CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

ruimtelijke onderbouwing Oude Postweg 8 (Hotel Spier)

Politieke avond Westerveld 23 april 2024, gemeente WesterveldBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Oude Postweg 8 Spier (Van der Valk)21.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 1

Ligging van Hotel Spier (rode ring) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (groen en gele vlaken). Bron: AERIUS

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op korte afstand van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS) geldt het ‘Nee, tenzij’-beschermingsregime. Significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN (per saldo) is niet toegestaan, tenzij sprake is van een groot openbaar belang en er geen alternatieven zijn. De wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN zijn onder andere bodemkenmerken, landschappelijke waarden en natuurwaarden. Eventuele schade moet worden gemitigeerd, of (indien mitigatie niet mogelijk is) worden gecompenseerd. Omdat het plangebied niet binnen het NNN ligt en er geen ingrepen binnen het NNN plaatsvinden, is verdere toetsing niet noodzakelijk.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

1 van 20

Figuur 2 Ligging NNN (gekleurde delen) ten opzichte van Hotel Spier. Bron: Geoportaal Drenthe, geraadpleegd – 16 december 2021.

LEESWIJZER In hoofdstuk 2 staat het wettelijk kader beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het voornemen opgenomen. In hoofdstuk 4 worden de mogelijke effecten verkend. In hoofdstuk 5 worden de relevante effecten geanalyseerd en wordt beoordeeld of er kans is op significante effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Dwingelderveld. In hoofdstuk 6 worden de conclusies uit voorliggend rapport op een rij gezet. In hoofdstuk 7 staat een overzicht van de gebruikte en relevante literatuur.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

2 van 20

WETTELIJK KADER WET NATUURBESCHERMING EN NATURA 2000 De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Nederlandse Natura 2000-gebieden, die in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn aangewezen. Voor projecten die kunnen leiden tot significante effecten op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied, geldt een vergunningplicht (artikel 2.7 Wet natuurbescherming). Voor dergelijke projecten dient de initiatiefnemer een passende beoordeling te verrichten (art. 2.8 Wet natuurbescherming).

DOELSTELLINGEN NATURA 2000 Natura 2000 vormt een netwerk van beschermde natuurgebieden. De geselecteerde natuurgebieden zijn een goede weerspiegeling van de verscheidenheid aan natuur op het Europese continent. Natura 2000 is te beschouwen als Europese topnatuur verbonden in een netwerk en draagt in belangrijke mate bij aan behoud van de Europese biodiversiteit. Binnen de beschermde gebieden komen kenmerkende habitats en leefgebieden van soorten voor, waarvoor specifieke doelstellingen zijn geformuleerd: de instandhoudingsdoelen. Deze doelen kunnen gericht zijn op behoud of uitbreiding van de oppervlakte en behoud of verbetering van de kwaliteit van de habitattypen en leefgebieden. Hiervoor is het behoud en herstel van het complete ecosysteem noodzakelijk, zowel de abiotische als biotische aspecten daarvan, zodat de randvoorwaarden aanwezig zijn voor het voorkomen van specifieke kenmerkende habitattypen en soorten.

NATURA 2000-GEBIED DWINGELDERVELD 2.3.1 GEBIEDSBESCHRIJVING

Het Dwingelderveld is een uitgestrekt heideterrein in het oude Drentse esdorpenlandschap. Het gebied herbergt uitgestrekte vochtige heidegebieden, hoogveenvennen, zure en zwakgebufferde vennen, oude eikenbossen, een klein hoogveen, droge heide, stuifzanden en jeneverbesstruwelen. In het gebied liggen prehistorische grafheuvels. De Boswachterij Dwingeloo bestaat uit bossen die begin 20e eeuw zijn aangeplant op stuifzand en heide. In de bossen liggen diverse vennetjes en heidevelden. Het Lheebroekerzand is een zeer afwisselend stuifzandgebied met bos, heide en jeneverbesstruweel. De Anserdennen is een heuvelachtig deel waar gemengd bos, heide en vennen op voormalig stuifzand voorkomen. Instandhoudingsdoelen Het Dwingelderveld is aangewezen als Natura 2000-gebied voor veertien habitattypen, één Habitatrichtlijnsoort, zeven broedvogels en vier niet-broedvogels. In Bijlage 1 staan de instandhoudingsdoelen voor dit gebied.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

3 van 20

BESCHRIJVING PROJECT LOCATIE Hotel Spier ligt tussen de bossen aan afrit 29 van de A28 in Dwingeloo. Het hotel grenst aan Natura 2000gebied Dwingelderveld. Hotel Van der Valk in Spier wordt verbouwd en uitgebreid.

VOORNEMEN Twee vleugels met kamers aan de noordoostzijde en de zuidzijde van het hoofdgebouw worden gesloopt. Daarnaast wordt het bestaande wellnessgebouw gesloopt. Daarvoor in de plaats wordt een nieuwe vleugel gebouwd aan de noordwestzijde met welnessfaciliteiten en 66 hotelkamers. Daarnaast worden nieuwe vergaderfaciliteiten gerealiseerd. Het parkeerterrein wordt opnieuw ingericht en uitgebreid.

Figuur 3

De lay-out na de verbouwing en uitbreiding van Hotel Spier. De huidige lay-out is met rode lijnen aangegeven

Het hotel beschikt in de huidige situatie over 110 hotelkamers, in de nieuwe situatie zullen dit er circa 150 zijn.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

4 van 20

AANLEGFASE 3.3.1 TYPE WERKZAAMHEDEN

Om dat er een draagkrachtige grondlaag aanwezig is, is er geen heiwerk nodig. Voor de werkzaamheden zullen waarschijnlijk een graafmachine, bouwkraan (elektrisch) en een betonpomp worden ingezet. Daarnaast zal sprake zijn van aan- en afvoer van mensen, materialen en materieel. 3.3.2 PLANNING

De bouwtijd duurt naar verwachting 18 maanden. Er is nog geen planning van de uitvoering beschikbaar.

GEBRUIKSFASE Doordat er een uitbreiding van faciliteiten plaatsvindt, zal het aantal bezoekers toenemen. Hierdoor zal ook het aantal verkeersbewegingen toenemen. Ten opzichte van de huidige situatie is er geen wezenlijke verandering te verwachten in de verlichting van het hotelterrein.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

5 van 20

ANALYSE MOGELIJKE EFFECTEN Wat betreft de effecten die zich kunnen voordoen als gevolg van het voornemen, kan een onderscheid worden gemaakt tussen de aanlegfase en de gebruiksfase. In paragraaf 4.1 wordt ingegaan op de effecten die zich tijdens de aanlegfase kunnen voordoen. In paragraaf 4.2 wordt ingegaan op de effecten die tijdens de gebruiksfase kunnen optreden.

AANLEGFASE Tijdens de aanlegfase worden werkzaamheden uitgevoerd die nodig zijn voor de slopen en bouw van hotel van der Valk. Tijdens de aanlegfase zal sprake zijn van aanwezigheid van mensen, werktuigen en voertuigen. Tijdens de aanlegfase vinden verkeersbewegingen plaats met vrachtwagens, bestelbussen en personenauto’s. De werkzaamheden gaan gepaard met productie van geluid en trillingen. Daarnaast kan het nodig zijn verlichting te voeren op machines en ook de werkplaats te verlichten. Als gevolg hiervan kunnen zich de volgende storingsfactoren voordoen:

• Verstoring door optische verstoring • Verstoring door geluid; • Verstoring door licht; • Verstoring door trilling; • Verzuring en vermesting door stikstofdepositie • Oppervlakteverlies 4.1.1 VERSTORING DOOR OPTISCHE VERSTORING

Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Vooral fauna (vogels en zoogdieren) zijn gevoelig voor optische verstoring. Hotel van der Valk ligt op 30 m afstand van Natura 2000-gebied Dwingelderveld. Rond het hotel is eiken- en beukenbos aanwezig dat een barrière vormt tegen optische verstoring. Alleen in de directe omgeving van het hotel kan dus verstoring optreden. Het effect wordt verder onderzocht in hoofdstuk 5. 4.1.2 VERSTORING DOOR LICHT

Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Wat betreft de beschermde waarden van Natura 2000-gebied Dwingelderveld is met name verstoring van broedvogels relevant. De werkzaamheden tijdens de aanlegfase worden overdag uitgevoerd. Naar verwachting is hierdoor geen extra verlichting van de werklocatie nodig. Eventuele verlichting van werktuigen en voertuigen zal op de werklocatie zelf gericht en weinig uitstraling geven. Verstoring van doelsoorten of typische soorten van habitattypen is daarom niet aan de orde.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

6 van 20

4.1.3 VERSTORING DOOR GELUID

De werkzaamheden en verkeersbewegingen zullen een beperkte geluidsbelasting veroorzaken. Bij de werkzaamheden worden geen harde geluiden geproduceerd, zoals bijvoorbeeld bij heien. Verstoring door geluid is relevant voor fauna. Er kan mogelijk verstoring optreden van broed- en nietbroedvogels en typische soorten van habitattypen. Het effect wordt verder geanalyseerd in hoofdstuk 5. 4.1.4 VERMESTING EN VERZURING DOOR STIKSTOFDEPOSITIE

Voor de realisatie wordt divers deels elektrisch aangedreven bouwmaterieel ingezet (graafmachine, bouwkraan, betonpomp). De verkeersbewegingen zullen tijdens deze fase naar verwachting bestaan uit bouwpersoneel en vrachtvervoer. Het dagelijks verkeer zal variëren afhankelijk van de bouwactiviteiten die gaande zijn, de planning voor het aanleveren van goederen en materialen en het afvoeren van afval. De duur van de bouwwerkzaamheden bedraagt naar verwachting 18 maanden. Als gevolg van de bouwwerkzaamheden treedt een tijdelijke toename op van de emissies van stikstofoxiden (NO x) en ammoniak (NHy). Deze emissies dalen neer in de omgeving, op Natura 2000-gebieden waardoor vermesting en verzuring plaatsvindt. In deze voortoets blijft de stikstofdepositie buiten beschouwing, dit wordt in een later stadium uitgewerkt. 4.1.5 OPERVLAKTEVERLIES EN VERSNIPPERING

Er vinden geen werkzaamheden plaats in het Natura 2000-gebied. Tijdens het veldbezoek van de quickscan is vastgesteld dat in de directe de omgeving van het hotel geen geschikt leefgebied, overwinteringsplekken of voortplantingswater voor kamsalamander voorkomt. Ook is het hotelterrein niet geschikt als broedgebied voor de doelsoorten van het Natura 2000-gebied. Er zijn geen bomen met nestholten van de zwarte specht aangetroffen op het hotelterrein. Van oppervlakteverlies van leefgebied is dus geen sprake. Ook is er geen sprake van versnippering, omdat de werkzaamheden plaatsvinden op het bestaande terrein van Hotel Van der Valk. Deze twee verstoringsfactoren worden niet verder besproken in dit rapport.

GEBRUIKSFASE Na de verbouwing is het hotel groter geworden en kunnen er meer gasten ontvangen worden. De toename van gasten betekent ook dat een toename van verkeerbewegingen en kan leiden tot een toename van het aantal recreanten in het gebied. In de gebruiksfase kunnen de volgende storingsfactoren optreden: • Verstoring door optische verstoring • Verstoring door geluid • Verstoring door licht • Vermesting en verzuring door stikstofdepositie • Mechanische effecten Hieronder worden deze storingsfactoren nader toegelicht.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

7 van 20

4.2.1 OPTISCHE VERSTORING

Verstoring door gebruik hotel Omdat het hotel omgeven is door bos, is verstoring door aanwezigheid van mensen (optische verstoring) op het hotelterrein niet aan de orde in het merendeel van het Natura 2000-gebied. Alleen in de directe omgeving van het hotel kan verstoring optreden. Deze verstoring neemt echter niet wezenlijk toe ten opzichte van de huidige situatie. De aanwezige soorten zullen gewend zijn aan de aanwezigheid van mensen rond het hotel. Significante verstoring is op voorhand uit te sluiten. Verstoring door toename recreatie Omdat er meer kamers worden gerealiseerd, zal het aantal bezoekers aan het hotel kunnen toenemen. Deze bezoekers kunnen in de omgeving van het hotel recreëren. Er zijn zowel mogelijkheden om te wandelen als te fietsen. Een toename van de recreatiedruk kan leiden tot een toename van de verstoring van met name vogels en zoogdieren. Dit kan leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen voor doelsoorten (broedvogels en niet-broedvogels) of op de kwaliteit van habitattypen (typische soorten).Het effect wordt verder onderzocht in hoofdstuk 5. 4.2.2 VERSTORING DOOR GELUID

Verstoring door gebruik hotel In de gebruiksfase kan verstoring door geluid optreden door verkeersbewegingen naar het hotel en door geluiden van mensen. De geluidsproductie zal niet wezenlijk toenemen ten opzichte van de huidige situatie. De aanwezige soorten zullen gewend zijn aan de aanwezigheid van mensen rond het hotel. Significante verstoring is op voorhand uit te sluiten. Verstoring door toename recreatie Recreatie gaat vaak ook gepaard met een toename van geluid. Door de uitbreiding van het aantal kamers kan het aantal recreanten in de omgeving van het hotel toenemen. Het effect wordt samen met de storingsfactor optische verstoring verder onderzocht in hoofdstuk 5. 4.2.3 VERSTORING DOOR LICHT

De mate van verlichting in de nieuwe situatie zal vergelijkbaar zijn met de huidige situatie. De verlichtingsinvloed zal dus niet wezenlijk toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Verstoring van broed- en niet-broedvogels en significante aantasting van de kwaliteit van habitattypen kan daardoor worden uitgesloten. 4.2.4 VERMESTING EN VERZURING DOOR STIKSTOFDEPOSITIE

De verkeersbewegingen voor zowel de aan- en afvoer van medewerkers, bezoek van gasten, de aanvoer van goederen en afvoer van vuilnis zullen leiden tot een toename van de stikstofemissie en depositie. Dit kan leiden tot vermesting en verzuring van habitattypen en leefgebieden in de omgeving. In een later stadium zal een stikstofberekening worden uitgevoerd voor de gebruiksfase.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

8 van 20

4.2.5 MECHANISCHE EFFECTEN

Onder mechanische effecten valt onder andere verstoring door betreding. Een toename van de reactie door de uitbreiding van het hotel kan leiden tot effecten op de vegetatie in het Dwingelderveld. Het effect wordt verder geanalyseerd in hoofdstuk 5.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

9 van 20

EFFECTBEOORDELING AANLEGFASE 5.1.1 VERSTORING DOOR GELUID

Gevoeligheid vogels voor geluidsverstoring Op basis van het onderzoek naar de gevoeligheid van vogels voor verkeersgeluid gaan we uit van een drempelwaarde van 42 dB(A) voor verstoring. Deze drempelwaarde is gebaseerd op de gemiddelde gevoeligheid van bosvogels en gaat uit van een etmaalwaarde (Reijnen, Foppen & Veenbaas, 1997). Geluidsbelasting tijdens werkzaamheden Er worden geen funderingswerkzaamheden uitgevoerd, waardoor harde geluidsniveaus of piekgeluiden niet of nauwelijks zullen optreden. Voor het bepalen van de invloedssfeer van de werkzaamheden gebruiken we het ontgraven met een graafmachine als leidraad. Ontgraven met één graafmachine levert op 123 m een geluidsniveau van 50 dB(A) (https://www.av-consulting.nl/activiteiten/stappenplan_bouwlawaaivrom/, geraadpleegd december 2021). Op een afstand van ca. 185 m is het geluidsniveau gedaald tot 42 dB(A). Als worst case verstoringscontour gaan we uit van een afstand van 200 m. Deze is in figuur 4 weergegeven.

Figuur 4

Ligging 200 m verstoringscontour rond Hotel Spier. Google Earth Pro

Voorkomen beschermde waarden Binnen 200 m van het hotel komen de volgende habitattypen voor (AERIUS Monitor, geraadpleegd december 2021): • H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

10 van 20

• H4010A Vochtige heiden, hogere zandgronden Voor beide habitattypen geldt dat deze geen verstoringsgevoelige typische soorten hebben. Er zijn geen broedvogels of verstoringsgevoelige zoogdieren als typische soort aangemerkt. Effecten van geluidsverstoring op deze habitattypen kunnen daardoor op voorhand worden uitgesloten. Daarnaast komende volgende leefgebieden voor (AERIUS Monitor, geraadpleegd december 2021): • Lg13 Bos van arme zandgronden • Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden • L4010A Vochtige heiden, hogere zandgronden Leefgebieden Lg13 en Lg14 vormen leefgebied van de doelsoort zwarte specht. L4010A vormt leefgebied voor paapje en roodborsttapuit. Gezien de ligging van dit leefgebied, in het bos, en de geringe oppervlakte waarop dit leefgebied hier voorkomt, is het onwaarschijnlijk dat dit daadwerkelijk als broedgebied voor paapje en roodborsttapuit kan functioneren. De aanwezigheid van foerageergebied en broedlocaties van de zwarte specht binnen 200 m van het hotel kan niet worden uitgesloten. Bestaande geluidsbelasting Hotel Spier ligt direct naast de A28. De omgeving van het hotel kent daardoor in de huidige situatie al een zekere geluidsbelasting. In Figuur 5 zijn de heersende geluidsniveaus (Lden) weergegeven naast de A28 ter hoogte van het hotel.

Figuur 5 Bestaande geluidsniveaus (Lden) rond de A28 ter hoogte van hotel Spier (blauwe ster). Bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten?config=3ef897de-127f-471a-959b-93b7597de188&activateOnStart=layercollection&gm-x=150000&gmy=460000&gm-z=3&gm-b=1544180834512%2Ctrue%2C1%3B1553244467280%2Ctrue%2C0.8, geraadpleegd december 2021

Binnen 200 m van het hotel bedraagt de heersende geluidsbelasting 51 tot 60 dB. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de Lden ongeveer 2 dB(A) lager is dan de etmaalwaarde (https://lichtbeeldgeluid.nl/geluid/akoestiek/wat-is-lden/, geraadpleegd december 2021).

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

11 van 20

Effectbeoordeling De geluidsbelasting tijdens de werkzaamheden zal de heersende geluidsniveaus niet zal overstijgen. Significante verstoring kan met zekerheid worden uitgesloten. Ook kan worden uitgesloten dat de kwaliteit van de leefgebieden in de omgeving van het hotel wordt aangetast. 5.1.2 OPTISCHE VERSTORING

Invloedsfeer Optische verstoring door aanwezigheid van materieel en mensen tijdens de sloop en nieuwbouw kan alleen plaatsvinden in de directe omgeving van het hotel, binnen een afstand van 50 m. Voorkomen beschermde waarden Binnen 50 m van het hotel zou alleen de zwarte specht kunnen broeden en foerageren. Tijdens het veldbezoek van de quickscan zijn in de directe omgeving van het hotel geen bomen met nestholten van de zwarte specht aangetroffen. Gezien het bestaand gebruik en de aanwezigheid van mensen en auto’s is de betekenis van het plangebied en directe omgeving waarschijnlijk gering voor de zwarte specht. Effectbeoordeling Rond het hotel is reeds sprake van een verstorende invloed vanuit van de aanwezigheid van de bebouwing en de aanwezigheid van bezoekers en de nabijgelegen parkeerplaats. Hierdoor is de kans op aanwezigheid van nesten van de zwarte specht in de directe omgeving van het hotel klein. Tijdens het veldbezoek voor de quickscan zijn er geen nestholten van de soort in het plangebied en directe omgeving aangetroffen. De betekenis van het gebied als foerageergebied is gering vanwege de reeds aanwezige verstoringsbronnen. Significante aantasting van het leefgebied of significante verstoring is daardoor uitgesloten. Er is geen sprake van een significant effect op het instandhoudingsdoel voor de zwarte specht.

GEBRUIKSFASE 5.2.1 VERSTORING DOOR GELUID EN OPTISCHE VERSTORING

Mogelijke effecten Door de uitbreiding van het hotel is een toename van de recreatiedruk te verwachten. Hotel Spier ligt vlakbij de Boslounge Spier (het voormalige oriëntatiecentrum), dat het startpunt vormt voor veel recreanten om het Dwingelderveld te bezoeken. Het is qua aantallen recreanten de op één na drukste parkeerplaats van het Dwingelderveld (Elands et al., 2005). Vanuit de Boslounge starten verschillende wandelroutes (zie Figuur 6). Daarnaast zijn er verschillende fietsroutes (zie Figuur 7). Het hotel biedt de mogelijkheid om fietsen te huren.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

12 van 20

Figuur 6 Ligging Boslounge Spier (cijfer 5) en ligging van recreatieroutes (stippellijnen). Bron: https://kaart.staatsbosbeheer.nl/?_ga=2.231192991.1036657311.1639674893-651852793.1627897037#/52.82/6.46/11/R, geraadpleegd december 2021

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

13 van 20

Figuur 7

Fietsroutes Dwingelderveld. Nationaal Park Dwingelderveld, 2015

Inschatting invloedssfeer De uitbreiding van het hotel betreft het uitbreiden van de welness, het uitbreiden van het aantal kamers en het uitbreiden van de vergaderfaciliteiten. De klanten die het hotel zakelijk of voor de welness bezoeken, zullen hoofdzakelijk het hotel bezoeken en daarnaast vooral in de directe omgeving van het hotel recreëren en korte wandelingen afleggen (tot 6 km afstand). Hier zijn meerdere wandelpaden aanwezig. De recreanten die ervoor kiezen het gebied per fiets te verkennen, zullen grotere afstanden afleggen van naar verwachting 10 tot 40 km. Deze recreanten zullen zich meer over het gebied en ruime omgeving verspreiden. Voorkomen beschermde waarden Binnen een afstand van 3 km van het hotel zijn alle habitattypen en leefgebieden die in het Dwingelderveld voorkomen, aanwezig, met uitzondering van habitattype 9120 Beuken-eikenbossen met hulst. Wat betreft de potentiële verstoring zijn daarom de volgende soorten relevant (zie Tabel 1).

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

14 van 20

Tabel 1 Verstoringsgevoelige doelsoorten (d) en typische soorten (ts) van habitattypen binnen 3 km van het hotel. Ontleend aan: Ministerie van LNV, 2008 Relevante doelsoorten en typische soorten habitattypen Klapester (ts)

Wintertaling (d en ts)

Kleine zwaan (d)

Tapuit (d en ts)

Goudvink (ts)

Slobeend (d)

Veldleeuwerik (ts)

Blauwborst (ts)

Zwarte specht (d)

Roodborsttapuit (d en ts)

Watersnip (ts)

Paapje (d)

Boomleeuwerik (d en ts)

Sprinkhaanzanger (ts)

Toendrarietgans (d)

Dodaars (d en ts)

Matkop (ts)

Geoorde fuut (d en ts)

Wespendief (ts)

Gevoeligheid beschermde waarden voor verstoring In tabel 2 zijn de verstoringsafstanden van de soorten voor recreatie weergegeven. De meeste vogels van bos en hei hebben een verstoringsafstand van <100 m en de meeste watervogels een verstoringsafstand van 100 tot 300 m. Tabel 2 Verstoringsgevoeligheid vogels voor recreatie. Op basis van de profielendocumenten (Ministerie van LNV, 2008). *afgeleid op basis van habitatvoorkeuren en vergelijkbare soorten Soort

Verstoringsafstand

Soort

Verstoringsafstand

Soort

Verstoringsafstand

Klapester (ts)

<100* m

Wintertaling (d en ts)

100 m

Kleine zwaan (d)

100-300 m

Tapuit (d en ts)

<100 m

Goudvink (ts)

<100 m*

Slobeend (d)

100-300 m

Veldleeuwerik (ts)

<100* m

Blauwborst (ts)

<100 m

Zwarte specht (d)

<100-300 m

Roodborsttapuit (d en ts)

<100 m

Watersnip (ts)

100-300 m

Paapje (d)

<100 m

Boomleeuwerik (d en ts)

<100 m

Sprinkhaanzanger (ts)

<100 m*

Toendrarietgans (d)

100-300 m

Dodaars (d en ts)

100-300 m

Matkop (ts)

<100 m*

Geoorde fuut (d en ts)

100-300 m

Wespendief (ts)

<100 m

Volgens Henkens et al. (1998) hangt de verstoringsafstand van soorten ook af van de recreatiedruk: hoe meer passanten per uur, hoe groter de verstoringszone rond een pad wordt. Hoe groter de recreatiedruk, hoe groter het gebied rond het wandelpad dat wordt gemeden door broedvogels. In Figuur 7 zijn deze verstoringszones inzichtelijk gemaakt voor zwarte specht, boomleeuwerik en geoorde fuut. Daaruit blijkt dat gebieden met hoge recreatiedruk deels worden gemeden.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

15 van 20

Figuur 8 Verstoringszones voor de geoorde fuut (rose) en de zwarte specht en boomleeuwerik (rood) in de huidige situatie. Locaties van broedgevallen in de periode 1999-2003 zijn weergegeven met stippen: blauw: geoorde fuut, bruin: zwarte specht, groen: boomleeuwerik. De globale locatie van hotel Spier is aangegeven met een gele cirkel. Elands et al., 2005

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

16 van 20

Figuur 9

Ruimtelijke ligging van potentiële leefgebieden in Dwingelderveld. Ontleend aan Elands et al., 2005

De parkeerplaats bij Spier is de op één na drukste van het Dwingelderveld. Hierdoor is de recreatiedruk in de directe omgeving hoog. Aangenomen mag worden dat dit leidt tot lagere dichtheden van broedvogels in de omgeving van de paden. Effectbeoordeling De uitbreiding van het hotel leidt naar verwachting tot een beperkte toename van de recreatiedruk in de omgeving van het hotel. Dat geldt met name voor het gebruik van wandelpaden. Fietsers zullen zich sneller over een groter gebied kunnen verspreiden en dus een diffuser beeld opleveren. In de omgeving van het hotel is reeds sprake van een zeer hoge recreatiedruk (Elands et al., 2005). Ten opzichte van de huidige situatie zullen er ca. 40 kamers bij komen. Naar verwachting zal de verstoring langs de paden hierdoor niet wezenlijk toenemen ten opzichte van de huidige situatie. De recreatiedruk was al erg hoog en is tijdens de afgelopen twee jaar gedurende de coronacrisis verder toegenomen. Significante verstoring of significante effecten op de kwaliteit van leefgebieden of habitattypen kan worden uitgesloten.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

17 van 20

5.2.2 MECHANISCHE EFFECTEN

Mogelijke effecten Zoals hierboven aangegeven verwachten we dat vooral kortere wandelingen worden ondernomen door de beoogde doelgroep waarvoor het hotel wordt uitgebreid. Voorkomen beschermde waarden Binnen een afstand van 3 km van het hotel komen alle habitattypen waarvoor het Dwingelderveld is aangewezen voor, met uitzondering van H9120 Beuken-eikenbossen met hulst. Gevoeligheid voor betreding In principe zijn alle habitattypen gevoelig voor betreding (Effectenindicator op https://www.synbiosys.alterra.nl). Of er effecten optreden, hangt mede af van de duur en intensiteit. Enige betreding kan echter ook positief zijn voor sommige habitattypen, indien dit leidt tot een toename van dynamiek en bijdraagt aan diversiteit in structuur (bijv. indien er kleine zandige plekken ontstaan in een verder dichte heide). Effectbeoordeling De uitbreiding van het hotel leidt naar verwachting tot een beperkte toename van de recreatiedruk in de omgeving van het hotel. Bij de ingang van de paden staan toegangsborden waarop is aangegeven dat er niet van de paden mag worden afgeweken. Daardoor zijn significante effecten op de instandhoudingsdoelen uit te sluiten.

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

18 van 20

CONCLUSIE EN RANDVOORWAARDEN In deze voortoets zijn de mogelijke effecten van de uitbreiding van Hotel van der Valk in Spier onderzocht. Uit de voortoets blijkt dat significante effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Dwingelderveld zijn uitgesloten. Er is echter nog geen berekening uitgevoerd van de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase. Daarom kunnen significante effecten in dit stadium nog niet definitief uitgesloten worden. We bevelen aan om deze voortoets met een uitgevoerde AERIUS berekening en eventuele nadere stikstofbeoordeling voor te leggen aan het bevoegd gezag (Provincie Drenthe).

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

19 van 20

LITERATUUR EN BRONNEN • ATKB | Buro Bakker (in prep). Quickscan Hotel van der Valk Spier • Elands, B.H.M., Van Marwijk, R., Jochem, R., Pouwels, R. & T.A. de Boer, (2005). Natuur in Nederland: recreatie en biodiversiteit in balans; een modelstudie naar recreatiekwaliteit. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 1220

• Henkens, R.J.H.G. (1998). Methode voor bepaling effect recreatie op broedvogels. IBN-DLO, Wageningen.

• Krijgsveld, K. L., Smits, R. R., & Van der Winden, J. (2008). Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. Buro Waardenburg, Culemborg.

• Ministerie van EZ (2013). Aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Dwingelderveld • Ministerie van LNV (2008). Profielendocumenten habitattypen, broedvogels en niet-broedvogels • Nationaal Park Dwingelderveld (2015). Brochure Fietsroutes langs ANWB-paddestoelen en wegwijzers. • Provincie Drenthe (2016). Natura 2000-beheerplan Dwingelderveld • Reijnen, R., Foppen, R. & Veenbaas, G. (1997). Disturbance by traffic of breeding birds: evaluation of the effect and considerations in planning and managing road corridors. Biodiversity and Conservation 6, 567-581 (1997)

• Van Dobben, H. F., Bobbink, R., Bal, D., & Van Hinsberg, A. (2012). Overzicht van kritische depostiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden (No. 2397). Alterra.

• Van Kleunen, A., van Manen, W., Nijssen, M., & van den Burg, A. (2020). Terreingebruik en voedsel van de Zwarte Specht in Noord-Brabant en Drenthe. Sovon Vogelonderzoek Nederland.

• Van Manen, W. (2012). Broedbiologie van de Zwarte Specht in Nederland. Limosa, 85(4), 161-170. Websites • www.aerius.nl en AERIUS Monitor op https://monitor.aerius.nl • https://kaart.staatsbosbeheer.nl/?_ga=2.231192991.1036657311.1639674893651852793.1627897037#/52.82/6.46/11/R • www.sovon.nl • www.geo.drenthe.nl • www.natura2000.nl • www.pdok.nl • https://www.av-consulting.nl/activiteiten/stappenplan_bouwlawaai-vrom/ • Effectenindicator op https://www.synbiosys.alterra.nl

Voortoets uitbreiding Hotel Spier | definitief | 20211945/01

20 van 20

68/364

Bijlage 4

69/364

Quickscan soortenbescherming

QUICKSCAN HOTEL VAN DER VALK SPIER

QUICKSCAN HOTEL VAN DER VALK SPIER Kenmerk: Versie: Datum:

20211945 definitief 08-03-2022

Auteur: Projectleider: Veldwerk: Kwaliteitscontrole: Opdrachtgever: Contactpersoon:

Evert-Jan Slot Dagmar Heidinga Evert-Jan Slot Dagmar Heidinga P.A.M. Teunissen Architectenbureau Bv Sander Akerboom

Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.

© ATKB voor natuur en leefomgeving. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Foto's: ATKB

INHOUD Inleiding Wettelijk kader Onderzoeksmethode Ligging en beschrijving plangebied Planbeschrijving

1 1 1 2 4

Resultaten en effecten Vogelrichtlijnsoorten Habitatrichtlijnsoorten Nationaal (Andere) beschermde dier- en plantensoorten

6 6 10 16

Conclusie Conclusie beschermde soorten Benodigde vervolgstappen Literatuur en bronnen

21 21 22 23

INLEIDING Horecaonderneming Van der Valk wil het hotel in Spier ingrijpend verbouwen. Effecten op beschermde soorten als gevolg van de werkzaamheden kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Een toetsing aan het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming is daarom noodzakelijk. Deze quickscan geeft antwoord op de volgende vragen:

• Welke beschermde flora en fauna zijn aanwezig of kunnen in het plangebied en omgeving voorkomen? • Kunnen de geplande werkzaamheden negatieve effecten hebben op beschermde flora en fauna? • Zo ja, welke effecten kunnen optreden en welke maatregelen zijn dan nodig om deze negatieve effecten te voorkomen? • Indien overtreding van de Wet natuurbescherming niet volledig te vermijden is, welke vervolgstappen zijn dan aan de orde?

WETTELIJK KADER Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (Wnb). Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming betreft het onderdeel soorten, voorheen de Flora- en faunawet. Met deze quickscan vindt de toetsing aan het onderdeel soorten van de Wet natuurbescherming plaats. In de Wet natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden: 1. Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 - 3.4) 2. Habitatrichtlijnsoorten en soorten genoemd in de Verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5 - 3.9) 3. Andere soorten (artikel 3.10 - 3.11; bijlage onderdeel A en B) De lijst ‘jaarrond beschermde nesten’ die onder de Flora- en faunawet is opgesteld, is ook onder de Wnb geldig. Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, de zorgplicht (artikel 1.11) voor alle in het wild levende dieren. Voor dit project is de provincie Drenthe het bevoegd gezag voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en voor het verlenen van een eventuele ontheffing. De provincie Drenthe heeft voor de implementatie van de Wet natuurbescherming een verordening vastgesteld. Hierin is onder meer de lijst met vrijgestelde soorten te vinden.

ONDERZOEKSMETHODE Voor het bepalen van de mogelijke effecten van de geplande werkzaamheden is het noodzakelijk te weten welke beschermde soorten aanwezig zijn en kunnen zijn, in en in de omgeving van het plangebied. Hiervoor is bronnenonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd.

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

1 van 23

Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek bestaat uit het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, december 2021) en vrij beschikbare verspreidingsgegevens van beschermde soorten flora en fauna. Hiervoor zijn de meest actuele en relevante bronnen geraadpleegd (zie ook hoofdstuk 4). Veldonderzoek Op 15 december 2021 is een verkenning in het plangebied en de directe omgeving (onderzoeksgebied) uitgevoerd door een ecoloog van ATKB | Buro Bakker. Tijdens dit veldbezoek is een beoordeling gemaakt van het plangebied als geschikt leefgebied voor beschermde flora en fauna. Tevens zijn de waargenomen beschermde soorten of sporen van beschermde soorten genoteerd.

LIGGING EN BESCHRIJVING PLANGEBIED Het plangebied bestaat uit het terrein van het hotel Van der Valk in Spier. Dit hotel ligt direct ten westen van de A28 ter hoogte van het dorp Spier. Het dorp zelf ligt ten oosten van de A28. Het hotelterrein ligt vlak bij de afrit 29 Dwingeloo, Spier, Wijster. Het terrein is te bereiken via de Oude Postweg die vlak langs de parkeerplaats van de boslounge van Staatsbosbeheer ligt. Het terrein heeft min of meer de vorm van een driehoek met zijden van meer dan 220 meter lang. Centraal op het terrein staat het hotel dat bestaat uit een centraal deel en drie vleugels. Het centrale deel bestaat uit een receptie, bar en restaurant. In de vleugels zijn de hotelkamers ondergebracht. Het laatste deel van de noordwestvleugel is het wellnes gedeelte waarin een zwembad aanwezig is. Het hotel bestaat uit één tot drie bouwlagen. Er zijn delen met platte daken en pannendaken. De muren zijn overwegend baksteen spouwmuren en de kopgevels hebben vaak plaatmateriaal. De oostzijde van het terrein is ingericht als parkeerplaats. De noordzijde van het terrein is groen ingericht. Er staan meerdere soorten bomen (Amerikaanse eik, zomereik, moerascipres en grove den). Ook zijn er wat rododendrons aangeplant en ligt er en kleine poel. De zuidwestrand van het terrein bestaat grotendeels uit een woonerf van de heer Van der Valk met veel naald- en loofbomen.

Langs de parkeerplaats in het oosten staan wat bomen en struiken zoals zomereik, berk, hazelaar, sleedoorn en liguster. De noordpunt van het terrein is een zandbult met bomen en struiken die overgaat in de aarden wal langs de snelweg.

Foto 1

A: De ingang van het hotel

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

B: De wellnesvleugel met een aantal te rooien bomen er voor

2 van 23

Foto 2

A: De noordvleugel

Foto 3

A: De Oude Postweg aan de noordzijde

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

B: Zicht op de zuidvleugel

B: de parkeerplaats

3 van 23

Spier A28

Figuur 1

De ligging van het plangebied langs de A28 (bron: geoportaalDrenthe).

PLANBESCHRIJVING Het hotel wordt ingrijpend verbouwd. In eerste instantie wordt alles gesloopt behalve een bestaand kamergebouw met 72 kamers welke onderdeel is van de noordwestvleugel. Het hoofdgebouw wordt gesloopt en de zuid- en noordoostvleugel. Ook het wellnes gebouw aan de noordwestvleugel wordt gesloopt. Er worden weer drie nieuwe vleugels aangebouwd. De parkeerplaats en het terras worden ook heringericht. Door de herinrichting en de aan te bouwen nieuwe vleugels worden een aantal bomen en struiken gerooid. Het westelijke deel van de Oude Postweg komt te vervallen. In Figuur 2 is het ontwerp van de nieuwe inrichting weergegeven. De planning is niet bekend. Het is ook niet duidelijk of de verbouwing gefaseerd wordt uitgevoerd.

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

4 van 23

Figuur 2

De lay-out na de verbouwing en uitbreiding van Hotel Spier. De huidige lay-out is met rode lijnen aangegeven.

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

5 van 23

RESULTATEN EN EFFECTEN Dit hoofdstuk beschrijft het (mogelijke) voorkomen van beschermde flora en fauna. Per beschermingsregime zijn de effecten beschreven en getoetst aan de Wet natuurbescherming. Vervolgens zijn de eventuele vervolgstappen aangegeven. In dit hoofdstuk is een onderscheid gemaakt in Vogelrichtlijnsoorten (paragraaf 2.1), Habitatrichtlijnsoorten (paragraaf 2.2) en nationaal beschermde soorten (paragraaf 2.3).

VOGELRICHTLIJNSOORTEN 2.1.1 AANWEZIGE SOORTEN

Jaarrond beschermde nesten Een aantal vogels hebben nesten met een jaarrond beschermde status omdat de vogelsoorten jaarrond gebruik maken van het nest, geen eigen nesten bouwen (en dus niet gemakkelijk een nieuw nest kunnen maken) of in kolonieverband broeden. Uit verspreidingsgegevens van het NDFF blijkt dat zijn waarnemingen bekend van blauwe reiger, buizerd, boomvalk, sperwer, havik, ransuil, kerkuil, steenuil, wespendief, ooievaar, huismus, gierzwaluw raaf en roek in en vlak bij het plangebied (NDFF, 2021). Huismus Volgens de verspreidingsgegevens van het NDFF zijn huismussen in het broedseizoen van 2021 waargenomen op het terras en op het dak van het hotel. Tijdens het veldbezoek zijn een aantal dakpannen omhoog geduwd. Er zijn meerdere huismusnesten aangetroffen onder de dakpannen van de noordoostvleugel. Ook is er een nest gevonden onder de dakpannen van de zuidelijke vleugel. Vreemd genoeg zijn er geen huismussen op het terrein aangetroffen. Mogelijk zijn de huismussen de A28 overgestoken om in het dorp Spier te foerageren.

Foto 4

Huismusnesten zijn vooral gevonden onder de dakpannen van de noordoostvleugel

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

6 van 23

Gierzwaluw De gierzwaluw komt in de omgeving voor. Nestplaatsen zijn te verwachten in de dorpen Spier, Wijster en Beilen. Ook het hotel is geschikt als nestlocatie voor de soort. Via ruimte onder de eindvorsten kan de gierzwaluw het dak bereiken. De gierzwaluw broedt niet in bosgebieden omdat de nestplaatsen met hoge snelheid worden aangevlogen. Bomen zijn gevaarlijke obstakels voor de soort. Het hotel ligt aan de rand van het bos en is op meerdere plekken voldoende aanvliegbaar. Nesten van de gierzwaluw kunnen niet worden uitgesloten. Ransuil De ransuil komt als broedvogel voor in de omgeving van het plangebied. De soort maakt vaak gebruik van verlaten nesten van zwarte kraai, sperwer of ekster om in te broeden. Tijdens het veldbezoek zijn geen grote nesten waargenomen in het plangebied. In de te rooien bomen zijn in elk geval geen nesten aangetroffen. In het bosperceeltje om het woonhuis ten westen van het hotel staat een groot aantal dichte naaldbomen. Het is onmogelijk om vanaf de grond een nest te zien in deze bomen. Het is niet uitgesloten dat ransuil in één van de naaldbomen om het woonhuis broedt. Sperwer De sperwer komt voor in de omgeving van het plangebied als broedvogel. De soort bouwt ieder jaar zelf een nest. Meestal wordt het nest gebouwd in een naaldboom. De sperwer is een soort die ook in tuinen broedt.

Net als voor de ransuil geldt dat we een sperwernest in één van de naaldbomen op het terrein van het woonhuis niet kunnen uitsluiten. In de te kappen bomen op de locatie van het wellnesgebouw en langs het parkeerterrein zijn geen nesten aangetroffen. Buizerd De buizerd komt algemeen voor in de omgeving van het plangebied. De soort is wat schuwer dan de ransuil en de sperwer en zal niet snel geneigd zijn om in een tuin te broeden. We verwachten dan ook geen nest van de buizerd in het bosperceeltje rondom de woning. In het plangebied en in een straal van 50 meter er omheen zijn geen nesten van deze soort waargenomen. De buizerd heeft een voorkeur voor een bosrand om in te broeden omdat de soort relatief lange vleugels heeft waardoor het aanvliegen midden in een bosperceel lastig is. Daarnaast broedt de soort meestal op enige afstand van verstoringsbronnen als wegen, paden, bebouwing en parkeerplaatsen. We verwachten geen nest van een buizerd binnen 75 meter van het plangebied. Overige soorten Het plangebied en de directe omgeving zijn ongeschikt voor de overige soorten. Er zijn geen kolonienestplaatsen aangetroffen van roek of blauwe reiger. Havik, wespendief, boomvalk en raaf zijn te schuw om op korte afstand van het plangebied te broeden. Er zijn geen geschikte nestplaatsen voor kerkuil en steenuil aangetroffen en het besloten habitat is niet geschikt voor deze twee uilen.

Het gebied is te besloten voor de ooievaar. Een nestpaal is aanwezig bij een boerderij aan de Moraineweg 37 op een afstand van 2 kilometer ten noorden van het plangebied. Categorie 5 broedvogels De zogenaamde Categorie 5-soorten zijn vogelsoorten waarvan de nesten niet standaard jaarrond beschermd zijn. Onder bepaalde ecologische omstandigheden kunnen deze nesten wel jaarronde bescherming hebben. Uit gegevens van de NDFF komt naar voren dat de boerenzwaluw, huiszwaluw, bonte vliegenvanger, grauwe vliegenvanger, oeverzwaluw, zwarte roodstaart, gekraagde roodstaart, tapuit, koolmees, pimpelmees, glanskop, zwarte mees, boomkruiper, spreeuw, ijsvogel, grote bonte specht, kleine

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

7 van 23

bonte specht, groene specht, zwarte specht, draaihals, boomklever, zwarte kraai, ekster, torenvalk en bosuil in en nabij het plangebied aanwezig zijn. Huiszwaluw Een afdruk van een oud nest is gevonden onder witte Trespa dakrand van het dak van het hoogste gedeelte van het hotel. De soort kan in het plangebied broeden onder dit soort dakrandjes.

Foto 5

Afdruk van een nest van een huiszwaluw

Spreeuw Volgens de verspreidingsgegevens van het NDFF is er afgelopen broedseizoen een waarneming van een spreeuw op het hotel ingevoerd. Het dak van het hotel is toegankelijk voor de spreeuw. We kunnen nestplekken van de spreeuw in het dak van het hotel niet uitsluiten. Koolmees, pimpelmees en boomkruiper Deze soorten zijn allemaal in of nabij het plangebied waargenomen tijdens het veldbezoek. Deze soorten zijn opportunistisch. Ze kunnen in natuurlijke nestholten, nestkastjes maar ook in gebouwen broeden. Een brede open voeg, een ruimte achter een regenpijp of onder een gevelpan zijn allemaal plekken waar deze soorten kunnen broeden. Nestplaatsen van deze soorten zijn niet uit te sluiten in het hotel. Zwarte roodstaart, gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger en bonte vliegenvanger Tijdens het veldbezoek zijn deze soorten niet waargenomen omdat dit trekvogels zijn die in de winter in delen van Afrika en Zuid-Europa verblijven. Vooral de zwarte roodstaart en de grauwe vliegenvanger kunnen ook in gebouwen broeden. Nesten van deze soorten in het hotel zijn niet uit te sluiten. Er zijn voldoende bereikbare holle ruimtes of nisjes in de dakdelen van het hotel. De bonte vliegenvanger en gekraagde roodstaart broeden ook op erven maar kiezen eerder voor een nestkast of een oude spechtenholte.

Glanskop, zwarte mees en boomklever Glanskop en boomklever zijn ook tijdens het veldbezoek waargenomen. Ze broeden doorgaans niet in gebouwen maar wel in natuurlijke holtes of nestkastjes. De glanskop is ook in staat zelf een nestholte uit te pikken in zachte boomsoorten of rottend hout. Beide soorten kunnen in het plangebied broeden maar worden niet in de bebouwing verwacht. Ook zijn geen holtes waargenomen in te rooien bomen. De zwarte mees is meer een soort van de naaldbossen en wordt niet verwacht als broedvogel in het plangebied.

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

8 van 23

Spechten Er komen vijf soorten spechten voor in de omgeving. Dit zijn de grote bonte specht, kleine bonte specht, groene specht, zwarte specht en draaihals. Tijdens het veldbezoek is de grote bonte specht waargenomen in het bosperceeltje rond het woonhuis. Dit erf is niet betreden. Mogelijk zijn hier spechtenholtes van de grote bonte specht aanwezig. In de overige bomen in en om het plangebied zijn geen holtes waargenomen. De kleine bonte specht heeft een voorkeur voor zacht hout zoals berk, wilg en els. Berken zijn aanwezig in het plangebied. Er zijn geen holtes aangetroffen, maar de bomen rondom het woonhuis zijn niet van dichtbij geïnspecteerd. De soort zou daar kunnen broeden. De overige drie spechtensoorten komen voor in het natuurgebied Dwingelderveld. Het zijn echter vrij schuwe soorten. Nesten worden niet in of nabij het plangebied verwacht. Zwarte kraai en ekster Beide soorten maken grote nesten die niet zijn waargenomen tijdens het veldbezoek. Het bosje om het woonhuis is niet betreden. Een aantal naaldbomen waren erg dicht waardoor nesten gemist kunnen zijn. In de te rooien bomen zijn geen nesten aanwezig. Bosuil en torenvalk Nesten van beide soorten worden niet verwacht in het plangebied. De torenvalk broedt in meer open landschap waar de soort vaak gebruik maakt van speciale paalkasten, oude kraaiennesten en hoogspanningsmasten.

De soort broedt soms ook in boerenschuren. De bosuil is een bewoner van bossen en parken. Het nest is meestal in een natuurlijke holte of speciale bosuilkast. Dergelijke nestplekken zijn niet gevonden in het plangebied. IJsvogel, tapuit en oeverzwaluw Deze drie soorten worden niet in het plangebied verwacht. De ijsvogel broedt meestal in een holte in een steile oever. Dit geldt ook voor de oeverzwaluw. De tapuit is een soort van de open gebieden waar ze broedt in oude konijnenholen. Degelijke nestplekken zijn niet aanwezig in of nabij het plangebied. Overige broedvogels Andere broedvogels die in het plangebied kunnen broeden zijn soorten van park en bos zoals zwartkop, winterkoning, vink, merel, roodborst en staartmees. 2.1.2 EFFECTEN EN VERVOLG

Jaarrond beschermde nesten Binnen het plangebied broedt de huismus. Onbekend is om hoeveel broedparen het gaat. Door de sloop van het grootste deel van het hotel worden deze jaarrond beschermde nesten vernietigd. Als de sloop plaatsvindt in het broedseizoen dan kunnen jongen worden gedood en eieren worden vernietigd. Mogelijk broedt de gierzwaluw onder de dakpannen. Door de sloop van delen van het hotel kunnen deze jaarrond beschermde nesten worden vernietigd. Wanneer de sloop plaatsvindt in het broedseizoen kunnen jongen worden gedood en eieren worden vernietigd. De ransuil en de sperwer kunnen broeden in het bosje rondom de woning van de heer Van der Valk. De bomen op dit er worden niet aangetast waardoor er geen sprake is van vernietiging van jaarrond beschermde nesten. De werkzaamheden leiden naar verwachting niet tot verstoring van nesten van de ransuil of sperwer. Beide soorten zijn menselijke aanwezigheid gewend.

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

9 van 23

Binnen het plangebied zijn geen aanwijzingen van andere overige jaarrond beschermde nesten van vogels. Er zijn geen nesten in te rooien bomen of in het hotel aangetroffen. Ook op korte afstand van het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen en deze worden ook niet verwacht zodat verstoring door toedoen van de werkzaamheden niet aan de orde is. Categorie 5-soorten Het is niet uitgesloten dat in of grenzend aan het plangebied categorie 5-soorten tot broeden komen, zoals spreeuw, huiszwaluw, glanskop, koolmees, pimpelmees, bonte vliegenvanger, grauwe vliegenvanger, zwarte roodstaart, gekraagde roodstaart, kleine en grote bonte specht. De werkzaamheden kunnen leiden tot verstoring van broedende vogels. De sloop van gebouwdelen kan leiden tot vernietiging van in gebruik zijnde nesten. In de te rooien bomen zijn geen nestholtes aangetroffen waardoor de nesten niet (direct) worden vernietigd door de kap. Er zijn in ruime mate alternatieven in de omgeving aanwezig. Er blijft voldoende leefgebied over voor de huiszwaluw, glanskop, koolmees, pimpelmees, bonte vliegenvanger, grauwe vliegenvanger, zwarte roodstaart, gekraagde roodstaart, kleine en grote bonte specht om de staat van instandhouding te waarborgen. Voor de spreeuw maken we een uitzondering. Voor deze soort is de gunstige staat van instandhouding als broedvogel beoordeeld als matig ongunstig (SOVON).

Nesten van de spreeuw beoordelen we als jaarrond beschermd. Overige broedvogels (Opzettelijke) verstoring van Vogelrichtlijnsoorten is alleen toegestaan als er geen wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding van de soorten. Omdat er meerdere soorten in het plangebied voor kunnen komen, zijn effecten op alle aanwezige soorten niet uit te sluiten. Daarom is het van belang om de werkzaamheden van sloop en rooien buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen voor deze soorten omvat de periode van half maart tot en met augustus.

HABITATRICHTLIJNSOORTEN 2.2.1 PLANTEN

Aanwezige soorten Er zijn vier planten beschermd onder de Habitatrichtlijn (HR), te weten: drijvende waterweegbree, groenknolorchis, kruipend moerasscherm en zomerschroeforchis. Deze soorten komen alleen in zeer specifieke milieus voor en zijn afhankelijk van kalkrijke, voedselarme en vochtige tot natte omstandigheden met kwelinvloed. De beschermde planten van de Habitatrichtlijn eisen voedselarme en extensief beheerde omstandigheden. In het plangebied ontbreken deze omstandigheden, er is spraken gazons, verharding en bosplantsoen. Het plangebied is ongeschikt voor planten van de Habitatrichtlijn. Ook zijn geen waarnemingen van beschermde soorten bekend binnen het plangebied en omgeving (NDFF 2021). Het is dus uitgesloten dat beschermde planten van de Habitatrichtlijn voorkomen in het plangebied.

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

10 van 23

Effecten en vervolg Vanwege het ontbreken van geschikte groeiplaatsen, zijn negatieve effecten uitgesloten. 2.2.2 VLEERMUIZEN

Aanwezige beschermde soorten Uit bronnenonderzoek blijkt dat in de afgelopen vijf jaar de baard/Brandts vleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis in de ruime omgeving zijn waargenomen (NDFF, 2021). Gezien het aanwezige habitat zou franjestaart ook in de omgeving voor kunnen komen. Verblijfplaatsen Vleermuizen verblijven in bomen en/of gebouwen. Deze verblijfplaatsen zijn het gehele jaar rond beschermd, ook als de dieren gedurende een deel van het jaar op andere plekken verblijven. Het hotel is van buiten beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen. We hebben keutels gevonden van een kleine vleermuissoort in een open voeg, op de vensterbanken en onder gevelpannen. Het gebouw heeft meerdere geschikte open voegen waardoor vleermuizen in de spouw kunnen komen. Ook zijn er overhangende gevelpannen waaronder vleermuizen naar het dak kunnen kruipen. Op een aantal plekken sluit de daklijst niet strak aan op de muur waardoor er kieren zijn waar een kleine vleermuissoort onder kan kruipen. We verwachten meerdere verblijfplaatsen van vleermuizen in de buitenste schil (spouwmuur, dakdelen ed.) van het hotel. In de te rooien bomen zijn geen geschikte holtes voor vleermuizen aangetroffen.

Foto 6

A: Keutels onder de geelpannen

B: Geschikte open voegen

Essentiële vliegroutes Essentiële vliegroutes, die verblijfplaatsen en foerageergebied verbinden, bestaan uit lijnvormige structuren, zoals bomenrijen en watergangen. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere potentiële vliegroutes aanwezig (zie Figuur 3). De bosrand langs de Oude Postweg aan de noordzijde van het plangebied kan een onderdeel zijn van een vliegroute. Ook de bosrand van het woonerf kan een onderdeel zijn van een vliegroute. Wel wordt het terrein verlicht waardoor de meest lichtschuwe soorten (gewone grootoorvleermuis, franjestaart) waarschijnlijk een ander route kiezen.

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

11 van 23

Figuur 3

Potentiële vliegroutes (gele pijlen) in en nabij het plangebied (blauw gearceerd), Bron: Geoportaal Drenthe).

Essentieel foerageergebied In en nabij het plangebied is geschikt foerageergebied voor vleermuizen aanwezig, zoals langs de bosrand van de Oude Postweg. In de omgeving zijn genoeg vergelijkbare en betere foerageergebieden aanwezig. Er zijn bosranden, graslandjes en heidevelden die besloten liggen waar vleermuizen kunnen foerageren. Essentieel foerageergebied is in het plangebied niet aanwezig, omdat het deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en omdat er in de omgeving betere gebieden voorhanden zijn. Effecten en vervolg Sloop hotel Wanneer delen van het hotel worden gesloopt, kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd. Hierbij kunnen dieren worden verwond of gedood. Dit is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Rooien bomen Door het rooien van bomen worden niet direct verblijfplaatsen vernietigd. Wel kunnen bomen een geleidende functie hebben naar een verblijfplaats in het hotel. Het wegvallen van bepaalde bomen kan daardoor indirect een negatieve invloed hebben op de functionaliteit van een verblijfplaats. Het gebruik van felle verlichting kan ook de aanvliegroute naar het gebouw negatief beïnvloeden en daarmee de functionaliteit van de verblijfplaats.

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

12 van 23

2.2.3 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN

Aanwezige beschermde soorten Relevante grondgebonden zoogdieren die zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn zijn bever, otter en noordse woelmuis. De habitat van het plangebied is ongeschikt voor deze soorten. Ook de omgeving bos en heide zijn ongeschikt voor watergebonden soorten als otter en bever. De noordse woelmuis is een soort van West-Nederland en komt meestal voor in natte milieus zoals rietland, moeras, zeer extensief gebruikte weilanden, drassige hooilanden, vochtige duinvalleien en periodiek overstroomde terreinen. Dit soort habitat is niet aanwezig in het plangebied of omgeving. Voor overige grondgebonden zoogdieren van de Habitatrichtlijn geldt dat het plangebied ver verwijderd is van het verspreidingsgebied van deze soorten en dat geschikt habitat ontbreekt. Effecten en vervolg De aanwezigheid van (verblijfplaatsen van) beschermde grondgebonden zoogdieren van de Habitatrichtlijn is uit te sluiten. De geplande werkzaamheden leiden niet tot negatieve effecten op grondgebonden zoogdieren omdat geschikt leefgebied ontbreekt. Vervolgstappen zijn zodoende niet aan de orde. 2.2.4 REPTIELEN EN AMFIBIEËN

Aanwezige beschermde soorten Uit de verspreidingsgegevens zijn waarnemingen bekend van gladde slang, poelkikker, heikikker, rugstreeppad en kamsalamander (NDFF 2021) op het Dwingelderveld. Gladde slang De gladde slang komt voor op het Dwingelderveld. De dichtstbijzijnde waarnemingen zijn op een afstand van 800 meter van het plangebied. De gladde slang bewoont vooral droge heideterreinen, maar ook hogere delen van hoogveengebieden en open bossen en jonge aanplant op zandgrond. Het plangebied is geen geschikt leefgebied voor de soort. Het bestaat vooral uit frequent gemaaide gazons, verharding en randen van dicht bos. Zandhagedis Waarnemingen van de zandhagedis zijn niet bekend op het Dwingelderveld. Het plangebied ligt buiten het verspreidingsgebied van deze soort en is bovendien ongeschikt. Heikikker De heikikker komt algemeen voor op het Dwingelderveld. Op ongeveer 400 meter van het plangebied zijn de dichtstbijzijnde waarnemingen gedaan (NDFF, geraadpleegd december 2021). In het plangebied is geen geschikt voortplantingswater aanwezig. Op het terrein is wel een kleine poel aanwezig. Deze poel is bijna opgedroogd en ligt vol met blad van Amerikaanse eik en is daarom niet geschikt voor de heikikker. De dichtstbijzijnde geschikte poelen liggen op ruim 500 meter afstand van het plangebied.

Buiten de voortplantingsperiode worden de heikikkers aangetroffen in hoge, dichte vegetaties zoals vochtige heide, pijpenstrootjesvegetatie, kruidenrijk vochtig grasland en in mindere mate in open loofbos. De landhabitat bevindt zich in de nabije omgeving van het voortplantingswater, tot op een afstand van 300 meter (BIJ12, 20217) Gezien de afstand en de aard van het plangebied verwachten we niet dat het plangebied als landbiotoop of overwinteringsplek wordt gebruikt. Geschikte overwinteringsplekken ontbreken.

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

13 van 23

Poelkikker De poelkikker komt voor op het Dwingelderveld. Op ongeveer 500 meter van het plangebied zijn de dichtstbijzijnde waarnemingen gedaan (NDFF, geraadpleegd december 2021). In het plangebied is geen geschikt voortplantingswater aanwezig. Op het terrein is wel een kleine poel aanwezig. Deze poel is bijna opgedroogd en ligt vol met blad van Amerikaanse eik en is daardoor niet geschikt voor de poelkikker. Dichtstbijzijnde geschikte poelen liggen op ruim 500 meter afstand van het plangebied. Het landhabitat waarin overwinterd wordt, bevindt zich veelal op minder dan 100 à 200 meter van de oever van het voortplantingswater. In de winter bevinden de meeste poelkikkers zich individueel op het land: in de grond ingegraven, in muizenholletjes, onder stronken, in dammetjes waar puin aanwezig is, en dergelijke. Ze verblijven hier van half oktober tot en met half april. Van jaar tot jaar kunnen de verblijfplaatsen binnen het leefgebied wisselen (BIJ12, 2017). Gezien de afstand en de aard van het plangebied verwachten we niet dat het plangebied als landbiotoop of overwinteringsplek wordt gebruikt. Geschikte overwinteringsplekken ontbreken. Rugstreeppad De rugstreeppad komt voor op het Dwingelderveld. De soort komt vooral voor in de open delen van het zuidelijk deel van het natuurgebied.

De dichtstbijzijnde waarnemingen zijn gedaan op een afstand van ongeveer 500 meter van het plangebied (NDFF, geraadpleegd december 2021). Op het terrein is wel een kleine poel aanwezig. Deze poel ligt beschaduwd, is bijna opgedroogd, en ligt vol met blad van Amerikaanse eik. De poel is ongeschikt voor de rugstreeppad. Dichtstbijzijnde geschikte poelen liggen op ruim 500 meter afstand van het plangebied. Het landhabitat laat zich omschrijven als onbeschaduwde, laag begroeide terreinen. Braakliggende bouwterreinen, groeven en zand- en kleiafgravingen, (rivier)duinen en uiterwaarden vormen een ideaal leefgebied voor de rugstreeppad. Maar ook vennen in heideterreinen en sloten in akker- en graslanden kunnen geschikt zijn. Winterverblijfplaatsen bevinden zich op hoogwatervrije terreinen. Als verblijfplaatsen kunnen bestaande ruimtes benut worden, zoals muizenholletjes. Vaak graven rugstreeppadden zichzelf in vergraafbare bodem in of schuilen onder elementen zoals tegels, pellets en tractorbanden. In de winter dienen de verblijfplaatsen vorstvrij te zijn. De overwinteringslocatie dient boven het grondwater gelegen te zijn (BIJ12, 2017). Het plangebied is nu niet geschikt voor de soort, maar kan dit tijdelijk wel worden tijdens de werkzaamheden, als er plekken met kaal en rul zand en plassen ontstaan. Kamsalamander De kamsalamander komt voor op het Dwingelderveld.

De dichtstbijzijnde waarnemingen zijn op een afstand van 500 meter van het plangebied gedaan (NDFF, geraadpleegd december 2021). Op deze locatie ligt ook een geschikte poel. in het plangebied is ook een kleine poel aanwezig. Deze poel is erg klein, ligt beschaduwd, is bijna opgedroogd, en ligt vol met blad van Amerikaanse eik. De poel is ongeschikt voor kamsalamander. Het landhabitat bestaat uit vochtige en beschutte plekken, bijvoorbeeld tussen stapels stenen in hout(wallen) of struweel. Ook bestaande muizenholen in extensief beweide of op andere wijze extensief beheerd grasland worden gebruikt. Zowel ’s zomers als ’s winters gebruikt de kamsalamander dit soort plekken. De overwinteringsplekken moeten vorstvrij zijn. Soms wordt ook in het water overwinterd. De afstand tussen het voorplantingswater en het landhabitat is vaak minder dan 100 meter (BIJ12, 2017).

Quickscan hotel van der valk Spier | definitief | 20211945

14 van 23

Gezien de afstand en de aard van het plangebied verwachten we ook niet dat het plangebied als landbiotoop of overwinteringsplek wordt gebruikt. Effecten en vervolg Door het ontbreken van geschikt habitat worden door de geplande werkzaamheden geen negatieve effecten verwacht op amfibieën en reptielen van de Habitatrichtlijn. Door het bouwrijp maken van het terrein en het aanbrengen van zanddepots ontstaan er meer delen met zand van een losse structuur. Ook kunnen er kuilen of diepe sporen ontstaan waarin water blijft staan. Dit water kan geschikt zijn als voortplantingswater. Het plangebied kan hierdoor in de bouwfase geschikt worden voor de rugstreeppad. 2.2.5 VISSEN, INSECTEN EN ONGEWERVELDEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=cb837b8a-f893-454b-83ca-ece92649a2ae