CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Landgoed Oldengaerde parkeerterrein (ontwerp 21-10-2021)

Politieke avond Westerveld 1 februari 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Voorstel Ontwerp omgevingsvergunning Westeinde 20a (spreekrecht)16.028 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.9

Milieuzonering

Wettelijk kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds verstaan. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Onderzoek Het plan voorziet in de realisatie van een klein parkeerterrein met 32 parkeerplaatsen. Het parkeerterrein wordt gerealiseerd voor de functie bijeenkomsten. Bij de bijeenkomstfunctie kan worden gedacht aan kleinschalige concerten, lezingen, exposities, et cetera. Hieronder vallen geen bruiloften en grote evenementen om (geluids)overlast te voorkomen binnen de havezate. De bijeenkomstenruimten bieden gezamenlijk ruimte aan maximaal 50 mensen. Er vinden geen bijeenkomsten plaats die het maximum van 50 personen overstijgen, tenzij er sprake is van bijzondere evenementen waarbij ook de buitenruimte wordt betrokken. Het kan bijvoorbeeld gaan om een fair. De verwachting is dat dit soort evenementen circa één of twee keer jaar plaatsvinden. De directe omgeving van het projectgebied bestaat uit agrarische bestemmingen (zonder bouwvlak), bos, een detailhandels- en woonbestemmingen.

In de omgeving liggen geen functies die tot milieuhinder voor het parkeerterrein kunnen leiden. Wel kan het parkeerterrein tot milieuhinder leiden voor de omliggende woningen. Derhalve is hiernaar

29

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

onderzoek verricht, zie hiervoor Bijlage 6. De maximale geluidsniveaus tijdens een representatieve situatie bedragen in de dag- en avondperiode ten hoogste 60 dB(A). De hoogste maximale geluidsniveaus worden berekend bij de naastgelegen woning Westeinde 20A. Ten gevolge van de indirecte hinder bedraagt de geluidbelasting op de woning Westeinde 59 tijdens een representatieve situatie ten hoogste 42 dB(A). Bij toetsing aan de VNG-publicatie kan ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau worden voldaan aan stap 2 van de VNG-publicatie. Aangezien voldaan kan worden aan de richtwaarde zal tevens sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de maximale geluidsniveaus kan ook worden voldaan aan de richtwaarden voor stap 2. Op basis hiervan is het voorgenomen plan inpasbaar. Ten aanzien van de indirecte hinder wordt ook voldaan aan stap 2 van de VNG-publicatie. Bij toetsing aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit kan ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidsniveaus worden voldaan aan de grenswaarden. Gesteld kan worden dat de inrichting voldoet aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en er zijn geen aanvullende maatregelen benodigd. Ten aanzien van de indirecte hinder kent het Activiteitenbesluit geen grenswaarden.

Tijdens incidentele situaties, fair en/of Open Monumentendagen gedurende maximaal twee- tot driemaal per jaar, kunnen hogere geluidsniveaus optreden. Deze niveaus voldoen echter ook aan zowel de richtwaarden van stap 2 voor een gemengd gebied uit de VNG-publicatie als aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit. Voor incidentele situaties mag het bevoegd gezag afwijken van de standaard richt- en grenswaarden en zijn hogere geluidsniveaus toelaatbaar. Gesteld kan worden dat de inrichting zonder meer inpasbaar is in de omgeving. Het uiteindelijke oordeel over de toelaatbaarheid is aan het bevoegd gezag. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.10 Verkeer en vervoer Nabij het projectgebied liggen twee provinciale wegen, betreffende de N371 en de N855. Via deze wegen is het projectgebied met name bereikbaar. Het projectgebied staat in verbinding met de kern Dwingeloo. Vanaf Dwingeloo zijn het landgoed en het toekomstige parkeerterrein (dat aan de overzijde van de weg Westeinde is gelegen) goed bereikbaar met de auto en fiets vanaf onder andere de Esweg. Er rijdt geen bus naar/langs het projectgebied en daarmee is het landgoed minder goed bereikbaar met het openbaar vervoer.

4.11 Water Wettelijk kader Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder verbouw- en nieuwbouwplannen, wordt getoetst welke consequenties deze plannen hebben voor de waterhuishouding en hoe in de plannen wordt omgegaan met aspecten van water. Waterschappen hebben op grond van de Waterwet een belangrijke taak met betrekking tot het waterbeheer. In een waterbeheerplan geven zij functies aan het water waarbij afstemming wordt gezocht met het ruimtelijk beleid. Als leidende principes voor een duurzaam waterbeheer geldt een tweetal ‘tritsen’: waterkwantiteit: vasthouden, bergen en afvoeren; waterkwaliteit: schoonhouden, scheiden en zuiveren. Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van waterschap Drents Overijsselse Delta. Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in ‘Water Raakt!’. Daarnaast is de

30

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Onderzoek Via de Digitale Watertoets is het waterschap Drents Overijsselse Delta van onderhavig initiatief op de hoogte gebracht. Op 11 december 2020 is de Digitale Watertoets doorlopen. Het watertoetsdocument is als Bijlage 7 opgenomen. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de korte procedure wordt doorlopen. Het waterschap gaat akkoord met het plan, mits wordt voldaan aan de uitgangspunten uit de standaard waterparagraaf, zoals hieronder is beschreven. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Er worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1.500 m2 . Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte.

Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseert het waterschap om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. In onderhavig geval wordt het hemelwater geïnfiltreerd in de bodem.

Watervergunning (of melding) op grond van de Keur Het wateradvies dat is afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning of melding. Conclusie Vanuit het aspect water is het planvoornemen uitvoerbaar.

31

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

32

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Hoofdstuk 5

Juridische vormgeving

Een besluit over een omgevingsvergunning dient te worden genomen op basis van een goede ruimtelijke onderbouwing. Dit houdt in dat moet worden ingegaan op: de huidige en de toekomstige situatie, zowel van het gebruik en de inrichting, als van de planologisch-juridische situatie; de wijze waarop het bouwplan voldoet aan het provinciaal beleid en het gemeentelijk beleid; de milieuaspecten, zoals bodemkwaliteit, milieuzonering, luchtkwaliteit, geluidhinder en externe veiligheid, water, archeologie, cultuurhistorie en ecologie; de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Deze aspecten zijn in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing aan de orde gekomen.

33

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

34

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

De planonwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de aanvrager van de omgevingsvergunning. Er wordt een planschadeovereenkomst afgesloten. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid voldoende geborgd.

35

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

36

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het plan wordt op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voor het vooroverleg verzonden aan de wettelijke overlegpartners. De resultaten daarvan zullen te zijner tijd in deze paragraaf worden verwerkt. Op de aangevraagde omgevingsvergunning is de uitgebreide procedure van toepassing. Deze ruimtelijke onderbouwing wordt in het kader van het omgevingsvergunningstraject voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Eenieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om een zienswijze tegen het plan in te dienen.

37

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

38

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Bijlage toelichting

39

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

40

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Bijlage 1 Inpassing parkeerterrein

41

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

44

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Bijlage 2 Ecologisch onderzoek

45

Beknopte natuurtoets parkeerterrein landgoed Oldengaerde projectnummer: 268.83.50.00.00 Onderwerp:

Beknopte natuurtoets parkeerterrein landgoed Oldengaerde Dwingeloo

Datum:

13-01-2021

Inleiding KADER In verband met het voornemen om een parkeerterrein te realiseren ten behoeve van Landgoed Oldengaerde in Dwingeloo, wordt een planologische procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een beknopte natuurtoets uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of 1

aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 16 december 2020 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: bewolkt, circa 7˚C, droog en een matige wind. PLANGEBIED Het plangebied betreft een perceel grasland ten zuidwesten van Dwingeloo gelegen aan de oostzijde van de straat Westeinde. Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door graslanden (zie figuur 1). Aan de zuidzijde grenst een winkel en aan de westzijde ligt de straat Westeinde. Langs de noord- en oostzijde van het perceel staan enkele bomen. Bebouwing en permanent oppervlaktewater is in het plangebied niet aanwezig. De ontwikkeling bestaat uit de aanleg van een parkeerterrein op het huidige perceel grasland. Hiervoor wordt grond vergraven. De bomen die rondom het perceel staan blijven behouden.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.

Figuur 1. Locatie en huidige situatie van het plangebied (rood). Bron kaartondergrond: ruimtelijkplannen.nl

Foto’s 1 en 2. Impressie van het plangebied op 16 december 2020. Links het aanzicht op de noordzijde van het perceel vanuit het noordwesten. Rechts het aanzicht op de westzijde van het perceel vanuit het oosten

datum 13-01-2021

projectnummer 268.83.50.00.00

2

Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Deze betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).

Van deze laatstgenoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE 2

Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna (© NDFF - 6 januari 2021 12:20:36) blijkt dat in de omgeving van het plangebied diverse beschermde dier- en plantensoorten bekend zijn. Het gaat om vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren, amfibieën, reptielen, ongewervelden en vaatplanten. De opgaande beplanting in het plangebied bestaat uit zwarte els en zomereik. In de grasvelden zijn verschillende plantensoorten waargenomen. Dit zijn onder meer Engels raaigras, grote brandnetel, gestreepte witbol en paardenbloem. Deze aangetroffen soorten duiden op voedselrijke omstandigheden. De beschermde plantensoorten dennenorchis, korensla en rozenkransje zijn bekend uit de directe omgeving van het plangebied (NDFF). Deze soorten komen voornamelijk voor op plaatsen met een voedselarme bodem in bossen, akkers, bermen en heidegebieden. Gezien de terreingesteldheid en voedselrijkdom zijn beschermde plantensoorten niet in het plangebied te verwachten. In het plangebied zijn geen bomen of bebouwing aanwezig met openingen, scheuren of holtes die kunnen dienen als verblijfplaats van vleermuizen. Het plangebied vormt mogelijk wel onderdeel van het foerageergebied voor vleermuizen, zoals van gewone dwergvleermuis en laatvlieger (NDFF).

De opgaande beplanting in het plangebied rondom het perceel is geen onderdeel van een doorgaande structuur van opgaande beplanting, waardoor het geen onderdeel is van een vliegroute van vleermuizen. In de directe omgeving van het plangebied is een aantal waarnemingen gedaan van niet-vrijgestelde vogels met jaarrond beschermde nesten (NDFF). Deze soorten zijn onder meer buizerd en sperwer. 2

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens.

datum 13-01-2021

projectnummer 268.83.50.00.00

3

In en rond de bomen op het perceel zijn geen nesten of sporen, zoals braakballen en uitwerpselen, aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde nesten (NDFF). Mogelijk vormt het plangebied wel een klein onderdeel van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten als sperwer en buizerd (NDFF). Tijdens het veldbezoek is een nest van merel waargenomen in de meest linker zomereik langs de noordzijde van het perceel. Verder kan in de opgaande beplanting een aantal algemene vogelsoorten tot broeden komen, zoals houtduif en zanglijster. Nesten van deze soorten zijn niet jaarrond beschermd. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor een aantal algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals haas en veldmuis (NDFF). Voor deze te verwachten algemene soorten geldt in de provincie Drenthe een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de directe omgeving van het plangebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde steenmarter, boommarter, eekhoorn, grote bosmuis, otter en das bekend (NDFF). In het plangebied zijn geen bomen aanwezig met nesten van eekhoorn of met holtes die geschikt zijn voor boommarter. Geschikt leefgebied voor otter, zoals oevers met dichte vegetatie en struwelen, is niet aanwezig in het plangebied.

In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen sporen van das en otter aangetroffen. In en direct rondom het perceel zijn geen dassenburchten waargenomen. Het bosgebied ten noordwesten van het perceel biedt geschikt leefgebied voor grote bosmuis en das. Het perceel zelf is echter niet geschikt door het ontbreken van bos en bosschages. In het plangebied zijn geen watergangen aanwezig die als voortplantingswater kunnen dienen voor amfibieën. Wel kan het landbiotoop vormen voor enkele algemene amfibieënsoorten, zoals gewone pad en bruine kikker. Voor deze algemene soorten geldt in de provincie Drenthe een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Niet-vrijgestelde amfibieënsoorten bekend uit de directe omgeving van het plangebied zijn alpenwatersalamander, vinpootsalamander, boomkikker, heikikker, kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad (NDFF). In het plangebied is geen geschikt voortplantingswater of leefgebied voor deze meer kritische beschermde soorten aanwezig. Deze soorten zijn dus niet te verwachten in het plangebied. De uit de directe omgeving bekende reptielensoorten adder, gladde slang en levendbarende hagedis (NDFF), soorten die zijn aangewezen op structuurrijke heideterreinen of veengebieden, kunnen worden uitgesloten door het ontbreken van geschikt biotoop.

Het plangebied vormt ook geen hoogwaardig leefgebied voor ringslang (NDFF). Voor ringslang zijn geen broeihopen, geschikte voortplantingsplaatsen of geschikte winterverblijfplaatsen aanwezig. Geschikt leefgebied voor hazelworm, zoals hopen oude bladeren en open plekken om op te warmen, is niet aanwezig.

datum 13-01-2021

projectnummer 268.83.50.00.00

4

Beschermde soorten uit de soortgroep ongewervelden zijn gezien de inrichting, door het ontbreken van water (voortplantingsplaatsen libellen) en bossen/bosranden of schrale graslanden met een groot nectaraanbod, niet te verwachten in het plangebied. Waarnemingen van beschermde vissen uit de directe omgeving van het plangebied zijn niet bekend en ook niet te verwachten door het ontbreken van geschikte watergangen. TOETSING Als gevolg van de plannen zullen geen vleermuisverblijfplaatsen of jaarrond beschermde nesten van vogels verloren gaan. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten kunnen daardoor uitgesloten worden. Het plangebied zal naar verwachting niet volledig ongeschikt worden als foerageergebied voor de te verwachten vleermuissoorten en vogels met jaarrond beschermde nesten die in het plangebied foerageren. De waardevolle bomen blijven namelijk beschikbaar als onderdeel van het foerageergebied voor vleermuizen. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en hoogwaardig foerageergebied voor de soorten aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen of vogels met jaarrond beschermde nesten treden als gevolg van de werkzaamheden niet op.

Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Drenthe. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Voor de soortgroepen planten, reptielen, vissen en ongewervelden kunnen negatieve effecten op in het kader van de Wnb beschermde soorten worden uitgesloten doordat het plangebied geen geschikt biotoop vormt voor deze soorten.

datum 13-01-2021

projectnummer 268.83.50.00.00

5

Gebiedsbescherming Voor

onderhavig

plangebied

is

de

volgende wet-

en

regelgeving

op

het

gebied

van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Drenthe uitgewerkt in de Omgevingsvisie Drenthe en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. Het NNN in Drenthe kent geen externe werking. INVENTARISATIE In het kader van de Wnb beschermde gebieden grenzen niet aan het plangebied. Het meest nabij gelegen beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied ‘Dwingelderveld’ dat op circa 400 m ten zuidoosten van het plangebied ligt.

Het meest nabijgelegen in het kader van het NNN beschermd gebied ligt op een afstand van circa 20 m aan de overzijde van de straat Westereinde en ten westen van het plangebied. TOETSING Het plangebied ligt op relatief kleine afstand van het Natura 2000-gebied ‘Dwingelderveld’. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebieden door (water)wegen en agrarisch gebied. Gezien de afstand en de aard van de ontwikkeling, zijn potentiele effecten op het Natura 2000-gebied door licht- of geluidsverstoring op voorhand uit te sluiten. Over deze afstand kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de aanleg- en gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden.

datum 13-01-2021

projectnummer 268.83.50.00.00

6

Gezien de terreinomstandigheden, de afstand tot beschermde gebieden, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van de ontwikkeling, zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op het NNN te verwachten. Conclusie Voor een toetsing aan de Wnb en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is op basis van het uitgevoerde veldbezoek (d.d. 16 december 2020) en het raadplegen van bronnen, gelet op de aard van het plan, een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Met betrekking tot de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient wel rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Op basis van de stikstofberekening kan worden bepaald of een vergunning van de Wnb nodig is voor uitvoering van het plan. Een nadere analyse in het kader van de gebiedsbescherming van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.

datum 13-01-2021

projectnummer 268.83.50.00.00

7

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

54

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Bijlage 3 AERIUS-rapportage

55

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e R.O. P ar ke er terr e in Ol d en ga erd e t e Dw i n ge l o o, gem een te W e st er ve l d

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e R.O. P ar ke er terr e in Ol d en ga erd e t e Dw i n ge l o o, gem een te W e st er ve l d

Inhoud

Rapport met bijlagen

30 juni 2021 Projectnummer 268.83.50.00.00

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Wettelijk kader

4

3

Ligging projectgebied

5

4

Invoergegevens Aerius

6

4.1

Invoer algemeen

6

4.2

Invoer gegevens

6

4.2.1

Aanlegfase

6

4.2.2

Gebruiksfase (bijlage 3)

7

4.2.3

Saldering

7

5

Modellen

8

6

Rekenresultaat en toetsing

10

Bijlagen

Berekening stikstofdepositie parkeerterrein Oldengaarde te Dwingeloo - 30 juni 2021

1

Inleiding In het kader van de Ruimtelijke Onderbouwing Parkeerterrein Oldengaerde in Dwingeloo in de gemeente Westerveld is de depositie van stikstof ten gevolge van de aanleg van deze functie berekend. De locatie is gelegen in het niet stedelijk woonmilieu. De omvang van het project is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (oktober 2020). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.

Figuur 1. Omvang projectgebied

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.

Berekening stikstofdepositie parkeerterrein Oldengaarde te Dwingeloo - 30 juni 2021

3

2

Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.

Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.

Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid om voor woningbouwprojecten waarbij er sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem. In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstof reducerende maatregelen, waaronder de verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur, opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70 % worden besteed aan economische ontwikkelingen.

Berekening stikstofdepositie parkeerterrein Oldengaarde te Dwingeloo - 30 juni 2021

4

3

Ligging projectgebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het projectgebied gelegen aan het Westeinde in Dwingeloo in de gemeente Westerveld. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Figuur 2. Ligging projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden

De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: -

Dwingelderveld, gelegen op een afstand van circa 0,5 km;

-

Holtingerveld, gelegen op een afstand van circa 3,5 km;

-

Drents-Friese Wold & Leggelderveld, gelegen op een afstand van circa 4,3 km.

Berekening stikstofdepositie parkeerterrein Oldengaarde te Dwingeloo - 30 juni 2021

5

4

Invoergegevens Aerius 4.1

Invoer algemeen

In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar de locatie in de berekeningen meegenomen te worden. Conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020”, dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aanen afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de aanleg met behulp van elektrisch aangedreven mobiele werktuigen wordt uitgevoerd (elektrische minikraan en elektrische shovel). Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten gevolge van deze mobiele werktuigen. Ten behoeve van de verkeersgeneratie, en de werkzaamheden zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt.

4.2

Invoer gegevens

In de berekeningen is wat betreft de fasering uit gegaan van de volgende uitgangspunten. -

In het eerste jaar (2021) is alleen sprake van een aanleg en nog geen gebruik.

-

In 2022 is de aanleg gereed en is alleen nog sprake van gebruik.

4.2.1 Aanlegfase -

Invoer en emissie mobiele werktuigen In tabel 1 zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de berekening is uitgegaan van de gegevens van de opdrachtgever (bijlage 1). De verwachting is dat de aanleg van het project ongeveer 20 werkdagen in beslag neemt. De totale emissie van de mobiele werktuigen bedraagt ongeveer 1,2 kg NOx. Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie

-

mobiel werktuig

omschrijving in aerius

bouwverwerkuren/50 tot. aantal verbruik/ jaar mogen in m2 terrein opp. werkuren uur kW

totaal verbruik

cilinder inhoud in liter

vrachtwagen met kraan

stage IIIb 300-560 kW bouwjaar 2011

2013

116 liter

15

328

0.20 /50 m2

4

29 liter

stationnair draaien

emissie NOx totaal

1 uur

1.2 kg

Invoer en emissie werkverkeer Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar (bron 2). Deze gegevens zijn eveneens door de opdrachtgever verstrekt (bijlage 1). -

licht verkeer: 12 ritten/dag gedurende 20 dagen (totaal 240 ritten);

Berekening stikstofdepositie parkeerterrein Oldengaarde te Dwingeloo - 30 juni 2021

6

-

zwaar vrachtverkeer: 6 ritten (2 ritten vrachtwagen met kraan en 4 ritten tbv aan- en afvoer elektrische mobiele werktuigen).

De totale emissie van het werkverkeer bedraagt ongeveer 0,3 kg NOx. Bij de indeling van het verkeer in licht, middelzwaar en zwaar is uitgegaan van tabel 7.1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2020’ (tabel 2). Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Licht motorvoertuig - personenauto’s, bestelauto’s, vrachtwagen met 4 wielen Middelzwaar motorvoertuig - autobus, vrachtwagen met 2 assen en 4 achterwielen Zwaar motorvoertuig - vrachtwagen met 3 of meer assen, vrachtwagen met aanhanger, trekker met oplegger

-

Totale emissie aanlegfase (bijlage 2) De totale emissie van de mobiele werktuigen en het werkverkeer bedraagt ongeveer 1,5 kg NOx.

4.2.2 Gebruiksfase Wat betreft de verkeersgeneratie in de gebruiksfase is een inschatting gemaakt van de toename van het gebruik met ongeveer 5 autoritten per etmaal (35 autoritten naar 40 autoritten). De toename van de emissie van het verkeer in de gebruiksfase vanaf 2022 bedraagt 3,2 kg NOx en 0,3 kg NH3 per jaar. 4.2.3 Saldering In de bestaande situatie is er sprake van 0.26 ha aan agrarische gronden in de vorm van grasland. Doordat deze functie met de realisatie van het parkeerterrein wordt beëindigd, verdwijnt ook de huidige stikstofemissie vanwege bemesting van deze gronden. Deze interne saldering is eveneens doorgerekend met de Aerius calculator. Uitgangspunt voor de bestaande stikstofemissie vanwege bemesting vormt het standaard kengetal 1

voor dit gebied, zoals weergegeven op de website bij12.nl . Dit betreft een emissie van 30,14 kg NH3/ ha/ jaar. Voor het plangebied resulteert dit in een totaal van 7,8 kg NH3 / jaar (bijlage 3.1). Voor de nieuwe gebruiksfase vanaf 2022 is een verschilberekening gemaakt in vergelijking met de te salderen landbouwgrond (bijlage 3.2). De verschikberekening resulteert in het volgende. Het gebruiksfase jaar 2022 kent een afname van 7,5 kg NH3/jaar. De emissie van NOx neemt toe met 3,2 kg/jaar.

1

https://www.bij12.nl/emissie-bemesting/#16/51.7997/5.2878

Berekening stikstofdepositie parkeerterrein Oldengaarde te Dwingeloo - 30 juni 2021

7

5

Modellen De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS-pakket (15 oktober 2020). In de berekening is uitgegaan van de rekenjaren 2021 voor de aanlegfase en vanaf 2022 als gebruiksfase. Indien het project later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van de modellen een afbeelding opgenomen.

Figuur 3. Aeriusmodel – aanlegfase 2021

Figuur 4. Aeriusmodel - huidige gebruiksfase 2022

Berekening stikstofdepositie parkeerterrein Oldengaarde te Dwingeloo - 30 juni 2021

8

Figuur 5. Aeriusmodel – nieuwe gebruiksfase 2022 en verder

Berekening stikstofdepositie parkeerterrein Oldengaarde te Dwingeloo - 30 juni 2021

9

6

Rekenresultaat en toetsing De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een tweetal pdf bestanden (separaat als bijlage opgenomen) waarin wordt geconstateerd dat er in de aanlegfase geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Wat betreft de gebruiksfase wordt geconstateerd dat er in de gebruiksfase stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Met interne saldering, waarbij bemesting van de bestaande landbouwgrond binnen het plangebied wordt gestopt, volgt uit de verschilberekeningen in Aerius dat ook in de gebruiksfase geen Natura 2000-gebieden zijn met een een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar.

Figuur 6. Rekenresultaat aanlegfase 2021

Figuur 7. Rekenresultaat gebruiksfase 2022 en verder (gesaldeerd) Berekening stikstofdepositie parkeerterrein Oldengaarde te Dwingeloo - 30 juni 2021

10

Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig.

Berekening stikstofdepositie parkeerterrein Oldengaarde te Dwingeloo - 30 juni 2021

11

Bijlagen

Bijlage 1 – Opgave mobiele werktuigen en verkeer door opdrachtgever.

Bijlage 2 – Invoergegevens aanlegfase, emissie per onderdeel

Bijlage 3.1 – Invoergegevens gebruiksfase huidige situatie

Bijlage 3.2 – Invoergegevens gebruiksfase nieuwe situatie

Colofon Opdrachtgever Het Drentse Landschap Rapport BügelHajema Adviseurs Projectleiding H. Kerperien Projectnummer 268.83.50.00.00

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart nz 48-50 9401 GN Assen T 0592 316 206 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Bijlage 4 AERIUS - bijlage berekening aanlegfase

75

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RbHZE9HSKnNk (26 januari 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Het Drents Landschap

Westeinde, 7991 RT Dwingeloo

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Ruimtelijke onderbouwing Parkeerterrein Oldengaerde

RbHZE9HSKnNk

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

26 januari 2021, 14:48

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

1,46 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Aanleg parkeerterrein

Situatie 1

RbHZE9HSKnNk (26 januari 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

1,24 kg/j

bouwverkeer Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RbHZE9HSKnNk (26 januari 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

mobiele werktuigen 219773, 537652 1,24 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

114

1

15,0 NOx NH3

1,24 kg/j < 1 kg/j

STAGE IIIb, 300 <= vrachtwagen met kW < 560, bouwjaar kraan 328 kW 2011 (Diesel)

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Situatie 1

bouwverkeer 220439, 538655 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

240,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

6,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RbHZE9HSKnNk (26 januari 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RbHZE9HSKnNk (26 januari 2021) pagina 5/5

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

82

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Bijlage 5 AERIUS - bijlage berekening gebruiksfase met saldering

83

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening huidige situatie en nieuwe situatie Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Ri7qVubUKUQx (30 juni 2021) pagina 1/9

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Het Drents Landschap

Westeinde, 7991 RT Dwingeloo

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Ruimtelijke onderbouwing Parkeerterrein Oldengaerde

Ri7qVubUKUQx

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

30 juni 2021, 14:05

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

17,39 kg/j

20,59 kg/j

3,20 kg/j

NH3

9,61 kg/j

2,14 kg/j

-7,47 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

2022 Vergelijking gebruik in huidige en toekomstige situatie incl. toename verkeer met 5 auto's per etmaal

Resultaten

huidige situatie nieuwe situatie

Ri7qVubUKUQx (30 juni 2021) pagina 2/9

Resultaten

Locatie huidige situatie

Emissie huidige situatie

Resultaten

Bron Sector

huidige situatie nieuwe situatie

Emissie NH3

Emissie NOx

beoogd parkeerterrein Landbouw | Landbouwgrond

7,80 kg/j

-

bezoekersverkeer Wegverkeer | Buitenwegen

1,81 kg/j

17,39 kg/j

Ri7qVubUKUQx (30 juni 2021) pagina 3/9

Resultaten

Locatie nieuwe situatie

Emissie nieuwe situatie

Bron Sector

parkeerterrein Anders... | Anders...

bezoekersverkeer Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

huidige situatie nieuwe situatie

Emissie NH3

Emissie NOx

-

-

2,14 kg/j

20,59 kg/j

Ri7qVubUKUQx (30 juni 2021) pagina 4/9

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Dwingelderveld

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

0,01

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

0,00

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

huidige situatie nieuwe situatie

Ri7qVubUKUQx (30 juni 2021) pagina 5/9

Resultaten

Resultaten per habitattype

Dwingelderveld Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

0,00

L4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

0,00

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,01

0,00

0,00

Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,01

0,00

0,00

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

H5130 Jeneverbesstruwelen

0,01

0,00

0,00

H9999:30 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H7120).

0,01

0,00

0,00

Lg04 Zuur ven

0,01

0,00

0,00

H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen

0,01

0,00

0,00

H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm

0,01

0,00

0,00

H3160 Zure vennen

0,01

0,00

0,00

H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

0,01

0,00

0,00

H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)

0,01

0,00

0,00

H9190 Oude eikenbossen

0,01

0,00

0,00

ZGH6230dka Heischrale graslanden, droog kalkarm

0,01

0,00

- 0,01

H2330 Zandverstuivingen

0,02

0,01

- 0,01

ZGH2330 Zandverstuivingen

0,02

0,01

- 0,01

*

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

huidige situatie nieuwe situatie

Ri7qVubUKUQx (30 juni 2021) pagina 6/9

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

huidige situatie

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud NH3

Sector

Omschrijving

Stof

Emissie

Landbouw grond

Mestaanwending: dierlijke mest

NH3

7,80 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

beoogd parkeerterrein 219773, 537652 0,5 m 0,3 ha 0,3 m 0,000 MW 7,80 kg/j

bezoekersverkeer 219520, 537406 17,39 kg/j 1,81 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

35,0 / etmaal NOx NH3

17,39 kg/j 1,81 kg/j

huidige situatie nieuwe situatie

Ri7qVubUKUQx (30 juni 2021) pagina 7/9

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

nieuwe situatie

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

parkeerterrein 219773, 537652 0,0 m 0,3 ha 0,0 m 0,000 MW Continue emissie bezoekersverkeer 219580, 537489 20,59 kg/j 2,14 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

40,0 / etmaal NOx NH3

20,59 kg/j 2,14 kg/j

huidige situatie nieuwe situatie

Ri7qVubUKUQx (30 juni 2021) pagina 8/9

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

huidige situatie nieuwe situatie

Ri7qVubUKUQx (30 juni 2021) pagina 9/9

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

94

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Bijlage 6 Geluidhinder

95

ONDERZOEK GELUIDUITSTRALING PARKEERTERREIN OLDENGAERDE TE DWINGELOO Onderzoek industrielawaai

ONDERZOEK GELUIDUITSTRALING PARKEERTERREIN OLDENGAERDE TE DWINGELOO Onderzoek industrielawaai

Opdrachtgever

Stichting Het Drentse Landschap Postbus 83 9400 AB Assen

Contactpersoon

de heer drs. F.J.R. van der Velden

Uitgevoerd door

Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV

Behandeld door

H.H. Wolterman

Datum

6 juli 2021

Kenmerk

6574/NAA/hw/ft/1

Noorderstaete 26

Postbus 339

(0592) 340 630

iban

9402 XB Assen

9400 AH Assen

naa@naa.nl

btw

NL41 RABO 0382 8383 35 NL006719028B01

www.naa.nl

kvk

04029676

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding ..................................................................................................................................................................... 3

2

Situatie ...................................................................................................................................................................... 4

3

Beoordeling geluidsniveaus ..................................................................................................................................... 6 3.1 Goede ruimtelijke ordening 6 3.2 Activiteitenbesluit 6 3.3 Te beoordelen bedrijfssituaties 7 3.4 Beoordelingsplaatsen 7 3.5 Indirecte hinder 7 3.6 Mogelijkheden en noodzaak geluidsreducerende maatregelen 8

4

Omschrijving activiteiten .......................................................................................................................................... 9 4.1 Bedrijfsactiviteiten 9 4.2 Representatieve bedrijfssituatie 9 4.3 Incidentele bedrijfssituatie 9

5

Uitgevoerde berekeningen ..................................................................................................................................... 10 5.1 Inleiding 10 5.2 Aangehouden geluidsvermogenniveaus 10 5.3 Model 10 5.4 Indirecte hinder 11

6

Resultaten en beoordeling ..................................................................................................................................... 12 6.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 12 6.2 Maximale geluidsniveaus 13 6.3 Indirecte hinder 14 6.4 Bespreking resultaten 14

7

Conclusies ............................................................................................................................................................... 15

Begrippenlijst ................................................................................................................................................................... 16

BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7

Overzicht van de situatie Beoordelingskaders Invoergegevens overdrachtsberekeningen Grafische weergaven overdrachtsmodel Berekende equivalente geluidsniveaus Berekende maximale geluidsniveaus Berekeningen geluidbelasting verkeer van en naar het parkeerterrein

6 juli 2021 | 6574/NAA/hw/ft/1

.

Blad 2 van 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=9fdf325d-eea1-4145-b77c-8cab406418b1