CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Oude Willemsweg 5, Oude Willem_Bijlagen bij toelichting-gecomprimeerd

Politieke avond Westerveld 26 september 2023, gemeente WesterveldBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Oude Willemsweg 5 Oude Willem (spreekrecht)17.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Bijlagen Bij Toelichting Oude Willemsweg 5, Oude Willem

Opdrachtgever: De heer Blaauw Oude Willemsweg 5 8439 SM Oude Willem

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens:

Projectnummer: 201288 Datum: 20-04-2023 Projectleider: T. Rood Opgesteld: S. IJsseldijk & T. Rood Gecontroleerd: M. Brakels Status: concept Versie: 1 © 2023 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Schetsplan - Oude Willemsweg 5

6

Bijlage 2

Beplantingsplan - Oude Willemsweg 5

12

Bijlage 3

Ecologische Meerwaarde

18

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna - Oude Willemsweg 5

25

Bijlage 5

Nader onderzoek vleermuizen - Oude Willemsweg 5

70

Bijlage 6

Natura 2000-toetsing - Oude Willemsweg 5

78

Bijlage 7

Stikstofberekening Oude Willemsweg 5

101

Bijlage 8

Resultaat watertoets

119

Bijlage 9

Bodemonderzoek - Oude Willemsweg 5

126

Oude Willemsweg 5, Oude Willem | Eelerwoude | 3

Oude Willemsweg 5, Oude Willem | Eelerwoude | 4

Bijlagen bij toelichting

Oude Willemsweg 5, Oude Willem | Eelerwoude | 5

Bijlage 1 Schetsplan - Oude Willemsweg 5

Oude Willemsweg 5, Oude Willem | Eelerwoude | 6

Bijlage 2 Beplantingsplan - Oude Willemsweg 5

Oude Willemsweg 5, Oude Willem | Eelerwoude | 12

ó.

--)

lr-

ul

€'

\\

t -i'

NI tè

svr o F}.

s

É\

x- -t\

P

s

à

is

=. ê

'È

RË pF

go l\ óF

c\

s

G

\./

.E

+

F!

\Á

F F

F

so F í\r

f

s

ê

7r\ 7 à

.F \-lr

+

Ft

N-3.* -st

s5 À-t '. \>' 'eg.

)z

t

(s

c+

5

-(\^=. F1

(\

oN

F-È

I

I

".\

/ V ,o

6

tK

o-,o

l/'

'/,\

t,,rO

ra

t

>.)

{

s

5 èq \ '-l.s Lt è/s È-ó

o

r'

.%"9

.ï s

ó\A $

-.,> s ÊF a. C\\

ír'\ "

--(------- o

o h\

Y-:l _:t'i1

.Lt

(C-.O

X tr

8 a

tr

)z

"ó

\

I

I

í'\

b$

I \l

,%fg

cl.

(\-

è\s #s\

i Fs

5 -,.- s() >..s N s:F c\ x5 \s ct

"

í,:).

,l

..-)

p''

ie"

|-' ívtv 0-+-.

,l,l

"t

qà--è i$ rÈ ists

s-v

ï-)z

F\

{

À>| dÍ

Fi "'r>

ï ï P;

...,. , .-

t..

-,,.,....,

F I:r'/Í':\\/'\ r7ffiSa-

s.

íNf ;

lr

s-

-n-È

7zr-X.)-., - /\t \Y

È*

"..,i;t..iÉ

,,Nfl s \,,'N"Ë ï;Ë =" //^' KJ;F r a) á:' q

t

c

o xs i\/

fF F

+6so

.-- ê

s

(\

Tct

o

T9_

iF

_tt

o o a

FT )to

a.\ tro

So

C9o è-o

\B ÊI\'o ( ^rA(! : Àr n o

$ a' (

v*-/ \ N i frN ,/.*\ \_ F_

\#*'f 'r\// iïl Y' 'rrh, iii 9) -\\ ,,/ "éJ F"r/ t r\ \e

Párrts-

n

'

í P \i-À

F

f o

P P

ó )- í o È 'Tr f --sr(s

0 a+

P

rs FT :.

9

i

..

"':'.,.""-. -5g =- L,\ ri. i ri:,X\

(t

Bijlage 3 Ecologische Meerwaarde

Oude Willemsweg 5, Oude Willem | Eelerwoude | 18

Notitie ecologische versterking Erfontwikkelingen Oude Willemsweg 5 te Oud Willem Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd:

201288 8-3-2021 T. Rood R. Kroeskop M. Brakels

Men is voornemens om op de locatie Oude Willemsweg 5, te Oude Willem, de huidige bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren. Deze woning zal volledig opgaan in de natuur.

Ecologische basisprincipes Behouden-versterken-vergroten-verbinden Veel maatregelen binnen de bescherming van soorten zijn gebaseerd op het basisprincipe van “behoudenversterken-vergroten-verbinden” (figuur 2). Zeker wanneer de (financiële) mogelijkheden beperkt zijn, geeft deze reeks aan hoe het beste gehandeld kan worden. Maatregelen richten zich in eerste instantie op het behoud van een soort of (deel)populaties. Vervolgens worden maatregelen getroffen om deze populaties te versterken, bij vleermuispopulaties bijvoorbeeld door het aanbieden van vleermuiskasten. Daarna kan gewerkt worden aan het vergroten van populaties, bijvoorbeeld door de verlichting in een gebied aan te passen, waardoor er meer voedsel of leefgebied voor vleermuizen beschikbaar komt. Tot slot worden de (deel)populaties (beter) met elkaar verbonden. Voor vleermuizen kan dit door bijvoorbeeld nieuwe beplanting aan te planten als nieuwe vliegroute, of door verstorende straatverlichting te verwijderen. Basisprincipes Vier V’s Het wel of niet aanwezig zijn van een plant- of diersoort, maar ook het aantal dieren is in sterke mate afhankelijk van de “4 V’s”: voedsel, veiligheid, verblijf- en voortplantingsplaatsen en verbinding. Om populaties van soorten te behouden, versterken, vergroten en te verbinden is het logisch om maatregelen in te zetten op deze vier aspecten.

Bij de verdere uitwerking van kansen voor natuurinclusief bouwen en ontwikkelen is het belangrijk om maatregelen te zoeken die aansluiten bij deze 4 V’s. De vijfde V: Variatie De meeste soorten en de grootste aantallen planten en dieren zijn te vinden op plaatsen waar sprake is van een grote variatie aan omgevingsfactoren op de overgang tussen nat en droog, hoog en laag, of een voedselrijke en een voedselarme bodem. Op plaatsen waar deze overgangen geleidelijk verlopen zijn meer soorten aanwezig, simpelweg omdat er meer geschikt leefgebied en voedsel aanwezig is. Een singel die bestaat uit een geleidelijke overgang met een zgn. ‘mantel-zoom-vegetatie’ is het leefgebied voor meer insecten en dus meer voedsel voor vleermuizen (zie figuur 3). Dit in tegenstelling tot een singel met een abrupte overgang. Door verschillende boomsoorten aan te planten ontstaat meer variatie en zijn de beplantingen beter bestand tegen klimaatveranderingen, ziektes en plagen.

Erfontwikkelingen Oude Willemsweg 5 te Oud Willem | Eelerwoude | 1

Figuur 2. Schematische weergave van (deel)populaties van een soort (groene cirkels) en het ecologische basisprincipe van “behouden-versterken-vergroten-verbinden”.

Figuur 3. Voorbeeld van een soortenrijke en geleidelijke overgang van een singel met een zgn. ‘mantel-zoomvegetatie’ (Eelerwoude).

Erfontwikkelingen Oude Willemsweg 5 te Oud Willem | Eelerwoude | 2

Locatiespecifiek Voor de locatie Oude Willemsweg is duidelijk dat een aantal (beschermde) diersoorten het plangebied gebruiken als leefgebied. Hierna wordt per soort of soortgroep beschreven welke kansen zich voordoen om de ecologie en daarmee de biodiversiteit te versterken. Een aantal maatregelen vragen om maatwerk, terwijl er ook maatregelen zijn die in zijn algemeenheid kunnen worden toegepast. Wel is op deze locatie rekening gehouden met de omgeving, faunavoorzieningen en aanvullende maatregelen moeten zo natuurlijk mogelijk overkomen. Het moet op deze locatie namelijk niet lijken op een knutselwerk van kunstmatige voorzieningen die afbreuk doen aan de natuurlijke omgeving van het landschap. Vleermuizen Voor vleermuizen zijn op deze locatie verblijfsmogelijkheden het belangrijkste. Qua insecten (=voedsel) is het gebied in natuurlijke vorm op orde. Het aanbieden van verblijfplaatsen zou direct een effect kunnen hebben. In verband met de bouwtechnische eigenschappen van de nieuwbouwwoning is het niet mogelijk om verblijfplaatsen in de woningen te integreren. Overigens moet wel vermeld worden dat verderop langs de Oude Willemsweg een woning speciaal is ingericht voor vleermuizen. In die zin zijn er voldoende alternatieven in de omgeving aanwezig.

Om toch bij te kunnen dragen aan de verblijfsmogelijkheden kan men kiezen om bolle vleermuiskasten op te hangen aan bijvoorbeeld de bestaande bomenrij langs de Oude Willemsweg. Hiervoor zijn speciaal ontwikkelde kasten beschikbaar van duurzaam betonplex. Meer info over het assortiment is te vinden op: https://www.vleermuiskasten.nl/content/kleine-bolle-vleermuiskasten. Overige zoogdieren Voor de groep overige zoogdieren (kleine marterachtigen, egel, haas, konijn enzovoorts) zijn verschillende kansen te benoemen. Indien men snoeiwerkzaamheden verricht, is het raadzaam om deze in rillen of takkenhopen te verspreiden in het gebied. Voer snoei- en takhout dus niet altijd af, maar maak hier gebruik van om ze aan te bieden als vlucht en dekkingsmogelijkheden voor kleine en grote zoogdieren. Dit geldt ook voor bladeren. Laat deze in het najaar zo veel mogelijk liggen, of maak hier hopen van. Egels (rode lijst) gebruiken bijvoorbeeld vaak bladerdekens als verblijfplaats. Egels hebben vaak een netwerk van verschillende verblijfplaatsen, het aanbieden van verschillende takken of bladenhopen geven egel de mogelijkheid om verschillende verblijven te ontdekken. Het laten vertakken van de huidige slenk met de aansluiting op de vijver is overigens gunstig voor kleinere zoogdieren zoals diverse (spits)muizen. Hier wordt aangeraden om de oeverzones zo flauw en breed mogelijk te laten uitdijen.

Vogels Torenvalk Voor vogels zijn veel maatregelen voor te bedenken. Het plaatsen van een torenvalkkast ten westen van het plangebied geeft de al aanwezige torenvalk gelegenheid om te broeden. Torenvalken zijn behoorlijk territoriaal, het aanbieden van één torenvalkkast in een gebied als deze is ruim voldoende. Door het territoriale gedrag is het aanbieden van extra kasten niet zinvol. Het behoud van open grasland in het plangebied is essentieel voor torenvalk om voedsel te zoeken. Het is dan ook raadzaam om de huidige graslanden in het gebied te sparen.

Erfontwikkelingen Oude Willemsweg 5 te Oud Willem | Eelerwoude | 3

Ransuil/boomvalk Ransuil en boomvalk zijn twee vogelsoorten die in en rondom het plangebied doen voorkomen. Beide soorten hebben moeite om zelf een nest te bouwen. De ransuil broedt en rust bij voorkeur in naaldhout of in een gemengde opstand. Het behouden van enkele naaldbomen op deze locatie is dan ook wenselijk. De boomvalk gebruikt zowel loof- als naaldhout. Vaak gebruiken boomvalken oude nesten, van bijvoorbeeld een kraai, om zich te nestelen. Beide soorten kunnen geholpen worden door natuurlijke nestvormen aan te bieden. Een goed en werkend middel hierbij zijn van natuur gemaakte nestmanden (afbeelding 3).

Afbeelding 3. Nestmanden voor ransuil en boomvalk. Bron: Rinze Kroeskop, Eelerwoude.

Deze nestmanden dienen zo hoog mogelijk geplaatst te worden. Voor ransuilen is het belangrijk dat deze nestmand wordt geplaatst bij voldoende beschutting van enkele bomen, het liefst met een gemengde opstand met naaldbomen. De nestmanden dienen met natuurlijke materialen vastgezet te worden, je zou de nestmanden ook door bestaande takken van de boom heen kunnen vlechten. Leg in deze nestmanden wat takken en bladeren, voor een natuurlijke uitstaling. Kijkend naar het plangebied zijn 4 á 5 nestmanden aan te raden, zo zijn er in elk bosje voldoende nestplaatsen aanwezig. De nestmanden zijn te verkrijgen via https://www.vivara.nl/nestmand-ransuilboomvalk?gclid=Cj0KCQiAyoeCBhCTARIsAOfpKxhSmDGkw8siy8EsZ98tc8rplcXY_togdX9iFmtBYepx4GqFTE6n6R oaAukwEALw_wcB.

Erfontwikkelingen Oude Willemsweg 5 te Oud Willem | Eelerwoude | 4

Kerkuil Kerkuilen zijn hoofdzakelijk kastenbroeders in schuren en gebouwen. Met de nieuwbouw van de nieuwe woning is helaas geen geschikte nestplaats voor kerkuil aanwezig. Waar steenuil of bosuil in kasten aan de boom broedt, broed de kerkuil echter vaak alleen in schuren of nokken van gebouwen. De naastgelegen natuurinclusieve woning verderop kan fungeren als alternatief. In overleg zou hier in de nokconstructie (voor zover deze nog niet aanwezig is) een kerkuilenkast geplaatst worden. Zo krijgt de kerkuil de kans om een alternatieve nestplaats te zoeken. Steenuil De fruitgaard aan de voorzijde van het erf biedt een uitstekend leefgebied voor de steenuil. Een steenuilenkast (met vrij zicht) zou aan één van de grotere bomen in het achterliggende bosje geplaatst kunnen worden (afbeelding 4). Voor meer info over het plaatsen van de steenuilkast wordt verwezen naar de volgende website: https://nestkastbouw.nl/onze-kasten/steenuil/. Oeverzwaluw Voor de oeverzwaluw is op de locatie sprake geweest voor het aanleggen van een zwaluwwand. De voorkeur voor deze locatie gaat uit van een natuurlijke wand met bestaand zand. Ten noorden van het plangebied zijn al zandbulten aanwezig.

Voor advies voor deze oeverzwaluwwand wordt verwezen naar een eerder ontwikkelde oeverzwaluwwand van de vogelwacht Uden: https://www.vogelwachtuden.nl/images/PDFbestanden/oeverzwaluwijsvogel/natuurlijke%20oeverzwaluw%20wand.pdf. Reptielen De ringslang komt voor in het plangebied. Geadviseerd wordt om in het plangebied, op zoveel mogelijk plekken broeihopen te creëren. Deze broeihopen zijn voor de ringslang uitermate geschikt als voortplantingsbiotoop. Een broeihoop is wel wat anders dan een takkenhoop of takkenril, in deze hopen kan namelijk ook maaisel worden toegepast. Voor meer informatie over de aanleg en het beheer van deze broeihopen wordt verwezen naar de website van RAVON: http://www.broeihopen.nl/Heaps.aspx#aanleggen. Amfibieën Voor amfibieën geldt dat het gebied aanzienlijk versterkt wordt. Door het aantakken van een extra slenk aan de bestaande vijver wordt land- en voortplantingsbiotoop versterkt. Ook hier het advies om de oeverzones zo flauw mogelijk te laten verlopen. De randen van de vijver zijn volledig dichtgegroeid met wilg. Door deze wilgen in de winter flink af te zetten en open plekken te creëren krijgt de oevervegetatie weer meer kans om zich te ontwikkelen. Ongewervelden Voedsel (nectar) Voor de ongewervelden (dagvlinders, bijen, hommels, libellen, juffers enzovoorts) zijn verschillende kansen te benoemen.

De grootste winst is te behalen door het toepassen van sinusbeheer (afbeelding 4). Voor insecten is het essentieel dat een strook met uitgebloeide kruiden blijft staan, zodat deze insecten de kans krijgen om zich in de strooisellaag te nestelen. Geadviseerd wordt om langs het grasland een strook van minimaal 40% van de vegetatie te laten staan. Het jaar daarop kan gekozen worden om een ander stuk te laten staan, deze vorm van beheer heet sinusbeheer. Voor meer informatie over het toepassen van sinusbeheer is te vinden op https://www.vlinderstichting.nl/sinusbeheer/. Het toepassen van sinusbeheer heeft naast dekking en voedsel voor insecten ook een aantrekkingskracht op kleine en grote zoogdieren, wat weer in voedsel voorziet van o.a. torenvalk, boomvalk en uilen.

Erfontwikkelingen Oude Willemsweg 5 te Oud Willem | Eelerwoude | 5

Afbeelding 4. Voorbeeld sinusbeheer toepassen op aanwezig grasland. Bron: Google Maps en Vlinderstichting.

Nestgelegenheid Voor insecten (graafbijen, hommels etc.) kan nestgelegenheid geboden worden. Deze nestgelegenheid bestaat uit zuidgeoriënteerde zandhopen die door de zon kunnen worden opgewarmd. Geadviseerd wordt om dit te doen met schraal zand, waar weinig tot korte vegetatie op groeit. Voor een juiste toepassing en beheer wordt verwezen naar de website van kenniscentrum EIS: https://www.bestuivers.nl/bescherming/meernestelgelegenheid.

Tot slot Ecologische meerwaarde binnen het plangebied kan alleen succesvol worden geboekt door gebruik te maken van verschillende landschappelijke combinaties en variaties zoals beschreven in deze notitie. In de ecologie geldt hoe meer natuurlijke variatie in terreintypen, hoe meer soorten hiervan profiteren. Het aanbieden van (kunstmatige) nestplaatsen alleen is onvoldoende om de natuurkwaliteit en de natuurbijdrage in het gebied te versterken.

Erfontwikkelingen Oude Willemsweg 5 te Oud Willem | Eelerwoude | 6

Bijlage 4 Quickscan flora en fauna Oude Willemsweg 5

Oude Willemsweg 5, Oude Willem | Eelerwoude | 25

Quickscan flora en fauna Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem

Opdrachtgever: Blaauw De heer A. Blaauw Oude Willemsweg 5 8439 SM Oude Willem

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:

201288 29-7-2022 T. Rood R. Kroeskop M. Leenen Definitief 2

© 2021 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave 1

Inleiding ....................................................................................................................................................... 5

2

Huidige situatie en ontwikkeling ................................................................................................................. 6

2.1

Huidige situatie .......................................................................................................................................6

2.2

Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................................................10

3

Natuurwetgeving en -beleid...................................................................................................................... 14

3.1

Inleiding ................................................................................................................................................14

3.2

Bescherming van soorten .....................................................................................................................14

3.3

Bescherming van gebieden ...................................................................................................................14

3.4

Bescherming van houtopstanden .........................................................................................................16

3.5

Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................17

4

Methode.................................................................................................................................................... 19

4.1

Inleiding ................................................................................................................................................19

4.2

Bureauonderzoek .................................................................................................................................19

4.3

Terreinbezoek .......................................................................................................................................19

5

Beschermde soorten ................................................................................................................................. 21

5.1

Planten..................................................................................................................................................21

5.2

Zoogdieren ............................................................................................................................................22

5.2.1

Vleermuizen .................................................................................................................................22

5.2.2

Overige zoogdieren ......................................................................................................................25

5.3

Vogels ...................................................................................................................................................28

5.4

Reptielen...............................................................................................................................................30

5.5

Amfibieën .............................................................................................................................................31

5.6

Vissen ....................................................................................................................................................32

5.7

Ongewervelden ....................................................................................................................................32

6 6.1

Conclusie ................................................................................................................................................... 33 Beschermde soorten.............................................................................................................................33

6.1.1

Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt ....................................................................33

6.1.2

Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt ..................................................................33

6.1.3

Algemene zorgplicht ....................................................................................................................35

6.2

Bescherming gebieden .........................................................................................................................35

6.3

Bescherming houtopstanden ...............................................................................................................35

6.4

Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................35

6.5

Uitvoerbaarheid van de plannen ..........................................................................................................36

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 3

6.6

Geldigheid rapportage ..........................................................................................................................36

Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving ........................................................................................................... 38

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 4

1 Inleiding Men is voornemens om op de locatie Oude Willemsweg 5 te Oude Willem de huidige bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de natuurbescherming. Op basis van een bureauonderzoek en een veldbezoek wordt aan de hand van aanwezige terreintypen en toevallige waarnemingen van soorten zo goed mogelijk ingeschat welke beschermde gebieden en plant- en diersoorten aanwezig (kunnen) zijn. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 5

2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie Midden in het Nationaal Park Drents Friese Wold, dat ligt aan de Oude Willemsweg 5 te Oude Willem, ligt een erf die volledig in een natuurgebied ligt (afbeelding 1). Dit gedeelte van het Nationaal Park Drents Friese Wold ligt in de gemeente Westerveld en provincie Drenthe. Het Nationaal Park Drents Friese Wold is overigens één van de grootste natuurgebieden van Nederland. In 2000 werd ruim 6.000 hectare bos, heide, stuifzand en beekdalgraslanden aangewezen als beschermd Nationaal Park (Natura2000) (Nationaal Park Drents Friese Wold, 2021). Het plangebied bestaat momenteel uit een erf met een oud en vervallen woonhuis en bijhorende schuren. Ten noorden is een tijdelijke woonunit geplaatst, deze is bedoeld als onderkomen als men begint met de bouw van het nieuwe woonhuis. Het erf is te bereiken via de Oude Willemsweg, die momenteel in het landschap wordt omsloten met laanbeplanting van zomereik. De voormalige agrarische percelen buiten en rondom het plangebied zijn reeds omgevormd tot natuurterreinen. Hier lagen voormalige intensieve landbouwgronden. Staatsbosbeheer heeft hier in de afgelopen jaren diverse gronden opgekocht ten behoeve van natuurontwikkeling en het versterken van het Nationaal Park Drents Friese Wold.

Van oost naar west loopt hier momenteel een slenk, bij hoogwater en pieken met regenwater is deze slenk veelal watervoerend. Aan de achterzijde van het erf en de woning zijn schuren aanwezig met een asbesthoudend dak. Rondom het erf zijn diverse groenstructuren aanwezig. Aan de voorzijde van het erf is een fruitgaard aanwezig. Ten noordwesten van de woning en erf is een grote vijver aanwezig met lisdodde, riet en houtige gewassen zoals bos- en schietwilg. Links en rechts staan veel gecultiveerde boomsoorten met diverse sierbomen zoals cipressen en diverse coniferen. De zuidwestkant van het plangebied bestaat veelal uit open en ruig grasland met aan de randzone plukken met groen. Hierin staan zowel inheemse als uitheemse plantensoorten. Verlichting is in beperkte mate aanwezig en concentreert zich alleen rond de bebouwing van het erf. Lichtverstoring is momenteel al wel aanwezig door de koplampen van het passerende verkeer van de Oude Willemsweg. In afbeelding 2 worden enkele foto’s van het plangebied getoond. Deze foto’s zijn gemaakt tijdens het veldbezoek op maandag 1 februari 2021.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 6

Afbeelding 1. Ligging plangebied. Boven met topografische kaart (van Aalst, 2020), onder met luchtfoto 2018 (ESRI, 2020).

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 7

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 8

Afbeelding 2. Impressie plangebied, situatie op 1 februari 2021.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 9

2.2 Voorgenomen ontwikkeling Men is voornemens om de huidige bebouwing aan de Oude Willemsweg 5 te slopen en het erf volledig natuurinclusief te herontwikkelen. De huidige bebouwing wordt pas gesloopt, als het nieuwe woonhuis is gerealiseerd. De bouw van de nieuwe woning zal ongeveer drie jaar in beslag nemen. Het woonhuis komt op een andere locatie dan de huidige bebouwing, namelijk een paar meter in noordelijke richting. Hiervoor dient tevens het bestemmingsplan te worden gewijzigd. De huidige bebouwing en bijhorende schuren worden gebruikt voor de opslag van diverse (bouw)materialen voor de realisatie van het nieuwe huis. Het nieuwe woonhuis zal volledig opgaan in het natuurgebied en landschap van het Nationaal Park Drents Friese Wold. Uitgangspunt is om de zachte glooiingen te gebruiken om de nieuwe woning te laten opgaan in het landschap. De verdere landschappelijke inrichting, zoals de ontsluitingen, toegangspad naar de woning zullen met de aanwezige natuurlijke materialen in combinatie met enige verharding worden aangelegd. Ook wordt gekeken om maximale condities te kunnen behalen voor het behoud en versterken van lokale flora en fauna. Het gebouw zelf wordt zodanig vormgegeven, dat de “footprint” van het object minimaal is.

De materialen van het ontwerp zullen bestaan uit een rieten dak, beton voor souterrain en de vloeren en de buitenwanden zullen worden voorzien van glas, hout, corten en natuursteen. Overige materialen (isolatiemateriaal, gips, leem, hout en kunststoffen) worden zorgvuldig gekozen. Deze materialen moeten naast duurzaamheid geen milieubelasting veroorzaken. Afbeelding 3a t/m 3b toont een schets van het erf en de woning. In afbeelding 4 worden enkele foto’s van het 3D concept getoond.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 10

Afbeelding 3a. Visualisatie nieuwe woning Oude Willem. Bron: B&O Architects, 2022.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 11

Afbeelding 3b. Ontwerp erf Oude Willem. Bron: Greet Bierema, 2022.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 12

Afbeelding 4. 3D ontwerp woning en erf. Bron: B&O Architects, 2022.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 13

3 Natuurwetgeving en -beleid 3.1 Inleiding De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante wetgeving en het natuurbeleid voor het plangebied.

3.2 Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze leidt tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer er sprake is van een overtreding dient er onderzocht te worden of er een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn. Bijlage 1 gaat verder in op het wettelijk kader bij toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Gevolgen plangebied De Wet Natuurbescherming is een nationale Wet. Indien negatieve effecten worden verwacht door activiteiten of ontwikkelingen is een toetsing aan de Wet Natuurbescherming noodzakelijk. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de aanwezigheid van beschermde soorten en welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze soorten.

3.3 Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedenbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 14

Gevolgen plangebied Niet stikstof-gerelateerde effecten: Het plangebied ligt deels in het Natura2000 gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld. De omgeving vormt eveneens Natura 2000 gebied. Werkzaamheden kunnen een negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura2000 gebied. Daarnaast is leefgebied 13 aanwezig (bos van droge zandgronden). Dit leefgebied is aanwezen voor de Natura2000 instandhoudingsdoelen nachtzwaluw, zwarte specht en wespendief (afbeelding 5). Naast geluid, licht en verstoring door trillingen bestaat de kans op verdroging. Er zijn veel soorten die een uitbreidingsdoelstelling hebben. Daarnaast vinden er ook werkzaamheden aan de slenk plaats (een vertakking). Een voortoets Natura2000 wordt hier noodzakelijk geacht.

Afbeelding 5. Paarse vlakken geven leefgebied 13 (bos van droge zandgronden) weer. Bron: AERIUS, 2021. Stikstof-gerelateerde effecten De aard van de ontwikkeling is dusdanig klein dat een stikstof-gerelateerd effect op het betreffende Natura2000 gebieden onwaarschijnlijk is. Een AERIUS-berekening is echter altijd noodzakelijk om de precieze uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen (AERIUS, 2021). De gegevens die voor deze berekening noodzakelijk zijn, zijn in deze fase van de ontwikkeling nog niet beschikbaar. Een berekening dient zodra meer bekend is over de ontwikkeling (type materieel, rijbewegingen, draaiuren, etc.) te worden uitgevoerd en maakt geen onderdeel uit van deze quickscan.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 15

3.4 Bescherming van houtopstanden Het omhakken of rooien van bomen is gelet op de Wet natuurbescherming niet zomaar toegestaan. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: • alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ bij besluit vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Het besluit wordt door de provincie goedgekeurd. De grenzen zijn bij de gemeente na te vragen. De bescherming van houtopstanden kent twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Een kapmelding is verplicht bij de kap van bomen buiten de bebouwde kom indien kap plaatsvindt in een houtopstand. Veelal geldt een 1 op 1 herplantplicht. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel is er geen herplantplicht.

De voorgenomen kap van een houtopstand hoeft niet gemeld te worden als het gaat om: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom: • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; • kweekgoed; • uit populieren of wilgen bestaande: o wegbeplantingen; o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. • het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en o zijn aangelegd na 1 januari 2013. • het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel; • het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen; • het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in een goedgekeurde gedragscode. De provincie kan een kapverbod opleggen.

Mag er wel worden gekapt, dan moeten er meestal ook nieuwe bomen worden aangeplant. De provincie kan een ontheffing of vrijstelling verlenen. Dit hangt ervan af of hiervoor een provinciale verordening is opgesteld. Mogelijk is ook een omgevingsvergunning nodig. Het aanvragen van deze vergunning en het indienen van een kapmelding moet apart van elkaar uitgevoerd worden.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 16

Gevolgen plangebied Er worden binnen het plangebied enkele bomen gekapt. Het gaat hier met name om uitheemse en gecultiveerde bomen. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

3.5 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbinden. Het Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk en hebben hiervoor soms een andere benaming. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Wanneer bij een ontwikkeling mogelijke effecten op het NNN denkbaar zijn, is het noodzakelijk een NNNtoetsing uit te voeren. Gevolgen plangebied Het plangebied en de directe omgeving maken onderdeel uit van het NNN (afbeelding 6). De natuurtypen waarbinnen het plangebied valt betreft N12.06 Ruigteveld, N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos en N07.02 Zandverstuiving (afbeelding 7). Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van areaalverlies is tevens geen sprake. Het NNN blijft zoals het is en in de provincie Drenthe kent het NNN ook geen externe werking. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 17

Afbeelding 6. Ligging plangebied ten opzichte van het NNN. Zwarte stip geeft globaal het plangebied weer. (Geoportaal provincie Drenthe, 2021)

Afbeelding 7. Aanwezige natuurtypen NNN- gebied Oude Willem. (Bierema, 2021)

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 18

4 Methode 4.1 Inleiding De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek.

4.2 Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is indien beschikbaar gebruikgemaakt van landelijke, provinciale en regionale verspreidingsinformatie; • de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) is daarnaast geraadpleegd. De NDFF heeft meer dan honderd miljoen gevalideerde waarnemingen door heel Nederland. Deze database bevat beschermde, zeldzame tot zeer zeldzame en algemeen voorkomende plant- en diersoorten in Nederland. Voor dit plangebied is een breder gebied getrokken dan het huidige plangebied en zijn er gevalideerde waarnemingen uit het gebied opgeroepen tot 10 jaar terug. Ook waarnemingen van terreinbeheerder Staatsbosbeheer zijn hierin opgeslagen. • de landelijke verspreidingsinformatie uit atlassen, die deels gedateerd is, is gebruikt om na te gaan of nabij het plangebied in het verleden beschermde soorten zijn aangetroffen. Exacte locaties of data van de waarnemingen waren daarbij veelal niet bekend. Deze gegevens hebben vaak betrekking op atlasblokken (5x5 kilometer) en kunnen daardoor betrekking hebben op waarnemingen buiten het plangebied. • de flora- en faunadatabase van Eelerwoude is eveneens geraadpleegd. Eelerwoude heeft meerdere onderzoeken in de omgeving van Oude Willem breed uitgevoerd. De data van deze onderzoeken zijn opgeslagen in deze database.

4.3 Terreinbezoek Op basis van een eenmalig veldbezoek is de geschiktheid van het onderzoeksgebied voor de verwachte soorten en/of soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is overdag door R. Kroeskop uitgevoerd, ecologisch adviseur bij Eelerwoude (zie kader). Het veldbezoek is uitgevoerd op 1 februari bij -1°C, geheel bewolkt weer en windkracht 2 Bft. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten genoteerd.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 19

Kader – Ecologisch deskundige De veldmedewerkers van Eelerwoude beschikken over een uitgebreide ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige:

-

op HBO- dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of

-

op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of

-

als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of

-

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of

-

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 20

5 Beschermde soorten Dit hoofdstuk beschrijft de tijdens het veldbezoek waargenomen soorten, al dan niet aangevuld met gegevens uit de literatuur en andere informatiebronnen. Vervolgens worden eventuele effecten beschreven als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

5.1 Planten Voorkomen en functie Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Gezien de periode van het jaar (winter) lag dit ook niet in de verwachting. Wel komen er binnen het plangebied algemeen voorkomende plantensoorten voor, zoals vogelmuur, vingerhoedskruid, tengere rus, straatgras, rankende helmbloem, pitrus, madeliefje, kleine veldkers en schapenzuring. Genoemde soorten kenmerken een relatief voedselrijke bodemgesteldheid. Derhalve is een deskundigenbeoordeling van de potentiële aanwezigheid van beschermde planten in het plangebied uitgevoerd op basis van een biotoopanalyse. Gelet op de huidige terreintypen, het beheer (tuin) en de functie van het plangebied is het niet waarschijnlijk dat binnen het plangebied beschermde plantensoorten voorkomen. Veel van de beschermde plantensoorten komen voor elders in het natuurgebied van Drents Friese Wold, en liggen ver buiten de invloedsferen van de voorgenomen ontwikkelingen. Beschermde plantensoorten zijn in het plangebied niet aanwezig. Het o.a. hydrologisch herstel van het plangebied en het toelaten van de potentiële natuurlijke vegetatie (PNV) op deze locatie zal zorgen voor een andere vegetatiesamenstelling ten opzichte van de huidige situatie.

De omringende, opgekochte, en door Staatsbosbeheer omgevormde voormalige landbouwpercelen laten nu al een andere vegetatiesamenstelling zien ten opzichte van het gebruik vroeger (intensieve graslanden). Het herstel van de vegetatie en de toename aan diversiteit van plantensoorten hebben een positief effect op de aanwezige habitattypen in en rond het plangebied. Het inzaaien van het terrein met een streekvreemd mengsel wordt sterk afgeraden, eveneens het toepassen van niet inheemse bomen- en struikensoorten. Het toelaten van extensieve begrazing is gunstig voor de mozaïek en variante van het landschap. Effecten en ontheffing In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen dan wel aanwezig. Deze worden op basis van het huidige gebruik niet verwacht, waardoor geen sprake is van negatieve effecten op beschermde planten. Met het herstel van de natuurlijke situatie van het plangebied wordt mogelijk de bodemgesteldheid verbeterd, waardoor beschermde, en kritische plantensoorten (o.a. Rode Lijstsoorten) mogelijk toenemen. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde flora niet noodzakelijk.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 21

5.2 Zoogdieren 5.2.1 Vleermuizen Voorkomen en functie In het plangebied is tijdens het dagbezoek beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in: verblijfplaats, vliegroute en foerageergebied. In het plangebied kunnen de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis. Verblijfplaats Vleermuizen maken gedurende het jaar gebruik van een netwerk van vaste rust- en verblijfplaatsen (zie kader Vleermuisverblijfplaatsen). Deze verblijfplaatsen kunnen de volgende functies hebben: • kraamverblijfplaats; • zomerverblijfplaats; • paar- en/of baltsverblijfplaats; • winterverblijfplaats. Kader - Vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Rosse vleermuis en watervleermuis zijn voornamelijk boom bewonende en gewone grootoorvleermuizen bewonen zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen.

Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de expositie van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant klimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of een geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2 cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.

Bomen In het plangebied zijn bomen aanwezig. Het gaat hier vooral om uitheemse en gecultiveerde boomsoorten zoals cipressen. Deze bomen zijn qua omvang en vitaliteit niet geschikt voor boombewonende vleermuizen om in te verblijven. Geschikte holten of spleten ontbreken in deze bomen. Daarnaast hebben uitheemse en gecultiveerde boomsoorten weinig aantrekkingskracht voor inheemse fauna, zoals vleermuizen. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen worden om die reden niet verwacht. Bebouwing In het plangebied is bebouwing aanwezig. De meeste bebouwing, schuren en bijgebouwen, zijn ongeschikt voor vleermuizen om in te verblijven. De dakconstructie van de schuren bestaat uit enkelplaats dakwerk met asbesthoudend plaatmateriaal. Er zijn geen tussenruimten aanwezig waar vleermuizen achter kunnen verblijven. Daarnaast zijn de schuren overdag zeer licht en heerst er continue vocht, wind en kou. Ook de buitenmuren van de schuren zijn niet geschikt voor vleermuizen om in te verblijven, omdat hier spouwruimten ontbreken. Vleermuizen houden van nauwe plekken/ ruimten in gebouwen waar een constant klimaat heerst. De schuren zijn ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 22

Het woonhuis daarentegen is wel geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen. Tijdens het veldbezoek zijn op de zolderruimten diverse sporen (uitwerpselen) van vleermuizen aangetroffen. Individuen van vleermuizen zijn niet vastgesteld, waarschijnlijk zijn aanwezige vleermuizen vertrokken naar massawinterverblijven elders. Het woonhuis heeft om die reden geen functie als massawinterverblijfplaats, maar mogelijk wel een functie als zomer, kraam of baltsverblijfplaats. Gebouwbewonende vleermuizen kunnen daarom in het woonhuis niet uitgesloten worden. Op minder dan 1 kilometer afstand van de projectlocatie is bebouwing aanwezig die volledig natuurinclusief is ontwikkeld. Het betreft hier een voormalig woonhuis in de provincie Friesland (afbeelding 8). Dit woonhuis is speciaal blijven staan en geschikt gemaakt voor vleermuizen als verblijfplaats. Aan de voor- en achterzijde van deze woning hangen ook diverse nestkasten.

Afbeelding 8. Natuurinclusieve woning. Deze woning is speciaal geschikt gemaakt voor vleermuizen.

Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied is gezien de ligging in een groot natuurgebied geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Met name ook door de aanwezigheid van bebouwing, beplanting, water en luwe zones. Vleermuizen gebruiken lijnvormige elementen om zich langs te verplaatsen, zoals houtsingels, welke als vliegroute kan dienen. Een dergelijke vliegroute is aanwezig langs de Oude Willemsweg. Deze laanbeplanting van zomereik kan door verschillende vleermuizen worden gebruikt als vliegroute. Effecten en ontheffing Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming met beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Het opzettelijk verstoren, vangen en doden van individuen van beschermde soorten, alsmede het beschadigen of vernielen van vaste verblijfplaatsen, inclusief de functionele leefomgeving, is verboden vanuit de Wet natuurbescherming. De functionaliteit van de verblijfplaatsen van vleermuizen dienen te allen tijde gegarandeerd te blijven (zie ook kader - Foerageergebieden en vliegroutes).

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 23

Verblijfplaatsen In de bomen zijn geen geschikte holten voor boombewonende vleermuizen aanwezig. Van negatieve effecten op boombewonende vleermuizen is geen sprake. De meeste bebouwing in het plangebied is vanwege constructie en ongunstig klimaat ongeschikt voor gebouwbewonende vleermuizen. Dit geldt echter niet voor het woonhuis. Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk. Aan de hand van dit nader onderzoek kan dan bepaald worden of een ontheffing in het kader van de beschermde soorten van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied is geschikt voor vleermuizen om te foerageren. Ook na de ontwikkelingen blijft het plangebied beschikbaar en geschikt voor de vleermuizen. De potentiële vliegroute langs Oude Willemsweg blijft behouden, waardoor negatieve effecten zijn uit te sluiten. Men dient wel rekening te houden met verlichting (zie kader – Verlichting). Conclusie: nader onderzoek naar vleermuizen (woonhuis) wordt noodzakelijk geacht. Kader - Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden.

Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt derhalve onderzocht of er voldoende bereikbare alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze uitwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 24

Kader – Verlichting Een aantal nachtactieve dieren, zoals vleermuizen, uilen en marters, zijn gevoelig voor verlichting. Er zijn soorten die kunstlicht zoveel mogelijk vermijden, zoals de watervleermuis, en er zijn soorten die (in beperkte mate) rond lantaarnpalen jagen, zoals de rosse vleermuis. Bij het plaatsen van verlichting bij in- en/of uitvliegopeningen, vliegroutes en foerageergebieden kunnen barrières ontstaan waardoor de vleermuizen van de verblijfplaatsen, vliegroute en/of foerageergebied afzien.

Er dient te allen tijde rekening gehouden te worden met verlichting, door verlichting tot een minimum te beperken en directe belichting van de omgeving en onverlichte gebiedsdelen te voorkomen. Om lichthinder te voorkomen en het gebied aantrekkelijker te maken voor vleermuizen kunnen verschillende maatregelen getroffen worden:

-

verlichting alleen plaatsen waar het echt nodig is;

-

beperk verstrooiing het licht tot een minimum door gebruik van aangepaste armatuur;

-

geen verlichting plaatsen bij in- en/of uitvliegopeningen en vliegroutes.

verlichting alleen aan op momenten wanneer het nodig is (dynamische verlichting); verlaag de hoogte van de lichtmasten zodat boomkronen onverlicht blijven;

Hieronder staan enkele voorbeelden om lichtverstrooiing te voorkomen.

5.2.2 Overige zoogdieren Voorkomen en functie Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Op basis van het aanwezige biotoop, sporen, literatuurgegevens en expertise zijn onder andere de volgende algemeen voorkomende zoogdieren binnen het plangebied aanwezig of te verwachten: ree, haas, vos, konijn, wezel, hermelijn, bunzing en diverse algemene (spits)muizen. Deze soorten kunnen het plangebied gebruiken als (onderdeel van hun) leef- en foerageergebied. Daarnaast maken een aantal van het plangebied gebruik als migratieroute.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 25

Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Steenmarter De steenmarter is een algemene soort in Drenthe en kan het plangebied gebruiken als leefgebied. Op de locatie van de te slopen bebouwing zijn geen sporen of aanwijzingen van een verblijfplaats aangetroffen. Met een zaklamp is nog intensief gezocht naar sporen (uitwerpselen) die duiden op een vaste rust- en verblijfplaats van steenmarter, deze zijn niet aangetroffen. Gelet op de aanwezigheid van veel geschikt leefgebied is het aannemelijk dat steenmarter binnen het plangebied voorkomt. Verblijfplaatsen ontbreken echter. Das Ter hoogte van de vijver, in de grondwal, is een burcht aangetroffen (afbeelding 9). Uit recente verspreidingsgegevens zijn waarnemingen bekend van foeragerende dassen. Eén waarneming betrof een aangereden das langs de weg Oude Willemsweg in 2016 (NDFF, 2021). Het plangebied is geschikt voor de das, met name ook door de aanwezigheid van reliëf, bosschages, water en groensingels. Het is goed mogelijk dat de das het plangebied gebruikt om te migreren. Met die wetenschap is de aanwezige burcht gecontroleerd op recente aanwezigheid van de das. Gezien de sporen, en een enkele pijp gaat het hier om een hol van een vos. De geur van de vos was dan ook duidelijk aanwezig in en rond de burcht. De das is een nette werker, de ingang van de burcht (pijp) wordt netjes achtergelaten zonder takken of resten.

De ingang van deze burcht is erg slordig, er liggen veel takken voor en het graafwerk lijkt niet op het graafwerk van de das. De das graaft het zand namelijk in één nette richting, terwijl de vos alle kanten uitgaat. De uitwerpselen verderop in het terrein en kort voor de burcht wijzen op de aanwezigheid van de vos. De eigenaar van het terrein gaf ook aan regelmatig vossen te zien. De vos is namelijk ook in grote aantallen in het plangebied aanwezig. Gezien de omstandigheden rond de burcht, de vele sporen van de vos en de duidelijke aanwezige geur wordt geconcludeerd dat het hier gaat om een vossenhol en geen dassenburcht. Waarschijnlijk liggen geschikte dassenburchten rond de bosgebieden/ bosranden van het Nationaal Park Drents Friese Wold. Hier zijn ook de hoogste dichtheden aan waarnemingen bekend (NDFF, 2021).

Afbeelding 9. Aangetroffen dassenbucht ter hoogte van de grondwal van de vijver.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 26

Wolf In 2019 en in 2020 zijn in de zeer directe omgeving van het plangebied vraatsporen en uitwerpselen van de wolf aangetroffen (NDFF, 2021). De wolf is een zeer zeldzame soort in Nederland, en is bezig met een opmars. Wolven leven in verschillende leefgebieden, van toendra en steppen tot aan bos en cultuurlandschap. Voorkeur gaat uit naar uitgestrekte open bossen en afgelegen moerasgebieden. De soort is een cultuurvolger en heeft geleerd zich aan te passen aan de omstandigheden van de mens. Wolven zijn dan ook erg sociaal en leven in een roedel, ook wel pak genoemd. De wolf is een echte dorstlesser, drinkwater op korte afstand is voor de wolf erg belangrijk. Het plangebied en de directe omgeving met veel moeras en de aanwezigheid van reeën is voor de wolf ideaal. Het is goed mogelijk dat de wolf regelmatig het plangebied gebruikt om zich te verplaatsen. Het plangebied is van zeer kleine omvang, het is dus niet zo dat het plangebied wordt aangemerkt als essentieel leefgebied. De range (territorium) van de wolf bedraagt tussen de 5.000 en 100.000 hectare (Zoogdiervereniging, 2021). Effecten en ontheffing Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ingreep zal naar verwachting leiden tot tijdelijk verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende zoogdieren met het beschermingsregime “andere soorten”.

Voor deze beschermde soorten is bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Drenthe een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Steenmarter en wolf Voor bovenstaande soorten, de soorten met een bescherming als, steenmarter en wolf geldt dat negatieve effecten zijn uit te sluiten. Verblijfplaatsen en essentieel leefgebied zijn ter plaatse van de ontwikkelingen niet aangetroffen en worden ook niet verwacht. Mogelijk maakt het plangebied wel onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soorten. De bossingels, bospassage en watergangen blijven behouden. Een negatief effect op steenmarter en wolf is daarom uitgesloten. Das De aangetroffen burcht is een vossenhol. Burchten van de das worden daarom in het plangebied uitgesloten. Ook sporen en duidelijke wissels van de das ontbreken. Mogelijk maakt de das wel gebruik van het plangebied om zich te verplaatsen tussen omringende gebieden. Ook na de ontwikkelingen blijft het plangebied voor de das geschikt. Van een negatief effect op de das is geen sprake. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor grondgebonden zoogdieren niet noodzakelijk.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 27

5.3 Vogels Voorkomen en functie Alle vogels zijn als soort beschermd in de Wet natuurbescherming. Onderscheid wordt gemaakt tussen vogels met jaarrond beschermde nesten, vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving en overige (broed)vogels. Onder de vogels met jaarrond beschermde nesten vallen onder andere soorten die hun nesten ook buiten het broedseizoen gebruiken, soorten die elk jaar op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn en soorten die steeds van hetzelfde nest gebruik maken en niet of nauwelijks zelf een nest kunnen bouwen. Onder de vogels met jaarrond beschermde leefomgeving vallen soorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats die zij het jaar daarvoor hebben gebruikt of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Jaarrond beschermde nesten In de te slopen schuur is het jaarrond beschermde kerkuil aanwezig. De kerkuil is een soort die voorkomt in cultuurland met gras- en bouwlanden die begrensd worden door kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen of bosjes. Kerkuilen worden bijna nooit aangetroffen in bossen (BIJ12, 2017). Tijdens het veldbezoek is een verse braakbal van de kerkuil aangetroffen. Het lijkt erop dat de kerkuil het plangebied gebruikt als rustplaats, en mogelijk ook als nestplaats.

Er is geen kerkuilenkast in de schuur of in de nokconstructie aanwezig. Nestlocaties van de kerkuil zijn dan ook in een kort veldbezoek lastig vast te stellen. Een nest van een kerkuil kan al bestaan uit een zacht laagje met wat braakballen (BIJ12, 2017). De aanwezigheid van huismus in de bebouwing wordt uitgesloten. Het erf ligt in een voor huismussen te bosrijk, huismussen mijden plekken met hoogopgaande bomen, zoals zomereiken, dit in verband met de aanwezigheid van predatie (sperwer). Daarnaast zijn er geen nestplaatsen van de huismus bekend rond het plangebied (NDFF, 2021). Huismussen broeden graag op erven waar veel voedsel te vinden is, zoals veevoer of graan voor gevogelte. Andere jaarrond beschermde vogelsoorten, zoals buizerd, grote gele kwikstaart, ooievaar, sperwer en wespendief kunnen het plangebied gebruiken om te foerageren. Nestplaatsen of horsten van deze soorten zijn binnen het plangebied niet aangetroffen en zijn ook niet aanwezig. Overige (broed)vogels De aangetroffen vogels binnen en direct rondom het plangebied vallen onder de algemene broedvogels van ruigte, bossen en struwelen. Onder andere de volgende vogelsoorten kunnen gebruikmaken van het plangebied; houtduif, holenduif, torenvalk, zwarte kraai, koolmees, pimpelmees, geelgors, groenling, merel, roodborst en winterkoning.

Binnen het plangebied zijn verschillende nesten aangetroffen van algemeen voorkomende broedvogels.

Ontwikkeling Oude Willemsweg 5 te Oude Willem | Eelerwoude | 28

Effecten en ontheffing Vogels met jaarrond beschermde nesten Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten het hele jaar door beschermd. Ook de functionele leefomgeving is daarbij beschermd. Bij de aantasting van de nestlocatie en/of de functionele leefomgeving is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Kerkuil valt onder deze bescherming. Negatieve effecten op de kerkuil kan met de sloop van de bebouwing niet worden uitgesloten. Om meer te weten over de functie van de bebouwing in relatie tot de aanwezigheid van de kerkuil is nader gericht veldonderzoek naar de kerkuil benodigd. De onderzoeksmethodiek voor de aan- of afwezigheid van de kerkuil moet worden uitgevoerd conform het Kennisdocument Kerkuil en territoriumkartering volgens de BMP- methodiek. De beste periode voor het inventariseren van de kerkuil is vanaf begin februari tot eind augustus (BIJ12, 2017). De aan- of afwezigheid van een broedende kerkuil kan als volgt worden aangetoond: 1. Er is een bezet nest; 2. Er is minimaal één waarneming in de periode van 1 februari tot en met 31 augustus van: territoriaal gedrag (krijsende vogel) of bedelende jongen vanaf juni. Voor de overige jaarrond beschermde vogelsoorten geldt dat negatieve effecten zijn uit te sluiten. Nesten of horsten van het genoemde jaarrond beschermde vogelsoorten zijn niet aangetroffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=29db21eb-a4ef-479e-8b2c-8fd8401c5926