Toelichting ontwerpbestemmingsplan Planetron (28 juli 2022)
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Planetron, Drift 11b Dwingeloo
Juli 2022
Status: Ontwerp
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo
Plan: Plantype: IMRO-nummer: Status: Datum:
Planetron, Drift 11b Dwingeloo Bestemmingsplan NL.IMRO.1701.509PHZPlanetronDWG-0002 Ontwerp Juli 2022
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1. 3.2
PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 15 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 17 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 24
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 27 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 27 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 27 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 29 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 33 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 35 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 36 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 38
HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 41 6.1 6.2 6.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 41 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 41 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 43
HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 44 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG, OMGEVINGSDIALOOG EN ZIENSWIJZEN ......................... 45 8.1 8.2
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 45 OMGEVINGSDIALOOG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ............................................................................................ 46
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 47 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3
AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 47 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA (PM) ...................................................................................................... 48 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 49
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Ten zuiden van de kern Dwingeloo en op de rand van het Nationaal Park Dwingelderveld bevindt zich aan Drift 11b het Planetron. Het Planetron werd medio 1989 geopend. Met de opening was het Planetron meteen één van de grootste voorlichtingscentra over astronomie en ruimtevaart in Nederland. Het Planetron ontving voor haar sluiting in 2014 (m.u.v. sterrenkijkavonden) circa 175.000 bezoekers, geïnteresseerd in sterren, planeten en ruimtevaart, op jaarbasis. Inmiddels wordt het gebouw weer deels gebruik als kantoorruimte van het Recreatieschap Drenthe, Marketing Drenthe en Taskforce Vitale Vakantieparken. Het Planetron heeft een belangrijke maatschappelijk en educatieve waarde voor Westerveld en omgeving. Het behoud van deze functie is van groot belang. Initiatiefnemer is daarom voornemens het Planetron te herontwikkelen zodat het haar maatschappelijke en educatieve waarde weer te volle kan vervullen. Dit in combinatie met andere functies zoals ontmoetingsplek, werklocatie, horeca en detailhandel. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders voor een herontwikkeling, waarmee het Planetron wordt omgevormd tot een leisure centrum dat fungeert als ontmoetingsplek, kenniscentrum, werklocatie (kantoren) en cultureel- en activiteitencentrum, horeca (maximaal 850 m2) en detailhandel. De bebouwing zal daarvoor worden verbouwd en mogelijk uitgebreid.
Ook wordt voorzien in overnachtingsmogelijkheden voor toeristen. De gemeente Westerveld heeft in juni 2021 naar aanleiding van een principeverzoek ingestemd met de voorgenomen herontwikkeling. Omdat de voorgenomen herontwikkeling niet geheel in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt op circa 800 meter ten zuiden van de kern Dwingeloo aan Drift 11b. Ten zuiden bevinden zich het Dwingelderveld, Camping de Bosrand, de Camping Torentjeshoek, RCN de Noordster en Beleefpark Dwingeloo. Ten noorden, oosten en westen bevinden zich agrarische cultuurgronden met daarin verspreid liggende woonerven. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Dwingeloo en directe omgeving weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Dwingeloo en directe omgeving (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ‘Planetron, Drift 11b Dwingeloo’ bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1701.509PHZPlanetronDWG-0002) en een renvooi; regels.
Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige planologische regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Westerveld 2012’, welke op 5 juli 2012 door de gemeenteraad is vastgesteld. De gronden hebben hierbinnen de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’. Daarnaast zijn de volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen van toepassing: • • •
Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 3 Gebiedsaanduiding: ‘vrijwaringszone – laagvlieggebied’ Gebiedsaanduiding – Radiotelescoop 2
In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is indicatief met de rode contour aangegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
Afbeelding 1.2
1.4.2
Verbeelding geldende bestemmingsplannen (Bron: Gemeente Westerveld)
Beschrijving bestemmingen en aanduidingen
‘Maatschappelijk’ De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor gebouwen en overkappingen ten behoeve van een maatschappelijke voorziening. Hieraan ondergeschikt is kleinschalige duurzame energiewinning toegestaan evenals wegen en paden, water en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor de bebouwing is bepaald dat de gezamenlijke oppervlakte 500 m 2 bedraagt, dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is. De bestaande oppervlakte is in dit geval maatgevend. ‘Waarde – Archeologie 3’ De voor ‘Waarde – Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden. Op of in de voor ‘Waarde – Archeologie 3’ aangewezen gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 0,3 m onder maaiveld wordt geroerd. Uitzonderingen zijn de vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de bestaande oppervlakte met ten hoogste 1.000 m2 wordt uitgebreid en de realisatie van nieuwe bouwwerken met een oppervlakte van minder dan 1.000 m2. ‘Vrijwaringszone – laagvlieggebied’ De voor 'vrijwaringszone - laagvlieggebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van te hoge bouwwerken en beplanting vanwege een laagvlieggebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp ‘Vrijwaringszone – radiotelescoop 1 en 2’ De voor 'vrijwaringszone - radiotelescoop 1 en 2' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van bouwwerken en andere werken die mogelijk storingsgevolgen voor de radiotelescoop kunnen veroorzaken. 1.4.3
Strijdigheid
De huidige maatschappelijke bestemming geeft uitsluitend gebruiksmogelijkheden voor maatschappelijke voorzieningen. Met de voorgenomen herontwikkeling wordt het Planetron wordt omgevormd tot een ontmoetingsplek, kenniscentrum, werklocatie (kantoren) en cultureel- en activiteitencentrum, horeca (maximaal 850 m2) en detailhandel. Ook wordt voorzien in overnachtingsmogelijkheden voor toeristen. Deze functies passen niet allemaal onder een maatschappelijke bestemming. Verder dient de bebouwing te worden uitgebreid. Dit is op dit moment niet mogelijk omdat de bestaande oppervlakte niet mag worden uitgebreid.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de kern Dwingeloo en wordt tevens een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Drenthe en de gemeente Westerveld beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
HOOFDSTUK 2
HUIDIGE SITUATIE
Het Planetron ligt in het buitengebied van de gemeente Westerveld aan de rand van het Nationaal Park Dwingelderveld. Het voorlichtingscentrum over astronomie en ruimtevaart werd in 1989 geopend. Het Planetron heeft een belangrijke maatschappelijk en educatieve waarde voor Westerveld en omgeving. De bebouwing en omliggende ruimte is inmiddels ruim 30 jaar oud en maakt mede door achterstallig onderhoud een verouderde indruk. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied weergeven. In afbeelding 2.2 zijn foto’s van de huidige situatie opgenomen.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto ligging plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
Afbeelding 2.2
Beelden bestaande situatie (Bron: Google Streetview)
Het Planetron staat sinds 2014 grotendeels leeg. Er werden nog wel sterrenkijkavonden georganiseerd. In 2020 is het Planetron mede vanwege de coronacrisis gesloten voor publiek. Inmiddels is het gebouw deels intern verbouwd en wordt weer deels gebruik als kantoorruimte van het Recreatieschap Drenthe, Marketing Drenthe en Taskforce Vitale Vakantieparken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING
Zoals in de inleiding van deze toelichting reeds aangegeven heeft het Planetron een belangrijke maatschappelijk en educatieve waarde voor Westerveld en omgeving. Het behoud van deze functie is van groot belang. Initiatiefnemer is daarom voornemens het Planetron te herontwikkelen, zodat het haar maatschappelijke en educatieve waarde weer te volle kan vervullen. Het voornemen is het Planetron te herontwikkelen naar het ‘Planedome, Huis van Drenthe’, een leisurecentrum dat fungeert als ontmoetingsplek, kenniscentrum, werklocatie (kantoren) en cultureel- en activiteitencentrum, horeca en detailhandel. Ook wordt voorzien in bijzondere overnachtingsmogelijkheden voor toeristen. In het nieuwe Planedome wordt gestuurd op de volgende thema’s: • • •
Vrije tijd Gezondheid Duurzaamheid
Dit komt tot uiting in een bijzonder en duurzaam gebouw dat dient als trefpunt voor organisaties, personen en bedrijven die gerelateerd zijn aan de sector recreatie, vrijetijdsbesteding en toerisme. Het is tevens een trefen informatiepunt voor toeristen. Jaarlijks bezoeken 1,9 miljoen uit binnen- en buitenland Drenthe voor een kort bezoek, weekend weg of vakantie. Het totaalconcept bestaat uit een ondersteunende horecavoorziening ‘De Smaak van Drenthe’, sfeervolle zaalruimtes voor groepen in combinatie met horeca- en activiteitenarrangementen, winkels en een permanente expositieruimte ‘Drenthe in beeld’ en educatieve en speekrijke voorzieningen rondom het pand.
3.1.
Planbeschrijving
De herontwikkeling ziet toe op de bestaande bebouwing en het bestaande erf. Het voorliggende bestemmingsplan is flexibel van opzet en biedt daarnaast uitbreidingsruimte voor 500 m 2 extra bebouwing in de toekomst. Deze wordt waarschijnlijk ingezet voor fietsenstalling, horeca en recreatie/logies. De bestaande bebouwing zal daarvoor worden verbouwd en uitgebreid met maximaal 500 m 2. Concrete plannen zijn hiervoor nog niet uitgewerkt. Het programma dat wordt gehuisvest in de bebouwing van het Planetron (waaronder de radiotelescoop) is flexibele en kan in de toekomst veranderen binnen de gebouwen flexibiliteit van het bestemmingsplan. Vooralsnog ziet het programma er als volgt uit: • • • • • • • •
Kantoorruimte (jncl. vergaderruimten): 500 m2 (is in de zomer van 2021 reeds afgerond en in gebruik genomen o.b.v. een tijdelijke omgevingsvergunning); Bijeenkomstfunctie/beursvloer van 800 m2; Winkel/detailhandel: 150 m2; Horeca binnen en buiten: 500 m2; Verkeersruimten/facilitaire ruimte: 200 m2; Multifunctionele ruimte: 250 m2; Verkeersruimten/facilitaire ruimte: 100 m2; Maximaal twee logiesruimten in de voormalige radiotelescoop.
Zoals hiervoor reeds aangegeven biedt het bestemmingsplan nog ruimte voor uitbreiding van de bebouwing. Deze uitbreiding zal naar verwachting worden ingezet voor fietsenstalling, kiosk, horeca, recreatie/logies. De horecafunctie blijft qua omvang ondergeschikt aan de andere functies, het Planetron kan hiermee geen volledige horecafunctie krijgen. Het betreft hier wel zelfstandige horeca, welke niet gelieerd hoeft te zijn aan de andere activiteiten binnen het gebouw. Binnen het bestemmingsplan is zelfstandige horeca begrensd op maximaal 850 m2. Hiermee kan de nu voorziene horeca en een mogelijke toekomstige uitbreiding mogelijk worden gemaakt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp Bovenstaand programma is uitgewerkt in een erfinrichtingsplan. In onderstaande afbeelding wordt dit globaal weergegeven. Het volledige erfinrichtingsplan is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Het terrein zal meer dan nu het geval is worden ingericht in stijl van het Dwingelderveld met heide, vliegden en andere beplanting die in het natuurgebied voorkomt. De bestaande bebouwing wordt aangepakt waardoor de gevels een eigentijdse en representatieve uitstraling krijgen. Opgemerkt wordt dat deze verbouwing reeds is ingezet op grond van de bouwmogelijkheden van het geldende bestemmingsplan op basis waarvan vergunning is verkregen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
Afbeelding 3.1
Erfinrichting Planetron na herontwikkeling (Bron: Van Ruth Architecten/Reuvers Buro voor Groene ruimtes)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
3.2
Verkeer en parkeren
3.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. In dit geval is voor wat betreft de gemeente Westerveld uitgegaan van een stedelijkheidsgraad ’niet stedelijk’ (bron: CBS Statline). Gezien de ligging van het plangebied in het buitengebied is sprake van gebiedszone ‘buitengebied’. 3.3.2
Parkeren
In het nieuwe Planetron worden diverse functies ondergebracht namelijk kantoren, bijeenkomstfunctie, detailhandel, horeca, recreatie en multifunctionele ruimte. Niet voor alle functies zijn parkeerkencijfers bekend, daarom is aangesloten bij de volgende functiegroepen uit de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren’ van het CROW. • • • •
Kantoor zonder baliefunctie: Buurt- en dorpscentrum (andere functies): Evenementenhal,beursgebouw,congresgebouw: Horeca (café, bar, cafetaria, restaurant:
2,55 pp per 100 m2 bvo geen kencijfers bekend in het buitengebied geen kencijfers bekend in het buitengebied geen kencijfers bekend in het buitengebied
In voorliggend geval wordt 300 m2 kantoorfunctie gerealiseerd. Dit resulteert in ieder geval in afgerond 8 parkeerplaatsen. Voor de andere functies zijn geen kencijfers bekend in het buitengebied. De bezettingsgraad van het Planetron is daarnaast nog niet te bepalen, dit is afhankelijk van de huurders. Het Planetron betreft echter een bestaande functie die in het verleden grote bezoekersaantallen heeft gekend. De herontwikkeling voorziet in een bredere gebruik van de bestaande oppervlakte en een mogelijke uitbreiding van circa 500 m2. Om het gebouw heen ligt reeds een grote parkeergelegenheid welke behouden blijft. Het betreffen in de nieuwe situatie in ieder geval 84 parkeerplaatsen. Hier worden er nog enkele aan toegevoegd. Bekend is dat veel werknemers van het Planetron in de buurt worden en met de (elektrische) fiets komen. Hiervoor zal een fietsenstalling worden gerealiseerd. Verder wordt opgemerkt dat het nieuwe Planetron met haar recreatie- en horecafunctie ook nadrukkelijk inspeelt op de voorbijkomende wandelaar en fietser. Het Planetron ligt nabij het drukste fietspad van Noord-Nederland. De beoogde parkeervoorzieningen voorzien naar verwachting in de benodigde parkeerbehoefte qua auto’s en (elektrische) fietsen. Verder is via parkeerregels in het bestemmingsplan gewaarborgd dat er per functie voldoende parkeergelegenheid aanwezig moet zijn. 3.3.3
Verkeersgeneratie en ontsluiting
Net als voor het aspect parkeren geldt dat voor de verkeersgeneratie uitsluitend voor de functie ‘kantoor zonder baliefunctie’ kencijfers bekend zijn. De gemiddelde verkeersgeneratie bedraagt volgens de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren’ van het CROW 7,35 voertuigbewegingen per weekdagetmaal per 100 m 2 bvo. Voor de kantoorfunctie bedraagt de verkeersgeneratie daarmee 22 voertuigbewegingen per weekdagetmaal. Voor de andere functies zijn geen kencijfers bekend in het buitengebied. Het Planetron betreft echter een bestaande functie(maatschappelijke bestemming) die in het verleden grote bezoekersaantallen en bijbehorende verkeersgeneratie heeft gekend. De herontwikkeling voorziet in een bredere gebruik van de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp bestaande oppervlakte en een uitbreiding van circa 500 m 2. Naar verwachting zal de verkeersgeneratie in de nieuwe situatie niet significant hoger zijn dan in de bestaande situatie. Dit temeer, omdat het vernieuwde bedrijfsconcept met haar recreatie- en horecafunctie ook nadrukkelijk inspeelt op voorbijkomende wandelaars en fietsers. De locatie blijft via de bestaande ontsluiting op de Drift ontsloten. Deze ontsluiting is in het verleden verkeersveilig gebleken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel
Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio’s
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
4.1.2
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Natuurnetwerk Nederland, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. 4.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp 4.1.4
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke (kleinschalige) ontwikkelingen. Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit wijzigingsplan opgenomen ontwikkeling. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Uit jurisprudentie (overzichtuitspraak ABRvS 28 juli 2017: ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat stedelijke voorzieningen met een ruimtebeslag van 500 m 2 in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden beschouwd. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. In voorliggend geval wordt het Planetron met maximaal 500 m2 uitgebreid. Hiermee bevindt het plan zich op de grens van bovengenoemde jurisprudentie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de ontwikkeling hierna getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Het plan past binnen de vigerende beleidskaders Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de gemeentelijke structuurvisie en het provinciale programma Vitale Vakantieparken. De herontwikkeling zorgt voor werkgelegenheid en maakt een einde aan de leegstand van deze locatie op een prominente plek aan de rand van het Nationaal Park Dwingelderveld. De nieuwe functie verstreken tevens het recreatieve aanbod van de gemeente Westerveld. Verderop in dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. Toets behoefte De locatie voorziet in haar nieuwe vorm in de behoefte aan kantoorruimte van Recreatieschap Drenthe, Marketing Drenthe en de Taskforce Vitale Vakantieparken. De nieuwe bijeenkomst, recreatie en horecafuncties dragen bij aan het versterken van de dagrecreatiesector in Westerveld en hebben een economische spin-off voor het dorp Dwingeloo en de gemeente Westerveld als geheel. De overnachtingsmogelijkheden worden hoogwaardig en bijzonder. In de gemeente ligt het aanbod van dergelijke overnachtingsmogelijkheden onder het provinciaal gemiddelde, waardoor er nog ruimte is. De ontwikkeling als geheel sluit daarnaast aan bij het Drentse thema ‘OER’. Oer staat voor de waarden: oorspronkelijk, ongedwongen en robuust.
Doordat binnen de bestaande maatschappelijke bestemming wordt herontwikkeld is er ondanks de geboden uitbreidingsmogelijkheid van 500 m2 sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Aan een bestaande functie in het buitengebied van Westerveld wordt een toekomstbestendige invulling gegeven. Conclusies Op basis van de bovenstaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van behoefte aan de nieuwe functies binnen het Planetron. Hierbij is sprake van kwaliteitsverbetering en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018. 4.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
4.2.1.1 Algemeen Op 3 oktober 2018 is de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. Met de vaststelling is het proces van de revisie van de omgevingsvisie afgerond.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. In de komende jaren zullen er provinciaal een vijftal belangrijke ontwikkelingen gaan spelen: • • • • •
de demografische ontwikkeling; de klimaatverandering; de afname van de biodiversiteit; de transitie naar een kennis- en netwerkeconomie; de transitie naar een duurzame energievoorziening.
4.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit van Drenthe is hoog en de ruimtelijke identiteit is herkenbaar en beleefbaar. Het tot dusver gevoerde ruimtelijk beleid heeft ertoe geleid dat ontwikkelingen altijd in samenhang met de ondergrond en met besef van de cultuurhistorie hebben plaatsgevonden. Er is evenwicht en onderscheid tussen stad en platteland, tussen rust en dynamiek, tussen historie en het heden. Het Drentsche landschap is rijk aan herinneringen aan vroegere bewoning, kent karakteristieke bebouwingspatronen, heeft hoge natuurwaarden en is beleefbaar. In Drenthe kan nog steeds openheid, rust, ruimte en duisternis worden ervaren. Deze aspecten worden in de rest van het land steeds zeldzamer en wordt door de samenleving steeds meer gewaardeerd. Omdat niet alle kernkwaliteiten goed te duiden zijn in het fysiek-ruimtelijk domein, zijn ze vertaald naar indicatoren. Rust is vertaald naar stilte en duisternis. Ruimte staat voor de openheid van het landschap. De kernkwaliteit natuur is uitgewerkt in het kunnen beleven en benutten van de natuur die Drenthe rijk is en daarnaast het beschermen om de biodiversiteit in stand te houden en te versterken. Oorspronkelijkheid is concreet gemaakt in de kernkwaliteiten cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden. Veiligheid staat voor sociale, externe en verkeersveiligheid.
De kernkwaliteiten naoberschap, menselijke maat en kleinschaligheid zijn lastig ruimtelijk te duiden, maar zijn meegenomen in de begrippen ‘leefbaarheid en ‘passend bij Drenthe’. De verschillende kernkwaliteiten zijn de basis van de kernkwaliteit landschap. Er is immers een duidelijke relatie tussen de ondergrond, de historische ontwikkeling, leefbaarheid, ‘passend bij Drenthe’ en het landschap. Daar komt bij dat de gaafheid en de diversiteit van het Drentse landschap overal beleefbaar is binnen Drenthe. Daarmee vormt de kernkwaliteit landschap de kapstok voor de kernkwaliteiten. Voor het plangebied gelden de volgende kernkwaliteiten: • • •
Kernkwaliteit Aardkundige waarden: Hoge bescherming Kernkwaliteit Cultuurhistorie: Respecteren (deelgebied 6: de velden van centraal Drenthe); Kernkwaliteit Landschap: Esdorpenlandschap.
In paragraaf 4.2.2.2 wordt het plan aan de kernkwaliteiten getoetst. 4.2.1.4 Zorgvuldig ruimtegebruik Ruimtelijke kwaliteit zit in het zorgvuldig gebruik maken van de ruimte en in het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Om zorgvuldig ruimtegebruik in Drenthe te stimuleren, wordt gestreefd naar het bundelen van wonen en werken. Verdichting gaat voor uitbreiding. Extra ruimte voor wonen en werken is er in of aansluitend op het bestaande bebouwde gebied en gebundeld rond de regionale voorzieningen voor infrastructuur en openbaar vervoer. Uiteraard is het niet de bedoeling dat dit streven ten koste gaat van cultuurhistorisch waardevolle dorpskernen. In zulke situaties met de betrokken partijen gezocht naar een maatwerkoplossing. 4.2.1.5 Vrijetijdseconomie De vrijetijdssector is een belangrijke pijler voor de Drentse economie. Drenthe heeft de bezoeker veel te bieden. Drenthe is dé fiets- en vrijetijdsprovincie van Nederland. De kwaliteiten van Drenthe voor de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp vrijetijdseconomie liggen in een combinatie van natuur, landschap, erfgoed en cultuur. Dat wil de provincie zo houden en verder uitbouwen. De inzet is het versterken van de vrijetijdseconomie door het verbinden van de verblijfsrecreatie aan de lokale economie, aan de beleving van ruimtelijke kwaliteit en aan (dag-)attracties. De focus ligt op het vergroten van de aantrekkelijkheid van Drenthe als bestemming voor bezoek en verblijf, zowel recreatief als zakelijk. Voor de binnenlandse markt liggen er kansen voor het verstevigen van de eigen marktpositie door te focussen op hogere bestedingen. Van de buitenlandse markt verwacht de provincie de meeste groei en dan met name van de Duitse en Belgische markt in het voor- en naseizoen. Dat levert meer bezoekers, bestedingen en banen op. En daar profiteert de Drentse bevolking van, zowel wat betreft werk en leefbaarheid als ook aantrekkelijkheid van de eigen woonomgeving. De provincie streeft naar het vergroten van de attractiewaarde Drenthe met meer bezoekers en een langere verblijfsduur van de toeristen in Drenthe. Hierbij wordt er een uitnodigend en aantrekkelijk vestigingsklimaat voor de (nieuwe) bedrijven in vrijetijdssector nagestreefd.
Ook wordt gewerkt aan het behouden en versterken van een aantrekkelijk en vitaal aanbod van dag- en verblijfsrecreatieaccommodaties en, waar nodig, een revitaliseringsslag van de verblijfsrecreatiesector, door herontwikkeling en transformatie van bestaande verblijfsrecreatieparken. Gestreefd wordt naar een passend en up-to-date aanbod aan dagattracties en evenementen. Dit betreft zowel de aanpassing van bestaande, als de vestiging van nieuwe attracties. Met name is de nieuwvestiging van ‘elk weer’-dagattracties wenselijk. Qua evenementen gaat de vraag uit naar een groter en onderscheidend aanbod aan (meerdaagse) culturele evenementen, die bijdragen aan een positief imago van Drenthe en een groot publiek bereiken. Voor bestaande bedrijven wordt ruimte gecreëerd voor noodzakelijke aanpassingen en ontwikkelingsmogelijkheden. 4.2.1.6 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Drenthe De voorgenomen herontwikkeling is geheel in lijn met het beleid dat in de omgevingsvisie wordt uitgedragen. Doordat er sprake is van een bestaande functie die wordt herontwikkeld is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De herontwikkeling levert een bijdrage aan het versterken van de vrijetijdseconomie in zowel werkgelegenheid als de toeristische aantrekkelijkheid van Westerveld.
Met de voorgenomen plannen wordt het Planetron weer up-to-date gemaakt als dagattractie en pleisterplaats voor fietsers en wandelaars. 4.2.2
Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (geconsolideerde versie 2021)
4.2.2.1 Algemeen De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In voorliggend geval zijn artikel 2.6 (Werken met kernkwaliteiten), artikel 2.28 en 2.29 (Natuurnetwerk Nederland) en artikel 2.25 (Radioastronomie) van belang om nader te belichten. 4.2.2.2 Toetsing relevante artikelen Artikel 2.6 Werken met kernkwaliteiten 1.
2. 3.
Als kernkwaliteiten worden aangewezen de thema’s en gebieden zoals die zijn neergelegd op de bij deze verordening behorende kaart A (kaartlaag stilte), kaart D3 (kaartlaag Natuurnetwerk Nederland), kaarten D4 t/m D7 waarbij voor de kaart D7 (Kernkwaliteit landschap) geldt dat van een provinciaal belang alleen sprake is in de situaties zoals in de omgevingsvisie (hoofdstuk 4) omschreven. Als bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn: wordt in het ruimtelijk plan uiteengezet hoe het desbetreffende plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid, en de strategische opgaven en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de omgevingsvisie; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp 4.
maakt het desbetreffende ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die deze kernkwaliteiten significant aantasten.
Artikel 2.28 Natuurnetwerk Nederland 1.
2.
3.
4.
5.
De gronden aangeduid op kaart D3 (Natuurnetwerk Nederland) vormen het Natuurnetwerk Nederland waarvoor geldt dat: a. een ruimtelijk plan, indien het een bestemmingsplan betreft voor gronden die in het Natuurbeheerplan zijn begrensd als nieuwe of bestaande natuur, een wijzigingsbevoegdheid bevat die bepaalt dat burgemeester en wethouders een bestemming kunnen wijzigen in een natuur- of bosbestemming vanaf het moment dat: i. eigenaren van de desbetreffende gronden daarom verzoeken; ii. de gronden zijn verworven of ontpacht ten behoeve van het realiseren van de natuurfunctie; of iii. gedeputeerde staten besluiten dat zij provinciale staten zullen verzoeken om het besluit tot het verzoek tot onteigening aan de Kroon, als bedoeld in artikel 78 van de Onteigeningswet, te nemen en dat ter voorbereiding van dit besluit van provinciale staten, gedeputeerde staten een kopie van hun besluit hiertoe aan burgemeester en wethouders zenden met het verzoek over te gaan tot vaststelling van het wijzigingsplan; b. een ruimtelijke plan, indien het een bestemmingsplan betreft, geen bestemmingen en regels bevat die omzetting naar de natuurfunctie onomkeerbaar belemmeren en de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland significant aantasten. In aanvulling op het eerste lid beschrijft de toelichting van het ruimtelijk plan: a.
de wezenlijke kenmerken en waarden van het desbetreffende deel van Natuurnetwerk Nederland, zoals aangegeven in het Natuurbeheerplan; b. hoe de wezenlijke kenmerken en waarden worden beschermd; en c. hoe negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden worden voorkomen. Gedeputeerde staten kunnen de begrenzing van Natuurnetwerk Nederland wijzigen: a. ten behoeve van een verbetering van de samenhang of de planologische inpassing van Natuurnetwerk Nederland; b. ten behoeve van een kleinschalige ontwikkeling; of c. ten behoeve van de krachtens artikel 2.29 gestelde regels. Een wijziging als bedoeld in het derde lid is mogelijk voor zover: a. de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland worden behouden; en b. de oppervlakte van Natuurnetwerk Nederland ten minste gelijk blijft. Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de wezenlijke kenmerken en waarden als bedoeld in het tweede lid om deze nader te specificeren of aan te vullen in het belang van de instandhouding en verdere ontwikkeling van de natuurdoelen van Natuurnetwerk Nederland.
Artikel 2.29 Afwijking Natuurnetwerk Nederland 1.
In afwijking van artikel 2.28, eerste en tweede lid, kan een ruimtelijk plan voorzien in nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten voor zover: a. er sprake is van een groot maatschappelijk belang; b. er geen reële andere mogelijkheden zijn; en c. de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd waarbij: i. de compensatie niet mag leiden tot een nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke waarden en kenmerken; en ii. de compensatie plaatsvindt: 1. aansluitend aan of, als dat niet mogelijk is, nabij Natuurnetwerk Nederland; 2. in Natuurnetwerk Nederland wanneer deze gronden beleidsmatig niet zijn aangeduid als natuur, inclusief nieuwe natuur;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp 3.
2.
3.
door realisering van kwalitatief gelijkwaardige waarden of fysieke compensatie op afstand van het gebied; of 4. op financiële wijze. In aanvulling op het eerste lid kan het ruimtelijk plan hier alleen in voorzien indien in het ruimtelijk plan wordt opgenomen: a. op welke wijze schade aan Natuurnetwerk Nederland zoveel mogelijk wordt voorkomen en resterende schade wordt gecompenseerd; b. hoe wordt geborgd dat de maatregelen ten behoeve van de compensatie als bedoeld onder het eerste lid, onder c, sub 1, daadwerkelijk wordt uitgevoerd en de wijze waarop die compensatie duurzaam is verzekerd. Een ruimtelijk plan kan tevens in afwijking van artikel 2.28, eerste en tweede lid, een activiteit of een combinatie van activiteiten mogelijk maken indien uit een in een provinciale of intergemeentelijke structuurvisie neergelegde gebiedsvisie blijkt dat die activiteit of combinatie van activiteiten mede tot doel heeft de kwaliteit of kwantiteit van Natuurnetwerk Nederland per saldo te verbeteren, waarbij in samenhang met een of meer andere ruimtelijke plannen die eveneens behoren tot de desbetreffende structuurvisie: a. de kwaliteit van Natuurnetwerk Nederland verbetert, waarbij de oppervlakte van Natuurnetwerk Nederland niet afneemt; b.
het areaal van Natuurnetwerk Nederland wordt vergroot, ter compensatie van het gebied dat door de ontwikkeling verloren gaat, indien daarmee een beter functionerend Natuurnetwerk Nederland ontstaat, en; c. in dat ruimtelijk plan verantwoord wordt waaruit de aard, wijze en het tijdstip van realisatie van de kwaliteits- of kwantiteitswinst bestaat.
Artikel 2.25 Radioastronomie 1.
Een ruimtelijk plan kan, voor zover deze gebieden bestrijkt die op de bij deze verordening behorende kaart D8 zijn aangeduid als 'Zonering radioastronomie zone I', alleen voorzien in nieuwe bebouwingsen gebruiksmogelijkheden als hierbij geen elektromagnetische straling ontstaat die een storend effect heeft op de waarnemingen van de radiotelescopen in die gebieden.
2.
Een ruimtelijk plan kan, voor zover dat gebieden bestrijkt die op de bij deze verordening behorende kaart D8 zijn aangeduid als 'Zonering radioastronomie zone II', alleen voorzien in bedrijfsvestiging, uitbreiding, intensivering van verkeer en andere activiteiten als hierbij geen elektromagnetische straling ontstaat die een storend effect heeft op de waarnemingen van de radiotelescopen in die gebieden.
4.2.2.3 Toetsing aan Provinciale Omgevingsverordening Drenthe Toetsing artikel 2.6 Werken met kernkwaliteiten Kernkwaliteit Aardkundige waarden Het plangebied kent een hoge bescherming. Voor het beschermingsniveau ‘Hoge bescherming’ geldt de ambitie om de context en het referentiebeeld van de aardkundige eenheid te behouden of te herstellen. In deze gebieden worden ontwikkelingen alleen toegestaan als aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. De meest gave en zeldzame gebieden, de zogenaamde stergebieden, wil de provincie veiligstellen. Verandering van inrichting of beheer zijn niet toegestaan, tenzij ze nodig zijn om de aardkundige waarde te behouden of te versterken of om aardkundige processen te herstellen, zoals het afplaggen in stuifzandgebieden. De overige gebieden wil de provincie beschermen. In beginsel kunnen ontwikkelingen in deze gebieden alleen worden toegestaan, als de kenmerken en gaafheid worden behouden. Het zorgvuldig en verantwoord omgaan met de aardkundige waarden vormt het vertrekpunt bij planvorming. In voorliggend geval wordt het bestaande terrein en de bestaande bebouwing van het Planetron herontwikkeld. Daarnaast vindt er een uitbreiding plaats van maximaal 500 m2. Omdat het reeds een bestaand terrein met bebouwing en verharding betreft worden de aardkundige waarden door herontwikkeling niet verder aangetast.
Voor archeologische waarden geldt dat de gemeente Westerveld de archeologische verwachtingswaarde van gronden heeft doorvertaald in dubbelbestemmingen in haar bestemmingsplan buitengebied. Voor het plangebied geldt een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Voor deze gronden BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 0,30 m beneden maaiveld. Deze oppervlakte wordt niet overschreden. Nader onderzoek naar archeologische waarden is niet noodzakelijk. Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het plangebied ligt in deelgebied 6, de velden van centraal Drenthe. De provincie heeft in de omgevingsvisie aan de volgende ambities te hebben in dit gebied: Richtinggevend voor dit deelgebied is het herkenbaar houden van de samenhang van twee bos- en heidegebieden met de nabijgelegen esdorpen. De bos- en heidegebieden van het Dwingelderveld en van Hooghalen zijn een resultante van de ontginning van de woeste gronden rond de esdorpen. Ook het behouden van de samenhang van de esdorpen Elp, Orvelte, Westerbork en Zwiggelte met de naastgelegen beekdalen is bepalend voor de toekomst. Specifiek wil men in de omgeving Dwingeloo sturen op het beleefbaar houden van de karakteristiek van het esdorpenlandschap rond het Dwingelderveld. Deze karakteristiek komt tot uitdrukking in een zichtbare ruimtelijke samenhang tussen de krans van esdorpen rond het Dwingelderveld en in een grote tijdsdiepte van het gebied, zoals dat blijkt uit grafmonumenten, celtic fields en een radiotelescoop. De cultuurhistorische samenhang, zoals die in de hoofdstructuur is verwoord en verbeeld, is van provinciaal belang.
Daarom wil men die cultuurhistorische samenhang veilig stellen voor de toekomst. De categorie is vooral van toepassing in gebieden waar de ontwikkelingen meer kleinschalig zijn en in een laag tempo zich voltrekken. Bij ontwikkelingen ligt de inzet bij het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Initiatiefnemers hebben de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron te benutten voor ontwikkelingen. Toetsing Het Planetron heeft een belangrijke maatschappelijk en educatieve waarde voor Westerveld en omgeving. Het behoud van deze functie is van groot belang. In voorliggend geval worden een bestaand terrein met bebouwing en verharding in het buitengebied van Westerveld herontwikkeld. Binnen de grenzen van dit bestaande terrein vindt tevens een uitbreiding van bebouwing plaats maximaal 500 m2. De herontwikkeling tast geen cultuurhistorische waarden van het Esdorpenlandschap aan en tevens geen historische bebouwing. Wel kan worden gesteld dat het terrein een kwaliteitsverbetering ondergaat en met de inrichting wordt meer aangesloten op het Dwingelderveld met heide, vliegden en andere beplantingsoorten. Verder wordt een verouderde radiotelescoop opgeknapt en omgebouwd tot bijzondere logiesaccommodatie. Kernkwaliteit Landschap Het plangebied ligt in het esdorpenlandschap.
In de omgevingsvisie heeft de provincie aangeven dat in dit gebied van provinciaal belang zijn: -
de essen: deze voor het esdorpenlandschap kenmerkende open ruimtes zijn veelal omgeven met esrandbeplanting. de beekdalen: onbebouwd gebied met kleinschalige beplantingstructuren en beekdal(rand)
Het provinciaal beleid is gericht op: -
behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting; behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand) beplanting.
Toetsing In voorliggend geval worden een bestaand terrein met bebouwing en verharding binnen het Esdorpenlandschap herontwikkeld. Binnen de grenzen van dit bestaande terrein vindt tevens een uitbreiding van bebouwing plaats maximaal 500 m2. De herontwikkeling tast, omdat het terrein niet wordt uitgebreid, geen cultuurhistorische waarden van het Esdorpenlandschap aan. Er wordt juist geïnvesteerd in een inrichting die meer aansluit op het Dwingelderveld met heide, vliegden en andere beplantingsoorten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp Toetsing artikel 2.28 en 2.29 (Natuurnetwerk Nederland) Het plangebied binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In afbeelding 4.1 wordt dit weergegeven. De locatie heeft echter al decennia een maatschappelijke functie en bestemming in het geldende bestemmingsplan. In hoofdstuk 1 is hier reeds nader op ingegaan. Omdat de met de herontwikkeling gepaard gaande activiteiten en werkzaamheden toezien op het bestaande terrein en de bestaande bebouwing (waaronder de beoogde uitbreiding) is er geen sprake van een bestemmingsplan dat bestemmingen of regels bevat die omzetting naar de natuurfunctie onomkeerbaar belemmeren en de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland significant aantasten. De locatie is reeds in gebruik voor de maatschappelijke functie die het Planetron in het verleden had. De herontwikkeling ziet toe op een verbreding van de activiteiten, zodat het Planetron weer een bijdrage gaat leveren de maatschappelijke en recreatieve sector ven daarmee tevens de werkgelegenheid van Westerveld. Zoals in de planbeschrijving (hoofdstuk 3) is aangegeven wordt het naastliggend bos onderhouden en versterkt. Exoten worden verwijderd en onderbegroeiing wordt verwijderd. Daarnaast wordt een struunpad aangelegd. Deze zaken zorgen niet voor areaalverlies en hebben geen negatieve effecten op het NNN.
Afbeelding 4.1: Ligging plangebied ten opzichte van NNN (Bron: provincie Drenthe)
Toetsing artikel 2.25 (radioastronomie) De omgevingsverordening geeft aan dat een ruimtelijk plan voor zover dat gebieden bestrijkt die op de bij deze verordening behorende kaart D8 zijn aangeduid als 'Zonering radioastronomie zone II', alleen voorzien in bedrijfsvestiging, -uitbreiding, intensivering van verkeer en andere activiteiten als hierbij geen elektromagnetische straling ontstaat die een storend effect heeft op de waarnemingen van de radiotelescopen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp in die gebieden. Uit navraag bij ASTRON blijkt dat het hierbij met name gaat om grote zonnepaneelopstellingen en bepaalde typen ledverlichting. In voorliggend geval is nog niet bekend hoeveel en welk type zonnepanelen en ledverlichting wordt toegepast. Bij de verdere planuitwerking zal bij keuze voor zonnepanelen en ledverlichting eerst overleg plaatsvinden met ASTRON. In het juridische deel van dit bestemmingsplan is dit via de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – radiotelescoop 2’ en daaraan gekoppelde bouwregels gewaarborgd. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Drenthe. Relevante provinciale belangen zijn in voorliggend plan voldoende geborgd.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Westerveld
4.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad heeft op 1 februari 2022 de omgevingsvisie van Westerveld vastgesteld. Hierin worden ambities uitgesproken voor het jaar 2040, waaronder het zijn van een sterke, economische, recreatieve en agrarische gemeente. De ambitie is een excellente woongemeente te zijn. Om verpaupering of crimineel gebruik van vrijkomende agrarische gebouwen en gronden te voorkomen wil de gemeente ruimhartig omgaan met plannen voor onder andere wonen en werken. De omgevingsvisie maakt gebruik van gebiedskompassen. Het plangebied ligt in de ‘oude veldontginningen’ gelegen tussen het dorp Dwingeloo en het natuurgebied ‘Dwingelderveld’. 4.3.1.2 Gebiedskompas Oude veldontginningen Deelgebied ‘Oude veldontginningen’ komt globaal overeen met het gebied dat in de voormalige structuurvisie is aangewezen als ‘verwevingsgebied’ voor de functies landbouw, natuur en recreatie. De hoofdkoers van het beleid voor dit gebied blijft ongewijzigd: landbouw, natuur en recreatie kunnen zich gelijkwaardig ontwikkelen. Bestaande functies en ontwikkeling daarvan staan op de eerste plaats. De hoofdkoers in dit gebied richt zich daarom op meerdere ambities, namelijk: • • • • •
‘bedrijvig en gastvrij’ vanwege de combinatie landbouw/toerisme; ‘bedrijvig en gastvrij’ vanwege de beleefbare natuur; ‘herkenbaar’ vanwege het authentieke karakter; ‘groen en gezond’ vanwege de nabijheid van dorpen; ‘bereikbaar en veilig’ vanwege de infrastructurele verbindingen tussen dorpen en voorzieningen die door dit gebied lopen.
Gebied specifieke keuzes Voor voorliggende ontwikkeling zijn met name de gebiedsspecifieke keuzen op het vlak van ‘beleefbaarheid’ van belang. Dit deelgebied grenst aan bijna alle dorpen, de gemeente vindt het daarom belangrijk om dit deelgebied vanuit de dorpen zo toegankelijk en uitnodigend mogelijk te maken - waar dat nog niet het geval is. Dit sluit aan bij de gemeentebrede ambitie om bewegen te stimuleren. Daarnaast vindt de gemeente het kleinschalige en authentieke landschap belangrijk om te behouden, zeker als er allerlei ontwikkelingen in het gebied zijn. Bebouwing moet altijd passen bij de omgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen vindt de gemeente het volgende belangrijk: • •
Ondersteunen van functieverandering of functieverbreding van agrarisch bedrijven waar dit nieuwe kansen oplevert en de waarden over eind blijven. In dit gebied is ruimte voor een innovatieve en dynamische recreatieve sector. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan Planetron, Drift 11b Dwingeloo Ontwerp •
•
Ontwikkelingen, onder andere ten aanzien van opwek van duurzame energie, mogen geen afbreuk doen aan de beleefbaarheid en herkenbaarheid van het authentieke, kleinschalige landschap. Vanwege de variatie in het gebied bieden we hierin maatwerk. Gebiedsontwikkeling nabij dorpen wordt bij voorkeur gecombineerd met een functie die uitnodigt om te bewegen
4.3.1.3 Koers voor Dwingeloo Het Planetron ligt nabij de kern Dwingeloo. Om de Omgevingsvisie wordt ten aanzien van de Koers voor Dwingeloo aangegeven dat de verbinding tussen het dorp Dwingeloo en het Nationaal Park ‘Dwingelderveld’ erg belangrijk is en dat deze verder verbeterd moet worden. De gemeente is daarom blij met het feit dat Recreatieschap Drenthe en Marketing Drenthe het Planetron in gebruik hebben genomen en zien op dat vlak grote kansen. 4.3.1.4 Toetsing aan de Omgevingsvisie Westerveld Voorliggende herontwikkeling voorziet in een nieuwe toekomst van het Planetron en haar belangrijke maatschappelijke en educatieve functie. De ontwikkeling sluit goed aan op de gebiedsopgave en zorgt in het algemeen voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en speelt op kansen in de recreatieve sector. Daarnaast draagt de ontwikkeling specifiek bij aan de verbinding tussen het dorp Dwingeloo en het Dwingelderveld. Het Planetron wordt een belangrijke ontmoetings-/pleisterplaats gelegen tussen het dorp en natuurgebied. 4.3.3