CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Oude Willemsweg 5, Oude Willem_Bijlagen bij toelichting-gecomprimeerd

Politieke avond Westerveld 26 september 2023, gemeente WesterveldBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Oude Willemsweg 5 Oude Willem (spreekrecht)17.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ook na de ontwikkelingen blijft het plangebied voor aanwezige jaarrondsoorten beschikbaar. Daarnaast zal men het gebied met verschillende ruimtelijke condities verbeteren, hetgeen een positief effect zal hebben op de aanwezige, jaarrond beschermde vogelsoorten. Overige (broed)vogels Alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, alsook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kan in veel situaties worden voorkomen dat gehandeld wordt in strijd met deze verbodsbepaling. De periode van 1 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen 1. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Voor de Wet natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. Conclusie: nader onderzoek naar de kerkuil is noodzakelijk.

Het nader onderzoek zal uitwijzen of een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk wordt geacht. Bij de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met (in gebruik zijnde) nesten van vogels.

1 In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang

is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 29

5.4 Reptielen Voorkomen en functie Buiten het plangebied zijn waarnemingen bekend van de beschermde soorten adder, hazelworm, levendbarende hagedis en de ringslang. Veel van de genoemde soorten zijn gebonden aan venranden, bos en heideterreinen, dit biotoop is binnen het plangebied echter afwezig. Adder, hazelworm en levendbarende hagedis worden daarmee uitgesloten. Incidenteel kan de soort levendbarende hagedis het plangebied betreden als migratieroute. De ringslang (watergebonden soort) komt binnen het plangebied voor. Vooral de aanwezigheid van vochtig habitat maakt het voor de ringslang erg geschikt als migratieroute. Er zijn geen broeihopen van de ringslang aanwezig. De dichtheden van de ringslang zijn groot, ook buiten het plangebied zijn veel ringslangen aanwezig (NDFF, 2021). Effecten en ontheffing Beschermde reptielsoorten, zoals adder, hazelworm en levendbarende hagedis zijn afwezig. Geschikt habitat ontbreekt voor deze soorten. Mogelijk dat een levendbarende hagedis een enkele keer het plangebied kan betreden. Essentieel leefgebied en geschikt voortplantingsbiotoop voor deze soorten is binnen het plangebied niet aanwezig. Van negatieve effecten op adder, hazelworm en levendbarende hagedis is geen sprake. In het plangebied is migratiegebied van de beschermde soort ringslang aanwezig. Voortplantingsplaatsen zoals broeihopen zijn niet aanwezig.

De ringslang heeft op deze locatie en elders in Drenthe een gunstige staat van instandhouding. De soort neemt mondjesmaat toe (RAVON, 2021). Geschikt biotoop en alternatief voor de ringslang is voldoende aanwezig. Tijdelijk verlies van leefgebied van de ringslang wordt door de Wet natuurbescherming geaccepteerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt wel geadviseerd om een kort werkprotocol voor de ringslang op te stellen. Geadviseerd wordt om in het plangebied, buiten de invloedsferen van de werkzaamheden, op zoveel mogelijk plekken broeihopen te creëren. Deze broeihopen zijn voor de ringslang uitermate geschikt als voortplantingsbiotoop. Voor meer informatie over de aanleg en het beheer van deze broeihopen wordt verwezen naar de website van RAVON: http://www.broeihopen.nl/Heaps.aspx#aanleggen. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor reptielen niet noodzakelijk. Een ecologisch werkprotocol voor de ringslang is verplicht.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 30

5.5 Amfibieën Voorkomen en functie Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Een aantal soorten zoals bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander kunnen het plangebied gebruiken als landbiotoop. In het plangebied zelf is een vijver aanwezig en aan de buitenkant van het plangebied is een diepe sloot en slenk aanwezig. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Beschermde soorten amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt, zoals de heikikker en kamsalamander, worden niet verwacht in het plangebied vanwege de aanwezige, ongeschikte habitat voor deze soorten. De heikikker is aanwezig rond de vennen van het Nationaal Park Drents Friese Wold, ver buiten het plangebied. Er zijn ook geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend in de vijver, sloten en de slenk (NDFF, 2021). Effecten en ontheffing Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende amfibieën met het beschermingsregime “andere soorten”. Voor deze beschermde soorten is bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Drenthe een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld.

Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Beschermde amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt, kunnen op basis van de aanwezige biotoop worden uitgesloten, waardoor er geen sprake is van negatieve effecten. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor amfibieën niet aan de orde. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden aan de oever, vijver en sloten uit te voeren wanneer de larven zijn volgroeid, vanaf augustus, en voordat volwassen exemplaren zich ingraven voor de winterslaap, voor november (zorgplicht). Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor amfibieën niet noodzakelijk.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 31

5.6 Vissen Voorkomen en functie Binnen het plangebied is een vijver en een diepe sloot aanwezig. Beschermde vissoorten, zoals kleine modderkruiper en rivierdonderpad, worden niet verwacht. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens van beschermde vissoorten bekend in het gebied. Wel komen hier algemeen voorkomende vissoorten voor zoals driedoornige stekelbaars en diverse voorns. Effecten en ontheffing Beschermde vissen zijn niet in het plangebied aanwezig. Er worden dan ook geen effecten op beschermde vissen verwacht. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming voor vissen is niet aan de orde. Geadviseerd wordt om tijdens de werkzaamheden aan de oever, vijver en sloten te werken met een visvriendelijke pomp. Daarnaast is het van belang om één kant op te werken. Eventueel aanwezige vissen dienen te worden afgevangen met een schepnet en elders in geschikt waterbiotoop te worden uitgezet (zorgplicht). Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde vissen niet noodzakelijk.

5.7 Ongewervelden Voorkomen en functie Ten zuidoosten van het plangebied is een waarneming bekend van de beschermde soort gevlekte witsnuitlibel (afbeelding 10). De gevlekte witsnuitlibel leeft in laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen. Ten zuidwesten, ver buiten het plangebied, zijn geschikte vennen met voldoende ontwikkelde vegetatie aanwezig. In het plangebied zelf ontbreekt geschikt habitat voor deze soort, de aanwezige vijver is te dicht begroeid en de oevervegetatie is door verlanding onvoldoende ontwikkeld. Daarnaast is deze vijver ook te diep, waardoor geschikte watervegetatie ontbreekt. De soort komt binnen het plangebied daarom niet voor.

Afbeelding 10. Gevlekte witsnuitlibel. Foto: Rinze Kroeskop

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 32

Andere beschermde ongewervelden zoals kleine ijsvogelvlinder en platte schijfhoorn niet verwacht. Dit door het ontbreken van geschikt habitat en het ontbreken van geschikte waardplanten. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde ongewervelden in en rondom het plangebied (NDFF, 2021). Effecten en ontheffing In het plangebied zijn geen beschermde ongewervelden aanwezig. Voor de gevlekte witsnuitlibel ontbreekt geschikt leefgebied rond de vijver. Er is geen sprake van negatieve effecten op beschermde ongewervelden. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor ongewervelden niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde ongewervelden niet noodzakelijk.

6 Conclusie 6.1 Beschermde soorten 6.1.1 Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft soorten als ree, haas, vos, konijn, wezel, hermelijn, bunzing en diverse algemene (spits)muizen. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft.

6.1.2 Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Vleermuizen Negatieve effecten op verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen op voorhand niet uitgesloten worden. Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk. Uit dit onderzoek komt naar voren of een ontheffing Wet natuurbescherming voor vleermuizen noodzakelijk wordt geacht. Daarnaast dient men rekening te houden met verlichting. Kerkuil Negatieve effecten op de kerkuil kan met de sloop van de bebouwing niet worden uitgesloten. Om meer te weten over de functie van de bebouwing in relatie tot de aanwezigheid van de kerkuil is nader gericht veldonderzoek naar de kerkuil benodigd. Uit dit onderzoek komt naar voren of een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk wordt geacht. Ringslang De beschermde soort ringslang is aanwezig in het plangebied. Om negatieve effecten op de ringslang te voorkomen wordt een vooraf opgesteld ecologisch werkprotocol geadviseerd.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 33

Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen2 uit te voeren.

2 In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang

is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 34

6.1.3 Algemene zorgplicht Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld de dieren te verplaatsen naar een ander gebied. Amfibieën Geadviseerd wordt om de werkzaamheden aan de oever, vijver en sloten uit te voeren wanneer de larven zijn volgroeid, vanaf augustus, en voordat volwassen exemplaren zich ingraven voor de winterslaap, voor november. Vissen Geadviseerd wordt om tijdens de werkzaamheden aan de oever, vijver en sloten te werken met een visvriendelijke pomp. Daarnaast is het van belang om één kant op te werken. Eventueel aanwezige vissen dienen te worden afgevangen met een schepnet en elders in geschikt waterbiotoop te worden uitgezet .

6.2 Bescherming gebieden Niet-stikstof gerelateerde effecten Het plangebied ligt deels in het Natura2000 gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld. De omgeving vormt eveneens Natura 2000 gebied. Werkzaamheden kunnen een negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura2000 gebied. Een voortoets Natura2000 wordt noodzakelijk geacht. Stikstof gerelateerde effecten De aard van de ontwikkeling is dusdanig klein dat een stikstof-gerelateerd effect op het betreffende Natura2000 gebieden onwaarschijnlijk is. Een AERIUS-berekening is echter altijd noodzakelijk om de precieze uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen (AERIUS, 2021).

6.3 Bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied enkele bomen gekapt. Het gaat hier met name om uitheemse en gecultiveerde bomen. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

6.4 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied en de directe omgeving maken onderdeel uit van het NNN. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van areaalverlies is tevens geen sprake. Het NNN blijft zoals het is en in de provincie Drenthe kent het NNN ook geen externe werking. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 35

6.5 Uitvoerbaarheid van de plannen Vanuit de Wet natuurbescherming is het plan uitvoerbaar tot de houtopstanden. Dit geldt echter niet voor het onderdeel soortenbescherming in relatie tot de sloop van de huidige bebouwing en de gebiedenbescherming. Een voortoets Natura2000 en AERIUS- berekening wordt noodzakelijk geacht. Daarnaast is nader onderzoek naar de kerkuil en vleermuizen (woning) noodzakelijk. Daarnaast dient tijdens de werkzaamheden rekening gehouden te worden met het broedseizoen van vogels. De sloop van de bebouwing vindt pas plaats na de bouw van de nieuwe woning. Het nader onderzoek naar vleermuizen en kerkuil vormt daarom geen belemmering in de procedure. Tussen de nieuwbouw en de sloop is voldoende tijd beschikbaar. In deze tijd kunnen de onderzoeken worden afgerond inclusief de eventueel benodigde mitigerende maatregelen. Wanneer er sprake is van een bestemmingsplanprocedure moet aannemelijk gemaakt worden dat de plannen uitvoerbaar zijn. Dit betekent dat aangetoond moet worden dat een ontheffing Wet natuurbescherming verleend gaat worden. Voor verblijfplaatsen van vleermuizen en kerkuil worden regelmatig ontheffingen aangevraagd en verkregen.

In zijn algemeenheid moeten daarbij de volgende maatregelen genomen worden om de gunstige staat van instandhouding te garanderen en aan de zorgplicht te voldoen: • aanbieden nieuwe en meer verblijfplaatsen vóór verwijderen huidige; • in stand houden voldoende functioneel leefgebied (foerageergebied en dergelijke); • voorkomen van aantasten/doden dieren bij uitvoering, bijvoorbeeld door uit te voeren buiten de gevoelige periodes. Door bovengenoemde maatregelen te nemen wordt de functionaliteit van het plangebied (en/of directe omgeving) voor de dieren in stand gehouden. In dat geval kan een ontheffing worden aangevraagd voor het verstoren van de dieren. De ontheffing kan dan worden aangevraagd op basis van het belang volksgezondheid of de openbare veiligheid (asbest). Ten slotte moet aangetoond worden dat er geen alternatieven zijn. De ontwikkeling is locatie specifiek, hiervoor is geen alternatief. Alternatieven in het kader van de werkwijze en planning worden ingevuld bij het opstellen van het activiteitenplan en de ontheffing. In het kader van het bestemmingsplan zijn deze onderdelen echter niet relevant. Het bestemmingsplan biedt voldoende ruimte om aan de eisen voor een ontheffing te voldoen. De noodzaak voor een ontheffing belemmeren de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dus niet.

6.6 Geldigheid rapportage Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 36

Literatuurlijst -

AERIUS Calculator (2020). Datum van raadplegen: 12-02-2020. https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl#

-

Bierema, G. (2021). Landschappelijke inpassing van een nieuwe woning op kavel Oude Willem 5 in Oude Willem. Nijeholtpade: Buro Greet Bierema.

-

Bij12 (2017). Kennisdocument Kerkuil Tyto alba. Bij12, versie 1.0, Utrecht.

-

ESRI Nederland (2021, februari 12). ESRI.

-

Geoportaal provincie Drenthe. (2021, februari 11). Geoportaal provincie Drenthe. Opgehaald van https://geo.drenthe.nl/geoportaal/

-

NDFF (2021, februari 12). Nationale Databank Flora en Fauna. Opgehaald van NDFF- ecogrid: https://ndffecogrid.nl/

-

Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3.

-

Nationaal Park Drents Friese Wold. (2021, februari 1). Home. Opgehaald van Nationaal Park Drents Friese Wold: https://www.nationaalpark-drents-friese-wold.nl/life-n2000/oude-willem/

-

Van Aalst, J. (2020, maart 24). Imeris. Opgehaald van www.imeris.nl

-

Zoogdiervereniging. (2021, februari 12). Wolf. Opgehaald van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/wolf

Tekeningen en ontwerp: B&O Architects, 2022.

Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving Bescherming van soorten Zorgplicht De Wet natuurbescherming erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende planten- en diersoorten, of de soort nu beschermd is of niet (= zorgplicht). Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, maar kan door toepassing van bestuursdwang wel worden gehandhaafd. Beschermingsregimes Op het onderdeel soortbescherming deelt de Wet natuurbescherming soorten in drie beschermingsregimes in: 1.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Alle vogels cf. artikel Vogelrichtlijn 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Soorten uit Bijlage IV Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd 3. 3. Beschermingsregime “andere soorten” Soorten die uit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes heeft zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Verbodsbepalingen De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. In de wet worden ten aanzien van de beschermde soorten een aantal verbodsbepalingen genoemd (figuur 1). De verbodsbepalingen zijn gekoppeld aan het beschermingsregime van de soort (resp. Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of de groep ‘Overige soorten’). Dat betekent dat deze verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij voor de soort(en): • Een vrijstelling geldt; • Er gewerkt wordt met een goedgekeurde Gedragscode (feitelijk een collectieve ontheffing); • Een ontheffing is verkregen.

3 De brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016 impliceert dat de

bescherming uit de Vogelrichtlijn prevaleert boven de bescherming van vogels uit de verdragen van Bonn en Bern

Figuur 1. Overzicht verbodsbepalingen Wet Natuurbescherming (bron: brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016).

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen (en deze toch te mogen overtreden) via een ontheffing of een vrijstelling moet aan drie criteria worden voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling (=alternatievenafweging); 2. De afwijking is gebaseerd op een in de wet genoemd belang (b.v. openbare veiligheid of volksgezondheid); 3. De ingreep of handeling mag geen afbreuk doen aan en/of verslechtering betekenen voor de staat van instandhouding van de soort. Als aan (alle) drie deze vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk in de vorm van een provinciale verordening of een (goedgekeurde) gedragscode. Voorgaand figuur geeft een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. De verbodsbepalingen voor de groep van overige, ‘nationale’ soorten zijn geïnspireerd op de Habitatrichtlijn en op een aantal punten versoepeld. Zo is het opzettelijk verstoren van beschermde soorten (en hun verblijfplaatsen) uit deze groep van overige soorten niet langer verboden. Wel is het nog steeds verboden om vaste verblijfplaatsen van dieren onder dit beschermingsregime opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Voor vogels geldt dat verstoren niet verboden is als de verstoring maar niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort (artikel 3.1, lid 4 en lid 5). Het beschadigen van in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen blijft verboden, maar het verstoren dus niet meer, tenzij er sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de specifieke soort(en). Het is aan de initiatiefnemer om zich op de hoogte te (laten) stellen, en waar nodig aan te tonen, dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.

Tot slot geldt het opzettelijk doden of vangen en het verbod om vaste verblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of beschadigen, niet voor bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis in of op gebouwen of de daarbij behorende erven of roerende zaken (artikel 3.10 lid 3). Zie kader – Opzettelijkheid. Kader - Opzettelijkheid In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (artikel 10). Hierdoor was de Flora en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet-opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daar is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant.”.

Andere bevredigende oplossing(en) De initiatiefnemer moet aantonen en beargumenteren dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn waardoor overtreding van de verbodsbepaling(en) kan worden voorkomen, bijvoorbeeld door planaanpassing of het aanpassen van de uitvoeringsperiode. Het is aan het bevoegd gezag (doorgaans dus de provincie) om de alternatieve oplossingen te beoordelen en hierover te besluiten. De onderbouwing moet gebaseerd zijn op objectieve en controleerbare gegevens. Belangen Voor de soorten die beschermd zijn onder de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de in deze richtlijnen genoemde belangen. Voor de groep van overige, nationaal beschermde soorten wordt uitgegaan van de in de Habitatrichtlijn genoemde belangen, plus een aantal aanvullende belangen. In het Kader - Wettelijk Belang wordt een overzicht gegeven van deze belangen. Staat van instandhouding van de soort Tot slot moeten de effecten van de voorgenomen handeling(en) worden beoordeeld aan de staat van instandhouding (SvI) van de soort. Zie ook kader – Staat van instandhouding. De SvI varieert per soort en per handeling, en is niet vastgelegd in de wet. Een handeling op een zeldzame beschermde soort zal eerder leiden tot een negatief effect op de SvI dan bij een algemene soort.

Belangrijk is ook de trend (aantalsontwikkeling) en de ruimtelijke verspreiding van de soort. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met cumulatieve (versterkende) effecten, bijvoorbeeld door andere handelingen of ontwikkelingen in de omgeving en met reeds verleende ontheffingen voor dezelfde populaties van deze soort(en). Bij de beoordeling mogen compenserende en mitigerende (verzachtende) maatregelen worden betrokken. Het ecologische toetsingscriterium verschilt per beschermingsregime. Om te beoordelen of aan deze criteria wordt voldaan, moet inzicht worden gegeven in: 1. 2.

De SvI (van de populatie) van de soort (in zijn natuurlijke verspreidingsgebied). Het effect van de handeling of ontwikkeling op de soort.

Kader - Staat van instandhouding •

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn: “De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort”.

•

Beschermingsregime soort Habitatrichtlijn: “Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan”.

•

Beschermingsregime Overige soorten: “Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan”.

Voorkomen van overtreding verbodsbepalingen In sommige situaties kunnen maatregelen worden getroffen waardoor negatieve effecten en overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kunnen worden voorkomen. Bijvoorbeeld door de kap van bomen met broedende vogels uit te stellen tot na de broedtijd. Al kan de boom ook een nest bevatten van een vogelsoort waarbij het nest jaarrond beschermd is, waardoor overtreding niet kan worden voorkomen. Het plannen van werkzaamheden buiten de kwetsbare periode(n) van beschermde soorten is een veel toegepaste maatregel. Andere mogelijkheden om overtreding te voorkomen zijn wellicht het aanpassen van de werkvolgorde, gebruik te maken van andere apparatuur of de werkzaamheden te faseren in ruimte en tijd (zoals in het voorbeeld). Vrijstellingen Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen die leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen in de wet. Dit zijn bijvoorbeeld de provinciale vrijstellingen en de gedragscodes. Ook kan er sprake zijn van een vrijstelling als de handeling is opgenomen in een beheerplan voor een Natura 2000gebied of programma in het kader van een programmatische aanpak. Tot slot kan het Rijk voor handelingen en activiteiten waarvoor zij bevoegd gezag is een vrijstelling geven in de vorm van een Ministeriële Regeling.

Vrijstellingen kunnen alleen gelden voor de verbodsbepalingen en de voorwaarden zoals genoemd bij de verschillende beschermingsregimes. Provinciale verordening Provinciale Staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Zo zijn met een provinciale verordening een aantal vooral algemeen voorkomende en beschermde zoogdieren als egel en rosse woelmuis vrijgesteld van de ontheffingsplicht. Door deze mogelijkheid ontstaan echter wel verschillen in de bescherming van soorten tussen de verschillende provincies.

Kader - Wettelijk Belang Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: •

in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

•

in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

•

ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

•

ter bescherming van flora en fauna;

•

voor onderzoek en onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt;

•

om het vangen, onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: •

in het belang van de bescherming van wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

•

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen eigendom;

•

in het belang van volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten;

•

voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van kunstmatige vermeerdering van planten, of

•

om onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen, onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Voor andere ‘nationaal’ beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: •

de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd;

•

in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

•

ter voorkoming van schade en overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen;

•

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;

•

ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;

•

in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;

•

in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

•

in het kader van bestendig beheer of onderhoud van landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied;

•

in het algemeen belang van de betreffende soort.

Programmatische aanpak De Wet natuurbescherming biedt de mogelijkheid om een programmatische aanpak toe te passen. Een dergelijk programma kan zowel door het Rijk als door provincies worden opgesteld. Onder de Flora en faunawet is reeds ervaring opgedaan onder de ‘Generieke’ of ‘Gebiedsgerichte aanpak’. Tevens is voor een aantal grootschalige ontwikkelingen en plangebieden een Generieke ontheffing verleend zoals voor de gemeente Tilburg, het Havengebied Rotterdam en Vliegveld Twente. Het biedt de mogelijkheid om door middel van een actieve leefgebiedenbenadering te streven naar een betere verbinding tussen economie en ecologie. Beheerplan Natura 2000-gebied Tot slot zijn handelingen die onderdeel uitmaken van een beheerplan voor een Natura 2000-gebied of een programmatische aanpak (zoals stikstof) vrijgesteld, mits de handelingen zijn getoetst aan de criteria voor afwijking van de soortenbeschermingsregimes.

www.eelerwoude.nl

Bijlage 5 Nader onderzoek vleermuizen - Oude Willemsweg 5

Oude Willemsweg 5, Oude Willem | Eelerwoude | 70

Oude Willem, Oude Willemsweg 5 Nader Onderzoek

JM laatvliegers b.v., 2021

Nader Onderzoek Oude Willem, Oude Willemsweg 5

Nader Onderzoek in het kader van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) Rapportnummer R21.258 Status 1.0 (definitief) Datum 15-12-2021 Opdrachtgever Cimitec Infra & Milieu BV Nipkowlaan 12 9207 JA Drachten Auteur Henri Zomer Controle Gerben Krösschell Voorpagina Globale ligging plangebied Te citeren als Zomer, H., 2021. Nader Onderzoek Oude Willem, Oude Willemsweg 5; Nader Onderzoek in het kader van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Rapport R21.258 JM laatvliegers b.v., Gorredijk.

JM laatvliegers b.v. Leitswei 12 8401 CL Gorredijk

Copyright © 2021 JM laatvliegers b.v.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 2 1.2 Ligging en indeling plangebied............................................................................................................................ 2

2

Uitvoering ........................................................................................................................................................... 3 2.1 Bezoeken............................................................................................................................................................. 3 2.2 Bevindingen ........................................................................................................................................................ 3

3

Conclusie............................................................................................................................................................. 4

Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................. 5 Legenda ...................................................................................................................................................................... 5

Cimitec Infra & Milieu BV Nader Onderzoek Oude Willem, Oude Willemsweg 5

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In verband met een bestemmingsplanwijziging en een bijbehorend herinrichtingsplan voor het erf gelegen aan de Oude Willemsweg 5 is de opdrachtgever voornemens de huidige woonhuis te slopen en nieuwbouw te realiseren. De te realiseren nieuwbouw zal volledig opgaan in de natuur. In het kader van de geplande werkzaamheden is een quickscan uitgevoerd door Eelerwoude om te onderzoeken of de aanpassingen effect hebben op beschermde soorten of verblijfplaatsen in het kader van de Wet natuurbescherming. Uit deze QuickScan blijkt dat het pand potentieel geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen. Om het gebruik van het pand door vleermuizen te bevestigen of uit te sluiten, is door JM laatvliegers b.v. nader onderzoek uitgevoerd. De onderzoeken aan vleermuisverblijfplaatsen zijn uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021.

1.2

Ligging en indeling plangebied Adressenlijst van onderzochte panden Plaats Oude Willem

Straat Oude Willemsweg

Nummer 5

Plankaart

Datum: 15 december 2021 rapport: R21.258, versie 1.0

blad 2 van 5

Cimitec Infra & Milieu BV Nader Onderzoek Oude Willem, Oude Willemsweg 5

2

Uitvoering

2.1

Bezoeken Ronde

2.2

Datum

Projectdeel

Zon Begintijd Eindtijd Temp (⁰C) Wind (Bft) Neerslag op/onder

Bewolking

KR1

17-05-21

KP1

21:31

20:30

23:45

10

2

Geen

Bewolkt

KR2

12-07-21

KP1

21:45

21:30

00:00

19

3

Geen

Bewolkt

KR3

23-06-21

KP1

05:20

03:00

05:45

22

1

Geen

Helder

PR1

30-08-21

KP1

20:31

20:15

23:00

16

2

Geen

Half bewolkt

PR2

22-09-21

KP1

19:38

19:15

22:15

13

1

Geen

Helder

Bevindingen Resultaten Datum

Projectdeel

Adres

Locatie

Soort

Verblijf

Aantal

Zeker/onzeker

GEEN

Tijdens de verschillende bezoeken is de binnenzijde van het te slopen woonhuis tevens enkele keren bezocht. Er zijn hier oude vleermuiskeutels aangetroffen, maar gedurende het uitgevoerde onderzoek zijn geen verse vleermuiskeutels aangetroffen. Gedurende de onderzoeken is er tevens geen activiteit van een kerkuil waargenomen. Overige bevindingen Waargenomen soorten die geen onderdeel uitmaakten van het onderzoeksdoel en/of het plangebied, maar wel relevant kunnen zijn. Soort

Verblijf

Aantal

Zeker/onzeker

23-06-21 Buiten KP1 Bosgebied Staatsbosbeheer

Datum

Projectdeel

Adres

In vleermuiskast

Locatie

Ppip

Kraamverblijf

12+

Zeker

12-07-21 Buiten KP1 Bosgebied Staatsbosbeheer

In vleermuiskasten

Ppip

Zomerverblijf

3

Zeker

Onderstaande aantallen vleermuizen/gierzwaluwen zijn waargenomen tijdens het onderzoek waarbij deze geen binding met het plangebied vertoonden. Deze gegevens geven extra informatie over de aanwezigheid van activiteit in de omgeving van de onderzochte panden. Waar mogelijk zijn de gegevens gebundeld om de informatie overzichtelijk te houden. Ronde

Soort

Foeragerend

Langsvliegend

KR1

Ppip

2

2

KR2

Ppip

1

-

KR3

Ppip

1

1

Ronde

Soort

Foeragerend

Langsvliegend

Ppip

2

-

Eser

1

-

Ppip

1

-

PR1 PR2

Datum: 15 december 2021 rapport: R21.258, versie 1.0

blad 3 van 5

Cimitec Infra & Milieu BV Nader Onderzoek Oude Willem, Oude Willemsweg 5

3

Conclusie In verband met een bestemmingsplanwijziging en een bijbehorend herinrichtingsplan voor het erf gelegen aan de Oude Willemsweg 5 is de opdrachtgever voornemens de huidige woonhuis te slopen en nieuwbouw te realiseren. De te realiseren nieuwbouw zal volledig opgaan in de natuur. Uit de voorliggende QuickScan blijkt dat het pand potentieel geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen. Om het gebruik van het pand door vleermuizen te bevestigen of uit te sluiten, is door JM laatvliegers b.v. nader onderzoek uitgevoerd, waaruit de volgende conclusies kunnen worden getrokken: Kraamperiode vleermuizen 

Er zijn geen kraam- of zomerverblijven geconstateerd binnen het plangebied. Tevens zijn er geen verse vleermuiskeutels aangetroffen gedurende deze periode in het woonhuis.

Paarperiode vleermuizen 

Er zijn geen paarverblijven geconstateerd binnen het plangebied. Tevens zijn er geen verse vleermuiskeutels aangetroffen gedurende deze periode in het woonhuis.

Kerkuil 

Er is geen verblijf van een kerkuil geconstateerd binnen het plangebied.

Overige bevindingen  

Er is één kraamverblijf van gewone dwergvleermuis geconstateerd in een vleermuiskast in het bosgebied van Staatsbosbeheer. Er is enkele zomerverblijven van gewone dwergvleermuis geconstateerd in vleermuiskasten in het bosgebied van Staatsbosbeheer.

Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen en/of kerkuil geconstateerd tijdens de uitgevoerde nadere onderzoeken. Er zijn geen beperkingen in het kader van de Wet natuurbescherming betreffende vleermuizen en de kerkuil.

Gorredijk, december 2021 JM laatvliegers b.v. Datum: 15 december 2021 rapport: R21.258, versie 1.0

blad 4 van 5

Cimitec Infra & Milieu BV Nader Onderzoek Oude Willem, Oude Willemsweg 5

Geraadpleegde bronnen    

BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. Vleermuisprotocol 2021, Netwerk Groene Bureaus (NGB). Netwerk Groene Bureaus (NGB), 2017. Soortinventarisatieprotocollen Netwerk Groene Bureaus; Kroeskop, R., 2021. Quickscan flora en fauna. Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem. Eelderwoude, Diever.

Legenda Plangebiedscodering Controleronde

Afkorting in plankaart

Kraam

K

Kraamochtend

Ko

Kraamavond

Ka

Gierzwaluw

G

Paarronde

P

Huismus

H

Foerageergebied

F

Vliegroute

V

Najaarszwermen

N

Winterverblijf

W

Onderzoeksronde Afkorting

Onderzoeksronde

KR

Kraamcontrole

GZ

Gierzwaluwcontrole

HM

Huismuscontrole

PR

Paarcontrole

NJ

Najaarszwermcontrole

VR

Vliegroutecontrole

FG

Foerageergebiedcontrole

Soorten Afkorting

Soort

Hm

Huismus

Gier

Gierzwaluw

Ppip

Gewone dwergvleermuis

Pnat

Ruige dwergvleermuis

Eser

Laatvlieger

Nnoc

Rosse vleermuis

Mdas

Meervleermuis

Mdau

Watervleermuis

Paur

Gewone grootoorvleermuis

Ppyg

Kleine dwergvleermuis

Datum: 15 december 2021 rapport: R21.258, versie 1.0

blad 5 van 5

Bijlage 6 Natura 2000-toetsing Oude Willemsweg 5

Oude Willemsweg 5, Oude Willem | Eelerwoude | 78

Natura 2000 toetsing Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem

Opdrachtgever: De heer A. Blaauw Oude Willemsweg 5 8439 SM Oude Willem

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:

201288 29-7-2022 T. Rood R. Kroeskop & M. Leenen M. Leenen en J. Gijsbers Definitief 2

© 2021 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave 1

Inleiding ....................................................................................................................................................... 4

2

Huidige situatie en ontwikkeling ................................................................................................................. 5

2.1

Huidige situatie .......................................................................................................................................5

2.1

Voorgenomen ontwikkeling ...................................................................................................................9

3

Natuurwetgeving en -beleid...................................................................................................................... 13

3.1

Inleiding ................................................................................................................................................13

3.2

Bescherming van gebieden ...................................................................................................................13

4

Beschermde gebieden ............................................................................................................................... 13

4.1

Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld ...................................................................13

4.2

Instandhoudingsdoelen ........................................................................................................................14

4.3

Habitattypen .........................................................................................................................................17

4.4

Habitatsoorten......................................................................................................................................18

4.5

Broedvogels ..........................................................................................................................................19

4.6

Cumulatieve effecten en externe werking ...........................................................................................20

4.7

Eindconclusie gebieden ........................................................................................................................20

5

Conclusie ................................................................................................................................................... 21

5.1

Bescherming gebieden .........................................................................................................................21

5.2

Geldigheid onderzoek ...........................................................................................................................21

Literatuurlijst ......................................................................................................................................................... 22

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 3

1 Inleiding Men is voornemens om op de locatie Oude Willemsweg 5 te Oude Willem de huidige bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is reeds een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid uitgevoerd (Eelerwoude, 2021). Uit deze toetsing kwam naar voren dat een nadere toetsing aan het Natura 2000 beleid noodzakelijk is.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 4

2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie Midden in het Nationaal Park Drents Friese Wold, dat ligt aan de Oude Willemsweg 5 te Oude Willem, ligt een erf die volledig in een natuurgebied ligt (afbeelding 1). Dit gedeelte van het Nationaal Park Drents Friese Wold ligt in de gemeente Westerveld en provincie Drenthe. Het Nationaal Park Drents Friese Wold is overigens één van de grootste natuurgebieden van Nederland. In 2000 werd ruim 6.000 hectare bos, heide, stuifzand en beekdalgraslanden aangewezen als beschermd Nationaal Park (Natura2000) (Nationaal Park Drents Friese Wold, 2021). Het plangebied bestaat momenteel uit een erf met een oud en vervallen woonhuis en bijhorende schuren. Ten noorden is een tijdelijke woonunit geplaatst, deze is bedoeld als onderkomen als men begint met de bouw van het nieuwe woonhuis. Het erf is te bereiken via de Oude Willemsweg, die momenteel in het landschap wordt omsloten met laanbeplanting van zomereik. De voormalige agrarische percelen buiten en rondom het plangebied zijn reeds omgevormd tot natuurterreinen. Hier lagen voormalige intensieve landbouwgronden. Staatsbosbeheer heeft hier in de afgelopen jaren diverse gronden opgekocht ten behoeve van natuurontwikkeling en het versterken van het Nationaal Park Drents Friese Wold.

Van oost naar west loopt hier momenteel een slenk, bij hoogwater en pieken met regenwater is deze slenk veelal watervoerend. Aan de achterzijde van het erf en de woning zijn schuren aanwezig met een asbesthoudend dak. Rondom het erf zijn diverse groenstructuren aanwezig. Aan de voorzijde van het erf is een fruitgaard aanwezig. Ten noordwesten van de woning en erf is een grote vijver aanwezig met lisdodde, riet en houtige gewassen zoals bos- en schietwilg. Links en rechts staan veel gecultiveerde boomsoorten met diverse sierbomen zoals cipressen en diverse coniferen. De zuidwestkant van het plangebied bestaat veelal uit open en ruig grasland met aan de randzone plukken met groen. Hierin staan zowel inheemse als uitheemse plantensoorten. Verlichting is in beperkte mate aanwezig en concentreert zich alleen rond de bebouwing van het erf. Lichtverstoring is momenteel al wel aanwezig door de koplampen van het passerende verkeer van de Oude Willemsweg. In afbeelding 2 worden enkele foto’s van het plangebied getoond. Deze foto’s zijn gemaakt tijdens het veldbezoek op maandag 1 februari 2021.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 5

Afbeelding 1: Ligging plangebied. Boven met topografische kaart (van Aalst, 2020), onder met luchtfoto 2018 (ESRI, 2020).

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 6

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 7

.

Afbeelding 2: Impressie plangebied, situatie op 1 februari 2021.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 8

2.1 Voorgenomen ontwikkeling Men is voornemens om de huidige bebouwing aan de Oude Willemsweg 5 te slopen en het erf volledig natuurinclusief te herontwikkelen. De huidige bebouwing wordt pas gesloopt, als het nieuwe woonhuis is gerealiseerd. De bouw van de nieuwe woning zal ongeveer drie jaar in beslag nemen. Het woonhuis komt op een andere locatie dan de huidige bebouwing, namelijk een paar meter in noordelijke richting. Hiervoor dient tevens het bestemmingsplan te worden gewijzigd. De huidige bebouwing en bijhorende schuren worden gebruikt voor de opslag van diverse (bouw)materialen voor de realisatie van het nieuwe huis. Het nieuwe woonhuis zal volledig opgaan in het natuurgebied en landschap van het Nationaal Park Drents Friese Wold. Uitgangspunt is om de zachte glooiingen te gebruiken om de nieuwe woning te laten opgaan in het landschap. De verdere landschappelijke inrichting, zoals de ontsluitingen, toegangspad naar de woning zullen met de aanwezige natuurlijke materialen in combinatie met enige verharding worden aangelegd. Ook wordt gekeken om maximale condities te kunnen behalen voor het behoud en versterken van lokale flora en fauna. Het gebouw zelf wordt zodanig vormgegeven, dat de “footprint” van het object minimaal is.

De materialen van het ontwerp zullen bestaan uit een rieten dak, beton voor souterrain en de vloeren en de buitenwanden zullen worden voorzien van glas, hout, corten en natuursteen. Overige materialen (isolatiemateriaal, gips, leem, hout en kunststoffen) worden zorgvuldig gekozen. Deze materialen moeten naast duurzaamheid geen milieubelasting veroorzaken. Afbeelding 3a t/m 3b toont een schets van het erf en de woning. In afbeelding 4 worden enkele foto’s van het 3D concept getoond.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 9

Afbeelding 3a. Visualisatie nieuwe woning Oude Willem. Bron: B&O Architects, 2022.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 10

Afbeelding 3b. Ontwerp erf Oude Willem. Bron: Greet Bierema, 2022.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 11

Afbeelding 4. 3D ontwerp woning en erf. Bron: B&O Architects, 2022.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 12

3 Natuurwetgeving en -beleid 3.1 Inleiding De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante wetgeving en het natuurbeleid voor het plangebied.

3.2 Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedsbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.

4 Beschermde gebieden In dit hoofdstuk wordt ingegaan op aanwezigheid van habitattypen, habitatssoorten en broedvogels welke zijn aangewezen voor het betreffende Natura 2000-gebied. Vervolgens worden de mogelijke effecten van de ontwikkeling op deze kwalificerende waarden en de bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied beschreven.

4.1 Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld Basisgegevens Natura 2000-gebied

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

Gebiedsnummer

27

Status

Vogelrichtlijn + Habitatrichtlijn

Site code

NL9802201 (VR) + NL9803011 (HR)

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 13

Provincie

Drenthe, Friesland

Gemeente

Midden-Drenthe, Ooststellingwerf, Westerveld

Oppervlakte

7.466 ha, waarvan 6.613 ha Vogelrichtlijngebied is

Kenschets gebied Het Drents-Friese Wold vormt een zeer afwisselend landschap. Het gebied kent veel naaldbossen, maar daarnaast zijn stuifzanden, heidevelden, jeneverbesstruweel, schrale graslanden, zwak gebufferde vennen, loofbossen en beken aanwezig. Het stuifzand komt vooral voor op het Aekingerzand. In Berkenheuvel komen uitgestrekte kraaiheidebegroeiingen voor. Het Doldersummerveld en het Wapserzand zijn twee grote heideterreinen met vochtige en natte heide met vennetjes. Natte slenken en droge zandruggen wisselen elkaar af. In het gebied van de Vledder Aa is herstel van oorspronkelijke beekdalnatuur tot stand gebracht. Ook bij de Schoapedobbe heeft natuurherstel plaatsgevonden. Het is een heuvelachtig heidegebied met zandverstuivingen en vennen ("dobben"). Het grootste deel van het Natura 2000-gebied Drents- Friese Wold wordt gevormd door het gelijknamige Nationaal Park, dat met een oppervlakte van meer dan 6.000 ha het grootste aaneengesloten bos- en natuurgebied op de zandgronden van Noord-Nederland is. Het ligt aan weerskanten van de grens van WestDrenthe met Stellingwerf (Zuidoost-Friesland). Het Leggelderveld bestaat uit natte heiden, pioniersvegetaties met snavelbiezen en heischraal grasland.

4.2 Instandhoudingsdoelen Algemene instandhoudingsdoelen Voor Natura 2000-gebieden is een aantal algemene instandhoudingsdoelen geformuleerd: • Behoud van de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie. • Behoud van de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van het Natura 2000netwerk zowel binnen Nederland, als binnen de Europese Unie. • Behoud en waar nodig herstel van de ruimtelijke samenhang met de omgeving ten behoeve van de duurzame instandhouding van de in Nederland voorkomende natuurlijke habitattypen en soorten. • Behoud en waar nodig herstel van de natuurlijke kenmerken en van de samenhang van de ecologische structuur en functies van het gehele gebied voor alle habitattypen en soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd. • Behoud of herstel van gebiedspecifieke ecologische vereisten voor de duurzame instandhouding van de habitattypen en soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd.

Kernopgaven De landschappelijke opgave voor het Drents-Fries Wold en Leggelderveld staat in het beheerplan beschreven als: ”Het vergroten van interne samenhang van gebieden door herstel van een evenwichtige verdeling tussen open en gesloten gebieden met meer geleidelijke overgangen van zandverstuivingen, heide, vennen, graslanden en bos”. De kernopgaven zijn als volgt: Kernopgave (code)

Beschrijving kernopgave

Waterplanten (5.01)

Verbetering waterkwaliteit en morfodynamiek, inclusief toestroom van

Sense of urgency

Wateropgave (W)

Nee

Ja

Nee

Ja

grondwater, t.b.v. beken en riviertjes met waterplanten (waterranonkels) H3260_A en soorten als drijvende waterweegbree H1831. Zuren vennen (6.03)

Kwaliteitsverbetering van zure vennen H3160.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 14

Veentjes (6.04)

Kwaliteitsverbetering van actieve hoogvenen (heideveentjes) *H7110_B in

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Nee

nee

nee

heideterreinen en bossen. Natte heiden (6.05)

Kwaliteitsverbetering en vergroting oppervlakte vochtige heiden H4010 en pioniervegetaties met snavelbiezen H7150 en actieve hoogvenen (heideveentjes) *H7110_B.

Structuurrijke droge

Vergroting areaal stuifzandheiden met struikhei H2310, binnenlandse

heiden (6.08)

kraaiheidebegroeiingen H2320, droge heiden H4030 en zandverstuivingen H2330 én verbeteren van de kwaliteit door vergroting van de variatie in structuur en ontwikkeling van geleidelijke overgangen met bos, mede t.b.v. vogelsoorten als draaihals A233 en tapuit A277.

Stuifzandlandschappen

Vergroting areaal gevarieerde zandverstuivingen H2330 met overgangen

(6.12)

naar droge heiden en open bossen. Mede als leefgebied van de draaihals A233 en tapuit A277.

Instandhoudingdoelen op gebiedsniveau Het Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld is aangewezen voor 14 habitattypen, 2 habitatsoorten en 9 broedvogels. Binnen het aanwijzingsbesluit van dit gebied zijn hiervoor instandhoudingsdoelen vastgelegd. Afbeelding 5 gaat verder in op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 15

Legenda = behouddoelstelling > uitbreidings- of verbeteringsdoelstelling`

B1= 2-6% B2 = 6-15% C= < 2%

Afbeelding 3: Overzicht van de instandhoudingsdoelstellingen van Drents-Friese Wold & Leggelderveld (bron: https://www.natura2000.nl/index.php/gebieden/drenthe/drents-friese-wold-leggelderveld/drents-friese-woldleggelderveld-doelstelling)

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 16

4.3 Habitattypen Voorkomen Het Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld is aangewezen voor habitattypen. Hiervan liggen er 5 binnen een straal van 5 km tot het plangebied. In afbeelding 5 is dit weergegeven. • H4010A op circa 250 meter van uiterste rand plangebied • H3160 op circa 480 meter van uiterste rand plangebied • H7110B op circa 520 meter van uiterste rand plangebied • H2310 op circa 630 meter van uiterste rand plangebied • H7150 op circa 770 meter van uiterste rand plangebied

Afbeelding 5: Kaart van de habitattypen rondom het plangebied (geel). De rode cirkel geeft een straal van 1 km weer. lichtgeel = H2310, lichtroze = H4010A, donkerblauw = H3160, paars = H7110B, oranje = H7150 (Bron: Geoportaal Drenthe, 16-7-2021)

Alle habitattypen hebben een uitbreidingsdoelstelling wat betreft de kwaliteit. Op habitattype H3160 na is er ook een uitbreidingsdoelstelling is de oppervlaktes van de habitattypen. Effecten Directe effecten Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen zijn bij voorbaat al uit te sluiten. De ontwikkeling wordt uitgevoerd binnen het Natura 2000-gebied, maar ter plaatse van de ontwikkeling zijn geen kwalificerende habitattypen aanwezig. Er zijn hier ook geen habitattypen gelegen die niet-kwalificerend zijn. Fysische effecten - hydrologisch De ontwikkeling omvat slopen en bouwen van een huis. Effecten op de hydrologie op de omringende habitattypen is geen sprake. Chemische effecten Verzuring, vermesting of andere chemische veranderdingen als gevolg van de ontwikkeling is niet aan de orde. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is er wel enig werkverkeer in het gebied aanwezig. De aan- en

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 17

afvoer van materieel gebeurt via de Oude Willemsweg en via bestaande onverharde paden in het gebied. Deze machines stoten ondermeer stikstof uit. Om inzichtelijk te maken of het project leidt tot stikstofdepositie op de stikstofgevoelige habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld en andere Natura 2000-gebieden in de omgeving, is een stikstofberekening noodzakelijk. In de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel welke op 1 juli 2021 in werking is getreden zijn tijdelijke stikstofdeposities vrijgesteld van vergunningplicht. Een stikstofberekening voor de tijdelijke depositie die wordt veroorzaakt door sloop- en bouwwerkzaamheden is momenteel niet noodzakelijk. Bovendien wordt zo energiezuinig mogelijk het bouwen mogelijk gemaakt. Dit geldt niet voor permanente stikstofdeposities. De woning wordt energieneutraal door dat deze wordt voorzien van zowel zonnepanelen als een warmte/ koude opslag. Dit betekent dat er hier geen sprake is van enige stikstofuitstoot. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de habitattypen en op de uitbreidingsdoelstelllingen van de habitattypen.

4.4 Habitatsoorten Voorkomen H1166 Kamsalamander Gunstige staat van instandhouding: Matig ongunstig. Instandhoudingsdoelstelling: Uitbreiding omvang en kwaliteit leefgebied. Doelstelling populatie: Uitbreiding populatie. Voorkomen: Kamsalamander is niet een op een te koppelen aan een bepaald habitattype aangezien het leefgebied van kamsalamanders vooral kleinschalig cultuurlandschap in de nabijheid van betreft. Het habitattype waar de soort onder meer in voorkomt is zwakgebufferde vennen (H3130) en meren met krabbenscheer en fonteinkruiden (H3150). Verder komt de kamsalamander voor in leefgebied Lg02. In de omgeving van het plangebied komen deze habitattypen en leefgebieden volgens de gebiedsanalyse en de kaart vanuit AERIUS-Calculator niet voor. De kamsalamander in het Drents-Friese Wold lijkt redelijk stabiel maar is afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende geschikte voortplantingspoelen. De trend wordt dan afgemeten aan het voorkomen in een voortplantingspoel. Uitbreiding van het verspreidingsgebied is vooral afhankelijk op de aanleg van poelen. In 2018 zijn de landbouwgronden van Oude Willem omgevormd naar natuur, waarbij de natuurwaarden sterk zijn toegenomen. Er zijn bijvoorbeeld diverse poelen gegraven, die geschikt zijn onder andere de kamsalamander. Het afgelopen jaar zijn er in het gebied, dus in Oude Willem, 5 locaties met kamsalamander aangetroffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=29db21eb-a4ef-479e-8b2c-8fd8401c5926