CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Recreatieterrein Torentjeshoek

Politieke avond Westerveld 27 januari 2026, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Torentjeshoek (spreekrecht)14.954 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Recreatieterrein Torentjeshoek

Oktober 2025

STATUS: Vastgesteld

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld

BESTEMMINGSPLAN “RECREATIETERREIN TORENTJESHOEK”

Plan:

Recreatieterrein Torentjeshoek

IMRO-nummer: NL.IMRO.1701.597PHZRecrTorenhk-0002 Plantype:

Bestemmingsplan

Status:

Vastgesteld

Datum:

Oktober 2025

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld

Toelichting

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 2.1

HET PLANGEBIED EN OMGEVING ..................................................................................................................... 8

HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE .................................................................... 10 3.1 3.2

PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................................... 10 VERKEER & PARKEREN ................................................................................................................................ 11

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 21

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 23 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

GELUID .................................................................................................................................................... 23 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 23 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 24 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 25 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 26 GEUR ...................................................................................................................................................... 28 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 29 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 31 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ..............................................................................................................

32 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 34

HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 37 6.1 6.2 6.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 37 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 37 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 38

HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 39 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN ...................................................... 40 8.1 8.2

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 40 ZIENSWIJZEN ............................................................................................................................................. 40

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 41 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6

IMPRESSIES GEWENSTE SITUATIE ........................................................................................................... 42 QUICKSCAN EN VOORTOETS ................................................................................................................. 43 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 44 STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 45 RESULTAAT DIGITALE WATERTOETS ........................................................................................................ 46 NOTA REACTIE ZIENSWIJZEN ................................................................................................................. 47

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Aan de Leeuweriksveldweg 1, in het buitengebied van Dwingeloo (gemeente Westerveld), bevindt zich Camping Torentjeshoek. Camping Torentjeshoek is gelegen aan de rand van het Nationaal Park Dwingelderveld. Initiatiefnemer is voornemens om de camping door te ontwikkelen, waarbij beter wordt aangesloten bij de hedendaagse wensen en eisen van de recreant. Concreet bestaat de ontwikkeling uit: • • • • • • • •

wijzigen/aanpassen van de toegang/entree; geen vast bouwblok voor gebouwen ten behoeve van de camping, maar een percentage; sloop van 3 bestaande en bouw van 5 nieuwe bijzondere accommodaties, waarmee in totaal 6 bijzondere accommodaties aanwezig zijn; extra parkeerruimte; flexibele inrichting op de camping ten behoeve van tenten/caravans/campers; privé sanitair op extra plaatsen; extra toiletgebouw; verruiming centrumgebouw, inclusief opslag gedeelte;

De gemeente Westerveld heeft naar aanleiding van een principeverzoek op 6 juni 2023 onder voorwaarden ingestemd met bovenstaande ontwikkelingen. Om het voornemen te kunnen verwezenlijken is een partiële herziening nodig van het geldend “Bestemmingsplan recreatieterrein Torentjeshoek”. Voorliggend bestemmingsplan toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Zoals eerder vermeld ligt het plangebied aan de Leeuweriksveldweg 1. De ligging van het plangebied ten opzichte van Dwingeloo, het nationaal park Dwingelderveld en in de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1. Het plangebied is hierop indicatief weergegeven met respectievelijk een rode ster en rode omlijning.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied (Bron: OpenStreetMap)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ‘Recreatieterrein Torentjeshoek’, bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (NL.IMRO.1701.597PHZRecrTorenhk-0002) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen.

Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld

1.4

Huidige planologische regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van “Bestemmingsplan recreatieterrein Torentjeshoek” (vastgesteld 8 mei 2007) en bestemmingsplan “Kleinschalige hernieuwbare energie” (vastgesteld 20 december 2022). In voorliggend geval zijn met name de regels en verbeelding van “Bestemmingsplan recreatieterrein Torentjeshoek” van belang. Afbeelding 1.2 toont (een uitsnede van) de verbeelding van het geldende “Bestemmingsplan recreatieterrein Torentjeshoek”.

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede verbeelding “Bestemmingsplan recreatieterrein Torentjeshoek” (Bron: Gemeente Westerveld)

Beschrijving bestemmingen en aanduiding

Op basis van bovengenoemd bestemmingsplan zijn de gronden in het plangebied bestemd tot ‘verblijfsrecreatieve doeleinden’ en ‘opgaande beplanting’. Binnen de bestemming ‘verblijfsrecreatieve doeleinden’ zijn bouwvlakken aanwezig en is verder de aanduiding ‘centrale voorzieningen’ opgenomen. Overige aanduidingen binnen het plangebied zijn ‘te handhaven structuurelement’, ‘ontsluitingspunt’ en ‘ontsluitingspunt langzaam verkeer’. Hieronder wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan. ‘verblijfsrecreatieve doeleinden’ De gronden met de bestemming ‘verblijfsrecreatieve doeleinden’ zijn onder meer bestemd voor standplaatsen voor kampeermiddelen, beheersvoorzieningen ten behoeve van het eigen terrein (ter plaatse van de aanduiding ‘centrale voorzieningen’), sport- en speelvoorzieningen en dienstwoningen, met dien verstande dat het totaal aantal standplaatsen voor kampeermiddelen ten hoogste 262 mag bedragen. De op de plankaart aangeduide ‘te handhaven structuurelement’ zal in visueel opzicht worden versterkt door het aanbrengen van laanbeplanting. Ten aanzien van gebouwen geldt dat deze binnen een bouwvlak gebouwd moeten worden in één bouwlaag met kap en een maximale bouwhoogte van 8 meter. Het aantal dienstwoningen mag ten hoogste één bedragen. Verder mag de bebouwde oppervlakte van een stacaravan inclusief bijgebouw maximaal 50 m2 bedragen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld Het is onder andere verboden om zonder aanlegvergunning houtopstanden te rooien of te vellen (voor zover het ter zake bepaalde in de Boswet of de daarop steunende voorschriften, dan wel de gemeentelijke kapverordening niet aanwezig zijn) en het (ver)graven en/of verbreden van watergangen en vijvers. ‘opgaande beplanting’ De voor ‘opgaande beplanting’ aangewezen gronden zijn bestemd voor opgaande beplanting. Op deze gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Het is onder andere verboden om zonder aanlegvergunning houtopstanden te rooien of te vellen (voor zover het ter zake bepaalde in de Boswet of de daarop steunende voorschriften, dan wel de gemeentelijke kapverordening niet aanwezig zijn) en het (ver)graven en/of verbreden van watergangen en vijvers. 1.4.3

Strijdigheid

Het voornemen is om de camping door te ontwikkelen en te laten aansluiten op de hedendaagse wensen en eisen van de recreant. Als onderdeel hiervan wil initiatiefnemer een flexibeler bestemmingsplan zodat eenvoudiger geschoven kan worden met functies en bebouwing, extra bebouwingsmogelijkheden voor voorzieningen (cf. mogelijkheden bestemmingsplan Buitengebied) en 5 nieuwe bijzondere accommodaties ter vervanging van de boomhutten. De afwijkingsmogelijkheden hiervoor in het vigerende bestemmingsplan schieten tekort om deze voornemens te kunnen verwerkelijken. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet voor deze ontwikkeling een passend juridisch planologisch kader.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven, gevolgd door een beschrijving van de gewenste situatie in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader, waarin het beleid van het Rijk, de provincie Drenthe en de gemeente Westerveld wordt beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het plan en tot slot gaat hoofdstuk 8 in op het vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied en omgeving

Camping Torentjeshoek is een camping gelegen in het buitengebied van Dwingeloo en in het Nationaal Park Dwingelderveld. Op het terrein bevinden zich onder meer campingplaatsen met bijbehorende sanitaire voorzieningen, een centrumvoorziening, speelgelegenheden, een bedrijfswoning en andere typen van verblijfsaccommodatie, te weten chalets en vier boomhutten. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Leeuweriksveldweg en agrarische percelen. Voor het overige is het plangebied omgeven door bosgronden behorende bij het Nationaal Park Dwingelderveld. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied. Afbeelding 2.2 toont de plattegrond van camping Torentjeshoek in de huidige situatie. In afbeelding 2.3 is een foto van het bestaande receptiegebouw van de camping opgenomen.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto van het plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld

Afbeelding 2.2

Plattegrond camping Torentjeshoek (Bron: Camping Torentjeshoek)

Afbeelding 2.3

Foto receptie camping Torentjeshoek (Bron: initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld

HOOFDSTUK 3 3.1

GEWENSTE SITUATIE

Planbeschrijving

Zoals in de inleiding van deze toelichting reeds aangegeven is de initiatiefnemer voornemens om de camping door te ontwikkelen. Camping Torentjeshoek wil haar marktpositie behouden en zo mogelijk versterken. Camping Torentjeshoek heeft geen uitbreidingsplannen. Wel wil men de beschikbare ruimte anders gaan inrichten/benutten waarbij het doel is gericht op verbetering van de ruimtelijke en recreatieve kwaliteit. Daar hoort een flexibel bestemmingsplan bij dat de mogelijkheid biedt om mee te bewegen met de ontwikkelingen in de recreatiesector. Naar verwachting zullen campings zich in toenemende mate richten op verhuuraccommodaties voor vakantie, midweek of weekend. Ook campers zijn een groeimarkt. Sinds enkele jaren is bovendien een opleving zichtbaar van behoefte aan seizoen- en jaarplaatsen. De bijbehorende ontwikkelingen staan hieronder opgesomd: wijzigen/aanpassen van de toegang/entree; geen vast bouwblok voor gebouwen ten behoeve van de camping, maar een percentage; sloop van 3 bestaande en bouw van 5 nieuwe bijzondere accommodaties, waarmee in totaal 6 bijzondere accommodaties aanwezig zijn; • extra parkeerruimte; • flexibele inrichting op de camping ten behoeve van tenten/caravans/campers; • privé sanitair op extra plaatsen; • extra toiletgebouw; • verruiming centrumgebouw, inclusief opslag gedeelte; Zoals eerder vermeld neemt de capaciteit van de camping niet toe. • • •

In afbeelding 3.1 zijn alle ontwikkelingen weergegeven. Voor meer tekeningen en impressies van de losse werkzaamheden wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld

Afbeelding 3.1

Overzicht werkzaamheden gewenste situatie (Bron: Initiatiefnemer, bewerkt)

3.2

Verkeer & parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmings- en wijzigingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. 3.2.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval worden de planologische mogelijkheden van de bestaande camping aangepast dan wel uitgebreid. Naast het creëren van de planologische mogelijkheid voor vakantiewoningen en flexibele inrichting van het campingterrein ten behoeve van tenten, caravans of campers, behelst het voornemen concreet de sloop van 3 bestaande en bouw van 5 nieuwe bijzondere accommodaties, evenals het verruimen van het centrumgebouw (geen zelfstandige verkeersaantrekkende werking). Zodoende is er waarschijnlijk sprake van een (lichte) toename aan verkeersbewegingen. De Leeuweriksveldweg kan deze zeer beperkte toename aan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld verkeersbewegingen eenvoudig en veilig afwikkelen. Door middel van een nieuwe inrit wordt de verkeersveiligheid bovendien verbeterd. Het parkeren zal net als in de huidige situatie op het eigen terrein worden ingevuld. Om een beperkte toename aan parkeerbehoefte in de toekomst goed op te kunnen vangen worden er extra parkeerplaatsen aangelegd. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen voorliggend plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing initiatief aan de NOVI Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke ontwikkelingen. Het betreft een project waarbij geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. De recreatiefunctie gaat in haar huidige en toekomstige vorm goed samen met de omgeving. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

4.1.2.1 Algemeen De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Natuurnetwerk Nederland, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. 4.1.2.2 Toetsing initiatief aan het Barro Het plangebied is gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Door Fopma NatuurAdvies is een Quickscan en Voortoets uitgevoerd, waarvan het rapport in bijlage 2 staat. Met betrekking tot het Natuurnetwerk Nederland wordt geconcludeerd dat er geen effecten zijn te verwachten. Gesteld wordt dat het Barro geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.3.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3.2 Toetsing van het initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro).

De ontwikkeling vindt niet plaats in stedelijk gebied en voorziet ook niet in de realisatie van een stedelijke voorziening. Daarnaast is er geen sprake van extra ruimtebeslag en voorziet het plan hoofdzakelijk in enkele planologische wijzigingen om de camping toekomstbestendiger te maken. De capaciteit van de camping wordt niet vergroot. Gesteld wordt dat het doorlopen van de laddertoets niet nodig is en het plan voorziet in een goede ruimtelijke ordening. 4.1.4

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Actualisatie Omgevingsvisie Drenthe 2022 en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (versie 2023). 4.2.1

Actualisatie Omgevingsvisie Drenthe 2022

4.2.1.1 Algemeen Met de Omgevingsvisie Drenthe 2022 geeft de provincie invulling aan de verplichte strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving op grond van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen landbouw, natuur, water, wonen, werklocaties, verkeer en vervoer, landschap en cultureel-, aardkundig- en archeologisch erfgoed. De visie beschrijft de provinciale belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing, beschrijft het beleid en schetst de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Drenthe richting 2030. De Omgevingsvisie 2022 is een geactualiseerde versie van de Omgevingsvisie 2018. De maatschappij verandert snel, en het provinciale beleid verandert mee. Al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving dat sinds 2018 nieuw of gewijzigd is vastgesteld, is doorgevoerd in de Omgevingsvisie 2022. 4.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit en robuuste systemen De provincie Drenthe verwoordt haar missie als volgt: ‘Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten.’ Onder de Drentse kernkwaliteiten worden landschap, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden, aardkundig erfgoed, natuur, stilte en duisternis verstaan.

De missie draagt uit dat de provincie Drenthe bij nieuwe ontwikkelingen bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de provincie. Onder ‘bruisend Drenthe’

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld verstaat de provincie Drenthe een provincie waar het goed wonen en werken is en waar voor jong en oud veel te beleven valt. Een provincie waar ondernemerschap, cultuur en sport floreren. Deze missie wordt vervolgens verwoord in de visie ‘Ontwikkeling van robuuste systemen mét ruimtelijke kwaliteit.’ De provincie Drenthe ordent de ruimte van de provincie in vier functies: natuur, landbouw, water en sociaaleconomisch. Voor deze functies streeft de provincie naar robuustheid. Dat betekent dat een functie zo stevig is, dat het weinig gevoelig is voor verstoringen. Hiervoor zijn de volgende robuuste systemen aangewezen: • • • •

Het robuust sociaaleconomisch systeem: heeft betrekking op wonen, werklocaties, infrastructuur en een gezond economisch klimaat. Het robuust landbouwsysteem: heeft betrekking op de ontwikkeling van een toekomstgerichte landbouw. Het robuust natuursysteem: heeft betrekking op de natuurgebieden en de verbindingen die de ruggengraat vormen voor de natuur. Het robuust watersysteem: betreft de samenhang van beken en kanalen die zorgdragen voor een optimaal waterbeheer.

4.2.1.3 Uitwerking robuuste systemen Gelet op het voornemen zijn met name het sociaaleconomische en natuursysteem relevant. Robuust sociaaleconomisch systeem Gelet op het voornemen zijn binnen het sociaaleconomisch systeem met name de thema’s radioastronomie en vrijetijdseconomie relevant. Radioastronomie Het Nederlands Instituut voor de Radio Astronomie, ASTRON, heeft vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw een plaats binnen de sociaaleconomische en ruimtelijke context van Drenthe. ASTRON heeft drie grote vestigingen in Drenthe en manifesteert zich ruimtelijk bij Lhee, Dwingeloo (met de researchcomplex, inclusief radiotelescoop, en hoofdkantoor), Hooghalen (de Westerbork Synthese Radiotelescoop, WSRT) en in Exloo en Buinen (centrumgebied van LOFAR, radiotelescoop Low Frequency Array). Verder zijn er, verspreid over de provincie, kleine LOFAR-buitenstations voor wetenschappelijk onderzoek naar zowel astronomie, geofysica als infrageluid. De provincie vindt het van belang dat de LOFAR-stations in Drenthe optimaal kunnen blijven functioneren, in een omgeving met een zo laag mogelijk storingsniveau. De provincie heeft storingsvrije zones aangegeven. Binnen zone I zijn alleen in uitzonderingsgevallen gemotoriseerd verkeer en activiteiten waarbij elektromagnetische straling wordt opgewekt, toegelaten.

Binnen zone II worden storingen voorkomen door vooraf overleg te plegen met ASTRON over de gevolgen van bedrijfsvestigingen en –uitbreidingen, intensivering van verkeer en dergelijke activiteiten. Vrijetijdseconomie De vrijetijdssector is een belangrijke pijler voor de Drentse economie. Drenthe heeft de bezoeker veel te bieden. Drenthe is dé fiets- en vrijetijdsprovincie van Nederland. De kwaliteiten van Drenthe voor de vrijetijdseconomie liggen in een combinatie van natuur, landschap, erfgoed en cultuur. Dat wil de provincie zo houden en wil dit verder uitbouwen. De provincie zet in op het versterken van de vrijetijdseconomie door het verbinden van de verblijfsrecreatie aan de lokale economie, aan de beleving van ruimtelijke kwaliteit en aan (dag-)attracties. De focus ligt op het vergroten van de aantrekkelijkheid van Drenthe als bestemming voor bezoek en verblijf, zowel recreatief als zakelijk. Voor de binnenlandse markt liggen er kansen voor het verstevigen van de eigen marktpositie door te focussen op hogere bestedingen. Van de buitenlandse markt verwacht de provincie de meeste groei en dan met name van de Duitse en Belgische markt in het voor- en naseizoen. Dat levert meer bezoekers, bestedingen en banen op. En daar profiteert de Drentse bevolking van, zowel wat betreft werk en leefbaarheid als ook aantrekkelijkheid van de eigen woonomgeving.

De provincie streeft naar het vergroten van de attractiewaarde Drenthe met meer bezoekers en een langere verblijfsduur van de toeristen in Drenthe. Hierbij wordt er een

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld uitnodigend en aantrekkelijk vestigingsklimaat voor de (nieuwe) bedrijven in vrijetijdssector nagestreefd. Ook werkt de provincie aan het behouden en versterken van een aantrekkelijk en vitaal aanbod van dag- en verblijfsrecreatieaccommodaties en, waar nodig, een revitaliseringsslag van de verblijfsrecreatiesector, door herontwikkeling en transformatie van bestaande verblijfsrecreatieparken. Toetsing initiatief aan het sociaaleconomisch systeem Het voornemen ziet toe op de doorontwikkeling van camping Torentjeshoek. Naast een gedeeltelijke verandering van de indeling van de camping behelst het voornemen ook het bouwen van een nieuw voorzieningencentrum. Hiermee blijft het (lokale) aanbod aan verblijfsaccomodaties aantrekkelijk, kwalitatief hoogwaardig en toekomstbestendig. Robuust natuursysteem Gelet op het voornemen zijn binnen het natuursysteem met name de thema’s Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000 en Nationale Parken relevant. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een robuuste, samenhangende structuur van natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden, ecologische verbindingen en agrarische gebieden met hoge natuurwaarden, bijvoorbeeld gebieden met agrarisch natuurbeheer.

Bij de ontwikkeling van het NNN zet de provincie in op het verbinden van natuurgebieden en slechten van barrières, het herstel en verbeteren van milieucondities en het benutten van slimme combinaties met andere beleidsopgave, zoals Kaderrichtlijn Water (KRW), water vasthouden en klimaatbuffers en recreatief medegebruik. Bij nieuwe activiteiten of wijziging van activiteiten zoekt de provincie aansluiting bij bestaande voorzieningen en de balans tussen beschermen, beleven en benutten. Hierbij gelden onder andere de regels van de Provinciale Omgevingsverordening. De komende jaren komen er hectares nieuwe natuur bij en gaat de provincie de kwaliteit van de natuur verbeteren. De provincie zorgt er samen met maatschappelijke partners voor dat de Drentse natuur robuust wordt. Een vitaal platteland is hierin een van de speerpunten. Natura 2000 Bij de bescherming van de Natura 2000-gebieden staat het behalen van de instandhoudingsdoelen centraal, in overeenstemming met het rijksbeleid voor deze gebieden. Dat doen we op een manier waarbij de omgeving bijdraagt aan deze doelen en met zo min mogelijk belemmeringen te maken krijgt. Door de huidige stikstofdepositie staat een belangrijk deel van de kwetsbare natuur onder druk. Te veel stikstof leidt tot verzuring en vermesting en daarmee een vermindering van de biodiversiteit.

Dit speelt voor de instandhoudingsdoelen van twaalf van de veertien Natura 2000-gebieden. Ook naast de ''formele'' instandhoudingsdoelen voor deze gebieden is er natuur die schade ondervindt van een overmatige neerslag aan stikstof. Het verminderen van stikstofdepositie is een van de voornaamste uitdagingen voor de komende jaren. Het is niet alleen stikstof waar de natuur last van heeft. De provincie werkt aan het wegnemen van zo veel mogelijk van de ''drukfactoren'' om de gestelde natuurdoelen te halen. Zo werkt de provincie aan een brede aanpak met onder andere klimaat- en watermaatregelen. Nationale Parken De provincie versterkt de internationaal aantrekkelijke natuurkernen in een samenhangend landschap. Binnen het Nationale Park draagt de provincie de doelen vanuit Vrijetijdseconomie en Toekomstgerichte Landbouw in combinatie met Programma Natuurlijk Platteland uit. De natuurkernen zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland en zijn Natura 2000 gebieden. De provincie streeft daarmee naar de instandhouding en verbetering van de biodiversiteit. Ook streeft de provincie naar het versterken van de Uitwerking kernkwaliteiten landschap, natuur, cultuurhistorie, rust, archeologie en aardkundig erfgoed en het versterken van de toeristisch-recreatieve potentie van het gebied.

De natuurlijke, landschappelijke en culturele erfgoed-waarden hebben in samenhang unieke kenmerken, in internationaal opzicht, en deze worden door de provincie ook als

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld zodanig uitgedragen. Het toekomstbeeld van de provincie is gericht op natuurgebieden die integraal deel uitmaken van een gevarieerd landschap en ecologisch en toeristisch optimaal zijn ingericht. Toetsing aan het natuursysteem Het voornemen ziet toe op een kwaliteitsverbetering van camping Torentjeshoek. De camping ligt binnen het Nationaal Park Dwingelderveld en maakt daarmee onderdeel uit van het NNN en Natura 2000. Voor toetsing aan de bijbehorende wet- en regelgeving wordt verwezen naar paragraaf 5.7. 4.2.1.4 Conclusie toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Drenthe’ Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de ‘Omgevingsvisie Drenthe’. 4.2.2

Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2023

4.2.2.1 Algemeen De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In voorliggend geval zijn de artikelen 2.6 (Werken met kernkwaliteiten), 2.21 (Nieuwe verblijfsrecreatie en uitbreiding verblijfsrecreatie), 2.25 (Radioastronomie) en 2.28 (Natuurnetwerk Nederland) van belang om nader te belichten. 4.2.2.2 Uitwerking relevante artikelen Artikel 2.6 Werken met kernkwaliteiten 1. Als kernkwaliteiten worden aangewezen de thema’s en gebieden zoals die zijn neergelegd op de bij deze verordening behorende kaart A (kaartlaag stilte), kaart D3 (kaartlaag Natuurnetwerk Nederland), kaarten D4 t/m D7 waarbij voor de kaart D7 (Kernkwaliteit landschap) geldt dat van een provinciaal belang alleen sprake is in de situaties zoals in de omgevingsvisie (hoofdstuk 4) omschreven. 2. Als bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn: 3.

wordt in het ruimtelijk plan uiteengezet hoe het desbetreffende plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid, en de strategische opgaven en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de omgevingsvisie; 4. maakt het desbetreffende ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die deze kernkwaliteiten significant aantasten. Artikel 2.21 Nieuwe verblijfsrecreatie en uitbreiding verblijfsrecreatie Een ruimtelijk plan kan alleen voorzien in een nieuw park of uitbreiding van een park indien het ruimtelijk plan regels stelt ter waarborging van levensvatbare langjarige bedrijfsmatige exploitatie van het park, zodat permanente bewoning van recreatiewoningen wordt voorkomen. Artikel 2.25 Radioastronomie 1.

2.

Een ruimtelijk plan kan, voor zover deze gebieden bestrijkt die op de bij deze verordening behorende kaart D8 zijn aangeduid als 'Zonering radioastronomie zone I', alleen voorzien in nieuwe bebouwingsen gebruiksmogelijkheden als hierbij geen elektromagnetische straling ontstaat die een storend effect heeft op de waarnemingen van de radiotelescopen in die gebieden. Een ruimtelijk plan kan, voor zover dat gebieden bestrijkt die op de bij deze verordening behorende kaart D8 zijn aangeduid als 'Zonering radioastronomie zone II', alleen voorzien in bedrijfsvestiging, uitbreiding, intensivering van verkeer en andere activiteiten als hierbij geen elektromagnetische straling ontstaat die een storend effect heeft op de waarnemingen van de radiotelescopen in die gebieden. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld Artikel 2.28 Natuurnetwerk Nederland 1.

2.

3.

4. 5.

De gronden aangeduid op kaart D3 (Natuurnetwerk Nederland) vormen het Natuurnetwerk Nederland waarvoor geldt dat: a. een ruimtelijk plan, indien het een bestemmingsplan betreft voor gronden die in het Natuurbeheerplan zijn begrensd als nieuwe of bestaande natuur, een wijzigingsbevoegdheid bevat die bepaalt dat burgemeester en wethouders een bestemming kunnen wijzigen in een natuur- of bosbestemming vanaf het moment dat: i. eigenaren van de desbetreffende gronden daarom verzoeken; ii. de gronden zijn verworven of ontpacht ten behoeve van het realiseren van de natuurfunctie; of iii. gedeputeerde staten besluiten dat zij provinciale staten zullen verzoeken om het besluit tot het verzoek tot onteigening aan de Kroon, als bedoeld in artikel 78 van de Onteigeningswet, te nemen en dat ter voorbereiding van dit besluit van provinciale staten, gedeputeerde staten een kopie van hun besluit hiertoe aan burgemeester en wethouders zenden met het verzoek over te gaan tot vaststelling van het wijzigingsplan; b. een ruimtelijke plan, indien het een bestemmingsplan betreft, geen bestemmingen en regels bevat die omzetting naar de natuurfunctie onomkeerbaar belemmeren en de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland significant aantasten. In aanvulling op het eerste lid beschrijft de toelichting van het ruimtelijk plan: a.

de wezenlijke kenmerken en waarden van het desbetreffende deel van Natuurnetwerk Nederland, zoals aangegeven in het Natuurbeheerplan; b. hoe de wezenlijke kenmerken en waarden worden beschermd; en c. hoe negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden worden voorkomen. Gedeputeerde staten kunnen de begrenzing van Natuurnetwerk Nederland wijzigen: a. ten behoeve van een verbetering van de samenhang of de planologische inpassing van Natuurnetwerk Nederland; b. ten behoeve van een kleinschalige ontwikkeling; of c. ten behoeve van de krachtens artikel 2.29 gestelde regels. Een wijziging als bedoeld in het derde lid is mogelijk voor zover: a. de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland worden behouden; en b. de oppervlakte van Natuurnetwerk Nederland ten minste gelijk blijft. Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de wezenlijke kenmerken en waarden als bedoeld in het tweede lid om deze nader te specificeren of aan te vullen in het belang van de instandhouding en verdere ontwikkeling van de natuurdoelen van Natuurnetwerk Nederland.

4.2.2.3 Toetsing aan Provinciale Omgevingsverordening Drenthe Artikel 2.6 Werken met kernkwaliteiten De volgende kernkwaliteiten heeft het plangebied toegewezen gekregen: • • • • •

A. Stiltegebieden, Infra en (grond)water: Stiltegebied; D3. Natuurnetwerk Nederland; D5. Kernkwaliteit Aardkundige waarden: Hoogste bescherming D6. Kernkwaliteit Cultuurhistorie: Cultuurhistorische hoofdstructuur; D7. Kernkwaliteit Landschap: Esdorpenlandschap.

Op kaart D4 heeft het plangebied geen kernkwaliteiten. A Stiltegebieden, Infra en (grond)water Een deel van het plangebied is aangewezen als stiltegebied. De provincie wijst twaalf gebieden aan als stiltegebied. Het aanwijzen van stiltegebieden wordt specifiek gedaan om de mens de mogelijkheid te bieden zich terug te kunnen trekken en de rust te ervaren. Ontwikkelingen die dit aspect aantasten kunnen dan ook zonder meer niet worden toegestaan. In de stiltegebieden geldt voor niet-natuurlijke geluidsbronnen een richtwaarde van 35 dB(A) voor het geluiddrukniveau (Leq) en 40 dB(A) voor het maximale geluidsniveau (Lmax). Daarnaast geldt een streefwaarde van 30 dB(A) voor het Leq en 35 dB(A) voor het Lmax. De stilte in BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld deze gebieden is van provinciaal belang. Het woord ‘stilte’ betekent niet dat er helemaal geen geluid in het gebied waarneembaar is, maar staat voor de afwezigheid van storende, voor de omgeving vreemde geluiden. Gebiedseigen geluiden, zoals die van de landbouw, vallen hier niet onder. Voorliggende ontwikkeling ziet toe op een kwaliteitsverbetering van een bestaande camping waarbij de capaciteit van de camping niet wordt vergroot. Het bestemmingsplan maakt wel een intensivering mogelijk met een wijzigingsbevoegdheid (zie paragraaf 3.1). De intensivering is echter niet van dusdanige aard dat er sprake zal zijn van een significante toename van geluid. De aard van het geluid zal ook niet veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Geconcludeerd wordt dat het voornemen geen negatieve impact heeft op het stiltegebied. D3 Natuurnetwerk Nederland Het voornemen wordt nader getoetst aan het Natuurnetwerk Nederland onder artikel 2.28. D5 Kernkwaliteit Aardkundige waarden Aardkundige waarden vertellen samen met archeologische waarden, cultuur­ historisch erfgoed en het cultuurhistorisch landschap het verhaal van het landschap van Drenthe. Behoud van de aardkundige waarden is dan ook uitgangspunt. Het plangebied ligt in de zone ‘hoogste bescherming’.

In deze gebieden streeft de provincie naar behoud of herstel van de context en het referentiebeeld van de aardkundige eenheid. Het zorgvuldig en verantwoord omgaan met aardkundig erfgoed vormt ons vertrekpunt bij planvorming. De provincie staat ontwikkelingen alleen toe als aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. De enige ontwikkeling die mogelijk gevolgen kan hebben voor aardkundige waarden is de uitbreiding van het centrumgebouw. De omvang van de uitbreiding is relatief gering en er hoeven geen grootschalige grondwerkzaamheden plaats te vinden, zoals heien. Gesteld wordt dat negatieve gevolgen voor de aardkundige waarden kunnen worden uitgesloten. Voor een nadere toetsing aan archeologie wordt verwezen naar paragraaf 5.8. D6 Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het plangebied is gelegen in de zone ‘cultuurhistorische hoofdstructuur’. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur verbindt alle elementen, structuren en gebieden die in hun onderlinge samenhang van provinciaal belang worden geacht. Het veiligstellen van cultuurhistorische waarden en tegelijkertijd het bieden van ruimte voor ontwikkelingen, vraagt om een heldere wijze van sturing. De sturingsniveaus zijn gebiedsgericht toegepast en gekoppeld aan 10 deelgebieden: • •

Betrekken bij geldt in gebieden waar de provincie wil dat de cultuurhistorische samenhang als randvoorwaarde dient voor ontwikkelingen. De provincie vraagt initiatiefnemers om dit vroeg in het planproces inzichtelijk te maken; en zet zelf in op begeleiding van dat proces. Rekening houden met in deze gebieden verwacht de provincie dat initiatiefnemers de cultuurhistorische samenhang als dé drager voor nieuwe plannen gebruiken en bedingen hiervoor vanaf het begin een plek in het planproces.

Het plangebied ligt in het gebied ‘Velden en beekdalen van Centraal Drenthe’. Voor dit gebied geldt het sturingsniveau ‘betrekken bij’. Specifiek stuurt de provincie op: •

•

•

Het beleefbaar houden van de karakteristiek van het esdorpenlandschap rond het Dwingelderveld. Deze karakteristiek komt tot uitdrukking in een zichtbare ruimtelijke samenhang tussen de krans van esdorpen rond het Dwingelderveld en in een grote tijdsdiepte van het gebied, zoals dat blijkt uit grafmonumenten, Celtic fields en een radiotelescoop; Het herkenbaar houden van de grote tijdsdiepte van de bossen rond Hooghalen. Deze tijdsdiepte is te ervaren in zichtbare en niet zichtbare elementen uit de prehistorie, blokvormige ontginningsstructuren en ingrepen uit de moderne tijd zoals de radiotelescopen en de structuren van de werkverschaffing en Kamp Westerbork; Het in stand houden van de karakteristiek van het esdorpenlandschap bij Elp, Orvelte, Westerbork en Zwiggelte. Deze karakteristiek uit zich in een zichtbare ruimtelijke samenhang tussen esdorp, es en beekdal, met bijbehorend microreliëf en beplantingselementen als houtwallen en esrandbosjes.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld Het plan voorziet niet in een extra ruimtebeslag. De cultuurhistorische structuur van de omgeving van het plangebied wordt dan ook niet aangetast. Voor een nadere toetsing aan cultuurhistorie wordt verwezen naar paragraaf 5.8.

D7 Kernkwaliteit Landschap Het plangebied is gelegen binnen het Esdorpenlandschap. Het esdorpenlandschap is een agrarisch cultuurlandschap ten voeten uit. Elk onderdeel van het landschap komt voort uit het agrarisch gebruik en is gerelateerd aan het functioneren van de lokale agrarische dorpsgemeenschap, met de boermarken als het oorspronkelijke gezag. De esdorpen vormen vanouds de ontginningsbasis van het landschap. Ze liggen veelal op landschappelijke overgangen van nat (beekdal) naar droog (es/heide/bos). Het beleid is in dit geval gericht op het behouden van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting. Daarnaast is het ook gericht op het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand)beplanting. Het plan voorziet niet in een extra ruimtebeslag. De landschappelijke structuur van de omgeving van het plangebied wordt dan ook niet aangetast. Artikel 2.21 Nieuwe verblijfsrecreatie en uitbreiding verblijfsrecreatie In voorliggend geval is geen sprake van nieuwe verblijfsrecreatie, maar van het doorontwikkelen van een bestaande camping. Hiermee blijft de vitaliteit van de camping en de toekomstzekerheid van het bedrijf gewaarborgd. In het bestemmingsplan wordt permanente bewoning van recreatieverblijven als strijdig gebruik aangemerkt. Gesteld wordt dat hiermee wordt voldaan aan het gestelde in artikel 2.21.

Artikel 2.25 Radioastronomie Op kaart D8 is te zien dat de gronden binnen het plangebied aangeduid zijn als 'Zonering radioastronomie zone II'. Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van het centrumgebouw evenals enkele planologische wijzigingen. De capaciteit van de camping wordt niet vergroot. Van strijd met artikel 2.25 is dan ook geen sprake. Artikel 2.28 Natuurnetwerk Nederland Op kaart D3 is te zien dat de gronden binnen het plangebied binnen het Natuurnetwerk Nederland liggen. Hieruit volgt dat dit bestemmingsplan geen regels bevat die het NNN significant aantasten. Door Fopma Natuuradvies is een ecologische quickscan uitgevoerd (bijlage 2). Uit deze quickscan blijkt dat voorgenomen ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Gesteld wordt dat hiermee wordt voldaan aan het gestelde in artikel 2.28. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Drenthe. Relevante provinciale belangen zijn in voorliggend plan voldoende geborgd.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Westerveld

4.3.1.1 Algemeen Deze Omgevingsvisie bevat het toekomstbeeld van en voor de gemeente Westerveld. De omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie op de ontwikkeling van onze gemeente en gaat over de hele fysieke leefomgeving. Voor 2040 heeft de gemeente vijf ambities:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld 1. Een bereikbaar en veilig Westerveld; 2. Een bedrijvig en gastvrij Westerveld; 3. Een leefbaar en inclusief Westerveld; 4. Een gezond en groen Westerveld; 5. Een herkenbaar en toekomstgericht Westerveld. Samen met de gemeentebrede keuzes vormen deze vijf ambities de basis voor de Visiekaart. Op basis van de ligging van het plangebied op de Visiekaart zijn met name de keuzes en ambities behorend bij deelgebied ‘Natuurgebieden’ van toepassing. 4.3.1.2 Uitwerking deelgebiedsvisie Dit deelgebied bestaat uit de onontgonnen zandgronden. Dit zijn drie delen met als basis de drie grote Natura 2000-gebieden met heidegebieden en bosgebieden; het Dwingelderveld, het Drents–Friese Wold en het Holtingerveld. Het Dwingelderveld en het Drents-Friese Wold zijn daarnaast aangewezen als Nationale Parken. De gemeente zet in dit deelgebied de natuurwaarden en het toeristisch recreatief medegebruik op de eerste plaats. Dat betekent dat de gemeente in dit deelgebied de ambities ‘gezond en groen’ en ‘bedrijvig en gastvrij’ centraal zet. De ambitie ‘gezond en groen’ richt zich op het in stand houden van het groen en de biodiversiteit in het gebied. De ambitie ‘bedrijvig en gastvrij’ richt zich op het toegankelijk maken en houden van de gebieden waardoor de natuur beleefbaar is voor inwoners en toeristen.

Het is de kunst om tussen deze ambities te balanceren. Voor bestaande recreatieve functies geldt als uitgangspunt dat deze kunnen worden voortgezet en dat recreatiebedrijven, indien wenselijk (en/of noodzakelijk) voor het voortbestaan van het bedrijf, kwalitatief mogen uitbreiden. Voor de uitbreiding worden voorwaarden gesteld met betrekking tot een goede landschappelijke inpassing. Tevens moet het bedrijf bij uitbreiding kunnen aantonen dat de beschermde ecologische- en natuurwaarden van het gehele gebied in hoofdzaak niet wordt aangetast. Nieuwe recreatieve bedrijven mogen alleen in de randen van het gebied worden ontwikkeld. Voor nieuwe functies wordt een bijdrage in de verbetering van de kernkwaliteiten van het landschap gevraagd. 4.3.1.3 Toetsing aan de Structuurvisie gemeente Westerveld In voorliggend geval is geen sprake van nieuwe verblijfsrecreatie danwel het uitbreiden van een bestaand recreatieterrein, maar van het doorontwikkelen van een bestaande camping. Het voornemen voorziet in een bijdrage aan de kwaliteit van de camping en haar toeristisch aanbod. Hiermee blijft het recreatiebedrijf ook in de toekomst aantrekkelijk bij recreanten. In de uitgevoerde ecologische quickscan (bijlage 2) is aangetoond dat het voornemen geen schadelijke effecten heeft op de (beschermde) ecologische- en natuurwaarden. 4.3.2

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten genoemd in het gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu- en omgevingsaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, Besluit milieueffectrapportage en water.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

Dit bestemmingsplan voorziet in planologische mogelijkheden voor de doorontwikkeling van Camping Torentjeshoek met uitsluitend recreatiefuncties. Recreatieverblijven worden in de Wgh niet aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. De aspecten rail-, wegverkeers- en industrielawaai kunnen daarom in beginsel buiten beschouwing worden gelaten. Wel dient sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gelet op de omgeving en de aanwijzing als stiltegebied is daar sprake van. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt in voorliggend geval geen belemmering.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 4.2.2

Situatie plangebied

Door Koops grondmechanica is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage staat in bijlage 3. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies. Opgemerkt wordt dat voor de boomhutten geen bodemonderzoek benodigd is aangezien deze niet in rechtstreeks in verbinding staan met de bodem. Bodemonderzoek • •

Op grond van het vooronderzoek wordt de locatie als 'niet-verdacht' beschouwd. Er zijn geen aanwijzingen dat op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving activiteiten hebben plaatsgevonden waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt; Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de opgeboorde grond zijn geen bijzonderheden waargenomen; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Recreatieterrein Torentjeshoek” Vastgesteld • •

Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met PAK. De gehaltes blijven ver beneden de norm voor nader onderzoek. De ondergrond blijkt niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters; Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater licht verontreinigd is met barium. Aangezien in de grond geen verhoogde gehalten met zware metalen zijn gemeten, is de in het grondwater gemeten gehalte barium niet vanaf het maaiveld in de bodem gekomen. Daarom wordt aangenomen dat het verhoogde gehalte barium in het grondwater is veroorzaakt door natuurlijke (bodem) processen. Van een verontreinigde situatie is daarom geen sprake.

De lichte verontreinigingen in de bovengrond en het grondwater vormen geen verhoogde risico’s voor de volksgezondheid en/of milieu. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt hoeven er geen beperkingen aan de gebruiksc.q. bestemmingsmogelijkheden van het terrein te worden gesteld en vormen naar het oordeel van Koops grondmechanica geen belemmering voor de afgifte van een omgevingsvergunning voor de voorgenomen bouwactiviteiten. 5.2.3

Conclusie

Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend bestemmingsplan.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=e4a8b28f-dbe0-4f2b-a889-e4feedea6db8