CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Postzegelbestemmingsplan buitengebied Westerveld

Politieke avond Westerveld 31 januari 2023, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Postzegelplan buitengebied Westerveld15.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hiermee wordt verpaupering en leegstand van monumentale en karakteristieke panden voorkomen. Beoordeling Met dit wijzigingsplan wordt aangesloten bij de prioriteit van de provincie Drenthe ten aanzien van het herbestemmen van gronden en panden teneinde verpaupering en leegstand te voorkomen. Het plan past daarmee binnen de provinciale omgevingsvisie.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Visie op wonen 2012-2020 De gemeentelijke 'Visie op wonen' is opgesteld als bouwsteen voor de ruimtelijke structuurvisie en als input voor de regionale woonvisie. Met deze visie op wonen beschikt de gemeente over een actueel sectoraal beleidskader. In de woonvisie wordt een netto toename van de woningvoorraad van 400 woningen tot 2020 gefaciliteerd. Welke woningen wel of niet worden gebouwd wordt niet op voorhand bepaald maar hangt af van de verschillende initiatieven die zich voordoen in combinatie met de varieteit van de doelgroepen waarvoor wordt gebouwd. Beoordeling In dit wijzigingsplan wordt een agrarisch bouwperceel, waarop een woonboerderij aanwezig is, juridisch-planologisch gewijzigd in een woonbestemming met behoud van de bestaande bebouwing. Het aantal woningen neemt per saldo niet toe. Het plan past binnen de woonvisie. 3.3.2 Structuurvisie De gemeente Westerveld heeft voor haar grondgebied een structuurvisie opgesteld (vastgesteld op 26 november 2013). Deze structuurvisie vormt zowel een afwegingskader voor initiatieven van derden, als ook een inspiratiebron en uitnodiging richting bewoners. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke invloed van allerlei verschillende beleidsterreinen bekeken zoals milieu, infrastructuur, wonen, cultuurhistorie, landschap, economie en welzijn.

In de structuurvisie maakt de gemeenteraad duidelijk wat zij de komende tien jaren wil versterken, ontwikkelen, herstructureren of juist wil behouden of beschermen. Daarmee bepaalt de structuurvisie ook de richting van de bestemmingsplannen die in de toekomst worden opgesteld.

Rho adviseurs voor leefruimte

20171572.004

15

Een goede landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit hebben een hoge prioriteit in de structuurvisie. Stedelijke ontwikkelingen mogen niet leiden tot een aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, maar moeten waar mogelijk bijdragen aan een verbetering van de aanwezige kwaliteiten. Een ontwikkeling vraagt om een gebiedsgerichte uitwerking: daar waar de waarde beperkt(er) is, is meer ruimte voor stedelijke dynamiek dan waar sprake is van hoge waarden en kwetsbaarheid daarvan. De Structuurvisie geeft kaders en aspecten welke worden betrokken bij het maken van een afweging om een nieuwe ontwikkeling toe te staan. In de Structuurvisie (onder paragraaf 5.3) staat het faciliteren van initiatieven in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen genoemd. Daarbij wordt vooral gekeken naar de invloed van de functie op de omgeving. De randvoorwaarden die de gemeente Westerveld daarvoor hanteert zijn vertaald naar de wijzigingsbevoegdheid waar dit plan gebruikt van maakt. De wijzigingsvoorwaarden die daarbij horen, zijn reeds besproken in paragraaf 2.3 en vormen geen belemmering voor dit planvoornemen. Beoordeling Het wijzigingsplan is opgesteld ten behoeve van het faciliteren van het wijzigen van het gebruik van een vrijkomend agrarisch bedrijfsperceel. Daarmee is dit plan passend binnen de structuurvisie.

Rho adviseurs voor leefruimte

20171572.004

16

Rho adviseurs voor leefruimte

20171572.004

17

Hoofdstuk 4

4.1

Planologische randvoorwaarden

Archeologie

In de Erfgoedwet (en de Monumentenwet 1988, tot inwerkingtreding van de Omgevingswet) is opgenomen dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden, zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Beoordeling In het geldende bestemmingsplan zijn op basis van de Archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente gebieden voorzien van een beschermende regeling, opgenomen in dubbelbestemmingen. Voor het plangebied geldt geen archeologische verwachting. Er is ter plaatse dan ook geen sprake van een beschermende dubbelbestemming.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Beoordeling In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen bedrijven. In een straal van 100 meter van het plangebied zijn alleen agrarische gronden en woningen/woonboerderijen gelegen. Er wordt voldaan aan de richtafstanden ten aanzien van bedrijven en milieuzonering.

4.3

Besluit milieueffectrapportage

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Beoordeling Dit plan betreft het wijzigen van de bestemming van bestaande gebouwen, waarbij het feitelijk gebruik (woonboerderij) gelijk blijft. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling of andere activiteit in de zin van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Er is in dit geval geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

20171572.004

18

4.4

Bodem

Het uitgangspunt wat betreft de bodemkwaliteit in het plangebied is dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn, dat er geen risico's voor de volksgezondheid ontstaan. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Beoordeling De bodem blijft ten gevolge van dit plan onaangeroerd. Het betreft het functioneel overzetten van een bedrijfswoning naar een woonbestemming, waarbij het feitelijk gebruik (wonen) niet wijzigt. Het omgevingsaspect bodem levert geen belemmeringen op voor het plan.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6 -contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Beoordeling In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd.

Hieruit blijkt dat binnen of in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn, waarvan de risicocontouren of de invloedgebieden over het plangebied lopen. De dichtstbijzijnde risicovolle bron is de Johannes Postkazerne, gelegen op 2,3 km van het plangebied. Op deze afstand is de kazerne en bijbehorende munitieopslag niet relevant voor de externe veiligheid van het plangebied. Daarnaast wordt met dit plan het aantal woningen per saldo niet vergroot, waardoor het groepsrisico niet toeneemt. De bestaande woonboerderij bij het agrarisch bedrijf wordt functioneel omgezet tot woning. De mogelijkheid voor een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning komt daarbij te vervallen. Het aantal wooneenheden blijft daarmee gelijk. Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.6

Geluid

Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is rond inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/u en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Rho adviseurs voor leefruimte

20171572.004

19

Beoordeling Het perceel aan de Westeinde 187 is gelegen aan het einde van een weg waar een maximaal toegestane snelheid van 60 km/u geldt. De afstand van de woning tot aan de weg bedraagt ca. 20 meter. de Westeinde splitst zich op ca. 50 meter voorbij de woning in de Gruttoweg en de Kallenkote. De Overige wegen liggen op grote afstand, de rijksweg A32 op ruim 2,8 km van het plangebied. Gezien de afstand is het niet noodzakelijk om deze nader te beschouwen. Op grond van het vigerende bestemmingsplan bestaan reeds mogelijkheden voor geluidsgevoelige objecten binnen het bouwvlak. Er is reeds een woonboerderij aanwezig. Met dit wijzigingsplan worden er geen geluidsgevoelige objecten dichter naar de zoneringsplichte weg mogelijk gemaakt. Vanuit wegverkeerslawaai ontstaan derhalve geen belemmeringen voor dit wijzigingsplan.

4.7

Kabels en leidingen

In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Beoordeling In en rond het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig waarmee in dit plan rekening gehouden dient te worden.

4.8

Landschap en cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een bestemmingsplan worden beschreven op welke manier rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Beoordeling De woonboerderij in het plangebied is aangewezen als gemeentelijk monument. De boerderij heeft een beeldbepalende ligging langs de Westeinde en heeft ensemblewaarde met het bijbehorende bakhuisje. Met dit wijzigingsplan blijft de bestaande bebouwing behouden, waardoor de cultuurhistorische waarde niet wordt aangetast. Verder is de waarde van het landschap van cultuurhistorisch belang. Het behoud van de karakteristieke boerderijen en houtwallen is doormiddel van de dubbelbestemming 'Waarde Landschap 1' en bijbehorende aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wapserveen' in het geldende bestemmingsplan opgenomen. De ter plaatse geldende waarden zijn opgenomen in het bijgevoegde overzicht met aangewezen landschapselementen (Bijlage 1). Met dit wijzigingsplan wordt geen ontwikkeling voorgesteld die afbreuk doet aan de landschappelijke en waterhuishoudkundige waarden. De dubbelbestemming en bijbehorende aanduiding blijven binnen dit wijzigingsplan gelden. Het aspect cultuurhistorie heeft geen gevolgen voor dit wijzigingsplan.

4.9

Luchtkwaliteit

Voor het aspect luchtkwaliteit is de Wet Milieubeheer van toepassing. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken.

Rho adviseurs voor leefruimte

20171572.004

20

Beoordeling Onderhavig plan ziet op het wijzigen van het gebruik van de agrarische boederijpanden naar een woonbestemming. Het aantal woningen blijft daarmee gelijk. Er is derhalve geen sprake van toename van het aantal wooneenheden en/of verslechtering van de luchtkwaliteit. Onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is daarom bij dit plan niet noodzakelijk.

4.10

Natuur

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving; gebiedsbescherming, waaronder Natura 2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten. Daarnaast moet worden onderzocht of de ontwikkeling geen gevaar vormt voor beschermde plant- en diersoorten; soortenbescherming. Dit is geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europese regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Beoordeling Op grond van dit wijzigingsplan vinden geen sloop-, demp-, bouw- of kapwerkzaamheden plaats. Het te wijzigen gebruik wordt gevestigd in de bestaande bebouwing. Er zijn daarom geen aspecten die een negatieve invloed kunnen hebben op eventuele aanwezige beschermde soorten of beschermde gebieden. Geconcludeerd wordt daarom dat een ecologisch onderzoek niet nodig is. Het omgevingsaspect ecologie levert dan ook geen belemmeringen op voor dit wijzigingsplan.

4.11

Verkeer

Er is geen sprake van een verkeersaantrekkende werking vanwege dit wijzigingsplan. Parkeren vindt plaats op eigen erf. Er zijn ten aanzien van verkeer geen negatieve gevolgen te verwachten.

4.12

Water

Elk ruimtelijk plan moet een waterparagraaf bevatten, waarin de watertoets wordt beschreven. Deze paragraaf onderbouwt dat de voorgenomen ruimtelijke ingreep geen negatieve invloed heeft op waterhuishoudkundige belangen. In die zin is de waterparagraaf een weergave van het watertoetsproces en de daarin gemaakte keuzes en afspraken. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Beoordeling Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Er is geen sprake van (grond-) wateroverlast in de omgeving van het plan. Er is geen waterschapsbelang. Deze conclusie is getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. Het resultaat van de watertoets is opgenomen als bijlage (Bijlage 2).

Rho adviseurs voor leefruimte

20171572.004

21

Hoofdstuk 5 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een wijzigingsplan. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het ontwerpwijzigingsplan is conform de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (artikel 3.8 Wro jo. afdeling 3.4 Awb) gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Het wijzigingsplan is ongewijzigd aan het college van burgemeester en wethouders ter vaststelling voorgelegd en op 27 november 2018 vastgesteld.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van een zogenaamd aangewezen bouwplan, dient de gemeente hiervoor een exploitatieplan op te stellen of het kostenverhaal anderszins te verzekeren (bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst). Onderhavig plan betreft geen aangewezen bouwplan, er is daarom geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan. Met onderhavig wijzigingsplan wordt het gebruik juridisch-planologisch gewijzigd. Feitelijk blijft de huidige woonboerderij met bijbehorende bouwwerken behouden, waardoor er geen economisch risico aanwezig is. Het plan is daarmee economisch uitvoerbaar.

Rho adviseurs voor leefruimte

20171572.004

22

Rho adviseurs voor leefruimte

20171572.004

23

Hoofdstuk 6

Juridische regeling

Het wijzigingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en toelichting. Het wijzigingsplan maakt als geheel onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Buitengebied agrarische gronden'. De regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Buitengebied agrarische gronden' zijn eveneens van toepassing op dit wijzigingsplan. De bestemmingsregels die van toepassing zijn op het plangebied van het wijzigingsplan, in dit geval de bestemmingen 'Wonen - Voormalige Boerderijpanden' en 'Agrarisch - 1' en de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap 1', zijn onverkort van toepassing. In de regels van dit wijzigingsplan zijn de betreffende regels overgenomen, inclusief de bijbehorende aanduidingen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20171572.004

24

Rho adviseurs voor leefruimte

20171572.004

82/161

Bijlage 3

83/161

Toelichting Rijksweg 22 Dieverbrug

Juli 2018

Vastgesteld

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug”

Plannaam:

Rijksweg 22 Dieverbrug

IMRO-code:

NL.IMRO.1701.509WPRijksweg22DVB-0002

Plantype:

Wijzigingsplan

Status:

Vastgesteld

Datum:

Juli 2018

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld

Toelichting

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIGE PLANOLOGISCH REGIME .................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING PLANGEBIED ............................................................. 8 2.1

HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 10

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 11 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 11 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 12 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 15

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 19 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

GELUID .................................................................................................................................................... 19 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 20 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 20 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 21 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 23 GEUR ...................................................................................................................................................... 25 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 26 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 27 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 28

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 30 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 30 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 31

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 32 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 32 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 32 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 33

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 34 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 35 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 35 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 35 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 35

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 36 BIJLAGE 1

WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 37 BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend wijzigingsplan heeft betrekking op het agrarisch erf aan de Rijksweg 22 te Dieverbrug, gelegen in het buitengebied van de gemeente Westerveld. Op het erf bevinden zich een bedrijfswoning en agrarische opstallen ten behoeve van een melkveehouderij. Ter plaatse zijn de agrarische activiteiten reeds beëindigd, waardoor niet meer wordt geïnvesteerd in het onderhoud van de bebouwing. Initiatiefnemer is voornemens het erf om te vormen tot woonerf. De bedrijfswoning wordt gesplitst en in gebruik genomen als reguliere woningen, de agrarische opstallen zullen fungeren als bijgebouwen bij de woningen. Hiermee krijg het agrarische erf een passende vervolgbestemming. Het voornemen is, vanwege het ontbreken van passende gebruiksmogelijkheden, niet in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied agrarische gronden”. Op basis van dit bestemmingsplan is het betreffende erf voorzien van de bestemming ‘Agrarisch – 1’. Binnen deze bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee onder voorwaarden de bestemming mag worden gewijzigd naar de gewenste woonbestemming ‘Wonen – Voormalige boerderijpanden’. Binnen deze bestemming een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het, onder voorwaarden, mogelijk maakt op de woning te splitsen in twee of drie woningen.

Met voorliggend wijzigingsplan wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de wijzigingsbevoegdheden. Verder zal worden aangetoond dat de wijziging van de bestemming in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Rijksweg 22 te Dieverbrug, in het buitengebied van Westerveld. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Diever, sectie I, nummer 1950, 1951 en 1952. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Diever en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Met de rode ster en de rode omlijning is het plangebied indicatief weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1

Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Diever en de directe omgeving (Bron: ArcGIS)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” bestaat uit de volgende stukken:  

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1701.509WPRijksweg22DVB-0002) en een renvooi; regels.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidige planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Buitengebied agrarische gronden”. Dit bestemmingsplan is op 27 juni 2017 door de gemeenteraad van de gemeente Westerveld vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorend bij het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied betreft de agrarische bedrijfskavel (onderbroken zwarte lijn).

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan “Buitengebied agrarische gronden” (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemming en aanduiding

Het plangebied is op basis van het geldende bestemmingsplan voorzien van de bestemming ‘Agrarisch – 1’, deels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en deels de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – agrarische bedrijfskavel grondgebonden bedrijf’. Gronden met de bestemming ‘Agrarisch – 1’ zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - agrarische bedrijfskavel grondgebonden bedrijf’ een grondgebonden agrarisch bedrijf is toegestaan. Daarnaast is het wonen ten behoeve van de agrarische

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld bedrijfsvoering toegestaan, alsmede het behoud, het herstel en de ontwikkeling van karakteristieke bijgebouwen. De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden.

1.4.3

Strijdigheid

Het bewonen van de in het plangebied aanwezige woning is enkel toegestaan indien deze bewoning noodzakelijk is ten behoeve van de ter plaatse aanwezige agrarische bedrijfsvoering. Ter plaatse van het plangebied zijn de agrarische bedrijfsactiviteiten beëindigd, de voorgenomen ontwikkeling ziet toe op het regulier bewonen van de woning, zonder enige binding met een agrarisch bedrijf. Daarnaast behelst het voornemen het splitsen van de woning in maximaal twee woningen. Dit is op basis van de geldende regels niet toegestaan. In artikel 3.8 onder c van het bestemmingsplan “Buitengebied agrarische gronden” is echter een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die toeziet op het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – 1’ naar de bestemming ‘Wonen – Voormalige boerderijpanden’. In voorliggend plan wordt gebruik gemaakt van deze wijzigingsbevoegdheid. Binnen de bestemming ‘Wonen – Voormalige boerderijpanden’ is in artikel 8.7 onder a van het bestemmingsplan “Buitengebied agrarische gronden” opgenomen dat gronden kunnen worden voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van wonen – twee woningen”, waardoor de bestaande woning kan worden opgesplitst in twee woningen. Toetsing aan de wijzigingsbevoegdheden en de bijbehorende voorwaarden vindt plaats in paragraaf 4.3.2.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie in het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Drenthe en de gemeente Westerveld beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.1

BESCHRIJVING PLANGEBIED

Huidige situatie

Het plangebied omvat agrarische percelen aan de Rijksweg 22 te Dieverbrug. De belangrijkste ruimtelijke structuurdragers in de omgeving betreffen de Drentsche Hoofdvaart en de naastgelegen Rijksweg (N371). De functionele structuur in en om het plangebied betreft hoofdzakelijk agrarische bedrijven en agrarische gronden. Voor het overige zijn de gronden ingericht als infrastructuur en water. Het plangebied wordt ten noorden, zuiden en westen begrensd door agrarische gronden, ten oosten vormt de Rijksweg de begrenzing. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen waarin het plangebied met de rode belijning is weergegeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Provincie Drenthe)

Het plangebied zelf is grotendeels ingericht als agrarische cultuurgrond. In het oostelijke deel van het plangebied bevindt zich de bedrijfswoning en de voormalige agrarische bebouwing. Op het erf zijn tevens kuilvoerplaten aanwezig. Voor het overige is het plangebied voorzien van erfverharding. Het plangebied is door middel van twee in- en uitritten aangesloten op enerzijds de Rijksweg en anderzijds de Broekjesweg. In afbeeldingen 2.2 en 2.3 zijn straatbeeldfoto’s vanaf respectievelijk de Rijksweg en de Broekjesweg opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld

Afbeelding 2.2

Huidige situatie plangebied vanaf de Rijksweg (Bron: Google Streetview)

Afbeelding 2.3

Huidige situatie plangebied vanaf de Broekjesweg (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1

Gewenste ontwikkeling

Het buitengebied is van oudsher van belang geweest voor de agrarische sector. De sector is echter de afgelopen jaren onder druk komen te staan. Er vindt schaalvergroting plaats, het aantal bedrijven neemt steeds verder af en ondernemers zijn op zoek naar mogelijkheden om hun agrarische bedrijfsvoering te verbreden. Daarnaast komen er, door het verdwijnen van agrarische bedrijven, agrarische complexen vrij. Om de vitaliteit en sociaaleconomische kwaliteit van het buitengebied te behouden, is het gewenst om onder voorwaarden ruimte te bieden aan passende vervolgfuncties op vrijgekomen voormalige agrarische bedrijfslocaties. Zo ook op het perceel aan de Rijksweg 22. Het agrarisch bedrijf is vanwege het ontbreken van een bedrijfsopvolger beëindigd. Het voornemen is om de bestaande bedrijfswoning en bedrijfsbebouwing aan te wenden als reguliere woning met bijgebouwen. Tevens is het wenselijk om de bestaande woning te splitsen in twee woningen. Van uitbreiding van bebouwing is geenszins sprake. Met de voorgenomen ontwikkeling krijgt de bebouwing in het plangebied een passende vervolgfunctie, waardoor wordt voorkomen dat de bebouwing blijft leegstaan, zal verloederen en hiermee afbreuk zal doen aan het landschap en de omgeving.

3.2

Verkeer en parkeren

Bij het opstellen van wijzigingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De planologische wijziging waar dit plan in voorziet, brengt met zich mee dat de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie vermindert of maximaal gelijk blijft. Dit vanwege het feit dat de agrarische bedrijfsfunctie komt te vervallen en in de plaats daarvan een wordt voorzien in een woonerf voor twee woningen. Het perceel blijft ontsloten via de bestaande in- en uitritten. De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

4.1.1.2 Opgaven van nationaal belang In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):   

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Noord-Nederland (de provincies Friesland, Groningen en Drenthe) zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

8.

Het versterken van Energyport (Noord-) Nederland als internationaal energieknooppunt en kenniscentrum voor energievoorziening en -transitie, en: het aanwijzen van locaties voor de vestiging van energiecentrales in de Eemshaven; het robuust en compleet maken van het internationale hoofdenergienetwerk, waaronder de verbinding van Eemshaven via Ens naar Diemen (Noord-West 380kV-verbinding); het aanwijzen van leidingstroken voor buisleidingen en het ruimtelijk reserveren van locaties voor ondergrondse opslag; het aanwijzen van voorkeursgebieden voor grootschalige windenergie in Noord-Nederland; Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (wegen, spoorwegen en vaarwegen), buisleidingen en het hoofdenergienetwerk in Noord-Nederland; De ontwikkeling van een robuust kustlandschap en zoetwatersysteem ter vergroting van de waterveiligheid en waterzelfvoorziening en het voorkomen van verdroging (o.a. door versterking van de Afsluitdijk en bijbehorende sluizencomplexen, Hoogwaterbeschermingsprogramma en deelprogramma’s Zoet- watervoorziening, IJsselmeer en Waddengebied van het Deltaprogramma); Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden en het Werelderfgoed (de Waddenzee). BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld 4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijk ontwikkeling planologisch mogelijk worden gemaakt.

4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

De SVIR laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De ontwikkeling raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR. Ladder voor duurzame verstedelijking Gelet op de jurisprudentie waarvan een overzicht is gegeven in de uitspraak van 28 juni 2017 (Dongeradeel, 201608869/1/R3) en het feit dat:    

er sprake is van het planologisch omzetten van een agrarisch perceel naar een woonperceel; er geen sprake is van onevenredige leegstand elders als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling; er geen sprake is van nieuw beslag op de ruimte, omdat het gaat om hergebruik van een bestaand perceel met bebouwing; er sprake is van een ontwikkeling, die in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ aanvaardbaar is;

kan gesteld worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven. Gezien het voornoemde wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de uitgangspunten zoals verwoord in het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie Drenthe (2 juli 2014) en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (met ingang van 15 oktober 2015 in werking getreden).

4.2.1

Omgevingsvisie Drenthe

4.2.1.1 Algemeen Op 2 juli 2014 is de geactualiseerde Omgevingsvisie Drenthe vastgesteld door Provinciale Staten. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2020, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. In de komende jaren zullen er provinciaal een vijftal belangrijke ontwikkelingen gaan spelen:     

de demografische ontwikkeling; de klimaatverandering; de afname van de biodiversiteit; de transitie naar een kennis- en netwerkeconomie; de transitie naar een duurzame energievoorziening.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld De belangrijkste opdracht tot 2020 is het vinden van een antwoord op de vraag hoe de provincie met deze ontwikkelingen moeten omgaan. Daarnaast heeft de Provincie Drenthe diverse ambities en daarmee ook belangen. De basis hiervoor zijn de wettelijke taken en verantwoordelijkheden. Deze zijn aangevuld met een selectie onderwerpen die het meest effectief te beïnvloeden zijn op provinciaal niveau. De hierna opgenomen onderwerpen zijn in het kader van provinciaal beleid van belang.

4.2.1.2 Zorgvuldig ruimtegebruik Een belangrijk uitgangspunt van het Drentse omgevingsbeleid is om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte in Drenthe. In paragraaf 4.3 van de Omgevingsvisie is dat principe nadrukkelijk verwoord. Het relatief bescheiden percentage bestaand stedelijk gebied in Drenthe is een van de aspecten die Drenthe maakt tot wat het is. Via dit hoofdstuk wordt daarom verankerd dat gemeenten de Ladder voor duurzame verstedelijking toepassen. Hierbij kunnen zij gebruik maken van de speciaal voor deze toepassing opgestelde Handreiking ladder voor duurzame verstedelijking. Kort gezegd zorgt deze ervoor dat er niet nodeloos gebouwd wordt en inbreiding voor uitbreiding gaat en dat waar uitbreiding plaatsvindt dit in principe niet los van bestaande bebouwingsconcentraties gebeurt. De Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast voor woon-werklocaties, verblijfsrecreatie, detailhandel en infrastructuur. De Ladder voor duurzame verstedelijking wordt tevens gehanteerd voor recreatie en toerisme en in de landbouwsector. Bij ontwikkelingen in deze sectoren gaat het vooral om het denkmodel dat gehanteerd moet worden, reden waarom in artikel 3.15 deze thema’s niet expliciet worden genoemd.

4.2.1.3 Thema: Wonen De provincie wil investeren in de aantrekkelijkheid van Drenthe als woonprovincie. Drenthe kent karakteristieke woonmilieus die voorzien in de vraag naar landelijk en groen wonen. Bovenlokale afstemming is nodig om vraag en aanbod op de woningmarkt in balans te houden en om de herstructurering en verduurzaming van de woningvoorraad te bevorderen. Het is belangrijk om de woningvraag en het investeringspotentieel te benutten voor het herontwikkelen en transformeren van de bestaande woongebieden in de steden en dorpen. Daarmee geeft de provincie actief invulling aan de SER-Ladder voor zorgvuldig ruimtegebruik.

4.2.1.4 Toetsing van het initiatief aan de provinciale omgevingsvisie De beoogde ontwikkeling draagt bij aan behoud van de vitaliteit van het landelijk gebied door leegkomende agrarische bebouwing een passende vervolgfunctie te geven. Hiermee is enerzijds sprake van zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik en wordt anderzijds voorkomen dat de bebouwing leeg blijft staan, verloederd en afbreuk doet aan de ter plaatse voorkomende landschapswaarden. Resumerend wordt dan ook gesteld dat het plan bijdraagt aan een versterking van de omgevingskwaliteit. Gelet op vorenstaande is de ontwikkeling in overeenstemming met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie Drenthe.

4.2.2

Provinciale Omgevingsverordening Drenthe

4.2.2.1 Algemeen De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (POV) is een belangrijk instrument om het omgevingsbeleid, zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Drenthe, uit te voeren. Omdat de Omgevingsvisie in 2014 is geactualiseerd, is het ook noodzakelijk de POV te actualiseren. Deze actualisatie van de POV is tevens aangegrepen om de POV ook op andere punten nog eens kritisch tegen het licht te houden. Zo zijn bij deze actualisatie ook punten als noodzakelijkheid, leesbaarheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid meegenomen. Dit heeft geleid tot een omvangrijke en op bepaalde plaatsen ingrijpende wijziging van de POV. Gelet hierop is er voor gekozen om te werken met een algehele herziening van de POV. Provinciale staten hebben de Omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. Deze is met ingang van 15 oktober 2015 in werking

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld getreden. In voorliggend geval zijn artikel 3.15 (Ladder voor duurzame verstedelijking) en artikel 3.24 (Woningbouw) van belang om nader te belichten.

4.2.2.2 Relevante artikelen Artikel 3.15: Toepassen Ladder voor duurzame verstedelijking 1.

2.

3.

Een ruimtelijk plan kan slechts in ruimtevragende ontwikkelingen voorzien op het gebied van woonwerklocaties, verblijfsrecreatie, detailhandel en infrastructuur indien uit het desbetreffende ruimtelijk plan blijkt dat dit op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking gerechtvaardigd is. Het eerste lid is niet van toepassing op functioneel aan het buitengebied gebonden bebouwing, waaronder in ieder geval begrepen agrarische bebouwing, bebouwing voor natuurbeheer, voor waterbeheer, voor veiligheid en hulpdiensten de opsporing en winning van delfstoffen als aardgas en aardolie of voor de levering van gas, water of elektriciteit. Het eerste lid is niet van toepassing op ontwikkelingen die vallen onder een Rood-voor-groen dan wel ruimte-voor-ruimte regeling. De ontwikkelingen vinden plaats op een bestaand woonerf.

Artikel 3.24: Woningbouw 1.

2.

Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied kan alleen voorzien in nieuwe woningbouw indien deze woningbouw past binnen de afspraken die de woonregio en de provincie hebben gemaakt over de woningbouwprogrammering en het gestelde in de woonvisie en als in het desbetreffende ruimtelijk plan wordt onderbouwd dat deze woonvisie voldoende actueel is. Incidentele bouwmogelijkheden buiten het bestaand stedelijk gebied zijn mogelijk in bepaalde gevallen zoals bedrijfswoningen, een tweede woning bij een agrarisch bedrijf, recreatiewoningen, het splitsten van boerderijen in twee of meer woningen en nieuwbouw die past binnen de kaders van de provinciale rood-voor-groen dan wel de ruimte-voor-ruimte regeling.

4.2.2.3 Toetsing artikel 3.15 en 3.24 van de POV In voorliggend geval is sprake van een functiewijziging, waarbij het aantal woningen ten opzicht van de huidige situatie toeneemt met één woning, binnen bestaande bebouwing. Vanwege het beëindigen van de agrarische activiteiten in het plangebied, zal de bestaande bedrijfswoning worden gebruikt als reguliere woning. Zoals in paragraaf 4.1.2 is aangegeven, is hiermee geen sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ en is de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Tevens is geen sprake van strijd met artikel 3.24, aangezien de ontwikkeling niet voorziet in een nieuwe woning.

4.2.3

Conclusie toetsing provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Drenthe.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie gemeente Westerveld

4.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad heeft op 26 november 2013 de ruimtelijke structuurvisie van Westerveld vastgesteld. De structuurvisie is het instrument om de visie en de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid voor het hele grondgebied van de gemeente vast te leggen. Hierbij wordt de ruimtelijke invloed van allerlei verschillende beleidsterreinen bekeken zoals milieu, infrastructuur, wonen, cultuurhistorie, landschap, economie en welzijn. Met een structuurvisie maakt de gemeenteraad duidelijk wat hij de komende tien jaren wil versterken, ontwikkelen, herstructureren of juist wil behouden of beschermen. Daarmee bepaalt de structuurvisie ook de richting van de bestemmingsplannen die in de toekomst worden opgesteld. De basis voor het kader vormen de kernkwaliteiten van de gemeente (sociaal, landschappelijk en cultuurhistorisch). In deze structuurvisie worden uitspraken op hoofdlijnen gedaan over thema’s als de ruimtelijke structuur, woonaanbod en -omgeving, welzijn en voorzieningen, economie en werkgelegenheid en mobiliteit. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de structuurvisiekaart opgenomen.

Afbeelding 4.1

Structuurvisiekaart (Bron: Gemeente Westerveld)

Het plangebied is gelegen in een gebied dat is aangemerkt als ‘landbouw, natuur en recreatie’. In de volgende subparagraaf wordt hier nader op ingegaan.

4.3.1.2 ‘Landbouw, natuur en recreatie’ Deze zone wordt gevormd door het klassieke verwevingsgebied waarin landbouw, natuur en recreatie naast elkaar bestaan. Door het op veel plaatsen kleinschalige landschap zal schaalvergroting voor agrarische bedrijven niet in alle gevallen mogelijk zijn, waardoor functieverandering en –verbreding nodig zal zijn.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld In het gebied liggen agrarische gronden die binnen de doelbegrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur vallen. De realisatie van de nieuwe Ecologische Hoofdstructuur vindt zo mogelijk op bedrijfseconomische grondslag plaats door het natuurbeheer onder te brengen in extensieve vormen van landbouw zoals agrarisch natuurbeheer en biologische landbouw. Boerderijen die niet benut kunnen worden als beheerboerderij krijgen zo mogelijk een nieuwe passende functie, bijvoorbeeld wonen, zorg of kleinschalige verblijfsrecreatie.

4.3.1.3 Toetsingskader voor uitbreiding woonfunctie buitengebied De gemeente Westerveld is van mening dat de bestaande woonfunctie in het buitengebied een positieve bijdrage levert aan de leefbaarheid en vitaliteit op het platteland. Tegelijkertijd legt de woonfunctie beperkingen op ten aanzien van de basisfuncties van het platteland. Er wordt onder voorwaarden ontwikkelingsruimte geboden aan de woonfunctie, waarbij zoveel mogelijke aansluiting wordt gezocht bij de bestaande situatie ter voorkomen van verrommeling, versnippering en verpaupering (van bestaande locaties): In beperkte mate is het mogelijk om te wonen in voormalige agrarische boerderijen. Een dergelijk bedrijf kan worden omgezet naar een woonfunctie. Het is onder voorwaarden tevens mogelijk de woning te splitsen. Het volledige toetsingskader voor wonen in het buitengebied en het splitsen van woningen is verwoord in het bestemmingsplan Buitengebied en het beeldkwaliteitsplan Buitengebied.

4.3.1.4 Toetsing aan de Structuurvisie Westerveld In voorliggend geval wordt gebruik gemaakt van een tweetal in het bestemmingsplan “Buitengebied agrarische gronden” opgenomen wijzigingsbevoegdheden. In paragraaf 4.3.3 wordt getoetst aan deze wijzigingsbevoegdheden. Op deze plaatst wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de structuurvisie gemeente Westerveld.

4.3.2

Visie op wonen 2012 – 2020

4.3.2.1 Algemeen De Visie op wonen is opgesteld als bouwsteen voor de ruimtelijke structuurvisie en als input voor de regionale woonvisie. Met deze visie op wonen beschikt de gemeente over een actueel sectoraal beleidskader. De Visie op wonen heeft een doorlooptijd tot 2020 en is op 8 mei 2012 door de gemeenteraad vastgesteld.

4.3.2.2 Perspectief woningbouw Uit de Visie op wonen blijkt dat de totale plancapaciteit in Westerveld op ca. 506 woningen (excl. de herstructureringslocaties) ligt, waarvan circa 156 harde capaciteit en circa 350 ‘tussen’ en ‘zachte’ capaciteit. De meeste capaciteit zit in de tussenfase. De aantallen van de tussenfase en de zachte capaciteit zijn echter gebaseerd op planontwikkeling vóór de economische crisis. Waarschijnlijk overtreft de plancapaciteit de huidige vraag. Veranderende marktomstandigheden leiden namelijk tot een stagnatie in de woningverkoop. De meeste woningen staan te koop in de prijsklasse €200.000- 300.000. Er zijn vrijwel geen vrije sector huur woningen in Westerveld. Er is vraag naar starterswoningen en er is een trend naar kleinere huishoudens zichtbaar. Belangrijker wordt de keuze voor wie er gebouwd gaat worden, in plaats van hoeveel.

4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de “Visie op wonen 2012 – 2020” De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op het bestemmen van een bestaande agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woning en de splitsing van deze woning in twee woningen. Er is sprake van een toename van 1 woningbouwcontingent. Er is voldoende beschikbare capaciteit om deze extra woning te realiseren. Door de mogelijkheid op te nemen om de woning te splitsen, wordt ingespeeld op de trend naar kleinere huishoudens. De ontwikkeling is passend binnen de “Visie op wonen 2012 – 2020”.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

Wijzigingsplan “Rijksweg 22 Dieverbrug” Vastgesteld 4.3.2

Wijzigingsbevoegdheid bestemmingsplan “Buitengebied agrarische gronden”

4.3.2.1 Algemeen In artikel 3.8 onder c van het bestemmingsplan “Buitengebied agrarische gronden” is de wijzigingsbevoegdheid ‘Functiewijziging agrarische bedrijfskavel naar wonen’ opgenomen ten aanzien van de mogelijkheid tot het wijzigen van een agrarische bedrijfskavel naar wonen. In artikel 8.7 onder a van het bestemmingsplan “Buitengebied agrarische gronden” is de wijzigingsbevoegdheid ten aanzien van het splitsen van woningen opgenomen.

4.3.2.2 Wijzigingsbevoegdheid ‘Functiewijziging agrarische bedrijfskavel naar wonen’ Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in dié zin dat: de bestemming 'Agrarisch - 1', uitsluitend voorzover ter plaatse voorzien van een agrarische bedrijfskavel, wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen' of 'Wonen - Voormalige boerderijpanden' ten behoeve van een functieverandering van een agrarische bedrijfskavel, mits: 1.

2.

3.

4.

5. 6.

7. 8.

na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van artikel 53 of 55 van het bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld 5 juli 2012, van overeenkomstige toepassing zijn;  In voorliggend geval worden de regels van de bestemming ‘Wonen – Voormalige boerderijpanden’ overgenomen in dit wijzigingsplan. de agrarische bedrijfskavel ter plaatse wordt verwijderd;  De agrarische bedrijfskavel wordt verwijderd. De gronden die niet in aanmerking komen voor de woonfunctie krijgen een agrarische bestemming zonder bedrijfskavel. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;  Zie hoofdstuk 5. de voormalige bedrijfsgebouwen, die landschapsontsierend zijn, worden gesaneerd ten behoeve van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit;  De bestaande bedrijfsgebouwen worden hergebruikt als bijgebouw. de woonfunctie ondergebracht wordt in de voormalige bedrijfswoning;  Wordt aan voldaan. het voormalige boerderijpand of andere beeldbepalende bouwvormen als landschappelijk waardevolle verschijningsvorm worden gehandhaafd;  De bebouwing in het plangebied is niet aangemerkt als karakteristiek. Bovendien wordt geen bebouwing gesloopt.

de omvang van het bestemmingsvlak ten behoeve van het wonen ten hoogste 5.000 m² zal bedragen;  In de verbeelding is hiermee rekening gehouden. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;  Zie hoofdstuk 5.

4.3.2.3 Wijzigingsbevoegdheid woningsplitsing Opgemerkt wordt dat deze wijzigingsbevoegdheid geldt voor gronden met de bestemming ‘Wonen – Voormalige boerderijpanden’. In voorliggend geval dient deze bestemming te worden opgenomen in het plangebied. Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: a.

een woonhuis, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten, wordt gebruikt voor meer dan één woning, mits: 1. de gronden worden voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van wonen - twee woningen” of “specifieke vorm van wonen - drie woningen”; BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=857a57b0-324f-4f9d-bee4-11736ea3212d