CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Ten Darperweg 46 Wapse_Bijlagen

Politieke avond Westerveld 21 april 2026, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen TAM IMRO Ten Darperweg 46 Wapse (spreekrecht)26.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse

Ontwikkelingen woningbouw voormalige smederij locatie Ten Darperweg 46 te Wapse

2512 221-F-2512 Opp = 852 M2

1708 221-F-1708 Opp = 145 M2

poel / wadi

1124 221-H-1124 Opp = 1074 M2

werkfruit hofje

2475 221-F-2475

1125 221-H-1125 Opp = 2481 M2

Opp = 1775 M2

2a

2434 221-F-2434 Opp = 2506 M2

3

3

5

4

1703

1704

1705

221-F-1703 Opp = 1170 M2

221-F-1704 Opp = 1240 M2

221-F-1705 Opp = 1180 M2

1803 221-F-1803

2476

Opp = 820 M2

221-F-2476 Opp = 1125 M2

42

40

44

1

2

987 221-H-987 Opp = 195 M2

2

46

1

48

2477 221-F-2477 Opp = 909 M2

inrit Ten Darperweg rweg Ten Darpe 2538 221-F-2538

Sfeerbeelden

Opp = 470 M2

50

Landschapsinpassing 30 april 2025

23 25

Het wateradvies

Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van hhelpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen vanet Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. korte procedure

Op basis van onderstaande locatie

07-04-2025 16:36

1

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een plan met uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing?

nee

Is er sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden (ve) of in het stedelijk gebied van 30 ve?

nee

Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast?

nee

Wat is de totale hoeveelheid verhard oppervlak binnen het plangebied en is dit meer dan 500m2?

nee

Is het plan onderdeel van een grotere ruimtelijke ontwikkeling?

nee

Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht nee waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? Verandert het waterpeil als gevolg van het plan?

nee

Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?

nee

Vindt er een lozing plaats op oppervlaktewater?

nee

Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats?

nee

Invloedszone A-watergangen

nee

Beekdalen

nee

Milieuzonering RWZI

nee

Invloedszone Grote Rivieren

nee

Invloedszone Vecht

nee

Zone persleiding

nee

Beschermingszone waterkering

nee

Primaire Watergebieden en bergingsgebieden

nee

Invloedszone B watergangen

nee

Invloedszone overige keringen

nee

Grondwaterbeschermingsgebied drinkwater

nee

overstroombaar_gebied

nee

07-04-2025 16:36

2

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Details 1. korte procedure Voor uw plan moet u de korte procedure volgen.

Wat moet ik doen?

07-04-2025 16:36

3

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies WIJ VERZOEKEN U OM IN TE LOGGEN OM DE PROCEDURE AF TE RONDEN. HIERDOOR IS UW PLAN OOK AANGEMELD BIJ HET WATERSCHAP! Momenteel wordt de standaard waterparagraaf 'Korte procedure' nog niet meegezonden met uw aanmeldgegevens. We verzoeken u in het hoofdscherm de 'pdf' met het advies te downloaden ten behoeve van uw eigen administratie.

Geachte heer / mevrouw,

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets kunt u de korte procedure volgen. Het waterschap gaat akkoord met uw plan, mits u voldoet aan de uitgangspunten uit de standaard waterparagraaf met bijbehorende aanvullende adviezen. Binnen de procedure voor het bestemmingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning kunt u deze teksten toevoegen aan de toelichting van het bestemmingsplan. Wij verzoeken u op de punten waar dat wordt gevraagd de tekst te specificeren voor uw plan.

STANDAARD WATERPARAGRAAF KORTE PROCEDURE In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te ‘toetsen op water’, de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten.

Relevant beleid <br/> Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Kadernotitie Stedelijk Water. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. U kunt de genoemde documenten raadplegen op onze site www.wdodelta.nl

Invloed op de waterhuishouding <br/> Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater.

Voorkeursbeleid hemelwater <br/> (Onderstaande tekst graag specificeren wat van toepassing is voor uw plan. Daarbij vragen wij u om het verbreed gemeentelijke rioleringsplan (vGRP) van de gemeente te raadplegen en rekening te houden met het hemelwaterbeleid van de gemeente. Wij vragen u om dit te beschrijven in deze waterparagraaf.) Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater.

Compensatie bij aanleg verharding

Advies voor kleine plannen geldt als regel dat voor het realiseren van verhard oppervlak een berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater benodigd is. Compensatie moet de volgende trap volgen: vasthouden-bergen-afvoeren. Voor kleine plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet 07-04-2025 16:36

4

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater waarin maximaal 30 cm peilstijging is toegestaan. Geadviseerd wordt om de waterberging te ontwerpen op basis van bij voorkeur een vertraagde afvoer, een infiltratiesituatie.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

07-04-2025 16:36

5

https://hetwateradvies.nl

Heb

Ten Darperweg 46 te Wapse Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Kenmerk: 250910

Rapport

KANTOOR ALMERE T 036 8200397 KANTOOR BREDA T 0113 362280 KANTOOR GOES T 0113 362280 KANTOOR GRONINGEN T 0596 633355 KANTOOR HOOGEVEEN T 0528 373982

project

kenmerk 250910

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Ten Darperweg 46 Wapse

versie rapport

auteur controle en vrijgave

versienummer

datum

reden vervallen

1.0

1 augustus 2025

Vigerende versie

A. Aalderink - Reurslag (Annemarie) Ing. M.B. van den Broek

paraaf

opdrachtgever

Bouwbedrijf J. van Kampen V.O.F. Ten Darperweg 94 7983 KP WAPSE

monsternemer grond monsternemer grondwater

Dhr. O. Sulyman (VWB, uitbesteed SIKB protocol 2001) Dhr. J.Smid (SIKB protocol 2018) Dhr. J. Smid (SIKB protocol 2002)

DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodem- en asbestonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Ten Darperweg 46 te Wapse, in opdracht van Bouwbedrijf J. van Kampen V.O.F.. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2025 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest Bodem 2025 Wapse_Ten Darperweg 46_250910_VOAB We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 2 van 21

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4

Inleiding ............................................................................................................................................... 5 Aanleiding en doel ...................................................................................................................................... 5 Kwaliteitsborging algemeen ....................................................................................................................... 5 Kwaliteitsborging onderzoek ..................................................................................................................... 5 Normen onderzoeksstrategie ................................................................................................................. 6 Veldwerkzaamheden ............................................................................................................................... 6 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................................................................................... 6 Leeswijzer ................................................................................................................................................... 7

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Vooronderzoek (NEN 5725:2023) ........................................................................................................ 8 Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek .......................................................................................... 8 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ............................................................................................................. 8 Stap 2; onderzoeksvragen .......................................................................................................................... 8 Samenvatting vooronderzoek .................................................................................................................... 9 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ................................................................................. 10 Afwijkingen vooronderzoek ..................................................................................................................... 10 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740) ................................................................. 10 Veiligheidsklasse ....................................................................................................................................... 10

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Veldwerkzaamheden.......................................................................................................................... 11 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) ............................................. 11 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering water) ............................................................................... 11 Bodemopbouw ......................................................................................................................................... 11 Zintuiglijke waarnemingen ....................................................................................................................... 12 Afwijkingen protocollen ........................................................................................................................... 12 Afwijkingen strategie(ën) ......................................................................................................................... 12

4. 4.1 4.2 4.3 4.4

Analyseresultaten en bespreking ....................................................................................................... 13 Analysemonsters ...................................................................................................................................... 13 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ............................................................................................. 13 Milieuhygiënische kwaliteit grond ........................................................................................................... 14 Milieuhygiënische kwaliteit water ........................................................................................................... 15

5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Veldwerkzaamheden asbestonderzoek.............................................................................................. 15 Visuele inspectie maaiveld ....................................................................................................................... 15 Resultaten veldwerkzaamheden ............................................................................................................. 16 Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag ..................................................................... 16 Resultaten visuele inspectie en monsterneming grond ......................................................................... 17 Afwijkingen protocol ................................................................................................................................ 17 Afwijkingen strategie ................................................................................................................................ 17

6. 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3 6.4 6.5

Analyseresultaten en bespreking (asbestonderzoek) ......................................................................... 18 Analysemonsters ...................................................................................................................................... 18 Analysemethoden en monstervoorbehandeling .................................................................................... 18 Analyse asbest in bodem (Volgens NEN5898) ..................................................................................... 18 Analyse materiaal(verzamel)monster (volgens NEN5896).................................................................. 18 Toetsingskader asbest .............................................................................................................................. 18 Analyseresultaten en concentraties ........................................................................................................ 19 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ............................................................................................. 19

7. 7.1 7.1.1

Samenvatting en conclusies ............................................................................................................... 20 Samenvatting ............................................................................................................................................ 20 Vooronderzoek ...................................................................................................................................... 20 Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 3 van 21

7.1.2 7.1.3 7.2

Veldwerkzaamheden ............................................................................................................................. 20 Analyseresultaten .................................................................................................................................. 20 Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................................... 21

Bijlagen 1.1 1.2 2 3 4 5 6

Regionale ligging Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten Resultaten vooronderzoek Boorprofielen Analysecertificaten Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Analysemethoden

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 4 van 21

1.

Inleiding

Door Eco Reest Bodem BV is een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Ten Darperweg 46 te Wapse. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen. 1.1

Aanleiding en doel

Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande verbouw van het bestaande pand en nieuwbouw van woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt om te bepalen of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie van de locatie (wonen), waarvoor normen zijn vastgesteld in de Regeling bodemkwaliteit. Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. 1.2

Kwaliteitsborging algemeen

Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van ecologie, bodem en asbest. Eco Reest Bodem BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest Bodem BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest Bodem onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest Bodem alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen. 1.3

Kwaliteitsborging onderzoek

De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 5 van 21

In de volgende paragrafen worden de normen en beoordelingsrichtlijnen toegelicht. 1.3.1

Normen onderzoeksstrategie

In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek Strategie voor uitvoeren van asbest onderzoek in bodem

Toegepaste norm NEN 5725:2023 NEN 5740:2023 NEN 5707:2015/C:2017

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk paragraaf 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en paragraaf 3.6 “Afwijkingen protocol en strategie(ën)”. 1.3.2

Veldwerkzaamheden

Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest Bodem B.V. onder de naam van Sialtech B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is VB-059/10 en de certificerende instelling is SGS te Houten. Het veldwerk (protocol 2001) is uitgevoerd door VWB bodem BV. De veldwerkzaamheden hebben plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor VWB Bodem B.V. (certificaatnummer EC-SIK-20264) is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en SIKB protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in paragraaf 3.5 “Afwijkingen protocollen”.

De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://loket.rijkswaterstaat.nl/zoeken/publicatie/erkenningen-zoeken 1.3.3

Laboratoriumwerkzaamheden

De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De asbest analyses zijn uitgevoerd door ACMAA Laboratoria BV te Deurningen, die geaccrediteerd en erkend is door het ministerie van I en W. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 6 van 21

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in paragraaf 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”. 1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 7 van 21

2.

Vooronderzoek (NEN 5725:2023)

Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, voorafgaand aan handelingen in de bodem, partijkeuringen en het opstellen van een bodemkwaliteitskaart. Het doel van het vooronderzoek is om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie, het onderzoeksgebied, de locatie waar een bodembedreigende milieubelastende activiteit plaatsvindt of in de kwaliteit van een partij grond. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven. 2.1

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek

Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2023 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld. 2.2

Stap 1; aanleiding vooronderzoek

De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven: A: uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie 2.3

Stap 2; onderzoeksvragen

Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie Onderzoeksaspecten Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in grond Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Bodemkwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart Bodemkwaliteit o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig

Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D1 D2 E 0 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓

✓

✓

✓ ✓ ✓

✓

F

G

H

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

0

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

0 ✓ ✓

0 ✓ ✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 8 van 21

Onderzoeksaspecten Aanleidingen tot vooronderzoek Gebruik en beïnvloeding van Huidig 0* ✓ ✓ ✓ ✓ de locatie, verdachte Toekomst 0 0** 0 situatie, activiteiten, Asbestverdacht? ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ongewoon voorval Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd. 0 Optioneel * Bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel. ** Bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel.

De verzamelde informatie, zoals benoemd in tabel 2.1 is weergegeven in bijlage 2. In paragraaf 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden op de in bijlage 2 weergegeven onderzoeksvragen. 2.4

Samenvatting vooronderzoek

Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt aan de Ten Darperweg 46 te Wapse en is kadastraal bekend als gemeente Diever, sectie F, nr. 2434 en heeft een totale oppervlakte van 2.506 m2. De onderzoekslocatie bestaat uit een voormalige smederij en loonbedrijf met woonhuis. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De te onderzoeken (delen van de) locatie zijn weergegeven in bijlage 1.2. De opdrachtgever is voornemens de huidige bebouwing deels te verbouwen en nieuwbouw van woningen te realiseren ter plaatse van het perceel. Door Eco Reest B.V. is in 2005 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel (rapportnr. 050803). De aanleiding tot het onderzoek was destijds de BSB-operatie (Bodemsanering Bedrijfsterreinen). Tussen 1935 en 1998 is ten noordwesten van het bedrijfspand een bovengrondse afgewerkte olietank aanwezig geweest. Op het zuidelijke deel van het perceel is vanaf 1958 een tankstation aanwezig geweest. In 1995 is het tankstation in het kader van de SUBAT regeling gesaneerd. Tijdens het verkennend bodem onderzoek is tot 5,0 m-mv geen grondwater aangetroffen. In de bovengrond rondom de werkplaats is tijdens het onderzoek een zwakke bijmenging met puin waargenomen.

Analytisch zijn er lichte overschrijdingen aan zware metalen, minerale olie en PAK aangetroffen. De analyseresultaten gaven geen aanleiding tot nader onderzoek en vormden milieuhygiënisch geen belemmeringen in relatie tot de bedrijfsbestemming van het terrein. Bodemloket.nl geeft diverse verontreinigde activiteiten weer op de onderzoekslocatie (stortplaats op land, bovengrondse dieselolietank, benzine- service station en smederij). De omgevingsdienst Drenthe heeft diverse onderzoeken, een saneringsplan en saneringsevaluatie toegestuurd die zijn uitgevoerd door Tauw in de periode 1993 – 1998 ter plaatse van het voormalige tankstation aan de voorzijde van het perceel. Door het bevoegd gezag is ingestemd (kenmerk 50/Bo/A21/9810577, d.d. 17 december 1998) met de uitgevoerde sanering. Door Eco Reest B.V. is dossieronderzoek uitgevoerd bij de gemeente Westerveld. De gegevens van het dossieronderzoek worden besproken in bijlage 2. De gegevens hebben geen invloed op onderhavige onderzoeksstrategie. Het onderzoeksterrein is gedeeltelijk verhard met klinkers. De bovengrondse tanklocatie is niet meer aanwezig. Er is asbestverdachte dakbedekking waargenomen ter plaatse van de schuur. Aan het maaiveld zijn zintuiglijk geen bodemvreemde waarnemingen gedaan.

Voor het uitgebreide vooronderzoek verwijzen wij naar bijlage 2.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 9 van 21

2.5

Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek

Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar. 2.6

Afwijkingen vooronderzoek

Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2023 naar voren gekomen. 2.7

Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)

Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van (delen van) de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie aan te merken als verdacht voor bodemverontreiniging(en). A; Vml. Bovengrondse tanklocatie; minerale olie B; Overig terrein (opp. 2.506 m²); zware metalen, minerale olie en PAK Op basis van de paragraaf “Beschrijving locatie” wordt het onderzoek met betrekking tot de verdachte deellocatie A (terreindeel vml. bovengrondse tanklocatie) vooralsnog opgezet conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2023, paragraaf 5.3. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. Op basis van de paragraaf “Beschrijving locatie” wordt het onderzoek met betrekking tot het gehele terrein (deellocatie B) vooralsnog opgezet conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2023, paragraaf 5.6 (tabel 11). Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming.

Voor keuze van de strategie ten aanzien van het uitvoeren van asbestonderzoek in grond is de NEN 5707:2015 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van toepassing. Op basis van de locatiegegevens wordt het asbestonderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in paragraaf 6.4.5 “verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld”. Het asbestonderzoek met betrekking tot de onverharde druppelzone onder de asbestverdachte dak is uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN5707:2015, §7.4; “Milieuhygiënisch sanerings-criterium”. 2.8

Veiligheidsklasse

Op basis van het vooronderzoek is er analyse gemaakt met betrekking tot de veiligheidsklasse waarbinnen het asbestonderzoek dient te worden uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW P400 “Werken in en met verontreinigde grond en (grond)water”. Deze publicatie wordt door de Arbeidsinspectie beschouwd als “Stand er techniek” betreffende het toepassen van veiligheidsmaatregelen bij werken met (potentieel) verontreinigde grond. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de standaard veiligheidsmaatregelen.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 10 van 21

3.

Veldwerkzaamheden

In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie. 3.1

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis)

De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 23 en 30 juni 2025. Deellocatie A; vml. bovengrondse tanklocatie Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 2 boringen tot circa 1,0 m-mv (nrs. A01 en A03) en een boring tot 2,0 m-mv (nr. A02). Uit bodemonderzoek in het verleden is bekend dat binnen de 5,0 m-mv geen grondwater aanwezig is. Daarom is er geen boring doorgezet tot 5,0 m-mv. Deellocatie B; gehele perceel; Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 11 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. B02, B03 en B05 t/m B13) en drie boringen tot 2,0 m-mv (nrs. PB01, B01 en B04). Boring PB01 is geplaatst in de voormalige verontreinigingscontour van het voormalige pompeiland. In deze boring is hangwater aangetroffen in de ondergrond. Omdat PB01 is geplaatst in de voormalige verontreinigingscontour is ervoor gekozen het hangwater indicatief te onderzoeken. Hierop is PB01 doorgezet tot 4,5 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (filterstelling 3,5 – 4,5 m-mv).

Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten. In bijlage 3.1 zijn de boorprofielen weergegeven. 3.2

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering water)

Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: • Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; • Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; • De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In tabel 3.1 zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde watermetingen weergegeven. Tabel 3.1 Resultaten grondwaterbemonstering NEN 5744 Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting

Laatste meting

Beoordeling

Geleidingsvermogen 276 (µS/cm) -

Zuurgraad 6.56 (pH) Geleidingsvermogen 276 (µS/cm) Troebelheid 35,5 (ntu)

NVT Voldoet Troebel

3.3

Bodemopbouw

De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 11 van 21

Diepte (m-mv) 0,0 - 0,5 0,5

- 2,5

2,5 3,3 3,5

- 3,3 - 3,5 - 4,5 4,5

3.4

Omschrijving Zand, zeer fijn/ matig fijn, zwak siltig, plaatselijk zwak/ matig humeus Zand, zeer fijn, zwak siltig, plaatselijk zwak humeus Klei, zwak zandig, Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus Klei, zwak zandig Diepst verkende bodemlaag

Zintuiglijke waarnemingen

Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie Meetpunt

Diepte (m-mv)

Einddiepte boring (m-mv)

Zintuiglijke waarneming

B09

0,0 – 0,5 0,08 – 0,5

0,5 0,58

Resten baksteen < 1 % Resten baksteen < 1 % Resten kolengruis < 1 %

B11

0,0 – 0,5

0,5

Resten baksteen < 1 %

B12

0,0 – 0,5

0,5

Resten baksteen < 1 %

B10

Op basis van tabel 3.3 blijkt het volgende; In de bovengrond van de meetpunten B09 t/m B12 zijn resten baksteen waargenomen. In meetpunt B10 zijn tevens resten kolengruis waargenomen. Verder zijn er geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Er is geen water – olie reactie waargenomen in de meetpunten ter plaatse van deellocatie A (voormalige bovengrondse tanklocatie) en deellocatie B (gehele onderzoeksterrein). Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is speciaal gelet op asbestverdachte materialen. De zijkant van de schuur bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Zie hoofdstuk 5 en 6 voor het asbestonderzoek. Verder is zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal asbestverdacht materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Tevens is er gelet op het voorkomen van invasieve exotische planten. Hiervan zijn geen kenmerken waargenomen. De zichtbaarheid van deze planten is echter afhankelijk van het groeiseizoen. Aan deze visuele beoordelingen kunnen geen rechten worden ontleend. De zintuiglijk waargenomen bijmengingen met baksteen resten zijn conform bijlage A.4 van de NEN5725:2023 beoordeeld als homogeen, en derhalve aan te merken als niet asbestverdacht. 3.5

Afwijkingen protocollen

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van het geldende SIKB protocol 2001 naar voren gekomen. Opgemerkt wordt dat het onderzoek naar hangwater in de voormalige verontreinigingscontour indicatief van aard is. 3.6

Afwijkingen strategie(ën)

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2023 naar voren gekomen.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 12 van 21

4.

Analyseresultaten en bespreking

Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek). 4.1

Analysemonsters

In tabel 4.1 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater Deellocatie

Grondmonster

Diepte (m-mv)

Motivatie

Analyse

A; vml. bovengrondse tanklocatie

Mp A01 t/m A03

0,0 – 0,5

Bovengrond

Minerale olie, organische stof en lutum

Mp.B01 t/m B03

0,09 – 0,5

Bovengrond, inpandig

Standaardpakket bodem

Bovengrond, zwak humeus Bovengrond, resten baksteen en resten kolengruis

Mp. B04 t/m B08

0,0 – 0,5

Mp. B09 t/m B12

0,0 – 0,5

Deellocatie

Grondwatermonster

Filterstelling (m-mv)

Motivatie

Analyse

B

PB01

3,5 – 4,5

Hangwater

Standaardpakket grondwater

B; Gehele onderzoeksterrein

Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem

Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming. 4.2

Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden

Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters. Toetsingen analyseresultaten Toetsing van de analyseresultaten voor grond vindt plaats aan de hand van de kwaliteitseisen uit bijlage B (tabel 1) van de Regeling bodemkwaliteit (Rbk) en aan de hand van de interventiewaarden bodemkwaliteit uit Bijlage IIa van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De toetsingswaarden voor grond hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De analyseresultaten voor het grondwater worden getoetst aan de signaleringsparameters voor grondwaterkwaliteit, zoals genoemd in bijlage Vd bij het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), die eveneens in bijlage 5 zijn weergegeven.

De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 13 van 21

paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toetsuitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2 (grond) en 4.3 (grondwater). Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden grond Kwaliteitseis Ondergrens van kwaliteitsklasse

Bovengrens van kwaliteitsklasse

Weergave tabellen

Landbouw/natuur

-

Landbouw/natuur

-

Wonen

Landbouw/natuur

Wonen

*

Industrie

Wonen

Industrie

**

Matig verontreinigd

Industrie

Interventiewaarde bodemkwaliteit

***

Sterk verontreinigd

Interventiewaarde bodemkwaliteit

-

****

Tabel 4.3 Betekenis van de toetsingswaarden grondwater Kwaliteitseis Voldoet aan eis goede chemische toestand van een grondwaterlichaam Voldoet niet aan eis goede chemische toestand van een grondwaterlichaam

Ondergrens van kwaliteitsklasse

Bovengrens van kwaliteitsklasse

Weergave tabellen

-

Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering

-

Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering

-

****

Tabel 4.2 en 4.3 zijn de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.4 en 4.5. 4.3

Milieuhygiënische kwaliteit grond

In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing Diepte (mDeellocatie Grondmonster mv) A; vml. bovengrondse Mp A01 t/m A03 0,0 – 0,5 tanklocatie

Motivatie

Gestandaardiseerd gehalte (G.S.S.D) in mg/kg d.s. en toetsing

Bovengrond

Geen < AW/d

Mp.B01 t/m B03

0,09 – 0,5

Bovengrond, inpandig

Mp. B04 t/m B08

0,0 – 0,5

Bovengrond, zwak humeus

Mp. B09 t/m B12

0,0 – 0,5

Bovengrond, resten baksteen en kolengruis

B; Gehele onderzoeksterrein

Lood; 72,9 PAK; 1,72 Lood; 90 Zink; 181 Minerale olie; 203 Cadmium Nikkel Lood Koper Zink PAK

Uit tabel 4.4 blijkt het volgende; A; Vml. bovengrondse tanklocatie; In het geanalyseerde mengmonster van de van meetpunten A01 t/m A03, zijn geen gehalten aan de minerale olie gemeten boven de toetsingswaarden en/of detectiegrenzen.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 14 van 21

B; Gehele onderzoeksterrein; In het geanalyseerde mengmonster van de meetpunten B01 t/m B03 (inpandig) zijn licht verhoogde gehalten aan lood en PAK gemeten. De gehalten overschrijden de maximale samenstellingswaarde voor de klasse landbouw natuur. De maximale samenstellingswaarde voor klasse wonen wordt niet overschreden. In het geanalyseerde mengmonster van de meetpunten B04 t/m B08 zijn licht verhoogde gehalten aan lood en zink gemeten. De gehalten overschrijden de maximale samenstellingswaarde voor de klasse landbouw natuur. De maximale samenstellingswaarde voor klasse wonen wordt niet overschreden. Tevens is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. Het minerale olie gehalte overschrijdt maximale waarde voor de klasse wonen. De maximale samenstellingswaarde van de klasse industrie wordt niet overschreden. In het geanalyseerde mengmonster van de zintuiglijk resten baksteen- en kolengruishoudende bovengrond van de meetpunten B09 t/m B012 zijn sterk verhoogde gehalten aan koper en zink aangetoond (boven interventiewaarde). Daarnaast zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium, nikkel, lood en PAK aangetoond. De gehalten aan cadmium, nikkel en lood overschrijden de maximale samenstellingswaarde voor de klasse wonen. De maximale samenstellingswaarde voor klasse industrie wordt niet overschreden. Het PAK gehalte overschrijdt maximale waarde voor de klasse wonen.

De maximale samenstellingswaarde van de klasse industrie wordt niet overschreden. Het gemeten gehalte aan lood ligt in het mengmonster van de meetpunten B09 t/m B12 boven de risicowaarde voor lood in bodem voor grote moestuinen, moestuinen en plaatsen waar kinderen spelen (zie bijlage 5: Lood in bodem en gezondheid. GGD-GHOR, d.d. 29-01-2016). Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de toetsingswaarden en/of detectiegrenzen. De gemeten gehalten aan koper en zink in mengmonster B09 t/m B012 geven aanleiding tot vervolgonderzoek. 4.4

Milieuhygiënische kwaliteit water

In tabel 4.5 is het geanalyseerde watermonster met toetsing conform tabel 4.3 weergegeven. Tabel 4.5 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing Grondwatermonster

Filterstelling (m-mv)

Motivatie

Analyseresultaten

PB01

3,5 – 4,5

Grondwater

-

Uit tabel 4.5 blijkt het volgende; In het geanalyseerde water uit peilbuis B01 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. Het bemonsterde water betreft hangwater. Onderzoek naar de kwaliteit van dit water is derhalve indicatief van aard. Grondwateronderzoek conform NEN5740 is gelet op het niet aanwezig zijn van grondwater binnen de 5,0 m-mv niet noodzakelijk.

5.

Veldwerkzaamheden asbestonderzoek

In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het asbestonderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie. 5.1

Visuele inspectie maaiveld

Nabij de asbestverdachte wand van de schuur is het maaiveld geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. Vervolgens zijn de locaties waar asbestverdacht materiaal is waargenomen geregistreerd op een veldwerkkaart en bemonsterd. Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 15 van 21

5.2

Resultaten veldwerkzaamheden

De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 10 juli 2025. De waarnemingen die zijn gedaan tijdens de maaiveldinspectie zijn weergegeven in onderstaande tabel 5.1. Tabel 5.1 Visuele inspectie maaiveld Omschrijving Inspecteur Weersomstandigheden Conditie maaiveld Inspectie efficiëntie Asbestverdacht materiaal waargenomen

Motivering Dhr. J. Smid Droog, zicht > 50 meter, vegetatie 55 % Nee

Uit tabel 5.1 blijkt dat op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal is waargenomen. De resultaten van de uitgevoerde inspectie wijken niet af van de onderzoekshypothese. De hypothese is dan ook niet aangepast. 5.3

Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag

Met behulp van een schep zijn ter plaatse van de asbestverdachte zijwand van de schuur twee inspectieputten gegraven (nrs. IP1 t/m IP2), tot de ongeroerde ondergrond. Voor de diepere ondergrond is een edelmanboor met een diameter van 12 cm gebruikt. De monstervoorbehandeling en monstername heeft plaatsgevonden volgens Hoofdstuk 9 “Monstervoorbehandeling op locatie”, uit de NEN 5707:2015. De gehele inhoud van de inspectieputjes is uitgeharkt, met een hark met een tandwijdte van 20 mm, per uitgegraven laag van maximaal 10 cm. Het grove materiaal is vervolgens geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal en andersoortige bodemvreemde materialen. De asbestverdachte materialen in de grove fractie zijn, indien aanwezig, per inspectieputje bemonsterd middels handpicking en gewogen met behulp van een digitale weegschaal. Een overzicht van de inspectieputten (inclusief afmetingen) is opgenomen in tabel 5.3.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 16 van 21

5.4

Resultaten visuele inspectie en monsterneming grond

De afmetingen van de inspectiesleuven en de waarnemingen die zijn gedaan tijdens het zeven van het uitkomende materiaal uit de inspectiesleuven zijn in onderstaande tabel beschreven per onderzocht terreindeel: Tabel 5.2 Waarnemingen visuele inspectie Inspectieput/-sleuf IP 1 IP 2

Afmeting (l x b) in m 0,32 x 0,32 Boring 0,32 x 0,34 Boring

Diepte

Aantal stukjes en gewicht

Soort

0,5 1,0

1 stuk, 48 gram n.w.

golfplaat -

0,5

5 stukjes, 44 gram

golfplaat

1,0

n.w.

-

Overige bijmengingen (massa %) Resten beton < 1 % Geen Resten beton < 1 % Resten baksteen < 1 % Geen

n.w. = geen asbestverdacht materiaal waargenomen tijdens veldwerkzaamheden

Uit tabel 5.2 blijkt het volgende; In de bovengrond van inspectieput IP1 en IP2 zijn stukjes golfplaat is aangetroffen. Tevens zijn in de bovengrond van de inspectieputten IP1 en IP2 resten baksteen en resten beton (IP2) waargenomen. Verder zijn in de boven- en ondergrond van de inspectieputten geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. 5.5

Afwijkingen protocol

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van het geldende SIKB protocol 2018 naar voren gekomen. 5.6

Afwijkingen strategie

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5707:2015/C2: 2017 naar voren gekomen.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 17 van 21

6.

Analyseresultaten en bespreking (asbestonderzoek)

De grondmonsters zijn ter analyse aangeboden aan het laboratorium. 6.1

Analysemonsters

In tabel 6.1 zijn de geanalyseerde monsters weergegeven. Tabel 6.1 Analysemonsters Monster

Omschrijving / motivatie

MM (IP01 en IP02) IP01 IP02 DZ

Bovengrond, resten baksteen en beton Materiaal Materiaal Toplaag

Diepte (m-mv)

Fractie

Hoeveelheid*

Analyse

0.00 - 0.50

< 20 mm

11,2 kg

NEN5898 grond

0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 – 0.50

> 20 mm > 20 mm > 20 mm

48 gram 44 gram 10,2 kg

NEN5896 NEN5896 NEN5898 grond

*droog gewicht

6.2 6.2.1

Analysemethoden en monstervoorbehandeling Analyse asbest in bodem (Volgens NEN5898)

De in het veld samengestelde grondmonsters zijn in emmers verpakt en aan het laboratorium aangeboden. De monsters zijn vervolgens minimaal 24 uur in een stoof van 105°C gedroogd. Na het drogen is het percentage droge stof berekend en zijn de monsters gezeefd. Het zeven is gebeurd in een speciale zeefkast met afzuiging om geen asbestvezels in de ruimte te krijgen. In de zeefkast staan zeven met de volgende maaswijdtes onder elkaar opgesteld; bovenaan 20 mm, gevolgd door 8 mm, 4 mm, 2 mm, 1 mm en 0,5 mm. Geheel onderop is een opvangbak geplaatst voor het fijne materiaal (<0,5 mm). Na het zeven zijn de zeeffracties (al het materiaal dat op de zeef blijft liggen) > 20 mm, > 8 mm en > 4 mm volledig visueel afgezocht. Asbestverdachte materialen zijn eruit gehaald en ter analyse aangeboden voor microscopie. Van de zeeffractie > 2 mm, > 1 mm en > 0,5 mm zijn verschillende hoeveelheden voor stereomicroscopie aangeboden. Van de zeeffractie > 2 mm wordt 50 % m.b.v. de stereomicroscoop afgezocht, van de zeeffractie > 1 mm 20 % en van de zeeffractie > 0,5 mm wordt 5 % afgezocht. De aangetroffen asbestverdachte materialen uit de verschillende zeeffracties zijn met polarisatiemicroscopie op asbestkenmerken onderzocht.

Als een materiaal asbesthoudend is, is het materiaal gewogen, en het gewichtspercentage van de betreffende asbestsoort op het totale gewicht van het materiaal geschat en wordt de hechtgebondenheid van de asbestvezels bepaald. 6.2.2

Analyse materiaal(verzamel)monster (volgens NEN5896)

Materiaal(verzamel)monsters worden aangeboden in dubbel verpakte plasticzakken. Na het schoonmaken van de monsters zijn de monsters afhankelijk van de vochtigheid voor een bepaalde tijd gedroogd in een stoof bij 105°C. Na het drogen zijn de monsters geanalyseerd. Van materialen die eenzelfde asbestsamenstelling hebben is het totaalgewicht bepaald. 6.3

Toetsingskader asbest

In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor in een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen), e.e.a. gebaseerd op het integraal beleid beschreven in de beleidsbrief ‘Asbest in bodem, grond en puin(granulaat)’.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 18 van 21

6.4

Analyseresultaten en concentraties

De door het laboratorium gemeten concentraties zijn weergegeven in tabel 6.2. Wij merken hierbij op dat de gemeten concentratie serpentijnasbest vermeerderd is met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Tabel 6.2 Analyses en resultaten inspectieputten Monster

Monstersoort

Analyse

Resultaat grond/puin gewogen in mg/kg d.s.

Resultaat mvm gewogen in mg/kg d.s.

Totaal grond en materiaal in mg/kg d.s

Toplaag DZ

Grond <20 mm Grond <20 mm Materiaal >20 mm Grond <20 mm Materiaal >20 mm

NEN 5898 NEN 5898 NEN 5896 NEN 5898 NEN 5896

490 34,98 34,80 -

n.w. 75,9 2620,3

490

IP01 IP02

110,88 2655,1

n.a = niet aangetoond n.w = niet waargenomen

Uit tabel 6.2 blijkt dat in het geanalyseerde monster van de toplaag van de bodem ter plaatse van de onverharde druppelzone (DZ) een gehalte aan asbest is aangetoond dat boven de interventiewaarde van 100 mg/kg droge stof ligt. Formeel geeft dit onderzoeksresultaat, op grond van de aangetoonde overschrijding van de interventiewaarde, aanleiding tot nader onderzoek. Echter, gelet op het feit dat middels onderhavige inspanning de meest verdachte locatie (toplaag druppelzone) is bemonsterd en geanalyseerd, wordt verder onderzoek niet van meerwaarde geacht in relatie tot de onderzoeksdoelstelling. Uit tabel 6.2 blijkt voorts dat in zowel IP01 als IP02 een gehalte aan asbest is gemeten dat de helft van de interventiewaarde (50 mg/kg d.s.) overschrijdt. De gemeten gehalten geven aanleiding tot het uitvoeren van nader asbestonderzoek. 6.5

Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden

Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 19 van 21

7.

Samenvatting en conclusies

De doelstelling van het grondonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk worden de onderzoeksresultaten samengevat en voorts de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien weergegeven. 7.1

Samenvatting

Door Eco Reest Bodem BV is een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Ten Darperweg 46 te Wapse. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande verbouw van het bestaande pand en nieuwbouw van woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt om te bepalen of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie van de locatie (wonen), waarvoor normen zijn vastgesteld in de Regeling bodemkwaliteit. Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. 7.1.1

Vooronderzoek

De onderzoekslocatie ligt aan de Ten Darperweg 46 te Wapse en is kadastraal bekend als gemeente Diever, sectie F, nr. 2434 en heeft een totale oppervlakte van 2.506 m2. De onderzoekslocatie bestaat uit een voormalige smederij/ loonbedrijf met woonhuis. Het onderzoeksterrein is gedeeltelijk verhard met klinkers. De bovengrondse tanklocatie is niet meer aanwezig. Er is asbestverdachte dakbedekking waargenomen ter plaatse van de schuur. Aan het maaiveld zijn zintuiglijk geen bodemvreemde waarnemingen gedaan. 7.1.2

Veldwerkzaamheden

Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit matig fijn zand. Tijdens het veldwerk zijn resten baksteen en kolengruis in de bovengrond van de meetpunten B09 t/m B12 waargenomen. De schuur met het asbestverdachte dak watert aan de achterzijde af op onverhard maaiveld. De zijkant van de schuur bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Verder zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. In de inspectieputten IP01 en IP02 gegraven direct naast de asbestverdachte zijkant van de schuur is asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. 7.1.3

Analyseresultaten

Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond A; Vml. bovengrondse tanklocatie; In de bovengrond van de meetpunten A01 t/m A03 zijn geen gehalten aan de minerale olie gemeten boven de toetsingswaarden en/of detectiegrenzen.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 20 van 21

B; Gehele onderzoeksterrein; In de bovengrond van de meetpunten B01 t/m B03 (inpandig) zijn licht verhoogde gehalten aan lood en PAK gemeten. In de bovengrond van de meetpunten B04 t/m B08 zijn licht verhoogde gehalten aan lood en zink gemeten. Tevens is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. In de bovengrond van de zintuiglijk resten baksteen- en kolengruishoudende bovengrond van de meetpunten B09 t/m B012 zijn sterk verhoogde gehalten aan koper en zink aangetoond (boven interventiewaarde kwaliteit). Daarnaast zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium, nikkel, lood en PAK aangetoond. Water In het water uit peilbuis B01 zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. Opgemerkt wordt dat het geanalyseerde water, hangwater betreft. Het wateronderzoek is hiermee indicatief van aard. Asbest In de toplaag van de druppelzone onder het asbest verdachte dak en in bovengrond ter plaatse van zijkant van schuur onderzoekslocatie is asbest aangetoond boven de interventiewaarde. In de inspectieputten 1 en 2 is asbest aangetoond in gehalten boven de helft van de interventiewaarde. 7.2

Conclusies en aanbevelingen

Verkennend chemisch onderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond overschrijdingen van de toetsingswaarden (grond) zijn aangetoond, waarbij in het mengmonster van de monsterpunten B09 t/m B12 de gehalten aan koper en zink de interventiewaarde bodemkwaliteit overschrijden(sterk verontreinigd). De onderzoekshypothese met betrekking tot de voormalige bedrijfsactiviteiten (smid/ loonbedrijf) op de locatie, zijnde een verdachte locatie, is hiermee derhalve bevestigd. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen aanleiding tot nader onderzoek. Verkennend asbestonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek concluderen wij dat in de bodem van de locatie asbest is aangetoond. De hypothese “verdachte locatie” wordt op grond van de resultaten van het huidige asbest-onderzoek met betrekking tot onderhavige onderzoekslocatie bevestigd.

Ten aanzien van de onderzochte druppelzone (toplaagmonsters DZ) concluderen wij, dat middels de onderhavige onderzoeksinspanning de meest verdachte laag is bemonsterd en geanalyseerd, op grond waarvan verder onderzoek hiernaar niet van meerwaarde wordt geacht in relatie tot de onderzoeksdoelstelling De aangetroffen gehalten aan asbest in inspectieputten 1 en 2 geven wel aanleiding tot het uitvoeren van nader asbestonderzoek. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek, kunt u contact opnemen met ons bureau.

Ten Darperweg 46 te Wapse Kenmerk 250910 Pagina 21 van 21

Bijlage 1

Behoort bij rapport: 250910 Ten Darperweg 46 te Wapse

Regionale ligging onderzoekslocatie met luchtfoto

Ten Darperweg 46 te Wapse

Kadastrale gemeente Diever, F, 2434

Bijlage 1.1.

B05 foto 1

foto 6

foto 11

B06

foto 2

foto 7

foto 12

B07

B11 f1 B08 f6 foto 3

foto 8

foto 13

f5 DZ1

ip2 A03 A02 ip1 A01

f12

f3

f2 B09 f11

f4

B04

f10 B03 foto 4

foto 9

foto 14

B10 B12

B02

Legenda Boring Diepe boring Peilbuis Inspectieputje Druppelzone Onderzoeksterrein Gras/onverhard/braak Beton Klinkers

f9 B01

f8 f7 B13 PB01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=b0fa0c02-b87f-4d10-a481-357777455b45