CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing bij aanvraag omgevingsvergunning

Politieke avond Westerveld 23 september 2025, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Koningin Wilhelminalaan 48 Wilhelminaoord, zorgwoningen achter RK kerk, Oranjeborg12.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HERBESTEMMEN ROOMS KATHOLIEKE KERK KON. WILHELMINALAAN 48 WILHELMINAOORD

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING 4 SEPTEMBER 2023

Ruimtelijke onderbouwing Herbestemmen Rooms Katholieke kerk Kon. Wilhelminalaan 48 Wilhelminaoord

COLOFON Opdrachtgever

: HH Petrus en Paulus

Auteur Projectnummer

: De heer E. Venema / T 06 308 434 38 : 22 – 789

Status Datum

: Definitief : 4 september 2023

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Locatie Planologische regeling Leeswijzer

1 1 1 3 4

2 2.1 2.2 2.3

Projectbeschrijving Uitgangssituatie De projectdefinitie Ruimtelijke inpassing

5 5 5 7

3 3.1 3.2 3.3

Beleidsregels Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

11 11 12 13

4 Omgevingsaspecten 4.1 Mer-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geluid (Wet geluidhinder) 4.4 Water 4.5 Bodem 4.6 Archeologie 4.7 Cultuurhistorie 4.8 Ecologie 4.9 Externe veiligheid 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Kabels, leidingen en zoneringen

16 16 16 16 17 18 18 19 20 22 22 22

5 Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid

23 23 23

6 6.1 6.2 6.3

24 24 24 24

Afweging en conclusies Aanleiding Afweging Conclusie

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Ontwerpboek architectenbureau Kijlstra-Brouwer Landschappelijke inpassing Verkennend bodemonderzoek Archeologisch onderzoek Bouwhistorisch onderzoek Ecologische quickscan Stikstofberekening aanlegfase

1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Gelet op de cultuurhistorische waarde van (de omgeving van) het kerkgebouw en de daarbij behorende tuin zijn de plannen besproken met de gemeente Westerveld, de provincie Drenthe en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Op basis hiervan kan het plan rekenen op medewerking. Hoewel het beoogde zorgconcept past goed bij de maatschappelijke bestemming van de kerk, maar het bouwen van de zorgwoningen hierachter is strijdig met het bestemmingsplan. Daarom wordt een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan aangevraagd. Hierbij is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Deze vormt een toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning en toetst het bouwplan aan de geldende beleidskaders en de relevante omgevingsaspecten.

1.2 Locatie Het projectgebied ligt aan één van de karakteristieke linten in het beschermd dorpsgezicht van Wilhelminaoord, ongeveer 200 meter ten noorden van de bebouwde kom. Het betreft het perceel Kon. Wilhelminalaan 48. Hierop staat het kerkgebouw met beheerderswoning met daarachter de parochietuin en begraafplaats. De ligging van het projectgebied is op een topografische kaart aangegeven in figuur 1.1. Een aanzicht op de locatie is weergegeven in figuur 1.2.

1

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

De Rooms Katholieke kerk, de begraafplaats en bijbehorende tuin aan de Koningin Wilhelminalaan 48 te Wilhelminaoord vormen een onderdeel van de HH Petrus en Paulus Parochie. Door teruglopend kerkbezoek en structureel tekort aan personeel is besloten om de locatie een andere functie te geven. F-idesta Zorg Franchise ontwikkelt kleinschalige woon-zorglocaties voor zowel psychogeriatrische als somatische cliënten, in een beschutte omgeving met 24-uurs toezicht. De locatie biedt hiervoor uitgelezen kansen. Daarom hebben de HH Petrus en Paulusparochie, F-idesta en architectenbureau Kijlstra-Brouwer gezamenlijk een plan ontwikkeld voor het herbestemmen van het kerkgebouw met daarbij de realisatie van een bescheiden programma van zorgwoningen in de tuin hierachter. De locatie zal zijn gericht op het bieden van kleinschalig en beschut wonen voor ouderen met een zorgbehoefte.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 1.1

De ligging van het projectgebied

Figuur 1.2

Aanzicht op het projectgebied

2

1.3 Planologische regeling Het projectgebied is geregeld in het bestemmingsplan Beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord, dat is vastgesteld op 25 januari 2011. De kerk is daarin bestemd als ‘Maatschappelijk’. Binnen deze bestemming zijn maatschappelijke voorzieningen (zoals een zorgconcept) mogelijk, met een bestaande beheerderswoning. Het bouwen van gebouwen is alleen toegestaan ter plaatse van het bouwvlak, dat strak om de huidige kerk ligt. Het terrein achter de kerk is bestemd als ‘Maatschappelijk – Begraafplaats’, waar uitsluitend wordt voorzien in een begraafplaats. Omdat de zorgwoningen achter de kerk, dus buiten het bouwvlak en deels binnen de bestemming van de begraafplaats ligt, kan het plan niet op basis van het geldende bestemmingsplan worden vergund.

Figuur 1.2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Een fragment van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2. De bestemming voor de

Fragment geldend bestemmingsplan

Verder zijn voor het projectgebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie’ relevant. Met deze bestemmingen wordt de archeologische verwachtingswaarde en de opbouw, het behoud en het herstel van de aan de gronden eigen landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het beschermd dorpsgezicht beschermd. Op deze aspecten wordt in paragrafen 4.6 en 4.7 ingegaan.

3

1.4 Leeswijzer

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de uitgangspunten vanuit het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en de ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing.

4

2 Projectbeschrijving

2.1 Uitgangssituatie Het projectgebied ligt in het besloten landschap lang de Koningin Wilhelminaweg (N353), ten noorden van de bebouwde kom van Wilhelminaoord. Dit gebied is sociaal-historisch en ruimtelijk gezien van belang vanwege de systematische ontginningen van de woeste gronden die in een voor dit gebied karakteristieke, ruimtelijke structuur hebben geresulteerd. De kernen Frederiksoord en Wilhelminaoord en het gebied rondom zijn daarom aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

Een luchtfoto van de locatie is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1

Luchtfoto projectgebied

2.2 De projectdefinitie De aanvraag heeft betrekking op het herbestemming van het kerkgebouw ten behoeve van een zorgfunctie en het bouwen van 18 zorgwoningen, verbonden door centrale gemeenschappelijke

5

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Het projectgebied ligt in een ruim opgezet, gemengd bebouwingslint, met voornamelijk woningen en maatschappelijke functies, waaronder de onderhavige Rooms Katholieke kerk. Enkele statige historische panden in een landgoedachtige setting bepalen het beeld aan deze provinciale weg. De kerk is in 1964 gebouwd, destijds achter het voormalige kerkgebouw met pastorie uit 1845. Hoewel niet oorspronkelijk heeft het kerkgebouw over het algemeen hoge monumentwaarde vanwege de kenmerkende modernistische bouwvorm en -stijl en de hoge mate van gaafheid van zowel het exterieur als het interieur.

(verkeers)ruimten. De kerkzaal en de beheerderswoning behouden hun functie. Verder is de bestaande inrichting van de tuin achter de kerk een belangrijk ontwerpuitgangspunt geweest. De bebouwing voegt zich binnen de beeldbepalende bomen op en glooiing van dit terrein. Dit wordt versterkt door vegetaties op daken en aan geveldelen. Dit geeft de nieuwbouw een duidelijk andere karakter dan de kerk en een ondergeschikte positie ten opzichte van het hoofdgebouw én de tuin.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

De beoogde situatie op het perceel is weergegeven in figuur 2.2. het initiatief is nader beschreven in het ontwerpboek, dat is opgenomen in bijlage 1.

Figuur 2.2

6

Situatietekening Schetsontwerp (blauw is bestaand, groen is nieuw)

Enkele gevelaanzichten van de voor-, noord- en achterzijde, zijn weergegeven in figuur 2.3. Deze geven ook het duidelijk lage profiel van de nieuwbouw ten opzichte van de kerk weer.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 2.2

Gevelaanzichten

2.3 Ruimtelijke inpassing Het project heeft in principe een beperkte impact op de ruimtelijke uitstraling de locatie. De kerk wordt behouden en houdt ook deels zijn functie, evenals de beheerderswoning. De zorgfuncties worden met respect voor de religieuze functies in het gebouw gebracht, met een uitbreiding aan de achterzijde. De hoge cultuurhistorische waarde van het gebied en het landschap vraagt wel een gedegen landschappelijke en cultuurhistorische afweging en inpassing. In dit kader is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit plan is opgenomen in bijlage 2. Uit de landschappelijke analyse die hierin is opgenomen, blijkt dat de besloten zij- en achtererven en open voorerven kenmerkend zijn voor het lint langs de Koning Wilhelminalaan. Voor de kerk geldt dat de enkele bomen, waaronder de rode beuk, en de houtwallen in het projectgebied een belangrijke rol spelen in het silhouet van het erf, gezien vanaf de wegzijde. Het behoud van deze bomen staat voorop. Het ontwerp is geheel afgestemd op de aanwezigheid van deze bomen en houtwallen. De openheid naar de Koningin Wilhelminaweg in combinatie met de beslotenheid van de begraafplaats en de te behouden waardevolle bomen en houtwallen, zorgen samen voor de verankering van de nieuwebouw op de locatie. Dit landschappelijk kader is gevisualiseerd in figuur 2.3.

7

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 2.3

Landschappelijk kader

De uitbreiding is op de hiervoor beschreven wijze met veel zorg voor de tuin aan deze zijde tot stand gekomen. Door de beslotenheid van het gebied wordt de nieuwbouw vanuit de openbare ruimte vrijwel niet zichtbaar. Mede door de verschillende in de hoogteligging van het terrein blijft de nieuwbouw ook in hoogte onder de hoogte van de kerk. Daarmee concurreert de nieuwbouw niet met de positie van de kerk en gaat deze vanaf de wegzijde geheel verscholen achter de bestaande bebouwing. Wel is nadrukkelijk rekening gehouden met de beschermde status van De Koloniën van Weldadigheid. Deze zijn sinds 26 juli 2021 ingeschreven als UNESCO Werelderfgoed. Op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat erfgoed dat van uitzonderlijke universele waarde is. De bedoeling is om dit erfgoed dat onvervangbaar is en wereldwijd uniek, te bewaren voor toekomstige generaties. Het gebied bestaat uit het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven cultuurlandschap van een serie van agrarische ontginningen uit de periode 1818-1918, oorspronkelijk gesticht met het oogmerk van armoedebestrijding. De basistypologie van vrije en onvrije koloniën van Weldadigheid is een resultante van een allesomvattend systeem gericht op de opvang, disciplinering en vorming van kolonisten.

De structuur van het landschap, die representatief is voor het experiment van armoedebestrijding (1818-1859), en de doorontwikkeling daarvan (1860-1918) komt tot uiting in rechte wegen, laanstructuren en karakteristieke beplanting, waterstructuren, de afwisseling van openheid en beslotenheid het toegepaste maatsysteem van de verkaveling, het grid van de bebouwing en kenmerkende monumentale gebouwen en terreinen. 8

Door de positionering van de fysieke ingrepen wordt geen afbreuk gedaan aan de waarden en kenmerken, zoals hiervoor genoemd. De kerk is niet een monument, maar vertegenwoordigt wel degelijk historische waarde. Het initiatief is een mooie herbestemming van de RK kerk welke de ambitie voor leefbaarheid ten goede komt. Er is een bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd, opgenomen in bijlage 5, waarin zowel het interieur als het exterieur van de kerk op waarde is gesteld. Bij de uitvoering wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de uitkomsten hiervan. Een impressie van de nieuwe situatie in vogelvlucht is weergegeven in figuur 2.4. Een impressie van de inpassing van de nieuwbouw in de tuin is weergeven in figuur 2.5.

Impressie nieuwe situatie (vogelvlucht)

Figuur 2.5

Impressie nieuwbouw (zuidgevel, vanaf zijde kerk)

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Figuur 2.4

9

Beeldkwaliteit/welstand De welstands- en monumentencommissie West Overijssel – Zuidwest Drenthe ‘het Oversticht’ heeft op 7 juni 2023 het plan beoordeeld in het kader van vooroverleg. De welstands- en monumentencommissie is van mening dat het plan in principe voldoet aan de redelijke eisen van welstand. De commissie heeft op 20 juli 2023 een definitief akkoord gegeven op het plan.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Parkeren Voor parkeren is er voldoende ruimte op het bestaande terrein. Voor verpleeghuizen wordt uitgegaan van een parkeerbehoefte van 0,6 parkeerplaats per wooneenheid. Dit komt voor het project neer op maximaal 9 parkeerplaatsen. Op het parkeerterrein is hiervoor voldoende ruimte.

10

3 Beleidsregels

3.1 Rijksbeleid

Ladder voor duurzame verstedelijking In het besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de “ladder voor duurzame verstedelijking”. De "treden van de ladder” houden in dat bij nieuwe verstedelijking een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling wordt beschreven en, indien een project die ontwikkeling voorstelt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Met deze ontwikkeling is met name sprake van duurzame verstedelijking, doordat een nieuwe functie wordt toegekend aan bestaand vastgoed. De uitbreiding is beperkt van omvang, maar is gelet op de functie en schaal mogelijk wel aan te merken als nieuwe verstedelijking. Het is voor de realisatie van 18 zorgappartementen daarom van belang om aan te tonen dat er lokale behoefte voor is. De behoefte aan het zorgconcept volgt uit de concrete vraag van de participanten. In opdracht van Hiemwurk en Fidesta is een marktonderzoek uitgevoerd.

In dit onderzoek is op basis van de algemene informatie van Frederiksoord/Wilhelminaoord, de samenstelling van de inwoners, de gezondheid van de inwoners en de aanwezige zorg, inzicht gegeven in de wenselijkheid van de nieuw op te richten woon-zorglocatie. Geconcludeerd is dat er wordt voorzien in ene behoefte. In totaal is er een verzorgingsgebied van 5.220 inwoners. Van dit aantal zijn er 1.390 ouder zijn dan 65 jaar. Van deze 65+ers zijn er 653 inwoners (voor het onderzoek wordt uitgegaan 305) die kampen met een chronische ziekte of aandoening en niet al in een verpleeghuis wonen. Daarbij rekening houdende met een deel van het potentieel dat al is voorzien van een plek in een van de verzorgingshuizen (57), blijft een potentieel over van 248 personen. Van dit potentieel zal een deel afhankelijk zijn van een beschutte of beschermende zorgomgeving, hetgeen de beoogde locatie biedt. De concurrentie in Frederiksoord/Wilhelminaoord is laag en deze locaties bieden te weinig bedden om de gehele vraag te voorzien. Dit maakt dat exploitatie van een woonzorgconcept in Frederiksoord/Wilhelminaoord een realistisch en weloverwogen plan is.

11

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Nationale Omgevingsvisie (2020) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft het Rijk de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving geformuleerd. De NOVI is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en sorteert voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De NOVI ziet op de inrichting en de kwaliteiten van Nederland en heeft daardoor een hoog abstractieniveau. Het bevat geen concreet beleid voor de beoogde herontwikkeling. Het project staat de nationale belangen en opgaven uit de NOVI niet in de weg.

3.2 Provinciaal beleid

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Omgevingsvisie Drenthe Provinciale Staten hebben op 2 juli 2014 ingestemd met de Actualisatie Omgevingsvisie Drenthe 2014. Deze visie is in 2018 en 2022 geactualiseerd, waarbij de actualisatie Omgevingsvisie Drenthe 2022 is vastgesteld op 28 september 2022. De visie werkt vanuit een aantal generieke en gebiedsgerichte provinciale belangen. De gebiedsgerichte belangen gaan over kernkwaliteiten. Deze zijn op de kaart van de visie aangegeven. Generiek is vooral zorgvuldig ruimtegebruik van belang. In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zoals genoemd in paragraaf 3.1 is er een duidelijke behoefte aan het zorgconcept en biedt de locatie hiervoor uitgelezen kansen. Door aansluiting bij het kerkgebouw is hier sprake van een minimale impact op de ruimte en de belevingswaarde daarvan. Landschap Voor gebied zijn vooral de kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie relevant. De locatie net buiten de grens van het UNESCO werelderfgoed Koloniën van Weldadigheid, maar heeft hierop potentieel wel invloed. Voor dit gebied heeft de provincie een specifiek landschapstype opgenomen, namelijk het Landschap van de Koloniën van Weldadigheid. In paragraaf 2.3 is ingegaan op de inpassing van het plan in dit bijzondere gebied.

Van provinciaal belang zijn de rechtlijnige, structuurbepalende (hoofd)ontsluitingswegen, met daarlangs laanbeplanting, het orthogonale ingenieurslandschap met een blokachtige verkavelingsstructuur waarin bos en open ruimten elkaar afwisselen en de structuur van lintbebouwing en de hiërarchie in de architectuur van de aanliggende bebouwing (veelal haaks op de ontginning as), met een regelmatige onderlinge afstand. Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van de laanbeplanting langs de hoofdontsluiting, de ontginningsstructuur en de afwisseling tussen massa en ruimte en de kenmerkende bebouwingslinten en de onderlinge afstanden. Cultuurhistorie Onder het thema ligt het projectgebied in gebied 5, De Drentse Hoofdvaart, deelgebied 5A Maatschappij van Weldadigheid. Kenmerkend voor dit gebied is een onderscheid in drie delen met elk eigen kenmerken, en de Drentse Hoofdvaart die de verschillen tussen noord en zuid weerspiegelt. De twee gebieden van de Maatschappij van Weldadigheid, Frederiksoord/Wilhelminaoord en Veenhuizen, vertonen een grote verwantschap door de orthogonale, hiërarchische opbouw, waarbinnen lijnen, bebouwing en beplanting een sterke onderlinge relatie hebben.

De Drentse Hoofdvaart vormt een zelfstandige beelddrager met de inrichting van kanaal en verwante bebouwing, en is als lijn in het noorden de drager van de veenkoloniale lintdorpstruc-tuur, en in het zuiden ondergeschikt aan het omrin-

12

gende esdorpenlandschap. De Havelterberg en zijn omgeving vormt een eigen eenheid, met esdorpen, randveenontginningen en sporen van verschillende tijdlagen, van prehistorie tot Tweede Wereldoorlog. De karakteristieken van de Maatschappij van Weldadigheid zijn de een hiërarchische opbouw van orthogonale lijnen, beplanting en bebouwing in grote samenhang. Frederiksoord en Wilhelminaoord is hierin waardevol als landbouwkolonie met koloniehoeves en voorzieningen aan de hoofdassen, en het onderliggend oudere landgoed Westerbeek. De provincie stuurt hier op het handhaven en verder versterken van de hiërarchische en orthogonale opbouw van de gebieden, zoals die te zien is in vaarten, wegen, beplanting en bebouwing variërend van dienstwoningen tot directeurswoning. En op het behouden van de afwisseling tussen open gebieden en boscomplexen

Omgevingsverordening Drenthe In de Provinciale Omgevingsverordening vertaalt de provincie Drenthe zijn Omgevingsvisie (deels) door naar concrete regels. Op 8 maart 2023 is de actualiseerde versie door Provinciale Staten vastgesteld (wijziging Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 (III)). In de Omgevingsverordening is opgenomen (artikel 2.6) dat in een ruimtelijk plan uiteen wordt gezet dat met het desbetreffende plan wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten. Het plan maakt daarbij geen activiteiten mogelijk die deze kernkwaliteiten significant aantasten. In de vorige paragraaf is het plan hieraan getoetst. De verordening geeft geen specifieke bepalingen voor het perceel en de gewenste ontwikkeling. Het plan is onder de Omgevingsvisie getoetst aan de provinciale kernkwaliteiten.

3.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Westerveld De gemeente Westerveld heeft in februari 2022 haar Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie bestaat uit een toekomstbeeld tot 2040 en vijf gemeentebrede ambities. In het toekomstbeeld geeft de gemeente aan te willen zijn: • een vitale gemeent; • een excellente woongemeente; • een sterke economische, recreatieve en agrarische gemeente; • een dynamische, innovatieve gemeente.

13

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Toetsing en conclusie Het ontwikkelen van een bescheiden bouwprogramma achter de bestaande kerk doet geen afbreuk op de hiervoor benoemde provinciale belangen. De kerk blijft als eigentijdse kenmerkend bebouwing bestaan en de uitstraling van het terrein wordt gerespecteerd. Ook doet het project op geen enkele wijze afbreuk aan de grotere structuurbepalende kernmerken van de Koloniën van Weldadigheid.

Het toekomstbeeld is vertaald in vijf ambities: een bedrijvig en gastvrij Westerveld en een leefbaar en inclusief Westerveld.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Door decentralisatie van verantwoordelijkheden in de zorg, wordt de gemeente meer en meer verantwoordelijk voor ‘beschermd wonen’ (vanaf 2022/2023) en maatschappelijke opvang (vanaf 2026). Een gemeentebrede ambitie is het ondersteunen van mensen met een psychische kwetsbaarheid en het bieden van geschikte voorzieningen hiervoor. Hierbij houdt de gemeente rekening met het toetsingskader zorg. De gemeentebrede ambities zijn geconcretiseerd in gebieden. In de Omgevingsvisie zijn de Koloniën van Weldadigheid als apart gebied benoemd. De gemeente geeft in de Omgevingsvisie aan dat in dit gebied het accent ligt op het duurzaam behouden van de cultuurhistorische waarden van het gebied. Het project draagt hieraan bij door een kenmerkend gebouw in dit gebied een nieuwe functie te geven zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de omgeving. Toetsingskader zorg De gemeente vindt het belangrijk dat (particuliere) zorg- en opvanginstellingen draagvlak hebben in de gemeente. Belangrijke punten waarop een afweging wordt gemaakt om wel of niet mee te werken aan de vestiging van een (woon)zorg- of opvanginstelling zijn opgenomen in het toetsingskader zorg- en opvang. Het gaat om de volgende criteria: 1. Er mag geen sprake zijn van clustering van meerdere zorg- en opvang instellingen in één deel van de gemeente. De gemeente wil immers haar agrarische en recreatieve uitstraling behouden. 2.

De veiligheid in en om de instelling dient aantoonbaar en professioneel gewaarborgd te zijn. (optioneel: beheerconvenant) 3. De instelling moet qua schaal in evenwicht zijn met de directe omgeving en voldoende draagvlak hebben in de omgeving. De instelling dient een communicatieplan te hebben ten aanzien van de communicatie met betrokken partijen in brede zin, in en om haar omgeving. 4. Om disbalans te voorkomen, mogen niet te veel grote opvanginstellingen zich vestigen in de gemeente met het oog op de financiële draagkracht van de gemeente. Het huisvesten van een grote groep mensen die naar verwachting langdurig aanspraak zal maken op Wmo en WLZ voorzieningen, een participatiewet-uitkering, Wajong, of behoren tot de WSW doelgroep kan de draagkracht van de gemeente overstijgen wanneer daar geen of te weinig compensatie via het gemeentefonds voor de gemeente tegenover staat. De afspraken ten aanzien van spreiding, specifieke schaalgrootte, veiligheid, draagvlak en draagkracht van grote instellingen, vragen om maatwerk. Indien wenselijk en nodig volgt een privaatrechtelijke overeenkomst afgesloten tussen gemeente en initiatiefnemer/zorgaanbieder. Hierin worden afspraken vastgelegd over doelgroepen en de financiële situatie die mogelijk gevolgen heeft voor de gemeente. Ook kan er een beheerconvenant opgesteld worden. Dit zijn afspraken tussen gemeente, zorgaanbieder en politie.

Een andere vereiste is dat de initiatiefnemer zorgt voor draagvlak in de omgeving.

14

Het initiatief is in de vooroverlegfase getoetst aan deze criteria en is als passend beoordeeld. Op basis van het actuele ontwerp is een communicatieplan opgesteld, waarin wordt ingezet op het creëren van draagvlak. Hierop wordt in paragraaf 5.1 nader ingegaan. Woonvisie 2019-2025 Om te zorgen dat het in de toekomst nog altijd goed wonen is in de gemeente Westerveld vindt de gemeente het belangrijk om richting te geven aan een prettig woonklimaat. In de woonvisie legt de gemeente daarom haar ambities om het woonklimaat te behouden en te versterken vast. Voor de komende jaren liggen er namelijk voldoende uitdagingen om er voor te zorgen dat Westerveld ook in de toekomst een fijne plek is om te wonen. De gemeente ziet het aantal inwoners teruglopen en de bevolking ontgroenen en vergrijzen. Ook wonen er steeds meer kleinere huishoudens in de gemeente. Hierdoor veranderen de woonwensen van inwoners. Dit roept de vraag op of de huidige woningvoorraad klaar is om aan de veranderende woningwensen te voldoen.

15

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Ten aanzien van de zorg zet de gemeente enerzijds in op mogelijkheden voor zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen van zorgbehoevenden, maar geeft anderzijds (kleinschalige) woonzorgconcepten de ruimte. Dit project geeft hieraan invulling. Om de lokale behoefte voor het woonzorgconcept aan te tonen is een marktonderzoek gedaan, waaruit is gebleken dat het een realistisch en weloverwogen plan is.

4 Omgevingsaspecten

4.1 Mer-beoordeling

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Bij het doorlopen van een ruimtelijke procedure moet rekening worden gehouden met mogelijke verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is vastgelegd wanneer een milieueffectrapportage (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) moet plaatsvinden. Hierbij gelden drempelwaarden. In onderdeel D (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Qua oppervlakte ligt de drempelwaarde op 100 hectare. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. In dit geval wordt een beperkte bouwprogramma bij een bestaand maatschappelijk gebouw toegevoegd. De ontwikkeling is perceelsgebonden, er is geen sprake van een bovenregionaal verzorgingsgebied. Daarmee is het project niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Overigens blijkt uit de beoordeling in de navolgende paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden.

4.2 Milieuzonering Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. Zowel een kerk als een verpleeghuis zijn maatschappelijke functies die vallen in milieucategorie 2. Het herbestemmen van de kerk heeft daarom geen effect op de milieuzonering. De dichtstbijzijnde woningen staan op ongeveer 17 meter vanaf het terrein, waarmee niet aan de richtafstand van 30 meter wordt voldaan. Gelet op de bestaande situatie en de beperkte milieuhinder die vanuit het zorgconcept worden verwacht, is geen sprake van onaanvaardbare hinder voor woningen. Het projectgebied ligt niet binnen de richtafstanden van bedrijven.

4.3 Geluid (Wet geluidhinder) Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als er geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen.

16

Het projectgebied ligt aan een provinciale weg, waarop een maximumsnelheid van 60 km/uur geldt. Deze weg heeft een geluidszone van 250 meter, waarbinnen de geluidssituatie beoordeeld moet worden. In het geldende bestemmingsplan een indicatief onderzoek opgenomen, waaruit blijkt dat de 48 dB contour op 30 meter vanaf de weg lig. De kerk staat op ongeveer 30 meter vanaf de weg. De geluidsbelasting is bepaald op basis van tellingen uit 2005 met inachtneming van een autonome groei van 1%, waarbij in 2020 is uitgegaan van 3.625 mvt/etmaal. Dat zou voor 2033 (10 jaar na verlenen vergunning) 4.126 mvt/etmaal zijn. Dat zou een groei van 14% betekenen ten opzichte van de berekende waarde. Uitgaande van het reconstructiebeginsel, waarbij bij een toename van 40% een hoorbare toename van meer dan 1,5 dB zou optreden, kan worden gesteld dat de geluidsbelasting op het kerkgebouw nog steeds rond de 48 dB ligt.

4.4 Water Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het plan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Het project is aangemeld bij het waterschap via de digitale watertoets. Vanwege diverse ingrepen in het watersysteem is de uitgebreide watertoets van toepassing. In deze paragraaf wordt aangegeven hoe de waterbelangen in het plan zijn geborgd. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon. Veilig Overstromingsrisico: In het projectgebied is geen sprake van een hoog overstromingsrisico. Voldoende Klimaatadaptie: In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. In dit project wordt hierop geanticipeerd spaarzaam om te gaan met extra verharding en door de toepassing van groene daken waar mogelijk.

17

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

In de kerk worden geen nieuwe geluidsgevoelige functies voorgesteld. De beheerderswoning is al een bestaande geluidsgevoelige functie. De zorgwoningen worden achter de kerk gerealiseerd, op ruim 50 meter vanaf de weg en in de luwte van het gebouw. Op basis hiervan kan met voldoende zekerheid geconcludeerd worden dat de geluidsbelasting op de nieuwe geluidsgevoelige functies ruim onder de 48 dB ligt. Nader onderzoek naar wegverkeerslawaai of het doorlopen van een hogere waarden procedure is daarom niet nodig. Ter plaatse van de zorgfuncties is sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Watercompensatie: Het water als regel dat bij een verhardingstoename van meer dan 1.500 m 2 watercompensatie moet worden gerealiseerd. Met dit project wordt maximaal 1.000 m 2 aan nieuwe verharding toegevoegd. Het is daarom niet nodig om hiervoor compenserende maatregelen te nemen.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Drooglegging: Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). In dit geval wordt de bebouwing op hetzelfde peil als de bestaande bebouwing gebouwd. De bouwlocatie op zo’n +3,80 m NAP. Het kerkgebouw staat op ongeveer +4,70 NAP. Door de bebouwing op voldoende hoogte aan te leggen wordt voldaan aan de ontwateringsdiepte. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem: Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt afvalwater afgevoerd op de bestaande rioleringsvoorzieningen. Het plan hoeft niet te leiden tot een grote toename van afvalwater vanuit het plangebied. Hemelwater wordt afgekoppeld op het oppervlaktewater. Waterkwaliteit: De aanlegwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. Er dient aangelegd te worden met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Vervolg Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet tijdig een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van het wateradvies.

4.5 Bodem Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Voor het project is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 3. Tijdens het verkennend bodemonderzoek zijn hoogstens lichte verontreinigingen zijn aangetoond. Daarom wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek worden, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen belemmeringen verwacht ten aanzien van de beoogde nieuwbouw op de locatie.

4.6 Archeologie Een betere bescherming van het bodemarchief vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Westerveld het initiatief genomen om het bodemarchief zo goed mogelijk in kaart te brengen.

18

Op basis van het gemeentelijk archeologiebeleid is aan de bouwlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ toegekend. Op basis hiervan geldt dat er bij ingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. De ontwikkeling heeft mogelijk een grotere ingreep in de bodem tot gevolg. Daarom is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 4.

Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dan moet hiervan direct melding worden gemaakt conform de Erfgoedwet.

4.7 Cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Het projectgebied ligt in een cultuurhistorisch waardevol en als zodanig beschermd gebied. Het gaat met name om de historisch-ruimtelijke karakteristieke structuur met bebouwing en karakteristieke open ruimte. Dit stelt met name regels ter behoud van de karakteristieke en dorpsbeeldbepalende koloniewoningen, de karakteristieke beplantingsstructuur en de historische structuur van wegen, paden en waterlopen. Dit project ziet vooral op het herbestemmen van een bestaand gebouw, waarbij alleen aan de achterzijde fysieke veranderingen plaatsvinden, namelijk de bouw van de zorgwoningen. Zoals beschreven in paragraaf 2.3 is dit in nauwe afstemming met betrokken overheidsdiensten tot stand gekomen en met veel zorg van de kwaliteiten van de omgeving ontworpen. Het kerkgebouw is niet karakteristiek voor de ontstaansgeschiedenis van het beschermde gebied. Het dorp Wilhelminaoord werd in 1821 als kolonie gesticht door de Maatschappij van Weldadigheid. In 1845 werd voor de katholieke kolonisten een kerk met pastorie gebouwd. In 1964 werd deze zogenaamde schuurkerk vervangen door de huidige modernistische kerk met aangebouwde pastorie.

Het complex heeft weliswaar geen monumentale status, maar vertegenwoordigt wel degelijk historische waarde.

19

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

In totaal zijn tijdens het veldonderzoek zes boringen verricht. Met het veldonderzoek is vastgesteld dat de bodem in het plangebied reeds verstoord is geraakt. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren gevonden en er is geen intacte bodem (meer) aanwezig. Hierdoor is er een lage kans op archeologische resten uit de prehistorie. Ook bestaat er een lage kans op (archeologisch) behoudenswaardige resten uit de nieuwe tijd omdat door eerdere bodemingrepen (sloop oude kerk en nieuwbouw kerk in 1964, en mogelijk door agrarische activiteiten en/of de heide- en veenontginningen) de bodem in het plangebied al vergraven is geraakt. Aanwijzingen voor historische bebouwing in het plangebied uit de late middeleeuwen tot het begin van de 19e eeuw zijn met het bureauonderzoek niet gevonden. De huidige kerk is gebouwd in 1964 en zal behouden blijven. Er wordt daarom geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd.

Om op een juiste manier met de waarde van de kerk om te gaan, is een bouwhistorische verkenning uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 5. Deze verkenning vormt de basis voor de uitwerking van het ontwerp. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat met de toevoegingen aan de achterzijde geen afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarde van de kerk.

4.8 Ecologie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van gebieden en de bescherming van soorten en hun verblijfplaatsen is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Om de effecten van de ontwikkeling in beeld te brengen is een quickscan ecologie uitgevoerd. Deze opgenomen in bijlage 6. De resultaten zijn hierna beschreven. Soortenbescherming Uit de QuickScan is gebleken dat er mogelijk algemene broedvogels, verblijfplaatsen van boom- en gebouwbewonende vleermuizen, verblijfplaatsen van de boommarter, eekhoorn, steenmarter en grote bosmuis, leefgebied van de hazelworm en landhabitat van de Alpenwatersalamander, boomkikker, kamsalamander en poelkikker binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Voor gebouwbewonende vleermuizen welke mogelijk een verblijfplaats hebben aan achterzijde van het kerkgebouw, dient een nader onderzoek plaats te vinden. Omdat de betreffende boom die mogelijke verblijfplaats voor vleermuizen vormt, achterop het perceel staat, hoeft deze niet gekapt te worden en is onderzoek hier niet nodig.

Verder kunnen in de bosschages rond het projectgebied mogelijk verblijfplaatsen en leefgebied van de grote bosmuis aanwezig zijn. Wanneer deze bosschages verwijderd worden en woningen worden gebouwd, worden deze verblijfplaatsen van bosmuis verstoord en wordt het gebied mogelijk ongeschikt als leefgebied voor de grote bosmuis. Er dient daarom voorafgaand aan de werkzaamheden nader onderzoek plaats te vinden naar aanwezigheid van de grote bosmuis. Voor boommarter, eekhoorn en steenmarter, hazelworm en ringslang en Alpenwatersalamander, boomkikker, Kamsalamander en poelkikker dienen de specifieke werkwijzen te worden gevolgd. Voor algemene broedvogels heeft het de voorkeur om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Vervolg Sinds de uitvoering van de ecologische QuickScan is gewerkt aan de verdere uitwerking van het plan. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de potenties voor beschermde soorten in het projectgebied. Wel zal nog nadere onderzoek moeten plaatsvinden naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het kerkgebouw, alsmede de grote bosmuis. Het proces

20

van nader onderzoek en een eventuele ontheffingsaanvraag op de Wnb loopt parallel aan de procedure van de omgevingsvergunning. Van belang daarbij is dat de ontheffing Wnb aanhaakt aan de omgevingsvergunning. Deze kan eventueel in een later stadium losgekoppeld worden, in het geval een ontheffing is aanvraagt (indien nodig). Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologisch Hoofdstructuur/EHS).

Verder kan het project een effect hebben op de stikstofdepositie op de daarvoor gevoelige habitats. In het Natura 2000-gebied zijn dergelijk habitats waarin de kritische depositiewaarde (KDW) al (bijna) is overschreden aanwezig. Hier heeft elke toename van stikstof een potentieel effect. De gebruiksfase leidt naar verwachting niet tot een toename van stikstofdepositie. De verkeersgeneratie van de een kleinschalig zorgconcept is zeer beperkt en vergelijkbaar met die van een kerk. Bovendien gaat dit verkeer direct op de Kon. Wilhelminalaan op in het heersende verkeersbeeld (<3% toename). Bovendien vindt er verduurzaming van de energievoorziening plaats. De aanlegfase leidt tijdelijk tot een emissie van stikstof vanuit mobiele werktuigen en transport. Het grootste deel van de bouwfase kent een zeer beperkte inzet van brandstofmaterieel. Inzet van materieel vindt voornamelijk plaats bij de aanbrengen van de fundering en de ruwbouw. Voor het grondwerk en het indrijven van palen wordt uitgegaan van ruim een week machine-inzet. Vervolgens zal een paar dagen beton worden gestort en ruwbouw plaatsvinden met een hijskraan. Modern schoon materieel (Stage IV) verbruikt gemiddeld 15 liter per uur. Uitgaande van drie weken materieelgebruik gedurende 5 uren per dag wordt ongeveer 1.150 liter diesel verbruikt.

Voor de overige bouwfase wordt ingeschat dat gedurende 20 weken ieder dag een uur divers klein materieel wordt ingezet, bij een verbruik van 8 liter per uur, waarmee nog eens 1.000 liter wordt verbruikt. Hierbij is een gemiddeld AdBlue verbruik van 6% is op basis van verschillende bronnen representatief. Aanvullend wordt uitgegaan van 2 zware transporten (>7 ton) per week en 20 lichte ververoerbewegingen per week. Op basis van voorgenoemde uitgangspunten is een stikstofberekening uitgevoerd met rekenprogramma AERIUS. Hieruit volgt dat de aanlegfase niet leidt tot

21

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Het projectgebied ligt niet in, maar wel nabij het Natura 2000-gebied Drents- Friese Wold & Leggelderveld. Dit gebied ligt op ongeveer 1.400 meter ten oosten van het projectgebied. Gelet op deze afstand zijn direct effecten, in de vorm van oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (geluid, licht, trillingen, optisch en mechanische effecten), uit te sluiten. Potentiële verstoring treedt alleen in de aanlegfase op. Door de beperkte tijdsduur van de aanlegfase en de aanwezigheid van het tussenliggende kanaal kunnen significante effecten op voorhand worden uitgesloten. Daarbij geldt dat geluid en trillingen als gevolg van machines en lichtverstoring door bouwverlichting zoveel mogelijk moet worden voorkomen.

een toename van de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/j. De berekening is bijgevoegd in bijlage 7. Vanuit de gebiedsbescherming bestaan er geen belemmeringen voor het project.

4.9 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Nabij het projectgebied liggen geen risicobronnen. Vanuit dit aspect bestaan geen belemmeringen voor het project.

4.10 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. De huidige luchtkwaliteit is in heel Drenthe goed. Dit project leidt op zichzelf en ten opzichte van de mogelijkheden uit het bestemmingsplan niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Vanuit de luchtkwaliteit bestaan dus geen belemmeringen voor het project.

4.11 Kabels, leidingen en zoneringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteits- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In het projectgebied liggen geen kabels of leidingen die een planologische zone hebben. Wel is rekening gehouden met de vrijwaringszone langs het kanaal (zie paragraaf 2.3).

22

5 Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wettelijke procedure Eenieder wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze tegen de aanvraag in te dienen. Daarvoor wordt de ontwerpbeschikking van de vergunning, met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. De ingekomen zienswijzen en overlegreacties worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep.

5.2 Economische uitvoerbaarheid Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het kosten voor de uitvoering van het project worden gedragen door de aanvrager. De gemeente heeft hiermee geen financiële bemoeienis. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Omdat er met deze aanvraag geen nieuw hoofdgebouw mogelijk wordt, is de exploitatieregeling niet van toepassing. Het verhaal van eventuele planschades is verzekerd doordat gemeente en initiatiefnemer een planschadeovereenkomst hebben getekend.

23

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Participatie Het project raakt geen grote maatschappelijke belangen. Wel is een communicatieplan opgesteld. Op 23 juni 2022 is in het schetsontwerp gepresenteerd aan omwonenden. Op 26 september 2023 wordt een bijeenkomst georganiseerd, waarbij het actuele plan wordt gepresenteerd en toegelicht. Daarbij worden omwonenden en andere belanghebbenden, zoals zorgorganisatie Noorderboog, woningstichting Actium en Dorpsgemeenschap Frederikoord / Wil-helminaoord.

6 Afweging en conclusies

6.1 Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de herbestemming van een kerk tot zorggebouw, met daarbij de bouw van enkele zorgwoningen, in afwijking van het bestemmingsplan wordt vergund.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

6.2 Afweging De afwijking van het bestemmingsplan betreft de bouw van de zorgwoningen en gemeenschappelijke ruimten achter de kerk, waarmee deze buiten het bouwvlak zijn geprojecteerd en gedeeltelijk binnen de bestemming ‘Maatschappelijk – begraafplaats’. De afwijking heeft gelet op de situering van de bebouwing een beperkte ruimtelijke impact. Wel is in dit project met name rekening gehouden met de hoge cultuurhistorische waarde van het gebied waarin de locatie is gelegen en ook met de waarden van het kerkgebouw zelf. De milieu- en omgevingsaspecten die samenhangen met dit project zijn beoordeeld. Uit deze beoordeling blijkt dat er in de nieuwe situatie goede omgevingssituatie. Verder is het project in overeenstemming met de relevante beleidsregels.

6.3 Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

24

BIJLAGE 1

2030 RK Kerk Wilhelminaoord

26 april 2023

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Inleiding

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Geschiedenis Wilhelminaoord

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Koloniën van Weldadigheid

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Geschiedenis Koningin Wilhelminalaan

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Straatbeeld Koningin Wilhelminalaan

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Stedenbouwkundige analyse

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Bestaande toestand tekeningen

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Foto’s bestaand exterieur

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Foto’s bestaand interieur

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Foto’s bestaande park

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Historie en waardestelling

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Historie en waardestelling

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Programma van eisen F-idesta locaties

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Referentiebeelden

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Bestaande situatie

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Eerste plan, zoals gepresenteerd in het breed erfgoedoverleg

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Tweede plan, zoals gepresenteerd in Welstand 16 jan 2023

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Landschappelijke inpassing nieuwbouw Voorstel Greet Bierema, landschapsarchitect, april 2023

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Landschappelijke inpassing nieuwbouw Voorstel Greet Bierema, landschapsarchitect, april 2023

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Nieuwe plattegrond

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Voorgevel

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Rechtergevel

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Achtergevel

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Linkergevel

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Appartement Doorsnede en plattegrond

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Materiaalstaat

Kunststof kozijnen antraciet

Boeidelen vergrijsd Red Cedar

Optigrün sedumdak op platte en hellende daken Geel/bruin genuanceerde handvormsteen geba 591 Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Impressie Vogelvlucht

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Impressie Entree

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Impressie Linker entree

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Impressie Linkerzijde

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Impressie Achterzijde

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Impressie Achterste vleugel

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Impressie Rechterzijde

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Impressie Rechterzijde vanaf kerk

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Impressie Aanzicht woonkamer vanaf begraafplaats

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

Impressie Voorgevel

Architectenbureau Kijlstra-Brouwer

BIJLAGE 2

ol

o €:

=

-

oo

u) q=. g

-

-r

o-

=\J "ilo -l

qo) !a

6

(D

tsJ

*'"-

It P6p

ï-.

E áÉ

's É 1= ó-* q -iTC, 6) Íc

RP

';d

ó = lss t=f-t ol ol l;T lalÍ))vr 2. l=5 = @= À m lfEEË -oo = @ = llg

=:

o êË 1. E9=='

èo-

a.,. -

Ë Fí Ë-8 = 9 Bo-rÍD =

1ï =--

i='qF

=+gqetJ

ÁfÍ\rO

a*.^rfd =

flËÈeE ;a x f

,.l !/

,il

:,

;.i ;,r ;:

;,,i'

'r

,.i

I

i

1,

l

I

ar

:

;1 t

,|

j

)z

I =.

,t'-.",:.

a

OJ

3'

É ïe

F=iÈ E T=9

E :-=^r *d

f=g;

olrló='

s3 ïÈ;ï

=.=otiNJ ó7go

A

Ë

=; Í s I

=-?:.'

ó:.rsq

q9€5'

@7ic:J

c*(to

r3[Ê;. =i.Y+ 9a=ó :sPÁ e-:

i+iri

i(^-.T14

;ts { f

lï3Ës6 3^=

sElqËe-. oÍ:*3ï

5Á**1=

(o

z

oE q ol o

I\J

J

oJ f

o-

f

=.

OJ

4 o o e_ o o J o

À

x-

ot|

;iréJj

s'-- 5'

o

íD

o-

Fi o

f

ó cr ro qa9. l RE o

9.

o

ig, f

s- f

I

g* 13 !. g;Fg f gó s. €o = d

:J

ËF€ f orci

(D

=

o 9.

o

(D

o € l=. o À CL ió o o

í

-íD'j

Or

o)

o Jo

= *ï?? E;;:- 3g c

í

iË#; 5ËE.*

t.

;l

€' r+! !l o íD o f

:.^J

f

d5ËFc" '3T:Ë = f

O a ÍctO

RfiÉ+ á7 f e j

o

l

o,)

oe

Bqsád o iiEgs Ès:'Ëq cJ=

3 -9

d f

Bq o*

CL

d F Fq : oo fo

+ s'-'

o o) o_o o o 3

o)

o) o,

o, ga

I ás o o oY:of =ï o :FB-qd 0: s:6-; d d o : d-: d3e o Ài 3' -o

Irr

5 fio

6ed.i;

ááilBq :96':^e.

o o o

5

g; q o o +È A O ':- 'i -

,-=:-<o :+ o N'o ê :t

a.

!-.

f3E*Ë o o o o Ë[ËgF I í *.S : -

af;-{9* ;ÈsÉq

e.f r ó qiiid

'i-

o

o r *Êán* -i*às.q

+e 3

Y-;oo+

P

x- íD

:ts

t!:

ÁP

Oo

EP r'À

+.D

!Í

s-=

3Ë

59

ó{ 7='

.xï

o

o Ox-

:

f

Í

5' ÍíD ro

è:.

<5. iin

I óE i:

x

Q

;: Ëa

3: frE JE;P !!iiof:36t ó+q; a, -êa

E 5{ le

-Í!i;l

0 3 A+F

; da;9. 5 ÍD aq r ^ to, f íDf. ;-:.5:

.R 5.=: * I

É *=9 Ë Ë.

F.X E? A

;983: 3,5: B á

-=

Ê.

H

Ë

S

198 E à ioldÉ l í*{s* q5 *t^ó 1e 3 d -3 -o =-€ l x,F?Ë8 ' : =Ë

tN

i

$

x

rg

'.;

:i,.

J'l.:'r.*.

I r;.

o-

(.'|

/

o:

0J ^

a

o

=!

o

x o-|:f

='

=.f

!

5P < ^':o)

F= 3 =os

ofE4íD

v; x:oa ïsó=;9

ol o

==='= p-=iÊi oro;si'

'=(ó-oJ N;'<ó:=::.:FY

^d*O:.

5t áiló o rn-J r'r =

=93d'**-l=

Y ro;8. -

ÍP;jáa 5 0 Ti: crY 19.

áï t oj ''* P o o -: X

:r=

il+:Èf+ ;E:á85

-.-: l-l!l^0r

?:x983 i le Fè-99 r r X

dqrɀ3 =

ïi3='E6 I s.9B.t e

I =o-{ = l E 99 d* s. :-à*Ëf

::-^vó==.

qó9id6

s:;::-F

. : ó; _ó ;::+99=*! ] Ê EËË-

(,

-. \=:

-P-.*:* P:lsxr. íi[Ë*.8

o f-Y

^

Èqi.=* o--Y-f-.

E;;c:*

náed;F

eee*3; Ëàro'do

q; ïr 3;

oo--:r.r= Ct9Y<oJ! ,x ^ (^ Y !: Ë;i-Y;rD

f i ï i !.: è ni ê =ï oíD aD O-<

;Ê;ÊF1

:íD!!*o-

=.; + P =È

1'=H +::

l-o N oo f íDE; = o o 'o-êó-;o,

!-''l

,

N

.{5

-s

a

N

l

t

i

q

t'Í

I

I

rl fI

\

. ":l

, ,,

.)rt'

.'

g= Ë g3-.''E7.36Ë3Ë;

.=:

^

-J

'^'

rDl

^x'

q ï;

lD

PË

É *i ^ Ëaó-

:J

í;"ifl=$d Ë3q*Ë*á dEi: ï ái

:.fq3q.-ó

9ó53igE

o.,

ó3$i;EE idaiFÉ à.a+ë:9ó r e'j*=ra+ l-árr< J x

ÈgEqqqd

5Éoá1ïd

l

q: g.q 4

$q1t3ï F 2íiIgïá EqE=Ëeu

[4e;á]: 93Fás-Ëí :3 +f ï=:

lsg:á;d àí c' in = ti:- á F3:áq;Ï

ílgipid +=;*X3=

Ë3

9 .,'

* ax-; i :È36';Ë-4 9ia-Ëoa qi9HEië

(r)F<i;ott!g

(D

=g.o o-oJá"i='+ XÍrud -rYui < J 6'* 5 =:e;= 3

Ë*=YgrÊF F"r I á* oi Na 3

iisfi *

.; ti

C\

FÊ

ÉFqà*ild

I q 3 9* 3 I

(i\

I

{fl

!

t

i: I i

r

È'

./.

a

.D

o,)

lr

F! =;i gao

á; ÍDo,

sx

:ud 0< oo oal

oo .):

,e o

€:t,o oo

Qi: L0t)

Cor 9Á)

ru l

óro =F <F ^=-

ac

;lo

á:

íD.D

oo

'i-oc lo<o

oJo= oJ =-

rg(i H u\èa

(,N=

írbF. -.i :i --

--è= -g:l

Èó3

o--:i-

lQ s Xo-=

-^otl

oYx

o:^

uioaD

o^1

NxoÍ -o :-o q)

oÁE

**F

€h 'í

o5

F

-'=è , t.

1

s

Ê

5

,j

(:

('r

\ \

I --/È \ \ i-+

í-\

+a -(\ llt- À :'\_?.>.:-l -*a -\J <'- à!-cÀ1!

r"

-.'

è'*s

*F

x*

q;*.i ^^-

i

í=

--a

J

CJ

o-i

íD ,=:

o)

o.;

a-

o

a-

E E *q *óx-

; c ê6:,

È3rás *RËA* ó =.D< !.< o o -f ;=+<31 d s:.6

-;(^oox ; e < aii 9'-!EX!'.

.=: .D

aïT<= ";: o =X

íËrg*

dEFa; IL-íDo; É I J o* lEe:á 9 *a ó-É

iióR-qE

5líá;_#

r^ o o_= h'; ^ --;sc: = f F ;=:.o=.ï * < 1'o

fi IY xT'" _i Y

o<-q+

E3íA; qÍ:<E

oi !.(^

Ï;* ë ó E ::+li:= =Fe *

g E; EH :Xf^^-

or'Df;; lJ(ÍO<.D

OQ ::

-

i àE *: Ë;d63_

2 3 Ál :: =* :1 f

,<-*^

:=4

É R .l q :.Í2G I B 9ó <<:

;0r:aÀ-

frË 3-o

T r crÁ o.t q

á3n6ï; e 15 f á

t3lsF d19?5

;,R3;

o o 9\o

@oÍl

9€;f - +ld; ïEo5? iii g =

{

6'ÍPe !r ri x írt 5.

ii

o;.i; -= (^-i-=Y; Í-+ o x-a

-X-óIuru

O:.r ea F:= .+or---=

.=:;

óÉ;ri €i.à1E

= d3.1F lY- Oa or - á

*=-439 oq o 0l ,u

=

1.

9.

_

J.

€

$

fí'

r.o G-ái

È g€-s

' li-s: .<- -

-5

Eï

3o

{'", -,^

o

í

Lb

I

Y

È

ál

h

s

<a

i, F :: K =J \ -\

S.

(\ S(\

s.\ s-9 \-s 5

t

F -

\-t\ (Z

(\ "ê

G-

E

\ :/s o^9-

ut r"-sp -! .r':-è (-___s

-6

-

iH | .-

í 5-q

\--

c\

\

-rc I

Fh, F-

N,€às à)ft\È /l È

Y .-Ja!

I

t

:* ï

BIJLAGE 3

Verkennend bodemonderzoek Koningin Wilhelminalaan 48 te Wilhelminaoord

Opdrachtgever Interra BV Oer de Feart 163 8502 CV JOURE Projectnummer

Autorisatie

220526

Redactie:

paraaf

De heer F. Visser Eindredactie/kwaliteitscontrole: De heer E. Wagenaar

Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV Singel 60, 9001 XP GROU Telefoon: +31 (0) 566-653130 Internet: www.bodemvisie.nl Rabobank, rekeningnummer NL38 RABO 0118.7529.79 KvK-nummer 58074201, BTW-nummer: NL852861825B01

paraaf

datum

status

23-11-2022

Definitief

Datum

status

23-11-2022

Definitief

Project

: Verkennend bodemonderzoek Koningin Wilhelminalaan 48, Wilhelminaoord

Projectnummer

: 220526

INHOUD INLEIDING

3

1.1

Voorwaarden en uitgangspunten

3

1.2

Indeling rapportage

3

2

VOORONDERZOEK

4

1

2.1

Algemeen

4

2.2

Bekende gegevens

4

2.3

Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese

4

3

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN

5

3.1

Algemeen

5

3.2

Veldwerkzaamheden

5

3.3

Chemisch-analytisch onderzoek

6

3.4

Toetsingskader

6

4

RESULTATEN

8

4.1

Zintuiglijke waarnemingen

8

4.2

Analyseresultaten verkennend bodemonderzoek

9

4.3

Interpretatie onderzoeksresultaten

9

4.4

Toetsing hypothese

10

5

CONCLUSIES EN ADVIES

11

BIJLAGEN: 1.

Topografische ligging

2.

Situatietekening met boorlocaties

3.

Profielbeschrijvingen, inclusief fotobijlage

4.

Analysecertificaten

5.

Toetsing analyseresultaten

6.

Verklaring omtrent veldwerk (colofon)

©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU

2 van 11

Project

: Verkennend bodemonderzoek Koningin Wilhelminalaan 48, Wilhelminaoord

Projectnummer

: 220526

1

INLEIDING In opdracht van Interra BV is door de Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Koningin Wilhelminalaan 48 te Wilhelminaoord. Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek betreffen de voorgenomen nieuwbouw op de locatie. Het onderzoek heeft als doel, inzicht te verschaffen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse. Dit om vast te kunnen stellen, of deze al dan niet een belemmering vormt voor de beoogde nieuwbouw.

1.1

Voorwaarden en uitgangspunten Bij een verkennend bodemonderzoek dienen de volgende normen te worden gevolgd. -

Voorafgaand aan het bodemonderzoek dient een vooronderzoek conform de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5725: “Bodem, leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” te worden verricht;

-

Het verkennend bodemonderzoek dient te voldoen aan de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5740: “Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek”.

Volledigheidshalve merken wij op dat Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV een onafhankelijk opererend adviesbureau is, welke op generlei wijze verbonden is met de opdrachtgever voor het onderzoek of de eigenaar van de onderzoekslocatie.

1.2

Indeling rapportage In het onderhavige rapport wordt eerst ingegaan op de locatiegegevens en het vooronderzoek. Vervolgens komen de veldwerkgegevens, het laboratoriumonderzoek en de analyseresultaten aan bod. De rapportage wordt afgesloten met een bespreking van de analyseresultaten en de bijbehorende conclusies.

©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU

3 van 11

Project

: Verkennend bodemonderzoek Koningin Wilhelminalaan 48, Wilhelminaoord

Projectnummer

: 220526

2

VOORONDERZOEK

2.1

Algemeen Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725. In het kader van het vooronderzoek is informatie ingewonnen uit de volgende bronnen:

2.2

-

informatie van de opdrachtgever;

-

informatie van het bodeminformatiesysteem (bodemloket.nl);

-

tekeningen van de huidige en toekomstige situatie;

-

interpreteren van topografische en geohydrologische kaarten;

-

een locatie-inspectie.

Bekende gegevens De onderzochte locatie aan de Koningin Wilhelminalaan 48 bevindt zich direct ten noorden van de woonkern van Wilhelminaoord en staat kadastraal bekend als: gemeente Vledder, sectie K, nummer 848 (deels). Op het perceel bevindt zich een Rooms-Katholieke kerk (“Johannes Evangelist”), inclusief tuin en begraafplaats. Het voornemen bestaat om het kerkgebouw te verbouwen tot een zorglocatie. In het kader van de nieuwbouwplannen zal het pand richting de tuin (westzijde) grootschalig worden uitgebreid. In totaal worden circa vijftien zorgwoningen en een aantal algemene ruimten gerealiseerd. De te onderzoeken (nieuwbouw)locatie heeft een oppervlakte van circa 4.000 m2. Uit historische informatie blijkt, dat op de locatie reeds vanaf 1845 een kerk was gesitueerd. Deze kerk werd gesloopt in 1965, na ingebruikname van de huidige kerk Het bodeminformatiesysteem (bodemloket.nl) is geraadpleegd, om inzicht te verkrijgen in mogelijke gegevens

met

betrekking

tot

eerder

uitgevoerd

bodemonderzoek,

potentieel

(voormalige)

bodembedreigende activiteiten en/of uitgevoerde bodemsaneringen. Voor het perceel is geen informatie bekend omtrent bodembedreigende activiteiten, voorgaand bodemonderzoek en/of voorgaande bodemsaneringen.

2.3

Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Hierbij is de onderzoeksstrategie van een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) gehanteerd. NB: Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm (NEN) 5740), welke is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Tevens wordt erop gewezen, dat onderhavig onderzoek een momentopname is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=fd519ea1-1ecc-4cdd-b8c4-604d575e89dc