CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Honingvlaken 10

Politieke avond Westerveld 28 januari 2025, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Honingvlaken 1020.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

TITEL

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509PHHoningvlakn10-0002 B+O Architectuur en Stedenbouw 14 november 2024

1

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo vastgesteld NL.IMRO.1701.509PHHoningvlakn10-0002 november 2024

B+O Architectuur en Stedenbouw

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

Inhoud 1. Inleiding

5

1.1 Aanleiding

5

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

6

1.3 Vigerende bestemmingsplannen

6

1.4 Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan

7

1.5 De bij het plan behorende stukken

8

1.6 Opzet van de toelichting

8

2. Beschrijving huidige situatie

9

2.1 lnleiding

9

2.2 Stedenbouwkundige structuur

9

2.3 Functionele structuur

10

3. Ruimtelijk-functionele planopzet

11

3.1 Inleiding

11

3.2 Planvoornemen

11

3.3 Duurzaamheid

15

3.4 Biodiversiteit

16

4. Beleidskader

17

4.1 Inleiding 

17

4.2 Rijksbeleid

17

4.3 Provinciaal en regionaal beleid 

19

4.4 Gemeentelijk beleid

27

4.5 Conclusie

31

5. Randvoorwaarden

32

5.1 Inleiding 

32

5.2 Bedrijven en milieuzonering 

32

5.3 Geur 

33

5.4 Geluid

33

5.5 Luchtkwaliteit 

35

5.6 Bodem 

35

5.7 Water 

38

5.8 Ecologie

42

5.9 Externe veiligheid 

44

5.10 Cultuurhistorie en Archeologie

45

5.11 Verkeer en parkeren 

47

5.12 Milieueffectrapportage

47 3

B+O Architectuur en Stedenbouw

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

6. Juridische planopzet

49

6.1 Inleiding

49

6.2 Afstemming met andere (juridische) instrumenten

49

6.3 De bestemmingsmethodiek

49

6.4 Digitale verbeelding 

49

6.5 Regels

50

6.6 Uitwerking in bestemmingsplan

51

6.7 Handhaving 

52

7. Financieel-economische uitvoerbaarheid

53

8. Maatschappelijke uitvoerbaarheid

54

8.1 Wettelijk vooroverleg

54

8.2 Zienswijzen

54

Bijlagen55 Bijlage 1. Bodemonderzoek oost

55

Bijlage 2. Bodemonderzoek west

56

Bijlage 3. Aanvullend bodemonderzoek

57

Bijlage 4. Watertoets

58

Bijlage 5. Quickscan natuurwaarden

59

Bijlage 6. Aerius-calculatie

60

Bijlage 7. Archeologisch onderzoek

61

Bijlage 8. Akoestisch onderzoek

62

Bijlage 9. Overzicht sloopmeters

63

Bijlage 10. Reactienota zienswijzen

64

4

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het plangebied betreft een perceel aan de Honingvlaken 10 te Dwingeloo. Het betreft de locatie van een tuincentrum dat is gelegen op een perceel ten zuiden van de Honingvlaken en wordt aan de westzijde begrenst door de Dwingeler Stroom. Het consumentengedrag in relatie met tuincentra is al jaren aan verandering onderhevig. Waar voorheen mensen zich veelvuldig gingen oriënteren in een tuincentrum, is inmiddels een groot deel van dit proces verschoven naar online waar informatie voor iedereen beschikbaar is. Dit heeft aanzienlijke gevolgen voor de rol van de fysieke winkel. Om toch consumenten te trekken dient een fysieke winkel iets extra’s te bieden. De consument verlangt een duidelijke toegevoegde waarde voordat deze op pad gaat. De zoektocht zelf dient een vorm van entertainment zijn. Daarbij heeft de zelfstandige ondernemer het op te nemen tegen de grote ketens. Deze concurrentiestrijd is een uitdaging omdat de grote ketens dankzij meer inkoopkracht tot scherpere prijzen kunnen komen. Naast de investeringen die het vergt om toch concurrerend te zijn wordt er een groter beroep gedaan op de flexibiliteit van de lokale ondernemer. Deze veranderende vraag van de consument heeft geleid tot het punt dat de heer Boerhof zijn focus is gaan verleggen van verkoop naar expertise in ontwerp en uitvoering. Detailhandel is hiermee veranderd in dienstverlening.

Op de locatie van het tuincentrum van Boerhof is deze realiteit dagelijks te ervaren. Het aantal klanten loopt verder terug, waardoor de onderneming moeilijk rendabel te houden valt. Dit heeft zijn weerslag op de investeringen die gedaan worden in het onderhoud van omliggende tuinen, wat op zijn beurt weer zijn effect heeft op het aantal klanten. Het is dus voor kleinere tuincentra in de regio een zeer grote uitdaging om ook in de toekomst rendabel te kunnen zijn. Deze reële bedreiging van zelfstandig ondernemerschap in de groenen tuinbranche wordt onderschreven door de VHG en Tuinbranche Nederland. B+O

LUCHTFOTO LIGGING PLANGEBIED

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Wittelte. (Bron: PDOK) 9

5

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

Het idee is daarom ontstaan om de locatie te herontwikkelen tot woningbouw. De schaal van het perceel maakt het zeer geschikt om een kleinschalige en bijzondere wooneenheid te ontwikkelen met respect voor de historie van de plek; ‘De Boerhof’. Dwingeloo ligt als dichtstbijzijnde kern ten noordoosten van het plangebied, welke voorzieningen biedt voor toekomstige bewoners. De realisatie van de woonhuizen zijn in strijd met de vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Deze voorziet in de bestemming ‘Detailhandel - Tuincentrum’. De gemeente Westerveld heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan de wijziging van het bestemmingsplan om voorgenomen initiatief mogelijk te maken. Onderhavig document betreft de toelichting van het bestemmingsplan ‘Honingvlaken 10 Dwingeloo’.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Honingvlaken 10 te Dwingeloo. De initiatiefnemer is eigenaar van de percelen die kadastraal bekend staan als Zuidwolde, sectie M, nummers 790, 1401 en 1402. Het plangebied is tot op heden in gebruik als tuincentrum. In afbeelding 1.1 is in magenta de ligging van de locatie ten opzichte van Wittelte weergegeven. Rondom het plangebied zijn overwegend agrarische gronden gelegen met veelal burgerwoningen en een enkel agrarisch bedrijf.

1.3 Vigerende bestemmingsplannen Het plangebied is gelegen binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, als vastgesteld d.d. 5 juli 2012. Op de verbeelding van het bestemmingsplan heeft de locatie de volgende bestemmingen toegekend gekregen (zie afbeelding 1.2 in magenta): ■ Enkelbestemming ‘Dienstverlening - Tuincentrum’; ■ Enkelbestemming ‘Agrarisch - 1’; ■ Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’; ■ Gebiedsaanduiding ‘Wro-zone - wijzigingsgebied 1’.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldende bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 6

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

Dienstverlening - Tuincentrum De gronden ter plaatse van de enkelbestemming Dienstverlening - Tuincentrum zijn onder meer bestemd voor bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen en kassen, ten behoeve van een tuincentrum annex hoveniersbedrijf, al dan niet in combinatie met detailhandel in planten, struiken, bomen en andere tuinbenodigdheden, tuinwaren en naar de aard daarmee gelijk te stellen zaken, ten behoeve van de inrichting van tuinen en bouwwerken en het wonen ten behoeve van het bedrijf. Gebouwen zijn toegestaan binnen het bestemmingsvlak, en dit mogen uitsluitend bedrijfsgebouwen en overkappingen zijn ten behoeve van het ter plaatse gevestigde tuincentrum worden gebouwd. Agrarisch - 1 De gronden ter plaatse van de enkelbestemming Agrarisch - 1 zijn onder meer bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf, het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden van de gronden. Vanwege het ontbreken van een bouwvlak is het niet toegestaan te bouwen op deze gronden. Waarde - Archeologie 3 De voor “Waarde - Archeologie 3” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en herstel van de archeologische waarden.

Het plangebied is op gronden gesitueerd die op de archeologische verwachtingskaart zijn aangeduid als beperkte archeologische verwachting. Ten behoeve van de herontwikkeling dient een archeologisch bureau onderzoek uitgevoerd te worden. Gebiedsaanduiding ‘Wro-zone - wijzigingsgebied 1’ De gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding “Wro-zone - wijzigingsgebied 1” mogen worden gewijzigd in de enkelbestemming ‘Water’. Deze wijziging mag uitsluitend worden toegepast ten behoeve van de realisatie van natuurvriendelijke oevers. Daarbij moet de nieuwe inrichting voldoen aan een maatregelenpakket dat op basis van de Kaderrichtlijn Water is opgesteld ter verbetering van de waterkwaliteit. Reparatieplan Buitengebied Westerveld Het plangebied is tevens gelegen binnen de contouren van het Reparatieplan Buitengebied Westerveld als vastgesteld op 29 maart 2016. Dit reparatieplan wijzigt op detail enkele bouwregels binnen de enkelbestemming “Detailhandel”.

1.4 Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan Buitengebied voorziet in de enkelbestemmingen ‘Detailhandel Tuincentrum’ en ‘Agrarisch - 1’. Deze bestemming voorziet niet in de gewenste ontwikkelingsmogelijkheden. De herontwikkeling van het perceel tot woonlocatie is daarom in strijd met het vigerende bestemmingsplan Buitengebied.

7

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

1.5 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Honingvlaken 10 Dwingeloo” bestaat uit de volgende stukken: ■ verbeelding en renvooi; ■ regels (met bijbehorende bijlagen); ■ toelichting (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting waarin de aanleiding, de motivering en een beschrijving van de planopzet zijn opgenomen. De toelichting maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.6 Opzet van de toelichting De toelichting is na dit inleidende hoofdstuk als volgt opgebouwd: ■ Hoofdstuk 2: Beschrijving huidige situatie. In dit hoofdstuk worden de ontstaansgeschiedenis, ruimtelijke structuur en de aanwezige functies behandeld; ■ Hoofdstuk 3: Beleidskader. Dit hoofdstuk betreft een korte schets van het relevante beleidskader; ■ Hoofdstuk 4: Randvoorwaarden. In dit hoofdstuk komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod waarbij de milieuaspecten en waarden een rol spelen; ■ Hoofdstuk 5: Ruimtelijk-functionele planopzet. In dit hoofdstuk volgt de planopzet voor de belangrijkste beleidsvelden; ■ Hoofdstuk 6: Juridische planopzet. In dit hoofdstuk volgt de vertaling van de uitgangspunten in de juridische regeling; ■ Hoofdstuk 7: Financieel-economische uitvoerbaarheid. In dit hoofdstuk komt de economische uitvoerbaarheid van het plan aan bod; ■ Hoofdstuk 8: Maatschappelijke uitvoerbaarheid: In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het gevoerde vooroverleg, inspraak en zienswijzen opgenomen.

8

B+O Architectuur en Stedenbouw

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

2. Beschrijving huidige situatie 2.1 lnleiding Voorliggend bestemmingsplan maakt de transformatie van een bedrijfslocatie naar woonlocatie mogelijk door het vastleggen van regels voor wat betreft bouwen en gebruik. Om de bestaande situatie in het plangebied in beeld te brengen, is een bureau- en een veldinventarisatie uitgevoerd. In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie toegelicht. Per thema wordt ingegaan op de huidige situatie en hoe hiermee in het bestemmingplan wordt omgegaan. In de navolgende paragrafen wordt nader ingegaan op de stedenbouwkundige en functionele structuur.

2.2 Stedenbouwkundige structuur Het plangebied is gelegen aan de Honingvlaken 10 te Dwingeloo, ten oosten van het buurtschap Wittelte en zuidwesten van Dwingeloo. Het ligt hier in het stroomgebied van de Dwingeler Stroom, dat op zijn beurt onderdeel is van het Esdorpenlandschap rondom Dwingeloo. De marken van de dorpen in het esdorpenlandschap zoals Dwingeloo, werden veelal begrensd door de Oude Vaart of zijtakken daarvan. Veel structuren, patronen en elementen van het oorspronkelijke esdorpenlandschap zijn ondanks de jonge heideontginningen, ruilverkavelingen en toenemende bebouwing nog in het landschap te herkennen. Zo ook ter plaatse van het plangebied, waar ondanks het verdwijnen van de fijnmazige verkavelingsstructuur, het historische slotenpatroon op veel plekken min of meer gehandhaafd is. Wel zijn veel percelen groter geworden, waardoor veel perceelsscheidingen van greppels, sloten, houtwallen en singels zijn verdwenen. Het plangebied is ontstaan vanuit de ruilverkaveling en is door zijn niet agrarische gebruik herkenbaar in het landschap gelegen. De bebouwing van het Tuincentrum, de kleinschalige kweek en de siertuin zijn meer gesloten van karakter en benadrukken dit afwijkende gebruik in het beekdal.

Hoewel de maat en schaal vanB+O LUCHTFOTO PLANGEBIED het bedrijf afwijkt van de agrarische typen, wordt het tuincentrum dankzij zijn oriëntatie op de Wittelterweg ervaren als onderdeel van het bebouwingslint.

Wi

ttel

ter

we

Dw

ing

ele

rS

tro o

m

g

schaal 1:3000

10

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied. (Bron: PDOK) 9

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

2.3 Functionele structuur Aan de noordzijde wordt het plangebied begrenst door de Honingvlaken. Deze weg vormt van oudsher de verbindingsweg tussen Wittelte/Wapserveen en Dwingeloo. Het wegprofiel is gemiddeld voor het buitengebied en het beekdal en de weg is aan weerszijden voorzien van beplanting. Voornamelijk ten oosten van het plangebied zijn diverse boerderijen gesitueerd, al dan niet georganiseerd rondom (voormalig) agrarische erven. Heden ten dagen wordt er voornamelijk enkel meer gewoond en zijn er nog maar een beperkt aantal agrarische bedrijven gevestigd. Aan de westzijde wordt het plangebied begrenst door de Dwingeler Stroom. In de loop der jaren, met dat het landschap ontgonnen is, zijn er verschillende ingrepen in het watersysteem verricht waardoor het traject van de Dwingeler Stroom steeds verder is genormaliseerd. Aan de overige zijden grenst het plangebied aan agrarische gronden.

Afbeelding 2.2: Vogelvluchtperspectief huidige situatie (Bron: Google Streetview)

10

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

3. Ruimtelijk-functionele planopzet 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt de ruimtelijk functionele planopzet voor onderhavig plangebied. Voor de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied wordt verwezen naar hoofdstuk 2.

3.2 Planvoornemen Harrie Boerhof, de bekende hovenier en ondernemer uit Wittelte, heeft het plan opgevat om het perceel van zijn tuincentrum aan de rand van Wittelte te herontwikkelen met woningbouw. Het voornemen is erop gericht een bijzonder woon- en leefklimaat te creëren dat is geënt op de karakteristiek van de locatie, grotendeels voortkomend uit het tuincentrum. Het consumentengedrag in relatie met tuincentra is al jaren aan verandering onderhevig. Waar voorheen mensen zich veelvuldig gingen oriënteren in een tuincentrum, is inmiddels een groot deel van dit proces verschoven naar online waar informatie voor iedereen beschikbaar is. Dit heeft aanzienlijke gevolgen voor de rol van de fysieke winkel. Om toch consumenten te trekken dient een fysieke winkel iets extra’s te bieden. De consument verlangt een duidelijke toegevoegde waarde voordat deze op pad gaat. De zoektocht zelf dient een vorm van entertainment zijn. Daarbij heeft de zelfstandige ondernemer het op te nemen tegen de grote ketens. Deze concurrentiestrijd is een uitdaging omdat de grote ketens dankzij meer inkoopkracht tot scherpere prijzen kunnen komen. Naast de investeringen die het vergt om toch concurrerend te zijn wordt er een groter beroep gedaan op de flexibiliteit van de lokale ondernemer.

Deze veranderende vraag van de consument heeft geleid tot het punt dat de heer Boerhof zijn focus is gaan verleggen van verkoop naar expertise in ontwerp en uitvoering. Detailhandel is hiermee veranderd in dienstverlening. Op de locatie van het tuincentrum van Boerhof is deze realiteit dagelijks te ervaren. Het aantal klanten loopt verder terug, waardoor de onderneming moeilijk rendabel te houden valt. Dit heeft zijn weerslag op de investeringen die gedaan worden in het onderhoud van omliggende tuinen, wat op zijn beurt weer zijn effect heeft op het aantal klanten. Het is dus voor kleinere tuincentra in de regio een zeer grote uitdaging om ook in de toekomst rendabel te kunnen zijn. Deze reële bedreiging van zelfstandig ondernemerschap in de groenen tuinbranche wordt onderschreven door de VHG en Tuinbranche Nederland. Een alternatieve invulling van het perceel ligt daarmee voor de hand, waarvoor verschillende mogelijkheden zijn onderzocht. Het perceel ligt op enige afstand van bestaande bebouwing. Een bedrijventerrein is op de locatie niet wenselijk. De lokale infrastructuur maakt dat de locatie een beperkte bereikbaarheid heeft. Snelwegen zijn circa 10 kilometer van de locatie verwijderd en de wegen er naartoe zijn smal. De brug over de Drentsche Hoofdvaart is vooral een moeilijke inrit voor vrachtwagens.

Daarbij komt dat de bestaande opstallen ongeschikt zijn om bedrijven in te vestigen, aangezien het grotendeels kassen betreft. Het idee is daarom ontstaan om de locatie te herontwikkelen tot woningbouw. De schaal van het perceel maakt het zeer geschikt om een kleinschalige en bijzondere wooneenheid te ontwikkelen met respect voor de historie van de plek; ‘De Boerhof’. Dwingeloo ligt als dichtstbijzijnde kern ten noordoosten van het plangebied, welke voorzieningen biedt voor toekomstige bewoners. Een kleine wooneenheid als deze zal weinig verkeersbewegingen tot gevolg hebben, waardoor er geen sprake is van verkeersoverlast voor de omgeving. Om te komen tot een goede landschappelijke en ruimtelijke ontwikkeling is een historische en landschappelijke analyse verricht. Hiervoor is mede de landschapsontwikkelingsvisie van de gemeente Westerveld leidend geweest. 11

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

Het landschap was van oorsprong kleinschalig van aard. Door modernisering van de landbouw en herverkaveling zijn de kleinschalige gebieden opener geraakt en de opengebieden steeds meer verdicht. Het beekdal waar het plangebied is gelegen is op een aantal plekken een samensmelting van beide landschapstypen geworden. Houtwallen wisselen sloten af en op diverse plekken zijn flarden bebossing ontstaan. Deze afwisseling van het open en gesloten landschap creëert een uniek en kenmerkend gebied. Structuren zijn herkenbaar en te ervaren, wat bijdraagt aan de belevingswaarde van cultuurhistorische elementen en patronen op kleinschalig niveau. In de landschapsontwikkelingsvisie wordt de voorkeur uitgesproken dat de versterking van het kleinschalige landschapspatroon geschied op basis van lokale initiatieven. Het landschapsbeheer staat echter sterk onder druk. Wie onderhoudt het landschap in de toekomst? Boeren moeten mee met de schaalvergroting om bestaansrecht te houden. Dit betekent echter ook: minder binding met het kleinschalige cultuurlandschap en minder tijd om dit te onderhouden. Natuurbeherende organisaties krijgen het, in het huidige economische en politieke tij, steeds moeilijker. Zij moeten bezuinigen of zelfs gebieden of elementen verkopen. Subsidies uit Europa en van het Rijk verminderen of verdwijnen zelfs geheel.

Gemeente, organisaties en particulieren moeten meer en meer hun eigen broek ophouden. De gemeente heeft steeds minder middelen om in te zetten voor het landschap. De gemeente Westerveld heeft de ambities voor het gebied waar het plangebied onderdeel van is reeds verder vastgelegd in beleid. Vanuit de Omgevingsvisie Westerveld, de Kadernota buitengebied, het vigerende bestemmingsplan en nota van uitgangpunten wordt duidelijk dat de gemeente zich richt op: ■ het behoud van de kernkwaliteiten van het landschap; ■ behoud en bescherming van waardevolle elementen; ■ behoud en herstel van cultuurhistorische waarden van het landschap; ■ het aansluiten van functies bij de kwaliteiten van het landschap (en afgestemd op de andere functies). De herontwikkeling van het plangebied tot woningbouw kan een belangrijke rol van betekenis spelen om deze ambities waar te maken. Door nieuwe bewoners in het landschap te laten wonen krijgen zij binding met het landschap. Zij worden verwacht zorg te dragen voor hun leefomgeving en doen daarbij een bijdrage aan het behouden, en waar mogelijk verbeteren, van de ruimtelijke kwaliteit. Zij kunnen een belangrijke rol spelen in het toekomstbestendig maken van het landschapsbeheer. De realisatie van woningbouw komt daarnaast tegemoet aan de ambitie van de gemeente Westerveld om meer aanbod in de woningmarkt te realiseren.

In de woonvisie spreekt de gemeente Westerveld de ambitie uit voor een meer gedifferentieerd nieuwbouwprogramma, met een accent op woningen voor jongeren en (jonge) gezinnen. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan transformaties en leegkomende (rotte) plekken in de dorpen. Het college wil particuliere initiatieven daarbij stimuleren, binnen de kaders die de gemeente geeft. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer een initiatief duidelijk een doelgroep bediend. De ontwikkeling van ‘de Boerhof’ richt zich specifiek op landschappelijk wonen en de herontwikkeling van een buiten gebruik geraakte bedrijfslocatie. Het plan voorziet in 4 nieuwe vrijstaande woningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning van een reguliere woonbestemming voorzien en toekomstige uitbreidingsmogelijkheid. Toekomstige bewoners zullen voornamelijk doorstromers zijn met reeds een carrière op de woningmarkt en laten een ruimere gezinswoning achter. Aanbod creëren voor deze doelgroep zorgt dus ook voor doorstroming in andere segmenten in de woningmarkt.

12

B+O Architectuur en Stedenbouw

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

Voor de afweging van nieuwe initiatieven, buiten de bestaande plancapaciteit om, volgt de gemeente de provinciale ruimtelijke verordening. De provinciale ruimtelijke verordening geeft de ‘spelregels’ voor de ontwikkeling van woningbouw in het buitengebied. Voor het initiatief ‘de Boerhof’ wordt gebruik gemaakt van de ‘ruimte-voor-ruimte-regeling’. Met de ruimte-voor-ruimte-regeling is het mogelijk om vrijkomende bedrijfslocaties te transformeren naar woonlocaties. In paragraaf 4.3.3 wordt dit nader gemotiveerd. Het voornemen is om met ‘de Boerhof’ een bijzonder woongebied te realiseren op basis van de ruimte-voorruimte regeling waarin de karakteristieke landschappelijke kwaliteiten van de plek en het voormalige gebruik (tuinbouw) centraal staat sluit goed op deze beleidspunten aan. Het plan is kleinschalig en voorziet in de woonwensen van een specifieke doelgroep. Daarnaast is het landschappelijk kader voor de ontwikkeling B+O leidend en verhoogd de ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit van de plek.

CONCEPT RUIMTELIJKE INPASSING

+

Groen structuur; afwisselen van open- en geslotenheid. Resultaat is wonen te gast in het landschap

Woningen zijn geörienteerd op de straat en elkaar; er ontstaat een pluriform buurtschap bestaande uit verschillende typologiën.

Positionering van de woningen rekening houdend met omliggende bedrijven en daarmee rekening houdend met de bestaande structuren.

Afbeelding 3.1: Concept ruimtelijke inpassing (Bron: B+O Architectuur en Stedenbouw)

17

Daarnaast kan de ontwikkeling voorzien in een duurzame transformatie van de locatie. Binnen de ontwikkeling zijn veelvuldig mogelijkheden om duurzame oplossingen toe te passen. De kleinschaligheid van het plan maakt het erg geschikt voor toekomstbestendige vormen van grondstoffen hergebruik en verbruik. Als verwijzing naar het voormalige gebruik van de locatie zullen kassen worden ingezet voor klimaatbeheersing en kleinschalige (particuliere) voedselproductie. Dankzij de kassen kan energie worden bespaard en wordt de ecologische footprint van de bewoners significant kleiner. En er ontstaat een bijzonder woonklimaat verbonden aan de lokale karakteristiek van de plek. Via een Beeldkwaliteitsplan wordt dit juridisch gekoppeld aan de regels van dit bestemmingsplan.

13

B+O Architectuur en Stedenbouw

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

Voortbordurend op deze unieke karakteristiek speelt beeldkwaliteit een belangrijke rol, zowel landschappelijk als architectonisch. Zo worden bestaande landschappelijke kwaliteiten van het tuincentrum behouden als onderdeel van de buitenruimte. Ook de Dwingeler Stroom die langs het plangebied stroomt voegt een landschappelijke kwaliteit aan het plan toevoegen. Er ontstaat een woongebied waar men kan wonen in en met uitzicht op het landschap. “Rood” (voor wonen) wordt ingezet voor de structuurversterking van “Groen” (het landschap). STEDENBOUWKUNDIG PLAN

erf

1.4

00

Wi

tte

m2

lte

rw

eg

ller S

tro om

natuurlijke oever

B+O

Dw

ing e

erf

erf

1.3

00

m2

1.4

00

m2

wetland

erf

erf

1.8

00

1.4

00

m2

m2 bosje

struinpad (historische weg hergesteld)

wadi

belvedere

7

Afbeelding 3.2: Beoogde situatie (Bron: B+O Architectuur en Stedenbouw) Daarnaast zal de landschappelijke inpassing een bijdrage leveren aan het koppelen van de natuurgebieden Holtingerveld en Nationaal park Dwingelderveld. Door robuuste elementen van groen toe te voegen in de vorm van een bos wordt het plangebied als het ware een ‘stepping stone’ tussen de twee natuurgebieden. Het geheel komt daarmee ten goede aan de biodiversiteit en natuursystemen. Het bos wordt een nieuwe groene scherf die in maat en schaal aansluit op de groene scherven die veelvuldig in het beekdal te vinden zijn. Dankzij de groene scherf wordt het plangebied weer ‘familie’ van het landschap waarin het gelegen is, daar waar het nu een uitzonderingspositie heeft als tuincentrum. Tot slot vormt de groene scherf samen met de laanbeplanting de hoofdstructuur waarbinnen de morfologische inpassing van de woonhuizen plaatsvindt. Ook speelt beeldkwaliteit een voorname rol in de beoogde architectuur. De woonhuizen worden haaks of evenwijdig aan de straat georiënteerd, zoals dit in het beekdal vaak het geval is. Om de specifieke doelgroepen te bedienen worden verschillende typologieën aan woonhuizen gerealiseerd. Wel worden ze vanuit dezelfde basisprincipes opgebouwd, zodat er een esthetische verbinding ontstaat.

Uitgangspunt voor de materialisatie van de bebouwing is om het dicht bij de karakteristiek van de plek te houden. Dit kunnen natuurlijke materialen zijn, maar ook kunstmatige materialen indien deze voorkomen in tuinbouw 14

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

of kwekerijen. Verplichte voorwaarde is dat elk woonhuis voorzien wordt van een glazen kas, die integraal onderdeel van de architectuur moet zijn. De kas kan worden ingezet voor kleinschalige voedselproductie of als duurzame energie oplossing. Om de gewenste beeldkwaliteit in het plan te borgen is een separaat Beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat in aanvulling op het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld zal worden vastgesteld tegelijkertijd met het vaststellen van dit bestemmingsplan. In de regels van dit bestemmingsplan wordt verwezen naar het Beeldkwaliteitsplan, zodat het ook juridisch is geborgd.

3.3 Duurzaamheid De huidige economie is grotendeels lineair. Dat wil zeggen dat van grondstoffen een product wordt gemaakt dat vervolgens na gebruik wordt weggegooid. Een verhaal met een begin en een einde. Het resultaat is steeds schaarsere grondstoffen en een steeds grotere afvalberg. In een circulaire economie spelen hergroeibare grondstoffen en hergebruik een belangrijke rol. Het verbruik van fossiele grondstoffen is laag, evenals de CO2-uitstoot en de afvalproductie. Het verdient de voorkeur om deze circulaire gedachte reeds in het ontwerp mee te nemen, zodat ontwerpprocessen hierop kunnen worden ingericht. In dat kader zijn hier enkele aanbevelingen opgenomen die in het ontwerpproces kunnen worden meegenomen. ■ ■

■

Materialen zodanig kiezen dat deze aansluiten op de ambitie om te bouwen voor de lange termijn. Bouwen voor de lange termijn komt tegemoet aan een concrete duurzaamheids ambitie. Langdurig gebruik van een gebouw beperkt de milieubelasting door het niet opnieuw hoeven toepassen van materialen. Er bestaat de mogelijk om gerecyclede materialen toe te passen die in de directe omgeving gewonnen zijn.

Bij de uitwerking van de buitenruimte is het streven gericht op een robuuste inrichting van zowel de groene omzoming als van het binnenterrein. Bomen hebben een belangrijke rol in het verzachten van het beeld dat voor een groot deel bepaald wordt door verharding en geparkeerde auto’s en dienen daarom zorgvuldig gepositioneerd te worden. Ook is het de moeite waard om te onderzoeken of een deel van de parkeerplaatsen in halfverharding (grastegels) uitgevoerd kan worden. Daarmee wordt ook hemelwater langer vastgehouden op de locatie. Om duurzaam te kunnen leven zijn diverse ingrepen te bedenken. Een gangbare technische ingreep is het toepassen van zonnepanelen. Om verrommeling te voorkomen worden hiervoor in het Beeldkwaliteitsplan randvoorwaarden gesteld; ■ Bij voorkeur gericht in zuidelijke of zuidwestelijke richting. ■ Integraal in het ontwerp opnemen. ■ Heldere vlakken maken die esthetisch in het dakvlak zijn geplaatst, met voldoende afstand tot de rand. ■ Kleurstelling van zonnepanelen afstemmen op kleur en type van de dakbedekking. ■ In bepaalde situaties kan het, bijvoorbeeld door het type dakbedekking van het hoofdgebouw, de voorkeur hebben om het dak van het bijgebouw te gebruiken ten behoeve van pv-panelen, Dit bijvoorbeeld in het geval van rode pannen óf riet.

■ Indien er binnen het bestemmingsvlak voldoende ruimte is kunnen pv-panelen ook in de tuin worden gesitueerd, bij voorkeur in een verlaagd maaiveld.

15

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

3.4 Biodiversiteit Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen is het mogelijk gezonde en aantrekkelijke steden en dorpen te creëren, die voor alle gebruikers een prettige leefomgeving zijn. Ten behoeve daarvan zijn hier enkele aanbevelingen opgenomen die in het ontwerpproces moeten worden meegenomen. ■ ■

■ ■ ■ ■ ■

Voorwaarden creëren voor een hoge levenskwaliteit voor mens en natuur, voor nu en voor later. Het te realiseren dakoppervlak biedt mogelijkheden om het dakenlandschap in te zetten om natuurlijke elementen te versterken. Vergroening van daken bijdragen aan de biodiversiteit en luchtkwaliteit, of zonnecellen dankzij de opwekking van energie bijdragen aan een kleinere ecologische footprint. Begroeide gevels en vegetatiedak koelt het gebouw, absorbeert geluid en zuivert de lucht, wat positief bijdraagt aan het interne woon- en leefklimaat. Fruitbomen en bloeiende planten in de erfinrichting dragen bij aan de biodiversiteit. Plekken voor waterinfiltratie voorkomt een versnelde hemelwaterafvoer. Toepassen van nestkasten voor vleermuizen en huiszwaluwen etc. waar dit mogelijk is. Een gemengde haag resulteert in een afwisselende, bloeiende haag, met een landschappelijke uitstraling en ecologische functie. Door de besdragende en bloeiende struiken vormt het een goede schuilgelegenheid tegen roofvogels en een optimale haag voor vogels en insecten.

Afbeelding 3.3: Stimuleren biodiversiteit in het erf (Bron: B+O Architectuur en Stedenbouw)

16

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

4. Beleidskader 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.2 Rijksbeleid 4.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en heeft de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving vervangen. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker vooropzet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en keuzes van burgers en bedrijven.

De verschillende beleidsnota’s op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende (wereldwijde) omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. Er is nu te vaak sprake van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale blik met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland. Om dit te keren, brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven), laat het meer over aan gemeenten en provincies en komt de gebruiker centraal te staan. 4.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘stedelijke ontwikkeling’, ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘regionale behoefte’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: ■ stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. ■ bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. ■ Voor regionale behoefte is geen definitie in artikel 1.1.1 van de Bro opgenomen. Uit de nota van toelichting behorende bij artikel 3.1.6 Bro (Staatsblad 2012, 388, pp. 49-50) blijkt dat met regionale 17

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

behoefte niet per se wordt gedoeld op een bovengemeentelijke behoefte (regionaal in de zin van meerdere gemeenten omvattende). Centraal staat een passend regionaal schaalniveau; in geval van een lokale ontwikkeling kan het daarom ook gaan om een lokale (binnen de gemeente) vallende behoefte. Een dergelijke behoefte kan dan worden gezien als “regionale behoefte” zoals bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. 1. Stedelijke ontwikkeling Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan maakt in totaal maximaal 4 nieuwe woonhuizen mogelijk, waardoor deze ontwikkeling niet Ladderplichtig is. 2. Bestaand stedelijk gebied Daarnaast geldt de Ladderplicht alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet daarom worden of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Dus of het ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan het geldende omgevingsplan toestaat. Een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling gaat dus om een stedelijke ontwikkeling die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte. De ontwikkeling is in verhouding tot de in de ladder benoemde categorieën kleinschalig van aard en heeft daardoor een beperkte invloedsfeer. De huidige bestemming heeft erg ruime bebouwingsmogelijkheden die komen te vervallen.

Voorgenomen ontwikkeling legt daarom geen groter planologisch beslag op de fysieke leefomgeving dan dat binnen het vigerende bestemmingsplan mogelijk is. Er geldt geen verder ladderplicht. 3. Regionale behoefte De behoefte aan nieuwe woningen wordt nader gespecificeerd in diverse beleidsdocumenten van de provincie Drenthe en de gemeente Westerveld. Omdat deze beleidsnota’s sterk met elkaar samenhangen worden deze nader beschouwd in paragraaf 4.4. Geconcludeerd wordt dat er een actuele behoefte is voor nieuwe woningen in de gemeente en dat voorgenomen ontwikkeling hieraan tegemoet komt en voorziet in een kwalitatieve behoefte. 4.2.3 Conclusie Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 4 nieuwe woonhuizen. Daarmee is de ontwikkeling niet ladderplichtig. Geconcludeerd wordt daarnaast dat er een kleiner planologisch beslag op de fysieke leefomgeving wordt gelegd dan de huidige situatie en dat er een actuele behoefte is voor nieuwe woningen in de gemeente. Geconcludeerd wordt daarom dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de nationale belangen.

18

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

4.3 Provinciaal en regionaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Drenthe 2022, deze is op 28 september 2022 door Provinciale Staten vastgesteld. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) kent de provincie een scala van instrumenten toe om haar beleid daarnaast meer direct extern te laten doorwerken. De Provinciale omgevingsverordening Drenthe volgens artikel 4.1 Wro is een van die instrumenten. Deze Omgevingsverordening is op 8 december 2021 in werking getreden. 4.3.1 Ruimtelijke kwaliteiten De Omgevingsvisie Drenthe 2022 is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Drenthe. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is het ontwikkelen van de ruimtelijke kwaliteit, passend bij de kernkwaliteiten van de provincie. De kernwaarde bedrijvigheid is een middel om kernkwaliteiten en ontwikkelingen met bedrijfseconomische aspecten in een zorgvuldig afwegingsproces te brengen. Met een beroep op de kernwaarde bedrijvigheid kan niet worden afgeweken van thematisch beleid, zoals voor regionale afstemming van woningbouw of ten aanzien vestigingsbeleid voor bedrijven. De provincie streeft naar een robuuste ontwikkeling van de ruimtelijke dragers: de sociaal economische structuur, het landbouwsysteem, het watersysteem en het natuursysteem.

Een systeem is robuust als het weinig gevoelig is voor verstoringen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Waar geen dominant systeem aanwijsbaar is, spreekt men over ‘multifunctionele gebieden’. Op de robuuste systemen is thematisch beleid van toepassing. In de volgende teksten wordt het relevante beleid dat van toepassing is op de planlocatie beknopt omschreven. 4.3.1.1 Landschap en cultuurhistorie Drenthe kent een voor Nederland uniek cultuurhistorisch landschap en telt veel archeologische en aardkundige waarden. De (pre) historische waarden van de provincie zijn zeer bepalend voor de identiteit en de ruimtelijke kwaliteit van Drenthe. Ze worden daarom ook van grote betekenis als ‘drager’ voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het beleid ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in het Cultuurhistorisch Kompas. Twee doelstellingen staan hierin centraal. Het herkenbaar houden van cultuurhistorie en de ruimtelijke identiteit versterken. Het veiligstellen van cultuurhistorische waarden en het bieden van ruimte voor ontwikkelingen, vraagt om een heldere wijze van sturing.

Er wordt hiertoe onderscheid gemaakt in drie sturingsniveau: ■ Respecteren (waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst); ■ Voorwaarden stellen (cultuurhistorische samenhang is als randvoorwaarde gesteld); ■ Eisen stellen (ontwikkelingen worden vanuit de cultuurhistorie bezien in de gewenste richting gestuurd). Voor een nadere beschouwing van de aspecten landschap en cultuurhistorie wordt verwezen naar paragrafen 4.4.2 en 5.10.2. 4.3.1.2 Archeologie Het provinciaal beleid voor de Drentse archeologie is gericht op instandhouding, bescherming, beleven en benutten. Het archeologisch erfgoed behoort tot het ruimtelijk erfgoed en is een belangrijke bouwsteen van de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van Drenthe. De provinciale archeologische hoofdstructuur is opgebouwd uit bekende, zichtbare én onzichtbare archeologische vindplaatsen en gebieden, waar een beredeneerde verwachting is op het aantreffen van archeologische vindplaatsen, de zogenaamde archeologische verwachtingsgebieden. Samen vormen zij de essentiële bouwstenen die nodig zijn om het verhaal van de regionale bewoningsgeschiedenis te kunnen (blijven) vertellen, voor nu en voor toekomstige generaties. De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van deze Archeologische Hoofdstructuur die men van provinciaal belang acht. 19

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

In de provinciale omgevingsvisie is het plangebied aangeduid als Beekdal (archeologie). Het gaat hierbij om archeologische verwachtingsgebieden/verwachte archeologisch monumenten: alle Drentse essen, beekdalen, inclusief voordenzones en mogelijke Celtic fields; het Drentsche Aa- gebied; het Holtingerveld (voorheen Havelterberg); verwachte tracétrajecten van veenwegen en de veenterpen/huisplaatsen verwachtingsgebieden (omringende gebieden) van de Onlanden. Als hier archeologische waarden worden aangetroffen, verwacht de provincie dat deze door hun ruimtelijke spreiding, samenhang, zeldzaamheid, tijdsdiepte en/of goede fysieke kwaliteit van provinciaal belang zullen zijn. In deze archeologische verwachtingsgebieden stuurt de provincie bij ruimtelijke ontwikkelingen die gepaard gaan met bodemingrepen op het uitvoeren van goed archeologisch onderzoek. Daarbij hanteert de provincie een horizontale onderzoeksvrijstellingsgrens van maximaal 1.000 m2, tenzij binnen 50 m van de bodemingrepen een bekende archeologische vindplaats ligt, en een verticale onderzoeksvrijstelling van 30 cm plus 10 cm niet-kerend woelen (in agrarisch gebied).

Dit is in lijn met de maximale onderzoeksvrijstellingen die door de Drentse gemeenten in hun archeologiebeleid worden gehanteerd en gebaseerd op de afspraken in het Convenant tussen LTO Noord, de gemeenten en de provincie over de omgang met archeologische waarden in agrarisch gebruik. Een uitzondering geldt voor de voordenlocaties in de beekdalen. Als hier een horizontale vrijstelling van 1.000 m2 zou worden gehanteerd is de kans klein dat er nog overblijfselen van deze oversteekplaatsen zullen worden aangetroffen. Zij kenmerken zich immers door kleine houtconstructies, keienconcentraties en een enkele, verloren, vondst. Het plangebied is aangeduid als onderdeel van een voordenlocatie. In dat kader is archeologisch onderzoek uitgevoerd door Laagland Archeologie. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.10.3. 4.3.1.3 Aardkundig erfgoed De identiteit van Drenthe en het Drentse landschap wordt sterk bepaald door het natuurlijke bodem- en grondwatersysteem. Dat systeem wordt ook wel aardkundig landschap genoemd en is en wordt gevormd in een samenspel tussen klimaat, natuur en mens.

Daar waar onder de kernkwaliteit ‘Landschap’ het waarneembare deel van de aarde verstaan wordt, bepaald door natuur en cultuur, gaat het bij het aardkundige landschap ook en vooral om de natuurlijke ondergrond, zowel zichtbaar (reliëf, vormen) als onzichtbaar (ondergrond, bodemopbouw). Het gevarieerde aardkundige landschap ontstond onder invloed van tektoniek, ijs, water, wind, natuur en tenslotte menselijk handelen. Het is de informatiebron over de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van Drenthe. Het natuurlijke bodem- en grondwatersysteem draagt bij aan landschappelijke diversiteit en biodiversiteit, een aantrekkelijke omgeving om te wonen en te recreëren, het opvangen van de effecten van klimaatverandering en behoud van informatiewaarde over het verleden. De provincie onderscheidt zes aardkundige hoofdlandschappen, met kenmerkende aardkundige elementen, bestaande uit bijvoorbeeld stuwwallen, dekzandruggen en beekdalen. Aardkundige monumenten zijn goede voorbeelden van die elementen. Tezamen vertellen zij het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van de Drentse ondergrond vanaf de laatste drie ijstijden tot heden.

De kenmerkende aardkundige elementen, de opbouw van de ondergrond (bijvoorbeeld de aanwezigheid van keileem en het voorkomen van bijzondere bodems) en actieve geologische processen (bijvoorbeeld meandering en zandverstuiving) beschouwt de provincie als aardkundig erfgoed. Het plangebied bevindt zich in een gebied met een generiek beschermingsniveau. In deze gebieden kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron bij ontwikkelingen worden gebruikt. De provincie verwacht van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welk kenmerkend aardkundig erfgoed aanwezig is en dat 20

kaar; de uit

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

zij hieraan bescherming geven via de gemeentelijk omgevingsvisie en plannen en initiatieven daarop beoordelen. De ‘Aardkundige waarden’ worden daarom in paragraaf 4.4 getoetst. 4.3.1.4 Rust Bij de kernkwaliteit rust worden ‘stilte’ en ‘duisternis’ als indicatoren benoemd. Bij elk gebied past een bepaalde hoeveelheid geluid en licht, van natuurlijke of menselijke oorsprong. Mensen verwachten dat in dit gebied deze hoeveelheid licht en geluid aanwezig is. Zij ervaren het gebied als rustig. Als de menselijke zintuigen geprikkeld worden door onverwacht meer kunstmatig licht of geluid, ervaren we het gebied als onrustig. De kernkwaliteit rust is daarnaast ondersteunend aan de kernkwaliteit natuur waar het gaat om B+O flora en fauna en aan de kernkwaliteit Landschap als het gaat om beleving. Het plangebied ligt niet in een aangewezen ‘Stilte’ gebied. Er zijn dan ook geen specifieke normen opgenomen waaraan dient te worden voldaan. Daarnaast brengt het voorgenomen initiatief geen toename van kunstlicht met zich mee. Het aspect Rust hoeft voor voorgenomen ontwikkeling daarom niet verder te worden uitgewerkt. 4.3.2 Robuuste systemen 4.3.2.1 Robuust sociaal-economisch systeem Het plangebied maakt geen deel uit van een specifiek sociaal-economisch systeem.

4.3.2.2 Robuust landbouw systeem Het plangebied is onderdeel van een groot gebied dat wordt aangeduid als ‘Robuuste landbouw’ en heeft daardoor rekening te houden met de ambities zoals die door de provincie Drenthe zijn beschreven. Economisch gezien zijn de landbouw en agri-business voor Drenthe belangrijke sectoren. De primaire sector is van groot belang voor de Drentse economie en de werkgelegenheid. Uitgangspunt voor de provincie is dat in de aangewezen gebieden de landbouw ruim de mogelijkheden wordt geboden om zich te ontwikkelen.

Positionering van de woningen rekening houdend met omliggende bedrijven en daarmee rekening houdend met de bestaande structuren.

17 Afbeelding 4.1: Concept ruimtelijke inpassing (Bron: B+O Architectuur en Stedenbouw)

21

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

Voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op een perceel waar reeds decennia lang een tuincentrum is gevestigd. Met de transformatie van de voormalige bedrijfslocatie naar woonlocatie komt er een ander gebruik tussen agrarische gronden te liggen. Het plangebied is binnen 2 invloedsgebieden van naburige agrarische bedrijven gelegen. In het stedenbouwkundig plan voor de herontwikkeling van de locatie is daarmee rekening gehouden, door de nieuwe woonhuizen buiten deze invloedsgebieden te situeren, dat wil zeggen er wordt een afstand aangehouden van 100 meter tussen de bouwvlakken van de nieuwe woningen en de bouwvlakken van de 2 agrarische bedrijven. Zie ook afbeelding 4.1. Tevens zijn de nieuwe woonhuizen zo in het plangebied gepositioneerd dat rondom sprake is van een afstand van 50 meter tussen de bouwvlakken van de nieuwe woningen en de omliggende agrarische gebruiksgronden. Op deze manier wordt conform vaste rechtspraak een afstand van 50 meter aangehouden tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen gebruikt kunnen worden. De gronden binnen het plangebied, rondom de nieuwe woningen, worden, mede vanuit ruimtelijke overwegingen, landschappelijk ingericht met hier en daar dichtere bossages.

Er ontstaat daarmee een zachte overgang van het agrarische buitengebied naar de woonlocatie en de omliggende agrarische gronden worden hiermee beschermd. De voorgenomen ontwikkeling levert zodoende geen beperkingen op voor de bedrijfsmatige activiteiten en/ of toekomstige uitbreidingen van beide agrarische bedrijven, en het gebruik van de agrarische gronden. Geconcludeerd wordt daarom dat de ontwikkeling past binnen de genoemde kernkwaliteiten en sluit zodoende aan bij de beschreven ambities van de provincie Drenthe. 4.3.2.3 Robuust natuursysteem Het plangebied maakt geen deel uit van een gespecificeerd natuursysteem. 4.3.2.4 Robuust watersysteem Alle Drentse watersystemen vinden hun oorsprong in Drenthe. Dit geeft unieke mogelijkheden om de potenties van de watersystemen optimaal te benutten. De watersysteem- benadering is daarbij een van de ordenende principes in het omgevingsbeleid. De provincie streeft naar een duurzaam en veerkrachtig watersysteem met een goede waterkwaliteit. Het gaat hierbij om: ■ Een zo groot mogelijke voorraad zoet grondwater van een goede kwaliteit, beschikbaar voor mens, landbouw en natuur en daarbij een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. ■ Een robuust watersysteem, dat zodanig is ingericht dat de risico’s op wateroverlast en watertekort tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau beperkt blijven.

■ Een goede kwaliteit van het oppervlaktewater, gebaseerd op de normen van de KRW. ■ Een zodanige kwaliteit van het grondwater dat het zonder ingrijpende en kostbare zuivering geschikt is voor de bereiding van drinkwater.

22

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

In de beekdalen, waarin ook het plangebied is gelegen, wil de provincie ruimte voor water behouden. De waterhuishouding in de beekdalen draagt bij aan de grondwatervoorraad en het voorkomen van wateroverlast. In de beekdalen worden kapitaalintensieve functies zo veel mogelijk geweerd. Bij kapitaalintensieve functies is er bij wateroverlast sprake van een grote schade. Kapitaalintensieve functies zijn onder andere woon- en werkgebieden, glastuinbouw, kwekerijen en intensieve veehouderijen. Nieuwe kapitaalintensieve functies in beekdalen zijn alleen toegestaan als aan de vier voorwaarden is voldaan: ■ Er is sprake van een zwaarwegend maatschappelijk belang; ■ Er zijn geen alternatieven; ■ de functie vormt op de locatie geen feitelijke belemmering om in de toekomst de afvoer- en bergingscapaciteit van het regionale watersysteem te vergroten; ■ Het negatieve effect op het watersysteem wordt in het plan gecompenseerd. In de beekdalen worden geen beperkingen opgelegd aan bestaande bedrijfsgebouwen van een grondgebonden landbouwbedrijf zonder kapitaalintensieve tweede tak. Ook de ruimte-voor-ruimte regeling mag in de beekdalen worden toegepast, zie ook paragraaf 4.3.3. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 4 nieuwe woonhuizen op gronden waar nu een omvangrijk tuincentrum is gevestigd.

Naast dat er diverse kassen en bedrijfsbebouwing op het perceel aanwezig zijn, is er ook een ruime mate aan verharding in de bestaande situatie. De herontwikkeling van de locatie maakt het mogelijk de oppervlakte aan bebouwing en verharding significant terug te dringen, zodat onder meer de waterhuishoudelijke situatie kan worden verbeterd. Het landschaps- en stedenbouwkundig plan is ontworpen met veel ruimte voor groen en waterberging. Er wordt aansluiting gezocht bij de waterstructuur rondom het plangebied en ook in het groen is ruimte voor waterberging. Ook is er een rol weggelegd voor de Dwingeler Stroom. Ter plaatse van het plangebied worden voorzieningen getroffen dat de watergang kan meanderen en er een nieuwe biotoop ontstaat ten gunste van de biodiversiteit ter plaatse. Er is een overcapaciteit voor de waterberging voorzien zodat ook in uitzonderlijke gevallen geen overlast in het plangebied en omliggende gronden ontstaat. Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling past binnen bij de beschreven ambities van de provincie Drenthe. 4.3.2.5 Multifunctionele gebieden Voorgenomen ontwikkeling bevindt zich niet op gronden die zijn aangewezen als multifunctioneel gebied. Er zijn voor het plan daarom geen specifieke uitgangspunten beschreven.

23

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

4.3.3 Provinciale omgevingsverordening Drenthe 4.3.3.1 Ruimte-voor-ruimte regeling De Provinciale omgevingsverordening Drenthe is de juridische vertaling van het beleid uit de provinciale Omgevingsvisie. Het stelt de juridische kaders en geeft de spelregels voor ontwikkelingen waarbij provinciale belangen spelen. Dit bestemmingsplan wordt vormgegeven op basis van de ruimte-voor-ruimte regeling, zoals verwoord in artikel 2.16 van de Provinciale omgevingsverordening Drenthe. Deze luidt als volgt, waarbij de tekst van het artikel is ingekort tot de voor dit bestemmingsplan relevante leden en subleden: 1.

2. 3.

Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen buiten bestaand stedelijk gebied, kan voorzien in een ruimte-voor-ruimte-regeling als in dat gebied bedrijfsmatige of maatschappelijke bebouwing aanwezig is die de oorspronkelijk functie is verloren, mits: a. (… b. onverminderd het bepaalde in sub a bedraagt de sloopnorm (…) ten minste 4000 m² voor 4 compensatiewoningen (…). c. (…) (…) De ruimte-voor-ruimte regeling wordt vormgegeven met inachtneming van het volgende: a. toepassing van de regeling is alleen mogelijk voor bebouwing die op 1 januari 2014 al aanwezig was; b. in het ruimtelijk plan mag de mogelijkheid worden geboden tot het samenvoegen van bebouwing op meerdere percelen (saldering) om te kunnen komen tot de sloopnorm; c. Bij het realiseren van drie of meer woningen als bedoeld in lid 1 en 2 toont het ruimtelijk plan aan dat de aantallen en doelgroep passen binnen de gemeentelijke woonvisie of omgevingsvisie, uitvoeringsprogramma’s en prestatie afspraken; d. randvoorwaarden voor inpassing, omvang, inhoud en uiterlijk van de compensatiewoning worden vastgelegd; en e. de randvoorwaarde dat bouw van een compensatiewoning niet plaatsvindt in gebieden die op kaart D3 (Natuurnetwerk Nederland) en/of kaart D11 (Beekdal en bergingsgebied) zijn aangeduid, tenzij de oorspronkelijke bebouwing wordt verwijderd in de betreffende gebieden.

4.3.3.2 Toetsing ruimte-voor-ruimte regeling In het navolgende wordt het plan ‘de Boerhof’ getoetst aan de spelregels van de ruimte-voor-ruimte regeling. 1.b. onverminderd het bepaalde in sub a bedraagt de sloopnorm (…) ten minste 4000 m² voor 4 compensatiewoningen (…). 3.a. toepassing van de regeling is alleen mogelijk voor bebouwing die op 1 januari 2014 al aanwezig was; ■ In dit plan: Op het perceel Honingvlaken 10 wordt meer dan 4.000 m2 aan bedrijfsmatige bebouwing gesloopt. In totaal wordt 4.337 m2 aan bedrijfsbebouwing gesloopt die op 2 januari 2014 al aanwezig was. In totaal wordt er meer gesloopt, maar het gaat daarbij ook om bedrijfsmatige bebouwing die na 1 januari 2014 is opgericht. Die bebouwing telt niet mee in de motivering van de ruimte-voorruimte sloopmeters. Afbeelding 4.2 toont een luchtfoto met de aanwezige bebouwing op 1 januari 2014. In bijlage 9 is een gedetailleerde tekening opgenomen met alle bebouwing, hun oppervlakte en sloopdatum.

24

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

Afbeelding 4.2: Luchtfoto situatie bebouwing juli 2013 (Bron: Streetsmart) 3.b. in het ruimtelijk plan mag de mogelijkheid worden geboden tot het samenvoegen van bebouwing op meerdere percelen (saldering) om te kunnen komen tot de sloopnorm; ■ In dit plan: Saldering is in dit plan niet aan de orde. Er wordt voldoende gesloopt op het eigen perceel. 3.c. Bij het realiseren van drie of meer woningen als bedoeld in lid 1 en 2 toont het ruimtelijk plan aan dat de aantallen en doelgroep passen binnen de gemeentelijke woonvisie of omgevingsvisie, uitvoeringsprogramma’s en prestatie afspraken; ■ In dit plan: In paragraaf 4.4 is beschreven dat dit plan past binnen het gemeentelijk beleid. Hierbij in is paragraaf 4.4.3. nader ingezoomd op het gemeentelijke woonbeleid. 3.d. randvoorwaarden voor inpassing, omvang, inhoud en uiterlijk van de compensatiewoning worden vastgelegd; en ■ In dit plan: Bij dit bestemmingsplan is een beeldkwaliteitsplan gevoegd. Dit beeldkwaliteitsplan wordt tegelijkertijd met dit bestemmingsplan vastgesteld. Het beeldkwaliteitsplan, in samenhang met de regels en de verbeelding van dit bestemmingsplan, bevat randvoorwaarden voor inpassing, omvang, inhoud en uiterlijk van de nieuwe woningen. 3.e.

de randvoorwaarde dat bouw van een compensatiewoning niet plaatsvindt in gebieden die op kaart D3 (Natuurnetwerk Nederland) en/of kaart D11 (Beekdal en bergingsgebied) zijn aangeduid, tenzij de oorspronkelijke bebouwing wordt verwijderd in de betreffende gebieden. ■ In dit plan: Het plangebied ligt in het beekdal van de Dwingeler Stroom. Echter, ook de oorspronkelijke bebouwing die wordt verwijderd ligt in dit gebied. Sloop en herontwikkeling vindt plaats op hetzelfde perceel. Het plangebied ligt niet binnen de grenzen van het Natuurnetwerk Nederland.

25

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

Afbeelding 4.3: Kaart D11 Beekdal (Bron: Regels op de Kaart) 4.3.4 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Drenthe 2022 verwoordde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

26

Bestemmingsplan Honingvlaken 10 Dwingeloo

B+O Architectuur en Stedenbouw

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Omgevingsvisie Westerveld De omgevingsvisie Westerveld is de integrale langetermijnvisie op de ontwikkeling van de gemeente en gaat over de hele fysieke leefomgeving. De samenleving is continu in beweging. In de participatiesamenleving komen initiatieven en ontwikkelingen meer en meer vanuit de samenleving. De gemeente Westerveld wil samen met dorpsraden, inwoners en ondernemers komen tot oplossingen voor knelpunten. Deze manier van met elkaar omgaan heeft gevolgen voor de fysieke leefomgeving en hoe onze inwoners en ondernemers daar gebruik van willen maken en zorg voor dragen. De gemeente schept hiervoor randvoorwaarden, biedt kansen en neemt (bureaucratische) obstakels weg. Desondanks is en blijft de gemeente verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening en de daarbij horende keuzes in de fysieke leefomgeving. De gemeente heeft een belangrijke rol als beschermer van diverse belangen, zoals bijvoorbeeld veiligheid, gezondheid en de inrichting van de leefomgeving. In de Omgevingsvisie is het plangebied aangeduid als onderdeel van de Beekdalen. Dit zijn de laaggelegen gebieden in de gemeente, die op veel plaatsen nog duidelijk herkenbaar zijn in het landschap.

De beekdalen hebben een karakteristieke ruimtelijke opbouw met grenswallen die de afscheiding met het hoger gelegen veld vormen, dwarswallen voor de perceelscheidingen, openheid en een typische, optrekkende verkaveling. De beekdalen hebben daardoor een belangrijke beeldbepalende en cultuurhistorische functie. De beekdalen zijn hoofdzakelijk in agrarisch gebruik. Delen van de beekdalen zijn door de provincie Drenthe aangewezen als nieuw Natuur Netwerk Nederland. Door hun lage ligging zijn de beekdalen ook van belang voor de waterhuishouding in de gemeente, met name voor berging en afvoer van hemelwater. De hoofdkoers in dit gebied richt zich op de ambities ‘bedrijvig en gastvrij’ en ‘herkenbaar en toekomstgericht’ Westerveld. De agrarische sector is sinds jaar en dag prominent aanwezig in dit deelgebied. De productieomstandigheden zijn goed. Ook voor de toekomst zet men daarop in. Er is dan ook ruimte voor grondgebonden landbouw. Daarnaast is ruimte voor (dag)recreatieve ontwikkelingen aan de randen van het gebied (gastvrij), zoals fiets- en wandelroutes. De gemeente Westerveld wil de beekdalen beschermen van grootschalige, kapitaalintensieve functies die gevoelig zijn voor wateroverlast. De gemeente wil het waterbergende vermogen van de beekdalen namelijk behouden. Van oudsher waren de beekdalen de habitat bij uitstek van een breed spectrum aan weidevogels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=3f9ece2e-d94e-4582-8cda-62ac484c2e65