Nota van zienswijzen (december 2021)
Tekst van het document
Zienswijzennota Omgevingsvisie Westerveld
Verwerking van de zienswijzen en de ambtshalve aanpassingen December 2021
1
Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 4 Zienswijzen van organisaties Zienswijze 1 (2) – ’t Keernpunt Diever ................................................................................................ 6 Zienswijze 2 (4) – Ondernemersvereniging Diever ............................................................................. 7 Zienswijze 3 (26) - Ondernemersvereniging Vledder e.o. ................................................................... 8 Zienswijze 4 (7) – Dorpsbelang Vledder ............................................................................................ 10 Zienswijze 5 (29) – Schatkamers van Zuidwest-Drenthe................................................................... 16 Zienswijze 6 (5) – Werkgroep Historisch Zorgvlied ........................................................................... 17 Zienswijze 7 (18) – Maatschappij van Weldadigheid ........................................................................ 18 Zienswijze 8 (10) – Imkervereniging Steenwijkerwold e.o. ............................................................... 20 Zienswijze 9 (3) – Veiligheidsregio Drenthe (VRD Drenthe) ..............................................................
21 Zienswijze 10 (13) – Gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD Drenthe) .......................................... 22 Zienswijze 11 (14) - Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR Drenthe) ........ 23 Zienswijze 12 (15) – Stichting GAS DrOvF......................................................................................... 25 Zienswijze 13 (16) – LTO Noord......................................................................................................... 26 Zienswijze 14 (8) - Cumela (brancheorganisatie voor ondernemers in groen, grond en infra) ....... 29 Zienswijze 15 (17) – Vereniging Meten = Weten .............................................................................. 31 Zienswijze 16 (9) – Natuurbeschermingswacht Meppel en omstreken ............................................ 38 Zienswijze 17 (30) – Natuur en milieufederatie Drenthe .................................................................. 39 Zienswijze 18 (11) – WMD Drinkwater B.V. ...................................................................................... 42 Zienswijze 19 (19) – Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) ............................................... 44 Zienswijzen van particuliere indieners Zienswijze 20 (12) – particuliere indiener .........................................................................................
48 Zienswijze 21 (24) – particuliere indiener ......................................................................................... 48 Zienswijze 22 (28) – particuliere indiener ......................................................................................... 48 Zienswijze 23 en 24– particuliere indieners (gelijkluidend) .............................................................. 49 Zienswijze 25 (1) – particuliere indiener ........................................................................................... 50 Zienswijze 26 (6) – particuliere indiener ........................................................................................... 51 Zienswijze 27 (21) - particuliere indiener .......................................................................................... 57 Zienswijze 28 (22) - particuliere indiener .......................................................................................... 60 Zienswijze 29 (23) - particuliere indiener .......................................................................................... 62 Zienswijze 30 (20) - particuliere indiener .......................................................................................... 62 Zienswijze 31 (25) - particuliere indiener ..........................................................................................
63 Zienswijze 32 (27) – particuliere indieners (Jeugd Dwingeloo) ......................................................... 64 2
Ambtshalve aanpassingen 1. Watertakenplan 2022-2027 .......................................................................................................... 69 2. Inwonersaantal Dwingeloo............................................................................................................ 69 3. Leefomgevingsfoto ........................................................................................................................ 69 4. Waarde landschap ......................................................................................................................... 69
3
Inleiding Voorwoord De Omgevingsvisie is ontstaan met inbreng van onze inwoners, ondernemers en allerlei betrokken organisaties. Het begon met de campagne 'Westerveld Natuurlijk’. Ongeveer veertienhonderd mensen vertelden waarop ze trots zijn als het gaat om hun dorp en woonomgeving en wat er beter kan in Westerveld. Over deze verhalen, ideeën en suggesties zijn we verder gaan praten met inwoners tijdens dorpenavonden en scholieren tijdens een jongerendag. Er zijn daarnaast bijeenkomsten georganiseerd met lokale belangenorganisaties, verenigingen, ketenpartners en andere overheden. Ook de gemeenteraad sprak een aantal avonden met elkaar over de inhoud van deze Omgevingsvisie. Alle input is verwerkt in de ontwerp Omgevingsvisie. Zienswijzen Het college van burgemeester en wethouders heeft op 26 oktober 2021 besloten het ontwerp van de Omgevingsvisie ter inzage te leggen met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Vervolgens is met ingang van 4 november 2021 gedurende vier weken de ontwerp Omgevingsvisie ter inzage gelegd. Van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is door 32 organisaties / personen – binnen de zienswijzenperiode - gebruik gemaakt. De gemeente Westerveld wil alle indieners van een zienswijze hartelijk danken voor het indienen van hun zienswijze en betrokkenheid bij onze gemeente.
Behandeling zienswijzen In verband met de privacy wetgeving, zijn de zienswijzen van private personen geanonimiseerd. De zienswijzen zijn genummerd en telkens op deze wijze behandeld: 1. De belangrijkste argumenten uit de zienswijze zijn samengevat en omkaderd weergegeven. Zaken die geen betrekking hebben op de Omgevingsvisie (zoals bijvoorbeeld inleidingen of persoonlijke statements) zijn niet overgenomen. De volledige zienswijzen kunnen op verzoek worden ingezien. 2. Vervolgens is per zienswijze de reactie van het college weergegeven. Sommige thema’s werden in meerdere zienswijzen naar voren gebracht. Om herhaling te voorkomen, wordt daar waar van toepassing verwezen op een eerdere beantwoording. 3. Afgesloten wordt met een conclusie omtrent het al dan niet aanpassen van de Omgevingsvisie. Ambtelijke aanpassingen Naar aanleiding van de zienswijzen, de avond van de Omgevingsvisie, signalen uit de organisatie en actualiteiten, is er nog eens kritisch naar de Omgevingsvisie 1.0 gekeken. Zodoende zijn er ook ambtelijke aanpassingen gedaan in de Omgevingsvisie. Het gaat hierbij om aanscherpingen, verduidelijking, argumentaties, taalfouten en het beter leesbaar maken van de tekst. Begrippen De Omgevingsvisie is één van de zogenoemde kerninstrumenten (documenten om de gemeentelijke visie, beleid en regels vast te leggen) om de fysieke leefomgeving te beheren en te benutten.
Ook “Omgevingsplannen” en “Programma’s” zijn kerninstrumenten van de Omgevingswet. In deze nota wordt diverse malen verwezen naar deze twee instrumenten. Omgevingsplan: Het omgevingsplan van de gemeente bevat de regels voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau. Programma: Waar de Omgevingsvisie gericht is op het strategisch beleid is het programma meer gericht op de uitvoering; het geeft aan hoe een strategisch beleidsdoel uit de omgevingsvisie bereikt kan worden.
4
Zienswijzen van organisaties
5
Zienswijze 1 (2) – ’t Keernpunt Diever Omtrent het hoofdstuk "Diever” ontbreekt een essentieel punt. De Kerkbrink wordt niet genoemd als bruisende ontmoetingsplek voor evenementen en activiteiten. Na raadpleging van de Algemene Ledenvergadering - november jl. - is de Ondernemers Vereniging Diever van mening dat dit punt expliciet opgenomen dient te worden in de Omgevingsvisie. Binnen de Omgevingsvisie wordt het belang van een aantrekkelijk dorp voor bewoners en toeristen helder uiteen gezet. Een bruisende Kerkbrink is hierbij van groot belang. Uit overleg met de vereniging "Dorpsbelangen Diever" blijkt dat ook zij onze zienswijze delen. Reactie: De herinrichting van Diever heeft vorm gekregen vanuit het Brinkenplan Diever op Dreef. Binnen dit project is koers en richting gegeven aan de (her)inrichting van het openbaar gebied van Diever. Dit is vanuit de beleidsanalyse - op onderdelen - vertaald naar het gebiedskompas van Diever. Het gebied rondom het Toeristisch Informatiepunt (TIP) wordt primair beschouwd als hét gebied voor evenementen en activiteiten in en rondom Diever. Laat niet onverlet dat we beamen dat de Kerkbrink in Diever kansen biedt om te dienen als een plek voor levendigheid. Dit gelet op de hoge mate van horeca en winkels nabij de Kerkbrink en de strategische ligging (verbindingszone) richting de TIP.
Bij de beschrijving van de waarden van Diever zal het belang van de Brink - als een plek voor dynamiek worden benoemd. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast.
6
Zienswijze 2 (4) – Ondernemersvereniging Diever
Reactie: Deze zienswijze sluit aan op voorgaande zienswijze. Voor beantwoording wordt doorverwezen naar de betreffende zienswijze. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast (zie zienswijze 1).
7
Zienswijze 3 (26) - Ondernemersvereniging Vledder e.o. 1. Ruimte voor bedrijven
Reactie: Om te beginnen: we dragen al onze ondernemers in de gehele gemeente een warm hart toe. In de Omgevingsvisie hebben we daar recht aan willen doen door aan te geven dat we, waar mogelijk, willen faciliteren in ontwikkelingswensen. Om in te kunnen spelen op de dynamiek van de economie en de (internationale) markt is in de omgevingsvisie verwoord dat er ruimte voor ondernemerschap moet zijn. De wens voor een (kleinschalig) bedrijventerrein in het gebied komt in meerdere zienswijzen naar voren. In de Omgevingsvisie geven we geen nieuwe ontwikkellocaties aan, noch voor wonen, noch voor bedrijven. Wel wordt er ruimte geboden voor ontwikkelingen passend bij de waarden en koers van Vledder. Graag willen we, als vervolg op deze Omgevingsvisie en uitwerking van de Dorpsvisie, samen kijken wat er concreet mogelijk is. Bij de uitwerking van de Omgevingsvisie richting Omgevingsplan zal dit als aandachtspunt worden meegenomen. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 2. Tijdelijke huisvesting
Reactie: Reclamant doelt hier op zogenaamde pauzewoningen. In de Omgevingsvisie wordt opgemerkt dat een regeling hiertoe in het project Vitale Parken nader wordt uitgewerkt. De Omgevingsvisie biedt hiermee kansen voor pauzewoningen en speelt in op het belang van snelle beschikbaarheid van woningen voor een acute woonvraag. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 3. Verruiming van de mogelijkheid tot splitsing
Reactie: In de Omgevingsvisie wordt het volgende opgemerkt: In het buitengebied komen geregeld agrarische gebouwen en gronden vrij, en soms dreigt daar verpaupering of crimineel gebruik. Om dit te voorkomen willen we op deze plekken ruimhartig omgaan met plannen voor wonen/werken en recreatie, 8
ambachtelijke bedrijvigheid, winkels met streekproducten of creatieve beroepen. Hiermee is de Omgevingsvisie geheel in overeenstemming met de zienswijze. Een eventuele regulering van woningsplitsing zal trouwen niet via de Omgevingsvisie lopen, maar via het onderliggende Omgevingsplan. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast.
9
Zienswijze 4 (7) – Dorpsbelang Vledder 1. Algemene opmerkingen Waardering dat er toch nog een omgevingsvisie kan worden aangeboden aan de gemeenteraad. Onze opmerkingen kunnen mogelijk bijdragen tot een verhoging van de waarde van dit beleidsdocument. In het ontwerp omgevingsvisie worden er voor Vledder positieve elementen genoemd, die we zeker mee zullen nemen in onze eigen op te stellen dorpsvisie. Veel zal afhangen hoe we daadwerkelijk worden ondersteund en gefaciliteerd en hoe onze burgerinitiatieven worden omarmd. Reactie: Het is fijn om te vernemen dat de Omgevingsvisie elementen bevat die gebruikt kunnen worden bij de Dorpsvisie. Wanneer de Dorpsvisie past bij de ambities uit de Omgevingsvisie, willen we graag samen kijken hoe en welke elementen concreet kunnen worden uitgevoerd. Als gemeente willen we initiatieven uit de samenleving namelijk zoveel mogelijk ondersteunen. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 2. Participatie De wetgever vindt het belangrijk dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties invloed kunnen uitoefenen op de omgevingsvisie, omdat daarin accenten worden gelegd en prioriteiten worden gesteld. In de omgevingsvisie dient dan ook te staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn, en wat de resultaten daarvan zijn.
Er dient dus in een vroeg stadium enige vorm van participatie plaats te vinden, maar de overheid mag zelf weten hoe zij daar invulling aan geeft. Hoe gaat de gemeente dit doen en waar blijkt dit uit? Wat gaan de inwoners ervan merken en waar blijkt dat uit? Welke procedures staan ons nog ter beschikking om plannen voortvloeiend uit de omgevingswet te beïnvloeden of aan te vechten. Reactie: Terecht wordt aangegeven dat participatie bij de Omgevingsvisie verplicht is. Om die reden is een uitgebreid participatietraject doorlopen, waarin alle genoemde doelgroepen zijn betrokken. In het Omgevingsplan wordt de Omgevingsvisie vertaald naar concrete regels. In het Omgevingsplan nemen we op waar en wat mag worden gebouwd en hoe gebouwen en gronden mogen worden gebruikt. Bij de opstelling van het Omgevingsplan is participatie (opnieuw) verplicht. En ook staat het vaststellen van het Omgevingsplan (evenals te verlenen vergunningen) open voor inspraak, bezwaar en beroep. Het college wil er daarnaast op wijzen dat participatie verder gaat dan alleen de Omgevingsvisie. In het kader van de Omgevingswet zal participatiebeleid worden opgesteld. Hierin wordt onder andere richting gegeven aan hoe de gemeente Westerveld participatie wil toepassen en hoe participatie wordt geborgd bij ruimtelijke initiatieven.
Dit traject loopt naast het traject van de Omgevingsvisie, maar zal op termijn een plek in de Omgevingsvisie kunnen krijgen via de beleidscyclus. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast.
10
3. Burgerinitiatieven Meer dan in het verleden moet er de bereidheid van de gemeente zijn de burgerinitiatieven als vertrekpunt te nemen. De notitie “van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie” geeft daar vele handige vertrekpunten toe. Voor wat betreft de burgerparticipatie moet de nodige aansluiting gezocht worden met de nieuwe omgevingswet maar ook met provinciale regelingen en dorpsvisies. In dit verband wordt verwezen naar het boekje: “werken met de omgevingswet” van Mr. Jur van der Velde. Wordt er een ambtelijke coördinator aangewezen ter ondersteuning en facilitering van burgerinitiatieven, met name richting dorpsgemeenschappen ? Er moeten voldoende mogelijkheden zijn om het nader te evalueren en te monitoren. Reactie: In de Omgevingsvisie kan worden gelezen dat we externe partijen uitnodigen om bij te dragen aan de ontwikkeling van onze gemeente en om op bepaalde ambities een voortrekkersrol te pakken. Hierbij zullen wij als gemeente een passende rol pakken. De Omgevingsvisie gaat uit van maatwerk en biedt hiervoor kansen en randvoorwaarden. Als gemeente onderschrijven wij het belang van burgerinitiatieven bij de ontwikkeling van onze gemeente. Het college is van mening dat de Omgevingsvisie voldoende handvatten biedt voor dergelijke initiatieven. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 4. Demografie
Reactie: De Omgevingsvisie is een dynamisch en flexibel document. Dit betekent dat we kunnen reageren op ontwikkelingen op allerlei gebieden, waaronder ook op het gebied van demografie. Door wat betreft woningbouw in te zetten op maatwerk en bouwen naar behoefte, kunnen we meebewegen met (demografische) ontwikkelingen. De beleidscyclus van de Omgevingsvisie zorgt ervoor dat trends en ontwikkelingen gemonitord worden en daar waar van invloed worden deze vertaald naar gemeentelijk beleid. Sectorale beleidsontwikkeling (zoals o.a. een woonvisie, welke is gefundeerd op woningmarktonderzoek) zal meegenomen worden in de beleidscyclus. Overigens geven de huidige demografische modellen wel degelijk een beeld van krimp. Het CBS voorspelt tussen 2018 en 2035 een krimp van 3,01 personen per duizend inwoners (bron). Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 5. Verkeersknelpunten, ontmoetingsplek, maatschappelijke voorzieningen en woningbouwopgaven
11
Reactie: [Eerste bullet] Wij houden vast aan de keuze om knelpunten in de doorstroming in beginsel op te lossen binnen het bestaande tracé. [Tweede bullet] Samen met het dorp gaan we graag op zoek naar de best passende oplossing. Dit is te concreet om in de Omgevingsvisie over uit te wijden. [Derde bullet] Iedere voorziening heeft haar eigen verzorgingsgebied. Dit houdt in dat niet iedere voorziening in ieder dorp aanwezig hoeft te zijn. Voorzieningen met een dorpsoverstijgende verzorgingsgebied willen we op termijn – daar waar noodzakelijk voor het voortbestaan van (de) voorziening(en) - clusteren in multifunctionele locaties. Dit is geen doel op zich, maar een ontwikkeling die wij stimuleren en/of faciliteren indien de situatie zich voordoet. [Vierde bullet] Bedoeld wordt dat we kiezen voor maatwerk per dorp. Om die reden zijn in de Omgevingsvisie geen concrete locaties, woningtypen en –aantallen genoemd. De hoofdlijnen uit de huidige woonvisie (2019) zijn via de beleidsanalyse geïntegreerd in de Omgevingsvisie en aangevuld aan de hand van de participatiecampagne. De passage “een afwegingskader zal in de Omgevingsvisie nader worden geduid” leidt tot verwarring. Er zal worden verwezen naar de Woonvisie van de gemeente, welke op termijn via de beleidscyclus in de Omgevingsvisie zal worden verwerkt. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast.
12
6. Woningbouw en voorzieningen
Reactie: [Eerste bullet] Wij begrijpen het pleidooi voor woningbouw en voorzieningen in Vledder en Havelte. Het voornemen om Diever en Dwingeloo functioneel en fysiek meer met elkaar te verbinden, betekent niet dat woningbouw in andere kernen in het geheel niet meer tot de mogelijkheden zou behoren. In de gebiedskompassen worden de kansen voor o.a. woningbouw per gebied (dorp) benoemd. [Tweede bullet] Dit wordt onderschreven. Om die reden hebben wij dit onderwerp in de uitvoeringsagenda aangepast van ‘middellang’ naar ‘kort’. [Derde bullet] Deze opmerking heeft geen betrekking op de Omgevingsvisie en wordt voor kennisgeving aangenomen. [Vierde bullet] Het college neemt kennis van deze opmerking. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast. 7. Fiets- en wandelroutes
13
Reactie: Fiets- en wandelvoorzieningen in een aantrekkelijke en groene omgeving dragen bij aan de leefbaarheid en de kwaliteit van de woonomgeving van inwoners. Om de gemeente Westerveld als dé fiets- en wandelgemeente te kunnen profileren, is een goed onderhouden en toegankelijke fiets- en wandelinfrastructuur essentieel. In de Omgevingsvisie wordt derhalve aangegeven dat ontbrekende schakels worden ingevuld en dat er aandacht is voor goede toegankelijkheid. De Omgevingsvisie is in lijn met de zienswijze. De Omgevingsvisie is niet het document om in te gaan op specifieke aandachtsgebieden. De in de zienswijze genoemde aandachtsgebieden zullen worden meegenomen en gewogen bij het vervolg en de uitvoering van de Omgevingsvisie (zie uitvoeringsagenda – prio korte termijn). Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 8. Milieu
Reactie: De Omgevingsvisie gaat over de ambities van de gemeente voor de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen. In de Omgevingsvisie wordt niet specifiek ingegaan op de effecten van genoemde projecten, maar worden de milieuaspecten in een hoger abstractieniveau meegenomen. De Omgevingsvisie dient als kapstok bij de uitwerking naar Omgevingsplannen en Programma’s. Hierin zullen de milieuaspecten concreter worden uitgewerkt en zal uiteraard rekening worden gehouden met de wet- en regelgeving van hogere overheden. Ook zullen dan in veel gevallen nadere onderzoeken aan de orde zijn. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 9. Integrale beleidsbenadering
Reactie: Uitgangspunt van de Omgevingswet is een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Er is derhalve een uitgebreide beleidsanalyse uitgevoerd bij de voorbereiding van de Omgevingsvisie. Hierin is al het beleid van de gemeente – gericht op de fysieke leefomgeving – geanalyseerd. De in de zienswijze genoemde beleidsdocumenten maakten onderdeel uit van deze beleidsanalyse. Voor de volledigheid achten wij het goed om te vermelden dat beleidstrajecten parallel aan de Omgevingsvisie kunnen lopen. Een instrument van de Omgevingswet is de beleidscyclus, met als doel het gemeentelijk beleid integraal en actueel te maken en te houden. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 14
10. Beleidsanalyse
Reactie: [Eerste bullet] Voor beantwoording verwijzen wij naar de beantwoording onder zienswijze 3 onderdeel 1. [Tweede bullet] De subsidieregeling kan inderdaad bijdragen aan een aantrekkelijke woonomgeving. Het feit dat er regelmatig gebruik van wordt gemaakt, geeft aan dat de regeling bekend is. [Derde bullet] Van het project ‘omkiek’n noar elkoar’ is het college op de hoogte en het college waardeert het dat zulke waardevolle maatschappelijke projecten worden geïnitieerd vanuit het dorp. Het project past naar de mening van het college volledig binnen de ambitie ‘een leefbaar en inclusief Westerveld’. Dergelijke initiatieven en projecten, die volledig vanuit de samenleving komen, worden van harte gestimuleerd. Welzijn Mensenwerk was als een van de ketenpartners betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie. [Vierde bullet] De bedoelde passage op pagina 96 betreft een weergave van het bestaande gemeentelijke beleid. In de Omgevingsvisie is volgens de gemeente brede aandacht voor het onderwerp ‘positieve gezondheid’. [Vijfde bullet] Het college beaamt dat goede beschikbaarheid en bereikbaarheid van hulpdiensten belangrijk is binnen de gehele gemeente. In de ambitie ‘een bereikbaar en veilig Westerveld’ zullen wij dit nadrukkelijk benoemen. Bij de zienswijze is een bijlage ‘levensloopbestendig wonen in Vledder’ toegevoegd.
De inwoners van Vledder en omstreken onderkennen de eigen verantwoordelijkheid voor het behoud van zelfredzaamheid en zelfstandigheid. Van daaruit worden in de genoemde bijlage ideeën voor de versterking van de Naoberschap omschreven. Uiteindelijk doel daarbij is om te komen tot een levensloopbestendig dorp en het leveren van een bijdrage aan het welzijn en welbevinden van de inwoners. Ook de behoefte aan kleinere koop- en huurwoningen wordt in dat kader genoemd. Van die bijlage heeft het college kennis genomen. Het document vormt volgens het college een mooie basis om te betrekken bij de uitwerking van deze Omgevingsvisie richting het Omgevingsplan. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast. 15
Zienswijze 5 (29) – Schatkamers van Zuidwest-Drenthe
Reactie: We zijn blij met het aanbod aan culturele instellingen, waaronder de musea. Ze spelen een belangrijke, educatieve rol in onze samenleving. We beschouwen de aanwezigheid van musea als waardevol en willen ons dan ook samen met de sector blijven inspannen het bestaande aanbod in stand te houden. In de beschrijving van de ambitie ‘een Leefbaar en inclusief Westerveld’ zal dat worden benoemd. Er wordt op het moment van schrijven gewerkt aan een museumvisie. Hierin zal voorgaande uitgebreider worden uitgewerkt. Na afronding van de museumvisie zal deze via de beleidscyclus worden geïntegreerd in de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast.
16
Zienswijze 6 (5) – Werkgroep Historisch Zorgvlied 1. Expositie historie van Wateren en Zorgvlied De werkgroep onderschrijft de hoofdkoers van de omgevingsvisie zoals beschreven op bladzijde 22, te weten het duurzaam behouden voor nu en in de toekomst van de cultuurhistorische waarden van de gemeente Westerveld. In dit beeld past ook het door middel van onder meer een permanente expositie vormgeven van de historie van Wateren en Zorgvlied. Dat is de reden waarom de werkgroep Historisch Zorgvlied is ontstaan en wel vanuit een samenwerkingsverband tussen de Stichting Historische Steenbakkerij Zorgvlied en de werkgroep Landbouwinstituut Zorgvlied. Zoals wellicht bekend, heeft de Stichting Historische Steenbakkerij Zorgvlied op 7 augustus 2019 een stook van bakstenen in een veldoven georganiseerd. Het evenement vond plaats in het kader van het 200-jarig jubileum van de Maatschappij van Weldadigheid en was onder meer bedoeld om te laten zien op welke wijze de koloniehuisjes indertijd zijn ontstaan. Het evenement was zeer succesvol en trok vele belangstellenden. Na evaluatie is het plan ontstaan om de veldstook eenmaal in de twee jaar in het hoogseizoen te organiseren alsmede om een permanente expositie te installeren omtrent het stookproces en de indertijd gebruikte attributen.
De beoogde locatie is de aan de (geanonimiseerd) in eigendom toebehorende paardenwei gelegen naast camping en recreatiepark De Hertenweide aan de Ruyter de Wildtlaan nummer 5. Daarnaast bestaat het voornemen om de historie van Zorgvlied, onder meer bevattend het Landbouwkundig Instituut van de Maatschappij van Weldadigheid, eveneens in de vorm van een permanente expositie op dezelfde locatie onder te brengen. De bedoeling is om voor beide exposities een tijdelijk onderkomen te realiseren en dit te zijner tijd, bij gebleken voldoende belangstelling, om te zetten in een permanente behuizing van ± 100 m2. De werkgroep heeft inmiddels de benodigde vergunningen aangevraagd bij de gemeente Westerveld. De groep meent als belanghebbende haar voornemen ter zake kenbaar te moeten maken en is bereid om zo nodig een mondelinge toelichting te verschaffen. De werkgroep stelt het op prijs indien de gemeente Westerveld het voornemen van de werkgroep, zoals hiervoor omschreven, meeneemt in de tenuitvoerlegging van de omgevingsvisie. Reactie: Het is fijn om te lezen dat de hoofdkoers van de Omgevingsvisie wat betreft de Kolonie van Weldadigheid wordt onderschreven. Het college wil naar aanleiding van deze zienswijze graag aangeven blij te zijn met de diverse (historische) werkgroepen die actief zijn in onze gemeente. Mede daardoor blijft onze geschiedenis zichtbaar, tastbaar en beleefbaar.
De zienswijze maakt duidelijk dat voor de plannen van de werkgroep inmiddels een vergunningstraject in gang is gezet. De vergunningsaanvraag zal (mede) worden getoetst aan de ambities die bestaan voor het betreffende gebied. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast
17
Zienswijze 7 (18) – Maatschappij van Weldadigheid 1. Voorwoord
Reactie: Deze zienswijze wordt in dankbaarheid aanvaard. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 2. Natuur en bossen
Reactie: Deze zienswijze is terecht. In de beantwoording van zienswijze 15 onderdeel 5 wordt de ambitie op natuur en bossen toegelicht. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast 3. Tekstvoorstellen gebiedskompas
18
Reactie: Het college is van mening dat de gegeven suggesties de visie voor dit betreffende gebiedskompas in positieve zin verscherpt. De tekstvoorstellen worden overgenomen. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast
19
Zienswijze 8 (10) – Imkervereniging Steenwijkerwold e.o.
Reactie: In de Omgevingsvisie wordt de aanwezigheid van drie belangrijke natuurgebieden als grote kwaliteit van onze gemeente betiteld. Die natuurgebieden, de natuurdoelen, de begrenzing en bestemming daarvan staan niet ter discussie. Voor die gebieden gelden bovendien Europese regels, waar de gemeente zich aan moet committeren. Terecht wordt opgeroepen de biodiversiteit te verbeteren. Tijdens het doorlopen proces is dat een veelgehoorde oproep. Mede daarom is het herstellen en verbeteren van de biodiversiteit als doel opgenomen in de Omgevingsvisie. Langs een aantal sporen wordt daar overigens al aan gewerkt. Genoemd kan worden de deelname van de gemeente aan de pilot rond gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast worden kansen voor het verbeteren van de biodiversiteit altijd meegenomen bij werkzaamheden in de openbare ruimte. De basis hiervoor is gelegd in het Handboek Openbare ruimte van de gemeente Westerveld. Ook is er aandacht voor biodiversiteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het college heeft verder met belangstelling kennis genomen van de bijlagen bij deze zienswijze. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast.
20
Zienswijze 9 (3) – Veiligheidsregio Drenthe (VRD Drenthe) We zijn blij dat onder andere gesproken wordt over een bereikbaar en veilig Westerveld. In de visie wordt dit voor het aspect veiligheid helaas niet geconcretiseerd in een ambitie. Blij zijn we ook met de verwijzing naar externe veiligheidsrisico’s rond installaties, transportroutes en buisleidingen. Terecht wordt geconcludeerd dat de gemeente, kijkend naar dit aspect, een relatief veilige gemeente kan worden genoemd. Goed om te zien dat er ook aandacht is voor klimaatadaptatie, verduurzaming en de energietransitie. Reactie: Het college is blij met de positieve woorden en neemt deze met dankbaarheid aan. In de zienswijze wordt aangegeven dat het aspect veiligheid niet wordt geconcretiseerd in een ambitie. Indiener draagt daarvoor een tekstvoorstel aan, waarin het aspect veiligheid wordt geconcretiseerd. Het college deelt de mening van reclamant dat het aspect veilige leefomgeving prominenter kan worden genoemd in de Omgevingsvisie. Het college kan zich tevens vinden in het aangedragen tekstvoorstel, voor zover de elementen op visieniveau. Onder ‘1.4.1 … een bereikbaar en veilig Westerveld’ wordt de volgende tekst toegevoegd: De gemeente Westerveld wil een gezonde en veilige fysieke leefomgeving bieden aan haar inwoners en bezoekers.
De keuzes die gemaakt worden voor inrichting en het gebruik van de fysieke leefomgeving hebben invloed op de mate waarin mensen worden blootgesteld aan de effecten van ongevallen en rampen en het risico dat zij hierbij lopen. Hoewel absolute veiligheid nooit haalbaar is, vindt de gemeente Westerveld het belangrijk dat er een transparante afweging wordt gemaakt tussen veiligheid en andere maatschappelijke belangen. Hierbij is expliciet aandacht voor zowel het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s als het bestrijden van branden, rampen en crisis1 en de zelfredzaamheid van mensen die aan deze veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld. Voor zover mogelijk worden risicobronnen en –ontvangers zo veel mogelijk van elkaar gescheiden. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast.
1
Wet veiligheidsregio’s (artikel 1, 10, 14 en 15)
21
Zienswijze 10 (13) – Gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD Drenthe)
Reactie: Het college heeft kennis genomen van de genoemde factsheet (zie uitsnede hieronder). De bullets overziend blijkt dat veel aspecten van de factsheet reeds een plek hebben gekregen in de in de Omgevingsvisie. In de vorm van ambities en speerpunten komen veel aspecten terug. Als het gaat om de gebouwen (binnenklimaat en minimaal één aangename zijde van een woning) is niet de Omgevingsvisie, maar het Omgevingsplan het aangewezen instrument. Tegelijk is het een feit de Omgevingsvisie een startpunt is. Veel aspecten vragen nadere uitwerking (om bijvoorbeeld in het Omgevingsplan) te kunnen worden opgenomen. Wij zijn blij met het aanbod van de GGD om daarin samen op te trekken en maken daarvan graag gebruik. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast
22
Zienswijze 11 (14) - Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR Drenthe) 1. Samenwerking
Reactie: Het aanbod van GHOR om als ketenpartner te willen mee- en samenwerken aan uitwerking van de omgevingsvisie (richting omgevingsplan) en bij ruimtelijke initiatieven (zoals bij nieuwe energiebronnen, waarnaar reclamant onder 3 verwijst) wordt in dankbaarheid aanvaard. We beschouwen de GHOR Drenthe daarbij als belangrijke ketenpartner. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 2. Sterke punten Omgevingsvisie
Reactie: Het college neemt hiervan met instemming kennis. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast.
23
3. Betrekken GHOR
Reactie: Het college deelt de mening van reclamant dat het aspect veilige leefomgeving prominenter kan worden genoemd in de Omgevingsvisie. Voor de beantwoording wordt verwezen naar zienswijze 9. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast. 4. Toegankelijkheid zorgboerderijen
Reactie: Het college beaamd dat zorgboerderijen goed toegankelijk dienen te zijn voor hulpdiensten. Aanvullend: het belang van goede toegankelijkheid voor hulpdiensten vindt het college in het algemeen belangrijk. Verwezen wordt naar de beantwoording onder zienswijze 9, waarin wordt aangegeven dat het belang van beschikbaarheid en bereikbaarheid van hulpdiensten nadrukkelijk zal worden benoemd in de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast.
24
Zienswijze 12 (15) – Stichting GAS DrOvF
Reactie: Voor de winning van delfstoffen (aardgas) is het Rijk het bevoegd gezag. Voor zover onze invloed reikt, verlangen wij dat: de winning van delfstoffen veilig gebeurt; negatieve gevolgen van de winning geminimaliseerd worden; resterende negatieve gevolgen gecompenseerd worden en er maatschappelijke voordelen gerealiseerd worden in het winningsgebied. Wij blijven inzetten op deze onderdelen. Dit sluit aan bij hetgeen in de Omgevingsvisie staat omschreven. Het college is van mening dat lagere overheden een meer prominente rol dienen te krijgen in de Mijnbouwwet en onderschrijft het belang dit expliciet in de Omgevingsvisie te benoemen. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast
25
Zienswijze 13 (16) – LTO Noord 1. Voortbestaan landbouwbedrijven
Reactie: Het college onderschrijft de stelling van reclamant dat het agrarische landschap beeldbepalend is voor de gemeente Westerveld. De transitie naar duurzame landbouw vraagt om ontwikkelingsruimte voor de agrariër. Ruimte voor bijvoorbeeld verduurzaming, innovatie en verbreding en/of nevenfuncties, waardoor agrariërs de ruimte krijgen om met hun bedrijfsvoering mee te gaan met de (noodzakelijke) (wettelijke) ontwikkelingen in de sector. In de Omgevingsvisie is verwoord dat waar zich (schaalvergrotings)kansen voordoen – passend bij de waarden en koers voor het gebied - die op een positieve grondhouding kunnen rekenen. Niet alle delen van de gemeente lenen zich echter voor schaalvergroting. In de eerste plaats is er ons landschap, haar waarden en kwaliteiten. Die zijn altijd leidend en kunnen daarmee van invloed zijn op wat er in een gebied mogelijk is. Daarnaast zal ook de aanpak stikstof naar verwachting invloed gaan hebben op de ontwikkeling van de agrarische sector in onze gemeente. Daarvoor kunnen we de ogen niet sluiten. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 2. Profiel
Reactie: In de Omgevingsvisie staat verwoord dat de gemeente op haar profiel en de vijf Unique Selling Points wil worden herkend. Binnen dat profiel valt ook het agrarische karakter. Verder wordt verwezen naar de voorgestelde ambtshalve wijzigingen (pagina 69). Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast
26
3. Financieel aspect transitie
Reactie: Over 20 jaar zal de agrarische sector er onmiskenbaar anders uitzien dan vandaag de dag. Wij verwachten dat op veel terreinen, en ook op het terrein van de landbouw, door vergaande verduurzaming en innovatieve ontwikkelingen de (milieu)druk op woon- en leefomgeving zal zijn afgenomen. Dit betekent dat er aanpassingen binnen bestaande verdienmodellen nodig zijn en er nieuwe verdienmodellen ontwikkeld zullen moeten worden. Wij verwachten daarbij veel van de innovatiekracht van de sector. Als gemeente willen we de sector daarin ondersteunen en faciliteren. De Omgevingsvisie biedt ruimte voor de transitie richting duurzame landbouw en biedt voldoende aanknopingspunten hiervoor. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 4. Nadere duiding bedrijfstype
Reactie: Het gaat in deze passage om niet-agrarische bedrijvigheid. Wij zullen dit in de Omgevingsvisie verduidelijken. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast 5. Milieukwaliteitseisen
27
Reactie: Als de Omgevingswet is ingevoerd krijgen gemeenten meer ruimte voor het stellen van kwaliteitsnormen voor het milieu. Het Rijk stelt hiervoor inhoudelijke kaders in de vorm van instructieregels. Die kunnen een standaardnorm en een bandbreedte meegeven (op het gebied van lucht, geluid, externe veiligheid, trilling, geur van veehouderijen en bodem). Eventuele gebiedsgerichte normen bewegen zich aldus altijd binnen wettelijke bandbreedtes. Dit zal nader worden geduid in de Omgevingsvisie onder 4.4. In die zin hanteert de gemeente (nu en straks) de milieukwaliteitseisen op Rijksniveau. Het is voor een Omgevingsvisie een te hoog detailniveau om normen op te nemen. Dit komt aan bod bij de nadere uitwerking in Programma’s. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast 6. Kringlooplandbouw
Reactie: Als college zien we het belang om te komen tot duurzame landbouw. We zien in dat een dergelijke transitie complex is en van vele partijen en externe factoren afhankelijk is. We hechten waarde aan een realistische visie. De ambitie wordt gesteld op 2040. In de genoemde gebiedskompassen wil de gemeente inderdaad ontwikkeling van de agrarische sector waar mogelijk faciliteren. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast
28
Zienswijze 14 (8) - Cumela (brancheorganisatie voor ondernemers in groen, grond en infra) 1. Bestaansrecht bedrijven (in het buitengebied)
Reactie: Op de eerste pagina’s van de zienswijze wordt ingegaan op het belang van de cumela-sector en haar dienstverlening. Dat belang wordt door de gemeente onderschreven. Wat betreft nieuwvestiging en ontwikkeling van cumela-bedrijven het volgende. In de Omgevingsvisie wordt opgemerkt dat er ruime mogelijkheden zijn voor nieuwvestiging op vrijkomende agrarische locaties. Die mogelijkheden gelden ook voor cumela-bedrijven, die als pré hebben dat zijn een binding hebben met het landelijk gebied. Wat betreft uitbreiding van bestaande (cumela)bedrijven kiezen wij voor maatwerk. Wij vinden het namelijk erg belangrijk dat nieuwe en bestaande bedrijven passen bij de maat en schaal van het landschap. Daarmee is de Omgevingsvisie in lijn met de zienswijze. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 2. Transitie naar circulaire economie
29
Reactie: Het college neemt met instemming kennis van het eerste deel van deze zienswijze. Het is verheugend om te mogen lezen dat de cumela-sector haar verantwoordelijkheid neemt op aspecten als landbouwverkeer, milieueffecten, natuur, biodiversiteit, energie en duurzaamheid. De in de zienswijzen genoemde inzet op een meer circulaire economie sluit aan bij onze ambities. De Omgevingsvisie draagt bij aan de ambitie van de cumela-sector en biedt kansen voor deze transitie. Daar waar dit betekent dat er voldoende ruimte moet zijn voor de ontwikkeling, kiezen wij voor maatwerk met aandacht voor een goede inpassing van activiteiten en (buiten)opslag. De gebiedskompassen bieden hiervoor richting. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast
30
Zienswijze 15 (17) – Vereniging Meten = Weten 1. Ontbreken visie
Reactie: In de Omgevingswet is bepaald welke inhoudelijke elementen een Omgevingsvisie dient te bevatten: Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: waar bestaat de fysieke leefomgeving uit en wat is de kwaliteit ervan? De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied: wat gebeurt er/ gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied? De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid: wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt? De woorden ‘hoofdlijnen’ en ‘hoofdzaken’ vallen op. De Omgevingsvisie Westerveld is op die hoofdlijn opgesteld en is daarmee in lijn met de Omgevingswet. Tegelijk betekent dit ook dat diverse ambities concreet moeten worden uitgewerkt (al dan niet via het instrument ‘Programma’). Als gemeente willen we daarbij nauw optrekken en samenwerken met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 2. Natuurwaarden
31
Reactie: In de Omgevingsvisie wordt hoog opgegeven van de drie grote natuurgebieden. Die natuurgebieden, de natuurwaarden en de zorgvuldige koers staan niet ter discussie. Uiteraard gelden bovendien Europese regels (Natura-2000) waarmee we rekening moeten houden. We hechten veel waarde aan de natuurwaarden van de gebieden, want de natuurwaarden zijn een van onze Unique Selling Points. Op diverse plaatsen in de Omgevingsvisie wordt gerefereerd aan de Natura 2000-status van onze drie grote natuurgebieden. De gemeente kan zich vanzelfsprekend niet onttrekken aan de regels die daarbij horen. Ook dat is als zodanig benoemd in hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie. En inderdaad; Natura 2000- en of andere wetten en regels kunnen gevolgen hebben voor een bepaalde ontwikkeling. Een Natura 2000-status betekent echter niet dat geen enkele ontwikkeling meer mogelijk is. Dagelijks worden in Nederland ontwikkelingen vergund nabij Natura 2000-gebieden. Dat gaat niet altijd vanzelf; vaak is gedegen onderzoek, bijstelling van het initiatief en (indien nodig) mitigatie en compensatie aan de orde. Het komt eveneens voor dat een ontwikkeling niet te vergunnen blijkt. Ook zou dat bij bepaalde beoogde ontwikkelingen in onze gemeente Westerveld kunnen voorkomen.
Passend binnen onze ambities en in overeenstemming met hoger wet- en regelgeving, willen we als gemeente echter maatwerk bieden en zoeken naar haalbare en elkaar versterkende combinaties en niet alle ontwikkelingen uitsluiten. Want ook dat is de Omgevingswet: ja, mits. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 3. Passende beoordeling
Reactie: In de Omgevingsvisie worden geen concrete ontwikkelingen op concrete locaties genoemd. In de Omgevingsvisies benoemen we ambities en een toekomstbeeld. Ook maakt de Omgevingsvisie geen ontwikkelingen zondermeer mogelijk. Het geeft als beleidsinstrument richting en werkt door naar andere kerninstrumenten (zoals: Omgevingsplan en Omgevingsvergunningen). Zoals eerder aangegeven vraagt iedere ambitie nadere uitwerking. Ontwikkelingen zijn pas mogelijk, als deze uitvoerbaar zijn binnen bestaande wetten en regels. In de praktijk kan daardoor minder haalbaar blijken dan we voor ogen hebben (zie ook beantwoording onder 2 “Natuurwaarden”). Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 4. Stikstof
32
Reactie: In de zienswijze wordt een opmerking gemaakt over stikstofdepositie in relatie tot kritische depositiewaarden. We merken op dat deze zaken op een onjuiste manier met elkaar in verband worden gebracht. Hierna leggen we dat uit. De totale stikstofdepositie (in onze gemeente) wordt bepaald door de optelling van: de depositie van stikstofdioxiden (veroorzaakt door machines, industrie en verkeer). Nabij drukke verkeerswegen is deze het hoogst, hetgeen ook zichtbaar is op de betreffende kaart in de Leefomgevingsfoto. de ammoniakdepositie (die voornamelijk wordt veroorzaakt door het houden van vee) De Leefomgevingsfoto (die als bijlage aan de Omgevingsvisie is toegevoegd) maakt duidelijk dat de totale depositie van zowel stikstofoxiden als ammoniak ten opzichte van Nederland respectievelijk laag en gemiddeld is. Voor stikstofdioxiden ligt deze ruim beneden de grenswaarde van 40 µg/m3. Daarnaast zijn er de aangewezen Natura-2000 habitattypen. De hiervoor genoemde grenswaarden en gemiddelde ammoniakdepositie zeggen niets over de stikstofgevoeligheid van die aangewezen habitattypen. Totale stikstofdepositie en kritische depositiewaarden zijn twee verschillende zaken. Inderdaad is het zo dat ook de huidige totale stikstofdepositie te hoog is voor de aangewezen habitattypen (anders gezegd: de kritische depositiewaarde wordt overschreden).
Om dat met elkaar in balans te brengen zijn de Natura 2000-beheerplannen opgesteld en vinden Gebiedsprocessen plaats. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 5. Ambities natuur
Reactie: Als gemeente zijn wij terughoudend met het inzetten van de wet voorkeursrecht omdat dit een zeer ingrijpende maatregel betreft. Daarbij zijn er niet alleen gronden nodig voor natuur, maar ook voor andere grote opgaven als de woningbouw, de klimaatopgave (energie) en de landbouwtransitie. De ambitie op het gebied van de natuurgebieden is verwerkt in het gebiedskompas “Natuurgebieden” (2.4 Omgevingsvisie). We zijn daarnaast van mening dat natuur niet alleen te vinden is in natuur- en bosgebieden. Natuur is overal te vinden in onze gemeente. We vinden het versterken van biodiversiteit en natuurwaarden in gemeentelijke groenstructuren, cultuurhistorische landschapselementen, (klimaatbestendige) bossen en natuurterreinen binnen de gehele gemeente (groen blauwe dooradering) een belangrijk thema. Dit zal nadrukkelijker in de Omgevingsvisie worden belicht onder 1.4.4. ‘een gezond en groen Westerveld’. Omdat wij in ons beleid en in onze uitvoering inzetten op het verhogen van de landschappelijke waarden en biodiversiteit - ook buiten de natuurgebieden - dragen wij op een belangrijke mate bij aan het verhogen van natuurwaarden. Binnen onze gemeente ligt een uitgebreid Natuurnetwerk waarbinnen op veel locaties met gebiedspartners wordt gewerkt aan de verbetering van de natuur.
Onze bossen maar ook de bossen van veel terreineigenaren in onze gemeente worden onderhouden op basis van goedgekeurde FCE bosbeheerplannen, waarin natuur en de kwaliteit van het bos en de biodiversiteit een belangrijke plek hebben. 33
Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast. 6. Agrarische sector
Reactie: In de Omgevingsvisie wordt naar de mening van het college voldoende aangegeven welke ambities er bestaan wat betreft de agrarische sector. Ook de uitdagingen en de veranderopgave waar de sector voor staat, blijven in de Omgevingsvisie niet onbenoemd. Als gemeente hebben we in dat alles een beperkte rol; regels op het gebied van milieu, natuur en landbouw worden voor het overgrote deel immers opgelegd vanuit Europa, rijk en provincie. De Omgevingsvisie gaat uit van een evenwichtige verdeling van functies, vanuit een integrale benadering. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 7. Pilot Omgevingsvisie
Reactie: In de Omgevingsvisie is aangegeven dat de gemeente wat betreft het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aansluit bij de landelijke regelgeving. Daarnaast nemen we inderdaad deel in de genoemde pilot. In de Omgevingsvisie wordt deelname aan die pilot benoemd als voorbeeld van de manier waarop we ons betrokken voelen bij en deelnemen aan onderzoek naar verduurzaming en de dialoog met de samenleving. In de uitvoeringsagenda worden ambities gekoppeld aan een realisatietermijn. Dit draagt eraan bij dat de voortgang kan worden bewaakt. Dit is onderdeel van de beleidscyclus. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 34
8. herstructurering landbouw
Reactie: Het college beaamt dat teveel stikstof slecht is voor de natuur. Er zijn dan ook maatregelen nodig om de uitstoot te verminderen en de natuur te verbeteren. Dit speelt echter niet alleen in Westerveld, maar (nagenoeg) overal in Nederland. Om die reden werkt de rijksoverheid aan de ‘Aanpak stikstof’. Het rijk stelt doelen en komt met maatregelen. Als gemeente zullen we daarin volgend zijn. Nu doelen en maatregelen nog niet bekend zijn, is de stellingname dat verplaatsing van teelten en herstructurering van de landbouw onafwendbaar is, in de ogen van de gemeente te voorbarig. Ook hier maken we een verwijzing naar de beleidscyclus. Die ons de mogelijkheid biedt om beleid bij te stellen waar nodig. Voorbeeld kan zijn wettelijke vereisten. Naar de mening van het college staat deze mogelijkheid voldoende benoemd in de Omgevingsvisie onder 4.2. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 9. Functies in en nabij natuurgebieden.
Reactie: Het college neemt deze zienswijze voor kennisgeving aan. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 10. Ontbreken MER
35
Reactie: In het algemeen is het zo dat er een planMER-plicht voor een omgevingsvisie kan zijn indien de omgevingsvisie voldoende concrete uitspraken doet over bijvoorbeeld grote woningbouwlocaties of bedrijfsterreinen e.d. Onze Omgevingsvisie nodigt de samenleving uit om met goede initiatieven bij te dragen aan het realiseren van de ambities van de gemeente. Dat alles met behoud en ontwikkeling van onze kernkwaliteiten. Concrete activiteiten in combinatie met locaties worden in de Omgevingsvisie niet aangewezen. Er is geen sprake van een MER-plicht. De Omgevingsvisie heeft niet de concreetheid om zinvol onderwerp te kunnen zijn van een milieueffectrapport. De milieueffecten van onze vijf ambities zijn niet concreet in beeld te brengen, waardoor m.e.r. geen toegevoegde waarde heeft voor de besluitvorming (wat immers ten principale de doelstelling is van m.e.r.). Het college hecht eraan te verwijzen naar de beantwoording onder 3 (“Passende beoordeling”) van deze zienswijze. Op die plaats is aangegeven dat ambities moeten worden uitgewerkt in concrete projecten. Voor concrete projecten zal altijd onderzoek en een (vergunnings)procedure aan de orde zijn. En wanneer voor een project significante effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, zal op dat moment een plicht tot het opstellen van een Passende Beoordeling en planMER aan de orde zijn.
Op die manier wordt het bepalen van de milieueffecten op het best passende moment gedaan, namelijk wanneer locatie, aard en omvang van een project bekend zijn. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 11. Procedure zienswijze
Reactie: Reclamant verwijst naar procedures zoals die onder de Omgevingswet gaan gelden. De Omgevingswet is echter nog niet in werking getreden. Om die reden kan nog geen gebruik worden gemaakt van de
36
Omgevingswet-procedures. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dan ook van toepassing. Dit maakt dat de Omgevingsvisie formeel wordt vastgesteld als structuurvisie onder de Wro. In de Wro en het bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn geen eisen opgenomen over de procedure van een structuurvisie. Bij verordening kunnen gemeenten vastleggen hoe zij invulling willen geven aan de procedure van een structuurvisie. In de gemeente Westerveld zijn in de Inspraakverordening geen regels opgenomen voor de procedure van een structuurvisie. In het Bro is uitsluitend aangegeven dat dient te worden aangegeven hoe burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken. Aan dit vereiste is invulling gegeven in hoofdstuk 5 van de Omgevingsvisie. Dit alles maakt dat de Omgevingsvisie (die dus formeel wordt vastgesteld als Structuurvisie onder de Wro) zonder inspraak vastgesteld had kunnen worden. Vaststellen zonder inspraak is voor het college echter nooit een optie geweest. Om eenieder de gelegenheid te geven kennis te nemen van de Omgevingsvisie en daarop te reageren is gekozen voor een ter inzage termijn van vier weken. Indachtig het uitgebreide voortraject en de vele momenten van participatie, is vier weken in de ogen van het college een alleszins passende termijn. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast
37
Zienswijze 16 (9) – Natuurbeschermingswacht Meppel en omstreken 1. Wet- en regelgeving
Reactie: De Omgevingsvisie geeft aan wat we als gemeente Westerveld belangrijk vinden en wat we willen bereiken. Deze ambities kunnen verder gaan dan beleid en regels van Rijk en Provincie. Dit betekent niet dat we ons onttrekken van geldende wetten en regels. Die wetten en regels gelden altijd en voor iedereen. We zijn ons er terdege van bewust dat wetten en regels op het niveau van Europa, Rijk, provincie en waterschap invloed hebben op het gebruik en de inrichting van de fysieke leefomgeving. Tegelijk hebben we daarop slechts beperkte invloed. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast. 2. Kwetsbaarheid plannen en/of projecten
Reactie: Voor beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording onder zienswijze 15 onderdeel 3. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast.
38
Zienswijze 17 (30) – Natuur en milieufederatie Drenthe 1. Totstandkomingsproces
Reactie: Het college neemt met instemming en dankbaarheid kennis van deze opmerking. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 2. Regierol
Reactie: In deze zienswijze worden zaken genoemd die goed aansluiten bij de koers die we willen varen, namelijk de koers naar een toekomstbestendig Westerveld. Wat betreft het onderwerp ‘woningbouw’ en ‘bedrijvigheid’ wordt aangedrongen op een goede landschappelijke inpassing. Wij onderschrijven dat belang en hebben de waarden en kwaliteiten van ons landschap als fundament voor de Omgevingsvisie genomen. Zie bijvoorbeeld 1.2 onder 1 en hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie. Ook willen we inzetten op energie-neutrale, natuurinclusieve en klimaatbestendige woningbouw en bedrijvigheid. Daarbij past het gebruik van duurzame, zoveel mogelijk bio-based materialen. Wij zullen dit verwoorden in hoofdstuk 1.4.5. van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie zullen we de elementen die worden genoemd als uitgangspunten (en ter inspiratie) opnemen. 39
Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast 3. Circulaire aanbesteding
Reactie: Het college neemt kennis van deze opmerking, die buiten de reikwijdte valt van de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 4. Recreatie
Reactie: In de Omgevingsvisie wordt gesteld dat we streven naar een verbetering van het toeristisch recreatieve palet en dat kwaliteit hierbij voorop moet staan. Om het aspect kwaliteit nader te duiden in de visie, zal worden toegevoegd dat hierbij wordt gestreefd naar duurzame, energieneutrale, natuurinclusieve en klimaatbestendige ontwikkeling. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast 5. Landbouw
40
Reactie: Reclamant verwijs in het eerste deel van de zienswijze naar deze passage: In de afgelopen jaren heeft de transitie naar duurzame (kringloop)landbouw vorm gekregen. Als gemeente hebben we die transitie ondersteund en begeleid. De (milieu)druk op de woon- en leefomgeving is afgenomen. Onze agrarische sector bloeit. Deze passage staat te lezen in paragraaf 1.3.2 van de Omgevingsvisie. In die paragraaf is het toekomstbeeld van de gemeente verwoord, geschreven vanuit het jaar 2040. In de Omgevingsvisie zal worden verduidelijkt dat het om een toekomstbeeld gaat. Wat betreft de gewasbeschermingsmiddelen het volgende. Op dit moment wil de gemeente niet zover gaan kwetsbare gebieden en/of spuitvrije zones aan te wijzen. Wij wachten de ontwikkelingen op landelijk niveau af en blijven vooralsnog aansluiten bij de landelijke regelgeving. Daarnaast nemen we deel aan een pilot die zich richt op een verminderd middelengebruik in de landbouw. In deze pilot testen boeren innovatieve spuittechnieken, het gebruik van weerbare rassen en ecologisch minder belastende producten. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast 6. Gemeente overstijgende afstemming
Reactie: Samenwerking in de regio is voor ons belangrijk en vanzelfsprekend. Grote opgaven op het gebied van energietransitie en klimaatadaptatie kunnen individuele gemeenten niet zondermeer zelf oppakken en oplossen. Op de genoemde terreinen vindt dan ook intensieve samenwerking en afstemming plaats. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast
41
Zienswijze 18 (11) – WMD Drinkwater B.V. 1. Duurzaam veiligstellen drinkwatervoorziening
Reactie: Het college onderschrijft het belang van een goede, veilige en gezonde drinkwatervoorziening. Het aangedragen tekstvoorstel (zie hieronder bij zienswijze 2) zal worden verwerkt in de Omgevingsvisie. De aangedragen afbeeldingen worden eveneens opgenomen in de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast. 2. Voortdurende opgaven
Reactie: Het college beaamt dat de bescherming van grondwatervoorzieningen een voortdurende opgave is. De in de verleden tijd geschreven passage is de situatie die we in 2040 bereikt willen hebben. Het tekstvoorstel zal worden overgenomen. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast.
42
3. Bodemenergie
Reactie: Het college neemt kennis van gebieden waar restricties en/of verboden gelden voor bodemenergie. Dit zal als aandachtspunt worden benoemd in paragraaf 1.4.4. van de Omgevingsvisie. Ook zal in de Omgevingsvisie een afbeelding worden opgenomen van de ligging van de betreffende gebieden. Zie de beantwoording onder voorgestelde ambtshalve aanpassingen (pagina 69). Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast.
43
Zienswijze 19 (19) – Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) 1. Samenwerking
Reactie: Allereerst wil het college opmerken de ambtelijke reactie te beschouwen als een formele zienswijze. Het is goed om te lezen dat de ontwerp-omgevingsvisie voldoende aanknopingspunten bevat voor een goede samenwerking de komende jaren. Samenwerking zal inderdaad de sleutel zijn bij de realisering van alle opgaven en ambities. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 2. Suggesties Gemeentebrede keuzes
44
Reactie: U doet een aantal suggesties voor aanpassing en aanvulling van de Omgevingsvisie. Deze nemen wij over in de zin dat: [eerste bullet] We in paragraaf 1.4.5 aangeven dat het aspect klimaatverandering integraal onderdeel is van het locatiekeuzeproces van bedrijventerreinen en recreatieparken. [derde bullet] De uitvoeringsagenda aanvullen met de relevante onderdelen uit de ambitie ‘een gezond en groen Westerveld’. [vierde bullet] De uitvoeringsagenda aanvullen met de onderwerpen water en klimaatadaptatie. Het aanbod om betrokken te worden bij het locatiekeuzeproces met betrekking tot woningbouw wordt in dankbaarheid aanvaard. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast. 3. Suggesties Gebiedskompassen
Reactie: De eerste en derde bullet betreffen voorstellen voor tekstuele aanpassing. Deze worden overgenomen. De begrenzing van de beekdalen (tweede bullet) is overgenomen uit een recente landschappelijke indeling die binnen de gemeente wordt gebruikt in diverse beleidsdocumenten. Op die manier ontstaat er binnen de gemeente een eenduidige werkwijze. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast
45
4. Uitvoeringsaspecten
Reactie: De uitvoeringsaspecten van water en klimaat lenen zich inderdaad goed voor een programmatische aanpak. Als vervolg op deze Omgevingsvisie zal dit verder worden uitgewerkt, waarbij uw suggestie wordt meegenomen. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast 5. Achtergrond
Reactie: Hoofdstuk 5 geeft een dwarsdoorsnede van de relevante beleidsstukken. [Eerste bullet] In bijlage 4 worden zaken als Fluvius, het Watertakenplan en klimaatadaptatie wel genoemd. De Watervisie zal in hoofdstuk 5.3 worden toegevoegd. Verder wordt ook verwezen naar de voorgestelde ambtshalve aanpassingen (pagina 69). [tweede en derde bullet] De genoemde onderdelen zullen in overeenstemming worden gebracht met de laatste stand van zaken. Conclusie De Omgevingsvisie wordt wel aangepast 46
Zienswijzen van particuliere indieners
47
Zienswijze 20 (12) – particuliere indiener
Zienswijze 21 (24) – particuliere indiener
Zienswijze 22 (28) – particuliere indiener
48
Zienswijze 23 en 24– particuliere indieners (gelijkluidend) (31 en 32)
Reactie: De zienswijzen 20 t/m 24 hebben betrekking op het aspect gewasbeschermingsmiddelen. De beantwoording hieronder heeft betrekking op al deze zienswijzen. In de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat de gemeente streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan onder die ambitie worden geschaard. In de Omgevingsvisie wordt opgemerkt dat de gemeente wat dat betreft de landelijke regels volgt. We houden vast aan die lijn. Tegelijk volgen we de ontwikkelingen en nemen we deel in een pilot duurzame bollenteelt Drenthe gericht op het verminderen van middelgebruik. Volledigheidshalve willen wij benoemen dat de Omgevingsvisie koers en richting geeft, maar kan en mag geen concrete maatregelen bevatten. Daarvoor zijn andere instrumenten nodig, zoals het Omgevingsplan en -programma’s. Naast dat wij bij hogere overheden aandacht vragen voor de problematiek en deze succesvol agenderen, leveren we als gemeente een bijdrage aan een pilot die zich richt op een verminderd middelengebruik in de landbouw. In deze pilot testen boeren innovatieve spuittechnieken, het gebruik van weerbare rassen en ecologisch minder belastende producten. Als gemeente spreken we de wens uit dat deze pilot leidt tot uitkomsten waarin de belangen van inwoners en agrariërs samenkomen. Conclusie De Omgevingsvisie wordt niet aangepast