CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting, bijlage 5, ontwerp bp Veendijk 47 Havelte

Politieke avond Westerveld 26 maart 2024, gemeente WesterveldBij agendapunt: vaststelling bestemmingsplan Veendijk 47 Havelte (spreekrecht)30.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Milieuhygiënische kwaliteit grond

boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 16 t/m 19 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 16: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 89039119#21-M10165-Veendijk 47 te Havelte Certificaten 1282727 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 7 juni 2022 16:55 Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds

AW

juni ’22

T

I

Monster 6977622 Monster 6977623 Monster 6977624 MM1, 01: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-20, 05: 0-40, 07: 0-40, 08:MM2, 0-50, 02: 09: 0-50, 04: 50-100, 06: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-40, 12: MM3, 0-50, 01:13: 60-100, 0-50, 01: 14: 100-150, 0-40, 15: 01: 0-50150-200, 02: 70-100, 02: 100-150, 02: 150-200, 03: 100-150 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,377 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 5,1 1

10 25

78,5

78,5

0 0

6,3 1

10 25

@

0

72,1

72,1

0 0

0,9 1

10 25

@

0

81,4

81,4

@

0

0 0

190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

< 20 < 0.2 <3 6,1 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20

< 54 < 0.21 < 7.4 11 < 0.05 < 10 < 1.0 <8 < 31

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 20 < 0.2 <3 10 < 0.05 11 < 1.5 <4 25

< 54 < 0.20 < 7.4 18 < 0.05 16 < 1.0 <8 53

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 20 < 0.2 <3 <5 0,07 < 10 < 1.5 <4 < 20

< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 0,1 < 11 < 1.0 <8 < 33

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

190

2595

5000

< 35

< 48

-

0

120

190

1.0 AW(IND) 0

< 35

< 120

-

0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 1,2 1,7 3,7 2,2 2 1,3 1,8 0,99 0,86

< 0.035 1,2 1,7 3,7 2,2 2 1,3 1,8 0,99 0,86

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 0,1 < 0.05 0,22 0,1 0,12 < 0.05 0,081 0,065 0,063

< 0.035 0,1 < 0.035 0,22 0,1 0,12 < 0.035 0,081 0,065 0,063

0,35

< 0.35

0

16

16

0,85

0,85

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0014 < 0.0014 < 0.0014 < 0.0014 < 0.0014 < 0.0014 < 0.0014

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0011 < 0.0011 < 0.0011 < 0.0011 < 0.0011 < 0.0011 < 0.0011

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035

0,005

< 0.0096

0

0,005

< 0.0078

0

0,005

< 0.024

1,5

0,02

20,75

0,51

40

1

-

-

11 AW(IND) 0,377

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0 0 0 0 0 0 0 0

-

0,004

29

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

tabel 17: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid AW Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 kobalt (Co) mg/kg ds 15 koper (Cu) mg/kg ds 40 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 lood (Pb) mg/kg ds 50 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 zink (Zn) mg/kg ds 140 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 Vluchtige aromaten benzeen mg/kg ds 0,2 ethylbenzeen mg/kg ds 0,2 naftaleen mg/kg ds o-xyleen mg/kg ds tolueen mg/kg ds 0,2 xyleen (som m+p) mg/kg ds Sommaties aromaten som xylenen (o/m/p) mg/kg ds 0,45 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02

juni ’22

T

I

555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

2595

5000

20,75

40

0,65 55,1

1,1 110

16,1

32

8,725

17

0,51

1

Monster 6977625 MM4, 16: 6-26 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. 0,4 25

10 25

85

85

240

1200

Monster 6977626 MM5, 41: 0-50 0,21 Max. Bodemindex Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.

@

0 0

8,3 25

10 25

0

78,6

78,6

6.3 AW(NT) 0,21

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.1

< 0.18 < 0.18 < 0.035 < 0.18 < 0.18 < 0.35

-

0,1

< 0.52

-

-

53000

64000

Monster 6977627 MM6, 23: 4-50, 42: 4-50, 43: 10-50 13,266 Max. Bodemindex 0 Overschrijding Interventiewaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index

@

13 I

0 0 0 0 0 0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 2,3 < 0.1

< 0.042 < 0.042 < 0.035 < 0.042 2,8 < 0.084

-

0,004

0,1

< 0.13

-

0 0

5,2 1

10 25

0

83,5

83,5

@

0

< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 27

< 54 < 0.21 < 7.4 < 6.5 < 0.05 < 10 < 1.0 <8 59

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 35

< 47

-

0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0,35

< 0.35

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0013 < 0.0013 < 0.0013 < 0.0013 < 0.0013 < 0.0013 < 0.0013

0,005

< 0.0094

13,266

0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0

0 0 0 0 14 AW(NT) 0,082 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0

30

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

tabel 18: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming

Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid AW Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 kobalt (Co) mg/kg ds 15 koper (Cu) mg/kg ds 40 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 lood (Pb) mg/kg ds 50 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 zink (Zn) mg/kg ds 140 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02

juni ’22

T

I

Monster 6977628 Monster 6977629 Monster 6977630 MM7, 20: 0-50, 24: 0-50, 26: 6-50, 27: 0-50 MM8, 25: 20-50, 29: 7-50, 36: 15-50, 31: 10-50 MM9, 37: 0-50, 38: 0-50, 39: 0-50, 40: 0-50 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,688 Max. Bodemindex 0 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 6,6 1

10 25

74,9

74,9

0 0

3,6 1

10 25

@

0

86,6

86,6

0 0

4,7 1

10 25

@

0

81,5

81,5

@

0

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20

< 54 < 0.21 < 7.4 < 6.6 < 0.05 < 10 < 1.0 <8 < 31

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 35

< 52

-

0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0,35

< 0.35

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015

0

0,005

< 0.010

555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 4 22

< 54 < 0.20 < 7.4 < 6.2 < 0.05 < 10 < 1.0 12 47

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 18 < 1.5 <4 22

< 54 < 0.22 < 7.4 < 6.9 < 0.05 28 < 1.0 <8 50

@ -

2595

5000

50

76

-

0

99

280

1.4 AW(IND) 0,019

< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 1,8 0,68 8,2 3,8 2,8 2,7 3,7 1,9 2,5

< 0.035 1,8 0,68 8,2 3,8 2,8 2,7 3,7 1,9 2,5

0,35

< 0.35

0

28

28

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0011 < 0.0011 < 0.0011 < 0.0011 < 0.0011 < 0.0011 < 0.0011

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019

0,005

< 0.0074

0

0,005

< 0.014

20,75

0,51

40

1

-

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.4 T(IND) 0,688

-

0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0 0 0 0 0 0 0 0

-

0

31

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

tabel 19: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid AW Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 kobalt (Co) mg/kg ds 15 koper (Cu) mg/kg ds 40 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 lood (Pb) mg/kg ds 50 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 zink (Zn) mg/kg ds 140 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02 Legenda @ xI x AW(NT) x AW(IND) x AW(WO) x T(IND) N.B.

T

I

Monster 6977631 Monster 6977632 Monster 6977633 MM10, 22: 0-50, 19: 4-50, 32: 0-50, 33: 0-50, 35: 30-50 MM11, 19: 50-90, 20: 50-100, 20: 100-150, 20: 150-200,MM12, 21: 70-100, 19: 90-140, 22: 60-90 19: 150-200, 21: 100-150, 21: 150-200, 22: 90-140, 22: 150-200 Max. Bodemindex 0,073 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,01 Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 4,7 1

10 25

80,1

80,1

@

0 0

13,3 1,6

10 25

0

59

59

0 0

1,2 1

10 25

0 0

@

0

79,7

79,7

@

0

555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

< 20 < 0.2 <3 7,3 < 0.05 35 < 1.5 <4 35

< 54 < 0.21 < 7.4 14 < 0.05 52 < 1.0 <8 78

@ 0 0 0 0 0 1.0 AW(WO) 0,004 0 0 0

21 < 0.2 <3 <5 < 0.05 14 < 1.5 <4 20

81 < 0.16 < 7.4 < 5.2 < 0.05 18 < 1.0 <8 37

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20

< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33

@ -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

2595

5000

46

98

-

0

180

140

-

0

< 35

< 120

-

0

< 0.05 0,48 0,19 1,6 0,43 0,46 0,28 0,36 0,26 0,24

< 0.035 0,48 0,19 1,6 0,43 0,46 0,28 0,36 0,26 0,24

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,12 < 0.05 0,055 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05

< 0.026 < 0.026 < 0.026 0,09 < 0.026 0,041 < 0.026 < 0.026 < 0.026 < 0.026

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

< 0.05 0,23 0,074 0,47 0,26 0,26 0,13 0,2 0,12 0,12

< 0.035 0,23 0,074 0,47 0,26 0,26 0,13 0,2 0,12 0,12

4,3

4,3

0,46

0,34

0

1,9

1,9

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 0,0013 < 0.001 0,0015

< 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 0,0028 < 0.0015 0,0032

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.00053 < 0.00053 < 0.00053 < 0.00053 < 0.00053 < 0.00053 < 0.00053

0 0 0 0 0 0 0

< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001

< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035

0,006

0,013

0

0,005

< 0.0037

0

0,005

< 0.024

20,75

0,51

40

1

2.9 AW(WO) 0,073

-

-

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.3 AW(WO) 0,01 0 0 0 0 0 0 0 -

0,004

Geen toetsoordeel mogelijk > Interventiewaarde x maal Achtergrondwaarde (Niet toepasbaar) x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) x maal Tussenwaarde (Industrie) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

juni ’22

32

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 20 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 20: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster Boringen Diepte bovengrondse dieselolietank MM4

16+17+18

Zintuiglijk

0.060.26

>AW

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

minerale olie

-

-

Niet Toepasbaar*

-

minerale Niet Toepasbaar* olie

-

-

Achtergrondwaarde*

-

-

Achtergrondwaarde*

uitlaat melkmachine MM5

41

0.0-0.5

matige olie- tolueen waterreactie

werktuigenberging MM6 23+42+43 0.0-0.5 onbebouwde deel van het erf

-

-

MM7

20+24+26+27

0.0-0.5

-

MM8

25+29+31+36

0.0-0.5

-

minerale olie

PAK’s

-

Industrie*

MM9

37 t/m 40

0.0-0.5

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

MM10

19+22+32+33+35

0.0-0.5

-

lood, PAK’s

-

-

Wonen*

MM11

19 t/m 22

0.5-2.0

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

MM12 akker

19+21+22

0.9-2.0

-

PAK’s

MM1

1+3+4+5+7 t/m 9

0.0-0.5

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

MM2

2+4+6+10 t/m 15

0.0-0.5

-

-

-

Industrie*

MM3

1+2+3

0.6-2.0

-

minerale olie, PAK’s -

-

-

Achtergrondwaarde*

Wonen*

Legenda >AW overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5) >T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

bovengrondse dieselolietank bovengrond (0.06-0.26 m-mv) Het bovengrondmengmonster MM4 bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde. uitlaat melkmachine bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Het bovengrondmonster MM5 bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte tolueen (vluchtige aromaten) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten in het bovengrondmonster MM5 hangen vermoedelijk samen met de zintuiglijk waargenomen olie-waterreactie ter plaatse van boring 41. werktuigenberging bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Het bovengrondmengmonster MM6 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

juni ’22

33

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

onbebouwde deel van het erf bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM7 en MM9 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Het bovengrondmengmonster MM8 bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde. Het bovengrondmengmonster MM10 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Het ondergrondmengmonster MM11 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Het ondergrondmengmonster MM12 bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten zware metalen, minerale olie en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) in de boven- en ondergrond zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet direct te relateren aan zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen of afwijkingen in het opgeboorde monstermateriaal. In algemene zin geldt in gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) vaker verhoogde gehalten aan o.a.

zware metalen, PAK’s en /of minerale olie in de grond worden gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen bezitten veelal een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan sliben kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) omvat een groep van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen, die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben.

PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica.

akker bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Het bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Het bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. ondergrond (0.6-2.0 m-mv) Het ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. juni ’22

34

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater

In tabel 21 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 21: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 92568504#21-M10165-Veendijk 47 te Havelte Certificaten 1291299 Toetsing T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb Toetsversie BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 8 juni 2022 12:17 Parameters

Toetsing

Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ xS xT N.B.

T

I

Monster 7002403 Pb1, 01-Pb1: 200-300 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.

Monster 7002404 Pb16, 16-Pb16: 240-340 0,852 Max. Bodemindex Overschrijding Tussenwaarde Toetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.

Monster 7002405 Pb19, 19-Pb19: 210-310 0,026 Max. Bodemindex Voldoet aan Streefwaarde Toetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.

0,038 Overschrijding Streefwaarde T.Oordeel B.Index

337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5

625 6 100 75 0,3 75 300 75 800

540 < 0.2 2,2 33 < 0.05 12 <2 7 77

1.6 T 2.2 S 1.2 S

0,852 0 0 0,3 0 0 0 0 0,016

< 20 < 0.2 <2 3,3 < 0.05 2,3 <2 <3 < 10

-

0 0 0 0 0 0 0 0 0

72 < 0.2 <2 4,6 < 0.05 <2 <2 <3 < 10

1.4 S -

0,038 0 0 0 0 0 0 0 0

325

600

< 50

-

0

< 50

-

0

< 50

-

0

15,1 77 35,005

30 150 70

-

< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2

0 0 0 0 0 0 0

< 0.2 < 0.2 0,037 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2

3.7 S

300 1000

0 0 0 0 0 0 0

-

153 503,5

< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2

0 0 0 0 0 0 0

35,1

70

0,2

-

0

0,2

-

0

0,2

-

0

150,005 65,005 453,5 5,005

300 130 900 10

-

500,005 2,505 20,005 5,005

1000 5 40 10

262 203

500 400

-

< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2

-

0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0

< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2

-

400

0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0

-

203,5

< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2

-

0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0

10,005 40,4

20 80

0,1 0,4

-

0,007 0

0,1 0,4

-

0,007 0

0,1 0,4

-

0,007 0

630

< 0.2

@

0

< 0.2

@

0

< 0.2

@

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde x maal Streefwaarde x maal Tussenwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

juni ’22

35

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

interpretatie resultaten grondwater In tabel 22 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte grondwatermonsters. tabel 22: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster

Diepte filter

bovengrondse dieselolietank Pb16 2.4-3.4 onbebouwde deel van het erf Pb19 2.1-3.1 akker Pb1 2.0-3.0

Zintuiglijk

>S

>T

>I

-

-

-

-

-

barium, naftaleen

-

-

-

koper, zink

barium

-

Legenda >S

overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

bovengrondse dieselolietank peilbuis 16 (2.4-3.4 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 16 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde. onbebouwde deel van het erf peilbuis 19 (2.1-3.1 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 19 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) en naftaleen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde. akker peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.1) en verhoogde gehalten koper en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater t.p.v. peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5). Het matig verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 is niet direct te relateren aan het bekende bodemgebruik van de locatie. Daarnaast is er voor zover bekend geen aanwijsbare bron aanwezig. Er is op basis van de bekende gegevens voor zover bekend geen reden te verwachten dat het verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) te relateren is aan historische bedrijfsactiviteiten of de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal in de ondergrond. Er is geen informatie bekend omtrent een evt. grootschalige diffuse bodemverontreiniging in de omgeving.

juni ’22

36

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan in algemene zin worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Opgemerkt wordt dat de aanwezigheid van zware metalen in het grondwater ook kan samenhangen met het vm. gebruik van de locatie.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.

juni ’22

37

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

4.3.3

onderzoek asbest in de toplaag t.p.v. de druppelzone

Het uitgevoerde sbestonderzoek in grond alleen betrekking heeft op de toplaag (0.0-0.1 m-mv) t.p.v. noordelijke druppelzone van het asbestverdachte dak van de werktuigenberging (zie bijlage 2). interpretatie resultaten asbest in de toplaag (0.0-0.1 m-mv) In de uitgegraven grond t.p.v. de noordelijke druppelzone onder de daklijn van de werktuigenschuur, uit de inspectiegaten G1 t/m G4 (0.0-0.1 m-mv) (fractie>20 mm), is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het geanalyseerde mengmonster druppelzone (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten G1 t/m G4 (laag 0.0-ca.0.1 m-mv) uit de toplaag is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van 1.3 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag uit de inspectiegaten G1 t/m G4 bedraagt 1.3 mg /kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. bepalingsgrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De uitgegraven toplaag uit de inspectiegaten G1 t/m G4 is verontreinigd met asbest onder de interventiewaarde.

juni ’22

38

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen is ter plaatse van de uitlaat melkmachine een matige oliewaterreactie waargenomen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal plaatselijk baksteenresten waargenomen. Voor het overige zijn geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 23. tabel 23: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster Boringen Diepte bovengrondse dieselolietank

Zintuiglijk

>AW

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

MM4

0.060.26 2.4-3.4

-

minerale olie

-

-

Niet Toepasbaar*

-

-

-

-

n.v.t.

0.0-0.5

matige olie- tolueen waterreactie

-

minerale Niet Toepasbaar* olie

-

-

Achtergrondwaarde*

-

-

Achtergrondwaarde*

16+17+18

Pb16 16 uitlaat melkmachine MM5

41

werktuigenberging MM6 23+42+43 0.0-0.5 onbebouwde deel van het erf

-

-

MM7

20+24+26+27

0.0-0.5

-

MM8

25+29+31+36

0.0-0.5

-

minerale olie

PAK’s

-

Industrie*

MM9

37 t/m 40

0.0-0.5

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

MM10

19+22+32+33+35

0.0-0.5

-

lood, PAK’s

-

-

Wonen*

MM11

19 t/m 22

0.5-2.0

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

MM12

19+21+22

0.9-2.0

-

PAK’s

Wonen*

Pb19

19

2.1-3.1

barium, naftaleen

n.v.t.

MM1

1+3+4+5+7 t/m 9

0.0-0.5

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

MM2

2+4+6+10 t/m 15

0.0-0.5

-

-

-

Industrie*

MM3

1+2+3

0.6-2.0

-

minerale olie, PAK’s -

-

-

Achtergrondwaarde*

Pb1

1

2.0-3.0

-

koper, zink

-

-

n.v.t.

akker

Legenda >AW overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5) >T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

juni ’22

39

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

bovengrondse dieselolietank bovengrond (0.06-0.26 m-mv) Het bovengrondmengmonster MM4 bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. Opgemerkt wordt dat na toetsing van het gemeten gehalte minerale olie aan het Besluit bodemkwaliteit geldt dat deze grond mogelijk niet meer voor hergebruik toepasbaar is. peilbuis 16 (2.4-3.4 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 16 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde. uitlaat melkmachine bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Het bovengrondmonster MM5 bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte tolueen olie t.o.v. de achtergrondwaarde. Het sterk verhoogd gemeten gehalte minerale olie in de bovengrond t.p.v. boring 41 overschrijdt de interventiewaarde en geeft daardoor aanleiding tot het instellen van nader onderzoek. Geadviseerd wordt om middels een nader onderzoek de omvang van de verontreiniging met minerale olie vast te stellen.

Middels een nader (afperkend) onderzoek kan worden vastgesteld of er in het onderhavige geval al dan niet sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. Geadviseerd wordt om tijdens het nader onderzoek tevens de milieuhygiënsiche kwaliteit van het grondwater op deze plaats te onderzoeken. werktuigenberging bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Het bovengrondmengmonster MM6 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. onbebouwde deel van het erf bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM7 en MM9 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM8 bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte PAK’s (som 10) in het bovengrondmengmonster MM8 overschrijdt de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en geeft daardoor aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Geadviseerd wordt om in eerste instantie het geanalyseerde bovengrondmengmonster MM8 uit te splitsen en de afzonderlijke deelmonsters te onderzoeken op het gehalte PAK’s.

Op deze wijze wordt het verhoogd gemeten gehalte PAK’s in het bovengrondmengmonster MM8 geverifieerd en ontstaat meer inzicht in de ruimtelijke verdeling van de verontreiniging. Indien na uitsplitsing wederom gehalten PAK’s hoger dan de tussenwaarde of bodemindex waarde >0.5 worden gemeten is een nader (afperkend) onderzoek noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de omvang van de verontreiniging. Het verhoogd gemeten gehalte minerale olie in het bovengrondmengmonster MM8 overschrijdt de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex waarde (>0.5) niet zodat er voor deze stof uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.

juni ’22

40

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

Bovengrondmengmonster MM10 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Het ondergrondmengmonster MM11 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Het ondergrondmengmonster MM12 bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 19 (2.1-3.1 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 19 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) en naftaleen (vluchtige aromaten) t.o.v.

de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. akker bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Het bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Het bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.6-2.0 m-mv) Het ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.1) en verhoogde gehalten koper en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater t.p.v.

peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en geeft daardoor aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Het matig verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 hangt naar verwachting op voorhand niet samen met een locatiespecifieke verontreiniging. In overleg met het bevoegd gezag kan, wanneer er geen sprake is van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden, een herbemonstering en heranalyse van het grondwater noodzakelijk zijn.

juni ’22

41

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

indicatief onderzoek asbest in grond asbest in toplaag t.p.v. noordelijke druppelzone van de werktuigenberging toplaag (0.0-0.1 m-mv) In de uitgegraven grond t.p.v. de noordelijke druppelzone onder de daklijn van de werktuigenschuur, uit de inspectiegaten G1 t/m G4 (0.0-0.1 m-mv) (fractie>20 mm), is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het geanalyseerde mengmonster druppelzone (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten G1 t/m G4 (laag 0.0-ca.0.1 m-mv) uit de toplaag is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van 1.3 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag uit de inspectiegaten G1 t/m G4 bedraagt 1.3 mg /kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. bepalingsgrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De uitgegraven toplaag uit de inspectiegaten G1 t/m G4 is verontreinigd met asbest onder de interventiewaarde.

juni ’22

42

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

toetsing hypothese In tabel 24 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 24: toetsing hypothese Locatie

Hypothese

Correct?

Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?

Nader onderzoek?

Veendijk nr. 47 te Havelte

deels verdacht/ deel onverdacht

verdachte deel: ja onverdachte deel: nee, verhoogde gehalten aangetoond

nee, onderzoeksinspanning voldoende

Ja, nader onderzoek is noodzakelijk.

Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De bovengrond t.p.v. boring 41 (uitlaat melkmachine) bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de interventiewaarde, nader, afperkend, onderzoek wordt in dit geval geadviseerd. Bovengrondmengmonster MM8 bevat o.a. een verhoogd gehalte PAK’s (som 10) t.o.v. de interventiewaarde. Het verhoogd gemeten gehalte PAK’s in het bovengrondmengmonster MM8 geeft aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Geadviseerd wordt om in eerste instantie het geanalyseerde bovengrondmengmonster MM8 uit te splitsen en de afzonderlijke deelmonsters te onderzoeken op het gehalte PAK’s (som10). Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat o.a. een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5), aanvullend onderzoek in de vorm van een herbemonstering en heranalyse van het grondwater wordt in dit geval aanbevolen. Voor het overige bevat de grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. Deze lichte verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek.

Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt, behoudens t.p.v. de druppelzone van de werktuigenberging, geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.

afwijkingen t.o.v. normen en protocollen In afwijking van de strategie uit paragraaf 6.4.5. van de NEN-5707 is in dit onderzoek alleen de toplaag (0.0-0.1 m-mv) t.p.v. de druppelzone onder het dak van de stal onderzocht i.p.v. de actuele contactzone tot 0.5 m-mv.’ In afwijking van de onderzoeksstrategie VEP is t.p.v. de uitlaat van de melkmachine in deze fase vcan het onderzoek geen grondwateronderzoek uitgevoerd. Het grondmonster MM5 is vanwege los droog zand niet bemonsterd middels een steekbus. De gehalten BTEXN moeten in dit geval als indicatief worden beschouwd. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen andere afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002, AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.

juni ’22

43

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

Aanbevelingen 1●) De bovengrond t.p.v. boring 41 (uitlaat melkmachine) bevat een sterk verhoogd gehalte minerale olie, nader onderzoek naar de omvang van deze verontreiniging wordt geadviseerd. Middels een nader (afperkend) onderzoek kan worden vastgesteld of er in het onderhavige geval al dan niet sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. Geadviseerd wordt om tijdens het nader onderzoek tevens de milieuhygiënsiche kwaliteit van het grondwater op deze plaats te onderzoeken. 2●) Bovengrondmengmonster MM8 bevat o.a. een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en bodemindex-waarde (>0.5). Het verhoogd gemeten gehalte PAK’s in het bovengrondmengmonster MM8 geeft aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Geadviseerd wordt om in eerste instantie het geanalyseerde bovengrondmengmonster MM8 uit te splitsen en de afzonderlijke deelmonsters te onderzoeken op het gehalte PAK’s (som 10). Op deze wijze wordt het verhoogd gemeten gehalte PAK’s in het bovengrondmengmonster MM8 geverifieerd en ontstaat meer inzicht in de ruimtelijke verdeling van de verontreiniging.

Indien na uitsplitsing wederom gehalten PAK’s hoger dan de tussenwaarde of bodemindex waarde >0.5 worden gemeten is een nader (afperkend) onderzoek noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de omvang van de verontreiniging. 3●) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat o.a. een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5). Het matig verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 hangt naar verwachting op voorhand niet samen met een locatiespecifieke verontreiniging. Geadviseerd wordt met de gemeente af te stemmen of dergelijk verhoogde gehalten aan barium (zware metalen) in het grondwater in de omgeving vaker worden gemeten, dit mogelijk als gevolg van een natuurlijke achtergrondwaarde. Indien dit niet het geval is wordt aanbevolen, ter verificatie van het gemeten gehalte barium, een herbemonstering en heranalyse van het grondwater uit te voeren. 4●) Het onderhavige bodemonderzoek is uitgevoerd t.p.v. het onbebouwde deel van de locatie. Geadviseerd wordt om bij verdere herontwikkeling, na sloop van de boerderij, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. het thans nog bebouwde deel van de locatie alsnog te onderzoeken.

5●) In het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie dient de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zoveel mogelijk aan te sluiten bij het toekomstige bodemgebruik. Ter afstemming wordt geadviseerd om het onderhavige bodemonderzoek in dit kader voor te leggen aan het bevoegd gezag. 6●) Door het plangebied loopt een bestaande sloot. Ook rondom de onderzoekslocatie lopen sloten. De slootbodems (waterbodem) en sliblagen t.p.v. de sloten vallen buiten de scope van dit verkennend bodemonderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. In het kader van dit onderzoek is geen waterbodemonderzoek volgens NEN-5720 en protocol 2003 uitgevoerd. Geadviseerd wordt om met het bevoegd af te stemmen of waterbodemonderzoek t.p.v. de sloten (bv. voordat deze worden gedempt) al dan niet noodzakelijk is. 7●) In het kader van evt. toekomstige grondwerkzaamheden wordt geadviseerd te voorkomen dat de licht met asbest verontreinigde grond t.p.v. de noordelijke druppelzone onder de daklijn van de werktuigenberging gemengd wordt met niet met asbest verontreinigde grond. juni ’22

44

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

8●) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a.

partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is, behoudens een indicatief onderzoek van de bovengrond, geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

juni ’22

45

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan het Veendijk nr. 47 te Havelte (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Binnen een deel van het onderzoeksgebied wordt melding gemaakt van enkele mogelijk gedempte waterlopen. Voor zover bekend is er geen informatie waarmee deze vm. waterlopen zijn gedempt. In de boringen t.p.v. de vermoedelijke situering van de gedempte waterlopen zijn geen bodemvreemde bijmengingen of afwijkingen waargenomen. Opgemerkt wordt dat de situering van de gedempte waterlopen in de praktijk kan afwijken. Op basis van dit onderzoek kan daardoor nooit worden uitgesloten dat elders sprake is van bodemvreemd dempingsmateriaal. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin.

Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden.

Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld. juni ’22

46

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

6

LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of

www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.

juni ’22

47

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Veendijk nr. 47 te Havelte

7

COLOFON

opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider

: : : : :

Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse

juni ’22

De Stijll BV Veendijk nr. 47 te Havelte 48 blz. 10 juni 2022 ing. A.D.M. van Wuykhuyse

Paraaf

Gecontroleerd door ing. M.J.A. van Wuykhuyse

Paraaf

Datum

Status

10 juni 2022

definitief

48

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F

Adviesgroepen:  Bouw  Milieu

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F

1990

1975

1950

Adviesgroepen:  Bouw  Milieu

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

1925

1900

1870

Adviesgroepen:  Bouw  Milieu

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

01

Pb 1

akker / cm t ov m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

1 50

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an

2

-60

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

100 3 150 4 200

200

250

300

300 t ype dat um boorm eest er

-300

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

02

akker / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an

0

50 -60

100

-70

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an 3

150 4 200 t ype dat um boorm eest er

-200

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform

V e e n d ijk 4 7 t e H a ve lt e 2 1 -M 1 0 1 6 5 N EN 5 1 0 4

03

akker / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 2 -80

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

100 3 150 4 200 t ype dat um boorm eest er

-200

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

04

akker / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -20

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

50

-50 2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, beige, edelm an

100

-100 3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

150 -170 4 200 t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an -200

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

04a 0

akker / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -30

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, beige, edelm an

50

100 -110

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, edelm an -130 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform

V e e n d ijk 4 7 t e H a ve lt e 2 1 -M 1 0 1 6 5 N EN 5 1 0 4

04b

akker / cm t ov m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -40 50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, beige, edelm an

100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, edelm an

-90

-130 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

05

akker / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

-50

06

akker / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

07

akker / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -40

50 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an -50

bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform

V e e n d ijk 4 7 t e H a ve lt e 2 1 -M 1 0 1 6 5 N EN 5 1 0 4

08

akker / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

-50

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

09

akker / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

10

akker / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

-50

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

11

akker / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

-50

12

akker / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 H . va n Ku ik

bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform

V e e n d ijk 4 7 t e H a ve lt e 2 1 -M 1 0 1 6 5 N EN 5 1 0 4

13

akker / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 A. va n W u yk h u yse

14

akker / cm t ov m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

1

-40 50 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 A. va n W u yk h u yse

15

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an -50

akker / cm t ov m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

1 50

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, bruin, geel, edelm an 100 -130 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 A. va n W u yk h u yse

15a

akker / cm t ov m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an 50 -60

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, bruin, edelm an 100 -120 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 A. va n W u yk h u yse

bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform

V e e n d ijk 4 7 t e H a ve lt e 2 1 -M 1 0 1 6 5 N EN 5 1 0 4

15b

akker / cm t ov m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an 50

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, bruin, edelm an 100 -110

t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 A. va n W u yk h u yse

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an -120

16

Pb 1 6

klinker / cm t ov m aaiveld

0

0

edelm an

1

-6

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, edelm an

50

-30

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

2 100 3 150

-160

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, edelm an

4 200

240 250

300

340

-340 t ype dat um boorm eest er

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 2 -1 2 -2 0 2 1 A. va n W u yk h u yse

17

klinker / cm t ov m aaiveld

0

-6

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, edelm an

2 50 t ype dat um boorm eest er

0

edelm an

1

-30

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 A. va n W u yk h u yse

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50

bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform

V e e n d ijk 4 7 t e H a ve lt e 2 1 -M 1 0 1 6 5 N EN 5 1 0 4

18

klinker / cm t ov m aaiveld

0

0

edelm an 1

-6

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

-35

g r on d b or in g 0 2 -1 2 -2 0 2 1 A. va n W u yk h u yse

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en bakst een, edelm an -50

19

Pb 1 9

t egel / cm t ov m aaiveld

0

0

edelm an -4

1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, grijs, edelm an

2

zand, zwak silt ig, st erk hum eus, donker bruin, edelm an

50

-50

-90

100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, edelm an

3

150 4 200 210

250

300 310

-310 t ype dat um boorm eest er

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 2 -1 2 -2 0 2 1 A. va n W u yk h u yse

bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=ecbedef9-f7d3-46b7-b8ff-a2caf7df877e