Postzegelbestemmingsplan buitengebied Westerveld
Tekst van het document
bestemmingsplan
Postzegelbestemmingsplan buitengebied Westerveld Westerveld
DATUM IMRO IDN
21-09-2022 NL.IMRO.1701.509Veegplan4WP2022-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Veegplan 4 percelen C. Tasma
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
gemeente Westerveld 2022005001
AUTEUR STATUS
M. Hooftman / P. van Dijk ontwerp
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
6
1.1
Achtergrond en aanleiding
6
1.2
Plangeschiedenis
6
1.3
Plangebied
7
1.4
Strekking postzegelplan 3 locaties
7
1.5
Beleid en sectorale onderzoeken
8
1.6
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Beleidskader
9
Hoofdstuk 3
Milieu- en omgevingsaspecten
10
Hoofdstuk 4
Juridische planopzet
11
4.1
Toelichting op het juridische systeem
11
4.2
Opzet regels
11
Uitvoerbaarheid
13
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
13
5.2
Economische uitvoerbaarheid
13
Hoofdstuk 5
Bijlagen toelichting
15
Bijlage 1
Toelichting Lheebroek 34 Dwingeloo
17
Bijlage 2
Toelichting Westeinde 187 Wapserveen
53
Bijlage 3
Toelichting Rijksweg 22 Dieverbrug
83
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
122
Artikel 1
Begrippen
122
Artikel 2
Wijze van meten
129
Bestemmingsregels
130
Artikel 3
Wonen - Voormalige boerderijpanden
130
Artikel 4
Waarde - Archeologie 3
137
Hoofdstuk 2
3/161
121
Artikel 5
Waarde - Landschap 1
139
Artikel 6
Waarde - Rijksmonumenten
140
Hoofdstuk 3
Algemene regels
141
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
141
Artikel 8
Algemene bouwregels
142
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
143
Artikel 10
Algemene aanduidingsregels
144
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
145
Artikel 12
Overige regels
146
Overgangs- en slotregels
147
Artikel 13
Overgangsrecht
147
Artikel 14
Slotregel
148
Hoofdstuk 4
Bijlagen regels
151
Bijlage 1
Bedrijvenlijst kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
153
Bijlage 2
Inventarisatie landschapselementen
155
Verbeelding
4/161
157
Toelichting
5/161
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Achtergrond en aanleiding
Bestemmingsplan buitengebied 2018 vernietigd Op 21 juli 2021 is het bestemmingsplan Buitengebied 2018 van de gemeente Westerveld vernietigd door de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2021:1603). Op grond van artikel 3.6 lid 3 Wro maken uitwerkings- en wijzigingsplannen deel uit van het bestemmingsplan waarop deze plannen zijn gebaseerd. Hieruit volgt dat indien een bestemmingsplan waarop een uitwerkings- of wijzigingsplan is gebaseerd door de Afdeling wordt vernietigd, dit ook de rechtskracht van deze plannen raakt. Het uitwerkings- of wijzigingsplan is daarmee ook vernietigd. Nu door de vernietiging van het bestemmingsplan Buitengebied 2018 ook de daarop gebaseerde wijzigingsplannen zijn vervallen wil de gemeente Westerveld dit herstellen. Dat betekent dat een aantal wijzigingsplannen opnieuw moeten worden vastgesteld met een aangepaste grondslag (namelijk de grondslag 'bestemmingsplan Buitengebied 2012'.) Het gaat om 8 wijzigingsplannen. De wijzigingsbevoegdheden voor deze wijzigingsplannen zijn alle opgenomen in het moederplan, het bestemmingsplan Buitengebied 2012. Deze 8 wijzigingsplannen moeten aldus opnieuw worden vastgesteld met het bestemmingsplan Buitengebied 2012 als grondslag. Hiertoe is het 'herstelplan Wijzigingsplannen buitengebied Westerveld' opgesteld.
Naast het hierboven omschreven herstelplan voor 8 wijzigingsplannen zijn er nog enkele andere herzieningen/wijzigingen die niet via bovengenoemde hersteloperatie meegenomen kunnen worden. Dit omdat de grondslag voor deze wijzigingen niet opgenomen is in het bestemmingsplan buitengebied 2012. Het gaat om drie locaties. Voor deze 3 locaties is onderhavig postzegelbestemmingsplan buitengebied Westerveld’ opgesteld. Postzegelbestemmingsplan buitengebied Westerveld Met het 'postzegelbestemmingsplan buitengebied Westerveld' ontstaat een juridisch correct bestemmingsplan dat de functies een kader geeft waaraan (toekomstige) aanvragen omgevingsvergunning kunnen worden getoetst. Het postzegelplan sluit aan bij de actuele juridische en planologische situatie en voldoet aan de vormvereisten van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Tevens dient het vaststellen van het postzegelplan als voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het voorliggende postzegelplan maakt -na inwerkingtreding van de Omgevingswet- onderdeel uit van het gemeentelijk Omgevingsplan van rechtswege. Voor een goede overgang is het noodzakelijk dat de basis op orde is: een eenduidige en actuele regeling voor het grondgebied van de gemeente Westerveld.
1.2
Plangeschiedenis
In de volgende tabel is de plangeschiedenis van het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Westerveld weergegeven.
6/161
Bestemmingsplan Buitengebied Westerveld uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Reparatieplan buitengebied Westerveld
Jaar 2012 2014 2016
uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Buitengebied Agrarische gronden uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Buitengebied Westerveld 2018 uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak
2017 2017
1.3
Onherroepelijk of vernietigd Deels onherroepelijk, deel vernietigd Deels onherroepelijk, deel vernietigd (artikel 13, lid 13.3 onder h sub 1 en artikel 14 lid 13.4: bestemming Horeca) Dit plan bevat geen wijzigingsbevoegdheden voor de genoemde wijzigingsplannen. vernietigd (PAS) vernietigd (PAS)
2021
Plangebied
Voor de herzieningen/wijzigingen die niet via de hersteloperatie 'wijzigingsplannen buitengebied Westerveld' meegenomen kunnen worden is onderhavig postzegelplan opgesteld. Het betreft wijzigingen waarbij de grondslag voor deze wijzigingen niet opgenomen is in het bestemmingsplan buitengebied 2012. Het gaat om drie locaties, zie onderstaande tabel. Lheebroek 34, Dwingeloo(
omgevingsvergunning, vastgesteld 12-11 2020
Westeinde 187 Wapserveen
wijzigingsplan, vastgesteld 27-11 2018
Rijksweg 22 Dieverbrug
wijzigingsplan, vastgesteld 24-07 2018
Het plangebied waarop dit postzegelplan van toepassing is betreft aldus het grondgebied van de 3 plannen, zoals genoemd in bijgaande tabel.
1.4
Strekking postzegelplan 3 locaties
In deze paragraaf wordt de strekking van het postzegelplan voor de genoemde drie locaties omschreven. De oorspronkelijke toelichtingen zijn opgenomen in bijlage 1, 2 en 3. 1. Lheebroek 34 Dwingeloo Het plan ziet toe op het vergroten van het woonperceel, het realiseren van een nieuwe schuur, alsmede op de landschappelijke inpassing van het gehele perceel. 2. Westeinde 187 Wapserveen Het plan ziet toe op de wijziging van de bestemming 'Agrarisch 1' naar 'Wonen - Voormalige boerderijpanden'. Met deze wijziging wordt de inrichting van het perceel niet gewijzigd. Het nieuwe gebruik wordt gevestigd in de
7/161
bestaande panden, waarbij de (voormalige) boerderij het hoofdgebouw vormt. 3. Rijksweg 22 Dieverbrug Het plan ziet toe op de wijziging van de bestemming 'Agrarisch 1' naar 'Wonen - Voormalige boerderijpanden'. De bedrijfswoning wordt gesplitst en in gebruik genomen als reguliere woningen, de agrarische opstallen zullen fungeren als bijgebouwen bij de woningen.
1.5
Beleid en sectorale onderzoeken
In een bestemmingsplan dient aangetoond te worden dat er sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Onderdeel hiervan is dat het plan niet in strijd is met een aantal milieuaspecten, zoals bodem en water. Voorliggend postzegelplan wordt enkel opgesteld omdat de grondslag voor de beoogde wijzigingen niet opgenomen is in het bestemmingsplan buitengebied 2012. Het gaat om drie locaties. Voor deze 3 locaties is onderhavig ‘postzegelbestemmingsplan buitengebied Westerveld’ opgesteld. Doordat de grondslag in het 'bestemmingsplan buitengebied 2012' ontbreekt, dienen deze drie locaties opnieuw te worden vastgesteld. Omdat het plan niet voorziet in het toestaan van nieuwe ontwikkelingen en de huidige functies in het gebied zijn getoetst aan de milieuaspecten, hetzij in de reeds vastgestelde wijzigingsplannen hetzij in een besluit/vergunning, is opnieuw toetsen aan de milieuaspecten niet noodzakelijk. Ook het opstellen van een m.e.r.-beoordelingsnotitie is niet aan de orde. Voor toetsing aan de milieuaspecten wordt verwezen naar de toelichting van betreffende wijzigingsplannen dan wel de ruimtelijke onderbouwing zoals opgenomen in de bijlagen 1, 2 en 3 van dit postzegelbestemmingsplan.
1.6
Leeswijzer
In deze toelichting worden, na dit inleidende hoofdstuk, in hoofdstuk 2 het beleidskader en in hoofdstuk 3 de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt de juridische systematiek van het herstelplan uitgelegd en tot slot is in hoofdstuk 5 de uitvoerbaarheid van het plan uitgewerkt. De toelichtingen behorende bij de in paragraaf 1.3 genoemde plannen zijn als bijlage 1, 2 en 3 opgenomen bij de toelichting van dit postzegelbestemmingsplan.
8/161
Hoofdstuk 2
Beleidskader
Een bestemmingsplan mag niet in strijd zijn met de beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Op nationaal niveau zijn de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) relevant. Op provinciaal niveau zijn dit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van de Drenthe. Op gemeentelijk niveau is dit de Omgevingsvisie Westerveld. Voor de herzieningen/wijzigingen die niet via de hersteloperatie 'wijzigingsplannen buitengebied Westerveld' meegenomen kunnen worden is onderhavig postzegelplan opgesteld. Het betreft wijzigingen waarbij de grondslag voor deze wijzigingen niet opgenomen is in het bestemmingsplan buitengebied 2012. Voorliggend postzegelplan wordt dus enkel opgesteld omdat de grondslag voor de beoogde wijzigingen niet opgenomen is in het bestemmingsplan buitengebied 2012. Gelet op de aard, de inhoud en de schaal van de wijzigingen die gemoeid zijn met dit postzegelplan kan geconstateerd worden dat het provinciaal en Rijksbeleid geen rol spelen. De locaties van dit plangebied liggen daarnaast niet op gronden waarvoor specifieke eisen uit geldende beleidsstukken op Rijks, provinciaal- en gemeentelijk niveau voortvloeien. Dit plan is dan ook in overeenstemming met dit beleid.
9/161
Hoofdstuk 3
Milieu- en omgevingsaspecten
In een bestemmingsplan dient aangetoond te worden dat er sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Onderdeel hiervan is dat het plan niet in strijd is met een aantal milieuaspecten, zoals bodem en water. Voorliggend postzegelplan wordt enkel opgesteld omdat de grondslag voor de beoogde wijzigingen niet opgenomen is in het bestemmingsplan buitengebied 2012. Omdat de voorgenomen wijzigingen in de drie locaties al zijn getoetst aan de milieuaspecten (in de eerder opgestelde wijzigingsplannen dan wel in een besluit/vergunning), is opnieuw toetsen niet noodzakelijk. Ook het opstellen van een m.e.r.-beoordelingsnotitie is in het kader van dit postzegelplan niet aan de orde. Voor toetsing aan de milieuaspecten wordt verwezen naar de toelichting van de betreffende wijzigingsplannen dan wel een besluit/vergunning zoals opgenomen in bijlage 1, 2 en 3.
10/161
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische planopzet
Toelichting op het juridische systeem
In dit hoofdstuk wordt de inhoud van de bestemmingen (de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden) toegelicht en wordt aangegeven hoe de uitgangspunten hun juridische vertaling in het eigenlijke plan hebben gekregen. De bepalingen die betrekking hebben op de te onderscheiden bestemmingen, zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Het bestemmingsplan geeft aan voor welke doeleinden de gronden zijn bestemd. Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan is opgezet volgens de wettelijke regelgeving en qua systematiek volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. Voor de juridische regeling van het bestemmingsplan is het bestemmingsplan Buitengebied Westerveld 2012 als uitgangspunt gehanteerd.
4.2
Opzet regels
De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels. 2. Bestemmingsregels. 3. Algemene regels. 4. Overgangs- en slotregels. 4.2.1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In de Begrippen zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In de Wijze van meten is vastgelegd op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. 4.2.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de bestemmingsregels. De meeste bestemmingen bestaan uit: een bestemmingsomschrijving; bouwregels; afwijkingsmogelijkheid; gebruiksregels. De bestemmingsregels die van toepassing zijn op het plangebied van het bestemmingsplan is de bestemming 'Wonen - Voormalige boerderijpanden'. Daarnaast zijn er de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Landschap 1 en Waarde - Rijksmonumenten'. Onderstaand wordt per enkelbestemming besproken wat wordt geregeld. Vervolgens wordt nog ingegaan op de dubbelbestemmingen. Wonen - Voormalige boerderijpanden
11/161
Drie van de drie percelen zijn met een wijzigingsbevoegdheid omgezet van de bestemming 'Agrarisch' naar 'Wonen - Voormalige boerderijpanden'. Voor een perceel Lheebroek 34 te Dwingeloo is een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een schuur en de uitbreiding van het woonperceel. Omdat de grondslag van de wijzigingsplannen en verleende vergunning in het bestemmingsplan buitengebied' ontbreekt, zijn deze drie percelen voorzien van de bestemming Wonen - Voormalige boerderijpanden. Deze gronden zijn bestemd voor woonhuizen in de vorm van voormalige boerderijpanden, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Deze bestemming is tevens voor het behoud en het herstel van karakteristieke voormalige boerderijpanden. Waarde - Archeologie 3 De archeologische dubbelbestemming zorgt ervoor dat ook in de toekomst eventueel aanwezige archeologische waarden beschermd worden bij aanleg- en bouwactiviteiten. Waarde - Landschap 1 De dubbelbestemming 'Waarde - Landschap 1' zorgt ervoor dat bij ontwikkelingen in het gebied Wapserveen rekening wordt gehouden met behoud, herstel en de ontwikkeling van de landschappelijk, waterhuishoudkundig en/of cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen en/of landschappelijke waardevolle gebieden. Waarde - Rijksmonumenten De rijksmonumenten hebben de bestemming "Waarde - Rijksmonumenten" gekregen.
Voor het bouwen van bouwwerken en het aanleggen van werken en werkzaamheden is een vergunning van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noodzakelijk. 4.2.3 Algemene regels De algemene regels bestaan uit regels die gelden voor alle bestemmingen. Het gaat daarbij om de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en overige regels. Voor bestemmingsplannen, die na 29 november 2014 zijn vastgesteld, vervalt de parkeerbepaling uit de bouwverordening . In deze bestemmingsplannen moet een regeling zijn opgenomen ten aanzien van parkeren. Daarom is hoofdstuk 3 aangevuld met een algemene parkeerbepaling (zie artikel 12.3). Hoofdstuk 4 tenslotte omvat overgangs- en slotregels. 4.2.4 Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 geeft regels over hoe om te gaan met bouwwerken en het gebruik vallend onder het overgangsrecht en de benaming van het plan.
12/161
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Zienswijzen Nadat de reacties uit vooroverleg zijn beantwoord en eventuele aanpassingen in het plan zijn verwerkt, wordt het ontwerp-postzegelbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn kan eenieder een zienswijzen indienen. Vaststelling Nadat de ingekomen zienswijzen zijn beantwoord, wordt het postzegebestemmingsplan – al dan niet gewijzigd – ter vaststelling aangeboden aan de raad. Na publicatie start de beroepstermijn van zes weken. Het vaststellingsbesluit staat open voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds aangetoond door de financiële haalbaarheid en anderzijds via de grondexploitatieregeling vanuit de wetgeving. In dit postzegelbestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij deze aspecten aangetoond moeten worden. Het plan maakt immers, ten opzichte van de eerder vastgestelde regelingen en vergunningen, geen nieuwe bouwplannen mogelijk. Daarbij komt dat dit bestemmingsplan ook niet voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente. Het aantonen van de financiële haalbaarheid is derhalve niet nodig en de grondexploitatieregeling is niet van toepassing. De vaststelling van een exploitatieplan is bij dit postzegelbestemmingsplan niet van toepassing
13/161
14/161
Bijlagen toelichting
15/161
16/161
Bijlage 1
17/161
Toelichting Lheebroek 34 Dwingeloo
Westerveld Dwingeloo - Lheebroek 34 omgevingsvergunning
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
NL.IMRO.1701.509AFWLheebroek34-0001
concept
projectnummer:
20191156 projectleider:
gecertificeerd door Lloyd's conform ISO 9001:2015
status:
aangesloten bij
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Dwingeloo - Lheebroek 34
blz 2
20191156
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging projectgebied
7
1.3
Planologische regeling
8
1.4
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het project
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Voorgenomen situatie
13
Hoofdstuk 3
Beleidskader
17
3.1
Rijksbeleid
17
3.2
Provinciaal beleid
17
3.3
Gemeentelijk beleid
19
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
21
4.1
Milieuzonering
21
4.2
Bodem
21
4.3
Geluid
22
4.4
Luchtkwaliteit
22
4.5
Externe veiligheid
22
4.6
Cultuurhistorie
23
4.7
Water
23
4.8
Ecologie
23
4.9
Verkeer en parkeren
24
4.10
Besluit Milieu Effect Rapportage (m.e.r.)
24
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
25
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
25
5.2
Economische uitvoerbaarheid
25
Bijlagen toelichting
27
Bijlage 1
29
Rho Adviseurs B.V.
Watertoets
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
blz 3
Rho Adviseurs B.V.
blz 4
Rho Adviseurs B.V.
20191156
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
blz 5
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 6
Rho Adviseurs B.V.
20191156
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
Hoofdstuk 1
1.1
blz 7
Inleiding
Aanleiding
De initiatiefnemer is voornemens om het woonperceel van Lheebroek 34 te Dwingeloo te vergroten en om de bestaande woonboerderij te moderniseren. Tevens is het plan om een nieuwe schuur op het perceel te realiseren. Deze ontwikkelingen zijn echter niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. De gemeente Westerveld wil meewerken aan het project door het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning moet een goede ruimtelijke onderbouwing worden ingediend. Deze onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied betreft het perceel Lheebroek 34 te Dwingeloo. Dit perceel ligt in het buitengebied van de gemeente Westerveld, ten zuiden van Lheebroek en ten noordoosten van Dwingeloo. De ligging van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.1.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 8
20191156
figuur 1.1
1.3
Ligging projectgebied
Planologische regeling
Het projectgebied is momenteel geregeld in het bestemmingsplan Buitengebied Westerveld 2018, dat is vastgesteld dop 3 december 2019. In dit plan is het huidige perceel Lheebroek 34 bestemd als 'Wonen Voormalige boerderijpanden'. De gronden hier omheen, waar de tuin wordt uitgebreid, zijn bestemd als 'Agrarisch - 1'. Verder geldt voor het hele plangebied de aanduiding 'vrijwaringszone laagvlieggebied'. De gronden binnen de bestemming 'Wonen - Voormalige boerderpanden' zijn bestemd voor woonhuizen in de vorm van voormalige boerderijpanden, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep. Ondergeschikt zijn kleinschalige duurzame energiewinning, wegen en paden en water toegestaan met de daarbijbehorende tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouw zijnde. Er mag maximaal 150 m2 aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd. Binnen de bestemming 'Agrarisch - 1' zijn de gronden bestemd voor het agrarisch grondgebruik. Het is niet toegestaan deze gronden in gebruik te nemen als tuin of erf behorende bij een woning. Er mogen alleen gebouwen en overkappingen ten behoeve van de ter plaatse gevestigde agrarische bedrijvigheid Rho Adviseurs B.V.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
blz 9
worden gebouwd. Een Tot slot geldt voor het hele plangebied de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - laagvlieggebied'. Deze gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van te hoge bouwwerken en beplanting vanwege een laagvlieggebied. De maximaal toegestane bouwhoogte bedraagt 30 meter. In onderstaand figuur is een uitsnede gemaakt van de verbeelding van de geldende planologische regeling.
Figuur 1.2
Geldende planologische regeling
Overigens is momenteel een nieuw bestemmingsplan in ontwikkeling, waar het projectgebied ook onder valt. Het plan Buitengebied Westerveld 2019 bevindt zich in de voorontwerpfase.Hierin is sprake van een gelijke regeling in het plangebied. Omdat dit plan echter niet is vastgesteld geldt deze nog niet als de geldende regeling.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 10
1.4
20191156
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 het voornemen beschreven aan de hand van de huidige en de voorgenomen situatie. In hoofdstuk 3 wordt het project getoetst aan het relevante beleid. Hoofdstuk 4 bevat de toetsing aand e milieu- en omgevingsaspecten. Tot slot worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid in hoofdstuk 5 behandeld.
Rho Adviseurs B.V.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
Hoofdstuk 2
2.1
blz 11
Beschrijving van het project
Huidige situatie
Het projectgebied ligt in het buitengebied, ten zuidwesten van Lheebroek en ten noordoosten van Dwingeloo. Binnen het projectgebied is een voormalig boerderijpand aanwezig. Het woonhuis met grote schuur staat op het noordelijke deel van het perceel. Daarnaast zijn een carport en twee schuren op het perceel aanwezig. Aan de noordzijde is het perceel begrensd door een bomenrij. Aan de noordoostzijde en de oostzijde (achterzijde) van het perceel liggen agrarische gronden, ingericht als grasland. Aan de noordwestkant loopt de straat Lheebroek, waaraan het perceel ontsloten is middels een eigen oprit. Ten zuiden van het projectgebied ligt het perceel Lheebroek 35, wat eveneens een woonperceel betreft. In figuur 2.1 is een luchtfoto weergegeven van de huidige situatie. In figuur 2.2 is een schematische weergave van de bebouwing op het perceel in de huidige situatie weergegeven.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 12
20191156
Fig uur 2.1 Luchtfoto van de huidige situatie
Rho Adviseurs B.V.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
Figuur 2.2
2.2
blz 13
Schematische weergave van de bebouwing in de huidige situatie
Voorgenomen situatie
Het voornemen is om het bestaande woonperceel in noordoostelijke en oostelijke richting uit te breiden. Vervolgens wordt ten oosten van het huidige perceel een nieuwe schuur gerealiseerd waar naartoe een nieuw pad wordt aangelegd. Ook wordt de bestaande woonboerderij gemoderniseerd door deze te renoveren. Tevens wordt de bestaande carport verwijderd van het perceel. In figuur 2.3 is de vergroting van het perceel weergegeven met daarin de locatie van de nieuwe schuur.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 14
Figuur 2.3
20191156
Overzichtstekening uitbreiding perceel en plaatsing bebouwing
Het gehele perceel zal vervolgens landschappelijk worden ingepast. Ten noorden/noordoosten van het nieuw aan te leggen pad wordt een nieuwe eikenwal aangelegd die het perceel afschermt. De nieuwe eikenwal versterkt het opstrekkende karakter. De nieuwe schuur is achter de achterrooilijn van de woning geprojecteerd en grenst aan het toegangspad. De schuur is in noordwest-zuidoostelijke richting geprojecteerd en versterkt daarmee eveneens het opstrekkende karakter van het erf. Doorzichten naar het achterliggende open landschap blijven op deze wijze zo veel mogelijk behouden. Op het bestaande perceel, in de noordwesthoek, bevindt zich een boomgaard. Het achterste deel van het perceel, dat als gevolg van de uitbreiding bij het woonperceel wordt getrokken, wordt ingericht als nieuwe tuin met bloemweide, reliëf en inheemse struweel bosjes. Het open karakter van de tuin sluit aan bij het open karakter van de bloemrijke weilanden die het perceel omgeven. Het open karakter van het achterste deel van de tuin draagt eveneens bij aan het behoud van het doorzicht van het achterliggende landschap. In figuur 2.4 is een schetsweergave weergegeven van de voorgenomen inrichting van het projectgebied.
De verruiming van het woonerf biedt ruimte om het terrein geheel opnieuw in te richten en aan te leggen, waarbij de beplanting, bebouwing en ontsluiting in één geheel kunnen worden ontworpen, passend in de stijl van de authentieke boerderij. Middels het ingediende erfinrichtingsplan is er sprak van een versterking van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De landschappelijke context (beekdalenlandschap) wordt daarbij gerespecteerd.
Rho Adviseurs B.V.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
Figuur 2.4
blz 15
Schetsweergave voorgenomen inrichting van het projectgebied
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 16
Rho Adviseurs B.V.
20191156
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
Hoofdstuk 3
blz 17
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het ruimtelijk beleid dat relevant is voor deze ruimtelijke onderbouwing. Hierbij komt het Rijks- provinciaal en het gemeentelijk beleid aan bod.
3.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen, brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Dit plan raakt geen rijksbelangen uit het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. De Ladder is opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toetsing Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt de uitbreiding van een woonperceel en de bouw van een schuur planologisch toegestaan.
Een dergelijke kleinschalige ontwikkeling betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Bro. Het doorlopen van de ladder is daarom niet aan de orde.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en omgevingsverordening Drenthe De Omgevingsvisie is het provinciale, strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe voor de periode tot 2030. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De provinciale belangen zoals genoemd in de Omgevingsvisie zijn in de Provinciale Omgevingsverordening vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen. Uitgangspunt van de Omgevingsvisie is dat de ruimtelijke identiteit en de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie worden versterkt. Daarbij spelen de aardkundige, archeologische en landschappelijke kernkwaliteiten een grote rol. Verder streeft de provincie Drenthe naar aantrekkelijke, gevarieerde en omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 18
20191156
leefbare woonmilieus die voorzien in de woonvraag. Het maken van bovenlokale afspraken hierover is van provinciaal belang. Gemeenten werken hun aandeel in het woonaanbod en de woonmilieus uit in de gemeentelijke structuurvisies of woonplannen. Zij houden daarbij rekening met de huidige kernenstructuur in de gemeente en de behoefte aan verschillende woonmilieus. De provincie geeft prioriteit aan herstructurering (inclusief verduurzaming) van de woningvoorraad en aan het herontwikkelen en herbestemmen van gronden en panden. Hiermee wordt verpaupering en leegstand van monumentale en karakteristieke panden voorkomen. Toetsing Op basis van de omgevingsvisie gelden voor het projectgebied de volgende kernkwaliteiten: aardkundige waarde: 'beschermingsniveau middel'; archeologische waarde: 'beschermingsniveau 1: generiek'; cultuurhistorie: 'respecteren'; landschap: 'esdorpenlandschap' Aardkundige waarde 'beschermingsniveau middel' In deze gebieden vormen de aardkundige waarden een randvoorwaarde voor ontwikkelingen. Aardkundige waarden geven de richting aan, door het behoud van karakteristieken na te streven, zodat de kenmerken van het aardkundige hoofdlandschap worden behouden. Met de uitbreiding van het perceel en de oprichting van het een bijgebouw is de omvang van het voornemen dusdanig klein dat dit geen afbreuk doet aan de aardkundige waarden in het gebied.
De grond wordt bovendien nauwelijks geroerd. Archeologische waarde 'beschermingsniveau 1 generiek Het beschermingsniveau Generiek richt zich op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardig archeologische vindplaatsen die op de Archeologische Monumentenkaart van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. Ter plaatse van het plangebied, specifiek ter plaatse van de voorgenomen locatie van de nieuwe schuur, zijn geen archeologische waarden bekend. Omdat de grond bovendien nauwelijks geroerd wordt is het niet noodzakelijk onderzoek te doen naar archeologie en kan er vanuit worden gegaan dat er geen archeologische waarden worden geschaad. Cultuurhistorie 'respecteren' Respecteren: Bij ontwikkelingen ligt de inzet bij het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Initiatiefnemers hebben de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron te benutten voor ontwikkelingen. Met dit project wordt alleen een bestaand woonperceel vergroot en wordt een nieuwe schuur gerealiseerd. Er vind daarmee geen afbreuk plaats aan de bestaande cultuurhistorische waarden. Landschap 'Esdorpenlandschap Het esdorpenlandschap is een agrarisch cultuurlandschap ten voeten uit.
Elk onderdeel van het landschap komt voort uit het agrarisch gebruik en is gerelateerd aan het functioneren van de lokale agrarische dorpsgemeenschap, met de boermarken als het oorspronkelijke gezag. De esdorpen vormen vanouds de ontginningsbasis van het landschap. Ze liggen veelal op landschappelijke overgangen van nat (beekdal) naar droog (es/heide/bos). Het project gaat slecht om een perceel gebonden ontwikkelingen. Met deze ontwikkeling wordt het esdorpenlandschap dan ook niet aangetast.
Rho Adviseurs B.V.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
blz 19
Conclusie Met dit project wordt aangesloten bij het gestelde uit de omgevingsvisie van de provincie Drenthe. Daarmee is het project in overeenstemming met het provinciale beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
Gezien de aard en omvang van het voornemen is er geen gemeentelijk beleid dat specifiek relevant is en gericht is op het voornemen. Daarom is het voornemen alleen getoetst aan het geldende bestemmingsplan. Bestemmingsplan Buitengebied Westerveld 2018 In het geldende bestemmingsplan Buitengebied Westerveld 2018 is het bestaande woonperceel als 'Wonen - Voormalige boerderijpanden' bestemd. Daarmee is de woonfunctie van dit perceel erkend en juridisch-planologisch vastgelegd. Conform de systematiek zijn de gronden hieromheen, die buiten het perceel vallen bestemd als 'Agrarisch - 1'. In dit geval wordt het bestaande woonperceel uitgebreid door ten oosten en noorden van het perceel gronden toe te voegen en in gebruik te nemen als tuin/erf. Tevens wordt op deze uitbreiding een schuur gerealiseerd. In het bestemmingsplan zijn al woonpercelen opgenomen van grotere omvang. Het gaat bijvoorbeeld om het naburige perceel. In figuur 1.2 is weergegeven dat de omvang hiervan een stuk groter is dan Lheebroek 34. Daarom is het niet uitgesloten dat ook ter plaatse van het projectgebied een groter woonperceel ontstaat als gevolg van de voorgenomen uitbreiding. In een actualisatie van het bestemmingsplan zou deze vervolgens ook op de verbeelding verwerkt kunnen worden.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 20
Rho Adviseurs B.V.
20191156
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
Hoofdstuk 4
4.1
blz 21
Milieu- en omgevingsaspecten
Milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Toetsing Het perceel Lheebroek 34 ligt in het buitengebied van de gemeente Westerveld. In de directe omgeving is vrijwel uitsluitend sprake van agrarische gronden en woonpercelen. Ten noorden van het projectgebied ligt op circa 130 meter afstand tot het huidige woonperceel een agrarisch bedrijf. Voor een dergelijk bedrijf geldt een richtafstand van 100 meter op basis van de VNG-brochure. Hoewel het perceel ook deels in de richting van het bedrijf uitbreidt, is dit met minder dan 30 meter. Waardoor ook in de voorgenomen situatie aan de richtafstand wordt voldaan. Verder is ten westen van het perceel een manege aanwezig.Voor en dergelijke inrichting geldt een richtafstand van 50 meter ten opzichte van gevoelige objecten. De uitbreiding van het woonperceel vind niet plaats binnen de richtafstand. Omdat wordt voldaan aan de richtafstanden is geen nader onderzoek noodzakelijk.
4.2
Bodem
Het uitgangspunt wat betreft de bodemkwaliteit in het plangebied is dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn, dat er geen risico's voor de volksgezondheid ontstaan. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Toetsing De bodem blijft ten gevolge van dit project grotendeels onaangeroerd. Het betreft grotendeels uitsluitend de functionele wijziging van agrarische gronden naar gronden behorend bij een woonperceel. Wel wordt één schuur met een oppervlakte van 70 m2 gerealiseerd. De schuur betreft geen bodemgevoelig object, gezien het feit dat zich hier geen personen voor langere tijd per dag ophouden. Aangezien er op het bodemloket geen verontreinigende historische activiteiten bekend zijn in het projectgebied, is geen verkennend bodemonderzoek noodzakelijk voor dit project.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 22
4.3
20191156
Geluid
Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is rond inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/u en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Toetsing Met de uitbreiding van het woonperceel en de realisatie van een schuur worden geen geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Daarom is het uitvoeren van akoestisch onderzoek niet noodzakelijk.
4.4
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10 ) en stikstofdioxide (NO2 ) gehanteerd. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2025) geldt in de directe omgeving van het projectgebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10 ) van minder dan 18 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2 ) van minder dan 10 µg/m3 . De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus zeer goed. Plannen die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Een plan voldoet hieraan als het een toename van minder dan 3% van de grenswaarden tot gevolg heeft. Bij woningbouwplannen van minder dan 1.500 is dit het geval. Toetsing In dit project is slechts sprake van de uitbreiding van een woonperceel, waarbij een schuur wordt gerealiseerd. Dit project valt daarom onder de regeling 'Niet in betekenende mate' en draagt niet bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6 -contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Rho Adviseurs B.V.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
blz 23
Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart van Drenthe geraadpleegd. Hieruit blijkt dat zich in de nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen bevinden. Ook valt het projectgebied niet in de invloedsfeer van bijzondere vervoersroutes van gevaarlijke stoffen en/of buisleidingen. Aanvullend onderzoek naar het aspect externe veiligheid kan dan ook achterwege blijven. Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
4.6
Cultuurhistorie
Met de wijziging van het Bro per 1 januari 2012 dienen gemeenten nadrukkelijk aandacht te besteden aan het aspect cultuurhistorie. Het wijzigingsplan dient een beschrijving te geven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Toetsing Binnen het plangebied zijn geen beschermde cultuurhistorische waarden aanwezig. Ook tast het de bestaande structuren niet aan. Het aspect cultuurhistorie staat de uitvoering van het project niet in de weg.
4.7
Water
Elk ruimtelijk plan moet een waterparagraaf bevatten, waarin de watertoets wordt beschreven. Deze paragraaf onderbouwt dat de voorgenomen ruimtelijke ingreep geen negatieve invloed heeft op waterhuishoudkundige belangen. In die zin is de waterparagraaf een weergave van het watertoetsproces en de daarin gemaakte keuzes en afspraken. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Toetsing Het project betreft de uitbreiding van het woonperceel, waarbij één schuur met een oppervlakte van 70 m2 mogelijk wordt gemaakt. Dit betreft een dusdanig kleine ontwikkeling dat de korte procedure naar voren is gekomen vanuit de digitale watertoets (bijlage 1). De invloed van het plan op de waterhuishouding is minimaal en kan worden opgevangen met standaardmaatregelen. Het is niet noodzakelijk om watercompensatie toe te passen.
4.8
Ecologie
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving; gebiedsbescherming, waaronder Natura 2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten. Daarnaast moet worden onderzocht of de ontwikkeling geen gevaar vormt voor beschermde plant- en diersoorten; soortenbescherming. Dit is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europese regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Toetsing Op grond van dit project vinden geen sloop-, demp-, bouw- of kapwerkzaamheden plaats. De nieuwe schuur wordt geplaatst op agrarische gronden. De kans dat zich hier beschermde soorten ophouden is omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 24
20191156
zeer minimaal. Bovendien is rondom het projectgebied voldoende agrarische grond aanwezig waar dieren naar uit kunnen wijken. Daarom zal de ontwikkeling geen negatieve invloed kunnen hebben op eventuele aanwezige beschermde soorten of beschermde gebieden. Geconcludeerd wordt daarom dat een ecologisch onderzoek niet nodig is. Het omgevingsaspect ecologie levert dan ook geen belemmeringen op voor dit project.
4.9
Verkeer en parkeren
In dit project gaat het slechts om uitbreiding van een bestaand woonperceel, waardoor de tuin wordt uitgebreid en een schuur wordt gerealiseerd. Dit zorgt niet voor extra verkeersbewegingen van en naar het perceel. Daarmee heeft het project geen gevolgen voor de verkeerssituatie. Ook wijzigt hierdoor de parkeerbehoefte niet. Er kan nog steeds op eigen terrein worden voorzien in de parkeerbehoefte.
4.10
Besluit Milieu Effect Rapportage (m.e.r.)
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Beoordeling Dit project betreft een uitbreiding van het bestaande woonperceel en het realiseren van een schuur. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling of andere activiteit in de zin van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Er is in dit geval geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling.
Rho Adviseurs B.V.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
Hoofdstuk 5
5.1
blz 25
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor het aanvragen van de omgevingsvergunning, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, wordt de uitgebreide procedure uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gevolgd. De procedure hiervoor is opgenomen in artikel 3.12 van de Wabo. Binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag moet het college van burgemeester en wethouders beslissen over het verlenen van de vergunning. Tijdens deze periode moet de aanvraag zes weken ter visie worden gelegd voor zienswijzen van eenieder en moet de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen hebben afgegeven. Na de bekendmaking van het besluit kan door belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend beroep worden ingesteld bij de rechter. De maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project is daarmee voldoende gewaarborgd.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Het project betreft een particulier initiatief. Hiervoor zijn voldoende middelen beschikbaar. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarop de grondexploitatieregeling van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daardoor niet aan de orde.
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 26
Rho Adviseurs B.V.
20191156
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
blz 27
Bijlagen toelichting
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
blz 28
Rho Adviseurs B.V.
20191156
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
20191156
Bijlage 1
blz 29
Watertoets
omgevingsvergunning Dwingeloo - Lheebroek 34 Status: concept /
Rho Adviseurs B.V.
52/161
Bijlage 2
53/161
Toelichting Westeinde 187 Wapserveen
Westerveld Westeinde 187 Wapserveen wijzigingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.1701.509WPWestein187WPV-0002
19-9-2018
projectnummer:
01-10-2018 27-11-2018
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
20171572.004 projectleider:
gecertificeerd door Lloyd's conform ISO 9001: 2008
aangesloten bij
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Westeinde 187 Wapserveen
2
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Plangebied
7
1.3
Planologische regeling
7
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Toekomstige situatie
10
2.3
Toetsing aan de wijzigingsvoorwaarden
10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
13
3.1
Rijksbeleid
13
3.2
Provinciaal beleid
14
3.3
Gemeentelijk beleid
14
Hoofdstuk 4
Planologische randvoorwaarden
17
4.1
Archeologie
17
4.2
Bedrijven en milieuzonering
17
4.3
Besluit milieueffectrapportage
17
4.4
Bodem
18
4.5
Externe veiligheid
18
4.6
Geluid
18
4.7
Kabels en leidingen
19
4.8
Landschap en cultuurhistorie
19
4.9
Luchtkwaliteit
19
4.10
Natuur
20
4.11
Verkeer
20
4.12
Water
20
Hoofdstuk 5
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
21
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
21
5.2
Economische uitvoerbaarheid
21
Hoofdstuk 6
Juridische regeling
23
Bijlagen toelichting Rho adviseurs voor leefruimte
25 20171572.004
3
Bijlage 1
Overzicht aangewezen landschapselementen
27
Bijlage 2
Samenvatting watertoets
65
Regels
69
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
71
Artikel 1
Begrippen
71
Artikel 2
Wijze van meten
72
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
73
Artikel 3
Agrarisch - 1
73
Artikel 4
Wonen - Voormalige boerderijpanden
76
Artikel 5
Waarde - Landschap 1
81
Hoofdstuk 3
Algemene regels
83
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
83
Artikel 7
Algemene bouwregels
84
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
85
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
86
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
87
Artikel 11
Overige regels
88
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
89
Artikel 12
Overgangsrecht
89
Artikel 13
Slotregel
90
Bijlagen regels Bijlage 1
91 Algemene bedrijvenlijst
93
Vaststellingsbesluit
105
Verbeelding
107
Rho adviseurs voor leefruimte
20171572.004
4
Rho adviseurs voor leefruimte
20171572.004
5
Toelichting
Rho adviseurs voor leefruimte
20171572.004
6
Rho adviseurs voor leefruimte
20171572.004
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan het einde van de Westeinde 187 bevindt zich een (voormalige) boerderij waarbij de agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd. Om de boerderij met bijbehorende bouwwerken te kunnen behouden, is het gewenst de bestemming te wijzigen zodat het perceel in gebruik kan worden genomen als woonfunctie, zonder agrarisch bedrijf. De gewenste situatie kan mogelijk worden gemaakt door gebruik te maken van een wijzigingsbevoegdheid, die is opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Om hier toepassing aan te geven is dit wijzigingsplan opgesteld.
1.2
Plangebied
Het plangebied van dit wijzigingsplan betreft het perceel met het adres Westeinde 187 te Wapserveen. Deze locatie ligt in het buitengebied, tussen Wapserveen en Steenwijk. Een aanzicht van de betreffende locatie is weergegeven in figuur 1.1.
figuur 1.1: De locatie Westeinde 187 (bron: Google StreetView)
1.3
Planologische regeling
Het plangebied is gelegen in het bestemmingsplan 'Buitengebied agrarische gronden' van de gemeente Westerveld (NL.IMRO.1701.509Agragronden2016-0003, vastgesteld op 27 juni 2017). In de vigerende juridisch-planologische regeling heeft het perceel de bestemming 'Agrarisch - 1' met de aanduiding Rho adviseurs voor leefruimte
20171572.004
8
'specifieke vorm van agrarisch - agrarische bedrijfskavel grondgebonden bedrijf'. Op de locatie staat een (voormalige) boerderij met bijbehorende bouwwerken. Binnen de bestemming 'Agrarisch - 1' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het wijzigen van de bestemming naar (onder andere) 'Wonen - Voormalige boerderijpanden'. Voor deze wijziging gelden de volgende wijzigingsvoorwaarden: 1. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van artikel 55 van het bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld 5 juli 2012, van overeenkomstige toepassing; 2. de agrarische bedrijfskavel ter plaatse moet worden verwijderd; 3. er mag geen sprake zijn van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; 4. de voormalige bedrijfsgebouwen, die landschapsontsierend zijn, worden gesaneerd ten behoeve van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 5. de woonfunctie moet worden ondergebracht in de voormalige bedrijfswoning; 6. het voormalige boerderijpand of andere beeldbepalende bouwvormen worden als landschappelijk waardevolle verschijningsvorm gehandhaafd; 7. de omvang van het betreffende bestemmingsvlak voor het wonen bedraagt na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ten hoogste 5.000 m²; 8.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke waarden, de archeologische waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Het gewenste gebruik kan juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt via deze wijzigingsbevoegdheid. Hiervoor moet een wijzigingsplan worden opgesteld; onderhavig plan voorziet hierin. In paragraaf 2.3 wordt nader ingegaan op de wijzigingsvoorwaarden. Op de locatie is verder nog de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap 1' van toepassing en de aanduidingen'specifieke vorm van waarde - Wapserveen' en 'vrijwaringszone - laagvliegroute'. Deze beschermende regelingen blijven ook in dit wijzigingsplan van toepassing.
1.4
Leeswijzer
De toelichting van dit wijzigingsplan is als volgt opgezet: in hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het plan uiteengezet. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de relevante beleidskaders. Vervolgens bevat hoofdstuk 4 de toetsing aan de voor dit wijzigingsplan relevante wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan aan de orde gesteld. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de juridische regeling van het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20171572.004
9
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het perceel waarop dit wijzigingsplan betrekking heeft ligt aan de Westeinde te Wapserveen. Het gebied is gelegen in het buitengebied van Westerveld. Het plangebied is bebouwd met een boerderij en bijbehorende bijgebouwen. De boerderij is al geruime tijd in gebruik als woonboerderij, echter is de bestemming niet als zodanig meegenomen in het bestemmingsplan Buitengebied van 5 juli 2012. Het betreffende perceel is weergegeven op de luchtfoto (figuur 2.1).
figuur 2.1 Overzicht van het perceel Westeinde 187 Het perceel is gelegen aan de Westeinde, met het hoofdgebouw haaks op de weg. Het hoofdgebouw betreft een monumentale boerderij uit 1933. Behalve de boerderij bevinden zich twee schuren en een monumentaal bakhuisje op het terrein. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit open, agrarisch gebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
20171572.004
10
2.2
Toekomstige situatie
Met de wijziging van de bestemming naar 'Wonen - voormalige boerderijpanden' wordt de inrichting van het perceel niet gewijzigd. Het nieuwe gebruik wordt gevestigd in de bestaande panden, waarbij de (voormalige) boerderij het hoofdgebouw vormt. De bestaande boerderij wordt in het wijzigingsplan met een bouwvlak aangegeven.
2.3
Toetsing aan de wijzigingsvoorwaarden
1.
na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van artikel 55 van het bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld 5 juli 2012, van overeenkomstige toepassing Omwille van de leesbaarheid zijn de regels van het genoemde artikel 55 (bestemming 'Wonen voormalige boerderijpanden') overgenomen in dit wijzigingsplan. 2. de agrarische bedrijfskavel ter plaatse wordt verwijderd Het plangebied van het wijzigingsplan is gelijk aan de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch agrarische bedrijfskavel grondgebonden bedrijf'. De gronden buiten de nieuwe woonbestemming houden de bestemming 'Agrarisch - 1', maar de aanduiding komt te vervallen. Het wijzigingsplan maakt het niet mogelijk om te bouwen binnen de agrarische bestemming (behoudens bouwwerken, geen gebouwen zijnde). 3.
er mag geen sprake zijn van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt De locatie betreft een perceel dat wordt omringd door onbebouwde agrarische gronden. Er is geen sprake van belemmering van de bedrijfsvoering van aangrenzende bedrijven door het wijzigen van de bestemming. 4.
de voormalige bedrijfsgebouwen, die landschapsontsierend zijn, worden gesaneerd ten behoeve van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; Voor de betreffende locatie geldt dat geen van de voormalige bedrijfsgebouwen als landschapsontsierend worden aangemerkt. Derhalve kunnen de bestaande gebouwen binnen de nieuwe woonbestemming behouden blijven. 5. de woonfunctie ondergebracht wordt in de voormalige bedrijfswoning; De voormalige bedrijfswoning betreft de woonboerderij. Met die wijzigingsplan wordt de boerderij aangemerkt als hoofdgebouw waar de bewoning plaatsvindt. 6.
het voormalige boerderijpand of andere beeldbepalende bouwvormen als landschappelijk waardevolle verschijningsvorm worden gehandhaafd; Met dit wijzigingsplan wordt geen sloop van de bestaande bebouwing mogelijk gemaakt; de huidige verschijningsvorm blijft behouden. 7.
de omvang van het betreffende bestemmingsvlak voor het wonen bedraagt na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ten hoogste 5.000 m² Zoals genoemd onder punt 2. is het plangebied gelijk gehouden met de grens van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - agrarische bedrijfskavel grondgebonden bedrijf'. Het bestemmingsvlak ten behoeve van het wonen is gelegd ter plaatse van het kadastrale perceel waarbinnen zich de bestaande boerderij met bijbehorende bouwwerken bevinden. Dat perceel heeft een oppervlakte van ca. 5.000 m2 .
Rho adviseurs voor leefruimte
20171572.004
11
8.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke waarden, de archeologische waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden Dit wijzigingsplan heeft niet tot gevolg dat de inrichting van het perceel wijzigt, de gronden worden niet geroerd en het gebruik vormt geen belemmering voor de belendende percelen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20171572.004
12
Rho adviseurs voor leefruimte
20171572.004
13
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het ruimtelijk beleid dat relevant is voor dit wijzigingsplan. Hierbij komt het Rijks- provinciaal en het gemeentelijk beleid aan bod.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie infrastructuur en ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; verbeteren van de bereikbaarheid; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met de hiervoor genoemde rijksdoelen zijn dertien nationale belangen aan de orde die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. Beoordeling Voor onderhavig wijzigingsplan geldt dat het een dermate kleinschalige ontwikkeling betreft, dat het geen significante bijdrage zal leveren aan de rijksdoelen.
Enige raakvlak is te vinden ten aanzien van de unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden; met dit plan worden de ter plaatse aanwezige natuurlijke waarden beschermd doormiddel van een dubbelbestemming. Daarnaast is er sprake van herbestemming van een gemeentelijk monument, waarbij dit nieuwe gebruik ervoor zorgdraagt dat dit gebouwde monument behouden blijft voor de toekomst. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. De Ladder is opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Beoordeling In dit wijzigingsplan wordt voor de bestemming voor een specifieke locatie gewijzigd, waardoor een ander gebruik wordt toegestaan ter plaatse van de bestaande bebouwing. Een dergelijke kleinschalige ontwikkeling betreft geen 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in het Bro. Het doorlopen van de Ladder is daarom niet aan de orde.
Rho adviseurs voor leefruimte
20171572.004
14
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Drenthe 2014 De Omgevingsvisie is het provinciale, strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe voor de periode tot 2020. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De provinciale belangen zoals genoemd in de Omgevingsvisie zijn in de Provinciale Omgevingsverordening (vastgesteld op 17 oktober 2015) vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen. Uitgangspunt van de Omgevingsvisie is dat de ruimtelijke identiteit en de ruimtelijke kwaliteiten van provincie worden versterkt. Daarbij spelen de aardkundige, archeologische en landschappelijke kernkwaliteiten een grote rol. Verder streeft de provincie Drenthe naar aantrekkelijke, gevarieerde en leefbare woonmilieus die voorzien in de woonvraag. Het maken van bovenlokale afspraken hierover is van provinciaal belang. Gemeenten werken hun aandeel in het woonaanbod en de woonmilieus uit in de gemeentelijke structuurvisies of woonplannen. Zij houden daarbij rekening met de huidige kernenstructuur in de gemeente en de behoefte aan verschillende woonmilieus. De provincie geeft prioriteit aan herstructurering (inclusief verduurzaming) van de woningvoorraad en aan het herontwikkelen en herbestemmen van gronden en panden.