Nota Omgevingskwaliteit Frederiksoord-Wilhelminaoord
Tekst van het document
Nota omgevingskwaliteit Frederiksoord-Wilhelminaoord Gemeente Westerveld
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave Leeswijzer:
Pag
•
Hoe werkt de nota omgevingskwaliteit Frederiksoord-Wilhelminaoord
•
Overzicht gebieden 5
•
Stappenplan Omgevingskwaliteit 6
•
Gebiedsbeschrijving - beknopte historie 7
1. Kernkwaliteiten bestaande koloniewoningen- Niveau hoog
3
10
•
Criteria 11
•
Criteria zonnepanelen op dak 12
•
Criteria warmtepompen 13
•
Criteria zonnepanelen in veldopstelling 14
2. Kernkwaliteiten nieuwe koloniewoningen- Niveau hoog
15
•
Criteria 16
•
Criteria zonnepanelen op dak 17
3. Kernkwaliteiten karakteristieke bebouwing - Niveau hoog •
18
Criteria 19
4. Kernkwaliteiten buitengebied 20 •
Criteria 21
•
Criteria zonnepanelen 22
5. Kernkwaliteiten Wilhelminaoord 23 •
Criteria invalswegen en groen- Niveau hoog
24
•
Woonwijken en grootschalige functies in het groen - Niveau regulier
25
•
Criteria zonnepanelen - Niveau regulier 26
Thematische criteria 28 Bijlagen 35
2 van 45
Leeswijzer: Hoe werkt de nota omgevingskwaliteit Frederiksoord-Wilhelminaoord Inleiding Het beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wil-
een belangrijk instrument om te sturen op de
De beoordeling vindt normaliter plaats aan de
beeldkwaliteit in dit gebied.
hand van criteria uit de gemeentelijke nota omgevingskwaliteit. Deze beoordeling is gekoppeld aan
helminaoord is een uniek gebied in de gemeente Dit document vomt een aanvulling op de nota
bepaalde gebieden en hun kenmerken, voor deze
omgevingskwaliteit (welstandsnota) voor dit
gebieden gelden dan gebiedsgerichte criteria.
De kernen en het gebied rondom Frederiksoord en
specifieke gebied. Deze nota gaat specifieker op
Deze nota vult voor het gebied van het beschermd
Wilhelminaoord zijn op 6 november 2009 aange-
de verschillende kwaliteiten en deelgebieden
dorpsgezicht de gebiedsgerichte criteria van de
wezen als beschermd dorpsgezicht als bedoeld in
van dit gebied in. Naast het optimaliseren van de
nota omgevingskwaliteit aan en dient voor dit
de Monumentenwet 1998. De Koloniën van Welda-
sturingsmogelijkheden is het tevens stimulerend
onderdeel als toetsingskader voor de beoordeling
digheid zijn in de zomer van 2021 uitgeroepen tot
bedoeld. Door middel van referentiebeelden en
van bouwplannen door de gemeentelijke advies-
UNESCO Werelderfgoed. Vier Koloniën van Welda-
principetekeningen wordt kwaliteit in het be-
commissie van de gemeente.
digheid hebben de UNESCO status ontvangen. De
schermd gezicht gestimuleerd. De nota formu-
voormalige landbouwkoloniën in Frederiksoord,
leert de randvoorwaarden met betrekking tot de
De nota geeft opdrachtgevers, ontwerpers en bou-
Wilhelminaoord, Veenhuizen en het Belgische
vormgeving van volumes, de kapvorm, positio-
wers, vooraf informatie waaraan bouwplannen
Wortel vormen samen één transnationaal UNESCO
nering en de vormgeving en materialisering van
moeten voldoen. Daarnaast is het een inspiratie-
Werelderfgoed.
ontwikkelingen.
bron voor kwaliteit. In de eerste hoofdstukken
In het omgevingsplan (o.b.v. het oude bestem-
worden de historische kenmerken en steden-
Met het in werking treden van de Omgevingswet
mingsplan) staan regels waar een bepaald gebied
bouwkundige structuren van het beschermd ge-
is voor de aangewezen UNESCO Werelderfgoe-
juridisch aan moet voldoen. Er staat bijvoorbeeld
zicht beschreven. De nota richt zich primair op het
deren in Nederland ook het Besluit Kwaliteit
welke functies op een bepaalde plek zijn toege-
architectuurbeeld en erfinrichting voor dit gebied.
Leefomgeving van kracht. In dit besluit worden de
staan en aan welke bouwregels moet worden
Voor de overige aspecten (algemene criteria etc.)
kernkwaliteiten van de UNESCO Werelderfgoede-
voldaan. Wat betreft het uiterlijk en samenhang
blijft de huidige nota omgevingskwaliteit van de
ren nationaal geborgd. Deze kernkwaliteiten zijn
van de bebouwing en de relatie tussen bebouwde
gemeente Westerveld van toepassing.
door de provincie uitgewerkt in hun omgevingsver-
en onbebouwde omgeving, zijn criteria opgesteld.
ordening conform artikel 7.3 en 7.4 van dit besluit;
Via deze criteria wordt er gestuurd op de ruimtelij-
de kernwaarden zijn in het ruimtelijk beleid van
ke kwaliteit en de toekomstbestendigheid van dit
de gemeente inmiddels geborgd. Deze nota vormt
gebied.
Westerveld.
3 van 45
Leeswijzer: Hoe werkt de nota omgevingskwaliteit Frederiksoord-Wilhelminaoord Werkwijze
Door de gemeenteraad is een gemeentelijke adviescommissie benoemd. Deze heeft als taak alle aanvragen voor een omgevingsvergunning te beoordelen op ‘uiterlijk van bouwwerken’ (redelijke eisen van welstand) en of er geen monumentale waarden worden verstoord. Dit gebeurt zowel op zichzelf als in relatie tot de omgeving en de verwachte ontwikkelingen daarin. Initiatiefnemers kunnen met een eerste idee of een al verder uitgewerkt bouwplan langskomen bij het Breed Erfgoedoverleg. Daar maakt men een inschatting of de plannen binnen de uitgangspunten van deze nota passen. Plannen dienen uiteindelijk formeel getoetst te worden door de gemeentelijke adviescommissie. De praktijk leert dat een bezoek aan het Breed Erfgoedoverleg in het begin van het proces vaak sneller een goed eindresultaat oplevert. Hoe werkt de nota omgevingskwaliteit
Het beleid voor welstand speelt in op verschillende situaties op diverse plekken. Het is verstandig om met verschillende type criteria te werken. Soms zijn criteria voor een specifiek gebied handig en soms is het beter om criteria voor het hele beschermd gezicht toe te passen. Hier volgt een uitleg per type criteria.
Verschillende type criteria
beschermd gezicht is hoog. In de bufferzones is
Het beleid gaat op hoofdlijnen uit van verschillen-
er ruimte voor meer ontwikkeling. Afhankelijk van
de type criteria: gebiedsgerichte criteria, snel-
de ruimtelijke kwaliteit en de ouv’s van een gebied
toetscriteria en themagerichte criteria.
zijn de criteria meer of minder streng. Toetsing
Gebiedsgericht: Bouwplannen hebben impact op hun omgeving en de aansluiting op de omgeving is voor deze plannen van groot belang. Per gebiedstype gelden daarom gebiedsgerichte criteria die uitgaan van de bestaande karakteristieken en kernkwaliteiten van het betreffende (deel) gebied. Sneltoets: (alleen van toepassing in bufferzone m.u.v. karakteristieke panden/monumenten zie kaart pagina 5). Een groot deel van de bouwaan-
vragen in dit gebied betreft veel voorkomende kleine bouwwerken, zoals dakkapellen, erfafscheidingen en aanbouwen. Deze criteria omschrijven heel concreet en objectief hoe bouwwerken er uit dienen te zien. Themagericht: Deze criteria gaan over een
vindt plaats op alle niveaus op de aspecten situering, context, vormgeving, schaal- en maatverhoudingen, materiaal, textuur, kleur en detaillering, erfindeling en inpassing o.b.v. de cultuurhistorie. In de hoge niveaus zullen de criteria op detailniveau strenger zijn terwijl op het reguliere niveau meer op globale aspecten zoals situering, vorm en kleur zal worden getoetst. Niveau Hoog
•
De koloniewoningen
•
Het buitengebied
•
De historische kernen en invalswegen
•
Karakteristieke bebouwing
•
Unesco attributes
Strenge criteria: kwaliteit behouden en waar mogelijk versterken en herstellen.
specifiek thema die voor het hele gebied van het
Niveau Regulier
beschermd gezicht gelden zoals reclame.
•
Woonwijken
•
Grootschalige functies in het groen (scholen
Gebiedsgerichte criteria: Twee welstandsniveaus
Alhoewel de gemeente waarde hecht aan alle bebouwing is het niet nodig overal de hoogste eisen te stellen. Het algehele ambitieniveau in dit
etc.) •
Bedrijventerrein
Gemiddelde criteria: kwaliteit behouden en waar mogelijk versterken. 4 van 45
Kaart Gebied en type bebouwing
Gebieden Buitengebied Bedrijventerrein (bufferzone) Kern Wilhelminaoord (bufferzone) Buitengebied (bufferzone) Lintbebouwing (Frederiksoord)
Type bebouwing Bestaande koloniewoningen Nieuwe koloniewoningen
Begrenzing Begrenzing plangebied (BG)
Stappenplan Omgevingskwaliteit Leeswijzer: Hoe werkt het beeldkwaliteitplan
Waar wilt u bouwen? De locatie zegt veel over het belang van de plek. Kijk op de gemeentelijke website of op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), wat er nog meer voor beleid van toepassing is voor deze plek. Of vraag de informatie op bij de gemeente.
U gaat bouwen in het beschermd dorpsgezicht? De koloniegeschiedenis is van grote waarde voor de gemeente, begin met het lezen van de nota, de Omgevingsvisie Westerveld en het nominatiedossier: ontdek de ambities van de gemeente.
1
3 2
Vergeet u niet naar buiten te gaan? Wat is er te zien en te horen rondom uw locatie en in het huidige straat- en bebouwingsbeeld? Maak foto’s en spreek met de mensen uit uw omgeving!
4 Dit gebied is opgebouwd uit verschillende gebieden, elk met een eigen sfeer en karakter. Een nieuw plan moet daar bij passen. Onderzoek goed de kenmerken van de plek.
5
Verdiep u in de plek. Historische kaarten zijn een bron van informatie en helpen u de plek beter te begrijpen. De website www.topotijdreis.nl is een goede site voor historische kaarten. Daarnaast is er de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart (onderdeel van de Omgevingsvisie).
6 Schakel hulptroepen in en laat u adviseren door professionals. Een architect, stedenbouwer of landschapsontwerper kan u helpen en is bekend met het beleid en de processen van de gemeente. Kom langs bij het breed erfgoedoverleg waar u vanuit diverse invalshoeken kan worden geholpen.
7 Durf te experimenteren en verras de gemeente met een nieuw en eigentijds ontwerp passend bij de bebouwingskarakteristieken van de omgeving en het landschapstype.
-
8 Inspiratie nodig? In deze nota zitten verschillende voorbeelden en tips op het gebied van natuurinclusief bouwen.
Alle stappen doorlopen? Maak via de afdeling vergunningverlening een afspraak voor het spreekuur omgevingskwaliteit (welstand) om uw plan te bespreken! 6 van 45
Gebiedsbeschrijving - beknopte historie Voor een uitgebreide beschrijving zie TOELICHTING bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord gemeente Westerveld (Drenthe) ex artikel 35 Monumentenwet 1988 Huidig ruimtelijke karakter
van het achterliggende land. Het rechtlijnige van de
De koloniën Frederiksoord en Wilhelminaoord heb-
assen wordt versterkt door de laanbeplanting van
ben een vrij onregelmatige vorm. De reden hiervoor
eiken of beuken. Tussen de bomen zijn doorzichten
was dat de Maatschappij afhankelijk was van de
naar het geometrisch opgezette land erachter. De
grond die ze kon aankopen. De koloniën zijn grofweg
kavels in het koloniegebied Frederiksoord-Wilhel-
in drie gebieden onder te verdelen. Het eerste gebied
minaoord wijken in vorm en grootte sterk af van de
betreft de oude kolonie I, vanaf de M.E van de
omliggende kavels. In de huidige ruimtelijke opbouw
Meulenweg tot de Maj. Van Swietenlaan. Het tweede
is nog steeds veel bewaard gebleven van de oude
gebied is grofweg de oude kolonie II, die loopt vanaf
koloniestructuur, die voortvloeit uit de ontwikkelings-
de Maj. Van Swietenlaan tot ongeveer het huidige
geschiedenis van het gebied. Het rechtlijnige wegen-
Wilhelminaoord. Het derde gebied loopt vanaf het
patroon, versterkt door laanbeplanting van diverse
huidige Wilhelminaoord tot de provinciegrens. Dit
boomsoorten, de assen met gelijkvormige kleinscha-
(chronologische) onderscheid komt onder meer
lige bebouwing op regelmatige afstand en de kleine
tot uiting in het feit dat in alle drie de gebieden de
landbouwpercelen, bepalen nog steeds de
hoofdweg anders is georiënteerd.
landschappelijke karakteristiek van Frederiksoord-Wilhelminaoord. Ook wegen die wel zijn geas-
Ruimtelijke structuur
falteerd en verbreed, bezitten nog steeds hun
De koloniehuisjes zijn met de voorzijde naar de Ko-
oude karakter door de laanbeplanting en het recht-
ningin Wilhelminalaan gericht, de hoofdas. Daarnaast
lijnige karakter. Er zijn een aantal nieuwe wegen
liggen de koloniehuisjes lang de lange assen en niet
aangelegd (bijvoorbeeld Boergrup), waarbij de laan-
aan de assen die hier dwars op staan. In gebied 1
beplanting en het rechtlijnige karakter zijn overge-
liggen de koloniehuisjes bovendien niet in
nomen en hierdoor aansluiten op het karakter van
een noord-zuidas of een noordwest-zuidoostas, zoals
de koloniestructuur. Daarnaast is in de wegstructuur
in gebied 2 en 3 het geval is, maar in een noord-
een goed herkenbare rangorde aanwezig, die slechts
oost-zuidwestas, bijna haaks op de andere twee
op enkele plaatsen door verkeerskundige ingrepen is
gebieden. De bebouwing is gelegen aan één of
verstoord. Hoofdwegen lopen door terwijl dwarsver-
beide zijden van de weg, afhankelijk van de grootte
bindingen soms ten opzichte van elkaar verspringen. 7 van 45
Gebiedsbeschrijving - beknopte historie Voor een uitgebreide beschrijving zie TOELICHTING bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord gemeente Westerveld (Drenthe) ex artikel 35 Monumentenwet 1988 Door de aanwezigheid van verharde en onverharde
en zijn wegen verdwenen. Een goed voorbeeld hier-
(zand)wegen, als de Hooiweg en de Vredeslaan,
van is de weg, die parallel liep aan de Graaf van Lim-
wordt eveneens het onderscheid in hoofd- en secun-
burg Stirumlaan en het oostelijke deel van de oude
daire wegen benadrukt. In de jonge woongebieden
kolonie I begrensde.
van Wilhelminaoord, die losstaan van de Maatschappij van Weldadigheid, loopt de oude wegstructuur
Bebouwing
gewoon door (M.A. van Naamen van Eemneslaan).
In samenhang met het wegenpatroon is ook de
Hierdoor zijn deze weinig karakteristieke gebieden
bebouwingsstructuur belangrijk voor de karakteris-
in de hoofdstructuur van Frederiksoord-Wilhelmi-
tieke ruimtelijke opbouw. De bebouwing bestaat uit
naoord ingebed. De Westerbeeksloot, grotendeels
open enkel- of dubbelzijdige bebouwingslinten langs
drooggevallen en dichtgegroeid, die door het hele
de lange assen met koloniehuisjes op regelmatige
gebied liep is nog steeds aanwezig. Ook de greppels
afstand en bijzondere bebouwing op kruispunten.
en sloten tussen weg en land bestaan nog voor het
De hoeveelheid grond bij de kolonistenwoningen
grootste deel en bepalen samen met de laanbeplan-
was afhankelijk van de fase waarin de hoeves waren
ting het profiel van de weg. De doorzichten vanaf de
gebouwd. Deze gronden lagen naast en achter de
openbare weg naar het achterliggende open gebied
koloniehoeves, wat het gebied een regelmatig pa-
zijn voor het grootste deel nog aanwezig. Op een
troon gaf. Dit regelmatige patroon is in de loop van
aantal plekken zijn deze doorkijken verdwenen door
de tijd wel veranderd. In 1864 is men begonnen om
nieuwbouw of de aanplant van bomen. Sommige
de schaalvergroting door te voeren. De vrijboeren
gebieden waren voor de kolonie (bijvoorbeeld Ster-
kregen meer grond en de rest van de kavels werd on-
rebosch) of tijdens de aanleg van de kolonie (bijvoor-
derdeel van grote boerenbedrijven. In Frederiksoord
beeld bebossing langs de Hooiweg) al verdicht. Op
werd hoeve Koning Willem III opgericht en in Wil-
een aantal plekken wordt echter niet op de oude
helminaoord de hoeve Prinses Marianne. Dit waren
structuur aangesloten.
alleen schuren waar kolonisten onder leiding van de
Het rechtlijnige karakter van een aantal wegen is ge-
Maatschappij werkten. Deze hoeves zijn in de loop
wijzigd door verkeerstechnische ingrepen. Daarnaast
van de tijd aangepast aan de eisen van dat moment.
ontbreekt op een aantal plaatsen de laanbeplanting
Zo is er bij hoeve Prinses Marianne een woonhuis 8 van 45
Gebiedsbeschrijving - beknopte historie Voor een uitgebreide beschrijving zie TOELICHTING bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord gemeente Westerveld (Drenthe) ex artikel 35 Monumentenwet 1988
geplaatst. Bij hoeve Koning Willem III staat een oud
Tijdens de ontwikkeling van de koloniën werden
Rustoord I en Rustoord II, die nog steeds in het
koloniehuisje dat wordt bewoond. Van de kolonie-
daarnaast verschillende voorzieningen en werkplaat-
gebied te vinden zijn. Het gebied is tevens van belang
huisjes zijn er veel verdwenen of verbouwd. Zo zijn
sen op de kruispunten gevestigd, zoals de Van
als onderdeel van de keten van Weldadigheids-
de koloniehoeves langs de Hooiweg en Vaartweg
Swieten tuinbouwschool of de bakkerij. Deze bijzon-
koloniën, die in het begin van de 19e eeuw in het
bijna volledig verdwenen. Toch is er nog een aantal
dere bebouwingselementen zijn grotendeels nog
Drents-Friese grensgebied werden gesticht.
plekken als de Koningin Wilhelminalaan en aan de
aanwezig en in de meeste gevallen aangewezen als
M.A. van Naamen van Eemneslaan, waar de koloniewaar de koloniehuisjes de bebouwingsstructuur nog
rijksmonument.
goed laten zien.
WAARDERING
buitengewoon belang, omdat de inrichting ervan een
Historisch-ruimtelijke waarden Het gebied is geografisch en landschappelijk van
Het beschermd gezicht Frederiksoord-Wilhelmina-
grotendeels onverstoorde neerslag vormt van boven-
Daarnaast zijn er gebieden waar de oude bebou-
oord is van buitengewoon belang vanwege de
genoemde activiteiten. Bijzonder aan dit gebied is
wingsstructuur is gewijzigd. Vooral in Wilhelminaoord
culturele en sociaal-economische ontwikkelingen
het rechtlijnige wegen- en verkavelingpatroon met
en langs de koningin Wilhelminalaan en de Maj.
van het gebied als gevolg van de activiteiten van de
gelijkvormige koloniehoeven, die op een regelmatige
Van Swietenlaan is veel nieuwe bebouwing en bedrij-
Maatschappij van Weldadigheid.
afstand van elkaar staan. De rechtlijnige structuur
vigheid gekomen. Hierdoor is niet alleen de bebou-
De achterliggende gedachte van de Maatschappij
wordt door de bomenlanen benadrukt. De ruimte-
wingsstructuur gewijzigd, maar worden ook de
om werkgelegenheid te combineren met scholing en
lijke structuur werd beïnvloed door de grond die de
open doorzichten bij de laanbeplanting geblokkeerd.
huisvesting in een kolonie, maakt dit gebied
Maatschappij in eigendom kon krijgen. De werk-
Deze doorkijken waren tijdens de kolonietijd echter
uniek. In Europees verband wordt dit zelfs gezien als
plaatsen en voorzieningen werden op kruispunten
ook deels verloren gegaan door de bosaanplant
één van de meest toonaangevende activiteiten voor
geconcentreerd. In 1864-1865 werd hier een andere
op onvruchtbare kavels. De aanzet voor de kernvor-
de 19e-eeuwse armoedebestrijding in Europa. De
structuur van een aantal grote boerderijen overheen
ming in Frederiksoord was al voor de aanleg van
Maatschappij introduceerde daarnaast ook de voor-
gelegd. Sporen van de oude koloniestructuur zijn
de koloniën aanwezig. Hier lagen de gebouwen Huis
lopers van het ziekenfonds en de leerplicht. Het hoge
nog steeds aanwezig en door de aanwezigheid van
Westerbeek en de herberg. Later functioneerden
voorzieningenniveau blijkt daarnaast uit de verschil-
opeenvolgende boerderijtypen is de historische
deze respectievelijk als kantoor en hotel voor de
lende schoolgebouwen en de bejaardentehuizen,
gelaagdheid van het gebied nog steeds goed aflees-
Maatschappij.
baar.
9 van 45
1. Kernkwaliteiten bestaande koloniewoningen verbouwd. Op een aantal plekken zijn de koloniewoningen echter nog aanwezig en laten de bebouwingsstructuur goed zien. Dit is onder meer het geval aan de Koningin Wilhelminalaan en aan de M.A. van Naamen van Eemneslaan. De overgebleven (onaangetaste) koloniewoningen zijn veelal aangemerkt als monument. Een kenmerk van de koloniewoningen is dat de onderlinge afstand tussen de woningen per gebied kan verschillen door de beschikbare kavels. Wat blijft is de regelmaat die het beeld van het gebied van de kolonie bepaalt. Het woongedeelte is opgetrokken in een roodbruine baksteen in kruisverband. Het rietgedekte zadeldak heeft aan de achterzijde een dakschild en een kenmerkende gemetselde nokhoekschoorsteen met Bestaande koloniewoningen
uitkragende rand in de topgevel. De gevels van het woongedeelte worden geleed
Bestaande koloniewoningen (niveau hoog)
door staande schuifvensters voorzien van doorgaans
De koloniewoningen kenmerken zich door hun klein-
een 6 of 12-ruits roedenverdeling. De vensters zijn
schaligheid. Zij werden opgetrokken uit baksteen en
voorzien van een rollaag. De topgevel is verder voor-
steken door hun witte kleurstelling met rieten daken
zien van vlechtingen en twee kleine zoldervensters.
af in het landschap. De kleine woonruimten werden
De gemetselde zijgevels van het woongedeelte zijn
al snel uitgebreid met een houten achterhuis dat als
soms wit geschilderd op een grijs geschilderde plint.
stal en schuur kon worden gebruikt. Bij latere kolo-
Bij sommige woningen is ook de voorzijde witge-
niewoningen is dit hout door steen vervangen. Van
schilderd. Het houten schuurgedeelte is in donker
de koloniewoningen zijn er veel verdwenen of
potdekselwerk op gemetselde voet opgetrokken. 10 van 45
1. Criteria koloniewoningen (bestaand) Niveau hoog Algemeen •
Materialen en kleuren moeten voldoen aan het
•
•
uitgevoerd in potdekselwerk. •
De achterzijde mag overwegend in glas uitgevoerd worden.
brede houten delen, van minimaal 17 centimeter,
kleurenschema. Dit schema is te vinden in de bijlage bij deze nota op in Bijlage 1 op blz 36.
Gevels van achterhuizen geheel of gedeeltelijk in
•
Luiken zijn toegestaan, mits goed gemotiveerd, conform voorbeelduitwerking, zie bijlage 2.
Dakbedekking in riet met gesmoorde keramische rietvorst of niet-geglazuurde of gesmoorde gebak-
Koloniewoning en aanbouw •
De karakteristieke verticale gevelindeling dient
•
•
•
Kozijnen, ramen en deuren in hout.
de detaillering, toegepast te worden.
•
Glas: blank, niet spiegelend.
Historische houtafmetingen en profilering van kozijnen, ramen, deuren, goten en daklijsten dienen
Aangebouwd bijgebouw en tussenlid
behouden te blijven of gereconstrueerd te worden.
•
Bestaande detailleringen in de gevels zoals vlecht•
nomen in de toelichting van het omgevingsplan, zie bijlage 3. •
Gevels, ramen en deuren van hout.
•
Kozijnen van hout, als de gevels.
•
Dakbedekking in cementgebonden golfplaten.
Eenvoudig, sober (vlak en strak) detailleren, met de kenmerkende eenvoud van een schuur.
Erfinrichting
Geen historiserende detaillering, geen dakover-
•
Het zicht vanaf de straat handhaven, d.w.z. de voortuin opent zich zoveel mogelijk naar de straat.
Tussenlid ondergeschikt vormgeven tussen kolo-
Dit betekent dat bij een sloot of een greppel een
toegestaan.
niewoning en aangebouwd bijgebouw. Uitvoeren
haag daar evenwijdig aan niet is gewenst. In de
De gootlijn wordt niet doorbroken, m.u.v. de vrije
geheel van glas of in hout (vlak) met een minimaal
zijtuinen is streekeigen beplanting zoals bijv.
doorloop van een deur/doorgang (opwipper) kan
boeideel, of een combinatie van hout en glas.
beuken-, liguster en meidoornhagen toegestaan.
•
•
Gevels in brede houten delen (werkend minimaal
Coniferen en andere exoten zijn niet toegestaan.
een eenvoudige omlijsting, op basis van het trend-
17 cm) uitgevoerd in potdekselwerk. Deze dienen
setter ontwerp in dit gebied.
horizontaal te worden aangebracht. Een gevelplint
Gevels in de oorspronkelijke baksteen handhaven.
in een donker gekleurd steenachtig materiaal
Aanhelingen in eenzelfde baksteen inclusief pas-
maximaal 30 cm boven maaiveld.
fruitbomen planten. In verband met het karakteris-
Dakbedekking in niet-geglazuurde of gesmoorde
tieke open en gesloten landschap is het belangrijk
send voegwerk, dat is afgestemd op het bestaande
•
De gevels, of gedeelten daarvan, die nu gestu-
•
•
kadoord of geverfd zijn, mogen in kleur of uiterlijk
Goot uitsluitend een aangehangen mast- of bak-
Sloten en greppels handhaven en indien mogelijk herstellen.
•
gebakken pannen.
voegwerk. •
Uitvoering conform het referentiebouwplan opge-
stekken.
Per dakvlak maximaal 2 dakvensters met een
de daklijn eenmalig worden onderbroken middels
•
•
•
maximale afmeting van 80x100 cm (b x h) zijn •
Goot uitsluitend een aangehangen mast- of bak-
Er dient zorgvuldige, bij het gebouwtype behoren-
werk etc. dienen behouden te blijven. •
Vrijstaand bijgebouw
goot van zink (of eventueel koper).
behouden te blijven. •
ken pannen.
Op het achtererf of in de open zijtuin (hoogstam)
dat een gedeelte van de tuin open blijft. •
Parkeren zoveel mogelijk ondergeschikt oplossen.
goot van zink (of eventueel koper).
Dat wil zeggen niet op de voorgrond van het ter
niet gewijzigd worden, behalve voor historische
•
Kozijnen van hout, als de gevels.
rein zodat de gebouwen en groen het beeld blijven
correcte reconstructie.
•
Ramen en deuren van hout.
domineren. 11 van 45
1. Criteria Koloniewoningen (bestaand) Zonnepanelen op dak - Niveau hoog Criteria zonnepanelen op het dak •
Op het hoofdvolume (woning) en op rieten daken zijn geen zonnepanelen toegestaan.
•
Zonnepanelen zijn ondergeschikt aan het bebouwingsbeeld.
•
Zonnepanelen op hellende daken zijn vanaf de achtergevel naar voren geordend en zeer beperkt zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Volledige vulling van het dakvlak heeft de voorkeur.
•
De panelen worden geplaatst per dakvlak, in aaneengesloten vlakken, in eenvoudige geometrische vormen (rechthoek/vierkant/strook). Overige elementen zoals dakdoorvoeren, dakramen etcetera, mogen de eenvoud van de vlakken niet verstoren.
•
Toepassen ‘all-black’ panelen is het uitgangspunt. (bij twijfel type in overleg met de secretaris van de GAC).
•
Zonnepanelen op platte daken (van bijgebouwen) zijn toegestaan wanneer ze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte.
•
Bij nieuwbouw zijn zonnepalen toegestaan bij volledige integratie in het dakvlak, waarbij de zonnepanelen visueel een geheel vormen met de
Algemeen Het beleid is om zonnepanelen zo onopvallend mogelijk te plaatsen. Daarom hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten voor plaatsing.
dakbedekking. •
beslaan dienen deze op minimaal de afstand van 1
1. Probeer eerst de panelen te plaatsen op een dakvlak van een bijbehorend bouwwerk (carport).
panbreedte tot de dakrand of 1 panhoogte tot de
2. Als die niet aanwezig is, plaatsing op de aanbouw of eventueel op het tussenlid. 3. Indien dit niet mogelijk is plaatsing in een achtererfgebied onder voorwaarden (criteria veldopstellingen, zie pagina 14) mogelijk.
Indien de zonnepanelen niet het volledige dakvlak
goot- en noktlijn geplaatst te worden. •
Geplaatst in dezelfde hellingshoek als het dak.
•
Aangebracht op de bestaande dakbedekking. 12 van 45
1. Criteria Koloniewoningen (bestaand) Warmtepomten - Niveau hoog Algemeen
worden gemaakt van systemen die de buitenunit in
De meeste technische installaties zijn functioneel
het dak verwerken. Dat kan nagenoeg onzichtbaar,
ontworpen en is er beperkte aandacht voor uiterlijke
zodat het dakvlak beeldbepalend blijft.
schoonheid. Dat leidt tot veel (witte) kasten, leidingen
Criteria warmtepompen Algemeen •
Een warmtepomp en alle extra elementen t.b.v. de
en buizen. Bij de plaatsing van een warmtepomp moet
In de tuin
installatie dienen ondergeschikt en samenhangend te
(naast de technisch meest geschikte plaats) ook gekeken
Een warmtepomp hoeft niet persé ín het
worden gepositioneerd en gedimensioneerd.
worden naar de aansluiting bij de omgeving en de
gebouw te staan. Er zijn mogelijkheden om een
architectuur van het gebouw. Misschien gaat u
‘installatietechnische ruimte’ te maken die onderdeel
Geïntegreerde dakunit
uw tuin opnieuw aanleggen waardoor u bij de plaatsing
is van het tuinontwerp. Denk bijvoorbeeld aan een
•
van hagen rekening kunt houden met de plek van een
ombouw en een haag die de warmtepomp aan het
dakraam. De unit afstemmen en uitlijnen op de
warmtepomp.
zicht onttrekt.
overige onderdelen van het dak, zoals dakkappellen,
Positie verglijkbaar met het toevoegen van een
dakramen en zonnepanelen tot een rustig en Geschikte plekken Een warmtepomp wordt doorgaans geplaatst op de plek
eenvoudig geheel. •
waar dat installatietechnisch zo aantrekkelijk mogelijk is.
Eenvoudige uitstraling in een donkere kleur, aansluitend op de kleur van het dak.
En natuurlijk in afstemming met de wettelijke afstand tot de erfgrens, maar dit draagt niet altijd bij aan de uitstraling
Losse unit in de tuin
van de unit. De gemeente hanteert daarom enkele critria
•
waarbij plaatsing mogelijk is onder voorwaarden.
minste 2 meter achter de voorgevel rooilijn. •
In het dak De meeste cv-ketels – en bijbehorend installatiewerk
De unit staat op een ondergeschikte positie, lees ten Er dient een ombouw toegepast te worden in en zwarte kleur.
•
De unit dient te worden geïntegreerd in het
- worden op zolder geplaatst. De belangrijkste reden
tuinontwerp. Waarbij afscherming van de unit door
hiervoor is de beschikbare ruimte en daarnaast is het
een haag een minimale vereiste is.
handig voor de afvoer van rookgassen. Een hybride warmtepomp, die samenwerkt met de cv-ketel, wordt daarom ook vaak op zolder geplaatst naast de cv-ketel. Indien er sprake is van een buitenunit, dan kan er gebruik 13 van 45
1. Criteria Koloniewoningen (bestaand) Zonnepanelen in veldopstelling Niveau hoog Algemeen
Landschappelijke inpassing en schaal
bij de erfinrichting of de tuinaanleg. Alle panelen
Kleine veldopstellingen zijn mogelijk. Kijk eerst goed
•
Aansluiten bij de bestaande landschapsstructuur.
dienen in dezelfde richting te worden gelegd (dus
naar de kenmerken van het erf. In dit gebied is het
•
Bij verdiept aanleggen, geen aantasting van het
niet landscape en portrait combineren).
zorgvuldig landschappelijk inpassen van zonnepanelen uitdagend en verdient het aanbeveling om een
landschap toegestaan. •
landschapsdeskundige in te schakelen.
Indien de panelen zichtbaar zijn vanaf de openbare
Utilitaire ondersteunende bouwwerken.
weg of aansluiten bij het open landschap dan de
•
Ondersteunende nutsgebouwtjes of andere
panelen landschappelijk inpassen door middel
bouwwerken liggen niet aan de naar openbaar
Situering
van een groen (blijvende) inheemse beplanting
toegankelijk gebied gerichte zijde; en zijn
•
Alleen kleinschalige veldopstelling (max. 16
die minimaal dezelfde hoogte heeft; tenzij dit ten
panelen) zijn mogelijk, waarbij de omvang van de
opzichte van de cultuurhistorische waarden niet
opstelling in goede verhouding is tot de schaal
wenselijk is. Een op zichzelf staande groene ‘koffer’
van de omgeving en/of de tuinaanleg en passend
in het landschap is niet wenselijk, het groen moet
binnen de structuurlijnen van de landschappelijke
op een logische wijze aansluiten op bestaande
en terughoudend in kleur (bijvoorbeeld grijs of
verkaveling.
landschappelijke structuren.
donkergroen).
•
De opstelling heeft een duidelijke rangschikking
•
in een aansluitend, gelijkmatig patroon en
•
Ondersteunende nutsgebouwtjes of andere bouwwerken zijn in gedekte tinten (grijs, antraciet).
•
Eventuele hekwerken zijn transparant, hout
Landschappelijke inpassing moet aansluiten bij de schaal en karakter van de bestaande omgeving en
eenvoudige vorm zoals een vierkant of rechthoek, op voldoende afstand van de perceelsgrens; of een
onopvallend gepositioneerd. •
geintegreerd zijn met de bestaande erfinrichting. •
De omvang van de opstelling is in goede
vorm die de landschappelijke verkaveling volgt.
verhouding met de schaal van het erf, de
De opstelling zo veel mogelijk als onderdeel van
tuinaanleg of de agrarische verkaveling.
het achtererf positioneren achter de hoofdwoning •
(boerderij) in de vorm van een ‘moestuin’.
Type constructie en zonnepaneel/-collector/richting
Hoogte afhankelijk van de zichtbaarheid van
•
de plek minimaliseren. Geen panelen in hoogte
Per opstelling dient er 1 type constructie en zonnepaneel/-collector te worden toegepast in een
koppelen (boven elkaar plaatsen).
kleur, inclusief omranding (donkerzwart/all black). •
Plaatsing in regelmatig patroon (in een rechthoek of op één lijn), waarbij de hoofdrichting aansluit
14 van 45
2. Kernkwaliteiten nieuwe koloniewoningen •
structuurherstel en versterking;
•
handhaven rechtlijnige, orthogonale structuur;
•
waarborgen van de doorzichten naar het achterliggende gebied;
•
terugbouwen op historische plaatsen onder strikte voorwaarden;
•
geen bebouwing op de dwarslinten;
•
samenhang met andere functies;
•
vaste uitgangspunten voor de terreininrichting.
Het ontwerp van de nieuwe koloniewoningen is gebaseerd op een groeimodel. De basis is een koloniewoning, het instapmodel, met een oppervlak van 76 m2. Deze woning kan desgewenst worden uitgebreid met een aanbouw en een uitbreiding van het hoofdgebouw. Tevens is de plaatsing van een vrijstaand bijgebouw mogelijk. De nieuwe woningen Nieuwe koloniewoningen
zijn duurzaam opgericht en voorzien van een aardwarmtepomp en zonnecollectoren. Tevens wordt er
Nieuwe koloniewoningen (niveau hoog)
op het eigen erf een zonnecelinstallatie geplaatst.
In de loop der jaren zijn vele koloniewoningen
Om de energievraag zoveel mogelijk te beperken,
verdwenen. Om de historie en de structuur van het
zijn de woningen voorzien van een kierdichte ‘schil’.
landschap terug te brengen, zijn enkele koloniewo-
Het voorhuis bestaat uit rustige rode baksteen, met
ningen op of nabij dezelfde plaatsen teruggebouwd.
kenmerkend symmetrisch gevelontwerp inclusief
De woningen krijgen dezelfde karakteristieke ken-
karakteristieke schoorsteen, verwijzend naar de
merken als de originele woningen. Bij de terugbouw
bestaande koloniewoningen. Het dak is uitgevoerd
van de koloniewoningen zijn de volgende uitgangs-
in een eenvoudige donkere pan en het achterhuis in
punten in acht genomen:
zwart potdekselwerk. 15 van 45
2. Criteria Koloniewoningen (nieuw) Niveau hoog Algemeen
is opgenomen in de toelichting van het voor het
Vrijstaand bijgebouw
•
gebied geldende omgevingsplan.
•
Materialen en kleuren moeten voldoen aan het kleurenschema. Dit schema is te vinden in de bijlage bij deze nota op in Bijlage 1 op blz 36.
nomen in de toelichting van het omgevingsplan, Aangebouwd bijgebouw en tussenlid •
Eenvoudig, sober (vlak en strak) detailleren, als
Koloniewoning en aanbouw
een schuur, conform het referentietype opge-
•
nomen in het voor het gebied geldende bestem-
Voor wat betreft gevelindeling en detaillering
mingsplan omgevingsplan.
wordt verwezen naar het referentiebouwplan wat is opgenomen in de toelichting van het voor het
•
gebied geldende omgevingsplan. •
• • • •
Per dakvlak zijn maximaal 2 dakvensters met een
•
Dakbedekking in cementgebonden golfplaten.
•
Kozijnen van hout, als de gevels.
•
Ramen en deuren van hout, als de gevels.
Geen historiserende detaillering, geen dakoverstekken etc.
Erfinrichting
Tussenlid ondergeschikt vormgeven tussen kolo-
•
Het zicht vanaf de straat op de koloniewoning cre-
niewoning en aangebouwd bijgebouw. Uitvoeren
ëren, d.w.z. de voortuin opent zich zoveel mogelijk
geheel van glas of in zwart hout (vlak) met een
naar de straat. Dit betekent dat bij een sloot of
Gevels in een bruinrode baksteen, conform de bij
minimaal boeideel, of een combinatie van hout en
een greppel een haag daar evenwijdig aan niet is
de gemeente aanwezige referentiesteen.
glas.
gewenst. In de zijtuinen is streekeigen beplanting
Gevels in brede houten delen (werkend minimaal
zoals bijv. beuken-, liguster en meidoornhagen
brede houten delen, minimaal 17 cm, uitgevoerd.
17 cm), Deze dienen horizontaal te worden aan-
toegestaan. Coniferen en andere exoten zijn niet
Dakbedekking gesmoorde gebakken pannen.
gebracht. Een gevelplint in een donker gekleurd
Goot uitsluitend een aangehangen mast- of
steenachtig materiaal maximaal 30 cm boven
bakgoot van zink (of eventueel koper), waarbij de
maaiveld.
Gevels van achterhuizen geheel of gedeeltelijk in
•
•
Kozijnen, ramen en deuren in hout, detaillering
•
werp koloniewoning van de toekomst.
•
Voor aanbouwen geldt het referentiebouwplan wat is opgenomen in de toelichting van het voor het gebied geldende omgevingsplan.
•
Sloten en greppels handhaven en indien mogelijk herstellen.
•
Op het achtererf of in de open zijtuin (hoogstam)
gebakken pannen.
fruitbomen planten. In verband met het karakteris-
Goot uitsluitend een aangehangen mast- of bak-
tieke open en gesloten landschap is het belangrijk dat een gedeelte van de tuin open blijft.
Kozijnen, ramen en deuren in hout, detaillering
•
Parkeren zoveel mogelijk ondergeschikt oplossen,
zoals raamdorpels etc. conform het referentieont-
dat wil zeggen niet op de voorgrond van het ter-
werp koloniewoning van de toekomst.
rein zodat de gebouwen en groen het beeld blijven
De achterzijde mag overwegend in glas uitgevoerd
domineren.
worden.
De nok wordt op de voorgevel beëindigd met een schoorsteen, conform het referentiebouwplan wat
Dakbedekking in niet-geglazuurde of gesmoorde
toegestaan. •
goot van zink (of eventueel koper).
zoals raamdorpels etc. conform het referentieont-
•
Gevels in hout.
•
toegestaan.
staan.
•
zie bijlage 3 •
maximale afmeting van 80x100 cm (b x h) zijn
hemelwaterafvoer niet aan de kopgevel is toege•
Uitvoering conform het referentiebouwplan opge-
•
Luiken zijn toegestaan, mits goed gemotiveerd, conform voorbeelduitwerking, zie bijlage 2. 16 van 45
2. Criteria Koloniewoningen (nieuw) Zonnepanelen op dak - Niveau hoog Criteria zonnepanelen op het dak •
Op het hoofdvolume (woning) en op rieten daken zijn geen zonnepanelen toegestaan.
•
Zonnepanelen zijn ondergeschikt aan het bebouwingsbeeld.
•
Zonnepanelen op hellende daken zijn vanaf de achtergevel naar voren geordend en zeer beperkt zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Volledige vulling van het dakvlak heeft de voorkeur.
•
De panelen worden geplaatst per dakvlak, in aaneengesloten vlakken, in eenvoudige geometrische vormen (rechthoek/vierkant/strook). Overige elementen zoals dakdoorvoeren, dakramen etcetera, mogen de eenvoud van de vlakken niet verstoren.
•
Toepassen ‘all-black’ panelen is het uitgangspunt (bij twijfel type in overleg met de secretaris van de GAC).
•
Zonnepanelen op platte daken (van bijgebouwen) zijn toegestaan wanneer ze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte.
•
Bij nieuwbouw zijn zonnepalen toegestaan bij volledige integratie in het dakvlak, waarbij de zonnepanelen visueel een geheel vormen met de
Algemeen Het beleid is om de zonnepanelen zo onopvallend mogelijk te plaatsen. Daarom hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten voor plaatsing.
dakbedekking. •
beslaan dienen deze op minimaal de afstand van 1
1. Probeer eerst de panelen te plaatsen op een dakvlak van een bijbehorend bouwwerk (carport)
panbreedte tot de dakrand of 1 panhoogte tot de
2. Als die niet aanwezig is, plaatsing op de aanbouw of eventueel op het tussenlid. 3. Indien dit niet mogelijk is plaatsing in een achtererfgebied onder voorwaarden (criteria veldopstelling, zie pagina 12) mogelijk. 4. Voor andere duurzame toevoegingen op het perceel zoals warmtepompen, zie de criteria op pagina 13.
Indien de zonnepanelen niet het volledige dakvlak
goot- en noktlijn geplaatst te worden. •
Geplaatst in dezelfde hellingshoek als het dak.
•
Aangebracht op de bestaande dakbedekking. 17 van 45
3. Kernkwaliteiten karakteristieke bebouwing
Monumenten Naast de kenmerkende linten met koloniewoningen zijn een aantal koloniewoningen als monument aangewezen of hebben de status van UNESCO attribute. Dit betreft o.a. scholen, boerderijen en dienstwoningen. Dat betekend dat zij op basis van het geldende monumentenregister of hun waarde als UNESCO atribute door de GAC op het aspect cultuurhistorische waarden worden beoordeeld. De criteria uit dit hoofdstuk ondersteunen deze beoordeling. Deze monumenten hebben hun eigen unieke karakter en de beoordeling van verbouwplannen is doorgaans altijd maatwerk. Karakteristieke bebouwing Naast de monumenten zijn er nog diverse gebouwen aangemerkt als karakteristieke bebouwing. Zij ondersteunen het verhaal en de ruimtelijke structuur van de kolonie. Dit betreft o.a. dienstwoningen, boerderijen en een vrijboerhoeve. Dit zijn nadrukkelijk geen monumenten, maar wel kenmerkende gebouwen die behoudenswaardig zijn, met name om hun situering en silhouet. De gebouwen verschillen in karakter en de beoordeling van verbouwplannen is doorgaans altijd maatwerk. Karakteristieke bebouwing
De criteria op de volgende pagina zijn van toepassing voor deze categorie bouwwerken.
18 van 45
3. Criteria Monumenten en karakteristieke bebouwing Niveau hoog Algemeen
hebben mits deze in harmonie zijn met de be-
in aaneengesloten vlakken, in eenvoudige
•
staande bebouwing.
geometrische vormen (rechthoek/
Materialen en kleuren moeten voldoen aan het kleurenschema. Dit schema is te vinden in de bijla-
•
Gevels van bijgebouwen en aanbouwen in een-
vierkant/strook). Overige elementen zoals
zelfde steen als het hoofdgebouw, of in hout kleur
ge bij deze nota op in Bijlage 1 op blz 36.
dakdoorvoeren, dakramen etcetera, mogen de
zwart. Detaillering •
•
Bestaande karakteristieke gevelindelingen en de-
Zonnepanelen (algemeen)
tailleringen zoals vlechtwerk etc. dienen behouden
Het beleid is om de zonnepanelen zo onopvallend
te blijven.
mogelijk te plaatsen. Bij monumenten en
Er dient zorgvuldige, bij het gebouwtype behoren-
karakterstieke bebouwing is dit vaak maatwerk.
de detaillering, toegepast te worden. •
Historische houtafmetingen en profilering van kozijnen, ramen, deuren, goten en daklijsten dienen behouden te blijven of gereconstrueerd te worden.
Materiaal en kleurgebruik •
Aansluiten bij het bestaande materiaal- en kleurgebruik, tenzij afwijkend materiaalgebruik op basis van historisch onderzoek gemotiveerd kan
•
uitgangspunten voor plaatsing.
eventueel het tussenlid.
De gevels, of gedeelten daarvan, die nu gestu-
Hier volgen achtereenvolgens criteria voor plaatsing
kadoord of geverfd zijn, mogen in kleur of uiterlijk
op dak en op het erf.
in hout, in de traditionele kleuren wit en donkergroen. •
Dakbedekking van hoofd- en bijgebouwen in ge-
Criteria zonnepanelen op het dak
•
bebouwingsbeeld. •
Latere toevoegingen mogen een eigentijdse stijl
Zonnepanelen op hellende daken zijn vanaf de achtergevel naar voren geordend en zeer
bakken, niet-geglazuurde of gesmoorde pannen. •
Zonnepanelen zijn ondergeschikt aan het
beperkt zichtbaar vanaf de openbare ruimte. •
De panelen worden geplaatst per dakvlak,
Zonnepanelen op platte daken (van bijgebouwen) zijn toegestaan wanneer ze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte.
•
Bij nieuwbouw zijn zonnepalen toegestaan bij volledige integratie in het dakvlak, waarbij de zonnepanelen visueel een geheel vormen met de dakbedekking.
•
Indien de zonnepanelen niet het volledige dakvlak beslaan dienen deze op minimaal de
3. Indien dit niet mogelijk is plaatsing in een achtererfgebied onder voorwaarden mogelijk.
De kozijnen, ramen en deuren e.d. zijn uitgevoerd
•
dakvlak van een bijbehorend bouwwerk (carport).
niet gewijzigd worden, behalve voor historische •
de GAC).
1. Probeer eerst de panelen te plaatsen op een 2. Als die niet aanwezig is op een aanbouw of
Toepassen ‘all-black’ panelen is het uitgangspunt. (Bij twijfel type in overleg met de secretaris van
De gemeente hanteert de volgende algemene
worden.
reconstructie.
eenvoud van de vlakken niet verstoren. •
afstand van 1 panbreedte tot de dakrand of 1 panhoogte tot de goot- en noktlijn geplaatst te worden. •
Geen zonnepanelen plaatsen op rieten daken.
•
Geplaatst in dezelfde hellingshoek als het dak.
•
Aangebracht op de bestaande dakbedekking.
Criteria warmtepompen zie pagina 13 Criteria zonnepanelen in veldopstelling zie pagina 14 19 van 45
4. Kernkwaliteiten buitengebied Voor uitgebreide gebiedsinformatie en beschrijvingen zie het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld september 2010 (ter inspiratie).
Het landschap in het plangebied is in sterke mate
Ontginningskolonielandschap (niveau hoog)
gevormd door de negentiende eeuwse ontginnings-
•
geschiedenis. De kolonies zijn gelegen op voormalige
Strakke, planmatige opzet met afwisseling in open en besloten delen; bospercelen.
venen en heideterreinen en kenmerken zich door
•
Gras- en bouwland en agrarische en natuurfunctie.
hun systematische aanleg met een van te voren
•
Eenvoudige bebouwing, soms in combinatie met
geplande landschappelijke inrichting. Frederiksoord en Wilhelminaoord liggen op de
eenvoudige schuren op het achtererf. •
droogste plaatsen in een van oorsprong tamelijk nat-
Eenvoudig materiaalgebruik en detaillering in overwegend donkere kleurstelling.
te omgeving. Door systematische ontginning van de gronden is een kleinschalig kolonielandschap gesticht, dat in een fraai contrast staat met het aan de zuidoostelijke rand gelegen meer open beekdal van de Vledder Aa. Blokvormige verkaveling, rechtlijnige patronen en lintbebouwing vormen de belangrijkste karakteristieken van het landschap. Door de geschie-
Lintbebouwing •
Bebouwingsstructuur met kenmerkende bebouwing en onregelmatige verkaveling.
•
Woningen uit diverse (historische) architectuurstijlen en perioden met sterke individuele expressie. n
denis heen is een afwisselend, kleinschalig landschap ontstaan van bossen, velden en akkers. Buitengebied De huidige agrarische erven zijn vergroot in schaal, Bedrijventerrein (bufferzone) Kern Wilhelminaoord (bufferzone) Buitengebied (bufferzone) Lintbebouwing (Frederiksoord)
met grotere schuren op het achtererf. Dit betreffen eenvoudige schuren in donkere kleuren met doorgaans goflprofielplaat op het dak. Uitzondering op dit beeld vormt de lintbebouwing van Frederiksoord aan de Vledderweg en enkele bedrijven ter hoogte van de kruising Kon.Wilhelminalaan en P.W. Janssenlaan
20 van 45
4. Criteria buitengebied - Niveau hoog Algemeen •
Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw, compositie en detail het uitgangspunt;
kleurenschema. Dit schema is te vinden in de bijlage
bij boerderijen onderscheid tussen voor- en
bij deze nota op in Bijlage 1 op blz 36.
achter huis zichtbaar houden. Dakkapellen op het
Situatie •
•
Materialen en kleuren moeten voldoen aan het
•
De landschappelijke structuur, de positie en
gebouw. •
verfijnde profilering of vergelijkbare materialen.
achterhuis zijn niet toegestaan.
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Gevels gericht op de openbare ruimte zijn
•
materiaalkeuze of detaillering, hier is ruimte
De architectuur is afgestemd op de lokale streekeigen
voor. Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de
directe omgeving zijn richtinggevend bij nieuwbouw.
en (cultuurhistorische) stijlkenmerken zoals forse
gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria
De bebouwing sluit aan op de bestaande
kappen, lage goten en staande gevelopeningen.
uit de ‘nota omgevingskwaliteit gemeente Westerveld‘
•
erfstructuur.
van toepassing.
De verschijningsvorm dient de ruimtelijke kwaliteit
Detaillering
van de bebouwing in de directe omgeving te
•
ondersteunen op traditionel of eigentijdse wijze. • Hoofdvorm • • • •
De detaillering is afgestemd op de
Erfafscheidingen
bebouwingskenmerken in de omgeving.
•
Groene erfscheidingen met streekeigen beplanting
De details zijn afgestemd op de lokale streekeigen en
zijn het uitgangspunt. Erfafscheidingen respecteren
(cultuurhistorische) stijlkenmerken.
het landschap door een ingetogen vormgeving en
De hoofdvorm is passend (qua maat en schaal) bij de
(overwegend donkere) kleurstelling.
bebouwing in de omgeving.
Materiaal en kleurgebruik
Er dient een eenduidige en eenvoudige hoofdvorm te
•
Er dienen oorspronkelijke materialen uit de
Utilitaire bouwwerken (zoals warmtepompen)
worden toegepast (geen geschakelde volumes).
omgeving te worden toegepast, natuurlijke uitstraling
•
In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie
(voldoende structuur, niet glimmend) waarbij
materiaalgebruik moeten reageren op de locatie
wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk.
het gebruik van baksteen, dakpannen of riet en
ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en
potdekselwerk overheerst.
bebouwingsstructuur en vormen een onderge-
Er dient een traditionele kapvorm te worden toegepast zoals een zadelkap of een schildkap.
Voor (losstaande) schuren, niet zijnde een achterhuis, zijn •
Dak: donkergrijze golfplaat of vergelijkbare uitstraling
Situering, vorm, detaillering, kleur en
schikt en onopvallend element ten opzichte van de
aanvullend de volgende materialen toegestaan: Architectuurstijl en gevel (compositie) •
Een nieuwe bouwwijze heeft consequenties voor
representatief vormgegeven.
oriëntatie van de bebouwing op het erf en in de
•
Wanden in donkere kleuren: sandwichpanelen met
omgeving. •
De situering en inpassing van utilitaire bouwwerken
De architectuur is passend in het gebied en de gevel
(geen dakpanplaten). Er moet sprake zijn van een
zoals NUTS voorzieningen mogen geen afbreuk doen
is samenhangend vormgegeven.
verfijnde profilering passend bij de schaal van het
aan de bebouwing en de gebiedskarakteristieken.
21 van 45
4. Criteria landschap Zonnepanelen - Niveau hoog
Zonnepanelen op dak
Technische installaties
Hellend dak
•
Geplaatst in dezelfde hellingshoek als het dak;
Aangebracht op de bestaande dakbedekking;
Aaneengesloten geplaatst in een eenduidig patroon (rechthoek, vierkant of strook). Panelen zoveel mogelijk clusteren;
Minimaal 50 cm afstand tot de voorgeveldakrand;
Minimaal 50 cm afstand tot de achtergeveldakrand;
Minimaal 50 cm afstand tot de nok;
Minimaal 50 cm afstand tot overige elementen
Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving.
Criteria warmtepompen zie pagina 13 Criteria zonnepanelen in veldopstelling zie pagina 14
op het dak zoals dakdoorvoeren, dakramen etcetera;
Minimaal 20 cm afstand tot de goot;
1 type en 1 formaat per dakvlak.
De genoemde afstanden gelden niet bij dakvullende plaatsing.
Platte daken
Hoogte panelen = afstand tot dakrand. Zo goed als horizontale plaatsing, zodanig dat het niet zichtbaar is vanaf het openbare gebied.
22 van 45
5. Kernkwaliteiten Wilhelminaoord
De kern Wilhelminaoord vormt de meeste herkenba-
Groen (niveau hoog)
re kern in dit gebied en is aangewezen als bufferzo-
•
Groene ruimte met nauwelijks bebouwing, be-
ne. De bufferzones zorgen voor de bescherming van
•
Berten groeing of bomen. Het groene karakter domi-
de zichtbaarheid van de monumentale bebouwing en
neert.
het in stand houden van het landbouwlandschap met haar rechtlijnige structuur, bijzondere bomenlanen
Woonwijken (niveau regulier)
en waterwegen. Bij planontwikkeling in de bufferzo-
•
Vrijstaande woningen of twee-onder-een-kapwo-
nes moet in ruimtelijk opzicht worden gekeken naar
ningen, enkele delen zijn planmatig opgezet met
de effecten op het Werelderfgoed.
rijwoningen.
Het dient overwegend als woonkern. Binnen de kern
•
zijn er verschilende ruimtelijke eenheden te onderscheiden die in meer of mindere mate bijdragen aan
Overwegend na-oorlogse bebouwing in sobere en eenvoudige architectuur.
•
de structuur en kwaliteit van het beschermd gezicht.
De meeste woningen bestaan uit een eenvoudig volume met een zadelkap.
Hier volgen de verschillende deelgebieden en bijbe-
•
De diverse wijken zijn groen en ruim opgezet.
horende niveau’s.
•
Het groene karakter van de (voor) tuinen en groene erfscheidingen bepalen het straatbeeld.
Invalsweg
Koloniewoningen (niveau hoog) Zie kernkwaliteiten en criteria (nieuwe) kolonie-
Grootschalige functies in het groen (niveau
Woonwijken
woningen vanaf pagina 15.
regulier)
•
• Grootschalige functies in het groen Groen
Invalsweg (niveau hoog) •
Bebouwingsstructuur met kenmerkende bebou-
schalige bebouwing. •
wing en onregelmatige verkaveling. •
expressie. n
De bebouwing staat in het groen, de terreininrichting en alle gevelaanzichten zijn belangrijk
Woningen uit diverse (historische) architectuurstijlen en perioden met sterke individuele
Doorgaans ruime groene terreinen met groot-
voor het totaal beeld. •
Er is meer vrijheid in architectonische expressie mogelijk. n 23 van 45
5. Criteria Wilhelminaoord invalswegen en groen- Niveau hoog
Situatie/algemeen • De verschijningsvorm dient de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing in de directe omgeving te ondersteunen. • Een gebouw of bouwwerk dient bij te dragen aan de specifieke kernkwaliteiten van het gebied. Hoofdvorm • De hoofdmassa is helder vormgegeven en passend (qua maat en schaal) bij de bebouwing in de omgeving. Een duidelijke hoofdvorm met klassieke kap (zadel- , mansarde- , of schildkap) is het uitgangspunt. • In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. Deze toevoegingen dienen ondergeschikt te worden vormgegeven ten opzichte van het hoofdvolume. Architectuurstijl en gevel(compositie) • Gevels richting de openbare ruimte zijn samenhangend en representatief vormgegeven. • De architectuur past bij de bebouwing in de omgeving. • De gevelcompositie en de plaats, afmetingen en verhoudingen van de gevelopeningen zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd. • Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw, compositie en detail het uitgangspunt.
Detaillering / Materialisatie • De detaillering en materialisatie is zorgvuldig en afgestemd op de architectuur. Uitgangspunt vormen natuurlijke materialen zoals dakpannen of riet, gevelmetselwerk of deels hout. • De oorspronkelijke fijne detaillering van de gevel, dakgoten en daklijsten wordt als uitgangspunt genomen en dient bij te dragen aan de kwaliteit. Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik) Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit. •
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de
•
aanwezig te zijn (bijv. houten palen met gaas). Daar waar vanuit de historische context erfafscheidingen zoals hagen, hekken en muren zijn, deze als uitgangspunt nemen.
Utilitaire bouwwerken • Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving. • De situering en inpassing van utilitaire bouwwerken zoals NUTS voorzieningen mogen geen afbreuk doen aan de bebouwing en de gebiedskarakteristieken.
gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria uit de nota omgevingskwaliteit gemeente Westerveld het uitgangspunt. Tuin/erfafscheiding • Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Vergunningpslichtige erfafscheiding dienen aan te sluiten op de architectuur van de hoofdbebouwing of moeten een voldoende gevarieerd zijn, door een afwisseling van open en gesloten delen. • Bij groenblijvende erfafscheiding dient er een permanente degelijke gebouwde constructie 24 van 45
5. Criteria Wilhelminaoord Woonwijken en grootschalige functies in het groen - Niveau regulier
Situatie/algemeen • De verschijningsvorm dient de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing in de directe omgeving te ondersteunen. • Een gebouw of bouwwerk dient bij te dragen aan de specifieke kernkwaliteit (identiteit) van het gebied.
Detaillering / Materialisatie • De detaillering en materialisatie is zorgvuldig en afgestemd op de architectuur van het bestaande gebouw en de gebouwen in de omgeving • De oorspronkelijke detaillering van de bestaande architectuur is het uitgangspunt.
Hoofdvorm • De hoofdmassa is helder vormgegeven en passend (qua maat en schaal) bij de bebouwing in de omgeving. Een duidelijke hoofdvorm met kap is het uitgangspunt. • In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. Deze toevoegingen dienen ondergeschikt te worden vormgegeven ten opzichte van het hoofdvolume.
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Architectuurstijl en gevel(compositie) • Gevels richting de openbare ruimte zijn samenhangend en representatief vormgegeven. • De architectuur past bij de bebouwing in de omgeving. • De gevelcompositie en de plaats, afmetingen en verhoudingen van de gevelopeningen zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd. • Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw, compositie en detail het uitgangspunt.
Utilitaire bouwwerken • Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving.
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit. •
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria op blz. 51 het uitgangspunt.
Tuin/erfafscheiding • Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Vergunningsplichtige erfafscheiding dienen aan te sluiten op de architectuur van de hoofdbebouwing of moeten een voldoende gevarieerd zijn, door een afwisseling van open en gesloten delen. • Bij groenblijvende erfafscheiding dient er een permanente degelijke gebouwde constructie aanwezig te zijn (bijv. houten palen met gaas).
25 van 45
5. Criteria Wilhelminaoord Zonnepanelen - Niveau regulier Criteria zonnepanelen op het dak •
Zonnepanelen zijn ondergeschikt aan het bebouwingsbeeld.
•
Zonnepanelen op hellende daken zijn vanaf de achtergevel naar voren geordend en zeer beperkt zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Volledige vulling van het dakvlak heeft de voorkeur.
•
De panelen worden geplaatst per dakvlak, in aaneengesloten vlakken, in eenvoudige geometrische vormen (rechthoek/vierkant/strook). Overige elementen zoals dakdoorvoeren, dakramen etcetera, mogen de eenvoud van de vlakken niet verstoren.
•
Toepassen ‘all-black’ panelen is het uitgangspunt. (Bij twijfel type in overleg met de secretaris van de GAC).
•
Zonnepanelen op platte daken (van bijgebouwen) zijn toegestaan wanneer ze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte.
•
Bij nieuwbouw zijn zonnepalen toegestaan bij volledige integratie in het dakvlak, waarbij de zonnepanelen visueel een geheel vormen met de dakbedekking.
Algemeen
•
beslaan dienen deze op minimaal de afstand van 1
Het beleid is om de zonnepanelen zo onopvallend mogelijk te plaatsen. Daarom hanteert de gemeente de volgende
panbreedte tot de dakrand of 1 panhoogte tot de
uitgangspunten voor plaatsing; 1. Op maatschappelijke gebouwen is een maatwerkoplossing noodzakelijk. 2. Probeer eerst de panelen te plaatsen op een dakvlak van een bijbehorend bouwwerk. 3. Indien dit niet mogelijk is plaatsing in een achtererfgebied onder voorwaarden mogelijk. Hier volgen criteria voor plaatsing op het dak.
Indien de zonnepanelen niet het volledige dakvlak
goot- en noktlijn geplaatst te worden. •
Geen zonnepanelen plaatsen op rieten daken.
•
Geplaatst in dezelfde hellingshoek als het dak.
•
Aangebracht op de bestaande dakbedekking.
•
Platte daken: hoogte panelen = afstand tot dakrand. 26 van 45
5. Criteria Wilhelminaoord Zonnepanelen - Niveau regulier
Zonnepanelen op dak Hellend dak
Geplaatst in dezelfde hellingshoek als het dak;
Aangebracht op de bestaande dakbedekking;
Aaneengesloten geplaatst in een eenduidig patroon (rechthoek, vierkant of strook). Panelen zoveel mogelijk clusteren;
Minimaal 50 cm afstand tot de voorgeveldakrand;
Minimaal 50 cm afstand tot de achtergeveldakrand;
Minimaal 50 cm afstand tot de nok;
Minimaal 50 cm afstand tot overige elementen op het dak zoals dakdoorvoeren, dakramen etcetera;
Minimaal 20 cm afstand tot de goot;
1 type en 1 formaat per dakvlak.
Platte daken
Hoogte panelen = afstand tot dakrand.
Technische installaties
•
Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving. 27 van 45
DEEL II
THEMATISCHE CRITERIA
28 van 45
Sneltoetscriteria (alleen van toepassing in bufferzone m.u.v. attributes)
29 van 45
Sneltoetscriteria Algemeen Sneltoetscriteria
•
Sneltoetscriteria zijn voorschriften voor (veel
Maatvoering:
voorkomende) kleine en/of eenvoudige bouwplannen
•
Van het hoofdgebouw afgeleide detaillering. Afstand van de aan- of uitbouw aan de zijgevel
•
Plat afgedekt of met een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, dakhelling en nokrichting.
•
Overkapping: Lichte constructie met max. drie
die omgevingsvergunningplichtig zijn. Deze
tot de voorgevel is minimaal 1,00 meter tenzij
wanden, waarvan er max. twee tot de constructie
criteria omschrijven heel concreet en objectief hoe
het omgevingsplan een andere plaatsing
behoren. De maximale maatvoering van kolommen
mogelijk maakt.
is maximaal 30x30 centimeter breed.
bouwwerken er uit dienen te zien om niet strijdig te zijn met “redelijke eisen van welstand”.
•
Hoogte: niet hoger dan 0,3 meter boven
De sneltoetscriteria zijn allen van toepassing in
de vloer van de eerste verdieping van het
Maatvoering:
de bufferzones van het beschermd gezicht met
hoofdgebouw en onder de gootlijn van het
•
uitzondering van de attributes/karakateristieke bebouwing en monumenten.
hoofdgebouw (voorkant en zijkant).
zijgevel tot de voorgevel is minimaal 1 meter, tenzij
•
Breedte: maximaal 2/3 van de gevel (voorkant).
het omgevingsplan een andere plaatsing mogelijk
•
Diepte:
Criteria voor bijbehorende bouwwerken aan het
- Voorkant: maximaal 1,50 meter ten
hoofdgebouw Vormgeving: • • • •
•
De afstand van bijgebouw of overkapping aan de