TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord_Motivering
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord 11-12-2025
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Achtergrond 1.2 Aanleiding TAM-IMRO omgevingsplan 1.3 Plangebied 1.4 Leeswijzer
5 5 5 5 6
Hoofdstuk 2 Gebiedsbeschrijving en voorgenomen ontwikkeling 2.1 Ontwikkelingsgeschiedenis 2.2 Waardestelling gebied 2.3 Voorgenomen ontwikkeling 2.4 Strijdigheid omgevingsplan
7 7 8 8 10
Hoofdstuk 3 Relevante regelgeving en beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Waterschapsverordening 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Maatschappij van Weldadigheid
12 13 15 19 19 23
Hoofdstuk 4 Fysieke leefomgeving 4.1 Omgevingsveiligheid 4.2 Luchtkwaliteit 4.3 Milieuzonering 4.4 Spuitzones 4.5 Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterrein 4.6 Bodemkwaliteit 4.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.8 Archeologie 4.9 Cultuurhistorie 4.10 Ecologie 4.11 Waterbelang 4.12 Verkeer en parkeren 4.13 Duurzaamheid 4.14 Mer
24 24 27 28 28 29 29 31 32 34 36 37 39 40 41
Hoofdstuk 5 Toelichting planregels TAM-plan 5.1 Wijziging omgevingsplan 5.2 Artikelsgewijze toelichting
41 41 42
Hoofdstuk 6
45
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Participatie 7.2 Bestuurlijk vooroverleg 7.3 Zienswijzen op het ontwerp
45 45 46 46
Hoofdstuk 8
46
Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties
3
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
4
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Motivering Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Achtergrond
Frederiksoord en Wilhelminaoord zijn in 2009 aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De Kolonie Frederiksoord is de eerst gestichte kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid. De uniciteit van deze Koloniën is in de afgelopen jaren meer en meer voor het voetlicht gekomen en heeft uiteindelijk in 2021 geleid tot de status van UNESCO Werelderfgoed. Vanwege de aanwijzing als beschermd dorpsgezicht heeft de gemeente Westerveld in 2011 voor een groot deel van het beschermd dorpsgezicht een nieuw bestemmingsplan vastgesteld dat zich richt op het behoud van de aanwezige waarden, maar daarbinnen ruimte laat voor nieuwe ontwikkelingen, zoals de bouw van nieuwe koloniewoningen. Binnen dit bestemmingsplan staat het adagium ‘behoud door ontwikkeling’ onmiskenbaar voorop. Vragen die daaruit voortvloeien zijn dan ook: op welke plekken en op welke manier kunnen nieuwe ontwikkelingen een bijdrage leveren aan de cultuurhistorische waarden en afleesbaarheid van het gebied? Onder andere de bouw van nieuwe koloniewoningen in regels waar vroeger ook koloniewoningen hebben gestaan komt voort uit dat gedachtegoed.
1.2
Aanleiding TAM-IMRO omgevingsplan
Het plangebied van het voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan betreft een achttal percelen aan de Hooiweg, waarvan vier percelen gelegen aan de noordzijde van de P.W. Janssenlaan en vier percelen gelegen zijn aan de zuidzijde van de P.W. Janssenlaan. Op deze percelen wordt de mogelijkheid geboden om nieuwe koloniewoningen te bouwen. Op grond van het bestemmingsplan 'Beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord' (vastgesteld op 25 januari 2011), dat onderdeel is van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Westerveld, is de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Wel is er in dit bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de bouw van koloniewoningen. In 2022 is door middel van het in dat jaar vastgestelde wijzigingsplan 'Nieuwbouw koloniewoningen Hooiweg noord' gebruik gemaakt van deze wijzigingsbevoegdheid, waarmee de realisatie van de acht koloniewoningen mogelijk werd gemaakt. Echter zijn in dit wijzigingsplan geen spuitvrije zones opgenomen rondom de te realiseren koloniewoningen. Om die reden is het wijzigingsplan 'Nieuwbouw koloniewoningen Hooiweg noord' op 17 september 2025 door de Raad van State vernietigd. Het opnemen van spuitzones is noodzakelijk om de realisatie van de koloniewoningen mogelijk te maken. Sinds de invoering van de Omgevingswet is de wijzigingsbevoegdheid niet meer van toepassing.
Om het planvoornemen, inclusief spuitvrije zones, mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Dit gebeurt op basis van een TAM-IMRO wijziging omgevingsplan. In de volgende hoofdstukken wordt de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en de instructieregels nader uitgewerkt.
1.3
Plangebied
Het plangebied betreft een lange strook gelegen langs de Hooiweg, ten noorden van de kern Wilhelminaoord. Het plangebied wordt aan alle zijden omringt door agrarische gronden. Direct ten zuiden van het plangebied is de Hooiweg gelegen. De ligging van het plangebied is globaal weergegeven op onderstaande afbeelding. In de geometrie van de kaart behorende bij dit plan is de exacte begrenzing weergegeven.
5
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Figuur 1.1: Luchtfoto met globale ligging plangebied (bron: PDOK)
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de huidige en nieuwe situatie beschreven. In hoofdstuk 3 volgt een toetsing van het initiatief aan het geldende, relevante beleid. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de relevante onderzoeks- en milieuaspecten aan de orde. Hoofdstuk 5 behandelt de juridische vormgeving van het TAM-IMRO plan. Tot slot behandelen hoofdstuk 6en hoofdstuk 7 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 sluit af met een eindconclusie over de evenwichtige toedeling van de nieuwe functie aan de locatie.
6
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Hoofdstuk 2 ontwikkeling 2.1
Gebiedsbeschrijving en voorgenomen
Ontwikkelingsgeschiedenis
Vrije Kolonie Frederiksoord In de periode van 1818 tot 1825 sticht de Maatschappij van Weldadigheid in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in vijf aaneengesloten gebieden de Koloniën van Weldadigheid. Het doel achter deze koloniën is een integrale oplossing te bieden voor het armoedevraagstuk in de stedelijke gebieden, door landontginning en tewerkstelling van de armen te combineren. In zeven jaar tijd worden door stedelijke armen woeste gronden ontgonnen en omgezet in landbouwkoloniën. Op deze manier ontstaan herkenbare landschappelijke eenheden: een ruimtelijke structuur die geheel is toegesneden op de organisatorische opzet; een sterk orthogonaal en hiërarchisch landschap van orde en tucht dat een scherp contrast vormt met het omliggende landschap (bron: Koers op kolonielandschap). Frederiksoord is de eerste proefkolonie van de Maatschappij van Weldadigheid. In de proefkolonie Frederiksoord e.o. wordt geëxperimenteerd met het vertalen van de doelstellingen van de Maatschappij naar een landschapsmodel. Frederiksoord is een vrije kolonie, maar dat is maar betrekkelijk, want alles is collectief geregisseerd en er heerst een sterke discipline. Doordat het de eerste (proef)kolonie is en een vrije kolonie met individuele kavels, is de opzet relatief kleinschalig.
Het sterke ritme waarin de koloniewoningen in het gebied voorkomen en de ‘uniforme’ basisvorm, die tegelijkertijd in veel variaties en diversiteit voorkomt, zijn iconisch. Het contrast tussen de ‘oorden’ en ‘parten’ onderling is groot. (bron: Koers op kolonielandschap). Wilhelminaoord, Boschoord en de Vierdeparten, dat zijn drie Kolonieverhalen in één. Ze werden tussen 1820 en 1822 als vrije Koloniën gesticht. Al in 1825 voegde men ze samen tot Kolonie II. Wilhelminaoord sluit aan bij de oudste Kolonie, Frederiksoord. Je kan het daar goed mee vergelijken: de ruimtelijke structuur met rechte ‘bomenlanen’, de lintbebouwing, de voorzieningen met daarbij het kerkje, de begraafplaatsen, de mandenmakerij, de hoeves, de voormalige rustoorden (bron: www.kolonienvanweldadigheid.nl). Koloniewoningen De koloniewoningen kenmerken zich door hun kleinschaligheid. Zij werden opgetrokken uit steen en steken door hun witte kleurstelling met rieten daken af in het landschap. De kleine woonruimten werden al snel uitgebreid met een houten achterhuis dat als stal en schuur kon worden gebruikt. Bij latere koloniewoningen is dit hout door steen vervangen. Van de koloniewoningen zijn er veel verdwenen of verbouwd. Op een aantal plekken zijn de koloniewoningen echter nog aanwezig en laten de bebouwingsstructuur goed zien. Dit is onder meer het geval aan de Koningin Wilhelminalaan en aan de M.A.
van Naamen van Eemneslaan. De overgebleven (onaangetaste) koloniewoningen zijn veelal aangemerkt als monument en in bezit van de Maatschappij van Weldadigheid. Een kenmerk van de koloniewoningen is dat deze niet op een zelfde afstand van elkaar liggen. Bij elke koloniewoning hoorde ongeveer drie morgen grond (circa 2,5 ha). Uit de beschouwingen van de oprichter van de Maatschappij van Weldadigheid, Johannes van den Bosch, komt dit ook naar voren: “Een duurzaam middel om de armoede te bestrijden is ontginnen, vruchtbaar maken en bebouwen van een zekere hoeveelheid grond, omdat dit middel “uit zijnen aard productief” is. Een en ander is te realiseren door een gezin van zes personen de beschikking te geven over drie morgen woeste grond. Op deze hoeveelheid grond zal het gezin het noodzakelijke levensonderhoud kunnen verdienen.” Bij ondiepe percelen was de onderlinge afstand tussen de woningen groter dan bij diepe percelen. Dit gegeven speelde ook een rol bij de aanwezigheid van eenzijdige of tweezijdige bebouwing langs de weg. Duidelijk is dat de onderlinge afstand tussen de woningen per gebied kon verschillen door de beschikbare kavels. Wat blijft is de regelmaat die het beeld van het gebied van de kolonie bepaalt. In het plangebied is er sprake van een 4-2-2 opstelling, zoals weergegeven op onderstaande afbeelding.
Hierop is ook de gedetailleerde opstelling van de bouwmassa's (hoofd- en bijgebouw) te zien.
7
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Figuur 2.1: Situering percelen 4-2-2 opstelling (bron: B+O Stedenbouw B.V)
2.2
Waardestelling gebied
De bijzonderheid van het plangebied is evident. In 1998 is het gebied al aangewezen als één van de Belvedèregebieden in Nederland, gevolgd door de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht in 2009. In 2021 is de Kolonie, samen met drie andere koloniën van Weldadigheid in Nederland en België, aangewezen als UNESCO Werelderfgoed.
2.3
Voorgenomen ontwikkeling
In 2008 zijn na een advies van een destijds speciaal ingestelde werkgroep (bestaande uit vertegenwoordigers van de provincie Drenthe, de gemeente Westerveld, het Drents Plateau, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het Waterschap Reest en Wieden, de Maatschappij van Weldadigheid en de projectleider Belvedèreproject) bestuurlijke afspraken gemaakt over het terugbouwen van in totaal 62 koloniewoningen binnen de Kolonie Frederiksoord/Wilhelminaoord. De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van acht koloniewoningen. Aan de vormgeving van de koloniewoningen zijn duidelijke (welstands)eisen verbonden. In het kader van het hieraan ten grondslag liggende bestemmingsplan Beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord zijn daarover duidelijke afspraken gemaakt. Voor de terugbouw van de koloniewoningen gelden de volgende uitgangspunten: structuurherstel en versterking; handhaven rechtlijnige, orthogonale structuur; waarborgen van de doorzichten naar het achterliggende gebied; terugbouw op historische plaatsen (niet op de oorspronkelijke kavels); geen bebouwing op de dwarslinten; bebouwing conform welstandsnota; samenhang met andere functies; vaste kaders voor terreininrichting. Het ontwerp van de nieuwe koloniewoningen is gebaseerd op een groeimodel. De basis is een
8
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
koloniewoning, het instapmodel, met een oppervlak van 76 m2 . Deze woning kan desgewenst worden uitgebreid met een aanbouw en een uitbreiding van het hoofdgebouw. Bij recht is de plaatsing van een vrijstaand bijgebouw mogelijk (minimaal 30 m2 en maximaal 50 m2 ). De onderstaande bouwtekeningen geven de uitstraling en bouwmogelijkheden van de koloniewoningen weer.
Figuur 2.2: Plattegrond nieuwe koloniewoningen (bron: B+O Stedenbouw B.V)
Figuur 2.3: Straataanzicht (nieuwe) koloniewoningen inclusief bouwmogelijkheden (bron: B+O Stedenbouw B.V)
9
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Figuur 2.4: Model vrijstaand bijgebouw (bron: B+O Stedenbouw B.V) In de regels van het voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan zijn de oppervlakte en maten die voor de nieuwe koloniewoningen worden gehanteerd, vastgelegd. Tevens is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor een aanbouw (10 m lang en 1 m breed) en het aangebouwd bijgebouw (maximaal 60,5 m2 ; 10 m lang en 6,05 m breed). Voor het vrijstaande bijgebouw is eveneens een regeling opgenomen. Dit gebouw, dienend als garage en carport, heeft een maximum oppervlak van 50 m2 . Door het opnemen van regels ten aanzien van onder meer de afmeting en vorm van de nieuwe koloniewoningen worden de uitstraling en de eenheid in het gebied gewaarborgd.
2.4
Strijdigheid omgevingsplan
Het gemeentelijk omgevingsplan van Westerveld bestaat vooralsnog uit het omgevingsplan van rechtswege. Dit houdt voor deze locatie in de voormalige bestemmingsplannen en de bruidsschat. Hieronder worden de geldende bestemmingsplannen weergegeven: Wijzigingsplan Nieuwbouw koloniewoningen Hooiweg noord Zoals in de inleiding is beschreven is op 8 maart 2022 ten behoeve van onderhavig planvoornemen het wijzigingsplan 'Nieuwbouw koloniewoningen Hooiweg noord' vastgesteld. Met dit wijzigingsplan is de bouw van acht koloniewoningen reeds mogelijk gemaakt. De situering van de woon- en tuinfuncties van onderhavig TAM-IMRO omgevingsplan wijkt niet af met het eerder vastgestelde wijzigingsplan. Op dit punt zijn er geen strijdigheden. Echter, is in het wijzigingsplan uit 2022 geen rekening gehouden met het waarborgen van spuitvrije zones van 50 meter rondom de woon- en tuinfuncties. Op 17 september 2025 is het wijzigingsplan uit 2022 door de Raad van State vernietigd. In voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan zijn spuitvrije zones wel opgenomen. Bestemmingsplan Beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord Voor het plangebied geldt nu het bestemmingsplan 'Beschermd Dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord' vastgesteld op 25 januari 2011 en de correctieve herziening daarop die is vastgesteld op 31 maart 2015. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de enkelbestemming 'Agrarisch'.
Tevens gelden er de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Cultuurhistorie'. Verder is voor het noordelijke deel en het zuidelijke deel van het plangebied afzonderlijk de maatvoering 'maximaal aantal wooneenheden: 4' opgenomen. Tot slot is er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen met de aanduiding "wro-zone – wijzigingsgebied 4". Met deze wijzigingsbevoegdheid kon onder de Wet ruimtelijk ordening (Wro) de bestemming worden veranderd in de bestemming 'Wonen – Koloniewoningen' (voor nieuwe koloniewoningen). Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 1.
2.
Deze wijzigingsbevoegdheid pas wordt toegepast nadat gebruik is gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld onder c en tevens op alle locaties ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - nieuwbouwlocatie’ een nieuwe woning is gebouwd; wat betreft de bouwregels, regels zoals neergelegd in de bestemming Wonen – Koloniewoningen (voor
10
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
3. 4.
nieuwe koloniewoningen), van overeenkomstige toepassing zijn; het aantal woningen niet meer bedraagt dan ter plaatse is aangeduid; bij de wijziging nadere regels omtrent de situering van de gebouwen worden gesteld.
Sinds de invoering van de Omgevingswet is de hierboven genoemde wijzigingsbevoegdheid echter niet meer van toepassing. Volledigheidshalve wordt hieronder toch ingegaan op hoe aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid wordt voldaan: 1.
2. 3. 4.
In totaal mogen in het plangebied 64 nieuwe koloniewoningen worden gerealiseerd volgens het geldende bestemmingsplan. 54 Woningen konden op grond van het moederplan worden gebouwd. 10 Woningen (aan de Hooiweg Noord) zijn mogelijk met een wijzigingsbevoegdheid nadat de andere locaties zijn gerealiseerd. Van deze 54 woningen zijn er 52 planologisch mogelijk gemaakt. 52 Woningen zijn gebouwd. Een tweetal kan niet worden gerealiseerd, omdat de gronden waarop deze twee zijn voorzien, niet in eigendom zijn van Maatschappij van Weldadigheid. De eigenaren van deze twee percelen zijn ook niet van plan om deze gronden aan Maatschappij van Weldadigheid over te dragen. Daarmee is realisatie van koloniewoningen op deze twee locaties niet haalbaar. Van alle locaties met een aanduiding wijzigingsbevoegdheid is gebruik gemaakt. Daarmee wordt aan de voorwaarde voldaan. Van de 10 nog te realiseren koloniewoningen aan de Hooiweg Noord die met deze wijzigingsbevoegdheid mogelijk kunnen worden gemaakt worden er 8 gebouwd. Zo worden er uiteindelijk 52 + 8 koloniewoningen in plangebied gerealiseerd. de bouwregels uit de bestemming 'Wonen-Koloniewoningen' is overgenomen in dit TAM-IMRO omgevingsplan. Het aantal woningen in onderhavige plangebied mag volgens het moederplan maximaal 2 keer 4 bedragen. daar wordt aan voldaan met de realisering van 8 woningen.
Op de verbeelding en in de regels van het TAM-IMRO omgevingsplan is vastgelegd waar de koloniewoningen en andere gebouwen mogen worden gebouwd. Daarmee wordt ook aan deze voorwaarde voldaan.
Onderhavige plan past daarmee binnen de regels van de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan 'Beschermd Dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord'. Op de onderstaande afbeelding is de verbeelding van bestemmingsplan 'Beschermd Dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord' weergegeven.
11
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Figuur 2.5: Verbeelding bestemmingsplan 'Beschermd Dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord' Bestemmingsplan Kleinschalige hernieuwbare energie Ook is het voormalige bestemmingsplan kleinschalige hernieuwbare energie (vastgesteld op 20 december 2022) van toepassing op het plangebied. Dit heeft geen weerslag op dit plan. Om het voorliggende planvoornemen, inclusief spuitzones, mogelijk te maken dient het planologische regime te worden gewijzigd, dan wel dient hiervan te worden afgeweken. Er is gekozen voor een realisatie via een wijziging van het omgevingsplan via TAM-IMRO.
Hoofdstuk 3
Relevante regelgeving en beleid
Bij het wijzigen van het omgevingsplan gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Een omgevingsplan kan alleen worden gewijzigd als er sprake is van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. De volgende beoordelingsregels uit het Bkl gelden: de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels van de provincie (provinciale omgevingsverordening); eventuele instructiebesluiten van Rijk en provincie; de regels die gelden voor het stellen van maatwerkregels, als het gaat om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een maatwerkregel. Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Instructieregels gaan over de inhoud, toelichting of motivering van een instrument dat een bestuursorgaan op grond van de Omgevingswet kan inzetten. Zowel Rijk als provincie hebben instructieregels. De instructieregels van het Rijk zijn opgenomen in
12
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
het Bkl en die van de provincie in de omgevingsverordening. In paragraaf 3.1 komt een toetsing aan het relevante rijksbeleid, evenals een toets aan de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl aan bod. De provinciale omgevingsverordening en het relevante provinciale beleid komen in paragraaf 3.2 aan bod. Verder wordt in de paragrafen daarna een toets gedaan aan het beleid van Rijk, provincie, regio, waterschap en gemeente.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Besluit kwaliteit leefomgeving
In onderstaande tabel is een toetsing gedaan aan de thema's uit het Bkl. Gekeken is of een thema relevant is voor het project. Vervolgens werkt Hoofdstuk 4 de omgevingsaspecten die relevant zijn voor de activiteit nader uit. Thema
Paragraaf Bkl
Relevant voor besluit?
Verwijzing paragraaf H4
Veiligheid
5.1.2
Ja
4.1
Waterbelangen
5.1.3
Ja
4.11
Luchtkwaliteit
5.1.4.1
Ja
4.2
Geluid door activiteiten
5.1.4.2
Ja
4.3
Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterrein
5.1.4.2a
Ja
4.5
Slagschaduw van windturbines 5.1.4.4a
Nee
-
Trillingen
5.1.4.4
Nee
-
Bodemkwaliteit
5.1.4.5
Ja
4.6
Geur
5.1.4.6
Ja
4.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.1.5.4
Ja
4.7
Cultureel erfgoed en werelderfgoed
5.1.5.5
Ja
4.8 en 4.9
Behoud ruimte voor 5.1.6.2 autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen
Nee
-
Behoud ruimte voor buisleidingen van nationaal belang
5.1.6.3
Nee
-
Elektriciteitsvoorziening
5.1.7.3
Nee
-
Rijksvaarwegen
5.1.7.4
Nee
-
Toegankelijkheid openbare ruimte
5.1.8
Nee
-
Voorkomen belemmeringen hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen
5.2
Nee
-
Lozen industrieel afvalwater in 5.2 openbaar vuilwaterriool
Nee
-
Bebouwingscontour jacht
5.2
Nee
-
Bebouwingscontour houtkap
5.2
Nee
-
Geluid rond luchthavens
5.1.4.3
Nee
-
13
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Vrije horizon kust
5.1.5.2
Nee
-
Waddenzee en Waddengebied 5.1.5.3
Nee
-
Landsverdediging
5.1.7.2
Nee
-
Communicatie burgerluchtvaart
5.1.7.5
Nee
-
Landelijke fiets- en wandelroutes
5.2
Nee
-
Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's
5.2
Nee
-
Figuur 3.1: Instructieregels Bkl 3.1.2
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. In zijn totaliteit kent de NOVI in totaal 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt. Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en afwentelen wordt voorkomen.
Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes worden benut. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. De beoogde ontwikkeling betreft geen ontwikkeling op rijksniveau of ligt niet in een gebied waarvoor de NOVI gerichte belangen of opgaven kent. De ontwikkeling valt daarom buiten de werking en doelstellingen van het rijksbeleid. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. 3.1.3
Belvedère
De koloniën van Weldadigheid in Frederiksoord/Wilhelminaoord zijn door de overheid aangewezen als Belvedèregebied. Belvedèregebieden zijn in 1998 door het rijk aangewezen vanwege hun bijzondere cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Het motto voor deze gebieden is: ‘behoud door ontwikkeling’. In veel gevallen is cultuurhistorisch erfgoed gebaat bij ruimtelijke ontwikkelingen die een economische impuls aan het behoud ervan kunnen geven. In dit verband wordt nauw samengewerkt tussen de Maatschappij van Weldadigheid, provincie Drenthe en de gemeente. Om de koloniën Frederiksoord en Wilhelminaoord duidelijker te profileren als een uniek gebied met een geheel eigen identiteit wordt onder andere ingezet op het herstellen van oorspronkelijke
14
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
landschapselementen. Het meest opvallende initiatief binnen dit kader is het herbouwen van verloren gegane koloniewoningen. Dit bijzondere project onder de noemer: ‘Koloniewoning van de Toekomst’ geldt als een landelijk voorbeeldproject op het gebied van energieneutraal bouwen. Het voorliggend wijzigingsplan is in overeenstemming met het bovengenoemde initiatief. 3.1.4
Aanwijzing UNESCO Werelderfgoed
Werelderfgoed is cultureel en natuurlijk erfgoed dat wordt beschouwd als onvervangbaar, uniek en eigendom van de hele wereld. Daarnaast wordt dit erfgoed van groot belang geacht om te behouden. Deze titel is alleen weggelegd voor erfgoed dat is ingeschreven op de Werelderfgoedlijst van UNESCO, een gespecialiseerd onderdeel van de Verenigde Naties. Het gehele plangebied is in 2011 op de Voorlopige Lijst Werelderfgoed geplaatst. Het gebied maakt onderdeel uit van het Culturele Landschap van de Koloniën van Weldadigheid in Nederland en Vlaanderen, dat alle ooit opgerichte Koloniën van Weldadigheid bevat. In 2021 is de status als Werelderfgoed definitief toegekend aan vier van de Koloniën van Weldadigheid: Wilhelminaoord, Frederiksoord, Veenhuizen en Wortel (België). De Koloniën van Weldadigheid zijn aangewezen omdat: ze een van eerste en meest grootschalige initiatieven wereldwijd zijn om met landbouw armoede te bestrijden op nationale schaal; dit initiatief bijzondere landbouwnederzettingen opleverde, voortkomend uit landwinning (uit woeste grond) en landontginning. In het bijbehorende managementplan is vastgelegd hoe de gemeente samen met de andere partners en stakeholders in de nominatie de OUV (uitzonderlijke en universele waarden) in het gebied wil uitdragen en beschermen. Dit gebeurt met het bestaande instrumentarium.
Aangezien het gaat om een serieel werelderfgoed is afstemming met de partners in het werelderfgoed nodig wanneer ontwikkelingen mogelijk de OUV raken. In dat geval kan ook de gezamenlijke Adviescommissie voor Onderzoek, Educatie en Kwaliteit, die ten dienste staat van alle 7 Koloniën van Weldadigheid, worden ingeschakeld door de gemeente en/of de siteholder (provincie Drenthe). Nieuwbouw van 62 nieuwe koloniewoningen in het totale gebied van de vrije koloniën is voorzien in het managementplan.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Drenthe
De Omgevingsvisie Drenthe een centraal visiedocument. De meest recente versie dateert van 29 september 2022. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe voor de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode erna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken gebonden is aan de omgevingsvisie. Missie De volgende missie is geformuleerd: "het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten die de provincie rijk is". De kernkwaliteiten dragen bij aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Het provinciaal belang ligt in het behouden en waar mogelijk ontwikkelen van deze kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe.
Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd: rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen);
15
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven.
Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid: Landschap De kwaliteit en de diversiteit van het Drentse landschap dragen sterk bij aan een aantrekkelijk milieu om in te wonen, te werken en te recreëren. Landschap is een van de zes kernkwaliteiten van Drenthe. De identiteit van het Drentse landschap wordt bepaald door de ontstaansgeschiedenis en de diversiteit aan landschapstypen. Het plangebied is onderdeel van het landschap van de koloniën van Weldadigheid. Van provinciaal belang is voor dit gebied is: de rechtlijnige, structuurbepalende (hoofd)ontsluitingswegen, met daarlangs laanbeplanting; het orthogonale ingenieurslandschap met een blokachtige verkavelingsstructuur waarin bos en open ruimten elkaar afwisselen; de structuur van lintbebouwing en de hiërarchie in de architectuur van de aanliggende bebouwing (veelal haaks op de ontginning as), met een regelmatige onderlinge afstand. Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van: de laanbeplanting langs de hoofdontsluiting; de ontginningsstructuur en de afwisseling tussen massa en ruimte; de kenmerkende bebouwingslinten en de onderlinge afstanden. De UNESCO-werelderfgoed status Het planvoornemen betreft de (her)bouw van 8 koloniewoningen. Hiermee worden de kenmerkende bebouwingslinten teruggebracht en versterkt.
Het plan is in overeenstemming met de kernkwaliteit landschap. Cultuurhistorie Het huidige landschap is het resultaat van de natuurlijke ondergrond en het menselijk handelen. Dat heeft geleid tot Drenthe met vele verschillen en een sterke eigen identiteit. Een identiteit waarmee vele inwoners zich verbonden voelen.
16
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Om deze identiteit te borgen, heeft de provincie Drenthe het Cultuurhistorisch Kompas opgesteld. In dit kompas heeft de provincie vastgelegd wat zij vanuit cultuurhistorisch perspectief van waarde vindt en hoe ontwikkelingen daar op kunnen inspelen. Het plangebied ligt binnen deelgebied 5 - Drentse Hoofdvaart - vormend land (de mens vormt het land, het land vormt de mens). Kenmerkend voor dit gebied is een onderscheid in drie delen met elk eigen kenmerken, en de Drentse Hoofdvaart die de verschillen tussen noord en zuid weerspiegelt. De twee gebieden van de Maatschappij van Weldadigheid, Frederiksoord/Wilhelminaoord en Veenhuizen, vertonen een grote verwantschap door de orthogonale, hiërarchische opbouw, waarbinnen lijnen, bebouwing en beplanting een sterke onderlinge relatie hebben. Rangschikken van structuren van provinciaal belang binnen de Maatschappij van Weldadigheid zijn in het algemeen: een hiërarchische opbouw van orthogonale lijnen, beplanting en bebouwing in grote samenhang. Specifiek voor Frederiksoord/Wilhelminaoord als landbouwkolonie met koloniehoeves en voorzieningen aan de hoofdassen, en het onderliggend oudere landgoed Westerbeek.
De ambitie van de provincie is om in de Maatschappijen van Weldadigheid van Frederiksoord en Veenhuizen te sturen op: Het handhaven en verder versterken van de hiërarchische en orthogonale opbouw van de gebieden, zoals die te zien is in vaarten, wegen, beplanting en bebouwing variërend van dienstwoningen tot directeurswoning; Het behouden van de afwisseling tussen open gebieden en boscomplexen. Hierboven is al beschreven dat met de uitvoering van het planvoornemen een gedeelte van de kenmerkende bebouwingslinten worden teruggebracht. Hiermee worden de cultuurhistorische waarden als gevolg van het planvoornemen versterkt. Het aspect cultuurhistorie wordt nader onderbouwd in paragraaf 4.9. Archeologie Voor de kernkwaliteit archeologie geldt voor het plangebied een generiek beschermingsniveau. Dit beschermingsniveau richt zich op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardig archeologische vindplaatsen (waarden) die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. Het omgevingsaspect archeologie wordt nader onderbouwd in paragraaf 4.8. Aardkundige waarden Drenthe heeft een eigen karakter, een eigen (ruimtelijke) identiteit, die door inwoners en bezoekers hoog wordt gewaardeerd. Het aardkundige landschap van Drenthe is hiervoor in belangrijke mate bepalend.
Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Binnen de kernkwaliteit Aardkundige waarden valt het plangebied binnen twee waarden "generiek" en "middel". Binnen de waarde "generiek" is de ambitie van de provincie om in deze gebieden de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst te bewaren. De provincie verwacht van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen. Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt. Binnen de waarde "middel" is de ambitie van de provincie dat in deze gebieden de aardkundige waarden een randvoorwaarde vormen voor ontwikkelingen.
Aardkundige waarden geven de richting aan, door het behoud van karakteristieken na te streven, zodat de kenmerken van het aardkundig hoofdlandschap worden behouden. Initiatiefnemers hebben de verantwoordelijkheid om vroegtijdig in het planproces inzichtelijk te maken hoe zij de aardkundige kwaliteiten als (ruimtelijke) onderlegger voor nieuwe plannen benutten.
17
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Ter plaatse van het plangebied zijn geen kenmerkende aardkundige waarden aanwezig.
Figuur 3.2: Kernkwaliteit Aardkundige waarden generiek (groen) - middel (bruin) Overige waarden Het plangebied ligt verder binnen het "robuust landbouwsysteem", met hier binnen: intensieve veehouderij, grondgebonden veehouderij en landbouwgebied (allen met de gebiedsbegrenzing indicatief). Binnen het plangebied worden geen veehouderijen of anderzins mogelijkheden voor de landbouw mogelijk gemaakt, anders dan het bestaande gebruik. Binnen de kernkwaliteit "robuust en klimaatbestendig watersysteem" ligt het plangebied in de gebieden "zand Rijn-oost", "Drents Plateau" met een onderverdeling in "landbouwfunctie van watersystemen" en "natuurfunctie van watersystemen". De provinciale ambitie voor het Drents Plateau is om zoveel mogelijk water vast te houden om droogte te overbruggen. Hierdoor is de landbouw gedeeltelijk zelfvoorzienend en wordt verdroging van natuur zoveel mogelijk voorkomen. De grondwatervoorraad wordt, waar mogelijk, verhoogd. De provincie streeft naar het zoveel mogelijk vasthouden van water in natuurgebieden. Naaldhout moet worden vervangen door loofhout of korte vegetaties. In de landbouwgebieden stimuleert de provincie een optimaal bodembeheer. De bedrijfsvoering in de landbouw moet gericht zijn op het zuinig omgaan met water. De provincie streeft naar een zo groot mogelijke voorraad zoet grondwater van een goede kwaliteit, beschikbaar voor mens en natuur.
Conclusie Het plangebied (Unesco Werelderfgoed) heeft doorwerking in de Provinciale Omgevingsverordening. De
18
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
provincie werkt samen met partners aan het verder uitwerken van het managementplan van de Koloniën van Weldadigheid. Het voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan bouwt zorgvuldig voort op en wordt ontwikkeld binnen de aanwezige cultuurhistorische kaders en structuren. 3.2.2
Provinciale Omgevingsverordening Drenthe
In de Provinciale Omgevingsverordening (POV) vertaalt de provincie Drenthe haar omgevingsvisie (deels) door naar concrete regels. De meest recente versie dateert van 20 februari 2025. Navolgend worden de relevante artikelen behandeld. Artikel 3.16 Woningbouw In uitzonderlijke gevallen kan een omgevingsplan in Landelijk Gebied voorzien in de realisatie van bijzondere woonmilieus, mits wordt aangetoond dat: a. b. c. d.
deze kleinschalig zijn; deze gericht zijn op woonwensen en leefstijlen van kleine specifieke doelgroepen; het uitgangspunt bij de ontwikkeling van deze woonmilieus een landschappelijk kader is dat aansluit bij de kernkwaliteiten van het gebied, en het woonmilieu alleen kan worden ontwikkeld samen met het verbeteren van andere waarden, zoals het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit, het vergroten van het cultuurhistorische karakter, het verbeteren van voorzieningen, het realiseren van de water- en natuuropgave en het versterken van de recreatie.
Met het voornemen wordt een kleinschalig bijzonder woonmilieu gerealiseerd, namelijk voor het wonen in een koloniewoning in een UNESCO werelderfgoed gebied. Het planvoornemen past binnen het landschappelijk kader en versterkt de cultuurhistorische waarde van het gebied. Hiermee is het planvoornemen in overeenstemming met artikel 3.16 van de POV. Voor het overige zijn er voor het planvoornemen geen relevante artikelen in de POV.
3.3
Waterschapsverordening
Het plangebied ligt in het beheergebied van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. In de Waterschapsverordening staan de doelen van het waterschap over het beheer van het watersysteem, grondwater en oppervlaktewater. Verder bevat het de taken, de waarden, de keuzen, de omgeving, de veiligheid, voldoende water, de waterkwaliteit, de waterketen en de interne organisatie van het waterschap. Het aspect water komt nader aan bod in paragraaf 4.11.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Westerveld
De gemeente Westerveld heeft in februari 2022 haar omgevingsvisie vastgesteld. De omgevingsvisie bestaat uit een toekomstbeeld tot 2040 en vijf gemeentebrede ambities. In het toekomstbeeld geeft de gemeente aan: een vitale gemeente te willen zijn; een excellente woongemeente te willen zijn; een sterke economische, recreatieve en agrarische gemeente; een dynamische, innovatieve gemeente. Ambities Het toekomstbeeld is vertaald in vijf ambities: 1.
een bereikbaar en veilig Westerveld:
19
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
2. 3. 4. 5.
een bedrijvig en gastvrij Westerveld; een leefbaar en inclusief Westerveld; een gezond en groen Westerveld; een herkenbaar en toekomstgericht Westerveld.
Met name de vijfde ambitie sluit aan op het planvoornemen. Als onderdeel van de ambitie 'een herkenbaar en toekomstgericht Westerveld' geeft de gemeente in haar omgevingsvisie aan dat ze erfgoed en cultuurhistorie zien als ontwikkelkans. Daarom geeft de gemeente ruimte aan behoud door ontwikkeling: de herinvulling van erfgoed als dat ten dienste staat van het behoud ervan. Gebied Kolonie Maatschappij van Weldadigheid De gemeentebrede ambities zijn geconcretiseerd in gebieden. In de omgevingsvisie valt het plangebied onder het deelgebied 'Kolonie Maatschappij van Weldadigheid'. De focus in dit gebied ligt op de ambities ‘herkenbaar en toekomstgericht’ en ‘bedrijvig en gastvrij’ Westerveld. Van belang is om de cultuurhistorische waarden duurzaam te behouden (herkenbaar en toekomstgericht) en anderzijds in te zetten op goede recreatieve voorzieningen (bedrijvig en gastvrij). Het overbrengen van het unieke verhaal van de Kolonie; ook voor de generaties na ons. Dit alles onder het overkoepelende thema: ‘behoud door ontwikkeling’. Het is de ambitie dat ook het nabijgelegen Vledder van deze ontwikkeling profiteert. Als belangrijkste opgave in dit gebied wordt in de omgevingsvisie genoemd het behouden van het unieke en historische koloniegebied voor de toekomst. Bij ontwikkelingen is aandacht voor het herstellen van de herkenbaarheid in landschap en bebouwing.
Bestaande waarden en kwaliteiten vormen het toetsingskader bij nieuwe ontwikkelingen. De Unesco-status biedt daarvoor een stevig fundament. Het planvoornemen betreft het (her)bouwen van acht koloniewoningen op de oorspronkelijke plaatsen. Hiermee wordt de oude structuur van het gebied gedeeltelijk herstelt en worden de cultuurhistorische waarden van het gebied versterkt. Hiermee sluit het planvoornemen aan op de Omgevingsvisie Westerveld. 3.4.2
Beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord
De waarde van het plangebied wordt al geruime tijd onderkend. De kernen Frederiksoord en Wilhelminaoord en een gebied rondom zijn in 2009 aangewezen als ‘beschermd dorpsgezicht’ in het kader van de Monumentenwet 1988. In 2011 is de bescherming van deze kenmerken door de gemeente Westerveld voor het grootste deel verankerd in het bestemmingsplan Beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord. Voorliggend plangebied ligt binnen dit bestemmingsplan. Het beschermd dorpsgezicht van Frederiksoord-Wilhelminaoord is van buitengewoon belang vanwege de culturele en sociaal-economische ontwikkelingen van het gebied als gevolg van de economische ontwikkelingen van de Maatschappij van Weldadigheid. De achterliggende gedachte van de Maatschappij om werkgelegenheid te combineren met scholing en huisvesting in een kolonie, maakt het gebied uniek. Delegaties uit verschillende landen bezoeken de Maatschappij vanwege de methode van armoedebestrijding, die in 19e eeuws Europees verband wordt gezien als een van de meest toonaangevende. In de zuidelijke Nederlanden, nu België, wordt zelfs een zustermaatschappij opgericht. Daarnaast loopt de Maatschappij in die tijd ook voorop op het gebied van ziekenfonds en de leerplicht.
De inrichting van het gebied is een nog grotendeels onverstoorbare ruimtelijke weerslag van de werkwijze van de Maatschappij van Weldadigheid die op systematische wijze de woeste gronden heeft ontgonnen. Deze werkwijze heeft geresulteerd in een voor dit gebied karakteristieke ruimtelijke structuur die in beginsel gekenmerkt wordt door een rechtlijnig wegenpatroon en gelijkvormige woningen, die op een regelmatige afstand van elkaar staan. In de tweede helft van de 19e eeuw treedt er schaalvergroting op, waarbij een aantal grote landbouwbedrijven over de oude structuur van koloniehoeven heen wordt gelegd. Hoewel de infrastructuur als de bebouwingsstructuur in de loop van de tijd zijn aangepast, geeft de huidige ruimtelijke structuur een karakteristiek en herkenbaar beeld van de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied. Voor het beschermd dorpsgezicht is in 2011 een bestemmingsplan opgesteld dat helemaal toeziet op het behouden en ontwikkelen van de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden in het gebied.
20
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Bij het terugbouwen van de koloniewoningen is in het bestemmingsplan Beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord gebruik gemaakt van een fasering. Dit bestemmingsplan bevat tevens een ruimtelijk kader, waarop de (globale) ligging van de nieuwe koloniewoningen inclusief de nummering van de bouwblokken overeenkomstig de fasering is aangegeven. De koloniewoningen aan Hooiweg noord vallen onder fase vier en zijn gelegen binnen bouwblok 8. Voor deze fase geldt een termijn na 2018. Van de 10 woningen voorzien in fase 4 worden er 8 in dit TAM-IMRO omgevingsplan mogelijk gemaakt. fasering
jaar van realisatie
bouwblok
aantal woningen
fase 1
tot en met 2012
bouwblok 12 bouwblok 2 bouwblok 10 bouwblok 4
6 8 3 9
fase 2
tot en met 2016
bouwblok 9 bouwblok 6 bouwblok 5
9 4 4
fase 3
tot en met 2018
bouwblok 1 bouwblok 4
7 2
fase 4
na 2018
bouwblok 8
10
Figuur 3.3: Schema fasering bouw koloniewoningen 3.4.3
Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Westerveld
De gemeente Westerveld beschikt sinds 2012 over een cultuurhistorische waardenkaart. Deze waardenkaart brengt de ontwikkelingsgeschiedenis van de gemeente in beeld en geeft weer waar de vele waardevolle sporen van deze geschiedenis nog terug te vinden zijn. In het bij de waardenkaart horende rapport is veel aandacht besteed aan de geschiedenis van de kolonie van Maatschappij van Weldadigheid, die in verschillende fasen is uitgesplitst. De waarden van de kolonie zijn op een aparte kaart uitgelicht. Daarbij gaat het onder andere om historische ontginningsstructuren, plekken van koloniewoningen en andere functies van de Kolonie.
21
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Figuur 3.4: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Hooiweg noord 3.4.4
Woonvisie 2019 - 2025
Op 17 december 2019 heeft de gemeenteraad de Woonvisie Westerveld vastgesteld. De Woonvisie is een actualisering van het woonbeleid zoals is opgenomen in de Structuurvisie en de Visie op Wonen. Op 25 oktober 2022 is het Addendum op de Woonvisie 2019-2025 vastgesteld. Hierin is de te verwachten kwantitatieve woningbehoefte tot 2030 (aantallen per kern/dorp) toegevoegd, evenals een meer specifiekere duiding van de kwalitatieve woningbehoefte (percentages sociale huur, betaalbare koop, wonen en zorg per project/kern/regio). De gemeente wil met dit addendum beter inspelen op veranderingen in de woningmarkt. In de gemeente Westerveld is het goed wonen. Om te zorgen dat het in de toekomst nog altijd goed wonen is in onze gemeente vindt de gemeente het belangrijk om richting te geven aan een prettig woonklimaat. In de woonvisie heeft de gemeente haar ambities om het woonklimaat te behouden en te versterken vastgelegd. Gedurende de jaren van economische crisis rond 2010 is het aantal vestigers in de gemeente teruggelopen. Nu de economie steeds verder aantrekt, neemt het aantal vestigers weer toe. Mensen blijven minder in de stad wonen, waardoor mensen vanuit bijvoorbeeld regio Zwolle in Westerveld zoeken naar een woning. In de bestaande woningen en door onderscheidende nieuwbouw kunnen zij in Westerveld hun
22
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
plek vinden. Een mooi voorbeeld is de ontwikkeling van energiezuinige koloniewoningen van de toekomst in Frederiksoord en Wilhelminaoord. Het plan voldoet niet aan de voorwaarden die genoemd zijn in het "Afwegingskader nieuwbouw" van de Woonvisie 2019-2025. De wijzigingsbevoegdheid voor de bouw van deze 8 woningen is planologisch echter al in 2011 vastgelegd. Het gaat hiermee om een uitzondering waarbij wel extra woningen in het buitengebied worden toegevoegd in het UNESCO-gebied.
3.5
Maatschappij van Weldadigheid
De Maatschappij van Weldadigheid heeft samen met de gemeente Westerveld en de provincie Drenthe het initiatief genomen om een visie voor het behoud en de ontwikkeling van haar bezit te ontwikkelen. De in juni 2005 gepresenteerde gebiedsvisie 'Een monument in beweging' geeft hiertoe een aantal mogelijkheden, zij het in nog abstracte/niet uitgewerkte vorm. In essentie spreekt de visie over herstel van het casco door herstel van het landschap, het wegen- en lanenpatroon, evenals de bebouwing; voorts het beter benutten en verbeteren van bestaande functies en de ontwikkeling van nieuwe functies. Uitvoeringsplan (2006) De gebiedsvisie is in 2006 nader uitgewerkt in een uitvoeringsplan. De stuurgroep van het Belvedèreproject (bestaande uit bestuurders van de Maatschappij van Weldadigheid, gemeente Westerveld en provincie Drenthe) heeft op 16-11-2007 besloten in te stemmen met de inhoud van het uitvoeringsplan Belvedèregebied dat als uitwerking dient van het rapport 'Een monument in beweging'. Het uitvoeringsplan bestaat uit vijf productlijnen en twee integrale thema's. De productlijnen zijn: versterking recreatief-toeristische infrastructuur; opwaardering centraal bezoekerscentrum Koloniehof; zorg- en activiteitenprogramma; ambachtsexpertise; verbrede landbouw, natuur en landschap.
De twee integrale thema's bestaan uit enerzijds ruimtelijke kwaliteit en ontwikkeling van het gebied en anderzijds uit de rol en regie van de Maatschappij van Weldadigheid. In 2011 is het uitvoeringsplan geactualiseerd. Het herstel en de versterking van de oorspronkelijke lintstructuren is opgenomen als een van de belangrijkste structurerende elementen in het gebied. Uitvloeisel daarvan is de herbouw van 62 koloniewoningen. De mogelijke aanwijzing van de koloniën als Werelderfgoed, de gewenste terugkoop van het complex van de voormalige tuinbouwschool en het 200-jarig bestaan van de Maatschappij van Weldadigheid in 2018 hebben in 2015 geleid tot een nieuw document (MvW200), dat een jaar later is opgevolgd door het Kolonieplan. Kolonieplan (2016) Het doel van het Kolonieplan is de versterking van de economische, maatschappelijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarde van het gebied door een nieuwe toekomstgerichte invulling te geven aan het materiële en immateriële gedachtegoed van Johannes van den Bosch (stichter van de Maatschappij van Weldadigheid) en de regio vitaler te maken. Om dat doel te bereiken zijn zes kernprojecten gedefinieerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Gebiedsontwikkeling Hart van Frederiksoord; Ontwikkeling en inrichting Koloniecentrum; Zichtbaarheid cultuurlandschap; Ondernemen in groen en food; Vrijetijdseconomie/toerisme; Sociaal maatschappelijke innovaties.
De bouw van nieuwe koloniewoningen is bij uitstek bedoeld om het cultuurlandschap van de Kolonie beter zichtbaar en beleefbaar te maken en sluit dan ook goed aan op de ambities van het Kolonieplan.
23
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Hoofdstuk 4
Fysieke leefomgeving
4.1
Omgevingsveiligheid
4.1.1
Wettelijk kader
Omgevingsveiligheid gaat over de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De regels voor omgevingsveiligheid zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl beschrijft onder welke voorwaarden beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toegelaten zijn. Deze toelating gebeurt op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij het voorliggende project is dat laatste het geval. Plaatsgebonden risico Het ruimtelijk besluit houdt rekening met de grenswaarden voor kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen en locaties. Groepsrisico Bij het groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aandachtgebieden zijn onder te verdelen in: Brandaandachtsgebieden (BAG) Explosieaandachtsgebieden (EAG) Gifwolkaandachtsgebied (GAG) De aandachtsgebieden zijn te vinden in artikel 5.12 Bkl.
Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen. Deze afstanden zijn te vinden in bijlage VII van het Bkl. Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel. Een gemeente mag hier wel om vragen om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Dat kan middels een voorschrift. 4.1.2
Onderzoek
Met het planvoornemen worden woningen gerealiseerd. Woningen worden aangemerkt als kwetsbare gebouwen. Het Portaal Atlas Veiligheid is geraadpleegd om te onderzoeken of in de nabijheid van het plangebied activiteiten zijn gelegen die een risico voor de omgevingsveiligheid kunnen veroorzaken. Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van het Portaal Atlas Veiligheid weergegeven. Het plangebied is hierop globaal blauw omkaderd.
24
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
Figuur 4.1: Risicobronnen rondom plangebied (bron: Portaal Atlas Veiligheid) Buisleidingen Door het plangebied ligt een aardgastransportleiding van Vermillion. De leiding heeft een diameter van 273,10 mm, een wanddikte van 8 mm en een druk van 89 bar. De leidingstrook heeft een breedte van 10 meter (aardgastransportleiding inclusief de belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding). De PR 10-6 zone ligt niet buiten de belemmeringenstrook. De buisleiding kent een aandachtsgebied van circa 160 meter aan weerszijden van de leiding. Een aantal te realiseren koloniewoningen zijn gelegen binnen dit aandachtsgebied. Eerdere adviezen i.h.k.v. wijzigingsplan 2022 In het kader van het eerder opgestelde wijzigingsplan 'Nieuwbouw koloniewoningen Hooiweg noord' uit 2022 is er door de Omgevingsdienst Drenthe (ODD, destijds nog RUD) in 2020 een advies opgesteld. Het advies is bij deze motivering gevoegd als bijlage Bijlage 1. Hieronder volgen kort de conclusies: Omdat de ruimtelijke ontwikkeling gedeeltelijk binnen het invloedsgebied (nu aandachtsgebied) van de hoge druk aardgastransportleiding ligt is een kwantitatieve risico analyse uitgevoerd (QRA). Op basis van de uitgevoerde QRA is geconcludeerd dat het wijzigingsplan uit 2022 voldeed aan de grens- en richtwaarde van het PR10-6 per jaar.
De belemmeringenstrook ligt wel binnen het plangebied maar binnen de belemmeringenstrook is geen bouwvlak geprojecteerd. Hierdoor is het uitgesloten dat binnen de belemmeringenstrook een kwetsbaar object kan worden gerealiseerd. De berekening van het groepsrisico laat vanwege de toename van de populatie van de drie koloniewoningen, die binnen het invloedsgebied (nu aandachtsgebied) liggen, geen toename van het groepsrisico zien. Voor de omgeving van dit plangebied is in het advies geen groepsrisico berekend en bedraagt het groepsrisico 0 slachtoffers. Binnen het invloedsgebied zijn 3 van de 8 koloniewoningen geprojecteerd, waarvan 1 koloniewoning gedeeltelijk binnen de 100% letaliteitszone van de hoge druk aardgastransportleiding is geprojecteerd. Dit
25
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
houdt in, dat de personen van de woning die binnen de 100% letaliteitszone ligt, die zich zowel buiten als binnen bevinden, een fakkelbrand als gevolg van een lek of een breuk van de gasleiding niet zullen overleven als deze fakkelbrand in de nabijheid van de planlocatie plaatsvindt. In 2020 is daarom door de omgevingsdienst het advies gegeven om het bouwvlak van deze koloniewoning buiten de 100% letaliteitszone te plaatsen, door deze in noordelijke richting te verplaatsen. Als verplaatsing om andere relevante redenen niet mogelijk is, kan de gemeente hier desondanks wel aan mee werken, mits zij zich in het ruimtelijk besluit uitspreekt, dat deze ontwikkeling aanvaardbaar wordt geacht. De kans van optreden van een calamiteit met de buisleiding is namelijk erg klein maar het effect ervan kan groot zijn. Andere veiligheid verhogende maatregelen zijn in alle redelijkheid niet mogelijk. Naast het advies van de is er in 2021 door de Veiligheidsregio een advies gegeven in het kader van het eerder opgestelde wijzigingsplan. Dit advies is als Bijlage 2 bij deze motivering gevoegd. In beide gegeven adviezen komt naar voren dat er één aanpassing van het plan mogelijk is om het risico te reduceren, andere maatregelen zijn niet mogelijk vanwege de snelheid van het scenario bij hoge druk aardgastransportleidingen.
Het gaat om het volgende advies: "Binnen de 100% letaliteitszone van de leiding is 1 koloniewoning geprojecteerd. Uit veiligheidsoverweging wordt geadviseerd om binnen de 100% letaliteitszone geen nieuwe woning toe te staan en is het advies om de woning in noordelijke richting te verplaatsen. [...] Als het om andere relevante redenen niet mogelijk is om het binnen de 100% letaliteitszone gelegen bouwvlak te verplaatsen, zal de gemeente dit in de motivering mee moeten wegen." In het kader van het wijzigingsplan uit 2022 heeft de gemeente besloten de locatie van de woning niet te verplaatsen naar buiten de 100% letaliteitszone. Reden hiervoor is dat de koloniewoning die is gepland in de 100% letaliteitszone, op de oude voetprint komt te staan waar in het verre verleden ook een koloniewoning heeft gestaan. Om deze cultuurhistorische reden, is het verplaatsen van de woning richting het noorden onwenselijk. De gemeente heeft het plan op dit punt afgewogen en het risico maatschappelijk verantwoord geacht Huidig wijzigingsbesluit In 2024 is de Omgevingswet ingevoerd. Met de Omgevingswet is voor het aspect externe veiligheid een nieuwe beleidssystematiek geïntroduceerd. Het onderhavige planvoornemen en bovenstaande gegeven adviezen zijn daarom opnieuw voorgelegd aan de omgevingsdienst.
De omgevingsdienst heeft aangegeven op een later moment inhoudelijk te reageren op het planvoornemen. Functie Leiding - Gas (artikel 14, Bevb) In het wijzigingsbesluit wordt voor het belemmeringengebied van de buisleiding de functie 'Leiding - Gas' opgenomen ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Daarnaast bevat het belemmeringengebied geen nieuwe functies die het oprichten van bouwwerken toestaan. Tot slot is een vergunningenstelsel opgenomen voor werken of werkzaamheden binnen deze functie. Transport Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied liggen geen wegen die zijn aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Overige risicovolle bronnen In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen overige risicovolle bronnen gelegen. 4.1.3
Conclusie
Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de aspecten buisleidingen, transport en overige risicovolle bronnen niet leiden tot veiligheidsproblemen voor het plangebied. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft het aspect omgevingsveiligheid.
26
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord
4.2
Luchtkwaliteit
4.2.1
Wettelijk kader
Onder de Omgevingswet toetst de Rijksoverheid minder (ruimtelijke) projecten aan de regels voor luchtkwaliteit. Ook de monitoring van de luchtkwaliteit is in een kleiner gebied nodig. Vooral in en nabij de aandachtsgebieden moeten overheden toetsen aan de rijksomgevingswaarden. Activiteiten die voor een verhoging van de concentraties zorgen binnen of nabij een aandachtsgebied, moeten aan de omgevingswaarden voldoen. 4.2.2
Onderzoek
Het toevoegen van woningen kan door de verkeersaantrekkende werking invloed hebben op de luchtkwaliteit. Onder de standaardgevallen nibm vallen onder andere gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan. De grens voor een standaardgeval nibm ligt bij één ontsluitingsweg bij 1.500 woningen. Het voornemen is om 8 woningen te realiseren. Daarmee is het aantal woningen ruimschoots minder dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. Er is sprake van een standaardgeval niet in betekenende mate verslechtering van de luchtkwaliteit. Het plangebied bevindt zich daarnaast ver buiten de aandachtsgebieden voor luchtkwaliteit. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is daarmee overbodig en een aanvaardbaar woon- en leefomgeving wordt gewaarborgd. Onderzoek achtergrondniveau Hoewel geconstateerd is dat het project een zogenaamd nibm-project betreft, dient ook te worden bezien of de luchtkwaliteit in het plangebied niet zodanig is dat de normen voor een goed woonklimaat worden overschreden. Daartoe is gebruik gemaakt van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland 2024. De kaarten geven een beeld van de luchtkwaliteit in Nederland en betreffen zowel recente als toekomstige jaren. Per kilometervak worden de concentraties voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen weergegeven waarvoor Europese regelgeving bestaat.