ruimtelijke onderbouwing Oude Postweg 8 (Hotel Spier)
Tekst van het document
Aanwezige beschermde soorten Uit de verspreidingsgegevens van het NDFF blijkt dat de gevlekte witsnuitlibel, de oostelijke witsnuitlibel, de sierlijke witsnuitlibel en de noordse winterjuffer voorkomen op het Dwingelderveld. Gevlekte witsnuitlibel, de oostelijke witsnuitlibel, de sierlijke witsnuitlibel Deze libellen zijn sterk gebonden aan waterrijke voedselarme tot matig voedselrijke milieus zoals laagveenmoerassen, hoogveenplassen en vegetatierijke vennen en duinplassen. In het plangebied is geen geschikt voortplantingswater aanwezig voor deze soorten. Noordse winterjuffer De noordse winterjuffer komt voor op het Dwingelderveld. De noordse winterjuffer is een soort die zich voortplant in laagveengebieden. In Nederland zijn de kernpopulaties bekend in Noordwest- Overijssel. De soort plant zich vooral voor voort in de Weerribben, Wieden maar ook in delen van Zuidwest Drenthe. De soort plant zich voort in de maanden april en mei daarna sterven de volwassen dieren. De eitjes komen uit eind juli en begin augustus. Vanaf half augustus tot half oktober verspreidt de nieuwe generatie juffers zich over het leefgebied. Ze gaan op zoek naar geschikte overwinteringsgebieden. Om te overwinteren zoeken ze veelal de hogere zandgronden van Drenthe op. Overwinteringshabitat zijn vaak beschutte kleine tot middelgrote heidevelden met struikheide, dopheide en pijpenstrootje.
Onderzoek heeft aangetoond dat ook matig voedselrijke graslandjes worden gebruikt om te overwinteren (Manger, et al. 2016). In Zuidwest-Drenthe overwintert de soort ook in houtwallen. Ook broekbosjes zijn geschikt als overwinteringsplek. Volgens de verspreidingsgegevens van het NDFF zijn in de omgeving van Dwingeloo vooral waarnemingen in het najaar en vroege voorjaar gedaan. Het gaat hierbij om overwinteringsgebieden. Het plangebied is ongeschikt voor overwinterende noordse winterjuffers. Een groot deel is bebouwd of verhard en verder is er veel gazon aanwezig. Aan de randen is aangeplant groen en meer natuurlijk bosplantsoen aanwezig. We verwachten geen overwinterende noordse winterjuffers in het plangebied. De aanwezigheid van overige insecten, ongewervelden en vissen in het plangebied is uit te sluiten. Dit omdat omstandigheden zoals aanwezigheid van geschikt water, geschikte vegetatie, vennetjes e.d. ontbreken binnen het plangebied. Ook ontbreken waarnemingen in de NDFF. Effecten en vervolg Door het ontbreken van geschikt habitat in en op korte afstand van het plangebied verwachten we geen negatieve effecten op beschermde vissen, insecten en ongewervelden van de Habitatrichtlijn.
Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945
15 van 23
NATIONAAL (ANDERE) BESCHERMDE DIER- EN PLANTENSOORTEN In het plangebied en omgeving is geschikt habitat aanwezig voor een aantal nationaal beschermde grondgebonden zoogdiersoorten, reptielen en amfibieën. Op basis van verspreidingsgegevens is kans op de aanwezigheid van de zoogdieren das, boommarter, steenmarter, grote bosmuis en eekhoorn. Daarnaast komen de reptielen en amfibieën adder, ringslang, hazelworm, levendbarende hagedis en alpenwatersalamander voor in de directe omgeving van het plangebied (NDFF, geraadpleegd december 2021). Deze nationaal beschermde soorten zijn in de provincie Drenthe niet vrijgesteld en worden kort afzonderlijk besproken. Vaatplanten Volgens de verspreidingsgegevens van het NDFF komt op een aantal locaties op het Dwingelderveld de dennenorchis voor. De dichtstbijzijnde locatie is op een afstand van 500 meter ten zuidwesten van het plangebied. De dennenorchis staat op beschaduwde, droge tot iets vochtige, voedsel- en stikstofarme, meestal zure, goed doorluchte zand- en lemige grond, wortelt in de bovenste humuslaag van verteerd (naalden)strooisel en vereist een hoge luchtvochtigheid. Ze is gevoelig voor betreding (verstoring van de humuslaag).
Ze groeit niet alleen in naaldbos en de vroege overgang van naald- naar loofbos maar ook in berkenbos of onder kraaiheide, waarbij een goeddeels gesloten kroondek, mossen en een dunne humuslaag de vereiste luchtvochtigheid waarborgen. Het plangebied is grotendeels verhard of bestaat uit kort gemaaide gazons. Het aanwezige bosplantsoen langs de randen is te voedselrijk en wordt te veel verstoord door een onderhoudsteam. De dennenorchis wordt daarom niet verwacht in het plangebied. Zoogdieren In of nabij het plangebied komen nationaal beschermde zoogdieren voor. Dit zijn eekhoorn, grote bosmuis, das, boom- en steenmarter. Eekhoorn De eekhoorn komt voor in de omgeving van het plangebied (NDFF, geraadpleegd december 2021). Tijdens het veldbezoek zijn op een afstand van 30 meter ten noorden van het plangebied vijf eekhoornnesten aangetroffen. Ook in het plangebied is een nest aangetroffen. Dit nest bevindt zich in de rand van het bosje van het woonerf direct naast de parkeerplaats. We vermoeden dat er rondom het woonhuis meerdere eekhoornnesten aanwezig zijn. Echter door de dichte naaldbomen zijn de nesten lastig te zien.
Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945
16 van 23
Figuur 4
Aangetroffen eekhoornnesten (blauwe pinpoints) tijdens het veldbezoek
Grote bosmuis De grote bosmuis komt voor in de omgeving (NDFF, geraadpleegd december 2021). In de noordoostpunt van het plangebied zijn holletjes gevonden van een bosmuissoort. Dit is een zandhoop begroeit met braam, zomereiken en grove den. Ook op andere plekken in het plangebied kan de grote bosmuis verblijven. Het plangebied is zeer waarschijnlijk onderdeel van het laafgebied van de grote bosmuis. Das De das komt voor in de omgeving van het plangebied (NDFF, geraadpleegd 2021). Er zijn sporen gevonden in de noordwestpunt van het plangebied. Het plangebied is naar verwachting een klein, niet essentieel onderdeel van het foerageergebied van de das. Het territorium van de das varieert in Nederland van zo'n 30 tot 150 hectare (Van Bommel et al., 2015), maar de grootte is afhankelijk van het aanbod aan voedsel. Hoe kleinschaliger het landschap hoe kleiner het territorium. Het plangebied is geen essentieel onderdeel van het foerageergebied omdat het onderdeel uit maakt van een veel groter gebied en omdat het kwalitatief niet beter foerageergebied is als de omgeving. Een burcht in of op korte afstand van het plangebied is niet aanwezig. Boommarter In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van boommarter bekend (NDFF, geraadpleegd 2021). Boommarters verblijven meestal in holle bomen. In het plangebied zijn geen geschikte bomen aanwezig.
Waarnemingen van boommarters in gebouwen die aan de rand van het bos staan komen ook voor. Een aantal dakdelen is toegankelijk voor de boommarter. Er zijn geen sporen gevonden die duiden op (frequent) gebruik van het gebouw door de boommarter. We kunnen een verblijfplaats niet volledig uitsluiten. Mogelijk is het plangebied een klein niet essentieel onderdeel van het jachtgebied van de boommarter.
Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945
17 van 23
Steenmarter In de omgeving zijn waarnemingen van de steenmarter bekend (NDFF, geraadpleegd 2021). Steenmarters verblijven onder meer in gebouwen. Een aantal dakdelen is toegankelijk voor de steenmarter. Er echter zijn geen sporen gevonden van de steenmarter. We kunnen een verblijfplaats niet volledig uitsluiten. De steenmarter kan mogelijk het plangebied gebruiken als klein (niet essentieel) onderdeel van het foerageergebied.
Foto 7
Sommige delen van het dak zijn vrij toegankelijk voor de steen- en boommarter.
Effect en vervolg Eekhoorn Als de boom met het eekhoornnest ten zuiden van het hotel niet wordt gerooid, dan worden er door geplande werkzaamheden geen nesten vernietigd. Als er op korte afstand van dit nest langdurig gewerkt wordt kan er wel sprake zijn van verstoring, die er toe kan leiden dat het nest de functionaliteit verliest. Grote bosmuis Door de geplande werkzaamheden kunnen enkele verblijfplaatsen van de grote bosmuis worden vernietigd. In de omgeving is geschikt habitat in ruime mate aanwezig. De gunstige staat van instandhouding van de soort is op lokaal niveau is niet in het geding. Wanneer werkzaamheden in de periode maart tot en met september worden uitgevoerd dan kan de soort nog nesten met jongen hebben. Er kunnen dan jonge muizen worden gedood tijdens de werkzaamheden. Steenmarter en boommarter Door de sloop van delen van het hotel kunnen verblijfplaatsen van steenmarter of boommarter worden vernietigd. Hierbij kunnen dieren worden verstoord. Das Door de geplande werkzaamheden worden geen burchten vernietigd of verstoord. Als foerageergebied heeft het plangebied geen essentiële functie. Negatieve effecten zijn niet aan de orde. Amfibieën en reptielen Adder De adder komt voor op het Dwingelderveld (NDFF, geraadpleegd november 2021). De dichtstbijzijnde waarneming is gedaan op 100 meter van het plangebied.
De meeste waarnemingen op het Dwingelderveld komen van de meer open gebieden langs vennen, brede paden en open veldjes in het bos.
Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945
18 van 23
De soort houdt van open tot half open gebieden waar hij voldoende kan zonnen maar waar toch beschutting aanwezig is. De soort komt voor in heidegebieden en hoogveen. De soort komt ook voor in open bos en struweel of langs infrastructuur. Het plangebied is vrijwel ongeschikt voor de soort. Het plangebied bestaat uit verharding, kort gemaaide gazons en dicht bosplantsoen. We kunnen niet uitsluiten dat er af en toe een zwervend exemplaar in de randen van het plangebied voorkomt, zoals langs de noordzijde van de Oude Bosweg. Ringslang Volgens de verspreidingsgegevens van het NDFF komt de soort voor op het Dwingelderveld. Alle waarnemingen zijn in de buurt van water gedaan en op een afstand van meer dan 1.500 meter van het plangebied. De ringslang is gebonden aan waterrijke habitats. Waarnemingen in droge bossen, zoals naast het plangebied, zijn uitzonderlijk. Het plangebied zelf is ook ongeschikt voor de soort. De aanwezigheid van de soort in het plangebied kan worden uitgesloten. Hazelworm Volgens de verspreidingsgegevens van het NDFF zijn er in de laatste tien jaar slechts twee hazelwormen waargenomen. De soort leeft heimelijk en wordt zelfs in gebieden waarin de soort talrijk is zelden waargenomen. We nemen aan dat de hazelworm veel algemener is dan de verspreidingsgegevens doen vermoeden. Geschikt biotoop is op het Dwingelderveld ruimschoots voorhanden.
De hazelworm heeft een voorkeur voor enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. De soort komt voor in open bossen, bosranden, heide, houtwallen, struwelen, spoor- en wegbermen, kalkgraslanden, vestingwerken, steenhopen, ruderale plaatsen en tuinen. De meeste waarnemingen komen uit bos- en heideterreinen. Het plangebied is weinig geschikt voor de hazelworm. Er is veel verharding aanwezig en de gazons worden regelmatig gemaaid. Alleen in de noordberm van de Oude Postweg op de grens van het plangebied zou de soort kunnen voorkomen. Het woonerf en de groenstrook langs de westzijde van het plangebied zouden ook onderdeel van het leefgebied van de hazelworm kunnen zijn. Hazelwormen kunnen goed graven in losse grond of humus, maar gebruiken ook bestaande gangenstelsels en holen van muizen en dergelijke. De overwintering gebeurt ondergronds in droge holten, die gedeeltelijk zelf gegraven worden. Omdat het plangebied onderdeel uitmaakt van een veel groter leefgebied van de hazelworm met vergelijkbare of betere kwaliteit is het plangebied niet beoordeeld als essentieel leefgebied. Levendbarende hagedis De levendbarende hagedis komt voor op het Dwingelderveld. De soort is waargenomen tot op een afstand van 40 meter van het plangebied (NDFF, geraadpleegd december 2021). Heide en hoogveen vormen de voorkeurshabitat van deze hagedis.
De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. Het plangebied is grotendeels ongeschikt voor de soort omdat grote delen verhard zijn of kort gemaaide gazons zijn. In de berm langs de noordzijde van de Oude Postweg zou de soort voor kunnen komen. We verwachten geen hoge dichtheid omdat de overgang van bos naar berm heel abrupt is en de berm zeer smal is. Omdat het plangebied onderdeel uitmaakt van een veel groter leefgebied van de levendbarende hagedis met vergelijkbare of betere kwaliteit is het plangebied niet beoordeeld als essentieel leefgebied.
Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945
19 van 23
Effecten en vervolg Door de geplande werkzaamheden is er geen sprake van vernietiging of aantasting van essentieel leefgebied van de adder, ringslang, hazelworm en levendbarende hagedis. Mogelijk komen de hazelworm, adder en levendbarende hagedis in de randen van het plangebied in lage dichtheden of als zwerver voor. De werkzaamheden tasten niet deze locaties aan. Dagvlinders Op het Dwingelderveld komen een aantal nationaal beschermde soorten voor: aardbeivlinder, gentiaanblauwtje, grote weerschijnvlinder, kommavlinder, veenbesblauwtje en veenbesparelmoervlinder. Deze soorten komen allemaal voor in hele specifieke milieus die niet aanwezig zijn in het plangebied. Van deze soorten is de grote weerschijnvlinder de soort die het meeste zwerft. Deze soort heeft geen binding met het plangebied maar zou passerend waargenomen kunnen worden. Het plan leidt niet tot negatieve effecten op deze soorten.
Voor de overige aanwezige nationaal beschermde soorten geldt conform de verordening natuurbescherming provincie Drenthe, een algehele vrijstelling. Eventuele schade aan soorten, waarvoor een vrijstelling geldt, hoeft niet te worden gecompenseerd. Wel is op deze soorten de zorgplicht van kracht (Wet natuurbescherming artikel 1.11). De zorgplicht houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen.
Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945
20 van 23
CONCLUSIE CONCLUSIE BESCHERMDE SOORTEN Op basis van de quickscan zijn met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde flora en fauna de volgende conclusies te trekken:
• Jaarrond beschermde nesten van huismussen zijn aanwezig onder de dakpannen van het hotel; • Jaarrond beschermde nesten van de gierzwaluw zijn mogelijk aanwezig onder de dakpannen van het hotel; • Resten van een oud nest van de Categorie 5-soort huiszwaluw zijn aangetroffen onder een dakrand van het hotel;
• Jaarrond beschermde nesten van ransuil of sperwer op het woonerf van de heer Van der Valk zijn niet uit te sluiten. De nesten worden niet vernietigd en een significante verstoring door de werkzaamheden verwachten we niet. • In en rond het plangebied is geschikt broedbiotoop voor Categorie 5-soorten zoals spreeuw, glanskop, pimpelmees, koolmees, zwarte roodstaart, gekraagde roodstaart, bonte vliegenvanger en grauwe vliegenvanger aanwezig. In dit geval is uitgezonderd de spreeuw geen sprake van omstandigheden die jaarronde bescherming van de nesten rechtvaardigen; • In en rond het plangebied is geschikt broedbiotoop voor vogels van bos en park zoals zwartkop, winterkoning, vink, merel, roodborst en staartmees aanwezig; • Zeer waarschijnlijk zijn er verblijfplaatsen van vleermuizen in het hotel aanwezig; • Mogelijk fungeren een aantal bomen als aanvliegroute voor vleermuizen; • In en vlakbij het plangebied zijn nesten van de eekhoorn aanwezig; • Mogelijk zijn er verblijfplaatsen van steenmarter of boommarter onder de dakdelen van het hotel aanwezig; • Het plangebied is waarschijnlijk een niet essentieel onderdeel van het foerageergebied van de das, boommarter en steenmarter; • De grote bosmuis heeft waarschijnlijk zijn leefgebied in het plangebied.
Het gaat waarschijnlijk om lage aantallen en in de omgeving is veel meer geschikt habitat aanwezig; • Het plangebied komen in de randen mogelijk sporadisch de adder, hazelworm en levendbarende hagedis voor; • In en rond het plangebied komen waarschijnlijk een aantal nationaal beschermde soorten voor, namelijk het konijn, enkele algemene muizensoorten en enkele algemene amfibieënsoorten. Voor deze andere soorten geldt dat ze allemaal zijn opgenomen in bijlage 5 van de provinciale verordening, zodat voor deze soorten een vrijstelling geldt. De algemene zorgplicht is wel van kracht. Indien andere werkzaamheden dan die zijn genoemd in Hoofdstuk 1 gaan plaatsvinden, dienen ook deze ingrepen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De conclusies kunnen dan afwijken van de bovenstaande conclusies.
Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945
21 van 23
BENODIGDE VERVOLGSTAPPEN • Om te bepalen hoeveel paartjes huismus broeden onder de dakpannen van het hotel is een nader onderzoek noodzakelijk. Dit nader onderzoek bestaat uit twee veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei. • Een nader onderzoek naar de gierzwaluw is noodzakelijk om te bepalen of deze soort daadwerkelijk broedt onder de dakpannen van het hotel. Een dergelijk onderzoek bestaat uit drie veldbezoeken in de periode 1 juni tot en met 15 juli; • Om te bepalen of de spreeuw onder de dakpannen broedt van het hotel is een nader onderzoek noodzakelijk. Dit kan door middel van twee veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 31 mei (combinaties met het huismussen onderzoek zijn mogelijk); • Effecten op algemene broedvogels kunnen in zijn geheel worden uitgesloten als de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Het broedseizoen voor de aanwezige soorten omvat globaal de periode van half maart tot en met augustus; • Een nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk om te bepalen welke vleermuissoorten op welke manier gebruik maken van het hotel. Een nader onderzoek bestaat uit vier bezoeken in de periode mei t/m september; • We gaan er van uit dat de grote bosmuis voorkomt in het plangebied, de werkzaamheden dienen buiten de kwetsbare voortplantingsperiode uitgevoerd te worden.
Deze periode is van maart tot en met september, • Nesten van de eekhoorn worden waarschijnlijk niet vernietigd, maar verstoring kan aan de orde zijn. Het is noodzakelijk rekening te houden met de kwetsbare voortplantingsperiode van de eekhoorn. De voortplantingsperiode kan van februari tot en met augustus duren (twee worpen). Ook strenge vorst wordt gezien als kwetsbare periode. In deze periode worden geen werkzaamheden uitgevoerd of deze vinden op minimaal 30 meter van het nest plaats, • Een nader onderzoek naar steenmarter en boommarter is noodzakelijk. Dit kan door middel van het plaatsen van cameravallen nabij geschikte openingen in het dak. De beste periode hiervoor is mei en juni. • Voor alle overige soorten geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. De werkzaamheden kunnen het beste worden uitgevoerd in één richting zodat eventuele aanwezige soorten kunnen vluchten naar elders.
Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945
22 van 23
LITERATUUR EN BRONNEN • ATKB | Buro Bakker (2021); Nader onderzoek schietbanen Witten, Rapport 2021311, Assen • BIJ12-2017-003 Kennisdocument Das. • BIJ12-2017-004 Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. • BIJ12-2017-005 Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis. • BIJ12-2017-006 Kennisdocument Gierzwaluw. • BIJ12-2017-008 Kennisdocument Heikikker. • BIJ12-2017-009 Kennisdocument Huismus. • BIJ12-2017-012 Kennisdocument Levendbarend hagedis. • BIJ12-2017-014 Kennisdocument Poelkikker. • Broekhuizen, S., Spoelstra K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & J.C. Buys (red.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.
• Creemers, R.C.M. en J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse fauna 9. Nationaal natuurhistorisch museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
• DR-loket, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep.
• Manger, R. et al.,2016. Libellen in Drenthe. Stichting Libellenwerkgroep Drenthe, Assen • Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd in november en december 2021. Websites
• www.zoogdiervereniging.nl • www.vogelbescherming.nl • www.sovon.nl • www.verspreidingsatlas.nl • www.ravon.nl • www.soortenbank.nl • https://www.provincie.drenthe.nl/onderwerpen/natuur-milieu/natuur/natuurbeleid-regels/wet/ • https://geo.drenthe.nl/geoportaal/
Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945
23 van 23
Bijlage 5
97/364
Nader ecologisch onderzoek
NADER ONDERZOEK HOTEL VAN DER VALK IN SPIER
NADER ONDERZOEK HOTEL VAN DER VALK IN SPIER Kenmerk: Versie: Datum:
20220860 Definitief 05 September 2023
Auteur: Projectleider: Veldwerk:
Evert-Jan Slot/ Koen Breed Koen Breed Evert Jan Slot, Jasper Koster, Ron Hanisch, Harold Steendam, Aaron Sibma, Sander Vos, Peter Kruijt en Bart-Jan van Dijk Koen Breed P.A.M. Teunissen Architectenbureau Bv Sander Akerboom
Kwaliteitscontrole: Opdrachtgever: Contactpersoon:
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
© ATKB voor natuur en leefomgeving. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Foto's: ATKB
INHOUD Inleiding Aanleiding Doel Leeswijzer
1 1 1 1
Plangebied en initiatief Ligging en beschrijving plangebied Voorgenomen ontwikkeling
2 2 4
Methode Bronnenonderzoek Veldonderzoek
6 6 6
Resultaten Huismus Gierzwaluw Spreeuw Overige broedvogels Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Steenmarter/Boomarter Rugstreeppad Samenvatting
10 10 14 14 15 16 21 22 22 23
Effectenanalyse aanwezige soorten Huismus Spreeuw gewone dwergvleermuis Laatvlieger
24 24 25 25 28
Conclusie en vervolgstappen Conclusie Vervolgstappen Literatuur
bijlage
31 31 31 32