3
1.
Inleiding en leeswijzer
1.1 Inleiding We hebben er voor gekozen om een beperkt aantal punten op hoofdlijnen te benoemen. We zijn graag bereid om met u als gemeenteraad van gedachten te wisselen over deze tussenstand. 1.2 Leeswijzer In deze Voorjaarsrapportage geven we een tussenstand over 2021 en schetsen een aantal ontwikkelingen. In hoofdstuk 2 staan een aantal thema’s en nemen wij de gemeenteraad mee in de positie van de gemeente. Hoofdstuk 3 geeft het financieel perspectief voor 2021 en volgende jaren. Het geeft inzicht in de budgetmutaties en de doorwerking daarvan. Hoofdstuk 4 geeft de kaderstelling als basis voor de begroting 2020-2025. In hoofdstuk 5 staat het financiële perspectief per programma. En er staat een overzicht van de financiële mutaties onderverdeeld in de volgende categorieën: 1. Raadsbesluiten De raadsbesluiten omvatten de beslissingen die de gemeenteraad heeft genomen in de periode tussen de Najaarsrapportage 2020 en de Voorjaarsrapportage 2021 (tot 1 mei 2021). 2. Collegebesluiten Onder de collegebesluiten vallen de beslissingen die in de periode tussen de Najaarsrapportage 2020 en de Voorjaarsrapportage 2021 zijn genomen (tot 1 mei 2021). 3. Autonome ontwikkelingen De autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die onontkoombaar zijn én die betrekking hebben op de taken van de gemeente of het uit te voeren beleid.
Dit betekent dat de gemeente dient te anticiperen op de autonome ontwikkelingen die zich voordoen. 4. Nieuw beleidsvoorstellen (inclusief coronapakket) Dit zijn de beleidsvoorstellen die wij voorleggen aan de gemeenteraad voor besluitvorming. Het zijn de wensen, plannen en voorstellen voor nieuw beleid voor de komende jaren. 5. Administratieve correcties Dit betreft mutaties tussen programma’s en/of producten. Dit om de kredietbewaking te bevorderen door betere matching van budget met werkelijke baten en lasten. Ze zijn budgettair neutraal, behalve een administratieve correctie op de primitieve begroting 2021. 6. Investeringen Dit zijn alle mutaties op de investeringen in de jaren 2021 tot en met 2025. Het betreft de kapitaallasten. De mutaties op de investeringen zijn verwerkt in het overzicht in de bijlage 2 t/m 4. 7. Bezuinigingen Omdat het resultaat voor 2021 in eerste instantie verder verslechterde, heeft de ambtelijke organisatie ‘huiswerk’ gedaan door bezuinigen voor te stellen die er voor zorgen dat voor 2021 en de jaren daarna een beter evenwicht tussen baten en lasten ontstaat. De mutaties per programma zijn daar waar nodig gespecificeerd. Daarmee zijn ze voor de raad inzichtelijk. De Voorjaarsrapportage wordt afgesloten met het Vaststellingsblad.
1.3 Algemene bepalingen Indien er geen verandering heeft plaatsgevonden in één van de onderwerpen, dan is dit onderwerp niet verder opgenomen in het programma; 1.4 Behandelschema 24 juni 2021 Technische vragenronde voor gemeenteraadsleden 6 juli 2021 Behandeling Voorjaarsrapportage in de gemeenteraad
Voorjaarsrapportage 2021
4
2
Thema’s
2.1 Inleiding Voortbordurend op het verandertraject ‘Zo Buiten Zo Binnen’ is ‘Grensverleggend Besturen 2.0’ ons uitgangspunt voor de huidige bestuursperiode. Een gezonde financiële huishouding is niet alleen het uitgangspunt, maar staat door diverse ontwikkelingen zwaar onder druk. Het water staat gemeenten in Nederland tot aan de lippen. Ook Westerveld heeft de afgelopen jaren circa 6% van het begrotingstotaal kunnen ombuigen. Tegelijk constateren we dat ‘de rek er uit’ is. Om die reden hebben wij een brief geschreven aan de raad waarin wij een ‘winstwaarschuwing’ geven en dat wij een begroting 2022 zullen presenteren, zonder dat er sprake is van een structureel evenwicht. Daarmee voldoen we niet aan de criteria van de gezamenlijke toezichthouders. Maar wij zijn van mening dat het Rijk meer middelen moet geven voor de taken die aan gemeenten worden overgedragen terwijl de gemeente geen sturingsmogelijkheden heeft door gebrek aan autonomie. Dit wringt steeds meer. Met deze Voorjaarsrapportage en kaderstelling willen wij een signaal afgeven dat de ‘rek eruit is’. Tegenvallers op jeugdzorg zijn niet langer op te vangen binnen de begroting. Het is een meevaller dat het Kabinet onlangs heeft besloten voor 2021 extra middelen jeugdzorg ter beschikking te stellen.
2.2 Missie & visie We willen uitstralen en waarmaken dat iedereen ertoe doet, gehoord wordt en bijdraagt aan onze samenleving. Samen met de inwoners willen we zorgen voor een prettige, veilige en gezonde leefomgeving. Waar vrijheid ten koste gaat van veiligheid of gezondheid, willen we grenzen stellen. Maar bovenal willen we in hechte samenwerking en dialoog met bewoners en bedrijven zorgen voor een gemeente waar iedereen prettig woont en onderneemt en zich graag wil vestigen. 2.3 Veranderende realiteit We zien toenemende lasten ontwikkeling. Vooral in de jeugdzorg en in iets mindere mate bij de WMO. Ondanks bezuinigingen en het verhogen van de lokale lasten in voorgaande jaren zien wij ons thans genoodzaakt te moeten gaan bezuinigen op onderdelen die een grotere maatschappelijke impact zullen hebben. Dit zijn zaken die tijd nodig hebben. Het maakt dat wij als gemeente niet in staat zijn een structureel sluitende begroting op te stellen voor 2022 t/m 2025. Wij vragen aandacht voor de financiële huishouding van gemeenten via de VNG bij onze minister van BZK. Daarbij gaat het om de volgende punten: De ‘koek moet groter’; ‘Knaken voor taken’; Herverdeling gemeentefonds moet logisch, transparant en uitlegbaar zijn.
Grotere autonomie voor gemeenten; Afschaffen opschalingskorting en afschaffen abonnementstarief WMO; Instellen van een eigenbijdrage in de jeugdzorg; Extra middelen voor de invoering van de omgevingswet; Zonder extra middelen voor de warmtetransitie, energietransitie komen de beoogde klimaatdoelen niet tot stand. In de vorm van een aantal thema’s worden een aantal onderwerpen besproken en geduid. Zo houdt u inzicht in ontwikkelingen, voortgang van ombuigingen in het sociale domein of noodzakelijke bijstellingen Een beperkte kaderstelling geeft de uitgangspunten voor de op te stellen begroting 2022. Deze uitgangspunten staan in hoofdstuk 4. 2.4 Bespreken stand van zaken voorgestelde onderwerpen Bij de ‘Uitgangspunten voor de begroting 2021’ en in de ‘Begroting 2021’ zijn een aantal onderzoeken aangekondigd. De aangekondigde onderzoeken zijn:
Voorjaarsrapportage 2021
5
Onderwerp 1. Voormalige werf Havelte, verkopen pand 2. Beperken van het aantal begraafplaatsen. Onderzoek naar tariefstelling. 3. Heroverwegen BrinQ in relatie tot het ervaren kwaliteitsniveau 4. Stoppen maatschappelijke initiatieven, verplichtingen in kaart brengen 5. Andere invulling van het omgaan met het participatiebudget 6. Onderzoek naar de doelmatigheid van sportaccommodaties 7. Onderzoek naar uitbesteden werkzaamheden gemeentewerf en tractie 8. Onderzoek naar de exploitatie van de voormalige school De Heidehoek 9. Bibliotheek, plan van aanpak voor een onderzoek naar het aantal locaties We geven u een ‘update’ van de stand van zaken. 1. Voormalige werf Havelte, verkopen pand Er is voldoende belangstelling voor het perceel. De uitdaging zit in een goede planologische inpassing. De meest haalbaar geachte scenario’s zijn: maatschappelijke en bedrijfsbestemming. 2. Beperken van het aantal begraafplaatsen. Onderzoek naar tariefstelling. Startnotitie is besproken. Planning: College–en raadsvoorstel kwartaal IV 2021 3. Heroverwegen BrinQ in relatie tot het ervaren kwaliteitsniveau In 2019 is de BrinQ-visie vastgesteld en zijn via het bijbehorend knoppenvoorstel opties en risico’s in kaart gebracht van de financiële vertaling.
In het knoppenvoorstel zijn onderdelen wegbeheer en groot onderhoud wegen, verkeer en vervoer, sloten en bermen, plantsoenen, bomen, houtwallen en singels en speelplaatsen uitgewerkt. Aan de BrinQ-visie ligt een uitgebreid participatietraject ten grondslag. Ook uit de input vanuit de samenleving voor de Omgevingswet (Natuurlijk Westerveld) kwam naar voren dat het onderhoud aan en in de openbare ruimte aandacht verdient. De toegekende bedragen voor uitvoering van de BrinQ-visie en bijbehorend knoppenvoorstel kunnen eventueel terug worden gedraaid, maar dan lopen we risico’s als het gaat om kapitaalvernietiging en aansprakelijkheid. Ook zullen we terug moeten naar de samenleving om tekst en uitleg te geven. Wel zien we binnen BrinQ en knoppenvoorstel een aantal mogelijkheden om op kortere termijn te bezuinigen zonder dat dit (grote) consequenties heeft t.a.v. kapitaalvernietiging en aansprakelijkheid. De opties zijn in een aparte notitie nader geduid. Dit is het resultaat: Betreft Sloten en bermen Geen participatie bij regulier onderhoud
2021 30.000 0
2022 75.000 25.000
2023 75.000 25.000
2024 75.000 25.000
2025 75.000 25.000
Deze voorlopige uitkomst verwerken we als taakstelling in de kaderstelling. Hoofdstuk 4. 4. Stoppen maatschappelijke initiatieven, verplichtingen in kaart brengen In 2019 zijn de subsidieregelingen Initiatieven en Evenementen in werking getreden. Het maximum aan te vragen bedragen liggen lager dan voorheen. Via de voorjaarsrapportage 2020 is het budget maatschappelijke initiatieven – kortgezegd – gehalveerd naar € 60.000 per jaar. Stoppen met maatschappelijke initiatieven zou concreet € 60.000 op kunnen leveren. Het betekent wel een trendbreuk met het huidige beleid. Een te onderzoeken alternatief zou kunnen zijn een ‘vermogenstoets’ in te voeren. Organisaties (zoals verenigingen) met voldoende eigen middelen zouden niet meer kunnen aanvragen. We stellen voor een taakstelling van € 30.000. Deze nemen we mee in de kaderstelling. Hoofdstuk 4. 5. Andere invulling van het omgaan met het participatiebudget Het niet-gecontracteerde deel van het P-budget is bij een eerdere ombuiging al verlaagd. Uit de recente besprekingen over ombuigingen participatiewet, bleek een bezuiniging nauwelijks haalbaar.
Voorjaarsrapportage 2021
6
6. Onderzoek naar de doelmatigheid van sportaccommodaties Op dit terrein vinden meerdere deelonderzoeken plaats naar toekomstbestendigheid van sportaccommodaties. Het meest actueel is het initiatief in Havelte. Zolang deze onderzoeken en initiatieven niet in een breder (zowel financieel als geografisch) afwegingskader kunnen worden geplaatst, kunnen kostenoverwegingen niet of slechts van secundair belang zijn. Deze thema’s kunnen een plek krijgen in de op te stellen Omgevingsvisie. Het is nog niet reëel om in de kaderstelling bedragen op te nemen. 7. Onderzoek naar uitbesteden werkzaamheden gemeentewerf en tractie Stalling ROVA is Dieverbrug. Er kan nu dus verder gekeken worden naar de langere termijn: is er dan nog ruimte die we kunnen afstoten? Dat wordt nu uitgewerkt/onderzocht. In kwartaal III zou het klaar kunnen zijn, waarmee het kan worden verwerkt in de voorjaarsnota 2023. Alle investeringen in tractie staan voorlopig tot de uitkomsten van het onderzoek ‘on hold’. 8. Onderzoek naar de exploitatie van de voormalige school De Heidehoek Binnenkort start een scenario-onderzoek naar een toekomstbestendige exploitatie van De Heidehoek. 9. Bibliotheek, plan van aanpak voor een onderzoek naar het aantal locaties Dit onderzoek wordt in een breder kader geplaatst.
Samen met de drie grootste subsidiepartners in het maatschappelijk domein (Scala, WMW en Bibliotheek) gaan we onderzoeken hoe we efficiënter kunnen werken in het Maatschappelijk Domein Kunnen we door een samenwerking van de WMW, Bibliotheek Westerveld en Scala de dienstverlening aan de inwoners van Westerveld op peil te houden - en daar waar mogelijk misschien verbeteren - en een besparing creëren? Wij verwachten medio augustus 2021 een ambtelijk advies. Vooruitlopend daarop zijn we van mening dat de efficiënter werken een besparing geeft. We nemen daarom 10% efficiency korting op als taakstelling. We nemen een bedrag op van € 151.000 in de kaderstelling. Zie hoofdstuk 4. 2.5 Thema: Subsidies In het kader van bezuinigingen willen we alle te verstrekken subsidies opnieuw beoordelen. Enkele grote subsidiepartners willen we apart beoordelen. Voor de overige ‘kleine’ subsidies wordt een taakstelling van 33% van het totaal aan subsidies opgenomen. Dit is in totaal een bedrag van € 147.000, hiervan is in deze voorjaarsrapportage al € 30.000 aan bezuiniging gerealiseerd. Waardoor de resterende taakstelling € 117.000 bedraagt, deze wordt verwerkt in de kaderstelling. Zie hoofdstuk 4. 2.6 Thema: Vastgoed We zien mogelijkheden voor de verkoop van gemeentelijk vastgoed. De omvang van de vastgoedportefeuille van de gemeente Westerveld is bescheiden en divers.
Er is een verkenning gemaakt om te komen tot een structurele verlaging van lasten. We hebben ons beperkt tot de gebouwen die geen of beperkt een beleidsfunctie ondersteunen (geen kernbezit). De gebouwen/ locaties die al meegenomen zijn in andere onderzoeken zijn buiten beschouwing gelaten (zoals sport en begraafplaatsen). De gebouwen die in aanmerking kunnen komen om op de korte of middellange termijn af te stoten zijn in beeld. We onderzoeken per locatie wat realistisch is, zowel voor verkoop als voor de termijn waarop. De gebouwen die mogelijk in aanmerking komen om op de korte of middellange termijn af te stoten geven een besparing in de exploitatie die kan oplopen tot € 128.600. De verkoopopbrengst minus de boekwaarde zal worden gebruikt om de algemene reserve te versterken. Deze voorlopige uitkomst verwerken we als taakstelling in de kaderstelling. Zie hoofdstuk 4. 2.7 Thema: Ontwikkelingen Gemeentefonds De vergelijking van de nieuwe met de huidige verdeling geeft een ander beeld dan in het voorjaar van 2020, toen alleen de resultaten van het sociaal domein bekend waren. Het herverdeeleffect kan worden onderverdeeld in herverdeeleffecten voor het klassiek domein (KD), het sociaal domein (SD) en de herverdeeleffecten als gevolg van de verevening van algemene eigen middelen (AEM).
Het gemiddelde herverdeeleffect van deze drie samen voor gemeenten met tot 20.000 inwoners is € 8,per inwoner. Voor de gemeente Westerveld is het herverdeeleffect € 6,- per inwoner Dat betekent een effect van totaal € 116.760. De ingroei is 25% per jaar.
Voorjaarsrapportage 2021
7
De uitkomst voor Westerveld is niet negatief. We zitten in het ‘groen’, een positieve bijstelling. Wat opvalt is dat de verdeling voor de armere gemeenten 1 in het noorden van Nederland de herijking van het gemeentefonds negatief tot zeer negatief uitvalt. Provincies en raden uit Noord Nederland hebben schriftelijk aan de bel getrokken. De vraag die gesteld kan worden of deze herverdeling ‘deugt’? Het Rijk heeft met de VNG afgesproken – omdat dit kabinet geen besluit meer neemt over de invoering van de nieuwe verdeling – samen de besluitvorming door het volgend kabinet voor te bereiden. Als eerste vragen de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) een advies over de keuzes die gemaakt zijn in de nieuwe verdeling. De ROB wordt gevraagd te adviseren of de nieuwe verdeling invulling geeft aan de doelen en de uitgangspunten van het gemeentefonds en of de belangrijkste knelpunten zijn opgelost. Na ontvangst van het advies van de ROB volgt de adviesaanvraag aan de VNG. Bij deze adviesaanvraag wordt het advies van de ROB met een reactie van de fondsbeheerders bijgevoegd.
1
Gemeenten met een lage SES (sociaal economische stratificatie).
Voorjaarsrapportage 2021
8
Op 25 maart j.l heeft de ROB in een tussenbericht een groot aantal opmerkingen gemaakt bij de herverdeling van het gemeentefonds. ROB vindt het van belang dat elke verdeling die uit de ‘systeemwereld’ van de rekenmodellen voortkomt, getoetst worden aan de ‘leefwereld’ van gemeenten als uitdrukking van lokaal zelfbestuur. Een belangrijk criterium betreft o.a. de uitlegbaarheid van de herverdeling. Als de ROB vanuit deze beoordelingscriteria kijkt naar de uitkomsten, dan valt op dat een aantal uitkomsten contra-intuïtief zijn of in ieder geval niet worden uitgelegd, of slechts technisch geduid. Dit geldt met name voor het sociaal domein, waar een grote groep gemeenten met negatieve herverdeeleffecten opvalt, terwijl die niet bekend staan als gemeenten met weinig problematiek of lage kosten dan wel een hoog vermogen te voorzien in eigen inkomsten. Daarnaast valt een specifieke groep gemeenten met sterk positieve herverdeeleffecten op, waarvan (weliswaar anekdotisch) bewijs is dat die na het peiljaar 2017 forse ingrepen hebben gedaan die de uitgaven in het sociaal domein hebben verlaagd. Dit roept tevens de vraag op of de dynamiek van het verdeelvoorstel die van het sociaal domein in de afgelopen jaren goed kan representeren. De ROB heeft de minister van BZK verzocht tot uitstel voor het geven van advies.
Het voorgaande maakt duidelijk dat de uitkomsten van de herverdeling gemeentefonds nog geen gelopen koers is. Op zijn vroegst werken deze cijfers door in de algemene uitkeringen vanaf 2023. We nemen om die reden hier nu nog niets op. Bij de begroting voor 2022 zullen wij op basis van voortschrijdende inzichten opnieuw bekijken of het opnemen van bedragen wenselijk is. Update 23-4-2021: Minister Ollongren heeft aangegeven gemeenten in het Noorden van Nederland tegemoet te willen komen. Ze heeft gevraagd opnieuw naar de verdeling te gaan kijken. Dat betekent dat dezelfde hoeveelheid middelen opnieuw zullen worden verdeeld. Wanneer gemeenten in Noord Nederland meer krijgen, krijgen andere gemeenten in Nederland minder, ook Westerveld. Kortom de uitkomst die wij hier presenteren is nog onzeker. 2.8 Thema: Decembercirculaire 2020 (3e Corona maatregelen pakket) Door middel van een brief is de raad eerder geïnformeerd over de ontwikkelingen uit de decembercirculaire. De middelen voor 2020 zijn verwerkt in de cijfers en het resultaat over 2020. De middelen voor 2021 hebben wij voorgesteld deze te verwerken in deze voorjaarsrapportage. Het betreft het volgende: Omschrijving Aanvullende pakket re-integratiekosten 2021 Gemeentelijk schuldenbeleid 2021 Bijzondere bijstand 2021 Impuls re-integratie 2021 Cultuurmiddelen 2021 Extra kosten verkiezingen 2021 Totaal
Bedrag macro x € 1.000.000 90,4 30,4 10,6 48,3 149,7 22,0 435,6
Bedrag x € 1, 2021 42.383 20.928 7.075 22.632 83.236 31.015 207.269
In deze Voorjaarsrapportage zijn tegenover deze baten ook begrote lasten opgenomen. 2.9 Thema: 4e Corona maatregelen pakket Op 26 maart j.l. is er een brief2 met bijlage gepubliceerd die informatie verschaft over het financiële effect van de maatregelen die het kabinet de afgelopen tijd heeft genomen ter compensatie van de financiële gevolgen van de coronacrisis. Het betreft de verdeling over gemeenten van de middelen die via het gemeentefonds lopen. Het betreft de volgende onderwerpen:
2 Zie: Aanvullende brief gemeentefonds maart 2021 | Circulaire | Rijksoverheid.nl.
Voorjaarsrapportage 2021
9
Soort uitkering
Macro x €1,0M
Bedrag Westerveld 2021
Perspectief jeugd en jongeren 2020
21,0
15.176
Perspectief jeugd en jongeren 2021
19,0
14.027
Jongerenwerk
14,0
10.272
Mentale ondersteuning 2021
11,5
8.646
Activiteiten en ontmoetingen
8,0
5.671
Bijzondere bijstand (TONK) 2021
65,0
43.987
Afvalverwerking
29,0
32.891
Bestrijden eenzaamheid ouderen 2021
36,5
58.743
Extra begeleiding kwetsbare groepen
37,0
49.031
Mutaties voorschoolse voorziening peuters
5,1
8.693
TOTAAL: Coronamaatregelen maart 2021
246,1
247.137
In deze Voorjaarsrapportage zijn tegenover deze baten ook begrote lasten opgenomen. Toelichting: 1. Perspectief Jeugd en jongeren (€ 21 miljoen voor 2020 en € 19 miljoen voor 2021)) Voor jongeren is het essentieel om elkaar fysiek te kunnen ontmoeten. Met een Jeugdpakket van € 58,5 miljoen wil het kabinet een impuls aan gemeenten geven om samen met jongeren, lokale organisaties en evenementensector volledig coronaproof kleinschalige activiteiten te programmeren op het gebied van cultuur, sport en andere zinvolle vrijetijdsbesteding. Gemeenten ontvangen extra middelen t.b.v. de inzet van jongerenwerkers in achterstandswijken. 2. Jongerenwerk jeugd (€ 14 miljoen) Om jongeren uit bepaalde risicogroepen te benaderen en te bereiken wordt de huidige extra inzet van jongerenwerk uit het Jeugdpakket verlengd tot eind 2021.Het kinder- en jongerenwerk speelt ook een signalerende rol op het gebied van psychische problemen of huiselijk geweld. 3. Mentale ondersteuning jeugd (€ 11,5 miljoen) Jongeren hebben behoefte aan laagdrempelige ondersteuning voor mentaal welzijn. Als onderdeel van het aanvullend steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl van 12 februari 2021 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 25295, nr.
988)10 zet het kabinet daarom met gemeenten in op het organiseren van activiteiten om mentale weerbaarheid van jongeren te versterken, door bijvoorbeeld: geven van trainingen, zoals weerbaarheidstrainingen, inzet op extra coaching van jongeren, 4. Activiteiten en ontmoetingen jeugd (€ 8 miljoen) Jongeren hebben behoefte aan laagdrempelige ondersteuning voor mentaal welzijn. Daarom zetten we met gemeenten in op het organiseren van activiteiten om mentale weerbaarheid van jongeren te versterken, door inzet op meer mogelijkheden tot ontmoeting in (tijdelijk onbenutte) ruimten zoals bibliotheken, buurthuizen, wijkcentra, sporthallen en evenementenhallen beter en veilig te benutten voor sociale en ondersteuningsactiviteiten. 5. Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) (€ 65 miljoen) De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen. En die daardoor hun rekeningen niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken.
Maar ook burgers die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de TONK. Op basis van beschikbaar gestelde Rijksgelden stellen wij de budgetten in deze Voorjaarsrapportrage bij. Tegenover de inkomsten plaatsen wij uitgaven tot eenzelfde hoogte.
Voorjaarsrapportage 2021
10
6. Afvalverwerking (€ 29 miljoen) Door de coronacrisis hebben gemeenten zowel extra kosten gemaakt als inkomsten gemist met betrekking tot afvalinzameling. Met name het restafval is, door onder andere het thuiswerken, in hoeveelheid gegroeid. Veel gemeenten hebben contracten gesloten met een variabele prijs voor de verwerking hiervan. 7. Bestrijden eenzaamheid ouderen (€ 36,5 miljoen) Eenzaamheid is door corona toegenomen. Op lokaal niveau zetten gemeenten met lokale partners al in op het bestrijden van eenzaamheid. Maar nog niet iedereen wordt persoonlijk bereikt. Het kabinet stelt middelen ter beschikking zodat – via gemeenten en lokale partners – kan worden ingezet op onder meer de volgende acties: Extra contact met ouderen: huisbezoeken, digitaal en belcontact. Hierdoor ontstaat tevens meer zicht op hoe het werkelijk met ouderen gaat. Extra helpende handen: boodschappen, hulpvragen doorzetten, helpen contact met anderen te maken. Inzet op verbinding tussen mensen: creëren van meer mogelijkheden elkaar coronaproof te ontmoeten, mensen aan elkaar koppelen om samen activiteiten te organiseren. Extra inzet op zingeving: alternatieve dagbesteding helpen organiseren, deelname culturele activiteiten. 8.
Extra begeleiding kwetsbare groepen (€ 37 miljoen) De coronacrisis maakt dat de levens van iedereen met begeleiding er heel anders uitziet: dagbesteding gaat soms niet door (horeca is bijvoorbeeld gesloten), er komen minder mensen langs, niet iedereen begrijpt de maatregelen even goed. Ook is er meer begeleiding en ondersteuning nodig voor mensen met andere beperkingen. Dit maakt dat extra ondersteuning nodig is zodat lokaal kan worden geïnvesteerd in bijvoorbeeld: Extra in te zetten op het organiseren van alternatieve dagbesteding om structuur te creëren in de dag. Het bieden van passend vervoer en extra locaties voor alternatieve en verspreide vormen van dagbesteding die voldoen aan de RIVM-richtlijnen, die nog niet zijn gefinancierd via de meerkostenregeling voor Wmo en Jeugd. Extra ambulante begeleiding om proactief mentale en sociale problemen op te sporen (extra huisbezoeken). Extra (begrijpelijke) informatievoorziening over wat kan en mag en veilig is. 2.10 Thema: Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2020-2030 (GVVP) Tijdens de politieke avond van de raad op 8 december en op 22 december 2020 is het GVVP besproken en vastgesteld. Voorwaarde bij het vaststellen was dat de financiële gevolgen uit het GVVP integraal konden worden afgewogen bij de Voorjaarsrapportage 2021.
Tussentijds is nog wel een kredietvoorstel op basis van het GVVP voorbij gekomen, te weten het krediet voor de Fietsimpuls Doldersummerweg. Daarvoor is in de raad een krediet van € 550.000 beschikbaar gesteld onder voorwaarde dat de subsidie van de provincie wordt toegekend voor een bedrag van € 275.000. In deze Voorjaarsrapportage wordt op basis van de eerder genomen besluiten een financiële verwerking voorgesteld waarin nog keuzes gemaakt kunnen worden. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van budgetten en kredieten voor de periode 2020-2025 indien het gehele GVVP zal worden uitgevoerd.
Voorjaarsrapportage 2021
11
Op basis van de huidige financiële positie en de prioritering is in december 2020 een alternatief voorgesteld. Dat alternatief zal hierbij ook in deze Voorjaarsrapportage worden verwerkt. Het totaal sluit aan bij het investeringsoverzicht in bijlage 2.
* De uitvoering van dit krediet staat gepland voor 2025, de kapitaallasten van € 12.600 per jaar zullen vanaf 2026 ten laste van de begroting komen. In bovenstaand overzicht is de subsidie van de provincie voor de Doldersummerweg al wel in mindering gebracht. De aanvraag is inmiddels ingediend, maar de toekenning is nog niet ontvangen. Wanneer de subsidie wordt afgewezen, zal het krediet opnieuw aan de raad worden voorgelegd. 2.11 Thema: Beheer openbare ruimte door ROVA Met ingang van 1 april 2021 zijn 19 medewerkers van Reestmond overgekomen om onder begeleiding van ROVA het groenonderhoud voor de gemeente Westerveld uit te voeren. De financiële vertaling hiervan is inmiddels volledig uitgewerkt en wordt hierbij verwerkt in deze Voorjaarsrapportage. De kosten en opbrengsten zijn verdeeld over verschillende programma's. Bij deze wijziging zal naar dit stuk worden verwezen. De cijfers zijn verwerkt met de volgende kanttekeningen en risico's: •
Als blijkt dat de mensen uit de genoemde SW-groep minder goed inzetbaar zijn en terugkeren naar Reestmond op basis van de terugkeerregeling of op termijn met pensioen gaan, dan moeten deze ‘lege’ plekken worden ingevuld. Wanneer dit door reguliere vakkrachten gebeurt, dan zijn we duurder uit. In de Dienstverleningsovereenkomst (DVO), dat nu nog wordt opgesteld, is de volgende tekst opgenomen:
"1.3 Inzet bijzondere doelgroepen Bij de uitvoering van de onder 2 genoemde taken zal ROVA waar mogelijk gebruik maken van de inzet van bijzondere doelgroepen, zoals SW-medewerkers. ROVA zet de doelgroepers in bij het groenonderhoud of andere passende werkzaamheden. Bij terugloop van het aantal SW-medewerkers heeft ROVA de verplichting om in overleg met de gemeente te bezien in hoeverre medewerkers uit andere doelgroepen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen worden ingezet." Dit zal in onze organisatie moeten worden geïntegreerd. •
Bij de financiële uitwerking zijn we er van uitgegaan dat we op termijn een besparing kunnen inboeken op de GR-bijdrage aan Reestmond. Dit op basis van de overheadkosten. Aangezien de formatie van Reestmond aanzienlijk is geslonken, is het logisch de overhead en indirecte kosten navenant af te bouwen. De gemeente Westerveld zal hier samen met de gemeenten Meppel en Staphorst op in moeten zetten om dit te realiseren. Dat zal enige tijd kosten. De besparing is daarom ingeboekt vanaf 2023.
Voorjaarsrapportage 2021
12
•
Er is vanuit gegaan dat de maaiploeg vanaf 2022 ook overgaat naar de gemeente Westerveld en deze werkzaamheden plaatsvinden onder aansturing van ROVA. Dit zijn dus mensen (5 SWmedewerkers) en materieel. In de berekeningen kan hierdoor een besparing worden gerealiseerd van € 33.000 op de kosten van ROVA. Nog niet duidelijk is wat de invloed daarvan is op de GRbijdrage van de gemeente Westerveld en welke personeelskosten daar tegenover staan. Dit moet nog met Reestmond worden besproken.
Op totaalniveau zien de kosten en de budgetten er als volgt uit: Totaaloverzicht budgetten Beheer Openbare Ruimte Samenvatting
2021
2022
2023
2024
1.115.185 1.148.165
1.286.042 1.189.665
1.296.042 1.434.665
1.306.042 1.434.665
32.980
-96.377
138.623
128.623
Kosten personeel Beschikbare budgetten
953.000 687.000 -266.000
875.600 721.000 -154.600
872.200 671.000 -201.200
834.000 704.000 -130.000
Tekort (-)/overschot (+)
-233.020
-250.977
-62.577
-1.377
Raadsvoorstel januari 2021 Tekort (-)/overschot (+)
-259.627
-164.259
24.185
105.373
Kosten ROVA Beschikbare budgetten (vanaf 2023 incl. besparing GR-bijdrage Reestmond)
Deze kosten wijken af van hetgeen in januari 2021 in de raad is gepresenteerd. Dit heeft de volgende redenen: • De ingangsdatum is gewijzigd van 1 januari 2021 naar 1 april 2021; • De kosten zijn geactualiseerd en nader uitgewerkt; • Doordat er minder medewerkers vanuit Reestmond geplaatst kunnen worden, worden een aantal werkzaamheden door derden uitgevoerd. 2.12 Thema: Participatie van Westerveld in de Regio Deal Regio Zwolle In de periode t/m 2023 investeren Rijk en regio gezamenlijk in het versterken van de brede welvaart (economische groei en persoonlijk welbevinden). De Regio Deal Regio Zwolle bestaat in totaal uit achttien projecten die - elk afzonderlijk én in samenhang met elkaar – bijdragen aan een sociaal-sterke, circulaire, innovatieve en klimaatbestendige groeiregio. Gemeente Westerveld neemt deel in de Regio Deal Regio Zwolle met twee projecten binnen twee actielijnen. Dit zijn:
Circulair produceren en consumeren in Westerveld (onderdeel van actielijn 1 -> gericht op duurzaam groeien en circulair ondernemen van het mkb) Duurzame groei toerisme en recreatie in Westerveld (onderdeel van actielijn 3 -> gericht op een evenwichtige groei van stad en platteland)
In het kader van de Regio Deal regio Zwolle is afgesproken de publieke bijdrage bestaat uit cofinanciering vanuit de gemeente en vanuit het Rijk. De gemeentelijke bijdragen van Westerveld zijn in onze begroting reeds vastgesteld. De Rijksbijdrage wordt in het 2 e kwartaal van 2021 formeel toegekend via een subsidieschikking vanuit provincie Overijssel. Deze gezamenlijke publieke cofinanciering wordt besteed aan de uitvoering van de onderstaande onderdelen. Circulair produceren en consumeren in Westerveld Dit project bestaat uit vijf onderdelen met vijf partners die elkaar aanvullen en versterken: 1. Ontdekken – Met inzet van Stichting NICE (Noord Nederlands Instituut Circulaire Economie) gaan pionierende ondernemers, betrokken inwoners, talentvolle studenten en innovatieve ambtenaren die samen en gelijktijdig op expeditie. Een programma met een hoog doe-gehalte, waar praktijk en beleid samen optrekken. De insteek is integraal, beleidsdomein- en sectoroverstijgend, maatschappelijke vraagstukken te verkennen en oplossingen te ontdekken. 2. Innoveren & valoriseren – De Versnellingshoeve ’t Kiemt ontwikkelt zich tot een fysieke plek waar ondernemers en initiatieven ondersteuning krijgen (begeleiding, werk- en experimenteerruimte, netwerk en kennis) om hun circulaire ambities in de praktijk te gaan brengen. 3.
Groeien & samenwerken in de keten – Vanuit de samenwerking met de Gebiedscoöperatie Zuidwest-Drenthe worden succesvolle starters begeleid naar de groeifase en/of in
Voorjaarsrapportage 2021
13
4.
5.
ketensamenwerking. De economische positie van ondernemers wordt versterkt door hen te helpen bij het vinden van nieuwe verdienmodellen en het toepassen van circulair- en ketengericht produceren. Onderzoeken & borgen – In een living lab, als onderdeel van de Leerstoel CEPRO (Cultureel Erfgoed en Ruimtelijke Participatieve Ontwikkeling) die onlangs is opgericht, wordt de koppeling gemaakt tussen sociale, bottom-up ontwikkelingen en wetenschappelijke onderbouwing. Geleerde lessen uit de circulaire transitie naar een brede welvaart blijven bewaard voor toekomstige generaties. Vergroten consumentenbewustzijn – Met diverse activiteiten en trajecten investeren we in het belang van verantwoorde voeding, een gezonde leefstijl en leefomgeving. Gemeentelijke activiteiten wakkeren interesse aan voor oorspronkelijk voedsel, seizoensgebonden, en eerlijke streekproducten en (sociale-) bewegingsactiviteiten.
Duurzame groei toerisme en recreatie in Westerveld Dit project bestaat uit vier onderdelen die elkaar aanvullen en versterken met diverse partners die actief zijn binnen Westerveld: 1.
2.
3.
4.
Verleiden en spreiden van bezoekers in de bredere Regio Zwolle – Door extra fiets- en parkeertransferia met duurzame vervoersmiddelen in een aantal dorpen te realiseren met digitale informatiezuilen (routes, eet- en drinklocaties etc.) creëren we een betere spreiding. Hierin trekken samen op met de gemeente Steenwijkerland, die bij het station Steenwijk informatie/en fietsparkeertransferia gaat inrichten. Via smart mobility worden bezoekers meer gespreid over de gehele regio. Versterken van kwaliteit en kwantiteit van overnachtingslocaties en dagrecreatieve voorzieningen – Deze activiteit vormt de basis van het versterken van ondernemerschap en gastvrijheid (smart hospitality). Het vraagt om een gezamenlijke aanpak, waarbij ondernemers zelf investeren in hun onderneming en ondernemersvaardigheden en gemeente Westerveld hen, samen met partners, stimuleert en faciliteert bij de vernieuwingen. Daarnaast worden diverse (digitale) trainingen aangeboden. Vergroten van de fysieke aantrekkelijkheid van vier Westerveldse (hoofd)dorpen – Deze dorpen beschikken over een kwalitatief hoogwaardig recreatief/cultureel aanbod waarbij er nu wordt geïnvesteerd in de verbinding tussen deze dorpen en de Koloniën van Weldadigheid. Dit doen we door te investeren in een leesbaar landschap met een goede ruimtelijke kwaliteit en ontwikkelen verbindende activiteiten in het landschap met een verhaal.
Alles is aanwezig om het cultuurhistorisch landschap te laten beleven. Kunst, cultuur en muziek zijn hierin van grote waarde. Samen met ondernemers worden beleefconcepten doorontwikkeld. Vermarkten van het unieke verhaal van de Koloniën van Weldadigheid met nominatie UNESCO Werelderfgoed – Samen met de andere koloniedorpen, o.a. Willemsoord in Steenwijkerland, Veenhuizen en Ommerschans werken we continu aan het uitdragen van dit unieke verhaal. We doen dit door koppelingen te leggen met de andere ‘verhalen van de regio’ uit actielijn 3, waarbij ieder gebied haar eigen unieke kenmerken heeft.
Nu we de toezegging van de Regio Deal binnen hebben, betekent dit dat we in 2021 echt aan de slag kunnen. Om dit project ook financieel goed te kunnen volgen doen we het voorstel om een aantal budgetten van andere programma’s onder te brengen bij in programma 3. Hierdoor zal in deze Voorjaarsrapportage op een aantal plaatsten worden verwezen naar deze inleiding. Per saldo is de wijziging voor de drie jaren (2021-2023) budgettair neutraal al kan er wel wat verschuiving over de jaren plaatsvinden.
Voorjaarsrapportage 2021
14
2.13 Thema: Actualisatie kapitaallasten Bij de het voorstel overhevelen kredieten (22 december 2020) en (definitief geworden) bij de vaststelling van de Jaarrekening 2020 zijn investeringen doorgeschoven naar 2021. Het gevolg daarvan is dat de afschrijvingen een jaar later zullen ingaan en dat de rente berekening over een lagere aanschafwaarde per 1 januari 2021 is. Dit betreft bijvoorbeeld de geraamde investeringen van vervanging van rioleringen. Er wordt € 338.113 doorgeschoven naar 2021. (zie pag. 41 Jaarrekening 2020). De afschrijving in programma 7 neemt toe met hetzelfde bedrag. Alleen voor riolering staat tegenover deze afschrijvingen een (mutatie) vrijval uit de voorzieningen. Zo wordt voor vervanging en reconstructie wegen € 1.124.387 aan investeringen doorgeschoven naar 2021. Dat geeft lagere kapitaallasten van € 272.120 in 2021. Zie voor de mutatie per programma hoofdstuk 5. 2.14 Thema: Actualisatie duurzaam meerjaren onderhoudsprogramma (DMJOP) 2021-2030 Het afgelopen jaar is op basis van de startnotitie Duurzaamheid, Energieprestatie Adviezen Utiliteit en de landelijke eisen ten aanzien van de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed een nieuw duurzaam meerjaren onderhoudsprogramma (DMJOP) voor de gemeentelijke gebouwen opgesteld.
Bij het opstellen van dit plan is zoveel mogelijk uitgegaan van duurzame aanpassingen waar vervanging nodig was en zijn makkelijk te realiseren aanpassingen zo snel mogelijk meegenomen. De ontwikkelingen op dit gebied gaan snel en de kosten hiervan zijn nog niet geheel inzichtelijk. Wij zijn voornemens de raad dit jaar het MJOP aan te bieden en de uitkomsten te verwerken in de Najaarsrapportage 2021 / Begroting 2022. Het plan dat nu is geïnventariseerd zal worden aangepast / aangevuld met de voornemens uit thema 2.6 Vastgoed. De effecten worden nog doorgerekend en zullen worden opgenomen in de begroting 2022. In de kaderstelling, in hoofdstuk 4, ramen we deze als PM-post. 2.15 Thema: Dividend Door de coronacrisis en door investeringen door (nuts)bedrijven in de energietransitie staat de uitkering van toekomstig dividend onder druk. De partners waarin wij deelnemen geven alle aan dat winsten zullen afnemen en derhalve de uit te keren dividend lager zal zijn. Zo geeft Rendo aan dat het toekomstige dividend gebaseerd zal zijn op een uitkeerbare winst van tussen de € 5,0 miljoen en € 7,5 miljoen. Een gemiddelde verwachting van € 6,2 miljoen. In vergelijking met de huidige uitkeerbare winst van € 7,5 miljoen is dat een verlaging van het dividend met 17%. In bedrag komt dat overeen met circa € 120.000 minder dividend.
Dat bedrag betreft dus ons risico van lagere inkomsten in de toekomst. Ook Enexis geeft aan dat de dividend uitkering zal dalen met circa 15% in 2021 en 29% in 2022. Ook Rova voorziet een lager dividend van circa 29%. De BNG Bank heeft het voornemen om aanvullende dividenduitkeringen te doen, maar de bank zal rekening moeten houden met eventuele toekomstige aanbevelingen van de ECB. De BNG Bank ‘bevriest’ haar uitkeringen van dividend en stelt dividendbetalingen uit conform de aanbeveling van de ECB. Aanvullende dividenduitkeringen zullen niet plaatsvinden vóór oktober 2021. Bovenstaande opsomming die niet volledig is en ook nog eens onzeker geeft wel aan dat de lagere dividenduitkeringen resulteren in een lager resultaat. Vooralsnog benoemen wij deze factor als een risico. Dat risico schatten wij thans als volgt. Begrotingsjaar
2021
2022
2023
2024
2025
Risico neerwaartse bijstelling dividend uitkering
-181
-206
-206
-151
-151
Op dat risico wordt nader teruggekomen bij de begroting 2022. Zie de kaderstelling (hoofdstuk 4).
Voorjaarsrapportage 2021
15
2.16 Thema: Jeugdzorg 2021 Het kabinet stelt voor 2021 € 613 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor het oplossen van de acute problematiek in de jeugdzorg. Die afspraak hebben het kabinet en de VNG gemaakt. Met dit geld komt er o.a. ruimte om de crisiscapaciteit in de jeugd-ggz uit te breiden en wachttijden aan te pakken. Daarnaast is afgesproken dat gemeenten en Rijk aan de slag gaan met maatregelen om de structurele houdbaarheid van de uitvoering van de Jeugdwet te verbeteren. Het geld komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor 2021. Ook ontvingen gemeenten eerder in totaal € 95,5 miljoen uit steunpakketten voor jongeren in het kader van corona, om laagdrempelige mentale ondersteuning te bieden, sociale activiteiten mogelijk te maken en kwetsbare doelgroepen te ondersteunen. Samen gaat het dus om ruim € 1 miljard. Acute knelpunten aanpakken Het geld wordt ingezet om een aantal acute knelpunten in de jeugdzorg aan te pakken. Zo wordt de crisiscapaciteit in de jeugd-ggz tijdelijk uitgebreid, om beter aan de grotere zorgvraag, die mede door corona is ontstaan, te voldoen. Een deel van het geld wordt ingezet om de wachttijden voor specialistische jeugdzorg in de regio aan te pakken en – in regio’s waar geen sprake is van wachttijden – te voorkomen.
Gemeenten en Rijk werken een wachttijdaanpak uit, waarin ook wordt ingezet op het verbeteren van het oppakken van complexe casuïstiek. Verder is geld beschikbaar om kinderen, jongeren en gezinnen die nu vastzitten in het systeem van de jeugdbeschermingsketen per direct te helpen. Beheersbaarheid van het jeugdstelsel Om jongeren die dat nu en in de toekomst nodig hebben passende zorg te bieden, is het nodig om de beheersbaarheid van het jeugdstelsel te vergroten. Het Rijk en gemeenten zijn hier mee bezig en zullen dit samen verder intensiveren in de vorm van een aantal maatregelen. Het gaat om het stimuleren van tariefdifferentiatie en standaardisatie van de uitvoering, het versmallen van de medische verwijsroute door enkel te verwijzen naar gecontracteerd aanbod en het breder invoeren van een regisseur bij de huisarts. Door dit laatste kunnen meer jongeren laagdrempelig in de huisartsenpraktijk geholpen worden en is voor hen een verwijzing naar gespecialiseerde GGZ-zorg niet nodig. Fundamentele keuzes Om het jeugdstelsel op de lange termijn beheersbaar te maken zijn fundamentele keuzes nodig, bijvoorbeeld over de reikwijdte van de Jeugdwet en de beleidsvrijheid en rol van gemeenten in de uitvoering. Het is aan een nieuw kabinet om hierover te besluiten. Daarbij gaat het om een combinatie van maatregelen en structureel extra geld.
Financieel3 De POH-GGZ is onderdeel van het onderdeel acute problematiek en wordt verleend via de Algemene Uitkering van het Gemeentefonds. In het totaal wordt daarmee € 493 miljoen via de Algemene Uitkering verstrekt en is € 120 miljoen beschikbaar via Specifieke Uitkeringen. Voor Westerveld bedraagt de eenmalige verhoging van de algemene uitkering in 2021 circa € 493.000. Dit geschatte bedrag presenteren we als stelpost voor 2021 in de Voorjaarsrapportage. Zie hoofdstuk 3. 2.17 Thema: Kostenontwikkeling Gemeenschappelijke regeling RUD Drenthe en effect invoering Omgevingswet op de Legesinkomsten De kosten van de RUD zijn de afgelopen jaren vrij stabiel gebleven maar de RUD heeft laten weten dat in 2022 een kostentoename is te verwachten. Het gaat volgens verwachting (er is nog geen vastgestelde begroting 2022) om een kostenverhoging van Drenthe breed € 1,17 miljoen, dat is ongeveer 8% van de totale kosten. Het aandeel Westerveld bedroeg in 2020 € 521.000 en zou in dat geval rekening moeten houden met circa € 42.000 aan extra lasten. De toename een gevolg van wettelijke taken, kwaliteitsborging en apparaatskosten. Daarnaast werd informeel en niet-onderbouwd gesproken over een kostenstijging van € 1,5 miljoen als gevolg van de invoering van de omgevingswet. Voor Westerveld zou dat neerkomen op circa € 55.000 aan extra lasten.
3 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/04/22/afspraken-aanpak-problematiek-jeugdzorg
Voorjaarsrapportage 2021
16
Leges a.g.v. invoering Omgevingswet De invoering Omgevingswet heeft gevolgen voor de inkomsten uit leges. In 2022 zullen minder leges kunnen worden geheven omdat meer activiteiten vergunningvrij worden. Als de gemeente het zelfde niveau van naleving wil houden, zal meer toezicht en handhaving nodig zijn. De activiteiten die straks vergunningvrij worden, vallen niet precies samen met nu bekende categorieën van legesplichtige vergunningen. Daardoor kunnen we nog niet berekenen wat de kostentoename zal zijn. Een andere onvoorzienbare factor is de hoeveelheid inspanningen die nodig zal zijn om de resterende vergunningen te verlenen. Er worden zeker geen besparingen verwacht omdat de regels voor de overheid niet eenvoudiger worden en omdat het aantal legesplichtige activiteiten kleiner wordt. Tenslotte hebben de omgevingsvergunning-leges in Westerveld nooit een hoge dekkingsgraad gehad. Voor de leges en de kostendekking daarvan onder de Omgevingswet volgt in 2021 nog een raadsvoorstel. Overigens is dit punt Omgevingswet ook door VNG aanhangig gemaakt bij BZK. De invoering van de Omgevingswet zou voor gemeenten budgetneutraal zijn.
Voorjaarsrapportage 2021
17
3
Financieel perspectief
De financiële positie van de gemeente Westerveld staat onder druk. Enerzijds door het resultaat over 2020 en anderzijds door het te verwachten resultaat over 2021. Het totaal van de gepresenteerde ontwikkelingen zorgen bij ongewijzigd beleid voor negatieve uitkomsten in de exploitatie van 2021 en daarna. Daarom heeft de organisatie voorstellen gedaan voor bezuinigingen. Voor zover deze direct kunnen worden ingevuld, zijn deze verwerkt in deze Voorjaarsrapportage. Andere bezuinigingen waarvoor meer tijd nodig is (zie de toelichting onder de thema’s) zijn meegenomen als taakstelling in hoofdstuk 4 kaderstelling. 3.1 Structureel perspectief 2021 en meerjarig Het structureel financiële perspectief is geactualiseerd op basis van ontwikkelingen. Structureel kader 2021-2025 bedragen x € 1.000
2021
2022
2023
2024
2025
Uitkomsten begroting 2021
-205
189
60
251
446
Ontwik k elingen voorjaarsrapportage - administratieve correcties - autonome ontwikkelingen - collegebesluiten - nieuwe beleidsvoorstellen - investeringen - raadsbesluiten Subtotaal mutatie ontwikkelingen
11 -363 -122 -224 -76 -774
22 -484 -14 -37 -30 -76 -619
-236 -234 -37 -104 -76 -687
-29 -170 -37 -113 -76 -425
498 -731 -37 -163 -76 -509
Saldo voor bezuinigingen
-979
-430
-627
-174
-63
Reeds opgehaalde bezuinigingen vanaf 2021 - bezuinigingen
40
65
65
65
65
Resultaten op basis van ontwikkelingen
-940
-365
-562
-109
2
Aangekondigde middelen Jeugd (zie thema 2.16)
493
-
-
-
Raming resultaten na middelen Jeugdzorg
-447
-365
-562
-109
2
Bovenstaand saldo betreft de uitkomsten van de Voorjaarsrapportage 2021. Het zijn de uitkomsten van ontwikkelingen in de eerste maanden en uitzettingen door autonoom beleid inclusief ontwikkelingen jeugdzorg (jeugdzorg alleen in 2021). Deze ontwikkelingen zijn van invloed op 2021 en de volgende jaren. De uitkomsten van de Voorjaarsrapportage (dit is het saldo voor bezuinigingen) waren voor de organisatie aanleiding om bezuinigingen voor te stellen. Het resultaat van het ‘laaghangend fruit’ is nu verwerkt. Andere zaken vragen om nader onderzoek waarvan u in middels de bespreking per thema in hoofdstuk 2 nader bent geïnformeerd. Tegenover de extra lasten jeugdzorg in 2021 van € 493.000 staan de aangekondigde extra middelen jeugd. Omdat deze nog niet middels een beschikking definitief zijn, worden deze apart gepresenteerd. Deze middelen zullen gelijktijdig met de meicirculaire worden meegenomen als begrotingen wijziging voor 2021. Het financiële perspectief is samenvattend voor alle jaren negatief. Voor maatregelen en ontwikkelingen verwijzen wij naar hoofdstuk 5. Dat vormt de basis voor het opstellen van de begroting 2022 t/m 2025. Hierna wordt een overzicht gegeven van de nieuwe budgetten per programma. In hoofdstuk 5 worden de financiële mutaties afzonderlijk per programma gepresenteerd en toegelicht.
De ontwikkelingen zoals hierboven genoemd zijn gegroepeerd naar herkomst verzameld in bijlage 6.
Voorjaarsrapportage 2021
18
3.2 Structureel perspectief (verzameld per programma) Onderstaande tabel geeft een samenvattend overzicht van de saldo´s per programma na verwerking van de budgetmutaties 2021. De aangekondigde middelen jeugd zijn niet meegenomen. Dat doen we pas nadat er een beschikking is ontvangen. Een nadere detaillering en toelichting op de budgetmutaties staat in hoofdstuk 5.
Programma
Bedragen x € 1.000, min is nadeel Begroting Amende- Budget- Gerapport. Budget Gewijz. 2021 ment overh.ling saldo 2021 Mutatie Begr 2021
Lasten 0. Bestuur en ondersteuning 1. Veiligheid 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 3. Economie 4. Onderwijs 5. Sport, cultuur en recreatie 6. Sociaal domein 7. Volksgezondheid en milieu 8. VHROSV Subtotaal lasten
2.186 1.414 3.437 1.500 1.552 4.310 19.861 5.730 5.561 45.551
-45 -50 -95
67 114 164 193 260 798
2.253 1.414 3.392 1.614 1.552 4.474 20.054 5.990 5.511 46.254
54 -93 480 57 4.334 201 215 5.248
2.307 1.414 3.299 2.094 1.552 4.531 24.388 6.191 5.726 51.502
Baten 0. Bestuur en ondersteuning 1. Veiligheid 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 3. Economie 4. Onderwijs 5. Sport, cultuur en recreatie 6. Sociaal domein 7. Volksgezondheid en milieu 8. VHROSV Subtotaal baten
354 15 314 2.225 191 268 3.407 5.047 3.821 15.642
-
21 21
354 15 314 2.225 191 268 3.428 5.047 3.821 15.663
15 80 456 2 71 3.155 -109 3.670
369 15 394 2.681 193 339 6.583 5.047 3.712 19.333
Totaal saldo programma's
-29.909
95
-777
-30.591
-1.578
-32.169
Overhead
8.272
-141
136
8.267
197
8.464
VpB Onvoorzien
20
-
-
-
20
Algemene dekkingsmiddelen Lasten Baten Totaal algemene dekkingsmiddelen
466 37.301 36.835
-200 -200
-
20 466 37.101 36.635
6 655 649
472 37.756 37.284
Saldo lasten en baten
-1.366
36
-913
-2.243
-1.126
-3.369
Mutaties in reserves Storting in reserves Beschikking uit reserves Totaal mutaties in reserves
175 1.149 974
-150 150
913 913
25 2.062 2.037
389 389
25 2.451 2.426
Resultaat
-392
186
-
-206
-737
-943
Voorjaarsrapportage 2021
19
4.
Kaderstellingen voor 2022
4.1 Kaders voor 2022 De gemeenteraad geeft, door het stellen van de kaders voor de begroting 2022 en de komende jaren, richting aan het beleid van gemeente Westerveld. In dit hoofdstuk staan de kaders die aan de gehele begroting raken ofwel waarvan de financiële impact tijdens het opstellen van de begroting nog zou kunnen wijzigen. Bedragen in €, min is nadeel Meerjarenraming 2022-2025 2023 2024 2025
2022 1. Algemene uitkeringen 2. Gemeenschappelijke regelingen 3. Inflatie 4. Personele kosten 5. Lokale heffingen 6. Jeugdzorg 7. DMJOP Vastgoed
-277.000 -95.000 312.000 pm pm
29.000 -278.000 -95.000 316.000 pm pm
58.000 -271.000 -95.000 316.000 pm pm
87.000 -169.000 -95.000 316.000 pm pm
Totaal Kaderstellingen
-60.000
-28.000
8.000
139.000
4.2 Toelichting op de kaderstellingen: Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de onderdelen uit de tabel in paragraaf 4.1. Ad 1: Algemene uitkering Gemeentefonds In relatie tot de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn er per jaar drie bijstellingen die plaatsvinden in de mei-, september-, en decembercirculaire. Conform de afspraak wordt de begroting gebaseerd op de septembercirculaire. De effecten van de daaropvolgende decembercirculaire worden rechtstreeks verwerkt in het resultaat. De uitkomsten van de meicirculaire zijn op het laatst mogelijke moment verwerkt in deze Voorjaarsrapportage. Bedragen in €, min is nadeel Meerjarenraming 2022-2025 2023 2024 2025
2022 1. Algemene uitkeringen Herverderling gemeentefonds
-
29.000
58.000
87.000
Mei-circulaire
-
-
-
-
Extra middelen Jeugdzorg Totaal Gemeenschappelijke regelingen
pm -
pm
pm
pm
29.000
58.000
87.000
Ad 2: Gemeenschappelijke regelingen De begroting en jaarrekening van de gemeenschappelijke regelingen worden, ter bespreking in de vergaderingen van 8, 15 en/of 29 juni 2021, aan de commissie voorgelegd. Op basis daarvan worden de gemeentelijke bijdragen voor de uitvoering van de gemeenschappelijke regelingen opgenomen in de begroting 2022. Gemeenschappelijke regelingen waarvan de conceptbegroting al binnen is, zijn in de kaderstelling verwerkt.
Voorjaarsrapportage 2021
20
2022
Bedragen in €, min is nadeel Meerjarenraming 2022-2025 2023 2024 2025
Gemeenschappelijke regelingen Reestmond Veiligheidsregio Drenthe (VRD) GGD RUD Recreatieschap Drenthe SSC-ONS Publiek vervoer
-64.000 -2.000 37.000 -77.000 7.000 -178.000 -
-69.000 -4.000 34.000 -66.000 5.000 -178.000 -
-70.000 -7.000 34.000 -54.000 4.000 -178.000 -
24.000 20.000 16.000 -54.000 3.000 -178.000 -
Totaal Gemeenschappelijke regelingen
-277.000
-278.000
-271.000
-169.000
Ad 3: Inflatie en HICP4 Voor de geraamde bedragen in de begroting 2021 wordt geen prijsaanpassing in verband met de inflatie toegepast. De inflatie van het consumentenprijs-indexcijfer (hierna HICP) op basis van CEP maart 2021 is als volgt: HICP mrt 2021 Inflatie, HICP
2022 101,40%
2023 101,40%
2024 101,40%
2025 101,40%
Normaal passen we op een deel van de budgetten een indexatie toe voor inflatie. Een aantal budgetten zijn ‘niet indexgevoelig’ en vormen een uitzondering hierop: de budgetten die beschikbaar zijn gesteld voor het Sociaal domein; groot onderhoud van wegen en gebouwen; subsidies en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Deze budgetten komen op een andere wijze tot stand. Zo worden de lasten voor de gemeenschappelijke regelingen gebaseerd op de begrotingen van de GR. In de Voorjaarsrapportage 2021 kan op basis van een inflatie van 1,4% een bedrag van circa € 140.000 worden berekend voor 2022. In deze kaderstelling kiezen we ervoor geen indexatie op het indexgevoelige budget toe te passen. Dat betekent dat de ontwikkeling van inflatie voor 2022 binnen de budgetten wordt opgelost. Ook voor de latere jaren passen we geen inflatiecorrectie toe. Bij onderuitputting (waarvan soms sprake is) is die uitdaging makkelijker op te lossen dan wanneer daarvan geen sprake is. In dat laatste geval kan per jaar dit uitgangspunt worden bijgesteld of kan bijraming plaatsvinden in de voor- of najaarsrapportages. Ad 4: Personeelslasten De huidige cao’s voor de gemeentelijke sector, de Cao Gemeenten en de Cao SGO, lopen van 1 januari 2019 tot 1 januari 2021. De voorbereidingen voor het overleg over de volgende cao begonnen in mei.
In juni waren er digitale bijeenkomsten en in september en oktober was de ledenraadpleging. De VNG startte op 13 november met het cao-overleg. In de derde week van februari zijn de onderhandelingen voorlopig opgeschort. Werkgever VNG heeft het aanbod gedaan van een loonsverhoging van 0,5% per april 2021 en een eenmalige uitkering van € 300,- bruto voor 2021 voor alle gemeenteambtenaren. Als voorwaarde wordt de sociale zekerheid zwaar versoberd: door het per direct afschaffen van de doorbetaling tijdens het derde ziekte jaar bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en een studie voor te stellen naar het afschaffen van de nawettelijke werkeloosheidsuitkering. De bonden hebben eerder die dag een bod neergelegd waarvan zij vinden dat het waardering uitstraalt, maar tegelijkertijd ook rekening houdt met de financiële situatie van de gemeenten. De bonden zijn met hun looneisen gezakt van 3,5% naar 2,75%.
4
HICP = Geharmoniseerde consumentenprijsindex, Inflatie genoemd.
Voorjaarsrapportage 2021
21
Voorlopig nemen we een stelpost op van (minimaal) € 95.000. Dat komt overeen met het aanbod van de VNG. Bij het opstellen van de begroting 2022 zal het budget worden begroot op basis van de dan bekende ontwikkelingen. Ad 5: Lokale heffingen
2022 Lokale heffingen (ontwikkelingen door inflatiecorrectie) Belastingen OZB Onroerend zaakbelasting (eigenaren Woningen) 39.000 Onroerend zaakbelasting (gebruikers niet-woningen) 5.000 Onroerend zaakbelasting (eigenaren niet-woningen) 10.000 Toeristenbelasting Forensenbelasting 14.000 Heffingen Rioolheffing 210.000 Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht 25.000 Leges Leges burgerzaken Leges markten Lijkbezorgingsrechten 3.000 Leges bestemmingsplannen Leges vergunningen 6.000 Totaal lokale heffingen
312.000
Bedragen in €, min is nadeel Meerjarenraming 2022-2025 2023 2024 2025
39.000 6.000 11.000 14.000 212.000 25.000
39.000 6.000 11.000 14.000 212.000 25.000
39.000 6.000 11.000 14.000 212.000 25.000
3.000 6.000
3.000 6.000
3.000 6.000
316.000
316.000
316.000
Belastingen OZB De OZB wordt jaarlijks trendmatig met tenminste een inflatiecorrectie verhoogd. Toeristenbelasting De toeristenbelasting voor 2021 is vastgesteld op € 1,35 per persoon per overnachting. Het tarief laten we ook in 2022 stijgen met € 0,10 naar € 1,45. De gemeente werkt toe naar een tarief van € 1,50 in 2023. Deze baten zijn al meerjarig verwerkt in de begroting 20205. Tarieven toeristenbelasting Toeristenbelasting per nacht tarief in €
Tarief 2020 1,25
Tarief 2021 1,35
Tarief 2022 1,45
Forensenbelasting Voor het jaar 2022 wordt de inflatie op basis van het HICP van maart 2021 berekend. Heffingen Wettelijk is vastgelegd dat de rioolheffing, afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Wij bepalen de tarieven voor deze heffingen op basis van de kostendekkendheid. In 2021 wordt een nieuw watertakenplan vastgesteld, met daarin opgenomen de toekomstige vervangingsinvesteringen. Deze worden jaarlijks uit de voorzieningen riolering gehaald. Het plan geeft aan of deze voorzieningen voor de komende tien jaar voldoende buffer geeft. Is dat niet het geval, dan kan dat van invloed zijn op het tarief. Omdat de egalisatievoorzieningen riolering eind 2021 op circa € 0 zal eindigen, is het noodzakelijk het tarief te laten stijgen. Dat geeft € 181.000 aan extra inkomsten. Een voorlopige tariefindicatie is als volgt:
5 Zie aanvullend dekkingsplan begroting 2020, pagina 17. Besluit raad d.d. 12 november 2019.
Voorjaarsrapportage 2021
22
Tarieven rioolheffing Eigenaarstarief in € Percentage WOZ-waarde
Tarief 2020 150,00 0,0210%
Tarief 2021 150,00 0,0188%
Tarief 2022 150,00 0,0238%
Tarieven kunnen nog wijzigen door ontwikkeling WOZ-waarden, areaaluitbreidingen, bezwaar tegen de hoogte van de WOZ en eventuele begrotingswijzigingen. Bij de begroting 2022 zal het tarief definitief worden voorgesteld. Het Watertakenplan 2022-2027 zal in december 2021 pas gereed zijn en de uitkomsten daarvan kunnen daarom niet meer worden meegenomen in de begroting 2022. Extra lasten die daaruit voortkomen zullen verwerkt worden in de begroting 2023 en werken door in een hoger tarief in 2023. Wat betreft de afvalstoffen is het tarief in 2021 verhoogd naar een kostendekkendheid van 98%. Voor de jaren daarna is (bij begroting 2021) een kostendekkendheid voorzien van 100%. Op 22 december 2020 heeft het college besloten om de verenigingen en scholen een garantiesubsidie voor het inzamelen van oud papier te verstrekken. De kosten hiervoor zijn éénmalig € 136.500, omdat de verordening op de heffing voor afvalstoffenheffing al is vastgesteld (zie programma 7). Daardoor wordt op basis van begrotingscijfers de bestemmingsreserve afvalstoffen naar verwachting € 35.000 negatief. De kosten voor de oud papier inzameling worden vanuit het nieuwe Grondstoffenplan meegenomen in de afvalstoffenheffing vanaf 2022. De kostenontwikkeling zal volledig worden doorberekend in de tarieven. Indien het dividend van nv ROVA lager (schatting € 20.000) wordt, zal de heffing voor inwoners stijgen.