CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering TAM-omgevingsplan

Politieke avond Westerveld 24 juni 2025, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM omgevingsplan Dorpsstraat 3 Zorgvlied (spreekrecht)16.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Motivering TAM-omgevingsplan

Dorpsstraat 3, Zorgvlied

December 2024

Versie: Ontwerp

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp

TAM-omgevingsplan “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied”

Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied NL.IMRO.1701. 509TAMDorpsstraat3-0001 TAM-omgevingsplan Ontwerp December 2024

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HET OMGEVINGSPLAN .................................................................................................................................. 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2 3.3

PLANBESCHRIJVING EN GEWENSTE ONTWIKKELING............................................................................................ 10 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING...................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 12

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 4.1 4.2 4.3 4.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 17 BELEID WATERSCHAP ................................................................................................................................. 19 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 20

HOOFDSTUK 5 ASPECTEN VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING ......................................... 25 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................................................... 25 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 27 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 OMGEVINGSVEILIGHEID............................................................................................................................... 29 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 31 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 32 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 35 GEZONDHEID ............................................................................................................................................ 35 DUURZAAMHEID ........................................................................................................................................

37 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37 GEUR ...................................................................................................................................................... 38

HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 40 6.1 6.2 6.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 40 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 40 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 42

HOOFDSTUK 7 UITVOERBAARHEID...................................................................... 43 7.1 7.2

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................ 43 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.......................................................................................................... 43

HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 44 8.1 8.2 8.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 44 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 44 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 44

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 45 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 46 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 47 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 48

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend TAM-omgevingsplan bevat de planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de gewenste ontwikkeling van de bewoners van de bedrijfswoning aan de Dorpsstraat 3 (hierna initiatiefnemers). De initiatiefnemers van voorliggend TAM-omgevingsplan wensen de aanduiding van de huidige bedrijfswoning te verplaatsen, zodat de huidige bedrijfswoning gebruikt kan worden als recreatieve woning en een nieuwe bedrijfswoning op een ander deel van het plangebied gebouwd mag worden. Binnen het plangebied is de benodigde recreatieve functie reeds aanwezig. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Zo moet de aanduiding van de bedrijfswoning verplaatst worden. De gemeente Westerveld heeft na een positieve beoordeling in het vooroverleg (29 januari 2024) besloten om medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling. Hiervoor dient te worden aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorliggend TAMomgevingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de rand van de kern Zorgvlied, in de gemeente Westerveld. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Diever, sectie A, nummer 2066. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Zorgvlied en de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging plangebied (bron: plattekaart.nl)

De bij het plan behorende stukken

Het TAM-omgevingsplan “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek. nr. NL.IMRO.1701. 509TAMDorpsstraat3-0001) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de functies en gebiedsaanwijzingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld met een motivering. De toelichting geeft een duidelijk beeld van de wijziging van het omgevingsplan en de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van de wijziging.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp

1.4

Het omgevingsplan

1.4.1

Geldend omgevingsplan

Het perceel ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Westerveld. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 17 juli 2024. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: • •

Bestemmingsplan “bestemmingsplan Kleine Kernen 2009”, vastgesteld op 29 september 2009; Bestemmingsplan “Kleinschalige hernieuwbare energie”, vastgesteld op 20 december 2022.

Voor de duiding van het planologische regime van het plangebied zijn met name “bestemmingsplan Kleine Kernen 2009” van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels van de bruidsschat. In de afbeeldingen zijn uitsneden van de verbeeldingen behorende bij het bestemmingsplannen opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief weergegeven met rode stippellijn.

Afbeelding 1.2 Verbeelding behorende bij bestemmingsplan “bestemmingsplan Kleine Kernen 2009” (Bron: omgevingswet.overheid.nl)

1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Op grond van het bestemmingsplan “bestemmingsplan Kleine Kernen 2009” zijn de gronden binnen het plangebied bestemd als ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie’ met bouwvlakken, maatvoeringen en enkele aanduidingen. Hier onder wordt ingegaan op het huidige planologische regime: Ter plaatse van de recreatiewoning en bedrijfswoning is de aanduiding ‘cultuurhistorische waarde’ en ‘bedrijfswoning’ opgenomen binnen het bouwvlak. De maximale goothoogte en bouwhoogte bedragen respectievelijk 3 en 7 meter.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp Ter plaatse van het kleine bijgebouw is een bouwvlak aanwezig. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 3 en 5 meter. Ter plaatse van het bijgebouw dat als atelierruimte wordt gebruikt is een bouwvlak aanwezig en ligt over een deel van het gebouw de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht bij grondingrepen met een oppervlakte van meer dan 1.000 m2. De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt hier respectievelijk 3 en 5 meter. 1.4.3

Volledige beschrijving strijdigheden met geldend bestemmingsplan

Op basis van het geldende omgevingsplan is het bouwen van een bedrijfswoning enkel mogelijk op plaatsen waar een aanduiding hiervoor aanwezig is. Deze aanduiding ontbreekt op de gewenste bouwlocatie naast het atelier. Daarnaast dient de aanduiding van de bedrijfswoning verwijderd te worden op de plaats van de huidige bedrijfswoning. Door het verwijderen van de aanduiding kan het voorhuis gebruikt worden als recreatiewoning. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in de gewenste juridische planologische kaders om het voornemen te kunnen realiseren. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAM-omgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. Juridisch maakt het TAMomgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente.

Technisch is het dat niet, waardoor aanvullende (voorrangs)regels noodzakelijk zijn. Hier wordt in hoofdstuk 6 nader op ingegaan.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Drenthe, het waterschap en de gemeente Westerveld beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving de revue. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 vooroverleg, inspraak en zienswijzen besproken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE

Aan de Dorpsstraat 3 in Zorgvlied zijn een recreatiewoning, een bedrijfswoning en enkele bijgebouwen aanwezig. Om de gebouwen is een tuin aangelegd. Het meest zuidelijk gelegen gebouw (de huidige bedrijfswoning en de recreatiewoning) zijn aangeduid als cultuurhistorisch waardevol gebouw. De recreatiewoning betreft een groepsaccommodatie, geschikt voor maximaal 12 personen. Het noordwestelijke bijgebouw wordt gebruikt als atelier. De andere kleinere bijgebouwen betreffen opslagruimten en een garage. Op het achtererf en bij de huidige bedrijfswoning is een ruimte ingericht als parkeerplaats voor de recreatiewoning. De initiatiefnemers van voorliggend TAM-omgevingsplan wonen in de bedrijfswoning aan de voorzijde van de recreatiewoning. Het plangebied ligt aan de rand van de kern Zorgvlied. Aan de noordwestelijke zijde van het plangebied is een klein kerkgebouw aanwezig. Voor de rest bestaat de omgeving van het plangebied voornamelijk uit woonfuncties, agrarische gronden en een horecafunctie ten zuiden van het plangebied. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven. Hierin is het plangebied met rode stippellijn aangegeven. In afbeelding 2.2 wordt de woning met bijbehorende schuur op het voormalige agrarische bedrijfsperceel weergegeven. Afbeelding 2.3 weergeeft het zicht op het atelier vanaf de Dorpsstraat.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp

Afbeelding 2.2

Huidige recreatiewoning met bedrijfswoning vanaf de Dorpsstraat (Bron: Google Streetview)

Afbeelding 2.3

Huidige situatie atelier (Bron: Initiatiefnemers)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

In hoofdstuk 2 is ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1

Planbeschrijving en gewenste ontwikkeling

De initiatiefnemers van voorliggend TAM-omgevingsplan hebben het voornemen een nieuwe bedrijfswoning te bouwen en het historisch waardevolle pand binnen het plangebied te gebruiken als twee recreatiewoningen. De ontwikkeling komt voort uit de wens om flexibeler te zijn in de groepen gasten die kunnen worden ontvangen op de locatie en meer overnachtingen te kunnen aanbieden in de rustige en dorpse omgeving. Deze omgeving past goed bij de doelgroep die de initiatiefnemers wensen te faciliteren en waar behoefte naar is onder de huidige bezoekers van de bestaande recreatiewoning. De huidige groepsaccommodatie voor 12 personen wordt voornamelijk gebruikt door families en schildersgroepen. Deze gasten zijn met name op zoek naar accommodaties die niet in vakantieparken staan. Daarnaast maken de schildersgroepen regelmatig gebruik van het bestaande atelier binnen het plangebied. In het voorhuis, ter plaatse van de huidige bedrijfswoning, kan een recreatiewoning gerealiseerd worden voor maximaal 6 personen. De uitbreiding met de extra slaapplaatsen is een logische aanvulling op het bestaande aanbod van 12 slaapplekken. De bezetting van de groepsaccommodatie voor 12 personen is gedurende het grootste gedeelte van het jaar vol. Het betrekken van het voorhuis bij het aanbod aan slaapplekken zorgt voor meer flexibiliteit in de verhuur en het type groepen dat kan worden gefaciliteerd.

Daarnaast biedt het voorhuis gasten de mogelijkheid om zich terug te trekken, bijvoorbeeld wanneer jonge kinderen mee zijn. Hoewel een tussendeur aanwezig is tussen het voorhuis en de groepsaccommodatie, zullen de twee recreatiewoningen niet worden verbouwd tot één grote recreatiewoning. De nieuw te bouwen, opzichzelfstaande, bedrijfswoning geeft de initiatiefnemers van het voornemen meer privacy en maakt het mogelijk de ruime kavel beter te benutten. Vanwege het toezicht op de recreatiewoning en begeleiding van recreanten is het wenselijk om een bedrijfswoning te behouden op het terrein. In afbeelding 3.1 wordt een schetstekening gegeven van een wensbeeld van de nieuwe bedrijfswoning. Momenteel wordt gewerkt aan het definitieve ontwerp. Aan de huidige bedrijfswoning in het voorhuis, die met voorliggende ontwikkeling een recreatiewoning wordt, zijn geen aanpassingen gemoeid. Het nieuwe ontwerp van de woning wordt tijdens de latere bouwaanvraag ter beoordeling voorgelegd aan de welstandscommissie.

Afbeelding 3.1

Schets van de nieuw te bouwen bedrijfswoning (Bron: Initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp

Afbeelding 3.2 Bovenaanzicht van de veranderingen binnen het plangebied, de nieuw te bouwen bedrijfswoning wordt aangeduid in het oranje (Bron: Buro3 Architecten)

3.2

Landschappelijke inpassing

In bovenstaande paragraaf is de gewenste ontwikkeling beschreven. Deze paragraaf zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke waarden. 3.2.1

Algemeen

De waardering van de landschappelijke kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke kwaliteit maakt integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 van het Bkl instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •

Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking;

Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in paragraaf 5.6.3 worden behandeld. Hier wordt kort ingegaan op de cultuurhistorische waarde van het bestaande pand. In onderstaande alinea’s wordt besproken hoe de gebiedsspecifieke landschappelijke kwaliteiten middels de voorgenomen ontwikkeling wordt versterkt. 3.2.2

Bebouwingsbeeld

Met de voorgenomen ontwikkeling zal het bebouwingsbeeld van het plangebied veranderen. De verandering zal met name plaatsvinden ter plaatse van de nieuw te bouwen bedrijfswoning. De rest van het plangebied zal

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp grotendeels ongewijzigd blijven. In de huidige situatie is reeds voldoende ruimte om te parkeren, ook voor de nieuwe parkeerbehoefte (zie paragraaf 3.3 Verkeer en parkeren). Uitgangspunten van deze nieuwe woning De nieuwe woning krijgt een eenduidig rechthoekige vorm met een zadeldak. De hoogte en de inhoud van de woning is vergelijkbaar met de andere woningen in de directe omgeving van het plangebied. Voor het uiterlijk van de woning is gekozen voor een schuurtypologie die aansluit bij het de bestaande schuur (atelier) en de garage. De karakteristieke erfstructuur van hoofdgebouw (voormalige boerderij) met een cluster van ondergeschikte bijgebouwen/schuren blijft hiermee gehandhaafd. Natuurlijke materialen als steen en hout worden gebruikt voor de uiterlijke afwerking, evenals witte gevels, een donkergroene topgevel en rode pannen. De positie van de nieuwe woning is achter de voorgevelrooilijn van de bestaande cultuurhistorisch waardevolle woning om zo de ondergeschiktheid aan het bestaande pand te schetsen. Voor de nieuwe bedrijfswoning dient een nieuwe inrit gerealiseerd te worden.

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1

Algemeen

De gemeente heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2020-2030 (GVVP). Ten aanzien van de parkeernormen wordt daarin vermeld dat bij nieuwe ontwikkelingen de parkeerkencijfers uit de CROW publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren - van parkeerkencijfers naar parkeernormen) als parkeernorm worden gehanteerd. Omdat het CROW recent de nieuwe publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024’ heeft gepubliceerd zal van deze kencijfers worden uitgegaan. Deze kencijfers van het CROW zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. 3.3.2

Uitgangspunten

Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •

Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom.

Omdat het functietype ‘recreatiewoning’ niet voorkomt in de CROW uitgave wordt de ontwikkeling benaderd volgens de meest vergelijkbare functie berekend die wel wordt gehanteerd. Dit betreft de functie ‘Bungalowpark (huisjescomplex)’. Op basis van de CROW-uitgave gelden voor de te realiseren woning en recreatiewoning in het plangebied is uitgegaan van een maximale invulling van het plangebied. Tabel met uitgangspunten Functie/activiteit Koop, huis, vrijstaand Bungalowpark (huisjescomplex) Totaal alle gebouwen 3.3.3

Parkeernorm per woning 2,4 2,2 (2,4 + (2*2,2)) = 6,8

Verkeersgeneratie per woning 8,6 2,8 (8,6 + (2*2,8))= 14,2

Parkeerbehoefte

Het uitgangspunt voor parkeren is dat er binnen het plangebied voldoende ruimte beschikbaar moet zijn om aan de parkeerbehoeften te voldoen. Voor de bedrijfswoning moeten er daarom 2,4 (afgerond naar 3) parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Voor de nieuwe woning wordt een eigen inrit gerealiseerd. Hier zal voldoende ruimte zijn om aan de parkeerbehoefte te voldoen. Door het realiseren van de nieuwe recreatiewoning neemt de parkeerbehoefte toe met 2,2 (afgerond naar 3). Het parkeren van de auto’s die worden gebruikt ten behoeve van het recreëren gebeurt achter de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp recreatiewoning (4 parkeerplaatsen) en aan de voorzijde van de woning (3 parkeerplaatsen). Doordat de parkeerplaatsen van de bedrijfswoning aan de voorzijde komen te vervallen kunnen deze gebruikt worden ten behoeve van de recreatiewoningen. De initiatiefnemer geeft aan dat op het achtererf voldoende parkeergelegenheid is om de parkeerbehoefte van de huidige recreatiewoning voor 12 personen te faciliteren. Met de 3 parkeerplaatsen die vrijkomen aan de voorzijde, door het verplaatsen van de bedrijfswoning, zijn er voldoende parkeerplaatsen over voor de nieuwe recreatiewoning. Geconcludeerd wordt dat met het reeds aanwezige aantal parkeerplaatsen voldaan wordt aan de verwachte parkeerbehoefte. 3.3.4

Verkeersgeneratie en ontsluiting

Het woonperceel is bereikbaar voor autoverkeer via de bestaande in- en uitritten op de Dorpsstraat en de weg Wateren. Beide wegen hebben voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen af te kunnen wikkelen. De extra verkeersgeneratie die wordt verwacht als gevolg van de nieuwe recreatiewoning is met 2,8 (afgerond 3) verkeerbewegingen per weekdagetmaal laag. De recreatiewoningen worden via twee in- en uitritten ontsloten. Voor de nieuwe bedrijfswoning dient een nieuwe in- en uitrit te worden gerealiseerd op de Dorpsstraat. Aan de Dorpsstraat is voldoende ruimte aanwezig om deze uitrit op een veilige en overzichtelijke wijze te realiseren. De ontwikkeling leidt dan ook niet tot verkeersproblemen. 3.3.5

Conclusie

Vanuit het aspect verkeer en parkeren is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

4.1.2

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Instructieregels Rijks (Amvb’s)

Artikel 8.0b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. b. c.

de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o

o

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp Hierna is een uitwerking gegeven inzake de Ladder voor duurzame verstedelijking, omdat deze in de praktijk veel voorkomt. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI). Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen en vervolgens beleidsneutraal overgezet naar het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit geldt ook voor de reeds opgebouwde jurisprudentie. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’, ‘stedelijke ontwikkeling’ en nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g Bkl. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid 4.1.3.1 Toetsing van het initiatief aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Voor wat betreft het verplaatsen van een bedrijfswoning en het realiseren van een recreatiewoning wordt gesteld dat de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zich niet specifiek uitlaat over lokale ontwikkelingen, zoals de ontwikkeling in de onderliggende onderbouwing. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen Rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. 4.1.3.2 Toetsing van het initiatief aan instructieregels Rijks (Amvb’s) In deze toelichting wordt ingegaan op de in paragraaf 4.1.2 genoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. 4.1.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Er is geen ondergrens bepaald voor wat

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang (toename van bebouwing of ruimtegebruik) van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Uit afdelingsjurisprudentie blijkt dat voor het realiseren van woningen geldt, dat woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen worden gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dus ladderplichtig. Hieronder worden deze uitspraken weergegeven: • •

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

Het voorliggende initiatief beperkt zich tot het realiseren van een recreatiewoning binnen bestaande bebouwing en het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning voor de huidige bewoners van het plangebied. Doordat gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing en het aantal woningen gelijk blijft wordt de ontwikkeling niet gezien als een ‘stedelijke ontwikkeling’ in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie Drenthe 2022 en de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2023 (laatst gewijzigd op 29 oktober 2024). 4.2.1

Omgevingsvisie Drenthe 2022

4.2.1.1 Algemeen Met de Omgevingsvisie Drenthe 2022 geeft de provincie invulling aan de verplichte strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving op grond van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen landbouw, natuur, water, wonen, werklocaties, verkeer en vervoer, landschap en cultureel-, aardkundig- en archeologisch erfgoed. De visie beschrijft de provinciale belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing, beschrijft het beleid en schetst de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Drenthe richting 2030. De Omgevingsvisie 2022 is een geactualiseerde versie van de Omgevingsvisie 2018. De maatschappij verandert snel, en het provinciale beleid verandert mee. Al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving dat sinds 2018 nieuw of gewijzigd is vastgesteld, is doorgevoerd in de Omgevingsvisie 2022. 4.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit en robuuste systemen De provincie Drenthe verwoordt haar missie als volgt: ‘Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten.’ Onder de Drentse kernkwaliteiten worden landschap, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden, aardkundig erfgoed, natuur, stilte en duisternis verstaan.

De missie draagt uit dat de provincie Drenthe bij nieuwe ontwikkelingen bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de provincie. Onder ‘bruisend Drenthe’ verstaat de provincie Drenthe een provincie waar het goed wonen en werken is en waar voor jong en oud veel te beleven valt. Een provincie waar ondernemerschap, cultuur en sport floreren. Als volgt wordt op de relevante kernkwaliteiten ingegaan: 4.2.1.3 Uitwerking kernkwaliteiten Kernkwaliteit landschap – Landschap van de koloniën van Weldadigheid De Koloniën van Weldadigheid zijn wereldwijd uniek, hebben de UNESCO werelderfgoed status en verdienen daarmee bijzondere aandacht. Hoewel elk van de gebieden zijn eigen karakter en sfeer heeft, hebben de koloniën ook een aantal gemeenschappelijke kenmerken. De hoofdstructuur wordt bepaald door orthogonale (‘haakse’) lijnen. De (hoofd)ontsluitingswegen worden begeleid door beplanting (lanen) en soms door kanalen of waterlossingen. Langs deze wegen bevindt zich karakteristieke bebouwing, in een ijle of dichtere BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp concentratie. De orthogonale structuur resulteert in karakteristieke boscomplexen en open ruimten met bijbehorend een grootschalige of kleinschalige (veelal blokachtige) verkaveling. Van provinciaal belang is: • • •

de rechtlijnige, structuurbepalende (hoofd)ontsluitingswegen, met daarlangs laanbeplanting; het orthogonale ingenieurslandschap met een blokachtige verkavelingsstructuur waarin bos en open ruimten elkaar afwisselen; de structuur van lintbebouwing en de hiërarchie in de architectuur van de aanliggende bebouwing (veelal haaks op de ontginning as), met een regelmatige onderlinge afstand.

Kernkwaliteit Cultuurhistorie – Rekening houden met: Maatschappij van Weldadigheid Ook in de cultuurhistorische kernwaarden worden ter plaatse van het plangebied de belangrijkste karakteristieken van de Maatschappij van Weldadigheid als volgt benoemd: •

Algemeen: een hiërarchische opbouw van orthogonale lijnen, beplanting en bebouwing in grote samenhang;

Voor Zorgvlied zijn geen specifieke ambities of kenmerken opgenomen. Toetsing van het initiatief aan de kernkwaliteiten De fysieke wijziging die wordt voorzien binnen het plangebied is het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning. Deze woning wordt gebouwd met aandacht voor de uiterlijke kenmerken van de omgeving, en van de gebouwen die werden gebouwd voor de Koloniën van Weldadigheid. De positionering achter de voorgevelrooilijn van het nieuwe gebouw maakt dat de nieuwe bedrijfswoning een ondergeschikte positie heeft vanaf de Dorpsstraat in vergelijking met het bestaande cultuurhistorisch waardevolle pand. Het bestaande pand met cultuurhistorische waarde zal geen fysieke wijzigingen ondergaan. Enkel het gebruik zal wijzigingen naar een recreatiewoning. Het voornemen sluit hiermee aan bij de visie van provincie Drenthe. 4.2.1.4 Toetsing van het initiatief aan Omgevingsvisie Drenthe Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de ‘Omgevingsvisie Drenthe’. 4.2.2

Omgevingsverordening Drenthe

De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In voorliggend geval zijn artikel 3.2 (Kernkwaliteit Cultuurhistorie) en artikel 10.5 Uitgangspunten omgevingswaarden wateroverlast relevant.

Artikel 3.2 Kernkwaliteit Cultuurhistorie 1.

Kernkwaliteit Cultuurhistorie bestaat uit de Historische infrastructuur, Kop van Drenthe, Het esdorpenlandschap rond Norg, Drentsche Aa, Assen, Hondsrug, Hunzedal en randveen, De Monden, Weerdingervenen en Roswinkel, Maatschappij van Weldadigheid, Drentse Hoofdvaart, Havelterberg, Esdorpenlandschap Vledder en Wapserveense Aa, Velden en beekdalen van Centraal Drenthe, Esdorpenlandschap rond Mars en Westerstroom, Coevorden beekdal en ontginningen, De Reest, Meppel en het laagveen rondom, Hollandscheveld en Hoogeveen, Het Amsterdamscheveld, Emmen, venen en randveenontginningen 3. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in de Kop van Drenthe, Drentsche Aa, Hondsrug, De Monden, Maatschappij van Weldadigheid: a. houdt rekening met de aanwezige kernkwaliteiten;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp b.

bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan.

Toetsing van het initiatief aan Artikel 3.2 Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de Maatschappij van Weldadigheid. In paragraaf 4.2.1.3 is reeds uiteengezet welke cultuurhistorische waarden voor het plangebied relevant zijn en is de ontwikkeling hier aan getoetst.

Artikel 10.5 Omgevingswaarden Uitgangspunten omgevingswaarden wateroverlast Voor artikel 10.5 zijn met name lid 1 van belang: 1.

Binnen het werkingsgebied 'bebouwd gebied' geldt een gemiddelde kans op overstromingen van 1/100 per jaar.

Toetsing van het initiatief aan Artikel 10.5 Omgevingswaarden Uitgangspunten omgevingswaarden wateroverlast De kans op overstromingen in het ‘bebouwd gebied’ zijn het gevolg van de verstening die hier aanwezig is en de verminderde infiltratie tijdens zware regenbuien. Wanneer de Klimaateffectatlas wordt geraadpleegd wordt gesteld dat tijdens zware regenbuien van 70 mm per uur en 140 mm per 2 uur geen noemenswaardige waterplassen ontstaan binnen het plangebied. Door de ruime tuin en de groene omgeving van het plangebied kan worden verwacht dat hemelwater voldoende tijd en ruimte heeft om in de bodem te trekken, ook tijdens zware regenbuien. De provinciale verordening en de Klimaateffectatlas geven geen verdere verwachting op overstromingen door andere oorzaken dan door regenval. 4.2.3

Toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid.

4.3

Beleid Waterschap

4.3.1

Vigerend beleid

4.3.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 4.3.1.2 Rijksbeleid Het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021. Het NWP komt voort uit de Waterwet en met het oog op de Omgevingswet zijn deze twee plannen samengevoegd tot één programma. In het NWP staan de internationale verplichtingen voortkomend uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) en de Kaderrichtlijn Maritieme Strategie (KRM). Het Nationaal Waterprogramma geeft op hoofdlijnen het beleid aan van het Rijk in de periode 2022 – 2027.

Door klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging, het verlies aan biodiversiteit en ruimtedruk worden de wateropgaven BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp steeds groter en complexer. De opgaven zijn complex door deze in samenhang met de opgaven voor energietransitie, de woningbouw, de transitie van het landelijk gebied en de verouderde infrastructuur aan te pakken. Bij de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn daarvoor water en bodem leidend. Het vraagt daarvoor in te zetten op klimaat- en landbouwtransitie en herstel voor natuur. 4.3.1.3 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Drenthe wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 4.3.1.4 Waterschap Drents Overijsselse Delta Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld.

Het algemeen bestuur van het waterschap Drents Overijsselse Delta heeft in november 2021 het 'Waterbeheerprogramma 2022-2027' vastgesteld. Het programma bevat de uitwerking van de ambities in onze Watervisie “Meer dan water” en geeft voor de periode 2022 tot en met 2027 aan wat de maatregelen zijn om het watersysteem, de waterketen en de waterkeringen op orde te brengen en de maatschappelijke doelen van het waterschap te realiseren. Een waardevolle aanvulling op de Watervisie is de doorvertaling van de doelen en maatregelen van het waterschap in gebiedsuitwerkingen. 4.3.2

Toetsing van initiatief aan beleid waterschap Drents Overijsselse Delta

Voor de toetsing aan het initiatief aan het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta wordt verwezen naar paragraaf 5.7. Hier wordt verder ingegaan op de toetsing van het waterschap aan de hand van de uitgevoerde watertoets.

4.4

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijke beleid is verwoord in tal van beleidsplannen het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 4.4.1

Omgevingsvisie Westerveld

4.4.1.1 Algemeen Deze Omgevingsvisie bevat het toekomstbeeld van en voor de gemeente Westerveld. De omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie op de ontwikkeling van de gemeente en gaat over de hele fysieke leefomgeving. Voor 2040 heeft de gemeente vijf ambities: • • • • •

Een bereikbaar en veilig Westerveld; Een bedrijvig en gastvrij Westerveld; Een leefbaar en inclusief Westerveld; Een gezond en groen Westerveld; Een herkenbaar en toekomstgericht Westerveld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp Samen met de gemeente brede keuzes vormen deze vijf ambities de basis voor de Visiekaart. Op basis van de ligging van het plangebied op de Visiekaart zijn met name de keuzes en ambities behorend bij deelgebied ‘Overige dorpen’ van toepassing. 4.4.1.2 Uitwerking deelgebiedsvisie De gemeente Westerveld kent twee typen dorpen: woondorpen en dynamische dorpen. Zorgvlied maakt deel uit van de groep woondorpen. Kenmerkend voor woondorpen zijn de rust, het groen en het landelijk wonen in fraaie authentieke dorpen met een belangrijke rol voor gemeenschapszin en zelfredzaamheid. Voorzieningen zijn zeer kleinschalig aanwezig, bijvoorbeeld een rijdende winkel of gastouder. De centrale voorzieningen elders zijn bereikbaar door buurtbus en leerlingenvervoer. Koers voor de overige dorpen •

• • • •

•

•

Omdat ieder dorp uniek is, vindt de gemeente maatwerk erg belangrijk. Dit betekent dat samen met de dorpen wordt gekeken waar de behoeften liggen en hoe de gemeente daarin ruimte kan bieden via regelgeving of kan faciliteren. Een aantal dorpen heeft (in eigen beheer) een Dorpsvisie opgesteld. Die Dorpsvisies kunnen dienen als leidraad. Het 'dorpse en groene karakter' van de dorpen is een belangrijke pijler van de woonkwaliteit. Het behouden van de ruimtelijke kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een belangrijk uitgangspunt. Voor het goed functioneren van een dorp is het belangrijk dat er voldoende ruimte voor ontmoeting is. De gemeente wil zich inzetten om deze voorziening voor de dorpen te behouden. De gemeente wil de aantrekkelijkheid van de dorpen vergroten door ruime(re) mogelijkheden te bieden voor werken aan huis. In alle dorpen is ruimte voor (beperkte) woningbouw. Wat betreft woningbouw in de overige dorpen kiest de gemeente hoofdzakelijk voor een vraag gestuurde aanpak. Eigen initiatief wordt toegejuicht, bijvoorbeeld om het eigen huis aan veranderende woonwensen of familiesamenstelling aan te passen. Ook experimenteel en exclusief wonen is mogelijk, zoals in de vorm van collectief particulier opdrachtgeverschap. Hierbij kijkt de gemeente goed wat bij onze waarden voor het betreffende dorp past.

Naast deze visie formuleert de gemeente een visie op de voorzieningen in de dorpen, die te beschouwen is als een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie wat betreft de ambitie ‘Een leefbaar en inclusief Westerveld’. De gemeente stimuleert initiatieven vanuit de dorpen die als doel hebben de sociale betrokkenheid en de leefbaarheid te verbeteren. Ook initiatieven op het gebied van collectieve verduurzaming worden gestimuleerd.

4.4.1.3 Toetsing aan de ‘Omgevingsvisie Westerveld’ De ontwikkeling betreft de functieverandering van een woning naar een recreatieve woning en het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning. Het plan komt voort uit de wens van de initiatiefnemer om de rustige vorm van toerisme die reeds aanwezig is uit te breiden met een recreatiewoning voor 6 personen. Gesteld wordt dat dit aantal en het gebruik van de bestaande voorhuis voor deze ontwikkeling passend is. De nieuw te bouwen bedrijfswoning past eveneens door de grootte, vormgeving en positionering bij de karakteristieke lintbebouwing van Zorgvlied. De welstands- en monumentencommissie West Overijssel – Zuidwest Drenthe ‘het Oversticht’ heeft op 2 november 2023 het plan beoordeeld. Deze is van mening dat het plan in principe voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Het uiteindelijke ontwerp van de woning wordt tijdens de bouwaanvraag nogmaals beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in lijn is met de beoogde doelstellingen voor het gebied en hiermee in overeenstemming is met ‘Omgevingsvisie Westerveld’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp 4.4.2

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied gemeente Westerveld

4.4.2.1 Algemeen Het buitengebied van de gemeente Westerveld kent een grote verscheidenheid aan landschappen. Deze verscheidenheid is in het verleden ontstaan door verschillen in bodem, waterhuishouding etc., maar vooral door het gebruik van het land door de bewoners. Elk landschap heeft zijn eigen ontstaansgeschiedenis en daardoor zijn eigen identiteit en samenhang. De gemeente wil werken aan een aantrekkelijker en herkenbaarder landschap. Het gaat niet alleen om behoud en versterken van wat er nog rest van vroeger, maar juist ook om het inpassen van nieuwe ontwikkelingen. Het Beeldkwaliteitsplan is bedoeld als inspiratiebron voor initiatiefnemers die een bouwaanvraag of een aanlegvergunning willen indienen. Het is tevens het toestingskader voor de gemeenteambtenaren. Dit beeldkwaliteitsplan gaat over zowel de kenmerken en essenties van de 6 verschillende landschapstypen als de verschillen in bebouwingstypologieen binnen de gemeente Westerveld. In dit geval is met name het landschapstype van het plangebied van belang, aangezien er geen bebouwing wordt toegevoegd. 4.4.2.2 Landschapstype: ontginningskolonielandschap De kernkwaliteiten van het ontginningskolonie landschap zijn: • • • • •

Strakke, planmatige opzet; Afwisseling in open en besloten delen; Grote bospercelen; Gras- en bouwland; Agrarische en natuurfunctie.

De bebouwing in de ontginningskolonie landschap vindt plaats als lintbebouwing langs de met bomen beplante wegen: • • • • • • • • •

de nokrichting van het hoofdgebouw staat loodrecht ten opzichte van de weg; tussen de erven is steeds zicht op het erachter gelegen landschap mogelijk; de hoofdgebouwen van de erven staan overwegend in een rooilijn; de bebouwing op het erf staat haaks ten opzichte van elkaar; het hoofdgebouw is goed zichtbaar vanaf de straat en is niet verstopt achter beplanting; de hogere erfbeplanting in de vorm van eiken, fruitbomen, struiken en hagen ligt hoofdzakelijk aan weerszijden van het hoofdgebouw; sommige gevels zijn wit, verder zijn de kleurtonen gedekt; gebied van rieten daken en zwart gepotdekselde wanden; voetgangerspad naast de woning is veelal verbreed.

4.4.2.2 Toetsing aan de ‘Beeldkwaliteitsplan Buitengebied gemeente Westerveld’ De voorgenomen ontwikkeling is onderdeel van het ontginningskolonielandschap. De nieuw te bouwen woning wordt gepositioneerd achter de voorgevelrooilijn van het bestaande, cultuurhistorisch waardevolle, pand en krijgt een ondergeschikte positie ten opzichte van dit bestaande pand. De gevels van de nieuwe woning worden wit uitgevoerd, in overeenstemming met de bestaande bebouwing binnen het plangebied. Ook in bouwhoogte en goothoogte vindt de woning aansluiting bij de bestaande bebouwing. Het Oversticht heeft het voornemen in de welstands- en monumentencommissie positief beoordeeld. Gelet op vorenstaande wordt gesteld dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘Beeldkwaliteitsplan Buitengebied gemeente Westerveld’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp 4.4.3

Erfgoedvisie Westerveld 2022

4.4.3.1 Algemeen De erfgoedvisie laat zien op welke punten de gemeente zich wil gaan inzetten tot 2030. De inzet van de gemeente is om in samenwerking met de inwoners het bewustzijn van de waarde van erfgoed en monumenten te vergroten, alert te zijn op mogelijke teloorgang van erfgoedwaarden bij bouwplannen en snel te reageren bij meldingen van mogelijke schending van erfgoedwaarden. Behoud door ontwikkeling staat voorop. De vraagstukken over bescherming en gebruik van erfgoed die de gemeente wenst te behandelen in de erfgoedvisie zijn: a. b. c.

d.

Hoe kunnen wij ons erfgoed, onze monumenten en cultuurlandschappen voldoende beschermen, zonder het gebruik te beperken? Hoe kunnen wij zichtbaar maken dat aandacht en inzet voor bescherming en gebruik van erfgoed bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving? Hoe kunnen wij ons erfgoed voldoende economische gebruikswaarde geven om daarmee het onderhoud te kunnen financieren en tot een exploitabel businessplan te komen, zonder de sociale waarde en ecologische waarde te veronachtzamen? Hoe kunnen wij ons erfgoed duurzaam delen met bezoekers en toeristen, zodat dit bijdraagt aan de groei van werkgelegenheid en voorzieningen, maar niet leidt tot aantasting van erfgoed en een onevenredige belasting voor milieu en leefomgeving?

4.4.3.2 Toetsstenen De erfgoedvisie schrijft geen maatregelen voor, maar geeft wel een ambitieniveau aan, die de gemeente, inwoners, ondernemers, erfgoedorganisaties en maatschappelijke instellingen kunnen helpen om als toetssteen te gebruiken bij het maken van keuzes voor plannen en ontwikkelingen waarbij erfgoed in het geding is. Toetsstenen voor plannen en ontwikkelingen waarin erfgoed een rol speelt, kunnen zijn: 1.

Dragen ze bij aan het gebruiken van monumenten, het tegengaan van leegstand en het stimuleren van herbestemming? 2. Dragen ze bij aan het beschermen van cultuurhistorische en maatschappelijke waarden van erfgoed, cultuurlandschap en monumenten? 3. Dragen ze bij aan een goede inpassing in het cultuurlandschap? 4. Dragen ze bij aan de verduurzaming van monumenten? 5. Versterken ze de groei van duurzaam toerisme, dat banen schept en bijdraagt aan de waardering voor landschappelijk erfgoed en monumenten en geen onevenredige belasting voor milieu en leefomgeving mee zal brengen? 6. Bieden ze toegankelijke groene ruimte en stellen ze tegelijkertijd het culturele en natuurlijke erfgoed veilig? 7. Dragen ze bij aan het welzijn van inwoners en bezoekers van Westerveld? 8. Bevorderen ze energie- effiëntie en hernieuwbare energie en verminderen ze het gebruik van fossiele brandstoffen? 9. Dragen ze bij aan het duurzaam beschermen van het cultuurlandschap en het bewustmaken van het belang en waarde hiervan? 10. Dragen ze bij aan het welzijn en het geluk van de inwoners en bezoekers van Westerveld?

4.4.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Erfgoedvisie Westerveld Het voornemen voorziet in een duurzaam vervolggebruik van het voorhuis dat in de huidige situatie dienst doet als bedrijfswoning. De rustige vorm van verblijfsrecreatie die reeds bestaat en met voorliggende ontwikkeling op kleine schaal wordt uitgebreid, past binnen het rustige karakter van Zorgvlied. De ontwikkeling maakt het daarnaast mogelijk de kosten voor het onderhoud van het cultuurhistorisch BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

“TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22j Dorpsstraat 3 Zorgvlied” Ontwerp waardevolle pand te bekostigen. De nieuw te bouwen bedrijfswoning wordt gerealiseerd met aandacht voor de kenmerken van woningen in het ontginningslandschap van de Koloniën van Weldadigheid. In uiterlijk en positie op het erf past de nieuwe woning bij de kenmerken van woningen uit dit landschapstype. Geconcludeerd wordt dat het voornemen aansluit bij de uitgangspunten van de erfgoedvisie. 4.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=558f0f5f-606d-45fe-9913-6a29cc44c9fa