CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Landgoed Oldengaerde parkeerterrein (ontwerp 21-10-2021)

Politieke avond Westerveld 1 februari 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Voorstel Ontwerp omgevingsvergunning Westeinde 20a (spreekrecht)16.028 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein ontwerp

omgevingsvergunning

Landgoed Oldengaerde parkeerterrein ontwerp

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Situering plangebied 1.3 Planologisch kader 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 13

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 16 18

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Archeologie 4.2 Cultuurhistorie 4.3 Bodem 4.4 Ecologie 4.5 Externe veiligheid 4.6 Geluid 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 M.E.R.-beoordeling 4.9 Milieuzonering 4.10 Verkeer en vervoer 4.11 Water

21 21 21 23 23 25 26 27 28 29 30 30

Hoofdstuk 5

Juridische vormgeving

33

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

35

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

37

Bijlage toelichting

39

Bijlage 1

Inpassing parkeerterrein

41

Bijlage 2

Ecologisch onderzoek

45

Bijlage 3

AERIUS-rapportage

55

Bijlage 4

AERIUS - bijlage berekening aanlegfase

75

Bijlage 5

AERIUS - bijlage berekening gebruiksfase met saldering

83

Bijlage 6

Geluidhinder

95

Bijlage 7

Watertoets

149

3

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

4

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Ruimtelijke onderbouwing

5

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

6

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het landgoed Oldengaerde bestaat uit een verzameling van Rijksmonumentale gebouwen, tuinen, tuinobjecten en bos. Stichting Het Drentse Landschap verwierf in 2013 het eigendom van het landgoed Oldengaerde, nadat het eeuwenlang in privaat bezit was geweest. In 2016 is voor het landgoed een procedure opgestart om de planologische mogelijkheden te verbreden. De havezate deed namelijk voor die tijd dienst als vakantieverblijf van de oorspronkelijke eigenaren. Het grootste deel van de tijd stond het gebouw echter leeg. Om verval en verlies van cultuurhistorische waarden te voorkomen, was het noodzakelijk het landgoed te revitaliseren. Daarvoor werden de havezate en het bouwhuis gerestaureerd en kregen zij voor een deel een nieuwe functie. De daglonerswoning werd gerenoveerd en de tuin werd hersteld. In 2017 is bij omgevingsvergunning een combinatie van wonen, vakantieverblijven en een bijeenkomstfunctie mogelijk gemaakt. Hieronder vallen geen bruiloften en grote evenementen. Ten behoeve van het exploiteren van deze functies is een parkeerterrein gewenst. Het stuk grond waarop het parkeerterrein wordt aangelegd, heeft in het vigerende bestemmingsplan een detailhandelsbestemming. Hier is de aanleg van een parkeerterrein niet zonder meer mogelijk, dit mede in relatie tot de dubbelbestemmingen rijksmonument en beschermd dorpsgezicht.

Middels een omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1, lid 1 sub c Wabo jo. artikel 2.12, lid 1 onder a, onder 3º Wabo) wordt medewerking verleend aan het voornemen. Hiervoor is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld.

1.2

Situering plangebied

Het landgoed is gelegen aan het Westeinde 53-59 in Dwingeloo, in de gemeente Westerveld. Dit gebied heeft een kleinschalige, historische structuur van agrarische erven, afgewisseld met voorname huizen, waarvan de havezate Oldengaerde het middelpunt is. Het parkeerterrein is ten oosten gelegen van het landgoed, aan de overzijde van de weg Westeinde. De ligging van het landgoed is globaal weergegeven op navolgende foto.

Afbeelding 1.1: Globale ligging landgoed Oldengaerde (bron: GoogleMaps).

7

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

1.3

Planologisch kader

Het parkeerterrein is gelegen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Westerveld 2018' (vastgesteld op 3 december 2019). Hierin heeft het nu de bestemming 'Detailhandel'. Daarnaast bevat het de volgende dubbelbestemmingen: 'Waarde - Archeologie 3'; 'Waarde - Archeologie 2'; 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' 'Waarde - Rijksmonument'. Tot slot zijn de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - radiotelescoop 2' en 'vrijwaringszone - straalpad' van toepassing en rust op een gedeelte van het terrein een maatvoering 'maximum hoogte: 39 m'. Hieronder is een uitsnede van het bestemmingsplan opgenomen, waarbij het toekomstige parkeerterrein rood is omlijnd. Het landgoed is links van het parkeerterrein gelegen, aan de overzijde van de weg Westeinde (bestemming 'Wonen - Landgoed').

Afbeelding 1.2: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Westerveld 2018' (vastgesteld op 3 december 2019) (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Daarnaast bestaat het voorontwerp-bestemmingsplan 'Buitengebied Westerveld 2019' (10 juli 2019). Hierin zijn dezelfde planologische mogelijkheden voor het perceel opgenomen. De omgevingsvergunning 'Westeinde 57 Oldengaerde' (10 oktober 2017) is ook indirect van toepassing op het perceel. Zoals in de aanleiding vermeld is, is deze omgevingsvergunning opgesteld ten behoeve van het verbreden van de planologische mogelijkheden van het landgoed.

8

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de huidige situatie en de toekomstige situatie van het projectgebied opgenomen. Hoofdstuk 3 gaat in op het ter zake doende beleid op rijksniveau, provinciaal niveau en gemeentelijke niveau. Hoofdstuk 4 beschrijft de ruimtelijk relevante omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 betreft de juridische vormgeving. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 en 7 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

9

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

10

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

HISTORIE LANDGOED Zoals in de aanleiding vermeld, omvat het landgoed Oldengaerde naast de Rijksmonumentale havezate een omvangrijk en cultuurhistorisch waardevol ensemble van bijgebouwen, tuinen, tuinobjecten, grachten en park/bos. Van oorsprong was Oldengaerde een van de 18 havezaten in Drenthe. Hiervan zijn er in de huidige tijd nog zeven aanwezig. Vanwege de zeldzaamheid vormt Oldengaerde een van de belangrijkste cultuurhistorische ensembles van de provincie Drenthe.

Figuur 2.1: De rijksmonumentale havezate (bron: Google streetview). Het landgoed is vanaf de oorsprong bepalend geweest voor de omgeving, zowel in ruimtelijk, economisch als sociaal perspectief. Het landgoed is gelegen aan het Westeinde te Dwingeloo, dat in aanleg uit de 14e of 15e eeuw dateert en vanwege de relatief gave historische structuur in zijn geheel een hoge cultuurhistorische waarde heeft. Het Westeinde wordt gekenmerkt door overwegend historische agrarische bebouwing, afgewisseld met voorname huizen, waarvan de havezate letterlijk en figuurlijk het middelpunt is. Het landgoed was al voor 1420 in het bezit van de familie van Echten. Ook de kern van de havezate stamt uit die tijd. In 1717 kreeg het gebouw zijn huidige classicistische vorm en uitstraling, waarbij elementen uit de zogenaamde Vingboonsstijl zijn toegepast.

11

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Afbeelding 2.2: Historische foto van de havezate, links het bouwhuis (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). De tuin rondom de havezate werd eveneens in 1717 in symmetrische stijl ingericht met karakteristieke zichtlijnen, een 'grand canal' en diverse tuinornamenten, zoals vazen en een herculesbeeld. Aan de overzijde van de weg werd een overtuin ingericht, met eveneens een zichtas. Bij het landgoed horen tevens enkele bospercelen, die op een natuurlijke wijze overgaan in de tuin en het omliggende landschap. Tegenwoordig is er één bouwhuis aanwezig, daterend uit het begin van de 18e eeuw. In 1861 is het uitgebreid met een haaks aangebouwde boerenschuur. Het oorspronkelijke tweede bouwhuis is bij een brand in 1825 verloren gegaan. Het ensemble van het landgoed Oldengaerde omvat de volgende van rijkswege beschermde onderdelen: De havezate De aanleg van tuin en park Het bouwhuis De vroeg 19e eeuwse daglonerswoning Een grafzerk uit 1723 De 18e eeuwse toegangsbrug met hek Het 19e eeuwse toegangshek van de overtuin Een laat 18e eeuwse zandstenen sokkel De 19e eeuwse houten duiventil Het 18e eeuwse zandstenen tuinbeeld WIJZIGING PLANOLOGISCHE MOGELIJKHEDEN 2016 Het landgoed is eeuwenlang in privaat bezit geweest, maar in 2013 verwierf het Drentse Landschap het eigendom van het landgoed. De havezate deed voorheen dienst als vakantieverblijf van de oorspronkelijke eigenaren.

Het grootste deel van de tijd stond het gebouw echter leeg. Om verval en verlies van cultuurhistorische waarden te voorkomen, was het noodzakelijk het landgoed te revitaliseren. Daarvoor werden de havezate en het bouwhuis gerestaureerd en kregen zij voor een deel een nieuwe functie. De daglonerswoning werd gerenoveerd en de tuin werd hersteld. In 2017 is bij omgevingsvergunning een combinatie van wonen, vakantieverblijven en een bijeenkomstfunctie mogelijk gemaakt. Bij laatstgenoemde bijeenkomstfunctie kan worden gedacht aan kleinschalige concerten, lezingen, exposities, et cetera. Hieronder vallen geen bruiloften en grote evenementen om (geluids)overlast te voorkomen binnen de havezate. Deze bijeenkomstenruimten bieden gezamenlijk ruimte aan maximaal 50

12

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

mensen. Er vinden geen bijeenkomsten plaats die het maximum van 50 personen overstijgen, tenzij er sprake is van bijzondere evenementen waarbij ook de buitenruimte wordt betrokken. Het kan bijvoorbeeld gaan om een fair. De verwachting is dat dit soort evenementen circa één of twee keer jaar plaatsvinden. Er is geen sprake van een horecafunctie. Voor de catering tijdens bijeenkomsten zal gebruik worden gemaakt van externe horecabedrijven. De functie bijeenkomsten zorgt voor een toename van de parkeerbehoefte.

Afbeelding 2.3: Luchtfoto landgoed (rood omlijnd) en toekomstig parkeerterrein (groen omlijnd) (bron: GoogleMaps).

2.2

Toekomstige situatie

Ten behoeve van het exploiteren van de genoemde functies in paragraaf 2.1 is parkeergelegenheid gewenst. Het stuk grond - dat in eigendom van het Drents Landschap is - waarop het parkeerterrein wordt aangelegd, is circa 2.600 m2 groot. Het parkeerterrein wordt gerealiseerd aan de overzijde van de weg, maar buiten de van Rijkswege beschermde overtuin, die bij het landgoed hoort. Het parkeerterrein is 48 meter breed, waardoor 16 parkeerplaatsen aan de zuidzijde en 16 parkeerplaatsen aan de noordzijde kunnen worden gerealiseerd. Totaal worden dus 32 parkeerplaatsen ten behoeve van het landgoed Oldengaerde gerealiseerd. De ontsluiting vindt plaats op de weg Westeinde. Als er bijeenkomsten op het landgoed zijn, zullen er maximaal 50 bezoekers aanwezig zijn. Deze bezoekers zullen hun auto kunnen parkeren op het parkeerterrein. Uitgaande van 2 of meer mensen per auto, is dit parkeerterrein ruimschoots voldoende. Indien sprake is van een incidenteel groter evenement in de buitenlucht (bijvoorbeeld een fair), dan zal een aantal bezoekers langs de weg kunnen parkeren. Het is gebruikelijk om dan parkeerwachters in te zetten, zodat geen sprake is van verkeershinder of onveilige situaties. LANDSCHAPPELIJKE INPASSING De situatietekening is weergegeven op de afbeelding hieronder. Het parkeerterrein wordt landschappelijk ingepast.

De landschappelijke inpassing is opgenomen in Bijlage 1 en is eveneens hieronder weergeven. Het perceel aan de zijde van de historische tuinaanleg wordt voorzien van een singelstructuur met een streekeigen sortering. Op deze wijze wordt het perceel met de parkeerplaatsen afgeschermd van de tuinaanleg. Het groen en streekeigen karakter van de singelbeplanting zorgen ervoor dat de beleving van de tuinaanleg behouden blijft en de auto's dit beeld niet verstoren. Vanuit het gegeven dat het voorliggende perceel geen onderdeel uitmaakt van de beschermde tuinaanleg, is het voornemen op deze wijze goed ingepast.

13

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Afbeelding 2.5: Situatietekening parkeerterrein (bron: Avitec).

Afbeelding 2.6: Situatietekening parkeerterrein (bron: Drents Landschap en Avitec).

14

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt getoetst of het plan past binnen het vigerende planologisch kader en binnen het ruimtelijk beleid van de verschillende overheidslagen.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. In zijn totaliteit kent de NOVI in totaal 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt.

Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en. Afwentelen wordt voorkomen.

Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. Het initiatief is niet strijdig met de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn voor deze rijksbelangen bindende regels opgenomen die bij ruimtelijke plannen in acht dienen te worden gehouden. Voor dit initiatief zijn geen specifieke beleidsuitgangspunten geformuleerd.

15

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Drenthe

Provinciale Staten hebben op 2 juli 2014 ingestemd met de Actualisatie Omgevingsvisie Drenthe 2014. Deze visie is in 2018 nogmaals geactualiseerd en vastgesteld op 3 oktober 2018. De Omgevingsvisie Drenthe een centraal visiedocument. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. In de visie zijn vier wettelijk voorgeschreven provinciale planvormen samengenomen: de provinciale structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het provinciaal milieubeleidsplan op grond van de Wet milieubeheer (Wm); het regionaal waterplan op grond van de waterwetgeving; het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan op grond van de Planwet verkeer en vervoer. De Omgevingsvisie is hét kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe voor de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode erna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is.

Missie De volgende missie is geformuleerd: "het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten die de provincie rijk is." De kernkwaliteiten dragen bij aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Het provinciaal belang ligt in het behouden en waar mogelijk ontwikkelen van deze kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd: rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang.

Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. Kaarten en doelstellingen

16

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het projectgebied als volgt aangeduid: Landschap De kwaliteit en de diversiteit van het Drentse landschap dragen sterk bij aan een aantrekkelijk milieu om in te wonen, te werken en te recreëren. Landschap is één van de zes kernkwaliteiten van Drenthe. De identiteit van het Drentse landschap wordt bepaald door de ontstaansgeschiedenis en de diversiteit aan landschapstypen. Het parkeerterrein is gelegen binnen het esdorpenlandschap. De essen zijn van provinciaal belang. Deze voor het esdorpenlandschap kenmerkende open ruimtes zijn veelal omgeven met esrandbeplanting. Het provinciaal beleid is gericht op het behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting. Paragraaf 4.2 motiveert dat de karakteristiek van het esdorpenlandschap niet wordt aangetast door de ontwikkeling. Cultuurhistorie Het cultuurlandschap, met daarin het gebouwde erfgoed als ankerpunten, is sterk bepalend voor hoe men de leefomgeving ervaart. Het geeft er betekenis aan en is zo direct verbonden met ons beeld van de Drentse identiteit. Daarom heeft de provincie de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS), die het provinciaal belang vastlegt, met daarin drie sturingsniveaus.

Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het terrein is gelegen binnen het deelgebied 6: 'De velden in centraal Drenthe'. De structuur van dit gebied wordt gedomineerd door de twee grote bos- en heidegebieden van het Dwingelderveld en bij Hooghalen, door de beekdalen van de Elperstroom en de Westerborkerstroom met de daarbij gelegen esdorpen die al in de middeleeuwen zijn ontstaan. Richtinggevend voor dit deelgebied is het herkenbaar houden van de samenhang van twee bos- en heidegebieden met de nabijgelegen esdorpen. De bos- en heidegebieden van het Dwingelderveld en van Hooghalen zijn een resultante van de ontginning van de woeste gronden rond de esdorpen. Ook het behouden van de samenhang van de esdorpen Elp, Orvelte, Westerbork en Zwiggelte met de naastgelegen beekdalen is bepalend voor de toekomst. Het sturingsniveau 'respecteren' is van toepassing. De provincie wil de cultuurhistorische samenhang veilig stellen voor de toekomst. Bij ontwikkelingen ligt de inzet bij het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Initiatiefnemers hebben de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron te benutten voor ontwikkelingen. Paragraaf 4.2 motiveert dat de cultuurhistorische waarden niet worden aangetast door de ontwikkeling.

Archeologie Het provinciaal beleid voor de Drentse archeologie is gericht op instandhouding, bescherming, beleven en benutten. Het archeologisch erfgoed behoort tot het ruimtelijk erfgoed en is een belangrijke bouwsteen van de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van Drenthe (kernkwaliteit archeologie). Het projectgebied heeft het beschermingsniveau '1: Generiek'. Het beschermingsniveau Generiek richt zich op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardig archeologische vindplaatsen (waarden) die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Het projectgebied heeft een archeologische waarde, maar deze wordt niet aangetast. Dit wordt nader beschreven in hoofdstuk 4.1. Aardkundige waarden Drenthe heeft een eigen karakter, een eigen (ruimtelijke) identiteit, die door inwoners en bezoekers hoog

17

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

wordt gewaardeerd. Het aardkundige landschap van Drenthe is hiervoor in belangrijke mate bepalend. Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het perceel heeft een hoog beschermingsniveau. In gebieden met een hoog beschermingsniveau heeft de provincie de ambitie om de context en het referentiebeeld van de aardkundige eenheid te behouden of te herstellen. In deze gebieden worden alleen ontwikkelingen toegestaan als aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. Het zorgvuldig en verantwoord omgaan met de aardkundige waarden vormt het vertrekpunt bij planvorming. De aardkundige waarden worden niet aangetast. Het terrein is momenteel een onbebouwde grasweide. Het terrein wordt landschappelijk ingepast, zoals in paragraaf 2.2 is besproken (zie Bijlage 1).

Overige waarden Het perceel heeft tot slot nog een specifieke waarde ten aanzien van de milieukwaliteit en het watersysteem. Deze thema's komen in Hoofdstuk 4 nader en gespecificeerd aan de orde. 3.2.2

Omgevingsverordening Drenthe

In de Provinciale Omgevingsverordening vertaalt de provincie Drenthe zijn Omgevingsvisie (deels) door naar concrete regels. Op 3 oktober 2018 is de actualiseerde versie door Provinciale Staten vastgesteld. In de Omgevingsverordening is opgenomen (artikel 2.6) dat in een ruimtelijk plan uiteen wordt gezet dat met het desbetreffende plan wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten. Het plan maakt daarbij geen activiteiten mogelijk die deze kernkwaliteiten significant aantasten. In de vorige paragraaf is het plan hieraan getoetst. De verordening geeft verder geen specifieke bepalingen voor het perceel en de gewenste ontwikkeling.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie gemeente Westerveld

De gemeente Westerveld heeft voor haar grondgebied een structuurvisie opgesteld (vastgesteld op 26 november 2013). Deze structuurvisie "vormt zowel een afwegingskader voor initiatieven van derden, als ook een inspiratiebron en uitnodiging richting bewoners". In de structuurvisie wordt de ruimtelijke invloed van allerlei verschillende beleidsterreinen bekeken, zoals ruimtelijke structuur, woonaanbod, omgeving, welzijn en voorzieningen, economie, werkgelegenheid en mobiliteit. In de structuurvisie maakt de gemeenteraad duidelijk wat zij de komende tien jaren wil versterken, ontwikkelen, herstructureren of juist wil behouden of beschermen. Daarmee bepaalt de structuurvisie ook de richting van de bestemmingsplannen die in de toekomst worden opgesteld. Er is voor Dwingeloo/Westeinde/Kraloo een dorpspaspoort beschreven. Het dorpstype is een voorzieningendorp. Het Westeinde is een streek die valt onder Dwingeloo, maar een geheel eigen dynamiek kent. Het Westeinde is naast Dwingeloo één van de zeven van rijkswege beschermde dorpsgezichten. Kenmerkend en uniek voor dit gebied is de landgoederengordel die het Westeinde met Dwingeloo verbindt. Naast de havezate Westrup en de bijzondere havezate Oldengearde bevinden zich in deze landgoederengordel de voormalige havenzaten Bathinge en Enthinge.

Deze terreinen zijn, evenals de nog bestaande havenzaten, aangewezen als beschermd rijksmonument. Het Westeinde kenmerkt zich door haar agrarische structuur. Centraal aan het Westeinde bevinden zich de historische havenzate Oldengearde en het herenhuis Nyengaerde. Het landschap van het Westeinde is ontstaan door de aanwezigheid van de havenzaten en vertegenwoordigt een hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Uitbreiding van de recreatieve potentie voor Dwingeloo ligt aan de westzijde. Kansen zijn er in combinatie

18

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

met de langzaamverkeersverbinding naar Diever en Dieverbrug om aan deze zijde meer bijzondere recreatieve voorzieningen te ontwikkelen. Kansrijke gebieden zijn onder andere het Batinghe, één van de vier havezaten in Dwingeloo en het bos Rostwijck. Dit zijn twee bijzondere plekken met een rijke historie, die door de ontwikkeling van nieuwe bijzondere recreatieve functies weer tot leven kunnen komen. De gemeente ziet kwalitatieve recreatie en toerisme als een belangrijke kans om de economie te versterken. De ontwikkeling past binnen het doel van de visie en draagt bij aan de lokale economie. Door het parkeerterrein kunnen de functies op het landgoed worden geëxploiteerd, en kan met die opbrengst het landgoed worden onderhouden. Momenteel is de gemeente Westerveld bezig met het opstellen van een nieuwe omgevingsvisie. Voor zover bekend is de ontwikkeling niet strijdig met dit toekomstige beleid. 3.3.2

Kadernota buitengebied Westerveld

In de Kadernota (vastgesteld 14 februari 2006) zijn de algemene uitgangspunten voor ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Westerveld opgenomen. Het hoofddoel luidt: "“De bestaande ruimtelijke kwaliteit van het gebied geldt als vertrekpunt, met het doel deze te bewaren en waar nodig en mogelijk te verbeteren en optimaal te benutten. De kwaliteit en het gebruik van de ruimte staan centraal." Het projectgebied is op de landschappenkaart in de kadernota gelegen in het beekdal. De kernkwaliteiten van beekdalen hebben betrekking op: openheid; verdichting door houtwallen evenwijdig aan en dwars op de beekdalranden; voornamelijk in gebruik als grasland; opstrekkende verkaveling; reliëf; nauwelijks bebouwing. Belangrijk onderdeel van de nota is een ontwikkelingskaart aan de hand waarvan nieuwe ontwikkelingen worden getoetst. De drie ontwikkelingsgebieden geven de gewenste richting voor ontwikkelingen aan. De gebieden zijn op basis van het bestaande grondgebruik en het vastgelegde beleid in grote eenheden globaal begrensd en gelden als vertrekpunt. Het projectgebied is op de kaart aangeduid als 'Ontwikkeling landbouw en recreatie'. In dit gebied wordt gestreefd naar een ontwikkeling waarbij de grondgebonden landbouw de nodige schaalvergroting kan doormaken.

Dit kan in geval van nieuwvestiging van een grootschalig agrarisch bedrijf deels zonder landschappelijke tegenprestatie (in de geel gewaardeerde gebieden) en deels met landschappelijke tegenprestatie (in de rood-blauw gewaardeerde gebieden). Het gebied 'Ontwikkeling landbouw en recreatie' behoort tot de agrarische hoofdstructuur en blijft of wordt hiervoor zo optimaal mogelijk ingericht. Nieuwe functies zijn mogelijk, mits de agrarische hoofdstructuur in hoofdzaak in stand blijft. Dit betekent dat ontwikkeling van niet-agrarische functies die ruimtebeslag vragen, bij voorkeur langs de randen van het gebied plaatsvinden. Hierbij wordt met name gedacht aan recreatieve ontwikkelingen, waaronder bijvoorbeeld de vestiging van grootschalige verblijfsrecreatieterreinen. Zoals paragraaf 4.2 concludeert, heeft het initiatief geen negatieve invloed op het landschap en zijn kernkwaliteiten. Het parkeerterrein wordt landschappelijk ingepast en de ontwikkeling draagt bij aan de ontwikkeling van recreatie en het (financieel) kunnen onderhouden van het landgoed. Door het parkeerterrein kunnen de functies op het landgoed worden geëxploiteerd, en kan met die opbrengst het landgoed worden onderhouden. Het parkeerterrein ontlast juist het landgoed. Daarom is het initiatief niet strijdig met de kadernota.

19

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

3.3.3

Beleidsnota lokale economie

De gemeente Westerveld heeft in december 2009 de 'Beleidsnota lokale economie: Met kwaliteit en authenticiteit boven het maaiveld uit' vastgesteld. De nota schetst de mogelijkheden die gelden voor de langere termijn. Eén van de ambities van de gemeente: "Een gemeente waar het aantrekkelijk wonen en recreëren is". Doel is het signaleren van pareltjes in de lokale economie en ruimte te bieden deze ook verder te ontwikkelen. Anderzijds is ook een doel het stellen van grenzen aan ontwikkelingen die de kernkwaliteiten van de gemeente aantasten. Recreatie en toerisme is van oudsher belangrijke economische pijler, maar kampt met een teruglopend aantal overnachtingen, weinig attracties en matige horecafaciliteiten. Naar de toekomst toe is een versterking in deze sector noodzakelijk, als basis voor een vitale lokale economie. Belangrijke doelstellingen op dit vlak zijn: een toename van de toeristisch recreatieve bestedingen, zowel door een toename van de bestedingen per persoon als door een groter aantal personen naar de gemeente te trekken. Het verhogen van het kwaliteitsniveau van het aanbod in de gemeente Westerveld om zo duidelijker doelgroepen aan de gemeente te binden die passen bij het hoge kwaliteitsniveau van de omgeving Hoofdstuk 2 beschrijft hoe het landgoed is gerevitaliseerd door het Drentse Landschap, die het landgoed in 2013 in eigendom heeft verkregen.

De havezate deed voorheen dienst als vakantieverblijf van de oorspronkelijke eigenaren. Het grootste deel van de tijd stond het gebouw echter leeg. Om verval en verlies van cultuurhistorische waarden te voorkomen, was het noodzakelijk het landgoed te revitaliseren. In 2016 is voor het landgoed een procedure opgestart om de planologische mogelijkheden te verbreden; te weten een combinatie van wonen, vakantieverblijven en een bijeenkomstfunctie. De functies zorgden voor een toename van parkeerbehoefte. Ten behoeve van deze parkeerbehoefte wordt onderhavig parkeerterrein aangelegd. Op die manier kunnen de toeristische en (verblijfs)recreatieve functies op het landgoed worden geëxploiteerd. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het doel van de beleidsnota (kwaliteit en vernieuwing) en een bijdrage levert aan de lokale economie, passend bij het hoge kwaliteitsniveau van de omgeving. Het terrein wordt landschappelijk ingepast, zoals in paragraaf 2.2 is besproken (zie Bijlage 1). 3.3.4

Recreatie- en toerismebeleid

Op 22 augustus 2012 is het beleidsstuk 'Recreatie- en toerismebeleid in gemeente Westerveld' vastgesteld. Dit betreft een onderzoek van de rekenkamer Westerveld naar recreatie en toerisme/lokale economie in de gemeente. Gemeente Westerveld is een dunbevolkte plattelandsgemeente in de regio Zuidwest Drenthe. Recreatie en toerisme is van oudsher een belangrijke economische pijler voor de gemeente Westerveld. De gemeente kampt echter al een aantal jaren met een teruglopend aantal overnachtingen, weinig attracties en matige horecafaciliteiten. Voor de toekomst is daarom een versterking van deze sector noodzakelijk als basis voor een vitale lokale economie. In 2009 is er beleid en een uitvoeringsprogramma lokale economie vastgesteld, waar recreatie en toerisme als belangrijke pijler onderdeel van uitmaakt. Het initiatief sluit aan bij het beleiddstuk conform dezelfde reden zoals besproken is bij de Beleidsnota Lokale Economie. Door de aanleg van het parkeerterrein kunnen de toeristische en (verblijfs)recreatieve functies op het landgoed worden geëxploiteerd.

20

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. Anderzijds kan ook de omgeving van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van het voornemen. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven en wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn.

4.1

Archeologie

Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend hierop zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied bevatten. Dit is uitgewerkt in paragraaf 4.2. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, moet op grond van voorgaande dan ook worden aangegeven op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden rekening wordt gehouden. Onderzoek In het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Westerveld 2018' kent het projectgebied gedeeltelijk de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en gedeeltelijk 'Waarde - Archeologie 3'.

Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden. Voor 'Waarde - Archeologie 2' geldt een vergunning- en onderzoeksplicht indien bouwwerken met een oppervlakte groter dan 70 m2 worden gebouwd en de bodem dieper dan 0,30 m -Mv wordt geroerd. Voor 'Waarde - Archeologie 3' geldt een oppervlaktegrens van 1.000 m2 . Omdat niets wordt gebouwd, maar slechts een parkeerterrein wordt aangelegd waarbij de bodem niet dieper dan 0,30 m -Mv wordt geroerd, is geen vergunning en archeologisch onderzoek nodig. Conclusie Vanuit het aspect archeologie is het planvoornemen uitvoerbaar.

4.2

Cultuurhistorie

Wettelijk kader Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden mee gewogen bij het vaststellen van wijzigingsplannen. De overige cultuurhistorische waarden moeten, naast de archeologische waarden, worden betrokken in het onderzoek. De gemeente Westerveld heeft de cultuurhistorische waarden van de gemeente laten vaststellen door een gespecialiseerd bureau. In het rapport ‘Tussen Havelterberg en Lheebroek: een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Westerveld’ (RAAP-RAPPORT 2493, 2012) worden de kenmerken van de landschapstypen van de gemeente Westerveld nader omschreven. Daarnaast is een groot aantal cultuurhistorisch waardevolle elementen in beeld gebracht, variërend van historische wegen en waterlopen tot strubbenbossen, monumentale gebouwen, structuren die verband houden met de Drentse Hoofdvaart, markegrenzen en sporen van de Tweede Wereldoorlog. Onderzoek

21

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart weergegeven.

Afbeelding 4.1: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (bron: gemeente Westerveld). De belangrijkste cultuurhistorische (waarde)- aanduidingen van het perceel zijn 'buitenplaats, oorspronkelijk relatief open', beschermd dorpsgezicht en rijksmonument. In het vigerende bestemmingsplan heeft het perceel dan ook de dubbelbestemmingen 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' en 'Waarde - Rijksmonument'. Buitenplaats, oorspronkelijk relatief open De aanleg van het parkeerterrein tast deze waarde niet aan. Het betreft geen bebouwing dat wordt opgericht. Het terrein is momenteel een onbebouwde grasweide. Het terrein wordt landschappelijk ingepast, zoals in paragraaf 2.2 is besproken (zie Bijlage 1). Beschermd dorpsgezicht De gronden bestemd als 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' zijn mede bestemd voor het behoud, het herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de gebieden Eursinge - De Wal, Havelte - Van Helomaweg en Westeinde en de daarbinnen aanwezige bebouwing. Het gebied Westeinde is met name van belang vanwege de overwegend oudere agrarische bebouwing. Halverwege de hoevenreeks domineert de havezate Oldengaerde het bebouwingsbeeld. Het beschermingsbelang van Westeinde is gebaseerd op de relatief gave, oorspronkelijke agrarische structuur van de esrandennederzetting, in samenhang met de landschappelijke ligging.

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: het aanbrengen en verwijderen van bomen, struiken en overige opgaande beplanting; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 75 m²; het ophogen en/of afgraven van gronden; het geheel of gedeeltelijk dempen van sloten en watergangen. In onderhavig geval is sprake van oppervlakteverharding met een oppervlakte groter dan 75 m2 . De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt

22

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

gedaan aan het structurele groen en het historisch ruimtelijk karakteristiek van het gebied. Er kunnen voorwaarden worden gesteld aan de vergunning ter voorkoming van aantasting van het structurele groen en het historisch ruimtelijk karakteristiek van het gebied. Alvorens de vergunning wordt verleend, zal overleg worden gepleegd met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De aanleg van het parkeerterrein doet geen onevenredige afbreuk aan het structurele groen het het historisch ruimtelijk karakteristiek. Het is momenteel een onbebouwde grasweide. Er zal geen beplanting worden verwijderd. Het terrein wordt landschappelijk ingepast, zoals in paragraaf 2.2 is besproken (zie Bijlage 1). Rijksmonument De voor 'Waarde - Rijksmonument' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van rijksmonumenten. Voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden, is een vergunning van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noodzakelijk. Omdat het om een onbebouwde grasweide gaat, zal het aanleggen van het parkeerterrein geen rijksmonumentale waarden aantasten. Het terrein van het landgoed Oldengaerde wordt hierdoor juist ontlast van parkeerdruk. Conclusie Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie treden er geen belemmeringen op.

4.3

Bodem

Wettelijk kader Het Besluit Bodemkwaliteit streeft naar duurzaam bodembeheer waarbij een balans gezocht wordt tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu enerzijds en het gebruiken van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen anderzijds. Het Besluit bevat regels voor kwaliteitsborging (Kwalibo), bouwstoffen, grond en baggerspecie. Bij het mogelijk maken van ruimtelijke initiatieven moet de vraag worden gesteld of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Onderzoek Het initiatief heeft geen betrekking op het realiseren van bebouwing, waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen (langer dan twee uur per dag) zullen verblijven. Daarom is een (verkennend) bodemonderzoek niet noodzakelijk. Conclusie Ten aanzien van het aspect bodem treden er geen belemmeringen op.

4.4

Ecologie

4.4.1

Wettelijk kader

WET NATUURBESCHERMING Onderdeel van de Wet natuurbescherming is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met

23

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. Ook de bescherming van specifieke natuurgebieden is in de Wet natuurbescherming geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. WEIDE- EN AKKERVOGELLEEFGEBIED Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van weide- en akkervogelleefgebied. Hiertoe zijn specifieke gebieden aangewezen. 4.4.2

Ecologische inventarisatie

Om de uitvoerbaarheid van dit plan te toetsen voor het aspect ecologie, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. De inventarisatie is in december 2020 uitgevoerd door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs B.V. Het rapport van de inventarisatie is als Bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Hieronder worden de resultaten kort benoemd. 4.4.2.1 Soortenbescherming Als gevolg van de plannen zullen geen vleermuisverblijfplaatsen of jaarrond beschermde nesten van vogels verloren gaan. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten kunnen daardoor uitgesloten worden. Het gebied zal naar verwachting niet volledig ongeschikt worden als foerageergebied voor de te verwachten vleermuissoorten en vogels met jaarrond beschermde nesten die in het plangebied foerageren. De waardevolle bomen blijven namelijk beschikbaar als onderdeel van het foerageergebied voor vleermuizen. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en hoogwaardig foerageergebied voor de soorten aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen of vogels met jaarrond beschermde nesten treden als gevolg van de werkzaamheden niet op.

Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Drenthe. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Voor de soortgroepen planten, reptielen, vissen en ongewervelden kunnen negatieve effecten op in het kader van de Wnb beschermde soorten worden uitgesloten, doordat het plangebied geen geschikt biotoop vormt voor deze soorten.

24

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

4.4.2.2 Gebiedsbescherming In het kader van de Wnb beschermde gebieden grenzen niet aan het plangebied. Het meest nabij gelegen beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied ‘Dwingelderveld’, dat op circa 400 m ten zuidoosten van het plangebied ligt. Het meest nabijgelegen in het kader van het NNN beschermd gebied ligt op een afstand van circa 20 m aan de overzijde van de straat Westereinde en ten westen van het plangebied. Het plangebied ligt op relatief kleine afstand van het Natura 2000-gebied ‘Dwingelderveld’. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebieden door (water)wegen en agrarisch gebied. Gezien de afstand en de aard van de ontwikkeling, zijn potentiele effecten op het Natura 2000-gebied door licht- of geluidsverstoring op voorhand uit te sluiten. Over deze afstand kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Daarom is een AERIUS-berekening uitgevoerd (zie volgende subparagraaf). Gezien de terreinomstandigheden, de afstand tot beschermde gebieden, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van de ontwikkeling, zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op het NNN te verwachten.

4.4.2.3 Stikstofdepositie Ten behoeve van het initiatief is een AERIUS-berekening uitgevoerd (Bijlage 3 AERIUS-rapportage) De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een tweetal pdf bestanden (separaat als bijlage opgenomen) waarin wordt geconstateerd dat er in de aanlegfase geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Wat betreft de gebruiksfase wordt geconstateerd dat er in de gebruiksfase stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Met interne saldering, waarbij bemesting van de bestaande landbouwgrond binnen het plangebied wordt gestopt, volgt uit de verschilberekeningen in Aerius dat ook in de gebruiksfase geen Natura 2000-gebieden zijn met een een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescher-ming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. 4.4.3

Conclusie

Voor een toetsing aan de Wnb en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is op basis van het uitgevoerde veldbezoek en het raadplegen van bronnen, gelet op de aard van het plan, een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Met betrekking tot de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient wel rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Uit de AERIUS-berekening volgt dat door stikstofdepositie geen negatief effect optreedt en een vergunning van de Wnb niet nodig is. Een nadere analyse in het kader van de gebiedsbescherming van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.

4.5

Externe veiligheid

Wettelijk kader Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. De wet- en regelgeving rond het thema externe veiligheid zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen de risicobron en de personen of objecten die risico lopen

25

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

(kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak veiligheidsafstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Onderzoek Volgens de risicokaart (risicokaart.nl) ligt het projectgebied niet in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, spoor-, water- en wegtransportroutes voor gevaarlijke stoffen of buisleidingen. Ten oosten van het projectgebied is op circa 1,2 kilometer het bosbad 'De Paasbergen' gelegen. De N371 is op circa 2 kilometer gelegen. Kortom, alle risicovolle functies, transportroutes en leidingen zijn op voldoende afstand gelegen. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de risicokaart opgenomen. Het landgoed en het aan de overzijde van de weg gelegen parkeerterrein zijn globaal blauw omcirkeld.

Afbeelding 4.2: Uitsnede risicokaart; landgoed en parkeerterrein globaal blauw omcirkeld (bron: risicokaart.nl). Conclusie Ten aanzien van het aspect externe veiligheid treden er geen belemmeringen op. Het plan is op dit punt uitvoerbaar.

4.6

Geluid

Wettelijk kader Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. De Wgh is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Volgens de Wet

26

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt hiervan uitgezonderd, evenals wegen die deel uitmaken van een woonerf. Onderzoek Het initiatief voorziet niet in het oprichten van geluidgevoelige bebouwing in de zin van de Wgh. In de Wgh is een limitatieve lijst van objecten opgenomen die bescherming tegen geluidhinder krijgen, waaronder bijvoorbeeld woningen. Een parkeerterrein valt niet onder de bescherming van de Wgh. Daarnaast kent een parkeerterrein geen zone op grond van de Wgh. Wel kan het parkeerterrein tot milieuhinder leiden voor de omliggende woningen en overige functies. Hiervoor is een akoestisch onderzoek verricht (Bijlage 6). Dit is nader uitgewerkt bij het aspect milieuzonering (paragraaf 4.9). Conclusie Ten aanzien van het aspect geluid treden er geen belemmeringen op.

4.7

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader De Wet luchtkwaliteit is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling. Volgens de nieuwe regeling vormt luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een ruimtelijk project als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIMB) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10 ) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Plan Ten behoeve van het exploiteren van de genoemde functies in paragraaf 2.1 is een extra parkeerterrein gewenst. Er zullen 32 parkeerplaatsen worden aangelegd.

Onderzoek nibm-tool Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil de nibm-tool 2020 ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Op grond van de nibm-tool (versie 2020) is een project in 2020 pas in betekende mate bij een toename van het aantal verkeersbewegingen met circa 1.050 per dag (met 5 procent aandeel vrachtverkeer). Het project betreft de realisatie van een parkeerterrein met 32 parkeerplaatsen. Het parkeerterrein wordt gerealiseerd voor de functie bijeenkomsten. De bijeenkomstenruimten bieden gezamenlijk ruimte aan maximaal 50 mensen. Gezien het maximale aantal bezoekers en het aantal parkeerplaatsen mag worden geconcludeerd dat het aantal verkeersbewegingen onder de grens zal blijven. Het project leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit met drie procent en kan als 'niet in betekenende mate' worden beschouwd. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

27

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

Onderzoek achtergrondniveau Hoewel geconstateerd is dat het project een zogenaamd nibm-project betreft, dient ook te worden bezien of de luchtkwaliteit in het besluitgebied niet zodanig is dat de normen voor een goed woonklimaat worden overschreden. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland 2011. De meest relevante luchtkwaliteitseisen voor ruimtelijke plannen zijn stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM10 ). De grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM10 ) uit de wet zijn opgenomen in de navolgende tabel.

Getoetst dient te worden aan de norm voor NO2 per 1 januari 2015. Vanaf die datum moet blijvend aan de norm van NO2 worden voldaan. Per 21 juni 2011 moet aan de grenswaarden voor fijnstof worden voldaan. Uit de Grootschalige Concentratiekaarten blijkt dat in het gebied de achtergrondniveaus voor NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden liggen. Conclusie Het initiatief kan worden beschouwd als een nibm-project. Daarnaast is de luchtkwaliteit in en rond het projectgebied zodanig dat de normen voor een goed woonklimaat worden gewaarborgd.

4.8

M.E.R.-beoordeling

Wettelijk kader In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een vorm van m.e.r.-verplichting geldt. Hierbij is onderscheid gemaakt in drie situaties. Ten eerste zijn activiteiten benoemd waarvoor het maken van een milieueffectrapportage verplicht is en waarvoor altijd een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (m.e.r.-plicht). In bijlage C van het Besluit m.e.r. is aangegeven voor welk type activiteiten een m.e.r.-plicht geldt. Ten tweede zijn activiteiten benoemd waarvoor het bevoegd gezag nader moet beoordelen of een m.e.r.-procedure wel of niet nodig is (m.e.r.-beoordelingsplicht). In bijlage D van het Besluit m.e.r. is aangegeven voor welk type activiteiten een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen. Hierbij zijn per type activiteiten drempelwaarden opgenomen. Ten derde moet voor ontwikkelingen die onder de drempelwaarden blijven zoals genoemd in bijlage D van het Besluit m.e.r, wel beoordeeld worden of de geplande activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben (vormvrije m.e.r.-beoordeling). Voor deze motivering/toets wordt een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling geschreven.

Uit de aanmeldingsnotitie kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. Op basis van de aanmeldingsnotitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Voor activiteiten die niet zijn opgenomen in de bijlagen C en D van het Besluit m.e.r geldt geen vorm van een m.e.r. verplichting. Onderzoek

28

omgevingsvergunning Landgoed Oldengaerde parkeerterrein

In onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r zijn de drempelwaarden voor een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. De drempelwaarden bij D 11.2 luiden als volgt: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Gezien de kleine omvang van het terrein en de aard van de ontwikkeling, blijft dit naar schaal en omvang ruimschoots onder de drempelwaarden. Daarom wordt het initiatief niet als een stedelijk ontwikkelingsproject gekwalificeerd in de zin van onderdeel D 11.2. Dat de activiteiten geen belangrijke nadelige milieueffecten hebben, wordt voldoende onderbouwd met dit Hoofdstuk 4. Conclusie De conclusie is dat geen vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft plaats te vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=9fdf325d-eea1-4145-b77c-8cab406418b1